• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Samenvatting 5 wetenschappelijke artikelen over  het leren van de moedertaal (T1) en of een tweede taal (T2)
 

Samenvatting 5 wetenschappelijke artikelen over het leren van de moedertaal (T1) en of een tweede taal (T2)

on

  • 930 views

Samenvatting 5 wetenschappelijke artikelen over het leren van de moedertaal (T1) en of een tweede taal (T2)

Samenvatting 5 wetenschappelijke artikelen over het leren van de moedertaal (T1) en of een tweede taal (T2)

Statistics

Views

Total Views
930
Views on SlideShare
930
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
1
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Samenvatting 5 wetenschappelijke artikelen over  het leren van de moedertaal (T1) en of een tweede taal (T2) Samenvatting 5 wetenschappelijke artikelen over het leren van de moedertaal (T1) en of een tweede taal (T2) Document Transcript

    • Samenvatting 5 wetenschappelijke artikelen overhet leren van de moedertaal (T1) en of een tweede taal (T2)1. Saville-Troike, M. (2006): Introducing Second Language Acquisition. Cambridge: CambridgeUniversity Press. Hieruit: Chapitre 1 (pp. 1-6): “Introducing second language acquisition” en“Introducing Second LanguageAcquisition”. Cambridge: Cambridge University Press. Hieruit: Chapitre2 (pp. 7-30): “Foundations ofsecond language acquisition”.2. Newport, E.L., Bavelier, D. & Neville, H.J. (2001): “Critical thinking about critical periods:Perspectives on a critical period for language acquisition.” In E. Dupoux (Ed.), Language, Brain, andCognitive Development: Essays in honor of Jacques Mehler (pp. 481-502). Cambridge MIT Press.3. Dimroth, C., Gretsch. P., Jordens, P., Perdue, C. & Starren, M. (2003): “Finiteness in Germaniclanguages: A stage model for first and second language development.” In C. Dimroth & M. Starren(Eds.), Information Structure and the Dynamics of Language Acquisition (pp. 65-94). Amsterdam:John Benjamins.4. Krashen, S.D. (1981): Second Language Acquisition and Second Lanugage Learning. Online:http://www.sdkrashen.com/SL_Acquisition_and_Learning/index.html. Hieruit: Introduction (pp. 1-11).5. Muñoz, C. (2008): “Symmetries and asymmetries of age effects in naturalistic and instructed L2learning.” Applied Linguistics 29.4, (pp. 578-596).______________________________________________________________________________1. Saville-Troike:In dit artikel vergelijkt de auteur het leren van (T1) met leren van (T2). Hij gaat ervan uit dat deprocessen van het leren van beide talen verschillend zijn. Maar er zijn ook overeenkomsten. Hijonderstreept het belang van “Innateness”, een universeel aangeboren vermogen om taal te leren en hetvermogen om te gissen naar en herkennen van frequente terugkerende patronen in de taal die men nogniet beheerst. De auteur gebruikt hier het woord “input” voor: alles wat binnen komt bij het leren vaneen nieuwe taal. Er zijn 3 stadia van taal leren:Beginstadium (T1) en (T2) Tussenstadium (T1) en (T2) Eindstadium (T1) en (T2)– aangeboren leervermogen – processen ontwikkelen – nadert niveau moedertaal– nieuwe kennis – kennisoverdracht (T1) – (T2) – nader niveau near-native– rol cognitie – sociale vaardigheden – fossilisatie: geleerde regels– interactie met anderen – stimulerende omgeving worden niet meer onderhouden,– Innateness: taalpatronen – feedback van anderen moeilijk te corrigerenherkennen, regels onbewust – eigen motivatie – verschillen tussen taalleerdersvormen, gissen naar structuur – meertalige omgeving worden zichtbaarvan taal – zelfcorrectie
    • 2. Newport en all:Belangrijk idee van het artikel is de kritieke periode (leeftijd) waarin een taal wordt geleerd. Debelangrijkste factoren die een rol hierbij spelen zijn:– de hersenen zijn elastisch, ze kunnen eindeloos leren– er zijn verschillende kritieke perioden voor verschillende fasen van het leren– een kritiek punt is de piek in gevoeligheid waarin de hersenen voor nieuwe ervaringen open staan– er is een verband tussen leeftijd (staat v. ontwikkeling waarop ervaring wordt aangeboden) en matevan leren– ook na een kritieke periode kan men een taal leren dankzij externe sterke en gevarieerde stimuli– een tijdstip waarop kritieke periode eindigt, wordt bepaald door rijping (maturation) en ervaring– er kunnen grote verschillen zijn tussen leerders– er zijn meerdere kritieke perioden voor elke taal– formele eigenschappen van taal (vocabulaire b.v.) worden vroeg herkend en geleerd; semantischeeigenschappen (betekenissen b.v.) worden pas later verwerkt door de hersenen– (T2)-leerders leren door sterke stimuli, door externe mechanismen en door kennisoverdracht uit deeerste taal (T1)3. Dimroth en all:Belangrijk idee van het artikel is de stadia waarin een taal wordt geleerd. De auteur denkt dat alle stadiagelijk zijn:– er zijn overeenkomsten tussen (T1) en (T2)-verwerving doordat alle leerders dezelfde stadiadoorlopen– het discours over de taal is universeel en is hetzelfde in alle landen– beginnende taalleerders maken dezelfde fouten door hun beperkte capaciteit en kennis– semantische functies (betekenis van woorden) treden snel op voordat de benodigde grammatica isgeleerd– communicatieve competentie is sterker dan linguïstische competentie; mensen kunnen communicerenzonder de taal volledig te beheersen (denk aan gebaren)– de finietheid is de fase waarin een taalleerder een werkwoord correct gebruikt in overeenstemming mettijd en persoon, finietheid kent 3 stadia (zie tabel onderaan)– de taalleerder begrijpt de functie van topic (wie / waarover het gaat) en predicatie (actie / toestand vanwerkwoord)– de anchoring verschaft een tijdskader waarin de beschreven situatie valt te plaatsen (is / was =tijdsaanduiding)– de linking geeft het verband aan tussen topic en predicatie in tijd, evaluatie en correctie (b.v.: was / wasniet, juist / onjuist, wel / wel niet...)Volgens de auteur zijn er 3 stadia nodig voor de verwerving van finietheid:Holistic State Conceptual Ordening State Finite-linking State– linker voor of achteraan in de – de linker is een gesloten – begin prototypische finietezin woordklasse (de, het ...) werkwoorden zoals hebben, zijn,– linker heeft betrekking op de – de volgorde van topic – linking doen, maken...hele zin – predicate wordt steeds duidelijk – taalleerder zoekt naar– taalleerder zoekt naar – gebruik van modale grammaticale middelen om zinpragmatische middelen omdat hij werkwoorden (doet, wil, kan...) correct op te bouwen/ zij regels van grammatica nog – taalleerder gebruikt lexicaleniet kent middelen, woordenschat wordt
    • uitgebreid, partikels worden toegevoegd...4. Krashen:Belangrijk punt in het artikel is het verschil tussen het verwerven van een taal (acquisition) en het lerenvan een taal (learning):– de basis voor het verwerven van (T2) ligt reeds in (T1)– maar: het geleerde systeem bij (T1) dient slechts als monitor (controlesysteem) voor (T2), een soortzelfcorrectie voor tijdens of na het leren spreken van de taal– “acquisition” is het onbewust verwerven van het taalsysteem– bewust geleerde dingen kunnen door herhaling ook onbewust worden– “acquisition” gebeurt door begrijpelijk en constant aangeboden input– input van leerder: beste manier om iemand een taal te leren is hem / haar tillen naar een niveau datnet iets boven ligt; licht omhoog trekken, niet te veel geven in een keer– input van hij of zij die leerder helpt: moet makkelijk, “motherese” (dicht bij niveau moedertaal),natuurlijk, interessant, betekenisvol … zijn– competentie om (T2) te verwerven gebeurt vanzelf als input voldoende en juist gedoseerd isSamenvatting: Begin Midden EindeLeer- Tijd nodig om te Focus op en interesse in Regels goed kennenomstan- reflecteren en te reageren correctheid en taalvorm,digheden niet alleen boodschap van communicatieMethodes Focus op alle vormen van Focus op betekenis in Focus op vorm, zoveelbij leren taal, correcte grammatica communicatieve setting, mogelijk aandacht voor (gebeurt ook meestal geen correcties, zoveel vorm als communicatieve onbewust bij voldoende mogelijk verwerven i.p.v. setting (vergelijkbaar met input) leren monitoring theorie)3 typen Overuser: Underuser: Optimal user:leerders remt zichzelf teveel, onzeker vertrouwt op eigen gevoel, ideale combinatie van beide, en bang fouten te maken, zelfverzekerd, gebruikt vertrouwt op gevoel maar durft niet, vertrouwt niet weinig regels, kans op past ook regels toe als het op eigen gevoel miscommunicatie is groot nodig is, bereid om omdat hij / zij fouten kan correcties te accepteren, maken en niet bereid die ideaal om mee te snel te herstellen communicerenVerschil tussen acquisitie en leren:Acquisitie Learning– Kenmerken: – Regels van de taal:
    • actieve opname van input waar de leerling op dat het leren van het minimale aan regels die nodigmoment toe in staat is, semantische vaardigheden zijn om correct te communiceren, weinigstimuleren door b.v. oefeningen, spelletjes, lezen, correcties nodig omdat de regels over hetnatuurlijke input buiten leeromgeving algemeen goed worden geleerd– Fluency (vloeiend communiceren): – Structuur van taal:communicatieve strategieën verder ontwikkeld, dieper ingaan op taal is vaak onmogelijk, geen tijdroutine en patronen worden herkend en hiervoor omdat individuele begeleiding kostbaar isgestimuleerd door rollenspel, oefeningen... en zelden haalbaar thuis, op school of ander professionele leeromgeving5. Muñoz:Belangrijk punt van dit artikel is de leeftijdseffecten op het leren van de taal. De auteur presenteertverschillende onderzoeken die zijn gedaan naar effecten van leeftijd op spontane (naturalistic) leren vantaal en gestuurde (instructed) manier van leren. Onderzoeken zijn gedaan in Spanje onder Catalanen,Basken en Spajaarden.Kernbegrippen uit het artikel:– taalverwerving is gericht op snelheid van leren en op de output (resultaat na het leren)– initial rate advantage: betekent dat oudere leerders in het voordeel zijn door hun grotere cognitievecapaciteiten en door hun kennisstrategieën (is vast niet de eerste keer dat ze iets leren) t.o.v. van jongeleerders (al dan niet gestuurd of geholpen)– ultimate attainement: betekent dat jonge leerders in het voordeel zijn t.o.v. oude leerders dankzij kritiekepunten (piek waarop de hersenen optimaal open zijn voor het leren van nieuwe dingen)– ultimate attainment: is ideaal maar zelden haalbaar wegens te weinig aanbod / blootstelling aan dedoeltaal (in dat geval zou de taalleerder b.v.: altijd in doeltaal praten, schrijven, denken … ook thuis, ookbuiten de klas, ook op straat…)