Your SlideShare is downloading. ×
Hoofdstuk 1.5
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Hoofdstuk 1.5

318
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
318
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Wonder ind De herhaling van de geschiedenis onderkind onder ind: noahs kindertijd Door ISims2SNFKGGH
  • 2. de vorige keer In de vorige update... - Groeide Noah op van peuter naar kind - Heeft noah evi opgemaakt - Hadden rosalinde en han daar een meningsverschil over Alles weer helder? Oké, hier gaan we dan!
  • 3. Die ochtend was Noah al om kwart voor zeven op. Van de zenuwen, dacht hij zelf. Maar ach, beter te vroeg als te laat.
  • 4. Hij besloot maar vast naar beneden te gaan en wat te gaan eten. Des te eerder kon hij naar Evi gaan om haar op te maken en horen wat haar ouders ervan vonden.
  • 5. Noah vond in de koelkast nog wat omeletten. Hij pakte er één, deed die op een bord en ging aan tafel zitten.
  • 6. Evi was ook al wakker en had hetzelfde plan als Noah. Op de gang liep ze haar moeder tegen het lijf. Meteen vroeg ze of ze naar Noah mocht. 'Als je de tijd maar in de gaten houdt,' was Rosalindes antwoord. Evi gaf haar moeder een knuffel en holde de trap af. Dat liet ze zich geen twee keer zeggen.
  • 7. Hijgend stopte Evi voor Noahs huis en keek ze nog één keer om of haar vader haar niet achterna kwam. Dat was gelukkig niet zo. Noah zwaaide vrolijk naar haar: hij had haar al zien aankomen.
  • 8. Enthousiast vloog Noah Evi om de nek. 'Wat goed dat je er al zo vroeg bent! Betekend dit dat je ouders je gewoon hebben laten gaan?!' 'Dat klopt,' zei Evi verlegen. 'Maar er zit wel een minpuntje aan het verhaal.'
  • 9. 'Hoezo? Waren je ouders boos dan?' Noah prutste met zijn vingers. Hij wilde niet dat haar ouders boos op haar werden om iets wat hij had gedaan.
  • 10. 'Mijn vader was boos vanwege de make-up. Hij vond me te jong.' 'Nou ja! Je bent toch zeker geen klein kind meer!' Riep Noah verontwaardigd. Evi haalde haar schouders op. 'Mijn moeder nam me ook al niet serieus. Ze lachen je altijd uit als je ergens trots op bent! Stomme volwassenen. Jij mag toch best make-up dragen als jij dat wilt!'
  • 11. 'Maar morgenochtend gaan mijn ouders één uur eerder dan wij weg. Dus dan zou ik gewoon alsnog make-up kunnen dragen zonder dat ze het door hebben. Wil jij mij dan weer opmaken?' Stelde Evi voor. 'Deal!' Noahs woede ebde alweer langzaam weg en ze kwamen niet meer op hun ouders terug. 'Kijk, ik was aan het schilderen. Dat doe jij toch ook wel eens?'
  • 12. Evi knikte. 'Ja, dat heeft opa mij geleerd. Hij heeft het weer geleerd van oma.' 'Van oma?' Verbaasd keek Noah zijn nichtje aan. Hij had nooit aan een oma gedacht. 'Maar hoe dan? Er was toch helemaal geen oma?' 'Natuurlijk is er een oma geweest! Hoe denk je anders dat mijn mama en jouw mama zijn geboren?!' Lachte Evi. Noah lachte niet maar haalde zijn schouders op. 'Dat is toch gek? Waar is oma nu dan?' Daar moest Evi even over nadenken. 'Geen idee,' besloot ze uiteindelijk schokschouderend. 'Opa heeft in ieder geval nooit gezegd dat ze dood was. De zeldzame keren dat hij over haar sprak, had hij het er altijd over dat ze weg was.'
  • 13. 'Heb jij opa daar dan nooit naar gevraagd? Waarom is oma weggegaan? Hadden ze ruzie, zijn ze gescheiden? Was er oorlog? Er moet toch een verklaarbare reden zijn waarom oma er niet meer is?' Dacht Noah hardop. 'Vast wel. Maar ik ben geen ence... ency... zo'n boek waar van alles in staat. Ik ga het opa ook niet vragen.' 'Waarom niet?' 'Zeg, vraag het hem zelf maar,' antwoordde Evi licht geïrriteerd. 'Opa doet altijd nukkig als je over oma begint. Vandaar dat we het ook nooit meer over haar hebben.'
  • 14. 'Dat zal ik zeker doen, Evi. Wacht jij maar af, wacht jij maar af,' zei Noah herhaaldelijk. 'Ik krijg hem heus wel aan het praten, let jij maar op. Ik durf erom te wedden. Geef me één reden waarom hij mij niet zou vertrouwen!' Riep Noah uitdagend naar zijn nicht toe.
  • 15. Evi wilde in heftig protest gaan, maar net op dat moment kwamen haar oom en tante de trap af. Tot aan het eten zeiden ze geen woord. 'Wat gaan jullie vandaag doen?' Vroeg René.
  • 16. 'We wilden naar opa gaan,' antwoordde Noah terwijl hij de postbode nakeek. Hij voelde hoe Evi een trap tegen zijn been gaf, maar verrekte geen spier.
  • 17. 'Dat vind opa vast gezellig.' René stopte het laatste stuk brood in zijn mond en nam de lege borden van Sophie en hem zelf mee. Zodra Sophie naar boven was verdwenen om zich om te kleden voor haar werk en René het water in de gootsteen liet kletteren, boog Evi zich naar Noah toe. 'Waarom zei je dat nou? Als je maar niet denkt dat ik er wat mee te maken wil hebben. Straks word opa weer boos!
  • 18. Nadat ook René naar boven was verdwenen, was er voor Evi geen ontkomen meer aan. 'Eet nou op!' Mopperde Noah en sprong al van zijn stoel. Maar Evi was hem voor en glipte langs hem heen. 'Nee, we gaan het er niet over hebben!'
  • 19. Ruziënd stonden ze voor de voordeur. Evi probeerde Noah voor de voordeur weg te trekken, maar opa Robert had het al gehoord. 'Jouw schuld,' siste Evi nog voor de deur open ging. 'Waarom staan jullie nou zo'n ruzie te maken?' 'Ach, Evi wilt op de piano. Maar Evi is al zo vaak op de piano geweest en ik wil het graag leren!' Riep Noah voordat Evi iets kon zeggen. Opa Robert lachte. 'Oh, pianospelen leer je niet in één keer. Dat oefenen we nog wel eens samen.'
  • 20. 'Mag ik dan op de piano?' Riep Evi enthousiast en keek haar neefje sluw aan. 'Dat is goed.' Noah trok een quasibeteuterd gezicht. 'Een andere keer,' beloofde opa Robert toen hij het gezicht van zijn kleinzoon zag.
  • 21. Evi was al snel verkocht en ging achter de piano zitten. Dat was één van de dingen die ze graag deed als ze bij haar opa was.
  • 22. 'Het spijt me jongen, maar eigenlijk heb ik nu geen tijd om met je te oefenen.' 'Oh, dat geeft niet,' mompelde Noah. Opa Robert gaf hem een aai over zijn bol. 'Je bent net zo'n bescheiden jongen als je moeder.' Noah knikte. Hij had geen idee wat het woord betekende, maar wat hij wel wist was dat zijn plan was geslaagd: Evi speelde piano en dus kon hij nu mooi met zijn opa praten.
  • 23. 'Opa?' Begon hij voorzichtig. 'Wacht even jongen. Ga maar naar boven. Ik kom er zo aan. Even Evi's lesboek zoeken.' Opa Robert liep vlug naar de ongeduldige Evi toe. Zodra hun opa niet keek, stak Evi haar tong uit naar Noah. Hij grijnsde vrolijk naar haar en rende de trap op. Hij had gewonnen.
  • 24. Boven keek Noah verwonderd om zich heen. Hij kwam niet zo vaak op de bovenverdieping van zijn opa's huis. Zodra zijn opa naar boven kwam, volgde Noah hem. 'Wacht maar even buiten.' Voor zijn neus deed opa Robert de deur dicht. Noah slaakte een zucht. Waarom schoot zijn opa nou niet op? 'Opa?'
  • 25. 'Bedek je ogen even,' klonk er vanachter de deur. 'Waarom?' Vroeg Noah ongeduldig. Plotseling scheen er een fel geel licht op de deur en Noah draaide zich met een ruk om. 'Opa?!' Riep hij verbaasd. 'Kom.' Opa Robert strekte zijn arm uit en Noah pakte zijn hand vast.
  • 26. Noah deed zijn ogen stijf dicht van angst toen hij zich licht voelde worden. Alles leek heel ver weg. Alsof hij er wel was, maar niets goed mee kreeg. Plotseling voelde hij zich weer zwaarder worden en leek alles wel heel dichtbij. Toen hij zijn ogen had geopend, merkte hij op dat er heel veel planken aan de muren hingen waar van alles op stond. Potjes gevuld met allerlei goedjes waarvan hij de naam niet wist. Op de bovenste plank ontdekte hij tot zijn afschuw zelfs twee potjes met oogballen erin.
  • 27. Hij sloeg zijn hand voor zijn mond en kokhalsde. Hij wilde niet weten hoe die ogen daarin waren gekomen. Plotseling werd hij opgeschrokken uit zijn gedachten.
  • 28. Noah draaide zich om en keek recht in het gezicht van een man met een gewaad en een hoed. Geschrokken keek hij omhoog. 'Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben het maar.'
  • 29. Opa Robert deed een stap dichterbij. 'Ik moet je wat vertellen,' begon hij. 'Hè? Maar ik wilde eigenlijk eerst wat vragen,' onderbrak Noah hem ongeduldig. Hij wilde direct weten waar het op stond. Opa Robert lachte. 'Wat weet jij eigenlijk precies? - Wacht, ga eerst even zitten.' Opa Robert bood hem zijn grote roodleren stoel aan.
  • 30. Noah liet zich in de fauteuil drukken en keek hoe zijn opa voor hem neer knielde. 'Ik geloof dat er een paar dingen zijn over oma die ik niet mag weten. En ik weet dat je een apart kostuum aan hebt. Maar wat ik hier doe weet ik niet. Ben je boos op me, opa?' Opa Robert lachte. 'Welnee jongen.'
  • 31. Opa Robert kwam overeind en boog zich over een groot boek op een standaard en begon erdoorheen te bladeren. Noah kwam uit de stoel en keek nieuwsgierig maar voorzichtig langs zijn opa's arm. 'Opa, wat is dat voor een boek?' Noah kon nog niet heel goed lezen, maar toch goed genoeg om te kunnen ontcijferen dat het geen normale letters waren. Het boek bestond uit verscheidene rare tekentjes.
  • 32. 'Breng me naar andere dimensies. En hou geen rekening met consequenties. Breng me naar het punt waar ik wil zijn. En laat het medium de lucht zijn!' Opa Robert zwaaide met zijn staf en Noah keek vol bewondering toe.
  • 33. Voordat Noah er iets tegenin kon brengen, verplaatsten ze zich alweer door middel van de lichtstraal. Dit keer duurde het rare gevoel al iets minder lang en hij nam de tijdom om zich heen te kijken. Plotseling viel zijn oog op iets wat hij zich vaag herinnerde. Zijn speelgoed konijn!
  • 34. Noah rende erop af. 'Mijn speelgoedkonijn! Die is van toen ik nog klein was.' Opa Robert was achter hem komen staan. 'Nee, dat is niet jouw speelgoedkonijn. Kijk eens om je heen. Dit is niet uit jouw kamer,' legde hij uit.
  • 35. Noah keek om zich heen. Nee, dat klopte. Dit was niet zijn kamertje geweest. Het was te meisjesachtig, want er zat teveel rose in. Hij bedacht zich dat dit het kamertje van Evi moest zijn geweest. 'Was dit Evi haar slaapkamer?' Raadde hij. Zijn opa knikte bevestigend.
  • 36. 'Maar daarvoor zijn we niet hier. Volg mij maar.' Noah moest moeite doen om zijn opa's grote passen bij te houden. Onderweg keek hij met grote ogen om zich heen. Zoiets had hij nog nooit gezien!
  • 37. 'Hier kwamen we voor.' Opa Robert gebaarde naar een grote, witte kast. 'Cadeaus?' Noah telde ze. Het waren er tien. 'We zijn hier gekomen voor tien cadeaus?' Opa Robert bevestigde zijn gedachten. 'Inderdaad.' 'Maar wat is er zo bijzonder aan tien ongeopende cadeaus? Voor wie zijn ze trouwens?' 'Ze zijn voor jou.' 'Alle tien?' Vroeg Noah ongelovig. 'Waarom staan die dan hier? Van wie zijn ze trouwens?'
  • 38. 'Ze zijn van je oma. Voor elke verjaardag één.' Als door een slang gebeten draaide Noah zich met een ruk om. 'Van oma?! Dat kan toch niet! Hoe kan oma me nou elk jaar een cadeau geven, terwijl ze al lang dood is? Waarom heb ik die cadeau's nooit gekregen?' 'Hoho, wacht eens even. Ik begrijp het dat je veel vragen hebt, maar ik kan ze niet allemaal tegelijk beantwoorden.' 'Dat snap ik. Maar dode Sims kunnen geen cadeautjes geven. Dat bestaat gewoon niet.' Opa Robert fronste. 'Oma is niet dood,' concludeerde Noah.
  • 39. Het was al uren lang stil in huis. René en Sophie sliepen al lang. Noah wist zeker dat zijn oom, tante en Evi ook al lang sliepen. Maar bij opa Robert brandde nog licht. 'Hij kan vast ook niet slapen,' mompelde Noah tegen zichzelf. Hij had de neiging om weer naar zijn opa's huis te gaan. Maar de woorden van zijn opa dreunden nog na in zijn hoofd: hier zouden ze niet meer op terug komen.
  • 40. Met een zucht liet Noah zich uit de vensterbank glijden. Hij moest een plan bedenken waardoor hij zijn opa zover zou krijgen dat hij meer over zijn oma vertelde. Hij wilde alles weten wat er over haar te weten viel. Kostte wat kost. Misschien dat hij na een nachtje slapen een oplossing wist.
  • 41. Twee huizen verderop was opa Robert bezig met iets wat niemand mocht weten. 'Moet je mij nou zien,' mompelde opa Robert tegen zichzelf. 'Tegen duizend beloften in... En ik zou spijt moeten hebben...' Hij gaapte en tijdens het roeren herdacht hij het plan in zijn hoofd. Hij moest zo niet vergeten te checken of hij de deur op slot had gedaan. Want iemand mocht dit te weten komen. Dan zou het nog wel eens flink fout kunnen gaan.
  • 42. Hij was doodmoe toen hij, enkele uren later, eindelijk zijn bed in rolde. Precies moest hij afwegen wat hij wel en niet kon doen, omdat hij niet wist wat er precies mis kon gaan en dat wilde hij ook niet weten. Ook wilde hij niet weten wat Noah wel en niet kon. Eén ding wist hij zeker: hij moest voorzichtig zijn met wat hij deed, omdat Noah een zeer pienter kind was.
  • 43. Heel vroeg in de ochtend schoot Sophie overeind. 'Ga weg!' Gilde ze. Met haar hand op haar borst keek ze hijgend de kamer door. 'Het was maar een nachtmerrie...' Prentte ze zichzelf in. Ze ging weer liggen en viel weer in slaap zonder het besef te hebben dat ze ooit wakker was geweest.
  • 44. René was al een poosje wakker. Gedoucht en wel maakte hij Noah wakker. 'Kom je eruit? Als jij je aan gaat kleden, maak ik vast ontbijt klaar.' Eerst keek hij zijn vader ietwat slaperig aan. Maar zodra hij het woord 'school' hoorde, was hij klaarwakker.
  • 45. Na een vlugge douche schoot hij wat kleren aan. Hij was zenuwachtig, maar zag het postief in. Evi zat op dezelfde school dan hij dus hij had altijd iemand in de buurt. Buiten alle andere kinderen waar hij kennis mee zou maken, was er nog iets anders aan school waar Noah zich op verheugde: het leren.
  • 46. Beneden aan tafel hadden ze het nergens anders over dan school. 'Goh, wat was ik zenuwachtig toen ik voor het eerst naar school moest. Maar mijn buurjongen en ik gingen naar dezelfde school en we kwamen bij elkaar in de klas. Lachen was dat,' vertelde René. 'Denk je dat ik bij Evi in de klas zal komen?' René schudde zijn hoofd. 'Klassen worden ingedeeld op leeftijd. Aangezien jullie niet even oud zijn, zal dat helaas niet gaan.' 'Maar ik kan haar altijd nog in de pauzes zien. En ik weet zeker dat er in mijn klas ook best aardige kinderen zullen zitten waarmee ik kan omgaan!' René glimlachte. 'Zo mag ik het horen! Je hebt vast gelijk.'
  • 47. Na het eten stapelde Noah de borden op en liet hij ongedurig de gootsteen vol lopen. Hij wilde het liefst meteen naar Evi gaan om haar make-up te doen voordat ze naar school moesten, maar anderzijds ook de afwas doen voor zijn vader. Hij had immers het ontbijt ook gemaakt.
  • 48. Zijn vader hoorde hem zuchten en legde een hand op zijn schouder. 'Ga jij maar naar Evi.' Noah keek zijn vader met een frons aan. René moest lachen. 'Het geeft niet. Ik begrijp best dat je je zenuwen even uit wilt bespreken met haar. Toe maar.' Noah trok een gezicht. Hij had helemaal geen zenuwen!
  • 49. Noah liet dat zich geen twee keer zeggen en spurtte naar het huis van haar nichtje. 'Goedemorgen.' Verbaasd borg Evi haar penseel en kwast op. 'Jij ziet er oververhit uit.' 'Ja, ik heb gerend. Wat dacht je nou? Dat ik mijn belofte niet na zou komen? Ik zou je make-up doen, weet je nog?' Steunde Noah tussen zijn hijgen door. Evi lachte. 'Nou, goed dan. Maar ik was wel eerst even mijn handen als je het niet erg vindt.'
  • 50. Noah volgde haar naar de keuken. Terwijl ze het palet en de kwast schoon boende, wipte Noah ongeduldig van het ene op het andere been. Evi grinnikte. 'Zenuwachtig?' 'Ik ben alleen benieuwd wat ze er op school van zullen zeggen.' 'Je hebt er zin in, hè?' Noah knikte heftig. 'Nou, kom op.' Evi veegde haar handen droog aan haar shirt.
  • 51. Boven nam Evi plaats op het krukje van haar moeders make-uptafel en Noah probeerde haar zo secuur mogelijk op te maken. 'Wel stilzitten,' fluisterde hij. 'Anders lukt het niet.' Evi deed wat haar neefje zei en een paar minuten later stopte hij het oogpotlood terug in het latje. Voorzichtig deed hij wat stappen achteruit. Evi keek net als Noah in de spiegel. Het resultaat mocht er wezen.
  • 52. Met een grote glimlach kwam Evi van het krukje af. 'Dat ziet er weer goed uit.' 'Ja hè?' Evi knikte bevestigend. 'Net zo mooi als de eerste keer.' Noah glimlachte en draaide zich om. Maar Evi hield hem tegen. Hij draaide zich om en kreeg plotseling een kus op zijn wang. Blozend keek hij naar de grond. 'Dank je voor het opmaken,' fluisterde Evi iets meer verlegen dan ze had verwacht. 'Sorry van gisteren. Ik had moeten weten dat je het helemaal niet met opa over oma zou hebben.' Noah werd nog roder en bleef maar naar de grond staren. Gelukkig doorbrak het getoeter van de schoolbus hun ongemakkelijke stilte en ze renden naar de trap af.
  • 53. Ietwat onwennig stond Noah voor de bus. 'Hoi Marie!' Riep Evi, die achter hem stond, opgewekt. 'Jij bent vast Noah?' Was de vraag van de buschauffeur die kennelijk Marie heette. Noah knikte en stapte de bus in. 'Zoek maar een plekje. Ik ben Marie Tsjang. Maar noem me maar gewoon Marie, hoor.' Marie glimlachte vriendelijk en wendde zich tot Evi zodra Noah voorbij gelopen was. 'Wat zit je haar leuk! En je hebt make-up op. Leuk hoor!' Evi glunderde en plofte naast haar neefje op de bank.
  • 54. Opa Robert was alweer bezig in zijn werkkamer. De uitdaging had het toch gewonnen van zijn geweten. 'Nee,' mompelde hij zachtjes. 'Dit is veel, maar lang niet genoeg. Nog iets meer...' Het lastigste was nog het uitrekenen van de tijd. Hij kon zoveel drank maken als hij wilde. Ingrediënten zat. Maar dat zijn plan erdoor zou slagen, kon hij alleen maar hopen.
  • 55. Buiten opa Robert, waarvan niemand wist waar hij mee bezig was, was ook Sophie thuis. Ze had besloten zich aan een schilderij te wagen. Ze had via via gehoord dat haar nieuwe baas creatieve Sims sneller promoveerde dan Sims die minder creatief waren. Haar baan was haar lief en ze wilde dan ook niets liever dan doorgroeien.
  • 56. De tijd vloog voorbij en voor iemand er erg in had, waren Noah en Evi alweer thuis uit school. Toen Evi naar huis was gelopen, haalde Noah het briefje dat de juf hem had gegeven tevoorschijn. Tevergeefs probeerde hij te lezen wat er stond. Hij was zenuwachtig om het aan zijn ouders te geven, omdat hij niet wist wat erop stond. De juf had alleen gezegd dat hij het aan zijn ouders moest geven en dat ze dan vanzelf nog wel contact zouden hebben. Zou hij iets verkeerd gedaan hebben? Hij had zelf de indruk van niet.
  • 57. Binnen zag hij dat zijn moeder aan de telefoon was. Teleurgesteld omdat hij zijn leuke dag niet kon meedelen, schuifelde hij naar de eettafel. Op dat moment ging de voordeur opnieuw open. 'Hé, Noah!' Met gedempte stem kwam René op zijn zoon af. 'Hoe was je eerste schooldag?' 'Leuk!' Noah begon enthousiast te vertellen. Zodra hij even stil viel, gebaarde René dat hij iets minder hard moest praten. 'Kom maar. Ik help je wel even met je huiswerk. Dan heb je dat alvast af.' Zo gezegd zo gedaan. Noah had echter weinig hulp nodig. Telkens riep hij: 'Dat weet ik zelf ook wel!'. Op een gegeven moment werkte hij vlugger dan dat zijn vader de opdrachten kon meelezen over zijn schouder.
  • 58. Na een poosje kwam Sophie tegenover Noah aan tafel zitten. Glunderend wisselden zij en René wat blikken. Hun hulp was helemaal niet nodig. 'Af!' Riep Noah na verloop van tijd. René glimlachte. 'Zo te zien is dat huiswerk geen probleem. Hartstikke mooi!' 'Mag ik nu gaan spelen?' Sophie knikte. 'Doe dat maar.' Noah sprong direct van zijn stoel af.
  • 59. 'Ik leg je huiswerkmapje wel op het aanrecht. Dan vergeet je hem ook niet,' zei Sophie en stond al op. Maar plotseling viel er iets uit het mapje. Noah draaide zich met een ruk om toen hij zijn moeder hoorde vragen: 'Wat is dit nou?' Zijn moeder had het briefje van de grond gepakt en keek zijn vader een moment aan. 'Ga jij maar even spelen, Noah. Papa en ik gaan boodschappen doen.'
  • 60. Noah verzamelde zijn schilderattributen en ging voor de ezel staan. Met gespitste oren luisterde hij naar wat zijn ouders bespraken, maar ze praatten echter zo zacht dat hij het amper kon verstaan. Vanuit zijn ooghoeken probeerde hij hun gedachten te identificeren, maar tevergeefs. Hij kreeg er de kriebels van. Wat had hij verkeerd gedaan en waarom zeiden zijn ouders er niets van? Nog even piekerde hij door. Met een zachte zucht drukte hij de kwast tegen het doek. Naarmate hij langer bezig was, vergat hij zijn zorgen en ging hij totaal op in het schilderen.
  • 61. Desalniettemin betekende dat niet dat het gepieker over het briefje voorgoed stopte. Tijdens het eten keerden zijn zorgen weer volop terug. Er werden alleen wat luchtige gesprekken gevoerd over koetjes en kalfjes. In plaats van dat Noah zich in het gesprek mengde, keek hij zijn ouders om de beurt aan. Wachtend, al wist hij niet goed waarop. Was het soms iets wat hij niet mocht weten? Met veel moeite propte hij de vis naar binnen.
  • 62. Na het eten ging Noah meteen naar boven. Hij wilde van dat kriebelende gevoel in zijn maag af. Kennelijk was er iets heel ergs gebeurd. Misschien waren zijn ouders wel boos op hem en waren ze hem daarom een soort van aan het negeren. Ondanks de uitputting die school had veroorzaakt, wilde ging hij in de vensterbank zitten in plaats van naar bed. Hij bedacht zich morgen op zoek te gaan naar het briefje. Desnoods vroeg hij zijn opa wat erin stond, maar hij moest het gewoon weten.
  • 63. Wat Noah niet wist, was dat zijn ouders juist allesbehalve boos op hem waren. 'Ik kan het maar niet geloven,' fluisterde Sophie zachtjes terwijl twee dampende koffiemokken op tafel zette en naast haar man op de bank plofte. 'We wachten eerst het gesprek met zijn juf nog even af. Daarna zien we wel verder. Niet dat ik haar niet geloof. Ik heb immers met eigen ogen gezien dat dit werk Noah honderd keer gemakkelijker afgaat dan gewoon is op die leeftijd.'
  • 64. Sophie knikte. 'Je hebt volkomen gelijk. Maar misschien is het alleen maar dat het in het hem in het begin zo gemakkelijk afgaat. Dat hoeft niet betekenen dat de rest hem hetzelfde afgaat.' René slaakte een zucht. 'Misschien. Maar zo'n juffrouw zal toch vast wel weten wanneer zoiets tijdelijk is of wanneer iemand echt... bijzonder is.' Sophie glimlachte. 'We zien het allemaal wel. Eén ding weet ik zeker: ik ben trots op Noah. Ik geloof niet dat we ooit iets te klagen hebben gehad of zullen hebben over hem.' Ze schoven dichter tegen elkaar aan en genoten de romantische film op tv.
  • 65. Opa Robert was weer eens tot midden in de nacht bezig met het brouwsel in zijn werkkamer. Het beloofde weer werk tot in de vroege uurtjes te worden, totdat zijn planning ruw in de war werd geschopt door een hard, piepend geluid. Hij vloekte binnensmonds en rende de trap af. Door het gepiep heen hoorde hij luid geschreeuw. Toen hij beneden stond, zag hij wat er aan de hand was: er was een inbreker in zijn huis!
  • 66. Geschrokken deed hij een stap dichterbij. Niet wetend wat hij moest zeggen, stond opa Robert daar maar. Wat hij niet door had, was dat Noah en Evi bij hem waren komen staan. De politieman begon plots luid te schreeuwen en tegen te spartelen toen de inbreker hem tegen het aanrechtblok duwde. Zo kwam het dat de inbreker zijn kans had om te vluchten.
  • 67. Gillend sprongen Evi en Noah opzij. Opa Robert schrok van zijn kleinkinderen die plots langs hem heen renden. Voor iedereen het door had, had de inbreker de benen genomen. Verbluft bleef iedereen achter.
  • 68. 'Was me dat even schrikken,' mompelde opa Robert. 'Dat jullie hierheen zijn gekomen in het holst van de nacht.' Noah en Evi keken elkaar even aan. Hun opa wist niet dat ze eigenlijk al uren met elkaar aan de telefoon waren en Evi de inbreker het huis binnen hadden zien sluipen. Als hun opa het zou horen, zouden hun ouders het ook horen. Die zouden zeker erg boos worden dus knikten ze gedwee. Gelukkig geloofde de politieman hun op hun woord en bracht hij hen zonder zeuren naar huis.
  • 69. Evi ging bij Noah mee naar binnen. 'Ik vind dat we het opa moeten vertellen,' fluisterde ze zodra de politieauto uit de straat verdwenen was. 'Ben je gek? Dan krijgen onze ouders het zeker te horen en dan zijn we nog niet jarig. En mijn ouders zijn al boos op me.' Evi trok keek haar neefje met een opgetrokken wenkbrauw aan. 'Waarom zouden je ouders boos op je zijn?' 'Weet je nog dat briefje dat de juf me gisteren gaf?' 'Waarom zouden je ouders daar boos om zijn? Het is toch juist goed dat de juf schrijft dat ze vindt dat jij alles zo goed kunt dat je misschien wel een speciaal onderwijs kunt volgen?'
  • 70. Noah trok één wenkbrauw op. 'Wat bedoel je?' 'Heb je dat briefje niet gelezen dan?' Noah schudde zijn hoofd. 'Ik kon het handschrift niet ontcijferen,' gaf hij eerlijk toe. Evi glimlachte. 'Het staat er toch echt. Je juf denkt dat je te slim bent om gewoon onderwijs te volgen.'
  • 71. Ondanks dat Evi zelf haar make-up had gedaan, was ze op tijd bij Noah voor het ontbijt. Over school hadden ze het niet meer: Noah geloofde haar nichtje nu volkomen dat zijn juf hem inderdaad te slim vond voor normaal onderwijs. 'Ik durf te wedden dat ik meer pannenkoek in mijn mond kan proppen dan jij!' Evi grijnsde. 'Dat zullen we nog wel eens zien!'
  • 72. Ze hadden hun ontbijt dan ook al lang en breed op toen ze schoolbus de straat in kwam rijden. Zenuwachtig was Noah niet meer. Hij had weer enorme zin om naar school te gaan.
  • 73. De enige die zich wel erge zorgen maakte, was opa Robert. 'Hier moet het staan,' mompelde hij. 'Maar waarom zie ik het dan niet. Kom op nou... Dit is het enige wat ik nog moet hebben.'
  • 74. Net zoals de nachten en dag ervoor merkte niemand op dat opa Robert weer aan het werk was in zijn kamertje. Zo ook René en Noah niet. Uit zijn werk hielp René zijn zoon nu wel met zijn huiswerk. Hij had iets moeilijker huiswerk opgekregen wat op niveau was van speciaal onderwijs. Zo konden ze zien of hij het inderdaad wel aan kon.
  • 75. Zodra hij alles af had, sprong hij fluitend onder de douche. Hij was helemaal in zijn sas. De veranderingen rondom school voelden aan als één grote uitdaging en hij had enorme zin om ervoor te gaan.
  • 76. Die avond aan tafel werd het onderwerp school aangesneden. Zodra Noah uit verteld was over zijn wederom leuke schooldag wisselden René en Sophie even van blik en knikten toen kort. 'Noah, de juffrouw heeft gisteren een briefje in jouw huiswerkmapje gestopt,' begon René. 'Nee, dat heb ik zelf gedaan. De juf heeft het me wel gegeven, maar ik heb het er zelf in gestopt.' 'Hoezo heb je het niet gegeven?' Fronste René.
  • 77. 'Ik wilde het wel geven, maar was het vergeten.' Noah legde zijn vork even neer, pakte hem toen weer op en prikte in zijn zalm zonder het op te eten. 'Eerlijk waar,' toen hij zijn vaders ongelovige gezicht zag.
  • 78. 'Laat maar, René. Dit gaat niet werken,' zei Sophie zachtjes en wendde zich tot Noah. 'Vertel eens eerlijk. Heb je dat briefje verstopt, omdat je niet naar een andere school wilt? Je kunt het gewoon eerlijk vertellen. Papa en mama zullen niet boos zijn,' beloofde Sophie. Noah schudde wederom heftig zijn hoofd en legde uit hoe het zat. 'Toen ik merkte dat jullie zo stil waren aan tafel, heb ik het maar aan Evi gevraagd. Die vertelde dat ik niets had misdaan, maar eigenlijk alleen juist iets goed had gedaan.' René en Sophie keken elkaar even aan en glimlachten toen opgelucht. 'Ach jongen toch.' René woelde door Noahs haar.
  • 79. Nu alles duidelijk was, was de spanning in één keer verdwenen. Zijn ouders geloofden hem en Noah wist dat het enkel goed was dat hij slim was. Tevreden en met een gerust hart at hij zijn eten op.
  • 80. Een paar uur nadat hun zoontje naar boven was gegaan, gingen ook Sophie en René naar bed. Gerustgesteld lagen ze tegen elkaar aan. 'Dus jij belt de directeur van de school?' Na een paar laatste afspraken over hoe het verder zou gaan, vielen ze in slaap.
  • 81. De volgende ochtend was het een gezellige bedoeling in de keuken. Er werd enthousiast gekletst en Noah at vlug zijn havermoutpap op want de schoolbus stond alweer voor de deur.
  • 82. Toen Noah al een poosje naar school was, had René de directeur al aan de telefoon gehad. 'Oh, ik ben zo blij dat die directeur meteen instemde toen je hem uitnodigde op het eten!' Sophie was helemaal enthousiast. 'Ik ook lieverd, ik ook. We mogen de juf van Noah wel hartelijk bedanken dat ze ons naar zo'n vriendelijke man heeft doorverwezen.' 'Dat moeten we zeker nog doen. Maar eerst gaan we even langs je vader, Sophie. Dan kan hij vanavond het diner doen en de beste man een rondleiding geven. Want jij bent zo werken en ik moet vanavond werken als hij komt.'
  • 83. Uit school gingen Noah en Evi naar hun opa omdat allebei hun ouders vandaag pas laat zouden thuis komen. Hij was altijd thuis overdag en vandaag trakteerde hij hen op een omelet. 'Zo kids. Het is lekker en simpel. Lekker simpel, dus,' zei opa Robert vrolijk. Noah lachte. Evi keek langs hem heen. 'Er staat een man bij de voordeur, opa.'
  • 84. Opa Robert kwam overeind en het bleek al gauw dat het de directeur was van de school voor hoogbegaafde kinderen. 'Dus u bent meneer van der Jacht. Ik heb wel het een en het ander over u gehoord. Ik ben Robert de Bof, de opa van Noah en de vader van Sophie.' De directeur schudde met een glimlach Roberts hand. 'Zou u misschien een rondleiding willen in het huis van mijn dochter en schoonzoon?' 'Maar al te graag, meneer de Bof.'
  • 85. Nadat hun opa had verteld dat hij even weg zou zijn, besloten Evi en Noah maar vast aan hun huiswerk te beginnen. 'Wat zouden ze aan het doen zijn bij ons thuis?' Dacht Noah hardop. 'Opa zei toch dat hij die meneer een rondleiding zou geven? Dan denk ik dat ze dat aan het doen zijn.' 'Zo lang?' Noah keek naar buiten en zag dat het al donker was geworden. 'Weet ik niet. Werk nou maar door.'
  • 86. Niet lang nadat ook Noah zijn huiswerk af had, kwam opa Robert binnen met het goede nieuws: Noah was toegelaten en zou met ingang van volgende week al naar zijn nieuwe school gaan. Evi vloog haar neefje om de hals. 'Ik vind het wel jammer, maar we zitten vanaf vandaag toch niet meer bij elkaar op school. Want mogen ga ik toch al naar de grote school.' Noah knikte. Hij wist precies waar zijn nichtje het over had. 'Maar we blijven vrienden. Voor altijd.' 'Ja, voor altijd.'
  • 87. De volgende dag had iedereen zich aan de tafel in het huis van Han en Rosalinde verzamelt. Buiten het vrolijke nieuws dat Noah was toegelaten tot de school was er nog een andere reden tot vrolijkheid: Evi's verjaardag.
  • 88. Niet lang na het ontbijt werd de taart tevoorschijn gehaald. Iedereen juichte Evi toe, maar Noah was een beetje stilletjes. Hij vond het toch wel erg jammer dat Evi en hij zo niet meer even oud waren. Nu moest hij een paar dagen wachten voor ze weer even oud waren.
  • 89. Toen iedereen werken en naar school was, waren buiten opa Robert alleen Han en Rosalinde nog thuis. Ze zaten in het frisse weer buiten te schaken, maar geen van beiden hadden ze hun gedachten er echt bij. 'Nog even en ze is het huis al uit,' mompelde Rosalinde. 'Ach joh, stel je niet zo aan. Zo snel zal de tijd wel niet gaan. Dat is de afgelopen jaren toch ook niet het geval geweest?'
  • 90. Rosalinde trok even één wenkbrauw op aan de hand van die opmerking, maar zei er verder niets op. Gelukkig moest ze werken en had ze een excuus om weg te gaan, want eigenlijk had ze om de een of andere reden geen zin meer om met Han te schaken.
  • 91. Het liep de laatste tijd sowieso al wat stroever dan gewoonlijk tussen hen, vond Rosalinde. Meerdere malen had ze opgemerkt dat Han anders deed dan vroeger. In het begin zei ze tegen zichzelf dat ze dingen zag die er niet waren, maar er was wel degelijk iets veranderd. Met een zucht poetste Han zijn tanden. Hij verheugde zich al op zo meteen. Eigenlijk hoefde hij pas na de lunchpauze te beginnen, maar hij had met zijn secretaresse afgesproken in een cafetaria dichtbij hun werk om samen gaan te lunchen. Eindelijk had hij iets leuks om zich op te verheugen, aangezien hij en Rosalinde de laatste tijd amper nog wat samen deden.
  • 92. Uit school was Evi dus alleen thuis. Verveeld keek ze door haar kamer die er nu plotseling best kinderachtig uit zag. Gelukkig had haar moeder haar wel nieuwe kleren gegeven. Ze had alleen nog geen tijd gehad om zich om te kleden.
  • 93. Toen dat was gebeurd, kreeg ze een idee. Het idee bezorgde kriebels in haar buik maar ze besloot het toch te doen. Ze wist inmiddels precies waar alles lag in het laatje van haar moeders make-uptafeltje. Ook pakte ze nog wat andere dingetjes uit het laatje die ze tegenkwam. Ze deed de zilveren oorbel in en een gouden ring om haar pink.
  • 94. Beneden ging ze bezig met haar huiswerk. Na een poosje kwam Han thuis. Hij schrok een beetje omdat zijn dochter al thuis was. Hij had er even niet aan gedacht dat dat vanaf nu elke dag zo was, omdat ze op de middelbare school zat. Maar hij liet zijn humeur er niet onder leiden. 'Lukt je huiswerk een beetje?' Vroeg hij in opperbest humeur. 'Nee,' klonk de chagrijnig gedempte stem van Evi.
  • 95. Hij schoof bij haar aan tafel. 'Moet ik je helpen?' 'Eh nee, dat hoeft nou ook weer niet.' Evi hoopte vurig dat haar vader weg zou gaan. Straks kreeg hij de make-up nog door. Alsof Han haar gedachten las, keek hij haar plotseling even taxerend aan. In tegenstelling tot de reactie die ze verwachtte, glimlachte hij. 'Wat is er?' Evi voelde zich ongemakkelijk. Zo vaak lachte zijn vader niet. 'Niets bijzonders. Het viel me gewoon op dat je zo'n mooi meisje bent geworden. En ik heb gewoon een leuke middag gehad.'
  • 96. Die avond ging Sophie wat eerder naar bed dan gewoonlijk. Noahs eerste schooldag was geweldig geweest, volgens de verhalen, maar toch was er een bepaald gevoel dat aan haar knaagde. Ze had het wel eens eerder gevoeld, maar ze kon niet meer thuis brengen wat het precies was.
  • 97. Plotseling stond René achter haar. Ze glimlachte, maar voelde zich nog steeds niet zo geweldig. René merkte het direct op. 'Schat, wat is er toch met je? Je was ook al zo stil met het avondeten. Bovendien ben je de laatste tijd erg duizelig of ligt het aan mij?' Zorgelijk legde René zijn hand op Sophies wang.
  • 98. Sophie keek even naar de grond. 'Er scheelt iets. Ik weet het zeker, ik zie het aan je gezicht. Toe liefje, het maakt niet uit wat het is. Vertel het me maar.' 'Ik kwam erachter dat... Hoe zou je het vinden als... Ik geloof dat ik... Ik ben zwanger, geloof ik,' hakkelde Sophie.
  • 99. Renés ogen schoten van links naar rechts en keken Sophie onderzoekend aan. 'Meen je dat nou serieus?' Sophie knikte. 'Ik ben vijf dagen over tijd. En je weet dat ik normaal gesproken nog geen twee dagen te laat ben.' René lachte en pakte Sophie nog steviger vast. 'Kom eens hier?' Fluisterde hij. 'Morgen. Morgen doen we wel zo'n test.' René drukte zijn lippen teder op die van Sophie en liet zijn armen langzaam zakken. Zachtjes wreef hij oover Sophies buik alsof hij de baby nu al kon voelen.
  • 100. René tilde haar voorzichtig op en legde haar op bed. 'Ik weet niet of dit nu wel zo'n goed idee is,' giechelde Sophie. 'Natuurlijk wel. We doen heel rustig,' fluisterde René en drukte zijn lippen weer op die van Sophie.
  • 101. Die ochtend was Noah al vroeg op om sterren te kijken. Al gauw ontdekte hij dat hij niet de enige was die vroeg wakker was. Hij voelde zich betrapt, maar zijn zorgen waren al snel over toen zijn opa ergens anders over begon. 'De drank is klaar en ik denk dat ik er ook wel klaar voor ben. Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk: ben jij er klaar voor?' 'Voor... Voor oma? Echt waar opa?' Noah stond zowat te stuiteren. 'Ja, heus waar. Maar doe even zachtjes, straks maak je de hele straat wakker,' zei opa Robert.
  • 102. 'Wanneer dan?' 'Dit weekend denk ik. Morgen of overmorgen,' antwoordde zijn opa. 'Perfect! Maar waar woont ze dan?' 'Het zit nogal lastig in elkaar... We gaan oma niet opzoeken. Oma komt ook niet hier,' probeerde opa Robert uit te leggen. 'Maar...' Ondanks dat het donker was, was de teleurstelling was van Noahs gezicht af te lezen. 'Wat gaan we dan doen?' 'We gaan terug in de tijd.'
  • 103. Aan het ontbijt was Noah erg onrustig. Hij kon zijn enthousiasme amper verbergen. Maar hij kon natuurlijk niet vertellen dat hij binnenkort zijn oma zou zien. 'Wat ben je toch onrustig, jongen,' merkte Sophie op. Noah glimlachte en haalde zijn schouders op. 'Ik heb zin in school. Er is niets bijzonders.'
  • 104. 'Wil je wel even wat rustiger doen? Mama voelt zich niet zo geweldig,' zei René. Noah keek meteen naar zijn moeder. 'Wat scheelt eraan, mam?'
  • 105. Noah sprong meteen van zijn stoel af en rende naar zijn moeder toe. 'Wat cool mam!' Riep hij enthousiast. René zat aan tafel te lachen. Hij was blij dat zijn zoon het zo luchtig opvatte. Het had ook anders kunnen uitpakken. Eigenlijk was het typisch iets voor Noah om anders dan verwacht te reageren.
  • 106. Noah had op slag geen honger meer. Hij gooide de laatste twee happen vruchtengebak weg en waste zijn bord af. In de badkamer poetste hij vlug zijn tanden voordat hij te laat zou komen op school. Hij werd broer! Grote broer van een klein jongentje of meisje!
  • 107. Vrolijk huppelde Noah naar buiten. Hij zag Evi aan komen lopen en hield haar aan vlak voor de bus. 'Wauw, wat zie je er leuk uit!' Riep hij complimenterend. 'Dank je wel,' straalde Evi. 'Zelf gedaan!' 'Weet je waar ik ook zo blij mee ben? Mijn ouders hebben al twee dagen niets over mijn make-up gezegd. Ik heb ook nog een baantje gevonden, waarmee ze het gewoon eens waren!' Ratelde Evi enthousiast.
  • 108. 'Oh, gefeliciteerd!' Riep Noah die blij was voor zijn Evi. Ze wilde alweer verder vertellen, maar Noah onderbrak haar. 'Uh, zullen we eerst de bus maar ingaan? Straks...' 'Goed, goed!' Riep Evi en liep luid pratend de bus in. Ze vertelde dat ze over een poosje op kamers wilde en dat ze graag alvast wat geld wilde verdienen voor de inrichting.
  • 109. Nadat ook René naar zijn werk was gegaan, bleef Sophie thuis alleen achter. Ze was blij dat ze niet hoefde te werken, want ze voelde zich hondsberoerd. Met haar hand op haar buik lag ze op de bank.
  • 110. Het duurde dan ook niet lang eer ze voor de zoveelste keer een sprint naar het toilet moest trekken. Net op tijd bereikte ze het toilet. Hele brokken vruchtengebak kwamen erin terecht. Toen er niets meer kwam, begon ze kokhalzend, kreunend en steunen de wc en de vloer schoon te boenen.
  • 111. Na het schoonmaken van de wc en omgeving was de beurt aan haar mond om schoongemaakt te worden. Eerst spoelde ze hem vijf keer en probeerde daarna de vieze smaak uit haar mond te verdrijven met tandpasta en een tandenborstel.
  • 112. Twijfelachtig bleef ze staan en dacht na of ze nog wat moest doen in huis. Maar gelukkig was de schoonmaakster al geweest dus het hele huis was aan kant. Ze besloot maar even een paar uurtjes te rusten voordat Noah thuis kwam mijn zijn verhalen van hier tot ginter over school.
  • 113. Ze was zo moe dat ze als een blok in slaap viel en de tijd volledig vergat. Ze tilde amper één ooglid op toen ze merkte dat er iemand naast haar kwam liggen. Het was Noah die zich bezorgd maakte om zijn moeder. 'Het is niets. Ik ben alleen een beetje moe,' mompelde Sophie op fluistertoon en draaide zich vervolgens om om verder te slapen. Noah wilde toch niet weggaan en bleef bij zijn moeder liggen.
  • 114. Om zeven uur werd hij zachtjes gewekt door René die inmiddels thuis was gekomen. Hij had uit de stad pizza meegenomen, nadat hij was gaan kijken voor babykamers. 'Warm, hè?' Lachte René toen hij zijn zoon zag stuntelen met een pizzapunt. Noah knikte en blies met een verhit gezicht op de punt voor hij weer een hap nam. 'Maar wat vind jij er nou van dat er een baby'tje komt?'
  • 115. 'Heel leuk! Maar ik vind het wel zielig voor mama dat ze heel de tijd moet overgeven. Daarom ging ik ook al bij haar liggen toen ik uit school kwam.' 'Wat ben je toch ook een lieverd!' René sloeg een arm om Noah heen en Noah kroop dicht tegen zijn vader aan. Hij wist het zeker: ze boften maar met zo'n gemakkelijk kind als Noah!
  • 116. Pas lang nadat de pizza op was, zocht Noah zijn bed op. Hij merkte dat hij eigenlijk nog steeds niet volledig bijgetankt was van die vijf uurtjes slapen toen hij uit school kwam. De laatste tijd bracht hij zoveel tijd door in het raamkozijn voor hij ging slapen dat hij slaap te kort kwam. Maar gelukkig was het nu weekend zodat hij een beetje kon uitslapen. Buiten dat was er een goede reden om te gaan slapen: hoe eerder hij sliep, hoe eerder hij wakker werd en hij jarig was. Morgen zou hij opgroeien. En dan zou de dag daar ook sneller daar zijn dat hij zijn oma zou zijn.
  • 117. De volgende dag deed Noah niet veel anders dan zijn huiswerk en andere dingen die hij leuk vond. Tot op een gegeven moment Sophie hem kwam roepen. 'Ik ga nog even op bed liggen, maar papa begint vast met het eten. Ga jij je nu ook klaarmaken? Iedereen komt over een klein anderhalf uur.'
  • 118. Boven nam Noah een lekker lange douche en na lang zoeken stond hij in de kleren die hij vanavond wilde dragen. Voor de spiegel keek hij even naar zichzelf. 'De volgende keer dat ik naar mezelf in de spiegel kijk, ben ik stukken groter...'
  • 119. Beneden gekomen was iedereen er al. 'Hèhè, daar is onze jarige Job dan eindelijk!' Riep opa Robert. Noah keek hoe iedereen hem lachend aankeek en keek vervolgens naar zijn vader en moeder. 'Oh, wacht. Ik zal even het krukje pakken!' Sophie waggelde met haar dikke buik tussen de menigte uit en haalde Noahs krukje tevoorschijn.
  • 120. 'Toe maar Noah, doe een wens in je hoofd en blaas de kaarsjes uit!' Noah dacht even na, maar wist eigenlijk vrij snel wat hij ging wensen. Hij knipoogde even naar zijn opa, deed zijn wens en blies vervolgens de kaarsjes uit.
  • 121. Zodra Noah opgegroeid was en iedereen hem gefeliciteerd had, was het tijd voor taart. Er werd flink op los gekwebbeld en de tijd leek voorbij te vliegen. In stilte keek Noah af en toe naar Evi met een glimlach op zijn gezicht: ze waren weer even oud.
  • 122. Tegen de tijd dat iedereen zijn of haar bed had opgezocht, begon het buiten flink te sneeuwen. Het net een winterwonderland geworden. De winter had zijn terugkeer gemaakt en de stad was ondergesneeuwd met een dikke laag sneeuw. Evi was de eerste die het opmerkte toen ze midden in de nacht even uit bed ging, omdat ze naar de wc moest. Al was ze nog zo moe: ze kon het niet laten om even te kijken hoe alles eruit zag nu het ondergesneeuwd was.
  • 123. Niet lang daarna merkte ook Sophie de sneeuw op. Om tien voor vijf werd ze voor de zoveelste keer die dag wakker. De baby had de hele nacht liggen trappelen, waardoor zij had liggen woelen. Nadat ze er twee keer uit was gegaan omdat ze naar de wc moest, was er geen ontkomen meer aan: haar maag knorde als een bezetene en slapen lukte toch niet meer.
  • 124. Toen Noah een paar uur later de overloop ging, rook hij de heerlijke geur van pannenkoeken. Een glimlach speelde om zijn mond: zijn moeder had kennelijk erge honger gehad, want pannenkoeken bakte ze alleen als dat het geval was.
  • 125. Zijn moeder legde net een pannenkoek op haar bord toen Noah bij haar aan tafel schoof. 'Zo, jij hebt honger,' merkte hij vrijwel direct op zijn moeders ontbijt in een mum van tijd op was. 'Dat heb ik zeker. Het lijkt wel of de baby alles opeet, zodra het in mijn maag is beland.' Noah lachte en keek even ongelovig naar de stapel pannenkoeken op het grote bord dat naast hen stond. 'Is papa werken?' Sophie knikte. 'We zullen al die pannenkoeken alleen op moeten eten. Maar dat vind ik niet erg. Watjij?'
  • 126. Na het eten kleedde Noah zich om. Toen hij naar buiten wilde gaan, werd hij tegen gehouden door Sophie. 'Wacht even. Miste jij niet iets gisteravond? Je hebt nog een cadeautje tegoed!'
  • 127. Ze nam hem mee naar buiten en Noah volgde haar nieuwsgierig. Voor een huisje naast dat van hen stopten ze. Noah keek eens goed en zag dat het niet echt een huisje was. Het was een garage! Hij voelde een tik op zijn schouder en zijn moeder overhandigde hem een sleutel. 'Alsjeblieft, helemaal van jou.'
  • 128. Met open mond opende Noah de deur en daar stonden ze dan tegenover een oude autowrak. 'Het is geen splinternieuwe auto, maar aangezien je zo'n handige jongen bent, kun je het met wat hulp van je pa er vast wel uit komen! We vinden alles best, zolang je school er maar niet onder gaan leiden. Maar daar hebben we alle vertrouwen in,' verzekerde Sophie haar zoon. Noah knikte terwijl hij naar het ding bleef kijken: hij kon nog steeds amper een zinnig woord uitbrengen.
  • 129. 'Vind je het wat?' Vroeg Sophie toen er nog steeds geen reactie was gekomen. 'Of ik het wat vind?! Oh mam, dit is het meest coole cadeau ooit! Echt heel, héél erg bedankt!' Riep Noah en gaf zijn moeder een dikke knuffel. Hier had hij nooit aan gedacht, maar hij vond het wel ontzettend gaaf. Als het af was, was het meer dan 'zijn eigen auto'. Hij had hem zelf gebouwd!
  • 130. Nadat Sophie naar bed was gegaan in een poging nog wat te slapen en Noah de auto en de ruimte waarin het voertuig stond had bewonderd, besloot hij langs te gaan bij Evi. Ze hadden immers de laatste tijd niet zo heel erg veel tijd meer samen door gebracht. Ze leek blij verrast hem te zien. 'Wat leuk dat je even komt aanwippen. Ik was net aan het overwegen hetzelfde te doen!'
  • 131. Nadat ze het een tijd lang alleen maar over Noah hadden gehad, vroeg hij hoe het eigenlijk met haar ging. 'Goed,' antwoordde Evi. Noah had meteen door dat het niet al te overtuigend klonk. 'Goed?' Herhaalde hij daarom haar antwoord. 'Het kan zijn dat het aan mij ligt, maar ik geloof er niet erg veel van.' 'Oké, je hebt gelijk,' zei Evi zacht en ze beet op haar onderlip.
  • 132. Noah keek verbaasd op toen Evi opeens in tranen uitbarstte. Hij sloeg een arm om haar heen en wachtte tot ze weer een beetje gekalmeerd was. 'Hé, wat is er?'
  • 133. 'Volgens mij gaan papa en mama scheiden,' legde Evi uit tussen haar snikken door. Noah schrok en sloeg nu ook zijn andere arm om Evi heen. Hij wist niet erg goed wat hij moest doen, maar Evi vertelde door als een waterval. Ze kon niet meer stoppen met praten. 'Ze maken constant ruzie. Bij het ontbijt zijn ze er nooit en 's avonds bij het eten doen ze net alsof er niets aan de hand is. Maar als ik 's avonds op mijn kamer zit te leren, huiswerk zit te maken of in bed lig, maken ze ruzie. Eerst één keer per week, maar nu bijna elke avond,' snotterde Evi.
  • 134. Noah keek zijn nichtje doordringend aan. 'Dus ze maken elke avond overal en nergens ruzie over?' Vatte hij haar zorgen samen. Evi knikte. 'Dat doen ze inderdaad.' 'Hmmm... Denk je dat praten zin zou hebben?' Evi schudde resoluut haar hoofd. Haar ogen vulden zich weer met tranen. 'Ik denk echt dat ze gaan scheiden. Het gaat al zo lang slecht tussen hen.' 'Nee, het komt wel goed. Ik heb een plan.' Hij boog zich naar voren en fluisterde in Evi's oor wat hij had bedacht. Toen hij alles had uitgelegd, keek hij haar afwachtend aan. 'Oké, dat zou best wel kunnen!' 'We kunnen het op zijn minst proberen, niet?' Evi knikte. 'Dank je.' 'Graag gedaan.'
  • 135. Nadat ze hun plannetje tot in de nopjes hadden besproken, besloten ze even iets leuks te doen als afleiding. Met hun schaatsen bij de hand liepen ze naar de schaatsbaan. 'Lang geleden dat ik op schaatsen heb gestaan. Maar jij hebt nog nooit geschaatst of wel? Weet dan je dan wel hoe het moet?' Bedacht Evi zich toen ze de schaatsen aandeed en op het ijs sprong. 'Och, dat lukt vast wel.'
  • 136. 'Weet je het zeker? Schaatsen is niet zo gemakkelijk als je denkt, hoor! Zelfs de beste schaatsers vallen nog wel eens.' Evi had haar woorden nog niet uitgesproken of ze landde zelf al met een harde bonk op het ijs. Noah probeerde een lach te verbergen, maar Evi had het al gezien. Lachend pakte ze Noahs uitgestrekte hand en kwam ze voorzichtig weer overeind.
  • 137. Ongemakkelijk stonden ze tegenover elkaar. Nog steeds hadden ze elkaars handen vast. Noah voelde hoe zijn wangen langzaam zo rood werden als bieten en hij schraapte zijn keel. Evi's blik schoot even heen en weer van Noahs ogen naar hun handen. Net toen ze elkaar los lieten, hoorden ze beiden een luide gil. 'Wat was dat?!' Met gespitste oren luisterden ze en niet lang na de eerste keer hoorden ze het weer: het was echt iemand die gilde. 'Het lijkt wel alsof het uit jouw huis komt,' riep Evi.
  • 138. Plotseling bedacht Noah zich wat het kon zijn en hij schaatste in rap tempo naar de zijkant van de baan. Toen hij de schaatsen had uitgeschopt, rende hij op alleen sokken door de sneeuw richting zijn huis. Thuis smeet hij zijn jas op de vloer en rende hij de trap op richting het geschreeuw van zijn moeder.
  • 139. Zodra Noah de slaapkamer van zijn ouders binnen kwam, zag hij dat zijn moeder een baby'tje in haar handen had. 'Mijn god, de baby is geboren,' fluisterde hij schor. Noch zijn vader noch zijn moeder had hem opgemerkt. René stond liefkozend tegen de baby te praten en werd beantwoord met vrolijk gebrabbel. Sophies ogen stonden vol met tranen. 'Hij is zo schattig...'
  • 140. Voorzichtig deed Noah een stapje dichterbij. De vloer kraakte en zijn ouders kregen hem in de gaten. 'Je hebt een broertje,' fluisterde Sophie. Noah knikte en keek naar het kleine jongentje met zijn bruine oogjes. 'Wil je Joey ook even vasthouden?' Noah keek zijn moeder even aan en glimlachte. 'Heel graag.'
  • 141. Voorzichtig pakte hij het kleine ventje steviger beet. Onderzoekend keken de broers in elkaars ogen en Noah glimlachte. 'Dag jochie. Ik ben je grote broer.' Hij drukte het kleine ventje voorzichtig tegen zich aan en kon nauwelijks geloven dat hij hier echt met een pasgeboren baby in zijn armen stond. Hij leek nog zo klein, zo breekbaar.
  • 142. Nadat Sophie Joey de fles had gegeven en René samen met Noah de babyspullen in de kamers had gezet, legde Sophie het kleine mannetje in de hangwieg naast de bank. 'Ga jij maar even lekker uitrusten. Dan gaan wij even lekker eten.'
  • 143. Aan tafel was het nogal stilletjes, hoewel iedereen genoot van de heerlijke zalm die René had bereid en niemand iets te klagen had. Ze moesten het zich allemaal nog beseffen dat het gezin nu uit vier personen bestond in plaats van drie.
  • 144. Na het eten en de visite van de familie die natuurlijk allemaal langs waren gekomen, nadat Evi te weten was gekomen dat Sophie was bevallen bracht Sophie Joey naar bed. 'Zo jochie, je hebt flinke heisa veroorzaakt. Maar dat maakt niet uit. Je bent en blijft een schatje.'
  • 145. Die avond duurde het nog wel even voor René en Sophie in slaap vielen ook al was er genoeg vermoeidheid om een gat in de dag te kunnen slapen. Zwijgend keken ze naar hun kleine, lieve mannetje dat zachtjes ademend lag te slapen in zijn wiegje. Woorden waren niet nodig want ze voelden allebei precies hetzelfde: ze waren zo blij dat het een kerngezond kindje was en alles goed was verlopen.
  • 146. De nachtrust was echter niet voor iedereen van lange duur. Opa Robert was alweer vroeger dan de gemiddelde Sim uit bed. Dit keer niet omdat hij verder wilde aan zijn brouwsel, maar omdat hij een afspraak na had te komen. 'Noah, word je wakker?' Zijn kleinzoon daarentegen was niet erg blij met het vroege bezoek. 'Wat doe jij hier nou zo vroeg?' Opa Robert glimlachte en haalde zijn toverstok tevoorschijn. 'Simhumeurus optimus!' Siste hij met gedempte stem en zwaaide met zijn toverstok.
  • 147. Ineens was Noah klaarwakker. Helder keek hij zijn opa aan. 'Gaan we doen wat ik denk dat we gaan doen?' Een brede grijns verscheen op zijn gezicht. 'Het is laat. Maar beter laat dan nooit. Maar als jij het ook nog steeds wilt en je er klaar voor bent jongen dan wel.' 'Of ik er nu klaar voor ben? Ik kan niet anders. Want ik wacht al zo lang!' 'Hartstikke mooi. Ik zou zeggen, schiet wat kleren aan en dan kunnen we gaan.'
  • 148. Opa Robert liep Noahs slaapkamer uit zodat hij zich rustig kon omkleden en liep op zijn tenen naar de slaapkamer van zijn dochter en zijn schoonzoon. Voor het bed bleef hij stil staan. 'Sorry lieve Sophie dat ik tegen de beloften van al die jaren in ben gegaan, maar het kan niet anders...' Hij haalde zijn toverstok opnieuw tevoorschijn en sprak opnieuw een spreuk uit. 'Nogmaals sorry,' fluisterde hij toen hij zeker wist dat ze pas wakker zouden worden als het mocht.
  • 149. Opa Robert draaide zich een kwartslag en liep langzaam op het bedje af waar Joey nog altijd rustig lag te slapen. 'Dag kleine jongen, hier was je opa alweer. Wat ben je toch een prachtkindje. Je kunt zo zien wie je ouders zijn. Ik zie het al. Je bent net zo speciaal als je broertje...'
  • 150. Hij voelde een hand op zijn schouder en merkte dat Noah inmiddels klaar was. 'Zullen we dan maar?' Opa Robert knikte en sloeg zijn armen om Noah heen. 'We gaan zo naar mijn werkkamer. Maar eerst wil ik een knuffel van je. Ik wil je gewoon even vasthouden. Ik kan het nauwelijks bevatten dat we eigenlijk iets gaan doen wat ik al jaren heb afgezworen...' Noah kon het zich ook nauwelijks inbeelden dat hij zijn oma in enkele ogenblikken voor zich zou zien, maar de rest wat zijn opa zojuist had gezegd begreep hij niet erg veel. Het maakte hem ook niet veel uit. Op het moment was er maar één ding dat hij wilde en dat was zo snel mogelijk zijn oma zien.
  • 151. Wonderkind: De herhaling van de geschiedenis k Dit was de update weer voor nu! Ik heb er veel verschillende dingen in gestopt dit keer, maar de volgende keer richten we ons vooral op één onderwerp en dat is het verleden, het heden en wat er in tussentijd is gebeurd! Hopelijk zie ik jullie dan die volgende keer! Bedankt voor het lezen en Reacties kan ik waarderen! Xx Isims2SNFKGGH

×