Advies Open Educational Resources - WTR 7.430
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Advies Open Educational Resources - WTR 7.430

on

  • 439 views

 

Statistics

Views

Total Views
439
Views on SlideShare
411
Embed Views
28

Actions

Likes
0
Downloads
3
Comments
0

1 Embed 28

http://www.surfsites.nl 28

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

CC Attribution-NonCommercial-NoDerivs LicenseCC Attribution-NonCommercial-NoDerivs LicenseCC Attribution-NonCommercial-NoDerivs License

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Advies Open Educational Resources - WTR 7.430 Advies Open Educational Resources - WTR 7.430 Document Transcript

  • Status: Final, Versie: 1.0 Wetenschappelijk Technische RaadAdvies Open Educational Resources.InleidingSURF heeft aan de WTR gevraagd met aanbevelingen te komen over de rol die SURF zou kunnenspelen op het gebied van open digitaal onderwijs- en leermateriaal, verder Open EducationalResources (OER), waaronder ook Open Courseware (OCW) wordt gerekend.Uit het oriënterend onderzoek van de WTR kwam al vrij snel een duidelijk beeld naar voren vaneen (kleine maar groeiende) missie gedreven OER beweging met daarnaast een zeer grote groepdie een afwachtende houding aanneemt. Er zijn dus veel voorstanders en geen of vrijwel geentegenstanders. Het onderwerp OER staat bij velen simpelweg niet of laag op de agenda door hetontbreken van een evidente urgentie.Bij de voorstanders maakt OER (of OCW) onderdeel uit van de instellingsstrategie of -filosofie. Zijhebben intern een discussie gevoerd over de voordelen, nadelen, doelstellingen en de aanpak, enhun eigen afweging gemaakt. Bij de meerderheid van de overige instellingen staat de discussie nogniet of sinds kort op de agenda. In dit advies draagt de WTR argumenten aan om, onder regie vanSURF, die discussie te entameren opdat draagvlak wordt gecreëerd voor eventuele verdereplannen.OCW en OERIn dit advies hanteren we de volgende omschrijvingen voor OER en OCW:OCW is een aanduiding voor vrij toegankelijk digitaal onderwijsmateriaal (zoals presentaties, video-opnames van colleges, etc.) dat is georganiseerd in de vorm van cursussen. Al het materiaal vanhet OCW Consortium valt onder de Creative Commons Attribution 3.0 License en is daarmee ookgratis toegankelijk en herbruikbaar, al dan niet in onderdelen.[19]In het jaar 2000 startte de Universiteit van Tübingen als eerste met het beschikbaar stellen vancursusmateriaal via haar Tübinger Internet Multimedia Server. Het materiaal daarin is explicietbedoeld voor de studenten van de Universiteit van Tübingen ter voorbereiding, herhaling,opvolging en aanvulling op de studie.[18] In 2002 startte MIT met een vergelijkbaar initiatief onderde naam MIT OpenCourseWare. De term OER kwam in dat zelfde jaar naar voren tijdens eenUNESCO-forum over OCW voor ontwikkelingslanden.[27] Enige jaren na de aandachttrekkende startvan MIT kreeg OCW serieuze navolging door een groeiend aantal andere instellingen, waaronder inNederland de Open Universiteit, de TU Delft en de Universiteit Leiden. OER heeft een langere geschiedenis. Het is de voortzetting van het idee om gestandaardiseerde leerobjecten te creëren voor Computer Assisted Learning uit het oogpunt van kosten en kwaliteit.[1,2] Leerobjecten zijn overigens niet zonder kritiek door de onduidelijke definitie van het begrip en de zogenaamde reusability paradox: ―If a learning object is useful in a particular context, by definition it is not reusable in a different context. If a learning object is reusable in many contexts, it isn‘t particularly useful in any.‖a De meningen over wat OER nu precies is, of waar het uit bestaat, verschillen. Globaal beschreven is OER vrij toegankelijk (open) digitaal materiaal dat bruikbaar is voor onderwijsdoeleinden. OER bestrijkt daarmee eenFiguur 1 Onderlinge samenhang tussen Opencontent, OER, OCW, de traditionele interne breder terrein dan OCW. Volgens Downs is OER: ―anyCourseware (CW) en – overlappend – Open resource that supports education‖[6,p.31] OCW is eenAccess Science Publishing. subset van OER, terwijl OER op haar beurt een subset is van Open Content. Downs en anderen gaan vrij verin wat OER kan zijn.[6,7,8] Naast materiaal kan het volgens hen ook gaan om gastdocenten, expertsen programma‘s voor studentenuitwisseling. Hun opvatting over OER legt daarmee een nauwerverband met het onderwijs zelf. OER is niet noodzakelijk geordend in de vorm van cursussen enniet noodzakelijk bedoeld voor onderwijsdoeleinden.Het begrip ‗open‘ in OER betekent ‗vrij toegankelijk‘ en is niet per definitie gratis. Er kunnendiverse beperkingen van toepassing zijn op vrij toegankelijk onderwijsmateriaal. Het streven vana Dit probleem is al langer bekend in de wereld van object-georiënteerd programmeren.[39] 1
  • Status: Final, Versie: 1.0 Wetenschappelijk Technische Raadde OER-beweging is wel om materiaal zo veel mogelijk volgens de Creative Commons Attribution3.0 License beschikbaar te stellen.[19] Zo valt bijvoorbeeld al het materiaal in Wikiwijs in principeonder de Creative Commons Attribution 3.0 License, tenzij anders vermeld. Dit betekent dat degebruiker het werk mag kopiëren, verspreiden en doorgeven, en afgeleide werken mag makenonder de voorwaarde van naamsvermelding van de auteur.aIn het vervolg van dit advies wordt gesproken over OER, inclusief OCW, tenzij anders vermeld.Openheid als strategisch instrumentOpenheid is onderdeel van het vigerende meerjarenplan ‗Samen excelleren‘ van SURF.[40] OER enOCW maken daarmee deel uit van de plannen om openheid op diverse Open Content-terreinen tebevorderen. De vraag is vooral of en zo ja welke van de vele mogelijke strategische doelstellingende instellingen met OER en OCW willen bereiken. Daarna kan bekeken worden of en hoe SURF ditzou kunnen ondersteunen.Zowel nationaal als internationaal is er veel gepubliceerd over OER en OCW. Het beeld dat uit dediverse publicaties spreekt, is vrijwel uitsluitend positief. Er worden diverse optimistische redenenaangedragen waarom het principe van OER (waaronder OCW) potentie heeft en nastrevenswaardigis. Het aantal serieuze kritische geluiden is uiterst klein.[15, 17] Hoewel het aantal institutionele deelnemers toeneemt, lijkt de meerderheid van de instellingen - zowel wereldwijd als in Nederland - vooral de kat uit de boom te kijken. Op dit moment telt het OpenCourseWare Consortium circa 255 leden waaronder 200 instellingen. Een klein aantal deelnemers daarvan draagt extra bij als sponsor (sustaining member). Het aantal open beschikbare cursussen stijgt krachtig sinds medio 2006. (Zie Figuur 2) Uit een evaluatie in 2009 van MIT OCW blijkt dat 17% bestaat opleiders.[36] Van die opleiders zegt 47% (delen van) content teFiguur 2 Aantal beschikbare open cursussen[33] hebben gebruik. [36] Van de nieuwe studenten zegt 35% dat MIT OCW van invloed was ophun beslissing om zich bij MIT in te schrijven, het zelfde aantal als in 2005. [36, 35, p.3] Uit recenteSite Statistics van MIT OCW blijkt dat de bezoekers zichzelf classificeren als 43% autodidacten,42% studenten, 9% opleiders, en 6% overigen.[37]Naast het OCW Consortium zijn er honderden instellingen die materiaal bijdragen aan repositories(opslagplaatsen) zoals Wikiwijs, LOREnet, Merlot en Ariadne. Zij werken samen binnen het GlobalLearning Objects Brokered Exchange (GLOBE). [16] Voor Wikiwijs is er een nulmeting uit 2009. [34]Nieuwe gegevens over 2010 worden eind maart 2011 verwacht.In Nederland zijn de Technische Universiteit Delft, de Open Universiteit en de Universiteit Leidenaanwezig op internet met Open Courseware. De Rijksuniversiteit Groningen heeft concrete plannenom voor 2015 het onderwijsmateriaal van vierhonderd colleges op internet te zetten.[20]Ondanks alle argumenten vóór OER is er nog veel onduidelijkheid over de effecten daarvan,waardoor veel instellingen onvoldoende urgentie voelen om in te stappen, zeker gezien deinvesteringen die daarmee gemoeid kunnen zijn.b Ook de Hewlett Foundation wijst op een gebrekaan gegevens over de effecten van OER.[38]Ira Fuchs, voormalig vicevoorzitter van de Andrew W. Mellon Foundationc, zegt over het effect vanOpen Courseware (OCW): ―If you take away OCW completely, I‘m not sure that higher educationwould be noticeably different.‖ [3]Daar staat tegenover de visie van Prof.dr. F. Zwarts, Rijksuniversiteit Groningen, die in zijn redevoor de opening van het academische jaar -―Een ongemakkelijke waarheid‖- de verwachtinguitsprak dat Open Courseware in de toekomst zeer waarschijnlijk als wegingsfactor zal meetellen ininternationale rankings.[21] Hij constateerde verder dat de kwaliteitscriteria waarop ranking-a Zie: http://creativecommons.nl/licenties/uitleg/ voor de diverse licentievarianten en hun restricties.b MIT is daarvan een extreem voorbeeld. In juli 2009 had MIT $33,7 miljoen geïnvesteerd in haar OCW. Ruim$27 miljoen daarvan was afkomstig van donaties. De jaarlijkse kosten na 2009 worden geschat op $4 [3, p.84]miljoen.c De Andrew W. Mellon Foundation is één van de financiers van het MIT OpenCourseWare initiatief. 2
  • Status: Final, Versie: 1.0 Wetenschappelijk Technische Raadinstrumenten zich baseren niet alleen de werkelijkheid tonen, maar haar ook transformeren.Zwarts sprak als zijn overtuiging uit dat instellingen die het niet aandurven om hun cursussen opdeze wijze aan te bieden, op het World Wide Web als tweede- of derderangs organisaties zullenoverkomen. Het is echter de vraag of deze beweegreden leidt tot het uitwisselen en delen vancursussen. Zo bevinden zich in de repository van het OCW Consortium negen verschillendeintroductiecursussen over Artificiële Intelligentie, van vijf verschillende instellingen. Ieder met eencompleet eigen invulling.Hiermee komen we op de kern van de vraag waar de instellingen voor staan om (individueel engemeenschappelijk) te kunnen beslissen of zij willen en kunnen investeren in OER of OCW: welkebeweegredenen vinden zij doorslaggevend om bij te dragen aan OER en om het zelf ook in tezetten?Walsh schrijft daarover: ―Universities that take on on­line courseware projects do so for their ownreasons, often with institution-specific goals in mind or particular desired impacts.‖ [3, p.6-7]Een binnen de OER-beweging vaak terugkerende combinatie van beweegredenen is:  OER en OCW zijn effectieve marketing instrumenten. Zij vergroten de zichtbaarheid van de instelling op de nationale en internationale markt;  met OER levert de instelling een extra dienst aan de studenten. Het verhoogt hun kans op studiesucces;  het openbare karakter en de beoogde onderlinge deling/uitwisseling van OER verhoogt de kwaliteit van het onderwijsmateriaal en van het onderwijs;  OER draagt bij aan het verspreiden en delen van kennis.Er worden daarnaast nog andere redenen genoemd, zoals de efficiencywinst die behaald kanworden door OER-materiaal gemeenschappelijk te ontwikkelen en onderling te delen voor gebruikin het eigen cursusmateriaal. Verwacht wordt dat bij voldoende schaalgrootte instellingen, i.c. dedocenten, de dan bespaarde tijd kunnen besteden aan andere aspecten van profilering, zoalsintensivering van de begeleiding, verbetering van de toetsing, etc.[29]Een ander belangrijk maar minder vaak expliciet genoemd argument om over te gaan op OER ligtbesloten in de hiervoor genoemde overtuiging van Zwarts: het niet willen achterblijven bij anderevooraanstaande instellingen.Het voert echter te ver om hier alle mogelijke argumenten te bespreken, aangezien die zeer diverszijn, zoals ook Walsh constateerde.[3]De gebruikersDe hiervoor beschreven argumenten nemen als uitgangspunt de instellingen. Toch nemen ookgroepen gebruikers – docenten en onderzoekers die zowel leverancier als afnemer zijn - initiatievenvoor OER. Een vroeg voorbeeld daarvan is het SURF onderwijsinnovatieproject LandelijkOnderwijsweb Kennistechnologie (LOK) dat startte in het jaar 2000.a LOK had als doelstelling hetcreëren van een landelijk onderwijsweb voor materiaal op het gebied van kennistechnologie.[25]Ook LOK was een strategische samenwerking tussen opleidingen van vijf instellingen. In dit gevalom de krachten te bundelen van kleine opleidingen en zo de kwaliteit van het onderwijs en hetonderwijsmateriaal te verbeteren. Kenmerkend voor succesvolle initiatieven van gebruikers is desamenwerking langs bestaande lijnen, veelal communities, zoals Liebrand benadrukt.[24, p.16] Vooreen succesvolle implementatie van OER is betrokkenheid van de gebruikers (docenten,onderzoekers, studenten en anderen) als leveranciers en afnemers een conditio sine qua non.AdviesDe beslissing om te investeren in OER raakt aan de kern van de strategie en/of filosofie van deindividuele hoger onderwijsinstellingen die zich geconfronteerd zien met een toenemendeinternationale concurrentie.De keuze vóór een strategie met OER zal vooral gebaseerd worden op verwachtingen over de nogonzekere positieve effecten en de kosten voor de instelling, het onderwijs en de maatschappij.[24]Verschillen in die verwachtingen worden in hoge mate bepaald door de verschillende inschattingenover de snelheid en de omvang waarmee de OER-gedachte wordt geadopteerd. De keuze voor OERis daardoor op dit moment meer een politieke dan een wetenschappelijk onderbouwde keuze.Daarin past het beeld van OER als een beweging.Vanwege de strategische relevantie vindt de WTR het belangrijk dat de instellingen, insamenspraak met de andere deelnemers in SURF, zelf de diverse argumenten afwegen om tekomen tot een keuze.a LOK was overigens alleen open voor deelnemers. 3
  • Status: Final, Versie: 1.0 Wetenschappelijk Technische RaadDe WTR adviseert SURF om te trachten samen met de instellingen te komen tot een gemeenschap-pelijke strategie, waarbij niet zozeer de instellingen voorop staan, maar de kwaliteit van hetonderwijs in de diverse kennisdomeinen in het Nederlandse hoger onderwijs. Het onderwijs-materiaal is slechts één aspect van het onderwijs.[30] Betrokkenheid vanuit de overheid ligt daarbijvoor de hand, gezien het advies van de Onderwijsraad en het belang van open toegankelijkonderwijsmateriaal voor (bijvoorbeeld het bedrijfsleven in) de negen aangewezeninnovatiesectoren. [13, 26]Gezien de ICT-component en de ervaring van SURF met communities en onderwijsinnovatieadviseert de WTR om onder de regie van SURF de discussie te entameren over OER en eengemeenschappelijke strategie daarin. De uitkomst van die discussie zal tevens meer duidelijkheidverschaffen over de rol van SURF naast of binnen de bestaande nationale en internationaleinitiatieven, zoals Wikiwijs.De WTR acht het van belang om in die discussie een aantal fundamentele vragen aan de orde testellen waarvan de antwoorden nog onvoldoende zijn uitgekristalliseerd.Enkele van die fundamentele vragen zijn (ceteris paribus):  Welke doelstelling(en) hebben de instellingen voor ogen? Welke effecten worden beoogd en welke prioriteit willen de instellingen stellen aan de doelstellingen? Is het de instellingen vooral te doen om (inter)nationale profilering, het aantrekken van toptalent, ondersteuning van studenten, verbetering van de efficiency voor het personeel, verbetering van de kwaliteit van het materiaal, verbetering van het onderwijs, etc. Een duidelijke focus verhoogt de kans dat doelstellingen daadwerkelijk worden gehaald.  Het besluiten om bij te dragen aan OER vergt tevens een doordacht beleid hoe je zelf OER gaat toepassen in het onderwijs. Hoe zou dat beleid er uit zien? OER is een crowdsourcing-strategiea die fundamenteel afwijkt van de huidige werkwijze. OCW sluit beter aan bij de gebruikelijke productiemethoden. Hoe wordt daarvoor draagvlak gecreëerd onder de primaire leveranciers en (her)gebruikers in het hoger onderwijs, i.c. de docenten – de conditio sine qua non? Welke gevolgen heeft dit voor de organisatie?  Welke vorm van OER heeft de voorkeur? Heeft de meer generieke OER de voorkeur of de meer instellingsgebonden OCW? Waar ligt de voorkeur van de gebruikers, i.c. afnemers en leveranciers? Welke consequenties heeft deze keuze voor bijvoorbeeld het verkrijgen van draagvlak?  Welke methode(n) wil men hanteren om de kwaliteit en de duurzaamheid van het materiaal te garanderen?  Gegeven de doelen die men stelt, hoe kan vraag en aanbod van OER dan het beste worden georganiseerd? Op welke wijze kunnen leveranciers worden ondersteund en eventueel beloond?  Op welke niveaus en in welke gremia willen de instellingen samenwerken, gegeven de grote diversiteit aan organisaties op nationaal, Europees en internationaal niveau? Zou er in navolging van HEFCEb en JISCc in de UK een nationaal programma moeten komen om het Nederlandse hoger onderwijs op internationaal niveau voor het voetlicht te brengen? Of volgen we het pleidooi van HEFCE‘s Online Learning Taskforce om (weer) te investeren in online learning?[32] Hoe verhoudt zich dat tot eerdere initiatieven, zoals digitale of virtuele universiteiten?  Welke duurzame financieringsmodellen passen bij de gestelde doelen?  Welke infrastructurele voorzieningen acht men noodzakelijk die nog niet beschikbaar zijn, of beter georganiseerd kunnen worden? Kan de markt daarin voorzien of kunnen de instellingen daarin beter gezamenlijk optrekken binnen SURF?Veel van de antwoorden op de hiervoor gestelde vragen zijn sterk afhankelijk van de vraag of ergestuurd kan worden op wenselijk gedrag bij de actoren (docenten, studenten organisatie-onderdelen, etc.), en tot welk inspanningsniveau men bereid is te gaan. Het antwoord daarop zalverschillen per instelling en mede worden bepaald door de ervaringen die al zijn opgedaan.De opsomming van vragen beoogt niet volledig te zijn. Ze is vooral bedoeld als start voor eeninterne strategische positiebepaling in de instellingen en een gemeenschappelijk discussie overmogelijkheden voor samenwerking. De WTR is graag bereid om een bijdrage te leveren aan diediscussie.a Crowdsourcing is een samentrekking van crowd en outsourcing. Hiermee wordt bedoeld dat een taak wordtuitbesteed aan een ongedefinieerde (meestal grote) groep mensen of een communitiy. Twee voorbeelden bijuitstek van crowdsourcing voor OER zijn Wikiversity (wikiversity.org) en Connexion (cnx.org).[31]b HEFCE – Higher Education Funding Council for England.c JISC – dit acroniem stond voor Joint Information Systems Committee. 4
  • Status: Final, Versie: 1.0 Wetenschappelijk Technische RaadDie discussie alleen is niet voldoende. De WTR adviseert SURF om de uitkomst van die discussie tegebruiken om het concept plan van aanpak voor OER aan te scherpen en om draagvlak te creërenop bestuurlijk niveau. Dat draagvlak zal significant groter zijn als iedere deelnemer het OER-planeen stevige plaats kan geven in zijn/haar instellingsstrategie.Wetenchappelijk Technische Raad,25 maart 2011. 5
  • Status: Final, Versie: 1.0 Wetenschappelijk Technische RaadGeraadpleegde documentatie1. Skinner, B.F. Teaching Machines, Science, October 24, 1958, 128; 3330: 969-9772. Gerard, R.W. Shaping the mind: Computers in education, In: Applied Science and Technological Progress, National Academy of Sciences, 1967, p. 207-228.3. Walsh, T. Unlocking the gates - How and Why Leading Universities Are Opening Up Access to Their Courses, Princeton University Press, 2011.4. EDUCAUSE Learning Initiative, 7 things you should know about… Open Educational Resources, Educause, 2010. http://www.educause.edu/ELI/Resources.5. Atkins, D.E., Brown, J.S., Hammond, A.L. Review of the Open Educational Resources Movement, February 2007, p.67.6. Downes, S. Models for Sustainable Open Educational Resources, In: Interdisciplinary Journal of Knowledge and Learning Objects, Volume 3, 2007, p.34.7. UNESCO, Free access to 2,000 MIT courses online: A huge opportunity for universities in poor countries, Paris, 2002.8. Johnstone, S. M. Open educational resources serve the world. In: Educause Review, 2005.9. OC&W, kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs en open leermiddelen", brief aan de Tweede Kamer, 3 december 2008. http://www.rijksoverheid.nl/ .10. OC&W, Stimulering open leermiddelen: Wikiwijs in het onderwijs, brief aan de Tweede Kamer, 7 april 2009. http://www.rijksoverheid.nl/11. Schuwer, R. Ultiem open?, OpenER, 08 Feb 2011, http://blog.opener.ou.nl/?p=337, Bezocht: maart 201112. Hendriks, A. (Red.) Beter (be)sturen met businesscases, Verdock, Klooster & Associates, januari 2009, p.9.13. Onderwijsraad, Onderwijs en open leermiddelen, advies aan de Tweede Kamer, nr. 20080212/912, september 2008.14. Stuurgroep Wikiwijs, Programmaplan Wikiwijs 2009-2011-..., Open Universiteit Nederland, Kennisnet, juli 2009.15. Mulder, J. Knowledge Dissemination in Sub-Saharan Africa: What Role for Open Educational Resources (OER)?, University of Amsterdam, Amsterdam, 2008.16. Wetenschappelijke Technische Raad, De toekomst van LOREnet, WTR 11.0085, 28 januari 2011.17. Wiley, D. Learning Objects: Difficulties and Opportunities, 2003. http://www.opencontent.org/docs/, Bezocht: maart 201118. Tübinger Internet Multimedia Server (TIMMS): http://timms.uni-tuebingen.de/, Bezocht: maart 201119. Creative Commons, Share, Remix, Reuse — Legally, http://creativecommons.org/, Bezocht: maart 2011.20. Heselmans, M. Meer universiteiten zetten gratis lesmateriaal online, NRC Handelsblad, 16 september 2010.21. Zwarts, F. Een ongemakkelijke waarheid, rede uitgesproken ter gelegenheid van de opening van het Academisch Jaar 2010-2011, Groningen, 6 september 2010.22. Hodgkinson-Williams, C. Benefits and Challenges of OER for Higher Education Institutions, Paper commissioned by the Commonwealth of Learning, Cape Town, 2010.23. Hylén, J. Open Educational Resources: Opportunities and Challenges, OECD‘s Centre for Educational Research and Innovation, Paris, September 2006.24. De Kort, M. (Red) Open Boek, over open educational resources in Nederland, Open Universiteit, Heerlen, december 2010.25. Westera, W., Van de Vrie, E.M., Van den Herik, H.J. Strategische samenwerking in het hoger onderwijs: de LOK-casus, In: Tijdschrift voor hoger onderwijs en management, 2003, 10, 5, p. 7-12.26. Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Naar de top: de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid, brief aan de Tweede kamer, 4 februari 2011.27. Johnstone, S.M. Open Educational Resources Serve the World, In: Educause Quarterly, 2005, 28; 3: 15-18.28. Kral, M., Wijnen, W., Zuylen, J. De prijs van digital leermateriaal, Kennisnet, november 2010. 6
  • Status: Final, Versie: 1.0 Wetenschappelijk Technische Raad29. Gurell, S., OER Handbook for Educators 1.0, onder redactie van D. Wiley, August 2008, http://wikieducator.org/OER_Handbook/educator_version_one, Bezocht: 21 maart 2011.30. Bonk, C.J. The World Is Open: How Web Technology Is Revolutionizing Education, Jossey-Bass, San Francisco, 2009.31. Latimer, D., Rose, K., Sipher, J., Woo, M. Crowdsourcing the IT Help Desk, ECAR Research Bulletin, Educause, 2009, 8: p. 5.32. Online Learning Task Force, Collaborate to compete - Seizing the opportunity of online learning for UK higher education, Report to HEFCE, January 2011.33. Friesen, N. Open Source Resources in Education: Opportunities and Challenges, Open Source Business Resource, July 2009: Collaboration. http://www.osbr.ca/ojs/index.php/osbr/ article/view/911/880 Bezocht: 23 maart 2011.34. Van Buuren, H., Van Acker, F., Kreijns, K., Verboon, P. Rapport Nulmeting 2009, Wikiwijs, mei 2010.35. MIT OpenCourseWare, 2005 Program Evaluation Findings Report, MIT, 2005.36. MIT OpenCourseWare, 2009 Program Evaluation Findings Summary, MIT, 2009.37. MIT OpenCourseWare, Site Statistics: http://ocw.mit.edu/about/site-statistics/ Bezocht: 25 maart 201138. Hafner, K. Open Mind, New York Times, April 8, 2010.39. Taenzer, D., Ganti, M., Podar, S. Problems in Object Oriented Software Reuse, In: Cook, S. (Red.) Proceedings of the 1989 European Conference on Object-Oriented Programming – ECOOP 89, British Computer Society Workshop Series, 1989: p. 25-38.40. Stichting SURF, Samen Excelleren – SURF meerjarenplan 2010-2014, juni 2010. 7