Your SlideShare is downloading. ×
VERZORGING-VOEDING      TWEEDE GRAAD BSOLEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS    VVKSO – BRUSSEL D/2010/7841/006                   ...
Inhoud1 Studierichtingsprofiel: 2de graad Verzorging-voeding bso................................................71.1 Situe...
3.4 Op een vlotte wijze communiceren en hierbij gebruik maken van communicatiemiddelen ......................233.5 Afstemm...
6.3 Met ondersteuning van een voedingsvoorlichtingsmodel, een maaltijd samenstellen en deze keuze     toelichten.............
8.2 De relatie tussen maatschappelijke tendensen en linnenzorg verduidelijken en toelichten......................478.3 De ...
Algemeen en inleidend deel1          Studierichtingsprofiel: 2de graad Verzorging-voeding bso1.1        SitueringIn de twe...
Om de algemene doelstellingen te bereiken voeren leerlingen opdrachten uit:•     met een lage moeilijkheidsvraag (toepasse...
9     Oriënteren op beroepen binnen de directe en indirecte zorg en studiekeuze4   Binnen    een     5    Binnen   een    ...
3        Opbouw leerplan (leeswijzer)Algemene doelstellingLeerplandoelstellingToepassingsgebied                           ...
4          Leerplandoelstellingen1          Binnen een welomschreven opdracht kwaliteitsbewust handelenContextDoelgroep•  ...
•   toelichten vanuit welke visie men werkt                                                       •   verwoorden volgens w...
MILIEUBEWUST HANDELEN1.4       Bij de uitvoering van een opdracht milieubewust handelen•     afval                        ...
HYGIËNISCH HANDELEN1.7        Bij de uitvoering van een opdracht hygiënisch handelen volgens de           geldende richtli...
•   op een rustige manier duidelijk maken wanneer                                                          hij/zij het nie...
•   zin voor orde en nauwkeurigheid hebben                 Mogelijke onderliggende doelen                                 ...
1.12     Met ondersteuning van een werkmodel het menselijk gedrag observeren en         registreren•   de 5 zintuigen     ...
2          Binnen een welomschreven opdracht communiceren in een 1-1 relatieContextDoelgroep•   medeleerlingen•   gezonde ...
2.2        De relatie tussen maatschappelijke tendensen en communicatie           verduidelijken en toelichten•     digita...
vragen stellen                                                        •   een vraag ter verduidelijking stellen           ...
REFLECTEREN2.7        Reflecteren op de eigen communicatie binnen een kader om gedrag en           sociale interacties te ...
3          Binnen een welomschreven opdracht, binnen een klasgroep, in           groep werkenContextDoelgroep•   medeleerl...
•     vragen stellenSamenhang met andere leerplandoelstellingen•     verschillende begrippen m.b.t. het communiceren in ee...
3.7        Samenwerken bij het realiseren van een gedelegeerde en zelfgekozen           groepsopdracht                    ...
4     Binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor de gezondheid en het      welzijnContextDoelgroep•     medeleerli...
4.3       Exploreren en toelichten, aan de hand van de regionale sociale kaart, waar          jongeren met hulpvragen in v...
GEZONDHEIDSBELEVING EN INSTANDHOUDING4.8        Elementen m.b.t. gezondheidsbeleving en instandhouding verduidelijken en  ...
•   binnen een welomschreven opdracht communiceren in een 1-1 relatie (2)•   binnen een welomschreven opdracht een maaltij...
Samenhang met andere leerplandoelstellingen•   de delen van het spijsverteringsstelsel benoemen en aanduiden op een schets...
Samenhang met andere leerplandoelstellingen•   bij de uitvoering van een opdracht methodisch handelen (1.3)•   bij de uitv...
4.18       Zorg dragen voor hulpmiddelen (onderhouden) bij waarnemen•   bril                                             M...
5     Binnen een welomschreven opdracht ondersteunen bij (ped)agogische      activiteitenContextDoelgroep•     medeleerlin...
•   zich bewust worden van het ‘evenwichtig’ in                                                         relatie staan     ...
Samenhang met andere leerplandoelstellingen•     holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1...
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Verzorging voeding-2010-006 (1)
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Verzorging voeding-2010-006 (1)

777

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
777
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Verzorging voeding-2010-006 (1)"

  1. 1. VERZORGING-VOEDING TWEEDE GRAAD BSOLEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO – BRUSSEL D/2010/7841/006 September 2010 Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel
  2. 2. Inhoud1 Studierichtingsprofiel: 2de graad Verzorging-voeding bso................................................71.1 Situering......................................................................................................................................................71.2 Beginsituatie...............................................................................................................................................71.3 Vorming vertrekkend vanuit een christelijk mensbeeld...............................................................................71.4 Algemene doelstellingen.............................................................................................................................71.5 Wat na de tweede graad?...........................................................................................................................82 Visie 82.1 Visie op leren..............................................................................................................................................82.2 Samenhang algemene doelstellingen 2de graad........................................................................................82.3 Relatie 2de – 3de graad..............................................................................................................................93 Opbouw leerplan (leeswijzer)............................................................................................104 Leerplandoelstellingen......................................................................................................111 Binnen een welomschreven opdracht kwaliteitsbewust handelen..................................111.1 Een holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten............................................111.2 De kernelementen van het opvoedingsproject van de school verduidelijken en toelichten in het dagelijkse schoolleven............................................................................................................................................111.3 Bij de uitvoering van een opdracht methodisch handelen.........................................................................111.4 Bij de uitvoering van een opdracht milieubewust handelen......................................................................131.5 Bij de uitvoering van een opdracht veilig handelen volgens de geldende richtlijnen.................................131.6 Bij de uitvoering van een opdracht ergonomisch handelen.......................................................................131.7 Bij de uitvoering van een opdracht hygiënisch handelen volgens de geldende richtlijnen........................141.8 Bij de uitvoering van een opdracht economisch handelen........................................................................141.9 Bij de uitvoering van een opdracht, vanuit een holistische mensvisie, respectvol handelen.....................141.10 Waarnemen, observeren en registreren verduidelijken en het verschil toelichten..................................161.11 Het belang van het observeren toelichten...............................................................................................161.12 Met ondersteuning van een werkmodel het menselijk gedrag observeren en registreren......................171.13 Reflecteren over het eigen kwaliteitsbewust handelen...........................................................................172 Binnen een welomschreven opdracht communiceren in een 1-1 relatie.........................182.1 Verschillende begrippen m.b.t. het communiceren in een 1-1 relatie verduidelijken, toelichten en exploreren..............................................................................................................................................182.2 De relatie tussen maatschappelijke tendensen en communicatie verduidelijken en toelichten.................192.3 Verschillende elementen van het communiceren en de eigen communicatie situeren binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden............................................................................................192.4 Vanuit een holistische mensvisie respectvol communiceren in een 1-1 relatie.........................................192.5 Op een vlotte wijze communiceren en hierbij gebruik maken van communicatiemiddelen.......................202.6 Afstemmen van de eigen communicatie...................................................................................................202.7 Reflecteren op de eigen communicatie binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden....213 Binnen een welomschreven opdracht, binnen een klasgroep, in groep werken..............223.1 Verschillende begrippen m.b.t. het werken in groep verduidelijken, toelichten en exploreren..................223.2 De verschillende sociale interacties tijdens het samenwerken situeren binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden...................................................................................................................223.3 Vanuit een holistische mensvisie respectvol communiceren in groep.......................................................222de graad bso 3Verzorging -voeding D/2010/7841/006
  3. 3. 3.4 Op een vlotte wijze communiceren en hierbij gebruik maken van communicatiemiddelen ......................233.5 Afstemmen van de eigen communicatie...................................................................................................233.6 Methodisch handelen bij een gedelegeerde en zelfgekozen groepsopdracht...........................................233.7 Samenwerken bij het realiseren van een gedelegeerde en zelfgekozen groepsopdracht........................243.8 Reflecteren over het samenwerken in groep............................................................................................244 Binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor de gezondheid en het welzijn. .254.1 De begrippen gezondheid en welzijn verduidelijken en toelichten............................................................254.2 De kernelementen en de uitbouw van het gezondheids- en welzijnsbeleid op school verduidelijken en toelichten...............................................................................................................................................254.3 Exploreren en toelichten, aan de hand van de regionale sociale kaart, waar jongeren met hulpvragen in verband met gezondheid en welzijn in de eigen regio terecht kunnen...................................................264.4 De werking van een instantie/organisatie voor jongeren met hulpvragen toelichten en deze organisatie bezoeken...............................................................................................................................................264.5 In de context van de school noodsituaties herkennen en gepast reageren als burger..............................264.6 Hulpinstanties op een correcte wijze verwittigen......................................................................................264.7 In de context van de school kleine zorgen toedienen...............................................................................264.8 Elementen m.b.t. gezondheidsbeleving en instandhouding verduidelijken en toelichten..........................274.9 Het belang en het doel van concrete projecten en acties m.b.t. gezondheidsbevordering toelichten.......274.10 Participeren aan een project/actie m.b.t. gezondheidsbevordering, de doelgroep ondersteunen en kennismaken met de wijze waarop deze wordt begeleid.......................................................................274.11 Kenmerken van de normale voeding en stofwisseling verduidelijken.....................................................284.12 Kenmerken van de normale uitscheiding verduidelijken.........................................................................284.13 Kinderen ondersteunen bij uitscheiding..................................................................................................294.14 Kenmerken m.b.t. normale activiteiten verduidelijken.............................................................................294.15 Kinderen en volwassenen ondersteunen bij activiteiten..........................................................................294.16 Kenmerken van normale slaap en rust verduidelijken.............................................................................304.17 Kenmerken van de normale waarneming verduidelijken.........................................................................304.18 Zorg dragen voor hulpmiddelen (onderhouden) bij waarnemen.............................................................314.19 Kenmerken m.b.t. hormonale invloeden, de seksualiteit en voorplanting verduidelijken.........................314.20 Reflecteren over het eigen handelen (leefstijl) ten aanzien van gezondheid en welzijn..........................315 Binnen een welomschreven opdracht ondersteunen bij (ped)agogische activiteiten......325.1 Vanuit een holistische mensvisie een kader om gedrag en sociale interacties te duiden verduidelijken en toelichten...............................................................................................................................................325.2 Gedrag bij de uitvoering van een opdracht situeren binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden....................................................................................................................................................325.3 Het eigen gedrag situeren binnen een welbepaalde context en binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden...............................................................................................................................325.4 Verschillende levensfasen binnen de levensloop van de mens exploreren..............................................335.5 Het bij zichzelf verduidelijken van een basisemotie, een gedachte, een intentie, een gedrag/handeling..335.6 Het expressief uitdrukken van een basisemotie, een gedachte, een intentie, een gedrag/handeling.......335.7 Kenmerken m.b.t. het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden verduidelijken en toelichten.........335.8 Beïnvloedende factoren (intern en extern) voor het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden verduidelijken en toelichten....................................................................................................................345.9 Verduidelijken hoe men het eigen welbevinden en dat van anderen kan verhogen.................................345.10 Participeren aan een gepaste (vrije)tijdsactiviteit, de doelgroep ondersteunen en kennismaken met de wijze waarop deze wordt begeleid.........................................................................................................345.11 Reflecteren over het eigen (ped)agogisch handelen...............................................................................356 Binnen een welomschreven opdracht een maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden.366.1 Het begrip voedingsvoorlichting in zijn verschillende betekenissen verduidelijken en toelichten..............366.2 De relatie tussen maatschappelijke tendensen en maaltijdzorg verduidelijken en toelichten...................364 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  4. 4. 6.3 Met ondersteuning van een voedingsvoorlichtingsmodel, een maaltijd samenstellen en deze keuze toelichten...............................................................................................................................................376.4 Met ondersteuning van een werkmodel een passende bereidingswijze, materialen en benodigdheden kiezen en deze keuze toelichten............................................................................................................376.5 Boodschappen/aankopen doen voor een persoon op basis van een met hem of haar besproken lijstje. .386.6 De betekenis van de ingrediëntenlijst, de bereidingswijze, de houdbaarheidsdatum en de bewaarvoorschriften op een verpakking verduidelijken en toelichten....................................................386.7 De aangekochte goederen opbergen en bewaren....................................................................................396.8 Met ondersteuning van een werkmodel de benodigde hoeveelheden van een product afwegen, meten en schatten.................................................................................................................................................396.9 Met ondersteuning van een werkmodel gerechten voor medeleerlingen bereiden en toepassen van bereidingswijzen en technieken.............................................................................................................396.10 Met ondersteuning van een werkmodel een eenvoudig gerecht voor een doelgroep buiten de klasgroep bereiden en toepassen van bereidingswijzen en technieken.................................................................406.11 Met ondersteuning van een werkmodel werken met kleinhuishoudelijke toestellen...............................406.12 In het werkveld kennismaken met toestellen uit de groothuishouding en met de context waarin ze worden gebruikt.....................................................................................................................................406.13 Gerechten en dranken presenteren, inschenken en aanbieden.............................................................406.14 Samen maaltijd nemen met de klas........................................................................................................406.15 Samen maaltijd nemen met een doelgroep............................................................................................416.16 Een bereiding bewaren...........................................................................................................................416.17 De vaat wassen (machinaal en met de hand) en opruimen....................................................................416.18 Reflecteren over het eigen handelen m.b.t. voedingsgewoonten en maaltijdzorg..................................425 Binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor lokalen, keuken en leefruimten437.1 Begrippen m.b.t. reinigen en onderhoud verduidelijken en toelichten.......................................................437.2 De relatie tussen maatschappelijke tendensen en interieurzorg verduidelijken en toelichten...................437.3 De relatie tussen een gezonde leefstijl en reinigen en onderhouden verduidelijken en toelichten............437.4 Het belang van de voorbereiding van reinigen en onderhoud vanuit de oriëntatie op materiaal/grondstof, toepassing, eigenschappen verduidelijken en toelichten.......................................................................447.5 De gegevens op het etiket van een verpakking verduidelijken en toelichten............................................447.6 Het belang van de factor ‘mechanische energie/actie’ van het reinigings- en onderhoudproces verduidelijken.........................................................................................................................................447.7 Met ondersteuning van een werkmodel kiezen voor een passend reinigings- en/of onderhoudsysteem (kleinhuishouding) en deze keuze toelichten.........................................................................................447.8 In het werkveld kennismaken met reinigings- en onderhoudsystemen in de groothuishouding en met de context waarin ze worden gebruikt.........................................................................................................447.9 Het belang van de factor chemie van het reinigings- en/of onderhoudproces verduidelijken..................457.10 Met ondersteuning van een werkmodel een passend reinigings- en/of onderhoudproduct kiezen en deze keuze toelichten............................................................................................................................457.11 Met ondersteuning van een werkmodel de benodigde hoeveelheden van een product meten en indien nodig oplossen in een correcte hoeveelheid water................................................................................457.12 Het belang van de factor temperatuur van het reinigings- en/of onderhoudproces verduidelijken........457.13 Het belang van de factor tijd van het reinigings- en/of onderhoudproces verduidelijken.......................457.14 Met ondersteuning van een werkmodel opruimen, verluchten, reinigen en onderhouden van lokalen, keuken en leefruimten............................................................................................................................467.15 Kennismaken met de zorg voor planten en kleine huisdieren.................................................................467.16 In leefruimten een huiselijke sfeer creëren en hiervoor gebruik maken van materialen en benodigdheden......................................................................................................................................467.17 Reflecteren over het eigen handelen m.b.t. interieurzorg.......................................................................466 Binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor linnen.......................................478.1 Begrippen m.b.t. linnenzorg verduidelijken en toelichten..........................................................................472de graad bso 5Verzorging -voeding D/2010/7841/006
  5. 5. 8.2 De relatie tussen maatschappelijke tendensen en linnenzorg verduidelijken en toelichten......................478.3 De relatie tussen een gezonde leefstijl en linnenzorg verduidelijken en toelichten...................................478.4 Het belang van de voorbereiding van het reinigingsproces vanuit de oriëntatie op de textiele grondstoffen verduidelijken en toelichten....................................................................................................................488.5 De gegevens op een etiket van verpakking/kledingstuk/linnen verduidelijken en toelichten.....................488.6 Het belang van de factoren van het reinigingsproces van linnen verduidelijken.......................................488.7 Met ondersteuning van een werkmodel kiezen voor een passend reinigings- en/of onderhoudsysteem (kleinhuishouding) en deze keuze toelichten.........................................................................................488.8 In het werkveld kennismaken met groothuishoudelijke toestellen en met de context waarin ze worden gebruikt..................................................................................................................................................498.9 Met ondersteuning van een werkmodel kiezen voor de passende nazorg en deze keuze toelichten.......498.10 Met ondersteuning van een werkmodel kiezen voor passende producten en deze keuze toelichten.....498.11 Met ondersteuning van een werkmodel kiezen voor de passende temperatuur van het reinigings- en/of onderhoudproces en deze keuze toelichten..........................................................................................508.12 Met ondersteuning van een werkmodel kiezen voor de passende tijd van het reinigings- en/of onderhoudproces en deze keuze toelichten..........................................................................................508.13 Met ondersteuning van een werkmodel bedden luchten, opmaken en verschonen................................508.14 Met ondersteuning van een werkmodel wasgoed sorteren.....................................................................508.15 Met ondersteuning van een werkmodel wasgoed wassen .....................................................................508.16 Met ondersteuning van een werkmodel wasgoed ophangen en/of drogen.............................................518.17 Met ondersteuning van een werkmodel wasgoed strijken met verschillende types van strijkijzers ........518.18 Met ondersteuning van een werkmodel wasgoed kastklaar maken........................................................518.19 Met ondersteuning van een werkmodel klein verstelwerk aan kledij uitvoeren.......................................518.20 Met ondersteuning van een werkmodel schoeisel reinigen.....................................................................518.21 Reflecteren over het eigen handelen m.b.t. linnenzorg...........................................................................527 Oriënteren op beroepen binnen directe en indirecte zorg en studiekeuze.......................539.1 Kennismaken met verschillende vormen van beroepsuitoefening in de directe- en indirecte zorg, met de vereisten om deze beroepsvorm uit te oefenen en met de context waarbinnen men dit beroep uitoefent ...............................................................................................................................................................539.2 Verduidelijken over welke competenties beroepsuitoefenaars binnen de indirecte en directe zorg moeten beschikken.............................................................................................................................................539.3 Kennismaken met doelgroepen binnen directe en indirecte zorg.............................................................539.4 De eigen studiekeuze motiveren vanuit reflectie op eigen mogelijkheden en beperkingen......................535 Verklarende woordenlijst...................................................................................................548 Minimale materiële vereisten............................................................................................559 Bronnen 589.1 Algemeen..................................................................................................................................................589.2 Sociale vaardigheden en communicatie...................................................................................................589.3 Gezondheid en welzijn..............................................................................................................................599.4 Voeding.....................................................................................................................................................596 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  6. 6. Algemeen en inleidend deel1 Studierichtingsprofiel: 2de graad Verzorging-voeding bso1.1 SitueringIn de tweede graad maken jongeren in eenvoudige leersituaties en onder directe begeleiding kennis met dewereld van de zorg en diensten. Jongeren worden competent op vlak van de indirecte (groot- enkleinhuishouding) en de directe zorg (zorg en begeleiding van kinderen en volwassenen). Jongerenontdekken binnen een aantal contexten (in een aantal settings, bij een aantal doelgroepen) hun kwaliteiten,mogelijkheden en interesses in functie van een verdere oriëntering naar de directe zorg of indirectedienstverlening.1.2 BeginsituatieJongeren dienen te voldoen aan de instapvereisten voor de tweede graad bso.Er is voor deze studierichting geen specifieke voorkennis vereist.Graag werken met en/of voor mensen is een voorwaarde.1.3 Vorming vertrekkend vanuit een christelijk mensbeeldVanuit de keuze voor een christelijke mensvisie willen we jongeren helpen uitgroeien tot mensen die – alspersoon, én als toekomstige beroepsuitoefenaar – in verbondenheid en op een verantwoordelijke wijze in hetleven staan. Zo trekken we voor elke studierichting binnen het studiegebied Personenzorg uitdrukkelijk dekaart van de totaalzorg, gebaseerd op een holistische, emancipatorische en dynamische mensvisie, zowelop het niveau van directe zorg, als op het niveau van de indirecte zorg.1.4 Algemene doelstellingen1 Binnen een welomschreven opdracht kwaliteitsbewust handelen.2 Binnen een welomschreven opdracht communiceren in een 1-1 relatie.3 Binnen een welomschreven opdracht, binnen een klasgroep, in groep werken.4 Binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor gezondheid en welzijn.5 Binnen een welomschreven opdracht ondersteunen bij (ped)agogische activiteiten.6 Binnen een welomschreven opdracht een maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden.7 Binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor lokalen, keuken en leefruimten.8 Binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor linnen.9 Oriënteren op beroepen binnen directe en indirecte zorg en studiekeuze.ContextDe leerlingen bereiken de algemene doelstellingen bij volgende doelgroepen:• medeleerlingen• gezonde kinderen van 2,5 tot 10 jaar• gezonde volwassenenIn de situatie van kind en volwassene zijn geen acute veranderingen te verwachten en geen problemen in decommunicatie.2de graad bso 7Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  7. 7. Om de algemene doelstellingen te bereiken voeren leerlingen opdrachten uit:• met een lage moeilijkheidsvraag (toepassen van routines);• aan de hand van duidelijke instructies;• onder directe begeleiding van de leraar.1.5 Wat na de tweede graad?Jongeren hebben na de tweede graad meerdere keuzes.Ze kunnen kiezen om door te groeien in de directe zorg. Hier verwerven ze de kwalificaties verzorgende,zorgkundige of begeleider in de kinderopvang.Ze kunnen ook kiezen om door te groeien in de indirecte zorg. Hier verwerven ze de kwalificatie van logistiekassistent in zorginstellingen en worden ze o.a. competent als huishoudhulp, medewerker groothuishouding,Wanneer ze voldoen aan de wettelijke voorwaarden blijven ook studierichtingen binnen anderestudiegebieden mogelijk.2 Visie2.1 Visie op lerenIn het leerplan 2de graad werken we met algemene doelstellingen en nog niet met competenties. In eenservicedocument bij het leerplan verduidelijken we welke visie op leren en welke uitgangspunten deachtergrond vormen voor dit leerplan: groei, leren in samenhang en het handelen centraal stellen, zijn hierbijbelangrijk.We kozen er voor één leerplan uit te schrijven voor het beroepsgericht gedeelte in zijn geheel. In eenservicedocument bij het leerplan suggereren we een aantal mogelijkheden om dit leerplan te implementerenbinnen de school. De school heeft de mogelijkheid om die organisatievorm te kiezen die het best aansluit bijde mogelijkheden van de eigen school.2.2 Samenhang algemene doelstellingen 2de graadWe stellen hieronder op visuele wijze de samenhang tussen de algemene doelstellingen van het leerplan 2degraad voor:8 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  8. 8. 9 Oriënteren op beroepen binnen de directe en indirecte zorg en studiekeuze4 Binnen een 5 Binnen een 6 Binnen een 7 Binnen een 8 Binnen eenwelomschreven welomschreven welomschreven welomschreven welomschrevenopdracht zorg opdracht opdracht een opdracht zorg opdracht zorgdragen voor ondersteunen bij maaltijd plannen, dragen voor dragen voorgezondheid en (ped)agogische voorbereiden en lokalen, keuken linnenwelzijn activiteiten bereiden en leefruimten3 Binnen een welomschreven opdracht, binnen een klasgroep, in groep werken2 Binnen een welomschreven opdracht communiceren in een 1-1 relatie1 Binnen een welomschreven opdracht kwaliteitsbewust handelen2.3 Relatie 2de – 3de graadLeerlingen groeien, doorheen hun leertraject naar het 3de leerjaar van de 3de graad toe, uit tot competentepersonen en beroepsbeoefenaars. We kunnen deze continue groei naar het einde van het leertraject toe, endus ook de relatie tussen het leerplan van de 2de graad en de leerplannen van 3de graad, als volgtvoorstellen: Competenties/Algemene doelstellingen Derde graad 3e lj. Competenties/Algemene doelstellingen Derde graad 1ste lj. / 2de lj. Algemene doelstellingen Tweede graad 1ste lj. / 2de lj.In een servicedocument bij het leerplan vindt u een concretisering van volgende leertrajecten:- 2de graad Verzorging – voeding Verzorging Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige- 2de graad Verzorging – voeding Verzorging Kinderzorg- 2de graad Verzorging – voeding Organisatiehulp Organisatie - assistentie2de graad bso 9Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  9. 9. 3 Opbouw leerplan (leeswijzer)Algemene doelstellingLeerplandoelstellingToepassingsgebied Mogelijke onderliggende doelenConcretisering van de doelstelling: hier worden De leerplandoelstelling wordt geconcretiseerd indie elementen/onderdelen/items vermeld die aan mogelijke concrete doelen/lesdoelen, waaruitbod moeten komen bij het bereiken van de gekozen wordt.leerplandoelstelling. Deze lijst kan verder worden aangevuld. (zie servicedocument bij het leerplan) Deze opsomming kan een hulpmiddel zijn voor het formuleren van evaluatiecriteria voor de te bereiken leerplandoelstelling.Samenhang met leerplandoelstellingen Beroepsgericht gedeelte (BG)In deze rubriek geven we aan hoe de leerplandoelstelling in relatie staat met andere leerplandoelstellingenvan het leerplan 2de graad.Deze leerplandoelstellingen moeten ofwel bereikt zijn alvorens de bovenstaande leerplandoelstelling te kun-nen bereiken ofwel in samenhang verwezenlijkt worden.Ook deze opsomming kan een hulpmiddel zijn voor het formuleren van evaluatiecriteria voor het bereikenvan de bovenstaande leerplandoelstelling.* woorden met een asterix worden verklaard in een woordenlijst achteraan in het leerplan10 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  10. 10. 4 Leerplandoelstellingen1 Binnen een welomschreven opdracht kwaliteitsbewust handelenContextDoelgroep• medeleerlingen• gezonde kinderen (van 2,5 tot 10 jaar)• gezonde volwassenenIn de situatie van kind /volwassene zijn geen acute veranderingen te verwachten en geen problemen in decommunicatie.Opdrachten• Leerlingen voeren handelingen uit met een lage moeilijkheidsgraad (toepassen van routines).• Leerlingen werken aan de hand van duidelijke instructies.• Leerlingen werken onder directe begeleiding van de leraar. VISIE1.1 Een holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten Mogelijke onderliggende doelen • het begrip ‘mensbeeld/mensvisie’* toelichten • aan de hand van voorbeelden ontdekken dat de mens een lichamelijk, psychisch, sociaal en existentieel (spiritueel) geheel vormt • vanuit de eigen leefsituatie voorbeelden verwoorden van lichamelijk, psychisch, sociaal en existentieel mens-zijn en van de samenhang daartussen1.2 De kernelementen van het opvoedingsproject van de school verduidelijken en toelichten in het dagelijkse schoolleven METHODISCH HANDELEN1.3 Bij de uitvoering van een opdracht methodisch handelenInformeren (= opdracht in kaart brengen)• opdracht (wat?) Mogelijke onderliggende doelen• doelgroep (wie?) • lezen van een opdracht• context (waar? voor wie?) • verwoorden van een opdracht• visie (van waaruit?) • lezen en interpreteren van een• methode (hoe?) werkmodel*/pictogrammen/symbolen• materialen en benodigdheden* (waarmee?) • verwoorden wat de vraag van de opdracht is• evaluatiecriteria: zoals bv. tijd, budget, …. • uitleggen wie de doelgroep van de opdracht is2de graad bso 11Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  11. 11. • toelichten vanuit welke visie men werkt • verwoorden volgens welke methode men werkt • omschrijven welke materialen en benodigdheden men nodig heeft voor de opdracht • verwoorden wat de evaluatiecriteria van de opdracht zijnPlannen (= opdracht plannen volgens een bepaalde methode/werkmodel)• methode/werkmodel Mogelijke onderliggende doelen• werkvolgorde • werken volgens een methode/werkmodel• materialen en benodigdheden • bepalen van een werkvolgorde• afspraken • opstellen van een lijst van materialen en benodigdheden • aanvragen van materialen en benodigdheden • klaarzetten van materialen en benodigdheden • taken verdelen • afspraken maken in functie van de planning en de uitvoering van taak/opdrachtUitvoeren (= opdracht uitvoeren volgens de planning)• opdracht Mogelijke onderliggende doelen• visie • werken vanuit een bepaalde visie• methode/werkmodel • werken volgens een bepaalde methode• afspraken, regels • naleven van afspraken en regels• resultaat • voorstellen van het resultaat van een opdracht volgens bepaalde evaluatiecriteriaEvalueren (= nagaan of de uitgevoerde opdracht beantwoordt aan de vooropgestelde evaluatiecriteria)• verloop Mogelijke onderliggende doelen• resultaten • controleren van het verloop van de opdracht met• tevredenheid van de doelgroep ondersteuning van een werkmodel • verwoorden wat tijdens de opdracht goed en minder goed verliep • nagaan of de resultaten voldoen aan de vooropgestelde criteria • bevragen van de tevredenheid van de doelgroep12 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  12. 12. MILIEUBEWUST HANDELEN1.4 Bij de uitvoering van een opdracht milieubewust handelen• afval Mogelijke onderliggende doelen• materialen en benodigdheden • beperken van afval• water • sorteren van afval• energie (elektriciteit, gas) • recycleren van afval • aankopen en/of kiezen van materialen en benodigdheden die zo weinig mogelijke negatieve effecten hebben voor het milieu • gebruiken van zo weinig mogelijk water in functie van het te bereiken doel • gebruiken van zo weinig mogelijk licht in functie van het te bereiken doel • gebruiken van zo weinig mogelijk elektriciteit in functie van het te bereiken doel • gebruiken van zo weinig mogelijk gas in functie van het te bereiken doel VEILIG HANDELEN1.5 Bij de uitvoering van een opdracht veilig handelen volgens de geldende richtlijnen• veiligheidsinstructies Mogelijke onderliggende doelen• wettelijke voorschriften • werken volgens veiligheidsinstructies• materialen en benodigdheden • werken volgens wettelijke voorschriften: dragen• werkplaatsreglement van handschoenen, mondmaskers, … • veilig omgaan met materialen en benodigdheden • werken volgens een werkplaatsreglement ERGONOMISCH HANDELEN1.6 Bij de uitvoering van een opdracht ergonomisch handelen• voorwerpen Mogelijke onderliggende doelen• houding • rugsparend heffen en tillen van voorwerpen• werkpost • aannemen van een ergonomische houding: staan, zitten, hanteren van voorwerpen • toepassen van werkpostschikking2de graad bso 13Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  13. 13. HYGIËNISCH HANDELEN1.7 Bij de uitvoering van een opdracht hygiënisch handelen volgens de geldende richtlijnen• voedselveiligheid Mogelijke onderliggende doelen• persoonlijke hygiëne • kruisbesmetting voorkomen• handhygiëne • verzorgen van handen, nagels, haren • wassen van handen volgens de richtlijnen • gebruiken van handschoenen ECONOMISCH HANDELEN1.8 Bij de uitvoering van een opdracht economisch handelen• materialen en benodigdheden Mogelijke onderliggende doelen• budget • prijsbewust aankopen en/of kiezen van• reclame materialen en benodigdheden • enkel noodzakelijke materialen gebruiken in functie van het te bereiken doel • werken aan de hand van een budget • aandacht hebben voor promoties • illustreren van de invloed van reclame op het eigen aankoopgedrag RESPECTVOL HANDELEN1.9 Bij de uitvoering van een opdracht, vanuit een holistische mensvisie, respectvol handelen• respectvol handelen jegens zichzelf Mogelijke onderliggende doelen • verzorgen van het eigen voorkomen • aanpassen van het eigen voorkomen aan de situatie • rustig blijven bij tegenslag, weerstand of teleurstelling (omgaan met feedback) • durven fouten maken • leren uit fouten • doorzetten wanneer iets niet lukt vanaf de eerste keer • in eerste instantie zelf naar een oplossing zoeken bij confrontatie met een probleem, alvorens eventueel hulp in te roepen • verwoorden van een eigen mening • onder woorden brengen van eigen doelen en grenzen op sociaal aanvaardbare wijze • aangeven wanneer persoonlijke grenzen worden overschreden, neen durven zeggen14 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  14. 14. • op een rustige manier duidelijk maken wanneer hij/zij het niet eens is met zijn/haar gesprekspartner • tijd nemen om na te denken • respecteren van eigen privacy• respectvol omgaan met anderen Mogelijke onderliggende doelen • gebruiken van een verzorgde taal • rekening houden met de aard van de relatie die je hebt met de andere • anderen laten uitspreken, niet onderbreken • verwoorden van een eigen mening nadat een ander is uitgesproken en zonder de ander tekort te doen • luisteren als een leerling aan het woord is • niet roddelen • zichzelf laten horen en zien op een tactvolle manier • anderen niet plagen of pesten o.w.v. verschillende ideeën, gewoonten, wensen, geloofsovertuiging, uiterlijkheden, ... • medeleerlingen de kans geven om de les te volgen • zich aan regels en afspraken houden • erkennen en rekening houden met de gevoelens, behoeften en meningen van anderen • anderen om hun mening of advies vragen • de deskundigheid van anderen waarderen • zich positief uiten over de prestaties van anderen • eenvoudige sociaal en maatschappelijk, leefregels, normen respecteren: hand geven, … • laten blijken dat je naar de ander luistert door bv. oogcontact, te knikken, … • ik-boodschappen gebruiken • feedback geven • vertrouwelijk omgaan met informatie • privacy van anderen respecteren• respectvol omgaan met materialen en Mogelijke onderliggende doelen benodigdheden • zorg dragen voor materialen en benodigdheden• behulpzaam zijn Mogelijke onderliggende doelen • spontaan hulp aanbieden waar dat wenselijk is • anderen ondersteunen• creatief zijn Mogelijke onderliggende doelen • bedenken van eigen ideeën en oplossingen voor een probleem: fantaseren, experimenteren, verbeelden, vormgeven … • expressief uitdrukken van eigen ideeën en oplossingen: verwoorden, verbeelden, vormgeven, … • uitvoeren van eigen ideeën en oplossingen • vragen stellen bij de wereld2de graad bso 15Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  15. 15. • zin voor orde en nauwkeurigheid hebben Mogelijke onderliggende doelen • rustig werken • de tijd nemen die nodig is om een taak/opdracht kwaliteitsvol uit te voeren • netjes houden van de werkplek • opruimen van de werkplek • afleveren van verzorgd werk • nauwkeurig werken • voorkomen van fouten en slordigheden • aandacht hebben voor details, afwerking en finesses bij de uitvoering van een opdracht • nauwgezet eigen werk controleren • nauwgezet andermans werk controleren• loyaal zijn aan de klas, de school, de Mogelijke onderliggende doelen medeleerlingen • respecteren van regels en procedures (binnen de school en de klas) • zich bij problemen of onduidelijkheden wenden tot een medeleerling en/of verantwoordelijke • verantwoordelijkheid nemen en de geldende regels in acht nemen bij het uitvoeren van een opdracht • communiceren en handelen volgens de gemaakte afspraken • stipt zijn wat betreft afspraken • actief bijdragen tot het functioneren van de klas, het team en bijdragen tot de verbetering ervan • beslissingen accepteren en uitvoeren die nuttig zijn voor de klas of team, ook als deze minder voordelig zijn voor zichzelf OBSERVEREN, REGISTREREN1.10 Waarnemen, observeren en registreren verduidelijken en het verschil toelichten1.11 Het belang van het observeren toelichten16 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  16. 16. 1.12 Met ondersteuning van een werkmodel het menselijk gedrag observeren en registreren• de 5 zintuigen REFLECTEREN1.13 Reflecteren over het eigen kwaliteitsbewust handelen Mogelijke onderliggende doelen • nagaan wat de gevolgen van mijn handelen zijn voor anderen • eigen werk- of aandachtspunten formulerenSamenhang met andere leerplandoelstellingen• bij de uitvoering van een opdracht methodisch handelen (1.3: evalueren)• het bij zichzelf verduidelijken van een basisemotie, gedachte, intentie, een gedrag/handeling (5.5)• het expressief uitdrukken van een basisemotie, gedachte, intentie, een gedrag/handeling (5.6)2de graad bso 17Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  17. 17. 2 Binnen een welomschreven opdracht communiceren in een 1-1 relatieContextDoelgroep• medeleerlingen• gezonde kinderen (van 2,5 tot 10 jaar)• gezonde volwassenenIn de situatie van kind /volwassene zijn geen acute veranderingen te verwachten en geen problemen in decommunicatie.Opdrachten• Leerlingen voeren handelingen uit met een lage moeilijkheidsgraad (toepassen van routines)• Leerlingen werken aan de hand van duidelijke instructies• Leerlingen werken onder directe begeleiding van de leraar• Leerlingen voeren dagdagelijkse gesprekken (gelegenheidsgesprekken) VISIE2.1 Verschillende begrippen m.b.t. het communiceren in een 1-1 relatie verduidelijken, toelichten en exploreren• fasen in de communicatie Mogelijke onderliggende doelen• verbaal en non-verbaal communiceren • verwoorden van verschillende fasen in een• communicatieschema gesprek: groeten; zich voorstellen/kennismaken;• inhouds- en betrekkingsniveau een dagdagelijks gesprek (gelegenheidsgesprek) voeren; afscheid nemen • exploreren van de verschillende fasen in de communicatie • herkennen van congruentie tussen verbale en non-verbale communicatie • exploreren van elementen van het non-verbaal communiceren: stemgebruik, oogcontact, lichaamshouding, lichaamsexpressie, gezichtsuitdrukking, nabijheidsgedrag, aanraken, … • toelichten van het communicatieschema: zender, boodschapper, ontvanger, filter, ruis, ...Samenhang met andere leerplandoelstellingen• een holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1)• het bij zichzelf verduidelijken van een basisemotie, gedachte, intentie, gedrag/handeling (5.5)• het expressief uitdrukken van een basisemotie, gedachte, intentie, handeling/gedrag (5.6)• kenmerken m.b.t. het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden verduidelijken en toelichten (5.7)• bij de uitvoering van een opdracht respectvol handelen (1.9)18 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  18. 18. 2.2 De relatie tussen maatschappelijke tendensen en communicatie verduidelijken en toelichten• digitale ontwikkelingen Mogelijke onderliggende doelen • digitale ontwikkelingen toelichten: sociale netwerken zoals bv. facebook, netlog, … • gevolgen van de digitale ontwikkelingen voor de communicatie verwoorden: privacy, cyberpesten, …2.3 Verschillende elementen van het communiceren en de eigen communicatie situeren binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden• communicatieve vaardigheden Mogelijke onderliggende doelen• respectvol communiceren in welbepaalde • de eigen communicatie tijdens een situaties groepsopdracht situeren binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duidenSamenhang met andere leerplandoelstellingenVanuit een holistische mensvisie een kader om gedrag en sociale interacties te duiden verduidelijken entoelichten. (5.1) VLOT COMMUNICEREN2.4 Vanuit een holistische mensvisie respectvol communiceren in een 1-1 relatie• verschillende fasen in de communicatie Mogelijke onderliggende doelen doorlopen verschillende fasen in de communicatie doorlopen• ik-boodschappen gebruiken• actief luisteren • groeten• aandacht hebben voor congruentie* • zichzelf voorstellen• feedback hanteren • kennismaken• vragen stellen • onthalen, verwelkomen • een gesprek afsluiten • afscheid nemen actief luisteren: • aannemen van een luisterhouding • actief luisteren • SOFTEN* feedback hanteren • feedback geven • vragen beantwoorden • antwoorden geven • een mening formuleren • emoties uiten: kwaadheid uiten, verdriet uiten, … • kritiek geven • met iets of iemand niet akkoord gaan2de graad bso 19Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  19. 19. vragen stellen • een vraag ter verduidelijking stellen • toestemming vragen • vragen om iets te krijgenSamenhang met andere leerplandoelstellingen• een holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1)• bij de uitvoering van een opdracht, vanuit een holistische mensvisie, respectvol handelen (1.9)• het bij zichzelf verduidelijken van een basisemotie, gedachte, intentie, gedrag/handeling (5.5)• het expressief uitdrukken van een basisemotie, gedachte, intentie, handeling/gedrag (5.6)• kenmerken m.b.t. het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden verduidelijken en toelichten (5.7)2.5 Op een vlotte wijze communiceren en hierbij gebruik maken van communicatiemiddelen• telefoon Mogelijke onderliggende doelen• SMS • op een veilige wijze gebruik maken van het• E-mail internet• internet • eigen grenzen bewaken bij GSM- en internetgebruik • telefonerenSamenhang met andere leerplandoelstellingen• holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1)• bij de uitvoering van een opdracht, vanuit holistische mensvisie, respectvol handelen (1.9)• vanuit een holistische mensvisie een kader om gedrag en sociale interacties te duiden verduidelijken en toelichten. (5.1)• het bij zichzelf verduidelijken van een basisemotie, gedachte, intentie, gedrag/handeling (5.5)• het expressief uitdrukken van een basisemotie, gedachte, intentie, handeling/gedrag (5.6)• kenmerken m.b.t. het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden verduidelijken en toelichten (5.7)2.6 Afstemmen van de eigen communicatie• op de ander Mogelijke onderliggende doelen• op de situatie • verwoorden van het bestaan en het belang van hiërarchische relatiesSamenhang met andere leerplandoelstellingen• een holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1)• bij de uitvoering van een opdracht, vanuit een holistische mensvisie, respectvol handelen (1.9)20 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  20. 20. REFLECTEREN2.7 Reflecteren op de eigen communicatie binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden• respectvol communiceren• afstemmen van de communicatie op de ander en op de situatieSamenhang met andere leerplandoelstellingen• een holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1)• vanuit een holistische mensvisie een kader om gedrag en sociale interacties te duiden verduidelijken en toelichten (5.1)• reflecteren over het eigen kwaliteitsbewust handelen (1.13)2de graad bso 21Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  21. 21. 3 Binnen een welomschreven opdracht, binnen een klasgroep, in groep werkenContextDoelgroep• medeleerlingenOpdrachten• Leerlingen voeren handelingen uit die een lage moeilijkheidsgraad hebben (toepassen van routines).• Leerlingen werken aan de hand van duidelijke instructies.• Leerlingen werken onder directe begeleiding van de leraar. VISIE3.1 Verschillende begrippen m.b.t. het werken in groep verduidelijken, toelichten en exploreren• groep Mogelijke onderliggende doelen• groepssamenhang • verduidelijken en toelichten van de functie van• rollen/posities een groep• groepsnormen en -waarden • verduidelijken en toelichten van het belang van leiderschap in een groep • verduidelijken en exploreren van normen en waarden in een groep • verduidelijken en exploreren van rollen binnen een groep3.2 De verschillende sociale interacties tijdens het samenwerken situeren binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden• rollen/posities• in groep functionerenSamenhang met andere leerplandoelstellingenVanuit een holistische mensvisie een kader om gedrag en sociale interacties te duiden verduidelijken entoelichten (5.1) VLOT COMMUNICEREN3.3 Vanuit een holistische mensvisie respectvol communiceren in groep• verschillende fasen in de communicatie doorlopen• ik-boodschappen gebruiken• actief luisteren• aandacht hebben voor congruentie• feedback hanteren22 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  22. 22. • vragen stellenSamenhang met andere leerplandoelstellingen• verschillende begrippen m.b.t. het communiceren in een 1-1 relatie verduidelijken, toelichten en exploreren (2.1)• vanuit een holistische mensvisie respectvol communiceren in een 1-1 relatie (2.4)• vanuit een holistische mensvisie respectvol handelen (1.9)3.4 Op een vlotte wijze communiceren en hierbij gebruik maken van communicatiemiddelen• e-mail• internetSamenhang met andere leerplandoelstellingen• de relatie tussen maatschappelijke tendensen en communicatie verduidelijken en toelichten (2.2)• op een vlotte wijze communiceren en hierbij gebruik maken van communicatiemiddelen (2.5)3.5 Afstemmen van de eigen communicatie• op de anderen• op de situatieSamenhang met andere leerplandoelstellingenAfstemmen van de eigen communicatie (2.6) SAMENWERKEN3.6 Methodisch handelen bij een gedelegeerde en zelfgekozen groepsopdracht• informeren• plannen• uitvoeren• evaluerenSamenhang met andere leerplandoelstellingenBij de uitvoering van een opdracht methodisch handelen (1.3)2de graad bso 23Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  23. 23. 3.7 Samenwerken bij het realiseren van een gedelegeerde en zelfgekozen groepsopdracht Mogelijke onderliggende doelen • opnemen van verschillende rollen/posities tijdens een groepswerk • taken verdelen • bijdragen aan het gezamenlijk resultaat, ook wanneer er daarbij niet direct persoonlijk belang verbonden is • delen van relevante informatie en kennis met anderen in functie van het groepsproces • onderhandelen • groepsbeslissingen aanvaarden om tot een gemeenschappelijk resultaat te komen • actief en constructief reageren op ideeën en initiatieven van anderenSamenhang met andere leerplandoelstellingenEen holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1) REFLECTEREN3.8 Reflecteren over het samenwerken in groep• eigen functioneren• samenwerkingSamenhang met andere leerplandoelstellingen• reflecteren over het eigen kwaliteitsbewust handelen (1.13)• reflecteren op de eigen communicatie binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden (2.7)24 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  24. 24. 4 Binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor de gezondheid en het welzijnContextDoelgroep• medeleerlingen• gezonde kinderen (van 2,5 tot 10 jaar)• gezonde volwassenenIn de situatie van kind /volwassene zijn geen acute veranderingen te verwachten en geen problemen in decommunicatie.Opdrachten• Leerlingen voeren handelingen uit met een lage moeilijkheidsgraad (toepassen van routines).• Leerlingen werken aan de hand van duidelijke instructies.• Leerlingen werken onder directe begeleiding van de leraar. VISIE4.1 De begrippen gezondheid en welzijn verduidelijken en toelichten• gezondheid en welzijn Mogelijke onderliggende doelen• zelfzorg, mantelzorg, professionele zorg • het ICF-schema van de World Health• welbevinden Organisation toelichten en toepassen op de• ziekte of aandoening*, functie*, activiteiten*, context van de 2de graad participatie*, persoonlijke factoren*, externe factoren*Samenhang met andere leerplandoelstellingenHolistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1) GEZONDHEID EN WELZIJN4.2 De kernelementen en de uitbouw van het gezondheids- en welzijnsbeleid op school verduidelijken en toelichten• visie op gezondheid van leerlingen• visie op welzijn en welbevinden van leerlingen• acties m.b.t. gezondheids- en welzijnsbeleid• ondersteuningsaanbod op school ( leerlingenbegeleiding, CLB, …)• participatiemogelijkheden op school (leerlingenraad, …)Samenhang met andere leerplandoelstellingenDe kernelementen van het opvoedingsproject van de school verduidelijken en toelichten in het dagelijkseschoolleven (1.2)2de graad bso 25Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  25. 25. 4.3 Exploreren en toelichten, aan de hand van de regionale sociale kaart, waar jongeren met hulpvragen in verband met gezondheid en welzijn in de eigen regio terecht kunnen4.4 De werking van een instantie/organisatie voor jongeren met hulpvragen toelichten en deze organisatie bezoeken EHBO4.5 In de context van de school noodsituaties herkennen en gepast reageren als burger• handelen als eerstehulpverlener• rustig blijven in noodsituaties• psychosociale hulp verlenen: omgaan met slachtoffers, omgaan met omstaanders• besmetting vermijden• zorgdragen voor het comfort van het slachtoffer• rekening houden met emotionele reacties nadien4.6 Hulpinstanties op een correcte wijze verwittigen• op school• buiten de school: politie, brandweer, ambulancediensten, antigifcentrum, …Samenhang met andere leerplandoelstellingenOp een vlotte wijze communiceren en hierbij gebruik maken van communicatiemiddelen (2.5)4.7 In de context van de school kleine zorgen toedienen Mogelijke onderliggende doelen • vingers/hand onder de kraan houden na verbranden in de keuken • kleine schaafwonden reinigen, ontsmetten, …26 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  26. 26. GEZONDHEIDSBELEVING EN INSTANDHOUDING4.8 Elementen m.b.t. gezondheidsbeleving en instandhouding verduidelijken en toelichten• gezondheidsbeleving en instandhouding• gezondheidsbevordering, preventie: − gezondheidsdoelstellingen − relatie met tendensen in de samenleving − concretisering van gezondheidsdoelstellingen − acties m.b.t. gezondheidsbevordering• belang en gevolgen van leefstijlSamenhang met andere leerplandoelstellingen• bij de uitvoering van een opdracht veilig handelen (1.5)• bij de uitvoering van een opdracht ergonomisch handelen (1.6)• bij de uitvoering van een opdracht hygiënisch handelen (1.7)4.9 Het belang en het doel van concrete projecten en acties m.b.t. gezondheidsbevordering toelichten PARTICIPEREN4.10 Participeren aan een project/actie m.b.t. gezondheidsbevordering, de doelgroep ondersteunen en kennismaken met de wijze waarop deze wordt begeleidParticiperen Mogelijke onderliggende doelen • ondersteunen bij aan- en uitdoen van jassen• deelnemen (4.15)• in contact komen met een doelgroep • ondersteunen bij toiletbezoek van kinderen• ondersteunen van een doelgroep (4.13)• communiceren in een 1-1 relatie • inschenken van een drankje en/of aanbieden van• diensten verlenen een gerechthapje (6.13) • klaarzetten en opruimen van het lokaal (7.14) • klaarzetten en opruimen van materialen en benodigdheden • sfeer creëren (7.16).Samenhang met andere leerplandoelstellingen• bij de uitvoering van een opdracht methodisch handelen (1.3)• bij de uitvoering van een opdracht milieubewust handelen (1.4)• bij de uitvoering van een opdracht veilig handelen (1.5)• bij de uitvoering van een opdracht ergonomisch handelen (1.6)• bij de uitvoering van een opdracht hygiënisch handelen (1.7)• bij de uitvoering van een opdracht economisch handelen (1.8)• bij de uitvoering van een opdracht, vanuit een holistische mensvisie, respectvol handelen (1.9)2de graad bso 27Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  27. 27. • binnen een welomschreven opdracht communiceren in een 1-1 relatie (2)• binnen een welomschreven opdracht een maaltijd plannen, voorbereiden, bereiden (6)• binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor lokalen, keuken en leefruimten (7) VOEDING EN STOFWISSELING4.11 Kenmerken van de normale voeding en stofwisseling verduidelijkenBegrip Mogelijke onderliggende doelen: • verwoorden van het belang van de ‘normale’• voeding, stofwisseling voeding en stofwisseling voor het menselijkeFuncties functioneren • verduidelijken waarom en hoe men zorg draagt• spijsvertering voor de functies m.b.t. voeding en stofwisseling − benoemen van delen en aanduiden op een schets − werking: opname en vertering• huid − benoemen van delen en aanduiden op een schets − werking• temperatuurcentrum (temperatuurregeling) − ligging en aanduiden op een schets − werkingMenselijk functionerenbelang van en zorg dragen voor• het gebit• eten en drinken• de huid• op peil houden van lichaamstemperatuur• het groeien en ontwikkelen UITSCHEIDING4.12 Kenmerken van de normale uitscheiding verduidelijkenBegrip Mogelijke onderliggende doelen • verwoorden van het belang van de ‘normale’• uitscheiding uitscheiding voor het menselijk functionerenFuncties • verduidelijken waarom en hoe men zorg draagt voor de functies m.b.t. uitscheiding• urinestelsel• darmstelselMenselijk functionerenbelang van en zorg dragen voor• uitscheiding28 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  28. 28. Samenhang met andere leerplandoelstellingen• de delen van het spijsverteringsstelsel benoemen en aanduiden op een schets. (4.11)• de werking van het spijsverteringsstelsel verduidelijken (4.11)4.13 Kinderen ondersteunen bij uitscheiding• communiceren in een 1-1 relatie Mogelijke onderliggende doelen:• zorgen voor een gepaste sfeer: rust, geur, • kinderen naar het toilet begeleiden hygiëne, … • kinderen helpen bij het aankleden na toiletbezoek • kinderen helpen bij het handen wassen.Samenhang met andere leerplandoelstellingen• bij de uitvoering van een opdracht methodisch handelen (1.3)• bij de uitvoering van een opdracht hygiënisch handelen (1.7) ACTIVITEITEN4.14 Kenmerken m.b.t. normale activiteiten verduidelijkenBegrip Mogelijke onderliggende doelen • verwoorden van het belang van ‘normale’• activiteiten activiteiten voor het menselijk functionerenFuncties • verwoorden waarom en hoe men zorg draagt voor de functies m.b.t. activiteiten• ademhalingsstelsel: − benoemen van delen en aanduiden op een schets − werking van de longen• hart- en bloedvatenstelsel − benoemen van delen en aanduiden op een schets − werking van het hart − samenstelling van het bloed• bewegingsstelsel − benoemen van delen en aanduiden op een schets − werking: gewrichten en spieren• relatie ademhalingsstelsel, bloedvatenstelsel en spijsverteringsstelselMenselijk functionerenbelang van en zorg dragen voor• ademhaling• beweging: bv. ontspanning, recreatie, mobiliteit• energie4.15 Kinderen en volwassenen ondersteunen bij activiteiten• communiceren in een 1-1 relatie (2) Mogelijke onderliggende doelen • kinderen en volwassenen ondersteunen bij het aan- en uitdoen van jassen2de graad bso 29Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  29. 29. Samenhang met andere leerplandoelstellingen• bij de uitvoering van een opdracht methodisch handelen (1.3)• bij de uitvoering van een opdracht veilig handelen (1.5)• bij de uitvoering van een opdracht ergonomisch handelen (1.6)• bij de uitvoering van een opdracht, vanuit een holistische mensvisie, respectvol handelen (1.9) SLAAP EN RUST4.16 Kenmerken van normale slaap en rust verduidelijkenBegrip Mogelijke onderliggende doelen • verwoorden van het belang van een normale• slaap, rust slaap en rust voor het menselijk functionerenMenselijk functioneren • verduidelijken waarom en hoe men zorg draagt voor slaap en rustbelang van en zorg dragen voor• slapen en rusten: gepaste sfeer, slaaprituelen, omgevingsfactoren, voldoende slaap, ontspanningSamenhang met andere leerplandoelstellingen• de relatie tussen een gezonde levensstijl en linnenzorg toelichten (8.3)• op basis van een werkmodel bedden luchten, opmaken en verschonen (8.13) WAARNEMING EN COGNITIE4.17 Kenmerken van de normale waarneming verduidelijkenBegrip Mogelijke onderliggende doelen • verwoorden van het belang van de normale• waarneming, cognitie waarneming voor het menselijk functionerenFuncties • verduidelijken waarom en hoe men zorg draagt voor de waarneming• zenuwstelsel − benoemen van delen en aanduiden op een schets − werking van de hersenen• zintuigen − benoemen van delen en aanduiden op een schets − werking van de zintuigen• relatie tussen zintuigen, zenuwstelsel (met inbegrip van de hersenen), bewegingsstelselMenselijk functionerenbelang van en zorg dragen voor• zien, horen, smaken, voelen, ruiken• leren en denkenSamenhang met andere leerplandoelstellingen• benoemen van de delen van het bewegingsstelsel en aanduiden op een schets (4.14)• verwoorden van de werking van het bewegingsstelsel (4.14)30 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  30. 30. 4.18 Zorg dragen voor hulpmiddelen (onderhouden) bij waarnemen• bril Mogelijke onderliggende doelen• hoorapparaat • ontdekken van verschillende reinigingsproducten• lenzen voor bril en lenzen • herkennen van soorten lenzen • verschillen tussen hoorapparaten onderzoeken SEKSUALITEIT EN VOORTPLANTING4.19 Kenmerken m.b.t. hormonale invloeden, de seksualiteit en voorplanting verduidelijkenBegrip Mogelijke onderliggende doelen:• seksualiteit, voortplanting • verwoorden van het belang van hormonaleFuncties invloeden, seksualiteit en voortplanting voor het menselijk functioneren• hormonaal stelsel • verduidelijken waarom en hoe men zorg draagt − benoemen van delen en aanduiden op een voor het menselijk functioneren m.b.t. hormonale schets: bijnier, schildklier, invloeden, seksualiteit en voortplanting geslachtsorganen − werking: rol van hormonen, voortplantingsorganen, menstruele cyclusMenselijk functionerenbelang van en zorg dragen voor• seksualiteitsbeleving• voortplanting• anticonceptie• bescherming tegen SOA• hygiëne bij menstruatie REFLECTEREN4.20 Reflecteren over het eigen handelen (leefstijl) ten aanzien van gezondheid en welzijnSamenhang met andere leerplandoelstellingen• reflecteren over het eigen kwaliteitsbewust handelen (1.13)• reflecteren op het eigen communiceren binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden (2.7)• reflecteren over het samenwerken in groep (3.8)• elementen m.b.t. gezondheidsbeleving en instandhouding verduidelijken en toelichten (4.8)2de graad bso 31Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  31. 31. 5 Binnen een welomschreven opdracht ondersteunen bij (ped)agogische activiteitenContextDoelgroep• medeleerlingen• gezonde kinderen (van 2,5 tot 10 jaar)• gezonde volwassenenIn de situatie van kind /volwassene zijn geen acute veranderingen te verwachten en geen problemen in decommunicatie.Opdrachten• Leerlingen voeren handelingen uit met een lage moeilijkheidsgraad (toepassen van routines).• Leerlingen werken aan de hand van duidelijke instructies.• Leerlingen werken onder directe begeleiding van de leraar. VISIE5.1 Vanuit een holistische mensvisie een kader om gedrag en sociale interacties te duiden verduidelijken en toelichtenSamenhang met andere leerplandoelstellingenEen holistische mensvisie en het belang ervan verwoorden en toelichten (1.1)5.2 Gedrag bij de uitvoering van een opdracht situeren binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden• respectvol handelen jegens zichzelf• respectvol omgaan met anderen• respectvol omgaan met materialen en benodigdheden• behulpzaam zijn• creatief zijn• zin voor orde en nauwkeurigheid hebben• loyaal zijn aan de klas, de school, de medeleerlingenSamenhang met andere leerplandoelstellingenBij de uitvoering van een opdracht, vanuit een holistische mensvisie, respectvol handelen (1.9)5.3 Het eigen gedrag situeren binnen een welbepaalde context en binnen een kader om gedrag en sociale interacties te duiden Mogelijke onderliggende doelen: • herkennen welk gedrag men in welbepaalde contexten vaak en minder vaak stelt • het zich eigen maken van bepaalde gedragingen die men in welbepaalde contexten weinig stelt32 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding
  32. 32. • zich bewust worden van het ‘evenwichtig’ in relatie staan LEVENSLOOP5.4 Verschillende levensfasen binnen de levensloop van de mens exploreren• lichamelijke kenmerken• psychische kenmerken• sociale kenmerken• invloed en tijdsgeest waarbinnen men geboren wordt• waarden en normen• beleving van het spel/spelen WELBEVINDEN5.5 Het bij zichzelf verduidelijken van een basisemotie, een gedachte, een intentie, een gedrag/handeling Mogelijke onderliggende doelen • woordenschat verwerven om basisemoties, gedachten en intenties, gedrag/handelingen te verwoorden5.6 Het expressief uitdrukken van een basisemotie, een gedachte, een intentie, een gedrag/handeling Mogelijke onderliggende doelen • woordenschat verwerven om basisemoties, gedachten, intenties, gedrag/handelingen te verwoorden • durf ontwikkelen5.7 Kenmerken m.b.t. het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden verduidelijken en toelichten• bij zichzelf Mogelijke onderliggende doelen• bij anderen • herkennen en verwoorden van kenmerken m.b.t. het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden • verwoorden van de relatie tussen psychisch, sociaal, existentieel en lichamelijk welbevinden • reflecteren over het eigen welbevinden • observeren van verbaal en non-verbaal gedrag2de graad bso 33Verzorging-voeding D/2010/7841/006
  33. 33. Samenhang met andere leerplandoelstellingen• holistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1)• verschillende begrippen m.b.t. het communiceren in een 1-1 relatie verduidelijken, toelichten en exploreren (2.1)5.8 Beïnvloedende factoren (intern en extern) voor het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden verduidelijken en toelichten• bij zichzelf Mogelijke onderliggende doelen• bij anderen • uiten van het zelfwaardegevoel • eigen kwaliteiten/eigenschappen in kaart brengen • de eigen sociale relaties in kaart brengen • reflecteren over het belang van relaties voor zichzelf • de wijze waarop men al dan niet met anderen in interactie gaat situeren in een kader om gedrag en sociale interacties te duiden • verwoorden en herkennen van beïnvloedende factoren voor het psychisch, sociaal en existentieel welbevinden • reflecteren over beïnvloedende factoren voor het eigen psychisch, sociaal, existentieel en lichamelijk welbevinden • observeren van beïnvloedende factoren voor het welbevinden van anderenSamenhang met andere leerplandoelstellingenHolistische mensvisie en het belang ervan verduidelijken en toelichten (1.1)5.9 Verduidelijken hoe men het eigen welbevinden en dat van anderen kan verhogen PARTICIPEREN5.10 Participeren aan een gepaste (vrije)tijdsactiviteit, de doelgroep ondersteunen en kennismaken met de wijze waarop deze wordt begeleidParticiperen Mogelijke onderliggende doelen• deelnemen • ondersteunen bij aan- en uitdoen van jassen• in contact komen met een doelgroep (4.15)• ondersteunen van een doelgroep • ondersteunen bij toiletbezoek van kinderen• communiceren in een 1-1 relatie (4.13)• diensten verlenen • inschenken van een drankje en/of aanbieden van een gerecht, hapje (6.13)Gepaste (vrijetijds)activiteit: • klaarzetten en opruimen van het lokaal (7.14)• activiteiten voor kinderen (school, • klaarzetten en opruimen van materialen en jeugdbeweging, buitenschoolse opvang) benodigdheden• activiteiten voor medioren en senioren • sfeer creëren (7.16) • doelgroep begroeten34 2de graad bsoD/2010/7841/006 Verzorging-voeding

×