Nieuwe Influenza A Preventieve Maatregelen December 2010
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Nieuwe Influenza A Preventieve Maatregelen December 2010

on

  • 1,059 views

Projectwerk over preventieve maatregelen in bedrijven bij influenza pandemie

Projectwerk over preventieve maatregelen in bedrijven bij influenza pandemie

Statistics

Views

Total Views
1,059
Slideshare-icon Views on SlideShare
1,058
Embed Views
1

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 1

http://www.linkedin.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Nieuwe Influenza A Preventieve Maatregelen December 2010 Nieuwe Influenza A Preventieve Maatregelen December 2010 Document Transcript

    • ________________________________________________________________________________________________________________ Postacademische Opleiding Veiligheidskunde Niveau I________________________________________________________ De Nieuwe Influenza A zin en onzin van preventieve maatregelen________________________________________________________Christel GoossensReinout DuymelinckRudolf de BruijnJorieke MeijerNiveau I -27e promotie (2009/2011)Groepswerk Groep 2Promotor: dr. R. Hambach
    • SamenvattingToen de leden van onze projectgroep in 2009 in hun werk- en privésituatiegeconfronteerd met de dreiging van de Influenza A H1N1 grieppandemie, vielhet op dat de maatregelen die bedrijven nemen om de gevolgen hiervan tebeperken zeer verschillend zijn. Om, als preventieadviseurs, onze bedrijvenin de toekomst goed te kunnen adviseren, kozen wij ervoor om na te gaanof er lering getrokken kan worden uit de manier waarop bedrijven met depandemiedreiging zijn omgegaan.Ons werkstuk omvat twee delen. Het eerste deel is een literatuurstudie naarde eigenschappen van het Influenza virus A H1N1, de arbeidshygiënischeaspecten en de bedrijfseconomische effecten van een grieppandemie. In hettweede deel beschrijven we ons onderzoek: een enquête onder industriëlebedrijven naar hun preventieve maatregelen rond de dreiging van degrieppandemie. Op grond van de resultaten van ons literatuuronderzoek ende door ons uitgevoerde enquête doen we een uitspraak over de vraag of ereen meest effectieve strategie is aan te geven om de impact van eenpandemie op de bedrijfsvoering te beperken.LiteratuuronderzoekInfluenza A is een vorm van griep. De aandoening wordt veroorzaakt dooreen infectie met het influenzavirus, vooral bekend van de seizoensgriep. Hetbijzondere aan het influenzavirus is dat het steeds iets van samenstellingverandert. Dat maakt dat het menselijk lichaam steeds opnieuw immuniteitmoet opbouwen. Infectie door het virus is te voorkomen door vaccinatie. Hetvaccin moet echter steeds worden aangepast aan de nieuweverschijningsvorm, vandaar dat jaarlijks een nieuwe vaccinatie tegen deseizoensgriep nodig is.Griepverschijnselen bestaan vooral uit koorts, hoesten, spierpijn en algehelemalaise. Normaal herstellen mensen vanzelf van de griep, maar bijrisicogroepen, zoals ouderen en mensen met chronische ziekten, kan deziekte gecompliceerd verlopen. De nieuwe influenza A van het type H1N1 dievorig jaar verantwoordelijk was voor de grieppandemie, was van een heelander type dan de virussen die de afgelopen jaren de seizoensgriepveroorzaakten. Vandaar dat bijna niemand weerstand tegen dit virus had enhet zich op grote schaal kon verspreiden. Zodanig dat volgens de criteria vande WHO sprake was van een pandemie.Het virus verspreidt zich gemakkelijk via druppeltjes bij hoesten en niezen,maar ook via besmette handen en oppervlakten. Aanvankelijk werd gedachtdat het beloop van de nieuwe influenza veel dodelijker was dan van deseizoensgriep, dat bleek achteraf echter niet het geval.Influenza is niet echt te bestrijden. Wel zijn de symptomen te verlichten doorgebruik van koortswerende en pijnstillende middelen. In het begin van depandemie is wel gebruik gemaakt van antivirale middelen, zoals Tamiflu, omhet beloop van de ziekte gunstig te beïnvloeden en verspreiding in de directeomgeving van patiënten af te remmen. Toen de pandemie vol doorbrak zijnantivirale middelen alleen nog gebruikt bij patiënten uit risicogroepen. 2
    • Preventieve maatregelen kunnen helpen om de verspreiding van het virustegen te gaan of, bij besmetting, het ontstaan van een infectie tegen tegaan. Nadat het vaccin na enige tijd beschikbaar kwam, waren er plannenom de gehele bevolking te vaccineren. Uiteindelijk is gekozen voor hetvaccineren van mensen uit risicogroepen en werkers uit de gezondheidszorg.In België werden daarnaast ook de werkers uit het onderwijs uitgenodigdzich te laten vaccineren.Persoonlijke hygiëne zoals handen wassen of gebruik van desinfecterendehandgel blijken effectief in het beperken van de verspreiding van hetinfluenza virus. Het virus blijkt ook te kunnen overleven op allerleioppervlakten, zoals deurklinken, telefoons en toetsenborden. Extraschoonmaak met water en zeep en/of desinfectantia helpt dan ook omverspreiding te beperken. Gezichtsmaskers en handschoenen, die tochgezichtsbepalend in beeld zijn geweest, blijken nauwelijks een preventievewerking te hebben in het normale maatschappelijk verkeer. De enigeeffectieve toepassing is voor mensen die veel in aanraking komen metpatiënten, zoals personeel in de gezondheidszorg.Eén van de veel gegeven adviezen is om bij ziekteverschijnselen thuis teblijven om besmetting van collega‟s te voorkomen. Deze aanpak noemen wijsocial distancing of zelfisolatie. Uit onderzoek komen lichte aanwijzingen datdeze benadering effectief is. Toepassing van deze benadering heeft echtergrote maatschappelijke gevolgen.Een pandemie heeft een effect op de gehele maatschappij en dus ook opbedrijven. Om de continuïteit van de bedrijfsvoering te garanderen, hebbenveel bedrijven in hun preventiebeleid een antwoord proberen te vinden op dedreiging van een pandemie. Daarvoor is het nodig dat het bedrijf deschadeposten die ontstaan als zich een pandemie voordoet in beeld brengtomdat dat een afweging mogelijk maakt van de keuzes die in hetpreventiebeleid gemaakt moeten worden. De schadeposten zijn onder teverdelen in kwantitatieve en kwalitatieve aspecten. Kwantitatievekostenposten definiëren we als de kosten die een primair gevolg zijn vanuitval door ziekte van de werknemers en waar een redelijk betrouwbareschatting van te maken is. Deze kwantitatieve kosten zijn kosten die temaken hebben met omzetderving. Kwalitatieve kostenposten definiëren weals de kostenposten die niet direct duidelijk en kwantificeerbaar zijn maaruiteindelijk impact kunnen hebben op het voortbestaan van het bedrijf. Ditzijn onder meer kosten die te maken hebben met reputatieschade. Van dezekosten kan een berekening of schatting gemaakt worden door het bedrijf. Ditwordt uiteindelijk afgewogen tegen de kosten die met preventie gemoeidzijn.EnquêteHet tweede deel van ons groepswerk behandelt onze enquête onder 22grotere industriële bedrijven in Vlaanderen en Nederland. Wij hebben debedrijven in de enquête gevraagd naar hun maatregelen rond de epidemie ennaar hun motivatie voor het al dan niet nemen van maatregelen. Deresultaten van dit onderzoek laten zien dat alle geënquêteerde bedrijvenmaatregelen hebben genomen om de gevolgen van de pandemie te 3
    • beperken. Deze maatregelen bestonden veelal uit voorlichting overpersoonlijke hygiëne en het nemen van maatregelen in het bedrijf om dezepersoonlijke hygiëne te bevorderen. Een beperkt aantal bedrijven heeftantivirale middelen ingekocht, met name voor preventieve toepassing. Demeeste bedrijven hebben geen duidelijke actiegrens gedefinieerd waarbovenbepaalde maatregelen ingesteld worden. Enkele malen wordt 5%ziekteverzuim als grens genoemd.Wij hebben in de enquête ook onderzocht hoe de bedrijven de gevolgen vaneen grieppandemie voor hun bedrijfscontinuïteit zoveel mogelijk beperken.Naast de openbare instellingen spelen ook bedrijven een belangrijke rol bijde bescherming van de gezondheid en veiligheid van hun werknemers en hetbeperken van de negatieve impact op de economie en de maatschappij.Daarom stellen overheden aan bedrijven informatie ter beschikking die henhelpen om de gevolgen van een grieppandemie voor de bedrijfscontinuïteit tebeperken.De bedrijven volgen veelal de adviezen van de overheid, maar wel komenbijna alle bedrijven tot een wat andere benadering.ConclusieOp grond van ons onderzoek concluderen wij dat het opstellen van eenbedrijfscontinuïteitsplan dat rekening houdt met een pandemie een effectiefhulpmiddel is om de gevolgen van een grieppandemie voor een bedrijf tebeperken. In beperkte mate kunnen bepaalde arbeidshygiënischemaatregelen helpen om de verspreiding van het griepvirus tegen te gaan.Deze pandemie heeft eraan bijgedragen dat bedrijven hun griepprotocollenen hun bedrijfscontinuïteitsplan hebben geëvalueerd. Zowel bedrijven alspreventieadviseurs zullen nu dan ook beter voorbereid zijn voor eenvolgende pandemie. 4
    • InhoudsopgaveInhoudsopgave ................................................................................... 5Dankwoord ........................................................................................ 71 Probleemstelling ........................................................................... 8 1.1 Aanleiding voor het onderzoek ................................................... 8 1.2 Leerdoel ................................................................................. 8 1.3 Structuur van het werkstuk ....................................................... 82 Literatuuronderzoek .................................................................... 10 2.1 Medische aspecten van de Nieuwe Influenza A H1N1 .................... 10 2.1.1 Inleiding.......................................................................... 11 2.1.2 Virologie en epidemiologie .................................................. 11 2.1.3 Overdracht ...................................................................... 15 2.1.4 Klinische symptomen......................................................... 17 2.1.5 Behandeling ..................................................................... 20 2.2 Arbeidshygiënische en preventieve maatregelen .......................... 21 2.2.1 Vaccinatie........................................................................ 21 2.2.2 Persoonlijke hygiëne ......................................................... 22 2.2.3 Schoonmaak .................................................................... 23 2.2.4 Maskers en handschoenen.................................................. 23 2.2.5 Luchtbehandeling ............................................................. 24 2.2.6 Social distancing ............................................................... 24 2.3 Bedrijfseconomische aspecten .................................................. 26 2.3.1 Inleiding.......................................................................... 26 2.3.2 Omvang Nieuwe Influenza A pandemie ................................. 27 2.3.3 Schatting kosten van de pandemie ...................................... 28 2.3.4 Kostenposten pandemie ..................................................... 28 2.3.5 Maatschappelijke kostenposten ........................................... 29 2.3.6 Kwantitatieve bedrijfskosten bij een pandemie ...................... 30 2.3.7 Kwalitatieve bedrijfskosten bij een pandemie ........................ 37 2.3.8 Preventiekosten ................................................................ 39 2.3.9 Baten van een pandemie.................................................... 40 2.4 Griepprotocol ........................................................................ 42 2.4.1 Inleiding.......................................................................... 42 2.4.2 Organisaties, overheden en informatiebronnen ...................... 42 2.4.3 Bedrijfscontinuïteit en griepprotocol ..................................... 45 2.4.4 Tijdspad en acties ............................................................. 473 Enquête..................................................................................... 50 3.1 Inleiding ............................................................................... 50 3.2 Methode ............................................................................... 50 3.3 Resultaten ............................................................................ 51 3.3.1 Algemene resultaten enquête ............................................. 53 3.3.2 Voorzien van vaccinatie tegen griep ..................................... 54 3.3.3 Voorzien van antivirale middelen ......................................... 54 3.3.4 Informatie rond persoonlijke hygiëne ................................... 55 3.3.5 Verstrekken van gezichtsmaskers ........................................ 56 5
    • 3.3.6 Verstrekken van handschoenen ........................................... 56 3.3.7 Voorzien van desinfecterende handgel.................................. 57 3.3.8 Bestaan van verzuimprotocol .............................................. 57 3.3.9 Richtlijnen rond thuisblijven bij ziekte .................................. 58 3.3.10 Beperken van samenkomsten .......................................... 58 3.3.11 Aanpassen van airconditioning ......................................... 59 3.3.12 Resultaten uit de algemene informatie ............................... 60 3.3.13 Griepprotocol.................................................................... 62 3.4 Conclusies ............................................................................ 624 Discussie en besluit ..................................................................... 65 4.1 Discussie .............................................................................. 65 4.2 Besluit .................................................................................. 68 4.3 Onze leerervaringen ............................................................... 69Afkortingen ...................................................................................... 71Literatuurlijst ................................................................................... 72Bijlagen........................................................................................... 75 Bijlage 1 Checklist grieppandemie.................................................... 76 Bijlage 2 Bedrijfscontinuïteitsplan pandemie ...................................... 80 Bijlage 3 Voorlichtingsmateriaal....................................................... 88 Bijlage 4 Brief en enquêteformulier .................................................. 91 Bijlage 5 Opmerkingen van de bedrijven ........................................... 95 Bijlage 6 Planning activiteiten projectgroep ..................................... 101 6
    • DankwoordWij willen op deze plaats graag onze hartelijke dank uitspreken aan onzepromotor mevrouw dr. R. Hambach voor haar deskundig advies enbegeleiding.Ook willen wij de bedrijven die meegewerkt hebben aan onze enquêtebedanken voor hun reacties. 7
    • 1 Probleemstelling1.1 Aanleiding voor het onderzoekWij werden in 2009 geconfronteerd met een grieppandemie. Het verbaasdede leden van onze projectgroep dat de bedrijven waarin we werkzaam zijn zoverschillend omgaan met deze dreiging. Het lijkt immers voor de hand teliggen dat op basis van de over de griep bekende gegevens, vergelijkbarebedrijven tot eenzelfde strategie zouden komen.Omdat wij als toekomstig preventieadviseurs onze bedrijven advies willenkunnen geven over de te nemen maatregelen leek het ons boeiend enleerzaam om na te gaan wat de achtergrond is van de keuzes die bedrijvenuiteindelijk hebben gemaakt in hun voorbereiding op de grieppandemie.Onze hypothese hierin was dat vergelijkbare bedrijven tot een vergelijkbaarpakket preventieve maatregelen zouden moeten komen indien wordtuitgegaan van dezelfde medisch-wetenschappelijke informatie.1.2 LeerdoelWij willen in staat zijn om bij een dreiging van een grieppandemie onzebedrijven op een goede manier te adviseren over arbeidshygiënische enorganisatorische maatregelen. Daarvoor is het nodig om uit de veelheid aaninformatie de voor het bedrijf relevante informatie te selecteren. Dezeinformatie moet vervolgens worden vertaald in praktische adviezen.De concrete leerdoelen zijn:  Externe informatie over een grieppandemie kunnen analyseren  Relevante informatie kunnen selecteren  Praktische preventieve maatregelen kunnen adviseren1.3 Structuur van het werkstukIn ons werkstuk onderzoeken we welke risico‟s de nieuwe Influenza A vooreen arbeidsorganisatie inhouden, welke preventieve maatregelen nu wel ofniet zinvol zijn, hoe industriële bedrijven hierin hun afweging maken enwelke maatregelen bedrijven uiteindelijk wel of niet nemen. Ons werkstukbestaat hiertoe uit twee delen. In deel 1 voeren wij een literatuurstudie uitnaar de medische achtergronden van de Nieuwe Influenza A (H1N1), derisico‟s die een uitbraak van het virus voor bedrijven met zich meebrengen 8
    • en bekijken we de onderbouwing voor preventieve (arbeidshygiënische) enbedrijfsorganisatorische maatregelen. Tevens vergelijken we in deel 1griepprotocollen van een aantal verschillende bedrijven.Naast de literatuurstudie beschrijven we in deel 2 een enquête die we ondereen aantal industriële bedrijven hebben uitgezet. Wij hebben bedrijven in deenquête gevraagd naar hun maatregelen rond de pandemie en naar hunmotivatie voor het al dan niet nemen van maatregelen.Op grond van de resultaten van ons literatuuronderzoek en de door onsuitgevoerde enquête willen we een uitspraak doen over de vraag of er eenmeest effectieve strategie is aan te geven om de impact van een pandemieop de bedrijfsvoering te beperken. Figuur 1 Pooh en de influenza pandemie Bron: http://www.panric.com/wp-content/uploads/2009/05/swine-flu-joke.jpg 9
    • 2 LiteratuuronderzoekIn ons literatuuronderzoek hebben wij vier onderwerpen bekeken:  Informatie over de medische aspecten van de nieuwe influenza A o Virologie en epidemiologie o Overdracht o Klinische symptomen o Behandeling  Informatie over arbeidshygiënische en preventieve maatregelen  Bedrijfseconomische gevolgen van nieuwe influenza  Griepprotocollen voor bedrijven2.1 Medische aspecten van de Nieuwe Influenza A H1N1De nieuwe influenza A H1N1 is onder verschillende namen bekend gewordentijdens de pandemie. Aanvankelijk als “Swine flu” omdat men dacht dat hetvirus van varkens op mensen was overgegaan en later als “Mexican flu”ofwel “Mexicaanse griep” omdat de eerste grote uitbraak in Mexico was. Voorde duidelijkheid zullen wij hier, in navolging van het Rijks Instituut voorVolksgezondheid en Milieu (RIVM) spreken over “nieuwe influenza A”. Figuur 2 Correcte benaming: Nieuwe Influenza A Bron: http://www.trajectum.hu.nl/files/04-Up-to-date.jpg 10
    • 2.1.1 InleidingVoor dit onderzoek hebben wij vooral gebruik gemaakt van het internet. Wijhebben gezocht met behulp van Google voor meer algemene informatie envia PubMed voor meer specialistische en wetenschappelijke informatie. Wijhebben de volgende zoektermen zowel in het Nederlands als in het Engelsgebruikt: influenza H1N1, influenza pandemie, preventie, hygiënischemaatregelen, virologie, epidemiologie en bedrijven.Veel algemene informatie kwam van de volgende websites:  www.influenza.be  www.rivm.nl  www.who.int  www.grieppandemie.nl  www.cdc.gov/fluVan deze websites hebben wij veel informatie gehaald. Om de leesbaarheidte bevorderen hebben wij niet bij ieder feit de specifieke referentie vermeld.2.1.2 Virologie en epidemiologieVirussen zijn de kleinste van alle organismen, ze zijn zelfs kleiner danbacteriën. Ze bestaan in feite alleen uit wat nucleïnezuren in eeneiwitomhulsel. Pas na binnendringen van een cel zijn ze in staat om zich tevermenigvuldigen, uit zichzelf kunnen ze dat niet. Volgens sommigen zijn zedaarom niet eens levend te noemen.1Vrijwel elk organisme kan door virussen geïnfecteerd worden: bacteriën,planten, schimmels, dieren en mensen. Maar hoe simpel een virus dan ookmag lijken, er bestaan grote verschillen tussen virussen onderling. Nietalleen de grootte en de vorm van de virusdeeltjes, ook de samenstelling ende lengte van het genoom verschilt enorm, en welke gastheercellen het viruskan infecteren. Voor de indeling wordt ook gekeken of het virus eenzogenoemde envelop heeft. Een envelop om het virusdeeltje is een soortmembraanomhulsel dat gevormd wordt op het moment dat het virus de celverlaat. De envelop beschermt het virus, maar is gemakkelijk te beschadigendoor alcohol of detergenten.Het influenzavirus is een RNA (Ribo Nucleic Acid)-virus met envelop, eenorthomyxovirus.2 Het genetisch materiaal bevindt zich aan de binnenzijdevan het virus in acht fragmenten RNA. RNA muteert veel sneller dan DNA1 http://www.microbiologie.info/leefteenvirus.htm2 http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/infectieziekten/Influenza/index.jsp#index_3 11
    • (Desoxyribo Nucleic Acid) waardoor deze influenza virussen veel veranderen.Die veranderingen manifesteren zich aan de buitenkant van het virus in deeiwitten. De twee belangrijkste eiwitten zijn hemagglutinine enneuraminidase. Het virus heeft hemagglutinine (H) nodig om cellen binnente kunnen dringen. Hiervan zijn er 16 types. Het hemagglutinine verandertgemakkelijk van samenstelling. Neuraminidase (N) is veel stabieler. Dit eiwitheeft het virus nodig om los te komen uit de cel waarin het geboren is.Hiervan zijn er 9 types.3 Figuur 3 Grafische weergave influenza virus bron: www.freeradicalsmag.com/wp-content/uploads/2009/11/Flu-Virion-300x225.jpgWij onderscheiden drie soorten influenza virussen: A, B en C. Influenza B enC komen alleen bij mensen voor. Zij veroorzaken eerder een verkoudheiddan een echt griepbeeld. Influenza C komt alleen sporadisch voor, influenzaB kan ook in epidemieën voorkomen. Als wij over griep spreken hebben wijhet feitelijk over influenza A. Deze komt voor bij zowel mensen als dieren enveroorzaakt de grote griep-epidemieën en -pandemieën.Verschillende types hemagglutinine (H) komen bij verschillende dieren voor.Bijvoorbeeld H1 en H3 bij varkens en H1, H2, H3, H5, H7 en H9 bij mensen.Alle 16 typen kunnen echter vogels besmetten. Vandaar dat het begripvogelgriep wat vreemd is, griep is altijd vogelgriep. Vogels zijn de primairedragers van influenza A.4Er zijn twee manieren waarop influenza A genetisch verandert, genetischedrift en genetische shift5.3 http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/000/461/545/RUG01-000461545_2010_0001_AC.pdf4 http://elearning.influenza.be/nl/5 http://www.iph.fgov.be/flu/NL/12NL.htm 12
    • Genetische drift is een geleidelijke verandering door een optelsom vanpuntmutaties, onwillekeurige veranderingen in het erfelijk materiaal. Ditvindt doorlopend plaats. De immuniteit die wordt opgebouwd door eenbesmetting door te maken duurt een aantal jaren. Tot het verschil tussen devirus types te groot is geworden en je opnieuw ziek kunt worden. Dit is ookde reden dat het griepvaccin voor de seizoensgriep jaarlijks moet wordenaangepast.Bij genetische shift vindt er ineens een grote verandering plaats. Er ontstaatdan een nieuw virus uit vermenging met andere types. Tegen dit nieuwevirus heeft dan nog niemand immuniteit ontwikkeld. Daardoor kan het viruszich gemakkelijk verspreiden en een pandemie veroorzaken.Elk jaar is er een seizoensgriep. Het aantal mensen dat ziek wordt wisselt perjaar. De laatste jaren werd de seizoensgriep veroorzaakt door een influenzaA van het H3N2 type.Een pandemie is een epidemie op wereldschaal. Volgens deWereldgezondheidsorganisatie (WHO) kan een pandemie ontstaan wanneeraan de volgende drie eisen is voldaan6: Het opkomen van een ziekte die nieuw is aan de populatie; De ziekte besmet mensen en veroorzaakt zware klachten; De ziekte verspreidt gemakkelijk onder mensen.Een ziekte die erg wijd verspreid is of veel mensen doodt, is niet meteen eenpandemie; de ziekte moet ook besmettelijk zijn. Zo is kanker bijvoorbeeldwel een ziekte die veel doden veroorzaakt, maar wordt het niet als eenpandemie gezien omdat het niet overgedragen kan worden.Het exacte beloop van een pandemie is niet te voorspellen. In de leidraadvoor infectiepreventie in ziekenhuizen tijdens de pandemie met nieuweinfluenza A worden in het beloop vier fasen onderscheiden 7:1. De initiatie fase. Het nieuwe virus is gesignaleerd en leidt tot incidentele gevallen. In onderstaande figuur betreft dit de eerste 15 weken.2. De acceleratie fase. Het virus verspreidt zich snel, zoals weergegeven in weken 15 tot 17.3. De piek fase. Het aantal nieuwe ziektegevallen bereikt een maximum, zoals weergegeven in week 18.4. De afname fase. Het aantal nieuwe ziektegevallen neemt af, omdat de meeste vatbare individuen inmiddels besmet zijn. Er ontstaat immuniteit in de populatie. Weergeven in weken 19 tot 28.6 http://nl.wikipedia.org/wiki/Pandemie7 http://www.rivm.nl/cib/binaries/20090805%20leidraad%20grieppandemie_tcm92-61886.pdf 13
    • In onderstaande figuur wordt het mogelijke beloop van een influenzapandemie weergegeven. De kleurcodes worden in de volgende sectietoegelicht. Figuur 4 Beloop van een pandemie Bron: http://www.rivm.nl/cib/binaries/20090805%20leidraad%20grieppandemie_tcm92- 61886.pdfDe WHO onderscheidt zes pandemische fases8. In fase 5 zijn er ziekte-uitbraken in twee landen in eenzelfde WHO-regio, in fase 6 verspreidt deziekte zich naar een andere regio. De WHO onderscheidt zes regios: deAfrikaanse regio, de regio van het oostelijke Middellandse Zeegebied, deregio van de Amerikas, de Europese regio, de regio van Zuidoost-Azië en deWest-Pacifische regio.8 http://www.who.int/csr/disease/avian_influenza/phase/en/index.html 14
    • Figuur 5 Pandemische fases WHO Bron: http://www.who.int/csr/disease/avian_influenza/phase/en/index.htmlIn de geschiedenis zijn er een aantal pandemieën geweest. In 1918 deSpaanse griep (H1N1), in 1957 de Aziatische griep (H2N2) en in 1968 deHong Kong griep (H3N2). De pandemie met de Spaanse griep was veruit deernstigste. De verspreiding werd versterkt door troepentransporten. Eroverleden 20 tot 50 miljoen mensen.De huidige pandemie is de eerste van de 21 e eeuw. Het betreft het H1N1type. Het is naar alle waarschijnlijkheid door vogels via varkensovergedragen op de mens. Het eerste geval is opgemerkt in februari 2009 inVeracruz in Mexico.92.1.3 OverdrachtHet influenza virus wordt overgedragen als druppelinfectie. Bij hoesten enniezen verlaten heel veel, met virus beladen, druppeltjes (aërosolen) hetlichaam. Deze kunnen het virus dan overdragen aan een ander persoon.Rechtstreeks door inademing of onrechtstreeks door aanraking, zoals kussenof handen schudden.9 http://www.kuleuven.be/rega/mvr/epi/les1-2010.pdf 15
    • Figuur 6 Verspreiden van druppels door hoesten Bron: http://media.nowpublic.net/images//28/0/280386cd013c0dbe3f9326a3c8be83a4.jpgDe incubatieperiode (de tijd die verstrijkt tussen de besmetting en hetoptreden van de eerste symptomen) is volgens de huidige kennis 1 tot 7dagen na de besmetting.10 Een geïnfecteerde persoon is al besmettelijk vanaféén dag voordat de symptomen optreden. De besmettelijkheid is het grootsttijdens de eerste 3 dagen en neemt daarna snel af. Een week na het beginvan de symptomen is de patiënt niet meer besmettelijk. De besmettelijkheidvan het nieuwe influenza H1N1 virus (2009) lijkt overigens wat minder te zijndan bij de andere pandemieën.1110 http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/infectieziekten/nieuwe_influenza_A/Nieuwe_ Influenza_A_%28H1N1%29.jsp#index_211 Cauchemez S. et al, Household transmission of 2009 pandemic influenza A (H1N1) virus in the United States, N Engl J Med. 2009 Dec 31;361(27):2619-27. 16
    • 2.1.4 Klinische symptomenGriep en verkoudheid zijn echt twee verschillende ziektebeelden. Griep komtvan het Franse “griper”, het grijpt je.De klinische symptomen van griep zijn10: Koorts (>38°C), hoofdpijn, spierpijn Hoesten Keelpijn Vermoeidheid, algehele malaise Loopneus Braken DiarreeTypisch voor de huidige influenza is dat braken en diarree duidelijk meervoorkomen dan bij de seizoensgriep zoals wij die de afgelopen jaren gewendzijn. Figuur 7 Symptomen van de nieuwe influenza A bron: http://sintpietersleeuw.files.wordpress.com/2009/07/symptomen.jpg 17
    • Meest getroffen zijn de 5-50 jarigen. De ernstige gevallen en de overlijdenszien wij bij deze pandemie vooral bij mensen onder de 60 jaar.12 Dit isopvallend, want bij de normale seizoensgriep zijn het vooral ouderen dieernstiger ziek worden. Waarschijnlijk zijn de ouderen (deels) immuun voorhet nieuwe virus doordat zij vroeg in hun leven al eens met het H1N1 type inaanraking zijn geweest. Als mensen overlijden door een infectie met hetnieuwe griepvirus lijden zij bijna altijd (50-90%) al aan een andere ernstigeziekte. Dit maakt dat mensen met chronische ziekten, zoals diabetes en hart-en longziekten, tot de risicogroepen behoren voor deze grieppandemie.10Uiteindelijk is het verloop van de ziekte voor mensen zonder onderliggendlijden relatief mild geweest en is het aantal mensen dat overleden is tengevolge van deze influenza relatief beperkt geweest.Ook zwangeren blijken vatbaarder voor complicaties van deze griep.13 Zijhebben ongeveer tien keer meer kans op complicaties dan anderen. Vooral inhet derde trimester van de zwangerschap. Zij behoren daarmee ook tot derisicogroepen.Om de Nieuwe Influenza A te onderscheiden van andere (virale) infecties vande bovenste luchtwegen moet laboratoriumonderzoek worden gedaan. In hetbegin van de pandemie werd dat ook gedaan, maar door de toename van deinfecties was dat niet meer mogelijk. Bovendien had het ook geentoegevoegde waarde meer. Bekend was immers dat tot 50% van de mensenmet griepverschijnselen besmet waren met het H1N1 virus. Voor debehandeling had het verder geen consequenties, de preventieve inzet vanantivirale middelen was immers al gestopt. Vandaar dat diagnostiek vanaf dezomer van 2009 eigenlijk alleen nog werd gedaan bij ziekenhuisopnames.Daarna is de ontwikkeling van de pandemie zowel in België als Nederlandgevolgd via de huisartsen peilstations. Daar worden alle influenza-achtigeziektebeelden (IAZ of influenza like illnesses ILI) geregistreerd. Dat levertvoor Nederland14 respectievelijk België15 onderstaande grafieken op. Daaruitis te lezen dat het aantal consulten voor IAZ vanaf week 42/43 scherptoenam, maar na week 45/46 ook weer scherp daalde.12 http://ecdc.europa.eu/en/healthtopics/Documents/0908_Influenza_AH1N1_Risk_Assessment.pdf13 http://www.rivm.nl/preventie/zwangerschap/nieuwe_influenza_a_en_zwangerschap.jsp14 http://www.rivm.nl/cib/binaries/H1N1overzicht_tcm92-61018.pdf15 http://www.iph.fgov.be/flu/EN/Y2009-Influenza.pdf 18
    • Figuur 8 Verloop grieppandemie in NederlandBron: http://www.rivm.nl/cib/binaries/H1N1overzicht_tcm92-61018.pdf Figuur 9 Verloop pandemie in België Bron: http://www.iph.fgov.be/flu/EN/Y2009-Influenza.pdf 19
    • 2.1.5 BehandelingEr is geen behandeling die een infectie met het influenza virus echt kanbestrijden.Symptomatische behandeling is mogelijk met pijnstillende en koortswerendemiddelen.Antivirale middelen kunnen de ernst en de duur van de infectie beperken.Het zijn zogenaamde neuraminidaseremmers. De twee toegepaste middelenzijn Oseltamivir (Tamiflu) en Zanamivir (Relenza). In het begin van depandemie zijn virusremmers ook preventief ingezet. Zowel patiënten als demensen in hun directe omgeving (gezinsleden) kregen antivirale middelenom de verspreiding van de infectie tegen te gaan.Toen de epidemie in omvang toenam, is er in Nederland10 en België16 voorgekozen antivirale middelen alleen nog toe te passen voor de behandelingvan patiënten uit de risicogroepen. Naast de risicogroepen zoals wij die ookbij de seizoensgriep onderscheiden (ouderen, chronisch zieken) zijn dit: Mensen met een verminderde afweer Kinderen jonger dan 2 jaar (wel in Nederland, niet in België) Zwangeren in 3e trimester Mensen met een gecompliceerd verlopend ziektebeeldPreventief gebruik wordt afgeraden. Enerzijds omdat de medicijnen slechtsenkele weken gebruikt kunnen worden met het oog op bijwerkingen(misselijkheid, braken, buikpijn), anderzijds omdat het risico van resistentietoeneemt naarmate het middel vaker en langer wordt toegepast.Antibiotica hebben geen plaats in de behandeling van de griep zelf. Welkunnen zich bij iemand die ziek is gemakkelijker ook bacteriële infectiesvoordoen, bv een longontsteking. In dat geval kan een dergelijke bijkomendebacteriële infectie wel met antibiotica worden behandeld.16 http://www.influenza.be/nl/H1N1_pro_nl.asp 20
    • 2.2 Arbeidshygiënische en preventieve maatregelenPreventieve maatregelen worden ingezet om de verspreiding van het virus tebeperken en/of besmettingen te voorkomen. Op deze manier kan ook deontwikkeling van een epidemie of een pandemie in de kiem wordengesmoord.Eén van de meest effectieve manieren om infectie met het influenza virus tevoorkomen is vaccinatie. Andere preventieve maatregelen grijpen vooral aanop het beperken van overdracht door besmette druppeltjes door hoesten enniezen. Naast de vaccinatiecampagne hebben overheden dan ook sterkingezet op verbeteren van de persoonlijke hygiëne 17,18. Veel bedrijvenhebben een deel van die adviezen overgenomen. Hier willen wij vooral depreventieve maatregelen behandelen die ook voor bedrijven en organisatiesvan belang zijn.2.2.1 VaccinatieHet influenzavaccin bevat geïnactiveerd (gedood) virus. Het vaccin tegen hetH1N1 virus gaat onder de merknaam Pandemrix. Het vaccin wordt in de spiergespoten (intramusculair).Er kunnen zich bijwerkingen voordoen. Op de plaats van de injectie kunnenpijn, roodheid en zwelling ontstaan. Meer algemeen zijn koorts, hoofdpijn enspierpijn beschreven. Vaccinatie biedt 70-90% bescherming tegenbesmetting met het betreffende virus 19.Zowel in Nederland als België hebben adviesorganen advies uitgebracht overde vaccinaties. In Nederland door het RIVM en de Gezondheidsraad20, inBelgië door het Interministerieel Coördinatiecomité Influenza21.Aanvankelijk zijn zowel in België als Nederland voldoende vaccins besteld omalle inwoners te kunnen vaccineren. Omdat het beloop van de pandemie mildwas is later besloten de vaccinatie alleen toe te passen voor personeel in degezondheidszorg en mensen uit de risicogroepen (mensen ouder dan 60 jaar,chronisch zieken en zwangeren). Het vaccineren van ziekenhuispersoneel enhuisartsen had twee redenen. Eén om uitval op grote schaal tijdens de17 http://www.grieppandemie.nl18 http://www.influenza.be19 Fiore AE, et al, Seasonal influenza vaccines, Curr Top Microbiol Immunol. 2009;333:43-82.20 http://www.grieppandemie.nl/vaccinatie/waarom_vaccinatie_63_/adviezen21 http://www.influenza.be/nl/H1N1_campagnenl.asp 21
    • pandemie te voorkomen, twee om besmetting van kwetsbare mensen inziekenhuizen te voorkomen.Toch zijn er ook verschillen in het vaccinatiebeleid tussen België enNederland. Zo werd er in Nederland voor gekozen om kinderen van 6maanden tot 4 jaar oud ook te vaccineren, evenals de ouders van kinderenjonger dan 6 maanden. Verder werd in Nederland een vaccinatie met tweedoses toegepast, in België werd volstaan met één dosis (met uitzonderingvan kinderen tot 10 jaar, die kregen twee halve doses). In België werd erdan weer voor gekozen om ouders van kinderen jonger dan 6 maanden en alhet personeel van scholen, kleuterscholen, lagere en middelbare scholen, tevaccineren.Voor bedrijven en organisaties buiten de gezondheidszorg werd geenvaccinatie voorzien. In België werden de bedrijfsartsen wel opgeroepen omzich ook te laten vaccineren.22 Figuur 10 Vaccinatie met influenzavirus Bron: http://cache.20minutes.fr/img/photos/20mn/2009-08/2009-08-29/article_vaccin.jpg2.2.2 Persoonlijke hygiëneBasishygiëne begint met handhygiëne. Het regelmatig wassen van de handenmet water en zeep. Dit blijkt een effectieve manier om verspreiding van hetinfluenza virus in huishoudens te beperken23. Als water en zeep nietbeschikbaar zijn, kunnen de handen ingesmeerd worden met eendesinfecterende handgel. Dit is echter niet effectiever dan gewoon handenwassen en is bovendien duurder. Bovendien blijkt uit onderzoek dat dedesinfecterende gels matig gebruikt worden. In de hal van een ziekenhuis inNieuw Zeeland maakte slechts 18% van de bezoekers gebruik van de gel24.22 http://www.influenza.be/nl/H1N1_faqPRO_nl.asp#2123 Cowling BJ. Et al, Facemasks and hand hygiene to prevent influenza transmission in households: a cluster randomized trial. Ann Intern Med. 2009 Oct 6;151(7):437-46. Epub 2009 Aug 3.24 Murray R. et al, Sub-optimal hand sanitiser usage in a hospital entrance during an influenza pandemic, New Zealand, August 2009. Euro Surveill. 2009 Sep 17;14(37). pii: 19331 22
    • In bijna alle communicatie wordt het belang van hoest- en nieshygiënebenadrukt. Meestal door gebruik van papieren zakdoekjes te adviseren. Dezedienen na gebruik direct weggegooid te worden. Gezien de verspreiding vanaërosolen bij hoesten en niezen lijkt dit een logisch advies.Wetenschappelijke studies die dit onderbouwen hebben wij echter nietkunnen vinden.2.2.3 SchoonmaakHet influenza virus kan afhankelijk van de omstandigheden enkele uren totenkele dagen (6-72 uur) overleven buiten het menselijk lichaam. Het virusgedijt het beste in vochtige omstandigheden op kamertemperatuur. Wanneerbesmette mensen het virus door hoesten en niezen verspreiden, kan hetvirus dus enige tijd actief aanwezig blijven op allerlei oppervlaktes. Vooraloppervlaktes die veel aangeraakt worden, zoals telefoons, deurklinken,lichtschakelaars, etc. Aangetoond is dat overdracht kan plaatsvinden door viade handen het virus van een dergelijk oppervlak over te brengen naar deslijmvliezen.25Reguliere schoonmaak met water en zeep helpt om het virus te verwijderen.Door toepassing van desinfectantia kan het virus worden gedood. Het virus isgoed gevoelig voor de meeste desinfectantia, zoals chloor, aldehyden enalcohol.262.2.4 Maskers en handschoenenGezichtsmaskers zijn het symbool van de bescherming tegen de griep. Zodrahet op televisie over griep gaat, verschijnen beelden van mensen metmaskers op. Maskers helpen vooral om het verspreiden van druppels tebeperken. Als ze al gebruikt worden, worden ze best gebruikt door patiënten.Omdat besmetting ook mogelijk is door mensen zonder symptomen en ookvia handen schudden en dergelijke hebben maskers nauwelijks waarde voorbescherming van de algemene bevolking. Een uitzondering is te maken voormensen die in hun werk met veel zieke mensen in aanraking komen. Denkdaarbij aan ziekenhuispersoneel. In dat geval worden professionele FFP2maskers geadviseerd. Hoewel onderzoek weinig preventieve meerwaarde laatzien van deze maskers boven gewone chirurgische maskers27.Voor handschoenen geldt hetzelfde als voor maskers. Zij hebben geentoegevoegde waarde in het normale maatschappelijke verkeer. Wel voor25 Bean B. Et al, Survival of influenza viruses on environmental surfaces, J Infect Dis. 1982 Jul;146(1):47- 51.26 http://www.flu.gov/professional/hospital/influenzaguidance.html27 Jefferson T. et al, Physical interventions to interrupt or reduce the spread of respiratory viruses, Cochrane Database Syst Rev. 2010 Jan 20;(1):CD006207 23
    • specifieke groepen met een duidelijk verhoogd risico zoalsziekenhuispersoneel.2.2.5 LuchtbehandelingDe rol van luchtbehandelingsystemen in de verspreiding van hetinfluenzavirus is niet specifiek onderzocht. Algemeen wordt wel aangenomendat het verversen van de lucht in gebouwen bijdraagt aan verdunning van dehoeveelheid virusdeeltjes in de lucht. Dat betekent dat uitschakelen van deluchtbehandeling juist een averechts effect zou kunnen hebben.Van belang is wel dat luchtbehandelingsystemen goed worden onderhouden,inclusief het tijdig wisselen van filters.2.2.6 Social distancingEen veel toegepaste vorm van social distancing is zelfisolatie. Dit betekentdat mensen met symptomen van griep sociaal contact vermijden/beperken,dus bijvoorbeeld niet naar school of werk gaan. Aangezien mensen albesmettelijk zijn voordat zij ziekteverschijnselen krijgen biedt dit nooit 100%garantie. Maar afhankelijk van de besmettelijkheid van het virus is dezemaatregel toch meer of minder effectief. Ferguson toont in een onderzoekaan dat de effectiviteit wordt vergroot als alle gezinsleden thuis blijvenwanneer één van hen ziek is (household quarantaine).28 Ditzelfde onderzoeklaat zien dat ongeveer 30% van de besmettingen thuis plaats vindt, 37% opschool en werk en 33% elders in de gemeenschap.Afhankelijk van de mogelijkheden in een bedrijf is het interessant omtelewerken te promoten. Dit kan twee doelen dienen. Enerzijds wordt deoverdracht op het werk beperkt, anderzijds kan het verzorgen van een ziekgezinslid worden gecombineerd met thuis werken.Om overdracht op het werk te beperken, kan verder gedacht worden aan hetbeperken van (grote) bijeenkomsten. In werksituaties zouden vergaderingenbeperkt kunnen worden en kan worden overgegaan tot het eten op dewerkplek in plaats van in een restaurant.Er is betrekkelijk weinig onderzoek gedaan naar het effect van socialdistancing op de verspreiding van influenza. Een review door Jefferson et algeeft lichte aanwijzingen voor de effectiviteit van social distancing.2728 Ferguson, N.M. et al, Strategies for mitigating an influenza pandemic, Nature 442, 448-452 (27 July 2006) 24
    • Een andere overweging is scholen te sluiten, zeker omdat kinderen debesmetting gemakkelijk verspreiden. Het gevolg is echter dat de ouders danthuis moeten blijven om de kinderen op te vangen. Dat heeft dan weer grotesociale en economische gevolgen. In Frankrijk is dit wel toegepast. Bij driezieke kinderen in een klas werd de klas gesloten, bij drie klassen met ziekenwerd de school gesloten. Dit stuitte op veel maatschappelijke weerstand. Figuur 11 Gezichtsmaskers blijken weinig effectief Bron: http://ap.mysinchew.com/files/mask.jpg 25
    • 2.3 Bedrijfseconomische aspecten2.3.1 InleidingBedrijven zullen altijd een kosten-batenanalyse maken bij de bepaling enuitvoering van hun beleid. Dit geldt ook voor het voeren van preventiebeleidals een grieppandemie dreigt. Het bedrijf maakt een economischeoverweging om al dan niet een griepprotocol te ontwikkelen en te volgen.Om te kunnen beoordelen of een bedrijf waardeverlies ofwel schade leidt alshet geen griepprotocol ontwikkelt, moet de potentiële schade berekendworden.In dit hoofdstuk gaan we in op de twee soorten kostenposten die bij dezeschade een rol spelen. Dit zijn de kwantitatieve en de kwalitatievekostenposten.Kwantitatieve kostenposten definiëren we als de kosten die een primairgevolg zijn van uitval door ziekte van de werknemers en waar een redelijkbetrouwbare schatting van te maken is. Afgezien van deze kwantitatievekosten zijn er echter ook andere economisch argumenten om eenpreventiebeleid te ontwikkelen als een pandemie dreigt. Dit zijn kwalitatievekostenposten, deze treden op langere termijn op.Kwalitatieve kostenposten definiëren we als de kostenposten die niet directduidelijk en kwantificeerbaar zijn maar uiteindelijk impact kunnen hebben ophet voortbestaan van het bedrijf.De kosten die bedrijven maken om de gevolgen van de pandemie tevoorkomen of beperken, zijn de preventiekosten en worden ook in dithoofdstuk behandeld. Dit is immers de uiteindelijke afweging die bedrijvenmaken: wegen de preventiekosten op tegen de kosten die ontstaan als wegeen preventiebeleid voeren? Of anders geformuleerd: wat levert hethanteren van een griepprotocol het bedrijf op?Deze uiteindelijke berekeningen zijn een argument in de keuzes die bedrijvenmaken in hun preventiebeleid. De basis van deze keuzes is een afwegingtussen kosten en baten van dit preventiebeleid. 26
    • 2.3.2 Omvang Nieuwe Influenza A pandemieDe basis voor het griepprotocol moet een schatting zijn van de omvang vande pandemie zoals deze zich uiteindelijk zal voordoen. Pas dan kan immerseen schatting gemaakt worden van de schade die een bedrijf leidt tengevolge van een pandemie. De omvang van een pandemie is moeilijk tevoorspellen. In Nederland hebben het Ministerie van Volksgezondheid en hetministerie van Binnenlandse Zaken rekening gehouden met twee scenario‟s:een mild scenario en een ernstig scenario. Dit is in onderstaande tabel uit de„handleiding bedrijfscontinuïteit‟ weergegeven.Tabel 2.1: Scenario’s: aannames voor de Nieuwe Influenza in Nederland op basis vanvoorgaande grieppandemieën. Beschrijving van het milde en van het ernstige scenario invergelijking met een normale griepepidemie. Jaarlijkse Mild scenario Ernstig scenario seizoensgriep Nieuwe Influenza Nieuwe Influenza met gebruik van zonder antivirale antivirale middelen middelen*Aantal mensen ziek 820.000 ca. 5 miljoen ca. 5 miljoen% 5 30 30Aantal doden 250-2.000 ca. 5000 ca. 80.000Frequentie Jaarlijks Onbekend onbekendDuur van de ziekte en 0 à 2 weken 0 à 2 weken 1 à 2 wekenhersteltijd thuisGemiddelde ziekteduur 6 dagen 6 dagen 8 dagenDuur griepgolf 6 à 10 weken ca. 20 weken ca. 10 wekenPiekmoment Na 3 tot 5 weken Rond de 10e week Rond de 6e weekPiekbelasting (nieuwe _ Ca. 100.000 Ca. 170.000zieken per dag)resp. % 0,6 % 1%Aantal zieken tijdens de Ca. 700.000 0,8-1,6 miljoenpiek, resp. % 4% 5-10%Aantal thuisblijvers tijdens 0,7-1,6 miljoen 1,6-4,8 miljoende piek, resp. %** 4-10% 20-30%Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van Binnenlandse zaken enKoninkrijksrelaties, Handleiding bedrijfscontinuïteit bij Grieppandemie, maart 2008 29Toelichting tabel:*Antivirale middelen hebben een generieke werking. Dat wil zeggen dat ze voor alle variantenvan een influenzavirus werkzaam zijn. Om het effect van een ernstig scenario te laten zien isde toepassing van antivirale middelen buiten beschouwing gelaten.** hiervan is het ernstige scenario 15-20% thuis ten gevolge van influenza en alle andereziekten30 en 5-10% thuis uit voorzorg of verzorging van zieken. Het gaat hier om eengemiddelde: voor grotere organisaties is dit een redelijke verwachting, kleinere bedrijvenkunnen naar boven of beneden hiervan afwijken.29 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van Binnenlandse zaken enKoninkrijksrelaties, Handleiding bedrijfscontinuïteit bij Grieppandemie, maart 200830 Jacco Wallinga 2007, concept notitie RIVM over verwachtingen omtrent absenteïsme, Health protectionagency (2006) 27
    • Uit de gegevens in de tabel is te zien dat de verwachting was dat een zeergroot deel van de bevolking ziek zou worden tengevolge van de NieuweInfluenza, namelijk zes keer het normale aantal. Ook zou een groot aantalmensen kunnen overlijden en de uitval langer kunnen duren dan tijdens denormale seizoensgriep. Bovendien zouden tijdens de piek van de pandemieeen zeer groot aantal mensen ziek zijn. Uiteraard heeft dit grotemaatschappelijke en economische consequenties. Door deze groteconsequenties werd het bedrijfsleven gedwongen na te denken over demogelijke gevolgen van de Nieuwe Influenza pandemie voor hun organisatie.2.3.3 Schatting kosten van de pandemieDe Wereldbank heeft in 2009 een ruwe schatting gemaakt van dewereldwijde kosten die ten gevolge van de grieppandemie kunnen ontstaan.In deze schatting wordt aangegeven dat rekening gehouden moet wordenmet een kostenpost van bijna 5 % van het BNP (Bruto Nationaal Product)van de internationale gemeenschap, dit is meer dan 3000 miljard dollar.31Hierbij moet aangetekend worden dat dit een schatting betreft waarbij depandemie een omvang zou bereiken die deze uiteindelijk nooit bereikt heeft.Deze schatting is voor een individueel bedrijf niet erg waardevol. Het bedrijfzal zelf in beeld moeten brengen welke schade het zal leiden als de pandemiezich voltrekt. Hierover gaat het volgende deel.2.3.4 Kostenposten pandemieAls zich een pandemie voordoet, ziet het bedrijfsleven zich voor een aantalproblemen gesteld. Deze problemen kunnen een bedreiging vormen voor debedrijfscontinuïteit. Bedrijfscontinuïteit kan worden gedefinieerd als deprocessen, procedures, beslissingen en activiteiten die verzekeren dat eenorganisatie kan blijven functioneren bij een operationele onderbreking.32Zoals uit bovenstaande definitie te begrijpen is, is de bedrijfscontinuïteit vanlevensbelang voor het bedrijf. Om de bedrijfscontinuïteit zoveel mogelijk tegaranderen moet een aantal kosten gemaakt worden. Door dezekostenposten in kaart te brengen kan een beeld gevormd worden van dekosten waar een bedrijf zich voor gesteld ziet. Vervolgens kan een bedrijfhier rekening mee houden en zich op de pandemie voorbereiden.In geval van de griep (nieuwe influenza A) mogen we aannemen dat deziekte van tijdelijke aard is en dat de kosten voor het bedrijf die alleen doorziekte veroorzaakt worden, beperkt zijn. De uitval van een door de ziekte31 Flanders, Stephanie, 30 april 2009, BBC news32 www.2protect.nl, adviesbureau op het gebied van bedrijfscontinuïteit, 2007 28
    • getroffen werknemer beperkt zich hoogstwaarschijnlijk tot de duur van deziekte. Zodra de werknemer weer beter is, kan hij weer volledig ingezetworden. Van een blijvende schadevergoeding aan de werknemer zal geensprake zijn.Er treden echter ook een aantal andere, complexere, kostenposten op. Ditzijn de kostenposten die optreden omdat grotere groepen werknemers ziekworden. Dit kunnen werknemers in het eigen bedrijf zijn maar ookwerknemers bij toeleveranciers, vervoerders en andere derden kunnen doorde pandemie worden getroffen.33Als een bedrijf getroffen wordt door ziekte of ongeval van een individuelewerknemer zijn de effecten hiervan in kaart te brengen en is een berekeningte maken van de kosten die dit met zich meebrengt.34 Op vergelijkbare wijzekan dit als een groep werknemers wordt getroffen door een pandemie. Dit is,zoals gezegd al een stuk complexer. Nog ingewikkelder wordt het als we ookrekening willen houden met de kwalitatieve aspecten. Indien debedrijfscontinuïteit niet meer gegarandeerd kan worden, kan het bedrijf ookte kampen krijgen met kwalitatieve bedreigingen zoals klantenverlies enreputatieschade. Hoewel deze kostenposten in elkaar kunnen overgaan endus niet strikt te scheiden zijn, kiezen we er in dit hoofdstuk voor om hierineen onderscheid te maken. Het onderscheiden van deze kosten maakt eenbetere schatting van de totale kosten mogelijk. Dit neemt niet weg dat deuiteindelijke berekeningen zeer complex en indicatief zijn.Alle kosten worden uiteindelijk afgewogen tegen de preventiekosten.Hierover gaat paragraaf 2.3.8.2.3.5 Maatschappelijke kostenpostenAfgezien van de kosten die voor rekening van het bedrijf komen zijn er ookkosten die zich rond de werknemer en diens omgeving voordoen. Dezekosten noemen we de maatschappelijke kosten. In de tabel hierondernoemen wij een aantal maatschappelijke kostenposten. Deze kostenpostenlaten we hier verder buiten beschouwing, maar zijn uiteraard wel van belang.In dit werkstuk beperken we ons tot de kostenposten voor het bedrijf. Deoverheid zal in haar preventiebeleid voor een pandemie uiteraard welrekening houden met deze maatschappelijke kosten33 Dorman, Peter, The Economics of Safety, Health, and Well-Being at Work: An Overview InFocus Program on SafeWork, International Labour Organisation The Evergreen State College, May, 200034 De Greef, Marc,Van den Broek, Karla, 28 april 2008, www.prevent.be 29
    • Tabel 2.2 Overzicht van kwantitatieve en kwalitatieve maatschappelijkekostenpostenSchadeplaats kwalitatief KwantitatiefZieke werknemer Pijn, algehele malaise Salaris, premies, tijdverlies door bijvoorbeeld medisch handelenFamilie van de werknemer Zorgen om de zieke Verlies van inkomen van de zieke Morele belasting Extra kosten om bijvoorbeeld Fysieke belasting (taken huishoudelijke hulp in te huren moeten worden overgenomen)Collega’s van de werknemer Zorgen om de zieke Toename van de hoeveelheid werk Zorgen om eventuele Inwerktijd voor tijdelijke collega’s besmettingBron: De Greef M, Kosten en baten van preventie, presentatie UAMS, 20092.3.6 Kwantitatieve bedrijfskosten bij een pandemieIn dit deel gaan we nader in op de kwantitatieve kosten die ontstaan voorbedrijven als een grote groep werknemers uitvalt door ziekten. Hierbijhebben we mede als bron gebruikt de mondelinge informatie van deproductiedirecteur van één van de geënquêteerde bedrijven. Het bedrijfbeschikt over een griepprotocol. Daarnaast hebben wij informatie uit delessen aan de UAMS van de heer M. de Greef kunnen gebruiken.Tabel 2.3 Overzicht van kwantitatieve en kwalitatieve bedrijfsmatige kostenpostenSchadeplaats kwalitatief kwantitatiefBedrijf Verlies van klanten Gederfde omzet Reputatieschade Verhoging productiekosten Sociale onrust Kosten voor vervanging Verhoging aantal arbeidsongevallen Verhoging ziektepremie Thuiswerken Inkoop bij derden Uitval toeleveranciers Problemen met aan-en afvoer Uitstel innovatieDe in dit overzicht genoemde en in dit hoofdstuk behandelde kostenpostenzijn vaak afhankelijk van elkaar en kunnen leiden tot dezelfde schade in eenbedrijf. De oorzaak van de schade verschilt echter wel, daarom behandelenwij de kostenposten allen afzonderlijk. Hierdoor ontstaat meer inzicht in hetgrote aantal effecten dat een pandemie op een bedrijf zou hebben.Omdat omzet de motor van een bedrijf is, zal het ervoor kiezen om kosten temaken om omzetderving (2.3.6.1) te voorkomen. De productiekosten nemenhierdoor toe (2.3.6.2). Hieronder vallen de kosten voor vervanging vanpersoneel, de kosten van arbeidsongevallen, de extraziektekostenpremiekosten en de kosten om thuiswerken mogelijk te maken.(2.3.6.3 tot en met 2.3.6.6) De extra kosten die niet bij de eigen productieontstaan maar extern zijn de kosten die gemaakt worden door het moeten 30
    • inkopen bij derden, uitval van de vaste toeleveranciers en problemen metlogistiek (2.3.6.7 tot en met 2.3.6.9) Het moeten uitstellen van innovaties iseen langere termijneffect maar kan grote financiële gevolgen hebben.Hieronder gaan we uitgebreider op elk van deze punten in.2.3.6.1 Gederfde omzetAls een aanzienlijk deel van het personeel ziek wordt, zullen problemenontstaan in de productie. Een deel van de productie kan zelfs stil gelegdmoeten worden omdat er niet voldoende personeel is om een lijn gaande tehouden. Hierdoor kunnen minder producten geleverd worden dan gewoonlijken ontstaat economische schade.Uit een onderzoek door accountantskantoor Deloitte onder financieeldirecteuren van grote bedrijven in Nederland blijkt dat in mei 2009 bijna dehelft van hen rekening houdt met een omzetdaling van 3,5% als zich eengrieppandemie zou voordoen. Het gaat hierbij om een bedrag van 1,8 miljardeuro.352.3.6.2 Verhoging productiekostenHet personeelsbestand in een bedrijf is afgestemd op de productie. Eenbedrijf zal niet meer personeel in dienst nemen dan voor de productie nodigis. Dit betekent dat als een, meer dan gemiddeld, deel van het personeel ziekis, de normale productie geen doorgang kan vinden. Er zullen dus minderproducten gemaakt kunnen worden. Het kan ook betekenen dat bepaaldehalffabricaten niet tot eindproduct verwerkt kunnen worden. De productievan deze halffabricaten is dus tevergeefs en levert een kostenpost op voorhet bedrijf. Doordat met minder bezetting gewerkt wordt kan de productieminder efficiënt verlopen, er is minder controle tijdens het proces. Dit kanleiden tot verliezen aan de lijnen. Dit geldt niet alleen bij grote percentagesafwezigen, maar ook bij een hoog percentage uitval op een cruciale afdeling(bv technische dienst, specialistische operators).2.3.6.3 Kosten voor vervangingAls te veel personeel ziek thuis is, of thuis gezinsleden moet verplegen,zullen oplossingen gevonden moeten worden om de productie gaande tehouden.Indien een tekort aan personeel dreigt te ontstaan, moet een aantal keuzesgemaakt worden.35 Het Parool, 7 mei 2009 31
    • Zo kan: een beroep op derden gedaan worden, kan het personeel gevraagd worden langer te werken, of kan ervoor gekozen worden om een beroep te doen op oudere ex- werknemers die het bedrijf verlieten toen ze met pensioen gingen.Indien een beroep op derden wordt gedaan, bijvoorbeeld via uitzendbureaus,zijn hieraan uiteraard kosten verbonden. Inhuur van derden is in hetalgemeen duurder dan eigen personeel omdat de productiviteit van derdenlager en de faalkosten hoger liggen. Zij zullen immers eerst moeten wordeningewerkt. Als de tijdsdruk hoog is, bestaat het risico dat dit onvoldoendegebeurt. Dit verhoogt de kans op ongevallen en misproductie. Bovendien zalhet uitzendbureau zelf ook lijden onder de pandemie en zullen veel bedrijveneen beroep op hen doen. Het is dan de vraag of het uitzendbureau debenodigde arbeidskrachten zal kunnen leveren als de pandemie zichvoordoet.Aan de keuze om het personeel langer te laten werken kleven een aantalvoor- en nadelen. Eigen personeel is ingewerkt en kan dus meteen aan deslag met de werkzaamheden waar behoefte aan is, mits dit uiteraard tot hungebruikelijke taken behoort. Dit levert een voordeel op boven het inhurenvan derden. Een nadeel hiervan is dat, indien veel mensen ziek worden, hetaantal overuren zodanig kan oplopen dat het gevaar bestaat dat personeeloverbelast wordt. Dit kan gevolgen hebben in de productie (personeel wordtminder oplettend) maar kan ook weer leiden tot een hoger ziekteverzuimdoor deze overbelasting.„Het Belang van Limburg‟ meldde in 2009 dat bijvoorbeeld het VirgaJesseziekenhuis in Hasselt gekozen heeft voor de laatste optie en deden eenberoep op gepensioneerde werknemers, maar pas in laatste instantie. Zovoorzag dit ziekenhuis het terugroepen van verpleegkundigen die maximaalvijf jaar met pensioen zijn. In het griepprotocol van dit ziekenhuis isaangegeven dat in eerste instantie alle personeelsleden ingeënt zoudenworden tegen de Nieuwe Influenza A. Mochten er toch personeelsleden ziekworden, dan zou aan de gezonde werknemers gevraagd worden om tijdelijkextra lange dagen te maken. In laatste instantie zouden ook gepensioneerdeverpleegkundigen teruggeroepen worden.36Uiteraard bestaat ook bij het inhuren van ex-werknemers engepensioneerden het risico dat zich ongevallen voordoen door onbekendheidmet het werk. Immers productiewijzen veranderen snel en ex-werknemerszijn niet meer gewend aan werkwijze en werktempo.36 Het Belang van Limburg, 1 oktober 2009, pagina 6 32
    • 2.3.6.4 Verhoging aantal arbeidsongevallenDit deel gaat over kosten die te maken hebben met verhoging van risico‟s opongevallen. Risico‟s zijn moeilijker te kwantificeren dan de hierbovenbesproken kostenposten. Het zijn echter wel reële risico‟s waarmee binnende bedrijfsvoering rekening gehouden moet worden indien zich eengrieppandemie voordoet.Door hoge uitval van werknemers in de productieketen, hetzij bij het eigenbedrijf, hetzij bij toeleveranciers, transporteurs en afnemers, ontstaansituaties die afwijken van de gebruikelijke situatie. Bij een normale uitval (inBelgië was in 2008 het kortdurend ziekteverzuim 2,24% 37) kunnen dezeschommelingen opgevangen worden. Bij hoge uitval kan een situatieontstaan waarbij deze schommelingen niet meer opgevangen kunnenworden. Hierbij kunnen zich situaties voordoen waarbij grotere risico‟sworden genomen dan normaal. De veiligheid van de werknemers kan ingevaar komen als door onvoldoende personeel een productielijn gaandegehouden moet worden. Hierdoor ontbreekt mogelijk controle of moet in eente hoog tempo worden gewerkt. Dit kan leiden tot onvoldoende aandachtvoor de reguliere veiligheidsmaatregelen waardoor bedrijfsongevallen kunnenontstaan. Indien de bezetting bij een productielijn bijvoorbeeld normaalgesproken 6 personen is en nu niet meer dan 4 kan zijn, ligt mogelijk hettempo te hoog, ontbreekt de onderhoudsmonteur, is er onvoldoende toezichtenzovoort. De kans dat zich dan een arbeidsongeval voordoet is groter danbij de normale bezetting. De kosten die dit met zich meebrengt, beperkenzich niet tot de uitkering aan de werknemer die het ongeval overkomt maarzijn veel uitgebreider dan dat. Marc de Greef heeft hiervoor, in samenwerkingmet Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, eenrekenmodel ontwikkeld.38 In de checklist die bij dit rekenmodel,Preventmatrix, hoort, worden 30 elementen benoemd die van belang zijn omeen totaalbeeld van de kosten te krijgen. Zo worden daar kostenmeegenomen als loonkosten van een vervanger, begeleidingskosten van eencollega naar het ziekenhuis, analyse van het ongeval door de directie,bespreking van het ongeval door de productiemedewerkers, vervanging vanbeschadigde uitrusting, opleiding vervanger enzovoorts.37 www.SD worx.be, 19 november 200938 De Greef, M., Kosten en baten van preventie, documentatie UAMS opleiding veiligheidskunde, 18 maart2009 33
    • 2.3.6.5 Verhoging van de ziektepremieNa een pandemie kan een bedrijf geconfronteerd worden met een verhogingvan de ziektepremie. Als het bedrijf immers vaak een beroep heeft gedaanop het verhalen van de loonkosten van zieke werknemers bij de verzekering,kan deze ertoe overgaan het bedrijf als een te groot risico te beschouwen enbij een volgend contract een hogere premie berekenen. Hierin kan deverzekering een onderscheid maken tussen bedrijven die, al dan nieteffectief, preventiemaatregelen hebben genomen om de gevolgen van degrieppandemie te beperken. Over deze dreigende premieverhoging zijn inNederland op 14 oktober 2009 in de Tweede Kamer vragen aan minister AbKlink van Volksgezondheid.39 Een eventuele verhoging zal afhankelijk zijnvan het ziekteverzuim dat daadwerkelijk optreedt. Dit is uiteraard een effectdat zich pas op lange termijn zal voordoen.2.3.6.6 ThuiswerkenEen deel van de bedrijven wil tijdens een mogelijke pandemie meermogelijkheden voor werknemers creëren om thuis te werken om op dezemanier productieverlies te voorkomen. Deze mogelijkheid willen zij nietalleen creëren voor de werknemers die zelf getroffen worden door hetgriepvirus, maar ook voor de werknemers die te maken krijgen met ziekegezinsleden en daardoor niet in de gelegenheid zijn om te komen werken.Ook kan het zo zijn dat het beleid van het bedrijf erop gericht is omwerknemers met zieke gezinsleden niet naar het werk te laten komen ombesmetting van collega‟s te voorkomen.Om te kunnen thuis werken zullen thuiswerkplekken moeten wordengecreëerd en de technische mogelijkheden om in te loggen op hetbedrijfsnetwerk. Uiteraard zijn hier voor de bedrijven kosten aan verbonden.Ook minder voor de hand liggende gevolgen van thuiswerken kunnen leidentot kosten voor bedrijven. Zo waarschuwde onderzoeksbureau Gartnerervoor dat een explosie van thuiswerken ertoe zou kunnen leiden dat de drukop het netwerk te groot wordt. Dit zou als gevolg kunnen hebben dat hetinternet wordt lamgelegd. Onderzoeksbureau Gartner rekende uit dat dit hetgeval zou zijn als meer dan 40% van de mondiale beroepsbevolking vanthuis uit gaat inloggen.40 Achteraf lijkt dit een nauwelijks serieus te nemendoemscenario, echter in november 2009 werd de dreiging reëel genoeggeacht om hier rekening mee te houden.39 www.verzekeringssite.nl, 22 oktober 200940 NRC handelsblad, 6 november 2009, p.17 34
    • 2.3.6.7 Inkoop bij derdenOm te voorkomen dat een bedrijf niet meer kan leveren door uitval vanwerknemers, kan het bedrijf er voor kiezen de producten in te kopen bijderden. De producten kunnen dan alsnog aan de klanten van het bedrijfgeleverd worden. Hieraan zijn echter extra kosten verbonden. Deinkoopsprijs bij derden van producten die het bedrijf normaal zelf produceert,ligt hoger dan de prijs waarvoor het bedrijf zelf produceert. Bovendienmoeten extra transportkosten betaald worden en moeten productenmisschien omgepakt worden in eigen verpakkingen. De klant zal hier nietextra voor willen betalen dus deze kosten komen geheel voor rekening vanhet bedrijf.Als bij derden ingekocht moet worden, betekent dit dat de kennis om hetproduct in eigen bedrijf te maken, verloren kan gaan. Deze kennis komtbovendien terecht op een plek waar een bedrijf dat niet zal willen, namelijkbij de concurrent.2.3.6.8 Uitval van toeleveranciersVoor de productie is een bedrijf afhankelijk van grondstoffen, onderdelen enandere hulpmiddelen van derden. Indien de leveranciers van dezegrondstoffen en hulpmiddelen niet meer in staat zijn om aan hunverplichtingen te voldoen, zal ook dit leiden tot problemen bij de productie.Het bedrijf zal hierbij problemen ondervinden die lijken op de in eerderbeschreven problemen die ontstaan als ingekocht moet worden bij derden.Het bedrijf zou er ook voor kunnen kiezen om bij andere toeleveranciers tegaan inkopen. Hier zijn uiteraard risico‟s aan verbonden. Andere grondstoffenkunnen problemen in de productie opleveren omdat apparatuur andersingesteld moet worden, personeel geïnstrueerd enzovoort. Het gevaarbestaat dat de eindproducten van het bedrijf ofwel niet meer geleverd kanworden ofwel niet meer voldoen aan de standaardspecificaties.2.3.6.9 Problemen met aan- en afvoer van productenProducten die worden geproduceerd, moeten ook worden afgevoerd engrondstoffen moeten worden aangevoerd. Een aantal bedrijven zal met eigenvervoerders werken, anderen hebben contracten met externe partners diehet vervoer verzorgen. Indien door ziekte van hun werknemers dezevervoerders de producten niet of niet voldoende kunnen vervoeren, kunnengrote problemen ontstaan in de leveringen. Klanten krijgen hun productenniet of te laat. Bij bederfelijke waar treden nog grotere problemen op. 35
    • Een vergelijkbaar probleem deed zich in april en mei 2010 voor. Er kon toen,door de uitbarsting van de vulkaan Eyjafjallajökull op IJsland, niet gevlogenworden waardoor producten niet tijdig vervoerd werden. Dit leidde niet alleentot grote vertragingen maar ook tot grote stijgingen van de tarieven van deluchtvrachtvervoerders.41Verladers die gebruik maakten van luchttransport, moesten vijftien tot dertigprocent meer betalen voor dit vervoer. Het ging hierbij zowel om algemenelading als om lading van bederfelijke goederen.Dergelijke prijsstijging zijn mede het gevolg van het prijssysteem datgehanteerd wordt om de tarieven voor vervoer te berekenen. Air India,Indian Airlines, Emirates, Jet Airways, British Airways, Kingfisher, KLM, GulfAir en Air Arabia kiezen als klant diegene die per kilo het meeste biedt.Exporteurs van fruit en groenten zouden het meest bezorgd zijn aangezienzij dagelijks 300 ton goederen exporteren, waarvan de helft met het vliegtuiggaat.Dergelijke problemen, die dus werkelijkheid werden ten tijde van devulkaanuitbarsting, werden ook voorzien bij een grote grieppandemie. Dat ditkan leiden tot een grote kostenpost mag uit het bovenstaand voorbeeldduidelijk zijn. Uiteraard gelden vergelijkbare problemen voor bedrijven diehun producten afvoeren over de weg, het water of per spoor.2.3.6.10 Uitstel van innovatiesAls de pandemie lang duurt, bestaat de mogelijkheid dat in die tijdbijvoorbeeld nieuwe productielijnen in bedrijf worden genomen of nieuweautomatisering- of managementsystemen worden ingevoerd. Het bedrijfheeft dan de keus om de invoer van deze nieuwe productielijnen ensystemen uit te stellen of toch in te voeren. Beide keuzes kosten geld. Uitstelbetekent dat langer met inefficiënte en mogelijk gevaarlijke systemen moetworden gewerkt. Toch invoeren betekent dat de derden die zijn ingehuurdmoeten worden ingewerkt om hiermee te leren werken. De kennis die dezeingehuurde personeelsleden op deze manier verwerven, gaat weer verlorenzodra de pandemie ten einde is.Dit zijn dus extra kosten. Immers zodra het personeel weer terugkeert ophun werkplek gaat deze investering verloren. Deze kosten zijn uiteraardhoger naarmate het productieproces ingewikkelder is. Hierbij bestaat hetrisico dat niet of te weinig in deze opleidingen wordt geïnvesteerd. Dit kanleiden tot extra risico‟s omdat de bediening aan de productielijnen dooronvoldoende gekwalificeerd personeel wordt uitgevoerd.41 Nieuwsblad Transport, 4 mei 2010 36
    • 2.3.7 Kwalitatieve bedrijfskosten bij een pandemieZoals al eerder is gesteld, zijn een aantal kostenposten moeilijk tekwantificeren, bovendien doen deze kostenposten zich vaak pas op langetermijn voor. In 2.3.7.1 tot en met 2.3.7.3 willen we deze posten toch apartnoemen omdat ze wel verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor hetvoortbestaan van het bedrijf. Het zich al dan niet voordoen van deze kostenzal echter sterk afhankelijk zijn van de interne bedrijfsomstandigheden maarook van de externe omstandigheden zoals de omvang van de pandemie.Wij willen hier nog eens herhalen dat een scherpe scheidslijn tussenkwantitatieve en kwalitatieve kosten niet te trekken is.2.3.7.1 Verlies van klantenHet is mogelijk dat door uitval van personeel het niet mogelijk is om alleklanten te bedienen. Dit betekent dat een aantal klanten de producten die zijbesteld hadden niet krijgen of niet op tijd krijgen. Dit kan uiteraard weergevolgen hebben voor hun eigen bedrijfsvoering. Zij zullen daarom hunproducten elders moeten bestellen. Afhankelijk van de tijd die het duurtvoordat het hun oorspronkelijke leverancier de producten weer kan leveren,kan de klant beslissen om voortaan bij het bedrijf te bestellen waar het in detussentijd producten moest bestellen. Deze beslissing kan genomen wordenonder invloed van de prijs of doordat de klant het vertrouwen in hun eersteleverancier heeft verloren. Als eenmaal klanten deze keuze hebben gemaakt,zal het moeilijk zijn de klanten weer terug te verwerven.Uit het door „het Parool‟ beschreven en in 2.3.6.1 eerder genoemdeonderzoek door accountantskantoor Deloitte, blijkt dat een kwart van debedrijven niet is voorbereid op een uitbraak van de Nieuwe Influenza A. Deheer Eysink van Deloitte vindt dat bedrijven hiermee een onacceptabel risicolopen, zeker gezien de door de crisis veroorzaakte vergrote kwetsbaarheidvan de bedrijven. Hij waarschuwt voor de mogelijkheid van een blijvendnegatief effect van de Nieuwe Influenza A op de waarde van eenonderneming.35De kans op dit blijvend negatief effect is groter in branches waarleverbetrouwbaarheid van levensbelang is. Zo is het begrijpelijk dat van eenbedrijf dat unieke producten levert een hogere leverbetrouwbaarheidverwacht wordt dan van een bedrijf dat geen unieke producten levert. Voorbijvoorbeeld een supermarkt luistert de leverbetrouwbaarheid minder nauwdan voor een elektriciteitsmaatschappij. Klanten van een supermarkt zullenimmers hun producten of alternatieven voor hun producten betrekkelijkeenvoudig elders kunnen kopen. Voor de klanten van eenelektriciteitsmaatschappij is dit zeer kostbaar en zeker niet eenvoudig. 37
    • 2.3.7.2 ReputatieschadeReputatieschade houdt vaak rechtstreeks verband met het hierbovengenoemde verlies van klanten. Door de problemen in de levering aan klantenkan het bedrijf schade aan het imago ondervinden. Stond een bedrijfvoorheen bekend als een betrouwbare leverancier van kwalitatiefhoogwaardige producten en kan het niet meer aan voldoen dan zullenklanten aarzelen om hun volgende bestelling weer bij dit bedrijf te plaatsen.Als zij bovendien tijdens de pandemie genoodzaakt zijn geweest om hunbestellingen elders te plaatsen dan bestaat het gevaar dat deze klantenvoorgoed verdwijnen uit het klantenbestand van het bedrijf. Het risicobestaat dat de schade verder gaat dan het verlies van bestaande klanten.Mogelijke nieuwe klanten zullen er dan ook van afzien om producten tekopen bij dit bedrijf. In dat geval is reputatieschade ontstaan dieverstrekkende en langdurige gevolgen kan hebben.Dit is ook de reden waarom bedrijven er, afgezien van de kosten, alles aangelegen zal zijn, om hun leverbetrouwbaarheid op peil te houden zodat hunmarktaandeel niet verloren gaat. Een omzetdaling heeft immers grotegevolgen voor de financiële situatie van een bedrijf.Na een crisis zijn altijd verschuivingen in de markt zichtbaar. Na eenpandemie zal dat ook gebeuren. Ook hier zal de “survival of the fittest”ervoor zorgen dat bedrijven die zich het beste voorbereid hebben een crisiskunnen doorstaan en er zelfs beter uit kunnen komen.2.3.7.3 Sociale onrustIndien in een bedrijf een aanzienlijk deel van de werknemers ziek wordt, kandit invloed hebben op de sfeer binnen het bedrijf. Zolang een pandemie niette lang duurt, de omvang beperkt is en daarmee de extra inspanning die vande resterende werknemers gevraagd wordt te overzien is, zal het bedrijf ditkunnen opvangen. Dit zal echter afhankelijk zijn van een aantal factoren diete maken hebben met de cultuur van het bedrijf. Bijvoorbeeld: worden deextra inspanningen wel of niet gewaardeerd (en dan niet alleen financieel),was er al enige onrust in het bedrijf, wordt er genoeg gedaan om de extrabelasting voor de werknemers op te vangen enzovoort. Ook kan het al danniet hebben van een griepprotocol invloed hebben op de draagkracht van dewerknemers. Als er geen enkele preventiemaatregel door het bedrijf isgenomen, kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat niet alles is ondernomenom de overbelasting te voorkomen. Overigens menen crisisexperts dat deoverheidsinformatie over de Nieuwe Influenza A onsamenhangend is en deburger ook in verwarring kan brengen. Zij verwijten bijvoorbeeld minister AbKlink van het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid gebrek aan regie.Volgens bestuurskundige Uri Rosenthal, directeur van het Instituut voorVeiligheids- en Crisismanagement, lukt het Klink en het Rijksinstituut voorVolksgezondheid en Milieu (RIVM) niet goed een helder en compact verhaalte vertellen. Doordat de boodschap niet telkens door dezelfde persoon wordtgebracht en steeds verandert, weten mensen niet goed waar ze aan toe 38
    • zijn.35 Het is belangrijk deze sociale onrust zoveel mogelijk te voorkomen.Immers als deze te groot wordt, zullen werknemers op zoek gaan naar eenandere werkkring. Dit kan tot ongewenste neveneffecten leiden, zoals verliesaan kennis en ervaring, die de schade die het bedrijf al heeft geleden door depandemie nog verder kan vergroten.Het is te begrijpen dat schade die ontstaat door sociale onrust niet ofnauwelijks te kwantificeren is. Het moge echter duidelijk zijn dat het negerenvan dergelijke effecten op de lange termijn zeer schadelijk is. Figuur 12 Demonstratie van verpleegkundigen voor beschermingsmaatregelen Bron: http://farm3.static.flickr.com/2483/3793675412_bb9fa6a024.jpg2.3.8 PreventiekostenPreventiekosten definiëren we in deze paragraaf als de kosten die bedrijvenmaken om zoveel mogelijk te voorkomen dat werknemers van hun bedrijfuitvallen als gevolg van de grieppandemie.Bovenstaande kostenposten, zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve,moeten afgewogen worden tegen de kosten die bedrijven maken om degevolgen van de grieppandemie te beperken. In hoofdstuk 2.4 worden demaatregelen besproken die bedrijven in hun griepprotocollen aankondigen.De maatregelen zijn er vooral op gericht om de bedrijfscontinuïteit zo goedmogelijk te garanderen. De kosten hiervan zijn uiteindelijk beperkt tenopzichte van de schattingen die zijn gemaakt. Zoals eerder aangegevenbedragen deze naar schatting 5 % van het BNP31. Het zijn kosten die zijngemaakt om protocollen te maken en om de maatregelen intern tecommuniceren. Deze zullen sterk afhankelijk zijn van de keuzes die hetbedrijf maakt. Zo kan een bedrijf zich beperken tot het wijzen naaroverheidscampagnes of kan het een eigen protocol ontwikkelen, zich baserenop branche-informatie of gebruik maken van bestaandebedrijfscontinuïteitsprotocollen die gebruikt worden in het geval zich eencalamiteit voordoet zoals een stroomstoring, een brand, een overstroming endergelijke. Een belangrijk onderdeel van preventie is de interne en externe 39
    • communicatie. De maatregelen die een bedrijf neemt, moeten immersgedeeltelijk uitgevoerd worden door het personeel. Veel bedrijven makenbijvoorbeeld gebruik van posters en hun intranetsites om het personeel teinformeren over de arbeidshygiënische maatregelen (zie bijlage 3)Daarnaast maakt een bedrijf kosten voor de aanschaf van arbeidshygiënischemiddelen zoals handgels, extra schoonmaak, etc. Ook zijn er in België kostengemaakt voor het vaccineren van personeel, dit betreft naast de vaccinatieszelf ook de kosten van medisch personeel, gebruik ruimten, tijd enzovoort.In Nederland speelden deze kosten nauwelijks een rol omdat als gevolg vanhet overheidsbeleid buiten de risicogroepen om, geen vaccinatiesbeschikbaar waren. (zie paragraaf 2.2.1)Ook voor de overheid is de grieppandemie een grote kostenpost. Uiteraardheeft de overheid ook te maken met een aantal kosten die ook hetbedrijfsleven treffen zoals kosten die samenhangen met personele gevolgen.Daarnaast wordt de overheid echter ook geconfronteerd met de kosten vangrootschalige vaccinatie. Berekend is dat deze kosten in Nederland tot zo‟n700 miljoen kunnen oplopen.42Met deze kosten wordt, als het goed is, de schade voor de bedrijven beperktomdat minder werknemers ziek worden. Dit is uiteraard afhankelijk van dekeuze van de overheid welke risicogroepen worden gevaccineerd.2.3.9 Baten van een pandemieDat er kosten verbonden zijn aan een pandemie is bijna vanzelfsprekend.Zijn er echter ook baten te noemen die optreden ten gevolgen van eenpandemie? De meest in het oog springende baten zijn te zien bij de bedrijvenin de farmaceutische industrie. De bedrijven in deze sector produceren devaccins die besteld zijn voor de preventieve inenting. De virusremmers diegebruikt worden om de griep te bestrijden zijn uiteraard ook door defarmaceutische bedrijven ontwikkeld. Omdat vaccinatie op grote schaal heeftplaatsgevonden, betekent dit dat grote bedragen gemoeid zijn met dezepreventieve inentingen. Uiteindelijk zijn wereldwijd niet meer dan 12.700mensen over de hele wereld gestorven aan een infectie met het NieuweInfluenza A virus (H1N1). Terwijl jaarlijks aan de seizoensgriep naarschatting tussen de 1 en 2 miljoen mensen overlijden.43 Dit betekent dat degriep veel minder slachtoffers heeft gemaakt dan de “miljoenen” waarvoor deWHO bij het begin van de pandemie gewaarschuwd had.Dit heeft enige argwaan gewekt bij de Raad van Europa over de rol die defarmaceutische industrie heeft gespeeld bij het aanzetten van de ministeriesvan Volksgezondheid tot het aankopen van vaccins en virusremmers. De42 NRC handelsblad, 15 augustus 200943 www.gezondheid.be, niet gedateerd 40
    • Raad van Europa heeft daarom opdracht gegeven om een studie teverrichten naar de rol van de farmaceutische industrie hierin. 44In Nederland is er discussie ontstaan over de rol van het Rijksinstituut voorVolksgezondheid en Milieuhygiëne, die de voorlichting voor de Nederlandseoverheid verzorgt. Zo bleek de belangrijkste woordvoerder van het RIVMbelangen te hebben bij een bedrijf dat een griepvaccin ontwikkelt. 45 Afgezienvan vaccins zijn er nog andere producten die ontwikkeld zijn onder invloedvan de dreigende grieppandemie. Hierbij valt te denken aan desinfecterendezepen en gels, mondmaskers, maar ook extra diensten vanschoonmakenbedrijven.Ook in de medische sector moest extra personeel ingezet worden ombijvoorbeeld de vaccins toe te dienen, consulten af te nemen en moestenextra ziekenhuisbedden worden gereserveerd.Aan het slot van het vorige deel over de kostenposten gaven wij al aan dateen crisis zoals de grieppandemie kan leiden tot een verschuiving op demarkt. Bedrijven die zich niet of nauwelijks voorbereiden op grote uitval doorziekte, zullen, als dit toch gebeurt, de gevolgen moeilijk kunnen opvangen.Hierdoor kan hun marktaandeel blijvend verminderen. Bedrijven die zichbeter voorbereiden zullen dus uiteindelijk kunnen profiteren van deondergang van hun concurrenten. Dit is de reden waarom we dezekostenposten hier als baten weer terugzien. Figuur 13 Vaccin voor nieuwe influenza A Bron: http://static.mync.com/images/uploads/cache/080221_flu_vaccine_420x315.jpg44 De Standaard, 14 januari 2010, p.2945 Trouw, 29 september 2009 41
    • 2.4 Griepprotocol2.4.1 InleidingZowel overheid als bedrijfsleven en organisaties hebben belang bij een goedevoorbereiding op een grieppandemie of een vergelijkbare situatie.De openbare instellingen zullen niet alleen in staat zijn het hoofd te biedenaan alle problemen die de nationale bevolking in het algemeen kan treffen.Wanneer er een grieppandemie uitbreekt, spelen ook bedrijven eenbelangrijke rol bij de bescherming van de gezondheid en veiligheid van hunwerknemers. Zo ook bij het beperken van de negatieve impact op deeconomie en de maatschappij. Voorbereiding op een grieppandemie is duscruciaal. Coördinatie en samenwerking tussen de openbare en de privésectoris onontbeerlijk, net als een doeltreffend informatiebeleid, om de gevolgenvan de grieppandemie te beperken. Op deze manier zorgen zij er samen voordat de samenleving zo min mogelijk last heeft van een grieppandemie. Deoverheid maakt daarvoor continuïteitsplannen voor de eigen organisatie.Daarnaast ondersteunt de overheid bedrijven en organisaties bij hunvoorbereidingen op een grieppandemie. Bijvoorbeeld door informatie teverstrekken over de risico‟s. Ook doet de overheid ondernemers suggestiesaan de hand als het gaat om maatregelen die vervolgens kunnen wordenopgenomen in hun griepprotocol. Uiteraard is het bedrijf zelfverantwoordelijk voor de continuïteit van het bedrijf of de organisatie.Het griepprotocol is een bedrijfscontinuïteitsplan aangevuld met een geheelaan mogelijke maatregelen en acties die bedrijven in staat stellen om denegatieve gevolgen voor het eigen bedrijf te beperken, om bij te dragen aande bescherming van de gezondheid en veiligheid van hun werknemers en omde negatieve impact op economie en maatschappij ten gevolge van degrieppandemie te beperken.2.4.2 Organisaties, overheden en informatiebronnenDe volgende instanties hebben een belangrijke rol gespeeld in deinformatievoorziening naar omgeving en bedrijven tijdens de grieppandemie:  De wereld gezondheidsorganisatie (WHO) via www.who.int  Het Europees Centrum voor ziektebestrijding (ECDC) via www.ecdc.europa.eu/EN  Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (MVWS), en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), in Nederland via www.grieppandemie.nl 42
    •  Het Interministerieel Commissariaat Influenza en de Federale Overheidsdienst Welzijn Arbeid en Sociaal Overleg (FOD-WASO) in België via www.influenza.beDe WHO en de Europese Commissie en haar agentschappen, het EuropeesCentrum voor ziektebestrijding (ECDC), volgden net als de nationaleautoriteiten, de ontwikkelingen op internationaal en Europees niveaunauwkeurig46 op.Via hun websites stelden ze informatie, richtlijnen betreffendepreventiemaatregelen, hulpmiddelen, een overzicht van veelgestelde vragenvoor werknemers en werkgevers ter beschikking aan de bedrijven en debevolking.Ook branche-organisaties hebben hierin een rol gespeeld. Zo heeftbijvoorbeeld de organisatie MKB voor de midden-en klein bedrijven inNederland, een uitgebreide voorlichting via hun website gegeven. 47De rol van de verschillende organisaties en overheden wordt verderoptoegelicht.De WHO48 is de sturende en coördinerende autoriteit voor gezondheid binnenhet United Nations organisatiesysteem. Het is verantwoordelijk voor hetvertonen van leiderschap met betrekking tot gezondheidszaken opwereldvlak, het vormgeven aan de agenda voor onderzoek, het zetten vannormen en standaards, het verwoorden van beleidsopties, het geven vantechnische ondersteuning aan landen, het monitoren en evalueren vangezondheidstrends.Het Europees Centrum voor ziektebestrijding (ECDC 49) is een Europeseinstantie die tot doel heeft het versterken van de Europeseverdedigingsaanpak tegen infectieziekten. Het is opgericht in 2005 engevestigd in Zweden. De missie van het ECDC is het identificeren, evalueren,beoordelen en communiceren van aankomende en lopende bedreigingen voorde gezondheid van de mens ten gevolge van infectieziekten. Om dit doel tebereiken werkt het ECDC samen met nationale instanties en deskundigenover geheel Europa.Het RIVM50, agentschap van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (MVWS), verricht onderzoek, adviseert en ondersteunt de Nederlandseoverheid met betrekking tot de gezondheid en een gezonde leefomgeving.Het effectief bestrijden van infectieziekten, mensen gezond houden, goede46 www.influenza.be/nl/persberichten/2009-04-27_communique5OMS_nl.pdf47 Dossier Grieppandemie, www.mkb.nl, niet gedateerd48 www.who.int/about/brochure_en.pdf49 www.ecdc.europa.eu/EN/ABOUTUS/Pages/AboutUs.aspx50 www.rivm.nl 43
    • zorg bieden, de veiligheid van consumenten bewaken en een gezondeleefomgeving bevorderen. Het RIVM verzamelt wereldwijd kennis over dezethema‟s, past die toe en verspreidt de kennis van zaken onderbeleidsmedewerkers, wetenschappers, inspecteurs en tegenwoordig ookonder het algemeen publiek. Elk jaar brengt het RIVM talloze rapporten enadviezen uit over volksgezondheid en gezondheidszorg, voeding, natuur enmilieu en rampenbestrijding. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (MVWS)51 is verantwoordelijk voor de volksgezondheid in Nederland.Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) isverantwoordelijk voor de centrale coördinatie van de bestrijding van crises.Het Interministerieel Commissariaat Influenza52 is het Belgisch orgaan voorde algemene coördinatie van de acties en voor overleg met alle betrokkeninstanties, op federaal, gewest- en gemeenschapsniveau. Het commissariaatlegt eveneens contacten met de Europese instanties en de internationaleinstellingen. Het werd opgericht op 20 oktober 2005. De belangrijksteopdracht van het commissariaat is een nationaal plan van aanpak opstellenen up-to-date houden om een eventuele grieppandemie in België efficiënt hethoofd te kunnen bieden.De hoofddoelstellingen van het commissariaat zijn:1. De sectoren waarvoor de overheid bevoegd is zo goed mogelijk voorbereiden en zich verzekeren van een operationeel antwoord in geval van een pandemie2. De impact op de gezondheid zo beperkt mogelijk houden: mortaliteit, morbiditeit, overbelasting van het gezondheidszorgsysteem3. De sociaal-economische impact van de pandemie zo beperkt mogelijk houden4. Het grote publiek en de doelgroepen correct informeren.Het commissariaat is samengesteld uit:1. Een stuurgroep waarin de verschillende openbare overheden vertegenwoordigd zijn (federale overheid, gewesten, gemeenschappen)2. Een wetenschappelijk comité dat, aan de hand van een risicobeoordeling, wetenschappelijk advies verleent aan de interministeriële commissaris3. Een eigen staf, met daarin vertegenwoordigers van de verschillende overheidsdiensten4. Een communicatie cel51 www.grieppandemie.nl/home/veelgestelde_vragen?nodeId=119752 www.influenza.be/nl/over-ons_nl.asp 44
    • 2.4.3 Bedrijfscontinuïteit en griepprotocolEen ernstige grieppandemie kan een ernstige bedreiging vormen voor debedrijfscontinuïteit van een bedrijf. Bedrijfscontinuïteit kan wordengedefinieerd als de processen, procedures, beslissingen en activiteiten dieverzekeren dat een organisatie kan blijven functioneren bij een operationeleonderbreking. 53 Financiën LEVERANCIERS KLANTEN Producten ProductenFinanciën Bedrijf Diensten DienstenProducten Personeel 54 Figuur 14 Factoren die van invloed zijn op de bedrijfscontinuïteit Bron: www.grieppandemie.nl/informatie_voor/werkgevers/hulpmiddelenOm bedrijven te helpen bij een goede voorbereiding op een grieppandemie ofeen vergelijkbare situatie, hebben zowel de Nederlandse55 als Belgische56overheid een checklist en handleiding voor bedrijven ontwikkeld om eenbedrijfscontinuïtsplan op te stellen, of bestaande plannen voor eengrieppandemie of voor andere risico‟s onder andere calamiteiten, teevalueren en aan te vullen. Hierin staan ook voorbeelden van maatregelenom de gevolgen voor een bedrijf te beperken.De checklisten die ter beschikking zijn gesteld door de Nederlandse overheidzijn weergegeven in bijlage 1, de checklist van de Belgische overheid isweergegeven in bijlage 2. De checklisten zijn een goede aanvulling op elkaar.De volgende stappen helpen bedrijven bij hun voorbereiding. Deze stappenstaan in uitgebreidere vorm in de checklisten.53 www.2protect.nl, adviesbureau op het gebied van bedrijfscontinuïteit, 200754 www.grieppandemie.nl/informatie_voor/werkgevers/hulpmiddelen55 www.grieppandemie.nl/informatie_voor/werkgevers/hulpmiddelen56 www.influenza.be/nl/_documents/Business_continuity_planning_check_list_version_ finale_NL.pdf 45
    • Volgende hoofdonderdelen zijn terug te vinden in eenbedrijfscontinuïteitsplan:1. Het opstarten van een voorbereidingsproces;  Een verantwoordelijke aanwijzen en een bedrijfswerkgroep oprichten.  Informatie verzamelen over grieppandemie.  Informatiemanagement en communicatie naar werknemers.2. Het beschermen van werknemers tegen het virus;  Inventariseren welk personeel tijdens het werk een verhoogd risico loopt op besmetting.  Nagaan wat kan worden gedaan om ervoor te zorgen dat het personeel zo weinig mogelijk wordt blootgesteld aan een griepvirus.3. Toetsen van de bedrijfscontinuïteit tijdens een grieppandemie waarbij het bedrijf uitgaat van de klant;  Bij de klanten nagaan welke de door het bedrijf geproduceerde producten en diensten de klant echt nodig heeft tijdens een grieppandemie.  Activiteiten inventariseren die essentieel zijn voor de levering van producten en diensten aan klanten en voor het blijven functioneren van de bedrijfsorganisatie tijdens een grieppandemie.  In kaart brengen welke mensen en middelen voor de beschreven activiteiten nodig zijn.  Inventariseren of bij een personeelsuitval van 10%, 30% en 50% tijdens een grieppandemie de benodigde activiteiten, producten en diensten kunnen worden geleverd.  Nagaan of de leveranciers van kritische producten en diensten, deze kunnen blijven leveren tijdens een grieppandemie.  Nagaan in welke mate zij afhankelijk zijn van derden4. De financiële risico‟s in geval van een grieppandemie.Door het uitvoeren van de geadviseerde acties in de checklisten zijnbedrijven goed voorbereid op een grieppandemie. Zij bevorderen zo deveiligheid en gezondheid van hun werknemers op de werkplek en zorgenervoor dat (vitale) bedrijfsprocessen blijven functioneren tijdens eengrieppandemie.Bij een grieppandemie kan de uitval van medewerkers bij bedrijven enoverheidsinstanties zodanig hoog worden dat de basisvoorzieningen voor debevolking in gevaar komt. Alle organisaties die vitale 57 producten en dienstenleveren moeten zich daarom voorbereiden op een grieppandemie door hettreffen van afdoende maatregelen. Vitale organisaties zijn organisaties in desectoren Energie, ICT/Telecommunicatie, Drinkwater, Voedsel, Gezondheid,57 http://www.bzk.nl/onderwerpen/veiligheid/nationale-veiligheid/grieppandemie 46
    • Financieel, Keren en Beheren Oppervlaktewater, Openbare Orde enVeiligheid, Rechtsorde, Openbaar Bestuur, Transport en Chemische enNucleaire Industrie. Om de continuïteit van de basisvoorzieningen zeker testellen, dienen deze organisaties het scenario van een grieppandemie in huncontinuïteitsplannen te verwerken.Zoals in hoofdstuk 2.4 is genoemd, hebben een aantal bedrijven beroepgedaan op bestaande bedrijfscontinuïteitsplannen. Deze plannen zijn meestalontwikkeld met het oog op bepaalde noodsituaties die zich kunnen voordoenin een bedrijf. De basis van deze plannen is een risico-evaluatie van deproblemen die zich kunnen voordoen in deze noodsituaties. Hierbij valt tedenken aan uitval door interne of externe technische storingen. Ook kanrekening gehouden worden met natuurrampen zoals dat gebeurt in gebiedendie gevoelig zijn voor aardbevingen of overstromingen. Volgens hetstandpunt van bedrijven die hun gebruikelijke bedrijfscontinuïteitsplanhanteren is een grieppandemie niet wezenlijk verschillend van een dergelijkeuitgebreide storing.Als we kijken naar bijvoorbeeld de checklist voor bedrijven ter beschikkinggesteld in België zie bijlage 1 en we zoeken naar voor deze grieppandemiespecifieke elementen dan valt het op dat de griepprotocollen van de overheidelementen bevatten die in een technische risico-analyse zullen ontbreken. Ditis natuurlijk afhankelijk van de keuze die bedrijven maken en van het typebedrijf. Zo is het waarschijnlijk dat een bedrijf met relatief veel personeel enminder techniek meer rekening zal houden met uitval van personeel doorziekte dan een bedrijf dat technisch hoogwaardig maar arbeidsextensiefwerkt.In hoofdstuk 3.3.13 staat beschreven of bedrijven in ons onderzoek gebruikhebben gemaakt van een griepprotocol. Zij konden dit zelf ontwikkelen ofputten uit de informatie die de verschillende overheden en organisatiespubliceerden.2.4.4 Tijdspad en actiesDe evolutie van de ernst van de grieppandemie in de tijd is mede bepalendvoor de te nemen acties en maatregelen om een pandemie het hoofd tebieden.In zijn Mondiaal plan ter voorbereiding van een pandemische griep heeft deWHO 6 fasen van waakzaamheid voor een pandemie bepaald zie hoofdstuk2.1.2Om te begrijpen waarom bedrijven op bepaalde momenten specifieke actiesen maatregelen hebben genomen wordt het verloop van de Nieuwe InfluenzaA in de tijd weergegeven. 47
    • In het persbericht van de Belgische interministeriële Commissaris Influenzavan 27 april 200958 is te lezen dat Wereldgezondheidsorganisatie WHO fase 4van het internationaal Pandemieplan aankondigt. Fase 4 betekent dat erkleine cluster(s) met een beperkte overdracht van mens op mens bestaan,maar dat de verspreiding zeer lokaal is, wat suggereert dat het virus nog nietgoed is aangepast aan de mens. Deze clusters werden opgemerkt in Mexicoen de Verenigde Staten. De Europese Commissie en haar agentschappen, hetEuropees Centrum voor ziektebestrijding (ECDC) en WHO monitoren, net alsde nationale autoriteiten, de laatste ontwikkelingen op internationaal enEuropees niveau nauwkeurig. Alle lidstaten worden aangespoord om hunoperationele pandemiedraaiboek fase 4 te ontplooien.Op 29 april 200959 heeft de directeur-generaal van de WHO beslist om overte gaan naar het niveau van verhoogd pandemisch alarm, namelijk van fase4 naar fase 5. Deze beslissing is vooral preventief en vertaalt zich in eenverhoogde mobilisatie van alle landen. Deze alarm- en waakzaamheidsfase isingeroepen aangezien het aantal zieke personen toeneemt maar deoverdrachten van mens tot mens geografisch beperkt blijven.Op 29 april 200960 heeft het Interministerieel Commissariaat Influenza ookaffiches voorgesteld die op grote schaal verspreid kunnen worden, mocht deNieuwe Influenza A België bereiken. Deze affiches bevatten de hygiënischebasisregels die helpen om de verspreiding van het griepvirus tegen tegaan.Op 30 april 200961 heeft de Ministerraad van België beslist over te gaan naarde federale fase van het crisisbeheer, maar vooralsnog blijft de coördinatie inde handen van de stuurgroep van het Interministerieel CommissariaatInfluenza. Omdat de evolutie van de situatie momenteel bijna alle sectorenvan onze maatschappij raakt, is op vrijdag 24 juli 2009 beslist ons teorganiseren overeenkomstig de structuren zoals die voorzien zijn voorcrisisbeheer in de federale fase. Concreet zijn vier crisiscellen geïnstalleerd inhet Crisiscentrum van de Regering.Op 11 juni 200962 gaat de WHO over naar fase 6 van pandemisch alarmDe overgang naar fase 6 geeft aan dat er zich een pandemie voordoet opwereldvlak. Momenteel verklaarden 74 landen dat ze getroffen zijn door deA/H1N1-griep. Daarom is de WHO van mening dat een verspreiding over de58 www.influenza.be/nl/persberichten/2009-04-27_communique5OMS_nl.pdf59 http://www.health.belgium.be/eportal/16992534?ssUserText=type_IE2FAQ#260 www.influenza.be/nl/_documents/2009-04-29_Persbericht8-etat-situation_nl.pdf61 http://www.crisis.ibz.be/documents/downloads/FichesCOMMExt_GestionAH1N1_NL.pdf62 www.influenza.be/nl/_documents/2009_06_11_Persbericht_55__Phase_6_NL.pdf 48
    • hele wereld onvermijdelijk is. Dit is een bepalende factor voor de overgangnaar fase 6, de zogenaamde pandemische fase.In de communicatie van het Nederlands Ministerie van Binnenlandse zakenvan aan werkgeversorganisaties en bedrijfsleven op 10 juli 2009 63, isaangegeven dat het van groot belang is dat instellingen voorbereidingentreffen of hebben getroffen om de continuïteit van hun productie ofdienstverlening te kunnen blijven garanderen in het geval van eengrieppandemie. Werkgeversorganisaties en het bedrijfsleven wordenherinnerd aan de toolbox grieppandemie die in april 2009 ter beschikking isgesteld alsook dat informatie voor werkgevers in het kader vancontinuïteitsmanagement en overige belangrijke informatie gebundeld staatop de website van de ministeries van VWS en van BZK, ziewww.minvws.nl/dossiers/grieppandemie/voor-bedrijven-en-organisaties enwww.minbzk.nl/grieppandemie. In april heeft dit ministerie de vitale sectorenen het bedrijfsleven om aandacht gevraagd voor de continuïteit van delevering van vitale producten en diensten en om alert en gereed te zijn als desituatie daar om vraagt.Op 25 maart 2010 heeft de Belgische ministerraad64 de opheffing van defederale fase van het beheer van de A/H1N1-grieppandemie bekendgemaakt. Op initiatief van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid enminister van Binnenlandse Zaken heeft de ministerraad beslist om defederale fase van het crisisbeheer van de A/H1N1-grieppandemie op teheffen.De betrokken overheden blijven wel waakzaam via het InterministerieelCommissariaat Influenza. Het beheer van de A/H1N1-griep in België wordtgeëvalueerd, om de werkmethoden verder te verfijnen op basis van deervaringen. De A/H1N1-griep werd sinds 30 april 2009 op nationaal niveaugecoördineerd.63 www.grieppandemie.nl/informatie_voor/werkgevers/hulpmiddelen (Brief aan werkgeversorganisaties enbedrijfsleven 10 juli 2009)64 www.presscenter.org/repository/news/679/nl/679df5bda24ce82baa1348eb01978523-nl.pdf 49
    • 3 Enquête3.1 InleidingEen grote hoeveelheid informatie werd ter beschikking gesteld langsverschillende kanalen zoals de overheid of het internet. Natuurlijk duikt dande vraag op voor welke maatregelen een bedrijf zal kiezen.Met ons eigen onderzoek wilden wij inzicht krijgen in de preventievemaatregelen die bedrijven hadden genomen om de gevolgen van degrieppandemie te beperken. We hebben er bewust voor gekozen om nietenkel de bedrijven waar de groepsleden werkzaam zijn te onderzoeken,maar een onderzoek uit te voeren naar industriële bedrijven metgelijkaardige activiteiten. Om zoveel mogelijk informatie en “best practices”te krijgen hebben wij met onze enquête bedrijven benaderd die naar onzeverwachting actief preventiebeleid hadden gevoerd.3.2 MethodeDe enquête werd door ons zelf opgesteld om inzicht te krijgen in detoepassing van preventieve maatregelen in industriële bedrijven, gevestigdte België (Vlaanderen) of Nederland, om de verspreiding van het H1N1 virustegen te gaan.Op basis van ons literatuuronderzoek en de ervaringen die we hadden uitonze eigen bedrijven hebben wij onze enquête opgesteld met vragen naar demeest geadviseerde preventieve maatregelen. Het betreft hierbij vragen overhet al dan niet toepassen van preventieve maatregelen:  Is vaccinatie voorzien?  Zijn er antivirale middelen zoals Tamiflu voorzien?  Voorziet het bedrijf in informatie rond persoonlijke hygiëne?  Zijn gezichtsmaskers in het bedrijf verdeeld?  Zijn er handschoenen in het bedrijf verdeeld?  Is er desinfecterende handgel in het bedrijf voorhanden?  Bestaat er een verzuimprotocol in het bedrijf?  Zijn er richtlijnen in het bedrijf over het thuisblijven indien er gezinsleden ziektesymptomen vertonen?  Zijn er richtlijnen omtrent het beperken van samenkomsten?  Zijn er maatregelen genomen bij het aanpassen van airconditioning?  Zijn er nog bijkomende maatregelen genomen?Hierbij heeft het bedrijf nog de mogelijkheid om een verdere toelichting tegeven over het al dan niet invoeren van deze maatregelen. 50
    • Een tweede deel van de enquête moest ons een beeld geven over het bedrijfzelf. Daarom werd er informatie gevraagd over de grootte van het bedrijf,meer bepaald het aantal werknemers in het bedrijf. Waarbij dan ookgevraagd werd hoeveel medewerkers er ziek zijn geweest ten gevolge van depandemie. Ook wilden wij weten welke actiegrens het bedrijf hanteerde ommaatregelen in gang te zetten en ook weer af te bouwen. Waar we zekerbenieuwd naar waren zijn de aanwezige protocollen die in een bedrijf werdengehanteerd. Indien een bedrijf over dergelijke protocollen beschikte was devraag om deze ook bij te voegen bij de enquête. Van belang was vast testellen welke informatiebronnen bedrijven raadplegen om hun beleid vast testellen. Bij alle vragen was er de mogelijkheid om hun keuze hieromtrentverder toe te lichten.Ten slotte was het belangrijk om te weten of het bedrijf indien zich eensoortgelijke situatie voor zou doen zij dezelfde maatregelen zouden nemen ofdat zij voor een andere aanpak zouden kiezen.Het enquête formulier en bijhorende brief is in dit groepswerk opgenomen alsbijlage 4.Om een hoge respons te krijgen hebben wij de enquête verstuurd naar derelaties uit ons eigen werkveld en uit onze cursusgroep. Ons streven was vanongeveer 15 verschillende bedrijven een reactie te krijgen.3.3 ResultatenOns enquête formulier was gestuurd naar 22 bedrijven. Hiervan hebben 18bedrijven ons een ingevuld formulier bezorgd, wat dus een responserate vanbijna 82% geeft.De bedrijven die hebben deelgenomen aan de enquête zijn afkomstig uit desectoren chemie, automobielindustrie, metaal, hout, bouwproducten,voeding, energie. Alle bedrijven hebben een internationaal karakter metmeerdere vestigingen buiten Nederland of België. De Belgische bedrijven zijnallen gevestigd in Vlaanderen.Het aantal werknemers van de geënquêteerde vestigingen in Nederland enBelgië varieert tussen 40 en 7000, waarbij ca. 60% van de bedrijven meerdan 1000 werknemers tewerkstelt.Doordat we maar een relatief klein aantal bedrijven hebben kunnen we geenstatistische conclusies verbinden aan de resultaten en hebben we enkel deresultaten in percentages gegoten.Ook hebben meer Nederlandse bedrijven onze enquête ingevuld. Hierdoor zalnatuurlijk in België een antwoord op een vraag procentueel meer doorwegendan in Nederland. Daarom moeten deze resultaten dan ook kritisch bekeken 51
    • worden indien een vergelijking wordt gemaakt tussen België (Vlaanderen) enNederland. Immers het aantal bedrijven dat geantwoord heeft is verschillend. Aantal per sector Aantal per sectorSector Aantal per sector uit België uit NederlandChemie 6 4 2Energie 1 1Metaalverwerking 2 1 1Voeding 5 5Bouwproducten 1 1Automobiel 2 2Houtbewerking 1 1Totaal 18 6 12Tabel 3.1 Herkomst en sector van het aantal geënquêteerde bedrijven Aantal werknemers % van de bedrijven ≥ 500 80 ≥ 1000 60 ≥ 2000 40Tabel 3.2 Globaal overzicht van het aantal werknemers 52
    • 3.3.1 Algemene resultaten enquête In onderstaande grafiek zijn alle resultaten van de enquête gebundeld zonder een onderscheid te maken tussen Nederlandse of Belgische bedrijven. Percentage enquête 100%100% 94% 89% 89%90% 78% 78%80%70% 67% 61% 61% 61% 61%60%50% 39% 39% 39% 39%40% 33%30% 22% 22% JA20% 11% 11% NEE10% 6% 0% 0% Grafiek 3 .1. Algemene percentages ingevulde enquête Uit deze algemene grafiek zijn er al een aantal opmerkelijke zaken vast te stellen. Deze uitkomsten zullen wij in de volgende paragrafen afzonderlijk bespreken. 53
    • 3.3.2 Voorzien van vaccinatie tegen griep Procentuele verdeling vaccinatie voorziening 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% ja nee ja nee België Nederland Grafiek 3.2. Vergelijking voorzien van vaccinatie België – NederlandIn Nederland en België besliste de overheid welke doelgroep van debevolking gevaccineerd kon worden tegen de Nieuwe Influenza A. Het valt opdat het bij de bedrijven in België met veel werknemers gebruikelijk is datjaarlijks vaccinatie tegen de seizoensgriep wordt aangeboden. Hierbij isNederland strikter en volgt dus enkel de richtlijnen de overheid.3.3.3 Voorzien van antivirale middelenDe meeste van de ondervraagde bedrijven verstrekten ook geen antiviralemiddelen. Figuur 15 Tamiflu (antiviraal middel) Bron: http://teapacks.files.wordpress.com/2009/06/tamiflu.jpg 54
    • n ve re ch es en en ng rd rd aa oo oo tw n E ve tw NE JA an an rij e e EE ed ag ag A lN lb lJ nt nt ta ta ta e e rc rc n n n Aa Aa Aa Pe PeNederland 12 4 8 33,3% 66,7%België 6 4 2 66,7% 33,3% Tabel 3.3. Verstrekken van antivirale middelenVooral bedrijven die werknemers uitsturen naar risicogebieden en diewerknemers op kritieke functies wilden beschermen stelden deze middelenter beschikking.Ook opmerkelijk is het verschil tussen België en Nederland. Echter depopulatie van de bedrijven uit Nederland die geantwoord hebben is dubbel zogroot als België. Tevens hebben de bedrijven uit België een meerinternationaal karakter waardoor hun werknemers wel meer de mogelijkheidhadden om tewerk gesteld te zijn in de risicogebieden tijdens de pandemie,waardoor ze dan ook konden beschikken over de antivirale middelen.3.3.4 Informatie rond persoonlijke hygiëne Procentuele verdeling informatie persoonlijke hygiëne 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% ja nee ja nee België Nederland Grafiek 3.4. Informatie rond persoonlijke hygiëne 55
    • Alle geënquêteerde bedrijven kiezen ervoor voorlichting te geven aan hunmedewerkers betreffende persoonlijke hygiëne daar dit preventief werkt enveelal een goedkope oplossing is doordat de informatie ook door de overheidwordt verstrekt.Echter hebben het overgrote deel van de bedrijven ervaren dat het moeilijkis om informatie te verstrekken. Bedrijven werden overstelpt mettegenstrijdige informatie. In het begin was er een paniekreactie en gingen debedrijven snel over in het nemen van allerlei maatregelen zoals hetverstrekken van handgels, mondmaskers en zoveel meer.3.3.5 Verstrekken van gezichtsmaskers n ve re ch es en en ng rd rd aa oo oo tw n E ve tw NE JA an an rij ge ge EE ed A ta ta N b J en en al al al nt nt nt rc rc Aa Aa Aa Pe Pe Nederland 12 6 6 50,0% 50,0% België 6 5 1 83,3% 16,7% Tabel 3.5. Beschikbaar stellen van gezichtmaskersGriep wordt voornamelijk overgedragen via druppeltjes ontstaan door niezenen hoesten. Hoewel wij in ons literatuuronderzoek zagen dat gezichtsmaskersnauwelijks helpen om verspreiding van het virus te voorkomen werden zijtoch in veel bedrijven gebruikt. Mogelijk heeft dit te maken met het feit datgezichtsmaskers in het nieuws rond de pandemie veel getoond werden.3.3.6 Verstrekken van handschoenen n ve re ch es e n en ng rd rd aa oo oo tw n E ve tw NE JA an an rij e e EE ed ag ag A lN lb lJ nt nt ta ta ta e e rc rc n n n Aa Aa Aa Pe Pe Nederland 12 9 3 75,0% 25,0% België 6 4 2 66,7% 33,3% Tabel 3.6. Beschikbaar stellen van handschoenen 56
    • Ook contact tussen mensen door middel van de handen kan in besmettingmet het griepvirus resulteren. Daarom werd er ook meer gebruik gemaaktom handschoenen preventief te verdelen zodat besmetting langs deze wegwerd verminderd.3.3.7 Voorzien van desinfecterende handgel Procentuele verdeling verspreiden desinfecterende handgel100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% ja nee ja nee België Nederland Grafiek 3.7. Beschikbaar stellen van desinfecterende handgelOok handgels werden aanzien als een goede maatregel om ervoor te zorgendat de handen niet als besmettingsbron tussen de mensen ontstond. Maar invergelijking met de handschoenen worden er meer de desinfecterendehandgels voorzien dan de gezichtsmaskers en de handschoenen.3.3.8 Bestaan van verzuimprotocolWat betreft de aanwezigheid van een verzuimprotocol bleek uit de enquêtedat het merendeel van de bedrijven, zowel in Nederland als België, richtlijnenhadden rond thuis blijven als een werknemer ziek was. Hierop antwoordde83% van de bedrijven in België en 92% van de bedrijven in Nederlandpositief. 57
    • 3.3.9 Richtlijnen rond thuisblijven bij ziekteWat betreft richtlijnen voor het thuisblijven van werknemers als een familielidvan deze werknemer ziek was is het resultaat minder. Hier had slechts 50%van de Belgische bedrijven en 67% van de Nederlandse bedrijven richtlijnenrond deze materie. Zij opteerden dat hun werknemers thuis bleven om voorhun zieke familieleden te zorgen en geen besmettingsgevaar konden vormennaar hun andere werknemers. Figuur 16 Advies van Center for Disease Control (USA) Bron: http://www.slvhealth.org/images/stayHome.jpg3.3.10 Beperken van samenkomstenWat betreft het beperken van de samenkomsten door vergaderingen tebeperken zagen veel bedrijven dit niet als een maatregel die ze kondentreffen om de verspreiding van de griep tegen te gaan. Dit is duidelijkwaarneembaar in onderstaande grafiek. 58
    • Procentuele verdeling samenkomsten beperken 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% ja nee ja nee België Nederland Grafiek 3.7. Beperken van samenkomsten tussen werknemers3.3.11 Aanpassen van airconditioningOok al wordt griep onder andere verspreid door druppeltjes in de lucht zagende bedrijven het niet noodzakelijk om de airconditioning van de bedrijven uitte schakelen om het verspreiden van het virus langs deze weg te voorkomen. Procentuele verdeling aanpassing airconditioning 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% ja nee ja nee België Nederland Grafiek 3.8. Uitschakelen van airconditioning 59
    • 3.3.12 Resultaten uit de algemene informatieIn deze paragraaf worden de enquête resultaten weergegeven metbetrekking tot de informatie die is verkregen naar aanleiding van dealgemene vragen die zijn gesteld in het enquête formulier bijlage 4 en deadditionele informatie die bedrijven hebben meegestuurd.Op de vraag bij welk verzuimpercentage de bedrijfscontinuïteit van hetbedrijf in gevaar zou komen was het antwoord zeer verschillend, namelijk:  niet vastgesteld  geen verzuimpercentage omdat bijvoorbeeld contingency plannen geen gevaar voorzagen zelfs niet bij hoog verzuim  6%  10%  15%, maar eerder kans op verstoring bij grote uitval op een bepaalde kritieke afdeling  20%  30%  40%  tussen 30 en 40%  tussen 30 en 50%  50%  wisselend per bedrijfsonderdeelDe criteria die bedrijven hebben gehanteerd om maatregelen in te laten gaanen ook weer af te bouwen zijn ook verschillend. Indien criteria werdengehanteerd waren deze gebaseerd op de informatievoorziening dieaangereikt werd door de WHO, de nationale overheid, internebedrijfsrichtlijnen, het verzuimpercentage, het aantal bevestigde gevallen enhet aantal ziekmeldingen met griepachtige klachten.Uit de ontvangen informatie is af te leiden dat vanaf april 2009 bedrijven deeerste stappen hebben gezet tot:  het oprichten van werkgroepen of crisisteam voor de bedrijfsinterne coördinatie van acties en maatregelen  het continu opvolgen van de situatie door de werkgroepen of een crisisteam  het opstellen van een plan van aanpak en bepalen van interne richtlijnen  het geven van een eerste aanzet voor het bekijken en toetsen van de bedrijfscontinuïteitsplannenDit tijdstip komt overeen met de ingang van fase 4 van het WHO (H 2.1.2).Vanaf juni, juli 2009 zijn bedrijven gestart met de eerste zichtbare internecommunicatie naar werknemers en leidinggevenden. Dit komt overeen metde ingang van fase 6 van de WHO en het specifiek verzoek van de overheidaan het bedrijfsleven voor het nemen van de benodigde maatregelen om debedrijfscontinuïteit te kunnen garanderen (H 2.4.4). 60
    • Uit het onderzoek blijkt verder dat de bedrijven veel aandacht hebbenbesteed aan de communicatie naar werknemers.De communicatie had onder andere betrekking op:  beleidsverklaringen  de toe te passen preventieve maatregelen  het ter beschikking stellen van preventieve maatregelen  de aanpak van het bedrijf en het verloop van de grieppandemie  lijsten met vragen en antwoordenDit werd ter beschikking gesteld bijvoorbeeld door publicatie op de intranetsite van het bedrijf, via werkoverleg of mailverkeer.De informatie op de posters die ter beschikking zijn gesteld door de WHO ennationale overheden, weergegeven in bijlage 3, alsook de posters zelf zijn inde bedrijven gebruikt en toegepast in de communicatie naar werknemers.Deze posters zijn ook veelvuldig zichtbaar opgehangen.Ca. 45 % van de bedrijven geeft aan dat zij een nieuw beleid hebbenopgesteld voor de nieuwe Influenza A H1N1 pandemie. Ca. 25 % van debedrijven geeft aan dat zij een bestaand beleid en een plan haddenklaarliggen vanwege de (vogelgriep) SARS en dit hebben getoetst en, ofverfijnd naar aanleiding van de Influenza A H1N1. Ca. 25 % van de bedrijvengeeft aan dat zij een bestaand beleid en plan hadden klaarliggen maarhebben niet aangegeven op basis van welk scenario dit plan al aanwezig was.Voor het bepalen van het beleid werden overwegend de informatiebronnenvan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en nationale overhedengeraadpleegd met name www.grieppandemie.nl, het Rijksinstituut voorVolksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Ministerie van VolksgezondheidWelzijn en Sport (MVWS) te Nederland en www.influenza.be, de FOD en hetInterministerieel Commissariaat Influenza te België. Daarnaast werd ookveelal informatie aangereikt via de corporate richtlijnen van het bedrijf, debedrijfsarts, de interne en externe arbo- of preventiedienst. Informatie viabelangenorganisaties, collegabedrijven en wetenschappelijke litteratuur werdook nog gebruikt.Het merendeel van de bedrijven zou het niet anders aanpakken indien zeweer met (een dreiging van) een influenza epidemie/pandemie zouden temaken krijgen.Er zijn ook effectief leveranciers benaderd en gevraagd naar hunbedrijfscontinuïteitsplan en welke voorbereidingen zij hebben getroffen. Degeënquêteerde bedrijven hebben allen maatregelen genomen om degevolgen van de griep pandemie voor het bedrijf te beperken. 61
    • 3.3.13 GriepprotocolVier bedrijven hebben positief gereageerd op het verzoek om eengriepprotocol mee te sturen met het ingevuld enquête formulier. Het betreftbedrijven uit de sector chemie en voeding. In de griepprotocollen zijn de 6pandemische fases van de WHO geïntegreerd waarbij per fase deaandachtsgebieden en bijbehorende acties zijn uitgewerkt inclusiefactieverantwoordelijke met statusrapportage.Het griepprotocol wordt ook gebruikt als checklist en om de voortgang temonitoren.De hoofdaandachtsgebieden die terug te vinden zijn in de protocollen zijn:  Coördinatie en crisis werkgroep pandemie  Informatie management en informatie aan werknemers  Bedrijfscontinuïteit  Gezondheidsbewaking van werknemers  Beperken van infectie risico‟s en het risico van de overdracht van het virus in het bedrijf  Management van (potentieel) geïnfecteerde werknemers  Reizen  Antivirale medicatieDe elementen opgesomd in de checklisten aangereikt door de overheden(bijlage 1 en 2) zijn in grote mate terug te vinden in de griepprotocollen.Deze bedrijven hebben ook gebruik gemaakt van de inhoud van dezechecklisten.3.4 ConclusiesOpmerkelijk is dat er veelal informatie werd verspreid rond persoonlijkehygiëne aangaande de grieppandemie. Dit is natuurlijk een heelgemakkelijke en effectieve maatregel die een bedrijf kan nemen daarvoldoende informatie beschikbaar is via de verschillende overheidsinstanties.Voor de bedrijven is dit ook een goedkope actie. Dit was vaak terug tevinden in de opmerkingen die de bedrijven hebben toegevoegd terverduidelijking van de enquête. Het is immers de taak van de overheid omtijdens zulke overheersende gebeurtenissen het publiek, dus ook debedrijven, te voorzien van de nodige informatie om een mogelijke pandemiete bestrijden. Deze informatie dient gratis ter beschikking gesteld te wordenwaardoor bedrijven dan ook handig hiervan gebruik zullen maken om hunwerknemers in te lichten over de maatregelen die ze kunnen nemenaangaande de pandemie.Bedrijven zien er ook niet veel graten in om de professionele bijeenkomstenonder de vorm van bijvoorbeeld vergaderingen te gaan beperken. Men kandan de vraag stellen of een bedrijf hier niet het economische aspect laat 62
    • primeren ten opzichte van het welzijn van zijn medewerkers. Door dewerknemers tijdens hun dagtaak toch de nodige bijeenkomsten te laten doenkunnen de werkzaamheden van het bedrijf verder gaan waardoor het bedrijfniet wordt verstoord in zijn activiteiten. Daarbij kan een zieke werknemer dietoch gaat werken zijn collega‟s infecteren. Dit zou tot gevolg kunnen hebbendat een bedrijf wordt getroffen door een pandemie daar het bedrijf ervoorkiest om geen maatregelen te nemen om de mensen zo weinig mogelijkcontact te laten hebben met elkaar.Uit het voorgaande gaat een bedrijf eerder stimuleren dat de mensen thuisblijven bij ziekte van zichzelf of een familielid. Hierdoor tracht men zoveelmogelijk de besmettingsbronnen uit het bedrijf te weren om zo deproductiviteit van het bedrijf te garanderen. Indien dit niet mogelijk is zal hetbedrijf in laatste instantie middelen verspreiden zoals mondmaskers,handschoenen en desinfecterende handgels om ervoor te zorgen datmogelijke zieke collega‟s het virus minder gemakkelijk zullen doorgeven. Denadruk werd wel gelegd op het verstrekken van deze handgels. Misschien isdat ook de oorzaak van de mediabelangstelling betreffende het ineffectiefzijn van de mondmaskers om het griepvirus te voorkomen. Immers hetmerendeel van de handelingen gebeuren met de hand en zijn dus bronnenvoor het verspreiden van het virus. Denken we maar aan deurklinken,handen schudden en zoveel meer.Uit de toelichting van de enquête bleek ook dat men in geval van eentoekomstige vergelijkbare bedreiging voor een vergelijkbare aanpak zoukiezen.Verschillende bedrijven gaven aan dat de mediabelangstelling nu te grootwas geweest, waardoor er paniek en onduidelijkheid ontstond en bedrijvennaar maatregelen grepen die later onnodig waren. Figuur 17 Nieuwe Influenza in het nieuws Bron: http://ktnv.images.worldnow.com/images/10273951_SS.jpg 63
    • De geënquêteerde bedrijven hebben allen maatregelen genomen om degevolgen van de griep pandemie voor het bedrijf te beperken. De bedrijvenhebben naar aanleiding van de nieuwe Influenza A H1N1 pandemie nieuwbeleid opgesteld of bestaand beleid herzien. Er waren bedrijven die alplannen hadden klaar liggen, vanwege andere risico‟s en, of, vanwege devogelgriep SARS en hebben naar aanleiding van de A/H1N1-griep hunplannen getoetst en waar nodig bijgesteld.Bedrijven hebben ook veel aandacht besteed aan de communicatie naarwerknemers en gebruikten de informatie en, of de posters van de WHO of denationale overheid in de communicatie naar hun werknemers.Coördinatie en samenwerking tussen de openbare en de privésector isonontbeerlijk, net als een doeltreffend informatiebeleid, om de gevolgen vande grieppandemie te beperken. De nationale overheden hebben bedrijvengesteund door informatie te verstrekken over de risico‟s van de griep en doorsuggesties te doen om voorbereidingen en maatregelen te treffen. Hiervoorhebben zij aan de bedrijfswereld hulpmiddelen ter beschikking gesteld. Hetmerendeel van de bedrijven volgden de ontwikkelingen via deinformatievoorziening van de WHO en de nationale overheden.Het griepprotocol is een bedrijfscontinuïteitsplan aangevuld met een geheelaan mogelijke maatregelen en acties met betrekking tot een grieppandemiewaarbij de pandemische fases van de WHO in zijn geïntegreerd.De elementen opgesomd in de checklisten van de overheid (bijlage 1 en 2)zijn in grote mate terug te vinden in de griepprotocollen. Deze checklistenzijn zeer uitgebreid en een goed hulpmiddel voor bedrijven.Ook overheden evalueren en verfijnen hun werkmethoden op basis van deervaring opgedaan bij deze A/H1N1-griep. Figuur 18 Geen paniek! Bron: http://www.healthwatchcenter.in/swineflu/wp- content/uploads/2009/08/don_t_panic_button.jpg 64
    • 4 Discussie en besluit4.1 DiscussieVoor dit groepswerk in het kader van onze opleiding preventieadviseurniveau 1 veiligheidskunde hebben wij ervoor gekozen om de preventievemaatregelen met betrekking tot de recente grieppandemie te evalueren. Omde omvang van ons eigen onderzoek te beperken hebben wij ons gericht optoepassing in industriële bedrijven in België en Nederland.Uit de beschrijving van de medische achtergronden van de Mexicaanse griep,of beter nieuwe influenza A H1N1, blijkt dat de recente pandemie relatiefmild is verlopen. Enerzijds doordat de besmettelijkheid niet erg groot was,anderzijds doordat de symptomen vrij mild waren en er in verhouding weinigmensen aan deze nieuwe influenza zijn overleden (zie 2.1.4). Van de anderekant is duidelijk dat virussen gemakkelijk kunnen muteren. Dat betekent datde impact een volgende keer veel groter zou kunnen zijn.Preventieve maatregelen blijken een belangrijke rol te kunnen spelen in hetbeperken van de verspreiding van het influenza virus. Voor het toepassenvan preventieve maatregelen op het werk past wel een zekere relativering.Besmetting met het virus vindt immers voor hooguit 20% plaats in dewerksituatie (zie 2.2.6). Voor bedrijven is het dan ook belangrijker om debedrijfscontinuïteit goed te regelen dan om veel tijd en geld te steken in hetnemen van maatregelen om virusoverdracht te beperken.De meest belangrijke en effectieve preventieve maatregel is vaccinatie. Eenlastig punt is dat het vaccin speciaal gemaakt moet worden voor precies dattype van het influenza virus dat op dat moment circuleert. Dat betekent dathet vaccin vaak pas vrij laat op grote schaal beschikbaar zal zijn. Hetverstrekken van vaccins voor risicogroepen gebeurt zowel in België alsNederland vooral vanuit de overheid en de publieke gezondheidszorg. Er zijnoverigens wel (kleine) verschillen in de doelgroepen voor vaccinatie tussenBelgië en Nederland.Andere effectieve maatregelen die in de werksituatie toepasbaar zijn liggenop het vlak van (persoonlijke) hygiëne. Het gaat dan om regelmatig handenwassen, hoest- en nieshygiëne en extra schoonmaak. Het gebruik vandesinfecterende middelen heeft geen duidelijke meerwaarde ten opzichte vanhet wassen van de handen met water en zeep.Het gebruik van antivirale middelen is wel effectief om verspreiding tegen tegaan, maar bedrijven hebben weinig mogelijkheden dit toe te passenaangezien voorschrijven van medicatie voorbehouden is aan artsen.Grootschalige preventieve toepassing kan bovendien leiden tot resistentie. 65
    • Als laatste effectieve mogelijkheid is er de isolatie van besmettelijke mensen.Voor bedrijven betekent dit het advies aan medewerkers metgriepverschijnselen om thuis te blijven.Opvallend is dat de maatregel die in de publiciteit het meest in beeld komt,namelijk het gezichtsmasker, in het normale maatschappelijk verkeernauwelijks bijdraagt aan het beperken van de verspreiding van influenza.Gezichtsmaskers kunnen gebruikt worden bij zieke mensen om verspreidingte voorkomen. In werksituaties hebben zij alleen nut voor werknemers dieberoepsmatig veel met zieke mensen in contact komen, dus in degezondheidszorg (zie 2.2.4).Duidelijk is geworden dat een grieppandemie een forse impact kan hebbenop de bedrijfsvoering. Niet alleen in een stijging van het ziekteverzuim enkosten, maar ook gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering en debedrijfscontinuïteit.Er zijn specifieke kostenposten verbonden aan een grieppandemie en dezekunnen tot grote schade voor bedrijven leiden.De bij bedrijven in gebruik zijnde bedrijfscontinuïteitsplannen houden hiernog onvoldoende rekening mee.De grieppandemie vraagt om een voor de pandemie opgesteld protocol ofeen aan een pandemie aangepast bedrijfscontinuïteitsplan. De mogelijk groteuitval onder de beroepsbevolking heeft grote bedrijfsrisico‟s die hetvoortbestaan van het bedrijf ernstig bedreigen en waarbij debasisvoorziening van de bevolking in gevaar komt. Deze risico‟s zijn te grootom te negerenOns eigen onderzoek laat zien dat de geënquêteerde bedrijven allenmaatregelen hebben genomen om de gevolgen van de pandemie voor hetbedrijf te beperken. Allemaal hebben ze voorlichting gegeven aan hunwerknemers over influenza en persoonlijke hygiëne.Ook bleken veel bedrijven (87,5%) een verzuimprotocol te hebbenopgesteld, met het advies met griepverschijnselen thuis te blijven. Een ruimemeerderheid (75%) bleek te hebben gekozen voor de inzet vandesinfecterende handgel. Dit is opvallend omdat de toegevoegde waardeboven het handen wassen met water en zeep beperkt is. Mogelijk speelt hierhet feit dat bedrijven graag zichtbare maatregelen willen nemen om te latenzien dat men “er alles aan doet”. Het is bovendien een vrij goedkopemaatregel die veel attentiewaarde geeft.Een kleine meerderheid (56%) heeft afspraken gemaakt over verlof bij ziektevan gezinsleden.Opvallend is dat een behoorlijk aantal bedrijven gekozen heeft voor gebruikvan gezichtsmaskers (61%) en handschoenen (39%), terwijl dit binnenindustriële bedrijven eigenlijk geen rol zou moeten hebben. Hierbij dient wel 66
    • opgemerkt te worden dat enkele bedrijven hebben aangegeven dezemiddelen alleen in te zetten voor bijvoorbeeld medisch personeel.Het beperken van bijeenkomsten is bij enkele bedrijven (13%) toegepast,maar er zijn meer bedrijven die dat wel als maatregel hadden voorzien als depandemie minder gunstig was verlopen.Voor het geven van vaccinaties was de pandemie een uitzonderlijke situatie.Veel bedrijven hebben wel een rol in het verstrekken van vaccinaties voor deseizoensgriep. Maar het verstrekken van vaccinaties bij de pandemie wasvoorbehouden aan de overheid en de publieke gezondheidszorg. Bedrijvenkonden niet zelf vaccinaties verstrekken.Antivirale middelen zijn in een beperkt aantal bedrijven ingekocht. Met namevoor preventieve toepassing.Gezien de mogelijke gevolgen voor de bedrijfscontinuïteit hebben wij debedrijven gevraagd naar het absenteïsme percentage waarbij de continuïteitin gevaar komt. Dit percentage wisselt sterk per bedrijf. In onze enquêtevarieert het van 6% tot 50%.De meeste bedrijven hebben geen duidelijke actiegrens gedefinieerdwaarboven bepaalde maatregelen ingesteld worden. Enkele malen wordt 5%ziekteverzuim als grens genoemd. Indien criteria door de bedrijven werdengehanteerd om maatregelen in te laten gaan en ook weer af te bouwenwaren deze gebaseerd op de informatievoorziening die aangereikt werd doorde WHO, de nationale overheid, interne bedrijfsrichtlijnen, hetverzuimpercentage, het aantal bevestigde gevallen en het aantalziekmeldingen met griepachtige klachten.De ondervraagde bedrijven hebben geen duidelijk beeld van de uitval doorde nieuwe influenza. Zij hebben soms wel een toename gezien in het aantalziekmeldingen, maar lang niet altijd was duidelijk of het uitval door nieuweinfluenza betrof.De meeste bedrijven hadden al plannen klaar liggen, maar hebben van degelegenheid gebruik gemaakt om de plannen te toetsen en waar nodig bij testellen. De ondervraagde bedrijven geven aan dat zij bij een volgende grieppandemie op dezelfde wijze te werk zullen gaan.Afsluitend kunnen wij vaststellen dat alle onderzochte bedrijven maatregelenhebben genomen. De bedrijven volgen veelal de adviezen van de overheid,maar wel komen bijna alle bedrijven tot een wat andere benadering. Veelalop basis van een eigen interpretatie van de effectiviteit van maatregelen ofop basis van andere dan strikt inhoudelijke argumenten. Daarbij speelt debehoefte om zichtbare maatregelen te nemen en lijken bedrijven vooral ookbeleid van collega bedrijven over te nemen (bijvoorbeeld bij toepassen vanhandgel). 67
    • Verder heeft deze pandemie eraan bijgedragen dat bedrijven hun plannenover het reageren op de dreiging van een pandemie en voorbedrijfscontinuïteit hebben geëvalueerd. Zij zullen nu dan ook goedvoorbereid zijn voor een volgende pandemie. Dit blijkt onder meer uit het feitdat de bedrijven aangeven dat zij bij een volgende gelegenheid dezelfdebenadering zullen kiezen.4.2 BesluitVoor industriële bedrijven is het vooral van belang te zorgen voor een goedbedrijfscontinuïteitsplan. Bestaande plannen dienen ook getoetst te wordenop toepasbaarheid bij een grieppandemie. Bovendien moeten de plannenregelmatig worden geëvalueerd.Om deze plannen op te stellen of te toetsen zijn er goede hulpmiddelenbeschikbaar op bijvoorbeeld www.grieppandemie.nl en www.influenza.be .De checklist grieppandemie en de checklist bedrijfscontinuïteitsplanpandemie die ter beschikking zijn gesteld door de overheid aan bedrijven,zijn een goede aanvulling op elkaar en zijn zeer uitgebreid. Deze lijsten zijneen goed hulpmiddel om bestaande griepprotocollen te evalueren en teverbeteren, alsook om nieuwe protocollen op te stellen.Een belangrijk element bij een influenza pandemie in relatie totbedrijfscontinuïteitsplannen is het feit dat de infectie zich niet gelijkmatigover het bedrijf zal verspreiden, maar dat bepaalde afdelingen of functiessterker geraakt kunnen worden. In de plannen zullen kritiekefuncties/afdelingen in kaart moeten worden gebracht en zal nagedachtmoeten worden over maatregelen om de continuïteit daar te waarborgen.Preventieve maatregelen blijken een belangrijke rol te kunnen spelen in hetbeperken van de verspreiding van het influenza virus. Voor het toepassenvan preventieve maatregelen op het werk past wel een zekere relativering.Besmetting met het virus vindt immers voor hooguit 20% plaats in dewerksituatie (zie 2.2.6). Voor bedrijven is het dan ook belangrijker om debedrijfscontinuïteit goed te regelen dan om veel tijd en geld te steken in hetnemen van maatregelen om virusoverdracht te beperken.Ons onderzoek levert een duidelijk beeld op van de effectiviteit van deverschillende preventieve maatregelen. Afgeleid daarvan komen wij tot hetvolgende advies:Preventieve maatregelen om de verspreiding van influenza in een(industrieel) bedrijf te beperken zouden in ieder geval de volgendeelementen moeten bevatten: Bedrijfsspecifieke voorlichting 68
    •  Voorlichting over persoonlijke hygiëne (handen wassen, hoest- en niesetiquette) Ziekteverzuimprotocol met advies thuis te blijven bij griepverschijnselen Uitbreiden mogelijkheden voor thuis werken Extra schoonmaak van veel betaste oppervlaktenTerughoudendheid zou moeten worden betracht bij het inzetten vanmaatregelen die geen duidelijke toegevoegde waarde hebben: Gezichtsmaskers en handschoenen. Alleen te gebruiken in functies met een hoge blootstelling aan (besmette) mensen, zoals in ziekenhuizen, maar eventueel ook bij mensen met een publieksfunctie, zoals treinconducteurs. Desinfecterende handgel. Deze heeft geen toegevoegde waarde boven handen wassen met water en zeep. Dus alleen nuttig op plaatsen waar water en zeep niet aanwezig zijn. Antivirale middelen. Niet grootschalig inzetten, maar deze kunnen op medisch voorschrift worden gebruikt om medewerkers die op reis gaan naar hoog risico gebieden te beschermen. Hetzelfde geldt voor het borgen van de bezetting van kritieke functies in de organisatie. In het laatste geval dienen de kritieke functies/afdelingen wel goed in kaart gebracht te worden. Dat is ook nodig in het kader van maatregelen om bedrijfscontinuïteit te borgen. Het beperken van bijeenkomsten. Het effect hiervan lijkt beperkt, maar heeft grote gevolgen voor het functioneren van de organisatie. Aanpassen airconditioning. Er is weinig bewijs voor verspreiding van het virus door luchtbehandelingsystemen. Normaal onderhoud, inclusief vervanging van filters, zou toereikend moeten zijn. Eventueel zou een lagere luchtvochtigheid ingesteld kunnen worden omdat het virus slechter overleeft in droge lucht.4.3 Onze leerervaringenHet bijzondere aan het projectwerk is natuurlijk dat je met een groepcollega‟s samenwerkt aan een werkstuk. Dat is in het begin altijd evenspannend. Nu hadden wij samen al ervaring opgedaan met het opstellen vaneen arbeidspost analyse. Die ervaring heeft ons geholpen om dit project nuvoorspoedig op te pakken. Er was al snel een natuurlijke taakverdeling. Erwerd door iedereen gestructureerd en (bijna altijd) op tijd gewerkt. Deverslaglegging van het proces van de totstandkoming van dit projectwerktreft u aan als bijlage 6.Dr. Ramona Hambach heeft ons goed op weg geholpen door bij aanvang vanhet project met ons van gedachten te wisselen over alle mogelijkheden enrisico‟s. Later heeft zij het eerste concept goed becommentarieerd en onsvan aanvullend advies voorzien. 69
    • Wij hebben voor dit projectwerk een uitgebreide literatuurstudie gedaan naarde aspecten die een rol spelen in het preventiebeleid bij een dreigendegrieppandemie. Uit het onderzoek blijkt dat er zeer veel informatiebeschikbaar is, maar dat het tegelijkertijd best moeilijk is om alle informatieop waarde te schatten. Opvallend is bijvoorbeeld dat blijkt dat het gebruikvan handschoenen en gezichtsmaskers nauwelijks bijdraagt aangrieppreventie in een normale bedrijfsomgeving. In de gezondheidszorg ligtdat natuurlijk anders. Aan de andere kant blijkt dat het wel degelijk helpt alsmedewerkers thuis blijven als zij zelf of één van hun gezinsleden ziek zijn.Op het vlak van de bedrijfseconomische aspecten is ons gebleken dat hierveel meer bij komt kijken dan je aanvankelijk zou denken. Het is belangrijkom al deze verschillende aspecten in beeld te hebben om een adequaatpreventief beleid op te kunnen stellen.Als basis voor het preventief beleid zou ieder bedrijf eenbedrijfscontinuïteitsplan moeten opstellen dat ook rekening houdt met deuitval van grote groepen werknemers door ziekte. De hulpmiddelen enchecklijsten die hiervoor door de overheid beschikbaar werden gesteld blekengoed bruikbaar.Onze leerdoelen hebben wij in ieder geval bereikt:  Wij hebben de externe informatie over de grieppandemie uitgebreid geanalyseerd  Wij zijn erin geslaagd daaruit de relevante informatie te selecteren  Wij hebben die informatie om kunnen zetten in een advies voor praktische preventieve maatregelen in geval zich opnieuw een dreiging met een nieuwe influenza pandemie voordoetWij hebben geleerd dat je niet alle informatie klakkeloos voor waar aan moetnemen. Ook niet als die van de overheid of andere onafhankelijke instantieskomt. Aan de andere kant zal het niet voor iedere preventieadviseur zijnweggelegd om in een soortgelijke situatie zo uitgebreid eigen onderzoek tedoen en op basis daarvan een eigen analyse te maken.In ieder geval zijn wij zelf als preventieadviseur nu goed voorbereid op devolgende grieppandemie. 70
    • AfkortingenBNP: Bruto nationaal productBZK: ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Nederland)DNA: Desoxyribo Nucleic AcidECDC: European Centre for Disease Prevention and ControlFOD-waso: Federale Overheidsdienst Welzijn Arbeid en Sociaal Overleg (België)IAZ: Influenza achtige ziektebeeldenILI: Influenza like illnessesMKB: Organisatie voor de midden-en klein bedrijven (Nederland)MVWS Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (Nederland)RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Nederland)RNA: Ribo Nucleic AcidSARS: Severe Acute Respiratory SyndromeVWS: Volksgezondheid Welzijn en Sport (Nederland)WHO: World Health Organization (Wereld Gezondheids Organisatie) 71
    • Literatuurlijst1. http://www.microbiologie.info/leefteenvirus.htm2. http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A- Z/infectieziekten/Influenza/index.jsp#index_33. http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/000/461/545/RUG01- 000461545_2010_0001_AC.pdf4. http://elearning.influenza.be/nl/5. http://www.iph.fgov.be/flu/NL/12NL.htm6. http://nl.wikipedia.org/wiki/Pandemie7. http://www.rivm.nl/cib/binaries/20090805%20leidraad%20grieppandemie_tcm 92-61886.pdf8. http://www.who.int/csr/disease/avian_influenza/phase/en/index.html9. http://www.kuleuven.be/rega/mvr/epi/les1-2010.pdf10.http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A- Z/infectieziekten/nieuwe_influenza_A/Nieuwe_ Influenza_A_%28H1N1%29.jsp#index_211.Cauchemez S. et al, Household transmission of 2009 pandemic influenza A (H1N1) virus in the United States, N Engl J Med. 2009 Dec 31;361(27):2619-27.12.http://ecdc.europa.eu/en/healthtopics/Documents/0908_Influenza_AH1N1_Risk _Assessment.pdf13.http://www.rivm.nl/preventie/zwangerschap/nieuwe_influenza_a_en_zwangersc hap.jsp14.http://www.rivm.nl/cib/binaries/H1N1overzicht_tcm92-61018.pdf15.http://www.iph.fgov.be/flu/EN/Y2009-Influenza.pdf16.http://www.influenza.be/nl/H1N1_pro_nl.asp17.http://www.grieppandemie.nl18.http://www.influenza.be19.Fiore AE, et al, Seasonal influenza vaccines, Curr Top Microbiol Immunol. 2009;333:43-82.20.http://www.grieppandemie.nl/vaccinatie/waarom_vaccinatie_63_/adviezen21.http://www.influenza.be/nl/H1N1_campagnenl.asp22.http://www.influenza.be/nl/H1N1_faqPRO_nl.asp#2123.Cowling BJ. Et al, Facemasks and hand hygiene to prevent influenza transmission in households: a cluster randomized trial. Ann Intern Med. 2009 Oct 6;151(7):437-46. Epub 2009 Aug 3.24.Murray R. et al, Sub-optimal hand sanitiser usage in a hospital entrance during an influenza pandemic, New Zealand, August 2009. Euro Surveill. 2009 Sep 17;14(37). pii: 1933125.Bean B. Et al, Survival of influenza viruses on environmental surfaces, J Infect Dis. 1982 Jul;146(1):47-5126.http://www.flu.gov/professional/hospital/influenzaguidance.html 72
    • 27.Jefferson T. et al, Physical interventions to interrupt or reduce the spread of respiratory viruses, Cochrane Database Syst Rev. 2010 Jan 20;(1):CD00620728.Ferguson, N.M. et al, Strategies for mitigating an influenza pandemic, Nature 442, 448-452 (27 July 2006)29.Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, Handleiding bedrijfscontinuïteit bij Grieppandemie, maart 200830.Jacco Wallinga 2007, concept notitie RIVM over verwachtingen omtrent absenteïsme, Health protection agency (2006)31.Flanders, Stephanie, 30 april 2009, BBC news32.www.2protect.nl, adviesbureau op het gebied van bedrijfscontinuïteit, 200733.Dorman, Peter, The Economics of Safety, Health, and Well-Being at Work: An Overview InFocus Program on SafeWork, International Labour Organisation, The Evergreen State College, May, 200034.De Greef, Marc,Van den Broek, Karla, 28 april 2008, www.prevent.be35.Het Parool, 7 mei 200936.Het Belang van Limburg, 1 oktober 2009, pagina 637.www.SD worx.be, 19 november 200938.De Greef, M., Kosten en baten van preventie, documentatie UAMS opleiding veiligheidskunde, 18 maart 200939.www.verzekeringssite.nl, 22 oktober 200940.NRC handelsblad, 6 november 2009, p.1741.Nieuwsblad Transport, 4 mei 201042.Nrc handelsblad, 15 augustus 200943.www.gezondheid.be, niet gedateerd44.De Standaard, 14 januari 2010, p.2945.Trouw, 29 september 200946.www.influenza.be/nl/persberichten/2009-04-27_communique5OMS_nl.pdf47.Dossier Grieppandemie, www.mkb.nl, niet gedateerd48.www.who.int/about/brochure_en.pdf49.www.ecdc.europa.eu/EN/ABOUTUS/Pages/AboutUs.aspx50.www.rivm.nl51.www.grieppandemie.nl/home/veelgestelde_vragen?nodeId=119752.www.influenza.be/nl/over-ons_nl.asp53.www.2protect.nl, adviesbureau op het gebied van bedrijfscontinuïteit, 200754.www.grieppandemie.nl/informatie_voor/werkgevers/hulpmiddelen55.www.grieppandemie.nl/informatie_voor/werkgevers/hulpmiddelen56.www.influenza.be/nl/_documents/Business_continuity_planning_check_list_versi on_finale_NL.pdf57.http://www.bzk.nl/onderwerpen/veiligheid/nationale-veiligheid/grieppandemie58.www.influenza.be/nl/persberichten/2009-04-27_communique5OMS_nl.pdf59.http://www.health.belgium.be/eportal/16992534?ssUserText=type_IE2FAQ#260.www.influenza.be/nl/_documents/2009-04-29_Persbericht8-etat- situation_nl.pdf61.http://www.crisis.ibz.be/documents/downloads/FichesCOMMExt_GestionA H1N1_NL.pdf62.www.influenza.be/nl/_documents/2009_06_11_Persbericht_55__Phase_6 _NL.pdf 73
    • 63.www.grieppandemie.nl/informatie_voor/werkgevers/hulpmiddelen (Brief aan werkgeversorganisaties en bedrijfsleven 10 juli 2009)64.www.presscenter.org/repository/news/679/nl/679df5bda24ce82baa1348e b01978523-nl.pdf65.http://www.refdag.nl/nieuws/buitenland/grieppandemieen_in_de_laatste_ honderd_jaar_1_ 32780366.http://www.w8.nl/spgriep.htm 74
    • BijlagenBijlage 1Checklist van de Nederlandse overheid voor bedrijven ter voorbereiding opeen grieppandemieBijlage 2Checklist van de Belgische overheid voor bedrijven ter voorbereiding op eengrieppandemieBijlage 3Poster van de WHO en Interministerieel Commissariaat Influenza België metpreventiemaatregelenBijlage 4Het enquête formulier en bijbehorende briefBijlage 5Overzicht aanvullende enquête informatie van bedrijvenBijlage 6Voortgangsrapportage inclusief stappenplan en overlegverslagen 75
    • Bijlage 1 Checklist grieppandemieCHECKLIST VOOR BEDRIJVEN TER VOORBEREIDING OP EENGRIEPPANDEMIE65 (ter beschikking gesteld door de Nederlandse overheid)Start het voorbereidingsprocesGereed Nog Activiteit niet gereed Voorbereiding: Een persoon in uw bedrijf aanwijzen die verantwoordelijk is voor de voorbereiding van (een plan met) preventieve en reactieve maatregelen. Informatie over de grieppandemie opzoeken via officiële, geactualiseerde en betrouwbare informatiekanalen (bv. www.minvws.nl/grieppandemie).Inventariseer de kwetsbaarheden van uw bedrijfGereed Nog Activiteit niet gereed Bedrijfscontinuïteit: Inventariseren welk personeel tijdens het werk verhoogd risico op besmetting loopt. Nagaan wat u als werkgever kunt doen om ervoor te zorgen dat uw personeel tijdens het werk zo min mogelijk wordt blootgesteld aan een griepvirus. Bij uw klanten nagaan welke van de door u geproduceerde producten en diensten zij echt nodig hebben en of zij misschien nog andere producten van u willen afnemen tijdens een grieppandemie. Inventariseren welke activiteiten essentieel zijn voor de levering van deze producten aan uw klanten en voor het blijven functioneren van uw organisatie tijdens een grieppandemie. Maak onderscheid naar (zie format 1): a. activiteiten die niet mogen worden onderbroken b. activiteiten die twee weken mogen worden onderbroken c. activiteiten die gedurende negen tot twaalf weken (de duur van een griepgolf) mogen worden onderbroken In kaart brengen wat u nodig heeft voor a) activiteiten die niet onderbroken mogen worden, b) activiteiten die twee weken onderbroken mogen worden en c) activiteiten die gedurende negen tot twaalf weken onderbroken mogen worden (zie format 1):  welke mensen dragen zorg voor deze activiteiten?  welke kennis en informatie zijn noodzakelijk voor deze activiteiten?  welke systemen en systeemtechnologie zijn noodzakelijk voor deze activiteiten?  welke ondersteunende diensten (bv. HRM of ICT) in uw bedrijf heeft u hiervoor nodig?  welke overige (productie)middelen in uw bedrijf heeft u hiervoor nodig (intern)?  welke middelen van leveranciers heeft u hiervoor nodig (extern)? Inventariseren of u bij een personeelsuitval van 10%, 30% en 50% tijdens een grieppandemie de benodigde activiteiten, producten en diensten kunt blijven leveren (zie format 1). Inventariseer de knelpunten die hierbij optreden. Bij uw leveranciers nagaan of zij de producten en diensten die u echt nodig heeft, kunnen blijven leveren tijdens een grieppandemie. Rekening houden met producten en diensten die u van leveranciers uit het buitenland krijgt. Inventariseer de mogelijke gevolgen van maatregelen in het buitenland.65 www.grieppandemie.nl/informatie_voor/werkgevers/hulpmiddelen 76
    • Financiën: Uw financiële risico‟s in geval van een grieppandemie inventariseren. Inventariseren wat de financiële gevolgen zijn van veranderingen in vraag en aanbod van uw producten en diensten tijdens een grieppandemie.Welke maatregelen kunt u treffen?Gereed Nog Activiteit niet gereed Crisisorganisatie: Binnen uw bedrijf een of meer personen aanwijzen die tijdens een grieppandemie verantwoordelijk zijn voor de coördinatie. Vervangers regelen voor deze persoon(en). Bepalen volgens welke procedures en op welk moment de maatregelen van kracht worden en stopgezet worden. Nadenken over de terugkeer naar een normale bedrijfsvoering na een grieppandemie. Zorgen dat alle betrokkenen geïnformeerd en voorbereid zijn. Regelmatig controleren of uw voorbereidingen nog actueel zijn. Voorlichting en communicatie: Zorgen dat voor het personeel op een centrale plaats informatie beschikbaar is over de maatregelen die uw bedrijf in geval van een grieppandemie neemt. Zorgen voor een centraal communicatiepunt voor het personeel in geval van een grieppandemie. Zorgen voor een centraal communicatiepunt voor klanten en leveranciers in geval van een grieppandemie. Beperking besmetting: Een plan ontwikkelen voor het gebruik van hygiënische hulpmiddelen in geval van een grieppandemie. Hygiënische hulpmiddelen inkopen die in uw bedrijf nodig zijn voor de bescherming van alle werknemers. Maatregelen treffen dat het gebouw bij de uitbraak van een grieppandemie voldoende schoongemaakt wordt. Informatie verstrekken aan medewerkers over preventieve maatregelen en preventief gedrag. Personeelsbeleid: Procedure vaststellen en communiceren naar leidinggevenden hoe om te gaan met personeel dat griepverschijnselen vertoont op de werkplek. Ontwikkelen, vastleggen en hanteren van een afwijkend ziekteverzuim- en verlofbeleid in geval van een grieppandemie. Richtlijnen vaststellen voor terugkeer naar de werkplek van werknemers die zijn genezen van besmetting met een griepvirus. Bedrijfsvoering: Achtervang regelen voor de mensen die kritieke taken in uw bedrijf uitvoeren (een cross-training programma opzetten). Concrete afspraken maken met uw klanten over de minimale hoeveelheid te leveren diensten en producten tijdens een grieppandemie. Concrete afspraken maken met uw leveranciers over de minimale hoeveelheid te leveren diensten en producten tijdens een grieppandemie. Financiën: Maatregelen treffen om financiële risico’s te beperken.Wat kunt u doen tijdens een grieppandemie?Wanneer een grieppandemie uitbreekt, raadpleeg dan eerst www.crisis.nl vooraanwijzingen van de overheid en voer vervolgens uw eigen (plan met)maatregelen uit. 77
    • Wat doet u tussen twee griepgolven?Een grieppandemie kan uit meerdere golven bestaan. Elke golf duurt ongeveernegen tot twaalf weken. Om goed voorbereid te zijn op de volgende griepgolf ishet daarom belangrijk om na een griepgolf de volgende maatregelen te nemen. Nog ActiviteitGereed niet gereed Bedrijfsvoering: De terugkeer regelen naar de normale bedrijfsvoering. De ‘schade’ inventariseren. Uw maatregelen evalueren en aanpassen. Voorbereiden op de volgende griepgolf (zie checklist ter voorbereiding op een grieppandemie). Uw praktijkervaringen delen met andere organisaties in uw omgeving. 78
    • Format 1. Inventarisatie vitale activiteiten Deze format helpt u om snel overzicht te krijgen over de taken waar u maatregelen moet treffen. U vult eerst kolom A in (a. activiteiten die niet mogen worden onderbroken, b. activiteiten die twee weken mogen worden onderbroken en c. activiteiten die negen tot twaalf weken mogen worden onderbroken (de duur van een griepgolf)). Vervolgens vult u in kolom B in welke mensen, kennis, systemen, ondersteunende diensten en middelen u nodig heeft voor de activiteiten die niet mogen worden onderbroken en de activiteiten die twee weken mogen worden onderbroken. Dit hoeft u niet te doen voor de activiteiten die negen tot twaalf weken mogen worden onderbroken omdat deze activiteiten geen prioriteit hebben. Vervolgens vult u in kolom C in of u problemen verwacht. Kolom A Kolom B Kolom C Kolom B Kolom C Kolom B Kolom C Kolom B Kolom C Kolom B Kolom C Kolom B Kolom C Knelpunten bij absentie 10%, 30% en 50% (Ja/Nee)a. Activiteiten Benodigde 10% 30% 50% Benodigde Voorzie ik Benodigde Voorzie ik Benodigde Voorzie ik Benodigde Voorzie ik Benodigde Voorzie ikdie niet mogen mensen kennis en problemen? systemen problemen? onder- problemen? middelen problemen? middelen problemen?worden informatie (Ja/Nee) (Ja/Nee) steunende (Ja/Nee) (intern) (Ja/Nee) (extern) (Ja/Nee)onderbroken dienstenb. Activiteitendie twee wekenmogen wordenonderbrokenc. Activiteitendie negen tottwaalf wekenmogen wordenonderbroken Dit is een uitgave van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. – nov 2007 79
    • Bijlage 2 Bedrijfscontinuïteitsplan pandemie 80
    • 81
    • 82
    • 83
    • 84
    • 85
    • 86
    • 87
    • Bijlage 3 Voorlichtingsmateriaal 88
    • 89
    • 90
    • Bijlage 4 Brief en enquêteformulierGeachte heer/mevrouw,graag willen wij uw medewerking vragen bij onze enquête naar de preventievemaatregelen die uw bedrijf heeft genomen bij de grieppandemie.Wij doen dit onderzoek in het kader van onze opleiding veiligheidskunde aan deUniversiteit van Antwerpen Management School. Als onderwerp voor ons project hebbenwij gekozen voor een evaluatie van de preventieve maatregelen die industriële bedrijvenhebben genomen tijdens de recente grieppandemie. Ons is namelijk opgevallen dat ervan alle kanten adviezen werden gegeven, die niet altijd gelijkluidend waren. Wij willennu onderzoeken welke feitelijke maatregelen bedrijven hebben genomen en wat demotieven voor die keuze waren.Naast het invullen van deze enquête willen wij u vragen om ons, als dat mogelijk is, eenexemplaar van uw protocol en een voorbeeld van door u gebruikt informatiemateriaal toete sturen.Bij voorkeur ontvangen wij uw gegevens digitaal op e-mailadres (……. )maar per postkan natuurlijk ook:(…..)Vanzelfsprekend zullen wij uw gegevens vertrouwelijk behandelen. Dit betekent dat wijin ons rapport alleen anonieme resultaten zullen opnemen. Wel zullen wij een lijstopnemen van de namen van deelnemende bedrijven als verantwoording voor onsonderzoek.Als u interesse hebt in de uitkomsten van ons onderzoek dan kunt u dat op het formulierkenbaar maken. Wij zullen u het rapport dan digitaal toesturen.Met vriendelijke groet,Rudolf de BruijnReinout DuymelinckChristel GoossensJorieke Meijer 91
    • Enquête preventie grieppandemieVorig jaar werden wij geconfronteerd met (de dreiging van) eengrieppandemie.Er zijn verschillende mogelijkheden om de verspreiding van het griepvirusbinnen uw bedrijf/organisatie te beperken. Hieronder noemen wij er eenaantal. Van iedere maatregel willen wij u vragen aan te geven of u die al ofniet heeft toegepast en de reden waarom wel of niet.Bij redenen om maatregelen wel of niet toe te passen kunnen verschillendeoverwegingen spelen zoals: Het al of niet overtuigd zijn van de zin van een maatregel De (on)mogelijkheid om de maatregel in uw situatie toe te passen Het verhogen van het bewustzijn van medewerkers/klanten Zichtbaar maken dat u actief preventiebeleid voert Wensen/eisen/richtlijnen van anderen (overheid, WHO, vakbond, klanten, opdrachtgevers, branche organisatie)Maatregel Toegepast Reden/ToelichtingVaccinatie Ja NeeAntivirale middelen Ja(bv Tamiflu) NeeInformatie over Japersoonlijke hygiëne NeeGezichtsmaskers Ja NeeHandschoenen Ja NeeDesinfecterende handgel Ja NeeVerzuimprotocol Ja(bv thuis blijven bij Neekoorts)Richtlijnen over Jathuisblijven bij ziekte NeegezinsledenSamenkomsten Jabeperken (bijvoorbeeld Neevergaderingen, eten in 92
    • kantine)Aanpassen Jaairconditioning NeeAndere maatregelen Jatoegepast? Zo ja, welke? NeeNog enkele algemene vragenHoeveel werknemers heeft uwbedrijf?Hoeveel werknemers hebben deMexicaanse griep gehad of hoeveel(percentage) waren er ziek op hethoogtepuntBij welk verzuimpercentage zou debedrijfscontinuïteit in gevaarkomen?Welke actiegrens* heeft ugehanteerd voor het instellen enook weer afbouwen van preventiemaatregelen in uw bedrijf?Heeft u voor deze pandemie nieuwbeleid opgesteld? Zo nee, was ditbeleid al bepaald in verband metde vogelgriep/SARSWelke informatiebronnen heeft ugebruikt om uw beleid te bepalen?Indien u weer met (de dreigingvan) een influenzaepidemie/pandemie te makenkrijgt, wat zou u nu dan andersdoen?Wat is uw functie in uw bedrijf?*Actiegrens: gehanteerde criteria om maatregelen in te laten gaan, zoals verzuimpercentage boven een bepaalde grens of het voorkomen van bevestigde gevallenOpmerkingen en aanvullingen: 93
    • U kunt de ingevulde enquête versturen naar rudolf.de.bruijn@daftrucks.comGraag ontvangen wij een exemplaar van uw protocol en een voorbeeld vanvoorlichtingsmateriaal dat u hebt gebruikt.Indien u de resultaten van ons onderzoek wilt ontvangen willen wij u vragenhier uw e-mail adres te noteren: 94
    • Bijlage 5 Opmerkingen van de bedrijvenOpmerkingen van bedrijvenBedrijf 1:  Afwachtende houding vaccinatie en antivirale middelen naar ontwikkeling pandemie  Gezichtsmaskers en handschoenen waren op verzoek  Informatie persoonlijke hygiëne schriftelijk naar alle werknemers  Verzuimprotocol en thuisblijven was via “werkboeken”  Hebben de andere vragen niet beantwoordt.Bedrijf 2:  Aantal werknemers 40  3 wn hebben Mexicaanse griep gehad (7.5%)  verzuimpercentage waarbij bedrijfscontinuïteit in gevaar komt 6 (klopt dit wel met vraag erboven)  geen actiegrens  geen nieuw beleid volgens pandemie opgesteld  informatiebronnen: radio/TV/internet  niets anders doen als geconfronteerd met nieuwe pandemieBedrijf 3:  100 kuren antivirale middelen  informatie via posters flyers en mail  extra voorraad op stock van mondmaskers en handschoenen  in zeepdispensers desinfecterende zeep en bij preventie en veiligheid handgels  verzuimprotocol gecommuniceerd via mail en intranet  1450 wn  <20 griep gehad  verzuimpercentage in gevaar 30-40%  actiegrens door WHO guidelines  was al beleid rond pandemieBedrijf 4:  Vaccinatie en antivirale middelen mag niet.  Informatie: preventief en kost weinig  Gezichtmaskers werden enkel aan wn die op de verbandkamer mogelijk in contact konden komen met potentiële. Is niet ingezet aangezien ons advies was naar huis te gaan en telefonisch de huisarts te raadplegen.  Handschoenen idem 95
    •  Geen gel omdat door goed te wassen met zeep dit voldoende zou zijn (RIVM)  Wn 1700  Week 46 3% totaal ziek schatting 5 waar effectief getest  >50% maar was zelf niet bij crisis een probleemBedrijf 5:  Niet overtuigd van de zin van vaccinatie en antivirale middelen.  Communicatie was opgenomen rond hygiëne ook voor de handschoenen en gel en het thuisblijven  Extra schoonmaak voor deurklinken trapleuningen enz  700 wn waarvan 2 bekend met griep  nieuw beleid opgestart  en beter vaststelling van de actiegrenzen  door de tegenstrijdige berichten konden ze niet een helder beleid opstellen. Nu hadden ze nogal een afwachtende houding opgesteld in de media was er onduidelijkheid over de ernst, was er wel een pandemie, gevolgen bleken dus niet altijd duidelijk.Bedrijf 6:  advies op intranet en bij de chauffeurs aan de balie werd handgel en instructie in 10 talen  wn 800 waarvan 6 griep  30% verzuimpercentage businesscritical  5% actiegrens  geen nieuw beleid  alle vaatwassers en wasmachines op hoogst mogelijke temperatuur ingesteld. Meer gebruik van wegwerpbekers, extra schoonmaakrondes toiletten en wasgelegenheden.  Informatiebronnen: media, artsen en belangenorganisatiesBedrijf 7:  Geen vaccinatie en antivirale middel. Moest via overheid  Bijeenkomsten beperken was een latere stap in escalatiemodel  Er werd een speciale werkgroep opgericht die een escalatieplan hebben opgesteld inclusief Business Continuity Plans. Wekelijks monitoren van het aantal griepgevallen (landelijk en binnen bedrijf). De handkranen zijn allemaal vervangen door sensorkranen (alg hygiëne). Kritische functies door afdeling zelf aangeduid hebben inbelverbinding gekregen op hun laptop. Voor niet laptop bezitters zijn extra laptops in stock gehouden en gereserveerd.  2800 wn (op hoogtepunt 50 wn in 1 week tijd)  verzuimpercentage >20% dan continuïteit in gedrang  esclatiemodel opgesteld met verschillende acties bij verschillende uitvalniveaus: van hygiënemaatregelen (<10% verzuim) via aanwezigheidsmaatregelen (10-20%) tot noodscenario productie (>20%)  Nieuw beleid opgesteld 96
    •  BCP zijn door de afdelingen zelf opgesteld. Volgende keer meer eenduidigheid gewenst.Bedrijf 8:  Geen vaccin voor bedrijven beschikbaar gesteld.  Voor ex-pats antivirale middelen op reis naar hoog prevalente gebieden  Gezichtmaskers zijn 1 maal gebruikt om griepachtige verschijnselen in te dammen  Handschoenen waren beschikbaar maar niet nodig  Desinfecteren handgels preventie van verspreiding.  Verzuimprotocol was altijd na overleg bedrijfsarts  Geen evidentie over bekend voor aanpassen airconditioning  Business continuity plans laten opstellen.  2000 wn verdeeld over 15 vestigingen  20 wn ziek waarvan 1 bij test bevestig verzuimpercentage 0.5% gestegen.  Geen percentage afgesproken voor kritisch  Nadat RIVM de epidemie had verklaard als zijnde over zijn al de maatregelen ingetrokken maar waren al spontaan door de bedrijven geminderd  Er is een beleidsplan opgesteld  Informatie van CIA en RIVM  De belangrijkste stap is geweest het periodiek verspreiden van een actualiseringsbrief aan het personeel en aan de leidinggevende in combinatie met het zichtbaar ter beschikking stellen van hygiënemiddelen)Bedrijf 9:  Vaccinatie en antivirale middelen ligt in de reguliere zorg en niet overtuigd van nut in preventieve zin.  Persoonlijke hygiëne bewustwording en aanspreken eigen rol  Niet overtuigd voor gezichtsmaskers en handschoenen als zinvolle maatregel. Ook voor desinfecterende handgel (wel overtuigd voor bewustwording).  Thuisblijven was geen toegevoegde waarde in deze situatie.  Samenkomsten werden niet beperkt gezien de mate van verspreiding  Noodmaatregelen zijn in kaart gebracht aan de hand van scenario‟s van afwezigheid.  400 wn (exact aantal onbekend die ziek waren)  afwisselend per bedrijfsonderdeel bedrijfskritiek: gekeken vanuit de verschillende scenario‟s  info gebruikt van overheid, RIVM, concullega bedrijven.  Nieuw beleid opgesteld.Bedrijf 10:  Vaccinatie voor seizoensgriep wordt jaarlijks aangeboden (geen vaccinatie voor mexicaanse griep) 97
    •  Via folders en de televisie schermen werd informatie gegeven over persoonlijke hygiëne  Gezichtmaskers zijn aangekocht maar niet verdeeld. Handschoenen zijn overal beschikbaar op het bedrijf.  Het verzuimprotocol werd via de televisieschermen en mail verspreid.  866 wn.  Er is niet gekend wie ziek was  Nieuw beleid opgesteld  Info www.influenza.be en wetenschappelijke literatuur  Niets aan veranderenBedrijf 11:  Frequente info over status pandemie.  600 op Antwerpen site  verzuimpercentage afhankelijk van de criticiteit van de afdeling  Business continuity plan was bestaande maar heeft wel update getriggerdBedrijf 12:  Vaccin was niet beschikbaar voor niet prio groepen  Idereen die hier werkt kan zich jaarlijks laten laten inenten op de medische dienst.  Verhogen van het bewustzijn van de medewerkers  Niet overtuigd voor mondmaskers handschoenen.  2000 wn. Niet gekend maar geen verhoging in het percentage vastgesteld ten opzichte van andere jaren.  Verzuimpercentage kritisch 40%  Geen actiegrens door continue opvolging  Geen nieuw beleid (vastgelegd door vogelgriep/SARS)Bedrijf 13:  Gewone seizoensgriepvaccinatie. Vaccinatie H1N1 enkel voor hulpverlenend personeel via huisarts cfr adviezen griepcommissariaat.  Geen antivirale middelen omwillen van de beperkte ernst van de pandemie.  Posters cfr griepcommissariaat en handhygiëne  Mondmaskers, handschoenen enkel medisch hulpverlenend personeel bij vermoedelijk geval.  Algemene regel regelmatig handen wassen. Waar dit niet mogelijk was werden handgels geplaatst.  Samenkomsten beperken werd niet toegepast wel geïntegreerd binnen het opgemaakt escalatieplan.  3450 wn  4.24% absenteïsme op hoogtepunt  15-30% verzuimpercentage kritisch  verschillende fases binnen escalatieplan op basis van informatie overheid, economische toestand en percentage per bedrijf 98
    •  Grote richtlijnen reeds opgemaakt tgv SARS dreiging. Escalatieplan is verfijnd.  Info WHO, griepcommissariaat, corporate guidelinesBedrijf 14:  Vaccinatie diende door de overheid gegeven te worden  Antivirale middelen door de reguliere gezondheidszorg.  Info door posters en intranet  Gezichtsmaskers en handschoenen niet gebruikt  Gel werd beschikbaar gesteld.  Via communicatie bulletins en intranet werden de wn geïnformeerd betreffende verzuimprotocol en thuisblijven.  Geen aanpassing van airco (was onderzocht wat het risico was)  Via WHO poster contact vermijden/beperken  Alle business units hebben contingency plan bekeken bij 35% uitval  1700 wn aantal onbekend geen verhoging vastgesteld tov vorige jaren  Bij hoog verzuim geen gevaar (bepaald door contingency plan)  Geen actiegrens  Geen nieuw beleid  In de toekomst (liep met sisser af) zou er minder zwaar worden ingezet.Bedrijf 15:  Geen vaccinatie wordt geregeld door de reguliere zorg/overheid  Antivirale middelen voor wn op unieke posities voor continuïteit te borgen  Handen wassen, hoesten/niezen  Geen gezichtsmaskers en handschoenen omwille van geen toegevoegde waarde.  Handgels beperkte toegevoegde waarde maar is op vraag van management ingezet geweest.  Samenkomsten beperken waarschijnlijk nauwelijks remmend effect op uitbreiding.  Aanpassen airco was bekeken maar effect leek heel gering.  6500 wn  in hoogtepunt 20-25 zieken met griepachtige klachten per week  >15%  Scenario was beschikbaar na vogelgriep. De scenario‟s zijn doorlopen  RIVM, www.grieppandemie.nl  Geen groete aanpassingen van planBedrijf 16:  De maatregelen werden gegradeerd ingevoerd. Soms alleen voor reizigers. Griepvaccinatie alleen de seizoensgriep.  2300 wn  5% met griep  Duidelijke stijging van ziekteverzuim tov dezelfde periode vorige winter  Nieuw beleid opgesteld voor deze pandemie 99
    •  Pers, www.influenza.beBedrijf 17:  Jaarlijkse vaccinatie seizoensgriep  Geadviseerd aan reizigers naar risicovolle gebieden  Informatie via intranet bedrijf  Geen wegwerphandschoenen geadviseerd  Gezichtsmaskers waren aanwezig voor het geval uitbreken pandemie.  Samenkomsten niet beperkt  Werknemers 450  Slechts enkele bekend met griep (meerdere waarschijnlijk onbekend)  Bij ziektecijfer 10% zouden er reeds problemen optreden tgv de te garanderen minimumbezettingen van de productieafdelingen waar volcontinue wordt gewerkt  Actiegrens is nooit vast gelegd. Wel continue opvolging door een opgericht crisisteam.  Er werd een nieuw beleid uitgestippeld rekening houdend met informatie die door de overheid werd verspreid. Richtlijnen via powerpoint presentatie aan de medewerkers gecommuniceerd.  Informatiebronnen: IDEWE en www.influenza.beBedrijf 18:  Overheid leidend rond vaccinatie en antivirale middelen  Verhogen van bewustzijn werknemers rond persoonlijke hygiëne  Niet overtuigd van beperken samenkomsten en aanpassen airconditioning  Zichtbaar maken van actief preventiebeleid rond handgels, mondmaskers en thuisblijven bij ziekte  Extra schoonmaakrondes van deurklinken, toetsenborden enz.  1500 werknemers  2% van de medewerkers ziek  Bedrijfscontinuïteit in gevaar wisselend per afdeling tussen 30 en 50%  Basis van SARS/Vogelgriep gebruikt als uitgangspunt voor beleid bij pandemie  Informatiebronnen, RIVM, KNMG, centrale stafafdeling  Beter afstemmen beleid in verschillende productie locaties. 100
    • Bijlage 6 Planning activiteiten projectgroepVoortgangsrapportage inclusief stappenplan en overlegverslagen 101
    • 102