Your SlideShare is downloading. ×
Bevindingen Symposium 4 Maart
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Saving this for later?

Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime - even offline.

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Bevindingen Symposium 4 Maart

326
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
326
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. AT Osborne lost ruimtelijke vraagstukken opAT Osborne lost ruimtelijke vraagstukken op. Onderscheidend is disciplinair bureau met 150 specialisten. Samen leveren zij allede verbinding tussen plannen en praktijk. U kunt de consultants denkbare diensten, van project- en proces-managers tot expertsen managers van AT Osborne inschakelen voor strategische op het gebied van techniek, financiën of juridische vraagstuk-vraagstukken of een second opinion maar ook voor de volledige ken. Zij zijn snel en op uw maat inzetbaar. De mensen vanbegeleiding van uw investeringsproject. Daarmee kunt u van AT Osborne zijn vindingrijk en daadkrachtig. Met als drive debegin tot eind op AT Osborne rekenen. AT Osborne is een multi- beste oplossing voor u.AT Osborne lost ruimtelijke vraagstukken opJ.F. Kennedylaan 100AT Osborne lost ruimtelijke(0)35 543 43 43 op. Onderscheidend is T 31 vraagstukken Kijk op onze website disciplinair bureau met 150 specialisten. Samen leveren zij alle3741 EH Baarn F 31 (0)35 543 43 44 voor meer informatie:de verbinding tussen plannen en praktijk. U kunt de consultants denkbare diensten, van project- en proces-managers tot expertsPostbus 168 E info@atosborne.nl www.atosborne.nlen managers van AT Osborne inschakelen voor strategische op het gebied van techniek, financiën of juridische vraagstuk-3740 AD Baarnvraagstukken of een second opinion maar ook voor de volledige ken. Zij zijn snel en op uw maat inzetbaar. De mensen vanbegeleiding van uw investeringsproject. Daarmee kunt u van AT Osborne zijn vindingrijk en daadkrachtig. Met als drive debegin tot eind op AT Osborne rekenen. AT Osborne is een multi- beste oplossing voor u.AT Osborne Utrecht | Brussel | Parijs Huisvesting & Vastgoed | Infrastructuur, Gebiedsontwikkeling & Milieu
  • 2. BevindingenSymposium ‘Investeren in laboratoriumgebouwenen science parken’4 maart 2011
  • 3. Inleiding Science parken groeien Onderzoek is een belangrijke drager van trekken. Hiervoor zijn gebouwen nodig die Met uitzicht op de nieuwbouw van de bèta- de Nederlandse economie. Hierin kan geschikt zijn voor de verschillende be­ faculteit van de Universiteit van Amsterdam Nederland excelleren. De impact van drijven en die kunnen meebewegen met lieten vier sprekers hun licht schijnen de specialistische kennis is groot. Voor de tijd. Over dit thema is op 4 maart 2011 over dit bijzondere segment van de vast- technisch onderzoek zijn onderzoeksge­ een symposium gehouden, georganiseerd goedmarkt. bouwen nodig die in toenemende mate door AT Osborne. in een speciaal daarvoor ingerichte omge­ Na het ochtendprogramma werd in een ving worden ondergebracht: de science Het symposium vond plaats op een aantal statafeldebatten met elkaar gedis- parken. Er is het nodige gaande in deze toepasselijke locatie: in een van de gebou- cussieerd over diverse actuele issues. Tevens niche. Science parken profileren zich wen van het Wetenschappelijk Centrum bestond de mogelijkheid de recent opgel- aan de hand van een onderzoeksthema Watergraafsmeer, dat weer onderdeel uit- verde nieuwbouw te bezoeken. Deze uitgave en proberen startende bedrijven aan te maakt van Science Park Amsterdam. is een verslag van deze dag.2
  • 4. Rob Prinzen AdviseurATOsborneWie investeert inlaboratoriumgebouwen?De aftrap van de bijeenkomst werd kan onderverdeeld worden in drie cate- bij eigen inkomsten van universiteiten enverzorgd door AT Osborne directeur gorieën: universiteiten (27 procent), bedrij- andere onderzoeksinstellingen. De ontwik-Gerhard Jacobs, met de constatering dat ven (59 procent) en instituten (14 procent). keling van science parken past in deze trend:‘research’ volop in de belangstelling staat. “Jaarlijks gaat er 6 à 7 miljard om in research; synergie en spin-offs organiseren tussenNederland moet meedoen in de interna­ er werken 60.000 mensen. Al met al een wetenschap en bedrijven.tionale concurrentie om de beste weten­ serieuze bedrijfstak.” De ontwikkeling van het benodigde vast-schappers; een inspirerende werkomge­ goed op science parken heeft een aan-ving helpt mee om die slag te winnen. Alle Vastgoed op science parken tal speciale kenmerken. Wie investeert?reden om stil te staan bij ontwikkelingen Terwijl Nederland als kenniseconomie Sommige bedrijven (zoals Danone, ziedie de kwaliteit van onderzoekshuisvesting feitelijk méér zou moeten investeren in artikel hierna) kiezen bewust voor de inzetbeïnvloeden. research, laat de actualiteit een ander beeld van een projectontwikkelaar om nieuwe zien. Prinzen: “De Rijksoverheid schrapt in huisvesting te realiseren. Soms blijft deResearch in Nederland subsidies, dat is jammer. Tegelijkertijd is er scienceparkeigenaar liever zelf aan het stuur.Rob Prinzen, gespecialiseerd in de huis- bij provincies – bijvoorbeeld in Limburg – Goed voorbeeld is de Radboud Universiteit,vesting van laboratoria en adviseur bij nog wel geld en ambitie om hier een speer- die vanuit een totaalvisie op het geheleAT Osborne, bracht daarop kort het speel- punt van te maken.” Waar de overheid zich universiteitsterrein invulling geeft aan af-veld in kaart. Het researchwerk in Nederland terugtrekt, komt een groter belang te liggen zonderlijke vastgoedprojecten.“ aarlijksgaater J 6à7miljardomin research;erwerken 60.000mensen.Al metaleenserieuze bedrijfstak.” 3
  • 5. Geert Haksteen DirecteurMatrixInnovationCenterop hetScienceParkAmsterdamHet succes van eenscience parkGeert Haksteen, directeur van Matrix “Wij gaan dit de komende tijd verder uit- en life science stad, onder meer door deInnovation Center op het Science Park te bouwen. Sterk punt van dit park is de Economic Development Board.”Amsterdam, gaf een definitie van een fietsbereikbaarheid vanaf de binnenstad Hij ging verder in op de huisvestingscience park. Een goed science park moet en het nieuwe station. Verder is de aan- voor de bedrijven, de incubatorgebouwen:meer zijn dan een mooi terrein: de wezigheid vanaf het begin van het NWO “Bedrijven starten hier, verblijven hierinteractie tussen de verschillende gebrui­ (Nederlandse Organisatie voor Weten- gemiddeld 7,5 jaar en vliegen dan uit.kers moet meerwaarde opleveren. Succes­ schappelijk Onderzoek) heel belangrijk ge- De vraag naar dit soort ruimte groeit.factoren voor het Matrix Innovation weest, later gevolgd door de komst van de De afgelopen jaren hebben we geen leeg-Center zijn de aanwezigheid van de uni­ Universiteit van Amsterdam.” stand gehad.”versiteit, een duidelijke identiteit van het NWO (grondeigenaar), Gemeente en UvApark en een goede locatie met een Profilering zitten samen in Science Park Amsterdam enplezierige leefomgeving. Al met al een Over de rol van de gemeente stelt Haksteen: ook in Matrix Innovation Center – aange-inspirerende plek die uitnodigt tot verblijf “De positie en omvang van de reeds aanwe- vuld met Rabobank Amsterdam. “Dit is eenen ontmoeting. zige kenniscentra zoals AMC/UvA, VUMC/ overzichtelijk en slagvaardig gezelschap.” VU, NKI en Sanquin heeft Amsterdam tot op Om de groei te kunnen opvangen wordtDaarnaast beschikt Science Park Amsterdam heden geen sterk profiel opgebouwd als het Matrix VI-gebouw ontwikkeld. Ditover een sterk team voor commercie en life science stad. De creatieve industrie en gebeurt in samenwerking met Ectorparkmanagement voor het onderhouden financiële dienstverlening voeren de boven- Hoogstad Architecten, Deerns en Stone22.van connecties met het bedrijfsleven toon. De laatste tijd komt er gelukkig meeren de interne en externe communicatie. aandacht voor Amsterdam als wetenschaps-“ einteractietussen D deverschillende ge ruikersmoet b meerwaarde opleveren”4
  • 6. Peter Blok DirecteurNieuwbouwFaculteit NWI,UvAVoordeel van de flexibiliteitmoet nu gaan blijkenPeter Blok, directeur Nieuwbouw Facul­ prima kwaliteit, voor een heel scherpe vestigd aan de wand, zodat de gehele vloerteit NWI, Universiteit van Amsterdam, prijs”, aldus Blok. vrij gehouden kan worden.introduceerde de nieuwbouw van de “Het kostenvoordeel van deze flexibiliteitFaculteit Natuur wetenschappen, Wis­ Uitwisselbaarheid moet nu gaan blijken. Bij de eerste verbou-kunde en Informatica. De nieuwbouw “Bouwen is keuzes maken. Dat is lastig in wing laat ik een offerte maken wat het kostbedraagt maar liefst 70.000 m² en is een omgeving waar intern de eisen voort- én wat het zou kosten als we de multilab-ontworpen door architecten Rudy Uyten­ durend aan verandering onderhevig zijn. wand niet zouden hebben gehad. Dat zouhaak, Meyer en Van Schooten en Studio De oplossing ligt in het creëren van meer een substantiële kostenbesparing opHertzberger. flexibiliteit. Bijvoorbeeld labs die uitwissel- moeten leveren. Voordeel van dit systeem baar zijn. Tegelijkertijd zijn er ook grenzen is sowieso dat je snel kunt schakelen.”De primaire functiescheiding is horizontaal aan de flexibiliteit: zo zijn kantoren en labsdoorgevoerd: op begane grond en eerste niet uitwisselbaar, dat is te duur.”verdieping zijn de openbare en semi- De flexibiliteit zit in vier aspecten: verander-openbare functies, daarboven de beveilig- baarheid van functies, modulaire opbouwde zone. “Rudy Uytenhaak betitelde de van het gebouw, de herbruikbaarheid eninrichting als volgt: beneden Bijenkorf, de totaaloplossing – inclusief wanden –boven Hema. Veel geld is dus ingezet op voor de labinrichting, de multilabwand.de wereld van de student, onderin het Hierbij is het meubilair modulair en “ enedenBijenkorf, Bgebouw. Dit wil niet zeggen dat de onder- demontabel, zodat de opstelling heelzoekers er bekaaid af komen: Hema is een makkelijk aanpasbaar is. De tafels zijn be- bovenHema” 5
  • 7. Elmo Wissing ProjectdirecteurnieuwbouwDanoneRDUtrecht, the place to bevoor DanoneDrie jaar geleden nam Danone Numicoover en werd daardoor ineens groot ruimte en er is bovendien een zeer welko- me link met de aanwezige gezondheidszorg “ engebouwwaar Ein baby­ en medische voeding. RD is op de campus (UMC, WKZ).sindsdien over zes locaties verspreid. jenaartoegaatDe versnelde groei van het bedrijf moet Ontwikkelaar ontzorgtbeter worden geaccommodeerd: Beter Danone heeft gekozen voor een flexibel ommensentebereikbaar en met een betere (internatio­ gebouw: de labs zijn onderling uitwisselbaar.nale) uitstraling voor haar zeer geavan­ceerde onderzoeksactiviteiten. De kantoorvleugel is bovendien zo gemaakt dat hier voldoende hoogte is om later om te ontmoeten–werkenElmo Wissing, projectdirecteur nieuwbouw bouwen tot laboratoria. Over de keuze voorDanone RD, gaf een toelichting op het het inschakelen van projectontwikkelaar kunjeoveral”proces van locatiekeuze en ontwikkeling OVG zei Wissing: “Wij investeren in mensenvan het nieuwe Danone gebouw. en niet zozeer in vastgoed. Het gebouw moet aan hoge eisen voldoen. De combina-Het binden van onderzoekers tie van OVG met architect Cepezed enHet belangrijkste criterium bij de locatie- Deerns moet ons vooral ontzorgen.”keuze was het binden van de 450onderzoekers die hier gaan werken. Waarwonen ze nu, waar willen ze gaan werken.Buitenlandse locaties als Singapore en Parijsvielen af. Wissing: “Dan verlies je teveelmensen. De Randstad is bovendien aantrek-kelijk om internationaal talent aan te trek-ken. Leiden en Amsterdam waren daarbijeen brug te ver voor veel medewerkers uitde omgeving van Wageningen waar eengroot deel van de RD activiteiten zich nu be-vinden. Ook al is Nederland vanuit Europeesperspectief een postzegel”. Utrecht bleekuiteindelijk het beste alternatief. De campus Bron:Cepezedarchitectenvan de Universiteit Utrecht bood hiervoor6
  • 8. Bas van Holten DirecteurOVGNederlandOnderzoeksgebouwinteressant voorontwikkelaar en beleggerOVG deed mee in de competitie om de flexibiliteit dan de investeerder. Van Holten: laat. Na een periode van bijvoorbeeld 30opdracht voor het ontwikkelen van het “De kunst is om beide werelden bij elkaar te jaar is het dan relatief een-voudig om tegebouw van Danone te verkrijgen. Bas krijgen. Dat kan bijvoorbeeld – hoe gek het herontwikkelen. Ook beleggers zien dit alsvan Holten, directeur OVG Nederland ook klinkt – door een langer huurcontract af een pré.”hierover: “Deze opdrachtgever had voor­ te spreken. Een belegger is dan bereid meer Wat tevens scheelde was dat OVG het pandaf al een heel duidelijk omlijnd program­ te investeren in het gebouw. Hierdoor kan van Danone zelf ook als potentieel investe-ma van eisen. Voor ons is dat altijd een er meer flexibiliteit voor de gebruiker in het ringsobject ziet en er dus op voorhandbelangrijk aspect bij de beslissing om al pand gestopt worden.” zekerheid is over de afname. Van Holtendan niet aan een competitie mee te doen: merkt op: “Bij Duitse vastgoedfondsen istreffen we aan de overkant van de tafel Beleggingsmarkt veel belangstelling voor het investeren ineen professionele tegenspeler? In dit ge­ Door de contractfase en de fase van het onderzoeksgebouwen in Nederland. Nu zitval was daar geen twijfel over.” voorlopig ontwerp parallel te laten lopen, het eigendom nog veelal bij universiteiten. is tijdwinst geboekt. Van Holten “Ook de Wij onderzoeken of we hier een professio-Flexibiliteit gemeente heeft de ontwikkeling van het nele beleggingsmarkt van kunnen maken.Bij de ontwikkeling van het gebouw blijkt gebouw bespoedigd door een bestem- Ontwikkelende beleggers kunnen daar zekerdat een gebruiker heel anders aankijkt tegen mingsplan te maken dat veel functies toe- een rol in spelen.”“ ntwerpkantoren Odiequamaatvoeringindetoekomstookgeschiktzijnalslab” 7
  • 9. Michel ter Berg AdjunctdirecteurvastgoedRadboud UniversiteitNijmegenBouw een laboratorium nooitvoordat je weet wie erin komtMichel ter Berg, adjunct directeur vast­goed Radboud Universiteit Nijmegen, Groen karakter belangrijkste USP Ter Berg zoemt in op het Mercator 1- “ riseenstijging Ebegon zijn verhaal over de filosofie achter gebouw, dat is ontwikkeld voor labfuncties,de campus in Nijmegen: “Onze groene maar er nooit ingekomen zijn. “De les die vanhetaantalcampus is ons unique selling point. Wij daaruit is geleerd: ken je eindgebruiker enstreven er niet naar om zoveel mogelijk ontwikkel daar heel gericht voor.” Zonder onderzoekers,vierkante meters te ontwikkelen of investeringssubsidies, bijvoorbeeld van dezoveel mogelijk bedrijven te faciliteren.Het betekent wel dat we het parkeren EU, is de financiering van een incubator- gebouw heel lastig, aldus Ter Berg. “Wij promovendienzoveel mogelijk uit het groen houden,inzetten op de kwaliteit van ontmoetings­ hebben dan nog het voordeel dat we alles intern kunnen financieren. Los daarvan: het spin-offbedrijven”plekken en aandacht besteden aan de gaat er uiteindelijk niet om wat het kost,verbinding met andere groengebieden. maar wat het oplevert. De uitstraling van de universiteit naar de stad en regio is vanDat alles met een knipoog naar Harvard, groot belang. Daarom zijn we ook voorzich-toch dé referentie op dit gebied. Mense- tig met het toelaten van bedrijven op onslijke maat, royaal groen en mooie panden. terrein. We willen koste wat het kost hetDe kwaliteit van de locatie bepaalt de groene karakter van dit gebied bewaren.”kwaliteit van de ontmoeting.”8
  • 10. Stelling 1 Debatleider: Geert Haksteen MatrixInnovationCenter,ScienceParkAmsterdam“ niversitairecentrazoudenbetermetelkaar U moetensamenwerkenomtoteenbetere profileringtekomenvanscienceparken” De deelnemers waren het erover eens dat terrein met veel ontmoetingsgelegen- universiteiten en researchbedrijven meer heden en gemeenschappelijke faciliteiten zouden moeten profiteren van elkaars (horeca, restaurant, onderzoeksvoorzienin- kennis. Hiervoor zijn science parken zeer gen, kantoren e.d.) geschikt. De bestaande universitaire cam- Hiervoor heeft een science park een pussen en grote bedrijfscomplexen vormen behoorlijke omvang nodig. Ook deze reden hiervoor een goede uitgangssituatie. zal leiden tot een begrenzing aan het aantal Tevens wordt onderschreven dat er in science parken. Nederland plaats is voor maximaal tien science parken met een duidelijke profile- ring op basis van thematische clusters. Door “ cienceparkenkunnennietzonder S verschillende barrières is dit echter niet science”(=universiteit) eenvoudig te realiseren. Zo hebben univer- siteiten en gemeentes er belang bij dat kennis in hun regio blijft. Ook bestaat er “ eoverheidzougoedeRD D competitie tussen onderzoeksinstellingen en bedrijven onderling, wat samenwerking initiatieven(financieel)moeten niet gemakkelijker maakt. stimuleren,ongeachtwiede initiatiefnemeris.Opditmoment Tussen de deelnemers was er geen over- eenstemming over wie aanjager moet zijn wordenalleenuniversitaire van deze ontwikkeling. Een groep geeft initiatievengesteundendat aan dat er nog onvoldoende landelijke iszonde” coördinatie is voor de thematiek van science parken. Verschillende vertegen- woordigers van commerciële partijen zijn juist van mening dat de ontwikkeling van science parken niet gestuurd, maar vrijgelaten moet worden. De kenmerken van een succesvol science park zijn door de deelnemers als volgt benoemd: een goede situering (dichtbij stad, goed bereikbaar, aantrekkelijke locatie) en een open en vrij toegankelijk 9
  • 11. Stelling 2 Debatleider: Bas van Holten DirecteurOVG“ nvesterenin I ingericht zal de huurder dus minder geneigd zijn te verkassen. Bovendien zit hier een keling van het bedrijf. Bij universiteiten is de insteek heel anders. Rendement is niet de financiële drijfveer achter voor de huurder: bepalende factor. Het gaat erom de voort- onderzoeksgebouwen omdat deze investeert in een inbouwpakket durende verandering van onderwijs en en specifieke installaties is het aantrekkelijk onderzoek te faciliteren. leverteenhoger om voor langere tijd te huren. De constatering is dat beleggers weinig rendementopdanin Hier staat tegenover dat een onderzoeks- gebouw een grotere technische veroude- moeite doen om te begrijpen hoe laboratori- umgebouwen gewaardeerd kunnen worden. ring kent, wat ongunstig is voor de In het algemeen is er bij beleggers te weinig kantoorgebouwen” waardeontwikkeling. Bij beëindiging van kennis van deze specifieke markt. Daarom het huurcontract is het moeilijker om een taxeren zij vaak risicomijdend. Zij laten zich passende huurder te vinden, omdat het te veel leiden door criteria voor kantoren. In de gesprekken werd een aantal nieuwe gebouw vaak aangepast moet worden om Een gemiste kans volgens aanwezigen. gezichtspunten herkend. Een onderzoeks- het geschikt te maken voor de volgende gebouw kan bijvoorbeeld een hoger rende- huurder. Dit probleem doet zich in veel ment opleveren, doordat de gebruiks- mindere mate voor bij kantoorgebouwen: organisaties het gebouw langer huren. Een “een kantoor is nou eenmaal makkelijker kantoorhoudende organisatie kan immers te verhuren”. “ engerenommeerdbedrijfals E vertrekken wanneer zich een beter aanbod Een bedrijf dat in eigen vastgoed investeert huurdermeteenlangdurig voordoet. Terwijl een laboratoriumorganisa- zal een afweging maken waar het geld tie veel specifiekere eisen stelt aan ge- in geïnvesteerd wordt en waar rendement huurcontractlevertde bouw, installaties en inrichting. Eenmaal behaald wordt: in vastgoed of in de ontwik- bestewaarde”Stelling 3 Debatleider: Jeroen de Jongh AdviseurATOsborneenBREAAMconsultant“ enBREAAM-labisnoggeenduurzaamlab” E Met deze stelling wordt de vraag aan veranderbaarheid van labgebouwen even- de orde gesteld in hoeverre de BREAAM- eens een rol zouden moeten spelen in methodiek te gebruiken is voor de be- de BREAAM-methodiek. Dit is momenteel oordeling van de duurzaamheid van echter niet het geval. Overigens is men het laboratoriumgebouwen? erover eens dat het moeilijk is om het Er worden belangrijke aandachtspunten aspect flexibiliteit meetbaar te maken in geconstateerd. Het energiegebruik van de BREAAM-methodiek. De conclusie in de labapparatuur speelt een aanzienlijke dit debat is dat het aspect veiligheid bij rol bij de duurzaamheidsprestatie van een laboratoria een veel grotere rol speelt laboratoriumgebouw. Dit aspect wordt dan bij kantoorgebouwen. Vooral hier echter niet meegenomen in de BREAAM- dient bij BREAAM meer aandacht aan te methodiek. Verschillende deelnemers zijn worden besteed. tevens van mening dat de flexibiliteit en 10
  • 12. Stelling 4Debatleider: Rob Prinzen Debatleider: Bas van Holten (OVG)AdviseurlaboratoriumhuisvestingATOsborneOntwikkelaar/beleggervoordenieuwehuisves-“Eencascolab:zekerheidvoordeinvesteerder envrijheidvoordegebruikers?” Het cascolab is een concept dat het geval is, kan dit opgelost worden doormogelijk maakt om een labgebouw te ont- extra tijd en aandacht in de definitiefasewikkelen zonder dat de gebruiker bekend te investeren.is. In dit concept wordt gekozen voor De keuzes bij de bepaling van het cascoeen casco met vaste basismaatvoering moeten per project afgestemd worden op(stramienmaat, gebouwdiepte, verdie- de vastgoedstrategie van de eigenaar.pingshoogte, schachtstructuur, locatietechniekruimte) en beperkte investering In plaats van een cascolab kan er ookin specifieke installaties. In dit casco is gekozen worden voor een gebouw met eenhet mogelijk is om verschillende functies laag basisniveau. Dit sluit goed aan bij(typen laboratoriumfuncties, kantoorfunc- de wensen van startende bedrijven in eenties etc.) in te passen. Hierdoor ontstaat incubatorgebouw, aangezien zij bij de starteen grote mate van indelingsvrijheid van hun onderneming nog niet in staaten flexibiliteit. zijn om dure laboratoriumhuisvesting en inrichting te betalen. In dit kader makenVeel deelnemers zien de voordelen van het bedrijven bijvoorbeeld een scheiding tus-concept van een cascolab. Het grote voor- sen een standaardlab en een lab met eendeel is dat zo lang mogelijk kan worden uitgebreider inbouwpakket.gewacht met keuzes voor het inbouwpak-ket. Hierdoor kan het aantal wijzingen Bij de definiëring van een laboratoriumge-tijdens inhuizing worden geminimaliseerd. bouw moet een goede afweging gemaaktBij keuze voor een modulair inbouwpakket worden tussen de behoefte aan flexibiliteiten demontabel en herbruikbaar labmeubi- en de investering die hiervoor gedaanlair is de aanpasbaarheid ook op langere wordt. Door te kiezen voor een cascolabtermijn gewaarborgd. kan een grote flexibiliteit worden bereikt met een lage initiële investering.Andere deelnemers zijn van mening datdit concept voor hen niet noodzakelijkis, doordat ze de ervaring hebben dat “Warenonzelabsmaarzoflexibel”gebruikers over het algemeen “goed wetenwat ze willen” en indien dit niet het 11