• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
'Internet is een fantastische leeromgeving' - Essay voor Stichting Kennisnet
 

'Internet is een fantastische leeromgeving' - Essay voor Stichting Kennisnet

on

  • 966 views

Waarom wordt internet als leeromgeving niet vaker als uitgangspunt genomen binnen het leerproces? Oké, internet is een multimediaal platform met een overvloed aan informatie. Maar weerspiegelt dat ...

Waarom wordt internet als leeromgeving niet vaker als uitgangspunt genomen binnen het leerproces? Oké, internet is een multimediaal platform met een overvloed aan informatie. Maar weerspiegelt dat niet de werkelijkheid van alledag? Juist het vermogen om door dit complexe informatielandschap te kunnen navigeren is van toenemend belang. Internet is juist een fantastische leeromgeving! De leeropbrengsten hiervan zijn zelfstandigere en creatievere leerlingen die optimaal gebruik maken van de grootste informatie database aller tijden: internet.

Statistics

Views

Total Views
966
Views on SlideShare
965
Embed Views
1

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 1

http://www.linkedin.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    'Internet is een fantastische leeromgeving' - Essay voor Stichting Kennisnet 'Internet is een fantastische leeromgeving' - Essay voor Stichting Kennisnet Document Transcript

    • ‘Internet is een fantastische leeromgeving’ Essay voor Stichting Kennisnet (contactpersoon: Rink Weijs ) In het onderwijs leeft de ambitie meer gebruik te maken van digitaal leermateriaal. Door grotere inzet van digitale hulpmiddelen in het curriculum verwachten scholen de kwaliteit, aantrekkelijkheid en productiviteit van het onderwijs te verbeteren. Goede keuze, zou je denken, maar al meer dan tien jaar geven schoolleiders en docenten aan dat het schort aan bruikbaar digitaal leermateriaal, constateert Kennisnet. Een tekort hieraan is één van de belangrijkste obstakels voor verdere optimalisering van effectief en efficiënt gebruik van ICT in het onderwijs1. Vooral de ontwikkeling en verspreiding van bruikbaar digitaal leermateriaal blijkt een complex en weerbarstig vraagstuk te zijn. We kunnen dit vraagstuk ook anders benaderen. Waarom wordt internet als leeromgeving niet vaker als uitgangspunt genomen binnen het leerproces? Oké, internet is een multimediaal platform met een overvloed aan informatie. Maar weerspiegelt dat niet de werkelijkheid van alledag? Juist het vermogen om door dit complexe informatielandschap te kunnen navigeren is van toenemend belang. Internet is juist een fantastische leeromgeving! De leeropbrengsten hiervan zijn zelfstandigere en creatievere leerlingen die optimaal gebruik maken van de grootste informatie database aller tijden: internet. Bezien vanuit deze optiek, komt de discussie over het tekort aan bruikbaar digitaal leermateriaal in een ander daglicht te staan. Dit essay is een pleidooi voor een andere aanpak van het leerproces waarbij meer gebruik wordt gemaakt van internet als multimediale leeromgeving. De clou ligt bij de benadering van het leerproces - niet in het wachten op beschikbare materialen. Alleen vergt dit wel een andere manier van lesgeven door docenten én het leren door de kids zelf. Een benadering die meer aansluit op de dagelijkse ervaringen en belevingswereld van leerlingen. Waarin kennisconstructie centraal staat en internet als platform wordt gebruikt voor het zoeken, bewerken en delen van informatie. Want dat leren jongeren niet vanzelf. De NRC-columnist Vanheste waarschuwt voor het zoeken en overnemen van informatie zonder enige kennis vooraf, wat hij Googlificatie noemt. Dit leidt tot een samenraapsel van weetjes zonder basis, zonder verband, zonder begrip2. Ook het rapport van de British Library3 stelt dat de Google generatie wel toegang heeft tot een overvloed aan materiaal, maar dat hun vermogen deze te verwerken gelimiteerd is. Online zoekstrategieën van deze groep worden gekarakteriseerd als oppervlakkig en van de hak op de tak. De conclusie van het rapport luidt dat de moderne jeugd een slecht begrip heeft van hun informatiebehoeften en het moeilijk vindt effectieve informatiestrategieën te ontwikkelen. Bovendien spenderen ze weinig tijd aan het evalueren van informatie op relevantie, nauwkeurigheid en de autoriteit van de bron. Jongeren moeten natuurlijk een fundament aan basiskennis en -vaardigheden aangereikt krijgen binnen een veilige leeromgeving voordat ze online aan de slag kunnen gaan. Net zoals Contact Adres Administratief tel 070 4262249 Zürichtoren KvK 27186038 info@provenpartners.nl Muzenstraat 89 BTW nr: NL-8085.27.939.B.01 www.provenpartners.nl 2511 WB Den Haag PROVENPARTNERS is onderdeel van de PROVEN holding
    • je leert zwemmen in een zwembad. Jongeren kunnen verdrinken in de zee van informatie als ze zonder voorbereiding in het diepe worden gegooid. In de praktijk werkt dat anders. In feite maken veel jongeren al op vroege leeftijd gebruik van internet, dat vrijwel vanzelfsprekend de voornaamste informatiebron is voor de huidige generatie. Ze leren zelf ermee omgaan, gewoonweg door te experimenteren. Dat wil niet zeggen dat ze er goed in zijn, want self-thaught is niet hetzelfde als well-thaught4. Bovendien bulkt internet van de informatie uit allerhande bronnen, van volslagen ongeloofwaardig tot wetenschappelijk verantwoord. Bedrijven, particulieren, politieke partijen en belangengroepen hebben allerhande redenen om hun publiek te informeren, overtuigen en entertainen. Misschien is leren met internet juist daarom geen overbodige luxe. Laten we eens verkennen wat er gebeurt wanneer we dit multimediale platform tot leeromgeving bombarderen. Een eerste voorwaarde is toegang. De beschikbaarheid van apparatuur is noodzakelijk. Het verschil tussen de haves en have-nots kan een kloof tot gevolg hebben, een fenomeen dat Moores in 1996 als digital divide bestempelde. Nu verkeren we in Nederland in een prettige positie. Voor een groot deel van de bevolking zijn computers gemeengoed geworden. Ook de verbinding is geen bottleneck meer. In totaal hebben nu 5,8 miljoen Nederlanders breedband internet via de kabel of adsl. Dit betekent dat 79,8% van alle huishoudens een snelle internetverbinding heeft5. Ten tweede speelt de mate waarin kinderen thuis én op school als digital native met dit speelgoed aan de slag kunnen een grote rol. Aan de kinderen zal het overigens niet liggen, die zappen, gamen, multitasken en prosumeren erop los6. Ze spelen massaal online multiplayer games, maken hun huiswerk met de koptelefoon op terwijl ze tussendoor met hun vrienden chatten en gebruiken graag beelden en emoticons. Daarnaast downloaden en remixen ze content die ze vervolgens op hun eigen profielpagina op Hyves of een ander sociaal netwerk plaatsen. Maar leidt veel gebruik tot juist gebruik? Deze vlieger gaat niet op. Dat kinderen díe veel met de computer werken en voortdurend met nieuwe gadgets zitten te spelen de juiste vaardigheden hebben, is een misvatting. Jongeren beschikken wel over ict-vaardigheden, maar niet over voldoende informatievaardigheden om te slagen in de 21ste eeuwse samenleving7. De Raad voor Cultuur spreekt in dit verband over ‘mediawijsheid’ als ideaalbeeld. De officiële definitie luidt: “Mediawijsheid duidt op het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld”8. Leerlingen hebben dus een aanvullend scala aan elementaire vaardigheden nodig zoals informatie-, media- en ICT-vaardigheden. Zodoende zijn ze voorbereid op de toekomst en beschikken over goede competenties om in een digitale wereld succesvol én mediawijs te zijn. Laten we deze vaardigheden even onderzoeken, zodat we eenzelfde beeld voor ogen hebben. ICT-vaardigheden zijn een vereiste om de benodigde apparatuur en software te bedienen. Op zichzelf is dit, zoals we net constateerden, geen garantie op succes. Leerlingen kunnen vaak niet goed hun informatiebehoefte bepalen om een onderwerp te onderzoeken. Daar hebben ze informatievaardigheden voor nodig. Zodoende leren ze zoeken, interpreteren, selecteren, verwerken en het toepassen van informatie. 2/7
    • Dat begint bij het vaststellen van de onderzoeksvraag, het kiezen van specifieke zoektermen en relevante bronnen (waaronder zoekmachines). Vaak nemen leerlingen de rangschikking van zoekmachines voor lief, maar het is nog een kunst om de juiste links voor relevante websites te kiezen. Dat is wat anders dan het omslaan naar de volgende de bladzijde. En je gaat natuurlijk niet alles lezen. Switchen tussen informatiestrategieën zoals scannen en gebruik maken van een alternatieve leesroute biedt uitkomst. En hoe moet je al die informatie eigenlijk interpreteren? Zijn de bronnen eigenlijk wel betrouwbaar? In welke context wordt de informatie gepresenteerd? Het zijn belangrijke vragen om uiteindelijk een waardering te kunnen geven aan informatie. Is het klinkklare onzin of kun je wel aannemen wat er staat? Ook andere aspecten zoals de autoriteit van bronnen en het afwegen van meerdere gezichtpunten zijn van belang. Want verschillende bronnen met andere standpunten geven een beter beeld van de werkelijkheid. En wat vind je zelf? Is het nuttige informatie voor je onderzoek? Tja, daar begint het selecteren. Daarvoor moet de bruikbaarheid en volledigheid van informatie beoordeeld worden. Wellicht even de webpagina bookmarken met een online tooltje… of een printje uitdraaien met bronvermelding erbij. Het zijn de stappen naar het einddoel: verwerking en toepassing van de informatie. Hierbij maken leerlingen gebruik van cognitieve strategieën zoals overeenkomsten en verschillen zoeken, relateren en informatie systematisch synthetiseren. En dan heb je jouw verhaal of oplossing nog niet eens gepresenteerd aan een publiek, online of offline. Uit onderzoek onder 6.300 studenten in Amerika door het Educational Testing Service9 blijkt dat het behoorlijk schort aan deze vaardigheden. Voor het opzoeken van informatie werd door de meerderheid enkel één zoekterm gebruikt. Slechts de helft schatte de objectiviteit van websites juist in. Ook de oordeelsvorming over de autoriteit van online bronnen liet te wensen over. Meer dan 30% kon ze niet goed op waarde schatten. Dit zijn overigens uitdagingen voor zowel kinderen als volwassenen. Aangezien leerlingen steeds meer informatie online lezen en gebruik maken van beschikbare media - waarvan de content wel of niet gereguleerd wordt - is ook inzicht in de werking van de media wenselijk. Considine and Haley10 schetsen enkele principes die media kenmerken, waaronder het feit dat de gepresenteerde realiteit een constructie is waarachter waarden en ideologie schuilgaan. De media biedt een platform voor het onderhandelen over betekenisgeving van actuele gebeurtenissen, maar wordt ook gebruikt voor commerciële doeleinden. En elk medium heeft zijn eigen vorm, conventies en taal. Kunnen leerlingen de context op waarde schatten, vooroordelen herkennen en zijn ze alert op het gebruik van stereotypering? Zijn ze toegerust om visuele beelden te interpreteren om de strekking van een boodschap beter te bevatten?11 Mediawijsheid omvat daarmee een breed scala onderwerpen die we net kort besproken hebben als media-, informatie- en ict-vaardigheden, de overtreffende trap van lezen en schrijven. En die leer je het beste in de echte wereld. Leerlingen die zich deze vaardigheden eigen hebben gemaakt, kunnen deze benutten om nieuwe situaties met creativiteit en wijsheid tegemoet te treden. Het is ook prettig als leerlingen zich ontwikkelen tot actief geïnformeerde burgers die zelf de gepresenteerde informatie en zienswijzen goed kunnen afwegen. 3/7
    • De media vervult weliswaar een sociaal-maatschappelijke rol, maar helpt helaas slechts in beperkte mate in de vorming van mediawijsheid. Hier ligt een taak voor het onderwijs. Het onderwijsstelsel is een uniek sociaal instituut met als doel het menselijk kapitaal te ontwikkelen. Het is van maatschappelijk belang dat iedereen als geïnformeerd burger kan participeren in een democratie. Media-, informatie en ict-vaardigheden zijn ‘increasingly important in a modern economy12’. Bovendien worden deze vaardigheden steeds belangrijker in een kenniseconomie die afhankelijk is van de innovatieve capaciteit van mensen. Kinderen worden nu nog vooral klaargestoomd tot goede werkers, niet tot creatieve denkers, is de conclusie van Sir Kenneth Robinson13. Hij leidde het Britse adviescommité naar het belang van creativiteit en culturele educatie in het onderwijssysteem en de economie. ‘We are educating people out of their creativity’, stelt Robinson vast. In plaats van hen tot goede werkers te vormen, is het volgens hem zinvoller hen vaardigheden aan te reiken waarmee ze klaar zijn voor de 21ste eeuw. Zoals we eerder constateerden, leven leerlingen in een technologische en door media gedreven omgeving, waarin een overvloed aan informatie beschikbaar is en snelle veranderingen in de beschikbare technologische hulpmiddelen plaatsvinden. Daar kunnen we aan toevoegen dat de hoeveelheid informatie vooralsnog elk jaar verdubbeld. Mede daarom heeft kennis een halfwaardetijd14, wat wil zeggen dat informatie sneller verouderd. ‘Leren leren’ is in toenemende mate van belang want mensen wisselen in één leven vaker van beroep dan honderd jaar geleden. Lifetime employment bestaat niet meer en is vervangen door employability (permanente professionele ontwikkeling). De nadruk op kennisoverdracht in het onderwijs biedt wellicht een goed fundament, maar kennisconstructie wordt gezien deze ontwikkelingen steeds belangrijker. Dat vergt een koerswijziging in het onderwijssysteem. Don Tapscott beschrijft in zijn boek ‘Growing up digital15’ de verschuiving van broadcast learning naar interactive learning (zie tabel 1). Het onderwijs wordt meer leerling gericht, waarbij vaardigheden als ‘leren leren’ centraal staan. In plaats van focussen op de acquisitie van kennis wordt meer vanuit sociaal- constructivistische leerprincipes geleerd. Onderwijsconcepten zoals Tabel 1: Verschuiving in het onderwijs (Don Tapscott, Growing up digital) zelfontdekkend leren zijn op deze leest geschoeid en stimuleren leerlingen zelfstandig op ontdekkingsreis te gaan. Zo kunnen ze zelf richting geven aan hun opdrachten en sluit het onderwijs beter aan op hun belevingswereld. Het is begrijpelijk dat deze manier van leren de motivatie en betrokkenheid verhoogt, want het doet meer recht aan jouw individuele talenten én je kunt makkelijker in de flow komen. Dat lukt niet als je moet wachten tot de hele klas klaar is met een opdracht. 4/7
    • Nu zijn er twee opvallende zaken te constateren. Allereerst, hoe kun je met standaard materiaal de ontdekkingsreis van een klas zelfsturende leerlingen vooraf structureren? Ten tweede is het opmerkelijk dat ondanks een convergentie van media naar een multimediale context, het vertrouwde papier nog favoriet is in het onderwijs. Gegeven het feit dat jongeren steeds vaker online te vinden zijn, lijken de klassen soms wel erg afgesloten van de digitale wereld. Terwijl om een brug te slaan tussen het formeel en informeel leren juist goed gebruik kan worden gemaakt van audio-visuele media en andere ICT-toepassingen16. Als docent heb je meerdere mogelijkheden bij het voorbereiden van de lessen: zelf lesmateriaal maken, materiaal opzoeken en hergebruiken of een voorgeschreven lesmethode hanteren. Idealiter zijn er veel materialen beschikbaar die makkelijk kunnen worden ingebed in het curriculum. Dat verklaart wellicht de behoefte aan meer digitaal leermateriaal, die Kennisnet schetst17. Het tekort aan bruikbaar digitaal leermateriaal wordt als een obstakel ervaren voor verdere optimalisering van effectief en efficiënt gebruik van ICT in het onderwijs. Een andere opvallende bevinding is de vaststelling dat docenten zelf vragen om digitaal leermateriaal en computerprogramma’s, terwijl het management liever de prioriteit geeft aan cursussen gericht op het lesgeven met ICT-toepassingen en handreikingen voor het gebruik van computerprogramma’s18. Dit is een aanmerkelijk verschil. De docenten zijn gericht op materialen en het management op vaardigheden. Hoewel een groot deel van de docenten wel beschikt over voldoende didactische vaardigheden, worden de ICT-vaardigheden nog wel eens overschat, meldt de monitor. De vraag is of meer digitaal materiaal daadwerkelijk bijdraagt als oplossing voor de ervaren situatie. En, in hoeverre doen deze materialen recht aan zelfsturend leren en kennisconstructie? Ben je als docent niet evenveel tijd kwijt aan het jezelf bekwamen in aangeboden materiaal en programma’s als aan het vormgeven van een boeiende ontdekkingsreis op internet? In onze optiek sluit de laatste mogelijkheid meer aan op de dynamiek van de 21ste eeuw, waarbij leerlingen beter voorbereid worden op succesvolle participatie, zowel sociaal als professioneel, in een complexe hightech mediaomgeving. Het is goed als docenten bewust aandacht besteden aan hun begrip van technologie en media. Zodoende hebben leerlingen meer kans van slagen als bewuste en creatieve bewoners van de Global Village. Nieuwe technologieën gebruiken in de les vergt natuurlijk oefening. Net zoals het gebruik van beschikbaar digitaal materiaal en computerprogramma’s helpen de lessen aantrekkelijker te maken, biedt interactive learning, zoals Tapscott het noemt, een meerwaarde aan het onderwijs. Maar om het potentieel van internet als multimediaal platform te benutten, dienen docenten ook zelf mediawijs te worden19. Je kunt erover lezen, maar echt leren doe je door te doen. Koken leer je evenmin door het lezen van een recept. Dit betekent niet dat je als docent even handig moet zijn als jouw leerlingen die veel meer tijd hebben. Een basisniveau is wel aanbevolen op het gebied van media-, informatie- en ict- vaardigheden. Net als een open houding voor kansen om kennis en ervaring op te doen in het gebruik van multimedia en tools zoals YouTube, blogs en sociale netwerksites20. Het is om deze reden handig wanneer mediawijsheid en daarmee samenhangende vaardigheden opgenomen worden in professionele ontwikkelingprogramma’s voor docenten, zoals bijvoorbeeld het gebruik van Web 2.0 applicaties op internet. 5/7
    • Wellicht ligt de grootste uitdaging nog in de digitale didactiek. Hoe kun je de balans vinden tussen sturing en ruimte? De verschuiving in het onderwijs roept voor docenten nieuwe vraagstukken op met betrekking tot de content, leerprocessen, individuele ontplooiing en het differentiëren van leerroutes. Want leerlingen online op pad sturen met een onderzoeksvraag leidt tot googlificatie zagen we eerder. De rol van de leraar verandert weliswaar ingrijpend, maar de docent blijft als vitale schakel betrokken bij onderwijsproces21. Ze worden ontwerpers van leerarrangementen en vervullen zelf een functie als mentor tijdens het leerproces, die feedback geeft en toetst of het door de leerling gekozen leerpad tot de gewenste uitkomst leidt. Het is wellicht gepast hier tevens te stellen dat kennisoverdracht geschikt is en blijft als basis onderwijsmethode. Maar dat is niet meer toereikend voor leerlingen met een goed fundament aan kennis, ICT-vaardigheden en intellectuele capaciteiten. Zwemmen leer je in het zwembad, surfen op de golven van de zee. Internet biedt daar bij uitstek een goede omgeving voor. 6/7
    • Biografie Rink Weijs is consultant kennis- en informatiemanagement bij Proven Partners. Hij adviseert opdrachtgevers in het ontwikkelen van hun visie en strategie voor het toepassen van kennismanagement met ICT en nieuwe media. In zijn opdrachten staan de optimale ondersteuning van kenniswerkers en de ontwikkeling van virtuele leer- en werkomgevingen centraal. Nieuwe media en ICT faciliteren de samenwerkings- en interactieprocessen tussen medewerkers en dat heeft een positief effect op de kennisproductiviteit en het lerend vermogen (innovatie) van organisaties. Literatuur 1 Kennisnet (2008). Vier in Balans Monitor 2008 2 Vanheste, J. (2004). De Googlificatie van het onderwijs leidt tot Googlificatie van de kennis. NRC Handelsblad, 16 & 17 oktober. 3 Joint Information Systems Committee (2008). Information behaviour of the researcher of the future. Gedownload op 16 september 2009 van: www.jisc.ac.uk/media/documents/programmes/reppres/gg_final_keynote_11012008.pdf 4 Consodine, D., Horton, J. & Moorman, G. (2009). Teaching and Reading the Millennial Generation Through Media Literacy. Journal of Adolescent & Adult Literacy ed. 52 (6) p. 471-481 5 Financieel Dagblad (2009). Gedownload van: http://www.fd.nl/artikel/11755273/groei-breedband- internetaansluitingen-nl-vlakt-af 6 Veen, W., Vrakking, B., Korz, M. & Weijs, R. (2009). Homo Zappiens: opgroeien, leven en werken in een digitaal tijdperk. Pearson: Amsterdam. 7 Allen, S.M. (2007). Information Literacy. A Quantative Study: High School and College Expectations. Knowledge Quest | Assessing Information and Communication Technology. Volume 35, No. 5, p. 18-24 8 Gedownload op 7 oktober van: http://www.mediawijsheidinperspectief.nl/advies_van_mediaeducatie_naar_mediawijsheid.php 9 Schroeder, K. (2007). Not Tech Savvy. The Education Digest, p. 76 10 Considine, D.M., & Haley, G. (1999). Visual messages: Integrating imagery into instruction. Englewood, CO: Libraries Unlimited. 11 David, J.L. (2009). Teaching Media Literacy. Educational Leadership, p. 84-86 12 Sargant, N. (2004). Why does media literacy matter. Adults learning, p. 28-30 13 Presentatie op TED.com (http://www.ted.com/index.php/speakers/sir_ken_robinson.html) 14 Weggeman, M. (2000). Kennismanagement in de praktijk. Scriptum: Schiedam, p. 48 15 Tapscott, D. (1996). Growing Up Digital: The Rise of the Net Generation. McGraw-Hill: New York 16 Sargant, M. (2004). Why does media literacy matter? Adults Learning. December. p. 28-30 17 Kennisnet (2008). Vier in Balans Monitor 2008 18 idem, p. 98 19 Gee, J.P. & Levine, M.H. (2009). Welcome to our virtual worlds. Educational Leadership, p. 48-52 20 Gee, J.P. & Levine, M.H. (2009). Welcome to our virtual worlds. Educational Leadership, p. 48-52 21 Persbericht directie Communicatie OCW (2007). Europese ministers van onderwijs: Europese leraar moet multi-media expert worden. 7/7