• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
J.c van leeuwen  - Jongeren en Cyberpesten: De zoektocht naar een centrale definitie.
 

J.c van leeuwen - Jongeren en Cyberpesten: De zoektocht naar een centrale definitie.

on

  • 1,630 views

Scriptie waarin wetenschappelijke definities en definities uit de praktijk besproken worden met jongeren. Deze groep jongeren hebben zelf, op basis van de wetenschappelijke en praktijk gerichte ...

Scriptie waarin wetenschappelijke definities en definities uit de praktijk besproken worden met jongeren. Deze groep jongeren hebben zelf, op basis van de wetenschappelijke en praktijk gerichte definities, een nieuwe definitie van cyberpesten gecreëerd.

Statistics

Views

Total Views
1,630
Views on SlideShare
1,629
Embed Views
1

Actions

Likes
0
Downloads
4
Comments
0

1 Embed 1

https://twitter.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    J.c van leeuwen  - Jongeren en Cyberpesten: De zoektocht naar een centrale definitie. J.c van leeuwen - Jongeren en Cyberpesten: De zoektocht naar een centrale definitie. Document Transcript

    • Jongeren en cyberpesten:de zoektocht naar een centrale definitieEen kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar hoe de definitie -in relatie tot definities uit de wetenschap en praktijk- ervolgens jongeren in de leeftijdscategorie 12 - 16 uit ziet.Auteur: J.C van LeeuwenBegeleider: Dhr. N. BaasOnderwijsinstelling: Universiteit TwenteDatum: Augustus 2012
    • SamenvattingCyberpesten is een fenomeen dat steeds meer in opkomst is, mede doordat de jongeren opgroeien met de digitalecultuur waarbij ze 24 uur, 7 dagen per week met elkaar in contact staan. Pesten heeft een nieuwe vorm aangenomen, enspeelt zich nu ook buiten de schoolhekken af. De wetenschap heeft inmiddels al ruimschoots onderzoek gedaan naar ditfenomeen, daar er nog geen consensus is wat betreft een centrale definitie. Veelal wordt cyberpesten ook belicht vanuithet perspectief van de onderzoeker, dat terwijl het fenomeen echt veelal onder jongeren voorkomt. Dit onderzoek wasdaarom op gericht om eens een ander daglicht te zetten op cyberpesten. Het geeft een inzicht in hoe jongeren in deleeftijd van 12-16 denken over cyberpesten, en hoe zij dit definiëren.Onder drie eerste en drie derde klassen van het VMBO-T t/m Gymnasium is een vragenlijst afgenomen. Vervolgens is ereen focus groep georganiseerd met een totaal van vijf participanten van uit 3-HAVO en 3-Athenteum. Het uiteindelijkedoel was om meer inzicht te verkrijgen in hoe de jongeren cyberpesten -met betrekking tot de wetenschappelijkedefinities- zouden zien. Middels de vragenlijst kregen de jongeren definities uit de wetenschap en de praktijkvoorgeschoteld, waarvan zij een top-10 moesten maken van welke definitie zij het beste bij de term cyberpesten vondenpassen. Daarnaast waren er nog andere gegevens verzameld over cyberpesten, zoals welke acties er volgens dejongeren onder cyberpesten zouden vallen. Al deze resultaten waren meegenomen in de focus groep en warenvervolgens besproken. In de focus groep was uiteindelijk een definitie verkregen waarmee de jongeren het eens waren.Een centrale definitie van cyberpesten, volgens jongeren in de leeftijd 12-16 jaar.Een belangrijke uitkomst is dat de jongeren grote moeite hadden met het definiëren en begrijpen van wat er ondercyberpesten valt. Cyberpesten, zo vermeldde ze, is voor iedereen anders. Elk individu vat een opmerking anders op. Deeen kan iets zien als compliment, waarbij de ander het als een negatieve opmerking kan opvatten. Een ander belangrijkgegeven was dat de jongeren online daden, zoals de creatie van bangalijsten, niet eens echt als cyberpesten zien. Meereen manier om te roddelen over wat de andere jongeren doen / zijn. Het is volgens de jongeren meer een lijst met feiten.Ze vinden het wel te ver gaan als er echt persoonlijke informatie, of schadelijke informatie op komt te staan, informatie dieanderen eigenlijk helemaal niet hoeven te weten, of zodra bepaalde negatieve opmerkingen een herhaaldelijk patroonvertonen.De combinatie van een vragenlijst samen met een focus groep bleek een goede manier om meer inzicht te verkrijgen vanhoe de jongeren dachten over het fenomeen cyberpesten. Zeker de focus groep was een belangrijke toevoeging,aangezien daar duidelijke verklaringen naar voren waren gekomen met betrekking tot de resultaten van de vragenlijst. Zobleek dat de de definities die gingen over ‘het hoe en wat van cyberpesten’ hoog scoorden, waarbij de conclusiegetrokken werd in de focus groep, dat de jongeren die die definitie hoog plaatsten, zelf nooit echt bewust cyberpestenhadden meegemaakt, althans, zelf nooit echt gecyberpest waren.
    • VoorwoordDe afgelopen maanden zijn zeer leerzame, en vooral leuke maanden geweest. Ik heb de eer gehad om onderzoek tedoen onder jongeren in de leeftijd van 12-16. Voor u ligt dan ook het resultaat van een aantal maanden hard werken. Ditis geschreven voor een afstudeeronderzoek van de Pre-Master Communication Studies aan de Universiteit Twente.Het doel van dit rapport was om duidelijkheid te verkrijgen in hoe de jongeren de definitie van cyberpesten precies zien.Mijn ervaring leert dat in de wetenschap de definities veelal gecreëerd zijn zonder enige invloed van de jongeren (degroep waar het toch het meest bij speelt), terwijl zij juist het meest zouden moeten weten van het fenomeen. Zij staan erdirect mee in contact, en zijn opgegroeid met de ‘communicatiemiddelen van nu’. Het is zonde dat dit deel zo weinigbelicht is, en vandaar dus ook dit rapport. Om meer duidelijkheid te krijgen over hoe de jongeren precies denken overcyberpesten. Via een focus groep is er zelfs geprobeerd om een centrale definitie te verkrijgen.Tijdens zowel het afnemen van de vragenlijst en het houden van de focus groep, stond ik toch enigszins versteld van hetfeit dat er jongeren naar mij toe kwamen met hun verhaal. Ze wisten immers zelf niet hoe ze om moesten gaan met‘cyberpesters’. Ze vertelden dat ze het (de voorlichting) een verantwoordelijkheid van de school vonden om daarduidelijkheid over te bieden. Tijdens deze verhalen kwamen zeer pittige details naar boven. Zo was er een leerling dieconstant werd gepest (uitgescholden) via MSN. Ze wist niet wat ze er tegen moest doen, want blokkeren werkte niet. Zekon daardoor geen rust vinden, en werd erg onzeker, zo vertelde ze. Zo zijn er nog een aantal leerlingen die hun vehraalkwamen doen. Dit was een ‘licht’ voorbeeld. Het is dus duidelijk dat hier iets aan moet gebeuren, want zowel de ouders,als de scholen weten veelal niet hoe ze met de online media om moeten gaan, als het om hun kinderen gaat. Ze beidepartijen wijzen naar de ander wat betreft verantwoording, zo leert mijn ervaring. In dit onderzoek wordt cyberpesten vaneen andere kant bekeken. Een kant die uiteindelijk, op de lange termijn, voor wat meer duidelijkheid moet zorgen watbetreft vervolgonderzoek. Dat vervolg onderzoek kan dan, door een universele definitie, duidelijk een richting in gaan, envergeleken worden met andere onderzoeken, die dezelfde definitie gebruiken.Het onderzoek was zonder de hulp van een aantal personen, niet tot een goed einde gekomen. Deze wil ik hierbij danook graag bedanken. Allereerst wil ik mijn begeleider, Niels Baas benoemen. Mijn dank gaat vooral uit naar zijnuitmuntende begeleiding en positieve instelling. Hij kon mij weer een nieuwe motivatie geven op momenten waarin ikdoor de bomen het bos niet meer kon zien. Ook zijn enorme geduld en discipline wat betreft het lezen van het plan vanaanpak, het rapport en het begrijpen van de vragenlijst. Ik heb het, zeker na een aantal negatieve verhalen van anderestudenten die andere begeleiders hadden, maar mogen treffen met hem als mijn begeleider. Niels, bedankt! Ook wil ikgraag mijn dankwoord geven aan de twee klassenhoofden en docenten van de eerste en derde klassen van demiddelbare school in Enschede. De hulp die zij mij boden was echt geweldig. Voor de vragenlijst kreeg ik toestemmingom een heel les uur per klas te besteden aan het fenomeen cyberpesten. Dat was echt top! Graag wil ik ook eenspeciaal dankwoord geven aan de jongeren die hebben geholpen, door mee te doen aan de vragenlijst en de focusgroep. Zonder al deze personen was dit rapport er niet geweest.Bedankt.Rico van LeeuwenEnschede, augustus 2012
    • Jongeren en Cyberpesten i
    • InhoudsopgaveInleiding 1Theoretisch Kader 3 Cyberpesten, wat is het 3 Cyberpesten definiëren 3 Cyberpesten en de acties 7 Gevolgen van cyberpesten 10 Belang van een centrale definitie 10 Onderzoek 10 De vragenlijst 11 Verschillen met andere vormen van onderzoek 11 Focus groep 11 Verschillen met andere vormen van onderzoek 11 Ethische verantwoording 12 Samenvattend 13Methode 15 Het design 15 Deelnemers & procedure 15 Toelichting op de vragenlijst 16 Toelichting op de focus groep 17 In achtname van ethische richtlijnen 18 Data analyse 18Resultaten 21 Achtergrondgegevens van de jongeren 21Jongeren en Cyberpesten i
    • Algemene definitie van cyberpesten 21 Acties van cyberpesten 24 Centrale definitie van cyberpesten 25 Wat is cyberpesten? 25 Karakteristieken van cyberpesten 27 Centrale definitie 29 Aanwezigheid van cyberpesten 30 Samenvatting 32Discussie 33 Conclusie 33 Beperkingen 35 Aanbevelingen voor vervolgonderzoek 36Bijlage 41Jongeren en Cyberpesten ii
    • 1. InleidingZe heette Lisa. De dochter van een bezorgde moeder. Zij, de moeder, had het gevoel alsof Lisa de laatste tijd niet meerzichzelf was, omdat ze met een groot probleem kampte. Ze werd gepest. Niet een keer, maar meerdere keren. Nietalleen op school, maar ook via Facebook. Het werd Lisa op een gegeven moment te veel, zo veel dat ze uit het levenstapte. (Huyberechts, 2011)Geweld op school, en dan met name als men kijkt naar het geweld waarbij jongeren elkaar pesten, is momenteel eenserieus probleem (Li, 2006). Naast traditioneel pesten (slaan, schelden), is er een ander fenomeen, dat gaat onder denaam cyberpesten. In de wetenschap zijn een grote hoeveelheid voorbeelden te vinden dat het fenomeen cyberpestenbeschrijft. Zo is er het voorbeeld van een jongen uit Amerika die met behulp van een foto-bewerkingsprogramma, hethoofd van een klasgenote op een pornografische foto plakte en deze verspreidde naar al zijn email contacten, alleenmaar omdat hij een geschil met haar had (Li, 2007). Of het verhaal van een jongen uit Quebec, Canada, die van zichzelfeen filmpje maakte waarin hij een Star Wars scène naspeelde. Een aantal klasgenoten plaatste dit filmpje op internet. Dejongen schaamde zich zo erg, dat hij hulp zocht, en zijn school verliet (Li, 2007; Snider & Borel, 2004).In de wetenschap zijn vele artikelen die het fenomeen cyberpesten onderzoeken. Deze onderzoeken variëren van depsychische impact van cyberpesten op jongeren, tot en met het leveren van oplossingen om cyberpesten tegen te gaan.Dit zijn allemaal handige artikelen, daar een groot aantal auteurs elkaars definities gebruiken. Wetenschappers zijn hetnog niet met elkaar eens wat betreft een uniforme definitie (Vandebosch & Van Cleemput, 2009). Door een schaarsaanbod van heldere definities, is het moeilijk om het construct volledig te begrijpen (Law, Shapka, Hymel, Olson &Waterhouse, 2011). Dit rapport geeft duidelijkheid wat betreft het ‘aanbod’ van definities, en wat jongeren in de leeftijd 12- 16 jaar precies onder cyberpesten verstaan. Daarnaast is er geprobeerd om een uniforme definitie te verkrijgen, overwat jongeren onder cyberpesten verstaan.De vraag, c.q. probleemstelling, is in hoeverre deze definities aansluiten bij de groep (jeugd) waarin cyberpesten hetmeest voorkomt (Mason, 2008; Li, 2007a; Kowalski & Limber, 2008). Dit rapport onderzoekt en probeert antwoord tegeven op de volgende onderzoeksvraag: - Hoe ziet de definitie -in de relatie tot wetenschappelijke en praktische definities- van cyberpesten er volgens jongeren in de leeftijdscategorie 12 - 16 jaar er precies uit?Deze vraag is vervolgens opgesplitst in verschillende delen. De centrale vraag wordt middes de volgende hap-klarevragen beantwoord: - Hoe definiëren de academische literatuur en praktische literatuur de term cyberpesten? - Welke acties worden er onder cyberpesten verstaan, volgens de literatuur? - In hoeverre zijn de jongeren in de leeftijd van 12 - 16 het met de definities uit de literatuur eens? - Wat is volgens de jongeren in de leeftijd van 12 - 16 cyberpesten dan?Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 1
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 2
    • 2. Theoretisch KaderDit hoofdstuk staat het fenomeen cyberpesten centraal. In de volgende paragrafen worden beschreven wat cyberpestenis (2.1), vervolgens komen er een aantal omschrijvingen van cyberpesten aan bod (2.1.1). Daarna wordt er ingegaan opde acties die horen bij cyberpesten (2.1.2) en staan de gevolgen van cyberpesten centraal (2.1.3). Tenslotte wordt hetbelang aangegeven van het verkrijgen van een centrale definitie (2.3).2.1. Cyberpesten, wat is hetPesten kent hedendaags verschillende vormen. Onder het traditioneel pesten wordt volgens Olweus (1994) verstaan dateen persoon gepest wordt wanneer hij of zij is blootgesteld aan herhaaldelijk en over een langere periode negatieveacties veroorzaakt door een of meerdere personen (p.9). Daarbij staan drie eigenschappen centraal, dit zijn:machtsverschil tussen pester en slachtoffer, herhaaldelijke daden, en een intentie tot pijn (Olweus, 1994; Law et al,2011). Stephenson en Smith (1989) verkregen een soort gelijke definitie, daar zij een ander licht zette op pesten, namelijkdat een actie pas wordt gezien als pesten als het bestaat uit een agressieve daad dat het stresslevel van het slachtofferverhoogd.Naast traditioneel pesten (slaan, schelden), is er een ander fenomeen waar jongeren steeds meer mee te maken krijgen.Dit fenomeen noemt men cyberpesten. Bij deze vorm van pesten hoeven jongeren elkaar niet meer direct face-to-face ophet schoolplein te zien, maar kunnen zij via de huidige, digitale media, elkaar 24 uur, 7 dagen per week contacten(Juvonen & Gross, 2008). Dit heeft tot gevolg dat, in tegenstelling tot traditioneel pesten, jongeren op elk moment gepestkunnen worden. Zo kunnen ze bijvoorbeeld midden in de nacht een sms of whatsapp bericht ontvangen waarin lelijkedingen worden gezegd. Een ander voorbeeld is het voorbeeld dat geschetst wordt in de inleiding. Cyberpesten kan ookandere gedaantes aannemen, waarbij een groep jongeren een Facebook-groep aanmaken over een persoon, maarvervolgens de persoon in kwestie, niet uitnodigen voor de groep. Een ander, zeer recent voorbeeld zijn de bangalijsten.Een bangalijst is een lijst van de top-10 banga’s (straattaal voor ‘slet’) van een school. Deze lijsten worden dan doorjongeren doorgestuurd via sociale media zoals Facebook, Hyves, of Twitter. Al deze voorbeelden geven aan dat er eennieuwe vorm van pesten is ontstaan waar we (jongeren, scholen en ouders) mee te maken hebben, waarover nodignieuwe kennis gevonden moet worden, zodat er een oplossing gevonden kan worden om dit terug te dringen. Of betergezegd, hoe de ouders en scholen de jongeren zo ‘kunnen voorlichten en opleiden’ dat cyberpesten terug gedrongenwordt.2.1.1. Cyberpesten definiërenCyberpesten kent in tegenstelling tot traditioneel pesten velen verschillende definities. Een sterke definities staat geciteerdin het rapport van Niels baas (2010). Hij citeert in zijn rapport dat Bill Belsey een uitspraak heeft gedaan die staat op dewebsite www.cyberbullying.ca. Deze uitspraak van Bill Belsey vat volgens Baas kort en krachtig samen wat er wordtverstaan onder cyberpesten. “Bij cyberpesten wordt door een groep of individu gebruik gemaakt van informatie encommunicatie technologieën zoals e-mail, mobiele telefoon, sms, chatprogramma’s en zwartmakende polls omVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 3
    • opzettelijk en herhaaldelijk vijandig gedrag te uiten met als doel iemand pijn te doen” (p.19). Smith, Mahdavi, Carvalho,Fisher, Russel, en Tippet (2008) spreken daarentegen over pesten via digitale middelen, zoals mobiele telefoon eninternet. De karakteristieken van cyberpesten zijn in onderstaande tabel, tabel 2.1, opgenomen. Deze tabel komtoorspronkelijk uit het rapport van Baas (2010). De karakteristieken zijn geïdentificeerd door kinderen in de leeftijd van11-12. Een notitie die hij hier aan toegevoegd heeft is dat dit overzicht een samenvattende weergave is van de meestgenoemde punten, maar dat er niet altijd consensus bestond.Tabel 2.1 - Karakteristieken van cyberpesten (Baas, 2010)Karakteristieken cyberpesten en normaal pestenHerhaling Er mag pas worden gesproken van (cyber) pesten wanneer een gemene actie vaker dan 1 keer voor komt. “Gewoon een keer iets gemeens zeggen” is dus ook geen (cyber) pesten, zo stellen de kinderen.Machtsverschil Bij (cyber) pesten is over het algemeen sprake van een machtsverschil. Meest genoemd zijn machtsverschillen door leeftijd, of doordat het slachtoffer door meerdere pesters wordt belaagd. Online kan volgens de kinderen ook machtsverschil ontstaan doordat de pester zich anoniem voordoet als groter, sterker, of gevaarlijker.Karakteristieken enkel cyberpestenAnonimiteit Het internet en de mobiele telefoon bieden een mogelijkheid die “real-life” pesters niet hebben, namelijk de mogelijkheid om je identiteit geheim te houden, of je anders voor te doen dan je werkelijk bent. Gevolg is dat steeds meer anoniem wordt gecyberpest. Hoofdreden hiervoor is volgens kinderen dat cyberpesters vaak laffer zijn. Online kunnen zij veilig hun gang gaan omdat ze daar immers geen stomp in hun gezicht kunnen krijgen.Ontbreken non-verbale feedback Online wordt grotendeels gecommuniceerd in de vorm van tekst, zonder dat daarbij non-verbale cues zoals gezichtsuitdrukkingen worden gezien. Hierdoor kan een cyberpester makkelijker doorgaan, zonder dat hij of zij door heeft hoeveel indruk de pesterijen op een slachtoffer hebben, omdat hij immers niet ziet hoe deze reageert.Onbekende slachtoffers Het internet biedt volgens de kinderen nog een belangrijke nieuwe optie, namelijk de mogelijkheid om onbekende slachtoffers te pesten. De kinderen geloven er echter niet in dat dit daadwerkelijk ook veel gebeurt. Hoofdreden hiervoor is dat de pester het slachtoffer wel enigszins moet kennen om te weten waarover hij moet pesten en of het slachtoffer vatbaar is voor pesterijen.Vooral onder kinderen Alle kinderen waren het er over eens dat cyberpesten iets is dat vooral onder kinderen gebeurt. Bijkomend verschijnsel is dat kinderen over het algemeen stellen dat volwassenen incompetent zijn op het gebied van online gedrag: “Volwassenen snappen er niks van!” van zoals een meisje het nog subtiel verwoordde.Zoals af te leiden uit de bovenstaande tabel, is cyberpesten vaak te herkennen aan het feit dat er een machtsverschil istussen de pester en het slachtoffer. Ook wordt het slachtoffer meerdere malen gepest door een vaak anonieme pester.Het feit dat jongeren via internet zich als anderen voor kunnen doen is een van de zowel voordelen als nadelen vaninternet. Jongeren kunnen anoniem informatie vergaren over soms toch redelijk confronterende of beschamende vragen.Maar zoals in de tabel hierboven ook genoemd wordt, wordt het ook gebruikt als ‘pest middel’ zodat het slachtoffer erniet achter komt wie het is, en de pester dus niet ‘gestraft’ kan worden. Baas (2010) meld ook dat de kinderen het deVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 4
    • belangrijkste eigenschap vinden van cyberpesten. Het feit dat cyberpesten anoniem gebeurt. Bij kinderen is het gevolgdat ze angstig worden van de pester. De pester kan immers iedereen zijn. Dit brengt de pester vervolgens in eenmachtspositie ten opzichte van het slachtoffer. Hieruit is af te leiden dat cyberpesten veel verschillende, toch enigszinsovereenkomende karakteristieken heeft. Als dit vergeleken wordt met de definities, is te zien dat in de wetenschap dezelfde wisselwerking bestaat. Zoals in tabel 2.2 is opgenomen zijn er tal van verschillende definities. Deze komenenigszins met elkaar overeen, maar verschillen elk weer van de ander.De definities van deze literaire werken zijn geselecteerd op basis van aantal citaties vanuit andere artikelen. De artikelenmoesten na 2002 zijn uitgegeven, aangezien toen het eerste mobiele communicatie middel in Nederland werdgeïntroduceerd met GPRS (smartphone). Vanaf die tijd kan internet dus ook inbegrepen worden onder de mobielecommunicatie middelen (Peters & Allouch, 2005). Deze criteria moesten worden gehandhaafd om zo relevant en recentmogelijke definities te verzamelen.Tabel 2.2 - Definities van Cyberpesten (Cyberbullying) gebruikt in de literatuur Auteur Definitie Belsey (2005) Het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën om bewuste, herhaalde, en vijandige gedragingen te ondersteunen door een individu of groep, die als doel hebben anderen te schaden. Juvoven & Gross (2008) Het gebruiken van internet of andere digitale communicatie middelen om iemand te beledigen of te bedreigen Li (2008) Pesten via elektronische communicatiemiddelen zoals e-mail, mobiele telefoon, personal digital assistant (PDA), instant messaging of het web. Moessner (2007) Het gebruik van Internet, mobiele telefoons of andere technologie om tekst of afbeeldingen te versturen of te plaatsen met de bedoeling de ander pijn te doen of in verlegenheid te brengen. Moore, Nakano, Enomoto en Cyberpesten is een nieuwe vorm van pesten die zich voor kan doen via email Tatsuya (2012) berichten, berichten op een forum, websites, berichten via mobiele telefoon, chat-ruimtes, hacken van een computer, en elke andere manier van elektroni- sche communicatie. Patchin & Hinduja (2006) Opzettelijke en herhaaldelijke pijn/schade toegebracht via een medium dat uit elektronische tekst bestaat. Slonje & Smith (2007) Agressie die ontstaat via moderne technische apparatuur, met name mobiele telefoon of het internet. Smith et al. (2008) Een agressieve opzettelijke handeling uitgevoerd door een groep of individueel, met behulp van elektronische vormen van contact, herhaaldelijk of na verloop van tijd tegen een slachtoffer dat zich niet gemakkelijk kan verdedigen.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 5
    • Auteur Definitie Schenk & Fremouw (2012) Cyberpesten is een herhaaldelijke, opzettelijke handeling van een persoon of groep van mensen die als doel hebben een ander te schaden via technologie zoals e-mail, SMS, sociale netwerk sites, chatruimtes, en instant messaging die kunnen worden gepleegd door een individu of een groep van mensen. Tokunga (2010) Cyberpesten is elk soort gedrag geuit via elektronische of digitale media door een individu of groep die herhaaldelijk vijandige of agressie berichten com- municeert die bedoelt zijn om schade of ongemak toe te brengen op ande- ren. Vandebosch & Van Cleemput (2008) Bij cyberpesten heeft de dader de bedoeling om een ander pijn te doen, er moet een herhaaldelijk patroon in zitten van negatieve online en offline uitspraken, en er moet een machtsverschil zijn -zoals leeftijd en/of technische kennis- tussen de dader en het slachtoffer. Willard (2007) Het verzenden of plaatsen van schadelijke of wrede teksten of afbeeldingen via het internet of andere digitale communicatie apparatuur.Zoals Vandebosh en Van Cleemput (2009) al beschreven in hun artikel, zijn wetenschappers het er over eens datcyberpesten uit twee gedeeltes bestaat. Dit zijn 1) de karakteristieken van pesten, of in ieder geval een definitie vancyberpesten, gebaseerd op traditioneel pesten, en 2) een opsomming, c.q. beschrijving van de elektronische middelenvia welk cyberpesten voorkomt. Voor het fenomeen cyberpesten worden ook verschillende benamingen gebruikt, dit zijnonder andere online pesten, digitaal pesten, pesten via het internet of mobiele telefoon, en online pesten (Vandebosch &Van Cleemput, 2008).Daarnaast zijn er nog een groot aantal definities verzameld uit de praktijk, in tabel 2.3. De genoemde definities komenrechtstreeks van de website af, en zijn niet bewerkt (alleen in sommige gevallen vertaald).Tabel 2.3 - Definities van cyberbullying in de praktijk Bron Definitie Belsey (2012) Bij cyberpesten wordt door een groep of een persoon gebruik gemaakt van Cyberbulling.ca. informatie en communicatie technologieën zoals e-mail, mobiele telefoon, sms, chatprogramma’s en zwartmakende polls om opzettelijke en herhaalde- lijk vijandig gedrag te uiten met als doel iemand pijn te doen. Aftab (2012) Cyberpesten is als een kind of tiener wordt gekweld, bedreigd, lastig geval- (Stopcyberbulling.org) len, vernederd, beschaamd of op andere wijze het doelwit is van een ander kind of tiener, via het gebruik van internet, interactieve en digitale technolo- gieën of mobiele telefoons. Patchin (2008) Opzettelijke en herhaaldelijke schade die aangebracht wordt door gebruik (cyberbulling.us) van computers, mobiele telefoons en andere elektronische apparatuur. Childline (2012) Cyberpesten is wanneer een persoon of een groep mensen het internet, mobiele telefoons of andere digitale media gebruiken om iemand te bedrei- gen, plagen of mishandelen.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 6
    • Bron Definitie Boeke (2011) Cyberpesten, ook wel digitaal pesten (digipesten) of online pesten genoemd, (Ouders.nl) is pesten via internet of de mobiele telefoon. Hasselt (2012) Cyberpesten is om het even welk soort kwelling, belediging of vernedering (cyberpesten.be) die via mobiele telefoon, SMS of via internettechnologie op één of andere manier gebruikt wordt om een ander kind te kwetsen Pardoen (2012) Cyberpesten is iets wat iemand als cyberpesten ervaart. Daarbij kan gezegd (J. Pardoen, personal communica- worden dat een eenmalige streek daar niet onder valt, maar dan moet de tion, April 3, 2012) ontvanger daar wel van op de hoogte zijn. Niels Baas Actie via digitale media (reactie op een profiel, bericht op forum, sms) dat als (N. Baas, personal communication, cyberpesten ontvangen wordt, maar dat door de zender (niet altijd) zo be- April 4, 2012) doeld is.Cyberpesten an sich kent, zoals in de bovenstaande tabellen is weergegeven, velen verschillende definities. Aangezien ernog geen consensus bestaat wat betreft de definities gericht aan cyberpesten, leidt dit tot inconsistente resultaten eneen onmogelijkheid van kruisvergelijking (Tokunga, 2010; Vandebosch & Van Cleemput, 2008). Hier wordt verder opingegaan in paragraaf 2.2.2.1.2. Cyberpesten en de actiesAls men kijkt naar de mogelijkheden van traditioneel pesten, ziet men dat traditioneel pesten voorkomt middelsverschillende vormen, zoals beledigen, schelden en belachelijk maken. Aangezien digitaal pesten velen overeenkomstenheeft met traditioneel pesten, is er een overzicht gecreëerd, op basis van de rapporten van Baas (2010), Li (2007), enVandebosch (2008). De onderstaande tabel geeft een duidelijk overzicht van de verschillende manieren waaropcyberpesten voorkomt.Tabel 2.4 - Acties van cyberpesten Type BeschrijvingBedreigen Bedreigingen zoals dreigmailtjes, moordpoppetjes, om iemand bang te makenSchelden Scheldwoorden gebruiken om iemand uit te schelden via MSN, Facebook, e.d.Valse naam gebruiken Valse naam op Hyves, MSN, Facebook, zodat je je voordoet als iemand anders, zodat je lelijke dingen kan zeggen over anderenBelachelijk maken Individuen in een ander daglicht zetten door naaktfoto’s, gephotoshopte foto’s, een online groep over een ander aanmaken waarop men kan ‘roddelen’ over de persoon in kwestiePesten over uiterlijk Negatieve dingen zeggen over iemands uiterlijk, in de vormen van discrimineren om huidskleur tot iemand pesten om wat hij/zij aan heeft.Iemand uitlokken / uitdagen Individuen uitlokken/chanteren om, bijvoorbeeld, voor de webcam te gaan staan.Digitaal lastig vallen / stalken Slachtoffer veelvuldig contacten op al de online profielen en via sms.Cyber-teasen Pesten van vrienden via digitale middelen. De pester heeft meer de bedoeling om te plagen, niet te pesten.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 7
    • Type BeschrijvingVernederen (Schaamvolle) afbeeldingen plaatsen van anderen, anderen in een slecht daglicht zetten door een blog, buitensluiten van een online groep.Buiten sluiten van digitale groepen Een online groep over een ander aanmaken waarop men kan ‘roddelen’ over de persoon in kwestie, en vervolgens de persoon waarvoor de groep is gemaakt, niet uitnodigen, buitensluiten.Flamen Het plaatsen van berichten op een forum/sociale media die met opzet aanvallend of beledigend zijnHacken Iemands account hacken van MSN, Hyves, Facebook, Games, of het hacken van een webcam om naaktfoto’s te maken.Zwartmaken Een negatieve blog over iemand schrijven, om deze persoon zo in een slecht daglicht te zetten.Seksueel getinte opmerkingen maken Individuen ongemakkelijk maken door seksueel getinte opmerkingen te maken via internet (blog, forum, sociale media) of sms.Het versturen van virussen Iemand pesten door een virus te sturen dat zijn of haar computer aantast.Baas (2010) heeft in zijn onderzoek bij kinderen in de leeftijd van 11 en 12 jaar, gevraagd of zij een woordspin kondenmaken, met betrekking tot cyberpesten. Alles waarbij zij dachten aan cyberpesten werd genoteerd. Baas maakte hiervanvervolgens een overzicht. Het overzicht is overgenomen uit zijn rapport, en is vervolgens uitgebreid met hedendaagsetechnologische middelen. Sommige dingen, zoals hacken, zijn uit de tabel gelaten, omdat deze meer onder ‘acties’verstaan worden. Deze tabel is opgenomen, zodat getest kan worden onder de jongeren in de leeftijd van 12 - 16 wat zijals middelen gebruiken, en wat zij zien als passend bij de definitie van cyberpesten.Tabel 2.5 - Middelen gebruikt bij cyberpesten (Baas, 2010) Middel BeschrijvingComputer Een computer is, in velen gevallen, nodig om te kunnen cyberpesten.Internet Het internet is, in velen gevallen, benodigd om te kunnen cyberpesten.Mobiele telefoon Bellen, SMS, MMS, BBM, iMessage, WhatsappInstant Messaging Berichtenprogramma’s zoals Google, MSN, Yahoo Messenger.Sociale netwerksites Netwerksites zoals Facebook, Twitter, Google+, Hyves, Youtube.Webcam Video’s opnemen van anderen via webcam, print-screens maken van de ander wanneer hij of zij schaars gekleed is.E-mail Privé gegevens van een individu, of lelijke dingen delen per mail.Games Schelden of irriteren van spelers tijdens het spelen van games.Moordpoppetjes Het sturen van grovere emoticons naar anderen.Websites Een website over een persoon aanmakenForums Personen op een forum stalken, foto’s plaatsen van vrienden.Zoals men kan zien zijn er volgens kinderen meerdere mogelijkheden dan alleen de mogelijkheden die genoteerd staan inde wetenschap. Naast de acties geïdentificeerd door Baas (2010), schrijft Li (2007) dat Nancy Willard (2004) zevenverschillende categorieën heeft geïdentificeerd die de acties die samengaan met cyberpesten indeelt. De indeling staatweergegeven in tabel 1.1.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 8
    • Tabel 2.6 - Geïdentificeerde categorieën die samengaan met cyberpesten (Li, 2007) Categorie BetekenisFlaming Het versturen van boze, grove of vulgaire berichten over een persoon, aan een online groep of aan de persoon zelf via e-mail of andere manieren van tekstuele berichtgeving.Online harassment Het herhaaldelijk versturen van aanvallende berichten naar een persoon, via email of andere tekstuele berichtgeving.Cyberstalking Online harassment dat samen gaat met bedreigingen of het aanbrengen van schade of intimidatie.Denigrations/put downs Het naar andere mensen versturen of online posten van schadelijke, onware of wrede uitlatingen over een persoon.Masquerade Het jezelf voordoen als iemand anders om vervolgens materiaal te versturen dat een ander zwart maakt.Outing Het sturen of posten van materiaal over een persoon, waarbij het materiaal gevoelige, gênante of privé informatie bevat dat wordt vrijgegeven en wordt doorgestuurd. Hieronder verstaat men ook het doorsturen van privé berich- ten of foto’s.Exclusion Op een wrede manier iemand buitensluiten van een online groep.In tegenstelling tot Li (2007), maken Vandebosch en Van Cleemput (2009) een onderscheid in deze acties. Ze delen ze inin ‘direct’ en ‘indirect’. Deze informatie is opgenomen in tabel 2.7. Vandebosch en Van Cleemput (2009) voegen aan detabel toe dat de eerste categorie (direct) refereert aan het type cyberpesten waarbij het slachtoffer direct betrokken is. Detweede categorie gebeurt over het algemeen zonder (direct) bijzijn van het slachtoffer.Tabel 2.7 - Acties traditioneel pesten versus cyberpesten (Vandebosh & Van Cleemput, 2009) Traditioneel Pesten CyberpestenDirect DirectFysiek (slaan, etc): Fysiek:- Eigendom (bijv. Iemands spullen kapot maken) - Eigendom (expres een bestand sturen met een virus er in)- Verbaal (schelden) - Verbaal (internet of mobiele telefoon gebruiken om te beledigen of bedreigen)- Non-verbaal (het maken van schunnige gebaren) - Non-verbaal (versturen van schunnige afbeeldingen- Sociaal (buitensluiten van een groep) - Sociaal (buitensluiten van een online groep)Indirect Indirect- Bijv. valse geruchten verspreiden - Rondsturen van privé informatie van iemand - Masquerading, bijvoorbeeld jezelf voordoen als iemand anders - Roddelen via mobiele telefoon, email of chat. - Deelnemen aan een zwartmakende polVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 9
    • 2.1.3. Gevolgen van cyberpestenEen belangrijk gevolg van cyberpesten is dat het op een negatieve manier inspeelt op de emotie van het slachtoffer. Bijtraditioneel pesten ziet men dat een individu onzeker, eenzaam en verdrietig wordt. Daarnaast ontwikkelt hij of zij meersociale angst, of wordt over-compatibel (Hawker & Boulton, 2000). Onderzoek doet vermoeden dat de gevolgen tevergelijken zijn met cyberpesten (Beran & Li, 2007). Patchin en Hinduja (2006) vermelden in hun studie dat slachtoffersvaak op een bepaalde manier negatief worden beïnvloed. Soort gelijke bevindingen zijn gerapporteerd door Ybarra,Mitchell, Wolak en Fikelhor (2006). Zij suggereren dat de slachtoffers een beduidend hoger niveau van depressie hebben,wat resulteert in een lager gevoel van eigenwaarde. Heel kort gezegd, is dat slachtoffers terecht komen in een negatievespiraal van emoties. Om te voorkomen dat slachtoffers in zo’n negatieve spiraal komen, is, zoals in de volgendeparagraaf verder belicht wordt, een centrale definitie van groot belang.2.2. Belang van een centrale definitieZoals in de voorgaande paragrafen te lezen is, is er een groot aanbod van verschillende definities wat betreft hetfenomeen cyberpesten. Al deze definities zijn gecreëerd door wetenschappers, onderzoekers en individuen uit depraktijk. Het grootste probleem is dat er nog geen consensus is wat betreft een centrale definitie. Het belang van hetverkrijgen van een centrale definitie, zo schrijft Tokunga (2010), is om de volgende redenen zeer groot. Elke onderzoekerbelicht het fenomeen elke keer net iets anders, doordat er verschillende definities gebruikt worden. Ze focussen dus nietallemaal op precies het zelfde, wat leidt tot inconsistente en onvergelijkbare resultaten. Law, Shapka, Hymel, Olson enWaterhouse (2011) suggereren ongeveer het zelfde “Het ontbreken van een duidelijke definitie voorkomt een volledigbegrip van het construct” (p.226). Daarnaast voegt Bauman (2010) er aan toe dat er nog geen overeenstemming is watbetreft of de gedragingen die nu genoemd zijn door de onderzoekers, wel echt pesten zijn.Zoals eerder al genoemd is, is er een lichtelijke vooruitgang wat betreft de definitie. Zo zijn wetenschappers het er overeens dat cyberpesten uit twee gedeeltes bestaat. Dit zijn 1) de karakteristieken van pesten, of in ieder geval een definitievan cyberpesten, gebaseerd op traditioneel pesten, en 2) een opsomming, c.q. beschrijving van de elektronischemiddelen via welk cyberpesten voorkomt (Vandebosh & Van Cleemput, 2009).Door een centrale definitie kan onderzoek in een richting gaan, en zal er kwalitatief beter onderzoek naar voren komen.Daarnaast zullen de onderzoeken met succes met elkaar vergeleken kunnen worden. Het grote voordeel van dit alles isdat er dan naar een uniforme en passende oplossing gezocht kan worden voor het fenomeen cyberpesten.Het praktische belang van een centrale definitie is dat onderzoek gericht kan werken naar passende oplossingen. Zoalsaan het begin van het theoretische kader al geschetst is, zijn er hedendaags jongeren die te maken hebben metcyberpesten. Soms gaat het zelfs zo ver dat jongeren psychisch zo beschadigd zijn, dat functioneren moeilijk wordt, ommaar een voorbeeld te noemen. Het uiteindelijke resultaat dat, naar verwachting, zal volgen is dat cyberpesten teruggedrongen kan worden. Of beter gezegd, men weet hoe ze er met de jongeren mee om moeten gaan. Daardoor kan erop tijd worden in gespeeld op ‘schadelijke pesterijen’ en weten zowel ouders als scholen hoe ze er mee om moetengaan. Beide partijen weten dan hoe zij de jongeren moeten ‘scholen’ met betrekking tot het fenomeen ‘nieuwe media’.2.3. OnderzoekIn de onderstaande paragraaf worden de twee onderzoeksmethoden die gebruikt worden tijdens het onderzoek, verderuiteengezet. Voor dit onderzoek is gebruikt gemaakt van een vragenlijst en een focus groep. Om een algemeen beeld teverkrijgen van wat elke methode precies inhoud en waarom beide methoden worden gehandhaafd volgt hierna eenuitleg.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 10
    • 2.3.1. De vragenlijstTijdens een vragenlijst heeft de onderzoeker een relatief passieve rol. Hij legt het doel van de vragenlijst uit en deelt dezevervolges uit aan de respondenten. Een vragenlijst staat het toe, mits deze groot genoeg en representatief is, om eenalgemeen oordeel te vestigen van een bepaalde groep individuen.2.3.1.1. Verschillen met andere vormen van onderzoekHet voordeel van een vragenlijst is dat deze een grote steekproef toelaat, het efficiënt is, het goedkoop is, anonimiteitverzekert, je meerdere onderzoeksonderwerpen tegelijkertijd kan aanspreken en dat je van elke respondent een originelekopie van de ingevulde resultaten hebt (Downs & Adrian, 2004). Het nadeel is dat een vragenlijst maar een beperkt beeldgeeft van wat de groep denkt. Het is ook een moment opname, en is dus gevoelig voor verandering. Daarnaast isintensieve begeleiding van een individu niet mogelijk. Een ander belangrijk gegeven is dat wanneer de vragenlijst relatieflang is, dat de respondenten geen serieuze antwoorden invullen. Dit kan ook zijn als de respondent ‘helemaal geen zinheeft om een vragenlijst in te vullen’. Een laatste nadeel is dat wanneer de vragenlijst groot is, en het steekproef aantaldat ook is, het lang kan duren om de gegevens te verwerken.Wat betreft de steekproef, daarbij is het belangrijk dat de groep aselect gekozen is. Dat betekent dus dat ieder individueen gelijke kans heeft om deel te nemen aan het onderzoek. Daarnaast is het belangrijk dat meetfouten zoals de invloedvan toevallige factoren gelimiteerd worden, en de interne en externe validiteit hoog is.2.3.2. Focus groepEen focus groep is een verzameling van individuen, die geleid worden door een gesprekleider. Deze individuen,deelnemers, krijgen een aantal vragen voor om zo een duidelijk beeld te schetsen van de mening van de deelnemers. Hetgrote verschil met een interview is dat een focus groep bestaat uit meerdere personen. Het grote verschil van een focusgroep met een vragenlijst is dat het kwantitatieve data verzameld. Het voordeel van zo’n focus groep is dat deonderzoeker verder in kan gaan op bepaalde onderwerpen, en dus secundair materiaal kan vinden. Ook kunnenonderliggende gedachtes bloot worden gelegd. Om de resultaten uit de vragenlijst verder onder de loep te nemen, isdeze focus groep daarom ook toegevoegd.2.3.2.1. Verschillen met andere vormen van onderzoekEen focus groep kent, net zoals alle andere vormen van onderzoek zijn voor- en nadelen. Een focus groep staatbijvoorbeeld vrije associatie toe, wat voor unieke en onverwachte resultaten en een dieper inzicht kan zorgen (Baas,2010). Resultaten die met, bijvoorbeeld, een vragenlijst, nooit naar boven zouden zijn gekomen. Daarnaast is hetefficiënt, je ondervraagt immers meerdere personen tegelijkertijd en vergaar je veel informatie in relatief weinig tijd.Daarnaast gaan de participanten veelal ook met een voldaan gevoel naar huis. Ze hebben immers hun ‘steentje kunnenbijdragen’ aan een onderzoek en leren van elkaar, doordat ieder persoon weer andere kennis heeft op een bepaaldgebied.Een beperking van een focus groep is dat het een kleine steekproef omvat. Doordat er weinig personen aan deelnemen,is het moeilijk om de resultaten te kunnen generaliseren. De focus groep dient eigenlijk ook niet als generaliserendelement, maar meer om een inzicht te verkrijgen in een bepaalde situatie. Een andere beperking is de limitatie van diepte.De onderzoeker is niet in staat om van elk individu een volledige doorvraag te houden over een bepaald vraagstuk. Hijkan dus niet tot in de detail gaan wat betreft een bepaald probleem bij een individu. Daarbij is dat een focus groep maareen beperkt aantal onderwerpen kan aanspreken gedurende het ‘interview’. Ook is de privacy enigszins een probleem,aangezien de participanten vanuit de onderzoeker wel anonimiteit gegarandeerd kan worden, maar elke deelnemer kentde andere deelnemer. Onderling is er dus geen privacy mogelijk. Als laatste is de interpretatie van het gesprek eenlimitatie, beter gezegd een uitdaging. Aangezien er verschillen van meningen zijn, en personen niet altijd hun meningVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 11
    • duidelijk uit kunnen spreken, is het soms moeilijk de antwoorden op een juiste manier te interpreteren (Downs & Adrian,2004).Deze limitaties kunnen verkleind worden door de focus groep goed te plannen, te leiden en door rekening te houden metde limitaties. Ondanks dit, en kijkent naar de voordelen van de focus groep is dit het juiste instrument om meer inzicht inde resultaten uit de vragenlijst te verkrijgen.Gedurende dit onderzoek moeten de in de literatuur gestelde richtlijnen in acht genomen worden. Deze richtlijnen staanin §2.4 Ethische verantwoording.2.4. Ethische verantwoordingBij het onderzoeken van personen, dient men als onderzoeker rekening te houden met ethische richtlijnen. Tijdens hetmaken en afleggen van de vragenlijst en ook tijdens het houden van de focus groep moeten deze richtlijnen nagestreefdworden. Jongeren hebben, in vergelijking tot volwassenen, andere ethische richtlijnen. Een overzicht volgt hieronder.Deelname is vrijwilligJongeren moeten er van op de hoogte zijn dat deelname aan de vragenlijst en focus groep volledig vrijwillig is, en dat zeop elk moment kunnen en mogen stoppen (Lansdown, 2001).Privacy beschermingDe gegevens van de deelnemers moeten anoniem blijven. Al het materiaal dat de onderzoeker verkregen, ontvangen en /of opgenomen heeft dient ten alle tijden niet ongevraagd openbaar gemaakt te worden (Thomas & O’Kane, 1998)Bescherming van persoonlijke verhalen en deelnemerJongeren kunnen de onderzoeker als vertrouwenspersoon gaan zien, en hem persoonlijke verhalen gaan vertellen. Dit ansich is een ethisch dilemma waar de literatuur de onderzoeker voor waarschuwt. Deze persoonlijke verhalen kunnenleiden dat de onderzoeker informatie verkrijgt van het individueel waaruit blijkt dat hij of zij overduidelijk hulp nodig heeft.Zeker tijdens de focus groep kan de onderzoeker hier tegen aan lopen. De brandende vraag is dan ook wat hij of zij metdeze informatie moet doen. Aangezien de gegevens van de participant volledig anoniem dienen te blijven, wordt dit nietbesproken met externe partijen, tenzij het individu hiervan op de hoogte is gesteld, en toestemming verleend.Openheid en transparantieVoordat de jongeren überhaupt deelnemen aan het onderzoek dienen zij duidelijke informatie te krijgen over welke rol zijin het onderzoek hebben, welke beslissingen zij (mogen) nemen en welke impact dat heeft, de regels van het onderzoek,en waarvoor het onderzoek gedaan wordt tezamen met het doel (Thomas & O’Kane, 1998; Morrow & Richards, 1996).Daarnaast, door open te staan, heeft de onderzoeker geen over-beschermende houding ten opzichten van de jongeren.Morrow en Richards (1996) schrijven dat wanneer een over-beschermende houding in wordt genomen naar de jongerentoe, dat dit de mogelijkheid en motivatie om goed deel te kunnen nemen aan het onderzoek, beïnvloed. Door openheiden transparantie wordt dit vermeden.GelijkheidJongeren dienen onderling gelijk behandeld te worden. Elk individueel is even waardevol. Iedereen moet ook gelijkekansen krijgen om deel te nemen aan het onderzoek (vragenlijst en focus groep). Het is belangrijk dat er geenonderscheid gemaakt wordt tussen variabelen zoals leeftijd, geslacht en andere. Elk individu moet ook genoeg (een gelijkaantal) mogelijkheden krijgen om zijn mening te delen (Lansdown, 2001). Daarnaast moet er voor gezorgd worden dat ergeen machtsrelatie is tussen onderzoeker en de jongeren. Om hun persoonlijkheid volledig naar voren te laten komen,dienen zij zich als gelijke te voelen. Daarnaast moeten zij ook weten dat ze vrij zijn, en hun uitspraken geen invloed en / ofconsequenties hebben (Thomas & O’Kane, 1998)Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 12
    • Toegevoegde waardeWaar voldoende rekening mee gehouden moet worden is het feit dat jongeren meestal alleen indirect te bereiken zijn, via“gatekeepers” (Morrow & Richards, 1996; Thomas & O’Kane, 1998). In dit geval zijn dat de school en de ouders. Omdatde literatuur ook nog niet helemaal duidelijk is of kinderen / jongeren wel echt doordachte keuzes kunnen maken, dienenin ieder geval de ouders op de hoogte te worden gesteld dat ze worden ondervraagd door middel van een focus groepen / of vragenlijst (Abramovitch, Freedman, Thoden & Nikolich, 1991). De jongeren worden uitgesloten van hetonderzoek, als de ouders het hier niet met deelname eens zijn.Verder is het ook van belang dat jongeren serieus genomen worden. Zij hebben recht op hun eigen mening en visie.Lansdown (2001) vermeld in zijn artikel, en is van mening dat het geen sympathieke vorm van communicatie is, maar eenrecht waarop elk persoon (kind, jongere) recht heeft en verdient.2.5. SamenvattendDit hoofdstuk geeft een beeld wat betreft de theorie over het bestaan van cyberpesten in de wetenschap en de praktijk.Cyberpesten kent over het algemeen nog geen generale definitie, dit in tegenstelling tot traditioneel pesten. Daarnaastbestaat pesten uit een aantal acties waaronder vernederen, buiten sluiten van digitale groepen, stalken en het versturenvan schaamtevolle afbeeldingen. De definities zijn gecreëerd door wetenschappers en personen uit de praktijk. Hierbij isveelal weinig inspraak geweest van de jongeren zelf, dat terwijl zij juist de doelgroep zijn waarin cyberpesten veelvoorkomt. Om deze redenen is dit onderzoek ingesteld, en is de volgende vraag opgesteld:“Hoe ziet de definitie -in de relatie tot wetenschappelijke en praktische definities- van cyberpesten ervolgens jongeren in de leeftijdscategorie 12 - 16 jaar er precies uit?”Subvragen: - Hoe definiëren de academische literatuur en praktische literatuur de term cyberpesten? - Welke acties worden er onder cyberpesten verstaan, volgens de literatuur? - In hoeverre zijn de jongeren in de leeftijd van 12 - 16 het met de definities uit de literatuur eens? - Wat is volgens de jongeren in de leeftijd van 12 - 16 cyberpesten dan?Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 13
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 14
    • 3. MethodeDit hoofdstuk gaat in op de methodes die gehanteerd zijn tijdens het onderzoek. Het woord ‘methode’ is in hetmeervoud, omdat het onderzoek bestaat uit twee soorten metingen. Aan de ene kant een vragenlijst en aan de anderekant een focus groep. De vragenlijst geeft inzicht in wat jongeren ‘algemeen’ als wel en niet definiëren ondercyberpesten. De focus groep gaat verder in op de redenen van de jongeren, waarom zij deze keuzes gemaakt hebben.Daarnaast is er bij de focus groep een definitie gevormd van cyberpesten.Eerst wordt het algemene design besproken, dat gehanteerd is tijdens de dataverzameling, c.q. de toepassing voorbeide methoden. Daarna worden beide methoden verder uitgediept en uitgelegd. In deze uitleg komt naar boven hoe erte werk is gegaan, welke vragen er aan de orde kwamen en hoe de focus groep is gebruikt ter versterking enverduidelijking van de vragenlijst, c.q. de bijdrage van de focus groep aan de data.3.1. Het designHet onderzoek is, zoals in de introductie hierboven al genoemd is, opgedeeld in twee delen. Omdat het onderzoek ingaat op hoe jongeren de definitie van cyberpesten zien, is het onderzoek opgedeeld in een vragenlijst en een focusgroep. Om een duidelijker beeld te krijgen van de jongeren, wat zij precies onder cyberpesten verstaan, en met welkedefinities uit de literatuur en praktijk zij het eens zijn, wordt de vragenlijst gebruikt. De vragenlijst is opgedeeld in zes delen(A, B, C, D, E, en F). In deze onderdelen worden gegevens verzameld zoals demografie, voorkeur voor definities uitpraktijk / wetenschappelijke artikelen, en wat jongeren onder cyberpesten zien. Voor een duidelijke invulling van devragenlijst, zie paragraaf 3.2.1.Om een beter beeld te kunnen krijgen van de jongeren en hun mening wat betreft de vorming van een definitie richtingcyberpesten, is er gekozen, naast de vragenlijst, voor een focus groep. In de focus groep is de data van vragenlijst alshoofdlijn gebruikt. Via deze methode is een beter inzicht verkregen in de keuzes die gemaakt zijn in de vragenlijst.Daarnaast is er gekeken naar de definities uit de wetenschap en de praktijk, en is er op basis van deze definities, eendefinitie gecreëerd. Deze definitie is verkregen door een brainstorm sessie waaruit een definitie vloeide.3.2. Deelnemers & procedureHet onderzoek vond plaats op een openbare middelbare school in Enschede. Vanwege privacy redenen wordt de naamvan de school niet genoemd. De scholen waren allereerst per email benaderd. Na een positief email verkeer, vloeide ereen gesprek uit voort, waarin aangegeven werd wat precies de bedoeling was van het onderzoek. Na dit gesprek gingde school akkoord met het onderzoek. Zij hadden van het eerste en derde leerjaar een klas per niveau (van VMBO-T t/mGymnasium) ter beschikking. In totaal zijn zes klassen (op non-selectieve basis) ondervraagd, wat een respondentenaantal opleverden van 141 leerlingen.Aan het begin, voordat de vragenlijst werd uitgedeeld, kregen de jongeren een korte introductie over het feit waarom ditonderzoek gedaan werd. In deze introductie werd ook nadrukkelijk verteld dat de jongeren vrijwillig aan het onderzoekVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 15
    • meededen, de vragenlijst geen toets was, dat er geen foute antwoorden waren, en mochten stoppen op elk moment.Daarnaast kwam ook aan de orde dat alle data die verzameld werd volledig anoniem was. Na de introductie hadden dejongeren de mogelijkheid om vragen te stellen. Vervolgens werd de vragenlijst uitgedeeld in de klas. Gedurende deperiode waarin de jongeren de vragenlijst invulden, hadden zij, wederom, de mogelijkheid om vragen stellen.Aan het einde, nadat alle vragenlijsten waren opgehaald, kregen de jongeren de mogelijkheid om een kleine discussie opte starten. Dit naar wens van de school. Er werd gevraagd hoe zij cyberpesten definieerden, wat zij er wel en niet onderverstonden, en hoe actief cyberpesten bij hun op school was. Daarna werd er gevraagd of er een aantal leerlingenvrijwillig wilde deelnemen aan een focus groep (die op een later moment plaats zou vinden), waarin de resultaten van devragenlijst besproken zouden worden en dat ze tijdens de focus groep ook de mogelijkheid hadden om een definitie tecreëren. Al deze namen, inclusief e-mail adressen werden genoteerd op een apart blaadje. Een week voor aanvang vande focus groep, kregen de studenten een mail, met uitleg over het doel van de focus groep, en wanneer deze zouplaatsvinden. Ook bevatte de email een brief voor de ouder(s) / verzorger(s), zodat die van deelname af wisten, eneventueel deelname kon weigeren. Deze brief is te vinden in bijlage 2.Nadat alle data van de vragenlijst verzameld en verwerkt was, werd er een uitdraai gemaakt van de gemiddelden. Deantwoorden (en gemiddelden) werden meegenomen naar de focus groep (die plaats vond op 3 juli, 2012). De rode draadin dit gesprek was dat de jongeren de kans kregen om de resultaten te verdedigen, en een definitie te maken van wat zijonder cyberpesten zouden verstaan. Verder werd er in het gesprek verdieping gezocht in wat nou wel en wat niet ondercyberpesten valt. Nadat ieder een definitie had gecreëerd, werden deze besproken, en werd er gestreefd naar eenuniversele definitie. Uiteindelijk zijn ook een aantal van de resultaten van de vragenlijst besproken, met de vraag waarombepaalde gemiddelden zo hoog/laag scoorden. Het draaiboek van het groepsgesprek is te vinden in bijlage 4.Tabel 3.1 - Demografische gegevens van de deelnemers aan het participatief onderzoek Geslacht Leeftijd OpleidingVrouw 14 3 Atheneum / GymnasiumVrouw 14 3 Atheneum / GymnasiumVrouw 15 3 Atheneum / GymnasiumVrouw 15 3 HAVOVrouw 15 3 Atheneum / GymnasiumTijdens de aanmeldingsprocedure waren er, helaas, geen mannen die zich aan hadden gemeld voor deelname aan defocus groep. Naast deze lijst, was er nog een lijst met deelnemers van de eerste klas. Deze leerlingen kwamen, helaas,niet opdagen op de dag van de focus groep.3.2.1. Toelichting op de vragenlijstZoals al beschreven was in de paragraaf 3.1, is de vragenlijst opgedeeld in zes onderdelen. Elk onderdeel is volgens decriteria uit het boek van Downs en Adrian (2004), nagelopen. In het eerste onderdeel zijn algemene gegevens van dejongeren verzameld, zoals leeftijd, opleidingsniveau, prestatie op school en geslacht. Vervolgens is er in deel B gevraagdnaar het gebruik van jongeren van digitale media. In dit onderdeel stonden items centraal die gingen over het bezit vandigitale media (computer en mobiele telefoon), het gebruik van sociale media en via welk(e) medium/media de jongerendeze bezochten.In onderdeel C zijn 10 definities geselecteerd uit de definities opgenomen in de tabellen 2.2 en 2.3. De jongeren moestenper definitie aangeven wat ze het meest vonden passen bij het begrip ‘cyberpesten’. Op 10 stond de definitie die zij hetminst vonden passen, en op 1 de definitie die zij het beste vonden passen. De 10 definities die zijn gebruikt in deVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 16
    • vragenlijst, zijn geselecteerd op basis van de onderstaande categorieën:1. Focus op pijn / schade2. Focus op intentie3. Focus op herhaling4. Focus op interpretatieDe selectie heeft plaatsgevonden, aangezien de vragenlijst anders te lang werd wanneer alle definities uit de tabel werdentoegevoegd. Doordat een vragenlijst te lang zou worden, zou er een bias in komen, aangezien de jongeren mogelijkerwijsverveeld en ongemotiveerd de vragenlijst zouden invullen (Dooley, 2000). Door de selectieprocedure is er wel een anderebias ontstaan. Dat is namelijk dat de onderzoeker van te voren heeft moeten bepalen welke definities wel en welke niet inde vragenlijst zouden komen. De jongeren weten dus niet van het bestaan af van de andere definities. Maar doordat deweggelaten definities, al volgens de onderzoeker, relatief gezien gelijk waren, is deze bias enigszins te verwaarlozen,althans in ieder geval te accepteren. Vervolgens moesten de jongeren per definitie aangeven of ze deze vonden kloppen,en of deze volledig was. Ook was er een ruimte over gelaten zodat de jongeren aan konden geven waarom een definitiewel / niet klopte / volledig was.Onderdeel D was het onderdeel waarbij de jongeren een top-16 moesten maken van welke acties (schelden, bedreigene.d.) zij het meeste onder cyberpesten vonden vallen. Het tweede onderdeel van onderdeel D bestond wederom uit eenselectieprocedure, alleen werd hier gevraagd naar de manieren van communicatie die cyberpesters het meest zoudengebruiken (zoals SMS, MSN, sociale media, e.d.). Vervolgens was er onderdeel E, waarin de jongeren aan konden gevenwelke van de daden (die al eerder voorkwamen in onderdeel D) ze zelf online hebben meegemaakt. Op 1 stond de daaddie ze het meest hadden meegemaakt.Als laatste onderdeel, was er onderdeel F. Op basis van een 5-point Likert-scale gaven de jongeren per woord aan of zehet er mee eens waren of niet. Er werd hierbij gevraagd of cyberpesten voldeed aan de categorieën genoemd uit dewetenschap (gebeurt met een intentie, herhaaldelijk e.d.). Ook hadden de leerlingen de mogelijkheid om extra informatieachter te laten in een ‘wil je verder nog iets kwijt’ box.De uiteindelijke vragenlijst die de jongeren voor zich kregen is te vinden in bijlage 3.3.2.2. Toelichting op de focus groepTer aanvulling op het onderzoek, zodat de resultaten door triangulatie versterkt konden worden, is, zoals beschreven invoorgaande paragrafen, de focus groep toegevoegd. In deze paragraaf wordt besproken hoe het participatief onderzoekis opgezet. Daarbij wordt er gekeken naar het draaiboek. Vervolgens word er besproken hoe de richtlijnen die in deliteratuur zijn opgesteld (genoemd in paragraaf 2.4) en zijn geïmplementeerd.Opzet van de bijeenkomstVoor de focus groep was een door de docent van te voren gereserveerde klaslokaal, beschikbaar gesteld. In dit lokaalwerd het groepsgesprek gehouden. Een zestal tafels waren tegen elkaar aangezet, in een rechthoek, zodat de leerlingenin een “cirkel” konden discussiëren. Gedurende het gehele gesprek was de onderzoeker de gesprekleider. Hij hanteerdeeen vragenlijst, die enigszins zorgde voor een rode draad in het gesprek. Voornamelijk hield de onderzoeker zich bezigmet het introduceren van nieuwe onderwerpen, doorvragen over bepaalde items, het voorkomen van conflicten, en hethanteren van de vragenlijst. Naast al deze vast liggende onderwerpen was er ruimte voor vrije invulling. Zo kon er dieperin gegaan worden op bepaalde zaken, en konden de jongeren uitgebreid zaken bespreken waarover zij vragen hadden.Andere deelnemers zagen het dan ook, aangezien zij de experts waren, het als ‘taak’ om de problemen op te lossen, ofin ieder geval te luisteren of helpen. Veelal was er te merken dat de leerlingen het over een aantal aspecten niet over eenwaren. Opvallend was dat ze direct wilden zoeken naar een manier waarop ze het met elkaar eens waren. Een goedVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 17
    • voorbeeld hiervan is het definiëren van cyberpesten. Het was duidelijk te merken dat de jongeren allemaal een ander ideehadden over cyberpesten, en dat ze het moeilijk vonden om een uniforme definitie te creëren. Door belangrijkeonderdelen te noemen van wat zij onder pesten verstonden, kwamen ze zelf met een uniforme definitie.InstrumentenGedurende het groepsgesprek mochten de jongeren pen en papier gebruiken om notities te maken. Ook waren ze vrijom wat te eten of drinken. Van deze laatste twee mogelijkheden werd geen gebruik gemaakt. De pen en het papierwerden gebruikt ter notitie van de persoonlijke definitie voor cyberpesten. Ook noteerde ze belangrijke steekwoorden diegedurende het gesprek naar boven kwamen.3.3. In achtname van ethische richtlijnenTijdens de afname van de vragenlijst en het houden van de focus groep was het belangrijk dat beide momenten op eenethische manier plaatsvonden. Zo was elke proefpersoon volledig vrij om op elk moment te stoppen met het onderzoek.De participanten konden op elk moment aangeven of hij of zij wilde dat zijn of haar data niet werd gebruikt in hetonderzoek. Hiervoor hoefde geen reden te worden gegeven. Op de deelnemende respondenten en participanten mochtgeen groepsdruk worden uitgeoefend, om ze over te halen om toch mee te doen aan het onderzoek. Wat betreft devragenlijst hebben alle leerlingen deze ingevuld. Bij de focus groep heeft de eerste klas er voor gekozen om niet deel tenemen aan het onderzoek. Van de derde klas hebben vijf van de zeven participanten deelgenomen aan het onderzoek.Vooraf aan het participatief onderzoek, diende zowel de school, als de ouders van de participanten toestemming teverlenen aan het onderzoek. Dit moest gebeuren alvorens het onderzoek startte. Bij toestemming van de ouders,dienden ook de jongeren toestemming te verlenen van deelname. Ter voorbereiding aan de focus groep is erg veelvooronderzoek geweest. Er is verdieping gezocht in de ethische richtlijnen, en hoe deze te implementeren. Daarnaast iser een gesprek geweest met en leerkracht over de juiste houding gericht naar de jongeren, en is het boek “Pesten is Laf!Cyberpesten is laffer” (Delver & Hop, 2007) gelezen ter voorbereiding om nog meer te leren over de omgang metjongeren in een participatief onderzoek.Een belangrijk gegeven was dat de meningen van de deelnemende jongeren serieus werden genomen, en dat ze ookecht het gevoel kregen dat hun deelname gewaardeerd werd. Dit werd bereikt door tussentijds een samenvatting van depunten te geven die de participant(en) noemde. Wat betreft de resultaten was er een ethisch dilemma waar deonderzoeker mogelijkerwijs tegen aan zou lopen. Hij dient namelijk nooit te praten over der resultaten van het onderzoek.Zeker wanneer een van de jongeren iets in vertrouwelijkheid vertelt aan de onderzoeker. In geval dat deze informatie eenbedreigend of schadelijk gevolg heeft voor het kind, waar hij of zij zelf niks aan kan doen, dient de onderzoeker deinformatie, in overleg met de jongere, te delen met andere partijen. Tijdens dit onderzoek is dit niet van toepassinggeweest.3.4. Data analyseTer voorbereiding van de vragenlijst is het theoretisch kader opgesteld om duidelijkheid te krijgen wat er momenteel on-der cyberpesten verstaan werd. De gewenste informatie die aan de jongeren gevraagd moest worden, werd vervolgensgeselecteerd en opgenomen in een vragenlijst. Deze vragenlijst is middels intensief overleg met de begeleider samenge-steld. Na de afname van de vragenlijst zijn de gegevens handmatig ingevoerd in SPSS.18. Deze resultaten zijn vervol-gens middels frequentie-tabellen geanalyseerd. De antwoorden zijn meegenomen naar de focus groep.Aan het begin van de focus groep is toestemming gevraagd tot audio opname. Alle deelnemers stemde in tot audio op-name. Het hele gesprek met de jongeren is opgenomen met een voicerecorder. Het geluidsfragment is alleen voor eigenanalyse gebruikt geweest, en is niet aan derden verstrekt. Van het gehele gesprek is vervolgens een transcript gemaakt.Daarna is er een codeboek gemaakt om de antwoorden van de jongeren te kunnen groeperen. Dit codeboek is eerstVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 18
    • door de onderzoeker samengesteld, en vervolgens door een tweede codeur gecontroleerd met dezelfde stukken tekst.Zij had deze individueel gecodeerd middels het codeboek van de onderzoeker. Hieruit vloeide een Cohens Kappa van0.71. Met deze code kan men spreken van een valide onderzoek (Dooley, 2000; Van Dijk, 2012). Met behulp van hetprogramma Atlas.ti zijn alle uitspraken gecodeerd.De data die uit het onderzoek zijn gekomen, zijn volledig geanonimiseerd. Dit in bescherming van de participanten. Depersonen die de anonieme data beschikken zijn de onderzoeker, een aantal collega’s op de universiteit. Dit is alleen voorde bewijslasting, om aan te tonen dat het onderzoek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De data zal niet, als ongeano-nimiseerde data, gedeeld worden met de school of andere partijen.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 19
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 20
    • 4. ResultatenIn dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op cyberpesten en hoe jongeren cyberpesten precies zien. Centraal staat devraag van hoe de definitie -in de relatie tot wetenschappelijke en praktische definities- van cyberpesten er volgensjongeren in de leeftijdscategorie 12 - 16 jaar er precies uit ziet.Allereerst wordt er een beeld gegeven van de ondervraagde jongeren (geslacht, leeftijd, opleiding) en hoe zij hun socialemedia benaderen. Vervolgens wordt er besproken wat de jongeren over het algemeen als ‘de definitie van cyberpesten’zien, waarna er dieper op ingegaan wordt welke acties de jongeren onder cyberpesten vinden vallen en welke manierenvan communicatie pesters volgens hen gebruiken. Uiteindelijk wordt, in paragraaf 4.4.3, de centrale definitie besproken,de definitie die verkregen is uit de focus groep. Hierbij wordt ook dieper in gegaan op wat de jongeren hebbenaangegeven belangrijk te vinden in een definitie van cyberpesten. Ter aanvulling is er een gedeelte toegevoegd waarineen beeld is geschetst van in hoeverre de jongeren bewust zijn van de aanwezigheid van cyberpesten.4.1. Achtergrondgegevens van de jongerenHonderdeenenveertig jongeren hebben deelgenomen aan de vragenlijst, en vijf jongeren aan de focus groep1. Daarvanwaren 44 (31,2%) jongens en 96 (68,1%) meisjes (1 missende waarde). De gemiddelde leeftijd was 13.81 jaar (jongstewas 12, oudste was 16), met een standaard deviatie van 1.099. De opleiding van de respondenten varieerde van VMBO-T/HAVO (atheneum) tot Gymnasium. Van de respondenten hebben 108 jongeren (76.6%) toegang tot internet via huntelefoon. Dit tegenover 124 (87.9%) via de computer. Hierbij moet wel gezegd worden dat in beide gevallen 10 missendewaardes waren. Van alle ondervraagde jongeren hebben 91 een Facebook profiel, 109 een Hyves profiel en 98 eenTwitter profiel. Interessant gegeven is dat de jongeren de sociale media voornamelijk bekijken via telefoon (72.3%).Helemaal in vergelijking tot de computer (62.8%). Aangezien zo’n groot gedeelte van de jongeren toegang tot het internetheeft via mobiele telefoon, en dat ze ook via hun telefoon voornamelijk op sociale media zitten, staat dit snelleverspreiding van foto’s, acties, en privé gegevens toe.4.2. Algemene definitie van cyberpestenOm verder in te gaan op hoe jongeren in de leeftijd van 12 - 16 het met de definities uit de literatuur eens zijn, hebben dejongeren in de vragenlijst de mogelijkheid gehad om per definitie aan te geven of ze deze vonden kloppen of niet. Ook iser gevraagd welke van de 10 aangeboden definities zij het beste vonden, en welke zij het slechtste vonden. Op basis vande analyse van 10 frequentietabellen, is een top 10 verkregen van de definities die het meest op 1 tot en met 10 staan.Deze frequentietabellen zijn opgenomen in de bijlage 6. Tabel 4.1 geeft weer welke van de zes wetenschappelijke en vierpraktijk gerelateerde definities zij onder cyberpesten verstaan, waarbij 1 het hoogst is (beste definitie) en 10 het laagst(slechtste definitie).1 Voor de basisgegevens van de focus groep, zie paragraaf 3.2.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 21
    • Tabel 4.1 - Top 10 van de definities uit de wetenschap en praktijk, volgens jongeren Positie Letter Beschrijving 1 I Cyberpesten is wanneer een persoon of een groep mensen het internet, mobiele telefoons of andere digitale media gebruiken om iemand te bedreigen, plagen of mishandelen. 2 B Cyberpesten is een nieuwe vorm van pesten die zich voor kan doen via email berichten, berichten op een forum, websites, berichten via mobiele telefoon, chat-ruimtes, hacken van een computer, en elke andere manier van elektronische communicatie. 3 A Het gebruik van Internet, mobiele telefoons of andere technologie om tekst of afbeeldingen te versturen of te plaatsen met de bedoeling de ander pijn te doen of in verlegenheid te brengen. 4 G Bij cyberpesten wordt door een groep of een persoon gebruik gemaakt van informatie en communicatie technologieën zoals e-mail, mobiele telefoon, sms, chatprogramma’s en zwartmakende polls om opzettelijke en herhaaldelijk vijandig gedrag te uiten met als doel iemand pijn te doen. 5 D Cyberpesten is een herhaaldelijke, opzettelijke handeling van een persoon of groep van mensen die als doel hebben een ander te schaden via technologie zoals e-mail, SMS, sociale netwerk sites, chatruimtes, en instant messaging (msn). 6 F Het verzenden of plaatsen van schadelijke of wrede teksten of afbeeldingen via het internet of andere digitale communicatie apparatuur. 7 E Bij cyberpesten heeft de dader de bedoeling om een ander pijn te doen, er moet een herhaaldelijk patroon in zitten van negatieve online en offline uitspraken, en er moet een machtsverschil zijn -zoals leeftijd en/of technische kennis- tussen de dader en het slachtoffer. 8 H Cyberpesten is iets wat iemand als cyberpesten ervaart. Daarbij kan gezegd worden dat een eenmalige streek daar niet onder valt, maar dan moet de ontvanger daar wel van op de hoogte zijn. 9 C Agressie die ontstaat via moderne technische apparatuur, met name mobiele telefoon of het internet. 10 J Actie via digitale media (reactie op een profiel, bericht op forum, sms) dat als cyberpesten ontvangen wordt, maar dat door de zender (niet altijd) zo bedoeld is.Uit de tabel is af te lezen dat de jongeren de definitie van Childline.org.uk op één zetten, terwijl de definities gericht zijn ophet gevoel, of hoe iemand cyberpesten ervaart, op een lagere plaats staan. De oorzaak hiervoor kwam duidelijk naarvoren toen dit resultaat ter spraken kwam in de focus groep. Daar gaf een van de jongeren een reden op, waarmee derest het mee eens was. “ik denk dat er vrij veel mensen zijn die nooit echt gepest zijn, dan denk je dat, het is pas pesten, of cyberpesten als het dus via die digitale middelen gaat. En dan kun je het wel ervaren als pesten, maar misschien is het dan gewoon plagen. Dat zijn ook gewoon dingen.. He, je weet pas echt goed wat pesten is als je het zelf hebt mee gemaakt. Ik denk niet dat je kan zeggen van “dit en dit is pesten” als je nooit ben gepest. Ik denk dat het heel lastig wordt. Ik denk dat kinderen die nooit gepest zijn, dat die het heel laag zetten.”De verklaring waarom de definitie van Childline zo hoog scoort zit hem dus in aller waarschijnlijkheid in het feit dat velenjongeren niet echt zijn gecyberpest, of in ieder geval niet bewust zijn van het feit dat ze (misschien) gepest zijn via inter-net. Ze zullen dit eerder als plagen opvatten. Zeker als er gekeken wordt naar waar de definitie H en J veelal zijn ge-plaatst, zoals is weergegeven in figuur 1.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 22
    • In beide grafieken, figuur 1, (en ook uit tabel 4.1) is duidelijk te zien dat de definitie H en J voornamelijk op de lagere posi- ties staan. De jongeren konden per definitie ook aangeven of ze deze vonden kloppen of niet. Als er nu gekeken wordt Figuur 1 - Plaatsen definitie H en J naar de definitie I en J (#1 en #10), dan is er in figuur 2 te zien dat de jongeren de definitie J ook niet vinden kloppen. Wat dat betreft is er overeenstemming.Figuur 2 - Volledigheid definitie H en J Er kan dus gezegd worden, op basis van de vragenlijst en reacties uit de focus groep, dat de definities verkregen zijn die focussen op ‘hoe het gebeurt’ eerder gecreëerd zijn door observators. Zij zien wat er gebeurt en maken daar een defini- tie van. De bewuste slachtoffers zullen dus meer een definitie creëren op basis van gevoelens. Deze theorie heeft nog verder onderzoek nodig. Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 23
    • Wat betreft de vraag ‘In hoeverre zijn de jongeren in de leeftijd van 12 - 16 het met de definities uit de literatuur eens?’ iser dus een duidelijke lijn dat de jongeren een definitie verkiezen die ingaat op ‘hoe cyberpesten gebeurt’. De definities vanChildline, Moore, en Moesner staan in de top-3 van definities verkozen door de jongeren, mede doordat jongeren cyber-pesten niet ‘bewust zelf, persoonlijk’ hebben meegemaakt. Ze maken het mee vanaf de zijlijn.4.3. Acties van cyberpestenIn het Theoretisch kader, paragraaf 2.1.2. zijn een aantal acties aan bod gekomen. Middels de vragenlijst is een duidelij-ker beeld verkregen welke acties de jongeren precies onder cyberpesten vinden vallen. Zoals in hoofdstuk 3 is beschre-ven, konden de jongeren in de vragenlijst aangeven welke van de acties zij het meest onder cyberpesten vonden vallen.Na analyse van tien frequentietabellen is de onderstaande top-16 gecreëerd.Tabel 4.2 - Top-10 van acties van cyberpesten Positie Letter Beschrijving 1 D Bedreigen 2 M Onwaarheden en valse dingen zeggen onder een andere naam op sociale media, fora, msn, e.d. 3 H (Schaamtevolle) afbeeldingen versturen / plaatsen van anderen 4 A Plaatsen van berichten op een forum die met opzet aanvallend of beledigend zijn naar de ander 5 J Belachelijk maken 6 N Vernederen 7 B Schelden 8 L Negatieve blog schrijven over iemand 9 O Lelijke dingen zeggen over iemands uiterlijk 10 I Seksueel getinte opmerkingen maken 11 E Hacken 12 F Stalken 13 K Iemand uitlokken 14 C Het versturen van virussen 15 G Buiten sluiten van digitale groepen (op Hyves, Facebook) 16 P Anders, namelijk....Uit tabel 4.2 is duidelijk te zien dat ‘bedreigen’ en ‘onwaarheden vertellen’ het hoogst scoren. Ook is er te zien dat ‘lelijkedingen zeggen over iemands uiterlijk’ laag staat. Enigszins begrijpelijk, mede begrijpelijk gemaakt door de focus groep.De jongeren gaven duidelijk aan dat iets zeggen over iemand z’n uiterlijk, niet altijd pesten hoeft te zijn. Soms geef je ge-woon je mening over de ander. Opvallend is wel dat, uit de vragenlijst geen enkel persoon onder nummer 16, de banga-lijsten heeft genoemd. De verklaring hiervoor kwam, enigszins, ook uit de focus groep. Daar vertelde de jongeren datbangalijsten niet altijd onder pesten vallen, soms geven ze gewoon een beeld van wat bepaalde jongeren doen. Meerinformatie over bangalijsten is te vinden in paragraaf 4.4.1 Kortom, volgens de jongeren vallen de daden ‘Bedreigen’,‘Onwaarheden en valse dingen zeggen onder een andere naam op sociale media, fora, msn, e.d.’ en ‘(Schaamtevolle)Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 24
    • afbeeldingen versturen / plaatsen van anderen’ het meest onder cyberpesten. Om een te kijken of deze daden daadwer-kelijk op de middelbare school voor kwamen, is een beeld geschetst in paragraaf 4.5.Manieren van communicerenDe acties genoemd in paragraaf 4.3 zijn onderdeel van het fenomeen waarop cyberpesten gebeurt. Naast deze actieswordt cyberpesten via bepaalde digitale middelen gecommuniceerd, c.q. doorgegeven/gedaan. De jongeren gaven, viade vragenlijst, aan dat cyberpesten voornamelijk via sociale media (Facebook, Hyves, Twitter) en messengers (MSN,Google, Yahoo) gebeurt. Voor meer informatie, zie bijlage 5.4.4. Centrale definitie van cyberpestenOp de vraag wat de jongeren precies onder cyberpesten verstaan, kwamen zeer verschillende antwoorden. Op het mo-ment waarop elke participant zijn definitie vertelde, kwamen de jongeren er ook snel achter dat er toch nog iets miste.Veelal vonden ze het moeilijk om een centraal idee te verkrijgen bij het fenomeen cyberpesten. Het kon volgens hen opzo veel verschillende manieren gebeuren, maar ook op zo veel verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Onder-staande tabel geeft een overzicht van de definities die de jongeren, individueel, aan het begin van het gesprek gecreëerdhebben.Tabel 4.3 - Individuele definities van de respondentenRespondent 1 Cyberpesten gaat gepaard met pesten, je kan het alleen bepalen voor jezelf wanneer het cyberpesten is. Het is niet altijd bedoeld. Het ligt er aan naar wie en op elke manier.Respondent 2 Ik denk dat cyberpesten lijkt op gewoon pesten. Dus gewoon heel gemeen doen en naar doen tegen iemand. En dan niet per se de bedoeling om diegene te... Hoe zeg je dat, gemeen tegen te doen. Maar in elk geval wel met de bedoeling wat je doet. Dus dat je wel gemeen wil doen, maar dat je het niet gemeen bedoeld. Maar bijvoorbeeld omdat je daarbij denkt dat je zelf beter door bent of zo. Dus dat je het wel bewust doet. Zolang het maar niet face-to-face wordt. En ik denk dat je ook, als je zelf gepest wordt, wel erger vinden dan ‘gewoon plagen, flauw doen tegen iemand.’ Of iemand die je niet mag. Ik denk dat je daar wel onderscheid tussen moet maken.Respondent 3 Ik had; pesten via internet dat bewust gedaan wordt door degene die pest. Want ja, als het niet bewust gedaan wordt, dan is het meer een soort van onbenulligheid. Dat je gewoon, sociaal niet helemaal ... Dus dat je allemaal rare dingen zegt, en dat je helemaal niet door hebt dat het pesten is, laten we maar zeggen.Respondent 4 Cyberpesten is pesten via online netwerken, mobiele berichten, dus whatsapp, sms en zo, en gericht op zelfvermaak, door het leed/pijn van de ander. Dus dat mensen er ook wel op kicken als ze weten dat een ander het helemaal niet leuk vind.Respondent 5 Ik had het “via internet mensen ongelukkig maken”. Dus zegmaar, uitschelden, buitensluiten, ongelukkig maken4.4.1. Wat is cyberpesten?Tijdens het groepsgesprek, na het verkrijgen van de individuele definities, werd er verder op ingegaan wat de jongerenprecies onder cyberpesten vonden vallen. Daarbij kwamen ook de karakteristieken aan bod. Deze zullen verder bespro-ken worden in paragraaf 4.4.2 Ook op de vraag ‘wat is cyberpesten volgens jullie’ werd door de jongeren op verschillen-de manieren geantwoord. Daarbij kwam ook naar voren dat sommige acties/daden volgens sommigen niet onder cyber-pesten vallen, terwijl anderen duidelijk van mening waren dat die juist wel onder cyberpesten vallen. Een voorbeeld is deVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 25
    • bangalijst. In de media staan deze lijsten zeer hoog wat betreft cyberpesten. De ‘oudere generatie’, om het zo te noe-men, ziet dit als cyberpesten, mede doordat juist de ernstige lijsten worden belicht. De jongeren hebben hier een anderbeeld van. Ook hier waren de meningen weer verdeeld. Zo vertelde een van de respondenten dat de bangalijst, in som-mige gevallen niet echt als cyberpesten gezien kan worden. Want sommige jongeren doen het er er om, om op zo’n lijstte komen. “er zijn ook mensen die zo iets hebben van “oh yes ik sta er op, dan zal ik waarschijnlijk alleen maar meer aandacht krijgen”. Die zouden het helemaal geweldig vinden.”De jongeren gaven aan dat ze een bangalijst meer zien als roddelen. Een lijst met feiten van wat personen doen, gemaaktdoor jongens die zich verveelden. “Nou er staan gewoon heel veel meisjes op die lijst, en wat achter hun naam staat, klopt gewoon. Dat is het zelfde als die [persoon X], die houd van aandacht. Ik ken nog een meisje, die gaat makkelijk met iemand mee, en dat stond ook op die lijst. Dat doet ze ook. Maar het is het zelfde als ik een groene trui zou dragen, en je maakt een lijst van mensen die en groene trui dragen, en je zet die online. Het is niet eens zo, de lijst zet ze niet voor schut, het zegt gewoon wat ze doen.”De bangalijsten komen op het punt van cyberpesten zodra het over zeer persoonlijke informatie gaat, zoals het ‘naar bedgaan met iemand’. Deze informatie is volgens hen schadelijk, en persoonlijk. Dat is niet informatie die iedereen hoeft teweten. Bangalijsten vallen niet onder cyberpesten zodra het volgens hen feiten opsomt, of gewoon ‘roddelt’. Ook hierkwam weer naar voren dat ieder persoon de informatie uit een bangalijst anders kan opvatten, en dat cyberpesten dusvoor elk individu anders is. Cyberpesten heeft volgens hen ook te maken met hoe iemand een opmerking opvat, hoesociaal sterk de persoon is, en of hij of zij al gepest wordt. “Maar ik denk ook dat je met cyberpesten heb je pas effect, zodra je weet dat iemand dat.. zwaarder opvat. Dat ie opmerkingen zwaarder opvat. Ik denk gewoon dat, dat ie dan, ook wel zwakker zou zijn. Sociaal gezien. Want cyberpesten, als je dat zwaar op gaat vatten, dan .. of je moet gewoon al gepest worden.. Dan vat je het op internet ook heel zwaar op.”De jongeren kwamen uiteindelijk tot de gedeelde mening dat cyberpesten pas cyberpesten is als je het als ‘cyberpesten’ervaart. Daarbij volgden, naast de bangalijsten, ook nog andere voorbeelden. Dit waren voorbeelden van momentenwaarop zij zelf gecyberpest waren, of wanneer een vriend(in) gecyberpest was. Veelal was dit doordat andere personenzich als iemand anders voordeden. Een overzicht van de reacties die deze statement ondersteunen:• “Ik denk dat het voor iedereen anders is, op een ander punt cyberpesten.”• “Het is, ik bedoel, sommige mensen hebben gewoon een hele dikke huid en die kunnen heel veel hebben. Maar er zijn ook mensen die vrij snel op de tenen getrapt zijn. En bij die mensen zal het eerder als pesten ervaren worden. En dan kunnen die mensen met een dikke huid wel zeggen tegen diegene met lange tenen van “goh, stel je niet aan het is helemaal geen pesten”.• “Ik denk dat je echt cyberpesten kan beschrijven voor jezelf. Je kan voor jezelf zeggen nu is het cyberpesten, en nu niet. En je kan het niet bepalen voor een ander.“• “Ik denk dat je het pas kan bepalen of iets cyberpesten is of pesten is, op het moment dat het bij jezelf gebeurt. Als het bij jezelf gebeurt, ervaar je het zelf op het moment als cyberpesten of niet.”Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 26
    • 4.4.2. Karakteristieken van cyberpestenUit onderzoek blijkt, zoals aangegeven in het Theoretisch kader, gaat het bij (cyber) pesten om anonimiteit, herhaling, enmachtsverschil. Ook kent cyberpesten onbekende slachtoffers. Uit de focus groep kwam naar voren dat de jongeren, alsze gepest werden, ze soms slachtoffer waren van een anonieme pester. Een belangrijke bevinding, zeker als er gekekenwordt naar de opbouw van de vragenlijst. In de vragenlijst kwam dit punt namelijk niet aan de orde, simpelweg doordatdit niet was toegevoegd. Tijdens de vragenlijst kregen de jongeren een negental van de karakteristieken die bij cyberpes-ten vallen. Daarbij konden ze aangeven of deze behoren bij cyberpesten. Tijdens de focus groep sessie kwamen dezekarakteristieken -onbedoeld- weer naar boven. De volgende karakteristieken stonden tijdens de vragenlijst centraal:• Intentie (expres, om stoer te doen, iemand pijn doen)• Frequentie (herhaaldelijk, soms 1 keer)• Machtsverschil• Soort cyberpester (altijd door dezelfde persoon)Als er gekeken wordt naar de intentie, is er te zien dat het percentage dat het er mee eens was, aan de lage kant is(40.4%). In vergelijking tot het gedeelte dat het er niet mee eens was (30.8%), is er toch te zeggen dat een intentieenigszins meespeelt in cyberpesten, daar het niet met een ‘overtuigend’ percentage is.Tabel 4.4 - Mening van jongeren dat cyberpesten met een intentie isUit de focus groep blijkt, daarentegen, dat de intentie wel degelijk een belangrijke functie heeft in cyberpesten. Dejongeren gaven, onder andere, aan dat “Het ligt er dus heel erg aan wat voor informatie je stuurt.” en “Wat je stuurt en opwelke manier. En met welke bedoeling.”. Als er gekeken wordt naar de intentie met betrekking tot ‘stoer doen’ en‘expres’ (zie Bijlage 7 ), dan kan men concluderen dat de jongeren denken dat cyberpesters pesten om anderen(psychisch) pijn te doen (71.7%), en dat het de pesters het express doen (73.8%) om stoer te doen (65.3%).Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 27
    • Tabel 4.5 - Mening van jongeren dat cyberpesten herhaaldelijk isWat betreft de frequentie zijn zowel de respondenten uit de vragenlijst, als de jongeren uit de focus groep het er meeeens dat cyberpesten vaker herhaaldelijk is / meerdere keren gebeurt bij een zelfde persoon.Zoals in de tabel “Herhaaldelijk” te zien is, is ruim 63% het er mee eens dat cyberpesten herhaaldelijk gebeurt. Het zelfdegeldt voor het percentage dat het vind dat cyberpesten niet eenmalig gebeurt (53%), of dat het meerdere malenvoorkomt (52.2%). Dit gegeven, gecombineerd met de antwoorden van de jongeren uit de focus groep, geeft weer datcyberpesten herhaaldelijk bij een en dezelfde persoon gebeurt. Een participant uit de focus groep gaf het volgende aan: “Ik vind dat het pas pesten word als het echt regelmatig gebeurt, dus als het vaker gebeurt, dan een of drie keer. En je moet voor jezelf ook wel een grens hebben tussen plagen en het pesten. Want plagen moet kunnen, want ik bedoel, niemand is altijd even aardig tegen de ander. En je hebt ook mensen die elkaar helemaal niet mogen. Die niet aardig tegen elkaar doen. Maar dat hoeft niet per se pesten te zijn. Ik vind pesten wordt het pas als het regelmatig gebeurt, en als het echt... Het hoeft niet eens expres te zijn.”Als er gekeken wordt naar het derde criterium dat getest is in de vragenlijst, is te zien dat de jongeren het er ruimschootsmee eens zijn dat cyberpesten altijd bij een ‘zwakker’ persoon gebeurt. Iemand die sociaal minder sterk is, of mindersterk in z’n vel zit. Uit de vragenlijst blijkt dat 64,5% het er mee eens is dat een zwakker persoon altijd het slachtoffer isvan cyberpesten. Tabel 4.6 - Mening van jongeren dat cyberpesten gebeurt bij een zwakker persoonTijdens de focus groep sessie kwam het niet echt naar boven of cyberpesten bij zwakkere personen gebeurt of niet. Departicipanten waren het er wel mee eens dat cyberpesten hand in hand gaat met gewoon pesten. Zo antwoordde eenrespondent met:Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 28
    • “Ja, want gewoon pesten en cyberpesten gaan volgens mij best wel samen. Want ik kan me niet voorstellen dat als ik bijvoorbeeld, ik zou jou pesten. En ik zou je op school tegen komen, en ik zou dan zeggen van ’Heeyy!! Hoe is het?”.”Als beide gegevens worden vergeleken, hoewel dat in deze situatie niet helemaal overeenkomt, kan er wel gezegdworden dat er een niveau verschil zit tussen de pester en het slachtoffer. Dit hoeft geen niveau te zijn wat betreftopleiding, maar dit kan variëren van technologische kennis, tot sociale vaardigheden (Slonje & Smith, 2008)4.4.3. Centrale definitieIn de laatste 10-20 minuten van het gesprek werd er naar een centrale definitie van cyberpesten gevraagd. Over hoe dejongeren cyberpesten zouden definiëren in een zin. Eerder hadden de jongeren al een aantal definities uit de wetenschapen praktijk besproken. Tijdens het definiëren kwam naar voren dat de participanten het moeilijk vonden om ergens tebeginnen, om de volgende reden: Ik denk dat je het pas kan bepalen of iets cyberpesten is of pesten is, op het moment dat het bij jezelf gebeurt. Als het bij jezelf gebeurt, ervaar je het zelf op het moment als cyberpesten of niet.Dat was het moment waarop de onderzoeker een begin maakte met “Cyberpesten is pesten ...”. Daarbij is niet verder ophet feit ingegaan van wat de participanten precies onder cyberpesten vonden vallen, aangezien dat al aan de orde wasgekomen, en het niet zou passen in de definitie. De participanten gaven aan dat de volgende details belangrijk waren ommee te nemen in de definitie:• Internet en andere middelen• Niet face-to-face• Bellen, SMS, MMS (“De communicatiemiddelen van nu”)• Met een bedoeling• “het pesten is zodra je het zelf ervaart als pesten. Zodra het voor jezelf echt erg wordt”• Herhaaldelijk• Verhouding tussen personen (“Het ligt er ook echt aan van wie je het krijgt”)Ook kwam de vraag naar voren of ‘een brief sturen’ geen cyberpesten is. Een andere participant reageerde direct meteen tegen argument dat dat geen cyberpesten was. Volgens haar was cyberpesten namelijk “met de middelen van nu”.Ook een belangrijk gegeven was dat de jongeren duidelijk aangaven dat cyberpesten écht herhaaldelijk is, aangezien alsiets eenmalig gebeurt, dan is het een “onbenulligheid”. Uiteindelijk kwam er een overeenkomst, en volgde de volgendedefinitie: “Cyberpesten is pesten dat herhaaldelijk gebeurt met een bedoeling door middel van de communicatiemiddelen van nu, maar het ligt aan hoe de personen het opvatten en hoe de verhouding tussen de personen is, het ligt immers aan de persoon zelf.”Aan het einde van het gesprek, na de definitie voerden de participanten argumenten op, waarmee de rest van de groephet grotendeels mee eens was. Zo vertelden ze dat cyberpesten haast niet te definiëren is, omdat “je kan niet met eenconcreet begrip komen”, je kan het namelijk “niet bepalen voor iemand”. Uiteindelijk trok een respondent de volgendeconclusie: “Je kunt wel omschrijven wanneer het verschil tussen cyberpesten en gewoon pesten is, dat wel, maar ik denk niet dat je kunt omschrijven wanneer het pesten is.”Daarop antwoordde een andere respondent met:Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 29
    • “Ik denk dat je echt cyberpesten kan beschrijven voor jezelf. Je kan voor jezelf zeggen nu is het cyberpesten, en nu niet. En je kan het niet bepalen voor een ander.”Dit zou kunnen verklaren waarom er zo veel problemen zijn met betrekking tot het vinden van een centrale definitie. Het,cyberpesten, is immers voor iedereen anders. Iedereen vat een daad anders op. Wat voor de een cyberpesten is, hoeftTabel 4.7 - Overzicht jongeren die onderdeel E hadden ingevuldvoor de ander geen cyberpesten te zijn. Zeker als er gekeken wordt naar de wetenschappelijke definities. Deze zijngecreëerd door personen die, naar aller waarschijnlijkheid, niet te maken hebben gehad met cyberpesten, aldus dejongeren (zie paragraaf 4.2.).4.5. Aanwezigheid van cyberpestenOm een goed beeld te krijgen van hoe actief cyberpesten is op de middelbare school, is er een onderdeel aan devragenlijst toegevoegd dat meet in hoeverre de jongeren de daden opgenomen in tabel 4.2 hebben meegemaakt. Uitonderstaande tabel (tabel 4.7) is af te lezen dat elke variabele een verschillend en beperkt aantal ‘invullers’ heeft (tenopzicht van de 141 respondenten). Dit komt doordat niet iedereen het zelfde had meegemaakt. Sommigen van dejongeren gaven tijdens het maken van de vragenlijst aan dat ze (een aantal van) de acties niet hadden meegemaakt. Omte voorkomen dat jongeren dit onderdeel alsnog in zouden vullen, terwijl ze niks hadden meegemaakt, werd er gemelddat ze het onderdeel alleen hoefden in te vullen al hadden ze (een aantal) van de acties meegemaakt. Zoals af te lezen uittabel 4.7 Is te zien dat ongeveer 85-90 van de 141 ondervraagde jongeren cyberpesten bewust heeft meegemaakt.Alle gegevens die uit de vragenlijst kwamen, waren verzameld door middel van het creëren van frequentietabellen. Dezefrequenties zijn per variabele gecategoriseerd en vervolgens in een tabel gezet. Deze tabel is opgenomen in dit rapport,en is weergegeven in tabel 4.8.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 30
    • Tabel 4.8 - Top-16 van acties die jongeren online hebben meegemaakt Positie Letter Beschrijving 1 B Schelden 2 O Lelijke dingen zeggen over iemands uiterlijk 3 N Vernederen 4 J Belachelijk maken 5 M Onwaarheden en valse dingen zeggen onder een andere naam op sociale media, fora, msn, e.d. 6 A Plaatsen van berichten op een forum die met opzet aanvallend of beledigend zijn naar de ander 7 K Iemand uitlokken 8 F Stalken 9 H (Schaamtevolle) afbeeldingen versturen / plaatsen van anderen 10 G Buiten sluiten van digitale groepen (op Hyves, Facebook) 11 D Bedreigen 12 E Hacken 13 L Negatieve blog schrijven over iemand 14 C Het versturen van virussen 15 I Seksueel getinte opmerkingen maken 16 P Anders, namelijk....Zoals af te lezen in de tabel, is er te zien dat de meeste jongeren ‘schelden’ op de eerste plaats hebben gezet. Alstweede staat ‘lelijke dingen zeggen over iemands uiterlijk’. Als deze data vergeleken wordt met wat er in de focus groepnaar boven kwam, is er te zien dat ‘lelijke dingen zeggen over iemands uiterlijk’ daadwerkelijk voorkomt. Een participantuit de focus groep gaf namelijk het volgende voorbeeld: “Participant 2: er was iemand die had een foto op het internet gezet. En die had al wel langer wat .. Ruzie. Het was niet echt ruzie. Maar het waren vaak jongens die haar zaten te plagen. In mijn ogen was het in ieder geval nog wel plagen. Het was wel flauw. Het ging op een gegeven moment wel het hele jaar door. En het was steeds een heel klein beetje. Als zij een vraag stelde, dan gingen ze lachen of, ‘oh komt zij weer aan’. Nu had ze een foto op het internet gezet van “[Persoon X] en haarzelf” en dan ‘true friends are hard to find’. Zo van, ik ben blij dat ik iemand heb. Want die doet wel gewoon aardig tegen mij. Toen hadden de jongens er nog bij gezet van..” “Participant 4: een jongen uit onze klas, [Persoon Y], die had onder de naam van [Persoon Z], had ie er op gereageerd.”Zoals hierboven te lezen is, gaven de jongeren aan dat het niet alleen ‘lelijke dingen zeggen over iemands uiterlijk’voorkomt, maar dus ook in combinatie met ‘onwaarheden en valse dingen zeggen onder een andere naam op socialemedia, fora, msn, e.d.’ Een participant vertelde het volgende: “Ik vind het ook heel laf als mensen dingen gaan zeggen onder een andere naam. Bij mij in de eerste is het gebeurt dat iemand mijn wachtwoord heeft gekraakt, en die heeft onder mijn naam allemaal dingen over mij door lopen te vertellen aan de klas. “hee schatje, wil je met me beffen” en zo. En dat mensen naar mij toeVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 31
    • komen van “wat, Participant 4, wat zeg jij?” en dat ik dan denk “huh, waar hebben jullie het over?” Ja.. Dat is echt niet leuk. Helemaal niet als ze dat tegen je vriendinnen zeggen”De overeenkomst van de antwoorden uit de vragenlijst gecombineerd met de focus groep, geven een duidelijk beeld vanwat er precies speelt op de middelbare school. Zo ook is het begrijpelijk dat ‘Buiten sluiten van digitale groepen (opHyves, Facebook)’ op tien staat in de tabel. Dit komt in zekere mate minder voor, naar verwachting omdat er meermoeite voor gedaan moet worden. Maar het komt zeker voor, zo vertelde een participant over het toentertijd bestaan vaneen ‘anti-leraar-X’ Hyves, en een ‘anti-leerling-Y’ Hyves; “zo was er in de eerste, jullie kennen XXX vast wel, toen was ereen anti-XXX-Hyves gemaakt. En hij kon zelf.. Het was een besloten groep.”. De namen van deze personen worden omprivé redenen niet genoemd.4.6. SamenvattingJongeren definiëren cyberpesten over het algemeen het zelfde als de wetenschappers. Daar het idee er over verschilt datwanneer een persoon echt gecyberpest is, hij of zij de definitie anders zou bekijken. De jongeren gaven aan dat ze devoorkeur hadden voor de definitie van Childline.org.uk: “Cyberpesten is wanneer een persoon of een groep mensen hetinternet, mobiele telefoons of andere digitale media gebruiken om iemand te bedreigen, plagen of mishandelen.” Daarbijvertelde de jongeren uit de focus groep dat deze definitie vooral gekozen is door personen die niet zijn gecyberpest.Cyberpesten bestaat uit een acties, uit daden die verricht worden via digitale middelen. De jongeren gaven aan dat zebedreigen, onwaarheden en valse dingen zeggen onder een andere naam op sociale media, fora, msn, e.d.,(schaamtevolle) afbeeldingen versturen / plaatsen van een ander, het plaatsen van berichten op een forum die met opzetaanvallend of beledigend zijn naar de ander en iemand belachelijk maken als meeste onder cyberpesten vinden vallen.Van deze acties is het opvallend dat ‘buitensluiten van digitale groepen (op Hyves, Facebook)’ laag scoort, dat terwijl dittoch voorkomt op de school.Wat betreft de vraag ‘wat is cyberpesten’ werd door de jongeren op verschillende manieren geantwoord. Duidelijk wasdat de jongeren het moeilijk vonden om bepaalde acties in te delen van wat wel en wat niet onder cyberpesten valt.Doordat de jongeren het moeilijk vonden om acties in te delen, kwamen ze tot de conclusie dat cyberpesten cyberpestenis als de informatie die verspreid wordt of de daad schadelijk, en is persoonlijk. Zoals bangalijsten. Deze vallen niet ondercyberpesten zodra het volgens hen feiten opsomt, of gewoon ‘roddelt’. Ook hier kwam weer naar voren dat iederpersoon de informatie uit een bangalijst anders kan opvatten, en dat cyberpesten dus voor elk individu anders is.Cyberpesten heeft volgens hen ook te maken met hoe iemand een opmerking opvat, hoe sociaal sterk de persoon is, enof hij of zij al gepest wordt.Doordat de jongeren moeite hadden met het bepalen van wat cyberpesten precies is, kwam het zelfde probleem naarvoren bij het creëren van een centrale definitie. Uiteindelijk zijn de jongeren het met de volgende definitie eens:“Cyberpesten is pesten dat herhaaldelijk gebeurt met een bedoeling door middel van de communicatiemiddelen van nu,maar het ligt aan hoe de personen het opvatten en hoe de verhouding tussen de personen is, het ligt immers aan depersoon zelf.” Als belangrijke toevoegen dient wel gemeld te worden dat de jongeren duidelijk benadrukten datcyberpesten voor elke persoon anders is. Een van de belangrijke reacties was de volgende: “Ik denk dat je echtcyberpesten kan beschrijven voor jezelf. Je kan voor jezelf zeggen nu is het cyberpesten, en nu niet. En je kan het nietbepalen voor een ander.”.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 32
    • 5. DiscussieIn dit hoofdstuk worden alle resultaten besproken, en wordt er een poging gedaan om de hoofdvraag te beantwoorden.Verder komen de beperkingen en aanbevelingen voor vervolgonderzoek aan bod.5.1. ConclusieOp basis van de in de introductie genoemde deelvragen wordt de hoofdvraag beantwoordt. 1. Hoe definiëren de academische literatuur en praktische literatuur de term cyberpesten?De meest recente wetenschappelijke artikelen en websites van praktische instellingen vermelden definities vancyberpesten die een overkoepelend beeld proberen te geven. Dit zijn definities in de trant van “Bij cyberpesten wordtdoor een groep of individu gebruik gemaakt van informatie en communicatie technologieën zoals e-mail, mobieletelefoon, sms, chatprogramma’s en zwartmakende polls om opzettelijk en herhaaldelijk vijandig gedrag te uiten met alsdoel iemand pijn te doen” (Cyberbullying.ca). Naast deze definitie, is er te zien dat de praktijk langzaam aan een anderewending gaat nemen. Uit een gesprek met Baas (2012) en mailverkeer tussen Baas (2012) en Justine Pardoen blijkt datde praktijk nu meer definities gaat creëren die focussen op hoe iemand cyberpesten ervaart “Cyberpesten is iets watiemand als cyberpesten ervaart. Daarbij kan gezegd worden dat een eenmalige streek daar niet onder valt, maar danmoet de ontvanger daar wel van op de hoogte zijn.”. Het focust meer op hoe een individu cyberpesten ervaart, envermeld ook dat cyberpesten door ieder individu anders opgevat kan worden. Waar een daad voor de een welcyberpesten is, ervaart een ander dat misschien totaal anders. 2. Welke acties worden er onder cyberpesten verstaan, volgens de literatuur?Cyberpesten gaat, net zoals traditioneel pesten gepaard met een aantal specifieke acties. Cyberpesters kunnen vanindividuen slachtoffers maken door ze te bedreigen, uit te schelden, belachelijk te maken, lelijke commentaren teplaatsen bij een foto over het uiterlijk, uit te dagen, te stalken, te vernederen, buiten te sluiten van digitale groepen (somseen anti-hyves / anti-facebook groep van die persoon), te vernederen, zwart te maken of seksueel getinte opmerkingente maken. Ook zijn er andere varianten waarbij individuen gecyberpest worden doordat pesters privé gegevens ofschaamtevolle foto’s versturen van die persoon naar anderen. Veelal gebeurt dit doordat de pester een anderprofiel(naam) gebruikt, waardoor het volledig anoniem is, en niemand er dus achter kan komen wie de pester is. Nog eenandere vorm is dat individuen een negatieve blog schrijven over een ander. Een totaal andere actie is het expresversturen van virussen, zodat een computer vast loopt.Hedendaags zijn er, zoals hierboven beschreven is, al vele acties geïdentificeerd. Recent is er een nieuw fenomeen dat isopgedoken, de bangalijsten. Dit zijn lijsten met de top-10 van meest ‘slettige’ meisjes op een school. Zo zullen er naarverwachting steeds meer acties bij komen.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 33
    • 3. In hoeverre zijn de jongeren in de leeftijd van 12 - 16 het met de definities uit de literatuur eens?Over het algemeen hebben de ondervraagde jongeren de voorkeur voor de definitie verkregen door Childline.org.uk.Deze definitie is als volgt: “Cyberpesten is wanneer een persoon of een groep mensen het internet, mobiele telefoons ofandere digitale media gebruiken om iemand te bedreigen, plagen of mishandelen.” Als tweede zetten de jongeren dedefinitie van Moore, “Cyberpesten is een nieuwe vorm van pesten die zich voor kan doen via email berichten, berichtenop een forum, websites, berichten via mobiele telefoon, chat-ruimtes, hacken van een computer, en elke andere maniervan elektronische communicatie”. Vervolgens, op de derde positie, is de definitie van Moesner te vinden. Uit devragenlijst is daardoor ook af te leiden dat de jongeren cyberpesten net zo zien als de wetenschappers. Althans, dejongeren vinden de manier waarop cyberpesten gebeurt belangrijk. Anders zouden ze dit niet zo hoog plaatsen. Maar alser dan gekeken wordt naar de focus groep, dan wordt daar een totaal ander beeld geschetst. Daaruit kwam naar vorendat juist de jongeren die niet gecyberpest waren, of althans, niet bewust waren van het feit dat ze gecyberpest waren,deze definities daarom zo vaak verkiezen. De jongeren uit de focus groep waren het meer met de definitie van Pardoen(J. Pardoen, personal communication, April 3, 2012) eens “Cyberpesten is iets wat iemand als cyberpesten ervaart.Daarbij kan gezegd worden dat een eenmalige streek daar niet onder valt, maar dan moet de ontvanger daar wel van opde hoogte zijn.” 4. Wat is volgens de jongeren in de leeftijd van 12 - 16 cyberpesten dan?Wat betreft de vraag ‘wat is cyberpesten’ werd door de jongeren op verschillende manieren geantwoord. Duidelijk wasdat de jongeren het moeilijk vonden om bepaalde acties in te delen van wat wel en wat niet onder cyberpesten valt.Doordat de jongeren het moeilijk vonden om deze acties in te delen, kwamen ze tot de conclusie dat cyberpestencyberpesten is als de daad of de informatie die verspreid wordt schadelijk, en/of persoonlijk is. Een voorbeeld hiervan zijnde bangalijsten. Deze vallen niet onder cyberpesten zodra het volgens hen feiten opsomt, of gewoon ‘roddelt’. Ook hierkwam weer naar voren dat ieder persoon de informatie uit een bangalijst anders kan opvatten, en dat cyberpesten dusvoor elk individu anders is. Cyberpesten heeft volgens hen ook te maken met hoe iemand een opmerking opvat, hoesociaal sterk de persoon is, en of hij of zij al gepest wordt. Een aantal belangrijke kenmerken van cyberpesten die dejongeren noemden zijn:• Het gebeurt via internet en andere middelen• Niet face-to-face• Bellen, SMS, MMS (“De communicatiemiddelen van nu”)• Met een bedoeling• “het pesten is zodra je het zelf ervaart als pesten. Zodra het voor jezelf echt erg wordt”• Het herhaaldelijk is• Hangt af van de verhouding tussen personen (“Het ligt er ook echt aan van wie je het krijgt”)Kortom, volgens jongeren is cyberpesten iets dat per individu verschilt. Iedereen kan een daad immers anders opvatten.Een daad is pas cyberpesten als deze persoonlijke informatie verspreid, of psychische schade aanricht bij een persoon.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 34
    • “Hoe ziet de definitie -in de relatie tot wetenschappelijke en praktische definities- van cyberpesten ervolgens jongeren in de leeftijdscategorie 12 - 16 jaar er precies uit?”Jongeren zien cyberpesten op twee manieren. De eerste is de definitie van Childline.org.uk. Deze definitie is als volgt:“Cyberpesten is wanneer een persoon of een groep mensen het internet, mobiele telefoons of andere digitale mediagebruiken om iemand te bedreigen, plagen of mishandelen.” De andere manier kwam duidelijk naar voren uit de focusgroep, dat was de definitie van Pardoen (J. Pardoen, personal communication, April 3, 2012) “Cyberpesten is iets watiemand als cyberpesten ervaart. Daarbij kan gezegd worden dat een eenmalige streek daar niet onder valt, maar danmoet de ontvanger daar wel van op de hoogte zijn.” De eerste definitie, verkozen in de vragenlijst is, volgens de jongerenzo hoog geplaatst omdat deze definities voornamelijk gekozen werden door de jongeren die cyberpesten niet bewust zelfhadden meegemaakt.Uiteindelijk kwamen de jongeren met een lijst van belangrijke elementen die van toepassing waren op cyberpesten. Metdeze lijst werd een centrale definitie verkregen:“Cyberpesten is pesten dat herhaaldelijk gebeurt met een bedoeling door middel van de communicatiemiddelen van nu,maar het ligt aan hoe de personen het opvatten en hoe de verhouding tussen de personen is, het ligt immers aan depersoon zelf.”Daarbij dient wel gemeld te worden dat de jongeren benadrukten dat cyberpesten voor elke persoon anders is en dat hetdaardoor haast niet te definiëren is. Je kan namelijk niet “met een concreet begrip komen”, je kan het namelijk “nietbepalen voor iemand”. Uiteindelijk trokken de participanten de volgende conclusie: “Je kunt wel omschrijven wanneer het verschil tussen cyberpesten en gewoon pesten is, dat wel, maar ik denk niet dat je kunt omschrijven wanneer het pesten is.” “Ik denk dat je echt cyberpesten kan beschrijven voor jezelf. Je kan voor jezelf zeggen nu is het cyberpesten, en nu niet. En je kan het niet bepalen voor een ander.”Dit zou een valide reden kunnen zijn waarom er nog geen universele definitie verkregen is. Een daad kan immers dooriedereen anders worden opgevat. Wat voor de een cyberpesten is, hoeft voor de ander geen cyberpesten te zijn.5.2. BeperkingenZoals in elk onderzoek, zijn er ook in dit onderzoek een aantal beperkingen. Zo zijn de resultaten misschien mindergeneraliseerbaar doordat het onderzoek heeft plaats gevonden op één middelbare school in Enschede. Uitspraken over‘de jongeren in Nederland’ kunnen hierdoor niet gemaakt worden, wat het gevolg geeft dat de gevonden resultaten nietop elke provincie van toepassing kunnen zijn. Daarnaast bestond de focus groep uit 5 meisjes, allemaal uit de derde klas.Gevolg kan zijn dat de resultaten gevonden met de focus groep dus niet representatief zijn voor andere leeftijdsgroepenen voor het andere geslacht. Ook de opleiding speelt een belangrijke rol, aangezien de ondervraagde jongeren allemaaleen opleiding hadden van VMBO-T of hoger. De niveaus die lager liggen, zijn niet meegenomen in het onderzoek.Daarnaast zijn er tijdens de vragenlijst een groot aantal definities uit de wetenschap gehaald. Deze definities zijn van hetEngels naar het Nederlands vertaald. Door de vertaalslag kan waardevolle informatie verloren zijn. Er is geprobeerd omdit is zo veel mogelijk binnen de beperkingen te houden. Ook is het feit dat de definities die uit de wetenschap komen,vaak lang en moeilijk zijn. Aangezien deze definities rechtstreeks aan de jongeren zijn voorgelegd, kan de mogelijkheidbestaan dat de jongeren de definities niet helemaal hebben begrepen.Tijdens de focus groep heeft de onderzoeker zelf deelgenomen aan het onderzoek, althans, hij zorgde voor de rodedraad. Hij stuurde het gesprek, en probeerde zo veel mogelijk objectief te blijven. Natuurlijk zijn er meer geschiktereVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 35
    • personen als leider van een focus groep met meer ervaring. Het gevaar aan het feit dat de onderzoeker zelf aanwezigwas bij de focus groep, is dat de aanwezigheid, de houding, of mening, de resultaten heeft beïnvloed. Door kritisch tewerk te gaan, is er met zorg op gelet dat deze mening, houding en invloed op de achtergrond bleef, en dus de resultatenniet beïnvloedde. Desalniettemin kent het ook zo zo’n voordelen dat de onderzoeker zelf aanwezig was tijdens zowel deafname van de vragenlijst, als tijdens de focus groep. Zo zien de jongeren telkens het zelfde gezicht, en hebben ze ééncentraal aanspreek punt, mochten ze iets privé willen bespreken.5.3. Aanbevelingen voor vervolgonderzoekDit onderzoek heeft een beeld proberen te schetsen van hoe jongeren denken over cyberpesten en heeft gestreefd naarde creatie van een centrale definitie met betrekking tot cyberpesten. Om de externe validiteit te verhogen en eenkrachtigere centrale definitie te verkrijgen, gebaseerd op meerdere focus groepen, kan vervolg onderzoek zich richten omdit onderzoek te herhalen op andere scholen in andere provincies, om zo de generaliseerbaarheid te verhogen.Daarnaast kan vervolg onderzoek zich meer richten op de kracht en validiteit van de vragenlijst. Door een pilot test tedoen, en de resultaten vervolgens te bespreken met de respondenten, kan er gekeken worden hoe de vragenlijstingekort, en misschien versimpelt kan worden. Daarnaast kan er een andere selectie van definities worden gekozen, omte kijken hoe de jongeren deze definities zouden rangschikken. De vragenlijst is zoals deze nu is opgesteld,samengesteld door twee personen: de onderzoeker en de begeleider.Desalniettemin kan gezegd worden dat dit onderzoek een belangrijke bijdragen levert aan het definiëren vancyberpesten. Het begrip richting een centrale definitie is een stap dichterbij.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 36
    • Referenties• Abramovitch, R., Freedman, J.L., Thoden, K. & Nikolich, C. (1991). Childrens’ capacity to consent to participation in psychological research: emperical findings. Child development, 62, 1100-1109.• Aftab, P. (2012). What is cyberbullying, exactly? Retrieved on March, 18, 2012, from http://www.stopcyberbullying.org/ what_is_cyberbullying_exactly.html• Baas, N. (2010). Want soms zijn kinderen gewoon de experts. (1st ed.). Enschede, Netherlands: Niels Baas.• Bauman, S. (2010). Cyberbullying in a Rural Intermediate School: An Exploratory Study. Journal of Early Adolescence, 32(4), 803-833.• Beran, T., & Li, Q. (2007). The Relationship between Cyberbullying and School Bullying. Journal of Student Wellbeing, 1(2), 15-33.• Besley, B. (2005). Cyberbullying: An Emerging Threat to the “Always On” Generation. Retrieved from http:// www.cyberbullying.ca/pdf/Cyberbullying_Article_by_Bill_Belsey.pdf• Besley, B. (2012). Retrieved on March, 7, 2012, from http://www.cyberbullying.ca• Boeke, H. (2011, November 18). Kinderen en Media - Cyberpesten [web log post]. Retrieved on March, 18, 2012, from http://www.ouders.nl/mmed2011-cyberpesten.htm• Childline. (2012). Cyber bullying. Retrieved, March, 18, from http://www.childline.org.uk/Explore/Bullying/Pages/ CyberBullying.aspx• Delver, B. & Hop, L. (2007). Pesten is laf! Cyberpesten is laffer. Haarlem: Vives Media.• Dooley, D. D. (2000). Social Research Methods. (4th ed.). New Jersey: Pearson Higher Education.• Downs, C. W., & Adrian, A.D. (2004). Assessing Organizational Communication. Strategic Communication Audits.New York: The Guilford Press.• Erdur-Baker, O. (2010). Cyberbullying and its correlation to traditional bullying, gender and frequent and risky usage of internet-mediated communication tools. New Media & Society, 12, 109-125. doi: 10.1177/1461444809341260• Hasselt, G.G. (2012). Vormen van Cyberpesten. Retrieved on March, 18, 2012, from: http://www.cyberpesten.be/ vormenvancyberpesten.htm• Hawker, D.S.J., & Boulton, M.J. (2000). Twenty years’ research on peer victimization and psychosocial maladjustment: A meta-analytic review of cross-sectional studies. Journal of Psychological Psychiatry, 41, 411-455. doi: 10.1111/1469-7610.00629• Hinduja, S., & Patchin, J.W. (2006). Offline Consequences of Online Victimization: School violence and Delinquency. Journal of School Violence, 6, 89-112.• Huyberechts, P. (2011, October 11). Iedereen deed zijn best, maar toch liep het mis met Lisa [web log post]. Retrieved on April, 2, 2012, from: http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=GNA3GSILK• Jonker, J. (2012, March 26). Balen van bangalijst [web log post]. Retrieved on May, 30, 2012, from http:// www.spitsnieuws.nl/archives/binnenland/2012/03/balen-van-bangalijstVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 37
    • • Juvonen, J., & Gross, E.F. (2008). Extending the School Grounds? - Bullying Experiences in Cyberspace. Journal of School Health, 78(9), 496-505. doi: 10.1111/j.1746-1561.2008.00335.x• Kowalski, R.M., & Limber, S.P. (2007). Electronic Bullying Among Middle School Students. Journal of Adolescent Health, 41, S22-S30. doi: 10.1016/j.adohealth.2007.08.017• Lansdown, G. (2001). Promoting Children’s Participation in Democratic Decision-Making. Florence: UNICEF Innocenti Research Center.• Law, D.M., Shapka, J.D., Hymel, S., Olson, B.F., & Waterhouse, T. (2011). The changing face of bullying: An empirical comparison between traditional and internet bullying and victimization. Computers in Human Behavior, 28, 226-232. doi: 10.1016/j.chb.2011.09.004• Li, Q. (2005) New bottle but old wine: A research of cyberbullying in schools. Computers in Human Behavior, 23, 1777-1791. doi: 10.1016/j.chb.2005.10.005• Li, Q. (2006). Cyberbullying in Schools : A Research of Gender Differences. School of Psychology International, 27,157-170. doi: 10.1177/0143034306064547• Li, Q. (2007). Bullying in the new playground: Research into cyberbullying and cyber victimisation. Australian Journal of Educational Technology, 23, 435-454. Retrieved from http://www.ucalgary.ca/~qinli/publication/ bullyingInNewPlayground_AJET2007.pdf• Li, Q. (2007a). New bottle old wine: A research of cyberbullying in schools. Computers in Human Behavior, 23, 1777-1791.• Li, Q. (2008). A cross-cultural comparison of adolescents’ experience related to cyberbullying. Educational Research, 50(3), 223-234.• Mason, K.L. (2008) Cyberbullying: a preliminary assessment for school personnel. Psychology in the schools, 45(4), 323-348.• Moessner, C. (2007). Cyber bullying. Trends and Tunes, 6(4). Retrieved on March 18, 2012, from http:// www.harrisinteractive.com/news/newsletters/k12news/HI_TrendsTudes_2007_v06_i04.pdf.• Moore, M., Nakano, T., Enomoto, A., & Tatsuya, S. (2012). Anonymity and roles associated with aggressive posts in an online forum. Computers in Human Behavior, 28, 861-867.• Morrow, V., & Richards, M. (1996). The Ethics of Social Research with Children: An Overview. Children & Society, 10, 90-105• Olweus, D. (1994). Bully/victim problems among school children: Basic facts and effects of a school based intervention program. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 35(7), 1171-1190• Patchin, J.W. (2008, September 22). Defining Cyberbullying [web log post]. Retrieved on March, 18, 2012 from http:// cyberbullying.us/blog/defining-cyberbullying.html• Patchin, J. W., & Hinduja, S., (2006). Bullies move beyond the schoolyard, A preliminary look at cyber bullying. Youth Violence and Juvenile Justice, 4(2), 148-169.• Peters, O., & Allouch, S.B. (2005). Always Connected: A longitudinal field study of mobile communication. Telematics and Informatics (22), 239-256.• Schenk, A.M., & Fremouw, W.J. (2012). Prevalence, Psychological Impact, And Coping of Cyberbully Victims Among College Students. Journal of School Violence, 11(1), 21-37.• Slonje, R., & Smith, P.K. (2008). Cyberbullying: Another main type of bullying? Scandinavian Journal of Psychology, 49(2), 147-154. doi: 10.1111/j.1365-2929.2008.00304.x• Smith, P.K., Mahdavi, J., Carvalho, M., Fisher, S., Russel, S., & Tippet, T. (2008). Cyberbullying: its nature and impact in secondary school pupils. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 49(4), 376-385. doi: 10.1111.j. 1469-7610.2007.01846.x• Snider, M. & Borel, K. (2004). Stalked by a Cyberbully. Macleans, (117), 76-77Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 38
    • • Stephenson, P., & Smith, D. (1989). Bullying in the junior school. In Dp.P. Tattum & D.A. Lane (Eds.), Bullying in Schools (pp. 45-48). Stoke-on-Trent. England: Trentham Books.• Sumter, S.R., Baumgartner, S.E., Valkenburg, P.M., & Peter, J. (2012). Developmental Trajectories of Peer Victimization: Off-line and Online Experiences During Adolescence. Journal of Adolescence Health, xx, xxx-xxx. doi: 10.1016/ j.jadohealth.2011.10.251• Thomas, N. & O’Kane, C. (1998). The ethics of partcipatory research with children. Children & Society, 12, 336-348.• Tokunga, R.S. (2010). Following you home from school: A critical review and synthesis of research on cyberbullying victimization. Computers in Human Behavior, 26, 277-287. doi:10.1016/j.chb.2009.11.014• Vandebosh, H., & Van Cleemput, K. (2008). Defining Cyberbullying: A Qualitative Research into the Perceptions of Youngsters. CyberPsychology & Behavior, 11(4), 499-503. doi: 10.1089/cpb.2007.0042• Vandebosh, H., & Van Cleemput, K. (2009). Cyberbullying among younsters: profiles of bullies and victims. New media & society, 11, 1349-1371. doi: 10.1777/1461444809341263• Van Dijk, L. S. (2012). Internetgebruik: wat leerkrachten van kinderen kunnen en moeten leren. (1st ed.). Enschede, Netherlands: Luc van Dijk.• Willard, N.E. (2007). The Authority and Responsibility of School Officials in Responding to Cyberbullying. Journal of Adolescent Health, 41, S64-S65. doi: 10.1016/j.jadohealth.2007.08.013• Wolak, J., Mitchell, K.J. & Finkelhor, D. (2007). Does online harassement constitue bullying? An exploration of online harassement by known peers and online-only contacts. Journal of Adolescent Health, 41, 51-58.• Ybarra, M.L., Mitchell, K.J., Wolak, J., & Finkelhor, D. (2006) Examining characteristics and associated distress related to Internet harassment: Findings from the Second Youth Internet Safety Survey. Pediatrics, 118, e1169-e1177.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 39
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 40
    • BijlageBijlage 1: Literatuurstudie logboekBijlage 2: Brief naar oudersBijlage 3: VragenlijstBijlage 4: Draaiboek groepsgesprekBijlage 5: Middelen van communicatie Bijlage 6: Frequentie top-10 definitiesBijlage 7: Frequentie kenmerken cyberpestenVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 41
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 42
    • B.1 - Literatuurstudie logboekOnderzoeksvragen voor de literatuurstudie1. Hoe definiëren de academische literatuur en praktische literatuur de term cyberpesten?2. Welke acties worden er onder cyberpesten verstaan, volgens de literatuur?3. Wat zijn de karakteristieken van cyberpesten?4. Wat zijn de richtlijnen met betrekking tot kwantitatief (focus groep) en kwalitatief (vragenlijst) onderzoek met jongeren?Criteria voor de materialenOm een zo goed mogelijk beeld te schetsen van de hedendaagse perceptie met betrekking tot cyberpesten, dienden deartikelen zo recent mogelijk te zijn. Daarnaast was het van belang dat een groot aantal artikelen meerdere malen, positief,gebruikt waren door andere wetenschappers.De gebruikte databasesOm de juiste artikelen te vinden, zijn de volgende databases gebruikt:• Scopus: De database waarbij men volgens de eerder genoemde criteria kon zoeken. Daarnaast kon zelfs een nog diepere criteria gemaakt worden.• Google Scholar: Om snel al -eerder opgezochte artikelen- terug te vindenRelevante termen Concepts Related terms Smaller terms Broader termsEthische richtlijnen voor Ethic youngsters; ethical Ethics Quantitative research Ethical guidelines in researchkwalitatief en kwantitatief considerations youngsters; with youngstersonderzoek met jongerenWeergave van hoe actief Youngsters cyberbullying; Cyberbullying among Cyberbullying in schoolscyberpesten op scholen is middle school cyberbullying; youngstersonder jongeren. internet bullying youngsters; adolescents AND cyberbullyingVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 43
    • Date Database/ Search action + Total hits setnumber Search technique) 1 17-03-2012 Scopus Cyberbulllying 206 2 17-03-2012 Scopus Cyberbullying AND 3 Youngsters 3 17-03-2012 Scopus Defining cyberbullying 2 4 17-03-2012 Scopus Cyberbullying AND 13 “Middle school” 5 17-03-2012 Scopus Cyberbullying AND 17 consequences 6 17-03-2012 Scopus Online AND bullying 189 7 17-03-2012 Scopus Cyberbullying AND 35 “traditional bullying” 8 17-03-2012 Scopus Cyberbullying AND 87 adolescents 9 17-03-2012 Scopus Cyberbullying AND 38 implications 10 17-03-2012 Scopus Cyberbullying AND 206 PUBYEAR > 2001ReflectieNa het opzetten van de eerste versie van het onderzoeksopzet, gaf Niels Baas een aantal namen van bekendeNederlandse en buitenlandse onderzoekers op het vakgebied van cyberpesten. Nadat een aantal artikelen van dezeonderzoekers waren gevonden, bekeek ik de referentielijst, en ben me zo meer gaan verdiepen in het fenomeencyberpesten. Vervolgens ben ik me steeds meer gaan verdiepen in wat er al wel en wat er niet onderzocht was. Ik wildegraag een belangrijke bijdrage doen aan de wetenschap. Ook vond ik het belangrijk dat ik meer ervaring kreeg metbetrekking tot SPSS en het houden van focus groepen. Zodoende dat, na wat onderzoek doen, ik er achter kwam dat ernog geen consensus was met betrekking tot een centrale definitie voor cyberpesten.Dit was vervolgens de basis voor mijn onderzoek. Gedurende mijn zoektocht over de definities van cyberpesten, was hetsoms niet al te makkelijk om de definities te vinden van de wat belangrijkere, grotere name in de wereld van cyberpesten.Tijdens mijn oriëntatie heb ik voornamelijk gebruik gemaakt van Google Scholar. Vervolgens, toen ik meer specifiekeinformatie wilde, zeker met betrekking tot jongeren (in de leeftijd van 12-16), ging ik Scopus meer gebruiken. Puur om hetfeit dat ik daar veel beter mijn zoekcriteria kan specificeren.Voor mijn volgende onderzoek zal ik het, naar verwachting, het zelfde aanpakken. Voor de oriëntatie fase Google Scholar,en voor specifieke zoekopdrachten, Scopus.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 44
    • B.2 - Brief naar oudersBeste ouder/verzorger,De school Het XXXX, locatie XXXX is benaderd om mee te werken aan een onderzoek van de Universiteit Twente. Ditonderzoek richt zich op het fenomeen cyberpesten. Cyberpesten is een probleem dat in Nederland steeds vakervoorkomt. Hierbij gaat het over onschuldige treiterijen tot ernstige bedreigingen en scheldpartijen. Er is veel onderzoekgedaan naar de hoeveelheid cyberpesterijen in Nederland, maar er bestaat nog geen echt duidelijk beeld van watcyberpesten precies is. Hier probeert de Universiteit Twente meer over te weten te komen.Het onderzoek ziet er als volgt uit: een totaal van 24 leerlingen uit leerjaar 1 en leerjaar 3 hebben zich vrijwillig opgegevenvoor deelname aan een focus groep. Zij hebben aangegeven het leuk te vinden om actief aan de slag te gaan met hetzoeken naar een passende beschrijving voor cyberpesten. Deze leerlingen zullen gedurende een uur, middels eengroepsdiscussie (begeleid door de onderzoeker van de Universiteit Twente), antwoord proberen te vinden op specifiekevragen over cyberpesten (bijvoorbeeld: ‘Wat is cyberpesten?’ en ‘Waarom valt daad ‘X’ wel / niet onder cyberpesten?’etc.). Belangrijk om hierbij te vermelden is dat de groepsgesprekken nooit persoonlijk van aard zullen zijn,dat de deelnemende jongeren op ieder moment vrij zijn met het onderzoek te stoppen en dat alle gegevensanoniem behandeld zullen worden.De insteek is dat de jongeren experts zijn op het gebied van computers en internet en dat we hun hulp dus hard nodighebben om meer te weten te komen over cyberpesten. Uw zoon/ dochter is een van deze kinderen van uw school die isgeselecteerd voor deelname aan dit onderzoek.Het XXX, locatie XXXX, verleent haar medewerking aan dit onderzoek, zodat deelname onder schooltijd kan plaatsvinden.Het onderzoek zal plaatsvinden op dinsdag 3 juli.Mocht u bezwaar hebben tegen de eventuele deelname van uw zoon/dochter, dan verzoeken wij u dit via het volgendeemail-adres te laten weten j.c.vanleeuwen@student.utwente.nl .Wij hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u deze gerust stellen viahet eerder genoemde email-adres, of bellen met de onderzoeker en afstudeerder Rico van Leeuwen: 06 29 04 42 79Met vriendelijke groet,Rico van LeeuwenAfstudeerder Universiteit Twente, Opleiding Communicatiewetenschap.Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 45
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 46
    • B.3 - VragenlijstWaarom deze vragenlijst?De vragen gaan over cyberpesten. Ik weet niet of je er wel eens van hebt gehoord, maar over het alge-meen wordt cyberpesten omschreven als een vorm van pesten via digitale media. Nu zijn de meningenhier heel erg over verdeeld, en ben ik benieuwd wat jij denkt dat cyberpesten precies is.In het eerste gedeelte worden een paar algemene zaken van je gevraagd, zoals of je een jongen of meis-je bent. Daarna krijg je een 10-tal beschrijvingen die gaan over cyberpesten. Aan jou de taak om vandeze beschrijvingen een top 10 te maken. Vervolgens ben ik benieuwd naar je mening van de beschrij-vingen. Daarna krijg je een aantal ‘acties’ (zoals beledigen, stalken, etcetera) en word je gevraagd omdeze te ordenen of je dit als cyberpesten ziet of niet. Het laatste gedeelte gaat er over of je het, cyber-pesten, zelf wel eens hebt gezien / meegemaakt.Mocht je nog vragen hebben, stel ze dan! Ik help je graag.Alvast bedankt voor je deelname, en veel plezier met het invullen!Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 47
    • VragenlijstOnderdeel A - Basis gegevensMeerdere antwoorden mogelijkGeslacht Jongen MeisjeLeeftijd ............Opleiding VMBO-T HAVO Atheneum GymnasiumMijn cijfers liggen tussen de 5-6 6-7 7-8 8-9 9-10Onderdeel B - Gebruik van digitale communicatie middelenMeerdere antwoorden mogelijkWaarmee heb je toegangtot het internet? Mobiele telefoon Computer DS/PSP Wii/PS3/ XBOX360Ik heb een Facebook profiel Ja NeeIk heb een Hyves profiel Ja NeeIk heb een Twitter profiel Ja NeeAls ik op Facebook/Hyves/Twitterga, doe ik dit vooral via Computer Mobiele telefoon DS/PSP Wii/PS3/ XBOX360Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 48
    • Onderdeel C - Begrippen van CyberpestenMaak een top 10 van de beschrijvingen. Zet op 1 de volgens jou DE beste beschrijvingvoor cyberpesten, en zet op 10 de slechtste beschrijving. Kortom, welke van de volgendebeschrijvingen IS cyberpesten volgens jou? Elke beschrijving mag maar één keer geko-zen worden. Beschrijving Checkbox A Het gebruik van Internet, mobiele telefoons of andere technologie om tekst of afbeeldingen te versturen of te plaatsen met de bedoeling de ander pijn te doen of in verlegenheid te brengen. B Cyberpesten is een nieuwe vorm van pesten die zich voor kan doen via email berichten, berich- ten op een forum, websites, berichten via mobiele telefoon, chat-ruimtes, hacken van een com- puter, en elke andere manier van elektronische communicatie. C Agressie die ontstaat via moderne technische apparatuur, met name mobiele telefoon of het in- ternet. D Cyberpesten is een herhaaldelijke, opzettelijke handeling van een persoon of groep van mensen die als doel hebben een ander te schaden via technologie zoals e-mail, SMS, sociale netwerk sites, chatruimtes, en instant messaging (msn). E Bij cyberpesten heeft de dader de bedoeling om een ander pijn te doen, er moet een herhaalde- lijk patroon in zitten van negatieve online en offline uitspraken, en er moet een machtsverschil zijn -zoals leeftijd en/of technische kennis- tussen de dader en het slachtoffer. F Het verzenden of plaatsen van schadelijke of wrede teksten of afbeeldingen via het internet of andere digitale communicatie apparatuur. G Bij cyberpesten wordt door een groep of een persoon gebruik gemaakt van informatie en com- municatie technologieën zoals e-mail, mobiele telefoon, sms, chatprogramma’s en zwartmaken- de polls om opzettelijke en herhaaldelijk vijandig gedrag te uiten met als doel iemand pijn te doen. H Cyberpesten is iets wat iemand als cyberpesten ervaart. Daarbij kan gezegd worden dat een eenmalige streek daar niet onder valt, maar dan moet de ontvanger daar wel van op de hoogte zijn. I Cyberpesten is wanneer een persoon of een groep mensen het internet, mobiele telefoons of andere digitale media gebruiken om iemand te bedreigen, plagen of mishandelen. J Actie via digitale media (reactie op een profiel, bericht op forum, sms) dat als cyberpesten ont- vangen wordt, maar dat door de zender (niet altijd) zo bedoeld is. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 49
    • Hieronder zie je de beschrijvingen uit de vorige vraag nogmaals. Geef nu per beschrijvingaan of deze klopt, hij volledig is, en waarom dat zo is. Het gebruik van Internet, mobiele telefoons of andere technologie om tekst of afbeeldingen te ver- sturen of te plaatsen met de bedoeling de ander pijn te doen of in verlegenheid te brengen. Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Cyberpesten is een nieuwe vorm van pesten die zich voor kan doen via email berichten, berichten op een forum, websites, berichten via mobiele telefoon, chat-ruimtes, hacken van een computer, en elke andere manier van elektronische communicatie. Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Agressie die ontstaat via moderne technische apparatuur, met name mobiele telefoon of het inter- net. Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Cyberpesten is een herhaaldelijke, opzettelijke handeling van een persoon of groep van mensen die als doel hebben een ander te schaden via technologie zoals e-mail, SMS, sociale netwerk si- tes, chatruimtes, en instant messaging (msn). Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Bij cyberpesten heeft de dader de bedoeling om een ander pijn te doen, er moet een herhaaldelijk patroon in zitten van negatieve online en offline uitspraken, en er moet een machtsverschil zijn -zo- als leeftijd en/of technische kennis- tussen de dader en het slachtoffer. Klopt niet 1 2 3 4 5 KloptVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 50
    • Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Het verzenden of plaatsen van schadelijke of wrede teksten of afbeeldingen via het internet of an- dere digitale communicatie apparatuur. Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Bij cyberpesten wordt door een groep of een persoon gebruik gemaakt van informatie en commu- nicatie technologieën zoals e-mail, mobiele telefoon, sms, chatprogramma’s en zwartmakende polls om opzettelijke en herhaaldelijk vijandig gedrag te uiten met als doel iemand pijn te doen. Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Cyberpesten is iets wat iemand als cyberpesten ervaart. Daarbij kan gezegd worden dat een een- malige streek daar niet onder valt, maar dan moet de ontvanger daar wel van op de hoogte zijn. Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Cyberpesten is wanneer een persoon of een groep mensen het internet, mobiele telefoons of an- dere digitale media gebruiken om iemand te bedreigen, plagen of mishandelen. Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 51
    • Actie via digitale media (reactie op een profiel, bericht op forum, sms) dat als cyberpesten ontvan- gen wordt, maar dat door de zender (niet altijd) zo bedoeld is. Klopt niet 1 2 3 4 5 Klopt Niet volledig 1 2 3 4 5 zeer volledig Waarom? Onderdeel D - Acties & MiddelenMaak een top 16 van wat het meest onder cyberpesten valt, volgens jou. Op 1 zet je wat jij hetmeeste als cyberpesten ziet, en op 16 zet je wat je het minst als cyberpesten ziet. Elke optie magmaar één keer gekozen worden. Daad Checkbox A Plaatsen van berichten op een forum die met opzet aanvallend of beledigend zijn naar de ander B Schelden C Het versturen van virussen D Bedreigen E Hacken F Stalken G Buiten sluiten van digitale groepen (op Hyves, Facebook) H (Schaamtevolle) afbeeldingen versturen / plaatsen van anderen I Seksueel getinte opmerkingen maken J Belachelijk maken K Iemand uitlokken L Negatieve blog schrijven over iemand M Onwaarheden en valse dingen zeggen onder een andere naam op sociale media, fora, msn, e.d. N Vernederen O Lelijke dingen zeggen over iemands uiterlijk P Anders, namelijk.... 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 52
    • Welke van de onderstaande manieren van communiceren worden hetmeest gebruikt door cyberpesters? Elke beschrijving mag maar één keergekozen worden. Cyberpesten is pesten via..: CheckboxA SMSB MMSC iMessage (iPhone messaging)D BBM / Ping (blackberry messaging)E WhatsappF Sociale Media (zoals Hyves, Facebook, Twitter)G WebsitesH ForumsI E-mailJ MSN / Yahoo / Google MessengerK WebcamL GamesM Anders, namelijk.... 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 53
    • Onderdeel E - AanwezigheidIn hoeverre heb je zelf het onderstaande online meegemaakt? Schaal deze items van 1 tot 16. Waarbij jeop 1 zet welke je het meest hebt meegemaakt, en op 16 welke je (haast) niet hebt meegemaakt. Elkebeschrijving mag maar één keer gekozen worden. Daad Checkbox A Plaatsen van berichten op een forum die met opzet aanvallend of beledigend zijn naar de ander B Schelden C Het versturen van virussen D Bedreigen E Hacken F Stalken G Buiten sluiten van digitale groepen (op Hyves, Facebook) H (Schaamtevolle) afbeeldingen versturen / plaatsen van anderen I Seksueel getinte opmerkingen maken J Belachelijk maken K Iemand uitlokken L Negatieve blog schrijven over iemand M Onwaarheden en valse dingen zeggen onder een andere naam op sociale media, fora, msn, e.d. N Vernederen O Lelijke dingen zeggen over iemands uiterlijk P Anders, namelijk.... 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 54
    • Onderdeel F - CategorieënDit is het laatste onderdeel van de vragenlijst. In dit onderdeel geef je per woord/zin aan of je het er meeeens bent dat cyberpesten op een bepaalde manier gebeurd.Cyberpesten gebeurt :Herhaaldelijk eens 1 2 3 4 5 oneensOm een reden, een intentie eens 1 2 3 4 5 oneensSoms 1 keer eens 1 2 3 4 5 oneensAltijd meerdere keren eens 1 2 3 4 5 oneensOm iemand (psychisch) pijn te doen eens 1 2 3 4 5 oneensExpress eens 1 2 3 4 5 oneensAltijd bij een ‘zwakker’ persoon eens 1 2 3 4 5 oneensAltijd door dezelfde personen eens 1 2 3 4 5 oneensOm stoer te doen eens 1 2 3 4 5 oneensWil je verder nog iets kwijt? Zo, dat was het. Heel erg bedankt voor je deelname!Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 55
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 56
    • B.4 - DraaiboekGroepsgesprekDoel van groepsgesprek- Audio opname toestemming vragen- Benadrukken van:• Anonimiteit• Vertrouwensband. Niets is verplicht om te zeggen. Je hoeft geen antwoord te geven. Probleem? Meld bij onderzoeker• Vrijwillig- Voorstellen (onderzoeker & leerlingen)- Uitleg over de bestaande definities van cyberpesten en de verschillen er tussen (praktijk & wetenschap)- Vraag 1: Hoe beschrijven jullie cyberpesten en waar ligt de grens tussen ‘wat is geen cyberpesten’ en ‘wat is welcyberpesten’.- Opdracht 1: Maak nu zelf een beschrijving die past bij cyberpesten- Vraag 2: Waarom hebben jullie deze keuzes gemaakt? Waarom heb je onderdeel X er wel / niet ingedaan?- Vraag 3: Waarom heb je het gevoel / de handeling wel / niet benadrukt?- Resultaten 1: Uit de resultaten is gekomen dat jullie definitie I en .... Voornamelijk op de eerste en tweede plaatszetten.- Vraag 4: Waarom is dat? Waarom staat definitie J op de laatste?- Vraag 5: Waarom zien jullie cyberpesten als wel / niet herhaaldelijk?- Vraag 6: Waarom is leeftijds / machtsverschil niet belangrijk?- Opdracht 2: Overleggen of er een generale definitie verkregen kan worden. Wat moet er allemaal in?- Samenvatten- AfsluitingVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 57
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 58
    • B.5 - Middelen vancommunicatie Positie Letter Beschrijving 1 F Sociale Media (zoals Hyves, Facebook, Twitter) 2 J MSN / Yahoo / Google Messenger 3 K Webcam 4 D BBM / Ping (blackberry messaging) 5 A SMS 6 E Whatsapp 7 C iMessage (iPhone messaging) 8 G Websites 9 I E-mail 10 H Forums 11 B MMS 12 L Games 13 M Anders, namelijk....Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 59
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 60
    • B.6 - Frequentie Top-10definities Welke plaats staat A Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 9 1 ,7 ,7 ,7 10 2 1,4 1,4 2,2 7 8 5,7 5,8 8,0 8 9 6,4 6,5 14,5 6 14 9,9 10,1 24,6 1 16 11,3 11,6 36,2 4 18 12,8 13,0 49,3 3 19 13,5 13,8 63,0 5 20 14,2 14,5 77,5 2 31 22,0 22,5 100,0 Total 138 97,9 100,0 Missing System 3 2,1 Total 141 100,0 Welke plaats staat B Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 9 1 ,7 ,7 ,7 8 6 4,3 4,3 5,1 10 6 4,3 4,3 9,4 7 11 7,8 8,0 17,4 3 12 8,5 8,7 26,1 5 15 10,6 10,9 37,0 6 18 12,8 13,0 50,0Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 61
    • Welke plaats staat B Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 9 1 ,7 ,7 ,7 8 6 4,3 4,3 5,1 10 6 4,3 4,3 9,4 2 21 14,9 15,2 65,2 4 23 16,3 16,7 81,9 1 25 17,7 18,1 100,0 Total 138 97,9 100,0 Missing System 3 2,1 Total 141 100,0 BegrippenC Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 1 1 ,7 ,7 ,7 2 2 1,4 1,4 2,2 3 3 2,1 2,2 4,3 4 6 4,3 4,3 8,7 6 8 5,7 5,8 14,5 5 12 8,5 8,7 23,2 7 14 9,9 10,1 33,3 8 30 21,3 21,7 55,1 9 30 21,3 21,7 76,8 10 32 22,7 23,2 100,0 Total 138 97,9 100,0 Missing System 3 2,1 Total 141 100,0 BegrippenD Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 10 4 2,8 2,9 2,9 9 5 3,5 3,6 6,5 1 9 6,4 6,5 12,9 8 10 7,1 7,2 20,1Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 62
    • BegrippenD Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 10 4 2,8 2,9 2,9 9 5 3,5 3,6 6,5 1 9 6,4 6,5 12,9 4 14 9,9 10,1 30,2 6 15 10,6 10,8 41,0 7 16 11,3 11,5 52,5 2 17 12,1 12,2 64,7 5 24 17,0 17,3 82,0 3 25 17,7 18,0 100,0 Total 139 98,6 100,0 Missing System 2 1,4 Total 141 100,0 BegrippenE Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 1 2 1,4 1,4 1,4 10 4 2,8 2,9 4,3 9 8 5,7 5,8 10,1 3 11 7,8 8,0 18,1 8 13 9,2 9,4 27,5 5 14 9,9 10,1 37,7 2 17 12,1 12,3 50,0 4 17 12,1 12,3 62,3 6 26 18,4 18,8 81,2 7 26 18,4 18,8 100,0 Total 138 97,9 100,0 Missing System 3 2,1 Total 141 100,0Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 63
    • BegrippenF Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 10 3 2,1 2,2 2,2 2 6 4,3 4,4 6,6 1 8 5,7 5,8 12,4 9 11 7,8 8,0 20,4 8 13 9,2 9,5 29,9 3 17 12,1 12,4 42,3 6 17 12,1 12,4 54,7 4 19 13,5 13,9 68,6 7 21 14,9 15,3 83,9 5 22 15,6 16,1 100,0 Total 137 97,2 100,0 Missing System 4 2,8 Total 141 100,0 BegrippenG Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 10 1 ,7 ,7 ,7 9 6 4,3 4,3 5,0 8 9 6,4 6,5 11,5 7 11 7,8 7,9 19,4 6 12 8,5 8,6 28,1 5 13 9,2 9,4 37,4 4 18 12,8 12,9 50,4 2 19 13,5 13,7 64,0 1 22 15,6 15,8 79,9 3 28 19,9 20,1 100,0 Total 139 98,6 100,0 Missing System 2 1,4 Total 141 100,0Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 64
    • BegrippenH Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 2 1 ,7 ,7 ,7 3 4 2,8 2,9 3,6 4 5 3,5 3,6 7,3 1 6 4,3 4,4 11,7 5 6 4,3 4,4 16,1 6 6 4,3 4,4 20,4 7 16 11,3 11,7 32,1 10 30 21,3 21,9 54,0 9 31 22,0 22,6 76,6 8 32 22,7 23,4 100,0 Total 137 97,2 100,0 Missing System 4 2,8 Total 141 100,0 BegrippenI Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 10 1 ,7 ,7 ,7 9 3 2,1 2,2 2,9 7 6 4,3 4,3 7,2 5 7 5,0 5,1 12,3 8 7 5,0 5,1 17,4 6 13 9,2 9,4 26,8 3 14 9,9 10,1 37,0 4 16 11,3 11,6 48,6 2 21 14,9 15,2 63,8 1 50 35,5 36,2 100,0 Total 138 97,9 100,0 Missing System 3 2,1 Total 141 100,0Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 65
    • BegrippenJ Cumulative Frequency Percent Valid Percent Percent Valid 4 2 1,4 1,4 1,4 3 4 2,8 2,9 4,3 5 4 2,8 2,9 7,2 2 5 3,5 3,6 10,8 6 9 6,4 6,5 17,3 7 9 6,4 6,5 23,7 8 9 6,4 6,5 30,2 9 40 28,4 28,8 59,0 10 57 40,4 41,0 100,0 Total 139 98,6 100,0 Missing System 2 1,4 Total 141 100,0Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 66
    • B.7 - Frequenties kenmerkencyberpestenVan Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 67
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 68
    • Van Leeuwen, J.C. - 2012 - Jongeren en Cyberpesten: de zoektocht naar een centrale definitie 69