Your SlideShare is downloading. ×

Het Nieuwe Uitgeven

206

Published on

Management presentatie voor Uitgeverij Nassau (destijds nog van Wolter Kluwer), om commitment te krijgen voor uitrol van Online Strategie. Ik was bij Nassau verantwoordelijk voor (te formuleren en …

Management presentatie voor Uitgeverij Nassau (destijds nog van Wolter Kluwer), om commitment te krijgen voor uitrol van Online Strategie. Ik was bij Nassau verantwoordelijk voor (te formuleren en uitvoeren van ) online strategie van 5 papieren uitgaven.

Published in: Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
206
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Het Nieuwe Uitgevenvisie en strategie voor Vraag en Aanbod Rick Maresch
  • 2. Inhoud:1 – Inleiding2 – Cijfers en statistieken Vraag en Aanbod + Wie Levert3 – Onderzoek mediaconsumptie4 – User Generated Content5 – Multimediale communicatiestrategie6 – Opportunity knocks  Community Building7 – Van traffic naar conversie8 - Note
  • 3. 1 - Inleiding uit·ge·ven2 (ov.ww.) 1 als betaling geven 2 iets in omloop brengen 3 in druk geven, doen drukken en verhandelen => publicerenDe marktgroep Handelsinformatie kent een tweetal (multimediale) producten: Vraag en Aanbod enWie Levert. Beide producten richten zich op ondernemers in het industriële midden- en kleinbedrijf,toelevering, handel, bouw, hout, logistieke en zakelijke dienstverlening.In dit document behandelen we louter Vraag en Aanbod, gezien het gegeven dat Wie Levert als‘leveranciersregister’ in de markt is gezet.De krant Vraag en Aanbod kent een wekelijkse verschijning in een oplage van circa 21.000exemplaren. Vier keer per maand verschijnt er bij de krant een Regio-editie (Noord, Zuid, Oost,west) in een magazineformaat. Daarnaast verschijnen er circa 15 special per jaar, gerelateerd aanbeurzen en thema’s.De (vernieuwde) site www.vraagenaanbod.nl is sinds oktober 2005 online. Doelstelling is in eersteinstantie het bieden van een ‘marktplaats’ voor dezelfde doelgroep als de krant. In 2005 heeft eengedetacheerde internetadviseur van het bureau Share of Mind te Zeist een OnlineMarketingprogramma ontwikkeld met tijdsplanning, wat de leidraad is geweest voor de activiteitenin 2006. In 2006 is de vacature Marketing Coördinator ingevuld door het aantrekken van eenInternet Marketeer van Wanadoo, voorheen ook werkzaam geweest bij AmericaOnline/Compuserve en World Online/Tiscali.Naar aanleiding van een in het Online Marketingprogramma opgenomen en in 2006 uitgevoerdeusability expert analyse is op dit moment ‘versie 2.0’ in ontwikkeling. Dit is de opmaat naar‘multimediaal uitgeven’.De marktgroep Handelsinformatie biedt:a) Commercieel: een onafhankelijk platform, waar vraag en aanbod (handel) bijeen wordt gebracht voor ondernemers in het industriële MKB (maak- of discrete industrie) en in de bouw, en daarop gerichte toelevering en uitbesteding door het faciliteren van een multimediaal transactiegericht en communicatieplatform (marktplaats en leveranciersregister)b) Redactioneel: het professionaliseren van de management, in- en verkoopfunctie bij bovengenoemde doelgroep. Beide met als doel de omzet en/of winstgevendheid van onze klanten te verbeteren.
  • 4. 2 – Cijfers en statistiekenVraag en Aanbod internetAfgelopen jaar heeft de site www.vraagenaanbod.nl eensterke groei doorgemaakt. Door uitvoeren van deactiviteiten in het Marketing Activiteitenplan 2006 zijn depageviews gestegen.Van in januari een gemiddelde van 92.000 zijn wegestegen naar aan het einde van 2006 een gemiddeldevan 121.000 pageviews per maand.Omgerekend zijn dit gemiddeld 702 unieke bezoekersper dag. Het aantal unieke bezoekers per maand is gestegen van 13.000 naar gemiddeld 22.000 per maand. In totaal zijn er in 2006 261.885 unieke bezoekers bereikt, waarvan 76% nieuw is.Het aantal ingeschreven gebruikers vanaf start van de site (oktober 2005) bedraagt in totaal2835, waarvan sinds de start met Google Adwords (augustus 2006) tot en met maart 2007 er 1035zich hebben ingeschreven.3 - Onderzoek mediaconsumptieMet ruim 40% blijft de consument vooralsnog de krant als de belangrijkste nieuwsbron zien,gevolgd door de televisie met 38%. Radio is voor 12% het meeste favoriet en slechts 8% geeft devoorkeur aan het internet. Vooral Nederlanders en Duitsers beschouwen de dagbladen als devoornaamste bron om op de hoogte te blijven van het nieuws.Internet is na TV en radio het derde medium waar Nederlanders de meeste tijd aan besteden. Datblijkt uit het jongste mediaconsumptieonderzoek onder 1.200 Nederlanders van 15 jaar en ouderdoor de STIR.In Nederland hebben nu ruim 10 miljoen mensen toegang tot internet waarvan 87% viabreedband. Gemiddeld besteedde men eind 2006 de meeste tijd (36%) aan televisiekijken, gevolgddoor radio (31%) en internet (20%). Aan dagbladen en tijdschriften worden respectievelijk 8% en5% van de beschikbare mediatijd besteedt. Onder jongeren is internet inmiddels het meest
  • 5. gebruikte medium. Van alle tijd die beschikbaar is voor media neemt het medium in deze groepmet 43% de eerste plaats in.Volgens het onderzoek Entertainment & Media Outlook towards 2010 van Price, WaterhouseCoopers is de krimp in de Nederlandse krantenmarkt langzaam op zijn retour. In 2005 bedroegdeze nog 0,3%, tegen 1,9% in 2004 en meer dan 7% in 2001-2002. De totale omzet steeg lichtdoordat een prijsstijging de afname van abonnementen compenseerde. Voor het vijfdeachtereenvolgende jaar namen advertenties af, maar de afname van 1,5% in 2005 was de lichtstein die periode. De marktverbetering is mede te danken aan de groei van de gratis kranten.Online kranten worden nog relatief weinig verkocht en online abonnees genereren veel minderomzet. Het aandeel van de Nederlandse krantenmarkt in die van West-Europa als geheel daaldevan 5,4% in 2001 naar 4,9% in 2005.Het percentage niet-abonnees dat aangeeft nooit een abonnement op een krant te zullen nemen issinds 2004 gestegen van 30 naar 36%. De belangrijkste redenen om geen abonnement op eenkrant te hebben, zijn drie jaar achtereen de hoogte van de abonnementsprijs (58%) en het feit datmen genoeg heeft aan nieuws via TV (49%) en internet (47%).De komende vijf jaren zien er nog beter uit voor de betaalde kranten door een betere economie eneen toename van de belangrijkste lezersgroep, de 45-plussers. De populariteit van de gratiskranten neemt toe onder de jongere lezers en de adverteerders. Met online kranten kunnen deuitgevers van betaalde kranten het krantenmerk verstevigen en lezers trekken. Bovendien tonenadverteerders, die hun aandacht naar internet verleggen, grote interesse. De advertentiemarkt zaltussen 2006 en 2010 licht gaan groeien en stijgende prijzen zullen de oplageomzet doen stijgen,ook al daalt het aantal verkochte nummers. De totale krantenmarkt zal toenemen van 2,25 miljardeuro in 2005 tot 2,45 miljard euro in 2010, een jaarlijkse groei van 1,7%. De vrij snelle daling vanhet Nederlandse aandeel in de West-Europese krantenmarkt zal nog heel licht afnemen tot 4,8% in2010.Gezien bovenstaande gegevens kan geconstateerd worden dat de 40% die de krant nog steeds alsvoornaamste bron van nieuws ziet, maar deze bron echter minder lang raadpleegt en voor meernieuws/informatie/interactie een ander platform gebruikt, te weten internet.De gebruiker grijpt de macht op internet, dat blijkt uit de tweede editie van ‘Het NationaalInternetonderzoek’ van Webwereld dat is uitgevoerd onder het Nederlands publiek door TNS/NIPO.Het onderzoek laat zien dat internet een onmisbare factor is in het leven van de consument. Maarhet draait niet meer alleen om e-mail en zoekmachines. Webcontent afkomstig van gebruikers zelfzet nu de toon. Vraag- en aanbodsites en filmpjes, foto’s en artikelen van gebruikers zelf winnenenorm aan populariteit.Uitgeven vergt dus een geheel nieuwe aanpak en resulteert in nieuwe publishing-, business enadvertentiemodellen.
  • 6. Klassieke vormen: Nieuwe vormen: - print - Internet : - audio/visueel website, weblog, RSS, email, etc.Kenmerken: - Mobile : - gecompliceerde productie en distributie SMS, MMS, TV - eenzijdige communicatie - iPod : - eenmalige consumptie podcast, vodcast - DTV/IPTV : Content+, harddisk, VOD - Social Media : Forums, Wiki’s, Social Networks, User Generated Content4 - De nieuwste trend: User Generated ContentUser-generated content (letterlijk vertaald: Door gebruikers gegenereerde inhoud) is eeninhoudelijke bijdrage van een niet-professionele gebruiker aan een online medium. Dit integenstelling tot de traditionele manier, waar professionele mensen in dienst van een mediabedrijfde inhoud van een media produceren. Voorbeelden van user-generated content zijn bijvoorbeeldfotos, videos of audioopnames. Maar ook recensies, weblogs of recepten zouden geschaardkunnen worden onder het begrip user-generated content.
  • 7. Voorbeelden van enige sites waar User Generated Content wordt gebruikt, zijn:Nederlandse kranten die onderdelen (en/of een variant) zoals hierboven vermeld aanbieden op hunsite zijn de Telegraaf, AD, Volkskrant, NRC Next, Gelderlander, Metro, Spits en de Pers.Het bereik van dagbladenportals is in januari voor het eerst voor alle 28 titels gemeten. Naast de aldoor STIR gemeten websites van PCM, TMG en Wegener worden vanaf januari door Cebuco ook deresterende sites gemeten. De organisatie kan daardoor maandelijks het complete beeld voor dezegroep websites naar buiten brengen en meer inzicht bieden in bezoektrends en bezoekersprofielen.Omdat veel nieuwssite-bezoekers niet op een fysieke krant geabonneerd zijn, voegen de portalsveel bereik toe aan de papieren editie. Dat valt op te maken uit de individuele metingen van deverschillende uitgevers. Maar ook in de STIR-cijfers is terug te vinden dat de gemiddelde bezoekerdiverse nieuwssites raadpleegt. Omdat de bereikscijfers uit verschillende bronnen afkomstig zijn -print uit NOM en online uit STIR - is het gecombineerde bereik van dagblad en site nog nieteenduidig vast te stellen. Cebuco maakt zich momenteel binnen de twee bereiksonderzoeken hardom het gecombineerde bereik te kunnen rapporteren.Desondanks loopt het bereik van de 4 toonaangevende krantensites terug (zie afbeeldinghieronder).
  • 8. Daar staat dan wel tegenover dat een andere, niet-traditionele, nieuwssite in dezelfde periodestevig groeit. Om nog maar niet te spreken over weblogs en andere sites in de categorie "usergenerated content" (zie afbeelding hieronder).De trend is derhalve duidelijk zichtbaar dat sites die User Generated Content sterk aan terreinwinnen.Sites die hun businessmodel voornamelijk stoelen op inkomsten genereren via (voornamelijk)online advertising (display advertising) komen hierdoor steeds sterker onder druk te staan. Ditmodel hanteert namelijk het CPM-model.5 - Behoefte aan advisering bij multimediale communicatiestrategieHet rapport B2B Mediabestedingen 2007-2008 van de NUV concludeert, dat doordatdoelgroepen van adverteerders (meer enmeer) online zijn en op die manier dus goedbereikt kunnen worden, heeft onlinecommunicatie zich in korte tijd een geheeleigen en unieke positie verworven in decommunicatiemix van adverteerders enmediabureaus.Het figuur hiernaast laat zien dat deadverteerders laten merken dat zij het opprijs stellen om communicatieadvies teontvangen van de uitgever.In de bedrijfssector Industrie heeft menbijvoorbeeld een sterke behoefte aanondersteuning op het gebied vanzoekmachine-marketing.
  • 9. De ondersteuning kan verder gaan dan advies. De B2Badverteerder zoekt naar creatieveoplossingen voor het invullen en realiseren van zijn communicatiedoelstellingen. Advertorialszijn erg interessant en er is een duidelijke behoefte aan meer multimediale proposities van de B2B-uitgever voor de adverteerder.Er is een nieuw mediumtype bijgekomen dat nieuwe waarde toevoegt en een prima combinatievormt met bestaande media en zeker met print. Ook voor arbeidsmarktcommunicatie werken printen online zeer versterkend op elkaar. Vanuit de behoefte om meer multimediaal met de doelgroepte communiceren, zien adverteerders een taak weggelegd voor uitgevers om hen te adviseren ophet gebied van integrale mediacommunicatie om samen met hen naar creatieve oplossingen tezoeken voor het invullen en realiseren van hun communicatiedoelstellingen.Adverteerders zoeken individueel en interactief contact met de doelgroepEr is meer vraag naar segmentatie en afbakening van verschillende doelgroepen. Het ultieme doelhierbij is om een-op-eencommunicatie met de klant te realiseren. De B2B-uitgever kan deadverteerder hierin tegemoet komen door middel van online platforms, maar ook door hetorganiseren van meer kleinschalige events.Naast het streven naar individualisering van campagnes is de doelgroepenbenadering in B2B nogsteeds waardevol. B2Buitgevers kunnen hun reeds aanwezige kennis van hun doelgroepen actieverinzetten en uitbouwen via crm en op die manier bouwen aan meerwaarde voor de adverteerder.Adverteerders besteden steeds vaker een deel van het marketingbudget in eigencommunicatiekanalen.B2B-adverteerders verwachten veel van weblogs, communities, e-nieuwsbrieven, e-zines.Momenteel worden deze grotendeels in eigen beheer ontwikkeld.Conceptontwikkeling en realisatie van deze productvormen is juist een kerncompetentie vanuitgevers. Zij lijken hier kansen onbenut te laten. Uit de interviews met adverteerders maken wijop dat uitgevers onvoldoende bezig zijn geweest met het ontwikkelen van een relatie metadverteerders en vooral handelen vanuit een sales-gerichte aanpak. Kansen liggen er naaronze mening als uitgevers meer in diensten gaan denken dan in salesdoelstellingen.Accountability wordt steeds meer verwachtEen campagne zonder effectmeting is voor de adverteerder steeds minder acceptabel. De digitalemedia bieden veel mogelijkheden op dit gebied, wat een belangrijkaspect van hun aantrekkingskracht is. Voor B2B-tijdschriften is het in het behoud van de‘advertentie-euro’ daarom essentieel om mogelijkheden te bieden tot snelle effectmeting vanadvertenties.Belangrijke drijfveer voor adverteerders is de mogelijkheid om online direct met hun klanten tekunnen communiceren en de effecten van hun inspanningen meetbaar te krijgen.
  • 10. Hoewel adverteerders daar niet naar zijn gevraagd in het onderzoek van de NVU, is deonderliggende primaire ontwikkeling dat de klanten van adverteerders meer en meer online zijn enop die manierinmiddels dus ook uitstekend bereikt kúnnen worden. Uit dit onderzoek blijkt klip en klaar dat deB2B-adverteerder zijn klant online zal volgen. Kortom: het bereiken van doelgroepen staat bijadverteerders nog steeds voorop en dat kan met de komst van het online kanaal nu nog beter endan ook nog eens uitstekend meetbaar.Adverteerders willen multimediaal met doelgroepen communiceren, goed gesegmenteerd en steedsvaker ook interactief. Online kanalen bieden daartoe zeer specifieke mogelijkheden.De komst van de vele nieuwe kanalen maakt de marketingcommunicatiemix voor adverteerderssteeds complexer en gefragmenteerder. De kansen voor uitgevers lijken dus te liggen doorgesegmenteerde en samenhangende productinnovaties te bieden en de adverteerder teondersteunen in zijn communicatiedoelstellingen, hierdoor voegt de uitgever waarde toe die zichook nog eens steeds beter laat meten qua effectbereik.Hierbij kunnen de traditionele printuitingen van uitgevers nog steeds een belangrijkebereiksversterkende en responseverhogende rol in de communicatiemix van de adverteerdervervullen.Online media geven de adverteerder direct en effectief inzicht in het effect van de advertentie-euroals het gaat om (door)klikgedrag en zelfs conversie. Van uitgevers worden nieuwebusiness proposities verwacht die het effect voor de adverteerder duidelijk in verband brengen metde investering, het liefst zo direct en kwantitatief mogelijk.6 - Opportunity knocks  Community BuildingGezien bovenstaande uitkomsten van onderzoeken kan gesteld worden dat folio onlosmakelijk zalverbonden blijven met internet. De kracht van het ‘product’ is het combineren van zowel content,publicatie-platform, marketing en advertentiemodellen. Het uitgangspunt dient te zijn wat vooreen toegevoegde waarde het ontsluiten of beschikbaar stellen van content via welk platform heeft.Hierbij dienen de mogelijkheden, on niet te vergeten onmogelijkheden van elk platform grondigonderzocht te worden op ‘haalbaarheid’ qua businessmodel.Wat betreft Nassau zal de focus de aankomende tijd dienen te liggen op een aantal onderdelen.
  • 11. Meer ‘feeling’ krijgen in uitgeven op meerdere publicatie-platforms Niet louter het ontsluiten van content dient het ‘doel’ te zijn, maar het creëren van een ‘community’ binnen de doelgroep, gebruikmakend van de multimediale middelen die beschikbaar zijn voor het betreffende medium. Hierbij zal de toegevoegde waarde voor de bezoekers voorop moeten staan. Folio zal niet verdwijnen, maar het medium ‘papier’ zal een andere rol krijgen. De informatie die via de krant wordt ontsloten zal ook op andere platforms beschikbaar gesteld dienen te worden. Van de redactie zal meer innoviteit gevraagd worden in ‘crossmediaaldenken’. Bijvoorbeeld: een artikel in de krant, maar meer achtergrondinformatie op de site (zieafbeelding hierboven).Willen bezoekers hierop reageren (commentaar plaatsen of een artikel beoordelen) een reactiesturen naar de redactie of onderling discussiëren, dan moet dat mogelijk zijn.Op deze manier wordt er interactiviteit mogelijk gemaakt en gestimuleerd.Publiceren is ‘klanten binden’Klein sociaal netwerk heeft actievere gebruiker. Hoe intiemer een onlinesociaal netwerk, hoe actiever de leden. Die conclusie trekt het AmerikaanseCommunispace op basis van eigen onderzoek. Het bedrijf deed onderzoekonder bijna 26.000 leden van 66 afgesloten online gemeenschappen meteen gemiddelde grootte van tussen de 300 en 500 leden. Communispacevergeleek het gedrag van de leden van de kleine netwerken, met hetgedrag van leden van grote netwerken als MySpace.Eén van de resultaten van het onderzoek is dat 86 procent van de leden van kleine netwerkengetypeerd kan worden als actief; zij leveren regelmatig bijdragen in de vorm van bijvoorbeeldreacties, blogpostings en uploads van fotos of videos. Een percentage van 14 procent is zeerpassief. Het percentage van ‘heel actieve leden ligt bij de grote online netwerken volgens deonderzoekers op zon één procent. De overige 99 procent is zeer passief bij de grote netwerken.
  • 12. Wat zijn de mogelijkheden om community building te bewerkstelligen?Er zijn veel toepassingen en mogelijkheden voorhanden en te ontwikkelen ter aanvulling van desite(s). Ik heb daarom hieronder een selectie gemaakt, om de reden dat ze:a: niet kostbaar zijnb: het geen lange implementatietijd vergtc: direct een toegevoegde waarde hebben (ook t.o.v. de concurrentie)Het directe gevolg is dat het aantal pageviews zal stijgen, het zal een nieuwe doelgroepaanspreken/bereiken (daardoor het unieke bereik) en het is de opmaat naar eventuelevervolgtoepassingen.Share of Mind is gevraagd om een ‘haalbaarheidsonderzoek’ te verrichten naar de mogelijketransformatie (eerste stap is genomen van ‘marktplaats’ naar een site met meer ‘Nieuws’) naar eencommunity voor de doelgroep. Daarbij in het achterhoofd houdend dat ook de studenten van hedenonze klanten en gebruikers in de toekomst zullen zijn.De ‘trigger’ moet zijn dat bezoekers/leden een toegevoegde waarde ervaren en beleven, indien zedeel uitmaken van de Community Vraag en Aanbod.ForumIndien men lid is van het forum kan mendit platform gebruiken om overvakgerelateerde onderwerpen tediscussiëren. Op deze wijze wordt deonderlinge kennisuitwisseling bevorderd.Tevens kan er gebruik worden gemaakt omvragen te stellen aan ‘een expert’ opbetreffende vakgebied. Indien de leden vande Metaalunie zijn ondergebracht bij Vraagen Aanbod kan deze ‘service’ aangevuldworden met adviezen op allerleionderdelen: juridisch, fiscaal,bedrijfsopvolging, personeel, etc..
  • 13. Interactie op Nieuws bevorderen Om het berichtgeving niet louter statisch te brengen kan er meer gebruik worden gemaakt van de (technische) mogelijkheden die internet biedt. Op dit moment worden er vier ‘tools’ aangeboden (de bovenste vier in linker illustratie).Maar dit kan uitgebreid worden. Hierbij valt te denken aan het toevoegen van ‘tools’ bij elk artikel,zoals: - discussieer op het forum over dit artikel/onderwerp - plaats een reactie op de site (deze verschijnt dan onderaan het betreffende artikel) - zoek relevante berichten over dit onderwerp - bekijk het videoverslag (indien relevant)Er zijn, technisch gezien, nog meer mogelijkheden toepasbaar. Te denken valt aan diverse Web 2.0ontwikkelingen.Foto-album Sinds de Metavak 2006 zijn we gestart met het maken van foto’s op de stand van Vraag en Aanbod. Hieraan worden verschillende thema’s gekoppeld. Het doel is tweeledig: het creëren van ‘stickyness’ en het genereren van email-adressen ten behoeve van de Vraag en Aanbod Nieuwsbrief.
  • 14. Er is ervoor gekozen om in eersteinstantie de registratie, om gebruik tekunnen maken van de ‘Fotogallery’ nietals verplicht te stellen.Zodoende is het gebruik ervanlaagdrempelig en bevordert demogelijkheid tot het versturen van e-cards hopelijk het virale aspect.Alle emailadressen (van degenen diestemmen op foto’s en ook de verzender+ ontvangers van e-cards) worden ineen database vastgelegd.Google MapsMiddels gebruikmaken van een openbare programmeer-code is het eenvoudig om gebruik temaken van Google Maps. Hiermee zou het dan mogelijk moeten zijn om advertenties per rubriekop een kaart (zie onder) te tonen. Na het klikken op een zogenaamde ‘marker’ verschijnt er een popup-venster met een korte omschrijving van de advertentie. Nadat men hierop heeft geklikt gaat men naar de betreffende advertentie op de site van Vraag en Aanbod. Deze toepassing is ook te gebruiken voor Bedrijfsprofielen/Bedrijf in Beeld.
  • 15. ‘Dubbelplaatsing’ van bedrijvenOp de sites Vraag en Aanbod en opWie Levert kunnen bedrijven zichzelfprofileren middels respectievelijk een‘Bedrijf in Beeld’ en een ‘Wie LevertPakket’.Om het ‘exposure’ van bedrijven tevergroten kan worden overwogen omop de site Vraag en Aanbod een‘startpagina’ aan te bieden, metdaarop bedrijven uit de relevanterubrieken op Vraag en Aanbod dieeen link kunnen plaatsen naar huneigen site.Omdat het begrip CPM nog niet voldoende in ingeburgerd, kan de mogelijkheid overwogen wordenom hier een vast bedrag (per 6 of 12 maanden) voor te vragen. Dit kan onderdeel uitmaken vaneen ‘exposure-pakket’ en worden gekoppeld aan een aanbieding bij ‘display adverteren’.Indien er word gemeten hoevaak er op een link wordt geklikt, kan voor de adverteerderinzichtelijk worden gemaakt wat het directe resultaat is van de linkvermelding op de sitevan Vraag en Aanbod. Dit is dan een verkapte variant op het CPC-model.CrosspromotieOp de pagina ‘Zoek op Rubriek’ vanWie Levert kan een skyscraper (meteventueel dynamische content metactuele advertenties) wordengeplaatst, met de ‘boodschap’ datmen voor het ver- en aankopen vantweedehands apparatuur etc. ookbij Vraag en Aanbod eenadvertentie kan plaatsen.
  • 16. 7 – Van traffic naar conversieDoor het gestructureerd en planmating uitvoeren van het online marketingprogramma is het bereikvan de site gestegen.Volgende stap zou moeten worden het converteren van ‘kijkers’ naar ‘kopers’. Het aantal van 2835actieve registranten moet sterk gaan stijgen. Met de nieuwe implementatie van de Nedstat-tellerskan vanaf de release van de nieuwe site inzichtelijk worden gemaakt tot op detail hoe de conversievan de bezoekers verloopt, en derhalve ook bijgestuurd worden.Het percentage nieuwe bezoekers bedraagt 74,9% tegen 25,1 % terugkerende bezoekers. In de tweede week van april 2007 is gestart met het wekelijks versturen van een Vraag en Aanbod Nieuwsbrief. Reële ervaringcijfers zijn er nog niet, maar de eerste resultaten zijn: - Aantal verstuurde emails: 2356 - Hard bounces (=niet (meer) bestaande adressen): 170 - Afmeldingen: 26 - Tell-a-friends: 2
  • 17. Doorkliks:Voorlopige conclusie: is het een succes? Het is te vroeg om hierover een oordeel te kunnenvormen, want we hebben nog niet bepaald wat onze benchmark (=doelstelling) is.In vergelijking met algemene ervaringscijfers uit de markt wordt een open ratio van tussen de32% en 38% als benchmark genomen. Met het open ratio van 49% zitten we dus ruim aan degoede kant van dit gemiddelde. Dit hangt tevens af van de dag (en zelfs het tijdstip) waarop demailing wordt verstuurd; op basis van een onderzoekje hebben wij ervoor gekozen om de mailingelke dinsdag na 12.00 uur te versturen, maar wellicht is de donderdag een betere dag. De praktijkzou dit moeten uitwijzen.De aankomende periode zullen we dus gebruiken om ervaringscijfers op te doen, die vervolgens alsbasis moeten dienen om onze benchmark te gaan bepalen.
  • 18. 8 – NoteIk realiseer me dat in deze visie niet is meegenomen wat de insteek, bijdrage en uitvoering van deredactie van Vraag en Aanbod dient te zijn, met betrekking tot de ‘kruisbestuiving’ van krantversus site. Om een completer beeld te vormen zou derhalve het ‘Internet Redactieplan’geïntegreerd dienen te worden in dit document.

×