• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Presentatie1
 

Presentatie1

on

  • 309 views

 

Statistics

Views

Total Views
309
Views on SlideShare
303
Embed Views
6

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

2 Embeds 6

http://lj-toys.com 4
http://l.lj-toys.com 2

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Presentatie1 Presentatie1 Presentation Transcript

    • Kingdom of Nirvoas
    • Het verval van Nirvoas De rondreis door Nirvoas heeft diepe indruk gemaakt op Tinus en zijn gevolg. Het land valt uit elkaar, en verkeert in grote crisis. Tinus probeerde zijn broer de koning tot actie aan te zetten in een heftig gesprek, maar zonder resultaat. Tinus is er nu zeker van dat hij zélf iets moet doen, wil er verandering in Nirvoas komen. Op het platteland eiste de armoede nu ook een slachtoffer bij de familie Brands: de ziekelijke Wouter stierf. Bij de adel werd de thuiskomst van de mannen feestelijk gevierd. Tinus’ zoon Arthur en dochter Leonore groeiden op. Nu: een tijdsprong van twee jaar.
    • ♠ Koninklijke familie Nicolaas II x Marie-Louisa Nicolina Nicolaas III
    • Twee jaar waren inmiddels voorbij gegaan. Jaren van onrust, angst, armoede en sterfte in Nirvoas – maar jaren van welvaart, rust en welgevulde magen op het koninklijke kasteel. Nicolaas II was uit zijn depressie ontwaakt en vanaf dat moment smeet hij het geld er in razend tempo doorheen.
    • Hij liet het hele kasteel verbouwen. Er werd zelfs een slotgracht aangelegd, compleet met ophaalbrug en kantelen op de kasteelmuren.
    • De grote zaal van het kasteel was weer vol leven, zoals het ooit ook geweest was. Gasten vanuit heel het land kwamen over de vloer – al had de koning duidelijk minder vrienden dan vroeger. Hij gaf enorme banketten, waarbij de duurste gerechten geserveerd werden en waarbij, na afloop, meer dan de helft bij het vuilnis belandde.
    • Ook zonder gasten hield de koning niet op met zijn nieuwe feestelijke levensstijl. Samen met zijn zoon dronk hij regelmatig – misschien iets té regelmatig – een glaasje wijn. Onder het mom van ‘zaken bespreken’ zaten ze dan bij elkaar, maar veel zinnigs kwam er nooit uit hun conversaties.
    • De oude koning schonk twee glazen vol wijn, en zette het toen op een zingen: “ Den uil die op den peerboom zat den uil die op den peerboom zat en boven zijn hoofd daar zet er een kat, van simme don deine, van farilonla, en boven zijn hoofd daar zat er een kat, den uil vivat, den uil vivat! Den uil die schoot in enen droom den uil die schoot in enen droom en viel van boven van den boom, van simme don deine, van farilonla, en viel van boven van den boom, den uil vivat, den uil vivat!” Meteen kwam zijn zoon de zaal binnen – die wist wel hoe laat het was als hij zijn vader weer één of ander drinkliedje hoorde zingen.
    • Nicolaas III glimlachte en zette het glas aan zijn lippen. Toen begon hij ook te zingen – hij kende dit lied wel, over de uil die uit de boom viel. “ Den uil die dan zijn pootje brak den uil die dan zijn pootje brak en ze staken hem in een lijnwaden zak, van simme don deine, van farilonla, en ze staken hem in een lijnwaden zak, den uil vivat, den uil vivat! Ze droegen hem al bij den doktoor ze droegen hem al bij den doktoor en de juffrouw die kwam zelve voor, van simme don deine, van farilonla, en de juffrouw die kwam zelve voor, den uil vivat, den uil vivat!”
    • “ Men trok hem wel zes onsen bloed men trok hem wel zes onsen bloed 't is jammer dat hij sterven moet, van simme don deine, van farilonla, 't is jammer dat hij sterven moet, den uil vivat, den uil vivat! Den uil die gaf dan zijne geest den uil die gaf dan zijne geest 't is spijtig van zo schonen beest, van simme don deine, van farilonla, 't is spijtig van zo schonen beest, den uil vivat, den uil vivat!”
    • “ Ze droegen hem al naar het kerkhof ze droegen hem al naar het kerkhof en hij werd begraven al met een lof, van simme don deine, van farilonla, en hij werd begraven al met een lof, den uil vivat, den uil vivat! De koster met zijn droeve stem de koster met zijn droeve stem die zong van Domine Requiem, van simme don deine, van farilonla, die zong van Domine Requiem, den uil vivat, den uil vivat!”
    • Dronken en buiten adem hingen de koning en de kroonprins over de tafel. ‘ Het arme beest.’ hikte Nicolaas II. Zijn zoon grijnsde en pakte nog een glas wijn van het zilveren dienblad. Geen van beiden dachten ze ook maar een seconde aan hun volk.
    • In de winter van twee jaar terug was de situatie in Nirvoas zó ernstig geworden, dat er opstanden ontstonden. Groepjes uitgehongerde boeren en arbeiders probeerden het kasteel binnen te dringen. Dit probleem loste de koning snel op, door eenvoudig één van hen in het schandblok te zetten, net zo lang tot hij stierf.
    • Het ongelukkige slachtoffer stond zo wel vier dagen lang, tot zijn knieën in de sneeuw – tot de dood hem eindelijk kwam verlossen. Nicolaas liet het lichaam in de schandpaal staan, zodat het als voorbeeld zou dienen voor eventuele nieuwe herrieschoppers. Het werkte. Er kwam niemand meer.
    • En zo stond het koninklijke kasteel daar, indrukwekkend in de zon, en genoten zijn bewoners van een onbezorgd leventje vol vreten en zuipen. De rode banieren met het wapen van de koning wapperden trots in de wind – naast het lijk van een onschuldige burger.
    • ♠ Adel – Familie Dagheraath Jan x Larissa Dydderick Abraham x Victoria Helena Bedienden: Nelleke x Alex Joris
    • Een vreselijke brand had het hele landgoed van heer Dagheraath verwoest. Niemand wist precies waardoor het was gekomen, maar waarschijnlijk was er ergens iets mis gegaan met een open haard. Nu stond de familie voor hun nieuwe thuis.
    • Aan het eind van een prachtig aangelegde tuin lag het enorme landhuis. ‘ Ik denk dat we ons hier wel thuis zullen voelen.’ zei Jan, en hij sloeg zijn arm om zijn vrouw Larissa heen. Iedereen was stil. Ze waren allemaal erg gehecht geweest aan hun vorige huis.
    • Het water van de gouden fontein kletterde vrolijk en de perfect symmetrische bloembedden verspreidden een heerlijke zoete geur.
    • Jan had gelijk gehad – al gauw voelde iedereen zich thuis in de nieuwe villa. Abraham Daesdonck had weer zijn eigen studeerkamer gekregen, op zolder, net als in het vorige huis. Uren kon hij daar doorbrengen, met zijn boeken en landkaarten.
    • Er was echter veel veranderd in de afgelopen twee jaar. Abraham was getrouwd! En niet met zo maar een meisje, maar met een meisje uit een zeer rijke familie. Door met haar te trouwen, werd Abraham dus in één klap een belangrijke edelman, iemand met status en bezit.
    • Maar alle financiële voordelen vielen in het niet bij de schoonheid van zijn vrouw. Victoria heette ze. Toen Abraham haar nog niet ontmoet had, dacht hij dat de verhalen over haar schoonheid overdreven waren. Maar toen hij haar met eigen ogen zag, wist hij dat ze écht zo mooi was als de engelen in de hemel, en dat haar ogen écht schitterden als saffieren.
    • In het begin kon Abraham nauwelijks geloven waarom de grote graaf Temmincks zijn beeldschone dochter aan hem wilde geven als echtgenote. Hij had haar immers niet veel te bieden. Zelf was hij maar van middelmatige adel, en láng niet zo rijk als zij. Toch kwam er al snel een huwelijk.
    • Echt verliefd hadden ze nog niet kunnen worden, in de korte tijd dat ze elkaar kenden. Eigenlijk wisten ze nauwelijks iets van elkaar, toen ze in het huwelijk traden. Gelukkig kwam daar gauw verandering in. Elke keer als Abraham naar zijn blonde vrouw keek, maakte zijn hart een sprongetje.
    • Een half jaar waren ze nu getrouwd, Victoria en Abraham. In die tijd was er een band tussen hen ontstaan, iets wat zeker wel liefde genoemd kon worden. Toch bleef Abraham erg verlegen, en ook Victoria was van nature erg stil. Alleen op hun wandelingen door de tuin kwamen ze allebei een beetje los, en wezen ze elkaar op dingen die ze om zich heen zagen. En soms, heel soms, durfde Abraham dan zelfs ‘Je bent zo mooi.’ te zeggen.
    • De stiefmoeder van Abraham, Larissa, was de afgelopen jaren erg verdrietig geweest. Nadat ze hersteld was van de miskraam, werd duidelijk dat ze nooit meer kinderen zou krijgen. Dat deed pijn.
    • Ook Jan had er moeite mee. Maar samen kwamen ze er overheen. Nu genoten ze des te meer van hun enige zoontje, Dydderick.
    • Dydderick was een schat van een jongen. Hij maakte altijd iedereen aan het lachen met zijn streken. Het liefst sprong hij rond in de bloembedden, of verstopte hij zich in de rozenstruiken. Dat de tuinknecht daar minder blij mee was, kon niemand iets schelen.
    • Je zou die kleine Dydderick gerust verwend kunnen noemen. Alles wat hij deed was prachtig, hij kreeg nooit straf en hij hoefde maar met zijn vingers te knippen of hij kreeg zijn zin.
    • Overdag kreeg hij les, samen met het zoontje van prins Tinus, Arthur. Iedere morgen werd hij met paard en wagen naar de villa van de prins gereden, waar hij lessen Latijn, aardrijkskunde, wiskunde en Bijbelstudie kreeg van meester Swaan. Dydderick hield van leren, maar veel liever zat hij thuis lekker in de tuin. Hij vond het heerlijk om rond te struinen in de bloembedden, maar rustig in de zon zitten kon ook fijn zijn .
    • De zus van Abraham, Helena, woonde ook nog steeds bij hen. Het was geen geheim dat de meeste bewoners hier liever wilden dat ze ging dan bleef – maar daar trok ze zich niets van aan. Ze had het hier prima naar haar zin! En bovendien had ze zo alle tijd voor…haar hobby.
    • Helena glimlachte stiekempjes. Mannen. Ze was er gewoon verslaafd aan! Uren stond ze voor de spiegel, om zich op te maken met poeders en parfums. Ze vlocht haar haren, zette er krullen in, knoopte een parelsnoer erin vast. Haar vingers waren zwaar van de ringen, bezet met enorme edelstenen, en ook haar kettingen en armbanden waren zwaar van de juwelen.
    • Zo zat ze bijna iedere dag, te wachten op het bordes van het landhuis. Via bedienden liet ze boodschappen doorgeven aan hoge adel uit de buurt, onder het mom van ‘contact leggen’ – dat was heel belangrijk voor een dame van adel. Je moest een goed netwerk hebben. Maar de ware reden voor haar vele afspraakjes was wel méér dan alleen ‘contact’.
    • Ze was inmiddels een ware kunstenares geworden in het verleiden van mannen. Meestal had de graaf, baron, landheer of andere edelman nauwelijks een voet op het landgoed gezet, of zijn hart stond al in vuur en vlam. ‘ Uw schoonheid verblindt mij…Uw prachtige juwelen, uw japon!’ ‘ Zou u de schoonheid ónder die japon niet willen zien?’
    • En hoppa, daar had ze alweer beet! Met een knalrood hoofd en een hart dat op topsnelheid tekeer ging, volgde haar nieuwe slachtoffer haar naar haar kamer. Zoiets had hij nog nooit meegemaakt, zo’n gewillige dame!
    • En als het nou nog bij een simpel vrijpartijtje bleef – maar nee, Helena maakte er iedere keer weer een heel spektakel van. Ze gek maken, dat wilde ze. Ze moesten dol van verlangen worden, ze moesten haar naam uitschreeuwen, de kleren van haar lijf rukken, smeken om genade. Helena had ze volledig in haar macht.
    • En nauwelijks had de ene man dan het huis verlaten, totaal overdonderd en met gekreukte kleren – dan kwam de volgende alweer. ‘ U wilde mij spreken, vrouwe Daesdonck?’ ‘ Wel meer dan dat…Komt u mee naar mijn kamer?’ Die woorden, in combinatie met haar hand die langzaam richting zijn broek ging, werkten meteen.
    • Soms had ze er wel vier op één dag. Ze deed haar kamerdeur op slot en bemoeide zich niet met de rest van de familie. Dit waren háár zaken, háár leven. De mannen wisten allemaal dat deze avontuurtjes niet serieus waren, van liefde was absoluut geen sprake.
    • In het bediendenvertrek op de zolder was de liefde des te meer aanwezig. Over de zelfgetimmerde wieg heen, keken Nelleke en Alex elkaar verliefd aan. Hun kleine Joris was nu al vier maanden oud. Wat vloog de tijd!
    • Alex glimlachte. Als hij zijn jonge vrouw zo bezig zag met dat kleintje, werd het warm om zijn hart.
    • Overdag moesten ze allebei hard werken. Nelleke had een wiegje in de keuken neergezet, waar het ‘s winters lekker warm was door de kookvuren, en zo kon ze Joris tijdens het werken in de gaten houden.
    • Als het tijd was voor het middageten, de grootste maaltijd van de dag voor het personeel, kwam Alex ook naar de keuken. Meestal maakte Nelleke potagie, een dikke soep van groenten en vleesbouillon.
    • En terwijl ze dan nog bezig was met de laatste klusjes, zat Alex op een krukje tussen de tonnen gedroogd vlees, zakken vol graan en meel, en dan keek hij naar haar.
    • Vaak kon hij zich na een tijdje niet meer bedwingen, dan stond hij op en liep hij naar Nelleke toe, hoe druk ze het ook had. En dan sloeg hij zijn armen om haar heen, en stopte ze met haar bezigheden. ‘ Ik moet deze boontjes nog doppen voor vanavond, Lex.’ zuchtte Nelleke met een vermoeid glimlachje, maar ze was toch wel blij met dit liefdevolle gebaar van haar man.
    • ‘ Dat komt straks wel. Kom nu eerst eens rustig bij me zitten, dan eten we wat, en daarna gaan we weer aan het werk.’ fluisterde Alex teder in haar oor. Langzaam gleed de vermoeidheid van Nelleke af. ‘ Goed.’ glimlachte ze, en haar ogen twinkelden vol liefde en levenslust. Met hun zoontje tussen hen in, genoten ze van hun middagsoep.
    • ♠ Handelaren – van Sundert Adriaan Elisa x Manuel Joost Jan
    • In de steden had de armoede ook hard toegeslagen. Veel handwerkslieden raakten hun waar niet meer kwijt, of kregen geen klanten meer. Bedelaars trokken langs de grachten, rondtrekkende zwervers klopten aan bij de huizen. Maar de dochter van de welvarende handelaarsfamilie van Sundert merkte hier weinig van .
    • Genietend stond Elisa over de gracht uit te kijken. In de verte klonk het regelmatige geluid van het hameren van de smid. De stank van de slagerij op de hoek dreef haar over het groene water van de gracht tegemoet. Achter haar blafte een hond. Elisa keek op naar de blauwe hemel. Ze dankte God iedere dag voor het leven dat ze nu had. Ze had alles wat ze ooit gewild had!
    • Getrouwd met haar grote liefde, Manuel Swaan – bijna twee jaar alweer! En als bekroning op hun liefde was hun zoontje Joost geboren. Als Elisa stilstond bij deze zegeningen in haar mooie leven, sprongen de tranen haar in de ogen.
    • De kalme, warme avonden rond het haardvuur met de familie waren het mooiste moment van de dag. Haar vader vertelde nog steeds verhalen, alleen had hij er nu twee luisteraars bij gekregen. Vaak had Adriaan zijn kleinzoon in zijn armen terwijl hij oude volksverhalen vertelde, of verhalen over zijn jeugd, over zijn zus en halfbroer die het klooster in waren gegaan, en soms over zijn gestorven vrouw Johanna.
    • Het leven was goed in het grachtenpand van de familie van Sundert. De kleine Joost groeide op in een warme omgeving en werd overspoeld met liefde. Elisa week geen moment van zijn zijde. Ze kon nauwelijks een uurtje in de winkel werken, of ze rende alweer naar zijn wiegje om naar hem te kijken.
    • Ineens voelde ze hoe twee sterke armen zich stevig om haar heen sloten. De mannelijke geur van Manuel drong haar neusgaten binnen, en ze sloot genietend haar ogen. In de wieg pruttelde Joost wat en schopte met zijn beentjes. ‘ Mooie zoon heb je daar, mevrouw Swaan.’ mompelde Manuel in haar oor. ‘ Met dank aan jou, meester!’
    • Elisa draaide zich om in zijn armen en kuste hem zacht op zijn lippen. Soms kon ze nog steeds niet bevatten dat ze nu met haar grote liefde getrouwd was, en dag en nacht met hem samen kon zijn. Ze had hem zó lang moeten missen, en zó lang had ze gedacht hem nooit meer te zien… ‘ Ik hou van je, Elisa.’
    • Met een dolgelukkige glimlach keek Elisa haar man aan. ‘ En ik hou van jou, Manuel. Zielsveel.’ Een moment lang bleven ze zo staan, elkaar diep in de ogen kijkend. Toen trok Manuel haar in zijn armen en nam haar mee naar de slaapkamer.
    • Beneden, bij het vuur, waren ernstigere zaken gaande. Adriaan had het jaarboek eens doorgekeken, en het stond er niet goed voor met de handel. De compagnie waarbij hij werkzaam was, kon steeds minder schepen laten varen. ‘ Er is gewoon geen vraag meer naar die oosterse specerijen.’ zuchtte Jan.
    • ‘ En wie zit er nu te wachten op geknoopte tapijten, koffie, tabak, edelstenen en dure stoffen – als je nauwelijks normaal te eten hebt?’ Adriaan schokschouderde. ‘ De zaken gaan slecht. Er is inderdaad geen behoefte meer aan die handelswaar. De mensen stoppen hun geld liever in andere dingen.’
    • Vader en zoon vielen stil, en dachten na. Als het slecht ging met de compagnie waarvoor ze nu allebei werkten, betekende dat ook minder inkomsten voor henzelf. Gelukkig hadden ze de winkel nog – maar ook daar kwamen de laatste tijd steeds minder klanten, zo leek het. ‘ Wat moeten we doen, pa?’ vroeg Jan eerlijk.
    • Adriaan van Sundert slikte moeizaam, en staarde in de vlammen. ‘ Voorlopig hebben we nog genoeg geld.’ sprak hij langzaam, alsof hij ieder woord eerst moest afwegen. ‘Maar ik weet niet voor hoe lang nog.’ Heel even keken ze elkaar aan. Het zouden moeilijke tijden worden.