Kingdom of Nirvoas - afl. 3.2

422 views
332 views

Published on

Published in: Travel
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
422
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
20
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Kingdom of Nirvoas - afl. 3.2

  1. 1. Kingdom of Nirvoas – Koninklijke familie Generaties: (1.) / (2.) Nicolaas II x Marie-Louisa (3.) Nicolina, Nicolaas III
  2. 2. Thomas Brands was nog steeds in de war. Altijd was hij stiekem verliefd geweest op de hofdame, Helena. Een paar weken terug had ze hem opeens verleid, en waren ze met elkaar naar bed geweest. Meteen daarna stuurde ze hem weg, en wilde niets meer van hem weten. Ze negeerde hem. Thomas voelde zich gebruikt. Hij voelde zich eenzaam.
  3. 3. Aan het hof ging alles zijn gewone gangetje. Niemand maakte zich druk om de situatie in het land. Steeds vaker klonk er protest over hoge belastingen of over te weinig voedsel – maar dat werd genegeerd. ‘ Als ik koning wordt, lijkt het me leuk om het kasteel uit te breiden. Met nog meer kamers, en marmeren vloeren en fluwelen behang!’ zei prins Nicolaas III aan tafel. Zijn moeder reageerde enthousiast.
  4. 4. Nicolina lag op haar bed. Ze dacht na. Eigenlijk voelde ze zich al jaren niet meer thuis, hier, op het kasteel. Niemand besteedde aandacht aan haar, zelfs haar moeder leek niets om haar te geven. Haar broertje, de troonopvolger, werd op handen gedragen…
  5. 5. Stilletjes liep Nicolina de trap af, naar de grote zaal. ‘ Wat moet jij hier?’ vroeg haar broertje. ‘Zou jij je niet eens met nuttige dingen bezig houden?’ ‘ Wat? Ik woon hier, Nicolaas. Ik mag hier toch wel lopen?’ stamelde Nicolina verward. Niemand was ooit aardig tegen haar…
  6. 6. ‘ Je verspilt mijn kostbare tijd.’ zei Nicolaas kortaf en hij gaapte. ‘Verdwijn uit mijn ogen met dat lelijke hoofd van je.’ ‘ Pardón?’ Nicolina knipperde ongelovig met haar ogen. ‘Ik ben wel je zus, ja? Dan praat je niet zo tegen mij! Ik wil dat je nu je excuses aanbiedt!’ ‘ Vergeet het.’
  7. 7. De koning was intussen druk bezig bevelen te geven aan de bedienden. Vanavond was er een groot feest, ter ere van de verjaardagen van hem en zijn vrouw. Alles moest tip top in orde zijn! De eerste gast was Augustinus, die enthousiast over zijn zwangere vrouw begon te praten. Nicolaas luisterde maar met een half oor.
  8. 8. Al gauw was het feest in volle gang. Fakkels verlichtten de grote zaal en na een heerlijk diner verzamelden de gasten zich rond de jarige. Iedereen klapte en juichte. ‘ Leve de koning, leve Nirvoas!’ riep iemand, en al gauw brulde iedereen hetzelfde.
  9. 9. Drank vloeide rijkelijk en hoe meer glazen er gevuld werden, hoe luidruchtiger de gasten werden. De hoeveelheid drank was achteraf gezien waarschijnlijk de oorzaak van de rampen, die zich later die nacht zouden voltrekken… Maar eerst vermaakte iedereen zich nog vrolijk met dansen en zingen, iedereen lachte en was in opperbest humeur.
  10. 10. Nu was het de beurt aan koningin Marie-Louisa. Ook zij had al te diep in het glaasje gekeken. Toen ze de kaarsjes had uitgeblazen, joelde ze: ‘ Leve Nirvoas! Leve de koningin!’ Al gauw schreeuwde iedereen uitgelaten haar naam.
  11. 11. Een paar muzikanten zetten een leuk deuntje in. ‘ Mag ik deze dans van u?’ vroeg koning Nicolaas verleidelijk. Hiermee begon de ellende – maar hoe had hij dat kunnen weten? ‘ N-nee, uwe hoogheid. De mensen zouden maar verkeerde ideeën krijgen over ons!’ stamelde Helena overdreven verlegen. ‘ Wat? U was zelf degene die het initiatief nam, die ene keer!’ riep de koning. ‘Dat was heel wat minder onschuldig dan een dansje!’
  12. 12. Thomas, die achter de bar stond en tegelijkertijd de gasten vermaakte met jongleren, verstijfde in zijn bewegingen. De glazen vielen één voor één aan scherven op de grond. De koning had zó luid gesproken, dat iedereen het gehoord had. De hele zaal viel stil. En iedereen begreep het: de koning en de hofdame…
  13. 13. Met ruisende rokken stormde Marie-Louisa naar haar man toe. Alle gasten keken met ingehouden adem naar het schouwspel wat zich voor hun ogen voltrok. Stiekem vonden ze het wel vermakelijk… ‘ Nicolaas! Wat is dit? Wat hebben jij en die hofdame uitgespookt?’ stamelde Marie-Louisa verward.
  14. 14. ‘ Hoe kon u!’ klonk ineens een woedende stem. De hofnar kwam op de koning afgestormd en bleef vlak voor hem staan. Zijn ademhaling ging zwaar en zijn ogen spoten vuur. ‘ U bent de koning! Hoe kon u het bed in duiken met een hofdame!’ brulde Thomas. De koning hapte naar adem, geschokt door deze uitspraak.
  15. 15. ‘ Och, jij had er anders ook niet veel problemen mee!’ riep Helena ineens. ‘En nu sta jij de koning verwijten te maken! Zelf ben je geen haar beter!’ ‘ Als er hier iémand schuldig is, ben jij het wel!’ riep Thomas kwaad. Maar vanbinnen huilde hij. Zijn hart deed pijn. Hij was zo verliefd op Helena geweest… Ze had hem zo bedrogen.
  16. 16. ‘ Dus…dus jij hebt met mijn hofdame in bed gelegen? In ons bed, als ik me niet vergis?’ krijste Marie-Louisa. Nicolaas deindse achteruit toen hij hard in zijn borst werd geprikt. ‘ Beken het! Beken het, jij…jij…!’ Marie-Louisa bleef net zo lang met haar vinger naar hem prikken, tot hij haar hand wegsloeg.
  17. 17. ‘ JA! Ik ben met haar naar bed geweest. Maar zij begon!’ riep hij, als een klein kind. ‘En dan nog wat, Marie-Louisa. Voor wat plezier in bed hoefde ik bij jou al lang niet meer aan te kloppen. Vindt je het dan héél raar dat ik het bij iemand anders zoek?’ Nu was het Marie-Louisa’s beurt om geschokt naar adem te happen.
  18. 18. ‘ Het is héél lang geleden dat ik van jou hield, of dat ik me überhaupt tot jou aangetrokken voelde.’ riep Nicolaas met opgeheven wijsvinger. Hij wankelde op zijn benen van de drank. ‘ Wat zei jij daar?’ Marie-Louisa beukte haar vuist in het oog van haar echtgenoot. ‘Vindt je mij niet meer aantrekkelijk?’ ‘ Allang niet meer, ouwe heks!’ Al gauw waren ze in gevecht.
  19. 19. Het was stil in de donkere kasteeltuin. Van heel ver weg klonk geschreeuw. Thomas Brands staarde naar de sterrenhemel. Meer dan ooit wenste hij dat hij nooit naar het kasteel was gekomen. Het hof was een plek vol verraad, leugens en bedrog. Thomas droogde met een trillende hand zijn tranen.
  20. 20. En ineens stond ze naast hem. Thomas keek met hangende schouders naar de grond. Waarom kwam ze hem opzoeken? Waarom liet ze hem niet gewoon met rust? Had ze hem niet al genoeg pijn gedaan? ‘ Je had je mond moeten houden.’ zei Helena emotieloos.
  21. 21. ‘ Mijn mond moeten houden?’ herhaalde Thomas, en hij voelde zijn woede stijgen. ‘Jij duikt maar met iedereen het bed in, en ik moet dat maar goedkeuren? Je hebt me… je hebt me…’ Ineens brak er iets bij Thomas.
  22. 22. Hij barstte in een wanhopig gejammer uit, en verborg zijn gezicht in zijn handen. Hij wilde niet dat Helena zijn tranen zag. ‘ Thomas, jij was slechts één van de vele. Denk je nu echt dat jij bijzonder voor mij was?’ zei Helena spottend. ‘Bemoei je niet met mijn zaken. Ik doe wat ik wil. En Thomas…het spijt me.’
  23. 23. ‘ Ik had meer rekening met je gevoelens moeten houden.’ zei Helena zacht. Ongelovig keek Thomas naar haar op. Ineens sloeg ze haar armen om hem heen, en trok hem tegen zich aan. Thomas slikte moeizaam. Hij rook haar zoete geur en voelde de vormen van haar lichaam tegen het zijne. Even voelde hij zich gelukkig.
  24. 24. ‘ Ik weet wel een manier om je weer vrolijk te maken, Thomas…’ fluisterde Helena in zijn oor, en kuste hem verleidelijk in zijn nek. Even bleef Thomas doodstil staan. Toen duwde hij haar van zich af. ‘ Jij vuile, vieze…jij…!’ siste hij. Hij balde zijn vuisten en haalde naar haar uit, maar ze dook net op tijd weg. ‘ Thomas, ik wou alleen maar…’
  25. 25. ‘ Ik weet maar al te goed wat jij wilde, Helena! En ik ben het zat, ik vertrouw jou nooit meer!’ brulde Thomas. Weer wilde hij uithalen naar de vrouw die hem zoveel pijn bezorgd had, maar ineens klonken er voetstappen. ‘ U-uwe majesteit.’ stamelde Thomas en hij maakte een kniebuiging.
  26. 26. Thomas wilde weglopen, maar eerst wendde hij zich nog tot Helena. ‘ Ik hoop dat je nooit de ware liefde vindt in je leven, Helena Daesdonck!’ beet Thomas haar toe. ‘Dat hoop ik met heel mijn hart – of wat er dan nog van over is, door jou spelletjes! Je hebt een gebroken man van me gemaakt. Je weet niet waar je mee bezig bent, als je maar met iedereen het bed in duikt!’
  27. 27. Zonder haar nog een blik waardig te keuren, liep Thomas naar de koningin toe. ‘ Uwe hoogheid, ik zou u willen vragen… Mag ik hier weg?’ Door alle emoties die door zijn lichaam raasden, kon Thomas moeilijk rustig blijven.
  28. 28. ‘ Alsjeblieft, ja! Verdwijn uit mijn kasteel, en laat ik je nooit meer zien! Ik wist al vanaf de eerste dag dat je niet te vertrouwen was. Hoe kon het ook anders, een jongen van de familie Brands!’ Kwaad greep de koningin naar haar hoofd. ‘ Net als dat zusje van je, die het kasteel in de fik stak en stierf in de kerker! Niet te vertrouwen! En nu wegwezen!’
  29. 29. ‘ Juffrouw Daesdonck, blijft u even hier!’ riep de koningin. Zonder om te kijken wist ze dat de hofdame stiekem weg wilde sluipen. ‘ Ik moet eens een hartig woordje met jou spreken. Blijkbaar dacht jij dat je alles maar kon doen hier, in het kasteel.’ ‘ Nee, uwe hoogheid…’
  30. 30. ‘ Je hebt je gedragen als een…prostituee!’ Even was de koningin geschokt door haar eigen woorden. ‘M-maar zo is het wel! En dat in mijn kasteel! En nota bene met mijn echtgenoot! Dacht jij dat dat zo maar kon?’ ‘ Wat gaat u doen… me ontslaan?’ Met een klein glimlachje keek Helena de koningin aan. ‘ D-dat lijkt me wel duidelijk, ja!’
  31. 31. ‘ Misschien moet u dat eerst eens met uw man overleggen… Volgens mij was hij erg tevreden met mijn aanwezigheid op het kasteel.’ zei Helena glimlachend. ‘ Wát?’ krijste Marie-Louisa en ze schopte Helena tegen haar scheenbeen. ‘Ik zal die arrogantie eens even uit je slaan, tot je alleen nog maar kan kruipen! Of wacht, dat niet eens meer, ik zal je…!’
  32. 32. Marie-Louisa greep het haar van haar hofdame vast en gaf er een flinke ruk aan. Helena gilde en krabde met haar nagels om zich heen. Plukken haar vlogen in het rond, kostbare stof scheurde, sieraden knapten en bloeddruppels welden op. ‘ Jij komt nooit meer in de buurt van mijn man! Jij zult dit niet meer kunnen na vertellen!’ brulde de koningin.
  33. 33. ‘ Dames! Dames!’ schreeuwde de koning. Hij begreep dat dit iets was tussen de twee vrouwen, maar tegelijkertijd wist hij dat hij er de oorzaak van was. Waarom ging alles ineens zo fout ? Woedend wierp hij zich in het gevecht, wat hem op een knal op zijn neus en een stel nagels in zijn arm kwam te staan.
  34. 34. ‘ Ja, ga jij je er ook nog eens mee bemoeien!’ riep Marie-Louisa hijgend. ‘Voor wie kwam je hier? Kwam je mij te hulp, of die vuile slet?’ ‘ M-Marie-Louisa, dat…’ stamelde Nicolaas ontzet. ‘Luister, ik…’
  35. 35. ‘ Dacht jij dat ik nog naar jou ging luisteren?’ riep Marie-Louisa uit. Ineens verscheen er een vreemde grijns op haar gezicht. ‘ Ik ga je een geheimpje vertellen, Nicolaas. Weet je nog dat ik zwanger was van jou, en dat we daarom moesten trouwen?’ Marie-Louisa’s ogen twinkelden in het maanlicht. ‘ Ik was niet zwanger van jou. Nicolina is niet van jou.’
  36. 36. ‘ Ik ben expres zwanger geworden, van een andere man. Zodat ik tegen jou kon liegen, dat ik zwanger was geraakt van jou. Een mooi excuus om te trouwen, niet?’ ‘ Nicolina is wel van mij.’ zei Nicolaas kortaf. ‘Je praat onzin.’ ‘ Nee, Nicolaas. Ze is de dochter van een graaf, die later hier in de kerker is gestorven. Heer Versteeghe.’
  37. 37. ‘ Hiernaar hoef ik niet te luisteren. Ik weiger dergelijke onzin aan te horen!’ Nicolaas draaide zich om en beende weg. ‘ Vlucht maar! Het is waar, ik heb je vanaf dag één bedrogen, Nicolaas!’ riep Marie-Louisa hem na. Een krankzinnig lachje vulde de kille nachtlucht. Ze leek er werkelijk plezier in te hebben.
  38. 38. ‘ Uwe koninklijke hoogheid…’ Ineens stond Helena voor de koning. ‘U neemt het toch wel voor mij op? We hadden het toch gezellig, samen, die ene dag? Ik mag toch wel hier blijven?’ Even was het doodstil.
  39. 39. ‘ Het lef! O, God sta me bij, het lef wat jij hebt!’ jammerde Nicolaas en hij hief machteloos zijn handen ten hemel. ‘Hoe kun je dit nu vragen!’ Hij kreunde van ellende. ‘ Je hebt mijn hele feest verpest, sterker nog, mijn hele reputatie, mijn naam, mijn leven!’
  40. 40. ‘ En nu durf jij…nu durf jij mij te vragen of je hier mag blijven?’ Met opeengeklemde kaken sprak Nicolaas de woorden uit, zijn ogen toegeknepen tot spleetjes. Uit een grote wond op zijn wang drupte bloed. ‘ Rot op, Helena. Je had hier nooit mogen komen.’
  41. 41. Het eerste daglicht schemerde al door de wolken toen Helena het kasteel verliet. Precies op het moment dat ze de deur uit stapte, barstte er een enorme hagelbui los. Kwaad hield Helena haar handen boven haar hoofd, maar de hagelstenen beukten op haar in. Alsof zelfs de weergoden boos op haar waren…
  42. 42. Een nieuwe dag begon – ook al had Nicolaas dat nooit verwacht na die vreselijke nacht. Eigenlijk wilde hij nu het liefst zijn bed in duiken, maar ineens stond zijn jongere broer Augustinus voor zijn neus. ‘ Je bent wel de koning… Laat dit allemaal niet van invloed zijn op het land!’ zei Augustinus voorzichtig.
  43. 43. ‘ Je hoeft mij niet te vertellen dat ik de koning ben! Dat heb ik na afgelopen nacht al te goed gemerkt! Als ik ook maar één foutje maak, weet gelijk iedereen het!’
  44. 44. ‘ Ik heb deze nacht alles verloren, Augustinus. Mijn trots, mijn eer, mijn naam, mijn hele reputatie als koning is naar de klote! En alleen maar omdat zo’n slet van een hofdame mij één keertje het bed in heeft gekregen. En bovendien…’ Even stopte hij om op adem te komen. ‘ Bovendien heb ik vannacht te horen gekregen dat mijn vrouw me al ons hele huwelijk bedriegt. Nicolina is niet van mij. Mijn hele leven is één groot drama!’
  45. 45. ‘ Dus ga mij nu niet vertellen wat ik wel en niet zou moeten doen, want dat bepaal ik zelf wel. Er is nu toch geen redden meer aan, ik ga ten onder, en met mij zal heel Nirvoas ten onder gaan. Let op mijn woorden! En waag het niet met adviezen te komen, of je ook maar ergens mee te bemoeien!’ Tussen zijn woorden door ging Nicolaas’ adem piepend en moeizaam.
  46. 46. Augustinus wachtte kalm af tot de tirade voorbij was. Toen knikte hij langzaam en zei: ‘ Dan zul je mij hier niet meer zien. Je zoekt het maar uit met dat dramatische leven van je. Je bent koning, Nicolaas. Jij bent Nicolaas de Tweede van Nirvoas. En jij bent het niet waard.’
  47. 47. ‘ Nu ben je te ver gegaan. Ik ben koning van dit land en niemand verandert daar iets aan! Ga naar huis, idioot, en als je je ooit nog met mijn zaken bemoeit, kom ik met zwaardere maatregelen.’ Tinus draaide zich om. Hij voelde zich ineens opgelucht. Die broer zocht het maar uit. ‘ Veel succes dan verder.’ zei hij glimlachend, en hij vertrok.
  48. 48. Vloekend en tierend keek de koning zijn broer na, en rende toen naar boven. Hij moest slapen, en wel nu! Met zijn laatste krachten sleepte hij een bed naar zijn werkkamer. Geen denken aan dat hij ooit nog een bed zou delen met die heks van een Marie-Louisa! Ze mocht dan wel zijn echtgenote zijn, maar dat was vanaf nu alleen nog in officiële vorm! Voor de rest bestond ze niet meer voor hem!
  49. 49. Tranen stonden in Nicolina’s ogen toen ze op haar kamer een brief zat te schrijven. De hele nacht had ze ruzie gehad met haar broer, ze hadden zelfs gevochten. Ook de spanningen tussen de anderen aan het hof waren haar niet ontgaan. Ze wilde hier weg! Een echtgenoot zoeken, dat was de oplossing.
  50. 50. Maar hoe vond je een echtgenoot? En hoe omschreef je jezelf als goede kandidaat? Het klonk zo arrogant om jezelf ‘beeldschoon, intelligent, zorgzaam, welopgevoed en gehoorzaam’ te noemen. En toch deed ze het maar… In de hoop dat er een man zou reageren op de brieven die ze rondstuurde naar adellijke families.
  51. 51. Ineens stond haar moeder in de kamer. Verward kwam Nicolina overeind, ze was niet gewend dat haar moeder aandacht aan haar besteedde. Even schrok ze van haar uiterlijk; ze zat onder de schrammen en de blauwe plekken. ‘ Nicolina, ik ga je iets vertellen. Ik zeg het je maar één keer, dus luister goed.’
  52. 52. ‘ Jij bent geen dochter van de koning.’ Nicolina keek naar het gezicht van haar moeder. Wat zei ze nou? ‘ Hoe bedoelt u dat?’ ‘ Precies zoals ik het zeg, dom kind! Je bent geen dochter van Nicolaas.’
  53. 53. ‘ Dat kan niet! Ik ben een prinses!’ piepte Nicolina en ineens begon alles om haar heen te draaien. ‘ Je echte vader is dood. Ik heb hem expres verleid zodat ik zwanger van hem raakte. Toen heb ik tegen Nicolaas gezegd dat ik zwanger was van hém, en daarom moesten we trouwen.’
  54. 54. ‘ Wie was mijn vader dan?’ fluisterde Nicolina hees. Ze kneep haar ogen tot spleetjes in een poging alles scherp te zien, maar het lukte niet. ‘ Och, een of andere heer uit het oosten of zo. Heer Versteeghe. Ik heb hem laten sterven in de kerker. Ik had hem niet meer nodig.’ ‘ Niet meer…nodig?’ Nicolina kon haar oren niet geloven. Haar moeder was…een monster.
  55. 55. Zonder verder nog iets te zeggen verliet Marie-Louisa de kamer. Nicolina was ineens doodsbang. Ze trilde over haar hele lichaam en het koude zweet stond op haar rug. Ze liet zich op de stoel vallen en probeerde helder na te denken. Het lukte niet. Ze was geen echte prinses, haar vader was dood… Ze was opgegroeid in een leugen. Sterker nog, zij was zelf de leugen.
  56. 56. Ze was slechts een leugen die haar moeder gebruikt had, om koningin te worden. Dat was haar enige functie. Nicolina beet haar kaken op elkaar en probeerde haar tranen tegen te houden. Nu begreep ze alles. Haar moeder had nooit van haar gehouden. ‘ Ik moet hier weg.’ fluisterde Nicolina, en toen kon ze zich niet langer inhouden. Ze stortte in.

×