Kingdom of Nirvoas - afl. 2.5

337 views

Published on

Published in: News & Politics, Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
337
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
20
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Kingdom of Nirvoas - afl. 2.5

  1. 1. Kingdom of Nirvoas Generaties: (1.) / (2.) Constantijn Adel - Uilenberg
  2. 2. Constantijn luisterde naar het tikken van zijn laarzen op de tegels. De stilte werd verder alleen verbroken door het ruisen van de bladeren. Hier, waar hij woonde, was het altijd rustig. De Uilenberg-villa lag aan de rand van Nirvoas – ver weg van alle chaos, drukte en lawaai. Constantijns ogen speurden de wijde omgeving af. Waren zijn gasten al in aantocht?
  3. 3. Hij ademde diep de frisse lucht in, en toen hij zijn ogen weer opende zag hij een meisje staan. ‘ Isabella.’ fluisterde hij. ‘Je bent er al!’ Toen zei niemand meer iets. Niemand bewoog, niemand liet een emotie blijken. De tijd leek wel stil te staan.
  4. 4. ‘ Isabella.’ zei Constantijn zacht. Hij zette een stap dichter naar haar toe, en nog een, en nog een. Pas toen hij nog amper een meter van haar verwijderd was, bleef hij staan. Ze zei nog steeds niets. Zou ze verlegen zijn? Nee – dat was ze niet. Het meisje keek hem met een oplettende blik aan, haar kin trots opgeheven.
  5. 5. ‘ Mijn bruid.’ zei Constantijn met een scheef glimlachje, en tot zijn grote opluchting begon Isabella ook te lachen. ‘ Heer Uilenberg.’ knikte ze. ‘ U ziet er prachtig uit, vrouwe. Paars, de kleur van keizers en kardinalen, de kleur van goddelijke rijkdom – uw japon is beeldschoon, maar haalt het niet bij de schoonheid van uw gezicht!’ sprak Constantijn verleidelijk.
  6. 6. Isabella giechelde. ‘ Lach niet! Ik meen het, jongedame Daesdonck!’ riep Constantijn vrolijk. ‘Ik heb vele vrouwen mogen aanschouwen, maar nooit zag ik zo’n verschijning als de uwe!’ Achter zich hoorde Constantijn voetstappen.
  7. 7. ‘ Constantijn.’ knikte Abraham vriendelijk en hij kwam bij hen staan. ‘Als alles volgens plan verloopt, zal de bruiloft op de dag na Isabella’s 16 e verjaardag plaats vinden. Voor die tijd moet er nog veel geregeld worden.’ ‘ Regelen, daar hebben wij wel verstand van.’ merkte Constantijn op. Al jaren werkte hij met de jonge Abraham samen als raadsheren van de koning.
  8. 8. ‘ Mijn hart verlangt naar de dag dat u mijn vrouw zult zijn.’ zei Constantijn, toen Abraham buiten gehoorafstand was. ‘ Het zal de gelukkigste dag van mijn leven worden, als ik mijzelf vrouw Uilenberg mag noemen.’ zei Isabella zacht. De woorden waren liefdevol – maar zo klonken ze niet.
  9. 9. ‘ Pas op!’ brulde Constantijn ineens. Met gespreide armen sprong hij voor Isabella en keek als een ridder in gevecht om zich heen. ‘ Een stinkdier! Vrees niet, jongedame!’ Voorzichtig liep Constantijn op het dier af.
  10. 10. ‘ Van mijn land af! Wegwezen!’ schreeuwde Constantijn. Hij sloeg met zijn handen in de richting van het beest, maar lette wel op dat hij niet te dichtbij kwam. Besproeid worden door een stinkdier kon hij nu écht niet gebruiken! Stiekem keek hij achterom. Hoe reageerde Isabella op deze heldendaad?
  11. 11. Uiteindelijk verkocht Constantijn het stinkdier een schop met zijn laars, en piepend rende het dier weg. ‘ Zo.’ zei Constantijn luid, en hij klopte overdreven het stof van zijn kleren. ‘Die zien we nooit meer terug, dat kan ik u verzekeren!’
  12. 12. ‘ Och, heer Constantijn, dat was zeer moedig van u.’ stamelde Isabella en ze haalde giechelend haar hand door haar haren. De trotse grijns die op Constantijns gezicht stond, werd nog breder. ‘ Maar Isabella, u moet weten dat ik alles voor u zou doen! Ik zou nog met draken vechten, als u me dat zou vragen!’
  13. 13. ‘ Een keer was ik op jacht, met mijn twee honden. Ineens verscheen er een enorm everzwijn, recht voor onze neus! Mijn honden maakten zich meteen uit de voeten, maar ik bleef staan. Ik greep mijn zwaard en ben het gevecht aangegaan.’ Isabella hapte naar adem. ‘Hoe liep het af?’
  14. 14. ‘ Ik versloeg het zwijn. Uiteraard.’ zei Constantijn. ‘Mag ik u nu uitnodigen voor een maaltijd?’ Beleefd bood hij haar zijn arm aan, en voorzichtig legde Isabella haar handje op zijn onderarm. Even later zaten ze aan tafel. Abraham en Constantijn praatten over geldzaken.
  15. 15. ‘ En het huis…ach, deze villa is vrij oud. Een beetje – uit de tijd, zou ik bijna zeggen.’ merkte Abraham met een zwak lachje op. Dit moest Constantijn even tot zich door laten dringen. Noemde die jongen zijn villa oud? Uit de mode? ‘ Wat zou u zeggen van een verbouwing?’ vroeg Constantijn trots.
  16. 16. ‘ Voor Isabella heb ik alles over. Ik wil het haar zo goed mogelijk naar haar zin maken.’ ‘ Als die verbouwing maar voor de bruiloft klaar is.’ knikte Constantijn. ‘ O, reken maar. Dit zal nog een huis worden waar iedereen over praat. Een huis waar men met open mond naar zal kijken.’ Met een rechte rug zat Constantijn aan tafel. Opscheppen kon hij als de beste!
  17. 17. ‘ En – de honden?’ Abraham keek met opgetrokken neus naar Apollo, die in een plas water op de grond lag te rollen. ‘ De honden,’ begon Constantijn met een luide, zelfverzekerde stem. ‘Die herkent u niet meer terug op de bruiloft. Het zullen welopgevoede, brave dieren zijn, Abraham.’ Constantijn slikte even moeizaam. Zou dat lukken?
  18. 18. Toen zijn aanstaande bruid weer vertrokken was, liep Constantijn naar de tuin. Die tuin, waar zijn moeder ooit zo dol op was geweest, bracht hem vaak alleen maar overlast. Al dat onkruid… Maar hij wist dat vrouwen dol waren op mooie, gekleurde bloemen, en dus ging hij vol goede moed aan de slag. Deze tuin zou weer prachtig worden, speciaal voor Isabella!
  19. 19. Constantijn wist niet of hij echt van Isabella zou kunnen houden. Ze was een mooi, keurig meisje en ze zou een goede echtgenote voor hem zijn. Om dat geluk compleet te maken, hadden ze alleen nog een perfect huis nodig. Op de bestaande villa bouwde Constantijn nog een verdieping, met twee torentjes.
  20. 20. Op de binnenplaats kwam een enorme trap, die naar de vertrekken op de eerste verdieping leidde. Constantijn zag het al helemaal voor zich hoe zijn vrouw van die trap af zou lopen, en dat hij haar dan beneden zou opwachten. Het zou een perfect sprookje worden!
  21. 21. De verbouwing was ruim van tevoren klaar. Tevreden keek Constantijn hoe de late middagzon haar schaduwen over zijn kasteel wierp. Ja, dit was niet meer het zwakke villa’tje Uilenberg – nee, dit was Kasteel Uylenbergh!
  22. 22. ‘ En nu…de honden.’ Constantijn knielde voor Apollo neer en probeerde hem het bevel ‘zitten’ te leren. Dat leek hem erg handig, want Apollo kon nooit stil zitten. Altijd liep hij in de weg. ‘ Kom op, zit!’ Met zijn handen duwde Constantijn de hond in de juiste houding. Apollo begon te grijnzen. Een spottende, minachtende grijns. Alsof hij wilde zeggen: dacht jij dat je me ooit iets kon leren? Mooi niet!
  23. 23. Constantijn kreeg de kriebels van Apollo, zoals dat wel vaker gebeurde. Hij ging op zoek naar zijn andere hond, Zeus, die een stuk makkelijker was. ‘ Geef poot!’ Constantijn pakte het pootje van de hond vast en schudde die even heen en weer. Zou het niet geweldig zijn als hij op feesten zijn gasten hiermee kon vermaken?
  24. 24. Wat zou iedereen lol hebben als die hond een hand kon geven! Met deze gedachte bleef Constantijn oefenen. En ja hoor, het lukte. Als Constantijn het bevel gaf, tilde Zeus zijn pootje op en legde die in Constantijns uitgestoken hand. ‘ Geweldig!’ grijnsde Constantijn en hij krabde Zeus op zijn kop. ‘Braaf!’
  25. 25. Moe maar tevreden stond Constantijn op. Die honden zouden nog voor problemen zorgen, maar verder was alles prima in orde! Kasteel Uylenbergh was een plek geworden waar nog vele generaties hun rijke, keurige levens zouden leiden. En dat allemaal dankzij hem, Constantijn Uilenberg!

×