Kingdom of Nirvoas - afl. 2.1 & 2.2

336 views
272 views

Published on

Published in: Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
336
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
21
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Kingdom of Nirvoas - afl. 2.1 & 2.2

  1. 1. Kingdom of Nirvoas – Klooster De Uijlenhof V.l.n.r. Andreas Daesdonck Christian Uilenberg Cornelis (Brands) Frederik van Sundert Catharina van Sundert
  2. 2. Tevreden zat pater Christian op de binnenplaats van het klooster. Het leven was rustig, vredig en mooi. Alles stond in het teken van volledige, liefdevolle toewijding aan het geloof.
  3. 3. Tussen de gebeden en de diensten door, waren er veel andere activiteiten. Er werd in de tuin gewerkt, gevist, en gewoon gezellig een potje schaken was ook erg populair in het klooster. ‘ Schaakmat. Ik heb je. Alweer.’ grinnikte broeder Frederik. Christian tuurde naar het bord. ‘Verrek, je hebt gelijk.’
  4. 4. Toch was er iemand op het klooster, die bijna nooit aan gezellige activiteiten mee deed. De jonge Cornelis stortte zich volledig op het geloof, en wijdde zijn leven aan God. Zelf was hij er heilig van overtuigd dat hij een zoon van God was, een geschenk. Zo had pater Christian er ook over gedacht, toen hij Cornelis als baby vond. Niemand dacht erover na wie Cornelis’ echte ouders waren.
  5. 5. En ach, wat maakte dat ook uit? Cornelis was er, als teken van God, en daar ging het om. Altijd bood hij de andere kloosterlingen de helpende hand, met gebeden en bijbelteksten. Iedereen bewonderde hem om zijn vaste vertrouwen. Zuster Catharina verbaasde zich nog iedere dag over de bijzondere Cornelis. Andreas zag Cornelis als zijn grote voorbeeld.
  6. 6. Dit klooster stichten, was het beste wat hij in zijn leven gedaan had, besefte pater Christian. Al als tiener wist hij dat dit zijn droom was. Het klooster was waarschijnlijk de enige plek in heel Nirvoas, waar rust en vrede heerste. Dat wist Christian, en hij was gelukkig.
  7. 7. Kingdom of Nirvoas – Koninklijke Familie Generaties: (1.) / (2.) Nicolaas II x Marie-Louisa (3.) Nicolaas III, Nicolina
  8. 8. De ziekte van de kroonprins ging langzaam over. Toch was iedereen in het kasteel nog doodsbang, en werd de prins gedwongen nog weken op bed te liggen. Nicolaas III vond het niet heel erg, hij besefte zelf ook dondersgoed hoe belangrijk zijn leven was.
  9. 9. Door de rust was hij op zijn verjaardag weer volledig hersteld. Er werd een enorm feest gegeven, met tafels vol banketten, muziek en dans tot de volgende morgen. Dames en heren uit heel Nirvoas waren op komen draven in hun mooiste japonnen en kostuums – de grote zaal van het kasteel was gevuld met pracht en praal.
  10. 10. De vrouwen begonnen te roepen en te juichen toen de kroonprins de kaarsjes uitblies. ‘ Mijn koning, mijn koning!’ jubelde Marie-Louisa tegen haar zoontje. ‘Zet hem op, je kunt het, Nicolaas!’
  11. 11. Nadat de prins was opgegroeid, werd er luidruchtig geapplaudisseerd en vloog iedereen terug naar het banket. Kalkoen, fazant, biefstuk en rundvlees werden versierd met de mooiste bloemstukken, en er stond zelfs een opgezette pauw tussen de schalen. Flessen dure champagne werden opengetrokken, en de koningin bracht trots een toast uit op haar zoon.
  12. 12. Thomas Brands, die al jaren in dienst was bij de koninklijke familie als hofnar, speelde op zijn viool. Hij had het nog niet echt onder de knie, maar het klonk leuk en gaf het feest een gezellige sfeer. Iedere seconde besefte Thomas hoe gelukkig hij was, dat hij hier mocht zijn – geboren als boerenzoon, en nu stond hij hier!
  13. 13. De tijd na Nicolaas de Derde’s verjaardag stond in het teken van zijn toekomstige taak. Hoewel zijn vader, de koning, nog lang geen oude man was en ook niet verwachtte te sterven, moest hij zijn zoon nu al goed voorbereiden op het koningschap. Nicolaas de Derde was een goede leerling. Iedere keer dat eraan dacht dat hij ooit koning zou zijn, begon hij te gloeien van trots.
  14. 14. Helena, de hofdame van de koningin, was inmiddels een volwassen vrouw geworden – een vrouw met eigen dromen en idealen. Natuurlijk wilde ze nog dolgraag op het kasteel blijven, maar ze had nu ook haar eigen levensdoelen. Terwijl ze het hondje van de koningin uitliet, dacht ze na.
  15. 15. Haar levenswens was verre van fatsoenlijk. Ach – ze schudde snel haar hoofd. Wat was nou fatsoenlijk? Er gebeurden hier genoeg gekke dingen aan het hof. Ja, haar levenswens was om met 20 verschillende sims naar bed te gaan.
  16. 16. Als ze die wens wilde vervullen, moest ze het liefst zo snel mogelijk beginnen. Terug op het kasteel sloop Helena naar de koninklijke slaapkamer en liet zich op de gouden sofa vallen. De koning kwam binnen en keek verrast op toen hij haar zag liggen.
  17. 17. ‘ O, Uwe Hoogheid.’ fluisterde Helena verleidelijk en ze stond op. De koning begon te grijnzen en trok de jonge vrouw dichter naar zich toe. ‘ Dat is nog eens een aangename verrassing; om u in mijn kamer te vinden. Zo’n mooie dame.’ ‘ Maar Majesteit toch!’ giechelde Helena en ze knipoogde.
  18. 18. Dit ging de goede kant op. Dat voelde ze. De koning had alleen maar een duwtje in de goede richting nodig. Snel drukte Helena haar lippen op zijn koninklijke mond en al gauw waren ze verzonken in een heftige zoenpartij.
  19. 19. Ze zeiden geen woord – ook niet toen ze op het grote hemelbed terecht kwamen en langzaam onder de dekens verdwenen.
  20. 20. Even later kwam Helena met een grijns van oor tot oor boven de dekens uit. Nu wist ze het zeker: dit wilde ze zeker nog 19 keer doen!
  21. 21. Snel trok ze haar japon aan en fatsoeneerde haar kapsel. Op de gang keek ze goed om zich heen of niemand haar zag, maar het was doodstil. Vrolijk trippelde Helena naar de koningin toe, om te vragen of ze haar nog van dienst kon zijn. Ze grijnsde. Dit was zo grappig – de koningin wist nergens van!
  22. 22. Het werd winter en de donkere dagen waren oneindig lang op het kasteel. Overal hing een ijzige, zware kou. De gevoelige tonen van een viool zweefden door de gangen. Thomas, de hofnar, werd steeds beter. Inmiddels was hij geen tiener meer, maar een gezonde jongeman.
  23. 23. ‘ Dag Thomas.’ klonk het ineens. Blij keek Thomas op. ‘ O, Helena!’ Nog altijd vond hij haar bijzonder aardig, al zag ze hem nooit staan. Hij was dan ook verrast dat ze nu zo vriendelijk naar hem keek. ‘ Wat speel je mooi.’ zei Helena. Thomas bloosde. Knipoogde ze nu naar hem?
  24. 24. ‘ Kom eens hier.’ zei Helena. Gehoorzaam stapte Thomas naar haar toe, en verroerde zich niet toen ze hem kuste. Het leek wel een droom! Al die jaren had ze hem genegeerd. Helena, het onbereikbare, beeldschone meisje, het meisje van zijn dromen. En nu stond hij met haar te zoenen!
  25. 25. Helena greep de verlegen man bij zijn pols en sleurde hem mee naar boven. O, wat is hij naïef, dacht ze bij zichzelf. ‘ D-de koninklijke slaapkamer?’ stamelde Thomas en hij fronste zijn wenkbrauwen. ‘ Mond dicht.’ glimlachte Helena.
  26. 26. ‘ Dag, Thomas.’ grijnsde Helena even later. Thomas schoof ongemakkelijk een stukje bij haar vandaan. Wat was er gebeurd? ‘ Vergeet dit, en ga nu weg.’ zei Helena, met nog steeds die vreemde grijns op haar gezicht.
  27. 27. Thomas wist niet hoe snel hij weg moest komen. Waarom had ze hem zo bedrogen? Hij vertrouwde haar! Hij voelde zich vies. Snel vulde hij zijn tobbe met warm water en sprong erin. Maar hoe hard hij ook boende en schrobde – het vieze gevoel verdween niet.

×