kingdom of nirvoas - 1.3

  • 179 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
179
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Kingdom of Nirvoas Daesdonck Generaties 1. Larissa 2. Abraham Jr. en Isabella
  • 2. Vol respect stond Abraham voor de urn van zijn vader. Het ontroerde hem meer dan hij wilde toegeven, dit treurige weerzien. Abraham dacht aan zijn verblijf in het klooster en balde zijn vuisten.
  • 3. ‘Ik ga het helemaal maken, vader, hier in Nirvoas. Dat beloof ik! U zult trots op me zijn.’ Abraham sloot zijn ogen en haalde diep adem. ‘Ik ben niet voor niets uw naamgenoot, vader. Ik zal opgroeien tot een groot man.’
  • 4. ‘Het is buitengewoon vriendelijk van u om het klooster te verlaten, en zo voor ons te kunnen zorgen.’ sprak de weduwe Larissa koeltjes. ‘Het genoegen is geheel aan mij, vrouwe. Als raadsheer van de koning hoop ik een functie te hebben die bij de familiestatus past.’ knikte Abraham, die sinds kort door de koning als adviseur was aangesteld.
  • 5. Abraham had het dus erg druk. Hij deed onderzoek naar het leven in Nirvoas, hij regelde staatszaken, bezocht belangrijke personen. Ondertussen probeerde hij het leven in huize Daesdonck draaiende te houden, maar dat was moeilijk. Het verdriet hing nog als een zware wolk tussen de muren.
  • 6. De weduwe en haar jonge dochtertje spraken weinig en lachten nooit. Toch bleef Abraham vol levenskracht. Hij had het vertrouwen van de koning gewonnen, en samen met andere belangrijke raadsheren vormde hij de belangrijkste adviseurs aan het hof.
  • 7. Larissa was nog jong en knap genoeg om opnieuw te trouwen, maar ze wilde niet. Dagen lag ze op bed voor zich uit te staren, en dacht ze aan de jaren die ze met Abraham had doorgebracht. Het waren niet veel jaren, 9 om precies te zijn. Larissa zuchtte. Was hij nog maar hier.
  • 8. Met het verstrijken van de maanden klom de jonge Abraham op in het hof. Als charismatische jongeman uit een adellijke familie kreeg hij snel veel aanzien. Er werd met respect over hem gepraat. Ook de koning was tevreden over hem. Regelmatig nam Abraham rekeningen en documenten mee naar huis, om ze daar te controleren.
  • 9. Ook de zorg voor het volk behoorde tot Abrahams taken. Vaak verschenen er wanhopige burgers aan de deur, met hun klachten over van alles en nog wat. ‘Stop uw gejammer, koopman van Sundert. U hoort geen enkele moeite te hebben met de belasting, zó arm bent u tenslotte niet.’ zei Abraham kortaf.
  • 10. ‘U luistert niet, heer Daesdonck!’ riep de koopman met opeengeklemde kaken. ‘Sinds mijn vrouw is gestorven gaat alles minder goed. De huur voor het huis, en de belastingen zijn belachelijk hoog! Kunt u daar niets aan veranderen?’ ‘Regels zijn regels, koopman.’ Hooghartig stak Abraham zijn neus in de lucht, en liep weg.
  • 11. Zelfs Larissa kreeg de burgers op haar dak, hoewel zij niets met hen te maken had. ‘Mijn vrouw en ik zijn pas getrouwd, gravin Daesdonck, wij hebben niet veel geld…De prijzen zijn veel te hoog.’ stamelde een man. ‘Ik regel dat niet! En nu wegwezen.’ beet Larissa hem toe. De man werd bleek en rende weg.
  • 12. Larissa zuchtte. Volgens die burgers was iedereen van adel verantwoordelijk voor het koninkrijk. Wisten ze dan niet dat er ambtenaren waren, raadspensionarissen, adviseurs, secretarissen – wat dan ook? Hoe zou een vrouw als zij invloed kunnen hebben op hun beslissingen? Ze schudde haar hoofd. Dom volk.
  • 13. Die middag aan tafel was het stil, zoals altijd. De kleine Isabella zat onderuit gezakt op haar stoel en staarde naar beneden. ‘Wees eens fatsoenlijk, Isabella.’ zei Larissa beheerst, maar aan haar stem was te horen dat ze zich ergerde. ‘En eet iets.’
  • 14. ‘Ik heb over u verteld, vandaag aan het hof.’ zei Abraham vriendelijk tegen het meisje. Ze reageerde niet. ‘Ik vertelde iedereen hoe mooi u wel niet bent, nog mooier dan een glanzende edelsteen.’ probeerde Abraham nog.
  • 15. Maanden gingen voorbij. Het was op een ochtend in de winter, dat Larissa het rouwen van haar dochter genoeg vond. ‘Isabella, u heeft genoeg getreurd. Als dochter van adel wordt er ander gedrag van u verwacht.’
  • 16. ‘Zeker nu u ouder wordt, zullen er op een dag huwelijksplannen gemaakt worden. Stelt u zich eens voor; welke man wil er trouwen met een meisje dat zwijgend en vreugdeloos door het leven gaat? Ik zou graag zien dat u zich vanaf nu weer naar uw status gedraagt.’ Zonder op de reactie van haar dochter te letten, ratelde Larissa haar preek af.
  • 17. Isabella slikte. Haar moeder had gelijk – ze was een meisje van adel en daar moest ze zich naar gedragen. Maar toch… ze miste haar vader nog iedere dag, en het voelde gewoon niet goed om lol te maken zonder hem. ‘Met wie ga ik trouwen, moeder?’ vroeg Isabella nadenkend.
  • 18. ‘Uw halfbroer Abraham heeft aan het hof over u verteld, zoals u weet. Er schijnen diverse graven en baronnen interesse te hebben.’ zei Larissa. ‘Graven? Baronnen?’ herhaalde het meisje, en voor het eerst sinds lange tijd begonnen haar ogen weer te glinsteren.
  • 19. ‘Abraham, Abraham!’ riep Isabella en toen ze hem gevonden had, riep ze: ‘Is het waar? Zijn er graven en baronnen die met mij willen trouwen?’ ‘O zeker, vrouwe Isabella. Hele rijen. Maar de graaf van Uilenberg staat vooraan. Die is ook het rijkst, en heeft het meeste aanzien.’
  • 20. Een brede lach brak door op Isabella’s gezichtje, iets wat Abraham nog nooit gezien had. ‘Abraham,’ begon ze langzaam. ‘Vertel maar veel over mij aan het hof. Ik wil niets liever dan later een rijke mevrouw worden!’