Kingdom of Nirvoas

  • 368 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
368
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Kingdom of Nirvoas
  • 2. O O O Armen – Familie Stavoet Generaties: (1.) (Martina x Karel) (2.) Flore x Radbout (3.) Jasper De vorige keer genoten Flore en Radbout van hun pasgeboren zoontje Jasper. Toch maakten ze zich ook wel zorgen om de grootte van het huis – konden ze daar wel met een gezin wonen? Jasper was een huilbaby en groeide op tot een angstige peuter. Gelukkig overspoelen zijn ouders hem met liefde, en zijn ze een gelukkig gezinnetje.
  • 3. ‘ Papa niet weg!’ jammerde Jasper en hij strekte zijn handen boven zich uit. Met een glimlach keek Radbout neer op zijn zoontje. Toen bukte hij zich en tilde het jongetje op.
  • 4. ‘ Papa moet naar zijn werk, Jasper.’ ‘ Papa niet weg!’ snikte Jasper nu, en er dreigde een zoveelste paniekerige huilbui te volgen. Snel sloeg Radbout zijn grote armen stevig om het jongetje heen. ‘ Luister eens, Jas. Papa heeft iets moois voor jou gemaakt. Wil je het zien?’
  • 5. Van restjes hout die hij op zijn werk gevonden had, had Radbout een muziekinstrumentje gebouwd. Voorzichtig zette hij Jasper op de tegels neer, bij het houten speelgoed. ‘ J-Jas…per spelen?’ vroeg Jasper. ‘ Het is voor jou! Ga maar fijn spelen.’ Jasper was zijn angst vergeten, en glimlachte voorzichtig.
  • 6. Toen Radbout ‘s middags weer thuis kwam, kroop Jasper meteen weer naar hem toe. Ze konden Jasper nooit een moment alleen laten, altijd moest hij bezig gehouden worden. Hij was een erg angstig jongetje. ‘ Gaat Jasper even op het potje?’ Met die woorden zette Flore Jasper neer. Bang keek hij om zich heen. Hij durfde het alleen, als allebei zijn ouders bij hem waren.
  • 7. Het was vermoeiend om voor Jasper te verzorgen. Hij was niet vrolijk en onbezorgd zoals andere kinderen van zijn leeftijd. Zijn ouders wisten niet waardoor het kwam, maar ze probeerden zo goed mogelijk met zijn angsten en huilbuien om te gaan. Die avond was Jasper jarig. Het volle huis met visite maakte hem onrustig, maar even later kwam dan echt het moment: hij ging opgroeien!
  • 8. ‘ M-mama, k…kijk, ik ben…g-groot!’ stamelde Jasper en hij bekeek met grote ogen zijn nieuwe kleren. ‘ Je bent prachtig.’ glimlachte Flore en ze omhelsde haar zoontje. Liefdevol drukte ze een kus op zijn neus.
  • 9. ‘ Gefeliciteerd hoor, Jasper!’ zei Jacoba vriendelijk. Ze was de oudere zus van Flore, en sinds ze op het platteland woonde zagen ze elkaar helaas niet meer zo vaak. ‘ Nu ben je echt al een grote jongen! Je zou eens met je neefje moeten komen spelen, met mijn Wouter. Die is iets ouder dan jij.’ vertelde Jacoba. ‘ D-dat lijkt me…leuk!’
  • 10. ‘ Papa h-heeft voor mij iets…hee-heel moois g-gemaakt!’ Door het enthousiasme kwam Jasper niet goed uit zijn woorden. Hij zag zijn ouders een bezorgde blik wisselen, al snapte hij niet precies waarom. ‘ W-wilt u het…zien, tante Ja-Jacoba?’
  • 11. ‘ Ik ben reuze benieuwd!’ lachte Jacoba. Blij rende Jasper weg om zijn houten speelgoed te halen. Ineens werd er hardhandig op de deur gebonsd. Iedereen schrok op. Flore opende de deur, en werd meteen aan de kant geduwd. David, de oudste zoon van Jacoba, stapte naar binnen.
  • 12. ‘ Waarom ben ik niet uitgenodigd?’ vroeg hij. Dreigend stond hij vlak voor Flore, en snel deed ze een stapje achteruit. Ze had David altijd een beetje griezelig gevonden. ‘ Ik dacht…’ begon ze. ‘ Vrouwen moeten niet nadenken. Is hier nog wat te zuipen?’
  • 13. Net op dat moment kwam Jasper weer aanrennen met zijn speelgoed in zijn armen. David nam het jongetje nauwlettend in zich op. Jasper merkte het niet, en liep enthousiast naar zijn tante toe. ‘ M-mooi hè, en ik…ik…ik kan er ook heel m-mooi op s…spee…spelen!’ stotterde hij. Al die tijd rustte Davids priemende blik op hem.
  • 14. ‘ Wat is dat voor duivelskind!’ brulde David ineens. ‘ Wat? David, hoe durf je mijn zoon zo te noemen!’ riep Flore geschokt uit. ‘ Een duivelskind, dat is het! Hoor je het dan niet? Hij kan niet eens normaal praten! Hij is van de duivel bezeten.’ Bij die woorden prikte David hardhandig op Flore’s schouder, en ze deinsde achteruit. Jasper begon angstig te huilen.
  • 15. ‘ Hij stottert alleen maar.’ stamelde Flore. ‘ Ja, dat denk jij! Dat is het begin. De duivel schuilt in hem. En weet je hoe dat komt? Omdat jij een heks bent, Flore! En die ouwe moeder van jou was ook een heks. Je bent besmet.’ Met die woorden rukte David de deur open en verliet het huis.
  • 16. ‘ Satanszoon!’ brulde David toen hij naar zijn huis liep, en Jasper zag staan. ‘De duivel heeft je tong behekst!’ Jasper kon alleen maar huilen. Hij had het koud, het was donker en hij was bang, maar hij durfde zich niet meer te bewegen.
  • 17. ‘ Lieverd,’ klonk het toen achter hem. Voorzichtig knielde Flore naast hem neer, in de sneeuw. Het kon haar niet schelen dat de stof van haar rok nat werd. ‘ H-hij noe…noemde me…’ hakkelde Jasper tussen zijn tranen door. ‘ Sst, stil maar. Ik weet het.’
  • 18. ‘ Wa…Waarom deed D-David zo?’ jammerde Jasper. ‘ Ik weet het niet, schat. Zo is hij gewoon, denk ik. Trek het je niet aan, David is nooit een aardige man geweest.’ Jasper verborg zijn gezicht in zijn handjes en huilde zo hard dat zijn schouders ervan schokten. Flore probeerde de brok in haar keel weg te slikken.
  • 19. ‘ Hij noemde jou…een h-heks!’ snikte Jasper. ‘ Heksen bestaan niet, schat. Mensen verzinnen ze alleen maar om elkaar bang te maken.’ ‘ Ik ben b-bang voor D-david, mama!’ Flore zuchtte en drukte Jasper dicht tegen zich aan.
  • 20. Nadat ze Jasper in zijn warme bed gestopt had, haastte ze zich naar Jacoba toe. ‘ Duivelskind, heks, waar haalt David het ineens vandaan?’ riep ze uit. ‘Ik wist dat hij geen lieverd was, maar dit gaat toch wel erg ver.’ ‘ Hij zoekt iemand om zijn woede op te uiten,’ zei Jacoba langzaam. ‘Hij wil problemen maken.’
  • 21. ‘ Soms vraag ik me af hoe hij ooit zo heeft kunnen worden. Hij is mijn zoon… Maar sinds zijn tienerjaren werd hij steeds gemener. Ik heb bijna geen contact meer met hem.’ zuchtte Jacoba. ‘ Ik hoop dat hij ons verder ook met rust laat.’ zei Flore zacht. Maar iets in haar zei dat dat niet zo zou zijn.
  • 22. Het huis was te klein om genoeg bedden voor iedereen neer te zetten, dus sliep Flore nu op een bankje. Even keek ze naar haar man en zoontje, die rustig lagen te slapen. Haar kerels. Het bankje was niet erg comfortabel, en ze sliep dan ook niet lekker. Nachtmerries over David plaagden haar tot de volgende morgen.
  • 23. ‘ David moet gewoon zijn mond houden. Waar bemoeit hij zich mee?’ bromde Radbout aan het ontbijt. ‘ Zijn woorden waren wel ernstig, Radbout. Stel dat er écht problemen van komen. Je weet hoe snel roddels hier rondgaan.’ ‘ Kom op, het volk weet wel beter. Honderd jaar geleden geloofde men misschien nog in heksen, maar nu niet meer.’
  • 24. Stilletjes kwam Jasper naar beneden. Vandaag was zijn eerste dag op de kleine dorpsschool. Hij was erg zenuwachtig. ‘ D-de kin…kinderen zullen me…uitlachen.’ stamelde hij treurig. ‘ Dat mag je niet zeggen. Je gaat gewoon lekker spelen en leren, en het wordt hartstikke leuk.’ zei Radbout vastbesloten.
  • 25. Die ochtend liep Flore de kerk in. Er was niemand anders, en er hing een doodse stilte tussen de muren. ‘God, sta me bij.’ fluisterde ze. Ze dacht na. Een vrouw werd een heks genoemd als ze de duivel aanbad. Vervolgens verzon het volk er wilde verhalen bij, zoals dat ze ‘s nachts op een bezem zou vliegen om de duivel te ontmoeten in een donker bos. Ook zou ze ziektes en ongeluk brengen. Flore zuchtte. Ze geloofde in God, ze zag zichzelf als een goed persoon…
  • 26. Thuis wachtte haar een verrassing. Grietje, de vrouw van David, stond voor de deur. Hoewel de twee vrouwen tegenover elkaar woonden, zagen ze elkaar nooit. ‘ Grietje, kom toch binnen!’ zei Flore hartelijk. ‘ Snel, David mag dit niet weten.’ zei Grietje toonloos. ‘Ik wilde alleen even zeggen… het spijt me, voor hoe hij zich gedragen heeft.’
  • 27. ‘ Dat is toch niet jouw schuld.’ zei Flore hoofdschuddend. ‘Is verder alles goed met jou?’ Bezorgd keek ze naar het vermoeide, bleke gezicht. Grietje zei niets. In haar ogen was geen enkele emotie te lezen.
  • 28. ‘ Hij had Jasper en jou niet zo mogen beledigen.’ zei Grietje kortaf, en ondanks haar vlakke toon wist Flore dat ze het meende. ‘ Bedankt, Grietje.’ glimlachte Flore. ‘Hoe is het trouwens met je kindje?’ Voorzichtig legde ze haar hand op Grietjes buik. ‘ Het moet een jongen zijn.’ zei Grietje alleen maar, en toen vertrok ze.
  • 29. Flore bleef verward achter. Ze dacht weer aan haar zoontje. Ja, hij had een spraakgebrek. Al sinds zijn peutertijd had hij moeite met praten. Mensen zoals David zagen dat dan als een vloek van de duivel, als duistere krachten. Zij zelf vond het niet zo erg. Met veel oefening zou het wel over gaan. Misschien kon ze wat kruidendrankjes maken, daar was ze goed in. Ja, als tiener had ze zich beziggehouden met hekserij, samen met haar moeder. Maar dat deed ze nu niet meer, ze was veranderd. Nu gebruikte ze alleen nog de goede recepten eruit, en vooral de kruidenleer vond ze erg interessant.
  • 30. Nadat ze allerlei kruiden en bladeren had verzameld, ging ze aan het werk. Ze stampte ze fijn, maalde het poeder door elkaar, goot er water bij, en stopte de mengsels in potjes. Veel van de ingrediënten werkten goed op de keel, of op de tong. Andere kruiden werkten kalmerend. Ze moest het perfecte drankje maken voor Jasper, misschien zou zijn stotteren dan verminderen.
  • 31. Huilend kwam Jasper die middag uit school. Hij probeerde Flore van alles te vertellen, maar het lukte niet. ‘ Kom eerst maar tot rust, lieverd.’ suste Flore hem.
  • 32. ‘ Ik b-ben dom, mama!’ jammerde Jasper doodongelukkig. ‘D-de m…meester zei dat ik…dom ben! Omdat ik n-niet g-goed kan praten!’
  • 33. ‘ En de k-kinderen l…lachten me ui-uit. Ze g-gooiden dingen naar me. En ik mocht ook…ook n-niet mee spelen.’ ‘ Lieverd toch. Wat een rotkinderen.’ Flore omhelsde hem en liet hem niet meer los, tot hij weer tot rust gekomen was.
  • 34. ‘ s Avonds aten ze samen. ‘ W…waar is papa?’ ‘ Papa is in de haven, aan het werk. Soms moet hij langer door werken, als het druk is.’
  • 35. Ineens bekroop Flore een vreemd gevoel. Alsof ze bekeken werd. En inderdaad, vanuit haar ooghoek zag ze een schim langs het raam schieten.
  • 36. ‘ Lieverd, eet jij netjes je bord leeg, en ga dan naar bed. Mama moet even iets doen.’ zei Flore en ze legde haar vork neer. ‘ W-wat ga je…doen?’ stamelde Jasper met grote ogen. ‘ Ik ben even hiernaast, bij tante Anna-Sophia.’ loog ze. ‘Ik ben zo weer terug, zul je doen wat ik gezegd heb?’ Jasper knikte angstig.
  • 37. Vastberaden stapte ze de donkere nacht in. Hij moest hier ergens zijn. Inderdaad, hij stond in het steegje even verderop. ‘ Waarom begluurde je ons?’ vroeg Flore kwaad. ‘ Je bent een vuile heks. Ik heb je wel gezien, met je vervloekte brouwsels. Die ga je zeker gebruiken om mij mee te vergiftigen!’ riep David.
  • 38. ‘ Dat waren gewoon kruidenmengsels!’ riep Flore uit. ‘Jij ziet dingen die er niet zijn!’ ‘ O ja? En wat deed je vanmiddag dan in het bos? Was het gezellig, met de duivel?!’ ‘ Ik plukte kruiden, dat is alles! David, waarom verzin je dit?’
  • 39. De man luisterde niet naar haar. Zijn woedende gezicht met de vuurspuwende ogen stak fel af tegen het duister. ‘ En wat deed jij met mijn vrouw? Wat deed mijn vrouw in jouw vervloekte huis? Je hebt haar behekst!’ ‘ Nee, David!’
  • 40. ‘ Grietje en ik hebben alleen maar even gepraat.’ ‘ Je bent een heks, Flore. Je moeder was een heks, jij bent een heks…en dat zoontje van je is ook vervloekt.’ siste David. ‘ Hou nu toch eens je mond!’ schreeuwde Flore ineens. ‘Waarom sla je zulke onzin uit? De tijd dat heksen vervolgd werden is allang voorbij!’
  • 41. Toen ging alles ineens heel snel. In een flits stond David vlak voor haar. Hij greep haar met beide handen vast en keek haar doordringend aan. ‘ Ik hou je in de gaten, met die duivelspraktijken van je. Ik weet je te vinden, Flore Stavoet, jou en dat duivelskind van je!’ ‘ Blijf van Jasper af!’ krijste Flore en ze duwde hem van zich af. Toen draaide ze zich om en zette het op een lopen.
  • 42. ‘ Radbout, Radbout!’ riep Flore buiten adem. Ze sloot de deur achter zich met een extra slot en schoof er ook nog een stoel voor. ‘ Floor, wat is er?’ Geschrokken stond Radbout op. Meteen vloog Flore in zijn armen, en greep hem stevig vast. ‘ Ik ben bang, Radbout!’ piepte ze. ‘David heeft me weer bedreigd. Hij wil mij en Jasper iets aan doen!’
  • 43. Radbout troostte en kalmeerde haar, maar toen werd hij streng. ‘ Ik wil niet meer dat jij alleen naar buiten gaat in het donker. Dat is te gevaarlijk. Die David is gek. Als we ons gewoon rustig houden en geen aandacht aan hem besteden, vergeet hij ons wel weer.’ ‘ Ik hoop het.’ zuchtte Flore.
  • 44. ‘ Samen komen we hier wel doorheen.’ ‘ Ik hou van je, Radbout.’ Flore sloot haar ogen en kuste haar man. ‘ Ik hou van jou, schatje. We laten ons niet gek maken door zo’n agressieve zuiplap. Wij weten wel beter!’
  • 45. ‘ Laten we naar boven gaan. Ik ben best moe.’ zei Radbout. Boven zagen ze Jasper in hun bed liggen, terwijl hij eigenlijk op het bankje hoorde te slapen met wat kussens en een deken. ‘ Ach, laat hem maar. Ik slaap vannacht wel op de bank.’ knipoogde Radbout. ‘ Ik hou van je.’ zei Flore nogmaals. ‘Welterusten.’
  • 46. De volgende morgen was Flore haar straatje aan het vegen, toen ze ineens voetstappen achter zich hoorde. ‘ Kijk aan, de heks met haar bezem! Probeer je te doen alsof je gewoon aan het vegen bent, terwijl je eigenlijk iets anders van plan was? Kom op, vlieg dan weg!’ siste David. Flore zuchtte en klemde haar handen om de bezemsteel.
  • 47. Toen draaide ze zich om en ramde de bezem met volle kracht op Davids hoofd. Met een woedende kreet stortte hij zich op haar, en al gauw waren ze in gevecht.
  • 48. Al snel kwam Radbout tussenbeide en nam Flore mee naar huis. David verdween ook weer. Kwaad ging Flore op bed liggen. Ze had wat blauwe plekken, maar verder niks ernstigs. ‘ Ik heb het gevoel dat dit uit de hand begint te lopen.’ mompelde ze. ‘Misschien moeten we hier weg.’
  • 49. ‘ Zeg, we laten ons toch niet wegpesten door zo’n vent!’ riep Radbout uit, en hij trok Flore tegen zich aan. ‘ Dit is ons huisje, je houdt toch van deze buurt?’ Flore knikte en legde haar hoofd op Radbouts schouder. Verliefd keek ze naar hem op. ‘ Ik ben zo blij dat ik jou heb.’
  • 50. Flore en Radbout brachten de ochtend door onder de warme dekens. ‘ Ik zou wel eeuwig zo met je kunnen blijven liggen, maar ik moet nu toch echt naar mijn werk!’ zei Radbout uiteindelijk. Flore trok een droevig gezicht, maar lachte toen. ‘ Tot vanavond, schat.’
  • 51. Jasper kwam thuis uit school, en dwaalde wat rond over het pleintje. Hij wilde iets leuks doen, ergens mee spelen. Toen hij verder liep, kwam hij langs David, die midden op straat zijn vrouw zoende. Jasper liep snel verder, maar te laat, David had hem al gezien. ‘ Als we daar de zoon van Satan niet hebben!’ riep hij.
  • 52. Hij greep Jasper bij zijn schouder en dwong hem te blijven staan. ‘ Vertel, wat heb je vandaag weer uitgespookt? En waar was je moeder afgelopen nacht? Feestje bij de duivel?’ ‘ M-mijn moe…moeder was ge…gewoon t-thuis.’ stamelde Jasper. ‘ David, doe dit nou niet…’ zei Grietje zacht.
  • 53. David duwde zijn vrouw weg. Het werd donker. ‘ Praat normaal, ik versta geen woord van die duivelstaal die je uitkraamt!’ brulde David. ‘ Ik…ik…’ begon Jasper, maar hij kreeg geen woord meer over zijn lippen.
  • 54. ‘ Wat ben jij in Godsnaam aan het doen?’ krijste Flore terwijl ze in volle snelheid kwam aangerend. Ze duwde David weg bij haar zoontje. ‘ Naar huis jij!’ riep ze tegen Jasper, en richtte zich toen weer op de man. ‘Laat mijn zoon met rust! Waag het niet om hem ooit nog eens lastig te vallen!’ ‘ Ik doe alleen mijn christenplicht.’ glimlachte David. ‘Mensen die de duivel aanbidden kunnen we hier niet gebruiken.’
  • 55. Flore balde haar vuisten. Ze rook dat David weer had gedronken. ‘ Jij bent gek.’ siste ze. ‘Je praat onzin, Jasper en ik doen niets verkeerd!’ ‘ Niet?’ grinnikte David. ‘Dat zullen we nog wel eens zien. Binnenkort weet heel Nirvoas dat jij een heks bent, en dat je een zoon van de Duivel gebaard hebt!’ ‘ Hou je mond! Wat een vuile onzin, ik aanbidt de Here God en Jasper is gewoon een zoon van Radbout!’ krijste Flore uit.
  • 56. Woedend ging Flore naar huis. ‘ Wat een onzin, wat een onzin.’ bleef ze maar herhalen. In haar hoofd hoorde ze steeds weer Davids woorden. ‘ Binnenkort weet heel Nirvoas dat jij een heks bent…’ mompelde ze. Radbout zuchtte kwaad.
  • 57. ‘ Misschien is het inderdaad maar beter als we hier weggaan.’ zei hij toen. ‘ Maar ik wil hier niet weg!’ riep Flore. ‘En als we weggaan, lijkt het juist dat we vluchten omdat we iets te verbergen hebben. Radbout, ik blijf hier. Het lukt David nooit om andere mensen dit wijs te maken.’ ‘ Ik weet het niet. Soms willen mensen rare dingen geloven.’ zuchtte Radbout.