Rapport              Perspectieven 2012               NL 2030Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
The Boston Consulting Group (BCG) is een wereldwijd opererendemanagement consultant en is toonaangevend op het gebied vans...
NL 2030CONTOUREN VAN EEN NIEUW NEDERLANDS VERDIENMODEL                     HUIB KURSTJENS                     JAN WILLEM M...
INHOUD                      	 3	    INLEIDING EN DOELSTELLING                      	 5	    CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN    ...
INLEIDING EN                                 DOELSTELLINGN    ederland is een rijk en gelukkig land. Gemeten naar inkomen ...
In dit rapport wil The Boston Consulting Group een eerste antwoord                      op deze vragen geven. We schetsen ...
CONCLUSIES EN                                                AANBEVELINGENO     ns welvaartsniveau wordt voor een      bel...
De wereldeconomie waarin onze internatio-         veranderende (ook wel ‘volatielere’) wereld.                      naal c...
ontwikkelen, aantrekken en behouden van          Bedrijven die internationaal concurrerenvernieuwingstalent. Ons onderwijs...
AANPASSINGSVERMOGENWORDT DE NIEUWE BRONVAN WELVAART                      H   oe verdienen we in Nederland in 2030         ...
productiviteit van Nederlandse boeren. Boe-                  king (of 15% van de samenleving) zich inren staan hier synoni...
Het belang van traditionele                                        specifiek Nederlandse concurrentievoordelen            ...
De vervolgvraag is of deze wereldwijde con-        paragraaf onderzoeken we of onze onderne-vergentie ook op Nederland van...
Figuur 3 | Voorheen succesvolle ondernemingen verliezen steeds sneller hun leidende posities   Percentage van onderneminge...
Figuur 4 | Belang van schaalgrootte geleidelijk maar fors afgenomen     Kans dat grootste onderneming in haar sector ook d...
Figuur 5 | Ook na conjuncturele correctie lijkt er een significante toename van                                   het aant...
Figuur 7 | Raamwerk van drijvende factoren achter toenemende snelheid van verandering                                     ...
onderwijs met 15% zal stijgen7. De cumu-                           vraagdifferentiatie te verwachten: hoe                 ...
ringen nog aanzienlijk wordt opgevoerd. We        Notenbelanden in nog sneller veranderende tijden.      1. Bron: Internat...
DE NOODZAAK VOORVERANDERINGEN INNEDERLAND                      W     at is er nodig om als land tot de                    ...
Het toenemende belang van                          ken, ontwikkelen en behouden van buiten-vernieuwingstalent             ...
vernieuwingstalent nu juist toe zal nemen                        gekwalificeerd zijn, waarin zij echt een                 ...
vernieuwingstalent, moeten we dergelijk                                             De vraag is hoe het kan dat Nederland ...
Figuur 11 | Nederland scoort niet hoog op verschillende indicatoren van                       aanpassingsvermogen         ...
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel

3,673

Published on

0 Comments
2 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
3,673
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
54
Comments
0
Likes
2
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Nl 2030 bcg nieuw nederlands verdienmodel"

  1. 1. Rapport Perspectieven 2012 NL 2030Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  2. 2. The Boston Consulting Group (BCG) is een wereldwijd opererendemanagement consultant en is toonaangevend op het gebied vanstrategie. Samen met onze klanten onderzoeken wij mogelijkheden ommeer waarde te creëren, adresseren we complexe uitdagingen entransformeren we organisaties. Dit doen we in allerlei bedrijfstakkenen op allerlei terreinen. Onze organisatiespecifieke aanpak combineertdiepgaand inzicht in dynamiek van bedrijven, organisaties en marktenmet vergaande samenwerking met alle niveaus van deklantorganisatie. Dit zorgt ervoor dat onze klanten duurzaamconcurrentievoordeel opbouwen, sneller en effectiever werken, betereorganisaties bouwen en verzekerd zijn van blijvende resultaten.BCG is opgericht in 1963 en heeft 77 kantoren in 42 landen.
  3. 3. NL 2030CONTOUREN VAN EEN NIEUW NEDERLANDS VERDIENMODEL HUIB KURSTJENS JAN WILLEM MAAS THOMAS STEFFENSOktober 2012 | The Boston Consulting Group
  4. 4. INHOUD 3 INLEIDING EN DOELSTELLING 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Nieuw verdienmodel nodig Nieuwe succesfactoren Doorkijk naar 2030 Implicaties voor overheid en bedrijfsleven 8 AANPASSINGSVERMOGEN WORDT DE NIEUWE BRON VAN WELVAART Analyse van ons huidige landelijke verdienmodel Het belang van traditionele landenvoordelen neemt af De toenemende vergankelijkheid van bedrijfsvoordelen Conclusie 18 DE NOODZAAK VOOR VERANDERINGEN IN NEDERLAND Het toenemende belang van vernieuwingstalent We moeten ons maatschappelijk aanpassingsvermogen verhogen Conclusie 24 HET NEDERLANDSE VERDIENMODEL IN 2030 30 AGENDA VOOR DE NEDERLANDSE OVERHEID Meer vernieuwingstalent en meer aanpassingsvermogen Overheid met groter en sneller aanpassingsvermogen Zorg voor maatschappelijk draagvlak Conclusie 38 AGENDA VOOR HET NEDERLANDSE BEDRIJFSLEVEN Het sneller benutten van bestaande concurrentievoordelen Ondernemingen moeten sneller nieuwe bedrijfsvoordelen realiseren Gezamenlijk bijdragen aan vernieuwingstalent en maatschappelijk aanpassingsvermogen 43 NAWOORD 44 DANKWOORD 45 BIJLAGEN 52 AAN DE LEZER2 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  5. 5. INLEIDING EN DOELSTELLINGN ederland is een rijk en gelukkig land. Gemeten naar inkomen per hoofd van de bevolking, algemeen geluksgevoel, relatiefgelijkmatige inkomensverdeling en sociale mobiliteit, bevindt onsland zich steevast bovenaan de ranglijsten. Het is echter niet vanzelf-sprekend dat ons land deze positie zal weten te behouden, zelfs nietals de effecten van de crisis beperkt blijven. Willen we onze welvaarten welzijn de komende decennia vergroten of zelfs maar op peilhouden, dan zullen we een aantal fundamentele uitdagingen voor heteconomisch succes van Nederland onder ogen moeten zien.Onze welvaart is voortgekomen uit een ‘verdienmodel’ dat succesvolgebruik heeft gemaakt van onze geografische ligging, onze hoogopge-leide bevolking, de hoge kwaliteit van onze infrastructuur en onzeinternationale handelsgeest. Maar waar deze factoren ons in het ver-leden een voorsprong gaven op andere landen, bieden ze nu steedsminder onderscheid. Ons verdienmodel voldoet daarom niet langervoor het vergroten van onze welvaart op de middellange termijn.Om verdere groei van onze welvaart en ons welzijn te realiseren zul-len we op een ingrijpend vernieuwd verdienmodel moeten overgaan.Hoe ziet dat verdienmodel van de toekomst eruit? Hoe verdienen wein 2030 ons inkomen? En welke maatregelen moeten we nu al nemenom daarmee op lange termijn succesvol te zijn, terwijl de wereld zelfsvoor de eerstkomende jaren volop onzekerheid in zich herbergt? The Boston Consulting Group | 3
  6. 6. In dit rapport wil The Boston Consulting Group een eerste antwoord op deze vragen geven. We schetsen een beeld van een nieuw verdien- model waarmee Nederland in 2030 zijn welvaart kan creëren. Om te beginnen analyseren we de fundamentele bronnen van onze huidige welvaart, de manier waarop deze veranderen en de kansen en bedrei- gingen die dit met zich meebrengt. We verbinden daarbij de ‘macro- wereld’ van landen en hun economieën met de ‘micro-wereld’ van ondernemingen en mensen. Dit rapport geeft daarmee heldere economische feiten en realiteiten die duidelijk maken op welke beleidsterreinen veranderingen vereist zijn. Onze bevindingen verta- len we ten slotte in concrete aanbevelingen voor de overheid, maat- schappij en het bedrijfsleven. Met dit rapport geven we een aanzet tot een hoognodig debat over de agenda waarmee Nederland zijn welvaart de komende decennia kan vergroten. We geven geen politieke visie op hoe die welvaart verdeeld moet worden. We geven wel aan welke uitwerking keuzes van politiek en bedrijfsleven hebben op ons toekomstige verdienmodel. Een wer- kelijk begrip van ons toekomstige verdienmodel en de maatregelen die al op korte termijn nodig zijn om het te bouwen, zijn van cruciaal belang voor de welvaart en het welzijn van de volgende generaties.4 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  7. 7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGENO ns welvaartsniveau wordt voor een belangrijk deel bepaald door het deelvan de economie dat is blootgesteld aan tie) 25% bepaalt dus in grote mate hun inko- men. 75% van de Nederlandse werk­ emers is n in dat opzicht afhankelijk van de overige 25%.internationale concurrentie. De relatieve Niet van de slimste 25%, niet van de bestproductiviteit van (de medewerkers in) die verdienende 25%, maar van de 25% die bloot-bedrijfstakken bepaalt in welke mate econo- staat aan internationale concurrentie. Demische activiteit in Nederland plaatsvindt en productiviteit van onze bedrijfstakken diewelke beloning hier tegenover staat. Vandaag internationaal (moeten) concurreren is der-de dag is ongeveer 25% van de Nederlandse halve van cruciaal belang voor het inkomens-beroepsbevolking direct of indirect bloot­ niveau van de gehele beroepsbevolking engesteld aan internationale concurrentie maatschappij.(bv. boeren). Het salarisniveau voor die ar-beid is sterk gerelateerd aan hun productivi-teit in vergelijking met die van concurrenten Nieuw verdienmodel nodigin andere landen. Een Nederlandse boer De productiviteit van internationaal concur-verdient bijvoorbeeld 65 keer zo veel als een rerende bedrijfstakken wordt gedreven doorThaise boer, maar heeft ook een productivi- voordelen die een land biedt (‘landenvoor­teit in output van een factor 75 hoger. De delen’) en door concurrentievoordelen vanoverige 75% van onze beroepsbevolking is bedrijven zelf (‘bedrijfsvoordelen’). Deniet of nauwelijks blootgesteld aan inter­ landenvoordelen waarmee ons land zichnationale concurrentie, denk bijvoorbeeld traditioneel wist te onderscheiden (zoals onsaan kappers, buschauffeurs of rechters. Ook belastingregime, de kwaliteit van onze fysiekehun salarissen zijn vele malen hoger dan die en ICT-infrastructuur, onze beheersing vanvan hun Thaise collega’s, maar dat komt niet vreemde talen, enz.) zullen ons niet veeldoordat zij op één dag veel meer knipbeurten langer het concurrentievoordeel van weleerdoen, ritjes rijden of vonnissen vellen. Hun verschaffen: de verschillen met andereinkomen wordt niet bepaald aan de hand van – zowel ontwikkelde als ook opkomende –hun relatieve output, maar via concurrentie landen lopen namelijk in hoog tempo terug.op de binnenlandse arbeidsmarkt, waarin zij We worden daarmee steeds afhankelijker vanconcurreren met medewerkers uit bedrijfs- onze bedrijfsvoordelen. Nederlandse onder-takken die wel internationaal (moeten) nemingen beschikken gelukkig nog steedsconcurreren. Niet hun eigen relatieve produc- over specifieke concurrentievoordelen, maartiviteit, maar die van de ‘verhandelbare’ de houdbaarheidstermijn daarvan wordt(= blootstaand aan internationale concurren- steeds korter. The Boston Consulting Group | 5
  8. 8. De wereldeconomie waarin onze internatio- veranderende (ook wel ‘volatielere’) wereld. naal concurrerende bedrijfstakken zaken En de snelheid van verandering zal de doen verandert namelijk steeds sneller. Nokia komende twee decennia nog eens verder ver- verloor zijn leidende positie in mobiele tele- dubbelen door verdere groei van de bevol- foons in minder dan drie jaar aan Apple. king, onderwijstoegang, emancipatie en klant- TomTom bouwde en verloor zijn leidende vraagversnippering. Het einde van deze ver- positie in minder dan een decennium. Maar snellingstrend is nog niet in zicht. ook in minder hightechbedrijfstakken als financiële dienstverlening, kleding en trans- port zien we steeds vaker dat nieuwe onder- Nieuwe succesfactoren nemingen ongekend snel markten veroveren In steeds sneller veranderende tijden zijn de en dat gevestigde bedrijven even snel hun winnaars van vandaag steeds vaker en sneller marktposities verliezen. De snelheid van ver- de verliezers van morgen. De bron van ons andering is toegenomen door drie factoren: verdienvermogen, de concurrentievoordelen van onze internationaal concurrerende •• Een enorme toename van technologische ondernemingen, wordt dus steeds minder vernieuwing. Deze wordt gedreven door betrouwbaar. Tegelijkertijd worden we, met de wereldwijde bevolkingsgroei, de stij- het verdwijnen van onze landenvoordelen, ging van emancipatieniveaus en de verbe- steeds afhankelijker van die bron. Dat hoeft terde toegang tot (hoger) onderwijs. niet per se een nadeel te zijn: in steeds sneller veranderende tijden valt er niet alleen •• Een sterke versplintering van de behoef- meer te verliezen, maar ook meer te winnen. ten van klanten. Dé klant bestaat bijna Landen waarin ondernemingen zich goed en niet meer: klantbehoeften zijn onder snel aan kunnen passen aan nieuwe techno- andere door toenemende welvaart sterk logie en een versplinterde klantvraag zullen gesegmenteerd. Wij verwachten een profiteren. In een volatielere wereld wordt verdere versplintering van de klantvraag, aanpassingsvermogen steeds meer beloond. bijvoorbeeld doordat onze huidige leve- Starheid wordt steeds harder afgestraft. ringsmodellen voor grondstoffen, zorg en pensioen ontoereikend zullen blijken en De twee cruciale ingrediënten voor een land dus kansen bieden voor nieuwe en bedrijfsleven om te kunnen profiteren van proposities. een steeds sneller veranderende wereld zijn: •• Een snel platter wordende wereld. Dit is 1. Vernieuwingstalent: mensen die moge- het gevolg van onder meer de vorming lijke concurrentievoordelen identificeren van economische unies, afnemende valu- in een zee van nieuwe technologieën, data tarisico’s, versterking van internationale en versplinterende klantvragen en in een instituties en de afname van geopolitieke steeds internationaler speelveld; en risico’s in veel regio’s. 2. Maatschappelijk aanpassingsvermogen Deze drie factoren bieden nieuwe onderne- waarmee ondernemingen deze concurren- mingen steeds vaker de mogelijkheid nieuwe tievoordelen kunnen realiseren. Alleen als technologie te koppelen aan voorheen ver- we over maatschappelijke fundamenten borgen klantvragen en hiermee gevestigde (bv. financiering, vergunningen, arbeids- spelers te verslaan. In een platte wereld kun- markt, enz.) met voldoende aanpassings- nen deze vernieuwende ondernemingen in vermogen beschikken, zullen de door korte tijd hun propositie wereldwijd uitrollen vernieuwingstalent geïdentificeerde en zo ook gevestigde buitenlandse spelers nieuwe voordelen ook daadwerkelijk uitdagen. tijdig gerealiseerd kunnen worden. Het gevolg van dit alles is een voortdurend Met deze twee als belangrijkste ingrediënten toenemende snelheid van economische ver- voor ons toekomstige concurrentievermogen andering: bedrijfsvoordelen komen en gaan staan we voor een grote uitdaging. Want steeds sneller. We leven in een steeds sneller Nederland excelleert helaas niet in het6 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  9. 9. ontwikkelen, aantrekken en behouden van Bedrijven die internationaal concurrerenvernieuwingstalent. Ons onderwijssysteem is zullen zich moeten richten op niches waarinmet name gericht op het verhogen van het hun diepe expertise tot haar recht komt.gemiddelde niveau, voor het koesteren en Een grotendeels Engelstalige arbeidsmarkt,verbeteren van de uitblinkers lijkt te weinig integrale aansturing van de Randstad alsaandacht. We slagen er niet in ons even­ één metropool en een solidaire verzorgings-redige aandeel in hooggekwalificeerde ken- staat zijn additionele punten aan de horizonnismigranten aan te trekken. En van een van 2030.klimaat waarin vernieuwingstalent optimaalgeprikkeld wordt tot het leveren van toppres-taties lijkt onvoldoende sprake. Implicaties voor overheid en bedrijfslevenEvenmin blinken we uit met het aanpassings- De overheid moet bouwen aan een maat-vermogen van onze maatschappelijke funda- schappij met meer vernieuwingstalent enmenten. De snelheid van publieke besluitvor- een groter maatschappelijk aanpassingsver-ming laat vaak te wensen over. Toegangs- mogen, bijvoorbeeld door meer gekwalifi-barrières voor nieuwe ondernemingen zijn ceerde immigranten toe te laten en onder-veelal onnodig hoog, net als uittredingsbar- wijs meer toe te spitsen op excellentie, doorrières. Daarnaast werkt onze arbeidsmarkt prikkels tot starheid uit het belastingstelselaanpassingsvermogen niet altijd in de hand. te verwijderen en door verdere modernise-Bestuurders binnen zowel de overheid als het ring van de arbeidsmarkt. Bovendien moetbedrijfsleven moeten daarom nu maatrege- de overheid haar eigen aanpassingsvermo-len nemen die ons maatschappelijk aanpas- gen vergroten, bijvoorbeeld door wet- ensingsvermogen en vernieuwingstalent snel en regelgeving sneller aan te passen op techno-aanzienlijk verbeteren. logische vernieuwingen en door snellere besluitvorming over onder meer overheidsin- vesteringen in ICT en fysieke infrastructuur.Doorkijk naar 2030 Ondernemingen moeten zichzelf beterWe kunnen niet voorspellen wat de winnen- voorbereiden op toenemende snelheid vande bedrijfstakken in 2030 zullen zijn. De sec- verandering door hun aanpassingsvermogentormix zal voortdurend en sneller dan nu te vergroten, door onder meer moderniseringveranderen en dat geldt ook voor de positie van hun talentmanagement, het voeren vanvan Nederland in bepaalde bedrijfstakken. een minder starre financiële balans, hetWie had ooit gedacht dat Finland zijn positie koesteren van een cultuur met tolerantiein hightech in vijf jaar zou verliezen? In voor risico en mislukking, leren te experi­plaats van ons te richten op de winnaars van menteren met risicobeheersing, enz. Tenvandaag, zullen we moeten werken aan ons slotte moeten overheid en bedrijfsleven eenvermogen ons aan te passen aan snelle veran- bijdrage leveren door een klimaat te schep-deringen in technologie en steeds verdere pen waarin excellentie gewaardeerd wordtklantvraagversnippering. en er begrip is voor de noodzaak tot meer aanpassingsvermogen.We voorzien in 2030 een landschap metondernemingen die een smallere focus op In dit rapport roepen wij op tot fundamen-producten en klanten koppelen aan grotere tele veranderingen. Het realiseren van dezegeografische reikwijdte: van gediversifieerde veranderingen zal niet eenvoudig zijn en zalregionaal actieve ondernemingen naar weerstand oproepen. Succes hangt af van degespecialiseerde wereldwijd opererende wil en het vermogen van politieke, maat-ondernemingen. Die ondernemingen zullen schappelijke en zakelijke leiders om een aan-bovendien veel sneller dan vandaag hun trekkelijk perspectief voor Nederland in 2030(productie)capaciteit op- én afbouwen omdat te ontwikkelen en uit te dragen. Niet aanpas-ook hun relatieve concurrentiekracht vaker sen is geen optie. De welvaart van ons alle-en sneller zal veranderen. Dat brengt boven- maal staat op het spel. Van boer tot bus-dien met zich mee dat ondernemingen vaker chauffeur. Voor de volgende generatie enzullen moeten wisselen van bedrijfsmodel. die daarna. The Boston Consulting Group | 7
  10. 10. AANPASSINGSVERMOGENWORDT DE NIEUWE BRONVAN WELVAART H oe verdienen we in Nederland in 2030 ons inkomen? Voor een antwoord op deze vraag is het verhelderend na te gaan geen afdoende verklaring voor hun inter­ nationaal sterk uiteenlopende inkomens. waar we ons huidige verdienvermogen en Het in dit verband relevante onderscheid tus- daarmee ons inkomensniveau aan te danken sen boeren en buschauffeurs is dat land- hebben. In dit hoofdstuk behandelen wij de bouwproducten internationaal verhandelbaar bronnen van de hoge productiviteit van zijn en busritten niet. Er is een wereldmarkt Nederland en analyseren we hoe deze zich voor suiker waarop Nederlandse boeren con- ontwikkelen. curreren met Thaise boeren, geen Nederlan- der reist naar Lima om daar enkel een busritje te gaan maken. Analyse van ons huidige landelijke verdienmodel Inkomensverschillen tussen landen worden Ons huidige verdienvermogen is, vergeleken voor een belangrijk deel bepaald door produc- met dat in veel andere landen, hoog. Dat tiviteitsverschillen in bedrijfstakken waarin komt vooral tot uitdrukking in de relatief internationale handel plaatsvindt. Naast land- hoge inkomens van onze beroepsbevolking: bouw zijn dit bijvoorbeeld ook (delen van) een Nederlandse boer verdient bijvoorbeeld industriële productie, ICT en de creatieve sec- 65 keer zo veel als een boer in Thailand. De tor. Inkomens in bedrijfstakken die niet of verklaring voor dit verschil in inkomen, en nauwelijks zijn blootgesteld aan internatio- daarmee voor het verschil in welvaart tussen nale handel zijn van deze inkomens afgeleid. beide landen, ligt voor de hand: de Neder- Mobiliteit op de nationale arbeidsmarkt zorgt landse boer produceert ook veel meer dan voor een koppeling van lonen in beide typen zijn Thaise collega. Het verschil in inkomen bedrijfstakken. Als salarissen voor boeren aan- (een factor 65) blijkt bij boeren inderdaad zienlijk hoger zouden zijn dan die voor bus- redelijk in lijn te liggen met hun verschil in chauffeurs, zouden veel buschauffeurs zich productiviteit (een factor 75)1. Maar waarom laten omscholen, met stijgende salarissen voor verdient een Nederlandse buschauffeur circa de resterende buschauffeurs als gevolg (door 20 keer zo veel als zijn collega in bijvoorbeeld schaarste) en dalende salarissen voor boeren Peru2? Niet omdat die per dag 20 keer zo veel (door meer aanbodconcurrentie). Een Neder- ritten of passagiers­ ilometers maakt. Inter­ k landse buschauffeur dankt zijn internationaal nationale productiviteitsverschillen tussen gezien hoge inkomen dus niet primair aan zijn buschauffeurs zijn, net zomin als voor eigen (comparatieve) productiviteit, maar – in horecapersoneel, kappers of advocaten, dit vereenvoudigde voorbeeld – aan de hoge8 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  11. 11. productiviteit van Nederlandse boeren. Boe- king (of 15% van de samenleving) zich inren staan hier synoniem voor ‘internationaal internationaal opzicht kan blijven meten.concurrerende bedrijfstakken’. Een eventueel verlies aan internationale concurrentiekracht in bedrijfstakken die internationaal concurreren zou het inkomens-Relatieve productiviteit niveau van de gehele Nederlandse bevolking sterk onder druk zetten. Zie bijlage 1.van 25% van onze Gegeven dit cruciale belang van de (compara-beroepsbevolking bepaalt tieve) productiviteit van onze internationaalmaatschappelijke welvaart concurrerende bedrijfstakken voor het toe- komstige Nederlandse verdienvermogen, heb- ben we inzicht nodig in de factoren die totOnderzoek van BCG naar hoe onze beroeps- productiviteitsverschillen tussen landen (inbevolking in dit verband is samengesteld dezelfd bedrijfstak) leiden. Deze factoren val-levert een nieuw en zeer opmerkelijk inzicht len in twee categorieën uiteen:op. Naar onze schatting bevindt niet meerdan 25% van de Nederlandse werkgelegen- •• landgebonden concurrentievoordelenheid zich in bedrijfstakken die zijn blootge- zoals het klimaat, de aanwezigheid vansteld aan internationale concurrentie3. natuurlijke hulpbronnen of politiekeFiguur 1 geeft de opbouw van dit aandeel stabiliteit (vanaf hier: ‘landenvoordelen’);weer. Dit betekent (bij de huidige stand vande technologie) dat 25% van de Nederlandse •• bedrijfsgebonden concurrentievoordelenarbeid goederen of diensten produceert die zoals een superieure technologie, com-vervangen zouden kunnen worden door die merciële kracht en marktposities (vanafvan buitenlandse concurrenten. De implica- hier: ‘bedrijfsvoordelen’).ties hiervan zijn verstrekkend: toekomstigeinkomensniveaus van alle Nederlanders zijn In de volgende twee paragrafen onderzoekengrotendeels afhankelijk van hoe de producti- we hoe robuust onze huidige landenvoor­viteit van deze 25% van onze beroepsbevol- delen en bedrijfsvoordelen zijn. Figuur 1 | ~25% van Nederlandse banen concurreert op internationale markten % van totale Nederlandse werkgelegenheid 100% 61% 100 80 60 40 39% 22% 6% 24% 20 17% 0 Totale werk- Publieke1 en Tradable Non-tradable Tradable Tradable Totale gelegenheid non-tradable bedrijfs- functies functies functies in tradable bedrijfs- takken in tradable in tradable non-tradable werk- takken bedrijfs- bedrijfs- bedrijfs- gelegenheid takken2 takken3 takken4 Tradable = internationaal concurrerend 1 Inclusief de sectoren Overheid, Onderwijs en Zorg 2 Bijvoorbeeld een verkoper 3 Bijvoorbeeld een ontwerper 4 Bijvoorbeeld een IT-specialist Noot: Hiervoor hebben we CBS-data over de opbouw van de Nederlandse werkgelegenheid gecombineerd met internationale data (Bradford, Jensen & Kletzer, 2005) over het aandeel van internationale handel per bedrijfstak Bron: CBS branche monitor, juni 2012, Institute for International Economics, BCG-analyse The Boston Consulting Group | 9
  12. 12. Het belang van traditionele specifiek Nederlandse concurrentievoordelen landenvoordelen neemt af worden bijgehaald. Afstanden worden kleiner (in tijd), landen groeien naar elkaar toe of, in de woorden van De kwaliteit van de beroepsbevolking, het Thomas Friedman, ‘de wereld wordt platter’4. macro-economische en sociale klimaat, het De bewijzen hiervoor vinden we overal om belastingregime, de kwaliteit van de infrastruc- ons heen: de globaliserende economie, de tuur, de beheersing van vreemde talen, poli- voortgaande Europese integratie, internatio- tieke stabiliteit, betrouwbare instituties en naal expanderende ondernemingen, enz. In technologische expertise werden lange tijd dit rapport gaan we niet dieper op deze gezien als de belangrijkste factoren voor het ‘megatrend’ in, maar beschouwen deze als creëren van het nationale verdienvermogen. een gegeven. Op vrijwel al deze aspecten zijn landen echter op een spectaculaire manier naar elkaar toegegroeid: de aanvankelijke voorlopers Nederlandse concurrentie- hebben slechts beperkte voortgang geboekt, de achterblijvers van weleer hebben een grote kracht steeds minder inhaalslag gemaakt. De leidende landen op het gebied van institutionele kwaliteit, technologi- onderscheidend. sche expertise en macro-economisch klimaat We hebben een nieuw hebben hun voorsprong op de nummer 10 veelal zien halveren in de afgelopen tien jaar verdienmodel nodig (zie figuur 2). Verder naar beneden op de ranglijst laten landen een soortgelijke conver- gentie zien, de verschillen tussen bijvoorbeeld Daarnaast constateren wij dat de bovenge- de nummers 10 en 40 op deze dimensies zijn noemde landenvoordelen wereldwijd afvlak- eveneens sterk verminderd5. Deze convergentie ken. Factoren waarmee landen zich in het van landenvoordelen is echt een mondiaal verleden konden onderscheiden maken van- fenomeen: ze voltrekt zich niet alleen tussen daag de dag het verschil niet meer. We heb- ontwikkelde en ontwikkelende landen, maar ben hiervoor op twee niveaus bewijzen ook tussen ontwikkelde landen onderling en verzameld: (1) op macro-niveau, over de mate langs een groot aantal dimensies. Bijlage 2 gaat waarin landen op potentieel onderschei- in op enkele uitzonderingen op deze logica, dende factoren naar elkaar toe bewegen en zoals de toekomstbestendigheid van pensioen- (2) op nationaal niveau, over de mate waarin en zorgstelsels en gezonde overheidsfinanciën. Figuur 2 | Landenvoordelen nemen wereldwijd af Macro-economisch Technologische Institutionele klimaat expertise kwaliteit Verschil tussen best presterende land en land dat de tiende plek inneemt1 in WEF-score 15 15 15 13 13 10 10 10 9 8 7 6 5 5 5 0 0 0 2001 2011 2001 2011 2001 2011 Op basis van absolute score van nummer 1 en nummer 10 in 2001 en 2011 1 Bron: World Economic Forum Global Competitiveness Index 2001 en 201110 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  13. 13. De vervolgvraag is of deze wereldwijde con- paragraaf onderzoeken we of onze onderne-vergentie ook op Nederland van toepassing mingen deze voordelen bezitten en kunnenis. In de jaren 90 golden de kwaliteit van onze behouden.fysieke en ICT infrastructuur, ons belasting­regime, de beheersing van het Engels en De toenemende snelheid vanandere vreemde talen, onze geografische lig- veranderingen in het bedrijfslevenging en onze gasvoorraad als de belangrijkste Het conventioneel strategisch denken infactoren die Nederland een onderscheidend ondernemingen draait om het creëren vanlandenvoordeel boden. Wat is er sindsdien ‘houdbare concurrentievoordelen’ waarmeegebeurd? Onze voorsprong op gebied van een bedrijf voor langere tijd aantrekkelijkefysieke en ICT-infrastructuur is aanzienlijk rendementen weet te behalen. In de afgelo-teruggelopen. Niet omdat onze kwaliteit is pen decennia hebben we echter gezien datverminderd, maar omdat concurrerende lan- bedrijfsvoordelen steeds minder duurzaamden de achterstand goeddeels hebben inge- blijken. Het in omvang relatief bescheidenhaald. Bij de beheersing van vreemde talen Nintendo verdreef binnen de kortste kerenvoltrekt zich eenzelfde trend, onze voor- giganten als Sony en Microsoft uit de marktsprong op omringende landen is het afgelo- voor game consoles. Independer.nl heeft depen decennium aanzielijk verminderd. Ook Nederlandse verzekeringsmarkt geopendde aantrekkelijkheid van ons belastingkli- voor kleine, vaak nauwelijks bekende aanbie-maat is relatief minder geworden door Euro- ders van financiële producten. Tegelijkertijdpese convergentie op dit gebied. Zie bijlage 3 zien we dat snel opkomende nieuwkomersvoor een gedetailleerde toelichting op de con- soms zelf maar een kort leven is beschoren:vergentie op het gebied van onze voormalige TomTom en RIM (producent van de Black-landenvoordelen. Berry) stonden aan de wieg van nieuwe markten, maar domineerden deze maar even.Samenvattend kunnen we stellen dat factoren Er zijn talloze van dergelijke voorbeelden tedie ooit het verschil maakten langzaam vinden: zijn dat allemaal incidenten, of wij-verworden tot hygiënefactoren die ieder land zen ze op een aardverschuiving in hetdat mee wil spelen kan en moet bezitten. De bedrijfsleven?voorsprong loopt niet bij alle landenvoorde-len per definitie terug; zeer specifieke kennis,zoals bijvoorbeeld onze kennis van water­management, lijkt een behoorlijk bestendig Voor ondernemingen biedtvoordeel te bieden. Dit is echter een uitzon- winstniveau van gisterendering, in grote lijnen bewegen landen naarelkaar toe. Dit betekent niet dat nationale steeds minder garantie voorbeleidsmaatregelen op deze terreinen niet winstniveau van morgenlanger van belang zouden zijn, ze zijn alleensteeds minder onderscheidend. Voor toekom-stig economisch succes is daarom meer nodig. BCG onderzocht over een periode van 50 jaar hoe lang ondernemingen hun marktleider- schap hebben weten vast te houden. DeDe toenemende vergankelijkheid resultaten zijn opmerkelijk. Het percentagevan bedrijfsvoordelen ondernemingen dat een top 3-positie in zijnIn het begin van dit hoofdstuk hebben we markt in een tijdspanne van 5 jaar verlorenuiteengezet hoe landen- en bedrijfsvoordelen zag gaan is tussen 1970 en 2010 meer danleiden tot verschillen in productiviteit, verdubbeld (zie figuur 3). De winnaars vaninkomens en verdienvermogen. Met het vandaag blijken steeds minder de winnaarsafnemen van de relevantie van de oorspron- van morgen te zijn. De resultaten verschillenkelijke landenvoordelen zoals we dat in de uiteraard sterk per sector: in bijvoorbeeld devorige paragraaf hebben beschreven, wordt olie- & gassector en in de biersector verschui-ons land voor het behalen van hogere pro- ven machtsposities langzaam, in andereductiviteits- en inkomensniveaus sterker bedrijfstakken verandert de top 3 veel snellerafhankelijk van bedrijfsvoordelen. In deze dan gemiddeld. The Boston Consulting Group | 11
  14. 14. Figuur 3 | Voorheen succesvolle ondernemingen verliezen steeds sneller hun leidende posities Percentage van ondernemingen dat in betreffende jaar top 3-positie in haar markt verloor 20 15 10 5 0 1960s 1970s 1980s 1990s 2000s Bedrijfsvoordelen steeds vergankelijker Noot: Alleen sectoren met meer dan 10 bedrijven meegenomen Bron: BCG-analyse, Adaptability: The New Competetive Advantage, Harvard Buisiness Review, July 2011 BCG onderzocht daarnaast het belang van Ooit toonaangevende kledingmerken als schaalgrootte voor ondernemingen. In het Mexx, Esprit en O’Neill zijn binnen een traditionele strategisch denken zou schaal- paar jaar hun leidende posities kwijtge- grootte sterk gepaard moeten gaan met raakt. Met bescheiden investeringen hogere winstgevendheid: schaal leidt immers hebben NEM, Oxxio en Greenchoice tot kostenvoordelen, meer investeringsmoge- substantiële marktaandelen in de levering lijkheden in bijvoorbeeld R&D, een grotere van gas en energie veroverd. TomTom distributiekracht en grotere mogelijkheden bouwde en verloor in minder dan tien om merkbekendheid uit te nutten. Deze voor- jaar een markt. Greenwheels veroverde delen stellen een bedrijf bovendien in staat een substantieel marktaandeel op de haar positie te verdedigen. Wie dus eenmaal gevestigde autoverhuurders en -verkopers. groot en machtig is, zou ook relatief gemak- Deze verandersnelheid beperkt zich niet kelijk groot en machtig moeten kunnen tot het grootbedrijf. Zonline maakt blijven. BCG’s recente analyse van alle beurs- gebruik van satellietfoto’s om zonne­ genoteerde ondernemingen in de VS en paneelsystemen binnen 48 uur op locatie Canada laat echter iets heel anders zien: de te ontwerpen, zonder hiervoor het betref- kans dat het grootste bedrijf in een sector fende pand te komen bekijken. Hierdoor ook het meest winstgevend is, is nu ongeveer kan het landelijk met lokale installateurs 30%, terwijl dat in de jaren 90 nog circa 50% concurreren. SuperBBQ bezorgt leenbar- was (zie figuur 4). Schaalvoordelen van van- becues, eten en drinkwaren en servies en daag bieden steeds minder een garantie voor bestek in grote delen van Limburg, Bra- de toekomst. Vice versa geldt dat het ontbre- bant en Gelderland via een kleine web- ken van schaalvoordelen in veel bedrijfstak- site. Zo concurreert het met slagers, ken steeds minder vaak een belemmering cateraars en supermarkten in de hele vormt voor nieuwe toetreders. regio, als ook met barbecueverkopers. En EVAC vult jaarlijks de EHBO-dozen van Ook in Nederland zijn verschuivingen waar- zijn klanten aan, op basis van een smart- neembaar die passen in dit beeld: phone-foto die deze klanten jaarlijks van hun halfvolle doos opsturen, en concur- •• Allsecur is vanuit het niets een leidende reert daarmee met drogisterijen in het speler in autoverzekeringen geworden. hele land.12 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  15. 15. Figuur 4 | Belang van schaalgrootte geleidelijk maar fors afgenomen Kans dat grootste onderneming in haar sector ook de meest winstgevende is1 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 1950 1960 1970 1980 1990 2000 2009 Huidig succes steeds minder een garantie voor toekomstig succes Sales versus operating margin. Gewogen gemiddelde over alle publieke Amerikaanse en Canadese bedrijven in 69 sectoren 1 Bron: BCG-analyse, Adaptability: The New Competetive Advantage, Harvard Buisiness Review, July 2011•• Dat dit waarschijnlijk geen incidenten De wereldwijd toegenomen snelheid van ver- maar manifestaties van een brede trend andering heeft dus ook in Nederland zijn zijn, blijkt uit een analyse van het aantal sporen nagelaten. Stap voor stap is het aan- bedrijfsfaillissementen de afgelopen zicht van hele bedrijfstakken binnen tien jaar twintig jaar. Het aantal bedrijfsfaillisse- veranderd. Bovenop deze afnemende ‘houd- menten per jaar is namelijk gestegen baarheid’ van bedrijfsvoordelen komt nog de met meer dan 50% (na correctie voor de vraag hoe lang een Nederlands bedrijf Neder- conjunctuur en de toename van het aan- lands blijft en daarmee de vraag hoe lang tal ondernemingen, zie figuur 5). Nederland als land kan blijven profiteren van de betreffende bedrijfsvoordelen. De toege-•• Ook onze grootste ondernemingen hebben nomen mobiliteit van ondernemingen die we veelal een turbulent, recent verleden. Veel binnen Nederland zien (Philips, AkzoNobel, van de grote AEX-ondernemingen hebben Arcadis, Douwe Egberts en Vodafone Neder- hun bedrijfsmodellen in de afgelopen vijf land hebben recent hun hoofdkantoor ver- tot tien jaar grondig veranderd. TNT en plaatst naar Amsterdam), zien we ook steeds KPN hebben een groot deel van hun meer op internationaal niveau. Het hoofd- activiteiten afgestoten en hebben hun kantoor van het onderdeel Domestic Applian- bedrijfsvoering grondig herzien. ABN ces van Philips is verplaatst naar China. AMRO heeft zich grotendeels teruggetrok- De CEO van Schneider Electric is voor een ken op haar thuismarkt, AkzoNobel heeft deel van zijn tijd verhuisd naar Shanghai. zichzelf getransformeerd tot een toonaan- Andere voorbeelden zijn Cisco, Osram, BASF, gevend verfproducent, DSM is overgestapt Nokia en Emerson: elk van deze ondernemin- van bulkchemie naar ‘life sciences’, Philips gen heeft een divisiehoofdkantoor verplaatst doet niet langer zelf de massaproductie naar Azië. van consumentenelektronica maar stuurt waardeketens aan in verlichting, medische Het beeld dat ontstaat uit deze ontwikke­ techniek en persoonlijke verzorging. Op lingen is helder. Ondernemingen winnen een niveau daaronder zijn ondernemingen sneller marktaandeel, maar raken dat ook als Buhrmann, Numico en Hagemeyer sneller kwijt. De huidige plek op een ranglijst overgenomen, terwijl CSM en Stork zijn zegt steeds minder: de winnaars van vandaag opgesplitst. kunnen zomaar de verliezers van morgen The Boston Consulting Group | 13
  16. 16. Figuur 5 | Ook na conjuncturele correctie lijkt er een significante toename van het aantal faillissementen over tijd Aantal faillissementen/Aantal ondernemingen1 in NL (%) 1,0 0,8 x1,5 0,6 0,4 x1,7 0,2 0,0 1988 1990 1992 1994 1996 1998 2000 2002 2004 2006 2008 2010 Toppen en dalen steeds hoger; na conjuncturele correctie 50% toename in laatste 25 jaar Totaal aantal faillissementen en bedrijven in Nederland. Behelst eenmanszaken, bv’s, nv’s, cv’s, vof’s, verenigingen, 1 maatschappen, stichtingen en overige bedrijfsvormen Bron: CBS conjunctuur dossier 2011, BCG-analyse zijn. Posities die ooit veilig leken, brokkelen De grotere snelheid waarmee technologische daardoor sneller af of verdwijnen naar het vernieuwingen ontstaan en zich verspreiden buitenland. De snelheid van verandering van is een fundamentele oorzaak. Het aantal en voor bedrijven neemt steeds verder toe. patenten dat wereldwijd werd toegekend lag in 2000 zo’n 30% hoger dan in 1990. Dat is al Oorzaken voor de toenemende snel- een indrukwekkende stijging, maar in de tien heid van verandering jaar daarop deed zich nog eens een flinke Wat veroorzaakt deze toenemende snelheid versnelling voor: in 2010 werden 75% meer van verandering? BCG ziet drie oorzaken: patenten verleend dan in 2000 (zie figuur 6). Figuur 6 | Sterke toename van technologische vernieuwing gekoppeld aan steeds snellere commerciële uitrol van nieuwe techniek Aantal wereldwijd toegekende patenten (x1.000) Gemiddelde duur tussen uitvinding en volledige uitrol in aantallen jaren1.000 150 909 +76% 800 Stoom- en motorschip 631 100 +27% Trein 600 -4% 516 422 407 429 398 400 Telegraaf Electriciteit 50 Vliegtuig Telefoon 200 Auto Pc Internet Oxystaal MRI 0 0 1980 1985 1990 1995 2000 2005 2010 1800 1850 1900 1950 2000 Jaar van uitvinding Noot: Volledige uitrol vindt plaats wanneer de technologie op grote schaal gebruikt wordt voor productie van (onafgewerkte) goederen of diensten. Gemiddelde van alle relevante landen Bron: Comin & Hobijn (2008), An Exploration of Technology Diffusion, Online database World Intellectual Property Organization, June 201214 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  17. 17. Figuur 7 | Raamwerk van drijvende factoren achter toenemende snelheid van verandering Bevolkingsgroei Acceleratie Opleidingsniveau (technologische vernieuwing) Emancipatiegraad Behoee aan diversiteit Snelheid van verandering Divergentie Eindige (volatiliteit) (klantvraagversnippering) grondstoffenvoorraden Ontoerijkende leverings- modellen (bv. energie en zorg) Liberalisering van handel Flattening Transparantie en (globalisering) communicatie Geopolitieke machtsverschuivingenNiet alleen het aantal patenten en daaruit Gezamenlijk veroorzaken deze drie factorenvoortvloeiende innovaties stijgt, ook de snel- grote en toenemende verandersnelheid in hetheid waarmee consumenten deze innovaties bedrijfsleven. Slimme ondernemers wetenomarmen wordt voortdurend groter. De nieuwe technologie te koppelen aan steedsacceptatie van het stoomschip vergde meer verder gesegmenteerde klantgroepen en kun-dan een eeuw, het internet veranderde de nen deze nieuwe propositie vervolgens steedswereld in slechts een decennium. Apple en eenvoudiger uitrollen naar een groter afzet-Facebook realiseerden een revolutie in min- gebied in een platter wordende wereld.der dan vijf jaar tijd. De tijd die nodig is om Figuur 7 biedt een schematisch overzicht.een innovatie wereldwijd uit te rollen hal-veert iedere 50 jaar (zie figuur 6). De snelheid van veranderingen neemt alleen maar verder toeNaast een steeds groter aanbod van technolo- Is deze toenemende verandersnelheid vangische mogelijkheden, zien we ook een steeds structurele aard? BCG verwacht van wel, aan-complexere klantvraag. Naarmate we welva- gezien ten minste twee van de drie genoemderender worden, kunnen we steeds minder trends zich zullen voortzetten en versnellen:spreken van ‘dé consument’. Klantbehoeftenvariëren steeds meer en de vraag naarmaatwerkproducten en maatwerkdienstenneemt toe bij stijgende welvaart. Daarnaast De snelheid van veranderingzien we dat onze huidige leveringsmodellen zal de komende decenniavoor grondstoffen, pensioenen en zorg tegenhun grenzen aanlopen. Dit leidt tot additio- nog eens verdubbelennele vraag naar creatieve oplossingen zoalsbijvoorbeeld schaliegas, e-health en persoon-lijke pensioenregelingen. •• Historisch gezien is de snelheid van tech- nologische vernieuwingen in ontwikkeldeTen slotte zien we een wereld met steeds economieën afhankelijk van de ‘cumula-lager wordende (internationale) transactie- tieve denkkracht’, ofwel de omvang, dekosten, gereduceerde valutarisico’s, betrouw- mate van emancipatie en het opleidings-baardere overheden en sterkere internatio- niveau van de bevolking6. Wereldwijdnale instituties. Deze plattere wereld stelt wordt de komende decennia in alle drieondernemingen meer en meer in staat hun sterke groei verwacht. De groei van debedieningsgebied te vergroten tot ver buiten bevolking wereldwijd tot 2030 wordthun ‘thuismarkt’. geschat op +20%, terwijl het aan­ eel van d jongeren met toegang tot tertiair The Boston Consulting Group | 15
  18. 18. onderwijs met 15% zal stijgen7. De cumu- vraagdifferentiatie te verwachten: hoe latieve denkkracht zal daarom met onge- hoger hun inkomens, hoe groter het veer 40% stijgen (zie figuur 8). Voor de belang dat mensen toekennen aan niet- emancipatiegraad is helaas geen prognose financiële overwegingen in hun beschikbaar, maar gezien de enorme bestedingspatronen. vooruitgang de afgelopen jaren op dit gebied gecombineerd met het enorme potentieel dat hiervoor met name in Azië nog voorhanden is, gaan wij ook uit van De komende decennia valt een snelle verdere groei van de mate er meer te verliezen maar waarin vrouwelijk talent wereldwijd wordt aangewend. Aangezien deze drie factoren ook meer te winnen voor het met elkaar vermenigvuldigd mogen Nederlandse bedrijfsleven worden, voorspellen we een minimale toename van 50% van de snelheid van technologische vernieuwing en de hoe- •• Of de wereld door lagere handelsbarriè- veelheid technologische innovaties per res, grotere politieke vrijheden en meer en jaar. meer open markten nog platter zal wor- den, laat zich moeilijk voorspellen. Waar •• Onze verwachting is dat de versnippering in ontwikkelde landen de roep om nieuwe van de klantvraag verder zal versnellen. handelsbeperkingen en nationalisatie van In nagenoeg de hele wereld blijft het ondernemingen of bedrijfstakken begint besteedbaar inkomen stijgen en daarmee te klinken, valt in opkomende landen juist de vraag naar persoonlijke diensten en het tegenovergestelde te horen8. Grosso producten. Daarnaast zorgt een aantal modo verwachten wij dat de invloed van megatrends voor verdere veranderingen deze factor op de veranderingssnelheid in in klantvraag. Reacties op grondstoffen- de wereld ten minste gelijk blijft. schaarste beginnen pas net vorm te krij- gen, net zoals de antwoorden op de grote Concluderend verwachten wij op basis van de sociaaleconomische vraagstukken rondom toenemende snelheid van technologische ver- pensioenen en zorg. Ook via toenemend nieuwing en toenemende versnippering van ethisch activisme valt een toename van de klantvraag dat het tempo van verande­ figuur 8 | Wereldwijde totale ‘brainpower’ zal naar verwachting met ten minste 40% stijgen Wereldbevolking (miljarden mensen) +21% 10 7,8 8,5 7,0 Bevolking # mensen met toegang tot tertiair onderwijs (miljoenen mensen) 5 1.000 +38% 800 713 0 2010 2020 2030 620 600 517 % van wereldbevolking met x toegang tot tertiair onderwijs 400 +14% 200 10 7,9% 8,4% Onderwijs 7,4% 0 2010 2020 2030 5 0 2010 2020 2030 Door toenemende emancipatie van vrouwen zal totale brainpower waarschijnlijk nog meer stijgen Bron: United Nations: World Population Prospects (2010), IIASA (2008), BCG-analyse16 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  19. 19. ringen nog aanzienlijk wordt opgevoerd. We Notenbelanden in nog sneller veranderende tijden. 1. Bron: International Farm Comparison Network, PPLPI working paper 20 (2005) en Department ofMeer dan ooit staan onze bronnen van wel- Environment, Food & Rural Affairs, Figures for avaart op het spel, maar tegelijkertijd zijn er Farming Future (2004)meer kansen dan ooit om nieuwe welvaarts- 2. Bron: www.worldsalaries.org (inclusief werkgeverslas- ten). Ditzelfde patroon is zichtbaar bij gedetailleerdebronnen aan te boren. een-op-eenvergelijkingen tussen andere ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden ( juni 2012) 3. Hiervoor hebben we CBS-data over de opbouw vanSteeds meer kansen voor de Nederlandse werkgelegenheid gecombineerd met internationale data: Bradford, Jensen & Kletzer (2005)welvaartsgroei, maar ook over het aandeel van internationale handel per bedrijfstak.steeds meer risico’s voor 4. Bron: Thomas Friedman, ‘The World is Flat’ (2005) 5. Global Competitiveness Report, WEF (2011)welvaartsbehoud 6. Bron: Romer, Endogenous technological change (1998) 7. Bron: United Nations World Population Forecasts (2010 revision), WEF Global gender Gap Index (2011) 8. In dit rapport gaan we ervan uit dat de EuropeseConclusie Unie niet desintegreert, vanwege de grote economische voordelen die de EU met zich meebrengt. Mocht er tochIn een wereld waarin landenvoordelen ver- sprake zijn van substantiële desintegratie, dan ontstaatdwijnen en waarin bedrijfsvoordelen in een er een ander speelveld, waarbij landenvoordelensteeds hoger tempo komen en gaan, worden mogelijk weer onderscheidender wordende bronnen van het Nederlandse verdienver-mogen almaar minder betrouwbaar. Dit hoeftniet noodzakelijk negatieve gevolgen te heb-ben voor ons land. De concurrentievoordelenvan onze ondernemingen staan weliswaar ophet spel, maar dat geldt evenzeer voor dievan hun buitenlandse concurrenten. In eenwereld die platter en sneller wordt, komenbovendien bronnen van inkomsten binnenbereik die voorheen onbereikbaar waren.Er zijn nieuwe markten, nieuwe klantsegmen-ten of nieuwe delen van de wereld te verove-ren. Er valt dus niet alleen meer te verliezen,er valt ook meer te winnen. De inzet wordthoger.In een wereld die zo snel en zo fundamenteelverandert, zijn het de landen die hun onder-nemingen in staat stellen tijdig (zo niet alseerste) op die veranderingen in te spelen, die NOOThet meest succesvol zullen zijn. In het vol-gende hoofdstuk zullen we bespreken in In dit rapport gaan we ervan uit dat dewelke mate Nederland klaar is om zijn onder- Europese Unie niet desintegreert, vanwegenemingen te laten slagen bij het creëren van de grote economische voordelen die de EUtelkens nieuwe concurrentievoordelen. met zich meebrengt. Mocht er toch sprake zijn van substantiële desintegratie, dan ontstaat er een ander speelveld, waarbij landenvoordelen mogelijk weer onderschei- dender worden The Boston Consulting Group | 17
  20. 20. DE NOODZAAK VOORVERANDERINGEN INNEDERLAND W at is er nodig om als land tot de economische winnaars te behoren in een wereld van steeds snellere verandering? van vreemde talen, belastingklimaat, enz. zijn daarvoor relevant, maar zoals gezegd ook steeds minder onderscheidend. Twee facto- Zo’n positie staat of valt met de aanwezig- ren zijn naar onze mening in deze nieuwe heid van ondernemingen die in staat zijn context wél doorslaggevend bij de vraag of voortdurend nieuwe bronnen van concurren- Nederland in 2030 tot de economische win- tievoordeel aan te boren, op te bouwen en te naars behoort: benutten. 1. De aanwezigheid van voldoende vernieu­ Allereerst moeten daarvoor nieuwe mogelijke wingstalent: individuen en teams die bronnen van concurrentievoordeel worden nieuwe vormen van concurrentievoordeel geïdentificeerd, bedacht of herkend. Vervol- (als eerste) identificeren en die daarmee gens moeten deze omgezet worden in daad- ondernemingen de kans bieden zich tijdig werkelijk concurrentievoordeel met bijbe­ - te vernieuwen. horende economische voordelen. Beide stap- pen zijn verre van eenvoudig. Enerzijds 2. Maatschappelijke fundamenten met maakt de toenemende verandersnelheid de voldoende aanpassingsvermogen die wereld steeds complexer door het ontstaan deze geïdentificeerde voordelen tijdig en van nog meer technologie, nog meer klant- adequaat kunnen realiseren. segmenten en nog meer geografische moge- lijkheden. Daarnaast wordt ook de concur­ - Beide factoren zijn noodzakelijk. Op één rentie steeds groter: in een plattere wereld been kun je niet lopen: zonder vernieu- zijn er veel meer bedrijven die ook toegang wingstalent geen identificatie van nieuwe hebben tot dezelfde technologie en dezelfde bedrijfsvoordelen en zonder fundamenten klanten. Uiteindelijk gaat het er dan om wie met aanpassingsvermogen geen realisatie nieuwe voordelen als eerste identificeert en van deze nieuw geïdentificeerde bedrijfs- wie ze vervolgens ook snel en adequaat voordelen. uitvoert. Vrij vertaald: wie ziet de kans het eerst en wie is in staat deze het snelst te In de volgende paragraaf bespreken we hoe pakken? Nederland scoort op de nieuwe succesfacto- ren vernieuwingstalent en maatschappelijk De eerder besproken fundamenten als hoog- aanpassingsvermogen. waardige fysieke en ICT-infrastructuur, poli- tieke en economische stabiliteit, beheersing18 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  21. 21. Het toenemende belang van ken, ontwikkelen en behouden van buiten-vernieuwingstalent lands talent. In de volgende twee paragrafenHet vergt een bijzonder talent om nieuwe zullen we uiteenzetten hoe Nederland opkansen en nieuwe vormen van concurrentie- beide punten nog winst kan boeken.voordeel te ontdekken in een wereld waarinzich een veelheid aan trends voordoet, Talent van Nederlandse bodemwaarin een overstelpende hoeveelheid data Hoe ontwikkelen we talent dat hier geborenbeschikbaar is, waarin consumentenvoorkeu- wordt? Hoe creëren we een omgeving waarinren ongrijpbaarder worden en waarin techno- dat talent zich kan ontplooien en hoe zorgenlogische ontwikkelingen steeds sneller gaan. we dat dat talent zo effectief en productiefDe hoofdontwerpers van BMW beschikken mogelijk wordt ingezet? Op elk van dezeover dit talent, evenals de marketeer die ver- aspecten is er in Nederland ruimte voorantwoordelijk is voor Albert Heijn’s gadgets, verbetering.de wereldwijd actieve advertentiebureaus inAmsterdam en de oprichters van TomTom. •• Het ontwikkelen van talent: het oplei­Het zijn talenten die, individueel of in kleine den en behouden van de echte hoog­groepen, nieuwe mogelijkheden (als eerste) vliegers. De kwaliteit van ons hogerzien in een steeds complexere wereld. Zij onderwijs is hierin van cruciaal belang.identificeren nieuwe concurrentievoordelen, Het gemiddelde niveau hiervan is inhetzij binnen bestaande ondernemingen of in Nederland door de bank genomen prima.start-ups, en zien ook snel welke nieuwe, Het afgelopen decennium is ons landonconventionele concurrenten een bedrei- telkens in de top 10 geëindigd van deging kunnen vormen. We hebben gezien hoe driejaarlijkse Pisa-rangschikking van dezowel onze afhankelijkheid als de verganke- OESO. Ook gemeten naar uitgaven perlijkheid van bedrijfsvoordelen steeds groter student scoort Nederland volgens dewordt. In dat licht neemt in de komende OESO prima en hetzelfde geldt voor hetdecennia het belang van tijdige vernieuwing (salaris)rendement op ons hoger onder-van onze bedrijfsvoordelen – en daarmee het wijs. Ontleding van de Pisa-cijfers laatbelang van vernieuwingstalent – voor de zien dat we gemiddeld positie 5 tot 7maatschappij als geheel verder toe. innemen. Let wel, dit zijn alle landelijke gemiddelden. Het gemiddelde is echter bedrieglijk als maatstaf voor de opleidingHet belang van van toptalent: we scoren top 5 voor ‘min- der presterende leerlingen’, maar vallenvernieuwingstalent voor steeds meer buiten de top 10 voor de best presterende leerlingen2. Onder de besteonze landelijke welvaart 110 universiteiten ter wereld bevindenzal de komende jaren zich zeven Nederlandse, maar niet één daarvan bereikt de top 503. Onze bestesterk toenemen MBA-opleiding komt niet hoger dan plaats 30 op de wereldwijde ranglijst van de Financial Times. Er zitten geen uitschie-Vernieuwingstalent verwijst in dit geval naar ters onder onze universiteiten. Differenti-het vermogen om nieuwe voorsprong te atie naar aanbod, kwaliteit encreëren. Dit gaat niet per se gepaard met een moeilijkheidsgraad van het universitairhoog opleidingsniveau (hoewel er een duide- onderwijs is beperkt. Het Nederlandselijk verband lijkt te bestaan tussen opleidings­ model laat zich kenmerken door hogeniveau en succes als ondernemer1). Wel gaat gemiddeldes maar nauwelijks uitschieters.het hier om mensen die uitblinken en voor- Dit beperkt de mogelijkheden voor deoplopen op hun terrein. De beschikbaarheid echte hoogvliegers onder de studenten omvan dergelijk vernieuwingstalent in Neder- zich hier volledig te ontwikkelen. Exportland is afhankelijk van het optimaal ontwik- van echt vernieuwingstalent en importkelen en benutten van talent van Neder- van subtop dreigt (of vindt mogelijk reedsl­ andse bodem en daarnaast van het aantrek- plaats). Terwijl het belang van echt The Boston Consulting Group | 19
  22. 22. vernieuwingstalent nu juist toe zal nemen gekwalificeerd zijn, waarin zij echt een de komende decennia. verschil kunnen maken en waarde kunnen creëren. 28 uur per week gaan op, zowel •• Het benutten van talent: eruit halen zakelijk als privé, aan werkzaamheden wat erin zit. met een relatief lage toegevoegde waarde Nederland scoort hoger dan de ons omrin- die in principe uitbe­ teed kunnen worden. s gende landen voor wat betreft de gemid- Dit wekt de suggestie dat als dit uitbeste- delde leeftijd waarop werknemers de den van relatief laagwaardiger activiteiten arbeidsmarkt betreden (relatief jong) en (zoals zakelijke en privéadministratie, verlaten (relatief lang doorwerken). Ook grasmaaien, enz.) gemakkelijker en/of scoort Nederland relatief goed met het goedkoper gemaakt kan worden, de pro- aandeel van de beroepsbevolking dat ductiviteit van onze ‘vernieuwingstalen- daadwerkelijk werkt. Het aantal gewerkte ten’ sterk verhoogd kan worden. uren per werkzame Nederlander is echter relatief laag (met name bij vrouwen: •• Het incentiveren van talent: een slechts 30% werkt fulltime versus het klimaat waarin het leveren van top­ OESO-gemiddelde van 70%4). Dit is in prestaties waardering oplevert en ieder geval gedeeltelijk gedreven door beloond wordt. slimmer werken en door bewuste keuzes Talenten die het uiterste uit zichzelf Ten aanzien van ‘kwaliteit van leven’. willen halen, grenzen proberen te verleg- Gezien het toenemend belang en de gen, barrières doorbreken en nieuwe schaarste van talent, zullen de gevolgen wegen in durven te slaan, slagen daar van het slechts gedeeltelijk aanwenden beter in als hun omgeving dat stimuleert. van de talenten van onze hoogopgeleide Wij denken dat Nederland een dergelijk vrouwen steeds groter worden. Of we klimaat in onvoldoende mate biedt, bereid zijn die prijs te betalen is een gezien onder meer de ‘zesjescultuur’ in politieke keuze. Daarnaast lijkt het erop het middelbaar en hoger onderwijs en de dat de productiviteit van onze ‘vernieu- afkeur van het vieren van succes. Daar- wingstalenten’ sterk verhoogd kan wor- naast zien we veel (media-)aandacht voor den. BCG heeft in een kleine steekproef incidenten en de beloning van individuen de manier onderzocht waarop een vijftig- en juist weinig aandacht voor bredere tal potentiële ‘vernieuwingstalenten’ hun patronen. Al deze factoren kunnen het tijd besteden (zie figuur 9). De uitkomsten optimaal benutten van talent in de weg zijn opmerkelijk en prikkelend. Deze staan. In een tijdperk waarin we voor het vernieuwingstalenten besteden 38 uur per creëren van onze welvaart steeds afhanke- week aan activiteiten waarvoor zij uniek lijker worden van uitzonderlijk figuur 9 | Bij Nederlands vernieuwingstalent gaat veel tijd verloren Aantal uren per week 200 43 168 9 150 28 34 9 7 50 12 2 100 38 15 140 52 50 0 Slaap Persoonlijke hygiëne Werk Reistijd Overig Totaal en maaltijden privé Doelmatig bestede tijd Niet doelmatig bestede tijd Bron: BCG-enquête onder 50 mogelijke vernieuwingstalenten over hoe zij wekelijks gemiddeld hun tijd doorbrengen20 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel
  23. 23. vernieuwingstalent, moeten we dergelijk De vraag is hoe het kan dat Nederland min- talent stimuleren het hoofd boven het der hooggekwalificeerde immigranten aan- maaiveld uit te steken. In de sportwereld trekt dan veel andere OESO-landen. Wonen is veel meer waardering voor toppresta- en werken deze immigranten liever elders, ties. Het creëren van nieuwe bedrijfsvoor- of willen ze wel naar Nederland komen maar delen is in zekere zin ook topsport: worden ze daarin belemmerd? Geen van hierbij concurreren we immers in toene- beide mogelijke verklaringen wordt onder- mende mate met de ‘best and brightest’ steund door de beschikbare onderzoeks­ wereldwijd. gegevens. ‘Ze’ zijn erg in Nederland geïn­ eresseerd en ‘we’ hebben relatief een- tHet aantrekken van buitenlands voudige immigratieprocedures (voor toelich-talent ting op beide factoren, zie bijlage 4).Vernieuwingstalent hoeft natuurlijk niethier geboren te zijn om een waardevolle bij- We worden dus geconfronteerd met een para-drage aan ons verdienvermogen te kunnen dox: “Zij vinden ons aantrekkelijk, wij staanleveren. De ‘netto-import’ van talent (het voor hen open, en toch komen ze niet.” Weaantal immigranten minus het aantal emi- weten niet waarom Nederland achterblijft ingranten) is de tweede bron voor ons toekom- het aantrekken en behouden van buitenlandsstig ‘vernieuwingstalent’. Vooralsnog zijn we talent en we hebben geen onderzoek kunnener als Nederland onvoldoende in geslaagd vinden dat ons hierin voldoende inzichtdeze bron te benutten. OESO-gegevens laten verschaft.zien dat het aandeel hooggekwalificeerdeimmigranten in onze totale beroepsbevol-king met 2,4% sterk achterblijft bij het We moeten ons maatschappelijkgemiddelde van de OESO-landen van 4,2%5. aanpassingsvermogen verhogenDe immigranten in ons land zijn bovendien Vernieuwingstalent komt niet tot bloei in eenminder vaak hoogopgeleid dan in de overige isolement. Het heeft een gezonde voedings-OESO-landen: 19% van de immigranten in bodem nodig. Een omgeving waarin deskun-Nederland heeft hoger onderwijs genoten, digheid op het gebied van productie, verkoopbijna 20% lager dan het OESO-gemiddelde en ondersteunende diensten voorhanden is(zie figuur 10). en waarin kwalitatief hoogwaardige leveran- ciers aanwezig zijn. Een omgeving waarin figuur 10 | Nederland niet succesvol in kennismigratie Nederland trekt relatief weinig …relatief laag deel van immigranten hoog gekwalificeerde migranten aan… is hoog gekwalificeerd Kennismigranten1/totale beroepsbevolking (%) Kennismigranten1/totaal aantal migranten (%) Luxemburg 10,3 Ierland 41 Canada 9,7 Canada 38 Australië 7,8 Ver. Koninkrijk 35 Nieuw-Zeeland 7,1 Nieuw-Zeeland 31 Ierland 5,7 Noorwegen 30 Zwitserland 5,4 Verenigde Staten 26 Verenigde Staten 4,5 Australië 26 Ver. Koninkrijk 3,6 Zwitserland 24 België 3,3 Zweden 24 Zweden 3,1 Denemarken 23 Frankrijk 2,8 België 23 Griekenland 2,5 Luxemburg 21 Nederland 2,4 Spanje 21 Noorwegen 2,2 Portugal 19 Duitsland 2,1 Nederland 19 Portugal 2,0 Frankrijk 17 Oostenrijk 1,9 Griekenland 16 Spanje 1,5 Duitsland 15 Denemarken 1,5 Oostenrijk 11 0% 5% 10% 0% 20% 40% ISCED niveau 5-6 1 Ø4,2% Ø24% Bron: OECD Main Economic Indicators (2012), OECD DiOC (2008) The Boston Consulting Group | 21
  24. 24. Figuur 11 | Nederland scoort niet hoog op verschillende indicatoren van aanpassingsvermogen Business start-up Relatie tussen Flexibiliteit van Ontslagbescherming procedures productiviteit salarisbepaling en salaris #1: Canada #1:Singapore #1: Hongkong # 1: Denemarken #34 #66 #121 #132 Nederland #142: Oeganda #142:Mauritanië #142: Uruguay # 142: Venezuela Bron: World Economic Forum Global Competitiveness Index (2011) vervoer en logistiek en de bescherming van van personeel omvat veel meer dan dat: het eigendomsrechten goed georganiseerd zijn en vermogen van werknemers om snel met waarin specialisten kennis en nieuwe concep- nieuwe software te leren werken, nieuwe ten, technologieën en ideeën aandragen. De vaardigheden op te doen, technische specifi- factoren die tezamen zo’n gezonde voedings- caties van nieuwe producten te begrijpen, enz. bodem vormen noemen we ‘maatschappe- lijke fundamenten’. Een economie die in de toekomst uitzonder- lijk succesvol wil zijn, heeft dus fundamenten nodig die met vernieuwers meebewegen om Maatschappelijk zo snel en volwaardig nieuw geïdentificeerde concurrentievoordelen te realiseren. Zonder aanpassingsvermogen wordt dergelijke fundamenten zijn ‘vernieuwingsta- lenten’ gedoemd te mislukken, of voelen ze – naast vernieuwingstalent – zich gedwongen hun geluk elders te proberen de tweede sleutel tot succes zodat andere economieën, niet de onze, profiteren. In een steeds sneller veranderende wereld Samenvattend: wie zich snel kan aanpassen, worden aan deze fundamenten nieuwe eisen kan van snelle verandering profiteren. Star- gesteld. Net als voorheen moeten ze hoge heid daarentegen leidt steeds meer tot het kwaliteit en betrouwbaarheid bieden. Nieuw missen van kansen en wordt zo steeds duur- is dat ze daarnaast ‘vernieuwingstalent’ in der betaald. staat moeten stellen om veel sneller dan voor- heen over te schakelen op een nieuw bedrijfs- Het maatschappelijk aanpassingsver- model, op nieuwe technologie, op andere mogen van Nederland klantsegmenten en productiemethodes. Om Hoe staat het met de Nederlandse maat- capaciteiten snel op en af te kunnen bouwen, schappelijke fundamenten? Met de traditio- om tijdig vergunningen te verkrijgen, om nele parameters die de kwaliteit en nieuwe vaardigheden snel ondernemings- betrouwbaarheid van onze maatschappij breed te kunnen vergaren, enz. Ook flexibele weergeven zit het in Nederland als vanouds toegang tot arbeidskrachten valt hier onder. wel goed. Het World Economic Forum (WEF) Daarmee doelen we niet alleen op de flexibi- heeft 142 landen gerangschikt op basis van liteit van de arbeidsmarkt, ontslagbescher- de kwaliteit van de fysieke infrastructuur, de ming en het vermogen om snel van werk naar ICT-infrastructuur, onderwijs en onderzoek. werk te bewegen. Het aanpassingsvermogen Ons land behaalt daarop respectievelijk de22 | NL 2030: Contouren van een nieuw Nederlands verdienmodel

×