Cultuur Van De Burgerij V5 Muziek

863 views
759 views

Published on

Cultuur van de burgerij: Muziek in de zeventiende eeuw in de Nederlanden

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
863
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
22
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Cultuur Van De Burgerij V5 Muziek

  1. 1. Cultuur van de Burgerij Muziek in de Nederlanden van de 17e eeuw
  2. 2. Cultuur van de Burgerij Muziek in de Nederlanden van de 17e eeuw
  3. 3. Jan Pietersz. Sweelinck
  4. 4. Jan Pietersz. Sweelinck De beroemdste organist van de Oude Kerk was Sweelinck (1562 - 1621). Hij begon op vijftien jarige leeftijd en bleef hier vierenveertig jaar. Hij bespeelde het orgel voor en na de erediensten en bovendien nog een aantal uren per dag “promenade concerten”
  5. 5. Jan Pietersz. Sweelinck De beroemdste organist van de Oude Kerk was Sweelinck (1562 - 1621). Hij begon op vijftien jarige leeftijd en bleef hier vierenveertig jaar. Hij bespeelde het orgel voor en na de erediensten en bovendien nog een aantal uren per dag “promenade concerten”
  6. 6. Jan Pietersz. Sweelinck Sinds de Reformatie, respectievelijk Alteratie in 1578, was de organist geen kerkelijke functionaris meer, maar een burgerlijke.
  7. 7. Jan Pietersz. Sweelinck Sinds de Reformatie, respectievelijk Alteratie in 1578, was de organist geen kerkelijke functionaris meer, maar een burgerlijke. Het orgel had geen plaats in de christelijke eredienst van die dagen. De orgels waren dan ook niet eigendom van de Kerk, maar van de stad.
  8. 8. Jan Pietersz. Sweelinck Hoewel het niet direct tot zijn taak behoorde speelde Sweelinck af en toe op de banketten van de Burgemeesters en de Magistraten met belangrijke gasten. Hij stond bekend als een groot improvisator.
  9. 9. Jan Pietersz. Sweelinck Hoewel het niet direct tot zijn taak behoorde speelde Sweelinck af en toe op de banketten van de Burgemeesters en de Magistraten met belangrijke gasten. Hij stond bekend als een groot improvisator.
  10. 10. Jan Pietersz. Sweelinck Geen ondernemend type
  11. 11. Jan Pietersz. Sweelinck Geen ondernemend type Niet graag van huis weg
  12. 12. Jan Pietersz. Sweelinck Geen ondernemend type Niet graag van huis weg Wel fanatiek musicus en componist
  13. 13. Jan Pietersz. Sweelinck Geen opwindend leven dus. Eerder een onopvallend burger-bestaan in een woelige tijd. De kerk was nog katholiek toen Jan Pieterszoon achter het orgel plaats nam en hij was het waarschijnlijk ook.
  14. 14. Jan Pietersz. Sweelinck Dagelijks gaf hij voor en na de dienst orgelconcerten en ’s morgens deed hij er nog een promenadeconcert bij.
  15. 15. Jan Pietersz. Sweelinck Dagelijks gaf hij voor en na de dienst orgelconcerten en ’s morgens deed hij er nog een promenadeconcert bij. Die laatste term moeten we letterlijk nemen, want de kerken stonden in het maatschappelijk leven veel meer centraal dan nu en uit talloze prenten en schilderijen kennen we de sociale functie van het gebouw:
  16. 16. Jan Pietersz. Sweelinck de sociale functie van het gebouw: de deuren stonden open en men wandelde er binnen om zich te verpozen, om een afspraak na te komen, om een praatje te maken. De organist begeleidde deze bedrijvigheid met een “achtergrondmuziekje”.
  17. 17. Jan Pietersz. Sweelinck Er is geen reden om aan te nemen dat dit anders werd toen het gebouw in protestantse handen kwam. In de protestantse eredienst had het orgel geen liturgische functie en hoewel er na de Reformatie heel wat katholieke ambtsdragers hun Post aan protestanten moesten afstaan, de organisten liet men doorgaans ongemoeid.
  18. 18. Jan Pietersz. Sweelinck Sweelinck speelde dus rustig verder; hij was zo vergroeid met zijn kerk en zijn orgel, zijn positie was zo onaantastbaar dat niemand eraan dacht hem lastig te vallen. Bij zijn dood op 21 oktober 1621 werd hij dan ook in ‘zijn’ kerk bijgezet.
  19. 19. Jan Pietersz. Sweelinck Wat is nu de reden van Sweelincks roem? In de eerste plaats zijn orgelspel. Wat we zelf kunnen constateren is zijn plaats in de ontwikkeling van de instrumentale muziek. Hij verenigde de nieuwe vormen die uit Venetië waren overgekomen met de technieken van de Engelse virginalisten, die hij goed moet hebben gekend en gewaardeerd en die omgekeerd bewondering hadden voor hem.
  20. 20. Jan Pietersz. Sweelinck “De organistenmaker” Deze bijnaam dankt hij aan een door hem ontwikkelde methode en aan zijn werken voor orgel en clavecimbel, die in feite in drie groepen uiteenvallen: gewijde en wereldlijke variaties, toccata's en fantasieën.
  21. 21. Jan Pietersz. Sweelinck Met zijn variaties op psalmmelodieën opende hij de weg voor de indrukwekkende ontwikkeling van het orgelkoraal. Met zijn fantasieën legde hij de basis voor de evolutie van de fuga. Met zijn toccata’s paste hij op geniale wijze de Venetiaanse techniek van het dubbelkoor aan, aan de twee manualen van het orgel.
  22. 22. Jan Pietersz. Sweelinck De toccata (van het Italiaanse woord toccare: “aanraken”) is een virtuoze, fantasie-achtige instrumentale compositie zonder vaste vorm. Met een Toccata konden musici doorgaans ook de mogelijkheden van een instrument uitproberen, omdat veel Toccata's van de extremen in dynamiek, snelheid en ambitus van het instrument gebruik maakten.
  23. 23. Jan Pietersz. Sweelinck Leerling:
  24. 24. Jan Pietersz. Sweelinck Leerling:
  25. 25. Jan Pietersz. Sweelinck Leerling: J. S. Bach 1685 - 1750 Toccata en Fuga in D-mineur
  26. 26. © 2009

×