• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Hoofdstuk 38 - Audesirk
 

Hoofdstuk 38 - Audesirk

on

  • 1,687 views

 

Statistics

Views

Total Views
1,687
Views on SlideShare
1,684
Embed Views
3

Actions

Likes
1
Downloads
44
Comments
0

1 Embed 3

http://www.slideshare.net 3

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Hoofdstuk 38 - Audesirk Hoofdstuk 38 - Audesirk Presentation Transcript

    • The Nervous System and the Senses
      Hoofdstuk 38
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      1
    • Neuronen – Structuur
      Dendriet = uitloper naar cellichaam toe
      Cellichaam
      Axon (neuriet) = uitloper van cellichaam af
      Synaps = overdragen van impuls naar volgend neuron
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      2
    • Neuronen – Functie (1)
      Neuron = zenuwcel
      Informatie ontvangen
      Informatie verwerken
      Impuls geleiden
      Communiceren met andere cellen
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      3
    • Neuronen – Functie (2)
      Sensorische zenuwcellen:
      1 dendriet (+ myelineschede)
      Signaal: buiten  cellichaam  Centraal Zenuwstelsel
      Motorische zenuwcellen:
      Meerdere dendrieten
      Signaal: Centraal Zenuwstelsel  spieren / klieren
      Schakelcellen:
      zenuwcel  zenuwcel
      Meeste zenuwcellen in ruggenmerg zijn schakelcellen
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      4
    • Benoem de zenuwcellen
      • Sensorisch
      • Motorisch
      • Schakelcel
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      5
    • Impulsgeleiding
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      6
    • Elektrische lading van de celmembraan
      Het ladingsverschil tussen de binnenzijde en buitenzijde van de celmembraan wordt veroorzaakt door Na+-ionen en K+-ionen:
      • In het cytoplasma van de cel bevinden zich veel K+-ionen én negatief geladen ionen.
      • Buiten de cel bevinden zich veel Na+-ionen.
      Onder normale omstandigheden (in rust) is de binnenzijde van de celmembraan daarom negatief (-) geladen t.o.v. de buitenzijde van de celmembraan (+).
      Dit verschil bedraagt 70mV.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      7
    • Impulsgeleiding stap voor stap
      In de volgende dia’s kijken we wat er in dit gedeelte van een zenuwcel gebeurt tijdens de impulsgeleiding.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      8
    • Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      K+
      K+
      K+
      K+
      K+
      Impulsgeleiding (1)
      Zenuwcel in rust, er is geen impuls.
      De binnenzijde is negatief geladen t.o.v. de buitenzijde.
      De Na/K-pomp handhaaft deze gradiënt (actief transport).
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      9
    • impuls
      Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      K+
      K+
      K+
      K+
      K+
      Impulsgeleiding (2)
      +
      +
      +
      Impuls komt aan -> porie voor Na+-ionen gaat open-> Na+-ionen stromen de cel in -> meer positieve lading in de cel -> binnenzijde celmembraan positief geladen t.o.v. de buitenzijde.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      10
    • Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      K+
      K+
      K+
      K+
      K+
      Impulsgeleiding (3)
      Porie voor Na+-ionen sluit -> Porie voor K+-ionen gaat open-> K+-ionen stromen de cel uit -> meer positieve lading buiten de cel -> binnenzijde celmembraan weer negatief geladen t.o.v. de buitenzijde.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      11
    • Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      K+
      K+
      K+
      K+
      K+
      Impulsgeleiding (4)
      Oude situatie lijkt hersteld want binnenzijde is weer negatief geladen t.o.v. buitenzijde van de membraan.
      Er is één belangrijk verschil: De Na+-ionen en de K+-ionen zitten aan de ‘verkeerde’ kant van de celmembraan. Dit moet nog worden hersteld.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      12
    • Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      K+
      K+
      K+
      K+
      K+
      Impulsgeleiding (5)
      Een natrium-kalium-pomp wisselt de Na+-ionen en de K+-ionen om waardoor de oude situatie wordt hersteld:
      De binnenzijde van de membraan is negatief geladen t.o.v. buitenzijde van de membraan en de Na+-ionen en de K+-ionen zitten weer aan de goede zijde van de celmembraan.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      13
    • Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      Na+
      K+
      K+
      K+
      K+
      K+
      Impulsgeleiding (6)
      De impuls gaat nu verder in het volgende gedeelte van de celmembraan.
      De vorige stappen worden nu herhaald.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      14
    • 30
      membraanspanning (mV)
      0
      -70
      Impulsen in beeld (actiepotentialen)
      Rustpotentiaal
      Depolarisatie (instroom Na+)
      Repolarisatie (uitstroom K+)
      Hyperpolarisatie (uitstroom K+)
      Herstel Na+/K+ gradiënt (Na+/K+-pomp)
      Rustpotentiaal
      tijd (ms)
      3
      2
      1
      6
      5
      4
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      15
    • Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      16
    • Onthoud de volgende dingen:
      Een impuls wordt alleen opgewekt als de prikkel sterk genoeg is:
      Voor het opwekken moet een bepaalde drempelwaarde worden overschreden.
      Deze drempelwaarde wordt de prikkeldrempel genoemd.
      We zeggen dan ook wel dat het omzetten van een prikkel in een impuls gebeurt volgens de alles-of-niets-wet.
      Bij kunstmatige prikkeling kan een impuls in twee richtingen door een zenuwcel worden geleid.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      17
    • Impulsoverdracht
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      18
    • = calcium-ion (Ca2+ )
      + + +
      - - -
      = natriumporie (open)
      = blaasje met neurotransmitters
      = natrium-ion
      = natriumporie (dicht)
      Zenuwuiteinde in rust
      Synaps
      axon
      dendriet
      Post-synaptisch membraan
      Pre-synaptisch membraan
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      19
    • = calcium-ion (Ca2+ )
      + + +
      - - -
      impuls
      = natriumporie (open)
      = blaasje met neurotransmitters
      = natrium-ion
      = natriumporie (dicht)
      Impuls ->Calcium-ionen opgenomen in cel
      Synaps
      axon
      dendriet
      Pre-synaptische membraan
      Post-synaptische membraan
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      20
    • = calcium-ion (Ca2+ )
      + + +
      - - -
      = natriumporie (open)
      = blaasje met neurotransmitters
      = natrium-ion
      = natriumporie (dicht)
      Neurotransmitters afgegeven aan synaps
      Synaps
      axon
      dendriet
      Pre-synaptische membraan
      Post-synaptische membraan
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      21
    • = calcium-ion (Ca2+ )
      + + +
      - - -
      = natriumporie (open)
      = blaasje met neurotransmitters
      = natrium-ion
      = natriumporie (dicht)
      Neurotransmitters binden aan Na+-porie in post-synaptische membraan
      Synaps
      axon
      dendriet
      Pre-synaptische membraan
      Post-synaptische membraan
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      22
    • = calcium-ion (Ca2+ )
      - - -
      + + +
      impuls
      = natriumporie (open)
      = blaasje met neurotransmitters
      = natrium-ion
      = natriumporie (dicht)
      Instroom Na+-ionen leidt tot een nieuwe impuls
      Synaps
      axon
      dendriet
      Pre-synaptische membraan
      Post-synaptische membraan
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      23
    • = calcium-ion (Ca2+ )
      + + +
      - - -
      = afgebroken n.tr.
      = blaasje met neurotransmitters
      = natrium-ion
      Neurotransmitters afgebroken
      Synaps
      axon
      dendriet
      Pre-synaptische membraan
      Post-synaptische membraan
      = natriumporie (open)
      = natriumporie (dicht)
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      24
    • Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      25
    • Onthoud de volgende dingen:
      • Een impuls kan maar in 1 richting worden doorgegeven aan de de volgende zenuwcel (alleen van presynaptisch membraan naar postsynaptisch membraan).
      • Er bestaan veel verschillende neurotransmitters, maar elke zenuwcel kan maar 1 type maken.
      • Exciterende neurotransmitters hebben een stimulerend effect op de impulsoverdracht.
      • Inhiberende neurotransmitters hebben een remmend effect op de impulsoverdracht.
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      26
    • Het zenuwstelsel
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      27
    • Zenuwstelsel
      Waaruit bestaat het Centrale zenuwstelsel?
       hersenen en ruggenmerg
      Hoe heet het andere deel?
      Wat doet het Perifere zenuwstelsel?
       verbind organen met centrale zenuwstelsel
       Hersenzenuwen??
      28
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
    • Ruggenmerg
      29
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
    • Reflexboog
      30
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
    • Het zenuwstelsel
      Sint-Oelbert Gymnasium - 2009 - Klas 6
      31
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
    • Indeling naar functie:
      Animale zenuwstelsel:
      interactie met de omgeving
      bestuurt skeletspieren
      Autonome zenuwstelsel:
      reguleert organen
      32
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
    • Autonome zenuwstel
      Orthosympatische zenuwstelsel  activiteit
      hart 
      ademhaling 
      bloedsuikerspiegel 
      spant skeletspieren
      Parasympatische zenuwstelsel  rust
      spijsvertering 
      bloedsuikerspiegel 
      hart 
      ademhaling 
      33
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
    • 34
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
    • Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      35
    • Grote hersenen
      Functies
      Bewustzijn, geheugen, concentratie, wil en denken
      Waarneming
      Opwekken van impulsen
      Hersencentra
      Zintuigcentra
      Bewegingscentra
      Bouw
      Schors (grijze stof) – cellichamen van schakelcellen
      Merg (witte stof) – uitlopers van schakelcellen
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      36
    • Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      37
    • Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      38
    • Hersenstam
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      Functies
      Ademhaling
      Reflexen, gevoel en bewegingen van hoofden hals
      Geleiding van impulsen tussen ruggenmerg en hersenen
      Bouw
      Middenhersenen
      Pons
      Verlengde merg
      39
    • Kleine hersenen
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      Functies
      Coördinatie van spierbewegingen
      Fijne motoriek
      40
    • Einde
      Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010
      41