Your SlideShare is downloading. ×
  • Like
Spreekbeurt erfgoed
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Now you can save presentations on your phone or tablet

Available for both IPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Spreekbeurt erfgoed

  • 188 views
Published

 

Published in Law
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
188
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Onroerend erfgoed op nieuwe wegen: analyse van het Decreet betreffende het onroerend erfgoed Jan Beleyn Steve Ronse (m.m.v. Elias Gits) Gent 13 maart 2014
  • 2. Verwelkoming • Korte inleiding en voorstelling • Opzet van deze uiteenzetting
  • 3. Outline • Onroerenderfgoeddecreet? • Inventarisatie • Archeologie • Bescherming (en erfgoedlandschappen) • Handhaving
  • 4. Onroerenderfgoeddecreet? • Het decretale proces: kort chronologisch overzicht – aankondiging van een nieuw decreet inzake onroerend erfgoed in het Vlaamse regeerakkoord 2009-2014 en in de beleidsnota Onroerend Erfgoed 2009-2014 – conceptnota goedgekeurd op 23 juli 2012 – voorontwerp van decreet definitief goedgekeurd op 25 januari 2013 – ruime consultatieronde met diverse adviesorganen (SARO, SERV, SARC, Minaraad, KCML) en advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State – ontwerp van Onroerenderfgoeddecreet bekrachtigd en afgekondigd op 12 juli 2013 – bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 17 oktober 2013
  • 5. Onroerenderfgoeddecreet? • Inwerkingtreding en verdere uitvoering: stand van zaken op vandaag – gefaseerde inwerkingtreding – inwerkingtreding van (de meeste bepalingen van) het decreet voorzien op 1 januari 2015 (art. 13.4.1 ontwerp uitvoeringsbesluit) – conceptnota uitvoeringsbesluit goedgekeurd op 25 januari 2013 – eerste principiële goedkeuring ontwerp uitvoeringsbesluit op 17 januari 2014 – volgende stap: tweede principiële goedkeuring ontwerp uitvoeringsbesluit na adviesinwinning bij SERV en Minaraad – uitzondering voor wat betreft hoofdstuk 5 (archeologie) en een beperkt aantal afzonderlijke artikelen
  • 6. Onroerenderfgoeddecreet? • Ratio legis decreet (1): harmonisering van versnipperde regelgeving – wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen – decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten – decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium – decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg – maximaal op elkaar afstemmen van verschillende procedures en statuten in de onderscheiden regelgevingen die op vandaag van kracht zijn: meer rechtszekerheid door uniformiteit – niet: varend erfgoed en heraldiek • Ratio legis decreet (2): voldoen aan internationale plichten – o.m. en vooral verdrag van Valletta, op 8 oktober 2010 geratificeerd door België (inzake archeologie)
  • 7. Onroerenderfgoeddecreet? • Ratio legis decreet (3): introductie van het subsidiariteitsbeginsel in het erfgoedrecht – onroerenderfgoedgemeente (art. 3.2.1 decreet) : op eerder vrijwillige basis kan een gemeente bepaalde taken inzake erfgoed op zich nemen (zie verder) – intergemeentelijke erfgoeddienst (art. 3.3.1 decreet) – … • Ratio legis decreet (4): vereenvoudiging en unificatie – er komt één Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (art. 3.1.1 decreet) – uitbouwen, uniformiseren en vereenvoudigen van de huidige financierings- regelgeving
  • 8. Onroerenderfgoeddecreet? • Ratio legis decreet (5): professionalisering – erkenning als onroerenderfgoeddepot (art. 3.4.1 decreet) – aanduiding als erkende archeoloog (art. 3.5.1 decreet) – aanduiding als erkende metaaldetectorist (art. 3.6.1 decreet) – kwaliteitslabel onroerenderfgoedondernemers (art. 3.7.1 decreet) – … • Ratio legis decreet (6): andere – verankering van de cyclus onderzoeken – inventariseren – beschermen – beheren – ontsluiten – handhaven – strategische beleidsplanning – last but not least: introductie van nieuwe – moderne – handhavingsprincipes (cf. Vlaams Milieuhandhavingsdecreet, handhaving Omgevingsvergunning, etc.)
  • 9. Inventarisatie: hoe het is • Meerdere (deel)inventarissen waarvan de belangrijkste bij uitstek de “Inventaris Bouwkundig Erfgoed” – grondslag: art. 12/1 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, ingevoegd bij het decreet van 27 maart 2009: “De Vlaamse Regering stelt een inventaris van het bouwkundig erfgoed vast onder de vorm van een systematische oplijsting per gemeente, waarbij per opgenomen constructie of gezicht een beknopte wetenschappelijke beschrijving wordt gevoegd.” – inventaris wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld door de administrateur-generaal van het agentschap Onroerend Erfgoed bij een zogenaamd vaststellingsbesluit – eerste inventaris is vastgesteld op 14 september 2009 – laatste “update” in werking getreden sedert 14 december 2013 (https://inventaris.onroerenderfgoed.be/bestanden/vaststelling/vaststelling_28_1 1_2013.pdf)
  • 10. Inventarisatie: hoe het is • Geen echte - decretale - selectiecriteria voor opname op de Inventaris Bouwkundig Erfgoed – in de praktijk gebeurde dit op basis van de criteria uit art. 2, 2 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten: “een onroerend goed, werk van de mens of van de natuur of van beide samen, dat van algemeen belang is omwille van zijn artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde, (met inbegrip van de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken, inzonderheid de bijhorende uitrusting en de decoratieve elementen)” • Daarom ook weinig lijn in de eigenlijke inventarisatie • Geen openbaar onderzoek bij de inventarisatie • Nauwelijks publiciteitsvereisten
  • 11. Inventarisatie: hoe het is • Voornaamste rechtsgevolgen van de Inventaris Bouwkundig Erfgoed (-) – meer adviezen en formaliteiten verbonden aan het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning (art. 4, 8 en 17 en 20, 6° besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, art. 1, 1°, g besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen) voor het slopen van een goed dat op de inventaris staat – enkel nog een stedenbouwkundige vergunning voor de sloop na een “algemene onroerenderfgoedtoets” (art. 12/2 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten) – enkele ervaringen uit de vergunningspraktijk en uit de rechtspraak: soms “quasi- monumentale waarde”
  • 12. Inventarisatie: hoe het is • Voornaamste rechtsgevolgen van de Inventaris Bouwkundig Erfgoed (+) – mogelijkheid om af te wijken van de energieprestatienormen (decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid en het Besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid) – gebouwen kunnen makkelijker een nieuwe zonevreemde functie krijgen (art. 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen) – stimuleren van renovatie door sociale huisvesting (art. 8, §2, tweede lid, 3° besluit van de Vlaamse regering van 21 december 2012 houdende de financiering van verrichtingen in het kader van sociale woonprojecten en de daaraan verbonden werkingskosten)
  • 13. Inventarisatie: hoe het wordt • Naar 5 inventarissen (met mogelijke deelinventarissen) – de landschapsatlas – de inventaris van archeologische zones – de inventaris van bouwkundig erfgoed – de inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde – de inventaris van historische tuinen en parken • Grondslag: art. 4.1.1 decreet – “De Vlaamse Regering stelt minstens de volgende inventarissen geheel of gedeeltelijk vast: (…)” – verdere uitwerking in art. 4.1.1 van het ontwerp van uitvoeringsbesluit
  • 14. Inventarisatie: hoe het wordt • Nu wel zekere selectiecriteria voor de opname op (en ook schrapping van) één van de 5 onroerenderfgoedinventarissen – art. 4.1.2 decreet: “De Vlaamse Regering bepaalt de criteria voor het opnemen en schrappen van een onroerend goed in een artikel 4.1.1 vermelde inventaris” – verder uitgewerkt in art. 4.1.1 e.v. van het ontwerp van uitvoeringsbesluit – maar nog nader uit te werken in een door de Minister of zijn gemachtigde vastgestelde “handleiding met inventarisatiemethodologie” – rechtszekerheid?
  • 15. Inventarisatie: hoe het wordt • Twee criteria bij opname op de landschapsatlas, de inventaris bouwkundig erfgoed, de inventaris houtige beplantingen en de inventaris historische tuinen en parken – over één of meer erfgoedwaarden beschikken – voldoende bewaard zijn • Vaag!
  • 16. Inventarisatie: hoe het wordt • Criterium 1: erfgoedwaarde (art. 2.1, 26° decreet) – archeologische waarde, architecturale waarde, artistieke waarde, culturele waarde, esthetische waarde, historische waarde, industrieel-archeologische waarde, technische waarde, ruimtelijk-structurerende waarde, sociale waarde, stedenbouwkundige waarde, volkskundige waarde, wetenschappelijke waarde waaraan onroerende goederen en de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken hun huidige of toekomstige betekenis ontlenen • Criterium 2: het voldoende bewaard zijn – het item moet voldoende goed bewaard zijn: vooralsnog geen nadere duiding (opvallend: net hierover is er zeer vaak discussie…) – cf. art. 4.1.5 ontwerp van uitvoeringsbesluit: er volgt een handleiding met inventarismethodologie
  • 17. Inventarisatie: hoe het wordt • Afwijkende regeling voor de inventaris van archeologische zones – enkel geënt op begrip “archeologische zone”: zone waar op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten onderbouwd kan worden dat ze met hoge waarschijnlijkheid archeologische waarde heeft – “waarschijnlijk voldoende goed bewaard” volstaat
  • 18. Inventarisatie: hoe het wordt • Nu wel een openbaar onderzoek naar aanleiding van de vaststelling – art. 4.1.3 decreet – openbaar onderzoek, ook bij het actualiseren, toevoegen of verwijderen van onroerende goederen – bekendmaking via het ophangen van een bericht in de gemeente, Belgisch Staatsblad, dagbladen, etc. – indienen van opmerkingen of bezwaren over de feitelijkheden binnen een termijn van 60 dagen – verplichte adviesinwinning bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (30 + 30 dagen) – nog altijd geen individuele verwittiging van de eigenaar of zakelijkrechthouder van het onroerend goed in kwestie (gemeenten kunnen dit wel zo organiseren) – wat moet precies vermeld worden op de inventaris?
  • 19. Inventarisatie: hoe het wordt • Nu wel duidelijke informatieverplichtingen – art. 4.1.11, eerste lid decreet: “Iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon een geïnventariseerd goed (...) verkoopt, verhuurt voor meer dan negen jaar, inbrengt in een vennootschap, een erfpacht of een opstalrecht overdraagt of op andere wijze de eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt, vermeldt in de onderhandse of authentieke akte dat het goed is opgenomen in een van de vastgestelde inventarissen (...) en de rechtsgevolgen die aan de opname verbonden zijn door een verwijzing naar hoofdstuk 4 van dit decreet in de akte op te nemen.” – art 4.1.11, tweede lid decreet: “Als de instrumenterende ambtenaar een onderhandse akte in een authentieke akte dient op te nemen, waarbij de eerste niet beantwoordt aan de voorschriften van het eerste lid, dan wijst hij de partijen bij de opmaak van de akte op het eerste lid.” – relatie met handhaving (art. 11.2.4, 1° decreet) – burgerrechtelijke gevolgen?
  • 20. Inventarisatie: hoe het wordt • Nieuwe rechtsgevolgen ten aanzien van de overheid verankerd in het decreet – zorgplicht (art. 4.1.9 decreet): elke administratieve overheid neemt zo veel mogelijk zorg in acht voor de erfgoedkenmerken van onroerende goederen die opgenomen zijn in een aan een openbaar onderzoek onderworpen vastgestelde inventaris (dus enkel na eerste vaststellingen). Zie ook art. 4.2.1 ontwerp uitvoeringsbesluit: administratieve last! – motiveringsplicht (art. 4.1.9 decreet): de administratieve overheid geeft in al haar beslissingen over een eigen werk of eigen activiteit met directe impact op het geïnventariseerde erfgoed aan hoe ze rekening heeft gehouden met de zorgplicht – nader verduidelijkt in ontwerp van uitvoeringsbesluit: kan omvat zijn door een MER (art. 4.2.2) en in de beslissing moet aangegeven worden welke geïnventariseerde goederen een directe impact ondervinden en welke maatregelen werden genomen om te voldoen aan zorgplicht
  • 21. Inventarisatie: hoe het wordt • De opname van een onroerend goed in een vastgestelde inventaris vormt geen weigeringsgrond voor eender welke vergunning of machtiging – blijft natuurlijk wel een afwegingselement bij de beoordeling – n.a.v. vergunningverlening verplichte adviesinwinning bij het agentschap voor de verwijdering van een onroerend goed opgenomen in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed of de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen (art. 4.1.10 decreet). Indien de vergunningverlenende overheid een onroerenderfgoedgemeente is, wordt advies gevraagd aan een deskundig medewerker in eigen rangen of aan de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst – uitzondering: voor werken, activiteiten of processen van een administratieve overheid
  • 22. Inventarisatie: overgangsregeling • Wat met de huidig vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed? – blijft een vastgestelde inventaris in het nieuwe decreet, met inbegrip van alle nieuwe rechtsgevolgen – uitzondering: zorgplicht en motiveringsplicht voor overheid gelden slechts in zoverre een openbaar onderzoek heeft plaatsgevonden (zie hoger)
  • 23. Inventarisatie: eerste evaluatie • Nieuwe regeling komt duidelijk tegemoet aan enkele - o.i. zeer terechte - bezwaren uit de rechtspraktijk (quasi – compleet gebrek aan publiciteit, gebrek aan enige inspraak bij de opname…) • Veel blijft afhangen van de gestrengheid bij opname op de inventarissen (criteria blijven nu alvast bijzonder vaag) en de wijze waarop vergunningverlenende overheden omgaan met het juridisch statuut ingevolge de opname op de inventaris • Administratieve lasten verhoogd voor de lokale besturen
  • 24. Archeologie: hoe het is • Decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium juncto het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 1994 tot uitvoering van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium • Archeologie werd van algemeen nut verklaard – de ontdekking, bescherming en het behoud van het archeologisch patrimonium zijn van algemeen nut (art. 4, §1 decreet) • Zorgplicht inzake archeologie – de eigenaar en de gebruiker zijn ertoe gehouden de archeologisch monumenten die zich op hun gronden bevinden te bewaren en te beschermen en ze voor beschadiging en vernietiging te behoeden (art. 4, §2 decreet) – hoe ver reikt deze zorgplicht [zie Gent (9e k.), 28 mei 2010, Juristenkrant 2011, afl. 230, 6 en Cass. 23 februari 2012, www.cass.be]?
  • 25. Archeologie: hoe het is • Impact op het vergunningenproces – steeds adviesverplichting in de “bijzondere procedure” voor werken van algemeen belang (art. 5 decreet) – adviesverplichting voor aanvragen met betrekking tot voorlopig of definitief beschermde archeologische monumenten of met betrekking tot percelen die in voorlopig of definitief beschermde archeologische zones liggen (art. 1, 1°, e van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen) – adviesverplichting voor aanvragen voor 1) verkavelingen van ten minste tien loten, bestemd voor woningbouw, of met een grondoppervlakte groter dan een halve hectare, ongeacht het aantal loten; 2) groepswoningbouwprojecten, waarbij ten minste tien woongelegenheden ontwikkeld worden; 3) de bouw of de herbouw van appartementsgebouwen, waarbij ten minste vijftig appartementen gecreëerd worden; 4) nieuwbouwprojecten met een bebouwd oppervlak van 500 m² of meer in woongebieden of recreatiegebieden; 5) ontginningsgebieden en uitbreiding van ontginningsgebieden (art. 1, 1°, h van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen)
  • 26. Archeologie: hoe het is • Advisering kan aanleiding geven tot een verplicht gesteld “vooronderzoek”, hetwelk kan uitmonden in een vervolgonderzoek met opgravingen • De kost voor dit alles wordt ten laste van de bouwheer gelegd • Er dringt zich een vergunning op voor een archeologische opgraving of archeologische prospectie met ingreep in de bodem (art. 6 decreet + art. 15 uitvoeringsbesluit)
  • 27. Archeologie: hoe het is • Verder proces (bron: KLAD)
  • 28. Archeologie: hoe het is • Mogelijkheid om een opgraving van algemeen nut te verklaren (art. 7 decreet) – tijdelijke bezetting van de gronden – stillegging van de werken of handelingen – zelfs opschorting of intrekking van verleende vergunningen – mogelijkheid tot schadeloosstelling bij intrekking van vergunningen of meer dan 30 dagen stillegging / opschorting van verleende vergunningen (art. 10 decreet)
  • 29. Archeologie: hoe het is • Specifieke regeling inzake toevalsvondsten (art. 8 decreet) – meldingsplicht voor de vinder – bewaar- en beschermingsplicht gedurende minstens 10 dagen (verlengbaar) – mogelijkheid tot schadevergoeding indien dit laatste meer dan 30 dagen duurt (art. 10 decreet) • Vergunning voor (metaal)detectie (art. 9 decreet)
  • 30. Archeologie: hoe het wordt • Actief- en passiefbehoudsbeginsel – passief behoudsbeginsel t.a.v. eenieder (art. 5.1.1 decreet): “Het is verboden archeologische artefacten, archeologische sites en archeologische ensembles te ontsieren” – actief behoudsbeginsel t.a.v. gebruikers en zakelijkrechthouders van “archeologische ensembles” (art. 5.2.1 e.v. decreet)
  • 31. Archeologie: hoe het wordt • Verbod op metaaldetectie blijft behouden, behalve bij erkenning – art. 5.1.2 decreet: behoudens erkenning en volgens een code van goede praktijk – erkenningsvoorwaarden reeds in ontwerp van uitvoeringsbesluit • Algemeen verbod om archeologische opgraving of graafwerken of archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem uit te voeren zonder melding / toelating blijft behouden – art. 5.1.3 decreet • Meldingsplicht voor toevalsvondsten blijft behouden – art. 5.1.4 decreet – modaliteiten
  • 32. Archeologie: hoe het wordt • Belangrijke doelstelling van het nieuwe decreet: betere integratie van archeologie in (bouw)projecten en minder ad hoc benadering zoals vandaag het geval is – cf. verdrag van Valletta • Hoe? – via verplicht vooronderzoek wanneer in welomschreven gevallen een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning wordt beoogd (art. 5.4.1 e.v. decreet) – door erkend archeoloog – resulteert in bekrachtigde archeologienota die bij een aanvraag tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning moet gevoegd worden: nu werkelijk een vooronderzoek
  • 33. Archeologie: hoe het wordt • Verplicht vooronderzoek voor bepaalde stedenbouwkundige vergunningsaanvragen met ingreep in de bodem (art. 5.4.1 decreet) – voor percelen die gelegen zijn in een voorlopig of definitief beschermde archeologische site – voor aanvragen waarbij de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem 100 m2 of meer beslaat en de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 300 m2 of meer bedraagt en waarbij de betrokken percelen geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in archeologische zones, opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones – voor aanvragen waarbij de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem 1000 m2 of meer beslaat en de totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft 3000 m2 of meer bedraagt en waarbij de betrokken percelen volledig gelegen zijn buiten archeologische zones, opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones
  • 34. Archeologie: hoe het wordt • Verplicht vooronderzoek voor bepaalde verkavelingsvergunnings- aanvragen (art. 5.4.2 decreet) – voor percelen die gelegen zijn in een voorlopig of definitief beschermde archeologische site – voor aanvragen waarbij de totale oppervlakte van de kadastrale percelen 300 m² of meer bedraagt en waarbij de betrokken percelen geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in archeologische zones, opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones – voor aanvragen waarbij de totale oppervlakte van de kadastrale percelen 3000 m² of meer bedraagt en waarbij de betrokken percelen volledig gelegen zijn buiten archeologische zones, opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones
  • 35. Archeologie: hoe het wordt • Vrijstellingen? – indien in het gebied geen archeologisch erfgoed te verwachten valt, zoals vastgesteld door de Vlaamse regering – indien de aanvraag betrekking heeft op werkzaamheden binnen het gabarit van een bestaande lijninfrastructuur en haar aanhorigheden (voor stedenbouwkundige vergunningen) – indien de aanvrager een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon is, de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem minder dan 5000 m2 beslaat en de betrokken percelen volledig gelegen zijn buiten woongebied of recreatiegebied en buiten archeologische zones opgenomen in de vastgestelde inventaris van archeologische zones en buiten beschermde archeologische sites
  • 36. Archeologie: hoe het wordt • Hoe gebeurt het vooronderzoek? – mogelijkheid 1: met ingreep in de bodem (art. 5.4.6 decreet) – mogelijkheid 2 (uitzondering): zonder ingreep in de bodem, indien zulks “onmogelijk” of “onwenselijk” is (art. 5.4.12 decreet). Wanneer geldt de uitzondering en is een ingreep in de bodem “onmogelijk” of “onwenselijk”?
  • 37. Archeologie: hoe het wordt • Mogelijkheid 1: verplicht vooronderzoek met ingreep in de bodem – erkend archeoloog wordt aangesteld door initiatiefnemer – melding van voornemen tot het uitvoeren van dit archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem door archeoloog aan de Vlaamse administratie of de onroerenderfgoedgemeente – melding omvat o.m. gegevens van initiatiefnemer, archeoloog en de betrokken percelen, alsook uiteenzetting van de aanleiding van het vooronderzoek en de voorgestelde uitvoeringswijze van het vooronderzoek – agentschap kan het vooronderzoek weigeren of er voorwaarden aan koppelen en meldt dit binnen de 15 dagen na ontvangst van de melding aan de archeoloog – mogelijkheid tot georganiseerd administratief beroep door initiatiefnemer tegen weigering of voorwaarden bij de Vlaamse regering – na termijn van 15 dagen kan het vooronderzoek een aanvang nemen indien geen sprake is van weigering of voorwaarden
  • 38. Archeologie: hoe het wordt • Mogelijkheid 1: verplicht vooronderzoek met ingreep in de bodem – uitvoering op basis van de in de melding voorgestelde uitvoeringswijze, de code van goede praktijk en eventuele voorwaarden die het agentschap of de erkende onroerenderfgoedgemeente oplegt – één en ander resulteert in een archeologienota
  • 39. Archeologie: hoe het wordt • Archeologienota – op basis van resultaten van het archeologisch vooronderzoek maakt de archeoloog een archeologienota op – deze kan zowel inhouden dat verder archeologisch onderzoek of fysiek behoud noodzakelijk is, als bepalen dat er geen verdere verplichtingen t.a.v. archeologie meer zijn – nota wordt verzonden naar agentschap, die deze nota kan bekrachtigen, weigeren of er voorwaarden aan kan koppelen. Na een vervaltermijn van 21 dagen wordt de nota geacht bekrachtigd te zijn – mogelijkheid tot georganiseerd administratief beroep door initiatiefnemer tegen weigering of voorwaarden bij de Vlaamse regering
  • 40. Archeologie: hoe het wordt • Archeologienota – de vergunningverlenende overheid neemt het naleven van de bekrachtigde arecheologienota op als voorwaarde in de stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning – bekrachtigde archeologienota geldt als toelating voor de in de nota omschreven opgraving – archeoloog meldt in voorkomend geval de aanvang van de archeologische opgraving aan het agentschap of de onroerenderfgoedgemeente
  • 41. Archeologie: hoe het wordt • Mogelijkheid 2: verplicht vooronderzoek zonder ingreep in de bodem – erkend archeoloog wordt aangesteld door initiatiefnemer – archeologisch vooronderzoek zonder ingrepen in de bodem wordt uitgevoerd – één en ander resulteert in archeologienota
  • 42. Archeologie: hoe het wordt • Archeologienota – op basis van resultaten van het archeologisch vooronderzoek zonder ingreep in de bodem maakt de archeoloog een archeologienota op – nota omvat o.m. gegevens van initiatiefnemer, archeoloog en de betrokken percelen, de redenen en motivering waarom het vooronderzoek beperkt werd tot onderzoek zonder ingreep in de bodem en de voorgestelde uitvoeringswijze van het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem – nota wordt verzonden naar agentschap, die deze nota kan bekrachtigen, weigeren of er voorwaarden aan kan koppelen. Na een vervaltermijn van 21 dagen wordt de nota geacht bekrachtigd te zijn – mogelijkheid tot georganiseerd administratief beroep door initiatiefnemer tegen weigering of voorwaarden bij de Vlaamse regering – bekrachtigde archeologienota geldt als toelating voor het in de nota omschreven vooronderzoek met ingreep in de bodem
  • 43. Archeologie: hoe het wordt • Archeologienota – archeoloog meldt de aanvang van het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem aan het agentschap of de onroerenderfgoedgemeente – na het beëindigen van het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem bezorgt de archeoloog een nieuwe nota aan het agentschap – deze kan zowel inhouden dat verder archeologisch onderzoek of fysiek behoud noodzakelijk is, als bepalen dat er geen verdere verplichtingen t.a.v. archeologie meer zijn – vanaf dit ogenblik loopt de procedure analoog aan de procedure bij vooronderzoek met ingreep in de bodem (bekrachtiging, beroep, uitvoering, etc.)
  • 44. Archeologie: hoe het wordt • En dan verder… – archeologierapport binnen twee maanden na het beëindigen van de opgraving – eindrapport binnen twee jaar na het beëindigen van de opgraving
  • 45. Archeologie: hoe het wordt • Bijzondere regeling voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen (art. 5.5.1 e.v. decreet) – archeoloog moet overeenkomst sluiten met de zakelijkrechthouders van de betrokken onroerende goederen m.b.t. vergoeding van eventuele schade e.d. – archeoloog dient aanvraag in bij het agentschap met het oog op de toelating voor vooronderzoek met ingreep op de bodem of archeologische opgravingen – beroep tegen weigering of voorwaarden bij Vlaamse regering – melding aanvang van vooronderzoek of opgraving aan het agentschap – archeologierapport – eindverslag
  • 46. Archeologie: hoe het wordt • Wie betaalt de rekening? – het “veroorzakersbeginsel” – de initiatiefnemer van een bodemverstorende activiteit draait in principe op voor de kosten van noodzakelijk archeologisch vooronderzoek en de archeologische opgraving – het decreet voorziet twee instrumenten waarmee dit principe wat wordt gemilderd: enerzijds de toekenning van premies bij een buitensporige directe kost van het verplicht te voeren openbaar onderzoek (art. 10.2.1 decreet), anderzijds de oprichting van een archeologisch solidariteitsfonds (art. 10.3.4 en 10.3.5 decreet) – kosten van onderzoek na een toevalsvondst worden gedragen door het Vlaamse Gewest. Behoud van schadevergoedingsmechanisme indien bewaar- en beschermingsplicht meer dan 30 dagen overschrijdt
  • 47. Archeologie: eerste evaluatie • Dit is nog verdere toekomstmuziek: enkele detailaspecten daargelaten, blijft vooralsnog de oude regeling spelen. Het is vooral wachten op een voldoende aantal erkende archeologen • Duidelijk meer rechtszekerheid aangaande het archeologisch vooronderzoek: de aanvrager weet beter waar hij aan toe is • Prijskaartje blijft…nu soms wel met een korting
  • 48. Bescherming: hoe het is • Beschermingsstatuten verspreid over diverse decreten – decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten – decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium – decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg
  • 49. Bescherming: hoe het is • Decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten – procedure tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten (art. 5-10 decreet) – rechtsgevolgen van beschermingsstatuut (art.11-12 decreet) – subsidies en bijdragen (art. 11, § 8 – 9 decreet)
  • 50. Bescherming: hoe het is • Procedure tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten (art. 5-10 decreet): bescherming in twee fasen – Vlaamse regering stelt de ontwerpen van lijst van “voor bescherming vatbare monumenten en stads- en dorpsgezichten” vast – betekening, adviesinwinning en openbaar onderzoek op basis van ontwerp alsmede publicatie in Belgisch Staatsblad – vanaf betekening van het ontwerp van de lijst (aan de zakelijkrechthouder) en in ieder geval vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad (andere natuurlijke en rechtspersonen), zijn op de in het besluit vermelde onroerende goederen al de rechtsgevolgen van de bescherming van toepassing gedurende een termijn van maximaal twaalf maanden – vervolgens besluit tot definitieve bescherming – opheffing of wijziging besluit kan na de Koninklijke Commissie gehoord te hebben – register van beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten
  • 51. Bescherming: hoe het is • Rechtsgevolgen van het beschermingsstatuut (art.11-12 decreet) – algemene en bijzondere beschermingsvoorschriften – cf. besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten – “werken” kunnen niet worden aangevat zonder voorafgaande machtiging: indien geen stedenbouwkundige vergunning vereist is, wordt de machtiging verleend door het agentschap. Indien wel een stedenbouwkundige vergunning vereist is, wordt de machtiging verleend in de vergunning na bindend advies van het agentschap. Voor werken aan niet als monument beschermde constructies binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht (waarvoor geen stedenbouw - kundige vergunning vereist is) is een melding vereist aan het college van burgemeester en schepenen en, desgevallend, opnieuw een machtiging van het agentschap
  • 52. Bescherming: hoe het is • Rechtsgevolgen van het beschermingsstatuut (art.11-12 decreet) – schets van de diverse beroepsmogelijkheden (binnen en buiten de stedenbouwkundige procedure) en de rol van de expertencommissie als scheidsrechter in graad van administratief beroep en als adviserende instantie voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen
  • 53. Bescherming: hoe het is • Subsidies en bijdragen (art. 11, § 8 – 9 decreet) – bijdrage in de kosten door Vlaamse Gewest, de betrokken provincie en de betrokken gemeente in de kosten van werken van instandhouding of herstel om de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel- archeologische of andere sociaal-culturele waarde van een beschermd monument te bewaren – meerjarige subsidiëringsovereenkomst voor langdurige en grote werken – financiële bijdrage voor onderhoudswerken ten voordele van de opdrachtgever die de kosten draagt – onderhoudsenveloppes
  • 54. Bescherming: hoe het is • Decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium – procedure tot bescherming van archeologische monumenten en zones (art. 13- 23 decreet) – rechtsgevolgen van beschermingsstatuut (art. 24-29 decreet) – subsidiëring (art. 33 decreet)
  • 55. Bescherming: hoe het is • Procedure tot bescherming van archeologische monumenten en zones (art. 13-23 decreet): bescherming in twee fasen – Vlaamse regering stelt de ontwerpen van lijst van “voor bescherming vatbare archeologische monumenten en zones” vast – kennisgeving bij aangetekende zending, adviesinwinning en openbaar onderzoek op basis van ontwerp alsmede publicatie in Belgisch Staatsblad – vanaf kennisgeving van het ontwerp en in ieder geval vanaf de publicatie van de lijst, zijn op de in deze lijst vermelde goederen al de rechtgevolgen van de bescherming van toepassing gedurende een termijn van maximaal één jaar – vervolgens besluit de Vlaamse regering tot de opheffing van de inschrijving op de ontwerpen van lijst of tot inschrijving op de lijst van de beschermde archeologische goederen
  • 56. Bescherming: hoe het is • Rechtsgevolgen van beschermingsstatuut (art. 24-29 decreet) – algemene en bijzondere beschermingsvoorschriften – cf. besluit van de Vlaamse regering van 20 april 1994 tot uitvoering van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium – “werken” kunnen niet worden aangevat zonder voorafgaande vergunning: indien geen stedenbouwkundige vergunning vereist is, wordt de machtiging verleend door het agentschap - indien er wel een stedenbouwkundige vergunning vereist is, wordt de machtiging verleend in de vergunning na bindend advies van het agentschap – schets van de diverse beroepsprocedures: ofwel in het kader van de stedenbouwkundige vergunning ofwel – indien geen dergelijke vergunning vereist is – voor de Minister, die de expertencommissie en het agentschap hoort
  • 57. Bescherming: hoe het is • Subsidiëring (art. 33 decreet) – de Vlaamse regering kan financiële bijdragen verlenen voor het uitvoeren van archeologische opgravingen – de Vlaamse regering kan financiële bijdragen verlenen voor het uitvoeren van instandhoudings-, beveiligings-, beheers- en herstelwerken aan beschermde goederen, die worden ondernomen door of op initiatief van regionale en lokale openbare besturen, publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen of particulieren – verdeling van de kosten tussen overheid en particulier decretaal vastgelegd
  • 58. Bescherming: hoe het is • Decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg – procedure tot bescherming van landschappen (art. 5-13 decreet) – rechtsgevolgen van beschermingsstatuut (art.14 decreet) – procedure tot aanduiding van ankerplaatsen en erfgoedlandschappen (art. 15- 22, 27 decreet) – rechtsgevolgen van aanduiding als ankerplaats/ bescherming als erfgoedlandschap (art. 24-25, 28-30 decreet) – financiering (art. 33 decreet)
  • 59. Bescherming: hoe het is • Procedure tot bescherming van landschappen (art. 5-13 decreet): bescherming in twee fasen – Vlaamse regering stelt een besluit vast tot voorlopige bescherming als landschap – kennisgeving bij aangetekende zending, adviesinwinning en openbaar onderzoek op basis van het besluit alsmede publicatie in Belgisch Staatsblad – vanaf betekening van het ontwerp van de lijst (aan de zakelijkrechthouder) en in ieder geval vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad (andere natuurlijke en rechtspersonen), zijn op de in deze lijst vermelde goederen al de rechtsgevolgen van de bescherming van toepassing gedurende een termijn van maximaal twaalf maanden – vervolgens stelt de Vlaamse regering de definitieve bescherming vast van de in het besluit tot voorlopige bescherming vermelde goederen – besluit tot opheffing gebeurt onder de voorwaarden en vorm zoals vastgesteld voor de bescherming
  • 60. Bescherming: hoe het is • Rechtsgevolgen van beschermingsstatuut (art.14 decreet) – algemene en bijzondere beschermingsvoorschriften – cf. besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 1997 houdende algemene beschermingsvoorschriften, advies- en toestemmingsprocedure, instelling van een register en vaststelling van een herkenningsteken voor beschermde landschappen – vergunningsaanvragen zijn onderworpen aan een bindend advies van het agentschap (voor zover het negatief is of voorwaarden oplegt). Werken of handelingen die niet vergunningsplichtig zijn behoeven de toestemming van het agentschap – schets van de beroepsmogelijkheden
  • 61. Bescherming: hoe het is • Procedure tot aanduiding van ankerplaatsen en erfgoedlandschappen (art. 15-22 decreet): fase 1 – ankerplaats: “een gebied dat behoort tot de meest waardevolle landschappelijke plaatsen, dat een complex van gevarieerde erfgoedelementen is die een geheel of ensemble vormen, dat ideaal-typische kenmerken vertoont vanwege de gaafheid of representativiteit, of ruimtelijk een plaats inneemt die belangrijk is voor de zorg of het herstel van de landschappelijke omgeving” (art. 3, 11° decreet) – voorlopige aanduiding van ankerplaatsen door Vlaamse regering – besluit tot voorlopige aanduiding vervalt van rechtswege na twaalf maanden wanneer binnen die termijn geen besluit tot definitieve aanduiding is genomen – adviesinwinning – definitieve aanduiding van ankerplaatsen door Vlaamse regering – besluit tot opheffing gebeurt onder de voorwaarden en vorm zoals vastgesteld voor de aanduiding
  • 62. Bescherming: hoe het is • Procedure tot aanduiding van ankerplaatsen en erfgoedlandschappen (art. 27 decreet): fase 2 – erfgoedlandschap: “een ankerplaats of deel ervan die volgens de procedures van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening of het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 aangeduid is in de ruimtelijke uitvoeringsplannen of de plannen van aanleg” (art. 3,12° decreet) – bij de opmaak van RUP’s of plannen van aanleg vormen de definitief aangeduide ankerplaatsen mede de basis voor de aanduiding van erfgoedlandschappen
  • 63. Bescherming: hoe het is • Rechtsgevolgen van aanduiding als ankerplaats / bescherming als erfgoedlandschap (art. 24-25, 28-30 decreet) – ankerplaatsen: zorgplicht overheid. M.o.: ankerplaatsen vormen geen beoordelingsgrond voor het verlenen van vergunningen zolang zij niet zijn opgenomen in RUP’s of plannen van aanleg. Uitzondering: beslissingen van de administratieve overheid inzake een eigen werk of handeling of inzake het verlenen van een opdracht daartoe – erfgoedlandschappen: zorgplicht t.a.v. eenieder + landschapstoets en zorgplicht overheid – bescherming als ankerplaats of erfgoedlandschap doet geen afbreuk aan strengere voorschriften vastgesteld voor voorlopige of definitief beschermde landschappen
  • 64. Bescherming: hoe het is • Financiering (art. 33 decreet) – onderhoudspremie voor instandhoudings- en onderhoudswerken in beschermde landschappen of erfgoedlandschappen – landschapspremie voor het opmaken van een landschapsbeheersplan of het uitvoeren van dit plan
  • 65. Bescherming: hoe het wordt • In het nieuwe decreet worden de 4 “beschermingsstatuten” gestroomlijnd (art. 6.1.1 decreet) – beschermd monument – beschermd stads- en dorpsgezicht – beschermde archeologische site – beschermd cultuurhistorisch landschap • Eén uniforme procedure voor de verschillende beschermings- statuten
  • 66. Bescherming: hoe het wordt • Beschermingsprocedure (art. 6.1.3 e.v. decreet) – nu eerst een voorafgaande adviesronde bij het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente, bij verschillende administraties en bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed – ruimere onderzoeksmogelijkheden ambtenaren in vergelijking met inventarisatie (art. 6.1.2 decreet) – besluit tot voorlopige bescherming: decretale verankering van verschillende verplicht op te nemen gegevens – bekendmaking besluit tot voorlopige bescherming middels uittreksel in het Belgisch Staatblad en per beveiligde zending aan de zakelijkrechthouders – rechtsgevolgen van bescherming van toepassing voor 9 maanden (verlengbaar tot 12 maanden (bij gebreke aan definitieve vaststelling automatisch verval). Sneller! – informatieplichten van zakelijkrechthouders (art. 2.1, 47° decreet)
  • 67. Bescherming: hoe het wordt • Beschermingsprocedure (art. 6.1.3 e.v. decreet) – organisatie van een openbaar onderzoek – opnieuw (facultatief) advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed – besluit tot definitieve bescherming, met eventuele bijzonder voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud
  • 68. Bescherming: hoe het wordt • Procedure tot wijziging en opheffing van de bescherming (art. 6.2.1 decreet) – gehele of gedeeltelijke wijziging en opheffing in vier gevallen – eveneens een procedure in twee fases: voorlopige wijziging of opheffing en definitieve wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve bescherming – rechtsgevolgen van het eerdere beschermingsbesluit blijven van kracht tot de goedkeuring van het besluit tot definitieve wijziging of opheffing – ook in een GRUP kan tot een gedeeltelijke of gehele wijziging / opheffing gekomen worden, indien dit vereist is omwille van het algemeen belang
  • 69. Bescherming: hoe het wordt • Generieke rechtsgevolgen (6.4.1 e.v. decreet) – actiefbehoudsbeginsel: “De zakelijkrechthouders en gebruikers van een beschermd goed behouden het in goede staat door de nodige instandhoudings-, beveiliging-, beheers-, herstellings- en onderhoudswerken” – cf. ontwerp van besluit: algemene voorschriften (generieke + aanvullende) + eventuele bijzonder voorschriften in beschermingsbesluit (dewelke steeds voorrang hebben) – passiefbehoudsbeginsel: “Het is verboden beschermde goederen te ontsieren, te beschadigen, te vernielen of andere handelingen te stellen die de erfgoedwaarde ervan aantasten”
  • 70. Bescherming: hoe het wordt • Handelingen aan / in beschermde goederen – welke “handelingen”? Bepaald aan de hand van toelatingsplichten: generieke, specifieke en aanvullende toelatingsplichten (cf. art. 6.2.1 e.v. ontwerp van besluit) – hypothese 1: de handeling waarvoor de toelating wordt aangevraagd, is vrijgesteld van vergunning. Autonome toelatingsprocedure (art. 6.3.1 e.v. ontwerp van uitvoeringsbesluit) – hypothese 2: de handeling waarvoor de toelating wordt aangevraagd, is onderworpen aan een vergunning. De toelating wordt geïntegreerd in het vergunningsproces (art. 6.4.4, §2 e.v. decreet)
  • 71. Bescherming: hoe het wordt • Hypothese 1: de handeling waarvoor de toelating wordt aangevraagd, is vrijgesteld van vergunning. Autonome toelatingsprocedure (art. 6.3.1 e.v. ontwerp van uitvoeringsbesluit) – toelating aanvragen bij agentschap of bij onroerenderfgoedgemeente. – de aanvraag bevat o.m. de contactgegevens van de aanvrager, een nauwkeurige beschrijving van de werken en de noodzaak ervan alsook een opgave van de vermoedelijke datum van begin en einde van de werken. – er volgt een beslissing binnen de 45 dagen, zoniet stilzwijgende toelating – mededeling binnen ordetermijn van 10 dagen – aanplakking en wachttermijn van 35 dagen
  • 72. Bescherming: hoe het wordt • Hypothese 1: de handeling waarvoor de toelating wordt aangevraagd, is vrijgesteld van vergunning. Autonome toelatingsprocedure (art. 6.3.1 e.v. ontwerp van uitvoeringsbesluit) – aanvrager en iedere belanghebbende kunnen schorsend beroep aantekenen bij de Minister – het beroepsschrift bevat minstens een gemotiveerd verzoekschrift, een kopie van de aanvraag (als het beroep werd ingesteld door de aanvrager) en een kopie van de bestreden beslissing, tenzij het gaat om een stilzwijgende beslissing – mogelijk advies van de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed – er volgt een beslissing binnen de 45 dagen, zoniet herleeft de beslissing in eerste aanleg genomen – mededeling binnen ordetermijn van 10 dagen – aanplakking
  • 73. Bescherming: hoe het wordt • Hypothese 2: de handeling waarvoor de toelating wordt aangevraagd, is onderworpen aan een vergunning. De toelating wordt geïntegreerd in het vergunningsproces (art. 6.4.4, §2 e.v. decreet) – indien voor de toelatingsplichtige handelingen een stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning of andere vergunning / toelating vereist is, dient in eerste administratieve aanleg een advies gevraagd te worden aan de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed. In functie van dat advies moet / kan de vergunning / toelating geweigerd worden – indien uit het advies blijkt dat het aangevraagde strijdig is met direct werkende normen binnen het beleidsveld onroerend erfgoed, of wanneer die strijdigheid manifest blijkt uit het aanvraagdossier, moet de vergunning / toelating / etc. geweigerd worden of dienen voorwaarden opgelegd te worden tot naleving van de regelgeving – indien uit het advies blijkt dat het aangevraagde onwenselijk is in het licht van de doelstellingen binnen het beleidsveld onroerend erfgoed, kan de vergunning / toelating / etc. geweigerd worden
  • 74. Bescherming: hoe het wordt • Hypothese 2: de handeling waarvoor de toelating wordt aangevraagd, is onderworpen aan een vergunning. De toelating wordt geïntegreerd in het vergunningsproces (art. 6.4.4, §2 e.v. decreet) – aanvrager, agentschap en iedere belanghebbende kunnen beroep aantekenen bij de Vlaamse Regering – ook elke instantie die oordeelt in graad van administratief beroep vraagt opnieuw advies aan de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed. De Vlaamse regering kan dit advies bindend verklaren als de uitvoering van de vergunning ernstige schade kan toebrengen aan een beschermd goed – elk administratief rechtscollege kan advies vragen aan de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed
  • 75. Bescherming: hoe het wordt • Informatieplichten – art. 6.4.8 decreet: “iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon een beschermd goed verkoopt, verhuurt voor meer dan negen jaar, inbrengt in een vennootschap, een erfpacht of een opstalrecht overdraagt of op andere wijze de eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt, vermeldt in de hieraan verbonden publiciteit dat het onroerend goed beschermd is en de rechtsgevolgen die aan de bescherming verbonden zijn (…)” – art. 6.4.9, eerste lid decreet: “iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon een beschermd goed verkoopt, verhuurt voor meer dan negen jaar, inbrengt in een vennootschap, een erfpacht of een opstalrecht overdraagt of op andere wijze de eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt, vermeldt in de onderhandse of authentieke akte dat het onroerend goed beschermd is en de rechtsgevolgen die aan de bescherming gebonden zijn (…)”
  • 76. Bescherming: hoe het wordt • Informatieplichten – art. 6.4.9, tweede lid decreet: “De instrumenterende ambtenaar meldt de overdracht aan het agentschap. Als de instrumenterende ambtenaar een onderhandse akte in een authentieke akte dient op te nemen, waarbij de eerste niet beantwoordt aan de voorschriften van het eerste lid, dan wijst hij de partijen bij de opmaak van de akte op het eerste lid. De partijen kunnen geen vordering tot vernietiging inroepen als de inbreuk op de informatieplicht is rechtgezet bij de authentieke akteverlening en de informatiegerechtigde in deze akte verzaakt aan de vordering tot nietigverklaring op basis van een inbreuk op de informatieplicht (…)”
  • 77. Bescherming: hoe het wordt • Varia – sloop van een beschermd goed (art. 6.4.7 decreet) – onteigening (art. 6.4.10 decreet)
  • 78. Bescherming: hoe het wordt • Erfgoedlandschappen: planologische bescherming blijft behouden – quid ankerplaats? – nu op basis van een onroerenderfgoedinrichtingsplan of op basis van één van de vastgestelde inventarissen – iedereen die werken en handelingen verricht of daarvoor de opdracht verleent, neemt zo veel mogelijk zorg in acht voor de erfgoedwaarden van een erfgoedlandschap, zoals bepaald in het plan dat van toepassing is – zorgplicht en motiveringsplicht t.a.v. administratieve overheden
  • 79. Bescherming: hoe het wordt • Subsidiëring – subsidies (art. 10.1.1 decreet) – specifieke premies (art. 10.2.1 decreet) – nadere uitwerking in ontwerp van uitvoeringsbesluit
  • 80. Bescherming: eerste evaluatie • Vooral een procedurele uniformisering met enkele nieuwigheden • …
  • 81. Handhaving: hoe het is • Actueel: vooral gerechtelijke en strafrechtelijke handhaving verspreid over de verschillende wetten / decreten. Inbreuken op erfgoed zijn misdrijven – art. 13 e.v. decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten: strafvervolging + herstel (herstel in de vorige toestand, onverminderd de schadeloosstelling) + hier wel stakingsmogelijkheid (vgl. procedure en gevolgen VCRO) – art. 40 e.v. decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg: strafvervolging + herstel (herstel in de vorige toestand of aanpassingswerken, onverminderd de schadeloosstelling) – art. 35 e.v. decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium: strafvervolging + herstel (herstel in de vorige toestand of aanpassingswerken, onverminderd de schadeloosstelling)
  • 82. Handhaving: hoe het is • Minstens vanuit het oogpunt van een efficiënt handhavingsbeleid zijn er verschillende nadelen verbonden aan gerechtelijke / strafrechtelijke handhaving – seponeringsbeleid – duurtijd vs. de specifieke noodzaak bij erfgoed om soms snel te ageren – onzekere uitkomst – …
  • 83. Handhaving: hoe het wordt • Grootste vernieuwing: ook bij erfgoed de introductie van een bestuurlijke handhaving – mosterd komt van elders: Nederlands Algemene Wet Bestuursrecht – cf. milieuhandhaving (DABM) – cf. ontwerp van handhaving omgevingsvergunning – wel toch enkele (belangrijke) accentverschillen
  • 84. Handhaving: hoe het wordt • De overheid uw vriend: raadgevingen en aanmaningen (art. 11.3.1 e.v. decreet) – facultatieve maar niet vrijblijvende instrumenten van “zachte handhaving” als vriendelijk opstapje naar de harde handhaving – met raadgevingen wordt getracht om misdrijven of inbreuken te voorkomen die dreigen gepleegd te worden (preventief) – aanmaningen hebben betrekking op reeds aangevangen misdrijven of inbreuken (curatief). Niet-naleving doet een plicht tot aangifte ontstaan (dus toch ook niet zo vriendelijk…)
  • 85. Handhaving: hoe het wordt • Nieuw onderscheid: misdrijven onroerend erfgoed en inbreuken onroerend erfgoed (art. 11.2.2 e.v. decreet) – een overzicht en enkele relevante aandachtspunten (vb. het bestaan van een instandhoudingsmisdrijf - geen sanctie voor miskenning van de generieke zorgplicht t.a.v. erfgoedlandschappen, wel nog een fout die aanleiding kan geven tot herstelmaatregelen) – de meeste misdrijven worden exclusief door de strafrechter beoordeeld (hiervoor behoud van exclusieve strafrechtelijke handhaving) – twee misdrijven kunnen worden bestraft door de strafrechter, dan wel door een alternatieve bestuurlijke geldboete, indien de Procureur des Konings niet (binnen de 360 dagen) laat weten dat er geopteerd wordt voor een strafrechtelijke handhaving: ongeoorloofde metaaldetectie en het eigenaarsmisdrijf (zakelijkrechthouders) – inbreuken worden bestraft met een exclusieve bestuurlijke geldboete
  • 86. Handhaving: hoe het wordt • De bestuurlijke geldboeten (art. 11.2.5 e.v. decreet) – verslag tot vaststelling – intentie tot beboeting meedelen binnen een (orde)termijn van 60 dagen – mogelijkheid tot schriftelijk en mondeling verweer (30 dagen) – beslissing van de inspecteur Onroerend Erfgoed (op straffe van verval binnen de 90 dagen na mededeling intentie tot beboeting en mededeling beslissing binnen de 10 dagen waarna zij genomen werd) – mogelijkheid om de boete op te leggen met uitstel van tenuitvoerlegging (bestuurlijke probatie) – mogelijkheid tot schorsend beroep bij de rechtbank van eerste aanleg die over volheid van bevoegdheid beschikt (dus a posteriori rechterlijke controle) – verjaring – invorderingsgaranties – bestuurlijk sepot
  • 87. Handhaving: hoe het wordt • Rechterlijke herstelmaatregelen (art. 11.4.1 decreet) – naast de straf beveelt de rechtbank op vordering van de inspecteur Onroerend erfgoed het integrale herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade – belangrijke notie van integraal herstel: het integrale herstel strekt primair tot het feitelijk herstel in een originele staat (+ schadevergoeding voor blijvende schade). Indien dit onmogelijk is of niet opportuun is, wordt geopteerd voor de gehele of gedeeltelijke reconstructie, zo nodig op een andere locatie (+ schadevergoeding voor blijvende schade). Indien ook dit laatste onmogelijk of niet opportuun is, wordt geopteerd voor een volledige schadevergoeding – het integrale herstel kan ook voor burgerlijke rechtbank gevorderd worden – mogelijkheid om aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te vragen om voorlopige instandhoudingswerken te bevelen – uitvoeringstermijn maximum 3 jaar. Schadevergoeding is onmiddellijk betaalbaar
  • 88. Handhaving: hoe het wordt • Rechterlijke herstelmaatregelen (art. 11.4.1 decreet) – voorrangsregel voor erfgoed vs. RO – uitvoerings- en invorderingsgaranties: opvallende mogelijkheid om zekere kosten te verhalen op de onschuldige zakelijkrechthouder + hypotheek – proces-verbaal van vaststelling
  • 89. Handhaving: hoe het wordt • De staking (art. 11.5.5 e.v. decreet) – introductie van een volwaardige stakingsfiguur volledig op de leest van de VCRO (vgl. met art. 14 van het decreet van 31 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stad- en dorpsgezichten) – door wie kan het stakingsbevel opgelegd worden? – bekrachtiging van het stakingsbevel – mogelijkheid om in kort geding de opheffing van het bekrachtigd stakingsbevel te vorderen – quid bij niet-naleving stakingsbevel?
  • 90. Handhaving: hoe het wordt • Repressieve bestuurlijke maatregelen – nu ook repressieve bestuursdwang als alternatief voor de gerechtelijke handhaving. Bestuursdwang is steeds gericht op de eerste twee luiken van het integrale herstel (te weten het feitelijke herstel in de originele goede staat of gehele of gedeeltelijke reconstructie) of op voorlopige instandhoudings- maatregelen – nu ook de repressieve last onder dwangsom. Dit houdt in dat de bestuurlijke maatregelen worden opgelegd onder dwangsom
  • 91. Handhaving: hoe het wordt • Bestuursdwang (art. 11.5.7 e.v. decreet) – voor welke gevallen? – besluit tot toepassing van de bestuursdwang van de inspecteur Onroerend Erfgoed – mogelijkheid om het besluit uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en zelfs de mogelijkheid om de beslissing nadien te nemen – schorsend beroep bij de Vlaamse regering of een aangewezen ambtenaar (op straffe van verval van later gerechtelijk beroep) + mogelijkheid om in kort geding de uitvoerbaarheid bij voorraad aan te kaarten – hoorrecht – beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de betekening van het beroepschrift, op straffe van verval van de bestuursdwang – beslissing op beroep is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad – vordering tot opheffing of wijziging bij de rechtbank van eerste aanleg – diverse uitvoerings- en invorderingsgaranties
  • 92. Handhaving: hoe het wordt • Last onder dwangsom (art. 11.5.14 e.v. decreet) – voor welke gevallen? – besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom van de inspecteur Onroerend Erfgoed – gelijkaardige procedureregeling als bij bestuursdwang – rechtbank kan ook de last opheffen, de looptijd ervan opschorten of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid in hoofde van de overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen
  • 93. Handhaving: hoe het wordt • Minnelijke schikking (art. 11.6.1 e.v. decreet) – voor inbreuken of misdrijven gepleegd op het onroerend goed dewelke geen blijvende vernietiging van erfgoedwaarden hebben veroorzaakt die een begroot bedrag van 50.000 euro overstijgt – de minnelijke schikking moet beantwoorden aan de notie “integraal herstel” – de minnelijke schikking doet geen afbreuk aan het gezag van gewijsde van rechterlijke beslissingen – de minnelijke schikking omvat steeds een dwangsom bij niet-tijdige uitvoering – de minnelijke schikking omvat een termijn voor uitvoering van feitelijk herstel die maximaal 8 jaar bedraagt. De termijn voor het betalen van een schade- vergoeding wordt op maximum 2 jaar gesteld – de zakelijkrechthouder moet zich verbinden – procedure? – uitvoerings- en invorderingsgaranties
  • 94. Handhaving: eerste evaluatie • Duidelijk een meer volwassen en volwaardige handhaving inzake onroerend erfgoed • Efficiënte handhaving: overduidelijk, maar bieden de bestuurlijke procedures ook evenveel garanties voor de overtreder? • …
  • 95. Vragen? • Fire away…
  • 96. Gegevens Jan Beleyn Steve Ronse PUBLIUS advocaten Pres. Kennedypark 6/24 8500 Kortrijk Belgium t +32 (0)56 74 56 00 f +32 (0)56 74 56 01 www.publius.be