Your SlideShare is downloading. ×
Groenboek   standpunt ovb - 2011 01 28
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Groenboek standpunt ovb - 2011 01 28

186
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
186
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Orde van Vlaamse Balies www.advocaat.be Koningsstraat 148Europese Commissie B – 1000 BrusselDG Justitie T +32 (0)2 227 54 70Eenheid A2 F +32 (0)2 227 54 79Wetstraat 200 info@advocaat.be1049 BrusselE-mail: jls-communication-e5@ec.europa.euuw kenmerk ons kenmerk datumGroenboek COM (2010) 348 28 januari 2010contact telefoonnummeranke.delava@advocaat.be 02 229 51 07Enkel via e-mailStandpunt van de OVB inzake het Groenboek van de Europese Commissie voor een EuropeescontractenrechtGeachte Commissaris,De Orde van Vlaamse Balies (OVB) is de wettelijke beroepsorganisatie van de meer dan 9300 Vlaamseadvocaten in België.Inzake het Groenboek van de Europese Commissie over beleidsopties voor de ontwikkeling van eenEuropees contractenrecht voor consumenten en ondernemingen (COM (2010) 348/3), formuleert deOVB volgende bedenkingen:1.Resultaten van de werkzaamheden van de deskundigengroepDe OVB zou publicatie van de resultaten van de werkzaamheden van de deskundigengroep op dewebsite van de Europese Commissie verwelkomen.2.Juridische aard van het instrumentWat betreft de juridische aard van een mogelijk instrument van Europees contractenrecht opteert deOVB voor een verordening tot vaststelling van een facultatief instrument voor Europeescontractenrecht is (optie 4 van het Groenboek). Dit facultatieve instrument zou een “opt-in”instrument moeten zijn, hetgeen betekent dat de partijen kunnen kiezen voor de toepassing van hetinstrument. Alle partijen moeten deze keuze maken. Hieruit vloeit voort dat de aanbieder nietverplicht kan worden de keuze tussen het nationale recht en het facultatieve instrument aan tebieden aan zijn medecontractant.Het instrument, zoals het Groenboek voor ogen heeft, is een optionele regeling die zou wordeningevoegd in het nationale recht van iedere lidstaat. De OVB is van mening dat dit een passende
  • 2. oplossing is, maar vestigt de aandacht op het belang de nodige zorg te besteden aan een ruimemateriële werkingssfeer (d.i. de rechtsvragen die geregeld worden door het instrument) en aan dewijze waarop de werkingssfeer in het facultatieve instrument wordt geformuleerd. Iedere beperkingin dit kader (het niet regelen van bepaalde vragen van contractenrecht) zal leiden tot de toepassingvan de anders toepasselijke nationale wetgeving, die grotendeels niet-geharmoniseerd is, en dus toteen verminderd belang van het instrument. Het doel van dit facultatieve instrument zal evenminworden bereikt wanneer niet duidelijk blijkt wat de erdoor geregelde onderwerpen allemaal zijn enwelke regels van nationaal recht dus allemaal buiten toepassing blijven indien partijen kiezen voorhet instrument.3. Toepassingsgebied ratione personaeWat betreft het toepassingsgebied van het instrument ratione personae is de OVB voorstander om hetfacultatief instrument beschikbaar te maken ongeacht de hoedanigheid van de partijen: onderneming,consument of private persoon. Om redenen van coherentie en rechtszekerheid geeft de OVB devoorkeur aan één enkel instrument dat beschikbaar zou zijn voor contracten tussen ondernemingenén voor contracten tussen ondernemingen en consumenten, met aangepaste, maar coherente regels.Dit impliceert uiteraard dat de regels van verbintenissenrecht voor de bescherming van deconsument deel uitmaken van het instrument. Er zullen, voor de bescherming van de consument,tevens regels nodig zijn die duidelijk aangegeven welke regels van dwingend recht zijn voorcontracten tussen ondernemingen en consumenten, en daarnaast ook bijkomende regels specifiekvan toepassing op consumentencontracten. Een overzichtelijk onderverdeling in het instrument kanhierin bijkomende duidelijkheid scheppen.De OVB gaat eveneens akkoord met de stelling dat het facultatieve instrument een duidelijk hoogniveau van consumentenbescherming moet bieden (optie 4, 4de alinea).4. Territoriale toepassingsgebiedWat betreft het territoriale toepassingsgebied (punt 4.2.2), is de OVB van mening dat het facultatieveinstrument ook moet spelen bij nationale transacties. Verschillende behandeling van nationalecontracten en grensoverschrijdende contracten kan niet worden gerechtvaardigd. Bovendien is hetvoor bepaalde transacties steeds moeilijker om een onderscheid te maken tussen nationaletransacties en grensoverschrijdende transacties (bv. in e-commerce). Een beperking totgrensoverschrijdende contracten zou kunnen leiden tot de artificiële toevoeging van eengrensoverschrijdend element om het contract grensoverschrijdend te maken.5. Materieel toepassingsgebied (werkingssfeer)Op het vlak van de materiële werkingssfeer (punt 4.3) rijzen twee vragen: de soorten contracten en deaangelegenheden die gereguleerd worden.Een facultatief instrument is enkel nuttig indien het regels bevat voor ten minste 1 type vanbijzondere overeenkomsten. Immers, indien het instrument enkel algemene regels vanverbintenissenrecht bevat, zal het anders toepasselijke nationaal recht m.b.t. bijzondereovereenkomsten worden toegepast en zullen de regels van het instrument in verschillendejurisdicties tot op voor elk land verschillende hoogte opzij gezet worden. Het Groenboek somt eenaantal mogelijkheden op, zoals koop-verkoop, dienstencontracten, leasing van roerende goederen,etc.
  • 3. Het lijkt de OVB aangewezen dat een facultatief instrument niet onmiddellijk toepasselijk zou zijn opeen ruime waaier van contracten, maar dat het instrument zich eerst toelegt op 1 of enkele soortenovereenkomsten. Voorkeur zou gegeven moeten worden aan die contracten waarvan wordtvastgesteld dat deze reeds vaak grensoverschrijdend worden gesloten of waar het ontbreken van eengemeenschappelijk instrument frequente grensoverschrijdende transacties belemmert. Indiengeopteerd wordt voor koop-verkoop van goederen, moet dit koop op afbetaling omvatten en zou hetdus aangewezen zijn rekening te houden met het feit dat koopovereenkomsten vaak gelieerd zijnmet kredietovereenkomsten, leasingcontracten (huur-koop) en/of overeenkomsten van persoonlijkeborgstelling.Het facultatieve instrument zou zeker die aangelegenheden opgesomd in punt 4.3.1 van hetGroenboek dienen te omvatten (de OVB veronderstelt dat dit ook voorwaarden en tijdsbepalingenomvat). Het doel van het een facultatief instrument in acht genomen, is het belangrijk dat hetinstrument een volledige set van regels geeft ook m.b.t. minder belangrijke aspecten van hetverbintenissenrecht. Deze verdieping moet prioriteit hebben over een verruiming van dewerkingssfeer tot andere bijzondere overeenkomsten of zelfs tot niet-contractuele relaties. Het isonrealistisch om het maximum aantal artikelen dat het facultatieve instrument mag bevatten tebepalen.Met betrekking tot restitutie en niet-contractuele aansprakelijkheid (punt 4.3.2), is de OVB vanmening dat deze momenteel niet onder het toepassingsgebied van het instrument zouden moetenvallen. Sommige vraagstukken die zich op de kantlijn tussen contractenrecht enerzijds en restitutieen niet-contractuele aansprakelijkheid anderzijds bevinden zullen echter ook aangekaart moetenworden in het instrument om het een voldoende uniform toepassingsgebied te geven in alle lidstaten.Zo zou het instrument de regels met betrekking tot nietigheid zowel als de ontbinding vanovereenkomsten, met inbegrip van restitutie van de reeds geleverde prestaties, moeten bevatten.Deze vragen kunnen niet overgelaten worden aan het nationale recht van de lidstaten. Dit iswaarschijnlijk ook zo voor de gevolgen van de ontbinding van een contract, met inbegrip vanrestitutie.6. Andere opties in het GroenboekAangaande de andere opties voor het instrument uiteengezet in het Groenboek, voornamelijk opties5 tot 7, stelt de OVB dat het facultatieve instrument eerst getest zou moeten worden. Het facultatieveinstrument zou op termijn, indien het over voldoende reikwijdte beschikt m.b.t. het materiëletoepassingsgebied, ook de basis kunnen vormen voor ten minste een gedeelte van het“instrumentarium” voor de Europese wetgever (optie 2). Het instrumentarium zou dan bestaan uitreeds operatieve modelregels en de terminologie die hieruit voortvloeit. Indien het facultatieveinstrument beperkt blijft tot contractenrecht (zie supra) zou het goed zijn het instrumentariumverder te ontwikkelen in de domeinen van niet-contractuele aansprakelijkheid, restitutie en aspectenvan het eigendomsrecht.7. Rol van de advocatuurTenslotte is het essentieel voor het succes van het project, ongeacht de vorm waarvoor geopteerdwordt, dat het eindresultaat gebruikersvriendelijk is en gericht op toepassing in de praktijk. De OVBverzoekt de Commissie om daarbij gebruik te maken van de expertise van de advocatuur en dit metbetrekking tot alle aspecten van het project, met inbegrip van selecteren en verfijnen van dieonderdelen van de DCFR die de basis zouden kunnen vormen van een toekomstige instrument.
  • 4. Bedrijven zullen niet voor een toekomstige instrument opteren tenzij het aan hun noden voldoet ende advocatuur kan bijstaan met het omzetten van deze noden naar een instrument.8. BesluitDe Orde van Vlaamse Balies is voorstander van optie 4 van het Groenboek: een verordening totvaststelling van een facultatief instrument voor Europees contractenrecht. Dit facultatief instrument(opt-in) zou beschikbaar moeten zijn zowel voor contracten tussen ondernemingen als voorcontracten tussen ondernemingen en consumenten, en dit zowel voor nationale als voorgrensoverschrijdende contracten.Wat betreft de werkingssfeer zou dit instrument zich kunnen toeleggen op koop-verkoop, met eenvolledige set van regels en een hoog niveau van consumentenbescherming. De OVB wenst hierbij tebenadrukken dat de nodige aandacht dient besteed te worden aan de afbakening van het materiëletoepassingsgebied. De Orde is steeds bereid om verder als gesprekspartner te fungeren.Met oprechte hoogachting,Jo StevensVoorzitter