Hoe voer je een gesprek met kinderen?

5,398 views
4,914 views

Published on

Gesprekken met kinderen, Fontys Hogeschool Kind & Educatie, Pabo Tilburg, oktober 2012

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
5,398
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
15
Actions
Shares
0
Downloads
25
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Een hoorcollege over Filosoferen met Kinderen
  • Valkuil bij gespreksvoering met jonge kinderen is dat zodra we op informatie uit zijn en zodra we over moeilijke onderwerpen communiceren het gesprek een hachelijke zaak wordt. (Delfos) Communicatie met jonge kinderen vraagt van de volwassenen speelsheid en loskomen van vaste patronen (normeren, interpreteren, prestatiedrang, starheid, willen winnen, willen concurreren). Goede communicatie begint met de houding, attitude die men inneemt: vanuit respect en bescheidenheid We moeten ervan overtuigd zijn dat kinderen iets te vertellen hebben en dat ze het willen vertellen.
  • Hoe voer je een gesprek met kinderen?

    1. 1. Kinderenhebbenhun Bernolf Kramer Pabo Tilburg Fontys Hogeschool Kind & Educatie
    2. 2. In dit blokuur…• Gesprekken• Theorie Delfos• Analyse gesprekken met kinderen• Conclusies• Houd alvast je telefoon, tablet of laptop gereed. Deze heb je nodig om te kunnen stemmen!
    3. 3. NarratieveidentiteitPaul Ricoeur “Het leven van een mens is als een verhaal op zoek naar een verteller.”
    4. 4. WIE HEEFT ER ALEENS EEN‘GOED’GESPREKGEVOERD MET EENKIND?
    5. 5. 10-10-12
    6. 6. Een gesprek
    7. 7. Alle kinderen zijn artiesten, het probleem is om artiest te blijven wanneer je volwassen bent. Pablo Picasso, kunstschilder & beeldhouwer (1881 – 1973)10-10-12
    8. 8. Centrale vraag Hoe zorg je dat de leerling centraal staat in je gesprek?
    9. 9. Literatuur Delfos, M.F. (2008). Luister je wel naar mij? Gespreksvoering met kinderen tussen vier en twaalf jaar. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
    10. 10. Kenmerken (Delfos, 2008)• De gesprekspartners voelen zich prettig. Ze respecteren elkaar.• Open gesprek: de volwassene bepaalt niet eenzijdig de richting van het gesprek.• Het kind geeft de informatie en niet dat de informatie aan haar/hem ontrokken wordt.• Het kind voelt zich gehoord en heeft hulp gekregen die bij hem/haar aansluit.
    11. 11. Communiceren met kinderen Het meest krachtige wapen in het weerbaar maken van kinderen is de bescheidenheid van de volwassene. (Delfos, 1999)
    12. 12. Mooi voorbeeld10-10-12
    13. 13. Soorten gesprekken? • Een slecht nieuws gesprek; • Een probleemoplossend gesprek; • Een diagnostisch gesprek (proces); • Een evaluatiegesprek (product); • Een begeleidingsgesprek zowel vakinhoudelijk als didactisch; • Een gesprek naar de wereld10-10-12 van het kind.
    14. 14. De doelen van een gesprek1. Activerend: andere aanzetten tot actie;2. Diverterend: anderen vermaken;3. Emotief: gevoelens laten blijken of oproepen;4. Informatief: het geven van pure informatie;5. Instructief: het geven van aanwijzingen;6. Persuasief: anderen overtuigen of overhalen.
    15. 15. Net als bewegingsonderwijs• Je hebt een goede warming-up nodig voor de spieren. Doe je dat niet, dan heb je grote kans op een blessure. Met een goede warming-up verklein je de kans aanzienlijk.10-10-12
    16. 16. Vooraf• Kies een locatie waar jij en het kind zich prettig voelen.• Maak doel en intentie duidelijk.10-10-12
    17. 17. Cruciale stapHetStellenVanEen 1eGoedevraag 10-10-12
    18. 18. Gespreksvoorbeeld
    19. 19. Gesprek• Als een kind het idee heeft dat de volwassene een ´domme´ fout maakt door het kind niet te begrijpen, kan het kind het gesprek overnemen. – >> P2810-10-12
    20. 20. Tweerichtings- versuseenrichtingsverkeer• Gesprek met een kind verloopt moeizaam als de volwassene denkt dat een kind een onvolwaardig gesprekspartner is.
    21. 21. Wat zou je aan N. vragen?• Het zusje van Nicolien (11) overleed met 1,5 jaar. Het zusje lag opgebaard in een bed direct onder de kamer van N. Deze durfde niet meer te gaan slapen in haar kamer, want ze had gehoord dat de ziel van haar zusje naar de hemel zou stijgen en N. was doodsbang dat zij bij het stijgen meegenomen zou worden.
    22. 22. Communicatievoorwaarden• Ga op dezelfde (oog)hoogte zitten als het kind• Kijk naar het kind terwijl je spreekt (non verbaal gedrag)• Alterneer het wel en niet maken van oogcontact• Stel het kind op zijn of haar gemak• Luister naar wat een kind zegt• Gebruik voorbeelden en benoem de gespreksvoering• Leer het kind eigen verhaal te benoemen• Probeer spelen en praten te combineren• Zorg ervoor dat kind tot zichzelf kan komen
    23. 23. GespreksfasenAanloopfase (bepaalt de toon van het gesprek) Proberen sfeer te scheppen, social talk (hoe gaat het?)Planningsfase Doel uitleggen van het gesprek (waarom?), randvoorwaarden van het gesprek (b.v. de tijd), hoe je het gesprek gaat voeren.Themafase Onderwerp van het gesprek bespreken. Begin algemeen en stel pas later naar vragen met ‘jij’.Slotfase (bepaalt het gevoel van het gesprek) Afronding van het gesprek, samenvatting van het gesprek, samenvatting checken > kijken of het klopt, eventuele afspraken vastleggen
    24. 24. 10-10-12
    25. 25. 10-10-12
    26. 26. Vraagstelling• Enkele tips• Let op: niet alles komt bij ieder gesprek terug.
    27. 27. Vraagstelling [1]• Stel open vragen (Gesloten vragen nodigen uit tot antwoorden, niet tot vertellen).• Ga niet op zoek naar de kortste weg naar het antwoord dat je wilt horen.• Vraag niet naar de bekende weg.10-10-12
    28. 28. Gespreksvoorbeeld10-10-12
    29. 29. Vraagstelling [2]• Luister actief en oprecht geïnteresseerd. Moedig het kind aan met kleine uitingen van instemming en goede vragen om verder te vertellen.• Stel geen suggestieve vragen (“Jij houdt zeker wel van muziek hé?“) Kinderen zijn snel geneigd sociaal wenselijke antwoorden te geven.
    30. 30. Luister naar het kind• Motivatie is het kernwoord – Soms je doel opnieuw benoemen• Spanningsboog• Oprechte interesse tonen – Ik heb er écht wat aan dat je dit zo aan me vertelt. – Ik begrijp nu veel beter wat het betekent om …, omdat je mij … verteld hebt. – Vat samen en vraag of je het goed hebt begrepen…
    31. 31. Link
    32. 32. 10-10-12
    33. 33. Vraagstelling [3]• Luister niet alleen, kijk ook goed. Wat vertelt het kind met non-verbale communicatie?• Sluit aan bij de leef- en belevingswereld van het kind• Vraag zonder vooroordelen.10-10-12
    34. 34. Vraagstelling [4]• Stel niet teveel vragen tegelijk.• Ga niet invullen of over jezelf praten.• Neem de tijd, zodat het gesprek zich kan ontwikkelen. Geef niet te snel op als het kind niet meteen honderduit gaat vertellen.
    35. 35. Teveel vragen
    36. 36. Invullen
    37. 37. Over jezelf praten
    38. 38. Vraagstelling [6]• Vraag niet ‘wat betekent’ maar vraag ‘waar denk je aan bij’ of ‘Heb je wel eens gehoord van’.• Niet meteen op de persoon richten (wat vind jij of ben je). Eerst algemeen en dan toespitsen.• Blijf bij het antwoord (v – a – v – a – v …)
    39. 39. Afronding• Rond het gesprek altijd goed af.• Zeker belangrijk als het een ‘zwaar’ gesprek is geweest. Zorg dan dat het kind tot zichzelf kan komen.
    40. 40. Conclusies…10-10-12

    ×