Bachelorproef Maatschappelijk Werk & Dienstverlening Nathanya Wouden
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Bachelorproef Maatschappelijk Werk & Dienstverlening Nathanya Wouden

on

  • 341 views

Voor u ligt een scriptie dat is opgesteld namens een afstudeeropdracht van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Haagse Hogeschool in Den Haag. De focus van deze scriptie ligt ...

Voor u ligt een scriptie dat is opgesteld namens een afstudeeropdracht van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Haagse Hogeschool in Den Haag. De focus van deze scriptie ligt bij een groeiende bevolkingsgroep, waarbij mij aan het hart gaat dat hier meer begrip voor komt. Tevens streeft de schrijver naar opheldering over het dagelijks leven van kwetsbare ouderen binnen een culturele gemeenschap. Met dit document wil de schrijver de behoeften van thuiswonende kwetsbare ouderen in kaart brengen en uitzoeken wat hen in het hart ligt om de dag door te komen. De schrijver acht de “social quality of life” bij kwetsbare ouderen in combinatie met de samenwerking voor relevante instanties noodzakelijk. Begrip is daar bij de sleutel tot verbetering als het gaat om de leefwereld van ouderen. Daarbij zal de schrijver zich specifiek richten op een culturele gemeenschap binnen stadsdeel Laak in Den Haag. In samenwerking met Centrum voor Ouderen (CvO) (nu genaamd Wijkzorg Laak) Laak zal dit document beschikken over de benodigde informatie en persoonlijke verhalen van de ouderen zelf.

Statistics

Views

Total Views
341
Views on SlideShare
341
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Bachelorproef Maatschappelijk Werk & Dienstverlening Nathanya Wouden Bachelorproef Maatschappelijk Werk & Dienstverlening Nathanya Wouden Document Transcript

    • Waar komen ouderen hun bed voor uit? Een onderzoek onder de Marokkaanse ouderen gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak Academie voor Sociale Professies Bachelorproef Maatschappelijk Werk & Dienstverlening “Elk volwassen leven wordt bepaald door twee grote liefdesverhalen. ‘Het eerste- dat van onze zoektocht naar lichamelijke liefde - is welbekend en goed gedocumenteerd. Het tweede- het verhaal van onze zoektocht naar liefde van de wereld – is een geheime en beschamender geschiedenis.’ We willen graag geknuffeld worden en gestreeld worden, maar ook gezien en gehoord. Er toe doen, gewaardeerd worden. Iets voorstellen. Dat geldt voor iedereen, ook als je heel oud geworden bent. Professionals in de zorg en hulpverlening kunnen ouderen ondersteunen in hun strategieën om er blijvend toe te doen. In de eerste plaats oog hebben voor het zinverlies dat ouderen in onze samenleven kunnen lijden, het gevoel uitgerangeerd te zijn. En, als dat niet meer lukt, helpen zoeken naar redenen die maken dat zij ondanks alles ’s morgens met plezier uit bed blijven stappen.” (De Botton, 2004) Nathanya Wouden (09061681) Maatschappelijk Werk & Dienstverlening VT jaar 4 Opdrachtgever: Centrum voor Ouderen in Laak Den Haag Scriptiebegeleider HHS: Joost van Vliet Beoordelaar HHS: Radha Chierkoet Den Haag, 7 juni 2013
    • Nathanya Wouden (09061681) Maatschappelijk Werk & Dienstverlening VT jaar 4 Opdrachtgever: Centrum voor Ouderen in Laak Den Haag Scriptiebegeleider HHS: Joost van Vliet Beoordelaar HHS: Radha Chierkoet 2
    • Voorwoord Voor u ligt een scriptie dat is opgesteld namens een afstudeeropdracht van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Haagse Hogeschool in Den Haag. De focus van deze scriptie ligt bij een groeiende bevolkingsgroep, waarbij mij aan het hart gaat dat hier meer begrip voor komt. Tevens streeft de schrijver naar opheldering over het dagelijks leven van kwetsbare ouderen. Met dit document wil de schrijver de behoeften van thuiswonende kwetsbare ouderen in kaart brengen en uitzoeken wat hen in het hart ligt om de dag door te komen. De schrijver acht de “social quality of life” bij kwetsbare ouderen in combinatie met de samenwerking voor relevante instanties noodzakelijk. Begrip is daar bij de sleutel tot verbetering als het gaat om de leefwereld van ouderen. Daarbij zal de schrijver zich specifiek richten op een culturele gemeenschap binnen stadsdeel Laak in Den Haag. In samenwerking met Centrum voor Ouderen (CvO) Laak zal dit document beschikken over de benodigde informatie en persoonlijke verhalen van de ouderen zelf. Tevens wil ik alle betrokkenen bedanken die mij welwillend hebben bijgestaan in mijn onderzoek. Mijn dank aan alle respondenten en betrokkenen die deel hebben genomen aan de interviews. Ik wil dhr. H. Nijhuis van het CvO in Laak bedankt voor zijn openheid en interesse in het onderwerp en zijn bereidheid mij bij te staan in het onderzoek. Daarnaast wil ik mevr. N. Talhaouy bedankten voor haar inzet als contactpersoon tussen mij, het CvO en de respondenten van de Marokkaanse gemeenschap. Ik wil dhr. B. Sahin bedanken in zijn betrokkenheid in het contact met de mannen van het vadercentrum Adam. Mijn dank aan mijn scriptiebegeleider dhr. J. van Vliet, die mij gedurende mijn onderzoek heeft gestimuleerd in de voortgang van mijn afstudeeropdracht en zijn volle interesse toonde. En mijn dank aan mevr. S. Roosen die tijd besteed heeft in de opzet van mijn onderzoek. 3
    • Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................................. 3 Inhoudsopgave......................................................................................................................................... 4 Samenvatting ........................................................................................................................................... 9 Inleiding ................................................................................................................................................ 10 1. Het Probleem ..................................................................................................................................... 11 1.2 Aanleiding ................................................................................................................................... 11 1.3 Maatschappelijke factoren ........................................................................................................... 11 1.4 In het kader van Sociologie ......................................................................................................... 11 2. Doel en relevantie van het onderzoek ............................................................................................... 12 2.1 In het kader van maatschappelijk werk ....................................................................................... 12 2.2 Probleemstelling .......................................................................................................................... 12 2.3 Onderzoeksvraag ......................................................................................................................... 13 2.4 Aard van het probleem ................................................................................................................ 13 3. Cijfers en feiten ................................................................................................................................. 15 3.1 Lange en korte termijn problemen in de ouderenzorg ................................................................. 15 3.2 Epidemiologie ............................................................................................................................. 15 3.3 Verpleging en verzorging ............................................................................................................ 16 3.4 Prognose kwetsbare ouderen ....................................................................................................... 16 3.5 Demografische gegevens over allochtone ouderen in Den Haag ................................................ 16 3.6 Cijfers Marokkaanse gemeenschap in Den Haag ........................................................................ 17 3.7 Prognose Marokkaanse (kwetsbare) ouderen in heel Den Haag ................................................. 17 4. Doelgroep analyse ouderen van de Marokkaanse gemeenschap ....................................................... 18 4.1 Begrip allochtoon ........................................................................................................................ 18 4.2 Migratiegeschiedenis ................................................................................................................... 18 4.3 Maatschappelijke positie ............................................................................................................. 19 4.4 Levensbeschouwing .................................................................................................................... 20 4
    • 4.5 Taal en Cultuur ............................................................................................................................ 20 4.6 Interculturele Communicatie ....................................................................................................... 20 4.7 Hulpmiddelen in de communicatie .............................................................................................. 21 5. Theoretisch kader .............................................................................................................................. 22 5.1 Inleiding....................................................................................................................................... 22 5.2 Onder het mom van zelfredzaamheid .......................................................................................... 22 5.3 Zelfredzaamheid en wonen.......................................................................................................... 22 5.4 kwetsbaarheid .............................................................................................................................. 23 5.5 Frailty .......................................................................................................................................... 23 5.6 Gezondheid.................................................................................................................................. 24 5.7 Multimorbiditeit en beperking ..................................................................................................... 25 5.8 Behoeften..................................................................................................................................... 25 5.9 Motivatie en de behoeftenhiërarchie van Maslow....................................................................... 25 5.10 Soorten behoeften ...................................................................................................................... 26 5.11. Theorie van Pinto ..................................................................................................................... 27 6. Centrum voor Ouderen in Laak ......................................................................................................... 27 6.1 Inleiding....................................................................................................................................... 28 6.2 De organisatie .............................................................................................................................. 28 6.3 Doel van de organisatie ............................................................................................................... 28 6.4 Verwachting van CvO over het onderzoek ................................................................................. 29 6.5 Prioriteiten van het CvO in Laak: ................................................................................................ 29 7. Onderzoeksopzet ............................................................................................................................... 30 7.1 Inleiding....................................................................................................................................... 30 7.2 Onderzoeksmethode .................................................................................................................... 30 7.3 Dataverzameling.......................................................................................................................... 30 7.4 Onderzoeksinstrumenten ............................................................................................................. 31 7.5 Steekproef.................................................................................................................................... 31 5
    • 7.6 Stappenplan ................................................................................................................................. 32 8. Onderzoekrapportage ........................................................................................................................ 33 8.1 Inleiding....................................................................................................................................... 33 8.2 Terugblik ..................................................................................................................................... 33 8.3 Onderzoeksinstrumenten ............................................................................................................. 34 8.4 Methode en respondenten ............................................................................................................ 34 8.5 Steekproef wijzigingen ................................................................................................................ 35 8.6 Validiteit ...................................................................................................................................... 35 9. Resultaten van de interviews ............................................................................................................. 36 9.1 Inleiding....................................................................................................................................... 36 9.2 Resultaten van de vrouwen uit de Marokkaanse ouderengemeenschap ...................................... 36 9.2.1. Heden....................................................................................................................................... 36 9.2.2 Verleden ................................................................................................................................... 39 9.2.3 Toekomst .................................................................................................................................. 41 9.3 Resultaten van de mannen uit de Marokkaanse ouderen gemeenschap ...................................... 42 9.3.1 Heden ....................................................................................................................................... 42 9.3.2 Verleden ................................................................................................................................... 44 9.3.3 Toekomst .................................................................................................................................. 45 10. Resultaten van de data-analyse ........................................................................................................ 47 10.1 Methode van data-analyse ......................................................................................................... 47 10.2 Uit de data analyse zijn de volgende bruikbare code uitgekomen............................................. 47 11. Conclusie ......................................................................................................................................... 50 11.1 Inleiding..................................................................................................................................... 50 11.2 Herhaling centrale vraagstelling en doelstelling ....................................................................... 50 11.3 Profiel ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap ................................................................... 51 11.4 Hoe kunnen de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap benaderd worden? ...................... 51 6
    • 11.5 Wat is voor Marokkaanse ouderen belangrijk om de dag door te komen? Welke belemmeringen komen zij daarbij tegen? .......................................................................................... 51 11.6 Welke behoeften worden al gerealiseerd? ................................................................................. 54 11.7 Zijn de behoeftes cultureel bepaald? Zo ja, hoe? ...................................................................... 55 11.8 Wat vinden kwetsbare ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap zelf hoe zij de dag doorkomen? ....................................................................................................................................... 56 11.9 Wat kan CvO in Laak betekenen voor de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap .............. 56 11.10 Terugkoppeling ....................................................................................................................... 56 12. Discussie.......................................................................................................................................... 58 13. Aanbevelingen ................................................................................................................................. 60 13.1 Inleiding..................................................................................................................................... 60 13.2 Aanbevelingen ........................................................................................................................... 60 13.3 Huisvesting ................................................................................................................................ 61 Bibliografie............................................................................................................................................ 63 Bijlage 1 ................................................................................................................................................ 65 Topiclijst interview met ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap in stadsdeel Laak ................... 65 Bijlage 2 ................................................................................................................................................ 67 1e Interview in stadsdeel Laak ........................................................................................................... 67 1. Heden......................................................................................................................................... 67 2. Verleden .................................................................................................................................... 68 3. Toekomst ................................................................................................................................... 69 Bijlage 3 ................................................................................................................................................ 71 2e Groepsinterview van Marokkaanse ouderen van het vadercentrum Adam in stadsdeel Laak. ..... 71 1. Heden......................................................................................................................................... 71 2. Verleden .................................................................................................................................... 73 3. Toekomst ................................................................................................................................... 74 Bijlage 4 ................................................................................................................................................ 75 3e Interview in stadsdeel Laak ........................................................................................................... 75 7
    • 1. Heden......................................................................................................................................... 75 2. Verleden .................................................................................................................................... 76 3. Toekomst ................................................................................................................................... 78 Bijlage 5 in stadsdeel Laak .................................................................................................................... 79 4e Interview ....................................................................................................................................... 79 1. Heden......................................................................................................................................... 79 2. Verleden .................................................................................................................................... 80 3. Toekomst ................................................................................................................................... 81 Bijlage 6 ................................................................................................................................................ 83 Gesprek met een vrijwilliger van het vadercentrum Adam in stadsdeel Laak .................................. 83 Achtergrond ................................................................................................................................... 83 Een interessante activiteit .............................................................................................................. 83 Het vadercentrum .......................................................................................................................... 83 De ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap.............................................................................. 83 Bijlage 7 ................................................................................................................................................ 85 Kennismakingsgesprek met een mevrouw uit de Marokkaanse gemeenschap in Laak .................... 85 Bijlage 8 Codering interviews van de mannen en vrouwen .................................................................. 87 8
    • Samenvatting In opdracht van het CvO in het stadsdeel Laak is onderzoek gedaan naar de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap om meer inzicht te krijgen in hun leefwereld, in hun zingeving, in hun dagbesteding en hoe zij er wel of niet in slaagden om zelfredzaam de dag door te komen. De schrijver heeft vervolgens de Marokkaanse gemeenschap gekozen als doelgroep om meer aandacht te schenken aan de leefwereld van deze doelgroep. Daarnaast zag de schrijver dit onderzoek als een uitdaging ter kennismaking van de Marokkaanse ouderengemeenschap en om er achter te komen wat er bij hen speelt. De probleemstelling luidde als volgt: Waar komen kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak hun bed voor uit? Het onderzoek was een kwalitatief onderzoek. Het theoretisch kader wordt gevormd door de theorieën van A. Maslow en D. Pinto. Het praktijkonderzoek bestond uit vijf interviews die zijn afgenomen door middel van huisbezoeken, bezoeken aan het vadercentrum Adam en met direct betrokkenen. In de interviews en analyse kwam naar voren dat er sprake is van kwetsbaarheid in verschillende vormen. Bij de vrouwen waren er in grote mate op lichamelijk en sociaal terrein kwetsbaarheden, waardoor zij beperkt zijn in het nastreven van hun behoeften. De kwetsbaarheid die in de interviews vooral naar voren kwam was multimorbiditeit. Daarnaast waren er complicaties door analfabetisme in zowel de Arabische als de Nederlandse taal. Bij de mannen was er vooral sprake van sociale en maatschappelijke beperking zoals bv. met de AOW-uitkering, maar minder dan bij de vrouwen door een mindere mate van analfabetisme. De behoeften van de ouderen bleek in de volgende vier uitgangspunten in te delen: emotioneel, sociaalcultureel, maatschappelijk en lichamelijk. Vervolgens bleken er drie hoofdzakelijke beperkingen te zijn die de realisatie van de behoeften en belangen doen belemmeren, nl. lichamelijke, maatschappelijke en sociale beperkingen. Het onderzoek heeft zich vervolgens gericht op seksespecifieke factoren. Daaruit bleek dat de mannen wel een ontmoetingsplek hebben en de vrouwen niet. Een belangrijke conclusie is dat de vrouwen meer last hebben van lichamelijke beperkingen en een groter sociaal isolement. De aanbevelingen die uit dit onderzoek naar voren komen vallen uiteen in twee delen, met als gemeenschappelijke, onderliggende factor dat het vertrouwen moet toenemen tussen de Marokkaanse ouderen en het CvO. De eerste aanbeveling ligt op het gebied van huisvesting, de tweede aanbeveling omvat een aantal die Marokkaanse ouderen kunnen helpen om de dag zelfredzaam door te komen: 1) De goedkoopste oplossing is om de Marokkaanse ouderen d.m.v. toerbuurten bij elkaar thuis te laten komen onder begeleiding van een gids. De scheiding der seksen die onder Marokkaanse ouderen nog gebruikelijk is bemoeilijkt deze oplossing. Dit probleem zou kunnen worden opgelost door 2) het creëren van een roulerende ontmoetingsplek waar zowel mannen als vrouwen uit zowel de Marokkaanse als de nietMarokkaanse gemeenschap een eigen ruimte hebben voor ontmoeting en saamhorigheid. Het is van belang dat deze ruimte zo wordt ingericht dat iedereen zich er thuis kan voelen. 3) Daarnaast is er extra aandacht nodig voor administratieve zaken, zowel op begripsniveau als op taalniveau (analfabetisme). 4) Het vergroten van de saamhorigheid door het organiseren van culturele activiteiten die de sociale cohesie in de wijk doen toenemen, zoals culturele themafeesten en traditionele spelletjes. 5) Uit de analyse blijkt dat de Marokkaanse ouderengemeenschap het beste geholpen zou zijn met een aanspreekpunt in vaste dienst, waardoor er vertrouwen kan groeien tussen de groep en de instelling. Wat betreft huisvesting is het van belang dat er rekening wordt gehouden met het Marokkaanse idee van gastvrijheid. Huisvesting in de vorm van een gemeenschappelijke woongroep sluit goed aan bij het traditionele Marokkaanse dorpsleven. Een vaste, voltijd medewerker heeft dan direct toegang tot de ouderengemeenschap zelf, neemt de communicatie van de groep naar de overheid en vice versa voor zijn/haar rekening en kan daarbij tolken. Op deze manier neemt het vertrouwen toe tussen de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap en het CvO. 9
    • Inleiding In het kader van de toenemende vergrijzing en de bezuiniging van het kabinet in de ouderenzorg, is de noodzaak voor onderzoek naar ouderen toegenomen. De bezuinigingen in de zorg hebben geleid tot kwaliteitsvermindering, zowel in de verpleging als in het leven van de ouderen. De politiek wil de ouderen zo lang mogelijk thuis houden en zo bezuinigen op betaalbare en toegankelijke zorgvoorzieningen. Dit betekent, dat ouderen deels voor hun dagelijkse verzorging alleen komen te staan. De doelgroep ouderen kent veel subgroepen waaronder zelfstandig wonende, kwetsbare ouderen. Er heerst onvrede over de gang van zaken in de zorg en zorginstanties, zoals a) tekort aan aandacht in de sociale omgang van professionals, b) verzakelijking en c) het tekort aan personeel. Centrum voor Ouderen (CvO) in Laak heeft een rapport opgesteld met mogelijke aspecten om de kwaliteit van leven bij kwetsbare ouderen te doen verbeteren en stellen zichzelf tot doel: “Verbetering van de sociale kwaliteit van leven van de ouderen”. Het werkgebied van het CvO is het Haagse stadsdeel Laak, waar de onderzoeksopdracht ten uitvoer gebracht zal worden. CvO is een samenwerkingsverband dat zich inzet voor verbeteringen die bijdragen aan de sociale kwaliteit bij ouderen. Om de kwaliteit van leven in stand te houden en waar nodig te verbeteren, is meer helderheid over de leefsituatie en behoeften van de ouderen zelf nodig. Dit onderzoek brengt de behoeften van thuiswonende Marokkaanse ouderen met betrekking tot zelfredzaamheid in de deelgemeente Laak in kaart. De kwetsbaarheid bij deze ouderen zal tevens een rol spelen in het onderzoek, omdat zelfredzaamheid en kwetsbaarheid elkaar beïnvloeden in de kwaliteit van leven. Dit geldt ook voor de sociale kwaliteit van de ouderen. De belangen en verhalen die ouderen hebben over de behoeften met betrekking tot het in stand houden van hun zelfredzaamheid staan in mijn scriptie centraal. Wat doet het er voor ouderen toe om uit bed te komen? Wat betekent zelfredzaam voor de doelgroep en wat kan Centrum voor Ouderen Laak voor de doelgroep betekenen? De verbinding met verschillende zorginstanties die betrokken zijn in de deelgemeente Laak, is daarbij een belangrijk element voor deze ouderen. Het CvO Laak wil die verbinding aangaan om tot een evenwichtige samenwerking te komen om de sociale kwaliteit te verbeteren. Vanuit CvO is er meer behoefte naar kennis over de leefwereld van ouderen. Met mijn scriptie wordt het verhaal van wat voor ouderen zelf werkelijk belangrijk is gehoord en vastgelegd door middel van persoonlijke verhalen en biografieën. Daarbij is het richten op een specifieke culturele gemeenschap een tweede belangrijke aandachtspunt. In mijn scriptie zal de Marokkaanse gemeenschap in beeld komen. Hoe gaat het er binnen de Marokkaanse gemeenschap aan toe? Komen de behoeften van ouderen daar ook naar voren? En welke factoren zijn er in de Marokkaanse gemeenschap van belang om de dag goed door te komen? 10
    • 1. Het Probleem 1.2 Aanleiding Het CvO stelt het volgende: “Begrip van de leefwereld van ouderen is alleen te verkrijgen d.m.v. een biografische benadering. Wat zijn hun kernwaarden, waar komen ze vandaan en waar willen ze naartoe? De leefwereld is niet los te zien van het ‘sociale systeem’ dat de motivaties van ouderen grotendeels bepaalt. Ouderen zonder meer aanspreken als individuen, zonder rekening te houden met deze sociale context, geeft geen volledig beeld. Hieruit volgt de vraag wat de beste manier is om inzicht te krijgen in de leefwereld van ouderen. Moet je de ouderen direct aanspreken of kun je beter gesprekken voeren met naasten of met groepen? Belangrijk hierbij is om rekening te houden met de culturele verscheidenheid in Laak.” H. Nijhuis. (2012). De aanleiding om onderzoek te doen naar de behoeften van kwetsbare ouderen in de Marokkaanse gemeenschap is om meer inzicht te krijgen in de leefwereld van de doelgroep. Tevens is het van groot belang dat de culturele aspecten helder in beeld komen. Kwetsbaarheid onder ouderen staat op zich los van culturele diversiteit, maar binnen verschillende gemeenschappen wordt mogelijk op een andere manier omgegaan met het organiseren van steun en zelfredzaamheid. In mijn onderzoek richt ik mij op ouderen van de Marokkaanse gemeenschap. Ik vraag mij daarbij af hoe zij er in slagen om zelfredzaam de dag door te komen. Of slagen zij hier helemaal niet in en wordt er achter al die voordeuren veel geleden? Daarnaast wordt er ook gekeken naar de zingeving van deze ouderen. Waar ouderen hun bed voor uitkomen is een vraag in dit onderzoek om de belangen, zingeving en dagbesteding van de ouderen helder in kaart te brengen. 1.3 Maatschappelijke factoren Maatschappelijk werkers stimuleren niet alleen mensen maar proberen mensen ook te activeren om hun eigen kracht te gebruiken. Kwetsbare ouderen zijn een doelgroep voor Maatschappelijk werk. Zoals bij ieder mens spelen bij ouderen normen en waarden een belangrijke rol. De normen en waarden die de ouderen van de eerste generatie hanteerden zijn met de tijd veranderd. Dat betekent dat de normen en waarden van de ouderen niet altijd samengaan met de normen en waarden van de huidige maatschappij. Het is daarom van belang om een goed beeld te krijgen van de ouderen om hun leefwereld beter te begrijpen. 1.4 In het kader van Sociologie Naast de normen en waarden van ouderen, is het ook van groot belang om er van bewust te zijn hoe de maatschappij tegen ouderen aankijkt. Hiermee bedoel ik, dat er over ouderen een flink aantal negatieve stereotyperingen heersen. Ouderen zouden niet voor zichzelf kunnen zorgen, te oud zijn om te leren, kreupel zijn en vergeetachtig. Bovendien zijn het niet alleen jongeren die dit beeld hebben. Het komt voor dat ouderen zichzelf stigmatiseren (H. Kuipers. 2009). Het is daarom van groot belang, dat kwetsbare ouderen gemotiveerd worden door hen bewust te maken van hun eigen capaciteiten. 11
    • 2. Doel en relevantie van het onderzoek Naast de toenemende vergrijzing en de bezuinigingen, hebben de ontwikkelingen in de grootstedelijke samenleving risicofactoren zoals sociaal isolement, uitsluiting, vermindering van de sociale cohesie, afhankelijkheid en gebrek aan respect voor ouderen. Deze risicofactoren veroorzaken vervolgens nieuwe problemen zoals de achteruitgang in de gezondheid en gemoedstoestand. Volgens het CvO in Laak speelt verzakelijking van zorginstanties ook een rol. Er wordt meer gericht op productaanbod en minder op de sociale omgang van ouderen. Met dit onderzoek wil ik de ouderen centraal stellen. Ik wil de sociale omgang met hen aangaan om beter inzicht te krijgen over hun leefwereld, behoeften en beleving in hun zelfredzaamheid. Tevens zal dit onderzoek een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van nieuwe activiteiten die de zelfredzaamheid van ouderen doen toenemen en de kwetsbaarheid doet verminderen. 2.1 In het kader van maatschappelijk werk Maatschappelijke factoren kunnen bepalend zijn voor de zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen zoals achtergrond, gedrag, levenservaringen, gezin- en werkgeschiedenis, historische feiten en biologische en lichamelijke ervaringen. Gezondheid bij kwetsbare ouderen is een groot aandachtspunt omdat dat bepalend is voor hun draagkracht en draaglast. 2.2 Probleemstelling De probleemstelling richt zich op welke factoren er voor ouderen toe doen om de dag door te komen. Wat gaat er in hen om, wat geeft deze ouderen motivatie om de dag door te komen en waar houden zij zich vooral mee bezig? Het is interessant om te weten wat de ouderen nog zelf kunnen en wat hen motiveert om zelf dingen te kunnen doen. Daarnaast zijn er culturele aspecten die verband houden met deze factoren. Er is niet veel bekend over de Marokkaanse ouderengemeenschap, het is daarom belangrijk om dat meer in beeld te krijgen. Volgens het Expertisenetwerk Levensvragen en Ouderen, is zingeving bij het ouder worden een belangrijk thema. Zingeving draagt bij aan het volbrengen van een doel, een reden hebben om iets te doen die voor een individu betekenisvol is. Ouderen hebben een groot deel van hun leven achter de rug. In de jongere jaren zijn zij vaak bezig met het opbouwen van het leven zoals onderwijs, werken, trouwen, het stichten van een gezin, enzovoorts. Toch hoeven deze activiteiten in het leven niet altijd plaats te vinden. De motivatie kan verminderen als deze doelen in het dagelijks leven wegvallen, bijvoorbeeld als de kinderen al groot zijn, een gezin hebben en hun eigen leven leiden. Dat betekent dat er gezocht moet worden naar een ander doel voor zingeving in het leven. Zingeving kan zich uiten op verschillende manieren zoals het bijdragen aan de verzorging van een huisdier, een plezierige hobby die de dagen verdraagzamer maken of het drinken van een kop koffie met de buren. Zingeving is niet alleen iets voor de jonge jaren. Ouderen kunnen op hoge leeftijd ook zingeving hebben en deze nastreven. Het verschilt alleen per individu en sociaal culturele achtergrond hoe zingeving gerealiseerd wordt. 12
    • Uiteindelijk kom ik uit bij de probleemstelling: Waar komen kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak hun bed voor uit? 2.3 Onderzoeksvraag De probleemstelling leidt tot onderstaande onderzoeksvraag: Wat zijn de behoeften van kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak om de dag zelfredzaam door te komen? Wat ouderen zelf willen zal in dit onderzoek op de voorgrond staan. Welke activiteiten zijn voor ouderen interessant om de dag met plezier door te komen? Uit de onderzoeksvraag zijn de volgende deelvragen voortgekomen: 1. Wat is het profiel van de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in de deelgemeente Laak? 2. Hoe kunnen de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap benaderd worden? 3. Wat is voor Marokkaanse ouderen belangrijk om de dag door te komen? Welke belemmeringen komen zij daarbij tegen? 4. Welke behoeften worden al gerealiseerd? 5. Zijn de behoeften cultureel bepaald? Zo ja, hoe? 6. Wat vinden kwetsbare ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap zelf hoe zij de dag doorkomen? 7. Wat kan CvO in Laak betekenen voor de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap? 2.4 Aard van het probleem Momenteel telt Nederland ongeveer tweeënhalf miljoen personen van 65 jaar en ouder. Dit is een aandeel van ongeveer een zesde. Naar verwachting zal dit aandeel in 2030 toenemen tot een kwart van de bevolking. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) constateerde in 2011 dat er van deze groep naar schatting tussen de 600.000 en 700.000 kwetsbare 65-plussers zijn. Kwetsbaarheid wordt dan breed gedefinieerd: het gaat om fysieke, psychische en sociale kwetsbaarheid. Uit demografische gegevens komt naar voren dat de vergrijzing aan het toenemen is. Het is ook opvallend dat de bezuinigingen de voorzieningen in de zorg en sociale voorzieningen doen verminderen of verdwijnen. Veel nationaal georganiseerde sociale regelingen en voorzieningen zijn en worden overgeheveld naar de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) die door de gemeenten moet worden uitgevoerd. De gemeenten krijgen daar echter een beperkt budget voor, dus is het aan de gemeenten keuzes te maken hoe deze middelen in te zetten. 13
    • Bij de Wmo staat zelfredzaamheid centraal. Dat wil zeggen, beperkte beschikbare middelen zouden nadelig kunnen zijn voor kwetsbare ouderen, omdat er juist sterk gestuurd wordt op die zelfredzaamheid. Het beleid is erop gericht om mensen tot meer zelfredzaamheid aan te zetten, om zelf eerst te proberen de problemen op te lossen alvorens men een beroep doet op de professionele hulp- en dienstverlening. Maar hoe pakt dat uit in de praktijk, in het alledaags leven? 14
    • 3. Cijfers en feiten Niet alle ouderen hebben een even grote zorgvraag. Sinds 2011 wordt de zgn. zorgzwaarte onderverdeeld in 10 zorgzwaartepakketten (ZZP). Van de laagste categorie zorgzwaarte (pakket 3) is per 1 januari 2013 besloten dat verzorgingstehuizen geen nieuwe ouderen meer mogen opnemen. Naar schatting (verwijzing, zie hieronder) gaat het om 50.000 ouderen. Dit heeft te maken met dat de randvoorwaarden die een goed alternatief in huisvesting, geschikte woonomgeving, bereikbaarheid van voldoende zorg- en welzijnsdiensten nog onvoldoende zijn ingevuld. Terwijl op lokaal niveau genoeg mogelijkheden zijn om voor deze categorie met slimme investeringen genoeg zorg te mobiliseren. Zolang deze patstelling blijft bestaan zijn de ouderen met deze zorgzwaarte aangewezen op zelfredzaamheid. Uit het rapport ‘Kosten en baten van extramuralisering’ uit 2004 van de Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) werd berekend dat er per persoon bijna €16.000 bespaard kan worden als deze categorie niet in een verzorgingstehuis wordt verzorgd. 3.1 Lange en korte termijn problemen in de ouderenzorg De kosten van de ouderenzorg in 2011 in Nederland zijn 29 miljard euro. De bezuinigingsdoelstelling van ZZP 3 bedraagt 800 miljoen. Volgens het SCP is de Nederlandse overheid is door de bezuinigingsdruk op korte termijn op zoek naar financiële compensatie in de zorgsector. Maar het organiseren van extramurale zorg (categorie 3) neemt langere tijd in beslag dan het invoeren van deze bezuiniging, omdat het mobiliseren van lokale zorgaanbieders en bv. ook het betrekken van woningbouwcorporaties een lang onderhandelingstraject vereist. Ook bij het SCP zijn cijfers bekend die betrekking hebben op kwetsbare ouderen van 65 plus. Volgens het SCP wonen de meeste ouderen, tussen de 500.000 en 600.000, zelfstandig. De rest verblijft in een verzorgingshuis of verpleeghuis. Van de ouderen die zelfstandig wonen is ongeveer een kwart kwetsbaar. In instellingen ligt dit percentage nog veel hoger. In verzorgingshuizen is ongeveer driekwart van de bewoners kwetsbaar en in verpleeghuizen bijna alle bewoners. Het is opvallend dat het bij de zelfstandige kwetsbare ouderen vaak om vrouwen, alleenstaanden en om ouderen uit een lage sociaaleconomische klasse gaat. Zij zijn meestal ouder dan niet kwetsbare ouderen. Wat volgens het SCP doorslaggevend is voor hun kwetsbaarheid, is dat er sprake is van meer lichamelijke aandoeningen (multimorbiditeit) en van ernstige of matige motorische beperking. 3.2 Epidemiologie “Hoe meer beperkingen ouderen hebben, hoe meer ondersteuning zij krijgen” 83% van de kwetsbare ouderen met ernstige fysieke beperkingen en maakt gebruik van Wmo. Bij ouderen met een lichte fysieke beperking is dat 18%. Bij individuele ondersteuning krijgt 38% huishoudelijke hulp. De helft van de kwetsbare ouderen maakt geen gebruik van Wmo maar maakt gebruik van andere hulpbronnen zoals een partner, een mantelverzorger of zij beschikken over een hoger inkomen waarmee zij steun inkopen (SCP kwetsbare ouderen 2011). 15
    • 3.3 Verpleging en verzorging 415.000 kwetsbare ouderen kregen het afgelopen jaar verpleging en verzorging via de Wmo, of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (ABWZ). Van de 415.000 mensen krijgen ongeveer 230.000 mensen zorg van de gemeente. 130.000 ouderen krijgen intramurale zorg. 3.4 Prognose kwetsbare ouderen Volgens het rapport van het SCP (februari 2011) “Kwetsbare ouderen”, zal het aantal kwetsbare ouderen van 65 plus tussen 2010 en 2030 toenemen van circa 700.000 tot 1 miljoen. Uit de demoplusraming was af te leiden dat het aandeel kwetsbare ouderen in deze periode zou dalen van 27% naar 25%. Er zal nu minder snel toename zijn van kwetsbare ouderen dan wat er tot nu toe op grond van demografische projecties werd verwacht (50% in plaats van 60 %). Het toenemende opleidingsniveau van ouderen zou een dempend effect hebben op deze stijging. Volgens de schatting van de publieke opinie, zal het aantal kwetsbare ouderen fors stijgen door de vergrijzing. De demo-plusraming echter zou aantonen dat het naar verwachting anders zal voordoen. Als er volgens het SCP ook gekeken zou worden naar veranderingen in opleidingsniveau, huishoudenvorm en multimorbiditeit en niet alleen naar de demografisch ontwikkelingen, dan zou de demo-plusraming van het aantal kwetsbare ouderen er anders uit zien. Daarnaast is er bij deze raming ook gekeken naar verandering in leeftijd, geslacht en burgerlijke staat. Dat betekent dat er naast demografische ontwikkelingen de tendens over de toename van kwetsbaarheid onder ouderen wordt beïnvloed. Voor meer informatie over de demo-plusraming verwijs ik u naar het rapport van het SCP Kwetsbare ouderen (2011). Niet alleen in de omvang zal de populatie van kwetsbare ouderen de komende decennia toenemen maar ook een verandering in de samenstelling. Het aandeel van kwetsbaren in de leeftijdscategorie van 82 plussers zal ongeveer vanaf 2025 sterker toenemen. Lichamelijke beperking is bij de meeste kwetsbare ouderen aanwezig en deze groep neemt toe in omvang. De grootste toename zou zich voordoen bij de nu nog relatief kleine groep van ouderen met lichte beperkingen. Volgens het SCP rapport Kwetsbare ouderen (2011) zou er ongeveer vanaf 2025 een stijging zijn in het aandeel van kwetsbare 85-plussers. Daarnaast zouden er steeds meer gescheiden ouderen of nooit gehuwde ouderen bijkomen. Echter, zou deze toename volgens het SCP weinig effect hebben op het totaal aantal kwetsbare ouderen. Tevens zouden gescheiden en nooit gehuwde ouderen een kleine groep in de populatie van kwetsbare ouderen vormen die vooral uit verweduwde en gehuwden zou bestaan. 3.5 Demografische gegevens over allochtone ouderen in Den Haag Omdat het van belang is om goed inzicht te hebben in omvang en kenmerken van de groep allochtone ouderen in Den Haag, zag de Gemeentelijke Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn dit als reden om een rapportage op te stellen over de groep allochtone ouderen. De Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn ging na hoeveel allochtone ouderen in Den Haag woonachtig zijn, wat hun demografische kenmerken waren, waar zij wonen, welke trends er te zien zijn in het verleden en in de toekomst en in hoeverre de doelgroep afwijkt in vergelijking met de populatie van allochtone ouderen in de drie andere grote steden. Volgens het SCP (periode 2008-2025) zouden allochtone ouderen in Den Haag gemiddeld jonger zijn dan autochtone ouderen van 55 plus. Van de allochtone ouderen van 55 plus is 53% in de leeftijd van 55-64 jaar en 29% in de leeftijd van 65-74 jaar. Bij autochtone ouderen is deze 42% en 26%. Onder 16
    • allochtone ouderen is het aantal ouderen van 75 plus 18% kleiner dan onder de autochtone ouderen (33%).Van de groep allochtone met de leeftijd van 75 plus is 14% in de leeftijd van 75-84, 5% in de leeftijd van 85-95 jaar en minder dan 1% is ouder dan 95 jaar. “Iets meer dan de helft (53%) van de Haagse allochtone ouderen in 2008 behoort tot de groep westerse allochtonen. De overige 47% behoort tot de groep niet-westerse allochtonen (SCP 2009 Allochtonen Ouderen in Den Haag)”. 3.6 Cijfers Marokkaanse gemeenschap in Den Haag In het Projectplan van CvO (2012) wordt vermeld dat er relatief weinig ouderen zijn in stadsdeel Laak. Volgens het rapport van de gemeente Den Haag: “Allochtonen ouderen in Den Haag, Enkele demografische kenmerken” (december 2009), zijn er 114,953 mensen ouder dan 55 jaar. In totaal is het aantal ouderen van Marokkaanse afkomst 2.091 mensen, waarvan 1.272 (60,9%) in de leeftijdscategorie van 55-64, 171 (34,3%) in de leeftijdscategorie tussen 65-74 en 100 in de leeftijdscategorie van (4,8%) 75 plussers. Totaal is ongeveer 60% man en 40% vrouw. In Stadsdeel Laak is 9,8% van de ouderen afkomstig uit een etnische minderheid waarvan 5.1% van de ouderen van 55+ van Marokkaanse afkomst. 3.7 Prognose Marokkaanse (kwetsbare) ouderen in heel Den Haag Index groei 2008-2028 Marokko 2008 2015 2020 2025 2008=100 Den Haag 2.222 3.044 3.806 4.789 2.16 Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling 2008 – Den Haag in Cijfers 2008 17
    • 4. Doelgroep analyse ouderen van de Marokkaanse gemeenschap 4.1 Begrip allochtoon Een allochtoon is volgens het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) wanneer er ten minste één ouder van een persoon in het buitenland is geboren. Volgens de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) Den Haag is een allochtoon wanneer hij/ zij zelf in het buitenland geboren is en/of wanneer hij/zij ten minste één van beide ouders heeft die in het buitenland is geboren. Het verschil dat het CBS en GBA hebben in definitie over het woord allochtoon, zorgt er voor dat de cijfers van beide partijen niet volledig vergelijkbaar zijn. Daarnaast maakt het CBS onderscheid tussen westerse en niet-westerse allochtonen. Personen die afkomstig zijn in de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika, landen in Oceanië, Indonesië of Japan zijn westerse allochtonen. Personen afkomstig uit Afrika, Latijns-Amerika, Azië (exclusief Japan) zijn niet-westerse allochtonen. Tevens wordt er binnen het GBA een onderscheid gemaakt tussen allochtonen met een herkomst uit rijke geïndustrialiseerde landen. Deze groep allochtonen zouden geen onderwerp zijn van achterstandsbeleid. De allochtonen die onder geïndustrialiseerde landen vallen zijn Noordwest-Europa, Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland, Japan en voormalig Nederlands-Indië. Allochtonen die afkomstig zijn uit de landen zoals Oost-Europa, Zuid-Europa, Azië, Midden- En Zuid-Amerika en Afrika worden gezien als een potentiële doelgroep voor achterstandsbeleid. Ook landen in Oost- en Zuid Europa en voormalige Sovjet-Unie worden door het CBS gezien als westers, terwijl binnen de GBA Zuid-Europa als een aparte categorie “overige” landen wordt gezien en als niet-geïndustrialiseerd wordt beschouwd. 4.2 Migratiegeschiedenis In het rapport van het SCP Den Haag, “Gezondheid en welzijn van allochtone ouderen” (november 2004) wordt de migratiegeschiedenis van de Turkse en Marokkaanse gemeenschap toegelicht. In Nederland was er in de jaren zestig een tekort aan lager geschoold personeel. De vraag naar buitenlandse werknemers was bij bedrijven sterk aanwezig en bedrijven begonnen buitenlandse werknemers afkomstig uit de landen rondom de middellandse zee aan te trekken. Eerst waren dit Italianen en Spanjaarden, later voornamelijk Turken en Marokkanen (Nicolaas et al. 2003). Van de in Nederland wonende ouderen uit de vorige eeuw, waren in de jaren`60 en`70 87% van de Turkse en 95% van de Marokkaanse gemeenschap mannen. Van deze mannen is het merendeel tevens 30 jaar woonachtig in Nederland. Het voornaamste migratiemotief was 83% van de Turkse en 95% van de Marokkaanse mannen was de arbeidsmogelijkheden. De arbeidsmigranten hadden bij aankomst in Nederland het plan om na een aantal jaren arbeid verleend te hebben en geld te hebben gespaard, weer terug te keren naar het land van herkomst. De terugkeer zou beperkt zijn gebleven en werd gevolgd door gezinshereniging en gezinsvorming. De Marokkaanse ouderen in de huidige vergrijzing zijn afkomstig uit de gastarbeidersgeneratie. In de jaren `70 en `80 van de vorige eeuw lag het zwaartepunt van de migratie bij Turkse en Marokkaanse vrouwen. De arbeidsmigranten haalden hun partner naar Nederland. Dat betekent dat de 18
    • Turkse en Marokkaanse vrouwen korter in Nederland zijn dan hun partner. De meeste Turkse en Marokkaanse vrouwen zouden tussen de 20 en 30 jaar in Nederland wonen. Voor bijna 60% van de Turkse en 80% van de Marokkaanse vrouwen was gezinshereniging met de partner toen het belangrijkste migratiemotief. Volgens het SCP zou bijna een kwart van de Turkse vrouwen naar Nederland zijn gekomen met arbeid als motief. 4.3 Maatschappelijke positie  Etnische minderheden Allochtonen afkomstig uit niet-geïndustrialiseerde landen vormen volgens het SCP soms een specifieke doelgroep binnen het Haagse gemeentelijke beleid. Deze groep zou daarom aangeduid worden met de term “etnische” minderheden. Het zou volgens het SCP gaan om de groep waar de aandacht extra op de vier grootste herkomstgroeperingen wordt gericht namelijk: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen/Arubanen. Het SCP gebruikt de term allochtoon omdat het ook gebruikt is in de onderzoeksbronnen die zij gebruikt hebben.  Woonsituatie Volgens het Centraal Informatiepunt Ouderen (CIPO) wonen Marokkaanse ouderen gemiddeld vaak in een huishouden met partner met of zonder kinderen. Er zou een toename van alleenstaande oudere vrouwen geconstateerd zijn. Marokkaanse Ouderen zouden weinig gebruik gemaakt hebben van woonzorgprojecten zoals de dagbesteding en activiteiten van zorginstellingen. De meerderheid bij ouderen van de Marokkaanse gemeenschap zou zo veel mogelijk zelfstandig met steun van eigen kinderen en mantelzorg uit eigen kring in Nederland willen wonen. Zij pendelen tevens graag tussen Marokko en Nederland als vakantiebestemming voor een periode van drie maanden per jaar.  Opleiding Los van de taalcursus in de Nederlandse taal of Arabisch in combinatie met Koran-les, heeft ongeveer 80% van de huidige generatie Marokkaanse ouderen geen onderwijs gevolgd.  Arbeid De arbeidsparticipatie is volgens het CIPO laag te noemen. De werkloosheid is hoog, tevens de afhankelijkheid van een uitkering (WW, WWB en WIA). De huishoudelijke taken worden voornamelijk gedaan door de eerste generatie vrouwen.  Gezondheid Marokkaanse ouderen zouden vaker gezondheidsklachten en beperkingen ervaren; dat blijkt uit de gegevens van de gezondheidsmonitor Den Haag (2010). Door hen wordt er steeds meer gebruik gemaakt van de thuiszorg maar zijn (volgens dit rapport) nog onvoldoende op de hoogte van andere ondersteunende welzijnsvoorzieningen. 19
    • 4.4 Levensbeschouwing Geloof speelt een belangrijke rol bij de eerste generatie. De meeste volgen de leefregels en wetten van de Islam, bidden vijf keer per dag, bezoeken een moskee en nemen deel aan de Ramadan (de maand waarin wordt gevast). In de Islam wordt er geen varkensvlees gegeten omdat het dier beschouwd wordt als een onrein wezen, daarnaast wordt er halal, uitgebloed en ritueel geslacht (dhabiha) vlees gegeten. Geloof en religie beïnvloeden de manier van leven en het welzijnsdenken, zoals bij “het lot” en dat alles aanwezig is voor een reden. Vertrouwen hebben in Allah staat centraal. Sommige ouderen staan open voor alternatieve geneeswijzen zoals een Imam (gebedsgenezer), geestelijke verzorgers en kruidengeneeskunde. 4.5 Taal en Cultuur 85% van de Marokkaanse ouderen zijn oorspronkelijk afkomstig uit het Rifgebied, ook wel de provincies Al-Hocia, Nador, Taza, Tetoua en Tanger. Er wordt in deze provincies Tamazight ofwel, Berbers gesproken en is tevens de moedertaal.15% kom uit andere regio’s van Marokko en spreekt voornamelijk Marokkaans Arabisch. 4.6 Interculturele Communicatie Onderstaand overzicht beschrijft beknopt enkele verschillen in de sociale omgang tussen de Marokkaanse cultuur (hoofdzakelijk van de eerste generatie) en de Westerse cultuur. Vertrouwen: Volgens het CIPO is het van belang om het vertrouwen van de ouderen te winnen om het gesprek goed en ontspannen te laten verlopen. Ouderen zullen meer vertellen als zij open zijn en vertrouwen hebben in de ander. Dat kan door middel van een informeel gesprek. Het gesprek kan bestaan uit alledaagse dingen. Om een ontspannen sfeer te creëren, wordt er wel eens thee of koffie geserveerd. Gastvrijheid is voor Marokkaanse ouderen belangrijk, het is daarom goed om je daarin meegaand op te stellen. De gedachte hierachter is dat ouderen beseffen dat zij er toe doen. Marokkaanse ouderen vertellen graag over hun achtergrond, arbeidsverleden, kinderen, familie etc. Het is daarom raadzaam om vooral vragen te stellen over deze onderwerpen zodat de belangstelling duidelijk naar voren komt. Dit schept tevens een gemeenschappelijke basis om het vertrouwen en de samenwerking op gang te brengen. Schoenen uit doen: In de Marokkaanse cultuur doet men bij binnenkomst zijn schoenen uit. De gedachte daarvan is dat zij volgens de Islam vijf keer per dag een bidden. Het huis moet daarom altijd rein en schoon zijn. Vandaar dat men niet met buitenschoenen door het huis mag lopen. Het geven van een hand: uit religieuze overweging geven sommige mannen of vrouwen geen hand aan een ander geslacht. Dit komt vooral voor bij de orthodoxe moslims. De orthodoxe Islam is vrijwel in de minderheid maar het komt wel voor. Zij staan wel open voor vragen als men meer duidelijkheid wil. Oogcontact: Het komt in de Marokkaanse gemeenschap voor dat men elkaar niet in de ogen kijkt. Dit is een manier in het tonen van respect. In de Nederlandse cultuur is het ontwijken van oogcontact het omgekeerde. In dit geval hoeft men het niet als een belediging te beschouwen hoewel het voor een 20
    • Nederlander misschien moeilijk is om te accepteren. Het is in de Nederlandse cultuur gebruikelijk om elkaar aan te kijken. Automatisme in het houden van oogcontact kan zich daarom voordoen. Het contact zou volgens het CIPO in het begin veel tijd vergen. Het is daarom van belang dat er extra tijd wordt besteed in het maken van contact en het winnen van vertrouwen. Dit zou later tijdbesparing opleveren. Om in contact te komen met Marokkaanse ouderen, is het raadzaam om de communicatie zo simpel mogelijk te houden. Naast een cultuurkloof is er veelal sprake van een taalbarrière zoals analfabetisme, zowel in het Nederlands als in de eigen taal. Er wordt door de meeste ouderen Tamazight (Berbers) gesproken. Vertaalde informatiefolders zouden vaak niet effectief zijn. Het geven van persoonlijke voorlichting, groepsvoorlichting met behulp van tolken en intermediairs van eigen taal, het toepassen van audiovisuele middelen is meestal veel effectiever dan een folder of een brief. Uiteraard is het van groot belang dat de informatie en voorlichting zoveel mogelijk aansluiting geeft aan de belevingswereld van de doelgroep. 4.7 Hulpmiddelen in de communicatie Eenvoudig Nederlands en non-verbale communicatie gebruiken door middel van korte zinnen, het geven van concrete voorbeelden en illustratie en het tonen van non-verbale belangstelling. Concrete hulpmiddelen gebruiken zoals voorbeelden, pictogrammen, audiovisueel materiaal in de eigen taal. Tolken in de eigen taal (Tamazight of Marokkaans Arabisch). Een tolk kan bestaan uit een familielid of een vrijwilliger. Bij gevoelige onderwerpen is het raadzaam om een professionele tolk in te schakelen. 21
    • 5. Theoretisch kader 5.1 Inleiding In het theoretisch kader ga ik dieper in op de begrippen die betrekking hebben op mijn onderzoek. De volgende begrippen die toegelicht worden zijn: de definitie van kwetsbaarheid en kwetsbare ouderen, de algemene behoeften in het kader van het humanisme en de beschrijving van soorten behoeften die bij ouderen een belangrijke rol spelen. 5.2 Onder het mom van zelfredzaamheid Jan Derksen beschrijft in het boek “onder het mom van zelfredzaamheid” (Peeters P., C. C. 2012) dat er geen duidelijk omschreven psychologisch concept is van zelfredzaamheid. De betekenis die aan zelfredzaam wordt gegeven is dat je de problemen van alledag zelf zou kunnen oplossen. Je zou onder andere jezelf kunnen voorzien in de individuele basisbehoeften, voor jezelf kunnen zorgen, inkomen en onderdak regelen. Ook wordt er beweerd dat sociale factoren een rol spelen bij zelfredzaamheid, je kunt niet zonder andere mensen. Wanneer mensen lang alleen zijn, kunnen er aantal ziektebeelden opkomen zoals depressie en lichamelijke klachten. Zelfredzaamheid gaat daarom niet alleen over fysieke capaciteiten om bepaalde handelingen te verrichten, maar ook over mentale capaciteiten. In de visie van het Netwerk Ouderenzorg Haaglanden (NOH) wordt zelfredzaamheid beïnvloed door verschillende factoren (psychische factoren en functionele mogelijkheden). Bekende definities van zelfredzaamheid:  Niet afhankelijk zijn van anderen.  Vermogen om een zelfstandig leven te leiden en om de eigen problemen op te lossen.  Vermogen om dagelijks algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen (bijv. wassen, aankleden, koken etc.) 5.3 Zelfredzaamheid en wonen In dit stuk staat beschreven dat de fysieke omgeving belangrijk is voor de gezondheid en het welbevinden. Er zijn bijvoorbeeld veel voorzieningen voor ouderen in woning geplaatst. Het uitgangspunt van woningen is dat ouderen zich veilig kunnen voelen in de verschillende complexen. Hierdoor kunnen ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Volgens het NOH zijn capaciteiten nodig om de ouderen uit te nodigen. Daarnaast moeten de capaciteiten onderhoudbaar zijn en waar mogelijk te vergroten. Tevens stelt vroegtijdig signaleren van kwetsbaarheid de oudere in staat om samen met anderen, eventuele achteruitgang af te remmen of te compenseren. 22
    • De sociale omgeving speelt een belangrijk rol bij het behouden van de regie door aan te blijven sluiten bij de wensen en de gedachten van de ouderen. Een herkenbare omgeving is belangrijk om zelfredzaamheid te bevorderen. In de visie van het NOH wordt zelfredzaamheid beinvloed door verschillende factoren (psychische factoren en functionele mogelijkheden). 5.4 kwetsbaarheid ‘Sommige ouderen maken zichzelf kwetsbaar door zielig te doen, te klagen of te blijven focussen op dingen die niet goed gaan. Met optimisme en relativeringsvermogen kies je er zelf voor minder kwetsbaar te zijn. Ik heb door bepaalde gebeurtenissen in mijn leven bovendien hardheid gekregen waardoor ik me niet meer kwetsbaar voel.’ Helena le Roy-Dijkhuizen (92 jaar) Uit een stuk van het SCP van 2011 staat beschreven wat kwetsbare ouderen zijn. Uit meerdere stukken van het SCP staat beschreven dat ouderen over zichzelf niet denken in termen van kwetsbaarheid. Er zijn ouderen die medisch gezien kwetsbaar zijn, maar zich niet altijd kwetsbaar voelen. Er kan daarom een verschil zitten in de interpretatie van de arts en de patient. Dit wordt ook wel de disability paradox genoemd (Albrecht en DeVlieger 1999). Conceptuele definitie van kwetsbaarheid: “kwetsbaarheid bij ouderen is een proces van een opeenstapeling van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in het functioneren die de kans vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten.” 5.5 Frailty Van der Tang ( 2012, De Laakse Lente p. 24): “Zo werd je ouder en leerde om dingen zelf te doen totdat je merkt dat sommige dingen niet meer zo gaan zoals jij dat wilt. Dat zijn momenten dat je roept: “Ik wil het “Zelf doen””. De een krijgt als reactie: “Je weet toch dat je dat niet meer kan”, de ander hoort: “Geef nu maar toe dat je dit niet meer kan want je bent hier te oud voor”. “Zelf doen” .Dan komt die tijd dat je accepteert dat je niet meer alles meer zelf kunt doen. Maar hoe moet je nu verder, tja vragen om hulp, dat heb je niet echt onder de knie want je wilt tenslotte geen belasting zijn voor een ander terwijl je moet beseffen van het feit dat je zelf niet meer kan. Todat de tijd aanbreek dat je eindelijk ondersteuing durft te vragen en dat is voor velen niet gemakkelijk. “ In de eind jaren zeventig was de term frail elderly in de Verenigde Staten geintroduceerd om een specifiek de oudere bevolkingsgroep aan te kunnen duiden. De Federal Council on Aging (FCA) definieerde in 1987 kwetsbare ouderen als ‘personen die meestal, maar niet altijd, een hogere leeftijd hebben dan 75 jaar’. Tevens door de opeenstapeling van diverse voortdurende problemen ondersteuning nodig hebben om het dagelijks leven verdraagzamer te maken (Hogan et al. 2003). Er waren in de jaren tachtig ook andere onderzoekers die de termen ‘kwetsbaarheid’en ‘kwetsbare ouderen’ definieerden. Het aantal publicaties over kwetsbaarheid is sinds 1991 toegenomen (Gobbens et al. 2007). 23
    • Van der Tang ( 2012, De Laakse Lente p. 25): “Ja, en dan gebeurt het, het tij keert, de maatschappij legt jou ineens op dat je het zelf weer moet gaan doen, tenminste wanneer je het geld niet hebt voor ondersteuning, een dagje uit of voor voozieningen terwijl je over het “niet meer “Zelf doen” syndroom” heen bent.”. De mate van kwetsbaarheid zou een betere voorspeller van ongewenste gebeurtenissen zijn, zoals een opname in het ziekenhuis of verpleeghuis en het vroegtijdig overlijden. (Mitniski et al. 2002; Morley et al. 2002; Schuurmans het al. 2004). Het belang hiervan is om te bepalen hoeveel en welk type zorg of behandeling nodig is om de gezondheidsrisico’s in te schatten en de samenhangende zorgbehoefte. Toch blijft het onduidelijk wat kwetsbaarheid precies inhoudt. Er zou volgens het SCP geen eenduidige definitie van begrip bestaan (Hogan et al. 2003; Markle-Reid en Browne 2003). Daarnaast zullen mensen in het dagelijks leven dat ook op verschillende manieren onder woorden brengen. Van der Tang ( 2012, De Laakse Lente p. 25): “Ik zit met gebalde vuisten naar buiten te kijken en vraag mij af hoeveel mensen er nu binnen zitten zonder voldoende middelen om “Zelf doen” in te kopen. Deze mensen verdwijnen uit het zicht en ik sta op en ga: “zelf iets doen”. 5.6 Gezondheid Volgens het rapport kwetsbare ouderen van het SCP ligt de nadruk op de medische definitie van het begrip kwetsbaarheid. Wat belangrijk is voor ouderen is een belangrijke vraag. Volgens het SCP is er uit reacties van de ouderen gebleken dat zij gezondheid en familie erg belangrijk vinden. Verlies en de angst voor verlies is bij ouderen een belangrijke ervaring in het leven. Deze gebeurtenissen kunnen de kwaliteit van leven flink doen aantasten. Hoe sterk, hangt af van de persoonlijke draagkracht. De definitie van gezondheid volgens de World Health Organization: “Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of ander lichamelijke gebreken”. De definitie werd door het World Health Organisator in 1964 gedefinieerd. Gezondheid bestaat uit drie delen, namelijk fysiek, psychisch en maatschappelijk. Daarnaast wordt er tevens onderscheid gemaakt tussen kwantitatief deel en een kwalitatief deel van gezondheid (Ware 1987). In het geval van kwetsbare ouderen is er sprake van het kwalitatieve deel. De gezondheid staat in verbinding met de kwaliteit van leven. De kwaliteit van wonen en de mate van tevredenheid over een baan en de woonomgeving spelen bij gezondheid tevens een belangrijke rol (ibid). Er zijn verschillende factoren die de gezondheid beïnvloeden zoals opleiding, onderdeel zijn van sociale status en betrokkenheid. Deze factoren zouden een aantal positieve effecten hebben op de gezondheid bij ouderen. Sociale relaties hebben tevens invloed op de gezondheid en zouden indirect mensen beschermen tegen ziektes (Cohen et al.2000). De kans op ziekte kan zich vergroten wanneer mensen eenzaamheid ervaren. Er kunnen zich veranderingen voordoen in het immuunsysteem en zenuwstelsels en in hart en vaten (Miller 2011). Wilkinson & Marmot (2003) constateerden tijdens het onderzoek dat sociale isolatie en uitsluiting kunnen leiden tot vroegtijdig overlijden en tot een kleinere kans om een hartaanval te overleven. Daarnaast zou de zorgconsumptie niet alleen gebruikt worden voor zorg omdat er gezondheidsproblemen zijn. Eenzaamheid zou een reden zijn voor zorgconsumptie. Zorgconsumptie heeft een positieve relatie met eenzaamheid (Poiesz & Caris 2010). Sociale contacten kunnen de 24
    • noodzaak voor zorg verminderen. Uit onderzoek is tevens gebleken dat er een relatie is tussen zorg en sociaal-economische positie. Ouderen met een lagere sociaal-economische positie zouden meer gebruik maken van de zorg (Weyers 2010). 5.7 Multimorbiditeit en beperking Van multimorbiditeit is sprake als er meerdere ziektes of aandoeningen zich bij de persoon voordoen en elkaar beïnvloeden. Multimorbiditeit komt voor bij zowel zelfstandige ouderen als bij ouderen die in een zorginstelling wonen. Multimorbiditeit en lichamelijke beperking zijn bij ouderen van grote invloed als het gaat om de mate van zelfredzaamheid. De gezondheidsraad heeft in twee recente rapporten aandacht gevraagd om het verband tussen multimorbiditeit en langdurige beperkingen bij deze groep aan het licht te brengen (gezondheidsraad 2008, 2009). Kwetsbaarheid, multimorbiditeit en beperkingen zouden in de theorie van elkaar te onderscheiden (Fried 2001; Daniels et al 2008; Gobbens 2010) zijn, maar vertonen in werkelijkheid wel een overlap (Fried 2001; Deeg en Puts 2007). 5.8 Behoeften Het begrip “behoefte” is een breed begrip en verschilt per individu en leefwereld. In de humanistische theorie wordt nadruk gelegd op de betekenis van de behoeften van de mens. Het doel van een betekenis of waarde is dat een persoon zich er toe aangetrokken voelt in zijn acties en ervaringen. Daarnaast is doel van de humanistische theorie om het gedrag te begrijpen die in verband staan met de leefwereld van het individu. 5.9 Motivatie en de behoeftehiërarchie van Maslow Abraham Maslow (1908-1970) beschrijft in zijn theorie van de basisbehoeften van de mens. Volgens Maslow hebben onze behoeften invloed op onze gedragingen. Om een voorbeeld te geven: in het dagelijks leven vormt ons werk een centraal deel van ons leven. Studies hebben uitgewezen dat winnaars van een loterij door blijven werken. De vraag is echter waarom zij niet stoppen met werken als zij toch de loterij gewonnen hebben. Maslow zou zeggen dat wij moeten kijken naar de behoeften van de mens (the persons needs). De meest in het oog springende behoefte om te blijven werken is om geld te verdienen om daar eten, onderdak, kleding en overige benodigdheden om te overleven van te kopen. Tegelijkertijd kan werken naast de behoefte om te overleven, ook andere behoeften vervullen. Mensen betrekken bijvoorbeeld sociale contacten in hun werk en kunnen op die manier ook een positieve invulling geven aan de behoeften. Een loterijwinnaar hoeft niet te blijven werken om geld, maar om sociale relaties in stand te houden. Werk geeft betekenis aan het leven. Een andere behoefte in het werk kan zijn dat men meer zelfvertrouwen wil ontwikkelen en zelfexpressie. Maslow ziet daarom de complexiteit van de motivatie en heeft op basis daarvan de hiërarchie van behoeften ontwikkeld. De hiërarchie is een structuur van verschillende types van behoeften. 25
    • 5.10 Soorten behoeften Maslow stelt in zijn theorie dat er meer basisbehoeften vervuld moeten worden voordat de hogere behoeften gerealiseerd kunnen worden. Lichamelijke behoefte is de eerste basisbehoefte die de mens heeft om de overige behoeften in de hiërarchie te realiseren. Lichamelijke behoeften hebben te maken met overleven. De behoeften om te overleven zijn voedsel, lucht, slaap etc. De bovenliggende lagen in Maslow’s piramide zullen niet werken als deze behoeften niet zijn vervuld. Pas als deze behoefte vervuld is, zullen andere behoeften ervaren worden. De behoefte aan veiligheid en zekerheid is gerelateerd aan zowel fysieke omstandigheden, zoals vrij zijn van gevaar en aan psychische omstandigheden, zoals stabiliteit en discipline. Behoefte aan liefde en sociale contacten, de behoefte om ergens betrokken bij te zijn en geaccepteerd te worden zijn afhankelijk van lichamelijke zekerheid en nodig voor de behoefte Figuur 1.5 aan erkenning. Behoefte aan waardering en erkenning, het gevoel hebben van zelfrespect en nuttig zijn voor anderen, zijn de hoogste behoeften van de mens. Ook zelfvertrouwen valt binnen deze behoeften. De piramide van Maslow reflecteert de deficiency motieven. De deficiency motieven zijn motieven die motivatie op psychisch gebied bevredigen zoals seks, honger en liefde. Deze motieven drijven het individu om deze behoeften te bevredigen van de afwezige onderliggende vereiste behoeften. Ze zijn gelijk aan de behavioristische noties van de gedreven motivatie en tevens de psychodynamische concepten van de motivatie. Dat wil zeggen, dat gedrag is gedreven door een onderliggend tekort. De deficiency motieven doen zich voor in de eerste vier lagen van de hiërarchie. Deze motieven ontstaan wanneer fysieke en psychologische tekort en worden waargenomen. Deze motieven kunnen er voor zorgen dat de spanning in de tekorten verlicht wordt en deze in evenwicht wordt gebracht. Naast de basisbehoeften zijn er ook metabehoeften. Metabehoeften leggen meer de nadruk op het verlangen om te groeien dan op de onderliggende tekorten. Deze behoefte toont ook wel de expressie van zelfontplooiing. Zelfontplooiing is gebaseerd op het gebruiken van onze capaciteiten in zijn volste vorm en is een expressie van potentiële groei wat een deel is van al het leven. Zelfontplooiing is niet gericht op tekorten en kan daarom nooit volledig vervuld worden. Buiten de overige behoeften, is de expressie van zelfontplooiing een proces en geen doel. Zelfontplooiing toont zijn expressie in de momentopnames van levenservaring door oog in oog te staan met uitdagingen van mogelijkheden en de interacties met de wereld in verschillende aspecten. Volgens Maslow zijn behoeften nodig voor de persoonlijke ontwikkeling omdat bepaalde behoeften invloed hebben op de verschillende aspecten in het leven. De humanistische theorie van Maslow geldt voor elk individu, zo ook voor ouderen. Ieder mens heeft het recht om aan deze basisbehoeften te kunnen voldoen. De basisbehoeften zijn daarom in het kader van kwetsbaarheid en zelfredzaamheid van groot belang om de zingeving in het leven in stand te houden. 26
    • 5.11. Theorie van Pinto In de theorie van David Pinto wordt er vooral ingegaan op de interculturele communicatie. Daarbij wordt tevens specifiek ingegaan op behoeftes die cultureel bepaald zijn. In tegenstelling met Maslow, die de algemene basisbehoeften van de mens beschrijft, gaat de theorie van Pinto specifiek over de culturele verschillen van het individu. Er bestaat een kans op onbegrip en miscommunicatie wanneer er interactie is tussen mensen met verschillende culturele normen en waarden. Dat komt omdat er geen hoogte is van elkaars cultuur. In de theorie van Pinto wordt gebruikt gemaakt van bepaalde codes, de C-cultuur en F-cultuur. De C staat voor Coarse –mesh (grofmazig) en de F staat voor Fine Mesh (fijnmazig). Beide termen worden gebruikt om de afstand tussen de individuen in de verschillende groepen aan te geven. In een Ccultuur wordt het individu gezien als iemand met een grote persoonlijke vrijheid. Participatie in de maatschappij is dan gebaseerd op persoonlijke beslissingen. In een F- cultuur ziet het individu zichzelf als een lid van een groep. Niet het individu maar de groep waar hij bij hoort vormt de basis van participatie in de maatschappij. Het individu in een groep deelt zijn verantwoordelijkheden met zijn groepsleden. De taken worden wel door het individu uitgevoerd maar hangen af van de regels van de groep. Hoe het individu de regels uitvoert hangt tevens af van zijn mogelijkheden en de groepsnorm. Volgens Pinto speelt in een F-cultuur loyaliteit en aandacht naar de familie een grote rol. Familie komt op de eerste plaats, daarna vrienden en collega’s. Familieleden moeten er voor elkaar zijn, zo ook in financiële situaties. Dit schept meer veiligheid en zekerheid. Het individu uit een F-cultuur kan te allen tijde psychologisch en materieel op ondersteuning van zijn groep rekenen. Het vertrouwen en het gevoel van verantwoordelijkheid naar de familie toe vormt bescherming. In tegenstelling met de F-cultuur, voelt het individu van een C-cultuur zich ongemakkelijk als zij bijvoorbeeld hun baan te danken hebben aan hun familie of nog thuis wonen na hun 20e. In een Fcultuur wordt dit als normaal gezien. In een F-cultuur ben je met een groep, maar tegelijkertijd ben je ook afhankelijk. In een C-cultuur maak je beslissingen individueel, zodat je onafhankelijk bent in het maken van je keuzes. Pinto heeft het in zijn theorie over schaamte en schuld in de F-cultuur. Omdat mensen in een F-cultuur een betrouwbare rol spelen in de groep, kan het gedrag en reputatie per familielid of groepslid consequenties hebben. Wanneer een individu in een familie of groep schande pleegt, kan dat de reputatie van de hele groep schaden. Het kan de sociale positie of huwelijk negatief beïnvloeden. De groep zal vervolgens grote druk uitoefenen op het individu om zich naar behoren te gedragen. Piramide van Pinto F-cultuur In tegenstelling tot de piramide van Maslow, gaat het bij de piramide van Pinto om het behalen van eer in plaats van om zelfontplooiing. De piramide van Maslow in het geheel gaat over de primaire behoeften van de mens, terwijl in de piramide van Pinto de primaire behoefte onderaan staat als een onderdeel van de basis behoeften van de F-cultuur. Figuur 2.5 27
    • 6. Centrum voor Ouderen in Laak 6.1 Inleiding De opdracht wordt uitgevoerd namens het Centrum voor Ouderen in Laak (CvO). Het CvO is een samenwerkingsverband tussen gemeente en zorg- en welzijnspartijen. Het CvO verzorgt dé centrale toegang in het stadsdeel tot zorg, ondersteuning en welzijn voor 65-plussers, zodat zij snel en effectief geholpen kunnen worden met uiteenlopende hulpvragen en langer op eigen kracht op zichzelf kunnen blijven wonen. CvO streeft naar betere zorg en kwaliteitsverbetering voor (kwetsbare) ouderen in stadsdeel Laak. Onder regie en verantwoordelijkheid van Florence, zal CvO de komende jaren werken aan alle relevante aspecten van het verbeteren van de sociale kwaliteit van het leven van ouderen. 6.2 De organisatie CvO is naar eigen zeggen geen nieuwe institutie, of een centrum, maar een verzameling netwerken waar door de bewoners en betrokken professionals sociale veranderingen, nieuwe werkwijze en benaderingen worden ontwikkeld. Het CvO zoekt antwoorden op de maatschappelijke problematiek die de sociale kwaliteit van het bestaan van ouderen aantast. Het gaat hier voornamelijk over de ontwikkelingen in de grootstedelijke samenleving, over sociaal isolement of uitsluiting, vermindering van de sociale cohesie, afhankelijkheid en gebrek aan respect voor ouderen. Volgens het CvO zou de zorg en dienstverlening door geleidelijke verzakelijking en specialisering te onpersoonlijk, afstandelijk en hopeloos gefragmenteerd zijn geworden. Figuur 3.6 6.3 Doel van de organisatie Doelstelling van het CvO: “Verbetering van de sociale kwaliteit van leven van de ouderen” Het artikel Wetenschappelijk werk in en rondom het CvO Laak (2012) noemt als belangrijk punt van verbetering dat professionals die wel zorgproducten leveren en zoeken, maar nauwelijks meer betrokken zijn bij de alledaagse zaken in het sociale leven. Voor vele culturen in Laak zou dat voor de professionele sociale omgang consequenties met zich mee brengen zoals het schenken van weinig aandacht in de sociale interactie met de doelgroep. Volgens het CvO zou er door het zorgachtige karakter en de verzakelijking, weinig geïnvesteerd worden in de eigen kracht van ouderen en hun sociale omgeving. Het gevolg daarvan kan zijn dat een en ander zal leiden tot vermindering van de sociale kwaliteit van leven van ouderen. Daarbij zou het volgens het CvO ook tot overaanbod, overlap en verkwisting van middelen leiden. 28
    • 6.4 Verwachting van CvO over het onderzoek De verwachting van het CvO in dit onderzoek is: het verkrijgen van een beter beeld over de leefwereld van (kwetsbare) ouderen van een culturele gemeenschap in stadsdeel Laak als het gaat om zelfredzaam zijn (“Zelf doen”). Tevens wil het CvO in Laak nieuwe activiteiten ontwikkelen om (kwetsbare) ouderen meer te betrekken in de maatschappij. 6.5 Prioriteiten van het CvO in Laak:  “Het bereiken en als nodig is, organiseren of bieden van hulp en steun aan zoveel mogelijk (kwetsbare) ouderen, vooral in de leeftijdsgroep van 75+.”  “Het verbeteren van de zorg en dienstverlening door integrale, op preventie en eigen kracht gerichte arrangementen, nieuwe werkwijzen (integraal teamwork, casemanagement en structuren.”  “Het werken aan het normbesef/kennis in en versterken van de civil society ten behoeven van ouderen: organiseren van draagkracht, steun-structuur, kennis, participatie en zeggenschap voor en door ouderen en hun sociale omgeving.”  “Makkelijke toegang en informatie. Het verbeteren van toegang tot de zorg en dienstverlening door vriendelijke, eenvoudige, heldere organisatie van front- en backoffices, alsook de procedures van intake.”  “Coördinatie en regie. Het realiseren van een werkorganisatie in Laak, die duurzaam de regie kan voeren over zorg en dienstverlening; onderdeel hiervan is opzetten van – ICT ondersteunde – systemen van registratie en analyse voor planning en evaluatie.”  “Sturing en financiering. Het ontwerpen en doen van voorstellen voor een systematiek van financiering/sturing, die de dekkende en integrale benadering en de nieuwe werkwijzen kan bestendigen.” 29
    • 7. Onderzoeksopzet 7.1 Inleiding Het onderzoek is niet direct gericht op het ontwikkelen van een nieuw product. Dit onderzoek zou wel kunnen leiden tot een vervolgonderzoek om een product te ontwikkelen. Het doel van dit onderzoek is om de behoeften van kwetsbare ouderen in de Marokkaanse gemeenschap in Laak beter in kaart te brengen. Op basis van de uitkomsten kunnen er mogelijkheden aan het licht komen die behulpzaam zijn bij het ontwikkelen van een nieuw product of innovatie. 7.2 Onderzoeksmethode Dit onderzoek is een kwalitatief onderzoek. Kwalitatief onderzoek is niet gebonden aan het verzamelen van cijfermatige data. Ik zal me gedurende dit onderzoek moeten aanpassen aan de omstandigheden. Daarnaast zal de benadering van dit onderzoek open en flexibel zijn. De beleving en betekenisverlening van ouderen staat in dit onderzoek centraal. Kwalitatief onderzoek laat zich niet in cijfers uit drukken. Daarnaast worden er in kwalitatief onderzoek onderzoekseenheden in de omgeving als geheel onderzocht (holisme). In het vooronderzoek staan echter wel cijfers vermeld. De cijfers staan in verbinding met de onderzoeksvraag en waarom het belangrijk is dat er aandacht besteed moet worden aan de kwaliteit van leven bij ouderen. 7.3 Dataverzameling Het onderzoek is niet alleen kwalitatief georiënteerd, maar zal daarnaast ook een exploratieonderzoek zijn. Ik streef ernaar om meer te weten te komen over de kwetsbare ouderen in Marokkaanse gemeenschap in Laak en hun behoeften. Ik wil daarom tijdens dit onderzoek van de doelgroep weten welke ideeën zij hebben om de dag zelfredzaam door te komen en welke behoeften er aanwezig zijn. Bij kwalitatief onderzoek gaat het vaak om de betekenis die mensen in een bepaalde situatie aan gedrag verlenen. In dit geval is een open interview het meest geschikt. Via een open interview krijgt de respondent de vrijheid om punten te benoemen. Ouderen kunnen dan vrijuit spreken over hun ervaringen en ideeën. Bovendien is het geen kwantitatief onderzoek dus enquêtes voeren zou lastig zijn. Dit geldt het zelfde als voor professionals. Ik streef er naar om minimaal zes personen per doelgroep te interviewen zoals zes mannen en zes vrouwen. Er zijn bij het houden van open interviews bepaalde voorwaarden verbonden. Er is voldoende menskracht nodig en respondenten, tijd en geld. Daarnaast is het uitwerken van een interview een groot en tijdrovend karwei. Tijdmanagement is daarom in deze onderzoeksmethode van groot belang. 30
    • Criteria bij het uitvoeren van een open interview: - het interview kan uitgevoerd worden in een klein groep personen het interview zal gaan over beleving, motieven, ervaringen en betekenisverlening complexe onderwerpen of onderwerpen over taboe kunnen zich tevens voordoen het verzamelen van nieuwe informatie en het afbakenen van begrippen praktische omstandigheden 7.4 Onderzoeksinstrumenten Om te voorkomen dat het interview te breed uitloopt, dient er een instrument gebruikt te worden om niet te ver af te wijken van het onderwerp. Een half gestructureerd interview zoals een topiclijst is een geschikte interviewmethode om met de doelgroep in gesprek te gaan. Een topiclijst geeft de respondent ruimte voor eigen inbreng. Rekening houdend met de culturele achtergrond van de doelgroep is het raadzaam om de sfeer informeel, maar doelgericht, te houden. Bij het opstellen van een topiclijst dient er een duidelijke selectie gemaakt te worden van de onderwerpen. Daarnaast moet er duidelijkheid zijn over de interviewvragen en welke informatie ik wil verzamelen. De topiclijst voor dit onderzoek wordt gebruikt om informatie te verzamelen van verschillende respondenten in de Marokkaanse ouderengemeenschap. De topiclijst heeft tevens als doel om de levensloop van de respondent in kaart te brengen. In opdracht van het CvO in Laak, zijn de onderwerpen verdeeld in de drie tijdsfasen van het heden, verleden en toekomst. Vervolgens zal de informatie over de levensloop zich vormen in een biografie. De vraag is of de interviews individueel of in groepsverband worden uitgevoerd. Omdat er in dit onderzoek sprake is van de ouderenpopulatie, zal het een uitdaging zijn om een aantal groepsinterviews tot stand te brengen. Een groepsinterview brengt de ouderen bij elkaar en wordt er zo een gemeenschappelijk kader gevormd. Behalve dat ik de interviewer ben, kan de doelgroep ook gezamenlijk en met elkaar in gesprek gaan over de topics. Volgens de literatuur hangt de nauwkeurigheid van de uitspraken af van het aantal respondenten N per doelgroep (Verhoeven, 2010). 7.5 Steekproef In dit onderzoek is er sprake van een te onderscheiden populatie, te weten ouderen van de Marokkaanse gemeenschap die woonachtig zijn in het Haagse stadsdeel Laak. Omdat dit onderzoek over een bevolkingsgroep gaat, zal dit onderzoek een selecte steekproef kunnen toepassen. Volgens de literatuur is het doel van een selecte steekproef niet om conclusies te generaliseren naar de populatie, maar om de resultaten binnen een organisatie te gebruiken en om een beeld te krijgen van betekenisgeving aan het begrip zelfredzaamheid (Verhoeven 2010). Mocht er geen data of steekproefkader beschikbaar zijn, dan zal de sneeuwbalmethode gehanteerd worden. Met de sneeuwbalmethode zal er gebruikt gemaakt worden van de netwerken die in de deelgemeente Laak aanwezig zijn. Zoals eerder toegelicht kan het netwerk bestaan uit familie, sleutelfiguren, kenniskringen en samenwerkingspartners van het CvO. De interviews zullen dan niet direct met de doelgroep tot uiting komen, maar met de daar aan gerelateerde netwerken. 31
    • Door hen te interviewen, kan ik op deze manier via-via aan meer deelnemers komen door aan de respondent te vragen of zij meer belangstellenden kennen voor het onderzoek. Echter hangt deze methode ook af van de eisen die het CvO heeft wat betreft de data. De sneeuwbalmethode wordt ook toegepast in literatuuronderzoek (Verhoeven 2010), door bijvoorbeeld verwijzingen te gebruiken in de literatuurlijst. Ik wil minimaal zes mannen en zes vrouwen interviewen. In totaal zullen dat 12 respondenten zijn. 7.6 Stappenplan Om tot overeenstemming te komen met het CvO, zal er bepaald worden wat het aantal respondenten zal zijn, hoe wij hen op de hoogte gaan houden van het interview en op welke locatie het interview zal plaatsvinden. Voordat de topiclijsten in de praktijk toegepast worden, zal er eerst een proefinterview plaatsvinden. Het kan zijn dat bepaalde topics geen gewenste uitwerking hebben of vreemd overkomen. Het is daarom van belang om daar eerst achter te komen voordat het interview daadwerkelijk zal plaatsvinden. De doelgroep zal telefonisch, schriftelijk via een brief of via sleutelfiguren en via zorg en culturele instellingen worden benaderd. Er is bij de doelgroep mogelijk sprake van een taalbarrière. Als dat het geval is, dan zal er een tolk ingeschakeld worden om de doelgroep te kunnen benaderen. Daarnaast kan alfabetisme ook voorkomen bij de doelgroep. Ik wil de doelgroep daarom via een sleutelfiguur benaderen zodat de afspraken mondeling gemaakt kunnen worden. Ik wil ook in contact zijn met buurtcentra. Ik wil op deze manier contacten leggen met de instellingen voor meer informatie over het tijdstip en plaats waar de ouderen bij elkaar komen. 32
    • 8. Onderzoekrapportage 8.1 Inleiding In dit hoofdstuk zal ik de uitkomsten en resultaten van het onderzoek toelichten. Tevens is er een beschrijving voorgelegd van het verloop van het onderzoek en de onderzoekinstrumenten die gebruikt zijn. Het doel van dit onderzoek was om een beter beeld in kaart te brengen over kwetsbare ouderen in de Marokkaanse gemeenschap. Daarbij werd gekeken naar de betekenis die ouderen hebben over “Zelf doen” en wat hun behoeftes en belangen om de dag zelfredzaam door te komen. Kwetsbaarheid van de ouderen is een onderwerp wat naar voren zal komen maar met het streven om te kijken wat ouderen nog wel zelf kunnen en willen doen. Tevens zijn de resultaten gerelateerd aan de ervaringen en verhalen van de ouderen. De verhalen brengen hun zingeving, cultuur, het “Zelf doen” en hun dagbesteding met elkaar in verband en daarbij de behoeftes en belangen. 8.2 Terugblik Om aan de genodigde data te komen, heb ik veel stappen moeten ondernemen en beslissingen moeten nemen. Ik heb mensen veel horen zeggen dat de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap moeilijk te bereiken zijn. Toch was dit onderzoek een gelegenheid om de uitdaging aan te gaan en te zien wat er uit zou komen. In samenwerking met het CvO in Laak was de mogelijkheid aanwezig om veel contacten te leggen met mensen uit de Marokkaanse gemeenschap, vooral met de kinderen van de ouderen. Het beek dus helemaal niet zo moeilijk om met de doelgroep in contact te komen. Er was tevens contact met het vadercentrum Adam in Laak van Stichting MOOI om in contact te komen met Marokkaanse mannen van 65 plus. Via de kinderen van de ouderen en het secretariaat van het CvO, was er de mogelijkheid om met de Marokkaanse vrouwen van 65 plus in contact te komen. Bij de vrouwen was het door de beperkte mobiliteit noodzakelijk om huisbezoeken te doen voor het afleggen van interviews. Daarnaast was er contact met mensen die bekend zijn met het dagelijks leven in het stadsdeel. Ik heb bij het vadercentrum met een heer gesproken die daar 12 jaar actief is als vrijwilliger. Hij heeft veel zien gebeuren in de wijk en bij de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap. Het was een ongepland en spontaan gesprek. Zijn informatie kan een goede bijdrage leveren aan het onderzoek. Tevens heb ik kennis gemaakt met een ouderenwerker die jarenlang actief is in stadsdeel Laak. Zij kon mij veel vertellen over haar bijdrage aan de oprichting en bestaan van het moedercentrum De Koffiepot. Ook zij heeft veel zien gebeuren bij de vrouwen in de Marokkaanse gemeenschap. Ook dit was een spontaan gesprek die ik met advies van het CvO ben aangegaan. Mijn beslissingen konden niet altijd structureel gepland worden. De dataverzameling liep grotendeels via de sneeuwbalmethode. Het verzamelen van informatie ging spontaan en op onverwachte momenten. De interviews met de doelgroep waren wel deels gestructureerd maar onderweg kwam ik meer interessante mensen in het netwerk tegen. Ondanks dat het onderwerk afgebakend is, kijk ik toch naar mogelijke informatie die nuttige aanvulling kunnen geven op dit onderzoek. Op deze manier kwam ik aan meer informatie. 33
    • Er waren momenten, dat het onderzoek even stil kwam te liggen. Omdat ik deels afhankelijk ben van mijn netwerk van respondenten, moest ik er zelf achteraan om te vragen wanneer ik met iemand in gesprek kon. Het was van groot belang dat er actief contact bleef met de opdrachtgever en het netwerk. Zaken waar ik tegen aan liep maakte ik bespreekbaar met de opdrachtgever. 8.3 Onderzoeksinstrumenten De instrumenten die ik tot nu toe gebruikt heb zijn de topiclijst en een memorecorder zodat het gesprek kon worden opgenomen. De topiclijst had als doel om de levensloop van de respondent in kaart te brengen. In opdracht van het CvO in laak, zijn de onderwerpen verdeeld in de drie tijdsfasen van het heden, verleden en toekomst zodat het een biografisch verhaal wordt. De vragenlijst in te vinden in bijlage 1. Daarbij is ook gebruik gemaakt van tolken. De tolken waren in dit geval de kinderen van de respondenten. Netwerken was in dit onderzoek onmisbaar. Ik heb gebruik gemaakt van connecties die mij werden geadviseerd zoals kennissen van de respondenten, professionals van het CvO en cultureel werkers en vrijwilligers van Stichting MOOI. Ik heb in het netwerk van het CvO zoveel mogelijk verteld over mijn onderzoek en mijn doelen die ik wil bereiken. Daarnaast was er van mijn onderzoek veel overeenkomsten met de interesses en doelen van het netwerk waar ik contact mee had. Om de privacy van de respondenten te waarborgen is het onderzoek anoniem, niemand zal weten van wie de interviews zijn. 8.4 Methode en respondenten De interviews zijn goed verlopen. Zoals eerder besproken in de doelgroepbeschrijving in paragraaf 4.6, vergt het tijd om in te komen in het gesprek. Bij het Vadercentrum Adam in stadsdeel Laak heb ik twee keer het groepsinterview van een uur afgenomen. Het groepsinterview bestond uit tien mannen. Bij de vrouwen ging ik op huisbezoek binnen stadsdeel Laak. De interviews zijn bij drie vrouwen thuis gehouden. De vrouwen uit de Marokkaanse ouderengemeenschap wonen nog zelfstandig thuis. Bij de huisbezoeken deed ik twee uur over een interview. Ik werd zowel bij het groepsinterview als bij de individuele interviews gastvrij ontvangen. Toch was er bij de vrouwen sprake van angst, vooral als hen werd verteld dat iemand langs zou komen voor een interview. Bij het woord ‘interview’, kwam het beeld van de televisie of het nieuws bij de ouderen naar boven. De ouderen werden van te voren door de sleutelfiguur en de tolk geïnformeerd waar het interview over zou gaan en wat er met het onderzoeksrapport gedaan zou worden. Volgens de sleutelfiguur zijn zij dit niet gewend. Dat geldt ook voor het filmen en het maken van foto´s. Ik heb daarom alleen gebruik gemaakt van een topiclijst en een memorecorder. Als interviewer is het van belang om de vragen uit te diepen. Bij het groepsinterview was het opvallend, dat respondenten hetzelfde antwoord gaven op de vraag. De vragen die gesteld werden waren hetzelfde maar werden anders geformuleerd. Daarbij hadden alle respondenten ruimte om een antwoord te geven. De tolk was de woordvoerder en vatte de antwoorden samen. Om te voorkomen dat het groepsproces niet negatief beïnvloed werd, was het verstandig om niet te vaak in herhaling te vallen. 34
    • 8.5 Steekproef wijzigingen Tijdens mijn onderzoek ben ik afgeweken van de steekproef. Het kwam niet overeen met de steekproef die staat beschreven in het plan van aanpak. Het streven was om zes mannen en zes vrouwen te interviewen in Stadsdeel Laak. Er zijn uiteindelijk individueel drie vrouwen geïnterviewd en er heeft een groepsinterview van 10 mannen plaatsgevonden. De interviews bij de mannen waren in twee termijnen van een uur afgenomen omdat zij verbonden waren aan een dagprogramma. Het plan was eerst dat er twaalf respondenten geïnterviewd zouden worden. Er zijn uiteindelijk dertien respondenten geïnterviewd. Daarnaast is er contact geweest met mensen uit zijlijn. Het betreft dan niet om de doelgroep van het onderzoek, maar om de mensen die indirect betrokken waren bij de doelgroep. Er is contact geweest met een vrijwilliger van het vadercentrum, de ouderenwerker stadsdeel Laak en een mevrouw uit de Marokkaanse gemeenschap. Er zijn geen professionals geïnterviewd omdat de ouderen in dit onderzoek centraal staan. 8.6 Validiteit De validiteit van dit onderzoek wordt bepaald door de keuze van de vragen en de betrouwbaarheid van de informatie van de respondenten. De vragen zijn goedgekeurd bij de start van dit onderzoek. De antwoorden zijn valide omdat de combinatie van spontaniteit, culturele inbedding en de relaties met de intimi geloofwaardig zijn met betrekking tot de personen. Daarnaast hadden de verhalen inhoudelijk geen tegenspraak. 35
    • 9. Resultaten van de interviews 9.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de resultaten uit de interviews in kaart gebracht. Er is per topic ingegaan op de antwoorden van de respondenten. De respondenten zijn de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap. Tevens zullen de antwoorden per sekse weergeven worden. De resultaten zullen eerst per topic toegelicht worden, gevolgd door de resultaten uit de analyse. 9.2 Resultaten van de vrouwen uit de Marokkaanse ouderengemeenschap De interviews met de vrouwen zijn afgenomen via huisbezoeken in stadsdeel Laak. De interviews zijn individueel in aanwezigheid van een tolk afgenomen. 9.2.1. Heden Topic: Achtergrond? Alle drie de vrouwen komen uit een klein dorpje. Twee van de vrouwen komt uit Ait Ali en één komt uit Nador. De vrouwen komen allen uit grote gezinnen. Daarbij hebben zij ook een eigen gezin van minimaal vier kinderen tot maximaal acht kinderen. Bij respondent 2 wonen al haar vier kinderen in Nederland. Bij respondent 1 woont één van haar dochters in Duitsland en de rest van haar kinderen waarvan drie zonen en vier dochters in Nederland. Van respondent 3 wonen twee zonen in Nederland en twee zonen en een dochter in België. Respondenten 1 en 3 wonen 35 jaar in Nederland, dat betekent dat zij ongeveer in 1978 naar Nederland zijn gekomen. Respondent 2 is in de jaren 70 naar Nederland gekomen. Geen van de drie respondenten heeft in haar jeugd onderwijs gevolgd. Topic: Behoeftes en belangen Alle respondenten die geïnterviewd zijn benoemen dat zij behoefte hebben aan meer sociale contacten en gezelschap om de dag door te komen. Zij verlangen naar het gezelschap van vroeger toen zij nog in het dorp woonden. Daarnaast willen zij graag dat de kinderen hen vaker komen opzoeken. Wat de respondenten ook herhaaldelijk benoemden is zelfstandigheid, vooral om zelf naar buiten te kunnen gaan. Tevens gaven alle drie de respondenten als antwoord, dat zij graag een ontmoetingsplek willen van hun eigen leeftijdsgenoten en cultuur. De respondenten noemden ook lichaamsbeweging en bezig zijn om niet meer alleen de hele dag binnen te zitten. Eén van de drie respondenten heeft het verlangen om te verhuizen omdat het huis te duur is en omdat het huis niet geschikt is voor haar lichamelijke toestand. Eén van de drie respondenten maakt zich zorgen om haar zoon, het zou niet goed met hem gaan omdat hij geen school heeft afgemaakt. Zij heeft te behoefte om haar zoon bij te kunnen staan. Door haar lichamelijke beperking heeft ze het gevoel dat ze weinig voor hem kan betekenen. Respondent 3 heeft nog een partner die bij haar thuis woont maar het samenzijn vergaat niet meer zoals vroeger. Bij de andere twee respondenten is de partner recent overleden. Hun partner was op dat moment het belangrijkste in hun leven, vooral omdat zij lang bij elkaar waren. Beide respondenten zitten nog in hun rouwperiode. 36
    • Bij respondent 3 zijn haar kinderen en gezondheid belangrijk in haar leven. Maar gezondheid vindt zij belangrijker omdat haar kinderen maar heel kort op bezoek komen en dan weer weggaan. Bij Respondent 2 is het zorgen voor haar konijnen belangrijk. Respondent 2 heeft tevens behoefte aan zorg van haar eigen cultuur. Haar dochter vindt het belangrijk dat er in de Marokkaanse cultuur voor elkaar gezorgd wordt. Ook vindt zij het belangrijk dat er naast de thuiszorg nog iemand van de familie erbij is om een oogje in het zeil te houden.” Topic: dagbesteding Het is opvallend dat de respondenten niet veel te vertellen hebben over hun dagbesteding. Respondent 1 begint de dag door vroeg op te staan. Ze staat om 6:00 uur op om de zonsopgang te zien. Vervolgens gaat ze ontbijten en ten slotte brengt ze de dag door binnen in haar rolstoel. Ze gaat één keer in de week naar het Moedercentrum De Koffiepot waar ze ook niet meer regelmatig komt omdat ze niet mobiel is. In Marokko komt haar schoonfamilie langs en krijgt ze genoeg hulp. Respondent 2 brengt grotendeels haar dag door met haar konijnen en binnenshuis. Ze komt niet naar buiten. Respondent 3 staan om 9:00 uur op, gaat douchen en zit vervolgens de hele dag binnen op de bank. Ze gaf aan dat ze snel buiten adem is als ze korte afstanden loopt in huis. Uit het interview blijkt dat respondent 1 in Nederland weinig sociale contacten heeft in tegenstelling met Marokko waar haar schoonfamilie langs komt. Respondent 2 heeft haar konijnen voor de afleiding en respondent 3 heeft geen specifieke bezigheid genoemd. Topic: “Zelf doen” “Zelf doen” is wanneer ik zelfstandig naar buiten kan lopen. Wat ik nog zelf kan doen, doe ik nog steeds heel weinig, soms kan ik wel zelf eten maken” Respondent 1 en 2 verstonden onder “Zelf doen”dat je dingen nog zelf kunt zonder belemmeringen. Respondent 3 gaf als antwoord dat ze nog weinig kon. Respondent 1 benoemde haar zelfredzaamheid die ze had voordat ze afhankelijk werd van haar rolstoel. Ze gebruikte eerst een rollator om naar de supermarkt te kunnen voor haar boodschappen. Haar dochter beaamt dat ze haar moeder zoveel mogelijk zelf dingen wilt laten doen zover dat mogelijk is. Ze kan nog wel koken maar heeft daar ondersteuning bij nodig. Omdat de respondent een kunstheup heeft en in een rolstoel zit, kan ze niet meer zelfstandig naar de supermarkt lopen. Ze heeft overigens geen rechter heup waardoor ze niet kan lopen. Respondent 1 heeft te kampen met multimorbiditeit. Ze benoemd dat ze een pacemaker heeft en diabetes. Daarnaast kreeg ze complicaties van haar kunstheup. De respondent benoemde tevens haar afhankelijkheid, vooral toen ze kort in een verpleeghuis verbleef om te revalideren. Daarnaast benoemde ze ook haar afhankelijkheid in het ordenen van de administratie. De administratie wordt bijgehouden door haar schoonzus die tevens haar mantelverzorger is. In het interview werd ook gesproken over analfabetisme. De respondent kan niet lezen of schrijven. Cijfers kan ze ook niet lezen. Ook hier benoemt de respondent dat ze afhankelijk is van haar dochter. Respondent 2 benoemde in het interview wat ze nog wel dingen zelf kon doen. Ze kan met ondersteuning nog zelf douchen en koken. Taken waar ze moet bukken, doet zij niet zelf. Volgens haar dochter durft haar moeder wel om hulp durft te vragen maar dat de taal een belemmering is vanwege de culturele achterstand. Met zware dingen krijgt de respondent wel hulp van haar dochter maar probeert zelf zo veel mogelijk te doen om haar actief te houden. 37
    • Haar dochter helpt de respondent met wassen op lastig bereikbare plekken en met aankleden. In het interview werd er gesproken over de overleden partner. De respondent heeft een zware tijd gehad door zijn overlijden. Haar dochter merkte dat aan de gezondheid van de respondent. De respondent werd sneller moe en soms depressief. De respondent heeft aan haar linker knie een knieprothese en haar rechter knie is aan het verslijten. Ze kan vanwege de lange afstand niet naar de moskee. Respondent 3 gaf aan dat ze nog weinig zelf dingen kon doen. ze wordt geholpen door de Marokkaanse thuiszorg. Ze krijgt twee keer per week hulp bij het douchen en het huishouden via de thuiszorg. Op zaterdag komt iemand om haar bloedsuikerspiegel te meten. De respondent heeft lichamelijke kwalen. Ze is slecht ter been en heeft diabetes. De rollator kan ze niet meer gebruiken. In het interview gaf ze aan, dat ze afhankelijk is van het vliegtuigpersoneel om het vliegtuig in te kunnen. In het interview werd er gesproken over maatschappelijke kwetsbaarheid, voornamelijk over de verzekering. De respondent heeft een aantal keren problemen gehad met bestellingen waarvan een bestelling van een speciaal bed en een rolstoel. De respondent kon bij niemand terecht voor dit probleem. Ook bleef haar trapstoel een keer hangen waar ze nog in zat. Er was nergens een handleiding te vinden en ze wist op dat moment niet wat ze moest doen. De partner van de respondent heeft toen een bed met van zijn eigen geld gekocht, maar weet niet hoe hij het bed kan vergoeden bij de verzekering. De respondent kan wel zelf naar de keuken lopen om wat te drinken. Voor de trap heeft ze een traplift. De partner van de respondent is ook ziek en heeft een operatie gehad. Voor haar partner is het moeilijk om haar te helpen. Topic: Talenten Opvallend genoeg hebben alle drie de respondenten weinig te vertellen over hun talenten. Alle drie de respondenten gaven aan dat zij goed zijn in koken. Respondent 1 vertelde dat ze naast het koken ook goed is met haar mond en dat, dat het enige is wat ze momenteel nog kon. Respondent 2 vertelde dat haar partner goed is in textiel, vooral in het maken van Marokkaanse broeken en tunieken. Respondent 3 kon lezen en had in Nederland een cursus Nederlands in een buurthuis gevolgd. Topic: het probleem Uit het interview komt duidelijk naar voren dat de taal, zowel het Arabisch als het Nederlands een probleem vormen in de Marokkaanse ouderengemeenschap. Het tweede probleem dat de respondenten benoemden is het tekort aan sociale contacten. Het te kort aan kennis over de administratie en de omgeving achten de respondenten en de betrokkenen (kinderen) ook als een probleemfactor. Respondent 1 is afhankelijker van haar omgeving geworden na het overlijden van haar man. Haar man zorgde eerst voor de financiën en de administratie. Ze ziet dit probleem bij meerdere vrouwen in de Marokkaanse ouderengemeenschap. De respondent weet weinig van haar woonomgeving af omdat ze veel binnen zit. Respondent 2 benoemde analfabetisme als een probleem. De meeste ouderen hebben moeite met klokkijken of het gebruik van de mobiele telefoon en huistelefoon. Respondent 3 benoemde tevens analfabetisme als een groot probleem. 38
    • De tram nemen kan ze niet omdat ze het cijfer en het naambord van de tram niet kan lezen. Daarnaast kan ze de straatnamen niet lezen en loopt ze het risico om te verdwalen. Haar dochter gaf een voorbeeld over de polikliniek en de apotheek. Het gebeurt regelmatig bij Marokkaanse ouderen dat hun beurt voorbij gaat omdat zij het nummertje niet kunnen lezen. “Als mijn moeder alleen komt te staan, dan wordt het erg lastig om zelfstandig te zijn.” Respondent 3 ging meer in op de sociale omgang onder Marokkaanse vrouwen. Het zou volgens haar niet meer zo zijn als vroeger. Er wordt volgens haar een groep gevormd en zij valt er dan buiten. De respondent had het ook over de houding die sommige vrouwen hebben zoals hoogmoedigheid. Volgens respondent 3 is het niet gebruikelijk dat Marokkaanse vrouwen elkaar buiten ontmoeten omdat er anders slecht over hen gesproken zou worden. 9.2.2 Verleden Topic: verloop jeugd Respondent 1 is opgegroeid in Nador, een plaatsje in het Riftgebergte. Ze komt uit een gezin van vier broers en twee zussen. Ze vertelde dat ze een goede jeugd heeft gehad. ze trouwde op haar 18e met haar man. Respondent 2 kom uit een groot gezin. Haar vader was drie keer getrouwd. Van de eerste vrouw kreeg hij twee dochters, van de tweede vrouw kreeg hij vier dochters en één zoon en van de derde vrouw één dochter en één zoon. Het gezin van de respondent had een kleine boerderij waar het gezin veel tijd doorbracht met de verzorging van de dieren. Zij speelde ook vaak spelletjes zoals bikkelen, waar je met zo veel mogelijk steentjes in je hand een andere steen in de lucht moest gooien en opvangen. Ze vond dat een leuk spelletje en speelde dat vaak in haar jeugd. Op het erf was het hard werken maar zij kwamen zo wel bij elkaar. Respondent 3 vertelde dat ze een goede jeugd had. Ze leefde in een klein dorpje waar haar gezin haar eigen dieren had. Ze had daar vriendinnen en ervoer gezelligheid. Ze was veel bezig met de verzorging van de dieren en de huishoudelijke taken van het gezin. Doordat ze veel bezig was, ging ze niet naar school. Topic: tradities Bij alle drie de respondenten is het geloof het belangrijkste. Daarnaast is het gebruikelijk dat de vrouw het huishouden doet en dat de man werkt en zorgt voor het inkomen. Respondent 2 benoemde een aantal normen en waarden, het knippen van de haren was taboe en ongebruikelijk. Zij deden henna op de handen tot aan de polsen. Borstvoeding mocht niet in openbaar, daar moest in een aparte afgesloten ruimte. Volgens respondent 2 volgt elke familie de tradities op hun eigen manier. De een houdt de tradities in stand en de ander niet. Respondent 3 benoemde de normen van het aankleden. Het lichaam moet gedekt zijn, er mag geen inkijk zijn van het lichaam. Daarbij noemde zij ook de normen van het geloof zoals het eten van halal en bidden met de kinderen. Topic: levensvisie of levensdoel? Zorgen voor een goede toekomst voor de kinderen was voor alle drie de respondenten een levensdoel daarnaast wilden de respondenten graag Europa zien en naar Nederland komen. Volgens de dochter van respondent 2, hadden de ouderen in hun jeugd geen doel om naar toe te werken. Zij zouden weinig afweten van de buitenwereld. Respondent 2 bevestigde daarmee dat ze er eerst niet echt over haar levensdoel heeft 39
    • nagedacht. Volgens de dochter van respondent 2 zouden mensen die in Marokko van het platte land kwamen anders denken dan de mensen in de grote stad. Mensen in de grote stad zouden op intellectueel gebeid meer bezig zijn met het volgen van ambities en carrière. In een dorp zouden mensen andere prioriteiten hebben ze het samen zijn. “Mensen uit een dorp houden zich meer vast aan ideeën en gewoontes. In een dorp zijn meer taboes dan in een stad. Er zijn in Marokko nog dorpen waar water gehaald moet worden en waar geen elektriciteitaansluiting is” Respondent 3 had het in haar jonge jaren zwaar omdat zij veel moesten werken op het land. Ze wilde trouwen en een eigen gezin stichten. Topic: talenten Opvallend dat er weinig over de talenten uit de respondenten kwam. Respondent 1 had niet stilgestaan bij haar vroegere talenten maar hield zich vooral bezig met haar gezin. Ze vond wel dat ze lekker kon koken. Respondent 2 zag haar talenten in de dierenverzorging en de landbouw. Ook zij vond dat ze lekker kon koken. Respondent 3was ook goed in koken en broodbakken. Topic: zingeving Bij alle drie de respondenten gaf het gezin hun zingeving. Respondent 1 wilde werken aan een betere toekomst voor haar gezin. Haar kinderen gaven haar grote betekenis in haar leven. Respondent 2 streefde haar zingeving na op de boerderij van haar familie. Dit komt vooral omdat ze altijd samen was met haar familie. Daarnaast wilde ze een betere toekomst voor haar kinderen in Nederland. Bij respondent 3 was naast het gezin ook de hereniging met haar partner dat haar zingeving gaf. Topic: migratieverloop Bij alle drie de respondenten is de man eerder naar Nederland gekomen. Het gezin kwam meestal ongeveer 5 jaar later voor gezinshereniging. De respondenten hebben het vooral over het klimaat van Nederland. In Marokko is het warm en in Nederland is het koud. De dochter van respondent 2 vertelde dat ze verrast was van het licht dat in de avond op de luchthaven Schiphol scheen. Ze was zoveel licht niet gewend omdat er in haar dorpje geen elektriciteitsaansluiting was. Het was daarom altijd donker in haar dorp. De respondenten hadden alle drie al kinderen toen ze naar Nederland kwamen. In Nederland vond er gezinsuitbreiding plaats. Topic: Nederland Bij deze topic werd aan de respondenten gevraagd welk beeld zij hadden over Nederland voordat zij naar Nederland kwamen. Bij respondent 1 werd het beeld over Nederland beïnvloed door een vervelende situatie met haar partner. Ze had daarvoor geen specifiek beeld over Nederland. Ze wist pas van de situatie af toen ze al in Nederland was. Er ontstonden twijfels of ze in Nederland zou blijven of terug zou gaan naar Marokko. Ze is toen toch in Nederland gebleven voor haar kinderen. Het beeld van respondent 2 had te maken met de hereniging met haar man. Daarnaast zag ze in Nederland een betere toekomst voor haar gezin. Uit het interview komt naar voren dat ze wel tevreden is over de afgelopen jaren in Nederland maar dat haar gezondheid achteruit is gegaan. Ze benoemt hierbij het klimaat van Nederland en Marokko. In Marokko voelt ze zich sterker door de warmte. In het interview werd er ook ingegaan op het financieel systeem in Nederland. 40
    • “In Marokko gebruiken wij een kaart waar elektriciteit tegoed op staat, dat werkt net zoals beltegoed. Je verbruikt de kaart en dan moet je de kaart weer opwaarderen. In Nederland betaal je voorschot voor elektriciteit en water. Daar krijg je dan rekeningen van. Ook water haalden wij bij de put en kregen daar geen rekening voor.” Respondent 2 zag haar migratieperiode als een lot uit de loterij die ze gewonnen had. Zij had een mooi beeld over Nederland. Ze zag Nederland als een mogelijkheid voor een betere toekomst. 9.2.3 Toekomst Topic: Ontwikkeling “Zelf doen” Bij deze topic werd gevraag wat de respondenten willen ontwikkelen in het “Zelf doen”. respondent 1 bleef erbij dat ze niet meer kan behalve praten. Volgens respondent 1 is haar mond het enige waar ze zichzelf mee kan redden. Respondent 2 zou graag aan haar taal willen ontwikkelen via Arabische lessen. Daarnaast wilt ze zich meer verdiepen in de koran door middel van koranles. Respondent 3 wil de mogelijkheid om zichzelf te kunnen uiten in beweging. Ze zou graag lichamelijk actief willen zijn doormiddel van lichamelijke oefening. Uit het antwoord van respondent 1 kan ik opmaken dat ze graag meer in contact wil komen met anderen om te praten. respondent 2 wilt zich intellectueel ontwikkelen door middel van Arabische les en Koranles en respondent 3 wilt zich lichamelijk ontwikkelen door middel van meer lichaamsbeweging. Topic: oplossing Alle drie de respondenten zijn er van overtuigd dat een ontmoetingsplek een oplossing is van het probleem eenzaamheid en isolement bij de vrouwen in de Marokkaanse ouderengemeenschap. Daarnaast is een spreekuur over de administratie gewenst bij zowel de ouderen als de betrokkenen. Tevens zouden voorlichtingen over pensioenen en verzekeringen de ouderen en betrokkenen kunnen helpen bij administratieve ondersteuning. Respondent 2 had het over themafeesten om de ouderen en jongeren zowel als van Marokkaanse afkomst als van Nederlandse afkomst te betrekken in de wijk. Volgens de dochter van respondent 2 zou er behoefte zijn aan activiteiten die van culturele aard zijn zoals traditionele spelletjes. Het geven van uitstapjes zouden de ouderen de gelegenheid geven om meer te zien van Nederland en er even uit te zijn. Topic: dagbesteding? Respondent 1 wil in haar dagbesteding meer naar buiten en iemand waar ze mee kan wandelen. Respondent 2 wil sociale contacten aangaan met ouderen van haar eigen cultuur zodat ze kan praten over oude herinneringen. Respondent 3 wil lichamelijk meer bezig zijn en dingen doen met haar handen. Topic: talenten ontwikkelen? Het is opvallend dat de respondenten weinig te vertellen hebben over hun wensen van talentontwikkeling. Respondent 1 weet niet wat ze aan haar talenten kan ontwikkelen behalve dat ze alleen nog kan praten. Respondent 2 echter wil beter worden in de Arabische taal en wil meer kennis op doen over de koran. Bij respondent 3 is deze vraag niet beantwoord. 41
    • Topic: behoeftes en belangen Twee van de drie vrouwelijke respondenten heeft behoefte aan gezelschap. Respondent 1 heeft daarnaast de behoefte om buiten te zijn. Respondent 2 heeft behoefte aan intellectuele ontwikkeling en wil de taal ontwikkelen. Daarnaast heeft ze behoefte om bezig te zijn met dierenverzorging. Respondent 3 heeft de behoefte om met anderen samen te zijn zodat ze zich niet meer alleen voelt. Daarbij benoemde ze haar relatie met haar man. Daaruit kan opgemaakt worden, dat zij haar relatie met de sociale omgang met haar partner in stand wil houden. Topic: contact De vraag van deze topic was hoe de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap benaderd kunnen worden en hoe je met hen in contact kan komen. Volgens de dochters van respondent 1 en 2 kan de Marokkaanse gemeenschap benaderd worden via ontmoetingscentra en via een tolk of familielid. Zij benadrukten dat Marokkaanse ouderen graag in contact willen komen maar dat niet kunnen vanwege de taalbarrière en culturele achterstanden. Inhoudelijk gezien hangt de interesse in contact af van het onderwerp. Respondent 3 gaf aan dat ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap gastvrij zijn en graag met anderen in contact willen komen, maar dat er geen geschikte ruimte beschikbaar is om hun gastvrijheid te tonen. Topic: CvO in Laak De vraag bij deze topic was wat het CvO in Laak voor de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap in de toekomst kan betekenen. Daarbij heeft de interviewer kort toegelicht wat het CvO is en waar zij voor staan. Alle drie de respondenten benoemden de behoefte aan een ontmoetingsplek waar Marokkaanse ouderen bij elkaar kunnen konen en leuke dingen kunnen doen en samen te zijn met anderen. Daarnaast zou het CvO kunnen bijdragen in sociale cohesie door andere ouderen te betrekken bij de Marokkaanse gemeenschap. Bij respondent 1 en 2werd er ingegaan op de mobiliteit om het contact met anderen in de wijk te vergemakkelijken. In het interview werd er gesproken over vervoer voor de respondenten. Volgens respondent 1 en 2 kan het CvO helpen bij het organiseren van voorlichting die betrekking heeft op de pensioenen en verzekeringen. Tevens vinden zij voorlichting over het bijhouden van administratie wenselijk voor zowel de respondenten als voor de betrokkenen. 9.3 Resultaten van de mannen uit de Marokkaanse ouderen gemeenschap Dit interview heeft twee maal plaatsgevonden. In het vadercentrum Adam in stadsdeel Laak. De groep bestond uit 10 mannen van 65 plus. 9.3.1 Heden Topic: achtergrond? De meeste van de mannen komt uit Noord-Marokko, in de buurt van de provincie Taza, Nador en Al Hoceima. Alle respondenten zijn nog getrouwd en wonen in stadsdeel Laak. Daarnaast hebben zij allen een gezin van minimaal vier kinderen tot maximaal 14 kinderen. 42
    • Topic: behoeftes en belangen Bij deze topic ontstond er een discussie onder de mannen. De meeste van de mannen hebben behoefte aan contact om zaken en problemen bij te praten. Daarnaast hebben zij behoefte om met mensen van hun eigen cultuur om te gaan. vertrouwen werd ook benoemd in het interview, het is voor de mannen belangrijk dat er vertrouwen naar elkaar is. Uit het interview is op te maken, dat er ook behoefte is in vertrouwen naar en vanuit de Nederlandse maatschappij. Behoefte aan kennis over pensioenregeling kwam in het interview ook ter sprake. De respondenten vinden de gezondheid en de mogelijkheid om te leven belangrijk in het dagelijks leven. Een van de respondenten vind het belangrijk om stil te staan wat hij in zijn dagbesteding gedaan heeft en wat er goed en fout is gegaan. Geld en inkomen zijn tevens belangrijk voor de mannen omdat zij realiseren dat je het in Nederland niet redt zonder geld. De respondenten hebben ook belangen in de opvoeding van hun kinderen en kleinkinderen. Zij vinden het belangrijk dat de cultuur wordt meegenomen in de opvoeding. Een van de respondent heeft 14 kinderen, zeven wonen in Nederland en zeven in Marokko. Het geloof is tevens belangrijk voor de respondenten Topic: dagbesteding Bij de mannen van het vadercentrum begint de dag ’s ochtends vroeg. Ongeveer 45 minuten voor zonsopgang staan zij op voor de moskee. Sommigen mannen brengen een bezoek aan het ziekenhuis, dat verschilt per ouder. De mannen komen ongeveer vier keer in de week samen bij het vadercentrum, meestal vanaf 2 uur in de middag. Een van de respondenten vertelde over sommige ouderen die naar het koffiehuis gaan en daar de hele dag samen zijn. Hij koos liever voor het vadercentrum voor nieuwe ontmoetingen. In het koffiehuis kom je volgens de respondent alleen dezelfde mensen tegen. Bij het vadercentrum kan hij praten over zaken zoals de buurt en privé. Topic: “Zelf doen”? De mannen zien: “Zelf doen” als zelf geen hulp van anderen nodig hebben. De mannen kwamen in de jaren `60 en `70 eerst alleen naar Nederland. Zij waren hier zonder gezin en kenden de weg in Nederland nauwelijks en moesten zichzelf zien te redden. Volgens de mannen hebben zij nu steun van hun vrouw. Zij benoemden de risico’s in hun zelfredzaamheid als hun vrouw zou wegvallen. Een van de respondenten vertelde dat het voor hen moeilijk wordt zonder vrouw omdat zij het niet gewend zijn. Het probleem zou zich vergroten als de vrouw ziek zal worden. “De man en de vrouw zorgen voor elkaar, de vrouw kan de man niet verzorgen als ze moeite heeft om zichzelf te verzorgen.” Topic: talenten Bij deze topic moesten de mannen lachen. Ook bij deze topic is het opvallend dat er geen diepe antwoorden waren over de talenten van de mannen. Een van de tien mannen was goed in textiel en helpt in de naaikamer van het vadercentrum. Hij liet tevens een foto zien van zijn creaties. De rest van de mannen benoemde geen talenten maar wel dat zij deelnemen aan cursussen in het vadercentrum voor zelfontwikkeling zoals zwemmen en fitness. Topic: het probleem De problemen die de mannen van het vadercentrum tegenkwamen waren de pensioenen en verzekeringen. Daarnaast werd de uitvaartverzekering benoemd. Ook werd er gesproken over financiën en dat alles duur is geworden. Volgens de mannen wordt de AOW steeds minder. Het probleem dat zich onder de mannen 43
    • afspeelt is het leeftijdsverschil met de vrouw. De vrouw heeft bij de meeste respondenten geen AOW leeftijd en mag maar vier weken wegblijven uit Nederland. De man echter mag drie maanden wegblijven. De respondenten vinden de AOW regeling ingewikkeld en komen daardoor in de problemen. De respondenten benoemden ook de huidige mantelzorg en dat deze niet wordt uitgevoerd volgens de islamitische traditie. Dat geld ook voor de verzorgingstehuizen. De ouderen in de Marokkaanse gemeenschap zouden zich ongemakkelijk voelen in een verzorgingstehuis van een andere cultuur. De mannen waren het wel met elkaar eens dat mantelzorg acceptabel is wanneer het volgens de Marokkaanse cultuur wordt uitgevoerd. Het mag familie zijn maar ook een vreemde uit dezelfde cultuur. Volgens de respondenten, verwacht de maatschappij dat hun vrouw weer gaat werken en gaat inburgeren. De uitkering zou anders stopgezet worden. Der respondenten zien dit als een probleem omdat hun vrouwen al die jaren daarvoor geen inburgering hoefden te doen. De respondenten hadden het ook over het klimaat in Nederland. Volgens de respondenten is het koude weer in Nederland een factor in ziekte. Volgens de respondenten gaan Marokkanen graag naar Marokko voor vitamine D. Zij zijn zonlichtgewend en voelen zich daarom lekker. 9.3.2 Verleden Topic: verloop Het verloop van de jeugd van de respondenten verschilt per respondent. Wat zij gemeen hebben is dat zij allen in het noorden van Marokko zijn opgegroeid en uit grote gezinnen komen. Er werd verder niet diep ingegaan op de jeugd. Topic: tradities De hoofdzakelijke tradities die de respondenten volgen is het geloof de Islam. Het geloof is belangrijk in het leven. Zij eten halal en eten geen varkensvlees. De man en vrouw binnen hun cultuur zitten buitenshuis vaak gescheiden. Daarnaast vieren zij traditionele feesten. Topic: levensvisie of levensdoel? De meeste respondenten waren van plan om twee of drie jaar in Nederland te blijven en dan vervolgens weer terug te keren naar Marokko. Door de financiën was dit niet te realiseren. Ook de vrouw wilde in Nederland blijven voor de kinderen en hun toekomst. Volgens de respondenten koos de vrouw in dit geval voor de kinderen boven de man. Uit het interview is op te merken dat de respondenten zich zorgen maken om de kleinkinderen. Er zou bemoeizorg zijn in hun manier van opvoeding. In sommige gevallen werd het kind uit huis geplaatst. Het gedrag van het kind zou veranderd zijn wanneer het kind weer thuis komt wonen. Een van de respondenten ziet in de nieuwe generatie vaak schooluitval. Daarnaast zouden jongeren in de Marokkaanse gemeenschap moeilijk aan een stageplek of een bijbaan komen omdat er gediscrimineerd zou worden. Zij vinden het jammer dat dit in de jongere generatie binnen de Marokkaanse gemeenschap gebeurt. Topic: Talenten Over de talenten hebben de respondenten niet stilgestaan. 44
    • Topic: zingeving Alle respondenten hadden het inkomen voor het gezin als zingeving in het dagelijks leven. Topic: migratieverloop De meesten van de respondenten zijn eerst zonder gezin naar Frankrijk gegaan en toen naar Nederland. Volgens de respondenten was de economische toestand in de jaren `60 veel beter in Nederland. Zij konden meteen aan het werk. De zorg was ook veel beter. Het werk wat zij deden verschilde per persoon. De één heeft bij KPN telefoonbedrijf gewerkt en de ander als automonteur. “Ik heb in Nederland in de bakkerij gewerkt”. Topic: Nederland Het beeld die de respondenten hadden was de mogelijkheid om te werken en dat zij geld konden verdienen. Daarnaast zagen zij in Nederland de mogelijkheid om hun kinderen een goede toekomst te bieden. De respondenten wisten wel van te voren dat de integratie in Nederland in het begin moeilijk zou zijn omdat zij alleen kwamen. 9.3.3 Toekomst Topic: Ontwikkeling in “Zelf doen”? Volgens de respondenten wil iedereen graag wat doen zoals zwemmen en fitnessen. Helaas lukt dat niet altijd door ziekte of gebrek aan geld. Dingen “Zelf doen” is volgens de respondenten als je dingen nog zelf kan zoals koken, douchen, en lopen. Eén van de respondenten vertelde dat hij het fijn vind dat zijn vrouw hem helpt in het huis en zorgt voor het eten en op haar kan rekenen. Hij is tevens afgekeurd door zijn rechter been door het zware werk in de bouw. Zijn vrouw ondersteund mij in het huishouden” Topic: oplossing Verschaffen van meer kennis over de maartschappelijke en sociale voorzieningen zoals de AOW-uitkering zou volgens de respondenten bijdragen aan een oplossing. Zij vertelden dat zij veel in de problemen komen door te kort aan kennis en inzicht over de AOW-uitkering. de respondenten willen meer inzicht over de sociale voorzieningen zodat zij elkaar beter kunnen helpen. Topic: dagbesteding? Een van de respondenten benoemde dagbesteding in groepsverband. Zij willen vaak met een groep gaan zwemmen maar dat gaat niet altijd door omdat een groepslid geen geld heeft en uitvalt. De groep heeft dan geen motivatie meer om te gaan zwemmen. Het is volgens de respondenten veel leuker om met een groep te gaan zwemmen dan alleen. Topic: Talenten ontwikkelen? De respondenten weten niet welke talenten zij kunnen ontwikkelen. Zij proberen wel veel bezig te zijn in de werkplaats bij het vadercentrum om zich te kunnen ontwikkelen. Topic: behoeftes en belangen Hoofdzakelijk hebben de respondenten de behoefte om zich ergens thuis te voelen. Zij vertelden dat zij zich niet in Nederland en ook niet in eigen land thuis voelen maar er in middels aan gewend waren geraakt. Bij 45
    • het vadercentrum kunnen zij zich wel thuis voelen, mede dankzij de contacten die zij met hun eigen cultuur en leeftijdsgenoten hebben. De respondenten hebben ook behoefte aan ontmoetingen met anderen en bezig te zijn in de werkruimtes binnen het vadercentrum. Topic: contact Volgens de respondenten kunnen mensen van andere culturen met hen in contact komen via ontmoetingsplekken, de moskee en buurtcentra zoals het vadercentrum. Het is volgens de respondenten wel raadzaam om eerst contact op te nemen met iemand uit de Marokkaanse gemeenschap vanwege de communicatie. De respondenten benoemden hierbij de taalbarrière die heerst onder een aantal Marokkaanse ouderen. Volgens de respondenten is het is geen probleem om hen te benaderen maar dat je wel moet weten welke weg je moet nemen om met de Marokkaanse gemeenschap in contact te komen. Topic: CvO in Laak De vraag bij deze topic was wat het CvO in laak voor de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap in de toekomst kunnen betekenen. De respondenten vroegen vervolgens wat het CvO te bieden heeft en wat de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap kunnen bieden. Daarbij heeft de interviewer kort toegelicht wat het CvO is en waar zij voor staan. De respondenten willen graag het contact met het CvO aangaan en overleggen wat zij voor het CvO en de wijk kunnen betekenen. 46
    • 10. Resultaten van de data-analyse 10.1 Methode van data-analyse Alvorens de verworven data gebruikt kan worden, zijn eerst de interviews volledig uitgewerkt. De resultaten zijn kwalitatief van aard. De interviews gaan aansluitend op de topics over de belevingen van de respondenten. Het is daarom van belang dat de uitgewerkte interviews gepresenteerd worden zodat het verhaal zichtbaar is. Deze kunt u lezen in bijlage 2, 3, 4 en 5. De interviews die zijn uitgevoerd waren halfgestructureerde interviews in de vorm van een topiclijst. De onderwerpen die in de topiclijst aan bod kwamen, waren bedoeld voor de afbakening. De topics dienden als aanleiding voor verdieping in de antwoorden van de respondenten. Er is vooral gekeken naar de argumenten die de ouderen gaven. Tevens hebben de respondenten antwoord gegeven vanuit hun eigen referentiekader en belevingswereld. Op deze manier werd er een beeld van de werkelijkheid aangereikt. De resultaten zijn geselecteerd via een methode genaamd symbolisch interactionisme (Boeije, 2005; Wester, 1991). Volgens Verhoeven (2010) is een kwalitatief onderzoek een open, benaderend onderzoek. Daarmee wordt bedoeld, dat de belevingswereld van de onderzoekseenheden centraal staan. De onderzoekseenheden die in de data voorkomen zijn de respondenten. 10.2 Uit de data analyse zijn de volgende bruikbare code uitgekomen Tabel 1.10 Lichamelijk Emotioneel Sociaal cultureel Maatschappelijk groen geel blauw paars Voor de data-analyse zijn de citaten van de respondenten met een kleur geselecteerd. Vervolgens is er per citaat een kleurcode uit voortgekomen. Door middel van kleurcodes worden specifieke kenmerken bij verschillende respondenten systematisch gerubriceerd. Onder de code lichamelijk wordt gekeken naar citaten die betrekking hebben op lichamelijke zaken zoals ziekte, beperking, maar ook de behoefte aan lichaamsbeweging. De code emotioneel geeft weer of er sprake is van een citaat die betrekking heeft op de emotionele beleving van de respondent. Bij code sociaal cultureel wordt er gekeken of het citaat kenmerken heeft op sociaal en cultureel gebied. Dat kunnen de normen en waarden, de rol van familie en sociale contacten zijn in de belevingswereld van de respondent. Voor de code maatschappelijk wordt gekeken naar de citaten die zich kenmerken op de maatschappij zoals migratie, de hoogte van de kennis, behoefte en belangen over maatschappelijke voorzieningen, administratie en het bureaucratisch systeem van de Nederlandse maatschappij. De respondenten hebben per topic antwoord gegeven. De antwoorden zijn gerubriceerd door middel van de kleurcodes. Vervolgens zijn de antwoorden die zich kenmerken met de code geselecteerd met de daaraan gekoppelde kleur. Bijvoorbeeld “Bij het vadercentrum kunnen wij ons thuis voelen omdat wij contact hebben met onze eigen cultuur. Ik vind het vadercentrum veel leuker dan het koffiehuis omdat ik hier meer mensen ontmoet.” Dit antwoord zal dan blauw geselecteerd worden, omdat het onder de categorie sociaal cultureel valt. De codes zijn vervolgens veranderd in uitgangspunten. Tijdens de analyse van de interviews, zijn de antwoorden van het desbetreffende uitgangspunt in kleur geselecteerd. Er is per sekse gekeken naar 47
    • het aantal benoemde citaten. Het aantal citaten is opgeteld. Op deze manier komt het aantal van de genoemde citaten uit de antwoorden van de respondenten in beeld. Het doel van deze vorm van analyse is niet om de kwantiteit van het aantal benoemde categorieën te meten, maar om de uitgangspunten van de respondent helder in kaart te brengen (zie figuur 4.10). De selectie van de citaten kunt u terug vinden in bijlage 8. “Ik mis mijn man, wij waren jaren samen. Ik voel me daarom alleen.” “Doordat ik niet kan lopen, kan ik ook niet zelfstandig naar buiten.” Emotioneel lichamelijk Figuur 4.10 Het figuur 5.10 wordt het resultaat gegeven die afgeleid zijn van relevante citaten uit de interviews. Daarbij zijn de behoeften en belangen onderverdeeld in subcategorieën. De hoofdcategorie is sociale kwaliteit van leven. Daarnaast is: “Zelf doen” de tweede subcategorie. Bij “Zelf doen” wordt er in dit diagram niet specifiek ingegaan op de beperkingen, maar op de behoeften en zingevingen die het “Zelf doen” en sociale kwaliteit van leven kunnen beïnvloeden. De factoren die in de subcategorieën zijn ingedeeld, zijn af te leiden uit de interviews van de respondenten en analyse (zie hoofdstukken 9, 10 en bijlage 2, 3, 4 en 5 ) Figuur 5.10 48
    • Tabel 2.10 Vrouwen Mannen Kleur Aantal citaten Kleur Aantal citaten Geel 19 Geel 6 Blauw 34 Blauw 19 Paars 21 Paars 16 Groen 21 Groen 5 Uit de analyse zijn het aantal citaten per sekse opgeteld (zie tabel 2.10). Bij de mannen werd blauw met 19 citaten en paars met 16 citaten met meeste in het interview besproken. De kleur blauw heeft de code sociaal cultureel en paars de code maatschappelijk. Groen had vijf citaten en geel had zes citaten. Geel heeft de code emotioneel en groen lichamelijk. Bij de vrouwen had de kleur blauw met de code sociaal cultureel 34 citaten. Paars met de code maatschappelijk en groen met de code lichamelijk hadden beiden 21 citaten. Geel onder de code emotioneel had 19 citaten. Tabel 3.10 Het grotere aantal citaten kwam bij beiden sekse uit blauw waaronder de code sociaal cultureel. Uit de optelling is af te leiden, dat het uitgangspunt sociaal cultureel onder beide sekse het meest besproken is. Het tweede meest besproken uitgangspunt bij de vrouwen is maatschappelijk en lichamelijk met gelijke stand. Bij de mannen is het tweede meest besproken uitgangspunt maatschappelijk. Het derde besproken uitgangspunt is bij beide seksen emotie. Het laatste besproken uitgangspunt is bij de mannen de lichamelijke behoeften. 49
    • 11. Conclusie 11.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de resultaten gereflecteerd en in relatie gebracht met de theorie. Tevens wordt er ingegaan op de sterke kanten van het onderzoek en de zwakke kanten. Daarnaast worden de mogelijke antwoorden van de hoofd- en deelvragen toegelicht. 11.2 Herhaling centrale vraagstelling en doelstelling Voordat er ingegaan wordt op de resultaten, zullen eerste de centrale vraagstelling en deelvragen herhaald worden. Het doel van dit onderzoek was om kwetsbare ouderen in de Marokkaanse gemeenschap beter in kaart te brengen. Daarbij werd gekeken naar de betekenis die ouderen hebben over “Zelf doen” en wat de behoeften en belangen zijn om de dag zelfredzaam door te komen. Vanuit dit doel is als volgt een probleemstelling opgesteld. Deze luidde: Waar komen kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak hun bed voor uit? De probleemstelling zou zich richten op de factoren die voor ouderen er toe doen om de dag door te komen. Daarnaast was zingeving bij het ouder worden een belangrijk thema. De vraagstelling die aansluitend tot uiting kwam was: Wat zijn de behoeften van kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak om de dag zelfredzaam door te komen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden werd er gekeken naar wat ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap zelf willen en welke activiteiten voor hen interessant zijn om de dag met plezier door te komen. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, waren er deelvragen opgesteld. 1. Een profiel van de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in de deelgemeente Laak 2. Hoe kunnen de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap benaderd worden? 3. Wat is voor Marokkaanse ouderen belangrijk om de dag door te komen? Welke belemmeringen komen zij daarbij tegen? 4. Welke behoeften worden al gerealiseerd? 5. Zijn de behoeftes cultureel bepaald? Zo ja, hoe? 6. Wat vinden kwetsbare ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap zelf hoe zij de dag doorkomen? 7. Wat kan CvO in Laak betekenen voor de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap 50
    • 11.3 Profiel ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap Bij elk interview werd de achtergrond van de Marokkaanse ouderen gevraagd. De doelgroep komt uit een islamitische bevolkingsgroep. Zowel de mannen als de vrouwen komen uit kleine dropjes in Noord-Marokko. De plaatsen die benoemd zijn waren Ait Ali, Taza, Nador en Al Hoceima. De ouderen komen voornamelijk uit grote gezinnen. Alle drie de vrouwen besteedden met de familie veel tijd door in het drop, vooral in de landbouw en dierenverzorging. De mannen echter hadden het niet veel over hun jeugd. De leeftijden van de vrouwen zijn 81 jaar, 76 jaar en 59 jaar. Eén van de vrouwen woont 35 jaar in Nederland. Twee van de vrouwen zijn in de jaren `70 naar Nederland gekomen. Geen van de drie vrouwen heeft in haar jeugd onderwijs gevolgd. Uit de interviews is naar voren gekomen dat de mannen eerder naar Nederland zijn gekomen dan de vrouwen. De vrouwen zijn later naar Nederland gekomen voor gezinshereniging. Geen van de vrouwen heeft in Nederland gewerkt. De mannen waren de kostwinners en de vrouwen deden het huishouden. 11.4 Hoe kunnen de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap benaderd worden? De behoefte aan contact is bij de ouderen aanwezig. De ouderen uit beide seksen hebben in de interviews benadrukt dat zij gastvrij zijn en graag met anderen in contact willen komen. Het contact echter zal eerst langzaam opgebouwd moeten worden in verschillende fasen. De informele band is de basis voor de rest van de informele communicatie. De ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap zijn volgens de respondenten te bereiken via ontmoetingscentra zoals het vadercentrum Adam, moskee en via familie en betrokkenen van de Marokkaanse cultuur. Volgens de mannen is het van belang dat er eerst met een sleutelfiguur uit de Marokkaanse gemeenschap contact is voor de communicatie. Dit zal tevens een vertrouwde indruk naar de ouderen geven. 11.5 Wat is voor Marokkaanse ouderen belangrijk om de dag door te komen? Welke belemmeringen komen zij daarbij tegen? De belangen bij de ouderen verschillen per sekse. Dit is af te leiden uit de analyse. Er zijn meer citaten bij de vrouwen dan bij de mannen. Dit komt doordat de vrouwen tijdens de interviews meer gesproken hebben over de behoeften, belangen en de belemmeringen die zij in het dagelijks leven tegenkomen. De mannen zijn in een groep geïnterviewd waarbij bleek dat ze onderling eenduidiger waren in hun antwoorden. Dat de woordvoerder/tolk de antwoorden samenvatte droeg ook bij aan de overeenstemming in de antwoorden. De eenstemmigheid onder de mannen droeg bij aan het groepsproces. Daar tegen in gaan zou het groepsproces negatief beïnvloeden. De mannen hebben een groter aantal in het uitgangspunt maatschappelijk en sociaal cultureel. Op grond van het aantal citaten uit deze twee uitgangspunten kan daar uit worden afgeleid dat er meer behoeften en belangen of belemmeringen uit deze uitgangspunten worden ervaren. De vrouwen hebben een groot aantal citaten in het uitgangspunt sociaal cultureel, maatschappelijk en lichamelijk. Op grond van het aantal citaten uit deze drie uitgangspunten kan daaruit worden afgeleid, dat de vrouwen meer behoeften, belangen en belemmeringen onder deze uitgangspunten ervaren. 51
    • De behoeften en belangen die de mannen van het vadercentrum hoofdzakelijk hebben is de behoefte aan contact met ouderen uit de eigen cultuur. Ook het samen zijn met leeftijdsgenoten om te praten over problemen en de wijk. Door samen te zijn kunnen zij elkaar helpen waar nodig is. De mannen doen tevens graag mee met de activiteiten die het vadercentrum aanbiedt. Bij het uitgangspunt maatschappelijk kwam naar voren dat er behoefte is aan ondersteuning in de persoonlijke administratie, financiën en over sociale voorzieningen zoals de AOW. Er is tevens behoefte in maatschappelijke ontwikkeling zoals het leren van de taal en beroepsgerelateerde ontwikkelingen. Uit de interviews is af te leiden dat de mannen niet alles weten over de regelingen van de maatschappelijke voorzieningen. Hierdoor kwamen zij in de problemen. Het zou een optie zijn dat de ouderen er een studie van kunnen maken en deskundigen kunnen uitnodigen. Uit de analyse bleek dat er bij beiden sekse sprake is van sociale, maatschappelijke en lichamelijke beperkingen. Hierdoor zitten voornamelijk de vrouwen in een sociaal isolement waardoor zij niet de mogelijkheden zien om een deskundige uit te nodigen. De mannen zitten niet in hetzelfde sociale isolement als de vrouwen, maar gedragen zich sterk naar de F-cultuur. Het gevolg daarvan is dat hun aandacht gericht is binnen de groep en in eerste instantie niet kijken naar mogelijkheden buiten de groep. Bij de vrouwen zijn er meer problemen naar voren gekomen, die heb ik met meer details behandeld. Het is opvallend dat de mannen het niet vaak hebben over de lichamelijke en emotionele behoeften. De emotionele behoefte is vertrouwen en veiligheid. Bij de emotionele uitgangspunten van de ouderen kwam naar voren dat er behoefte is aan gezelschap, zich ergens thuis te voelen, zowel in Nederland als in Marokko, en aan veiligheid en vertrouwen. Met veiligheid wordt bedoeld dat de ouderen hun eigen cultuur kunnen behouden zoals in de mantelzorg en uitvaart. Maatschappelijk gezien heeft deze vorm van veiligheid te maken met gedeeltelijke assimilatie. Met gedeeltelijke assimilatie wordt bedoeld dat de ouderen zich wel willen aanpassen aan de maatschappij, maar dat zij wel nastreven om zwaarwegende delen van hun cultuur te behouden. Het vertrouwen richt zich op het groepsverband die vooral bij de Mannen sterk aanwezig is. De mannen vinden het belangrijk dat zij de maatschappij kunnen vertrouwen. In het interview kwam naar voren dat zij het vertrouwen in de staat zijn verloren. Lichamelijke behoeften komen aan bod als er over de vrouw wordt gesproken. De mannen vertelden over hun afhankelijkheid die zij hebben van hun vrouw. “Als de vrouw ziek is, dan is dat wel een probleem bij het koken en het huishouden. Voor de vrouw is het moeilijk om voor de man te zorgen omdat zij zelf moeite hebben met zichzelf.” Uit de analyse is op te merken dat de grootste behoeften bij de vrouwen sociaal cultureel van aard zijn. De vrouwen hebben een belangrijke rol in het huishouden en de zorg voor de kinderen. Vervolgens valt deze dagbesteding weg. De kinderen gaan het huis uit en richten zich vervolgens op hun eigen leven. De vrouwen hebben sinds de migratie niet gewerkt omdat zij voor het huishouden zorgden. Het gevolg daarvan is dat zij geïsoleerd raken. De vrouwen hebben daardoor geen contacten buitenshuis opgedaan of enige indrukken verworven van de leefomgeving in de wijk. Daardoor kennen zij de weg in de wijk niet. De belemmeringen die daarbij gepaard kunnen gaan, is dat zij verdwalen. De behoeften die de vrouwen hebben zijn sociale contacten met leeftijdsgenoten uit de eigen cultuur. Het gemis naar oudere herinneringen is bij de vrouwen sterk aanwezig. Zij streven naar het contact van vroeger en willen met anderen over oude herinneringen kunnen praten. Daarbij streven de 52
    • vrouwen naar een eigen ontmoetingsplek waar zij niet alleen met elkaar kunnen praten, maar ook bezig kunnen zijn. Daarnaast willen alle drie de vrouwen niet meer alleen zijn en binnen zitten maar meer naar buiten voor een wandeling. Op maatschappelijk niveau hebben de vrouwen behoefte aan ondersteuning in de administratie en de maatschappelijke voorzieningen zoals regelingen in de AOW verzekering. Bij de lichamelijke uitgangspunten hebben de ouderen van beide seksen behoefte om voor elkaar te kunnen zorgen. De reden waarom ik deze behoefte onder het uitgangspunt lichamelijk heb geplaatst, is omdat het zorgen voor anderen lichamelijke inspanning vraagt. Tevens is dit terug te leiden naar de gesprekken met de Ouderen. De ouderen hebben behoefte om zelfstandig te kunnen bewegen, mobiel te zijn en afstemming te hebben met het klimaat. Afstemming met het klimaat klinkt misschien vreemd, maar de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap hebben behoefte aan het klimaat dat overeen komt met het klimaat van hun thuisland. Volgens de ouderen zou kou bijdragen aan ziekte. Warmte geeft hen lichamelijk een aangenaam gevoel in de lichamelijke gesteldheid. Uit de analyse blijkt dat er sprake is van analfabetisme die een taalbarrière veroorzaakt. “De taal bij de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap is een groot probleem zowel als Nederlands als Arabisch en Berbers.”Analfabetisme is meer aanwezig bij de vrouwen. Door de taalbarrière kunnen de ouderen zich niet goed uitdrukken naar anderen. Zij zouden op deze manier ook niet de behoeften aan contact kunnen uitdrukken naar de mensen buiten hun cultuur. Bij de mannen is deze belemmering ook aanwezig, maar zij zoeken elkaar op. Bij de vrouwen ligt dat wat moeilijker omdat hun netwerk van sociale contacten veel minder is. Door het analfabetisme en de taalbarrière ontstaan er diverse belemmeringen zoals niet kunnen lezen van zowel letters als cijfers. Daarbij komt kijken, dat de ouderen niet de post en administratie kunnen bijhouden, niet de straatnamen kunnen lezen en ook niet de namen en cijfers op de bus en tram kunnen lezen. De volgende risicofactor die daarmee gepaard gaat is sociaal isolement. Door de taalbarrière kunnen de vrouwen zich niet sociaal uitdrukken naar mensen buiten hun cultuur. De daaraan gekoppelde belemmeringen liggen op het maatschappelijke gebied, zoals de persoonlijke administratie en de binnenkomende post. Ook voor een doktersafspraak of het bijhouden van nummertjes bij de polikliniek en apotheek zijn deze ouderen afhankelijk van de kinderen en naasten. Uit de interviews met de vrouwen is gebleken dat er belangen zijn in het behouden van de eigen reputatie. Volgens de ouderenwerkers van stadsdeel Laak, is het voor de mannen onwenselijk als vrouwen in groepsverband met elkaar optrekken. Eén van de geïnterviewden vertelde dat er slecht over hen gesproken zal worden als zij zich zou mengen in een vrouwengroep. Volgens Pinto staat het behouden van een reputatie in verband met eer en dus is hun sociale mobiliteit beperkt. Uit de literatuur blijkt dat kwetsbaarheid, multimorbiditeit en beperkingen van elkaar te onderscheiden zijn (Fried 2001; Daniels et al 2008; Gobbens 2010) zijn, maar vertonen in werkelijkheid wel een overlap (Fried 2001; Deeg en Puts 2007). Bij de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap is zeker sprake van overeenstemming met deze theorie. Door analfabetisme ontstaan er sociale beperkingen en vervolgens sociaal isolement, eenzaamheid en tekortkomingen in zelfredzaamheid in de persoonlijke administratie. Lichamelijke beperkingen veroorzaken vooral bij de vrouwen in de Marokkaanse gemeenschap een sociaal isolement. 53
    • De besproken lichamelijke beperkingen bij de ouderen veroorzaken bijvoorbeeld belemmeringen in de mobiliteit die niet alleen een sociaal isolement veroorzaken maar tevens de emotionele aard van de ouderen beïnvloedt zoals het gevoel van hulpeloosheid. De maatschappelijke beperkingen staan in verband met de lichamelijke en sociale belemmeringen. Omdat de ouderen weinig op de hoogte zijn van de sociale voorzieningen, is er een tekortkoming in het regelen voor de juiste zorgvoorzieningen die hun lichamelijke belemmeringen kunnen verhelpen. In figuur 6.11 zijn de volgende drie elementen uitgekomen die het “Zelf doen” en de genoemde behoeften in figuur 5.10 van de onderzoeksanalyse belemmeren. 11.6 Welke behoeften worden al gerealiseerd? Bij de mannen worden de behoeften vooral op sociaal cultureel gebied gerealiseerd. De mannen hebben een ontmoetingsplek bij het vadercentrum Adam. Zij komen vier keer in de week samen voor activiteiten. Zij zijn ook veel buiten in de wijk en doen samen activiteiten. Op lichamelijk gebied doen de mannen sportieve activiteiten zoals zwemmen en fitness. Figuur 6.11 Op maatschappelijk gebied worden hun behoeftes gedeeltelijk gerealiseerd. Zij krijgen wel ondersteuning in de administratie en in de regelingen over de AOW, maar streven naar meer kennis over het beleid. De mannen hebben de mogelijk om zelf naar buiten te gaan, zich lichamelijk te verplaatsen en anderen te helpen. De mannen zouden volgens Maslow op de vierde laag van de behoeftehiërarchie uitkomen. Uit de interviews is op te merken, dat zij zich nergens thuis voelen, zowel in Nederland niet als in Marokko niet. Daarnaast hadden zij het gevoel dat ze door de Nederlandse staat in de maling zijn genomen. Daaruit kan ik opmaken dat het gevoel van erkenning en waardering te kort komt in de behoefte van de vierde laag van de behoeftehiërarchie. Figuur 7.11 Uit de analyse en de interviews is op te maken dat de vrouwen veel behoeften hebben maar belemmeringen ervaringen in het realiseren van hun behoeften. De behoeften die de vrouwen gerealiseerd hebben zijn vooral lichamelijk zoals eten en drinken. De vrouwen komen mede door de belemmeringen in hun dagelijks leven niet aan andere vier basisbehoeften van de behoeftehiërarchie. Veiligheid en zekerheid zijn moeilijk te realiseren als er op verschillende terreinen sprake is van beperkingen. Daardoor zijn de overige behoeften moeilijk te realiseren. 54
    • De belemmeringen die de zich bij de vrouwen voordoen zijn fysieke belemmeringen zoals mobiliteit, diabetes en op psychosociaal terrein, zoals analfabetisme en maatschappelijk, zoals de AOW en ABWZ. In de theorie van Pinto wordt gesproken over de Ccultuur en de F-cultuur. In een C-cultuur wordt het individu gezien als iemand met een grote persoonlijke vrijheid. Participatie in de maatschappij is dan gebaseerd op persoonlijke beslissingen. In een Fcultuur ziet het individu zichzelf als een lid van een groep En neemt beslissingen op basis van groepsbelangen. In de interviews en de analyse wordt een aantal keren benoemd dat er behoefte is aan groepscontact, zowel bij de mannen als bij de vrouwen. Figuur 8.11 Tevens werd er in het interview benoemd dat de mannen het liefst in een groep gaan zwemmen. Daaruit kan worden afgeleid, dat die ene persoon die uitviel de hele groep beïnvloedde. De groep nam een beslissing om niet meer te gaan zwemmen omdat er een lid uitviel. Volgens Pinto is dit een voorbeeld van een F-cultuur. Uit de interviews met de vrouwen is gebleken dat er belangen zijn in het behouden van een goede naam. Volgens de ouderenwerken van stadsdeel Laak, is het bij de mannen onwenselijk als vrouwen in groepsverband met elkaar optrekken. Eén van de geïnterviewde vrouwen vertelde tevens dat er slecht over hen gesproken zal worden als zij zich mengen in een vrouwengroep. Volgens Pinto staat het behouden van een goede naam in verband met eer. De vrouwen vallen wel binnen een groep als het gaat om de Marokkaanse gemeenschap, maar binnen de Marokkaanse gemeenschap voelen zij zich eenzaam door gebrek aan sociale contacten. De mannen van het vadercentrum hebben wel een eigen groep waar ze mee op trekken. 11.7 Zijn de behoeftes cultureel bepaald? Zo ja, hoe? Terugleidend naar de vorige deelvraag, kan afgeleid worden dat de behoeftes cultureel bepaald zijn. Uit de theorie van Pinto kan uit afgeleid worden dat de behoeften hoofdzakelijk cultureel bepaald zijn. Zowel de mannen als de vrouwen hebben behoeften om in huiselijke kring en buitenshuis met het zelfde geslacht samen te zijn, elkaar te helpen en de eer in stand te houden. De lichamelijke behoeften zijn universeel, maar op emotioneel niveau is dat individueel bepaald. Maatschappelijke behoeften hebben ook betrekking op de cultuur. Door bijvoorbeeld inzicht te hebben in de AOW en ABWZ, kunnen zij niet alleen zichzelf helpen, maar ook hun cultuurgenoten. Volgens Pinto is behulpzaamheid binnen de eigen cultuur kenmerkend voor een F-cultuur. In hoofdstuk twaalf zal dieper ingegaan worden op de kenmerken van Pinto en de relatie met het onderzoek. 55
    • 11.8 Wat vinden kwetsbare ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap zelf hoe zij de dag doorkomen? Uit de interviews is af te leiden dat de mannen van de Marokkaanse ouderengemeenschap tevreden zijn met hun dagindeling. De vrouwen echter ervaren een andere beleving in hun dagbesteding. Uit de vorige deelvragen is af te leiden dat de vrouwen belemmeringen ervaren in het realiseren van deze behoeften. De mannen hebben een ontmoetingsplek bij het vadercentrum waar zij hun behoeften kunnen nastreven. De vrouwen echter hebben geen ontmoetingsplek om met leeftijdsgenoten uit de cultuur in contact te komen. Uit de analyse kan worden afgeleid dat de vrouwen niet meer alleen thuis willen zitten en zich eenzaam willen voelen maar zelfstandig of met iemand samen naar buiten willen. Tevens willen de vrouwen uit het Marokkaanse gezelschap meer lichaamsbeweging en gezelligheid met hun leeftijdsgenoten zoals de mannen dat in het vadercentrum hebben. Het ligt wellicht voor de hand dat de behoefte aan sociale cohesie door de vrouwen kan worden opgelost door zich te organiseren en samen te komen. Het blijkt echter dat dit door culturele omstandigheden niet gebeurd. 11.9 Wat kan CvO in Laak betekenen voor de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap Volgens de mannen uit de Marokkaanse gemeenschap, kan het CvO bijdragen in betrokkenheid van de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap. Daarbij willen de mannen het contact met het CvO aangaan om met elkaar in gesprek te gaan om de betrokkenheid onder de ouderen te vergroten. Zowel de mannen als de vrouwen willen meer ondersteuning in de regelingen van de maatschappelijke voorzieningen. Het CvO kan voor de vrouwen ondersteuning bieden in het oprichten van een ontmoetingsplek voor vrouwen uit de Marokkaanse ouderengemeenschap. De vrouwen streven naar een eigen ontmoetingsplek waar zij in samenzijn met leeftijdsgenoten uit de eigen cultuur de dag door kunnen komen. Twee van de respondenten zou graag willen zien dat het CvO stappen onderneemt in het organiseren van culturele activiteiten zoals traditionele spelletjes, het organiseren van uitjes zodat de ouderen meer zien van Nederland en de omgeving en themafeesten zoals Id al-Adha (het offerfeest), Iftar (de maaltijd die gedurende de vastenmaand genuttigd wordt direct na zonsondergang) en Id-alFitr (het Suikerfeest). 11.10 Terugkoppeling Na alle deelvragen beantwoord te hebben, zal er een terugkoppeling worden gemaakt naar de onderzoeksvraag. Hiermee zal er antwoord gegeven worden op de onderzoeksvraag. De onderzoeksvraag is Wat zijn de behoeften van kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak om de dag zelfredzaam door te komen? 56
    • Uit de analyse kan ik de volgende behoeften afleiden: Het antwoord op de onderzoeksvraag is af te leiden uit figuur 5.10. In het diagram worden vier uitgangspunten beschreven waaronder de behoeften die uit de analyse zijn voortgekomen. De vier uitgangspunten versterken elkaar omdat deze voor de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap van belang zijn om de dag zelfredzaam door te komen. Uit de analyse is af te leiden, dat deze uitgangspunten fundamenteel zijn in de behoeftes, belangen en belemmeringen in de leefwereld van de ouderen. In figuur 9.11 worden de uitgangspunten van hun behoeften weergeven. In de interviews is naar voren gekomen dat er sprake is van kwetsbaarheid in verschillende vormen. Bij de vrouwen in grote mate op lichamelijk en sociaal terrein, waardoor zij beperkt zijn in het nastreven van hun behoeften. Alle drie de geïnterviewde vrouwen kampen met multimorbiditeit waaronder suikerziekte die andere lichamelijke klachten veroorzaakt. Figuur 9.11 Daarnaast zijn zij beperkt in hun taal in zowel het Arabische als het Nederlandse als het Berbers. Tevens is er bij de ouderen sprake van analfabetisme en daardoor een tekort van kennis van sociale en maatschappelijke voorzieningen. Bij de mannen is er vooral sprake van sociale en maatschappelijke beperking. Uit het interview is af te leiden dat zij vaak problemen hebben met de AOW-uitkering omdat zij niet van alle regelingen op de hoogte zijn. Bij hen heerst er een mindere mate van analfabetisme, maar ook zij hebben moeite met de Nederlandse taal. Tevens is uit de interviews af te leiden dat de mannen het dagelijks leven als moeilijk zal ervaren als de vrouw ziek wordt of afwezig is. Er is bij de mannen daarom op zekere hoogte sprake van sociale kwetsbaarheid. Vrouwelijke respondenten blijken grotere taalproblemen te hebben en in een groter sociaal isolement te zitten. Daardoor ervaren de vrouwen meer belemmeringen in het realiseren van zelfredzaamheid. 57
    • 12. Discussie Het is opvallend dat vooral de vrouwen in de Marokkaanse ouderen gemeenschap in stadsdeel Laak geen eigen ontmoetingsplek hebben. Uit het onderzoek komt sterk naar voren dat de vrouwen behoefte hebben aan een eigen ontmoetingsplek waar zij met leeftijdsgenoten binnen hun cultuur samen kunnen zijn, met elkaar gezellig kunnen praten en bezig kunnen zijn met activiteiten. De mannen in stadsdeel Laak hebben al wel een eigen ontmoetingsplek. Het is mooi om te zien dat de mannen en de vrouwen de zelfde behoeften en belangen hebben, maar dat deze alleen door de mannen gerealiseerd wordt. Dit onderzoek was niet gericht op seksespecifiek onderzoek, maar de resultaten laten op dat gebied wel duidelijk verschil de realisatie van hun behoeften zien. De vraag is hoe dit kan. In de interviews is gesproken over het behouden van een goede naam. Tevens is dat een culturele behoefte. Het zou niet gebruikelijk zijn dat vrouwen in de Marokkaanse ouderengemeenschap in groepen buiten zitten, voornamelijk buiten in het openbaar. Zouden de ouderen door het nastreven van culturele behoeften daardoor niet beperkt zijn in het samenzijn? In het onderzoek stond zelfredzaamheid of ook wel “zelf doen” centraal. Als conclusie kan ik over “zelf doen” het volgende formuleren: Wat willen de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap, wat geeft hen zingeving in het dagelijks leven en wat houdt hen tegen om dit te realiseren? Daarbij zijn tevens de belemmeringen in kaart gebracht. Zowel de mannen als de vrouwen stuitten op een aantal belemmeringen in hun behoeften. De vraag echter is, hoe zouden zij dit in Marokko doen? zoals eerder benoemd in de analyse, komen de ouderen uit kleine dorpjes in Noord-Marokko. In het dorp is er sprake van een groepscultuur. Dat betekent dat zij te allen tijde samen zijn en elkaar bijstaan waar nodig. Een groepscultuur is volgens Pinto kenmerkend als een F-cultuur. In tegenstelling met een C-cultuur, is er geen sprake van individualisering. De groep bestaat uit verschillende individuen waar ieder zijn eigen manier van uitdrukking heeft. Maar als het komt op samen zijn en elkaar steun bieden, dan is er zeker sprake van een F-cultuur. Daarnaast handelt het individu op basis van een beslissing die op groepsniveau is genomen. Volgens Pinto kenmerkt de C-cultuur zich met de westerse samenleving. Om een verbinding te leggen met onze huidige cultuur, zijn er wel F-culturen in Nederland maar deze bevinden zich in een westerse samenleving waar de C-cultuur overheerst. In een C-cultuur handelen mensen volgens individuele beslissingen en in onafhankelijkheid. Daarnaast is de Nederlandse samenleving veranderd door verwesterlijking. Tussen de jaren `60 en `70 was het tevens gebruikelijk dat de man de kostwinner was en dat de vrouw zorgde voor het huishouden. De Marokkaanse ouderen zijn rond die tijd gemigreerd en hun cultuur paste daarom toen meer in de cultuur van de Nederlandse maatschappij. De vrouwen kwamen door het huishouden en de zorg voor de kinderen niet veel buiten. Binnen het huis hadden zij hun man en kinderen en daarom voldoende gezelschap. Met de jaren mee zijn de kinderen groot geworden en vervolgens het huis uit gegaan. Het idee is dat de vrouwen lang in dit patroon zijn blijven zitten. Doordat zij niet veel buiten kwamen, hebben zij zich op bepaalde gebieden niet ontwikkeld zoals het opdoen van sociale contacten, scholing en verkenning van de omgeving. Daarnaast deed de man alles op het gebied van werk en inkomen. Daardoor zou er een vorm van afhankelijkheid zijn ontstaan. 58
    • Om terug te komen op de probleemstelling voor de terugkoppeling naar de discussie: Waar komen kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak hun bed voor uit? Ik ben van mening dat de probleemstelling meer van toepassing is bij de vrouwen dan bij de mannen in de Marokkaanse gemeenschap in stadsdeel Laak. Uit de analyse is gebleken dat de problemen bij de vouwen groter zijn dan bij de mannen door taalproblemen en sociaal isolement. Om terug te komen op het heden kan ik hieruit opmaken dat de ouderen, vooral de vrouwen, belemmeringen ervaren in hun behoeften door factoren die zich vanuit het verleden hebben ontwikkeld. Teven zijn de belemmeringen verbonden aan culturele factoren. Gezien de discussie kan ik hieruit afleiden dat de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap hoofdzakelijk hun bed uit komen om samen te zijn met anderen en voor sociale contacten. Daarbij is het behouden van eigen cultuur (gedeeltelijke assimilatie) van groot belang. Daarnaast hebben de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap behoefte elkaar te helpen en te ondersteunen, want zo ging dat toen in het dorp waar zij vandaan kwamen. Bij de mannen wordt dit al gerealiseerd, bij de vrouwen niet (meer). Waarom dit bij de vrouwen niet meer gebeurd is omdat de nieuwe generatie Marokkanen aan het verwesteren is. De ouderen uit de eerste generatie hebben geen inburgeringcursus gedaan en hebben niet gewerkt. Daarnaast zijn de kinderen uit huis. De ouderen hebben niet meer het gezin in huis waar normaal gesproken saamhorigheid is. In Nederland moet iedereen werken zowel mannen als vrouwen. Het is daarom moeilijk voor de nieuwe generatie om zich dermate aan de normen en waarden van de F-cultuur te houden. Ik ben van mening dat het wel mogelijk is dat de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap en de Marokkanen uit de eerste en tweede generatie bij kunnen dragen in het samenzijn. Omdat de Marokkanen van stadsdeel Laak in de grote stad wonnen en niet in een dorp, zijn daar hulpmiddelen voor nodig. Het middel wat hier voor ingezet kan worden is een ontmoetingsplek in de wijk voor de specifieke doelgroep ouderen. Een ontmoetingsplek dat afgestemd is op de leefstijl van de ouderen en waar ouderen uit verschillende culturen elkaar kunnen ontmoeten. De vrouwen hebben last van multimorbiditeit waaronder diabetes, slecht ter been zijn en overige kwalen die terug te lezen zijn in de interviews in bijlage 2,4 en 5. Volgens Miller (2011) bestaat de kans dat ziekte zich kan vergroten wanneer mensen eenzaamheid ervaren. Er kunnen zich veranderingen voor doen in het immuunsysteem, zenuwstelsels en in hart en vaten. Wilkinson & Marmot (2003) constateerden tijdens het onderzoek dat sociale isolatie en uitsluiting kunnen leiden tot vroegtijdig overlijden en een kleinere kans om een hartaanval te overleven. Een ontmoetingsplek is daarom noodzakelijk voor de vrouwen in de Marokkaanse ouderengemeenschap. Voor de mannen is een ontmoetingsplek net zo belangrijk, maar deze behoefte is bij hen al gerealiseerd. 59
    • 13. Aanbevelingen 13.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de aanbevelingen toegelicht. Het doel van dit onderzoek is om een beter beeld te krijgen over de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap. Daarnaast is het de bedoeling om er achter te komen wat de ouderen overdag bezig houdt om de dag zelfredzaam door te komen. In het onderzoek is duidelijk in beeld gekomen dat de mannen de mogelijkheid hebben om hun behoeften te kunnen realiseren bij het vadercentrum en dat de vrouwen belemmerd worden door een aantal factoren (zie figuur 6.11). In eerste instantie is het van groot belang dat het vertrouwen tussen de Marokkaanse ouderen en het CvO toeneemt. Het vertrouwen kan positieve effecten hebben in de sociale omgang met de ouderen. Bij de vrouwen is vertrouwen extra van belang omdat zij zich geïsoleerd hebben van hun omgeving. Het vergroten van vertrouwen kan via het netwerk van de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap, zoals via familie en cultuurgenoten. Het vergroten van vertrouwen kan op deze manier de sociale omgang met de ouderen bevorderen. Op deze manier krijgt het CvO de mogelijkheid om diepere inzichten te krijgen over de leefstijl van de ouderen. Dit onderzoek is een schets van de leefwereld van de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap, maar het is beter om op een actieve manier via goed contact en via een vertrouwde omgang meer te weten te komen over de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap. Het CvO kan met de verworven inzichten van de Marokkaanse leefstijl, die deels beschreven is in hoofdstuk 4 de activiteiten en projecten beter daarop afstemmen. In het onderzoek zijn de behoeften en belangen van de ouderen in beeld gebracht (zie hoofdstukken 9,10 en 11). Daarnaast hebben de ouderen belangen die ondersteuning kunnen bieden in de realisatie van hun behoeften. Het CvO kan bijdragen aan activiteiten die de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap ondersteuning bieden in de realisatie van hun behoeften en belangen. 13.2 Aanbevelingen De aanbevelingen die uit dit onderzoek naar voren komen om in de behoeften van de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap te voorzien op maatschappelijk, emotioneel, lichamelijk en sociaalcultureel terrein vallen uiteen in twee delen. Namelijk enerzijds op het gebied van huisvesting en anderzijds via de onderstaande punten die kunnen bijdragen om de dag zelfredzaam door te komen. 1. Een toerbuurt is in het kader van “zelf doen” de goedkoopste en eenvoudigste manier om de eigen kracht van de ouderen te stimuleren. Bij een toerbuurt is het de bedoeling dat de ouderen in de wijk bij elkaar thuis op de koffie komen en samen de tijd doorbrengen. Doordat er bij de vrouwen sprake is van een taalbarrière en lichamelijke beperkingen, zal daarbij wel een begeleider nodig zijn voor de mobiliteit en die kan functioneren als gids. Daarnaast kan het voor komen dat de partner nog bij de vrouw of man thuis woont. Het is in de islamitische cultuur niet gebruikelijk dat de man en de vrouw buiten huiselijke kringen gezamenlijk in een ruimte zijn. Uit de interviews is af te leiden dat bij de eerste generatie Marokkanen deze norm nog van kracht is. Dat zou betekenen dat de man of de vrouw afwezig moet zijn voor het bezoek. Voor de mannen zou toerbuurten naast het vadercentrum tevens een geschikte 60
    • activiteit zijn maar ook hier geldt dat de vrouw niet in haar eigen huis aanwezig kan zijn of zich moet afzonderen wanneer er een man van buiten het gezin zich in het huis in een gemeenschappelijke ruimte bevindt. Voor de ouderen die verweduwd zijn, is toerbuurten in dit geval meer geschikt. 2. Het creëren van een ontmoetingsplek waar zowel mannen als vrouwen een eigen ruimte hebben voor ontmoeting en saamhorigheid. Om de kosten te besparen, kan de ontmoetingsplek zich ontwikkelen in een bestaand gebouw van een welzijnsorganisatie. Het advies is om de ontmoetingsplek in samenwerking met de Marokkaanse gemeenschap op te zetten. De reden is dat de betrokkenen van de ouderen tevens streven naar een ontmoetingsplek voor de ouderen en vooral voor de vrouwen. De ontmoetingsruimtes zullen zo ingedeeld worden dat ze voor zowel Marokkaanse ouderen als niet-Marokkaanse ouderen gebruikt kunnen worden. Het voorstel is dat het gebruik van de ruimte voor man en vrouw is maar gerouleerd zal worden tussen de verschillende culturele groepen. Het is van belang dat deze ruimte zo wordt ingericht dat iedereen zich er thuis kan voelen. Momenteel is er is stadsdeel Laak het moedercentrum de Koffiepot. Het moedercentrum is niet specifiek voor ouderen maar voor alle vrouwelijke doelgroepen. Het CvO kan met het moedercentrum bemiddelen of er een zaal aangepast kan worden die aansluit op de leefstijlen van de ouderen. Daarnaast kan overwogen worden om het programma van het moedercentrum zo aan te passen dat de ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap de gelegenheid krijgen om bij elkaar te komen. Daarnaast kan er gekeken worden of in het gebouw van het CvO er mogelijkheden zijn voor de genoemde overwegingen. 3. Het organiseren van activiteiten die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling van de ouderen zoals het geven van voorlichting over omgaan met persoonlijke administratie en het geven van voorlichting over de beschikbare sociale en zorgvoorzieningen. Dit met behulp van een tolk. De vrouwen kunnen geïnformeerd worden hoe de regelingen van de AOW werken, echter hebben zij extra ondersteuning nodig bij het invullen van formulieren. Dit zou betekenen dat anderen dit voor de vrouwen moeten doen omdat zij niet kunnen lezen of schrijven. 4. Het organiseren van culturele activiteiten die de sociale cohesie in de wijk doen toenemen zoals culturele themafeesten en traditionele spelletjes. 5. In het kader van maatschappelijk werk zou er per sekse een vaste medewerker aangesteld kunnen worden. Dat wil zeggen, een vaste medewerker alleen voor de mannen en een vaste medewerker alleen voor de vrouwen. De analyse suggereert namelijk dat de Marokkaanse ouderengemeenschap gediend zal zijn met een vaste, voltijd contactpersoon die zorg draagt voor de ouderengemeenschap zelf, de communicatie van de groep naar de overheid en vice versa voor zijn/haar rekening kan nemen en die daarbij ook kan tolken. 13.3 Huisvesting Het is opvallend dat de ouderen die betrokken waren in dit onderzoek zich nergens thuis voelen. Dit gevoel hebben zij niet alleen in Nederland maar ook in Marokko. De mannen hebben aangegeven dat zij er aan gewend zijn. Met andere woorden, zij hebben er door zelfredzaamheid mee leren leven. De vrouwen echter missen het dropsgevoel, het samenzijn en de saamhorigheid. Je ergens thuis voelen 61
    • heeft vooral te maken met huisvesting. Het is daarom van belang dat er ook gekeken wordt naar de omgevingsfactoren. In het kader van huisvesting kan het CvO kijken naar mogelijkheden bij samenwerkingspartners. Eén van de stichtingen die zich inzet voor innovatie in gemeenschappelijk wonen is Stichting Sing. Stichting Sing zet zich in voor het aanbod in verruiming en vernieuwing voor gemeenschappelijke woonvormen. Een gemeenschappelijke woongroep zou een goed alternatief zijn voor de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap. Via een gemeenschappelijke woongroep komen zij toe aan de sociaal culturele behoeften die tevens bevorderlijk zijn voor de maatschappelijke, emotionele en lichamelijke behoeften. Volgens het boek Gemeenschappelijk Wonen (Sandvliet, 2013) draagt wonen in een gemeenschappelijke woongroep bij aan een dorpsgevoel. Daarnaast heeft gemeenschappelijk wonen een positieve invloed op zelfredzaamheid. Het advies is om het contact aan te gaan met Stichting Sing om te kijken welke mogelijkheden er zijn om de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap te betrekken in de projecten en ontwikkeling van Stichting Sing. Een van mijn aanbevelingen om het isolement van de Marokkaanse ouderen gemeenschap tegen te gaan is om de ruimte ook te gebruiken voor ouderen buiten de Marokkaanse gemeenschap die ook te kampen hebben met dezelfde problematiek. Om de aanbeveling kort samen te vatten is het eerst van belang dat het vertrouwen toeneemt tussen de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap en het CvO. Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met het Marokkaanse idee van gastvrijheid met alle stadia die daar bij horen. Het advies was daarvoor een vaste medewerker aan te stellen per sekse. Daarnaast is afstemming van de juiste activiteiten en ondersteuning die aansluiten op de leefstijl van de ouderen en vervolgens afstemming in de omgevingsfactoren door middel van huisvesting in de vorm van een gemeenschappelijke woongroep wenselijk. Figuur 10.13 62
    • Bibliografie Botton, A. de (2004). Status angst. Atlas. Centraal Plan Bureau. (2012, augustus 18). vergrijzing. Retrieved augustus 18, 2012, from www.Cpb.nl: http://www.Cpb.nl/onderwerp/vergrijzing. Centrum voor Ouderen in Laak. (2012). Voortgangsrapportage pilot Laak. Dem Haag: Centrum voor Ouderen in Laak. D. B. Hogan, C. M. (2003, mei 30). Aging Clinical and Expirimental Research. Models, definitons, and criteria of frailty. Canada: Editrice Kurtis. Den Draak M., d. K. (2011). Ouderen Migranten. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Dr. Oudenampsen D., D. d. (2002). Woon-, zorg- en welzijnswensen van Marokkaanse ouderen,Vraaggericht werken aan voorzieningen voor Marokkaanse ouderen. Gouda: Verwey-Jonker Instituut. Gemeente Den Haag (2009). Allochtone ouderen in Den Haag, Enkele demografische kenmerken. Den Haag: Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn. Glassman W.E., H. M. (2009). Approaches to psychology. New York: McGraw-Hill Education. H. K. (2009). Levensloopsociologie. Bussum: uitgeverij Coutinho. H., N. (2012). WETENSCHAPPELIJK WERK IN EN RONDOM HET ‘CENTRUM VOOR OUDEREN’ (CVO) LAAK 2012. 2012: CvO Laak. Haagse Ouderen.nl. (z.d). Basisgegevens over Marokkaanse ouderen in Den Haag . Opgeroepen op december 24, 2012, van haagseouderen.nl: http://www.haagseouderen.nl/professionals/item/marokkaanse-ouderen-migratie-en-cultureleachtergrond/test/menu-id-1456 Hintum, A. (2012). Grijs goud. Maatwerk nummer 3-juni 2012 , 25. Kuiwenhoven, M. (2012, juli 11). Zorgen in de zorg. Retrieved Augustus 18, 2012, from centric: http://centric.eu/NL/Default/Branches/Zorg/Blogs.aspx/2012/07/11/Zorgen-in-de-zorg M., v. L. (2012). Pilot 'Centrum voor (kwetsbare ouderen) in Laak. Den Haag: CVO LAAK. Molen, A. (2012). Overleven. Maatwerk nummer 3-juni , 27-29. ouderen, e. l. (2013, mei 16). zingeving. Opgehaald van expertisenetwerk levensvragen en ouderen : http://www.netwerklevensvragen.nl/enl/Wat-zijn-levensvragen/Themas-rondom-zingeving.html. Peeters P., C. C. (2012). Onder Het Mom van Zelfredzaamheid. Eindhoven : Uitgeverij Pepijn BV. Pinto D., (2002). Intercultural Communication. Leuven - Apeldoorn: Garant Publisher. Planbureau, S. C. (2011). Kwetsbare Ouderen . Den Haag : Sociaal Cultureel Planbureau. 63
    • Productiegroep Epidomiologie, M. z. (2010). Gezondheidsmonitor. Den Haag: Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn. R., S. (2004). Gezondheid en welzijnvan allochtone ouderen. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. Sandvliet, A. (2013). Gemeenschappelijk wonen. Den Haag: Stichting Sing. Schalken, F. (2012). Digitale ouderen. Maatwerk nummer 3 - juni , 14-15. Simmerman S. (2012). Zelfredzame ouderen online, Welke factoren speken een rol bij zelfredzaamheid en internetactiviteit onder ouderen? Rotterdam: Erasmus Universiteit. Smits, C. v. (2012). De spannendste doelgroep. Maatwerk nummer 3 - juni , 3-5. Sociaal Cultureel Planbureau. (2011). Kwetsbare ouderen . Retrieved augustus 18, 2012, from Sociaal en Cultureel Planbureau: http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2011/Kwetsbare_ouderen Transmuraal, D. H. (2011, December). Meer eigenwaarde door zelfredzaamheid. Retrieved augustus 18, 2012, from Transmuralezorg.nl: http://www.transmuralezorg.nl/pdf/tijdschrift/dht-2011-4/dht2011-4-06.pdf Transmuraal, D. H. (2011, december). zelfredzaamheid bij Ouderen. Retrieved augustus 18, 2012, from Transmuralezorg.nl : http://www.transmuralezorg.nl/pdf/tijdschrift/dht-2011-4/dht-2011-412.pdf Transmuraal, D. H. (2011, december). Zelfredzaamheid en wonen. Retrieved augustus 18, 2012, from Transmuralezorg.nl: http://www.transmuralezorg.nl/pdf/tijdschrift/dht-2011-4/dht-2011-4-07.pdf Verhoeven, N. (2010). Wat is onderzoek. Den Haag: Boom onderwijs. Woodhouse K.W., W. H. (1988). Who are the Frail Elderly? Quarterly Journal of Medicine, New Series 68, No 225, 505-506. 64
    • Bijlage 1 Topiclijst interview met ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap in stadsdeel Laak De probleemstelling: Waar komen kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak hun bed voor uit? Onderzoeksvraag Wat zijn de behoeften van kwetsbare ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in het Haagse stadsdeel Laak om de dag zelfredzaam door te komen? Deelvragen: 1. Een profiel van de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap in de deelgemeente Laak 2. Hoe kunnen de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap benaderd worden? 3. Wat is voor Marokkaanse ouderen belangrijk om de dag door te komen? Welke belemmeringen komen zij daarbij tegen? 4. Welke behoeften worden al gerealiseerd? 5. Zijn de behoeften cultureel bepaald? Zo ja, hoe? 6. Wat vinden kwetsbare ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap zelf hoe zij de dag doorkomen? 7. Wat kan CvO in Laak betekenen voor de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap? Deze topiclijst wordt gebruikt om informatie te verzamelen van verschillende respondenten. De topiclijst heeft tevens als doel om de levensloop van de respondent in kaart te brengen. In opdracht van het CvO in Laak, zijn de onderwerpen verdeeld in drie tijdsfasen (heden, verleden en toekomst). Vervolgens zal de informatie over de levensloop worden verwerkt in een biografie. 1. Heden  Kunt u wat vertellen over uw achtergrond?  Welke behoeften en belangen heeft u momenteel?  Wat is momenteel voor u belangrijk in het dagelijks leven?  Hoe ziet uw dagbesteding er uit?  Wat verstaat u onder “Zelf doen”? 65
    •  Wat zijn uw talenten?  Wat is volgens u het probleem bij de ouderen binnen uw gemeenschap? 2. Verleden  Kunt u wat vertellen over het verloop van uw jeugd?  Welke tradities worden nagestreefd binnen uw gemeenschap?  Wat was toen uw levensvisie of levensdoel?  Waar was u goed in (talenten)?  Wat gaf u zingeving in het leven?  Kunt u wat vertellen over uw migratieverloop naar Nederland?  Welk beeld had u toen over Nederland? 3. Toekomst  Wat zou u willen ontwikkelen in het “zelf doen”?  Wat is volgens u de oplossing bij de ouderen binnen uw gemeenschap?  Wat zou u willen ontwikkelen aan uw dagbesteding?  Welke talenten zou u willen ontwikkelen?  Welke behoeftes en belangen zou u nog willen nastreven?  Hoe zouden mensen uit een andere culturele gemeenschap in contact kunnen komen met de Marokkaanse gemeenschap?  Wat kan het CvO in Laak voor u betekenen in de toekomst? 66
    • Bijlage 2 1e Interview in stadsdeel Laak Respondent 1 Leeftijd: 81 jaar Datum 14-03-2013 Afkomst: Marokko Rifgebergte Nador Tolk: dochter respondent 1. Heden  Kunt u wat vertellen over uw achtergrond? Ik kom uit een gezin met vier broers en twee zussen. Al mijn broers zijn overleden en een van mijn zussen. Mijn andere zus leeft nog en woont in Marokko. Ik ben opgegroeid in Nador, een plaatsje in het Riftgebergte. Ik heb acht kinderen waarvan 3 zoons en vijf dochters. Eén dochter woont in Duitsland, de rest van mijn kinderen wonen in Nederland. Ik woon momenteel 35 jaar in Nederland.  Welke behoeften en belangen heeft u momenteel? De behoeften die ik heb is zelfstandig naar buiten kunnen gaan. Ik wil ook meer sociale contact met mijn leeftijdsgenoten van mijn cultuur. Doordat ik niet kan lopen, kan ik ook niet zelfstandig naar buiten. Toen ik op de Leyweg woonde, ging ik vaak naar buiten. Ik kon toen nog lopen. In Marokko keek ik altijd naar de zonsopgang. Nu zit ik alleen maar achter mijn raam naar buiten te kijken. Ik voel me daardoor eenzaam omdat ik door mijn beperking niet in contact met anderen kan komen. Met de buren heb ik niet veel contact en mijn dochter kom wel eens langs. Mijn kinderen hebben hun eigen leven, daar zie ik wel verandering in.  Wat is momenteel voor u belangrijk in het dagelijks leven? Mijn man was het belangrijkste in mijn leven. Mijn man is in Nederland overleden aan een hartstilstand, wij waren 60 jaar samen. Hij was 81 jaar toen hij overleed, hij zou nu 83 jaar zijn geweest. Ik was sinds mijn 18e met mijn man getrouwd. Wij waren altijd samen. Ik was vrij in mijn relatie, ik mocht alleen naar buiten en naar Marokko. Mijn man had veel vertrouwen in mij. Ik heb een tijd voor hem moeten zorgen wat soms wel moeilijk was. Normaal zorgde mijn man voor mij en toen moest ik voor hem zorgen. Ik was dat niet gewend. Met mij ging het qua gezondheid ook minder waardoor werd het ook lastiger om voor mijn man te zorgen. Ik mis mijn kinderen en slaap daardoor slecht. Ik moet veel aan vroeger denken toen ik nog voor hen zorgde. Ik zorgde ook voor kinderen buiten mijn gezin en voor mijn kleinkinderen. Zorgen voor de kinderen gaf mij een doel in het dagelijks leven.  Hoe ziet uw dagbesteding er uit? 67
    • Ik ben meestal rond 6:00 uur wakker, dan ga ik naar het raam om de zonsopgang te zien. De gordijnen mogen absoluut niet dicht van mij. Daan ga ik eten en dan neem ik de dag door in mijn rolstoel. Ik kwam één keer in de week in het moedercentrum De Koffiepot, maar kom er tegenwoordig niet zo vaak meer door mijn beperking. Ik ga af en toe naar Marokko, dat is mijn uitvlucht. Ik krijg daar vaak bezoek van schoonfamilie en genoeg hulp in de verzorging. De reis naar Marokko in het vliegtuig gaat wel steeds moeizamer merk ik. Vooral als ik naar het toilet moet.  Wat verstaat u onder “Zelf doen”? “Zelf doen” is wanneer ik zelfstandig naar buiten kan lopen. Ik kon eerst zelf met de rollator naar de supermarkt lopen, nu lukt dat niet meer. Dochter: “Ik probeer haar nog zoveel mogelijk zelf dingen te laten doen, als het echt niet gaat, dan help ik haar”. Respondent: Ik heb momenteel aan de linkerkant een kunstheup. In het verleden had mijn kunstheup complicaties waardoor lopen pijnlijk en moeizaam ging. Ik heb momenteel geen rechter heup en kan daarom nauwelijks lopen. Ik breng de dag door in mijn rolstoel. Door de complicatie werd ik ook zieker. Ik heb ook diabetes. In 2002 kreeg ik een pacemaker. Ik heb ook een tijd in het verpleeghuis moeten revalideren. Ik vond het daar verschrikkelijk. Ik had geen vrijheid want ik kon niet eten en drinken wanneer ik wilde. Ik was afhankelijk van het systeem van de verplegers. En daar waren ook weinig mensen van mijn cultuur. Ik was blij toen ik weer naar huis kon. Mijn schoonzus zorgt momenteel voor mij door middel van een PGB. Toen mijn man overleed, heeft mijn dochter voor de financiën gezorgd. Er moest veel papierwerk gedaan worden voor de AOW. Ik ben in mijn jeugd niet naar school geweest en kan daarom niet lezen en schrijven. Dochter: “Mijn moeder weet wel hoe ze moet bellen en welke knop ze moet drukken om op te nemen, maar weet niet welke cijfers ze moet intoetsen om een nummer te bellen”. Ik ben afhankelijk van mijn kinderen en familie voor het lezen van de post. Dochter: “Ik merk dat mijn moeder een beetje vergeetachtig aan het worden is, misschien is het een lichte vorm van dementie”.  Wat zijn uw talenten? Dochter: ‘Dat is een goeie vraag”. Respondent: (Met een lach) Mijn talent is vooral mijn mond. Ik hou van praten en dat is het enige wat ik momenteel nog kan. Af en toe kan ik wel koken.  Wat is volgens u het probleem bij de ouderen binnen uw gemeenschap? Het probleem is dat er voor vrouwen geen ontmoetingsplek is. De vrouwen in onze gemeenschap hebben behoefte aan sociale contacten, om samen leuke dingen te doen. De taal is ook een probleem, wij kennen niet goed de weg in Nederland. Nu sommige vrouwen geen man meer hebben, kunnen zij veel dingen niet zelf zoals de post en financiën. Ook de omgeving is voor sommige vrouwen onbekend. 2. Verleden  Kunt u wat vertellen over het verloop van uw jeugd? Ik ben opgegroeid in Nador, een plaatsje in de Riftgebergte. Ik had vier broers en twee zussen. Ik heb een goeie jeugd gehad. Ik trouwde op mijn 18e met mijn man.  Welke tradities worden nagestreefd binnen uw gemeenschap? 68
    • Alles ging goed, het is gebruikelijk dat de vrouw het huishouden doet en dat de man gaat werken. De vrouw mocht de man niet afwijzen. (Met een lach) Vrouwen regeren nu, mannen hebben niets meer te zeggen, mannen moeten nu een rok dragen. Het geloof is ook belangrijk in onze cultuur.  Wat was toen uw levensvisie of levensdoel? Ik wilde een goede plek voor mijn kinderen en de kans gebruiken om Europa te zien. Ik wilde alles doen om naar Nederland te komen. Door omstandigheden had mijn man eerst afgehaakt want we zouden eigenlijk eerder komen.  Waar was u goed in (talenten)? Daar heb ik eigenlijk niet over nagedacht. Ik hield mij bezig met andere dingen zoals mijn gezin. Ik kon wel altijd lekker koken.  Wat gaf u zingeving in het leven? Het zorgen voor mijn gezin en werken aan een betere toekomst voor ons gezin. Mijn kinderen hadden een grote betekenis voor mij. Al mijn kinderen zijn in Marokko geboren. Dochter: “Mijn vader hield meer van meisjes dan van jongens. Jongens veroorzaken in zijn ogen meer problemen door de levensverwachtingen. Wij zijn toen in de jaren `60 met het gezin naar Nederland gekomen”.  Kunt u wat vertellen over uw migratieverloop naar Nederland? Mijn man is eerder naar Nederland gekomen, wij zijn toen later met het gezin gekomen. Nederland is wel anders dan Marokko. In Marokko is het warm, in Nederland is het veel kouder.  Welk beeld had u toen over Nederland? In die tijd waren er wat onaangename situaties met mijn man. Ik had niet specifiek een beeld over Nederland maar door deze situatie had ik geen fijne ervaring in Nederland. Ik wist pas van zijn situatie toen ik al naar Nederland geëmigreerd was. Ik zat te twijfelen of ik in Nederland zou blijven of terug zou gaan naar Marokko. Ik ben toch gebleven voor mijn kinderen. 3. Toekomst  Wat zou u willen ontwikkelen in het “zelf doen”? Het enige waar ik mijzelf mee kan redden is met mijn mond.  Wat is volgens u de oplossing bij de ouderen binnen uw gemeenschap? Een ontmoetingsplek voor vrouwen, waar wij samen kunnen komen en waar wij over onze oude herinneringen kunnen praten.  Wat zou u willen ontwikkelen aan uw dagbesteding? Ik zou meer naar buiten willen, iemand die met mij kan wandelen zodat ik meer naar buiten kan. Ik wil me niet meer eenzaam voelen.  Welke talenten zou u willen ontwikkelen? 69
    • Dat weet ik niet, ik kan momenteel niet veel meer behalve praten.  Welke behoeften en belangen zou u nog willen nastreven? Meer contact leggen met de omgeving en vaker naar buiten kunnen gaan.  Hoe zouden mensen uit een andere culturele gemeenschap in contact kunnen komen met de Marokkaanse gemeenschap? Dochter: “Mensen kunnen met Marokkanen via anderen in contact komen. Het komt voor dat ouderen in de Marokkaanse gemeenschap een taalbarrière hebben of de weg niet kennen in de maatschappij. Het beste is via een tolk of een familielid”.  Wat kan het CvO in Laak voor u betekenen in de toekomst? Dochter: “Het CvO kan bijdragen aan mobiliteit van deze ouderen in de wijk zodat zij met elkaar in contact kunnen komen. Er zijn grote behoeften aan een ontmoetingsplek waar Marokkaanse vrouwen bij elkaar kunnen komen en samen kunnen eten en leuke dingen kunnen doen. Er is ook behoefte aan voorlichting over maatschappelijke ondersteuning en hulp bij de administratie.” 70
    • Bijlage 3 2e Groepsinterview van Marokkaanse ouderen van het vadercentrum Adam in stadsdeel Laak. Aantal: 10 mannen van 65+ Datum: 21-03-2013 en 04-04-2013 Tolk: Vrijwilliger vadercentrum Adam 1. Heden  Kunt u wat vertellen over uw achtergrond? Respondent: de meesten van ons komen uit Noord-Marokko in de buurt van de provincie Taza, Nador en Al Hoceima. Wij zijn allemaal nog getrouwd en wonen in de wijk Laakkwartier.  Welke behoeften en belangen heeft u momenteel? De meeste van ons heeft behoefte aan contact om zaken en problemen bij te praten. Wij doen ook mee met de activiteiten en vrijwilligerswerk van het vadercentrum. Het verschilt per persoon wat de behoeften en belangen zijn maar wij vinden het allemaal belangrijk dat wij met mensen van onze eigen cultuur om kunnen gaan. Wij vinden vertrouwen naar elkaar toe ook belangrijk. Wij hebben soms het idee dat wij door Nederland in de maling worden genomen. Na al die jaren moeten onze vrouwen ineens gaan werken en de taal leren, zo komen zij in de problemen. Wij zijn een beetje het vertrouwen verloren. (Bij de belangen raken de mannen in een onderlinge discussie). Wij zouden graag voorlichting willen over de pensioenregelingen zoals over de leeftijden en vakanties. Wij krijgen hierdoor veel problemen met onze uitkering.  Wat is momenteel voor u belangrijk in het dagelijks leven? Wij vinden onze gezondheid en de mogelijkheid om te leven belangrijk in het dagelijks leven. Nadenken wat wij de dag gedaan hebben en of het goed of fout is staan wij wel bij stil. Respondent: “Leven en geld vind ik belangrijk, zonder geld red je het niet in Nederland”. Elk gezin voedt zijn kinderen anders op maar over het algemeen vinden wij de opvoeding van onze kinderen en kleinkinderen belangrijk, vooral dat onze cultuur in de opvoeding wordt meegenomen. Respondent: “De opvoeding van mijn kinderen ging soms goed, als zij luisteren en soms niet.” Respondent: ik heb 14 kinderen, zeven wonen in Nederland en zeven in Marokko.  Hoe ziet uw dagbesteding er uit? Onze dagbesteding begint ’s ochtend voeg. Ongeveer 45 minuten voor zonsopgang staan wij op om naar de moskee te gaan. Eerst ontbijten en dan naar de moskee. Er gaan meer mannen naar de moskee dan vrouwen. Sommigen van ons nemen een bezoek aan het ziekenhuis, dat verschilt ook per ouder onder ons. 71
    • Wij komen ongeveer vier keer in de week samen bij het vadercentrum, meestal vanaf 14:00 uur in de middag. Respondent: “Sommige ouderen gaan naar een koffiehuis en zitten daar de hele dag samen. Ik kom liever naar het vadercentrum omdat ik dat veel leuker vind. Ik ben hier veel bezig met vrijwilligerswerk en ik ontmoet nieuwe mensen. In een koffiehuis kom je vaak alleen de zelfde mensen tegen. Bij het vadercentrum kunnen wij ook met elkaar praten over problemen bijvoorbeeld over privézaken en over onze buurt.”  Wat verstaat u onder “Zelf doen”? “Zelf doen” zien wij als je geen hulp van anderen nodig hebt. Tussen de jaren 60 en 70 was het in Nederland wel moeilijk. Wij waren alleen hier zonder ons gezin. (Een paar mannen lieten hun oude identiteitskaart zien). Wij kenden de weg in Nederland nog niet zo goed en moesten ons zelf zien te redden. In de loop van de tijd waren er veranderingen. Momenteel hebben wij steun van onze vrouw, als zij wegvalt, kan het voor ons moeilijker worden omdat wij dat niet gewend zijn. Als de vrouw ziek is, dan is dat wel een probleem bij het koken en het huishouden. Wij zorgen wel voor elkaar, de vrouw is voor de verzorging de baas in huis. Voor de vrouw is het moeilijk om voor de man te zorgen omdat zij zelf moeite hebben met zichzelf. Er zijn wel gevallen dat de mantelzorg komt helpen.  Wat zijn uw talenten? (Iedereen moest lachen en keek elkaar aan). Dat weten wij niet. Respondent: hij is goed in de textiel en doet veel vrijwilligerswerk in de naaikamer (respondent van de naaikamer laat een foto zien van zijn creaties). Wij hebben verder geen idee wat onze talenten zijn. Wij volgen wel cursussen bij het vadercentrum om onszelf te ontwikkelen zoals zwemmen en fitnessen. Respondent: “Niet alleen eten en slapen, dat is niet gezond”. Respondent: “Soms lukt het niet om te bewegen of verzorging te krijgen omdat sommige ouderen geen geld hebben”  Wat is volgens u het probleem bij de ouderen binnen uw gemeenschap? De problemen die wij vaak tegenkomen is de uitvaartverzekering en een begraafplaats. De verzekering en begraafplaats zijn niet volgens onze cultuur samengesteld. Veel ouderen onder ons hebben een laag inkomen voor een uitvaartverzekering. Wij maken ons hier zorgen over. De zorgverzekering is duur, sommige ouderen die bijvoorbeeld veel naar de dokter gaan kunnen deze niet betalen. Wij zien dat de AOW ook steeds minder aan worden is. In onze gemeenschap is dit wel een probleem. Mantelzorg wordt niet uitgevoerd volgens de islamitische traditie, dat geld ook voor verzorgingstehuizen. De ouderen in onze gemeenschap voelen zich ongemakkelijk in een verzorgingstehuis van een andere cultuur. Mantelzorg is acceptabel wanneer het volgens onze cultuur wordt uitgevoerd. Het maakt niet uit of het familie is of iemand uit een andere familie. Wij als ouderen komen ook problemen tegen in de AOW. Als wij op vakantie gaan naar Marokko, dan gaat de vrouw meestal mee. De vrouw kan niet even lang weg zijn uit Nederland als de man. De vrouw heeft in sommige gevallen nog geen AOW-leeftijd en mag niet langer dan vier weken in het buitenland zijn. De man met een AOW mag 13 weken op vakantie (drie maanden). In veel gevallen is de vrouw jonger dan de man. Wij willen graag naar Marokko voor het klimaat en voor meer vitamine D. Wij zijn de zon gewend en moeten af en toe even weg uit Nederland. Dat onze vrouw niet lang kan blijven vinden wij een probleem. Respondent: “In Marokko voelt men zich lekker”. 72
    • 2. Verleden  Kunt u wat vertellen over het verloop van uw jeugd? Onze jeugd verschilt per persoon. Wij komen allemaal uit het noorden van Marokko en zijn opgegroeid in buurt van de provincie Taza, Nador en Al Hoceima. Wij komen vooral uit grote gezinnen.  Welke tradities worden nagestreefd binnen uw gemeenschap? Wij volgend ons geloof de Islam, ons geloof is belangrijk in ons leven. Wij eten halal en eten geen varkensvlees. De man en vrouw zitten vaak gescheiden buitenshuis en wij vieren traditionele feesten.  Wat was toen uw levensvisie of levensdoel? Respondent: de meeste van ons waren van plan om twee of drie jaar in Nederland te blijven en dan vervolgens weer terug te keren naar Marokko. Dat is helaas niet gelukt door de financiën. Ook de vrouw wilde in Nederland blijven voor de kinderen voor hun toekomst. In dit geval kiest de vrouw de kinderen boven de man. Respondent: “Ik kon soms niet zien of mijn kind een goed rapport had omdat ik het onderwijssysteem niet goed kende.” Respondent: “Ik zie in onze gemeenschap vaak gebeuren dat jeugdzorg zich bemoeit met onze manier van opvoeding en dat het kind uit huis wordt geplaatst. Vervolgens komt het kind weer thuis wonen met ander gedrag dan toen hij bij de ouders wegging. De ouders krijgen dan de schuld maar het is de schuld van de regering”. Respondent: “Het gebeurt vaak dat zij van school uitvallen en geen diploma halen. Ik zie dat veel gebeuren in mijn cultuur.” Respondent: “Ik hoor vaak verhalen dat Marokkaanse jongeren moeilijker aan een stageplek komen dan Nederlanders. Als een Marokkaan langs komt voor een stageplek, dan wordt er gezegd dat er geen plek is voor een stagiair. Als een Nederlander bij de zelfde plek langs komt voor een stageplek, dan wordt er gezegd dat er wel plek is. Dit gebeurt ook bij het zoeken naar een bijbaan. Ik heb dit verhaal gehoord in mijn sociale netwerk”.  Waar was u goed in (talenten)? Over onze talenten hebben wij eigenlijk niet nagedacht.  Wat gaf u zingeving in het leven? Werk gaf ons een doel in ons leven om voor inkomen te zorgen.  Kunt u wat vertellen over uw migratieverloop naar Nederland? De meesten van ons zijn eerst zonder gezin naar Frankrijk gegaan. Wij kwamen niet rechtstreeks naar Nederland. Sommigen van ons deden veel zwaar werk in de mijnen. De economische toestand was in de jaren `60 toen veel beter in Nederland en je kon zo aan het werk. De zorg was ook veel beter. Het werk wat wij deden verschilde per persoon. De een heeft bij KPN telefoonbedrijf gewerkt en de ander als automonteur. Respondent: “Ik heb in Nederland in de bakkerij gewerkt”.  Welk beeld had u toen over Nederland? Het beeld dat wij hadden is dat wij daar aan het werk konden en geld konden verdienen voor ons gezin en dat onze kinderen een betere toekomst tegemoet gaan. Het zou voor ons in het begin moeilijk zijn in Nederland omdat wij alleen kwamen zonder gezin. 73
    • 3. Toekomst  Wat zou u willen ontwikkelen in het “zelf doen”? Respondent: iedereen wil graag wat doen zoals zwemmen en fitnessen maar dat lukt niet altijd door ziekte of gebrek aan geld. Dingen “Zelf doen” is als je dingen nog zelf kan zoals koken, douchen, en lopen. Ik vind het fijn dat mijn vrouw mij helpt in het huis en zorgt voor het eten. Ik kan op haar rekenen. Ik ben zelf afgekeurd voor mijn rechterbeen omdat ik zwaar werk heb gedaan. Mijn vrouw ondersteunt mij in het huishouden”  Wat is volgens u de oplossing bij de ouderen binnen uw gemeenschap? Het bieden van meer informatie over maatschappelijke middelen zoals over de AOW-uitkering. Wij weten nog niet alles over Nederland en willen graag meer helderheid over de sociale voorzieningen zodat wij elkaar beter kunnen helpen.  Wat zou u willen ontwikkelen aan uw dagbesteding? Respondent: “De cursussen waren eerst in het vadercentrum gratis, zoals zwemles en fitness. Als vrijwilliger betaal je minder dan iemand die geen vrijwilliger is (€ 60, - per jaar, per cursus). Vaak willen wij met een groep gaan zwemmen maar doordat er één iemand van de groep niet mee kan omdat hij het niet kan betalen, heeft de groep geen motivatie meer om te gaan. Dat is jammer. Het is veel leuker om met een groep te gaan zwemmen dan alleen”.  Welke talenten zou u willen ontwikkelen? Weten wij niet, wij proberen wel veel bezig te zijn in de werkplaats om onszelf te ontwikkelen.  Welke behoeftes en belangen zou u nog willen nastreven? Respondent:” Wij voelen ons nergens echt thuis. Niet in Nederland en ook niet in ons eigen land. Ik was een keer in Marokko en daar dacht men dat ik een vreemde was. Zelfs daar wordt ik gezien als een vreemde. Wij willen ons graag ergens thuis voelen in de maatschappij. Wij zijn er in middels aan gewend geraakt. Bij het vadercentrum kunnen wij ons thuis voelen omdat wij contact hebben met onze eigen cultuur. Ik vind het vadercentrum veel leuker dan het koffiehuis omdat ik hier meer mensen ontmoet.”  Hoe zouden mensen uit een andere culturele gemeenschap in contact kunnen komen met de Marokkaanse gemeenschap? Mensen kunnen met ons in contact komen via ontmoetingsplekken, de moskee en buurtcentra zoals het vadercentrum. Het is wel beter als er eerst contact wordt opgenomen met iemand uit de Marokkaanse gemeenschap voor de communicatie. Niet iedereen spreekt de Nederlandse taal. Het is geen probleem om ons te benaderen maar je moet alleen weten welke weg je moet nemen om met ons in contact te komen.  Wat kan het CvO in Laak voor u betekenen in de toekomst? Respondent: “Wat kunnen zij ons bieden en wat kunnen wij hen bieden?” (Interviewer vertelt wat over de doelen en prioriteiten van het CvO) Wij zouden het leuk vinden om uitgenodigd te worden zodat wij met hen in gesprek kunnen gaan. Misschien kunnen wij ook bijdragen aan de activiteiten van het CvO en betrokken zijn in de wijk Laak. 74
    • Bijlage 4 3e Interview in stadsdeel Laak Leeftijd: 67 jaar Datum: 03-04-2013 Afkomst Marokko, dorp Aitali Tolk: dochter respondent 1. Heden  Kunt u wat vertellen over uw achtergrond? Ik ben opgegroeid in Aitali, een klein dorpje in Marokko. Ik kom uit een groot gezin. Ik heb vier kinderen waarvan drie zonen en één dochter. Zij wonen allemaal in Nederland. Mijn man is pas overleden, ik zit nog in mijn rouwfase. In de jaren `60 zijn wij naar Nederland gekomen.  Welke behoeftes en belangen heeft u momenteel? Momenteel besteed ik veel aandacht aan de verzorging van mijn konijnen. Ik geef ze elke dag wat gras en water zoals ik dat vroeger deed met mijn dieren op het land. De verzorging van mijn dieren geeft mij afleiding, dan ben ik bezig. Ik heb ook behoefte aan meer contact en fysieke beweging. Mijn nichtje woonde eerst hier maar mijn stemming veranderde toen ze weer weg ging. Nu komt mijn dochter elke dag langs voor gezelschap en verzorging.  Wat is momenteel voor u belangrijk in het dagelijks leven? Mijn konijnen zijn momenteel belangrijk. De verzorging van mijn konijnen gaat ook steeds moeizamer omdat ik steeds ouder word. Mijn man was ook heel belangrijk voor mij, hij was mijn levensmaatje. Ik mis hem heel erg en voel me alleen. Mijn man is 20 jaar ziek geweest, ik kwam daardoor weinig buiten. Dochter: “De kinderen zijn ook belangrijk in het dagelijks leven. Ik heb zelf drie kinderen van 12, 15 en 18 jaar. Toen mijn vader ziek was, heb ik veel voor hem gezorgd. Ik heb er geen spijt van dat ik voor mijn vader gezorgd heb. Ik heb gedaan wat ik kon en ik weet dat mijn vader daar dankbaar voor is. Ik vond het belangrijk dat ik er in zijn laatste uren voor hem was en hem kon bijstaan.  Hoe ziet uw dagbesteding er uit? Ik sta op en ga douchen. Daarna doe ik de verzorging van mij konijnen. Ik zit veel alleen binnen.  Wat verstaat u onder “Zelf doen”? Wat ik nog zelf kan doen, doe ik nog steeds. Ik kan deels nog zelf douchen en koken. Dingen waar ik bij moet bukken, kan ik niet meer zelf. Dochter: “Mijn moeder durft wel om hulp te vragen maar haar belemmering is de taal, ze heeft een culturele achterstand. Ik help mijn moeder met de zware dingen. Ik wil dat mijn moeder nog zoveel mogelijk zelf dingen blijft doen om haar actief te houden. Mijn moeder kan nog heel wat dingen zelf maar 75
    • bukken en lang lopen lukt haar niet meer. Ik help haar met wassen bij plekken waar ze moeilijk bij kan en waar ze moet bukken. Ook help ik haar met aankleden. Het verlies van mijn vader heeft mijn moeder zwaar emotioneel getroffen, ik merkte het ook in haar gezondheid. Ze is suikerpatiënt, is sneller moe en soms wat depressief. Mijn moeder gaat niet naar de moskee vanwege de verre afstand. Ze heeft aan haar linker knie een knieprothese en haar rechter knie is momenteel aan verslijten. Ze kan daarom geen lange afstanden lopen. Mijn vader ondersteunde mijn moeder eerst. Ik zou mijn ouders nooit in een verpleeghuis willen stoppen. In onze cultuur is het belangrijk dat wij voor elkaar zorgen. In een bejaardentehuis heeft mijn moeder geen vrijheid, thuis heeft mijn moeder dat wel. Mijn moeder heeft mij negen maande gedragen en dan de laatste dagen van haar lever er niet voor haar zijn kan ik niet opbrengen. Mantelzorg van een onbekende is anders dan een familielid. Ik heb gezien dat verzorgers het niet lang volhouden en snel weer weg zijn. Ook hun werkwijze is anders, alles moet perfect zijn waar veel tijd in gaat zitten zoals de schoonmaak. De verzorging voor mijn moeder wordt daardoor een beetje vergeten. Ik vind dat er naast de thuiszorg nog iemand van de familie bij moet zijn om een oogje in het zeil te houden.”  Wat zijn uw talenten? Dochter: “Goeie vraag, dat weer ik eigenlijk niet van mijn moeder”. Respondent: ik kan lekker koken. Dochter: “ Mijn vader was goed in de textiel, hij kon Marokkaanse broeken en tunieken maken.”  Wat is volgens u het probleem bij de ouderen binnen uw gemeenschap? Dochter: “De taal bij de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap is een groot probleem zowel Nederlands als Arabisch als Berbers. De meeste ouderen hebben moeite met klokkijken en het gebruik van een mobiele telefoon en huistelefoon. Daarnaast zijn zij analfabeet en kunnen niet lezen of schrijven. Met het lezen van cijfers hebben zij ook moeite mee. Als mijn moeder alleen komt te staan, dan wordt het erg lastig om zelfstandig te zijn. Dat geldt ook voor de andere ouderen in onze gemeenschap. Mijn moeder kent de omgeving niet zo goed. Het risico is dat ze zal verdwalen in de omgeving omdat ze niet weet welke tram ze moet pakken. Bij de apotheek of polikliniek moet je een nummertje trekken, ook daar gebeurt vaak dat ouderen niet het nummertje begrijpen en zo hun buurt voorbij laten gaan.” 2. Verleden  Kunt u wat vertellen over het verloop van uw jeugd? Ik kom uit een groot gezin, maar wij waren niet heel close. Mijn vader was drie keer getrouwd. Van de eerste vrouw kreeg hij twee dochters, van de tweede vrouw kreeg hij vier dochters en één zoon en van de derde vrouw één dochter en één zoon. Wij hadden een kleine boerderij waar wij veel tijd doorbrachten in de verzorging van de dieren. Wij speelde ook vaak spelletjes zoals bikkelen, je moest dan met zo veel mogelijk steentje in je hand een andere steen in de lucht gooien en opvangen. Dat was een leuk spelletje dat wij vaak speelden. Op het erf was het hard werken maar wij kwamen zo wel bij elkaar. Er was ook een tijd dat wij in armoede leefde. Het waren niet altijd makkelijke tijden maar het was in de avonden wel gezellig. Dan kwamen wij in de avond bij elkaar en gingen verhalen vertellen. Met de ezel water halen bij de waterput waren ook goeie tijden.  Welke tradities worden nagestreefd binnen uw gemeenschap? 76
    • Geloof komt op de eerste plaats. Dochter: “De tradities is wat de familie naar generaties overbrengt. Wij mochten als dochter onze haren niet knippen, dat was een taboe en ongebruikelijk. Wij deden ook henna op onze handen tot aan de plozen. Borstvoeding mocht niet in het openbaar gegeven worden maar moest in een aparte afgesloten ruimte. Elke familie volgt deze traditie op zijn eigen manier, in onze familie is het niet echt in stand gehouden.”  Wat was toen uw levensvisie of levensdoel? Dochter: “Toen ze jong waren hadden ze een doel om naar toe te werken, ze wisten weinig af van de buitenwereld.” Respondent: ik had er niet echt over nagedacht. Dochter: “Mensen die in Marokko in een drop of platteland wonen, denken anders dan mensen in de grote stad. Mensen in de stad zijn op intellectueel gebied meer bezig zoals het volgen van ambities en carrière. In een dorp zijn er andere prioriteiten zoals het samenzijn. Mensen uit een dorp houden zich meer vast aan ideeën en gewoontes. In een dorp zijn meer taboes dan in een stad. Er zijn in Marokko nog dorpen waar water gehaald moet worden en waar geen elektriciteitsaansluiting is. Vergeleken met de stad, was het dorpsleven wel heerlijk rustig. Ik probeer mijn kinderen ook het dropsleven te laten zien als wij in Marokko zijn. Dan zien mijn kinderen ook de verschillen en krijgen zo ook een beter beeld van Nederland en Marokko. “  Waar was u goed in (talenten)? Ik was goed in koken en landbouw zoals dierenverzorging.  Wat gaf u zingeving in het leven? Het samenzijn met mijn broers en zussen en het verzorgen voor de dieren op het erf. Ik was nooit alleen en had altijd mijn familie om mij heen. Ik wilde mijn kinderen ook een betere toekomst bieden door naar Nederland te komen.  Kunt u wat vertellen over uw migratieverloop naar Nederland? Wij hadden het op een gegeven moment goed in Marokko. Mijn man was in Nederland aan het werk. Hij was toen tussen de 23 en 25 jaar. Hij deed verschillende werkzaamheden. Hij werkte bij de HEMA en bij de Texaco. In Marokko deed mijn man veel zwaar werk. Zijn ouders stierven op jongen leeftijd en hij moest al vroeg op eigen benen staan. Mijn man kreeg zijn Nederlandse paspoort toen mijn zoon werd geboren. Mijn man heeft eerst een tijdje in Frankrijk en Duitsland gewoond. Daarna kwam hij naar Nederland. Mijn man en ik hebben het samen goed gehad. Dochter: “Ik was 8 jaar toen ik met mijn moeder en mijn broers naar Nederland kwam. Ik kan mij onze aankomst op Schiphol nog herinneren. Toen wij het vliegtuig uitstapte zag ik veel licht, het leek wel alsof ik de hemel was beland. Het was avond en de lantarenpalen stonden aan. Ik was dat niet gewend want in ons dorp was het vaak donker. Dat had bij ons zeker indruk gemaakt.  Welk beeld had u toen over Nederland? Het beeld wat ik had is dat ik herenigd kon worden met mijn man zodat wij konden werken naar een betere toekomst. Ik heb het al die jaren wel beter gehad in Nederland, maar de gezondheid is wel achteruit gegaan. Het klimaat in Marokko is veel warmer dan in Nederland. In Marokko voel ik me door de warmte veel sterker. In Marokko vergeet is al mijn zorgen, in Nederland krijg ik meer zorgen door de post. In Marokko 77
    • kreeg ik bijna geen post, alleen rekeningen van elektriciteit. Dochter: “In Marokko gebruiken wij een kaart waar elektriciteitstegoed op staat, dat werkt net zoals beltegoed. Je verbruikt de kaart en dan moet je de kaart weer opwaarderen. In Nederland betaal je voorschot voor elektriciteit en water. Daar krijg je dan rekeningen van. Ook water haalden wij bij de put en kregen daar geen rekening voor.” 3. Toekomst  Wat zou u willen ontwikkelen in het “zelf doen”? Ik zou graag meer aan mijn taal willen werken zoals Arabische les. Ik wil me ook meer verdiepen in de Koran en zou graag koranles willen volgen.  Wat is volgens u de oplossing bij de ouderen binnen uw gemeenschap? Dochter: “Het zou veel helpen als er een spreekuur komt over de administratie. De I-Shops zijn voor deze ouderen te hoogdrempelig. Daarom is een spreekuur voor deze ouderen noodzakelijk. Voorlichting over pensioenen en verzekeringen zou niet alleen de ouderen kunnen helpen maar ook de familie van de ouderen. Themafeesten brengen de ouderen bij elkaar zoals Iftar en Suikerfeest. Er is veel behoefte aan activiteiten zoals het spelen van traditionele spelletjes van elke cultuur en activiteiten die ook jongeren trekken om ze in verbinding te brengen met deze ouderen. Overige activiteiten zoals uitstapjes geven de ouderen de gelegenheid om meer te zien van Nederland, want zij hebben niet veel gezien van dit land.”  Wat zou u willen ontwikkelen aan uw dagbesteding? Ik wil meer contact met ouderen uit mijn eigen cultuur zodat ik kan praten over oudere herinneringen.  Welke talenten zou u willen ontwikkelen? Ik wil beter worden in de Arabische taal en wil meer kennis opdoen over de Koran.  Welke behoeften en belangen zou u nog willen nastreven? Zoals genoemd de taal, en ik wil voor mijn dieren blijven zorgen zover ik dat kan.  Hoe zouden mensen uit een andere culturele gemeenschap in contact kunnen komen met de Marokkaanse gemeenschap? Dochter: “Mensen kunnen de Marokkaanse gemeenschap wel bereiken met een tolk. Het is niet zo dat Marokkaanse ouderen geen contact willen maar zij kunnen geen contact leggen vanwege de taalbarrière en achterstanden. Daar wordt niet altijd naar gekeken. Het hangt ook van het onderwerp af. Seksualiteit bijvoorbeeld is een gevoelig onderwerp in onze gemeenschap.”  Wat kan het CvO in Laak voor u betekenen in de toekomst? Dochter: “Het CvO kan steun bieden in het geven van voorlichtingen, bijdragen aan de stichting die wij aan het oprichten zijn en bijdragen aan vervoer voor ouderen die niet mobiel zijn. Het CvO kan ook bijdragen aan activiteiten en bijeenkomsten voor zowel Nederlandse als Marokkaanse ouderen om hen eens een keer bij elkaar te brengen. De naam van onze stichting gaat in het Berbers/Arabisch 'Toekomst' heten.” 78
    • Bijlage 5 in stadsdeel Laak 4e Interview Respondent 3 Leeftijd: 59 jaar, partner 65 jaar Datum 01-05-2013 Afkomst: Aitali Marokko Tolk: Nicht van respondent 1. Heden  Kunt u wat vertellen over uw achtergrond? Ik kom uit het dorpje Aitali. Het leven daar was goed. Het eten was ook goed, wij hadden altijd wat te eten. Ik heb vijf kinderen. Mijn twee zonen wonen in Den Haag en twee zonen en één dochter wonen in België. Ik woon 35 jaar in Nederland.  Welke behoeften en belangen heeft u momenteel? Ik heb behoefte aan een ontmoetingsplek waar ik met leeftijdsgenoten en landgenoten kan praten. Ik wil bezig zijn en niet alleen maar thuis zitten. Vroeger in Marokko waren er gezellige momenten. Ik haalde samen met mijn vriendinnen water bij de put en verzamelde hout voor het vuur. Ik was toen vaak buiten bezig op het land. Wanneer je jong ben is alles leuk maar als je oud ben is het veel minder. Momenteel maak ik me zorgen om een van mijn zoons uit Den Haag. Hij heeft geen school afgemaakt en het gaat niet goed met hem. Ik maak mij extra zorgen om hem omdat ik zelf door mijn ziekte niet veel kan doen. Met de rest van mijn kinderen gaat het wel goed, zij hebben allemaal hun school afgemaakt en hebben werk. Ik wil verhuizen, mijn huis is veel te duur. Ik wil een kleiner huis zonder trap. Mijn huis is niet geschikt voor mijn beperking.  Wat is momenteel voor u belangrijk in het dagelijks leven? Mijn kinderen en gezondheid zijn belangrijk in mijn leven, maar gezondheid vind ik belangrijker. Mijn kinderen komen alleen even bij mij kijken en gaan dan weer weg. Zij gaan niet met mij naar buiten. Ik ga binnenkort voor drie maanden weer naar Marokko, het is mooi daar en ik heb dan warm water. Ik zit dan wel weer binnen. Ik mis gezelschap, ik zou graag willen dat er mensen bij mij langs zouden komen. Ik wil lachen en gezelligheid met anderen.  Hoe ziet uw dagbesteding er uit? 79
    • Ik sta ’s ochtends om 9:00 uur op, dan ga ik douchen en vervolgens zit ik de hele dag binnen te zitten. Ik raak snel buiten adem als ik een kleine afstand binnenshuis loop.  Wat verstaat u onder “Zelf doen”? Heel weinig, soms kan ik wel zelf eten maken. Ik word geholpen door een Marokkaanse thuiszorginstantie. De thuiszorg komt maandag en vrijdag helpen met douchen. Op zaterdag komt er een ander meisje langs om mijn bloedsuikerspiegel na te kijken want ik heb diabetes. Zij helpt mij ook overige huishoudelijke werkzaamheden zoals het opmaken van mijn bed. De thuiszorg helpt mij ook met mijn administratie. Ik ben slecht te been en kan niet meer lopen met een rollator. Ik heb al een lange tijd geleden gevraagd voor een rolstoel maar ik krijg hem maar niet. Als ik op reis ga naar Marokko, dan moet ik lang wachten voordat ik hulp krijg om het vliegtuig in te kunnen. Op het vliegveld hebben zij mij geadviseerd om zelf een rolstoel te regelen. Ik heb ook gevraagd voor een speciaal ziekenhuisbed zodat het matras versteld kan worden. Het bed is drie keer geleverd en drie keer weer meegenomen omdat de leverancier het bed niet naar boven kon krijgen. Ik heb gezegd dat het bed te groot was maar zij bleven elke keer hetzelfde bed leveren. Er was op dat moment niemand die mij kon helpen. Ik kreeg daardoor problemen met de verzekering. Ik moest huilen omdat het verkeerde bed drie keer werd geleverd. Mijn man heeft toen uiteindelijk zelf een bed gekocht. Het bed moet vergoed worden door de verzekering. Ik kan zelf wel wat koken en naar de keuken lopen als ik iets wil drinken. Ik gebruik een traplift om naar boven te kunnen. En keer bleef de traplift hangen. Ik raakte in paniek. Bij de montage van de traplift werd geen handleiding gegeven voor als de traplift kapot is. Ik woon nog samen met mijn partner, maar hij is zelf ook ziek en heeft diabetes. Hij is ook een keer geopereerd. Voor mijn partner is het ook moeilijk om mij te helpen met de verzorging.  Wat zijn uw talenten? Ik kan wel lezen maar kleding naaien gaat wel moeilijk. Ik ben goed ik brood maken en koken. Ik kan alles maken. Ik kan mijn armen niet lang maken en ik kan niet meer lang staan om mijn talenten te gebruiken.  Wat is volgens u het probleem bij de ouderen binnen uw gemeenschap? Het is niet meer als vroeger. Vrouwen vormen een groep en ik val er dan buiten. Ik mis het gezelschap. Bij sommige vrouwen zit een bepaalde hoogmoedigheid. Het is niet gebruikelijk dat Marokkaanse vrouwen in een groep buiten zitten, er wordt dan vanuit de mannen onaangenaam over hen gesproken. 2. Verleden  Kunt u wat vertellen over het verloop van uw jeugd? Mijn jeugd was goed. Ik leefde in een klein dorpje waar wij onze eigen dieren hadden. Het was er gezellig met vriendinnen. Ik was veel bezig met de verzorging van de dieren en de huishoudelijke taken van het gezin. Ik ging niet naar school.  Welke tradities worden nagestreefd binnen uw gemeenschap? De vrouw deed het huishouden en zorgde voor het gezin. Ons lichaam moet bedekt zijn, er mag geen inkijk zijn van het lichaam. Wij hielden ons aan het geloof en gingen vaak bidden met de kinderen. Ook eten wij halal vlees. 80
    •  Wat was toen uw levensvisie of levensdoel? In mijn jonge jaren was het zwaar. Wij moesten veel werken op het land. Ik wilde trouwen en een eigen gezin. Mijn man kocht mijn kleding en ik kwam niet meer buiten.  Waar was u goed in (talenten)? Ik was goed in brood bakken en koken.  Wat gaf u zingeving in het leven? Mijn gezin was mijn zingeving en ik wilde graag naar Nederland komen voor de hereniging met mijn man. Mijn man was de kostwinner en kocht alles voor ons.  Kunt u wat vertellen over uw migratieverloop naar Nederland? In 1972 kwam mijn man eerst naar Nederland. Ik kwam naar Nederland in 1981. Twee van mijn kinderen zijn in Marokko geboren en drie in Nederland. Ik vond het heel leuk dat ik naar Nederland ging. Ik had aan de ene kant in Marokko willen blijven maar ik ben voor mijn man toch gekomen.  Welk beeld had u toen over Nederland? Het beeld dat ik had van Nederland was mooi. De kans dat ik naar Nederland kon was als een lot uit de loterij. Ik hoorde mooie verhalen over Europa. Als ik wel eens terug ging naar Marokko, dan nam ik cadeautjes meer voor mijn familie. De cadeautjes die ik voor hen mee bracht was vaak niet goed genoeg. Zij dachten dat ik rijk was. Vroeger was Nederland leuk, nu is het minder want alles is duurder geworden. Het is nergens goed. Hier ben ik een buitenlander en daar ook. Ik vind Nederland wel een goed land. Sommige Marokkanen zijn terug gegaan, ik niet. Mensen die gezond zijn kunnen nog terug. Als je ziek bent is het moeilijk. Als je geen geld hebt, dan is het ook moeilijk. In Marokko zijn er geen zorgvoorzieningen zoals in Nederland. In Nederland is de zorg beter. 3. Toekomst  Wat zou u willen ontwikkelen in het “zelf doen”? Ik wil de mogelijkheid om me zelf te uiten, te praten, te bewegen en lichamelijke oefeningen te doen. Ik zou een scootmobiel krijgen, ze zouden langs komen maar zijn niet meer gekomen. Ik heb wel thuis les gehad over het gebruik van een scootmobiel maar er werd toen gezegd dat ze niet meer thuis langs kwamen, maar dat ik bij hen moet langs komen. Dat lukt mij niet omdat ik niet kan lopen.  Wat is volgens u de oplossing bij de ouderen binnen uw gemeenschap? Een ontmoetingsplek voor Marokkaanse vrouwen en ouderen. En voorlichting over verzekeringen.  Wat zou u willen ontwikkelen aan uw dagbesteding? Welke talenten zou u willen ontwikkelen? Ik wil graag meer bezig zijn, dingen doen met mijn handen. Ik wil me lichamelijk kunnen bewegen  Welke behoeften en belangen zou u nog willen nastreven? 81
    • Meer gezelschap zodat ik met anderen kan praten en niet meer alleen binnen zit. Mijn partner gaat veel weg. Het is ook niet meer zoals het was tussen ons, dat belemmert de sociale omgang.  Hoe zouden mensen uit een andere culturele gemeenschap in contact kunnen komen met de Marokkaanse gemeenschap? Via een ontmoetingsplek waar ook ouderen van een andere gemeenschap kunnen komen. Iedereen is het zelfde Marokkaan of Nederlander. Wij zijn heel gastvrij en willen graag contact met anderen. Wij hebben alleen geen geschikte ruimte om onze gastvrijheid te laten zien.  Wat kan het CvO in Laak voor u betekenen in de toekomst? Zij kunnen bijdragen in het opzetten en organiseren van een ontmoetingsplek en activiteiten. Ook kunnen zij helpen om andere ouderen te betrekken bij onze gemeenschap voor contact. 82
    • Bijlage 6 Gesprek met een vrijwilliger van het vadercentrum Adam in stadsdeel Laak Naam: anoniem Leeftijd 74 Afkomst: Nederland Achtergrond Ik ben twaalf jaar vrijwilliger, sinds het begin van het vadercentrum Adam. Ik ben hier nog steeds vrijwilliger. Ik ben tot mijn 60e jaar buschauffeur geweest in Den Haag. Ik ging toen de vut in. Ik ben in aanraking gekomen met het vadercentrum toen er 100 mannen werden uitgenodigd om samen te komen eten. Sindsdien ben ik gebleven. Als vrijwilliger help ik met het installeren van machines en draag ik bij in het organiseren van diverse cursussen. Een interessante activiteit Vroeger hadden wij theatervoorstellingen die werden gespeeld door zeven verschillende nationaliteiten. In het toneelstuk werd vaak de levensloop en ervaringen van de personages nagespeeld en verteld. Het thema was dan vader, zoon en kind. De personages werden vooraf eerst geïnterviewd door de regisseur. Er waren 13 mannen die hun verhaal op toneel durfden te vertellen. Het decor van het toneel werd dan ingericht in een bepaalde leefstijl zoals een Turks theehuis. Het toneelstuk had acceptatie en integratie als doel. Er werd een keer een toneelstuk uitgevoerd over een man die gevlucht was uit Soedan en moest zijn vrouw achter laten. Hij vertelde dat er ook sprake was van incest en dat hij ruzie had met zijn dochter en haar het huis uit gooide. Mannen praten niet zo snel over emotionele gebeurtenissen maar op toneel gaat dat soms gemakkelijker. Het vadercentrum Het vadercentrum is momenteel een multicultureel centrum. Het is niet specifiek voor ouderen maar er zijn wel thema avonden. Ook worden er diverse cursussen gegeven zoals houtbewerking, kleren maken, glaswerk, computerles en over internet. Het vadercentrum is laagdrempelig zowel financieel als competent. Er komen meer mensen met diverse achtergronden binnen bijvoorbeeld ex-gedetineerden, ex-patiënten uit de psychiatrie, en vrijwilligers van de wijkbus. Vrijwilligers die hulp krijgen, doen ook vaak wat terug door bijvoorbeeld te helpen bij de weggeefwinkel of bij het organiseren van activiteiten. Er wordt elke week een etentje georganiseerd voor mannen voor het contact. Mensen komen ook langs voor hulp in de administratie en om te praten over problemen met bijvoorbeeld Eneco of de belastingdienst. De ouderen uit de Marokkaanse gemeenschap Het vadercentrum wil graag mensen trekken, maar de ouderen uit de Nederlandse gemeenschap willen niet komen vanwege de etniciteit 83
    • Het is mij opgevallen dat de Marokkaanse ouderen hier wat meer gesloten zijn dan de ouderen uit de Turkse gemeenschap. Bij Marokkanen moet ik binnenbreken. Als zij gaan dammen, dan moet het initiatief van mij komen om er bij te komen zitten. En als ik er bij zit, dan gaan zij snel over naar hun eigen taal. Ik heb een keer meegemaakt dat een man van 80 jaar met een jongen van 17 in dialoog was en aan de jongen vroeg waarom wij alleen maar rotten dingen over hen horen. Beiden waren van Marokkaanse afkomst. De jongen reageerde vervolgens dat zij ook goede dingen doen en niet alleen maar vervelende dingen. De jongeren moeten ook meer betrokken worden bij de ouderen om met elkaar te praten. 84
    • Bijlage 7 Kennismakingsgesprek met een mevrouw uit de Marokkaanse gemeenschap in Laak Naam: anoniem Leeftijd Afkomst: Marokko In dit kennismakingsgesprek zal ik wat vertellen over de ouderen in de Marokkaanse gemeenschap. De punten die besproken zijn In stadsdeel Laak hebben wij een moedercentrum De Koffiepot, maar deze is niet meer zoals het was. Er komen weinig ouderen en het is eerder een algemeen centrum geworden voor alle culturen. In de Marokkaanse cultuur is het niet gebruikelijk om de ouders in een verzorgingstehuis te plaatsen. Het is de bedoeling dat de kinderen of familie bijdragen aan de zorg van de ouders. De ouderen hebben vaak grote gezinnen, het wordt daarom als vanzelfsprekend gezien om voor je ouders te zorgen. In de Schildershoek is er een woongroep voor Marokkaanse ouderen waar zij terecht kunnen, maar liever niet. De vrouwen in de wijk willen elkaar graag ontmoeten maar hebben gezondheidsproblemen zoals diabetes. Diabetes veroorzaakt meer lichamelijke aandoeningen zoals slecht zicht. Zij zijn afhankelijk van hun kinderen, vooral in de administratie omdat analfabetisme voorkomt en niet goed het bureaucratisch systeem kennen in Nederland. De vrouwen zijn meestal op jonge leeftijd getrouwd. Het probleem bij deze ouderen is wel helder. Wat ik in de wijk zie gebeuren is dat oudere vrouwen uit de Marokkaanse gemeenschap gaan zwemmen in zaken waar zij jaren lang hulp in hebben gehad van hun partner en alleen komen te staan na een lange tijd. De kinderen hebben steeds minder tijd om hun ouders bij te staan. Het is gebruikelijk dat de moeder bij de zoon over de vloer komt, bij de dochter is dat niet gebruikelijk. Het komt voor dat de man hertrouwt nadat hij weduwe is geworden, bij vrouwen gebeurd dat relatief weinig. De man heeft veel mogelijkheden wat dat betreft, bij de vrouw is dat minder. De vrouwen staan dan stil bij wat anderen van hen zouden denken als zij hertrouwen. Vrouwen uit de ouderengemeenschap vinden het zwaar om hulp te vragen, dat heeft te maken met de rolpositie van de vrouw. Normaal wordt de vrouw om hulp gevraagd. Het is mij opgevallen dat oudere vrouwen na het overlijden van de man zieker worden en zich schamen naar de kinderen om hulp te vragen Het kind moet het initiatief nemen om te helpen en signaleren dat zijn of haar moeder hulp nodig heeft. In onze cultuur heeft de moeder een hoge status, je moeder moet je eerst helpen. De vrouw komt weinig buiten omdat zij veel in het huishouden en met de kinderen bezig zijn. 85
    • Mannen echter hebben vaker een ontmoetingsplek dan vrouwen. De vrouwen heb grote behoefte aan een eigen ontmoetingsplek waar zij samen kunnen komen en bezig kunnen zijn. In stadsdeel Laak is nog geen ontmoetingsplek voor vrouwen uit de Marokkaanse ouderengemeenschap. Herindeling van het dagelijks leven van de vrouw is moeilijk. Zij zouden zich eerst meer moeten betrekken in de maatschappij. Ook rouwverwerking maakt de herindeling lastig. Zij stellen zich kwetsbaar op door hun zwakte te verbergen. Eer wordt gezien als hoge respect en hoge status. Dit is wat ik vanaf de zijlijn heb waargenomen en heb ervaren. 86
    • Bijlage 8 Codering interviews van de mannen en vrouwen Codering interview vrouwen Citaat Respondent 1 zelfstandig naar buiten kunnen gaan leeftijdsgenoten van mijn cultuur. Code Citaat Respondent 2 Code Lichamelijk Mijn man is pas overleden, ik zit nog in mijn rauw fase Mijn nichtje woonde eerst hier maar mijn stemming veranderde toen ze weer weg ging. Nu komt mijn dochter elke dag langs voor gezelschap en verzorging. Emotioneel Doordat ik niet kan lopen, kan ik ook niet zelfstandig naar buiten Lichamelijk Mijn man was ook heel belangrijk voor mij, hij was mijn levensmaatje. Ik mis hem heel erg en voel me alleen. Emotioneel Nu zit ik alleen maar achter mijn raam naar buiten te kijken. Ik voel me daardoor eenzaam omdat ik door mijn beperking niet in contact met anderen kan komen. Emotioneel De verzorging van mijn konijnen gaat ook steeds moeizamer omdat ik steeds ouder word. Lichamelijk Lichamelijk Mijn man is 20 jaar ziek geweest, ik kwam daardoor weinig buiten Sociaal cultureel Met de buren heb ik niet veel contact Sociaal cultureel Bij dingen waar ik moet bukken, kan ik niet meer zelf. Lichamelijk Sociaal cultureel Emotioneel Citaat Respondent 3 Ik heb vijf kinderen. Code Ik heb behoefte aan een ontmoetingsplek waar ik met leeftijdsgenoten en landgenoten kan praten. Ik wil bezig zijn en niet alleen maar thuis zitten. Momenteel maak ik me zorgen om een van mijn zoons uit Den Haag. Hij heeft geen school afgemaakt en het gaat niet goed met hem. Ik maak mij extra zorgen om hem omdat ik zelf door mijn ziekte niet veel kan doen. Sociaal cultureel Sociaal cultureel Emotioneel Lichamelijk Maatschappelijk Ik wil verhuizen, mijn huis is veel te duur. Ik wil een kleiner huis zonder trap. Mijn huis is niet geschikt voor mijn beperking. Mijn kinderen en gezondheid zijn belangrijk in mijn leven maar gezondheid vind ik belangrijker. Mijn kinderen komen alleen even bij mij kijken en gaan dan weer weg. Zij gaan niet met mij naar buiten. Ik ga binnenkort voor drie maanden weer naar Marokko, het is mooi daar en ik heb dan warm water. Ik zit dan wel weer binnen. Sociaal cultureel 87
    • Mijn man was het belangrijkste in mijn leven. Mijn man is in Nederland overleden aan een hartstilstand, wij waren 60 jaar samen. Ik mis mijn kinderen en slaap daardoor slecht. Ik moet veel aan vroeger denken toen ik nog voor hen zorgde. Ik kwam één keer in de week in het moedercentrum de Koffiepot, maar kom er tegenwoordig niet zo vaak meer door mijn beperking. Ik ga af en toe naar Marokko, dat is mijn uitvlucht. Ik krijg daar vaak bezoek van schoonfamilie en genoeg hulp in de verzorging. De reis naar Marokko in het vliegtuig gaat wel steeds moeizamer merk ik. Vooral als ik naar het toilet moet. In het verleden had mijn kunstheup complicaties waardoor lopen pijnlijk en moeizaam ging. Ik was afhankelijk van het systeem van de verplegers Emotioneel Mijn moeder durft wel om hulp te vragen maar haar belemmering is de taal, ze heeft een culturele achterstand. Maatschappelijk Ik mis gezelschap, ik zou graag willen dat er mensen bij mij langs zouden komen. Ik wil lachen en gezelligheid met anderen. Emotioneel Ze is suikerpatiënt, is sneller moe Lichamelijk Ik raak snel buiten adem als ik een kleine afstand binnenshuis loop. Lichamelijk Lichamelijk en soms wat depressief Emotioneel Op zaterdag komt er een ander meisje langs om mijn bloedsuikerspiegel na te kijken want ik heb diabetes. Lichamelijk Sociaal cultureel Ze heeft aan haar linker knie een knieprothese en haar rechter knie is momenteel aan verslijten. Ze kan daarom geen lange afstanden lopen. In onze cultuur is het belangrijk dat wij voor elkaar zorgen. Lichamelijk De thuiszorg helpt mij ook met mijn administratie Maatschappelijk Ik ben slecht te been en kan niet meer lopen met een rollator. Lichamelijk Lichamelijk Ik vind dat er naast de thuiszorg nog iemand van de familie bij moet zijn om een oog in het zeil te houden.” Sociaal cultureel Lichamelijk Maatschappelijk de taal bij de ouderen van de Marokkaanse gemeenschap is een groot probleem zowel als Nederlands als Arabisch en Berbers. Maatschappelijk Als ik op reis ga naar Marokko, dan moet ik lang wachten voordat ik hulp krijg om het vliegtuig in te kunnen Ik heb ook bij de verzekering gevraagd voor een speciaal ziekenhuisbed zodat het matras versteld kan worden. Het bed is drie keer geleverd en drie keer weer meegenomen omdat de leverancier het bed niet naar boven kon krijgen. Lichamelijk Maatschappelijk 88
    • Maatschappelijk Er moest veel papierwerk gedaan worden voor de AOW. Ik ben in mijn jeugd niet naar school geweest en kan daarom niet lezen en schrijven. Ik hou van praten en dat is het enige wat ik momenteel nog kan. Maatschappelijk Daarnaast zijn zij analfabeet en kunnen niet lezen of schrijven. Met het lezen van cijfers hebben zij ook moeite mee. Sociaal cultureel De vrouwen in onze gemeenschap hebben behoefte aan sociale contacten, om samen leuke dingen te doen. Sociaal cultureel De taal is ook een probleem, wij kennen niet goed de weg in Nederland. Maatschappelijk kunnen zij veel dingen niet zelf zoals de post en financiën. Ik had vier broers en twee zussen Maatschappelijk Alles ging goed, het is gebruikelijk dat de vrouw het huishouden doet en dat de man gaat werken. De vrouw mocht de man niet afwijzen. Sociaal cultureel Sociaal cultureel Bij de apotheek of polikliniek moet je een nummertje trekken, ook daar gebeurt vaak dat ouderen niet het nummertje begrijpen en zo hun buurt voorbij laten gaan.” Ik kom uit een groot gezin, maar wij waren niet heel close. Wij speelde ook vaak spelletjes zoals bikkelen, je moest dan met zo veel mogelijk steentje in je hand een andere steen in de lucht gooien en opvangen. Dat was een leuk spelletje die wij vaak speelden. Dan kwamen wij in de avond bij elkaar en gingen verhalen vertellen Geloof komt op de eerste plaats. Elke familie volgt deze traditie op zijn eigen manier, in onze familie is het niet echt in stand gehouden.” Mensen in de stad zijn op intellectueel gebied meer bezig zoals het volgen van ambities en carrière. In een dorp zijn er andere prioriteiten zoals het samen zijn. Mensen uit een dorp houden zich meer vast aan ideeën en gewoontes. In een Sociaal cultureel Er was op dat moment niemand die mij kon helpen. Maatschappelijk Ik moest huilen omdat het verkeerde bed drie keer werd geleverd Emotioneel Sociaal cultureel Ik woon nog samen met mijn partner, maar hij is zelf ook ziek en heeft diabetes. Hij is ook een keer geopereerd. Voor mijn partner is het ook moeilijk om mij te helpen met de verzorging. Ik kan mijn armen niet lang maken en ik kan niet meer lang staan om mijn talenten te gebruiken. Lichamelijk . Vrouwen vormen een groep en ik val er dan buiten Sociaal cultureel Sociaal cultureel Ik mis het gezelschap Emotioneel Maatschappelijk Het is niet gebruikelijk dat Marokkaanse vrouwen in een groep buiten zitten, er wordt dan van uit de mannen onaangenaam over hen gesproken. Sociaal cultureel Lichamelijk 89
    • dorp zijn meer taboes dan in een stad. Ik wilde een goede plek voor mijn kinderen en de kans gebruiken om Europa te zien. Maatschappelijk Er zijn in Marokko nog dorpen waar water gehaald moet worden en waar geen elektriciteitaansluiting is. werken aan een betere toekomst voor ons gezin Maatschappelijk Mijn kinderen hadden een grote betekenis voor mij. Emotioneel Ik had niet specifiek een beeld over Nederland maar door deze situatie had ik geen fijne ervaring in Nederland Ik zat te twijfelen of ik in Nederland zou blijven of terug zou gaan naar Marokko. Ik ben toch gebleven voor mijn kinderen. Het enige waar ik mijzelf mee kan redden is met mijn mond. Een ontmoetingsplek voor vrouwen, waar wij samen kunnen komen en waar wij over onze oude herinneringen kunnen praten. Emotioneel Het samenzijn met mijn broers en zussen en het verzorgen voor de dieren op het erf. Ik was nooit alleen en had altijd mijn familie om mij heen. Het beeld wat ik had is dat ik herenigd kon worden met mijn man zodat wij konden werken naar een betere toekomst. Ik heb het al die jaren wel beter gehad in Nederland, maar de gezondheid is wel achteruit gegaan. Maatschappelijk Ik leefde in een klein dorpje waar wij onze eigen dieren hadden. Het was er gezellig met vriendinnen. Ik was veel bezig met de verzorging van de dieren en de huishoudelijke taken van het gezin Ik ging niet naar school. Sociaal cultureel Sociaal cultureel Ik wilde trouwen en een eigen gezin. Sociaal cultureel Lichamelijk Mijn gezin was mijn zingeving en ik wilde graag naar Nederland komen voor de hereniging met mijn man. Emotioneel Ik vond het heel leuk dat ik naar Nederland ging. Ik had aan de ene kant in Marokko willen blijven maar ik ben voor mijn man toch gekomen. Het is nergens goed. Hier ben ik een buitenlander en daar ook. Sommige Marokkanen zijn terug gegaan, ik niet. Mensen die gezond zijn kunnen nog terug. Sociaal cultureel Emotioneel In Marokko voel ik me door de warmte veel sterker Lichamelijk Sociaal cultureel In Marokko kreeg ik bijna geen post, alleen rekeningen van elektriciteit. In Marokko gebruiken wij een kaart waar elektriciteit tegoed op staat, dat werk net zoals beltegoed. Je verbruikt de kaart en dan moet je de kaart weer opwaarderen. In Nederland betaal je voorschot voor elektriciteit en water. Daar krijg je dan rekeningen van. Ook water haalden wij bij de put en kregen daar geen rekening voor.” Maatschappelijk Sociaal cultureel Maatschappelijk Maatschappelijk Emotioneel Maatschappelijk 90
    • Ik zou meer naar buiten willen, iemand die met mij kan wandelen zodat ik meer naar buiten kan. Sociaal cultureel Ik wil me niet meer eenzaam voelen. Emotioneel Meer contact leggen met de omgeving en vaker naar buiten kunnen gaan. Sociaal cultureel Ik zou graag meer aan mijn taal willen werken zoals Arabisch les. Ik wil me ook meer verdiepen in de Koran en zou graag koran les willen volgen. Ik wil meer contact met ouderen uit mijn eigen cultuur zodat ik kan praten over oudere herinneringen. Sociaal cultureel Als je ziek ben is het moeilijk. Lichamelijk Sociaal cultureel Maatschappelijk Seksualiteit bijvoorbeeld is een gevoelig onderwerp in onze gemeenschap Emotioneel Als je geen geld heb, dan is het ook moeilijk. In Marokko zijn er geen zorgvoorzieningen zoals in Nederland. In Nederland is de zorg beter. Ik wil de mogelijkheid om me zelf te uiten, te praten, te bewegen en lichamelijke oefeningen te doen. voorlichting over verzekeringen. Ik wil graag meer bezig zijn, dingen doen zoals met mijn handen. Ik wil me lichamelijk kunnen bewegen Meer gezelschap zodat ik met anderen kan praten en niet meer alleen binnen zit. Mijn partner gaat veel weg. Het is ook niet meer zoals het was tussen ons, dat belemmert sociale omgang. Wij zijn heel gastvrij en willen graag contact met anderen. Wij hebben alleen geen geschikte ruimte om onze gastvrijheid te laten zien. Lichamelijk Sociaal cultureel Maatschappelijk Lichamelijk Sociaal cultureel Emotioneel Sociaal cultureel 91
    • Codering groepsinterview mannen Citaat respondenten Wij zijn allemaal nog getrouwd en wonen in de wijk Laakkwartier. De meeste van ons heeft behoefte aan contact om zaken en problemen bij te praten. Wij doen ook mee met de activiteiten en vrijwilligerswerk van het vadercentrum wij vinden het allemaal belangrijk dat wij met mensen van onze eigen cultuur om kunnen gaan. Wij hebben soms het idee dat wij door Nederland in de maling worden genomen Na al die jaren moeten onze vrouwen ineens gaan werken en de taal leren, zo komen zij in de problemen. Wij zouden graag voorlichting willen over de pensioenregelingen zoals over de leeftijden en vakanties. Wij krijgen hierdoor veel problemen met onze uitkering. Wij vinden onze gezondheid en de mogelijkheid om te leven belangrijk in het dagelijks leven Nadenken wat wij de dag gedaan hebben en of het goed of fout is staan wij wel bij stil leven en geld vind ik belangrijk, zonder geld red je het niet in Nederland. Code Sociaal cultureel over het algemeen vinden wij de opvoeding van onze kinderen en kleinkinderen belangrijk, vooral dat onze cultuur in de opvoeding wordt meegenomen Ongeveer 45 minuten voor zonsopgang staan wij op om naar de moskee te gaan. Wij komen ongeveer vier keer in de week samen bij het Vadercentrum, meestal vanaf 14:00 uur in de middag. Sociaal cultureel Sommige ouderen gaan naar een koffiehuis en zitten daar de hele dag samen. Ik kom liever naar het Vadercentrum omdat ik dat veel leuke vind. Ik ben hier veel bezig met vrijwilligerswerk en ik ontmoet nieuwe mensen Sociaal cultureel Sociaal cultureel Sociaal cultureel Sociaal cultureel Emotioneel Maatschappelijk Maatschappelijk Lichamelijk Emotioneel Maatschappelijk Sociaal cultureel Sociaal cultureel Maatschappelijk Tussen de jaren 60 en 70 was het in Nederland wel moeilijk. Wij waren alleen hier zonder ons gezin. (Een paar mannen lieten hun oude identiteitskaart zien). Wij kenden de weg in Nederland nog niet zo goed en moesten ons zelf zien te redden. Momenteel hebben wij steun van onze vrouw, als zij wegvalt, kan het voor ons moeilijker worden omdat wij dat niet gewend zijn. Als de vrouw ziek is, dan is dat wel een probleem bij het koken en het huishouden. Voor de vrouw is het moeilijk om voor de man te zorgen omdat zij zelf moeite hebben met zichzelf. Wij volgen wel cursussen bij het Vadercentrum om onszelf te ontwikkelen zoals zwemmen en fitnessen. soms lukt het niet om te bewegen of verzorging te krijgen omdat sommigen ouderen geen geld hebben. De verzekering en begraafplaats is niet volgens onze cultuur Maatschappelijk Sociaal cultureel Lichamelijk Lichamelijk Sociaal cultureel Maatschappelijk Maatschappelijk 92
    • samengesteld. De zorgverzekering is duur, sommige ouderen die bijvoorbeeld veel naar de dokter gaan kunnen deze niet betalen. Wij zien dat de AOW ook steeds minder aan worden is Mantelzorg wordt niet uitgevoerd volgens de islamitische traditie, dat geld ook voor verzorgingstehuizen. De ouderen in onze gemeenschap voelen zich ongemakkelijk in een verzorgingstehuis van een andere cultuur. Mantelzorg is acceptabel wanneer het volgens onze cultuur wordt uitgevoerd De vrouw heeft in sommige gevallen nog geen AOW leeftijd en mag niet langer dan vier weken in het buitenland zijn. De man met een AOW mag 13 weken op vakantie (drie maanden). In veel gevallen is de vrouw jonger dan de man. Wij willen graag naar Marokko voor het klimaat en voor meer vitamine D. Wij zijn de zon gewend en moeten af en toe even weg uit Nederland. in Marokko voelt men zich lekker Wij volgend ons geloof de Islam, ons geloof is belangrijk in ons leven. Wij eten halal en eten geen varkensvlees. De man en vrouw zitten vaak gescheiden buitens huis en wij vieren traditionele feesten. Maatschappelijk Maatschappelijk Sociaal cultureel Emotioneel Sociaal cultureel Maatschappelijk Maatschappelijk Lichamelijk Lichamelijk Sociaal cultureel Ook de vrouw wilden in Nederland blijven voor de kinderen voor hun toekomst. In dit geval kiest de vrouw de kinderen boven de man. Ik zie in onze gemeenschap vaak gebeuren dat jeugdzorg bemoeit met onze manier van opvoeding en dat het kind uit huis wordt geplaatst. Vervolgens kom het kind weer thuis wonen met ander gedrag dan toen hij bij de ouders weg ging. De ouders krijgen dan de schuld maar het is de schuld van de regering”. Het gebeurt vaak dat zij van school uitvallen en geen diploma halen. Ik zie dat veel gebeuren in mijn cultuur.” Sociaal cultureel Ik hoor vaak verhalen dat Marokkaanse jongeren moeilijk aan een stageplek komen dan Nederlanders. Als een Marokkaan langs komt voor een stageplek, dan wordt er gezegd dat er geen plek is voor een stagiaire. Als een Nederlander bij de zelfde plek langs komt voor een stageplek, dan wordt er gezegd dat er wel plek is. Maatschappelijk De meesten van ons zijn eerst zonder gezin naar Frankrijk gegaan. Sociaal cultureel De economische toestand was in de jaren 60 toen veel beter in Nederland en je kon zo aan het werk. Maatschappelijk Maatschappelijk Sociaal cultureel Maatschappelijk Het beeld wat wij hadden is dat wij daar aan het werk konden en geld konden verdienen voor ons gezin en dat onze kinderen een betere toekomst tegemoet gaan. Het zou voor ons in het begin moeilijk zijn in Nederland omdat wij alleen kwamen zonder gezin. 93
    • iedereen wil graag wat doen zoals zwemmen en fitnessen maar dat lukt niet altijd door ziekte of gebrek aan geld. Sociaal cultureel Ik vind het fijn dat mijn vrouw mij helpt in het huis en zorgt voor het eten. Ik kan op haar rekenen. Emotioneel Ik ben afgekeurd voor mijn rechter been omdat ik zwaar werk heb gedaan. Mijn vrouw ondersteund mij in het huishouden Lichamelijk Wij weten nog niet alles over Nederland en willen graag meer helderheid over de sociale voorzieningen zodat wij Maatschappelijk Vaak willen wij met een groep gaan zwemmen maar doordat er één iemand van de groep niet mee kan omdat hij het niet kan betalen, heeft de groep geen motivatie meer om te gaan. Dat is jammer. Het is veel leuker om met een groep te gaan zwemmen dan alleen”. Sociaal cultureel Wij voelen is nergens echt thuis. Niet in Nederland en ook niet in ons eigen land. Emotioneel Wij willen ons graag ergens thuis voelen in de maatschappij Emotioneel Bij het Vadercentrum kunnen wij ons thuis voelen omdat wij contact hebben met onze eigen cultuur Sociaal cultureel 94