Urban Climate in Lissabon:Over de bruikbaarheid van klimatologische kennis voor een nieuwontwerp van de Avenida da Liberda...
1SamenvattingDat het belangrijk is om in stedelijke planning rekening te houden met stedelijke klimaten, werdduidelijk na ...
2VoorwoordVoor u ligt de bachelorthesis, die het resultaat is van een groepsonderzoeksproject van drie maandenin de stad L...
3Inhoudsopgave:Hoofdstuk 1: Inleiding .......................................................................................
4Hoofdstuk 1: InleidingTegenwoordig zijn duurzame occupatiestrategieën erg populair en wordt er op dit gebied veelonderzoe...
5Figuur 1.1 De stad Lissabon en de ligging van de Avenida daLiberdade (Google Earth, 2010).bovendien allerlei belangrijke ...
6Hoofdstuk 2: Theoretisch kaderZoals eerder gezegd is ‘urban climate’ een verzamelnaam voor meteorologische en atmosferisc...
7Figuur 2.2 Albedo waarden voor verschillendestedelijke oppervlakten (Kleerekoper, 2009).Urban Boundary Layer (grenslaag) ...
8Figuur 2.3 Thermische kenmerken van bepaaldematerialen: Dichtheid (ρ), ‘heat capacity’ (C), ‘thermalconductivity’ (k) en ...
9Figuur 2.5 Het verschil in straling, temperatuur en de PET-temperatuur, tussen de schaduw van een enkele boom en deomgevi...
10vergelijking tot de schaduw van een enkele boom (Andrade en Vieira, 2007).Er zijn vele onderzoeken gedaan naar de effect...
11Overdag, met name ’s middags, komen in heuvelachtige gebieden anabatische winden voor (Kroonet al., 2009). Deze winden k...
12Figuur 2.7 Twee co-roterende wervels bij H/W = 0,17 (Kleerekoper, 2009).Figuur 2.6 De windstromingen en verwarmingvan de...
13relatie tussen stedelijk groen (met name bomen) en de wind is complex. Overigens bieden bomenniet alleen bescherming bie...
14omstandigheden, kleding en fysieke kenmerken. De menselijke warmtebalans omschrijftverschillende parameters van inkomend...
15Figuur 2.8 De verwachte toename van PET-temperaturen op basis van het meest extreme klimaatveranderingscenario tussen de...
16Een negatief effect van een hoge H/W ratio is dat er minder ventilatie in de canyon is. Ook ontstaater meer warmte die a...
17MaterialenMaterialen die in de stad gebruikt worden, zowel voor bebouwing als voor inrichting van deopenbare ruimte, heb...
18Andere aspecten die ook in ogenschouw dienen te worden genomen bij de implementatie vanklimatologische kennis in plannin...
19Figuur 3.1 Procedure die gevolgd is om een kaart metHCR- eenheden units te ontwikkelen (Alcoforado et. al.,2009).Hoofdst...
20Figuur 3.2 ‘Homogeneous climate response units’ waarvoor klimatologischeguidelines zijn opgesteld (Alcoforado et. al., 2...
21ligging in de valleien; in de noordelijke helft van Lissabon op basis van lagebebouwingsdichtheid en de noord-zuid oriën...
22verkregen luchttemperatuurpatronen hangen af van meteorologische omstandigheden: het tijdstipvan de dag, de windrichting...
23Hoofdstuk 4: ProbleemanalyseIn dit hoofdstuk zal getracht worden de aard van de problematiek voor Avenida da Liberade ui...
24Op basis van gegevens van het Ag ncia Portuguesa do Ambiente (2010) hebben we berekend dat deconcentratie Pm10 voor de A...
25Tot slot: klimaat als een integraal aspectAlhoewel de verbetering van het lokale (leef)klimaat met behulp van de huidige...
26Hoofdstuk 5: Plekanalyse§5.1 De ligging van de Avenida da LiberdadeDe Avenida da Liberdade is gelegen in een van de drie...
27officiële opening plaats. Vanaf dat moment was de Avenida da Liberdade dé promenade voor debevolking van Lissabon en wer...
28Figuur 5.4 Het begin van de Av. da Liberade bij het Praça dosRestauradores, eigen foto.Het verkeer op Restauradores ison...
29Figuur 5.5 Zoals te zien is wordt de vegetatie naar eindevan de Av. da Liberdade toe steeds kleiner in omvang.Figuur 5.6...
30Figuur 5.7 Een verkeersbord wijst deautomobilist op de gevaarlijkeverkeerssituatie de Av. da Liberdade,eigen foto.Daarna...
31rondom Marquês de Pombal hebben de volgende functies: er zijn verschillende banken gevestigd,een groot hotel, EDP (Elect...
32Een toeristische functie: op het uitzichtpunt zijn veel toeristen te vinden. Vanaf dit punt kan verworden gekeken. Het g...
33gevestigd. Aan de zuidzijde loopt de Avenida da Liberdade door in Restauradores, waarna de wegvia een smalle doorgang op...
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Bachelorthesis
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Bachelorthesis

611 views
540 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
611
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Bachelorthesis

  1. 1. Urban Climate in Lissabon:Over de bruikbaarheid van klimatologische kennis voor een nieuwontwerp van de Avenida da Liberdade.Faculteit Ruimtelijke WetenschappenBachelorthesis Technische PlanologieBegeleider: dr. ir. T. van DijkTrinette Boonman s1735179Maurice Middendorp s1727281Leon Teeuw s1692348
  2. 2. 1SamenvattingDat het belangrijk is om in stedelijke planning rekening te houden met stedelijke klimaten, werdduidelijk na de hittegolven in 2003 en 2006. Klimaatverandering zal op veel plaatsen leiden tothogere temperaturen. In steden zal het ‘urban heat island effect’ - het temperatuureffect dat in stedenoptreedt waardoor ze warmer zijn dan de hun omgeving - hieraan nog verder bijdragen (van Hove,2009). Een oververhitte omgeving leidt tot een vermindering van het comfort en het functionerenvan mensen en doet het energieverbruik toenemen.Is deze thesis is specifiek gekeken naar de bruikbaarheid van de beschikbare klimatologische kennisover ruimtelijke interventies om het stedelijke klimaat te verbeteren. Met andere woorden: er isonderzocht of de kennis over ‘urban climate’ in relatie tot urban form operationeel genoeg om toteen concreet, duurzaam ontwerp te komen voor de Avenida da Liberdade in Lissabon.In deze thesis is allereerst een overzicht gegeven van de bestaande generieke kennis over ‘urbanclimate’. Temperatuur, wind en luchtvervuiling zijn als belangrijkste aangrijppunten opgevat omstedelijke klimaten te begrijpen. Vervolgens is gekeken welke ruimtelijke interventies (bebouwing,stedelijk groen, en water) hieraan kunnen worden opgehangen om het stedelijke klimaat verbeteren.Specifiek voor Lissabon zijn door Alcoforado et al. (2009) klimatologische richtlijnen opgesteld. Inons onderzoek werden deze ‘guidelines’ in combinatie met theoretische kennis als uitgangspuntgenomen voor het maken van nieuwe ontwerpen voor de Avenida da Liberdade.Het ontwerpproces bestond uit een aantal basale onderdelen; middels een probleemanalyse is eenbeeld neergezet van de uiteenlopende problematiek die in de straat speelt. Een plekanalyse voorzagin een nauwkeurige omschrijving van de straat en haar omgeving. Met behulp van verschillendeSWOT-analyses zijn daarna de zwakke en sterke punten van de Avenida op een rijtje gezet.Deze verschillende onderdelen vormden die input voor verdere brainstormsessies. Uiteindelijk zijner drie ontwerpen gemaakt - weliswaar met verschillende functionele structuren - met alsuiteindelijke doel het verbeteren van het stedelijk klimaat.Bij het maken van de ontwerpen werden twee hoofdproblemen waargenomen: Ten eerste waren deklimatologishe richtlijnen soms erg globaal voor toepassing op microniveau. Daarnaast kon -gegeven de complexiteit - de gezamenlijk klimatologische impact van een mix van ruimtelijkeinterventies lastig worden vastgesteld. Zodoende kon ook geen rangschikking van de ontwerpen opbasis van klimatologische kwaliteit worden gemaakt.Hoewel de kennis niet operationeel genoeg was om ‘waterdichte’ ontwerpen te maken, betekent hetniet dat de beschikbare kennis niet waardevol was. Volgens de auteurs moeten er wel - terconcretisering van de richtlijnen - duidelijkere klimatologische doelen worden opgesteld. Hieraankunnen makkelijk specifieke, ruimtelijke interventies worden gebonden en daarnaast kunnenhelderdere afwegingen ter plekke worden gemaakt.Klimatologische kennis in een ontwerp-/planningsproces kan in onze ogen zeer waardevol zijn, mitsdeze op haar merites kan worden beoordeeld. Daarom onderstrepen wij het belang vanmultidisciplinaire samenwerking in de wetenschap en in de planningspraktijk.
  3. 3. 2VoorwoordVoor u ligt de bachelorthesis, die het resultaat is van een groepsonderzoeksproject van drie maandenin de stad Lissabon. Deze thesis vormt een slotonderdeel voor de afronding van de bachelorTechnische Planologie aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen.De thesis zal ingaan op ‘urban climate’ en de (relevantie van) inpassing van dit thema in deruimtelijke planning. Een belangrijke reden om dit onderzoek in Lissabon te doen, is de grotehoeveelheid toepassingsgericht, klimatologisch onderzoek die aan het Centro de EstudosGeográficos in Lissabon reeds heeft plaatsgevonden.Bij aanvang van het project hebben we rekening gehouden met een ‘ruime opstartfase’ om zo toteen interessante en relevante focus van ons studieproject te komen. Aanvankelijk wilden we onsrichten op de implementatie van klimatologische kennis in de planningspraktijk. Dit thema bleekechter in de praktijk (nog) geen enkele rol van betekenis te spelen. Om deze reden is er binnen dezethesis gekozen voor een onderzoek naar de bruikbaarheid van aanwezigheid van klimatologischekennis voor een concrete locatie in Lissabon.Graag willen wij prof. Ana Firmino, onze contactpersoon aan de Universidade Nova de Lisboa,bedanken voor haar stimulerende gesprekken en goede tips. Daarnaast willen wij ook onze dankuitspreken aan Maria João Alcoforado en Henrique Andrade van de Universidade de Lisboa, diemet ons van gedachte wilden wisselen over ons project en ons belangrijk bronmateriaal terbeschikking hebben gesteld.Onze bijzondere dank gaat uit naar onze scriptiebegeleider dr. ir. Terry van Dijk, die vulkanischnatuurgeweld moest trotseren om ons op locatie te kunnen ondersteunen. Met zijnenthousiasmerende ideeën, zijn aanwijzingen ter plekke en zijn kritische kanttekeningen hield hijgeregeld onze gedachten scherp.Trinette BoonmanMaurice MiddendorpLeon Teeuw15 juli 2010
  4. 4. 3Inhoudsopgave:Hoofdstuk 1: Inleiding .........................................................................................................................4Hoofdstuk 2: Theoretisch kader...........................................................................................................6§2.1 Temperatuur en het Urban Heat Island effect ..........................................................................7§2.2 Wind en luchtvervuiling.........................................................................................................10§2.3 PET.........................................................................................................................................13§2.4 Ruimtelijke interventies (op microniveau) ............................................................................15§2.5 Afsluitend...............................................................................................................................17Hoofdstuk 3: Klimatologische richtlijnen voor stedelijke planning in Lissabon...............................19§3.1 De klimatologische richtlijnen...............................................................................................19§3.2 Avenida da Liberdade.............................................................................................................21Hoofdstuk 4: Probleemanalyse ..........................................................................................................23Hoofdstuk 5: Plekanalyse...................................................................................................................26§5.1 De ligging van de Avenida da Liberdade...............................................................................26§5.2 De geschiedenis van de Avenida da Liberdade......................................................................26§5.3 Avenida da Liberdade: van kop tot staart...............................................................................27§5.3.1 Praça dos Restauradores..................................................................................................27§5.3.2 Avenida da Liberdade......................................................................................................28§5.3.3 Praça do Marquês de Pombal..........................................................................................30§5.3.4 Parque Eduardo VII ........................................................................................................31§5.4 Omgeving van Av. da Liberdade............................................................................................32Hoofdstuk 6: SWOT-analyses............................................................................................................34§6.1 Toegankelijkheid....................................................................................................................34§6.2 Internationale allure ...............................................................................................................35§6.3 Stedelijk klimaat ....................................................................................................................36Hoofdstuk 7: Brainstormen................................................................................................................38§7.1 Functionele brainstormsessies................................................................................................38§7.1.1 6-3-5 technieken..............................................................................................................38§7.1.2 De Bloemassociatie.........................................................................................................39§7.1.3 Het Destructief-Constructief Brainstormen ....................................................................39§7.2 Concrete klimatologische oplossingen...................................................................................40§7.3 Ontwerplabels ........................................................................................................................40Hoofdstuk 8: Ontwerpplannen...........................................................................................................42§8.1 Rotonde-Rijkenavenida..........................................................................................................42§8.2 De Verlengde Avenida............................................................................................................44§8.3 De Shared Space Avenida ......................................................................................................46Hoofdstuk 9: Discussie ......................................................................................................................48Hoofdstuk 10: Conclusie....................................................................................................................51Reflectie .............................................................................................................................................53Referenties .........................................................................................................................................55
  5. 5. 4Hoofdstuk 1: InleidingTegenwoordig zijn duurzame occupatiestrategieën erg populair en wordt er op dit gebied veelonderzoek gedaan naar het creëren van duurzame leefomgevingen. Een van de hoofddoelen vanduurzaamheid is om economische groei los te koppelen van het toenemende grondstofgebruik enhaar gevolgen, de afvalproductie (Mills, 2006). Bijvoorbeeld de economische groei die sterkafhankelijk is van niet-hernieuwbare fossiele brandstoffen wordt beschouwd als een structureelprobleem. Hieraan gekoppeld zijn de luchtvervuiling op verschillende schaalniveaus en de bijdragevan menselijke activiteit aan de opwarming van de aarde. Nog een voorbeeld is de wereldwijdeurbanisatie en groeiende steden die een steeds grotere druk leggen op ecosystemen. Striktecologische duurzaamheid vraagt om een nederzetting, waarvan de grenzen samenvallen met hetgebied waaraan zij haar grondstoffen onttrekt, maar dit is geen praktisch uitgangspunt. “Thus, whilemaking settlements sustainable may not be possible, making them more efficient is a key part inachieving global sustainability” (Mills, 2006).Sustainability en ‘ urban climate’In de literatuur over duurzame steden werd onze aandacht gevestigd op stedelijke dichtheid en haarrelatie tot de stedelijke (zomer)temperatuur. Bijvoorbeeld ‘sprawling suburbs’ met lage dichthedenstaan bekend om hun hogere consumptie van ruimte en energie (bijlage 1.1), maar de aanwezigheidvan grote tuinen heeft ook positieve gevolgen door hun bijdrage aan de vermindering van hogezomertemperaturen (Haughton, 1994). Met deze contra-intuïtie als uitgangspunt gaan wij onsrichten op de relatie tussen de bebouwde omgeving en het stedelijk klimaat. Op dit punt lijkt er eenmogelijk verband te zijn tussen het klimaat van een nederzetting, haar bebouwde omgeving en haarpotentiële duurzaamheid door steden efficiënter te maken (bijvoorbeeld door het verminderen vanzomertemperaturen door anders te bouwen en zo energie te besparen voor de koeling vangebouwen).Dat het belangrijk is om in stedelijke planning rekening te houden met stedelijke klimaten, werdduidelijk na de hittegolven in 2003 en 2006. Klimaatverandering zal op veel plaatsen leiden tothogere temperaturen. In steden zal het ‘urban heat island effect’ - het temperatuureffect dat in stedenoptreedt waardoor ze warmer zijn dan de hun omgeving - hieraan nog verder bijdragen (van Hove,2009). Een oververhitte omgeving leidt tot een vermindering van het comfort en het functionerenvan mensen. Vooral oudere en zieke mensen lopen risico op versneld overlijden. Zo veroorzaakte dehittegolf van 2003 tussen 22.000 en 35.000 extra doden in West-Europa (Klimaat voor Ruimte,2009).In Lissabon zijn reeds verscheidene onderzoeken gedaan naar ‘urban climate’ en detoepassingsmogelijkheden in stedelijke planning, zeker in vergelijking tot andere Europese steden.Dit is voor ons een belangrijke stimulans om een interessant onderzoek te starten in deze stad.Lissabon ligt aan de rivier de Taag. De Portugese hoofdstad ligt 30 kilometer ten oosten van deAtlantische westkust van Portugal, op 38◦43´ noorderbreedte en 9◦ 9´ westerlengte. De stad zelfheeft 600.000 inwoners en beslaat een gebied van 84 km2. In het stedelijk gebied komen geenplaatsen voor hoger dan 160 meter, desondanks zijn er veel hoogteverschillen binnen de stad. Ditkomt mede doordat zich in het zuiden van de stad vier valleien bevinden, die van noord naar zuidlopen; in het noorden zich een plateau bevindt met lichte helling naar het zuiden; en in het westende Monsanto heuvel te vinden is (Alcoforado, 2009).Een centrale as in de stad is de Avenida da Liberdade, gelegen in een van deze valleien tussenParque Eduardo VII in het noorden en de stadspleinen Restauradores en Rossio in het zuiden (in hetrood aangegeven in figuur 1.1). In de valleibedding neemt de hoogte toe met de afstand tot de kust.De topografische en stedelijke kenmerken van de vallei van de Avenida da Liberdade, maken ditgebied bijzonder interessant voor een klimatologische studie (Andrade, 2004). Het gebied herbergt
  6. 6. 5Figuur 1.1 De stad Lissabon en de ligging van de Avenida daLiberdade (Google Earth, 2010).bovendien allerlei belangrijke functies (economisch, cultureel, wonen, diensten en recreatie). Ditmaakt het in het bijzonder de moeite waard om aandacht te besteden aan thermisch comfort en eenhoge kwaliteit van de fysieke leefomgeving.Door onderzoekers van deUniversidade de Lisboa zijn eenaantal ‘climatic guidelines’ voorstedelijke planning opgesteld, met debedoeling dat deze wordengeïmplementeerd in de stedelijkeplanning van de stad Lissabon. Naastde klimatologisch belangen zijn in depraktijk ook een aantal andereaspecten die een belangrijke rol spelenbij het maken van een ontwerp en dieintegraal bekeken moeten worden. Indeze thesis zal daarom gekekenworden of de reeds toegankelijke set‘climatic guidelines’ en de kenniswaarmee zij tot stand zijn gekomenvoldoende aanknopingspunten biedenvoor een ontwerp op een specifiekelocatie.De hoofdvraag van deze thesis luidt dan ook als volgt:Is de kennis over ‘urban climate’ in relatie tot urban form operationeel genoeg om tot eenconcreet, duurzaam ontwerp te komen voor de Avenida da Liberdade in Lissabon?Met operationeel genoeg wordt bedoeld dat zowel ‘urban climate’ als ‘urban form’ voldoendegespecificeerd zijn om relaties tussen deze twee ‘containerbegrippen’ te kunnen toetsen en nogbelangrijker: of hieruit voortvloeiende kennis vervolgens ook in praktijk kan worden gebracht.LeeswijzerOm de bovengenoemde hoofdvraag op juiste wijze te kunnen beantwoorden wordt er allereerstgekeken in hoofdstuk 2 naar wat onder ‘urban climate’ wordt verstaan en welke theorievorming opdit gebied heeft plaatsgevonden. Door middel van de bestaande theorie kan ‘urban form’ in micro-en mesoklimatologisch opzicht vanuit een duurzaam perspectief verbeterd worden.In hoofdstuk 3 wordt een specifiek voorbeeld aangedragen van opgestelde richtlijnen ten aanzienvan ‘urban climate’, maar zijn deze richtlijnen ook daadwerkelijk adequaat toepasbaar in de stadLissabon en de Avenida da Liberdade in het bijzonder?Naast het doel om het klimaat in de Av. da Liberdade te verbeteren, kent deze straat enkele lokaleproblemen ten aanzien van verkeerskundige, vervuilende en imagoaspecten, die in hoofdstuk 4 kortzullen worden behandeld. Vervolgens zal als onderdeel van het ontwerpproces de straat in al haarfacetten in beeld worden gebracht. Er zullen verschillende ontwerpen voor de Avenida da Liberdadeworden gemaakt (hoofdstuk 6, 7 en 8), waarvan vervolgens de klimatologische kwaliteit in dediscussie (hoofdstuk 9) zal worden besproken en een beste ontwerp zal worden gekozen.Tot slot zal in hoofdstuk 10 worden geconcludeerd of de kennis over ‘urban climate’ in relatie tot‘urban form’ ook daadwerkelijk operationeel genoeg is en welke informatie zo mogelijk nogontbreekt voor het maken van een concreet duurzaam ontwerp. Op de waarde van kennis in hetontwerpproces en reflectie van onze eigen werkwijze, zullen wij terugkomen in het hoofdstuk 11.
  7. 7. 6Hoofdstuk 2: Theoretisch kaderZoals eerder gezegd is ‘urban climate’ een verzamelnaam voor meteorologische en atmosferischeprocessen die in een stedelijke omgeving plaatsvinden, en tegelijkertijd door die stedelijkeomgeving worden beïnvloed. In dit hoofdstuk wordt vanuit een theoretisch oogpunt gekeken naarde relatie tussen ‘urban form’ (de bebouwde stedelijke omgeving) en urban climate. Er zal gekekenworden naar de theorievorming die op dit terrein heeft plaatsgevonden en uiteindelijk, in hoofdstuk2, hoe deze theoretische basis vertaald is naar concrete richtlijnen voor stedelijke planning voor destad Lissabon.‘Urban climatology’ is een de tak van wetenschap die zich sinds de jaren tachtig richt op hetconstrueren van klimatologische concepten en het vinden van algemene causale relaties binnen hetstedelijk klimaat. “This science would provide a foundation for the development of applied urbanclimatology that could aid in the planning process” (Mills, 2006; Alcoforado, 2006; Alcoforado etal., 2009).Figuur 2.1 Deze afbeelding geeft de drie verschillende klimatologische schaalniveaus weer met de bijbehorendeluchtlagen (Oke, 2006b).In de tussentijd zijn de inzichten binnen deze wetenschap sterk voortgeschreden. Er is eenraamwerk tot stand gekomen met verschillende verticale en horizontale schaalniveaus (zie figuur2.1). Het microniveau heeft betrekking op het microklimaat dat elk object of oppervlak heeft. Dezeschaal heeft een omvang van een tot enkele honderden meters; het lokale schaalniveau is hetschaalniveau waarop klimaatstations meten. Dit schaalniveau is een mix van microklimaten enomvat ook invloeden van landschapskenmerken (topografie) op het lokale klimaat; op mesoschaal(enkele tientallen kilometers) wordt bekeken hoe de stad het weer en klimaat op niveau van de stadbeïnvloedt (Oke, 2006b).De belangrijkste verticale luchtlagen zijn de Urban Boundary Layer en de Urban Canopy Layer. De
  8. 8. 7Figuur 2.2 Albedo waarden voor verschillendestedelijke oppervlakten (Kleerekoper, 2009).Urban Boundary Layer (grenslaag) is de luchtlaag die direct beïnvloed wordt door transport vanondermeer warmte, waterdamp, impuls en CO2 vanaf het aardoppervlak, terwijl de vrije atmosfeerniet wordt beïnvloed door transport vanaf het aardoppervlak (Stull, 2000). Ongeveer de onderstetien procent van de UBL bestaat uit de Surface Layer (SL). Deze laag wordt weer onderverdeeld inde Inertial Sublayer, de Roughness Sublayer en de Urban Canopy Layer (UCL). Deze laatste laag isde luchtlaag tussen de gebouwen. In het onderstaande wordt hier op teruggekomen.Terwijl het begrip over de werking van stedelijke klimaten op verschillende schaalniveaus sterk istoegenomen, is er relatief weinig bekend over de klimatologische uitkomsten van ruimtelijkeinterventies in steden. Toepassing van klimatologische informatie bevindt zich dus nog in eentamelijk ‘pril’ stadium.In dit hoofdstuk trachten wij een actueel overzicht te geven van de reeds bestaande kennis op ditgebied en de klimatologische principes die hieraan ten grondslag liggen. Een belangrijkklimatologisch verschijnsel dat optreedt in steden en maakt dat de stedelijke omgeving over hetalgemeen warmer is dan haar omgeving is het urban heat island effect (§1). Daarna wordt inparagraaf 2 besproken wat de effecten van wind en topografie kunnen zijn op het stedelijk klimaat.Bij het meten en vaststellen van klimatologische verschijnselen komt ook een subjectievecomponent kijken: de perceptie van warmte door mensen en thermisch comfort. Vervolgens -hoewel soms lastig generaliseerbaar- wordt in paragraaf 4 gekeken welke ruimtelijke interventies opmicroniveau er mogelijk zijn om urban climate te verbeteren. Te denken valt aan aanpassingen tenaanzien van bebouwing, stedelijk groen, water en materiaalgebruik. Tot slot wordt een conclusiegetrokken over de mogelijkheden van integratie van deze kennis in stedelijke planning in hetalgemeen en uitdagingen die op dit vlak liggen.§2.1 Temperatuur en het Urban Heat Island effectHet Urban Heat Island (UHI) effect is het temperatuurseffect dat optreedt in het stedelijk gebied ende stad warmer maakt dan haar omgeving. De UHI-intensiteit is het maximale verschil intemperatuur op een dag tussen de lucht in de Canopy Layer in het urbane gebied en het ruralegebied. De UHI-intensiteit manifesteert zich vaak op lokale schaal en op mesoniveau als een ‘poel’van warme lucht met de hoogste waarden in de dichtbebouwde binnenstad. Zoals te zien is inbijlage 2.1, heeft ook de vegetatie duidelijke invloed op de lokale UHI-intensiteit.Het effect van het UHI is het grootst bij nacht onder heldere hemel en bij weinig wind (IAUC,2010). Overdag wordt inkomende kortgolvige straling (K↓) geabsorbeerd door gebouwen envegetatie. Vanaf het moment dat de zon ondergaat, komt er geen kortgolvige straling meer binnen,waardoor alleen nog maar langgolvige straling (L↑) door het aardoppervlak, de gebouwen envegetatie wordt uitgestraald. De vegetatie op het platteland heeft veel minder warmte dan gebouwenin de stad, waardoor minder langgolvige straling wordt uitgezonden in niet-stedelijke gebieden(bijlage 2.2). Zodoende is hettemperatuurverschil tussen de stad en haar ruraleomgeving ’s nachts het grootst.De urbane omgeving heeft invloed op destralingsbalans, onder andere door middel vanhet albedo-effect van bebouwing. Het albedo ishet percentage van de totale hoeveelheidinkomende kortgolvige straling dat gereflecteerdwordt door het oppervlak. Figuur 2.2 toontalbedo’s van verschillende materialen. Hetlagere albedo van stedelijke materialen die in destad worden gebruikt zorgt in sommige gevallen
  9. 9. 8Figuur 2.3 Thermische kenmerken van bepaaldematerialen: Dichtheid (ρ), ‘heat capacity’ (C), ‘thermalconductivity’ (k) en ‘thermal admittance’ (µ) (IAUC,2010).Figuur 2.4 Een afbeelding van de sky-viewfactor in een symmetrische ‘street canyon’,berekend op basis van wijdte (W) en de hoogte(H), ψ sky = cos β (IAUC, 2010).voor minder reflectie van kortgolvige straling (K↑) en een hogere uitstraling van langgolvigestraling (L↑). Hierdoor wordt de lucht opgewarmd. Ook is het van belang hoe snel een materiaalafkoelt. Dit hangt af van de ‘thermal admittance’(µ): de capaciteit van een materiaal om warmte opte slaan en vrij te laten (zie figuur 2.3). Stedelijke materialen hebben een hoge ‘thermal admittance’.Deze materialen verliezen maar moeilijk hun warmte. Om deze reden is het mogelijk dat een objectgedurende lange tijd langgolvige straling blijft uitzenden, met als gevolg dat de lucht boven ditmateriaal warm blijft (Kleerekoper, 2009).In de urbane gebieden wordt uitgaande langgolvige straling gehinderd door een te grote ‘sky-viewfactor’ (SVF). De ‘sky-view factor’ is de proportie hemisfeer die vanuit een straat te aanschouwenis (zie figuur 2.4). De hemisfeer is de totaal zichtbare hemel op een vlak stuk land zonder obstakels.De sky-view factor hangt nauw samen met de H/W ratio. De H/W ratio beschrijft de verhoudingentussen de hoogte van de gebouwen en de breedte van de ‘canyon’. Over het algemeen geldt: hoehoger de H/W ratio (dus hoe hoger de gebouwen in verhouding tot de straatbreedte), hoe minderlanggolvige straling kan worden uitgestraald en hoe hoger de UHI-intensiteit is (bijlage 2.4) (IAUC,2010).In de literatuur wordt beschreven hoe de stedelijke omgeving de warmtebalans beïnvloedt en opbasis hiervan een aantal vermoedelijke oorzaken van het Urban Heat Island aangedragen (IAUC,2010) :- De ‘canyon geometry’ kan invloed hebben op K*. In de Urban Canopy Layer wordt een deelvan de inkomende kortgolvige straling (K↓) meerdere keren in de canyon weerkaatst (endeels geabsorbeerd). Hierdoor verlaagt het albedo van het stedelijk oppervlak.- Toenemende inkomende langgolvige straling (L↓) kan worden veroorzaakt doorluchtvervuiling. De luchtvervuiling in de atmosfeer reflecteert de uitgaande langgolvigestraling (L↑) en zendt deze opnieuw uit naar het aardoppervlak in de vorm vaninkomende langgolvige straling (L↓).- De ‘canyon geometry’ heeft een negatieve invloed op de netto langgolvige straling (L*).Deze neemt af als gevolg van een toename van uitgaande langgolvige straling (L↑). Zoalseerder toegelicht is de sky-view factor een maat voor de mogelijkheid tot uitstraling, dieonder meer belet wordt door de bebouwing. Een lagere sky-view factor vermindert demogelijkheid tot uitstraling van langgolvige straling.- De door de mens veroorzaakte warmte (‘antropogenic heat’) zorgt voor een directetoevoeging van extra warmte aan de lucht (QF). Te denken valt aan directe warmte dievrijkomt bij verkeer en airconditioning.- De aanwezigheid van minder vegetatie en de overheersing van ondoorlaatbare oppervlakkenin stedelijke gebieden doen de evapotranspiratie en de turbulente stroom van latente warmte
  10. 10. 9Figuur 2.5 Het verschil in straling, temperatuur en de PET-temperatuur, tussen de schaduw van een enkele boom en deomgeving (Andrade en Vieira, 2007).(QE ) verminderen (Lopes, 2009).- ∆Qs neemt toe doordat stedelijke bouwmateriaal een grotere capaciteit heeft voor de opslagvan warmte, zoals hierboven is toegelicht.De rol van stedelijk groenHieronder zal verder in worden gegaan op de invloed van stedelijk groen op de temperatuur en hetUrban Heat Island effect. Groen wordt hier apart besproken, omdat er heel veel onderzoek is gedaannaar de invloed ervan op het stedelijk klimaat. Bij het stedelijk groen geldt dat de omvang een groterol speelt: het effect van een enkele geïsoleerde plant verschilt van het effect van een plant in eengroep. Daarom zal eerst in het kort de algemene verkoelende werking van vegetatie wordenuitgelegd. Vervolgens zal in worden gegaan op de verkoelende werking van een enkele boom en totslot zal worden gekeken naar de invloed van grotere groene gebieden.Bomen en groene ruimtes hebben een groot effect op het matigen van het microklimaat en hetkoelen van steden. Dit verkoelende effect is het gevolg van de evapotranspiratie: een gecombineerdproces van transpiratie en verdamping van water op de bladeren. Deze evapotranspiratie zorgt vooreen daling van de luchttemperatuur en een verhoging van de luchtvochtigheid (Zoulia et al., 2008).Evapotranspiratie valt in de energiebalans (Box 2.1) onder de term latente warmte (QH). Deluchttemperatuur daalt, want de verdamping van het water kost energie, waardoor deze energie nietmeer kan worden gebruikt voor verwarming van de lucht. Naast dit verkoelende effect doorevapotranspiratie, zorgt ook de schaduw van de vegetatie voor verkoeling.Bij een enkele boom is hettegenhouden van de directezonnestraling de belangrijksteverkoelende factor. Onder een enkeleboom wordt het grootste verschilveroorzaakt door inkomendekortgolvige straling (zie figuur 2.5).Een boom kan gemiddeld 88%kortgolvige straling blokkeren.Daarnaast wordt uitgaandelanggolvige straling (L↑) deelsgereflecteerd door de kroon van deboom. Hierdoor is de inkomendelanggolvige straling (L↓) in deschaduw van de boom veel hogerdan in de zonnige omgeving. Doordeze twee grote verschillen is denetto straling veel hoger in gebieden die zich onder directe zonnestraling bevinden.Ook de gemiddelde stralingstemperatuur (TMRT) is significant hoger in gebieden buiten de schaduw.Door deze grote verschillen is het verschil in PET (Physiological Equivalent Temperature) velemalen groter dan het verschil in werkelijke temperatuur. Bij een werkelijke temperatuur van 29 °Cin de schaduw en 31 °C in de zon bleken de PET-waarden 27 °C respectievelijk 45,5 °C te zijn. Opde PET temperatuur zal in §2.3 verder worden ingegaan.De inkomende kortgolvige straling wordt nog minder onder een groep van bomen. Dit komt metname door de reductie van K↓ en TMRT. De inkomende kortgolvige straling is onder groepen bomenin vergelijking met enkele bomen veel lager. Dit komt doordat kortgolvige straling mindermakkelijk door middel van weerkaatsing door luchtdeeltjes het schaduwgebied onder de groepbomen vanaf de zijkant kan bereiken. Bij een schaduw die onder groepen bomen lag, is bijmetingen in de zon en in de schaduw veel vaker een significant temperatuurverschil gevonden, in
  11. 11. 10vergelijking tot de schaduw van een enkele boom (Andrade en Vieira, 2007).Er zijn vele onderzoeken gedaan naar de effecten op de luchttemperatuur van groene gebieden instedelijke omgeving. Uitkomsten uit deze onderzoeken zijn niet altijd zonder meer te generaliseren.Zoulia (2008) heeft een overzicht gegeven van verschillende onderzoeken die in het verleden zijngedaan naar de invloed van stedelijk groen (op de omgeving). Uit deze verzameling van uitkomstenzijn een aantal bevindingen steeds naar voren gekomen:- Op kleine schaal, bij enkele bomen, kwam in de meeste studies naar voren dat deluchttemperatuur in de schaduw van de bomen lager is dan in de zon. De verschillen intemperatuur liepen uiteen van de 0,7 °C tot 3.6 °C.- In het geval van grote, groene gebieden zoals parken heeft de vegetatie verkoelend effect opde omgeving. Het verkoelende effect van parken is onderzocht door verschillendeonderzoekers. De gemiddelde luchttemperatuur in groene gebieden was 0.47 °C tot 5.6 °Clager dan in de stedelijke omgeving en dit verschijnsel is zowel overdag als ’s nachtswaargenomen. In een andere studie komt juist naar voren dat groene gebieden warmerkunnen zijn dan de bebouwde omgeving: overdag bij stedelijke parken bedekt met gras; ditis soms ‘s nachts het geval bij parken met dicht op elkaar staande, gemiddeld hoge bomen.- Daarnaast zijn de verschillen in temperatuur in groene gebieden en de gebieden daaromheengedurende de nacht kleiner dan gedurende de dag. Over het algemeen werden er hogeretemperaturen gemeten op plaatsen in het park in de zon, dan op plaatsen in de schaduwbuiten het park (Andrade en Vieira, 2007).- Ook is aangetoond dat er een relatie bestaat tussen de oppervlakte van het stedelijk groen ende afstand waarop het groen invloed heeft op de omgevingstemperatuur. Zo is aangetoonddat de invloed van een ‘groot’ park (500 ha) een invloedsbereik heeft van ca. 2 km. Bijkleinere parken (ongeveer 35 ha en kleiner) kan het invloedsbereik sterk uiteenlopen totmaximaal een kilometer bij sterke wind.De meeste van deze onderzoeken zijn tijdens de zomer uitgevoerd om te kijken wat de invloed vande vegetatie is op het UHI in dit seizoen. De onderzoeken die in de winter zijn gedaan, hadden veelminder vaak een significante uitkomst.In het voorgaande zijn een aantal voordelen van stedelijk groen genoemd. Andrade (2004) wijst erechter op dat er onderzoeken zijn gedaan waaruit blijkt dat stedelijk groen ook negatieve gevolgenkan hebben voor het stedelijk klimaat. Hierbij moet vooral gedacht worden aan een toename van hetvocht in de atmosfeer (§2.3), een vermindering van de zonne(in)straling en stresscondities in deatmosferische stabiliteit (een belemmering van de verspreiding en verdunning van verontreinigdestoffen doordat de wind wordt tegengehouden - paragraaf 2.2). Daarnaast moet er rekening meeworden gehouden dat het verkoelende effect van het stedelijk groen in warme landen een voordeelis, maar dat dit zeker een nadeel kan zijn in koudere landen in de winter.§2.2 Wind en luchtvervuilingOok wind en luchtvervuiling hebben impact op het stedelijk klimaat. Winden ontstaan doorverschillen tussen hoge- en lagedrukgebieden, daar waar lokale (stedelijke) winden beïnvloedtworden door orografische omstandigheden (het reliëf) op mesoschaal. Turbulente winden (enthermiekbellen) zorgen voor de warmte-uitwisseling tussen de Urban Canopy Layer en debovenliggende luchtlaag (figuur 2.1). “At mesoscales one needs to know the orografic setting of thecity itself and the specific site as well as its relative location within the urban area (urban fringe,urban core)” (Oke, 2006a). Door deze orografische setting en de stedelijke bebouwing ontstaannamelijk verschillende luchtstromingen. Daar zal hieronder verder op worden ingegaan. Verderwordt ook ingegaan op de relatie tussen wind en luchtvervuiling; de kracht en de richting van deverschillende winden hangt nauw samen met de concentratie van luchtvervuiling. “In cities, wheretopography and urban structure contribute to slowing down the wind, pollution problems can bevery serious” (Alcoforado, 2006).
  12. 12. 11Overdag, met name ’s middags, komen in heuvelachtige gebieden anabatische winden voor (Kroonet al., 2009). Deze winden komen uit het dal en waaien omhoog langs de helling. Dit komt doordatop de hoogte van de helling wel opwarming van de lucht plaatsvindt, maar op enige afstand van deberg niet. Hierdoor zal de koele lucht vanuit het dal de ruimte opvullen, die is achtergelaten door deopstijgende warme lucht. ’s Nachts ontstaan katabatische winden. Deze winden ontstaan doorsterkere afkoeling van lucht op berghellingen. De koele lucht glijdt langs de helling het dal in,waardoor bergwinden ontstaan.Een andere wind, die overigens niet per definitie door orografische omstandigheden ontstaat, is de(verkoelende) zeewind die in gebieden gelegen aan grote wateroppervlakten, kan voorkomen.Zeewinden ontstaan vooral aan het begin van de middag op zonnige dagen in het voorjaar en in devroege voorzomer onder invloed van differentiële opwarming. Als het zeewater nog relatief koud isen het land, onder invloed van een hoog aan de horizon staande zon, erg warm wordt, zet de warmelucht boven land uit waardoor er drukverschillen ontstaan tussen lucht boven zee en lucht bovenland (Kroon et al., 2009). De luchtdruk boven het landoppervlak daalt door opstijgende warmelucht. Deze warme lucht zal richting zee worden getransporteerd op grote hoogte. Boven zee koeltde lucht af en zorgt voor een klein hogedrukgebied.De lage druk boven het land zal worden opgevuld door winden vanaf zee: de zeewind. Bijvoorbeeldvoor Lissabon is daarom de zeewind zuid-noord georiënteerd. Door de draaiing van de aarde zal inde loop van de dag de windrichting gaan ruimen: de wind draait in Lissabon naar het zuidwesten totwesten.FrictieBebouwing kan ook een afremmende werking hebben op wind, die meestal wordt bepaald doormiddel van de ruwheidslengte (z0). De ruwheidslengte is de schijnbare hoogte waarop dewindsnelheid nul is.Bottema (1999) toont aan dat bij kubusvormige bebouwing in een ‘grid’structuur de ruwheidlengte toeneemt naarmate de hoeveelheid bebouwing ook toeneemt (bijlage2.3). Bij een bepaalde waarde van de fractie bebouwd oppervlak, zal de ruwheidslengte weerafnemen. Dit komt doordat bij een percentage van ongeveer 30-40% bebouwd oppervlak, deCanopy Layer, de laag tussen het aardoppervlak en de hoogte van de bebouwing, een eigenatmosferisch systeem gaat vormen. Er vindt hierdoor weinig uitwisseling plaats tussen de CanopyLayer en de laag boven de bebouwing. Dit betekent dat de wrijving tussen de bebouwing zalafnemen naarmate het oppervlak dichter bebouwd is. Een egale, kubusvormige structuur zal echterin de werkelijk niet veel voorkomen. De ruwheidslengte kan bij een niet-egale structuur oplopen totboven de 2 (Stull, 2000). Bottema (1999) heeft voor meerdere bebouwingspatronen deruwheidslengte onderzocht. De minste frictie vindt plaats bij een structuur waarbij de bebouwingbreder is dan dat ze hoog is (bijlage 2.3). De bebouwing dient niet haaks op de windrichting testaan. Hieruit kan geconcludeerd worden dat zijwegen die haaks staan op de straat, die georiënteerdis op de windrichting, een afremmende werking hebben op de windkracht.Invloed van bebouwing op wind en temperatuurOnderzoek dat gedaan is naar wind, radiatie en de stedelijke energiebalans, heeft een sterke bandmet de ‘urban geometry’, uitgedrukt in de H/W ratio (Offerle, 2006). De H/W ratio is sterk vaninvloed op de wind: hoe groter de H/W ratio, hoe meer frictie plaatsvindt, waardoor dewindsnelheid afneemt. Daarnaast vindt er ook nog menging tussen de canopy layer en debovenliggende urban boundary layer plaats. Ook hiervoor geldt dat bij een hogere H/W ratio demenging tussen beide luchtlagen afneemt. Schuine daken helpen hierbij om een betere menging vanluchtlagen te creëren (Kleerekoper 2009).Onder invloed van warmtestraling kan ook lokale windcirculatie ontstaan in de canyon. Dehoeveelheid kortgolvige straling die binnenkomt in de canyon hangt af van: de orientatie van destraat ten opzichte van de zon; het seizoen en de dagelijkse gang.Als kortgolvige straling de canyon bereikt, zal deze moeilijk door middel van reflectie rechtstreeks
  13. 13. 12Figuur 2.7 Twee co-roterende wervels bij H/W = 0,17 (Kleerekoper, 2009).Figuur 2.6 De windstromingen en verwarmingvan de canyon. (a) westelijk, ’s ochtends; (b)westelijk, ’s middags; (c) oostelijk, ’s ochtends;(d) oostelijk, ’s middags (Offerle, 2006).kunnen worden teruggekaatst. Door ‘multiple-reflection’ zal kortgolvige straling in de canyonblijven ‘hangen’, waardoor meer kortgolvige straling kan worden geabsorbeerd door de straat(§2.1).In Gothenburg in Zweden heeft Offerle onderzoek gedaan naar een straat met een H/W ratio van2,1 die loopt van het noordwesten naar het zuidoosten (zie figuur 2.6). De wind komt bij a en b uithet westen. (a) ’s Ochtends is lucht in de straat nog erg koel. De zon verwarmt het bovenstegedeelte van de westelijk bebouwing. De warme lucht stijgt op en de daardoor vrijkomende ruimtewordt opgevuld door relatief koele lucht uit de canyon. Hierdoor ontstaat een grote circulatie met deklok mee. (b) Aan het eind van de dag zullen de wind en de zon juist op de oostelijke bebouwingstaan. De circulatie van koude lucht wordt minder. (c,d) Bij oostelijke winden gebeurd precies hettegenovergestelde. De koele lucht zal aan het eind van de middag een sterker verkoelend effecthebben op de canyon.Indien de overheersende windrichting loodrecht op de straatstaat, zal aan de zijde waar de wind op staat de circulatiedoor radiatie worden versterkt door de turbulentie die dewind veroorzaakt. De warme lucht zal met de lucht uit decanyon worden gemixt en hierdoor wordt de straat versneldopgewarmd. Aan de lijzijde daarentegen krijgt de warmelucht de mogelijkheid om op te stijgen tot degebouwhoogte. Vanaf dat moment zal de warmte wordenmeegevoerd door de wind en in mindere mate terug wordengezonden naar de canyon (Offerle, 2006). Bij een hogereH/W ratio zal deze warmte door de wind de canyon inworden gevoerd (Figuur 2.7).Invloed van stedelijk groen op de wind (en luchtkwaliteit)Zoals eerder al is beschreven, kan stedelijk groen zorgen voor een verkoelend effect van deomgeving. Naast deze verbetering in het thermisch comfort kan stedelijk groen ook zorgen voor eenverbetering van het mechanisch comfort door de blootstelling aan wind (en geluid) te controleren(Andrade, 2008).In deze paragraaf zal alleen ingegaan worden op de rol van het stedelijk groen op de wind. De
  14. 14. 13relatie tussen stedelijk groen (met name bomen) en de wind is complex. Overigens bieden bomenniet alleen bescherming bieden tegen de wind, maar tegelijkertijd de wind ook nodig hebben omvoor een verbetering van de luchtkwaliteit te kunnen zorgen (Pronk en van Dijk, 2008).Bomen bieden bescherming tegen de wind. Dit is prettig in koude klimaten bij een harde wind.Daarentegen kan dit voordeel ook als een nadeel worden beschouwd in warmere klimaten, wanneerbomen de verkoelende wind tegenhouden.Daarnaast hangt het effect van bomen op wind logischerwijs ook af van het jaargetij. In de koudemaanden, wanneer bescherming tegen de wind kan zorgen voor een verbetering van het thermischcomfort, verliezen de loofbomen hun gebladerte en zal het beschermende effect tegen de windafnemen. Ook moet er rekening mee worden gehouden dat de overheersende windrichtingen in dezomer en de winter niet gelijk zijn.Daarnaast draagt vegetatie - zeker bij voldoende wind - ook bij aan zuivering van de lucht. Voor eenbeter begrip zal hier in het kort uitgelegd worden hoe beplanting de luchtkwaliteit in de directeomgeving kan beïnvloeden. Dit kan op twee manieren, namelijk door verdunning en filtering.Verdunning treedt op wanneer de wind tegen de beplanting opbotst. Een gedeelte van deluchtstroom wordt tegengehouden en naar boven afgebogen. Aan de voet van de beplanting wordtturbulentie gecreëerd en er wordt (over het algemeen) schonere lucht uit hogere luchtlagenaangevoerd. Hoe harder het waait, hoe groter dit effect zal zijn. Aan de andere kant van het groen,in de schaduw van de wind, neemt de windsnelheid geleidelijk met de afstand weer toe. Bij diteffect heeft de dichtheid en de hoogte van de beplanting grote invloed (Pronk en van Dijk, 2008).Filtering gebeurd op twee verschillende manieren. Het filteren van gassen uit de lucht vindt plaatsten eerste doordat de huidmondjes van de bladeren de gassen opnemen. Het gewas verwerkt dezegassen weer tot biomassa. Naarmate een plant meer huidmondjes heeft en deze verder openstaan,zal de mate van filtering toenemen. Loofbomen – mits ze niet in een al te droge ondergrond staan-zijn voor het filteren van gassen dan ook het meest geschikt (Pronk en Van Dijk, 2008).Ten tweede wordt fijnstof gefilterd, maar in tegenstelling tot gassen wordt het fijnstof nietopgenomen. Het blijft aan de bladeren plakken en spoelt met het regenwater van de bladeren af omvervolgens in de grond te worden opgenomen. Het fijnstof blijft plakken door een plotselingeafbuiging van de luchtstroom. Het bevindt zich namelijk in de lucht en beweegt met de luchtstroommee, maar kan plotselinge afbuiging van de luchtstroom niet volgen. Hoe groter de deeltjes zijn,hoe sneller dit zal plaatsvinden. Naaldbomen zijn het hele jaar groen en hebben langwerpig, dungebladerte met een groot aanhechtingsoppervlak. Daarom zijn naaldbomen voor het filteren vanfijnstof het meest geschikt (Pronk en Van Dijk, 2008).Zowel filtering als verdunning zal niet plaatsvinden als de lucht stilstaat. Een zekere mate vanverversing van de lucht is nodig om deze processen tot stand te laten komen. Het is dus van belangdat de beplanting voldoende open is aan de kant van de overheersende windzijde. Daarnaast moet erop worden gelet dat er geen tunneleffect optreedt. Dit effect treedt op bij te dichte beplanting langswegen die boven het wegdek tegen elkaar aan groeit. Het gevolg hiervan is dat de wind te veelwordt afgeremd en dat de vervuiling eronder blijft hangen (Pronk en van Dijk 2008).§2.3 PET“If one wants to assess the influence of climate on the human organism in the widest sense, it isnecessary to evaluate the effects not only of a single parameter but of all thermal components. Thisleads us to the necessity of modeling the human heat balance” (Höppe, 1999). Om het thermischcomfort van mensen te bepalen, moet dus niet alleen gekeken worden naar de stedelijkestralingsbalans (Box 2.1), maar ook naar de menselijke warmtebalans. Die kan per mens sterkverschillen. De waarden van de parameters zijn ook afhankelijk van meteorologische
  15. 15. 14omstandigheden, kleding en fysieke kenmerken. De menselijke warmtebalans omschrijftverschillende parameters van inkomende en uitgaande energie van het menselijk lichaam (Box 2.2).M is de energie die gebruikt wordt voor de stofwisseling. Deze term is positief, omdat er energie bijvrijkomt. Daarentegen kennen W, ED en ESw altijd negatieve waarden, omdat hierbij altijd energieverloren gaat.Ook meteorologische omstandigheden kunnen invloed hebben op de energiebalans van de mens: deluchttemperatuur, de luchtvochtigheid, de luchtbewegingen en de gemiddelde stralingstemperatuur.De luchttemperatuur kan C en ERe beïnvloeden; de luchtvochtigheid ED, Ere en ESw; deluchtbewegingen C en ESw en de gemiddelde stralingstemperatuur alleen R.Hoe lager de luchttemperatuur hoe makkelijker het lichaam ERe kan afgeven aan de lucht.Voor een goed thermisch comfort is het noodzakelijk dat de gemiddelde radiatie temperatuur (TMRT)niet te hoog wordt.Bij een hoge luchtvochtigheid zullen zowel ESw en ED dalen. Het menselijk lichaam is bij een tehoge luchtvochtigheid niet meer in staat haar eigen vocht te verdampen. Hoe lager de relatieveluchtvochtigheid, hoe koeler, droger en comfortabeler de lucht over het algemeen door de menswordt ervaren. Een temperatuurstijging van 1 °C heeft hetzelfde effect op de menselijkewarmtebalans als een toename van relatieve vochtigheid met dertig procent (Berglund,1998).De principes van de menselijke warmtebalans zijn als input gebruikt voor een model waarmee de‘physiological equivalent temperature’ (PET) kan worden vastgesteld. De PET-indicator geeft degecombineerde invloed van verschillende thermische complexe factoren (bioklimatologischecondities) op het menselijke lichaam weer. ‘PET is defined as the air temperature at which, in atypical indoor setting (without wind and solar radiation), the heat budget of the human body isbalanced with the same core and skin temperature as under the complex outdoor conditions to beassessed.’ (Höppe, 1999). De PET is gelijk aan de luchttemperatuur als: de windsnelheid 0,1 m/s is,de waterdampdruk gelijk is aan 12 hPa en de relatieve luchtvochtigheid 50% bedraagt. Dezeomstandigheden worden de ideale binnenshuiselijke omstandigheden genoemd.Mensen zullen vanaf een PET van 31 °C hun lichaamsbedekking met kleren verminderen. De PETechter is een subjectieve temperatuur die per persoon kan verschillen; bijvoorbeeld is er een verschilin beleving van de windsnelheden tussen mannen en vrouwen. 50% van de vrouwen ervaart eenwindsnelheid van 3,5 m/s als onprettig. Terwijl de helft van de mannen begint te klagen bijwindsnelheden rond de 10 m/s (Oliveira, 2007). De gestandaardiseerde PET geldt daarom voor de‘gemiddelde’ mens onder bepaalde omstandigheden: een man van 75 kilogram, met eenmetabolisme van 80 W en een lichaamsbedekking van 90%.Lissabon behoort niet tot de gebieden met de hoogste PET temperaturen. Maar als men kijkt naarhet ergste klimaatscenario voor de periode 2070-2100 in juni, juli en augustus; zal de PET op hetIberisch schiereiland het meest stijgen in vergelijking met de periode 1961-1990, namelijk met 15graden Celsius (zie figuur 2.8) (Matzarakis en Amelung, 2008).
  16. 16. 15Figuur 2.8 De verwachte toename van PET-temperaturen op basis van het meest extreme klimaatveranderingscenario tussen de periode 1961-1990 en 2070-2100 in juni, juli en augustus (Matzarakis en Amelung 2008).§2.4 Ruimtelijke interventies (op microniveau)Om urban climate te verbeteren, is het belangrijk te kijken welke termen in de stedelijkewarmtebalans (Box 2.1) zouden kunnen worden veranderd en wat daarvan de gevolgen zijn voorwind en luchtkwaliteit (vaak op een hoger schaalniveau). In deze paragraaf zal kort een overzichtworden gegeven van mogelijkheden ten aanzien van bebouwing, stedelijk groen, water enmateriaalgebruik om het stedelijk klimaat te verbeteren.BebouwingInterventies ten aanzien van de bebouwing hebben betrekking hebben op urban geometry enbeïnvloeden de wind, schaduw en de oppervlakte die wordt blootgesteld aan de zon (Kleerekoper,2009). Lage H/W ratio’s hebben positieve invloed op het urban climate op canyonniveau. Toch zijnzitten er ook nadelen aan lage H/W ratio’s.Lage H/W ratio’s:- Door wijde straten en open ruimtes wordt de frictie kleiner en de wind minder afgeremd.Hierdoor kan op winderige dagen de wind dieper de stad binnendringen,waardoor de PET-temperatuur (§2.3) in de rest van de stad wordt verlaagd.- Door een goede ventilatie blijft vervuiling niet in de straat hangen, maar zal wordenverspreid. De concentraties vervuilende stoffen nemen hierdoor af.Een nadeel van een lage H/W ratio is de verminderde schaduwwerking en de grotere hoeveelheidkortgolvige straling die de canyon bereikt. Hierdoor worden gebouwen binnenshuis snelleropgewarmd. Sterkere airconditioning zal leiden tot meer warmteproductie (Kleerekoper, 2009).Hoge H/W ratio’s:- Het is voordeliger om straat minder breed te maken of hoge bebouwing aan weerszijden teplaatsen, zodat objecten in de canyon minder langgolvige straling van hun omgeving kunnenontvangen. Ook zorgt grote bebouwingsdichtheid voor veel schaduw (en daardoor minderinkomende kortgolvige straling). Dit zal zorgen voor minder menselijke warmteproductie.
  17. 17. 16Een negatief effect van een hoge H/W ratio is dat er minder ventilatie in de canyon is. Ook ontstaater meer warmte die afkomstig is van multiple reflectie van kortgolvige straling, een verminderdalbedo en menselijke warmte die in de canyon blijft hangen.Ten aanzien van de vorm van de gebouwen ter verbetering van de ventilatie kan het volgendeworden gesteld:- Gebouwen mogen niet hoger mogen zijn dan dat ze breed zijn (Bottema, 1999).- Zijwegen die haaks op de straat staan die georiënteerd is op de windrichting, hebben eenafremmende werking op de windkracht. Daarom moeten gebouwen in een op de windgeoriënteerde canyon aaneengesloten worden geplaatst.- Gebouwen met schuine daken bevorderen de natuurlijke ventilatie in een canyon, als dewind loodrecht op de straat staat. Een nadeel is echter dat daken niet kunnen wordeningericht als groene daken of als dakterras (Kleerekoper, 2009).Stedelijk groenIn de voorgaande paragrafen is een overzicht gegeven van wat de invloed van stedelijk groen opzowel het thermisch als het mechanisch comfort inhoudt en welke zuiverende werking van vegetatieuitgaat. Hieronder zullen een aantal mogelijke positieve interventies worden aangereikt die alshandreikingen kunnen worden gezien bij het inrichten van het stedelijk groen.Het thermisch comfort:1 Het invloedsgebied van meerdere kleinere groene gebieden met dezelfde omvang als eengroot groen gebied is groter. Aangezien open ruimte in stedelijk gebied over het algemeenschaars is, zijn kleinere parken ook praktischer.2 Een andere manier om wel meer groen in de straten te krijgen, maar geen extra oppervlaktete hoeven gebruiken, is het aanleggen van groene daken.3 Het vervangen van het kunstgras door velden van natuurlijk gras - denk aan sportvelden.4 Een groot gedeelte van de openbare ruimte in steden wordt gebruikt voor parkeerplaatsen,die halfverhard kunnen worden gemaakt met behulp van vegetatie.5 In alle gevallen is het van belang dat de beplanting beschikt over voldoende vocht.Het mechanisch comfort:De variatie in overheersende windrichting - tussen de verschillende seizoenen - biedt demogelijkheid de beplanting (en gebouwen) zo te situeren dat ze in ieder geval niet haaks op deoverheersende windrichting in de zomer staat en in de winter toch bescherming kan bieden.Aangezien de wind niet altijd uit de overheersende windrichting komt, is het onmogelijk ombeplanting zo te plaatsen dat ze altijd bescherming tegen de wind biedt wanneer dit nodig is.Alcoforado en Andrade (2005) dragen de mogelijkheid aan om te werken met verplaatsbaar groen.De zuiverende werking:− Voor een goede filterende werking kan het beste worden gekozen voor een mix van naald-en loofbomen (liefst met platte, brede bladeren).− Voor een goede filterende werking bij fijnstof is het van belang dat bomen op eenonverharde ondergrond staan, zodat het fijnstof in de grond wordt opgenomen en niet weeropdroogt en van het verharde oppervlak opstuift.− De beplanting moet voldoende open zijn aan de overheersende windzijde en er moet wordenvoorkomen dat bomen boven de weg afsluiten.− Hoge bomen met ondergroei geven het grootste zuiverende rendement (Pronk en van Dijk,2008)− Groen op enige afstand van de bron is beter dan op korte afstand van de bron. In het laatstegeval kan dat in sommige situaties juist tot een verhoging van concentraties leiden (Pronk envan Dijk, 2008)
  18. 18. 17MaterialenMaterialen die in de stad gebruikt worden, zowel voor bebouwing als voor inrichting van deopenbare ruimte, hebben op twee manieren invloed op de temperatuur. Kleurgebruik is van belang,omdat lichte kleuren zonnestraling reflecteren, terwijl donkere kleuren meer absorberen. Daarnaastis van belang hoe lang een materiaal er over doet om zijn warmte weer af te geven (Kleerekoper,2009). Ook is het van belang er rekening mee te houden dat harde materialen, in tegenstelling totvegetatie, geen verkoelende werking hebben door middel van evapotranspiratie. Kleerekoper (2009)noemt daarom de volgende mitigerende maatregelen ten aanzien van het gebruik van materialen:1. Het kleurgebruik voor zowel de gebouwen als de openbare ruimte moet licht zijn. Hierbijmoet rekening worden gehouden met de karakteristieken van de omgeving. Niet alles kanzonder meer wit gemaakt worden (bijlage 2.5).2. Gebruik van semiverharde oppervlakken. Te denken valt aan open tegels voorparkeerplaatsen en dergelijke.3. Gebruik van doordringbare materialen die een evaporatieve werking hebben.4. Materialen moeten een zo laag mogelijke ‘thermal admittance’ hebben (bepalend voor ∆QSin de stedelijke warmtebalans) (IAUC, 2010).5. Bij bebouwing is het verstandig om isolerende materialen te hanteren. Dit heeft als voordeeldat in de winter de warmte niet naar buiten lekt en in de zomer de warmte niet naar binnendringt. Hierdoor hoeft er minder gebruik gemaakt te worden van aircos.WaterWater kan op verschillende manieren in een stad de temperatuur verlagen, namelijk door:evaporatie, het warmtetransport via een rivier en het kan dienen als een buffer die langzaam de hitteabsorbeert. Stromende rivieren en fonteinen hebben het grootste koelende effect (Kleerekoper,2009).Het geven van concrete aanbevelingen voor het wel of niet aanleggen van bepaalde soortenwaterstructuren is complex. Want naast verkoeling, door evaporatie, zorgt water tegelijkertijd vooreen verhoging van de luchtvochtigheid. Deze verhoging van de luchtvochtigheid kan juist weerzorgen voor een verhoging van de gevoelstemperatuur (zie paragraaf 2.3). Daarnaast kan water snachts juist een opwarmend effect hebben.Op de volgende manieren kan water worden gebruikt om verkoeling te brengen in stedelijk gebied:- Fonteinen kunnen in de straat worden geplaatst. De voordelen zijn dat ze weinig ruimteinnemen; een groot verkoelend effect hebben en ze kunnen s nachts worden uitgezet.- Daken van gebouwen kunnen worden gekoeld met water. Dit zal een verkoelend effecthebben binnen het gebouw, waardoor minder gebruik gemaakt hoeft te worden van aircos.- Rivieren en kanalen in steden zijn goede koelers (zowel evaporatie, als transport alsbufferwerking), maar kosten veel ruimte en zijn erg duur in de aanleg.Bij water als verkoelende maatregel moet ook de invloed op de luchtvochtigheid (en daarmee op dePET) in ogenschouw worden genomen.§2.5 AfsluitendWetenschappelijke kennis op het gebied van urban climate is de laatste decennia aanzienlijktoegenomen. Bovendien is het begrip over bepaalde stedelijke objecten en hun invloed op hetstedelijk klimaat steeds meer duidelijk. Het is alleen niet altijd even zinvol om ieder los object inogenschouw te nemen, omdat vaak meerdere elementen gezamenlijk een rol spelen (bijlage 2.6)(Oke, 2006a). Bijvoorbeeld een lokaal klimaat komt tot stand door een mix van verschillendemicroklimaten en topografische kenmerken (Oke, 2006b). Dit maakt dat er vaak per plek eenafweging tussen verschillende schaalniveaus en processen moet worden gemaakt: het moet dus nietzo zijn dat een ingreep op microniveau weliswaar positief uitpakt, maar op een hoger schaalniveaunegatief uitpakt.
  19. 19. 18Andere aspecten die ook in ogenschouw dienen te worden genomen bij de implementatie vanklimatologische kennis in planning zijn:- Verschillen tussen winter en zomertemperaturen. In de winter is extra verkoeling en windniet altijd wenselijk. Over het algemeen kan in de zomer wel veel meer energie bespaardworden met behulp van mitigerende maatregelen (Alcoforado, 2006).- Beoogde economische effecten en gevolgen voor de volksgezondheid. Tot op heden zijn dieonvoldoende in beeld gebracht (Alcoforado, 2006).- Bepaalde ruimtelijke elementen kunnen zowel positieve als negatieve effecten hebben op hetstedelijk klimaat die om een afweging ter plekke vragen, bijvoorbeeld: vegetatie in de vormvan hoge bomen kan de verkoelende winden tegenhouden, maar kan door evapotranspiratieen schaduwwerking ook verkoeling brengen (Andrade, 2004).Op basis van een aantal algemene relaties tussen urban form en het urban climate is het dus lastigom een klimaatvriendelijk ontwerp te maken. Situaties zijn vaak sterk verweven met hun context.Er moet meer onderzoek gedaan worden naar mogelijkheden voor het construeren van profielen meteen mix van specifieke kenmerken waarvoor bepaalde klimatologische richtlijnen gelden.Planologen en stedebouwkundigen worden steeds meer gewezen op het gebruik vanklimatologische informatie, maar aan de andere kant moeten klimatologische richtlijnen ookmakkelijk te gebruiken zijn voor planners die geen klimatologische achtergrond hebben.
  20. 20. 19Figuur 3.1 Procedure die gevolgd is om een kaart metHCR- eenheden units te ontwikkelen (Alcoforado et. al.,2009).Hoofdstuk 3: Klimatologische richtlijnen voor stedelijke planning in Lissabon.In dit hoofdstuk zal kort worden ingegaan op het onderzoek dat voor de stad Lissabon is gedaan omklimatologische richtlijnen voor stedelijke planning op te stellen en op deze wijze duidelijk temaken hoe die richtlijnen tot stand zijn gekomen. Daarna zal worden ingegaan op de richtlijnen dieconcreet naar voren komen voor de Avenida da Liberdade. Tot slot zal ook nog een ander onderzoekbesproken worden over metingen van de luchttemperatuur in de Avenida da Liberdade.§3.1 De klimatologische richtlijnenDe laatste twee decennia is er veel onderzoek gedaan naar urban climate in Lissabon. Op basis vandeze eerdere onderzoeken is geprobeerd een set van klimatologische richtlijnen op te stellen voor dehele stad Lissabon, zoals ook in steden als Stuttgart en Berlijn is gebeurd. Dit onderzoek isgefinancierd door de gemeente van Lissabon en de resultaten zullen in de toekomst wordengepresenteerd als onderdeel van het Lisbon masterplan. De auteurs hopen dat de publicatie zalbijdragen aan de publieke bewustwording van het belang van klimatologische richtlijnen in destedelijke planning (Alcoforado et al., 2009).Door Alcoforado c.s. (2009) is geprobeerd omop basis van topografie (digital terrain model)en landbedekking (in de vorm vanbebouwingsdichtheid) middels een ‘overlay’een aantal gebieden aan te wijzen die opdezelfde wijze interacteren met de atmosfeer(zie figuur 3.1); zogenaamde ‘homogeneousclimate-response units’. De verschillendekaarten zijn terug te vinden in bijlage 8. Dekaart voor bebouwingsdichtheid was vrijeenvoudig te construeren, maar voor deventilatiekaart zijn een aantal lastigesubjectieve aannames gedaan die hieronderworden toegelicht.VentilatieIn Lissabon is op jaarbasis de overheersende windrichting N en NW, maar in de winter komen demeeste winden uit het N, NO en ZW (of W). In de zomer is de overheersende windrichting N enNW (Alcoforado et al, 2009). De ventilatiekanalen (HCR 8) zijn gebaseerd op overheersende N totNW winden.De lager gelegen gebieden langs de kust van de rivier de Taag worden beïnvloed door zeewinden(HCR 7). Voor de invloed van deze winden is de iso-hoogtelijn van 20 meter aangehouden alsgrens, omdat daarna de wind een topografische hoogte moet overwinnen.Bovendien is een er op de ventilatiekaart een aerodynamische limiet aangebracht, die de abrupteovergang tussen noordelijk Lissabon (weinig bebouwing) en zuidelijk Lissabon (veel bebouwing)aangeeft. De op basis van de bebouwing geschatte ruwheidslengten (z0) liggen in noordelijkLissabon rond de 0,01 m tot 0,05 m. In het dicht bebouwde zuidelijk gebied kan de ruwheidslengteoplopen tot ruim 1 meter en wordt de wind in veel sterkere mate afgeremd door bebouwing.De HCR-eenhedenEr zijn verschillende ‘homogeneous climate-response units’ (HCR units) samengesteld (zie figuur3.2). Echter de groene gebieden (3) zijn ongeacht hun topografische positie afgegrensd en bijcategorie 7 en 8 zijn alleen topografische kenmerken bekeken: de ‘Tagus bank’ kent verkoelendezee- en rivierwinden en de ‘valley beds’ hebben te maken met katabatische winden (’s nachts) enwindkanalen.
  21. 21. 20Figuur 3.2 ‘Homogeneous climate response units’ waarvoor klimatologischeguidelines zijn opgesteld (Alcoforado et. al., 2009).Door te werken met HCR eenheden is getracht om ruimtelijk klimatologische richtlijnen op testellen voor de gehele stad die bovendien makkelijk te begrijpen zijn voor niet-klimatologen. Derichtlijnen hebben hoofdzakelijk als doel om het ‘urban heat island effect’ te verminderen en om deventilatie te verbeteren. De gegeven richtlijnen zijn hieronder kort samengevat:- In de dichtbebouwde gebieden op het zuidelijk plateau (1) moet voorkomen worden dat erbijgebouwd wordt in ‘valleybeds’, waardoor ventilatiepaden open blijven (i). Ook de H/W ratiomoet niet groter dan één worden. Daarnaast kan het aanleggen van groene zones – die nu vaakontbreken – verkoeling brengen. (iii) Het reflecteren van kortgolvige straling moet zoveelmogelijk bevorderd worden door het verhogen van het albedo door middel van lichtere kleurenverf en materiaalgebruik (iv).- In de gebieden met lage en middelmatige bebouwingsdichtheid op het zuidelijk plateau (2)is het belangrijk groene gebieden van middelmatige grootte te creëren. Om goede ventilatievoor de rest van de stad te waarborgen is het van belang om in valleien niet bij te bouwen endaarnaast de H/W ratio onder de 1 te houden.- Groengebieden (3) zouden zo veel mogelijk behouden moeten blijven en de ontwikkeling vannieuwe groene zones zou gestimuleerd moeten worden vanwege hun verkoelende functie en hunfilterfunctie van vervuilde lucht. De nieuwe groene ruimtes moeten worden opgezet volgens eenzeer diverse structuur, zodat verschillende microklimaten ontstaan. Groene gebieden met eenrecreatieve functie zouden goed beschermd moeten worden tegen de wind door windschermente plaatsen.- Het lage en middelmatige bebouwingsgebied op het noordelijk plateau (5 en 6) bevindt zichaan de noordzijde van de aerodynamische grens en kent een hoge urbanisatiedruk. Behoud vande huidige situatie is gewenst ten behoeve van de ventilatie van de rest van de stad. Bijstedelijke ontwikkeling op het noordelijk plateau dient de H/W- ratio niet groter dan één teworden en zullen de ventilatiepaden vrijgehouden moeten worden. Groene gebieden hebbeneen verkoelende invloed op de omgeving, daarom moeten langs elke eventueel te bouwennieuwbouwwijk een groot groen gebied komen.- In het kustgebied bij de Taag (7) moet rekening gehouden worden met de zeewind. Dezeewind mag niet geblokkeerd worden door hoge gebouwen. Er moeten windcorridors (z0 <0,5m) aangelegd worden om de verkoelende zeebries dieper landinwaarts te laten komen.- Ventilatiepaden (8) zijn opgesteld voor de zuidelijk helft van Lissabon en op basis van hun
  22. 22. 21ligging in de valleien; in de noordelijke helft van Lissabon op basis van lagebebouwingsdichtheid en de noord-zuid oriëntatie van de gebieden. Om de ventilatiekanalengoed te laten functioneren ten behoeve van de temperatuur en luchtkwaliteit in de stad mogengeen langwerpige, oost-west georiënteerde gebouwen worden geplaatst voordat de invloedhiervan op ventilerende benedenwind in kaart is gebracht. Ook mogen bomen langs de assenvan de vegetatiepaden geen windschermen vormen.Het team van auteurs wijst echter wel op een viertal problemen dat in ogenschouw moet wordengenomen bij implementatie van deze klimatologische richtlijnen in deze vorm:- Ten eerste zijn de ‘guidelines’ opgesteld voor het verbeteren van het stedelijk klimaat opmesoniveau. Indien de regels zullen worden toegepast kunnen er conflicten ontstaan tussen hetklimaat op microniveau en de optimale situatie voor het stedelijk klimaat op mesoniveau.- Ook bestaat er onzekerheid over de gebruikte klimatologische en geografische databases, enhun actualiteit die een weerslag heeft op de begrenzing van de HCR-eenheden.- Daarnaast zijn de ‘guidelines’ erop gericht de UHI in de zomer te verminderen, waardoortijdens andere dagen in het jaar de guidelines juist negatieve gevolgen kunnen hebben. In dezomer kunnen door ventilatiepaden verkoelende winden komen, maar in de winter is eenverkoelende wind minder prettig.- Tenslotte moeten er door planners verschillende integrale afwegingen worden gemaakt. Socialeen economische belangen kunnen tegenstrijdig zijn met bijvoorbeeld de stedelijkeklimatologische belangen, waardoor urban climate een ondergesneeuwd aspect wordt(Alcoforado, 2009).Zonder op deze plek een uitgebreide plekomschrijving te geven (zie hoofdstuk 3), kan op basis vande bovengenoemde richtlijnen geconcludeerd worden dat de Av. da Liberdade binnen drieverschillende HCR-eenheden valt:- Vanwege haar positie in het dichte volgebouwde zuidelijk Lissabon, valt de Avenida binnenHCR-eenheid 1;- Op basis van haar groenstroken en het park dat aan het einde van de avenue ligt, valt de Av.da Liberdade binnen HCR-eenheid 3;- Voor het grootste deel valt de Avenida ook binnen HCR-eenheid 8 (ventilatiepaden), omdatzij in een vallei gelegen is. De bodem van de vallei is in breedte overigens iets breder dan destraat zelf en loopt in oostelijke richting nog een stuk door.§3.2 Avenida da LiberdadeHet gegeven dat de Avenida in meerdere HCR-eenheden valt, maakt de klimatologische richtlijnennog weinig concreet. Om de richtlijnen uit het grote onderzoek op mesoniveau meer ‘body’ te gevenen hun toepasbaarheid te vergroten, zijn gegevens op lokaal en mesoniveau uit een ander onderzoekvan Andrade (2004) geselecteerd:Op basis van een reeks casestudies is onderzoek gedaan naar vegetatie en reliëf als bepalendefactoren in de lokale klimaten in Lissabon in de drie ‘valleien’ van de stad (zie ook H…) Debedoeling is geweest om thermische patronen beter te begrijpen en de verkoelende werking vanvegetatie te bekijken. Door beperkte mogelijkheden is met name naar dit eerste aspect gekeken.In het onderstaande wordt enkel ingegaan op de vallei waar Av. da Liberdade in gelegen is.Interessant aan deze vallei is dat ze midden in dichtbebouwd gebied ligt en tegelijkertijd aan heteind van deze vallei het Parque Eduardo VII ligt, dat zich onderscheidt door zijn grote oppervlakteaan groen, die mogelijk een verkoelende werking kan hebben op de omgeving.In maart 2002 en later nog in juli 2002 zijn er metingen verricht om de luchttemperatuur vast testellen. Deze dient als een van de parameters van het ‘thermal complex’ (Andrade, 2004). De
  23. 23. 22verkregen luchttemperatuurpatronen hangen af van meteorologische omstandigheden: het tijdstipvan de dag, de windrichting en de windsnelheid (Andrade, 2004). In het onderzoek zijn apartmetingen ’s nachts en overdag gedaan en zijn een aantal verschillende thermische mechanismenzichtbaar gemaakt:- Beschutting tegen de wind. Deze situatie resulteert in hogere temperaturen op de bodem vande vallei en benedenwaarts in het zuiden van de vallei. Het profiel (Type A) dat dan ontstaatis te vinden in bijlag 3.2 en doet zich vooral voor bij hogere windsnelheden (hoger dan 3m/s).- Katabatische winden. In deze situatie zakt de koude lucht vanaf Parque Eduardo naar debodem van de vallei en stapelt zich daar op. In profiel B1 en B2 is dit duidelijk te zien dat dekoelere lucht zich onderaan Parque Eduardo bevindt.- Frisse wind vanaf het estuarium van de Taag. Deze situatie doet zich voor bij matige ZO-ZW wind. Er ontstaat als het ware een omgekeerd temperatuurverloop waarbij de laagsteluchttemperatuur zich voordoet op de Avenida da Liberdade. Zowel overdag als ’s nachts isin een bepaald percentage van de bekeken dagen een bries vanaf de Taag waargenomen. ’sNachts alleen op het lagere gedeelte van de Avenida da Liberdade ( Type B2) en overdagdoor de hele Avenida da Liberdade heen (Type D). Dit proces vindt op mesoschaal plaatst,maar wordt door lokale geografische omstandigheden gekanaliseerd.Drie verschillende thermische mechanismen, onder invloed van lokale topografischeomstandigheden, grijpen dus in op de Avenida da Liberdade. Daarnaast ligt er aan het eind dus ookParque Eduardo VII. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat alleen in juni/juli het park ruimeen graad koeler is dan zijn omgeving omdat het meer bloot wordt gesteld aan winden. VolgensAndrade (2004) kan de thermische invloed van het park niet los worden gezien van zijntopografische omgeving.
  24. 24. 23Hoofdstuk 4: ProbleemanalyseIn dit hoofdstuk zal getracht worden de aard van de problematiek voor Avenida da Liberade uiteente zetten. Een ontwerp moet de oplossing voor een probleem brengen. Daarom moet aan het beginvan het traject de ‘sense of urgency’ zo scherp mogelijk worden geformuleerd. Zolang een probleemniet wordt herkend, wordt er ook niet opengestaan voor een oplossing (Slabbers, 2009).Het toepassen en afwegen van klimatologische informatie in ontwerpen is een belangrijk doelbinnen deze thesis, mede gezien de sense of urgency die in hoofdstuk 1 al is aangedragen. Tochkomen veel meer aspecten samen in de Av. da Liberdade die in onze ogen ook benoemd moetenworden. De Avenida da Liberdade lijkt in vele opzichten de centrale spil van de stad Lissabon. Destraat is breed, statig en vervult verschillende belangrijke functies. In de plekanalyse (hoofdstuk 5)zal hier verder aandacht aan worden besteed. De verschillende functies lijken af en toe ook metelkaar te conflicteren. Hieronder wordt deze problematiek kort besproken en de probleemdefinitiegegeven die een verdere rol zal gaan spelen in het ontwerpproces.De Av. da Liberdade als ventilatiekanaalZoals in hoofdstuk drie duidelijk werd, is een van de belangrijkste aspecten de topografische settingvan de Avenida da Liberdade. De Avenida da Liberdade is gelegen in een van de valleien in hetdichtbebouwd gedeelte van de stad. Hiermee vervult de Avenida da Liberdade een belangrijkefunctie als ventilatiekanaal voor de rest van de stad. Bij het maken van een ontwerp voor deAvenida da Liberdade, waarin het stedelijke klimaat een belangrijke rol speelt, is het dan ook vanbelang om hiermee rekening te houden. Daarnaast speelt het ventilatiekanaal een belangrijke rol bijhet verminderen van de luchtvervuiling in de stad. Alcoforado (2009) heeft hierover het volgendegezegd: the importance of considering ventilation conditions increases if we consider that Lisbonhas become a rather polluted city, and very high levels of particulate matter have been recentlyrecorded in the city centre.De Av. da Liberdade als meeste vervuilde Europese straatVolgens Algarve Resident (2005) is de Av. da Liberdade de meest vervuilde Europese straat. Destraat ondergaat volgens de krant – bij wijze van experiment - twee keer per dag eenschoonmaakbeurt om de hoeveelheid vuil en verontreiniging te doen verminderen. Tijdens onsveldwerk kregen wij, wanneer we langer in de straat verbleven, soms irritaties aan ogen ofluchtwegen. Dit duidt er in ieder geval op dat de straat niet geheel vrij is van vervuiling.Hoe groot is die vervuiling dan? En hoe komt die vervuiling tot stand? Er zijn wetenschappelijkedata beschikbaar voor de Av. da Liberdade voor de periode 1993-2008 over de uurlijkseconcentraties fijnstof (Pm10), stikstofdioxide, stikstofmonoxide, koolstofmonoxide en stikstofoxide.Luchtvervuiling – met name in de vorm van smog - is vaak een combinatie van te hogeconcentraties van deze stoffen. Vanwege de beperkte ruimte voor luchtkwaliteit in dit verslag zalalleen worden ingegaan op de concentraties voor fijn stof.Fijnstof die wordt geproduceerd door de mens, is voornamelijk afkomstig van wegverkeer. Het gaatdan bijvoorbeeld om roetdeeltjes in uitlaatgassen van met name voertuigen die rijden op diesel,stofresten van remschijven en koppelingsplaten. Gevolgen van grote hoeveelheid fijnstof in de luchtkunnen gezondheidsklachten en voortijdige sterfte zijn. Daarnaast brengt fijnstof schade toe aangebouwen en monumenten.Er is sinds 2008 nieuwe Europese regelgeving ten aanzien van de vermindering van fijnstof. Er zijnVerschillende categorieën fijnstof - Pm10 en Pm2,5 (Europa Nu, 2010). De limiet voor grover fijnstof(Pm10) is 40 microgram per kubieke meter (gemiddeld per dag over een jaar). De feitelijke norm perdag is 50 microgram en van deze limiet mag slechts 35 dagen per jaar afgeweken worden.
  25. 25. 24Op basis van gegevens van het Ag ncia Portuguesa do Ambiente (2010) hebben we berekend dat deconcentratie Pm10 voor de Avenida da Liberdade over het jaar 2008 gemiddeld 41,1 microgram perdag bedroeg. Dit betekent dat de norm voor grover fijnstof wordt overschreden. Ook het aantaldagen dat de dagelijkse limiet van 50 microgram werd overschreden, was in dit jaar veel hoger dande toegestane 35 dagen per jaar. Dit duidt er dus op dat er serieuze mate van vervuiling in de straatis en de volksgezondheid in het geding is.De Avenida da Liberdade als verkeersaderDe avenue is een belangrijke verkeersader en dat brengt allerlei gevolgen met zich mee: Hetgegeven dat het gebied goed toegankelijk is voor auto’s vraagt om een goede beschikbaarheid vanparkeervoorzieningen. Bovendien is er een stedelijke en sociale disbalans in Lissabon tussen dejongere bevolking die steeds meer in de buitenwijken is gaan wonen, en de oudere bevolking die inde binnenstad woont (Oliveira, 2010). Omdat veel mensen in de Avenida en de rest van het oudecentrum werken, terwijl ze in de buitenwijken wonen, is er dagelijks veel autoverkeer dat het gebiedin en uit moet.Zoals boven is genoemd zijn er wel wat nadelen aan deze drukke verkeersfunctie verbonden. Zoalseerder al benoemd heeft het verkeer een nadelige invloed op de luchtkwaliteit in het gebied.Daarnaast is aanwezigheid van de weg een barrière in het straatbeeld, die de straat automatisch eenstuk minder aangenaam maakt als verblijfsplaats.De mate van toegankelijkheid van de Av. da Liberdade wordt niet alleen bepaald door detoegankelijkheid voor autoverkeer. Er zijn ook andere mogelijkheden om het gebied in te komen:met de metro, de trein, de bus en te voet(zie hiervoor ook hoofdstuk 5).Toch wordt in deze context verwezen op de prominente aanwezigheid van de auto in het straatbeeldvan Lissabon. In de periode 1990 – 2000 is het aantal auto’s dat dagelijks de stad binnenrijdt metmaar liefst zestig procent toegenomen. Volgens Oliveira (2010) zijn er tal van factoren die hier aanhebben bijgedragen: uitbreidingen van het wegennet; toegenomen gezinsinkomens; het toegenomenaantal auto’s per huishouden en de aantrekkingskracht van perifeer gelegen buitenwijken (die slechtzijn verbonden met openbaar vervoer). Het openbaar vervoer – voorheen de belangrijkste modaliteit– heeft hierdoor aandeel in de ‘modal split’ moeten inleveren ten opzichte van de auto (Oliveira,2010). De grote hoeveelheid parkeergelegenheden en het parkeerbeleid lijkt hier alleen maar aanbij te dragen.De Av. da Liberdade als ‘Great Avenue’De Avenida da Liberdade staat op de negende plaat van de ‘most glamorous streets in the world’.Dit kwam naar voren uit een onderzoek van Excellence Mistery Shopping. “Big Avenues” in de topvijf waren: Oxford street (London), Champs Elysée (Parijs), Fifth Avenue (New York) (AlgarveResident, 2005).In het bovenstaande onderzoek zijn zeventien grote winkelstraten uit hoofdsteden met elkaarvergeleken. Hierbij werd in de eerste plaats gelet op de aantrekkelijkheid en de netheid van destraat. Vervolgens werden zo’n vijfendertig tot veertig boetieks bezocht in iedere straat. In dewinkels werd vooral gelet op: hygiëne, de receptie, het personeel, de manier waarop de klant wordtbehandeld, het afhandelen van de betaling en de toiletten.Bij het onderdeel hygiëne, vriendelijkheid van mensen en attractiviteit van de straat scoorde deAvenida da Liberdade 50% (zie bijlage). Daarbij valt de Avenida da Liberdade in de categorie makean effort for the comfort of visitors but do not manage to keep the avenue clean.In het algemeen werden er voor alle straten een aantal kritiekpunten aangedragen: er zijn te weinigbankjes om op te zitten; er is geen entertainment; er zijn geen bloemen; er zijn geen plattegrondenvan de omgeving (Excellence Mystery Shopping, 2005).
  26. 26. 25Tot slot: klimaat als een integraal aspectAlhoewel de verbetering van het lokale (leef)klimaat met behulp van de huidige klimatologischekennis het hoofddoel is van deze thesis, speelt dit belang in de alledaagse praktijk vaak eenondergeschikte rol (Alcoforado et al., 2009). Bovendien hebben klimatologische belangen integenstelling tot andere belangen (nog) geen wettelijke status. Bij het formuleren van eenprobleemdefinitie is geprobeerd om verbetering van het lokale klimaat als uitgangspunt te nemen,maar daarbij is de bestaande, lokale problematiek als startpunt gebruikt. Er komen dus verschillendeaspecten in de Av. da Liberdade naar voren die zonder meer integraal moeten worden benaderd.De probleemdefinitie luidt als volgt:Er moet een duurzaam ontwerp komen voor de Av. da Liberdade, dat het stedelijk klimaat verbetert,terwijl het bijdraagt aan een betere luchtkwaliteit in de straat, goede toegankelijkheid van de straat(in fysieke en mentale zin) en waar mogelijk bijdraagt aan een aantrekkelijke, internationale allure.
  27. 27. 26Hoofdstuk 5: Plekanalyse§5.1 De ligging van de Avenida da LiberdadeDe Avenida da Liberdade is gelegen in een van de drie oorspronkelijke valleien van de Taag, nabijhet oude centrum van de stad Lissabon.De Avenida begint bij Praça dos Restauradores (ZO) en eindigt in een grote rotonde: Praça doMarquês de Pombal (NW). In het verlengde van de Avenida da Liberdade ligt ook een groot park:Parque Eduardo VII. Deze plekken zullen verderop (in §5.3) nader worden toegelicht. Het beginvan Avenida da Liberdade ligt ingesloten tussen verschillende toeristische trekpleisters: de BairroAlto, een uitgaansgebied met mooie uitzichten in het hoger gelegen gebied direct ten westen van deAvenida; Ten zuiden liggen Praça do Rossio, Baixa (winkelgebied) en Praça do Comércio; en tenoosten liggen een aantal smalle straatjes met veel terrasjes. Het einde van de Avenida da Liberdadeliggen straatjes met meer bedrijvigheid en instellingen.In de onderstaande figuur en de tabel in bijlage 3.2 valt af te lezen dat er een hoogteverschil bestaattussen het begin en het eind van de Av. da Liberdade. Dit hoogteverschil loopt bij het einde van deAvenida (Praça do M. de Pombal) alleen maar sneller op.Figuur 5.2 Een dwarsdoorsnede van Parque Eduardo VII tot aan Restauradores. Overgetrokken uitAndrade, 2004.§5.2 De geschiedenis van de Avenida da LiberdadeOp deze plaats wordt kort ingegaan op de historie van de Avenida da Liberdade. Immers:“Interpretatie van het heden kan niet zonder kennis van het verleden.” Door het verleden van eenplek te kennen, worden andere afwegingen gemaakt voor de toekomst van zo’n plek (Slabbers,2009).In het stadsmuseum van Lissabon liggen kaarten uit de 18een 19eeeuw waarop de Avenida daLiberdade als zodanig te herkennen is. Op al deze kaarten draagt de straat de naam ‘PasseioPublico’ ofwel publieke promenade.De Passeio Publico is in 1764 aangelegd onder supervisie van Marquês de Pombal. Deze man, dieeigenlijk Sebastião de Melo heette, was van 1750 tot 1777 eerste minister onder Koning Jozef I. In1755, na de aardbeving en daarop volgende tsunami die te stad teisterde, kreeg Marquês de Pombalmeer macht van koning Jozef I en ging hij zich bezig houden met de wederopbouw van degrotendeels vernietigde benedenstad.De ‘Passeio Publico’ heeft meer dan een eeuw bestaan. Het park had overigens een heel anderuiterlijk en was veel kleiner in lengte dan de Avenida vandaag de dag (zie figuur a in bijlage 5.2).Op initiatief van burgemeester Rosa Arauja – naar hem is ook een zijstraat van de Avenida genoemd- werd er in 1879 begonnen met de aanleg van de huidige Avenida da Liberdade. De laan moest eenprestigieuze en elegante avenue worden; de Champs Elysées van Portugal. In 1882 vond de
  28. 28. 27officiële opening plaats. Vanaf dat moment was de Avenida da Liberdade dé promenade voor debevolking van Lissabon en werd het de plaats voor parades, marsen en demonstraties. Gedurende deafgelopen eeuw kreeg het verkeer een steeds belangrijkere rol in het straatbeeld.In het stadsmuseum ligt ook een zeer stijlvol ontwerp (zie bijlage 5.1) van Pezerat (1853), maar hetlijkt erop dat dit ontwerp nooit is uitgevoerd.Ontwikkeling van de Avenida da LiberdadeOm enig gevoel te krijgen van de positionering van ontwikkelingen in de tijd zijn illustraties uitverschillende periodes geanalyseerd, die zijn terug te vinden in bijlage 5.2.In het begin van de 20eeeuw was de straat niet langer uitsluitend het domein van de voetgangers.Paard-en-wagens en trams domineerden steeds meer het straatbeeld.Tussen 1912 en 1927 heeft Restauradores zich ontwikkeld tot een echt losstaand stadsplein. Eindjaren twintig van de 20eeeuw was er genoeg verkeer om op Restauradores het verkeer te latenregelen door een verkeersregelaar.In dezelfde periode (1925-1934) begon de bouw van het standbeeld van Marquês de Pombal op derotonde aan de noordzijde van de Avenida da Liberdade (figuur E en F in de bijlage). In 1930 redende eerste auto’s over Marquês de Pombal en later ook trams. Tot 1945 stond er nog geen bebouwingrondom Marquês de Pombal.Figuur 4.3 Links is een kaart van Lissabon uit 1833 met een schaal van 1:13000. Hierop is te zien dat de ‘PasseioPublico’ veel kleiner is dan de tegenwoordige Avenida da Liberdade (rechts op luchtfoto, geïmporteerd uitGoogle Earth).§5.3 Avenida da Liberdade: van kop tot staart§5.3.1 Praça dos RestauradoresHet plein Restauradores ligt aan het begin van de Avenida da Liberdade. Het plein wordt omringddoor wegen met aan de buitenzijde busbanen en bushaltes. Op het plein is in tegenstelling tot deAvenida da Liberdade weinig groen te vinden.
  29. 29. 28Figuur 5.4 Het begin van de Av. da Liberade bij het Praça dosRestauradores, eigen foto.Het verkeer op Restauradores isonder te verdelen in gemotoriseerdverkeer en voetgangers.Het gemotoriseerde verkeer bestaatuit doorgaand verkeer enbestemmingsverkeer. Hetbestemmingsverkeer rijdt over deparallelwegen en het doorgaandverkeer op de wegen die over hetplein heen liggen (zie afbeelding).De bussen hebben eigen busbanen,zowel op de parallelweg als op dedoorgaande weg. Langs de busbanenzijn bushaltes te vinden.De blauwe metrolijn gaat ook onderhet plein door. De halte kent vierinstappunten in de verschillendehoeken van het plein. Onder degrond is de metro verbonden met de parkeergarage onder het plein en met het treinstation ‘Rossio’.Vanaf dit treinstation loopt een treinverbinding naar de voorsteden van Lissabon.De verblijfsfunctie van Restauradores is gering. Op het plein zelf zijn enkele betonblokken tevinden die als bankjes dienen. Verder zijn er op de trottoirs langs de gebouwen enkele bankjes tevinden. In twee hoeken van het plein zijn twee ‘pastelaria’s’ met kleine terrassen. Het pleinherbergt verder een aantal toeristische functies zoals enkele hotels, een VVV-kantoor en wattoeristische winkeltjes.§5.3.2 Avenida da LiberdadeDe Avenida is 1,1 km lang en heeft een breedte van ca. 90 meter. Zoals te zien op de figuur is deopzet van de laan als volgt: gebouwen - stoep - parallelweg - groenstrook - hoofdweg - groenstrook- parallelweg - stoep - gebouwen. De gemiddelde hoogte van de gebouwen in de Av. da Liberdade isachttien meter (Andrade, 2004).De bebouwingDe bebouwing aan beide zijden van de straat is niet symmetrisch – zowel de functie als het uiterlijk(variërend van midden- tot hoogbouw) is verschillend. In de bijlage is een plattegrond te vinden metalle bebouwing en een bijbehorende functies. Over het algemeen bevinden er zich veel banken, durewinkels, medische privéklinieken en meerdere hotels in de Avenida. Ook een aantal ambassadesbevindt zich in de straat. Op de plattegrond (bijlage 7.1) lijken de meeste winkels zich aan derechterzijde te bevinden, terwijl aan de linkerzijde meer ‘pastelaria’s’ en hotels zich bevinden. Aanbeide zijden aan het einde van de avenue, richting Marquês de Pombal, is een sterke concentratieaan banken en verzekeringsinstellingen.
  30. 30. 29Figuur 5.5 Zoals te zien is wordt de vegetatie naar eindevan de Av. da Liberdade toe steeds kleiner in omvang.Figuur 5.6 Hoge bomen aan het begin van deAv. da Liberade. In de verte ligt op deachtergrond de Taag, eigen foto.Het groen en de laanbeplantingHet middenstuk van de weg wordt gekenmerkt door haar twee middenbermen.Niet alleen de globale indeling van de weg is symmetrisch), maar ook degroenstroken zijn vrijwel overal symmetrisch ingedeeld. Over het algemeenbestaat de groene middenberm uit: een rij paaltjes - een rij bomen - een rijbomen met daartussen bankjes en lantaarns - een groenstrook met palmbomen- een rij bomen met daartussen bankjes en lantaarns - een rij bomen - een rijpaaltjes. De naaste figuur geeft weer hoe dit er ongeveer uit ziet. Overigenswordt er ook geregeld van deze indeling afgeweken, zoals te zien is op degrote plattegrond.De bomen in de bomenrijenzijn veelal platanen. In demiddenstrook van degroene promenade staanover het algemeen anderebomen. Vaak zijn hetpalmen die nog wel eensvan soort willenverschillen: er zijn palmenmet een enkele stam,palmen met meerderevertakkingen en een soortbananenbomen.In het begin van de Avenida staan aan één kant ook eenaantal essen in het midden. Zoals op de bovenstaandefoto te zien is, wordt de vegetatie naar het einde van deAvenida da Liberdade toe steeds kleiner in omvang.De verkeersfunctieHet verkeer bestaat wederom uit gemotoriseerd verkeer en voetgangers. Het gemotoriseerde verkeerbestaat uit doorgaand verkeer, dat te vinden is op de brede middenweg, en het bestemmingsverkeer,dat zich vooral op de parallelwegen bevindt. Er zijn ook een aantal straten die op de Avenida daLiberdade uitkomen, ingetekend op de plattegrond in de bijlage. Om de grote verkeersstromen tereguleren zijn er op de kruispunten stoplichten geplaatst. Het uitdelen van gratis dagbladen aanwachtende automobilisten wil nog wel eens extra oponthoud op deze plekken opleveren.
  31. 31. 30Figuur 5.7 Een verkeersbord wijst deautomobilist op de gevaarlijkeverkeerssituatie de Av. da Liberdade,eigen foto.Daarnaast rijden er bussen en taxi’s door de straat. Detaxiwachtplaatsen bevinden zich aan de parallelwegen. Demeeste bushaltes bevinden zich daarentegen langs demiddenweg, behalve aan het einde van de straat. Hier zijnaan de westelijke parallelweg enkele bushaltes achter elkaar.Onder de grond bevindt zich de blauwe lijn van de metro.Het verloop van de metro en de plek van de diverse metro-ingangen zijn ingetekend op de plattegrond in de bijlage.De meeste voetgangers bevinden zich op de trottoirs langsde gebouwen. Dit zijn voornamelijk zakenmensen,winkelend publiek en toeristen. De brede promenadesworden door een enkele voetganger gebruikt als doorgaanderoute. Hij loopt bij iedere kruising tegen het probleem aandat er geen oversteekplaatsen zijn. Daardoor worden dezevoetgangers weer in de richting van het trottoirs langs degebouwen geleid.Een laatste opmerking ten aanzien van verkeer heeftbetrekking op de verkeersveiligheid. Automobilisten die hetgebied in rijden worden middels een verkeersbordgewaarschuwd voor ongelukken. Tijdens het veldwerk isgeen enkel ongeluk waargenomen. Dit kan erop wijzen dat deobjectieve veiligheid misschien wel heel behoorlijk is (wanter gebeuren weinig ongelukken), maar dat de subjectieveveiligheid veel lager is - men denkt dat het heel onveilig is.De verblijfsfunctieHet multifunctionele karakter van het gebied maakt het aantrekkelijk voor mensen om er teverblijven. Toch zijn op de groene promenades overdag niet veel mensen te vinden: met nametoeristen, ouderen en soms een enkele zakenman pauzeren op een bankje.‘s Avonds is de Avenida da Liberdade tamelijk verlaten. Aan het begin van de Avenida zijn enkeleeetgelegenheden of ‘pastelaria’s’ open, waarvan een is gevestigd in de groenstrook. Hier houdenzich een klein aantal mensen op. In de richting van Marquês de Pombal wordt het steeds rustiger inde straat.§5.3.3 Praça do Marquês de PombalPraça do Marquês de Pombal kan worden aangeduid als het einde van de Avenida da Liberdade.Hier loopt de avenue over in een rotonde. Dit verkeersplein is eigenlijk opgedeeld in vier delen:- het middelpunt van de rotonde met daarop een historisch standbeeld van Marquês de Pombal(zie ook §3.2). Het middelpunt is niet goed te bereiken voor voetgangers.;- de verkeersrotonde, waar vijf verschillende grotere en kleinere wegen op uit komen;- de gebouwen langs het verkeersplein zijn symmetrisch geplaatst aan weerszijden van hetplein. De groen gestreepte gebouwen zijn acht verdiepingen hoog;- de opstapplaats voor toeristische en regionale bussen.Marquês de Pombal is in de eerste plaats dus een heel belangrijk verkeersplein waar vijfverschillende wegen bij elkaar komen (zie illustratie). Onder Marquês de Pombal ligt een grootmetrostation waar de gele en de blauwe metrolijn bij elkaar komen.Marquês de Pombal kan ook beschouwd worden als een centrum voor financiële instellingen. Eenaantal grotere bank- en verzekeringsondernemingen hebben er bedrijfsruimte. De gebouwen
  32. 32. 31rondom Marquês de Pombal hebben de volgende functies: er zijn verschillende banken gevestigd,een groot hotel, EDP (Electricidade de Portugal) en bedrijfsparkeergarages onder de gebouwen.Figuur 5.8 De grote verkeersrotonde op Praça do Marquês de Pombal.Parkeergelegenheid aan de noordzijde van de rotonde: onder het park bevindt zicht eenparkeergarage, die plaats biedt aan 1.145 auto’s. De in- en uitgang voor autos is te vinden aan dewestzijde van het park en loopt langs de busbaan, maar is hiervan gescheiden door middel van eenhoge stoep en een hekje. Aan de toegangsweg van de parkeergarage, aan de westzijde van het park,zijn ook parkeergelegenheden.Tevens zijn er enkele parkeerplaatsen voor touringcarbussen. Ook binnen het naastgelegen park(Parque Eduardo VII) kan worden geparkeerd. Deze parkeergelegenheden zijn gesitueerd naast hetfitnesscentrum. Om met de auto binnen het park te kunnen komen is een vergunning nodig.Tegen het park aan bevinden zich een busstation dat samen met het station aan de Praça da Espanhaeen belangrijke opstapplaats voor regionale bussen is. Aan de noordkant van Marquês de Pombal iseen bypass met opstapplaatsen, waar twee verschillende toeristische ‘Hop-On, Hop -Off’ buslijnenvertrekken.§5.3.4 Parque Eduardo VIIIn lijn met de Avenida da Liberdade en Praça do Marquês de Pombal ligt Parque Eduardo VII. Hetpark is vijfentwintig hectare groot en loopt steiler omhoog dan de Avenida da Liberdade zelf (zoalste zien is op de doorsnede in §3.1). Parque Eduardo VII kan worden ingedeeld in drie delen:- het uitzichtpunt bovenaan het park in het noorden met uitzicht over de Avenida da Liberdade en deTaag;- het evenemententerrein, gelegen in het midden van het park. Dit gedeelte bestaat uit twee verhardebanen met daartussen een grote groenstrook. Het gedeelte is gelegen tussen het uitzichtpunt en deopstapplaats voor de toeristenbussen;- Aan de randen van het evenemententerrein bevindt zich het openbaar groen met recreatievevoorzieningen.Het park vervult verschillende functies:
  33. 33. 32Een toeristische functie: op het uitzichtpunt zijn veel toeristen te vinden. Vanaf dit punt kan verworden gekeken. Het geeft een mooi uitzicht over de Avenida da Liberdade en de Taag.De huisvesting van evenementen: op de verharde paden en het tussenliggende groen is genoegruimte om verschillende evenementen te huisvesten. Enkele voorbeelden hiervan zijn deboekenmarkt, waarbij de verharde paden vol staan met boekenkraampjes, en de (jaarlijkse) picknickin het groen tussen de verharde paden.De recreatieve functie: In het openbaar groen aan de west- en oostzijde van het park zijn meerdererecreatie mogelijkheden: De westkant van het park herbergt sportfaciliteiten, een speelplaats voorkinderen en een eendenvijver. De oostkant van het park bevat veel openbaar groen met hoge bomen,en mogelijkheden om te zitten; halverwege een vijver zonder water en niet-werkende fontein enbovenaan het restaurant ‘Eleven’.§5.4 Omgeving van Av. da LiberdadeIn deze paragraaf wordt nog kort gekeken naar de omgeving van de Avenida Da Liberdade (zie ookde plattegrond in de bijlage). In de westelijke omgeving van de Avenida da Liberdade zijn ter hoogtevan Marquês de Pombal veel business gerelateerde activiteiten te vinden. In de Rua AlexandreHercularo en haar zijstraten zijn verschillende banken, kantoren en wat kleinere winkeltjes eneetgelegenheden gehuisvest. Ook het Ministerie van Justitie is in een van deze zijstraten te vinden.Verder in zuidelijke richting maakt het zakelijk karakter meer plaats voor kleinere bedrijfjes,winkeltjes, woningen, groen en cultuur. Zo is er onder andere een botanische tuin te vinden. Langsde Travessa do Salitre is een cultureel district te vinden met vier kleine vervallen theaters.Helemaal in het zuiden is het zakelijke karakter nog amper terug te vinden en heeft dit plaatsgemaakt voor een volksbuurt, met hier en daar een winkeltje of cafeetje.Op een enkele weg na zijn alle wegen eenrichtingsverkeer en mag er aan beide zijden van de straatworden geparkeerd. In de Rua Alexandre Herculano kan het verkeer wel twee kanten op enparkeren is alleen mogelijk op de parkeerplaatsen. Ook is er aan deze straat een parkeergarage:Alexandre Herculano met 350 parkeerplaatsen. Verder zijn er nog een aantal particuliereparkeergarages te vinden. Door de Rua Alexandre Herculano loopt een busroute.Van noord naar zuid is de oostzijde van de Avenida da Liberdade in te delen in vier gebieden: definanciële instellingen gelegen naast Marquês de Pombal, de Rua da Santa Marta en Rua de SaoJosé; het gebied ten oosten van Rua de Sao José; en de voetgangerszone rond de Rua das Portas deSan Antao (zie ook de plattegrond in de bijlage)In het financiële gebied zijn voornamelijk banken, enkele hotels en autodealers gehuisvest. In deRua de Santa Marta is een afdeling van de Universidade Autónoma gevestigd.Aan de Rua de Santa Marta en de Rua de Sao José zijn allerlei kleine winkeltjes te vinden. Bovende winkeltjes bevinden zich woningen.Ten oosten van deze straat is een rustig woonbuurtje gebouwd op een steile helling. In de wijk zijnveel woningen met af en toe kleine winkeltjes. Via enkele straatjes is de wijk met de auto tebereiken. Door de grote hellingshoek zijn er veel trappetjes te vinden die alleen te voet te betredenzijn. Tevens bestaat er de mogelijkheid om met de Elevador de Lavra de heuvel op te gaan.Meer naar het zuiden bevindt zich een voetgangersgebied. In deze zone bevinden zich veel terrasjesen toeristische winkeltjes. Tevens zijn er ook enkele grote gebouwen waarin onder andere hettheater, het filmhuis, de kamer van koophandel en de Socidade de Geografica zijn ondergebracht.Veel straten zijn ingericht voor eenrichtingsverkeer. Dit geldt vooral voor de straten die noord-zuidlopen. De doorgaande oost-west georiënteerde straten zijn bestemd voor twee richtingen.Parkeervoorzieningen zijn er nauwelijks. Aan de noordkant zijn enkele particuliere parkeergarageste vinden. Daarnaast wordt een braakliggend terrein als parkeerplaats gebruikt. Verder wordt er inbijna alle straten - behalve in de straatjes op de heuvelhelling - langs de kant van de weggeparkeerd.Ten noorden van Parque Eduardo VII bevinden zich de faculteiten Economie, Statistiek,Informatica en Rechten van de Universidade Nova de Lisboa. Ook het ministerie van justitie is hier
  34. 34. 33gevestigd. Aan de zuidzijde loopt de Avenida da Liberdade door in Restauradores, waarna de wegvia een smalle doorgang op het stadsplein Rossio uitkomt. Het verkeer wordt over het plein naar hetcentrale winkelgebied Baixa geleid.

×