• Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
988
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
4
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Ik zeg dat het zo is! Pedagogische competenties volgens een beslisser
  • 2. Definitie interpersoonlijk competent:
    • De leerkracht is zich bewust van zijn/haar eigen houding en gedrag en de invloed daarvan op kinderen. Hij/zij heeft voldoende kennis en vaardigheid om een goede samenwerking met één van de leerlingen tot stand te brengen.
  • 3. Indicatoren interpersoonlijk competent
    • Wel:
    • Ziet wat er in de groep gebeurd
    • Heeft een eigen inbreng in gesprek met kinderen
    • Kan in gesprek met begeleider leerpunten formuleren ten behoeve van de interactie met kinderen
    • Heeft geoefend in actief luisteren en ik-bood-schappen
    • Stelt bewust verschillende soorten vragen
    • Kan een groepsgesprek de leerlingen activeren door vragen te stellen.
    • Niet
    • Luister naar kinderen en reageert op hen.
    • Reageert rustig op uitingen van kinderen
  • 4. Concrete voorbeelden
    • Tijdens het lesgeven ging er iets fout. Iets wat je er anders uit zou gooien, slikte ik nu in.
    • Een kind begon laatst tegen mij te praten. Er volgde een leuk gesprek met het kind.
  • 5. Definitie pedagogisch competent
    • De leerkracht heeft voldoende pedagogische kennis, inzicht en vaardigheid in huis om een veilige leeromgeving tot stand te brengen voor de hele groep, maar ook voor een individuele leerling.
  • 6. Indicatoren pedagogisch competent
    • Wel:
    • Herkent of bij een kind de drie psychologische basisbehoefte zijn vervuld.
    • Geeft een globale schets van ontwikkelingskenmerken van kinderen uit zijn groep.
    • Kan observaties analyseren en interpreteren.
    • Herkent verschillen in ontwikkeling van kinderen.
    • Benoemt op basis van eigen observaties de ontwikkeling van minimaal 1 leerling.
    • Waardeert de inbreng van kinderen, is nieuwsgierig naar hun ideeen en complimenteert hen regelmatig.
    • Herkent en benoemt de verschillen in ontwikkeling van jongere en oudere kinderen.
    • Is in staat een prettige, ontspannende sfeer te creeren bij zijn onderwijsactiviteiten met de groep.
    • Niet:
    • Benoemt kenmerken en concrete voorbeelden van de leef- en belevingswereld van kinderen uit zijn groep.
    • Past minimaal twee verschillende observatietechnieken toe.
    • Waardeert de inbreng van kinderen, is nieuwsgierig naar hun ideeen en complimenteert hen regelmatig
  • 7. Concrete voorbeelden
    • Als een kind iets niet voor elkaar krijgt, zie ik dat en ga ik helpen.
    • Een kind dacht te weten wat we tijdens de gymles gingen doen. Ik liet het kind vertellen wat hij dacht en vertelde daarna pas wat we gingen doen.
  • 8. Definitie didactisch competent
    • De leerkracht heeft voldoende vakkennis en didactische vaardigheid om een krachtige leeromgeving tot stand te brengen. Dit doet hij/zij op een eigentijdse, professionele en planmatige manier.
  • 9. Indicatoren didactisch competent
    • Wel:
    • Kan de opdrachten, oefeningen en toetsen waar de kinderen mee te maken krijgen, zelf foutloos maken.
    • Beschrijft van 1 of meerdere kinderen de onderwijssituatie, eventueel met behulp van de groepsleraar/mentor.
    • Formuleert doelen voor de leerlingen met een duidelijke inhouds- en gedragscomponent.
    • Formuleert doelen voor zichzelf, zo mogelijk met SMART geformuleerd.
    • Start verschillende activiteiten op verschillende manieren: vanuit de leerstof, de kinderen of de leefwereld.
    • Laat leerlingen zo nodig verschillende activiteiten uitvoeren.
    • Geeft een groep kinderen een duidelijke instructie voor een eenvoudige onderwijsactiviteit.
    • Gebruikt verschillende werkvormen, groeperingsvormen en ondersteunende materialen.
    • Niet:
    • Kan activiteiten voorbereiden met en zonder hulp van een methode.
    • Is zich tijdens de instructie bewust van de verschillen tussen de leerlingen en probeert daar zo veel mogelijk rekening mee te houden.
    • Voert een voorbereide activiteit uit, neemt de reacties van de kinderen waar en verwerkt deze bij zijn evaluatie.
  • 10. Concrete voorbeelden
    • De kinderen leerden een liedje. Voordat ik ze het liedje leerde, liet ik eerst iets zien waardoor ze nieuwsgierig werden.
  • 11. Definitie organisatorisch competent
    • De leerkracht heeft voldoende organisatorische kennis en vaardigheden om in zijn klas en lessen een goed leef- en werkklimaat tot stand te brengen.
  • 12. Indicatoren organisatorisch competent
    • Wel:
    • Kan aangeven wat er allemaal komt kijken bij het managen van een klas.
    • Richt op een veilige en effeciente manier (een deel van het) lokaal in voor een onderwijsactiviteit.
    • Maakt kinderen duidelijk wat hij van hen verwacht.
    • Maakt kinderen duidelijk wat de organisatorische regels bij een opdracht zijn.
    • Neemt bij de voorbereiding van zijn onderwijsactiviteiten een aantal planningsbeslissingen mee.
    • Heeft zich op de structuren/ordeningen in zijn klas.
    • Heeft geoefend in het hanteren van regels en afspraken bij activiteiten.
    • Kan tijdens de uitvoering van activiteiten de tijd beheren.
    • Kan leermiddelen en materialen of een efficiente manier inzetten en ruimtes inrichten voor een viering.
    • Heeft geexperimenteerd met de tien vuistregels voor het houden van orde.
    • Niet:
    • Benoemt de relatie tussen visie op onderwijs en klassenmanagement.
    • Blijft rustig bij een onverwachte situatie
    • Is zich ervan bewust dat het houden van orde samenhangt met het goed uitoefenen van de verschillende beroepstaken.
  • 13. Concrete voorbeelden
    • Voordat ik met de les begon, vertelde ik de kinderen wat ik wilde dat ze deden. Hierdoor weten de kinderen wat er van ze verwacht wordt en is het rustiger in de klas.
  • 14. Gemaakt door:
    • Niek Poot
    • &
    • Marijke Schuiling