Onderzoeksles SCO

793 views

Published on

Over keuzes en spelregels in onderzoek, januari 2011

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
793
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
8
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Betreden het (voor velen mistige) woud van onderzoek vandaag
  • Intro: al mijn hele carrière bezig met onderzoek in alle vormen en maten. Jullie hebben het boek van Marius Hogendoorn gelezen dus al een mooie basis. Wat mij betreft gaan we het vandaag dus hebben over onderzoek doen. Daar heb je in theorie heel veel mooie stappenplannen voor, maar volgens mij komt het altijd neer op de volgende kernvragen: WAT IK JULLIE VANDAAG WIL GEVEN IS EZELSBRUGGETJES, HANDVATTEN EN WAT SPELREGELS BIJ ONDERZOEK. DIT IS DUS NIET DE FORMELE THEORIE
  • Die vragen behandelen we vandaag samen. Nog vragen? Over mij? Hebben jullie je desk-reserach gedaan? Waar? Dan nu naar jullie: 2 flips!!! Rondje op flip: onderzoeksvraag + soort onderzoek Andere flip: onderzoeksvragen NU
  • VRAGEN AAN GROEP: WAAROM DOE JE ONDERZOEK
  • ANTWOORD: Wat steeds terug komt - ONDERBOUWING VAN BELEID/KEUZES MAKEN KAN SMAL EN BREED ZIJN: BIJV. BLAUWE MAANDAG JANTJE BETON – VERZOEK CAMPAGNE TE DRAAIEN OVER NOODZAAK MEER SPEELRUIMTE. BUDGET BEPERKT – GEGEVENS OVER HUIDIGE STAND VAN ZAKEN SPEELRUIMTE BEPERKT – NOG MINDER BEKEND OVER HUIDIGE MINING INWONERS T.A.V. SPEELRUIMTE . BELEIDSVRAAG: HOE ZIT HET NOU MET DIE SPEELRUIMTE IN NEDERLAND EN WAT VINDEN MENSEN DAARVAN? MIJN VOORSTEL: LATEN WE NU EERST EVEN DIT OMENT IN KAART BRENGEN: IN BESCHIKBARE CIJFERS EN ONDERZOEK NAAR HOUDING.
  • WAAROM ONDERZOEK WAS DUS HELDER. IK HAD GEGEVENS NODIG OM EEN CAMPAGNE OP TE BOUWEN. DE VOLGENDE STAP WAS BEKIJKEN WAT IK EIGNELIJK AL WIST OF MAKKELIJK TE WETEN KON KOMEN. DAT NOEM JE OOK WEL SITUATIEANALYSE EN CONTEXTANALYSE. OF, VERKENNING VAN DE PROBLEEMDIMENSIE EN DE VRAAGDIMENSIE. IN HET WOUD VAN ONDERZOEKSTERMEN PAK IK DE VOLGENDE VAN HOGENDOORN ER EVEN BIJ….
  • Context: Jantje Beton – o.a. wilde donateurgroei en serieuzer worden genomen in lobby en door samenwerkingspartners. Daarnaast speelde politiek klimaat (SP bezig met Wet Buitenspeelruimte + groeiend en open voor input) en behoefte aan major donors (zichtbaarheid) een rol. Probleemanalyse: wat is speelruimte, hoe is de huidige situatie, waarop wordt het beoordeeld, door wie etc – als het gaat om kwaliteit van speelruimte: criteria en van wie? Vraagveld: betekenis voor onderzoeksgroep – bijvoorbeeld kwaliteit – wat verstaat iemand hieronder? (voor mij bijvoorbeeld stevige speeltoestellen, voor een ander misschien veiligheid, voor omwonenden wellicht netheid, wellicht deel criteria gedefinieerd door instanties – maar hoeft zeker niet uitputtend te zijn. -> input operationalisering: Ook wel de ezelsbrug PQRST – waarbij P staat voor probleemverkenning (wat speelt mee) en Questions voor verkenning van het taalveld; hoe definieren de betrokken het probleem? BIJ Jantje BETON WERD MIJ BIJ DEZE VERKENNING DUIDELIJK WELKE BELANGEN, ZEKERHEDEN EN ONZEKERHEDEN OVER HET ONDERWERP LEEFDE IN DE ORGANISATIE EN BIJ STAKEHOLDERS. OOK WERD DUIDELIJK DAT DE BASIS VOOR LOBBY VEEL BREDER MOEST ZIJN DAN EEN ONDERZOEK NAAR DE MENING OVER SPEELRUIMTE VOOR EEN CAMPAGNE KON BIEDEN. Met de beleidsmedewerker sprak ik daarom af dat zij haar vragen mocht toevoegen op eigen budget.
  • VRAAG: SITUATIE EN PROBLEEM – HOE KOM JE HIER ACHTER? INDELING MARIUS HOGENDOORN – FORMEEL, INFOMEEL, TOEGEPAST, EXPLOREREND, DESK EN FIELD
  • Vooronderzoek -> scherpt beleidsvraag aan naar onderzoeksvraag EVEN VERSCHIL TUSSEN WILLEN EN MOETEN – NEED TO KNOW EN NICE TO KNOW – WAT HEB JE MINIMAAL NODIG? WAT GEEFT JE EXTRA INZICHT? (BELANGRIJK BIJ UITWERKING – JE BETAALT BIJ KWANTITATIEF ONDERZOEK VAAK PER VRAAG/VARIABELE + DENK AAN WAT DE RESPONDENT NOG ZINVOL VINDT OM TE ANTWOORDEN)
  • VRAAG BEPAALT SOORT ONDERZOEK – VERKLAREN, BESCHRIJVEN OF TOETSEN VERKLAREN: HOE KOMT HET DAT? VRAAG – IN GEVAL SPEELRUIMTE – ZIEN JULLIE BELANG TE WETEN HOE HET KOMT DAT MENSEN DE KWALITEIT OP ONDERDELEN SLECHT WAARDEREN? ANT: VOOR DIT ONDERZOEKSDOEL TE VER. BELANG IS OORDEEL OP ONDERDELEN OM SITUATIE NU TE KUNNEN ROEPEN. ACHTERLIGGENDE REDENEN TE SPECIFIEK. VOOR DIT DUS BESCHRIJVEND: SITUATIE NU – EENVOUDIGER VOORBEELD: Explorerend of exploratief : hoe komt het dat de mensen uit de regio zich niet verbonden voelen met de organisatie? Beschrijvend: hoeveel procent van de lezers van intranet heeft het artikel over ziekteverzuim gelezen? Toetsend: heeft het intranet tot meer bekendheid met de doelstellingen/veranderingen geleid? Waarom belangrijk? Soort vragen is bepalend voor de aanpak van het onderzoek -> volgende sheet
  • Beleisdcyclus van Winsemius (1986?) gekoppeld aan onderzoek in communicatie: Beleid erkenning en verkenning: explorerend/verkennend onderzoek –bijvoorbeeld: doe ik wel de juist dingen Verder in de beleidscyclus richt je je meer op toetsend/evaluerend onderzoek: wat is het effect van de dingen die ik doe (levert het op wat ik denk dat het oplevert – brengt het mij naar de SOLL) DOORLOPEN VRAGEN OP SHEET VAN BEGIN: WAT VOOR SOORTEN ONDERZOEK WAREN DIT? LAAT MAAR ROEPEN Effectmetingen weer input voor: doe ik de juiste dingen (als je bijvoorbeeld een goed gelezen intranet hebt, maar je haalt je IC-doelen op kennis niet, is het tijd om te kijken of je aanpak voldoende is en je de invloedsfactoren (Poeisz) goed in beeld hebt. NB!!!! Winsemius zegt zelf inmiddels afgelopen jaar over onderzoek dat hij niet meer doet aan grote vragenlijsten: twee vragen elementair: Waar lig je wakker van - als je 1mln mocht besteden aan het onderwerp /de zorg waar we het over hebben, hoe zou je dat dan doen?
  • WAAROM ONDERZOEK WAS DUS HELDER. IK HAD GEGEVENS NODIG OM EEN CAMPAGNE OP TE BOUWEN. DE VOLGENDE STAP WAS BEKIJKEN WAT IK EIGNELIJK AL WIST OF MAKKELIJK TE WETEN KON KOMEN. DAT NOEM JE OOK WEL SITUATIEANALYSE EN CONTEXTANALYSE. OF, VERKENNING VAN DE PROBLEEMDIMENSIE EN DE VRAAGDIMENSIE. IN HET WOUD VAN ONDERZOEKSTERMEN PAK IK DE VOLGENDE VAN HOGENDOORN ER EVEN BIJ….
  • NOG 2 BELANGIJKE VRAGEN/KEUZEN OVER – WELKE? VRAAG AAN GROEP! Te maken met vraag natuurlijk, maar ook met spelregels – volgende sheet
  • Richten zich vooral op de vraag: meet je wat je wilt meten (meetinstrument) en kan je de conclusies laten gelden voor de hele groep waarover je iets wilt kunnen zeggen (generaliseerbaarheid). Uitleg PQRST met praktijkvoorbeelden. + Waarom belangrijk = gedegen eigen onderzoek opzetten, maar ook inschatten kwaliteit onderzoek dat anderen i”inzetten” (“politiek – verhaal Eric Vanavond)of dat je zelf wilt gebruiken.
  • Richten zich vooral op de vraag: meet je wat je wilt meten (meetinstrument) en kan je de conclusies laten gelden voor de hele groep waarover je iets wilt kunnen zeggen (generaliseerbaarheid). R en S: leidend bij steekproefselctie Uitleg PQRST met praktijkvoorbeelden. Voorbeeld: Boeket reeks onderzoek Ned vrouwen – + Waarom belangrijk = gedegen eigen onderzoek opzetten, maar ook inschatten kwaliteit onderzoek dat anderen i”inzetten” (“politiek – verhaal Eric Vanavond)of dat je zelf wilt gebruiken.
  • EVEN VERSCHIL TUSSEN WILLEN EN MOETEN – NEED TO KNOW EN NICE TO KNOW – WAT HEB JE MINIMAAL NODIG? WAT GEEFT JE EXTRA INZICHT? (BELANGRIJK BIJ UITWERKING – JE BETAALT BIJ KWANTITATIEF ONDERZOEK VAAK PER VRAAG/VARIABELE + DENK AAN WAT DE RESPONDENT NOG ZINVOL VINDT OM TE ANTWOORDEN)
  • Stap 1: Methodes = desk-research, expertinterviews, verkennende interviews met belanghebbenden (n.b. Wandelende probleemstelling vs conceptueel raamwerk) Stap 2: Onderzoeksvraag: hoe meer je weet, des te meer variabelen – bijvoorbeeld identiteitsonderzoek (literatuur noemt relatie cultuur, imago, public image, zelfbeeld – welke basis neem je, persoonlijkheidsleer?) – wat kun je al via desk-research achterhalen – of – engagementelementen – kan dat voor mijn organisatie gelden?. Wat heb ik nog nodig om dat zeker/helder te krijgen? Voorbeeld imago – opbouw uit: Organisatiedoelen (merkwaarden/kernwaarden)\\ Waarden/kenmerken die klanten toekennen (hoeft niet hetzelfde te zijn!!) Voorbeeld geven OPTA. Stap 3: behandel kwalitatief/kwantitatief – dat belangrijkste keuzen samen met bovenstaande informatie. Hoe je het dan noemt maakt mij niet veel uit (strategische keuze/politiek slim kiezen/handige verkoopmodules onderzoeksbureaus?) Stap 4: gevoeligheid onderwerp/veiligheid, geld, blik van buiten, druk van buiten. Stap 5: veel opties. Afhankelijk van eigen kennis en bovenstaande. Kwaliteit + wat wil je nu echt weten. Bij kwantitatief - let voorop op crossings/verbanden die je wilt zien! HOOP DAT MIST WAT IS OPGEKLAARD! PPT op etranet. Briefing onderzoek Jantje Beton ook.
  • Zie hiervoor ook vooral het boek. VOORAF GEMAAKTE KEUZES _
  • Plenair nabespreken
  • INPUTS meten: doe ik de dingen die ik doe goed (kwaliteit/beschrijven en toetsen op uitvoeringsniveau) OUTPUTS meten = levert het op wat ik wil (effectmeting gekozen inspanningen, interventies en middelen) OUTCOMES meten = doe ik de juiste dingen (exploratief en toetsend)
  • (en welke vragen heb/had je nog?) Rondje maken: op flip schrijven.
  • Onderzoeksles SCO

    1. 1. Communicatieonderzoek sco 27-01 Marieke Postma
    2. 2. Communicatieonderzoek <ul><ul><li>Waarom onderzoek? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat weet je al? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat wil je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat moet je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wie doet wat? </li></ul></ul>
    3. 3. Communicatieonderzoek <ul><ul><li>Hoe vaak heb je al onderzoek gedaan? </li></ul></ul><ul><ul><li>Soort onderzoek? </li></ul></ul><ul><ul><li>Heb je nu een onderzoeksvraag? </li></ul></ul>
    4. 4. Communicatieonderzoek (Hogendoorn) Het systematisch en objectief verzamelen van informatie met betrekking tot de identificatie en oplossing van problemen op het gebied van communicatie. Elke vorm van onderzoek dat bruikbaar is voor de voorbereiding, ontwikkeling, uitvoering of evaluatie van communicatiestrategieën, -activiteiten en -middelen.
    5. 5. Communicatieonderzoek <ul><ul><li>Waarom onderzoek? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat weet je al? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat wil je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat moet je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wie doet wat? </li></ul></ul>
    6. 6. effectmeting
    7. 7. Communicatieonderzoek <ul><ul><li>Waarom onderzoek? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat weet je al? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat wil je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat moet je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wie doet wat? </li></ul></ul>
    8. 8. Wat weet je al? <ul><ul><li>Situatie/context analyse: wat speelt mee? (29-37 m.h.) </li></ul></ul><ul><ul><li>Probleemanalyse: waar hebben we het over (input operationalisering) </li></ul></ul><ul><ul><li>Of: </li></ul></ul><ul><ul><li>P(roblem): Probleemveldverkenning </li></ul></ul><ul><ul><li>Q(uestion): Vraagveldverkenning </li></ul></ul>
    9. 9. Indelingen in onderzoek <ul><li>* Formeel onderzoek </li></ul><ul><li>* Informeel onderzoek </li></ul><ul><li>* Fundamenteel onderzoek </li></ul><ul><li>* Toegepast onderzoek </li></ul><ul><li>* Explorerend onderzoek </li></ul><ul><li>* Beschrijvend onderzoek </li></ul><ul><li>* Verklarend/toetsend onderzoek </li></ul><ul><li>* Deskresearch </li></ul><ul><li>* Fieldresearch </li></ul>
    10. 10. ONDERZOEKSVRAAG <ul><ul><li>Waarom onderzoek? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat weet je al? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat wil je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat moet je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wie doet wat? </li></ul></ul>
    11. 11. Toegepast onderzoek
    12. 12. Functies en onderzoek in beleid
    13. 13. Keuze onderzoeksmethode <ul><ul><li>Waarom onderzoek? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat weet je al? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat wil je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat moet je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Keuze onderzoekaanpak/methode </li></ul></ul>
    14. 14. Keuze onderzoeksaanpak <ul><li>Desk research: </li></ul><ul><ul><li>secundaire bron en inhoudsanalyses </li></ul></ul><ul><li>Field research: </li></ul><ul><ul><li>kwalitatief onderzoek: verdiepend, talig </li></ul></ul><ul><ul><li>kwantitatief onderzoek: toetsend, cijfermatig </li></ul></ul>
    15. 17. Hogendoorn
    16. 18. <ul><ul><li>Nog 2 belangrijke onderzoekskeuzen ….. </li></ul></ul><ul><ul><li>Onderzoeksgroep </li></ul></ul><ul><ul><li>Uitvoering </li></ul></ul>
    17. 19. De spelregels <ul><li>P(roblem) </li></ul><ul><li>Q(uestions) </li></ul><ul><li>R(espondents) </li></ul><ul><li>S(pace) </li></ul><ul><li>T(ime) </li></ul>
    18. 20. De spelregels <ul><li>P(roblem): afbakening onderzoeksveld – waar gaat het om bij dit probleem (desk-research/experts/theorie) </li></ul><ul><li>Q(uestions): taalveld en betekeniswereld (praktijk) </li></ul><ul><li>R(espondents): representativiteit (iedereen vertegenwoordigd?) </li></ul><ul><li>S(pace): culturele/lokale grenzen – hoe ver reikt je conclusie? </li></ul><ul><li>T(ime): beperkt houdbaar! </li></ul>
    19. 21. Tot slot: Wie doet wat? <ul><ul><li>Uitbesteden of zelf doen? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wie rapporteert wat? </li></ul></ul><ul><ul><li>Denk aan: </li></ul></ul><ul><ul><li>Politiek </li></ul></ul><ul><ul><li>Veiligheid </li></ul></ul><ul><ul><li>Kennis en instrumenten </li></ul></ul><ul><ul><li>Budget </li></ul></ul><ul><ul><li>Etc. </li></ul></ul>
    20. 22. Stappen in onderzoek <ul><li>(Beleid/Onderzoeksdoel) </li></ul><ul><li>Situatie (context) en probleemverkenning (afbakening IST) </li></ul><ul><li>Ontwikkelen en vaststelling onderzoeksvraag (wat wil je weten/operationalisering) </li></ul><ul><li>Onderzoeksontwerp: soort en methodiek </li></ul><ul><li>Uitvoering en analyse </li></ul><ul><li>Rapportage onderzoek </li></ul><ul><ul><li>Waarom onderzoek? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat weet je al? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat wil je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wat moet je weten? </li></ul></ul><ul><ul><li>Wie doet wat? </li></ul></ul>P Q RS T
    21. 23. Voorbeelden communicatieonderzoek
    22. 24. Opdracht <ul><li>Formuleer je eigen onderzoeksvraag </li></ul><ul><li>Welke variabelen heb je al? Hoe verkregen? </li></ul><ul><li>Kies voor kwalitatief en/of kwantitatief (beargumenteer, eventueel ook volgorde) </li></ul><ul><li>Kies voor zelf doen of uitbesteden (beargumenteer) </li></ul><ul><li>Totaal: 15 minuten </li></ul><ul><li>Bespreek in groepen van 4 (20 minuten) </li></ul>
    23. 25. Onderzoekskeuzen in perspectief
    24. 26. Meten en Weten <ul><ul><li>Oefening </li></ul></ul><ul><ul><li>Denk eens aan je laatste communicatieplan: hoe heb je je IST en je SOLL vastgesteld? (en welke vragen heb/had je nog) </li></ul></ul><ul><ul><li>Schrijf op voor jezelf (gaan zo verder). </li></ul></ul>

    ×