Evolutie	–	Verklaar	je	nader!		
In dit document bespreek ik een aantal goed functionerende structuren die we in de natuur ...
Het kniegewricht
Het kniegewricht is heel mobiel en toch stevig. Kan dit door kleine stapjes in een evolutionair proces zi...
In de embryonale fase groeien bij de vorming van de nier de glomeruli en tubuli van enige afstand naar elkaar toe.
Wie bea...
Peter Scheele trekt in het volgende voorbeeld een vergelijking van ontwikkelingen binnen de technologie met die
van de evo...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Evolutie en Schepping - mysteries nader bekeken

364

Published on

In dit document vind je een aantal goed functionerende structuren die we in de natuur aantreffen: uit het menselijk lichaam en uit de dierenwereld. Overwegingen over hoe de fasen van een evolutionaire ontwikkeling eruit gezien kunnen hebben, leveren de nodige hoofdbrekens op. Laat je meenemen langs enkele mysteries van ons bestaan.

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
364
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Evolutie en Schepping - mysteries nader bekeken

  1. 1. Evolutie – Verklaar je nader! In dit document bespreek ik een aantal goed functionerende structuren die we in de natuur aantreffen. Ik noem een paar voorbeelden uit het menselijk lichaam en uit de dierenwereld. Overwegingen over hoe de fasen van een evolutionaire ontwikkeling eruit gezien kunnen hebben, leveren de nodige hoofdbrekers op. Laat je meenemen langs enkele mysteries van ons bestaan. Het oog In de oogkas is een katrol aanwezig waar de bovenste dwarse oogspier doorheen loopt. Hierdoor kun je goed naar beneden en schuin naar onder kijken. Hoe gaat de ontwikkeling van zo’n stevige, kleine katrol in zijn werk? Figuur 1 Tekeningen en foto van het rechter oog Hoe blijft de oogbol stevig rond? Hier ligt een gevoelig evenwichtssysteem aan ten grondslag. Ik citeer de Nederlandse oogartsen-site: De vorm van het oog wordt in stand gehouden door het glasvocht (glasachtig lichaam) en doordat het kamerwater een bepaalde druk opbouwt. In het oog wordt vocht geproduceerd voor de voeding van het heldere hoornvlies en de lens. Het oog wordt op spanning gehouden door de constante aanmaak van kamerwater, dat – tegen een bepaalde weerstand in – weer wordt afgevoerd. Deze spanning wordt ‘de oogdruk’ genoemd. Het oog is te vergelijken met een voetbal, die opgepompt moet worden om mooi rond te zijn. Bij een te lage oogdruk verliest het oog zijn spanning en gaat het gezichtsvermogen achteruit. Bij te hoge oogboldruk is er sprake van glaucoom. Wat ik me hierbij afvraag: hoe is het ontwikkelen van dit systeem in evolutionaire fasen in zijn werk gegaan? Zo ook het gezichtsvermogen, kan dat via kleine stapjes zijn ontstaan? Je hebt voor de functie ervan o.a. de volgende keten nodig: een waarnemende zintuigcel op het netvlies, een synaps (contactplaats) naar een zenuwcel, een zenuwcel, een synaps naar het informatie-verwerkingsgedeelte in het achterste deel van de hersenen. Al deze cellen hebben ook een eigen bloedvoorziening nodig. En dan het besturingssysteem voor scherpstellen en zien, kan dat in fasen zijn ontstaan? Hiervoor is het eerst nodig dat er een scherp beeld van een voorwerp op het netvlies wordt gevormd; dit is mogelijk d.m.v. de lens die in dikte kan variëren en zo via een variabel brandpunt op elke afstand scherp kan stellen. Verder moet er in de optische schors van de hersenen interpretatie van alle gegevens plaatsvinden. Wat kunnen de stadia zijn geweest, zo vraag ik me af, om van een primitieve starre lens te evolueren naar een flexibele lens met bijbehorende spiertjes om de dikte van de lens te reguleren om zo op elke afstand scherp te kunnen zien? Het oog heeft nog andere voorzieningen die essentieel zijn om de functie van het oog in stand te houden: gebogen, aansluitende oogleden voor bescherming en bevochtiging, waarvoor ook de traanklieren nodig zijn. Door uitdroging zou anders het gezichtsvermogen snel ernstig bedreigd zijn. 1
  2. 2. Het kniegewricht Het kniegewricht is heel mobiel en toch stevig. Kan dit door kleine stapjes in een evolutionair proces zijn ontstaan? Probeer eens twee losse balkjes in elkaars verlengde stevig met elkaar te verbinden, zodat ze goed kunnen scharnieren. En dan ook nog met enige draaimogelijkheid, waarop bovendien een behoorlijk gewicht moet kunnen rusten. Dat is een uiterst lastige opgave. De knie is voor zijn werking afhankelijk van diverse structuren, die gelijktijdig aanwezig moeten zijn om de werking mogelijk te maken: • • • • • • voorste en achterste kruisband, exacte locaties voor de aanhechting daarvan, exacte lengtes van de kruisbanden; anders schiet het gewricht uit elkaar of is het te strak voor een goede werking, ruimte in het midden tussen de glijstructuren (de condylen) die nodig is voor aanhechting van de kruisbanden, gebogen glijstructuren bovenop het scheenbeen, twee bolle congruente glijstructuren onderaan het bovenbeen. Als een van deze factoren ontbreekt, is dit bijzondere glij- en draaimechanisme niet mogelijk. Een vast scharniergewricht zoals bv. het ellebooggewricht functioneert heel anders. Hoe kan de overgang van een dergelijk soort gewricht naar het kniegewricht in zijn werk zijn gegaan? [Info uit ‘Ontwikkeling of Ontwerp’, Stuart Burgess] En nog iets: Alleen het kniegewricht van de mens kan blokkeren in de rechte stand, waardoor rechtop lopen voor langere tijd mogelijk is. Apen bijvoorbeeld hebben deze mogelijkheid niet. Bij hen zijn bij rechtop staan en lopen het knie- en heupgewricht gebogen qua stand, waardoor ze niet lang rechtop kunnen staan of lopen. Andere aspecten van het houdings- en bewegingsapparaat Ligamenten (een soort pezige brede banden) over de pezen heen houden de pezen dicht tegen de gewrichten aan. Dit is in ons lichaam het geval bij bv. de vingers en de tenen; de pols, zowel aan de onder- als de bovenzijde; en de enkel. Probeer je eens voor te stellen hoe het lichaam er uit zou zien zónder deze ligamenten en banden. De pezen en spieren nemen dan de kortste weg tussen oorsprong en aanhechting ervan. Dit levert minder elegante en praktische vormen op, veel ranke contouren zouden zijn verdwenen. Zou dit een primitieve ontwikkelingsvorm geweest zijn… zo vraag ik me af? Zijn de peesschedes, die pezen beschermen tegen wrijvingscomponenten op plaatsen waar ze onder ligamenten doorlopen, eerder of later ontstaan dan deze pezen? Hoe konden bewegingen soepel en langdurig plaatsvinden zonder peesschedes? Evenwicht en bewegingen. Bij de basisfuncties van bewegingen zijn spieren en pezen, zenuwen, bloedvoorziening, aansturing vanuit de hersenen met terugkoppeling qua positie (proprioceptie) en evenwicht betrokken. Hoe kun je het ontstaan hiervan stapsgewijs voorstellen, zonder alle structuren tegelijkertijd? 2
  3. 3. In de embryonale fase groeien bij de vorming van de nier de glomeruli en tubuli van enige afstand naar elkaar toe. Wie beantwoordt mijn vraag: Hoe heeft dit proces zich zo ontwikkeld dat ze elkaar exact kunnen vinden? Iedere nier bevat trouwens 1 miljoen van deze minuscule basiseenheden (nefronen). Nog een gecompliceerd voorbeeld: kan het systeem van bloedstolling ontstaan zijn via kleine stapjes? Zou het ook kunnen werken met minder stollingsfactoren? Nu kan er geen factor gemist worden zonder dat er een lastig stollingsprobleem ontstaat… Bijzondere zaken in de dierenwereld Hoe ontstond de echolocatie van bv. dolfijnen en vleermuizen? Daarbij is achtereenvolgens sprake van een zender van geluidsgolven, een sensor en een interpretatie-systeem als noodzakelijke onderdelen… Hoe kan het vleugelsysteem van een kolibrie zo sterk afwijken van andere vogels? Hij kan stil blijven hangen in de lucht…! En hoe is het vliegvermogen van vogels überhaupt ontstaan? De mens heeft er met veel technisch vernuft 150 jaar over gedaan om alle afzonderlijke elementen te ontwikkelen. De aerodynamische vleugel was al 100 jaar bekend voordat het lichte materiaal en het belang van de staartvin werden ontdekt. Waarom gaat een dier op zijn eieren zitten om ze uit te broeden? Dat is toch nogal lastig? Als ze dat in “eerdere stadia” niet deden, waar kwam toen de juiste warmte vandaan voor de ontwikkeling van de vrucht? En als die conditie later wegviel, hoe wist het ouderpaar dat het vanaf dat moment nodig was om het ei wekenlang te gaan bebroeden? Het is opmerkelijk dat er onder de fossielen zo weinig overgangsvormen gevonden zijn. Darwin vroeg zich af waarom ze niet in ontelbare aantallen gevonden werden. Hij zei dat dit wellicht de meest opvallende en ernstige tegenwerping tegen de theorie kon worden. Maar hij was er van overtuigd dat ze in de toekomst wel gevonden zouden gaan worden. Dit blijkt echter niet het geval te zijn, ondanks dat er uitgebreid naar gezocht is door geologen. De Boa Constrictor en pythons hebben rudimentaire achterpoten; dit is ook aangetroffen bij een fossiele slang die in het jaar 2000 in het Midden Oosten is gevonden. Wetenschappers hebben hier geen eenduidige verklaring voor. In het begin van het Bijbelboek Genesis staat een verhaal wat hier wel bij zou kunnen passen. Voor Darwin was het rationeel gezien misschien makkelijker om in de evolutietheorie te geloven dan voor ons, omdat er nu veel meer bekend is over het functioneren van de cel door de celbiologie en elektronenmicroscopie. Voor Darwin was de cel een klompje weefsel, zonder veel structuur. Inmiddels weten we dat in de cel veel complexe structuren aanwezig zijn, zoals mitochondria, ribosomen en de celkern. Er zijn geavanceerde productie-, controle-, opname-, uitscheidings- en energieleveringssystemen aanwezig; hierbij is ieder afzonderlijk systeem essentieel en onmisbaar voor de functie van het gehele complex. Je kunt de werking van de cel vergelijken met een goed functionerende fabriek, die zichzelf zelfs kan vermenigvuldigen! Om alle aanwezige processen en informatie te beschrijven heb je duizenden pagina’s nodig. Hoe kan een dergelijk ingewikkeld systeem spontaan zijn ontstaan? Michael Denton, moleculair bioloog en schrijver van het boek ‘Evolution, a theory in crisis’, zet uiteen dat het basale ontwerp van de cel in alle levende wezens in feite hetzelfde is en dat van geen enkel levend systeem gezegd kan worden dat het voorafgaat aan een ander. Er is niet de geringste aanwijzing gevonden voor een evolutionaire opeenvolging. 3
  4. 4. Peter Scheele trekt in het volgende voorbeeld een vergelijking van ontwikkelingen binnen de technologie met die van de evolutie-theorie. Stel dat een fiets zich gaat ontwikkelen tot een brommer: er komt een benzinetankje, bougies en bedrading bij zonder dat deze specifieke structuren in deze fase een functie hebben en ze blijven aanwezig totdat alle benodigde onderdelen ontstaan zijn en aan elkaar gekoppeld raken zodat het geheel kan gaan functioneren, waarbij dan spontaan ook ergens benzine vandaan gekomen is. De stamboom hiervan zou er als volgt uit kunnen zien: fiets bromfiets auto vrachtauto vliegtuig. Er zijn veel onderlinge overeenkomsten te constateren, maar ook aanzienlijke verschillen. Er is hier echter geen sprake van afstamming maar van ingenieuze constructie die wel voor een deel gebruik maakt van gelijksoortige onderdelen en technieken. De flagel ofwel zweepstaart van een bacterie – een onderwerp op zich De zweepstaartmotor van een bacterie is een voorbeeld van een zgn. onherleidbaar complexe structuur, omdat het al zijn componenten tegelijkertijd nodig heeft voor een functie waarop geoptimaliseerd kan worden door natuurlijke selectie. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen of concrete bio-moleculaire systemen herleidbaar complex dan wel onherleidbaar complex zijn. Tot hoever kunnen systemen worden gereduceerd zonder hun functionaliteit te verliezen? Let op! Lees alleen verder als u over dit ingewikkelde mechanisme meer wilt weten. Het bacteriële flagel is een motorstructuur en een secretie-structuur. In het flagel zijn enkele honderden eiwitmoleculen zo geassembleerd dat er een zeer efficiënte elektrische motor ontstaat met een diameter van 45 nanometer. Per seconde draait de motor vijftig tot honderd maal rond zijn as. De flagel van 10 micrometer die aan de motor vast zit zorgt voor een zwiepende voorstuwing van de bacteriecel. Protonen die de cel instromen – zo’n duizend per omwenteling – zorgen voor de aandrijving van de flagel-motor. De motor kan zelfs stoppen en van draairichting veranderen. Dat laatste stelt bijvoorbeeld de bacterie E. coli in staat om afgaande op concentraties van voedingsstoffen in het milieu gunstiger omstandigheden op te zoeken. E.coli heeft vier tot zeven flagellen in zijn membraan, en als die dezelfde kant opzwiepen ontstaat een flagel-kluwen die de cel voortstuwt. Er zijn zeker 50 eiwitten betrokken bij de regulatie, synthese en opbouw van een functioneel flagel. De uiteenzetting over de overeenkomsten met een ander secretie-systeem laat ik hier verder achterwege. De diverse verklaringen hieromtrent hebben met name de Amerikaanse biochemicus Michael Behe geïnspireerd om het flagel op te voeren als het voorbeeld van een structuur die sporen vertoont van Intelligent Design. Na het doornemen van deze uiteenzettingen van een aantal natuurlijke fenomenen - met de vraag naar de evolutionaire ontwikkelingsfasen ervan – bent u mogelijk deelgenoot geworden van mijn hoofdbrekers hieromtrent. Graag wil ik u succes toewensen met het verder doordenken en bestuderen van dit veelomvattende onderwerp. 4

×