Your SlideShare is downloading. ×
Marc Litière - De cirkel is rond - Week Van De Klas
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Marc Litière - De cirkel is rond - Week Van De Klas

370
views

Published on

Published in: Education

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
370
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. De cirkel is rond ! Via faalangst, schrijfmotoriek, schoolrijpheids- en richtingsmoeilijkheden tot schoolrijpheid, diagnostiek en therapie Week van de klas Kortrijk 05.02.14 Marc Litière
  • 2. Wie niet in elk kind Een wonder, In alle kinderen Het positieve ziet, Die blijft hier Beter niet. (of misschien juist wel !) Litière Marc
  • 3. Marc Litière • • • • Lic. Lichamelijke Opleiding Lic. Kinesitherapie Psychomotorisch Systeemtherapeut Verantwoordelijke groepspraktijk psychomotorisch onderzoek en therapie voor kinderen te Leuven (sinds 1983) • Specifieke interesses en publicaties: – Faalangst (“Ik kan dat niet!” zegt mijn kind.), Lannoo, 2000 – Schrijfmotoriek (Mijn kind leert schrijven en hoe kan ik helpen), Lannoo, 2002 – Diagnostiek (Diagnostiek in 3-D), Acco, 2004 – Schoolrijpheid (Juf, mag ik overvaren ?), Lannoo, 2008 – Richtingsmoeilijkheden (Ik zie het anders!) , Lannoo, 2011
  • 4. Wat is schrijven ? • Waar denkt u aan als iemand zegt : schrijven
  • 5. Wat is schrijven ? • • • • • • • • • • Communicatie Neerzetten van symbolen Motoriek Creatief Ruimtelijk Ritme Cultureel bepaald Kennis van letters Doelgericht ...
  • 6. 7 Psychomotorisch onderzoek en therapie bij kinderen 2006
  • 7. Wat is schrijven ? • Schrijven is een complexe motorische activiteit met cognitieve, motorische, emotionele, creatieve, ritmische, ruimtelijke en culturele aspecten , die bestaat uit doelgerichte acties of bewegingen waarbij we communiceren. • Schrijven is simultaan en successief coördinatorisch • Schrijven is veel meer dan enkel fijnmotoriek, het is een totaal psychomotorisch gebeuren.
  • 8. Psychomotorisch onderzoek en therapie bij kinderen 2006 9
  • 9. De potloodgreep ??? • • • • Wie ? Wat ? Waarom ? Hoe ?
  • 10. Deelbewegingen van de schrijfbeweging • Aanvoeren en afvoeren van de pols rondom een draaipunt in de pols • Buigen en strekken van vingers (duim, wijsvinger, middelvinger) • Verplaatsen van de onderarm rond draaipunt elleboog = ruitenwissersbeweging
  • 11. Slechte potloodgreep • • • • • • • • • • Middelvinger op potlood Vier vingers op potlood Geknakte wijsvinger Gekromde wijsvinger Gebogen pols Overstrekte pols Hand en pols geheven Vuistgreep Duim klemt potlood tegen wijsvinger ...
  • 12. Tekenen en inkleuren • Oefening voor iedereen – inkleuren cirkel – Teken huis • Waarom ? • Stiften of potloden ? • Opbouw van tekenen ?
  • 13. Opbouw van tekenen • Belangrijk voor : – Feedback – Opklimming – Ruimtelijk inzicht – Schrijven – Schoolrijpheid – Oefenen
  • 14. Schrijfbewegingspatronen of schrijfmotorische krullen 1. 2. 3. 4. 5. 6. Gaan uit van de natuurlijke bewegingsbehoefte van het kind De ritmische vorming is belangrijk. We leren bewegen van grof naar fijn en van groot naar klein. We leren bewegen van vrijheid naar begrenzing. Ontwikkelen een vloeiende beweging en dit bevordert een goede schrijfbeweging. Voorbereiding van letterelementen en verbindingen die bij het aanvankelijk schrijven vereist zijn. Ook aanleren van begrippen : links en rechts, begin eneind, boven en beneden.
  • 15. 7. Leren van verschillende bewegingen: opgaand, neergaand, rond, hoekig, heen en weergaande beweging. 8. Leren rekening houden met verschillende aanwijzingen: op de regel, tussen de regels, regel overslaan. 9. Leren gebruiken van verschillende schrijfmaterialen. 10. Leren van een goede potloodgreep, goede schrijfhouding en goede bladligging. 11. De soepele schrijfkrullen zijn ook belangrijk als spierontspanningsoefeningen. 12. Belangrijke functie als remediëring bij schrijfmoeilijkheden. 13. Goede voorbereiding op schrijven zonder penoplichting.
  • 16. filmpjes • Jade: goede en slechte krullen • Bérénice: krullen
  • 17. 18 Psychomotorisch onderzoek en therapie bij kinderen 2006
  • 18. 19 Psychomotorisch onderzoek en therapie bij kinderen 2006
  • 19. Ik kan dat wel Ik doe dat nog eens Ik leer bij
  • 20. “Ik kan dat niet !” “Ik ... ...kan... ...dat... ...niet !”
  • 21. “Ik kan dat niet !” “... Want ik wil dat niet !” “... Want ik durf dat niet !” “... Want ik kan dat nog niet !” “... Want ik kan dat niet goed genoeg !” “... Want ik kan dat echt niet en zal het ook niet kunnen !”
  • 22. Alternatieve uitspraken :           Dat is te moeilijk Ik ben moe Dat is voor grote kindjes Ik ben daar nog te klein voor Wanneer is het gedaan Ik moet pipi doen Het is hier warm Wanneer komt mijn mama Weet je, gisteren ben ik... Ik kan alleen kribbel krabbel
  • 23. Ontwijkingsgedrag :  In zijn schulp kruipen  Clownesk gedrag  Bravouregedrag  Uitvluchten  Liegen  Koppig weigeren  Huilen
  • 24. Welke kinderen zeggen “ik kan dat niet” ?  Alle kinderen  ADHD-kinderen  Kinderen met leerproblemen  Onhandige kinderen  Trage kinderen
  • 25. Welke kinderen ?  Kinderen met schrijfproblemen  Niet-schoolrijpe kinderen  “Andere” kinderen  Angstige kinderen  Zwakbegaafde kinderen  Hoogbegaafde kinderen
  • 26. Schoolrijpheid ivm overgang • SiBo onderzoek: – 5% van de kinderen heeft onderwijsvertraging na kleuterklas – 20% van de kinderen heeft problemen met schoolrijpheid – 10 tot 25% heeft grote problemen met taal, rekenen of beide in de eerste twee jaar lager onderwijs
  • 27. • Juffrouw, mag dit kind overvaren ? • Juffrouw, wil dit kind overvaren ?
  • 28. Algemeen idee: • Iedereen wil of zou willen, naar het eerste leerjaar/groep 3, het is een vorm van promotie en dit zit er reeds ingebakken vanaf de eerste kleuterklas. • Nieuwe boekentas, nieuwe pennenzak,...zijn symbolen die dit aangeven. • Maar: er zijn ook kinderen die niet willen • Kinderen weten niet echt wat het eerste leerjaar/groep 3 is. • De realiteit van het eerste leerjaar/groep 3 is heel anders dan de kennismaking (dus veel meer integratie tussen derde kleuterklas en eerste leerjaar/groep 3)
  • 29. Vragen voor kinderen • Wil jij naar het eerste leerjaar /groep 3 ? • Als jij een vriendje hebt dat niet naar het eerste leerjaar/ groep 3 wil, wat zeg je dan tegen hem om hem te helpen ? • Wat moet er volgens jou aan het eerste leerjaar/groep 3 veranderen ? • En hoe is het nu in het eerste leerjaar/ groep 3 ?
  • 30. Thema’s • • • • • Bang zijn Onbekend (en dus onbemind) Niet meer mogen spelen Slim zijn Boze en strenge juf
  • 31. Wat is schoolrijpheid ? • • • • • • • Evenwicht tussen kennen, kunnen en voelen/willen Geen momentopname maar een proces Rijping en ontwikkeling Continuüm met tempoverschillen Komt vanzelf, langzaam Proces met passieve en actieve componenten Interactie van kind met de omgeving
  • 32. Vier kanalen • Gevoel van het kind – Wat kan ik goed en wat niet – Liever nog wat spelen – Kind moet eerlijk kunnen antwoorden • Gevoel van de ouders – Vergelijken met andere kinderen – Gevaar: geen totaalbeeld of te specifiek bezig zijn thuis
  • 33. • Observaties en gevoel van leerkracht (klas en gymles) – Veel gegevens en ervaring – Weet wat het kind moet kennen en kunnen – Vergelijking mogelijk – Gevaar: sterke klas, kind presteert in de klas minder dan hij kan • Schoolrijpheidsproef
  • 34. schoolrijpheidsproeven • Voorspellingstoets • Wat kan een kind , maar meestal: wat kan het kind niet! • Wat willen we meten ? • Waar ligt de grens tussen goed en slecht ? • Vroeg op het schooljaar: programma aanpassen
  • 35. Voor- en nadelen van een SR-proef • Vergelijkingsbasis • Standaardisatie • Objectivering van gevoelens en observaties • Uitgangspunt om te oefenen • Geschreven resultaat • Duidelijk (?)beeld van kind • Goede aanvulling van andere gegevens • Slechts momentopname • Wordt soms aanzien als enige maatstaf voor SR • Te cognitief • Weinig motoriek-socioemotioneel • Kunstmatige situatie • Uitslag leidt eigen leven • Stigmatisering • Men gaat werken naar de eisen van de proef en vergeet het spontane bezig zijn
  • 36. Belangrijke tips ivm SR-proef 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Ontdoe de test van zijn belangrijkheid. Bekijk de test als één kanaal naast de andere. Besteed ook veel tijd aan factoren en voorwaarden die niet door de test gemeten worden. Het is zinloos om een test in te oefenen. Vergelijk kinderen niet alleen op basis van hun testuistslag. Een kind is veel meer dan zijn uitslag op de SR-proef. Houd er rekening mee dat de test een vreemde, beangstigende situatie kan zijn; maar ook duidelijk en goed gestructureerd. De test is geen rapport, geeft wel een signaal, maar legt geen hypotheek op de toekomst. Communiceer en overleg regelmatig met leerkracht en niet alleen na de test.
  • 37. Wat zijn richtingsmoeilijkheden? • Kinderen met richtingsmoeilijkheden zijn kinderen die werken en denken van rechts naar links of die niet vlot beide werkrichtingen kunnen integreren.
  • 38. • ‘Ik zie het anders’ zegt het kind • Niet alleen op papier, maar soms alleen in het hoofd • Normaal is raar ! Jullie doen raar ! • “Ik doe toch alles fout!” • Over spiegelingen, reversies, inversies en hardnekkige omkeringen • Maar het moet van links naar rechts! • Op verschillende momenten
  • 39. Verschillende momenten • Kleuterschool: “Ik doe het anders!” en “Ik begrijp het anders!” • Voorbereidend schrijven: “Mijn handje doet iets anders!” • Leren lezen en schrijven: “Was ik maar een Arabier!” • Rekenen: “Wat is meer, wat is minder? Wanneer doe ik plus en wanneer doe ik min?” • Metend rekenen: ”Wat komt er voor meter, decimeter of decameter?” • Organisatie en planning: “Waar moet ik beginnen?”; “Hoe moet het?”
  • 40. Wanneer moeilijkheden problemen worden • Richtingsmoeilijkheden worden richtingsproblemen als de omgeving, het systeem rond het kind, niet adequaat reageert. • De term richtingsproblemen zegt dus iets over het systeem en niet over het kind.
  • 41. Signalen van richtingsmoeilijkheden • Primaire signalen: duidelijk zichtbaar op papier of tijdens praten en vertellen • Secundaire signalen: de omkeringen spelen zich af in het hoofd en er wordt gecompenseerd= vermoeiend, arbeidsintensief, kost veel concentratie en energie • Tertiaire signalen: socio-emotionele moeilijkheden en zelfs psycho-somatische moeilijkheden die ontstaan door twijfel, falen, gebrek aan begrip, negatieve feedback.
  • 42. Hoe pakken we RM aan ? 6 basisprincipes voor iedereen 1. 2. 3. 4. Zorg voor inzicht en bewustwording ! Zorg voor veel structuur ! Geef ze respect ! Geef ze meer tijd ! (ontwikkeltijd en oefentijd) 5. Wees positief ! 6. Communiceer !

×