Op zoek naar een verdwenen dorp - Blog Klaas Bos 2013
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Op zoek naar een verdwenen dorp - Blog Klaas Bos 2013

on

  • 869 views

Op zoek naar een verdwenen dorp

Op zoek naar een verdwenen dorp
Blog Klaas Bos 2013
Alle blogposts in 2013 gebundeld in één eBook

Statistics

Views

Total Views
869
Views on SlideShare
869
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
3
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Op zoek naar een verdwenen dorp - Blog Klaas Bos 2013 Op zoek naar een verdwenen dorp - Blog Klaas Bos 2013 Presentation Transcript

  • Op zoek naar een verdwenen dorp Blog Klaas Bos 2013
  • INLEIDING Inleiding Sinds maart 2013 houd ik een blog bij. Aanvankelijk schoorvoetend, vooral uit nieuwsgierigheid om de techniek achter de Blogger-applicatie van Google te ontdekken. Sindsdien publiceer ik wekelijks over een onderwerp dat mijn interesse wekte en dat lezers mogelijk interesseert of amuseert. Ik promoot die artikelen telkens via Google+, LinkedIn, Facebook en Twitter. Verder maak ik graag van deze gelegenheid gebruik om Chemelot Campus onder de aandacht te brengen: ‘the place-to-be’ voor iedereen die actief is in chemie en materialen. Ik ben er trots op dat dit mijn werkplek is, wat blijkt uit enkele blogposts. In deze uitgave zijn de blogposts van 2013 als artikelen gebundeld in de volgorde waarin ze zijn gepubliceerd. Sommige berichten heb ik ook in het Engels gepubliceerd. In deze uitgave heb ik die Engelse vertalingen achterwege gelaten; maar twee origineel Engelse artikelen zijn wel opgenomen. De afbeeldingen zijn zelfgemaakte foto’s of foto’s die aan mij werden opgestuurd, tenzij bij de betreffende afbeelding anders vermeld (de afbeelding op pagina 60 heb ik gekopieerd van de Sahara Forest Projectwebsite, www.saharaforestproject.com). Verder zijn twee Buienradar-schermafdrukken en een Google Earth-weergave afgebeeld. Ik wens je veel leesplezier. Klaas Bos Sittard, 14 januari 2014
  • EERSTE BLOGPOSTS Eerste blog sinds jaren 17 maart 2013 Na een lange tijd van radiostilte volgt bij dezen weer een bericht van mij via Blogger. Dit is feitelijk een test om te zien of die Blogger-applicatie het uberhaupt nog doet. Mijn laatste blog dateert immers alweer van meerdere jaren geleden en in die tijd is e.e.a. hoogstwaarschijnlijk veranderd. Zo is er nu ook een Bloggeradres, in mijn geval www.klaasbos.blogspot.com. Ik voeg een foto bij die op Facebook als omslag gebruik [zie de titelpagina]. Nu het resultaat een even aanschouwen.
  • EERSTE BLOGPOSTS Zondag, 24 maart 2013 24 maart 2013 Het lijkt goedkoop om over het weer te schrijven, maar juist in dat opzicht is deze datum dit jaar opmerkelijk. Een temperatuur nét onder het vriespunt (zie de Buienradar-schermafdruk hiernaast), een stevige wind (windkracht 5) en daarbij een beetje sneeuw - die blijft liggen. STEENKOUD, dat doet denken aan de koudste dagen in januari, februari. Daarbij: gisteren was 't ook al steenkoud, zeker voor de tijd van het jaar. Dat levert grapjes op over een witte Pasen - de Paashaas wordt ingehaald door de Kerstman ( die mag blij zijn met sneeuw op Kersdag). Maar laten we niet teveel klagen: het was droog en - goed gekleed - was een forse wandeling vandaag zéér de moeite waard!
  • SOCIALE MEDIA Social media in email signature 28 maart 2013 Het was even puzzelen, maar het is me - denk ik - vrij aardig gelukt om in mijn e-mail handtekening (Outlook signature) verwijzingen op te nemen naar mijn accounts op de sociale netwerken LinkedIn, Twitter, Facebook en Blogger. De stukjes van die puzzel zien er als volgt uit, en als je met me meeleest kun je de puzzel ook zelf leggen: 1. Verzamel logo's – Ik heb gezocht op Google Afbeeldingen naar de juiste iconen. Ik heb telkens een afbeelding gekozen met witruimte rondom de icoon. De afbeeldingen heb ik op mijn harde schijf opgeslagen met Paint. Vervolgens heb ik de afbeeldingen tot nette vierkantjes bijgesneden met Microsoft Picture Manager en verkleind tot 20 x 20 pixels. Piepklein dus, maar dit is precies de afbeelding die je nodig hebt. 2. Plak de iconen in je handtekening – Ga in Microsoft Outlook naar "Bestand > Opties"; tabblad "E-mail". Klik de button "Handtekeningen". Klik je bestaande handtekening of klik "Nieuw". Bijna helemaal rechts boven het tekstveld zie de button "Afbeelding invoegen". Hier kun je na elkaar de iconen in je handtekening zetten. 3. Iconen van de juiste hyperlink voorzien – Ga naar je account-pagina van het betreffende sociale netwerk en kopieer de hyperlink. Ga terug naar je handtekening, markeer de juiste icoon en klik helemaal rechts boven het tekstvak de button "Hyperlink invoegen". Hier plak je na elkaar de juiste hyperlink op de juiste icoon. 4. Instelling handtekening – Rechtsboven in scherm "Handtekeningen en e-mailpapier" kun je kiezen of er een handtekening meekomt met je e-mail en welke. Klik "OK" om je nieuwe handtekening op te slaan. Klik nogmaals "OK" om terug te keren in Outlook. Maak een nieuwe e-mail. Hier zie je je aangepaste/nieuwe handtekening al staan. Of je kunt die alsnog toevoegen via "Invoegen > Handtekening" (kies de gewenste handtekening uit de afrollijst). Ik hoor graag of je iets aan deze informatie hebt.
  • SOCIALE MEDIA Disclaimer bij mijn blog 31 maart 2014 Voor de goede orde: voor mijn "Blog Klaas Bos" gelden de volgende voorwaarden en bepalingen: 1. Dit is mijn persoonlijke blog. De meningen die ik hier weergeef zijn niet noodzakelijkerwijs die van mijn werkgever, Chemelot Campus B.V. 2. De informatie op deze blog is puur informeel en dient dus geen officiele doeleinden. 3. Ik geef een positief oordeel over producten of diensten, omdat ik er zelf goede ervaringen mee heb opgedaan (niet omdat ik ervoor betaald wordt). 4. Ik sta niet in voor de nauwkeurigheid, volledigheid, actualiteit, toepasbaarheid en geldigheid van de informatie op deze site of van informatie die via een link op deze site wordt gevonden.
  • SOCIALE MEDIA Waarom een disclaimer voor sociale media 2 april 2013 Iemand reageerde verbaasd op mijn vorige artikel "Disclaimer bij mijn blog", alsof ik grote problemen zou hebben met mijn activiteiten op sociale netwerken. Wees gerust: echt niet! Maar waarom is zo'n disclaimer eigenlijk nodig? Je kunt die noodzaak – of op z'n minst: wenselijkheid – van twee kanten bekijken: 1. de werknemer en 2. de werkgever. 1. Werknemer en sociale media: We leven in een soort contractsamenleving, waarin steeds meer relaties formeel, in contracten, worden vastgelegd. En als het mis gaat, wacht soms de gang naar de rechter, althans die kant lijkt het op te gaan. Je leest bijvoorbeeld over letselschadeadvocaten. En zoals ze in Amerika zeggen: "I sue you." Een disclaimer werkt als een soort verzekeringspolis. Wees voorbereid, en zoveel moeite kost het niet! Je kunt mijn disclaimer gewoon overnemen. Daarnaast zijn er nog wat overwegingen die een disclaimer wenselijk maken: - vrijheid van meningsuiting, zonder dat ik rekening hoef te houden met de standpunten van mijn werkgever - privé en werk lopen steeds meer door elkaar, ook (of: vooral) op sociale media - ik wil geen gezeur met mijn werkgever als ik onverhoopt een scheve schaats rijd met een blog, tweet of post. Een disclaimer is geen excuus om alles maar te bloggen, tweeten, posten. Gebruik de Gouden Regel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander (je werkgever) niet! 2. Werkgever en sociale media: Werkgevers doen er volgens mij goed aan om hun medewerkers te verzoeken om een disclaimer op te nemen. Juist omdat werk en privé zo dooreenlopen, kan de buitenwereld snel concluderen dat standpunten van werknemers die van het bedrijf zijn. De buitenwereld kan in verwarring raken als informatie niet op één lijn zit. Een disclaimer van de werknemer maakt diens standpunt tot niet meer dan een persoonlijke opvatting.
  • Daarbij is het aan te bevelen om (nieuwe) medewerkers te instrueren over de manier waarop zij met bedrijfsinformatie dienen om te gaan. Wat is bedrijfsgeheim, wat is vertrouwelijk? Wat spreken we bijvoorbeeld af over foto's die in de bedrijfsomgeving worden genomen? Formuleer een geheimhoudingsverklaring en laat die door alle medewerkers ondertekenen! Tenslotte: het is niet mijn bedoeling om met mijn werkgever van mening te verschillen of te polemiseren, integendeel. En wie een disclaimer voor zichzelf overdreven vindt, laat 'm fijn achterwege. Mijn vraag: is een disclaimer bij een blog of een ander sociaal netwerk zinvol? Dit artikel werd op 20 mei 2013 in het Engels gepubliceerd.
  • ANALYSE Ik zie geen problemen, alleen uitdagingen 8 april 2013 Dit horen we vaak zeggen. We houden immers niet van problemen en hebben het liever over uitdagingen. Maar wie van elk probleem een uitdaging maakt omdat dit beter aanvoelt, houdt zichzelf voor de gek. Want er zijn wel degelijk verschillen. Een uitdaging is volgens mij een opgave die je ZELF kiest (ook al heeft een ander je daartoe gestimuleerd) en waar je met plezier je energie in steekt. Een probleem is een opgave waar iets buiten jezelf je mee opzadelt (of als je jezelf in de nesten werkt). Je had er uit vrije wil geen energie in gestoken. Een probleem geeft vaak ellende, vandaar dat we ons prettiger voelen bij een uitdaging. Uitdagingen kun je uit de weg gaan, maar problemen dringen zich aan je op. Aangezien we zelf ons leven willen bepalen, hebben we ’t niet graag over onze problemen. Liever spreken we over uitdagingen. Een probleem een uitdaging noemen is dus eufemistisch taalgebruik: doen alsof je zelf hebt gekozen voor een opgave die zich echter onvermijdelijk aan je opdringt. Zo is het beklimmen van een berg per fiets een uitdaging: niemand die je daartoe dwingt en het bereiken van de top geeft voldoening. Een lekke band onderweg is echter een probleem: je moet iets doen om die ellende op te lossen. Dit is een typisch voorbeeld dat een ordeverschil veronderstelt: je moet eerst problemen oplossen om je uitdaging te kunnen halen. We zien dat ook in het groot: de zgn. Grand Challenges (zie kader hieronder) zijn uitdagingen, maar het oplossen ervan stelt ons voor grote problemen. Ook hier is m.i. sprake van eufemistisch taalgebruik. Want in het oplossen van de Grand Challenges zou niemand energie willen steken, als het uiteindelijk niet evenzoveel problemen zouden zijn die schreeuwen om een oplossing. De Grote Uitdagingen zijn dus feitelijk Grote Problemen.
  • EEN UITDAGING IS EEN OPGAVE DIE JE ZELF KIEST, EEN PROBLEEM IS EEN OPGAVE WAAR IETS OF IEMAND ANDERS JE MEE OPZADELT . Een uitdaging heeft iets egoïstisch indien die betrekking heeft op je eigen zelfontplooiing. Een uitdaging kan ook een opgave inhouden om anderen met hun problemen te helpen en dan heeft het iets nobels. Als het oplossen van andermans problemen te zeer ten koste gaat van jezelf, kun je je afvragen of je op de goede weg bent en hoe lang je dat volhoudt. Anderen kunnen bijdragen aan jouw uitdaging, maar je moet (wilt) het uiteindelijk zelf doen. Anderen kunnen wel jouw probleem (volledig) oplossen of wegnemen, zelfs zonder dat je er iets aan bijdraagt. Tenslotte: als jij problemen uitdagingen noemt en je dat een goed gevoel geeft, prima, ik wil niemand z'n plezier ontnemen. Maar zowel voor problemen als uitdagingen geldt: denk in oplossingen! Vraag: heb je voorbeelden van uitdagingen en problemen die passen bij mijn beschrijving? En moet je eerst je problemen oplossen voordat je uberhaupt uitdagingen kunt aangaan? Dit artikel werd op 30 september 2013 in het Engels gepubliceerd. De Grand Challenges volgens de Europese Commissie (Horizon 2020): - Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn - Voedselveiligheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en de bio-economie - Veilige, schone en efficiënte energie - Slim, groen en geïntegreerd transport - Klimaatactie, efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen - Inclusieve, innovatieve en veilige samenlevingen.
  • BORODINO 1812 Oorlog en vrede 15 april 2013 Hebben boeken invloed op je leven, je mening, je gevoelens? Boeken waarmee je tijdens je jeugd vertrouwd raakte of die die je onlangs las? Graag deel ik het effect op mijn gevoelens van enkele boeken die ik las, met als thema: oorlogsgeweld. Ik zal ze als een menu opdienen. Amuse Eerst las ik “Congo: een geschiedenis” door David van Reybrouck (2010). Van Reybrouck beschrijft op schitterende wijze hoe een groot Afrikaans land te gronde gaat, het gaat daar van kwaad naar erger. De ene geweldsgolf volgde op de andere – tot op de dag van heden. Dit zette de toon voor de boeken die volgden. Voorgerecht Kort daarna begon ik aan “Met alle geweld: een filosofische zoektocht” (2008). Filosoof Hans Achterhuis behandelt hierin alle denkbare vormen van geweld. Ik lees Achterhuis graag, want hij doet dat op een manier, die ik kan volgen. Hij gaat onder andere in op oorlogsgeweld, het geweld van de staat, terrorisme, foltering en genocide. Het is ronduit schokkend als je beseft wat mensen elkaar kunnen aandoen, en hoe men dat goedpraat. Een paragraaf over oorlogsgeweld begint met een citaat uit “Oorlog en vrede” van Tolstoj. Tussengerecht Voordat ik daaraan begon, las ik “Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed” door Jared Diamond (2005, “Ondergang”). Hij beschrijft hoe oude beschavingen, zoals die op Paaseiland en Groenland, te gronde gingen. Als een samenleving onder druk komt te staan, wordt het dagelijks leven steeds meer bepaald door onderling geweld of geweld van buitenaf. Hoofdgerecht Als ik niet toevallig de hand had weten te leggen op “Oorlog en vrede” (1868), was ik er zeker niet aan begonnen. Het is een lang verhaal. Toch werd ik erin gezogen. Leo N. Tolstoj combineert op fantastische wijze waarheid en fictie. De roman bestrijkt de jaren 1806-1813: Rusland staat op voet van oorlog met het Frankrijk van Napoleon. In 1806 krijgt Rusland ‘een draai om de oren’ in de slag bij Austerlitz. In 1812
  • GEWELD IS PERVERS. WAAROM VINDEN WE begint Napoleon aan zijn veldtocht naar Rusland en niet ver van Moskou komt het tot de slag bij Borodino. Dit was één grote moordpartij, waarschijnlijk de grootste in de SPEELFILMS DE EEN NA DE ANDER WORDT geschiedenis tot dan toe! De verliezen liepen op tot tenminste 70.000 doden op één dag. DOODGEKNALD ? Dan volgt de verwoestende brand van Moskou en Napoleon’s terugtocht over de moordende ijsvlaktes. Tolstoj beschrijft dit alles aan de hand van de lotgevallen van zijn personages – en zo komt die geschiedenis van tweehonderd jaar geleden heel dichtbij. Tolstoj greep terug op zijn eigen ervaringen tijdens de Krimoorlog (1853-1856). Een oorlog – welke oorlog dan ook – is een uitgesproken vorm van pervers geweld. DAN HET NORMAAL DAT IN SOMMIGE Dessert Om dichterbij de persoon van Napoleon te komen, dook ik in "Napoleon: historie en legende” door de historicus Jacques Presser. Presser legt uit hoe Napoleon op ingenieuze wijze (en met opmerkelijk succes) tot aan zijn dood (in 1821) toe blijft schuren en schaven aan zijn legende. Het is schokkend dat Napoleon zich bij tenminste twee gelegenheden uit de voeten maakte om zijn hachje te redden, daarbij zijn leger aan de genade van de vijand overlatend. De eerste keer beëindigde hij op die manier zijn expeditie naar Egypte (1798). De tweede keer reisde hij na het oversteken van de Berezina (1812), waar van de 900.000 manschappen waarmee hij de veldtocht begon slechts 25.000 de oversteek maakten, zo snel mogelijk door naar Parijs en verklaarde daar: “Ik heb me nooit beter gevoeld.” Digestief Het thema Napoleon werd door mij afgerond met een lezing door Joost Welten, schrijver van “In dienst van Napoleons Europese droom” (2007) – genoeg oorlogsgeweld nu. Tijdens een recente bijeenkomst van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (kring Sittard) vertelde Welten hoe Limburgse jongemannen geen andere keuze werd gelaten dan mee te gaan in het leger van Napoleon (de conscriptie) en hoe ze uit de veldslagen terugkwamen. Opmerkelijk is dat veel van de overlevenden blijkbaar trots waren op hun ervaringen en op de medaille die ze ervoor kregen.
  • Natafelen …En dan zet je ’s avonds de tv aan en je valt middenin een actiefilm. Er vallen doden: mensen van vlees en bloed worden in feite standrechtelijk geëxecuteerd. Zonder scrupules, zonder spijt. De meeste kijkers vinden dit normaal, want dat hoort bij het verhaal hoe ook ‘de slechterik’ gedood wordt. “The End.” Ik ervaar het na lezing van al die boeken als schokkend, vind het niet langer normaal. Ik kan het eigenlijk niet langer aanzien. De maaltijd van zojuist ligt nog te zwaar op mijn maag. Vraag: welke boeken hebben een grote invloed gehad op de manier waarop jij naar de wereld kijkt? Beveel je die boeken aan?
  • SOCIALE MEDIA De krant is een meneer, Twitter is een 'krantenjongen' 22 april 2013 Iemand zei ooit: “De krant is een meneer.” Hij komt bij je op bezoek met z’n eigen karakter en (deftige) stijl. In die vergelijking is Twitter een krantenjongen. Ook die brengt nieuws rond, met z’n eigen karakter en (frivole) stijl. In dit bericht een aanmoediging om voor het volgen van het nieuws Twitter te gebruiken. Vind jij dat getwitter maar overdreven, begrijp je niet goed hoe Twitter werkt of zit je liever op een ander platform, zoals Facebook? Dan is dit bericht speciaal voor jou geschreven. Ik geef je tenminste één goede reden om Twitter te gebruiken. Waarom Twitter Er zijn verschillende redenen om Twitter te gebruiken: - Voor het lezen van (nieuws)berichten (het volgen van organisaties) - Voor het lezen van tweets van anderen (het volgen van personen) - Voor het publiceren van eigen berichten (tweeten) - Voor het doorsturen en beantwoorden van berichten van anderen (retweeten) - Voor meer geavanceerde functies. Beginners moedig ik hierbij aan om Twitter te gebruiken voor het lezen van nieuwsberichten (vooral handig als je een smartphone hebt). Bij het begin beginnen Eerst moet je een eigen Twitter-account aanvragen. Dat is eenvoudig te regelen, maar toch geef ik een paar tips. Stap 1: Inschrijven voor Twitter. Ga naar www.twitter.com. Daar staat een schermpje “New to Twitter? Sign up”. In het veld ‘Full name’ vul je je naam in (in mijn geval “Klaas Bos”), of – als je prijsstelt op je anonimiteit – een soort code. In het veld ‘Email’ vul je je e-mailadres in. Twitter stuurt bevestigingsmails naar dit adres, maar wees gerust: je mailbox zal er niet van overlopen. Bij ‘Password’ vul je een zelfgekozen wachtwoord in (vergeet niet dat ergens te noteren).
  • Stap 2. Overige gegevens. Bij het vervolg van de aanmelding wordt gevraagd naar je “Username” (“handle” in Twitter-taal, in mijn geval Klaas_Bos). Een goed herkenbare gebruikersnaam is aan te bevelen, of gebruik ook hier een soort code als je prijsstelt op je anonimiteit. Pas op, de Twitter-handle moet uniek zijn (wat niet geldt voor je ‘Full name’), is niet meer te wijzigen en is liefst zo kort mogelijk (de reden leg ik nog wel eens uit). Overige zaken, zoals je foto, header, locatie, website, bio en achtergrond, kun je altijd nog invullen of aanpassen. Stap 3: Twitteraars volgen. Al bij het inschrijven krijg je suggesties om bepaalde (beroemde) personen te volgen. Sla dit over of kies willekeurig enkele (je kunt ze makkelijk genoeg ‘ontvolgen’). Stap 4: Installeer de Twitter-app. Installeer nu de gratis Twitter-app op je smartphone (houdt je “Username” en wachtwoord bij de hand). Twitter als krantenjongen Nu is er nog één ding nodig om nieuwsberichten te kunnen lezen: het volgen van de juiste Twitteraccounts. Welke dat zijn hangt af van je wensen. Zelf volg ik bijvoorbeeld “NOS Teletekst” (@Teletekst). Elk bericht op Teletekst-pagina 101 ontvang ik als tweet. Als je werkzoekend bent kun je bijvoorbeeld kiezen voor “Monsterboard.nl jobs” (@MonsterBanen). Nieuwe vacatures ontvang je zo als tweet. Als je de nieuwste TED-lezingen wilt bekijken, volg je “TEDTalks Update (@tedtalks). In de Twitter-app open je het zoekscherm via het vergrootglas rechtsboven. Zoek de gewenste dienst (bv. “Teletekst”) en klik op het gewenste resultaat. Je komt in het startscherm van het betreffende Twitteraccount en klikt daar “Volg” (of ‘”Volgend” als je wilt ‘ontvolgen’). Ga nu naar je “Startpagina” (de optie linksonder van de iPhone-app). Tweets die zijn gepubliceerd nadat je bent gaan volgen verschijnen daar in je ‘tijdslijn’. Het aantal tweets in je tijdslijn hangt af van de activiteit van de bronnen die je volgt. Ga er maar eens mee aan de slag, het is eenvoudiger dan je denkt. En: je hoeft zelf geen enkele tweet te publiceren. Door de juiste Twitter-accounts te volgen, worden andere bronnen (in mijn geval de Teleteksten TED-apps) praktisch overbodig. Je bundelt je nieuwsvoorziening in je Twitter-tijdslijn. Op andere redenen om Twitter te gebruiken kom ik graag terug in volgende berichten.
  • Tenslotte: ik vind niet dat Twitter een vervanger is van de krant, want daarin vind je (ook) verdieping en duiding van het dagelijks nieuws. Dat vind je minder snel op Twitter. Vraag: Is Twitter voor j ou ook een ‘krantenjongen’? Is de beschrijving hierboven duidelijk? Graag licht ik zaken nader toe.
  • PELIKAAN Willem de Zwijger en ‘vreemde vogels’ 29 april 2013 Rond de kroning van Koning Willem-Alexander gaan mijn gedachten terug naar zijn illustere voorvader Willem de Zwijger. De Prins stak in 1568 bij Obbicht de Maas over. Met pelikanen in zijn gezelschap. Wat deed die ‘vreemde vogels’ daar? De meeste mensen kennen de pelikaan van natuurfilms of van Artis. Of uit de titel van de film “The Pelican Brief” (1993) of uit een column van Midas Dekkers. Ik ontdekte enkele plaatsen waar deze ‘vreemde vogel’ opduikt als symbool voor zelfopoffering. In 1999 werd in Obbicht een monument onthuld waarmee de overtocht van Willem van Oranje over de Maas in 1568 wordt herdacht. Deze overtocht vond plaats tijdens een veldtocht van de Vader des Vaderlands, die het begin van de Tachtigjarige Oorlog markeert. Oranje was nabij Trier met een leger van ruim 30.000 man vertrokken. In de nacht van 4 op 5 oktober, bij helder maanlicht, stak dat leger de Maas over. Dit volgens een methode die al door Julius Ceasar werd toegepast. Een compacte massa ruiterij werd middenin de stroom geplaatst en onder de bescherming daarvan trok het hele leger de rivier over. Daarbij kwam het water de soldaten tot aan de hals. Het nieuws over de overtocht verspreidde zich snel. De Spanjaarden werden bang voor de Prins en spraken de feiten simpelweg tegen. Een burger van Amsterdam werd gegeseld omdat hij het nieuws binnen de stad bracht. De Hertog van Alva riep uit: “Wat, is het leger van de Prins van Oranje dan een vlucht wilde ganzen, dat het over de Maas zou kunnen vliegen?” Maar het was waar. De Prins stond met zijn leger bij de Spaanse hertog ‘in de achtertuin’. Zijn vaandels droegen de leuze “pro Lege, Rege, Grege” (voor de wet, de Koning en het volk). Op sommige vaandels prijkte een pelikaan die de borst openscheurt om de jongen te voeden met haar eigen bloed. De pelikaan dus als symbool van zelfopoffering door de Prins van Oranje ten behoeve van de bevolking van de Lage Landen. Maar ook een symbool in de christelijke betekenis, want de Tachtigjarige Oorlog was een strijd om godsdienstvrijheid. De pelikaan zit ook in het zegel van de (voormalige) Hervormde kerk van Sittard, die stamt uit 1616. In dat jaar stond de Tachtigjarige Oorlog ‘op hold’ (Twaalfjarig Bestand). We zien een pelikaan op een nest met jongen. De vogel voedt ze door bij zichzelf vlees uit de borst te pikken. Op het zegel vinden we het
  • randschrift: “Vita In Me. Mors In Me” (in mij het leven, in mij de dood). De pelikaan wordt (ook) hier gebruikt als symbool voor Jezus Christus. Verder kwam ik de pelikaan tegen bij de Katharen. Zij vormden in de Middeleeuwen een ketterse beweging in Zuid-Europa. Sommigen van hen kwamen op de brandstapel terecht. In het katharendorp Montaillou deed de volgende mythe de ronde. ‘Er bestaat een vogel die pelikaan genoemd wordt: zijn veren schitteren als de zon. En hij volgt de zon ook altijd. Deze pelikaan had jongen. Hij liet ze in het nest om beter de zon te kunnen volgen. Toen hij weg was, drong een wild beest het nest binnen en rukte pootjes, vleugels en snavel van de jongen af. Toen dit een aantal malen was voorgevallen, besloot de pelikaan zijn stralende uiterlijk te verbergen, zich tussen zijn kleintjes te verstoppen en het beest te verrassen om het te doden, als het weer naar zijn nest zou komen. Dit gebeurde. Op slag werden de kleine pelikanen bevrijd. Evenzo (en nu kwam er een kathaarse draai aan het verhaal) verborg Christus zijn stralende aanschijn bij zijn vleeswording in de Maagd Maria; zo kon hij de slechte God gevangen nemen en hem opsluiten in de duisternis van de hel. En zo hield de slechte God op de schepselen van de goede God te vernietigen.’ Vraag: Ken je andere plaatsen waar de pelikaan als symbool wordt gebruikt? Welke andere opmerkelijke symbolen ken je? En wie wil weten hoe de veldtocht van Willem de Zwijger afliep? Dit bericht is een bewerking van twee artikelen die in 1998 en 1999 verschenen in "Gaandeweg: Informatieblad van de Protestantse Gemeente Sittard" (inmiddels Sittard-Grevenbicht). Mijn bronnen: Over de overtocht van Maas: John Lothrop Motley, ‘Willem van Oranje – Strijder voor de vrijheid’ (vertaling 1948) Over de Katharen: Emmanuel Le Roy Ladurie, ‘Montaillou, een ketters dorp in de Pyreneeën, 1294-1324’ (1984). Dit artikel werd op 1 juli 2013 in het Engels gepubliceerd.
  • Toevoeging: Een lezer bracht een Frans gedicht onder de aandacht, met als onderwerp de pelikaan. Dit gedicht wordt gebruikt op Franse basisscholen. Robert Desnos (1900-1940): “Le pélican” Le capitaine Jonathan, Étant âgé de dix-huit ans, Capture un jour un pélican Dans une île d’Extrême-Orient. Le pélican de Jonathan Au matin, pond un œuf tout blanc Et il en sort un pélican Lui ressemblant étonnamment. Et ce deuxième pélican Pond, à son tour, un œuf tout blanc D’où sort, inévitablement, Un autre qui en fait autant. Cela peut durer pendant très longtemps Si l’on ne fait pas d’omelette avant.
  • CHEMELOT CAMPUS Chemelot Campus: vliegwiel op de Kennis-As Limburg 6 mei 2013 De Universiteit Maastricht (UM), het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ (MUMC+) en Zuyd Hogeschool willen de komende tien jaar 600 miljoen euro investeren in de versterking van de Limburgse kennisinfrastructuur. Dit moet leiden tot een florerende economie en een vitale bevolking. Dit is te lezen in het programma “Kennis-As Limburg: Groeimotor van de regio“, dat de Limburgse kennisinstellingen UM, MUMC+ (azM en Faculty of Health Medicine & Life Sciences) en Zuyd Hogeschool eind april presenteerden. Deze kennispartners zetten volgens dat programma in op: 1. de uitbreiding van de innovatieve gezondheidszorg, die moet leiden tot een gezonde bevolking 2. het opleiden van kenniswerkers, aansluitend op de behoeften van de arbeidsmarkt 3. het ontwikkelen van onderzoekslijnen en valorisatieprogramma’s, in samenwerking met het bedrijfsleven en overheden. Dit gebeurt op vijf locaties op de Kennis-As Limburg: 1. binnenstad Maastricht 2. Maastricht Health Campus 3. Chemelot Campus Sittard-Geleen 4. Greenport Venlo 5. Parkstad (rond Heerlen). Aangezien het hemd nader is dan de rok, zal ik me hieronder beperken tot Chemelot Campus.
  • Chemelot Campus Kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid – de triple helix (m.n. UM, Provincie Limburg en DSM) – werken nauw samen aan de ontwikkeling van Chemelot Campus. De focus ligt op: - performance materialen (kunststoffen) met hoogwaardige eigenschappen, bijvoorbeeld wat betreft temperatuurbestendigheid, elektrische geleidbaarheid of krasvastheid - biobased materialen ter vervanging van materialen uit fossiele grondstoffen - biomedische materialen voor toepassing in het menselijk lichaam. In tien jaar moet de werkgelegenheid op Chemelot Campus groeien van 1.200 fte nu naar 2.500 fte. Hiertoe versterkt de UM de academische component: opleidingen, onderzoeksinstituten, publieke R&Dprogramma’s en analytische R&D-ondersteuning. Opleidingen In 2012 startte Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), die onderwijsactiviteiten van mbo, hbo en wo coördineert en faciliteert. Partners zijn Arcus College, Leeuwenborgh Opleidingen, Zuyd, SABIC, DSM en UM/MUMC+. CHILL is er voor studenten (opleiding en onderzoek) en werkenden (om en bijscholing). Het Maastricht Science Programme van de UM is een internationaal Liberal Arts & Science programma waarin studenten worden opgeleid tot bachelor binnen de natuurwetenschappen. De opleiding telt inmiddels 120 studenten. Daarnaast ontwikkelt de UM een Master Biobased Materials. Om het onderwijsaanbod te verbreden zullen nieuwe opleidingen worden ontwikkeld op het gebied van Material Sciences, op het snijvlak van Sciences en Business (Tech MBA), op het gebied van Sustainability en op het terrein van gespecialiseerd Post Graduate Onderwijs. Onderzoeksinstituten UM en MUMC+ participeren in twee onderzoeksinstituten op Chemelot Campus, waarin onder meer gewerkt wordt aan de omslag naar een Biobased Economy. Zo zal het Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) zich richten op de verwerking, veredeling en toepassing van biobased grondstoffen. Hierin werken UM, RWTH-Aachen en Fraunhofer IME samen. Het Chemelot Institute for Science and Technology (InSciTe) zal zich richten op opschaling van verwerkingsmethoden van ‘biobased building blocks’ en biomedische materialen. Partners in dit instituut in oprichting zijn UM/MUMC+, DSM, Technische Universiteit Eindhoven en Chemelot Campus.
  • Een derde onderzoeksinstituut ligt nog op de tekentafel: het Polymer Materials Center, dat zich zal richten op de opbouw, eigenschappen en functies van polymere materialen (kunststoffen). Kennis-As Limburg Er zijn verbanden tussen Chemelot Campus en de andere locaties op de Kennis-As Limburg. Bijvoorbeeld de Service Science Factory (SSF) en het Netwerk Sociale Innovatie (NSI) in de binnenstad Maastricht – beide onderdeel van de UM – (willen) werken aan de bevordering van open innovatie op Chemelot Campus. Een project met Maastricht Health Campus is Enabling Technologies, dat betrekking heeft op het gezamenlijk gebruik van high-end analyse-apparatuur. Biobased materialen vinden hun oorsprong in de gecultiveerde natuur zoals partijen op Greenport Venlo die als geen ander beheersen. Denk daarbij aan nieuwe teeltmethoden, passende logistiek, proefboerderijen, zaaigoedveredeling, opwaardering van reststromen en aanlevering van grondstoffen uit biomassa. Tenslotte staat de expertise van de Smart Service Hub in Parkstad rondom smart services en business intelligence ook ten dienste van bedrijven op Chemelot Campus. Groter verband Het programma “Kennis-As Limburg” sluit aan op het landelijke Topsectorenbeleid en op de Brainport 2020-agenda voor Zuidoost-Nederland. De benodigde middelen zijn vooral afkomstig van de drie kennispartners, de Provincie Limburg, het rijk (collegegelden) en Europese fondsen. En hoewel nog niet al die middelen zijn toegezegd en het programma nog verder moet worden uitgewerkt, is wél duidelijk dat er een enorme stimulans aankomt om aan het vliegwiel ‘Chemelot Campus’ een extra slinger te geven. En dat komt velen ten goede! Vraag: Ik heb mij beperkt tot de hoofdlijnen van het programma “Kennis-As Limburg” voor de komende tien jaar. Van welk initiatief verwacht jij de grootste bijdrage aan de economie en de vitaliteit van de bevolking?
  • FENDT Tractor-roof dupeert mijn broer 13 mei 2013 In de vroege ochtend van zaterdag 4 mei werd mijn broer, akkerbouwer in Smilde, beroofd van twee tractoren. Als familie zijn we hierdoor bijzonder aangeslagen. Toevallig was ik dat weekend in Smilde. Een relaas vol verbazing, verslagenheid, verdriet en woede. Op zaterdag 4 mei ging mijn wekker om vijf uur. Ik sliep bij mijn ouders, die naast mijn broer wonen. Een uurtje later was ik met de auto onderweg naar Sneek voor deelname aan een wielertourtocht. Ik had er geen idee van dat in datzelfde uur zo’n 200 meter verderop de ‘crime of the century’ plaatsvond. Dat hoorde ik pas toen ik ‘s middags terugkwam: mijn broer was bestolen van twee tractoren. Fendt En niet zomaar tractoren. Trekkers van het merk Fendt, de Mercedes onder de tractoren – de ‘pride and joy’ van mijn broer. Een Fendt 714 van zo’n 140 pk en een wat ‘lichtere’ Fendt 711. Voorzien van de nieuwste snufjes, zoals een geavanceerd gps-systeem. Fendt 714 Weg! Gestolen! Ontroofd! Hoe is het mogelijk?! Alsof een drie-sterrenrestaurant is beroofd van de complete keukeninventaris. Reconstructie Hieronder mijn (speculatieve) reconstructie. Omstreeks vijf uur in de ochtend reed een vrachtwagen zonder lichten langs de bedrijfsgebouwen van mijn broer: een traditionele boerderij, een werktuigenloods, een mestkuikenstal, een aardappelopslagloods, een tweede mestkuikenstal en een tweede aardappelopslagloods. Ze reden zo’n 600 meter verder over een asfaltweg die een dunbevolkt
  • landbouwgebied ontsluit. Ze parkeerden de vrachtwagen met huif bij een mestsilo. Bij de omwonenden wekte dat geen argwaan, want er is ter plaatse veel vrachtverkeer, ook vroeg in de ochtend. De rovers verschaften zich door inbraak toegang tot de achterste opslagloods via een kleine achterdeur, feitelijk een nooduitgang – die deur is vanaf de weg niet zichtbaar. Eenmaal binnen kwamen ze in een smalle gang, een soort koelkanaal. Vandaar kwamen ze in de opslagruimte. Er lagen geen aardappelen, maar wel stonden er twee tractoren: de Fendt 714, waarachter een getrokken spuitmachine was gekoppeld, en de Fendt 711, waarachter een splinternieuwe pootmachine was gekoppeld, met een grondbewerkingsapparaat in de fronthefinrichting. De spuitmachine werd losgekoppeld, waarbij de leidingen met een haakse slijpschijf, die daar toevallig lag, werden doorgesneden. De poortdeur werd geopend, de tractor gestart en weggereden. De spuitmachine pletterde daarbij voorover op de vloer – waarom zou je je erom bekommeren een steun uit te klappen als je toch geen respect hebt voor andermans eigendom en als je haast hebt? Roof geslaagd. Maar die ‘vreugde’ zal van korte duur zijn geweest. Bij het starten van de tractor wordt automatisch de hydraulische pomp gestart die met 60 liter per minuut het oliereservoir onder de versnellingsbak leegpompt via de zojuist doorgesneden leiding. De hele schuur zit onder de olie. De tractor komt acuut tot stilstand, rijdt niet meer, stuurt niet meer. De tweede tractor moet uitkomst bieden en ook hier wordt de slijpschijf gebruikt om leidingen, draden en slangen door te snijden. Door de tractor voor- en achteruit te manoeuvreren ontstaat ruimte om uit te rijden. Dat de pootmachine daarbij beschadigd raakt is voor de rovers een onopgemerkt detail. De pas gestolen tractor wordt voor de defecte tractor gezet om die naar de vrachtwagen te slepen. Een kronkelend oliespoor blijft achter op de asfaltweg, tot aan de mestsilo. Daar worden beide tractoren op de vrachtwagen geladen – de kleinere als ‘bonus’.
  • Pas twee uur later komt mijn broer tot de ontdekking wat er is gebeurd. De rovers kunnen dan al ver weg zijn. Hulp en steun Mijn broer heeft nog dezelfde dag ondersteuning gekregen – voorzover dat op een zaterdag mogelijk is. Van de verzekeringsagent, de tractordealer, de importeur, de fabriek, de politie, de regionale omroep RTV Drenthe en collega-boeren. Al snel werden hem tijdelijk twee tractoren toegezegd, waaronder een demo-model van de importeur. Mijn broer daarover: “Normaal is het te gek om zo’n demo-model te mogen gebruiken, maar nou kan ik er geen plezier aan beleven.” Fendt 711 Mijn steun bleef feitelijk beperkt tot morele steun aan mijn broer en schoonzus. Ik hoop dat de lezers van dit blog die steun ook kunnen bieden. Tenslotte de oproep aan eenieder om uit te kijken naar een Fendt 714 met serienr. 725-21-2072 en een Fendt 711 met serienr. 711-21-5197. Vraag: Wie kan ons helpen aan tips die leiden tot het terugvinden van de tractoren van mijn broer? Reportage van RTV Drenthe: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/boer-voor-zeker-ton-gedupeerd-doorgestolen-tractors Naschrift: Ongeveer twee maanden na de diefstal werden beide tractoren min of meer bij toeval ontdekt bij een inval door de politie in een loods. Tussen ander gestolen goed, waarop de inval eigenlijk gericht was, vond men de twee tractoren. Die loods stond in Litouwen.
  • OUD-KERENSHEIDE Op zoek naar een verdwenen dorp 27 mei 2013 Als kind had ik een grote liefde: mijn Kleine Bosatlas. Ik leerde alle landen van de wereld uit het hoofd, mét de hoofdsteden. Ik heb nog steeds een zwak voor atlassen. The Times Atlas of the World. De Bosatlas van de Geschiedenis van Nederland. En: Google Earth, mijn online atlas. Zo kun je met Google Earth inzoomen op Chemelot en dat levert dan het beeld hierboven op. Wat zien we hier? Wie goed kijkt, vraag zich af: waarom niet ingezoomd op die fabriek rechtsonder, de naftakraker Olefins 4 van SABIC, die vanaf de snelweg A76 tussen afrit Geleen en knooppunt Kerensheide te zien is? Of waarom niet op de fabriek linksboven, de Swentibold warmtekracht-centrale van EdeA, goed zichtbaar vanaf de snelweg A2 tussen knooppunt Kerensheide en afrit Urmond? Of desnoods op het ovale object rechtsboven, de Mauritsdeponie ofwel de Steenberg, een restant van de Staatsmijn Maurits (gesloten in 1967), die je vanaf de Kerenshofweg tussen Geleen en Stein kunt zien liggen. Verder zie je links een deel van het omvangrijke stoomleidingnet op Chemelot met z’n expansiebogen, nodig om temperatuurschommelingen op te vangen.
  • Oud-Kerensheide Ik vestig je aandacht op het parkachtige gebied in het midden van de afbeelding op de vorige pagina. Daar stond vroeger het dorpje OudKerensheide. Je kunt nog zien hoe daar vroeger de straten liepen, nu nog steeds geflankeerd door bomen. Dit dorp telde zo’n 120 huizen en zal dus ongeveer 500 inwoners hebben gehad. Met de bouw ervan werd rond 1918 begonnen door de Staatsmijnen. In feite was het dus een 'fabrieksdorp', zoals er meer in het land waren. De bewoners werkten dan ook vrijwel allemaal voor de Staatsmijnen, als ondergronds en technisch personeel, als beambten en ingenieurs. Oud-Kerensheide nu: bomenlaan markeert oude straat Kerensheide bestond uit vijf straten: de Kerensstraat, de Gravin Odastraat, de Graetheidelaan, de Mgr. Seipellaan en de huidige Kerenshofweg. Daaraan waren mijnwerkerswoningen, beambtenwoningen en ingenieurswoningen gebouwd en ze waren voorzien van hoge platanen en weelderig groen. In het dorp was een kruidenier, een café (Spoorzicht), een bakker, een voetbalveld, een tennisbaan, een bandenreparatiebedrijf en de boerderij Kerenshof. En dichtbij was een opleidingsschool voor jonge mijnwerkers. Er kwam een rijdende melkboer en de groenteboer met kar en paard. Er reed een bus van de EBAD, de Eerste Beekse Autobus Diensten (ook wel 'Eerst Betalen Anders Deruit'). Voor het vertier ging men naar het Steinerbos met z’n speeltuin, roeivijver en openluchttheater. Het dorp lag ingeklemd tussen mijnbouw- en industriële activiteiten: de staatsmijn Maurits, het Stikstofbindingbedrijf (SBB), de cokesfabriek Emma, de Steenberg en het rangeerterrein. Deze ligging en de verdere ontwikkeling van het huidige Chemelot-terrein hadden tot gevolg dat het dorp in 1978 werd afgebroken.
  • Op dit moment is van bewoning geen spoor meer terug te vinden. Je waant je in een park als je er rondloopt. Vanonder de bomen heb je zicht op de grote naftakraker. En die bomen zijn dus nog goed te zien op Google Earth. Twee vragen: 1. Wie heeft er bijzondere herinneringen aan Oud-Kerensheide? 2. Welke bijzondere objecten heb jij via Google Earth ontdekt? Bron: http://www.plaatsengids.nl/kerensheide, geschreven door François Toussaint, januari 2012. Dit artikel werd op 19 augustus 2013 in het Engels gepubliceerd. Oud-Kerensheide nu: zicht op bomen en de naftakraker
  • GRAPES OF WRATH Dust Bowl 3 juni 2013 Wie zoals ik in de Drentse Veenkoloniën is opgegroeid, kent het verschijnsel. Een droog voorjaar, een stevige wind. Dan begint het te stuiven. Stof van de akkers verduistert de lucht. Alsof de Veenkoloniën in de lucht hangen. In 2011 kwam het album “Dust Bowl” van de Amerikaanse gitarist Joe Bonamassa uit. De titel van die cd bracht herinneringen aan mijn jeugd boven. In de Veenkoloniën zijn die stofstormen nog steeds een veelvoorkomend verschijnsel. De foto hieronder is dit voorjaar in Smilde gemaakt. Het stof is zo overvloedig dat sloten er plaatselijk door gedempt worden. En menig Veenkoloniale akkerbouwer moet zijn suikerbieten opnieuw laten inzaaien.
  • Hoe vervelend ook, dit is nog niets vergeleken bij wat men in de Midwest van Verenigde Staten in de jaren 30 meemaakte. Dust Bowl toen De titel van die cd bracht namelijk ook een roman in herinnering die ik enkele jaren geleden las: “The Grapes of Wrath” (De druiven der gramschap) door Nobelprijswinnaar John Steinbeck uit 1939. Dit boek maakte op mij grote indruk. Het verhaal speelt zich af tijdens de Grote Depressie, de periode van grote werkloosheid in de Verenigde Staten als gevolg van de val van de beurs van Wall Street in 1929. In de staten Oklahoma, Kansas en Arkansas was er ook nog eens de zogeheten Dust Bowl. De Dust Bowl was een periode van immense stofstormen op de prairievlakten van Canada en de Verenigde Staten in de jaren 30, en vooral in 1934 en 1936. Het fenomeen werd veroorzaakt door extreme droogte en decennialange extensieve landbouw zonder vruchtwisseling of andere technieken om winderosie tegen te gaan. Door te diep te ploegen was de natuurlijke begroeiing, die de bodem normaal gezien bijeenhoudt en die vocht vasthoudt, losgekomen, waardoor de bovenste bodemlaag verdroogde. Die bovenlaag werd door stormen weggeblazen; in sommige gevallen bereikte dat fijne stof steden als Chicago, New York en Boston. De Dust Bowl veroorzaakte enorme schade aan zowel landbouw als milieu. Ten gevolge van de Grote Depressie en omdat hun oogsten mislukten, hun land droog en kaal was, en ze hun schulden niet meer konden betalen, verlieten 300.000 tot 400.000 bewoners de betrokken gebieden. Vooral de staat Oklahoma werd zwaar getroffen. Velen laadden hun gezin en al hun bezit op een oude vrachtauto, en volgden de beroemde Route 66 naar Californië om er een nieuw leven te beginnen. De economische omstandigheden waren daar echter niet veel beter en velen werden genoodzaakt van boerderij naar boerderij te trekken om er tegen lage lonen fruit te plukken of andere klussen te doen. Hierover gaat de roman van John Steinbeck. De hoofdpersonen zijn de leden van de familie Joad uit Oklahoma. Ze zijn pachtboeren. Door de grote droogte zijn ook zij gedwongen om Oklahoma te verlaten. Met een truck vertrekken ze uit Oklahoma en ook zij rijden duizenden kilometers over Route 66 naar Californië, waar het naar zeggen veel beter is. Niet dus.
  • In het begin van de regering van Franklin Delano Roosevelt, in 1933, werd de Soil Conservation Service opgericht, een overheidsagentschap dat het doel had om de grond beter te beheren, en een herhaling van de Dust Bowl te voorkomen. Dit agentschap bestaat nog steeds, sinds 1994 onder de naam Natural Resources Conservation Service (NRCS), waarmee president Bill Clinton toentertijd de missie ervan verbreedde. Dust Bowl nu Jared Diamond noemt bodemerosie een van de serieuze problemen die door de mens worden veroorzaakt in “Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed” (Ondergang: waarom beschavingen verdwenen en hoe kan de onze haar ondergang voorkomen?) uit 2005. Diamond stelt dat akkergronden door water- of winderosie 10 tot 40 keer zo snel verdwijnen als deze door bodemvorming ontstaan. Akkergronden eroderen 500 tot 10.000 keer zo snel als bosgronden. Dit betekent een nettoverlies van bodem. Zo is van de bovengrond van Iowa, een van de Amerikaanse staten met de hoogste landbouwproductie, gedurende de afgelopen 150 jaar de helft geërodeerd. Diamond vertelt over een bezoek aan een kerkhof in Iowa, waar bodemverlies toen duidelijk zichtbaar was. In de 19e eeuw was daar een kerk gebouwd, die sindsdien netjes werd onderhouden, terwijl op het omliggende land akkerbouw plaatsvond. Als gevolg van bodemerosie was de bodem van die akkers veel sneller verdwenen dan van het kerkhof. Dat kerkhof ligt nu als een eilandje drie meter verheven boven het omliggende land. Zandstormen in de Midwest van Amerika zijn zeker nog geen verleden tijd, zoals de orkaan van 20 mei 2013 op dramatische wijze liet zien. Ik verwijs naar een korte NOS-video (16 seconden) over die zandstorm: http://nos.nl/video/430974-zandstorm-zorgt-voor-ravage-op-snelweg-vs.html. Ook in het werk van folkzanger Woody Guthrie is de Dust Bowl een terugkerend onderwerp. Tijd dus voor muziek: "Blowin' Down The Road (I Ain't Going To Be Treated This Way)", Woody Guthrie op Dust Bowl Ballads (1940) | http://youtu.be/7qquzBFJdVw. Mijn vraag: welke roman heeft op jou een onuitwisbare indruk gemaakt?
  • SOCIALE MEDIA Meepraten op het dorpsplein 10 juni 2013 Twitter is handig om het nieuws te volgen. Maar dit sociaal platform biedt nog zoveel meer. Vergelijk Twitter met een dorpsplein. Er zijn daar allerlei gesprekken gaande. En jij mag meepraten. Wil je weten hoe, houd deze metafoor dan even vast en lees snel verder. Op 22 april 2013 heb ik je aangemoedigd om je aan te melden bij Twitter. Ik ben blij dat sommige lezers inderdaad aan de slag zijn gegaan. Het is niet moeilijk, want een van hen had in minder dan 10 minuten de aanmeldprocedure doorlopen. Het nieuws volgen In een vorig artikel heb ik je ook aangemoedigd om via Twitter het nieuws te volgen. ‘Nieuws’ is wat mij betreft een breed begrip: berichten van organisaties en publieke personen. Je kunt je werkgever volgen of (sport)verenigingen, klanten, concurrenten, overheids- en kennisinstellingen, enzovoort. Personen volgen De kern van de toegevoegde waarde van sociale media, Twitter in het bijzonder, zit in het voeren van conversaties. Met organisaties zal je daar waarschijnlijk niet snel aan beginnen, dus is het tijd om personen die je (wél) kent te volgen. Bovenaan de Twitter-homepage www.twitter.com vindt het Search-veld. Hiermee kun je nagaan welke familieleden, vrienden en bekenden al op Twitter zitten. In de meeste gevallen kun je de juiste persoon snel en eenduidig traceren. Het volgen van hen verloopt op dezelfde manier als het volgen van organisaties – ik verwijs nogmaals naar het artikel van 22 april 2013. De conversatie beginnen Nu is het tijd om de conversatie te gaan voeren. Dat kan door op tweets van anderen te reageren of door zelf een tweet te publiceren. We beginnen met dat laatste. Je kunt de conversatie starten door een bericht te publiceren via de optie “Compose new Tweet” (optie rechtsboven op de Twitter-homepage). Je hebt 140 tekens (inclusief spaties) tot je beschikking. Type een
  • bericht (je ziet meteen hoeveel karakters je nog over hebt) en desgewenst kun je een foto of je locatie toevoegen. Klik op ‘Tweet’ en je vindt je tweet terug in de tijdlijn onder “Tweets” op de “Home”- en “Me”-pagina’s (ook deze opties vindt je bovenaan de Twitter-homepage). Veel belangrijker: jouw tweet verschijnt ook in de tijdlijn van iedereen die jou volgt. Meedoen aan de conversatie In de tijdlijn op de “Home”-pagina vindt je chronologisch alle tweets die door de personen en organisaties die jij volgt worden gepubliceerd (niet op de “Me”-pagina). Bij elke tweet kun je de conversatie aangaan door middel van Reply of Retweet. Reply Via “Reply” wordt een tekstveld getoond, waarmee je een reactie naar de twitteraar kunt sturen. Een Reply is een gewone tweet, dus ook hiervoor geldt de beperking van 140 karakters, met aftrek van de vooringevulde gebruikersnaam (bij een Reply naar mij houd je 129 karakters over). Jij (en iedereen die jou volgt) vindt je Reply-tweet terug in de tijdlijn. De Reply-tweets van personen die je volgt, komen in je tijdlijn (op de “Home”-pagina). Je ziet wél aan wie zij die Reply richten, maar niet de tweet waarop wordt gereageerd. Dat is logisch, want een Reply hoeft niet perse op een bepaalde tweet betrekking te hebben. Reply-tweets die aan jou zijn gericht, vindt je terug onder “Interactions” op de “@Connect”-pagina (optie bovenaan de Twitter-homepage). Door daarop te reageren, krijgt de conversatie een vervolg. Retweet Via “Retweet” kun je een tweet van een andere twitteraar in je eigen tijdlijn opnemen. Daarmee vindt iedereen die jou volgt die tweet ook terug in haar of zijn tijdlijn. Deze optie is vergelijkbaar met de ‘Like’knop op Facebook. De retweets van personen en organisaties die je volgt, komen in jouw tijdlijn.
  • Personen volgen jou Voordat je gefrustreerd raakt: de meeste van je tweets zullen schijnbaar onopgemerkt blijven. Maar soms wordt je verrast: iemand heeft je geretweet. Of je ontvangt een reactie – geef dan eventueel een vervolg aan de conversatie. Als je de conversatie aangaat, zal je ontdekken dat na verloop van tijd anderen jou volgen. Op de “@Connect”-pagina kun je zien wie jou recentelijk is gaan volgen. Naarmate meer twitteraars jou volgen, zullen meer personen jouw tweets lezen. Dit betekent dat jouw conversatie zich daadwerkelijk over het hele dorpsplein verspreidt. Voor de goede orde: volgens mij gaat er niets boven een échte conversatie, thuis, op kantoor, in het café of in de kantine. De ene mens tot de ander, zonder intermediair. Mijn vraag (de hamvraag): waarom zou je uberhaupt de conversatie aangaan?
  • BUSINESS Investeren in de kennis-economie werkt (1/2) 17 juni 2013 In Limburg wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in de kennis-economie. Dit levert werkgelegenheid op die niet beperkt blijft tot kenniswerkers. Lees waarom. Op 6 mei 2013 schreef ik over het programma “Kennis-As Limburg”, waarmee de Universiteit Maastricht, het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ en Zuyd Hogeschool gaan bijdragen aan een florerende economie en een vitale bevolking in Limburg. Het gaat om forse investeringen in de kennis-economie, die van groot belang zijn, want…: - De groei van de werkgelegenheid blijft niet beperkt tot kenniswerkers. - Investeringen in de kennis-economie komen de samenleving als geheel ten goede. - Die investeringen zijn van blijvende waarde voor Limburg. Niet alleen meer kenniswerkers De investeringen in de kennis-economie moeten leiden tot een toename van het aantal kenniswerkers. Zo wordt mede door die investeringen op Chemelot Campus een groei voorzien van 1.200 kenniswerkers nu naar 2.000 in 2020. Dit effect blijft niet beperkt tot kenniswerkers. In 2011 publiceerde Brainport Development Eindhoven het rapport “Brainport 2020: Top Economy, Smart Society”. Dit document omvat plannen om Zuidoost-Nederland de komende jaren te ontwikkelen tot een innovatieve, duurzame regio. Nu al is dit deel van Nederland goed voor 35% van de Nederlandse export, 45% van de private uitgaven aan research & development en 55% van de patenten. Het rapport legt uit dat 1 miljoen euro aan loonkosten in R&D leidt tot 8 banen in R&D. Maar daar blijft het niet bij. Tegelijkertijd worden 24 banen in productie gecreëerd, wat weer leidt tot 24 banen bij toeleveranciers en 32 banen in services. Kortom, 1 miljoen euro aan loonkosten in R&D leidt tot 70-100 banen in R&D, productie en service. Anders gezegd: één baan in hightech R&D levert 7-10 banen in de keten. Ter onderbouwing verwijst Brainport Development naar berekeningen van de Boston Consulting Group, een vooraanstaand Amerikaans adviesbureau.
  • In september 2012 hield de Amerikaanse econoom Timothy Bartik een TED-lezing over de economische betekenis van investeringen in de scholing van kleine kinderen (in een Amerikaanse context, http://www.ted.com/talks/timothy_bartik_the_economic_case_for_preschool.html). Volgens Bartik betalen die investeringen zich op verschillende fronten uit: - Meer en betere banen. - Een toename van het gemiddeld inkomen. - Meer kennis, betere competenties en vaardigheden van deelnemers aan vroege scholing als ze eenmaal volwassen zijn. - Velen van hen blijven in de regio wonen en verhuizen niet naar elders. - Meer competenties en vaardigheden leiden tot het ontstaan van nieuwe banen. - En verder telt nog mee: minder criminaliteit en de voordelen die het biedt aan hen die wél naar elders verhuizen. Onderzoek heeft volgens Bartik uitgewezen dat de economische groei van stedelijke gebieden niet zozeer wordt gestimuleerd door lage belastingen of lage lonen, maar door de beschikbare competenties. De maat daarvoor is voor hem het percentage academisch opgeleiden onder de bevolking. Dat gebieden als Boston, Minneapolis-St. Paul en Silicon Valley het economisch goed doen, komt niet door het lage kostenniveau – deze gebieden zijn juist relatief duur. Deze gebieden groeien door het relatief hoge competentieniveau. In het volgende artikel leg ik uit dat investeringen in de kennis-economie niet alleen leiden tot meer werkgelegenheid, maar ook de samenleving als geheel ten goede komen én voor de provincie van blijvende waarde zijn. Mijn vraag: Wat is volgens jou het belangrijkste resultaat van investeringen in de kennis-economie wat betreft werkgelegenheid?
  • BUSINESS De kennis-economie verrijkt de samenleving (2/2) 24 juni 2013 In Limburg wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in de kennis-economie. Die investeringen komen de samenleving als geheel ten goede én zijn van blijvende waarde voor de provincie. Lees waarom. Op 6 mei 2013 schreef ik over het programma “Kennis-As Limburg”, waarmee de Universiteit Maastricht, het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ en Zuyd Hogeschool gaan bijdragen aan een florerende economie en een vitale bevolking in Limburg. Op 17 juni 2013 schreef ik waarom die investeringen in de kennis-economie niet alleen leiden tot meer banen voor kenniswerkers, maar dat er ook sprake is van een afgeleide werkgelegenheid. Ik verwees toen onder meer naar een TED-lezing van de Amerikaanse econoom Timothy Bartik van september 2012 over de economische betekenis van investeringen in de scholing van kleine kinderen (http://www.ted.com/talks/timothy_bartik_the_economic_case_for_preschool.html). Belang voor de samenleving als geheel Investeringen in de kennis-economie leiden niet alleen tot meer werkgelegenheid. Ook komen ze de samenleving als geheel ten goede én ze zijn van blijvende waarde voor de provincie. Bartik legt uit dat iedereen is gebaat bij meer investeringen in scholing, omdat het bijdraagt aan de welvaart van iedereen. Kijk je in stedelijke gebieden op individueel niveau, dan blijkt dat iemands salaris deels wordt bepaald door haar of zijn opleiding. Bovendien blijkt dat de opleiding van iedereen in jouw regio statistisch gezien van invloed is op jouw salaris. Dus ook al blijft jouw opleiding op hetzelfde peil, maar het percentage academisch opgeleiden in jouw regio neemt toe, dan heeft dat alleen al een positief effect op je salaris. Dit indirecte effect (dwz. de totale toename van salarissen van anderen in de regio) is zelfs groter dan het directe effect (de salarissen van de betreffende afgestudeerden). En dat kan volgens Bartik behoorlijk doortikken. Want wat is er aan de hand. Ik kan als werknemer nog zo hoog zijn opgeleid, als al mijn collega’s niet over de nodige competenties en vaardigheden beschikken, dan heeft mijn werkgever het moeilijk om nieuwe
  • technologie, nieuwe productietechnieken in te voeren. En ook al hebben al mijn collega’s goede competenties en vaardigheden, maar die ontbreken bij de leveranciers, dan heeft mijn bedrijf het moeilijk om te concurreren. De productiviteit in een gebied als Silicon Valley heeft veel van doen met het competentieniveau van alle werknemers in dat gebied. Investeringen in scholing van kleine kinderen helpen dus niet alleen die kinderen, maar iedereen in het betreffende gebied. Elke dollar in de scholing van kleine kinderen betaalt zich volgens Bartik (dwz. binnen de Amerikaanse context) drievoudig uit. Van blijvende waarde Tenslotte is belangrijk dat de resultaten van investeringen in de kennis-economie van blijvende waarde zijn. Als indicatie kijken we naar het wegtrekken van inwoners naar andere delen van het land. Immers: als jonge mensen na hun opleiding de provincie verlaten, zijn de investeringen in hun scholing niet van blijvende waarde. Uiteraard vertrekken jongelui naar elders, maar minder dan we misschien denken. Het Meertens Instituut publiceerde eerder dit jaar een onderzoek naar de honkvastheid van de Nederlandse bevolking. Het blijkt dat we met elkaar in hoge mate aan onze geboortegrond gebonden zijn. In een volgend artikel ga ik daar nader op in, nu voer ik nog eenmaal Timothy Bartik ten tonele. Volgens hem zijn Amerikanen, evenmin als Nederlanders, bijzonder mobiel. Meer dan 60% van de Amerikanen brengen hun werkzame leven grotendeels door in de staat waar ze zijn geboren, ongeacht welke staat in de VS. Dus ongeacht de economische situatie in die staten. En dat percentage blijft constant in de tijd. Bartik concludeert dat investeringen in scholing ten goede komen aan kinderen die blijven – tenminste, ze blijven in voldoende aantallen. Zulke investeringen zijn dus investeringen voor de lange termijn. Als investeringen in de scholing van kleine kinderen in Amerika al zoveel economische betekenis hebben als Bartik stelt, hoeveel meer waarde hebben investeringen in de kennis-economie dan wel! Dus: investeringen in de kennis-economie verrijken de samenleving en zijn van blijvende waarde. Mijn vraag: Wat is volgens jou de belangrijkste bijdrage van investeringen in de kennis-economie aan de samenleving als geheel?
  • SIMON SINEK Waarom je trouw blijft aan grote leiders 8 juli 2013 Er is een goede kans dat er een of meer personen zijn die een inspiratiebron voor je zijn. Het zijn vast grote leiders binnen een beweging, een land of een industrie. Zij hebben iets over zich dat ons beweegt om hun ideeën en producten tot onderdeel van ons leven te maken. Wat maakt hen zo inspirerend? In 2009 verscheen “Start With Why: How Great Leaders Inspire Everyone To Take Action” door Simon Sinek (“Begin met het waarom: De gouden cirkel van ondernemen”). Dit boek maakt duidelijk wat de verschillen zijn tussen drie kernvragen: WAAROM? – HOE? – WAT? Deze kernvragen kunnen worden gesteld bij het handelen van politici en ondernemers en bij het functioneren van organisaties en bedrijven. En er zit een rangorde in. Volgens Sinek nemen politici en ondernemers die de WAAROM-vraag niet goed weten te beantwoorden hun toevlucht tot manipulatie. Bedrijven steken bijvoorbeeld veel energie in prijsverlagingen en promoties, in boodschappen die inspelen op angst of goede voornemens en in nieuwigheden (meestal ten onrechte innovaties genoemd). Manipulaties leveren resultaten op de korte termijn, maar zijn op de langere termijn voor die bedrijven niet vol te houden. Leiders weten mensen te inspireren, wat tot trouwe kiezers en klanten leidt. Grote, charismatische leiders beginnen met de WAAROM-vraag. Vragen als: wat is je doel, waar ga je voor, wat geloof je? Dit zijn de vragen die verbonden zijn aan leiderschap, vragen over de filosofie achter het handelen. In organisaties beantwoordt de directeur – de visionair – deze vragen. Vervolgens komt de HOE-vraag aan de orde: hoe kan iets beter of anders. Het betreft de acties die nodig zijn om het geloof (het WAAROM) te realiseren. Dit zijn de vragen over organisatie en infrastructuur – over de route – die in organisaties verbonden zijn aan afdelingshoofden. Tenslotte kunnen we niet voorbijgaan aan de WAT-vraag: wat doe je? Dit zijn de vragen die in organisaties verbonden zijn aan de werkvloer – de uitvoering en de resultaten. Het WAT vormt de uitdrukking ofwel het bewijs van waar een organisatie in gelooft.
  • GEMIDDELDE BEDRIJVEN GEVEN HUN MENSEN IETS OM AAN TE WERKEN, DE De meeste mensen kunnen goed vertellen wat ze doen, soms hoe ze het doen, maar zelden waarom ze iets doen. Leiders of leidende bedrijven geven duidelijk aan waarom ze iets MEEST INNOVATIEVE ORGANISATIES GEVEN doen. Volgens Sinek kopen mensen niet om WAT je doet, maar kopen ze om WAAROM je HUN MENSEN IETS OM VOOR TE WERKEN. het doet. In plaats van te vragen "WAT moeten we doen om te concurreren?" moet je vragen "WAAROM zijn we ook alweer gaan doen wat we doen?" En wat de werknemers betreft: gemiddelde bedrijven geven hun mensen iets om aan te werken, de meest innovatieve organisaties geven hun mensen iets om voor te werken. Diffusie van innovatie Sinek verbindt zijn ideeën aan de innovatietheorie van Everett Rogers (“Diffusion of Innovations”, 1962). Everett onderscheidt vijf groepen naar de snelheid van het accepteren van een nieuw product of idee: innovatoren (2,5%), pioniers (13,5%), voorloper (34%), achterlopers (34%) en achterblijvers (16%). Succes op de massamarkt (dus onder de voor- en achterlopers, totaal 68%) kan alleen worden gerealiseerd als 1518% van de markt (dwz. de innovatoren en de pioniers) bereikt is. Deze groep (die 15-18%) deelt waar jij voor staat en wil jouw ideeën, jouw producten en jouw diensten tot onderdeel maken hun levens. Het zijn trouwe klanten, die bereid zijn om een meerprijs te betalen en om ongemak te aanvaarden om jouw product of dienst (als eersten) te gebruiken. Leg dus eerst uit WAAROM een product of dienst is ontwikkeld (dus de waarden en waar je voor staat) en pas daarna WAT het is of doet (dwz. de eigenschappen en voordelen). Deze groep zal het product of dienst bij anderen aanbevelen. En daarmee komen de volgende fasen in de verspreiding in beeld. Voorbeelden Sinek noemt voorbeelden van grote, charismatische leiders. De meest aansprekende zijn Martin Luther King, Bill Gates en Steve Jobs. Het voorbeeld van Martin Luther King spreekt in deze context denk ik voor zich. Bill Gates is voortdurend op zoek naar manieren om problemen op te lossen. Daarbij zag hij de computer als de perfecte technologie om ons te helpen om productiever te worden en om onze mogelijkheden volop te benutten. Momenteel lost hij andersoortige problemen op met zijn Bill & Melinda Gates Foundation.
  • Steve Jobs was iemand die de status quo uitdaagde. Apple representeert de levensstijl die bij die houding past. Kijk maar eens naar de Apple commercial waarmee in 1984 de Macintosh computer werd geïntroduceerd (http://youtu.be/2zfqw8nhUwA). Mijn vraag: wat voor persoon ben jij: een WAAROM-, een HOE- of een WAT-type? Bedenk dat de wereld alle drie types nodig heeft.
  • MS - W O R D 1.0 Stomme vragen bestaan niet. Toch? 29 juli 2013 Na studie (en militaire dienstplicht) ging ik 1984 écht aan het werk. De personal computer was toen net op de markt en voor mij werd dat een belangrijk stuk gereedschap – tot op heden. Ik herinner me de eerste vraag die ik aan de helpdesk stelde. Voor de eerste personal computers waren al snel allerhande programma’s beschikbaar. Zoals dBase II van Ashton-Tate. Dit programma hield qua functionaliteit het midden tussen een database- en een spreadsheet-programma. Vrijwel al die eerste programma’s, inclusief dBase II, zijn in de loop van de tijd vervangen door andere. Maar één programma wordt tot op de dag van vandaag door velen gebruikt: het tekstverwerkingsprogramma Word van Microsoft. Naast Word had je in die tijd Wordstar en Wordperfect. De gebruikers ervan waren op ongeveer dezelfde manier in min of meer rivaliserende groepen in te delen als nu de gebruikers van smartphones op basis van het besturingssysteem. Ik begon met Word in een versie die niet eens van een versie-nummer was voorzien. Ik ben dus de trotse gebruiker van Microsoft Word versie 1.0. Ik bezit zelfs nog de originele 5.25 inch-diskette, waarop dat programma toentertijd werd geleverd (zie de afbeelding hiernaast). Tekstverwerken op een computer: er ging een nieuwe wereld voor mij open! Ik was gewend aan een typemachine (waaraan ik mijn stevige toetsaanslag heb overgehouden). Typen leerde ik toen ik 13 jaar was – het heette toen nog machineschrijven. Ik had een chagrijnige instructeur. In mijn herinnering werd het niet-blind typen met een oorvijg afgestraft. Mijn jongere broers hadden typeles bij Scheidegger, op een Scheidegger-typemachine. Met doppen over de toetsen, bij elke vinger een andere kleur, om het blind typen erin te krijgen. Om het typediploma te halen moest je een bepaald aantal foutloze aanslagen halen. Foute aanslagen leerde je naderhand wel af. Bijvoorbeeld bij het maken van scripties voor school. Want anders zat je de
  • MEN ZEGT DAT STOMME VRAGEN NIET BESTAAN. DAT IS DAN EEN HELE GERUSTSTELLING ALS JE ZELF EENS EEN ONNOZELE VRAAG STELT! hele tijd te klooien met die Typex-correctievelletjes. Ik heb er stapels van doorgejaagd. (Aan wie zonder typemachine is opgegroeid leg ik de techniek op verzoek graag uit.) En toen kwam de tekstverwerker op de pc. En daarmee was ik in één keer van die correctie-ellende af! Dacht ik. Want ik had over tekstverwerkingsprogramma’s gelezen dat je typefouten niet alleen onmiddellijk kon corrigeren, maar ook naderhand. Je moest dan met de pijltjestoetsen naar de positie waar de typefout zal en dan kon je daar het ontbrekende woord invoegen. Groot was mijn ontsteltenis toen dat woord niet werd ingevoegd, maar dat al typend de bestaande tekst werd overschreven. Wat deed ik fout? Die vraag legde ik voor aan de helpdesk. En het antwoord was verhelderend: druk eenmaal de INS-toets en je kunt tekst invoegen, druk nogmaals de INS-toets en de bestaande tekst wordt overschreven. (Wie nu op de laptop die INS-toets zoekt: daar heet die toets voluit “Insert”.) Gelukkig zegt men: “Stomme vragen bestaan niet”. Mijn vraag: wat waren jouw eerste ervaringen met personal computers?
  • MEERTENS INSTITUUT Honkvast? 5 augustus 2013 De Nederlander is aan zijn geboortegrond gebonden. En dat geldt al helemaal voor Limburgers. Mooi, want zo blijven investeringen in de kennis-economie van waarde voor de Limburgse bevolking. Maar hoe honkvast zijn die Limburgers eigenlijk? Op 24 juni 2013 verwees ik naar een recent onderzoek van het Meertens Instituut: de Nederlandse bevolking blijkt in hoge mate gebonden aan de eigen geboortegrond. Ik bracht dit in verband met de investeringen in de Limburgse kennis-economie. Deze investeringen zijn van blijvende waarde voor de provincie als de bevolking er overwegend blijft wonen. Vergelijking Het Meertens Instituut biedt een verhelderend inzicht in de migratie van de Nederlandse bevolking. Voor een vergelijking heb ik de keuze gemaakt voor drie gemeenten: - Sittard-Geleen, waar ik woon (94.000 inwoners, 1.196 inwoners per km2) - Midden-Drenthe, waar ik ben geboren (33.000 inwoners, 98 inwoners per km2) - Amsterdam, waar mijn echtgenote is geboren (800.000 inwoners, 4.767 inwoners per km2). Onderzoek Meertens Instituut Het Meertens Instituut onderzocht per gemeente: 1. Herkomst: het percentage personen (van 30-50 jaar) die in een gemeente is geboren en hetzelfde gegeven voor hun ouders, grootouders en overgrootouders (aanvullende informatie is de herkomst uit het buitenland). 2. Herkomst: indien niet in de betreffende gemeente geboren, afstand tot die gemeente. Hierbij wordt de mediaan gegeven, dwz. de middelste waarde als je alle uitkomsten van laag naar hoog op een rijtje zet. De mediaan is kleiner dan het rekenkundig gemiddelde, omdat uitschieters minder zwaar meetellen. 3. Verspreiding (geboorteplaats): het percentage van een bepaalde generatie dat is geboren in de betreffende gemeente ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900. 4. Verspreiding (geboorteplaats): indien er niet geboren, de afstand tot de betreffende gemeente (mediaan) ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900.
  • 5. Verspreiding (woonplaats): het percentage van een bepaalde generatie dat woonachtig is in de betreffende gemeente ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900. 6. Verspreiding (woonplaats): indien er niet woonachtig, de afstand tot de betreffende gemeente (mediaan) ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900. Steeds geldt: hoe hoger de percentages en hoe kleiner de afstanden, hoe honkvaster. Onderaan dit artikel vind je de resultaten in tabellen. Herkomst Volgens het Meertens Instituut is 52% van de personen (van 30-50 jaar) in Sittard-Geleen daar ook geboren. Dit is hoger dan in Midden-Drenthe en Amsterdam, dus is men in Sittard-Geleen wat dat betreft honkvaster. We kunnen een generatie teruggaan en dan blijkt dat 28% van de ouders van de personen in SittardGeleen ook in die gemeente is geboren, amper een verschil ten opzichte van Midden-Drenthe en Amsterdam. We kunnen nog een generatie teruggaan en dan blijkt dat 16% van de grootouders van de personen in Sittard-Geleen ook in die gemeente is geboren; voor de overgrootouders is dit 12%. Bij deze generaties is er een lichte neiging tot minder honkvastheid in Sittard-Geleen in vergelijking met de twee andere gemeenten, wat volgens mij verklaard wordt door de migratie naar Sittard-Geleen door de mijnindustrie. Personen in Sittard-Geleen die daar niet zijn geboren, zijn geboren op 15 km afstand van de gemeente; deze afstand bedraagt 20 km voor hun ouders, 23 km voor hun grootouders en 30 km voor hun overgrootouders. Die afstanden zijn klein in vergelijking met Midden-Drenthe en Amsterdam, dus kan geconcludeerd worden dat men in Sittard-Geleen relatief honkvast is. Verspreiding (geboorteplaats) Ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900 (dwz. de ‘overgrootouders’) uit Sittard-Geleen is 71% van hun kinderen ook in die gemeente geboren. 55% Van hun kleinkinderen is daar geboren en 46% van hun achterkleinkinderen. In vergelijking met Midden-Drenthe is men Sittard-Geleen relatief honkvast. Ten opzichte van Amsterdam geldt dit alleen voor de jongste generatie, voordien zijn er amper verschillen.
  • Voorzover de kinderen van de oorspronkelijke generatie 1880-1900 niet in Sittard-Geleen zijn geboren, is hun afstand tot die gemeente 15 km. Voor hun kleinkinderen bedraagt die afstand ook 15 km en 30 km voor hun achterkleinkinderen. Deze afstanden zijn veel kleiner dan voor Midden-Drenthe en Amsterdam. Dit onderbouwt de honkvastheid van de bevolking van Sittard-Geleen. Verspreiding (geboorteplaats) Ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900 uit Sittard-Geleen is 55% van hun kinderen ook in die gemeente woonachtig. 39% Van hun kleinkinderen woont daar en 33% van hun achterkleinkinderen. Deze percentages liggen een stuk hoger dan in Midden-Drenthe en Amsterdam. Nogmaals: men is in Sittard-Geleen relatief honkvast. Voorzover de kinderen van de oorspronkelijke generatie 1880-1900 niet in Sittard-Geleen woonachtig zijn, is hun afstand tot die gemeente 16 km. Voor hun kleinkinderen bedraagt die afstand 20 km en 23 km voor hun achterkleinkinderen. Deze afstanden zijn een stuk kleiner dan voor Midden-Drenthe en Amsterdam. Dit vormt de laatste onderbouwing voor de honkvastheid van de bevolking van Sittard-Geleen. Ik verwijs naar het Meertens Instituut, voor wie de analyse wil overdoen voor zijn geboorte- en woonplaats(en): http://www.meertens.knaw.nl/migmap/#. Jongeren tot 30 jaar Soms wordt gesteld dat jongeren Limburg verlaten om elders te studeren of te werken en dat zij niet terugkeren. Deze stelling kan ik op basis van het onderzoek van het Meertens Instituut niet weerleggen, maar brengt mij wel tot de onderstaande vraag. Mijn vraag: verschilt het beeld voor jongeren (tot 30 jaar) aanmerkelijk van dat voor 30-50 jarigen?
  • TABELLEN Lees de tekst voor uitleg van de tabellen. 1. Herkomst: geboren in de betreffende gemeente 1a. Herkomst uit het buitenland 2. Herkomst: indien niet in de betreffende gemeente geboren, afstand tot die gemeente (mediaan)
  • 3. Verspreiding (geboorteplaats): geboren in de betreffende gemeente t.o.v. oorspronkelijke generatie 1880-1900 4. Verspreiding (geboorteplaats): indien er niet geboren, afstand tot de betreffende gemeente (mediaan) 5. Verspreiding (woonplaats): woonachtig in de betreffende gemeente t.o.v. oorspronkelijke generatie 1880-1900 6. Verspreiding (woonplaats): indien er niet woonachtig, afstand tot de betreffende gemeente (mediaan)
  • DNA - T E C H N I E K Snel weer gezond dankzij PathoFinder 12 augustus 2013 Bordetella pertussis. Je moet er maar last van hebben. Infectieziekten zijn en blijven gevaarlijk, wereldwijd. Genezing vraagt om een goede diagnose en uiteraard een juiste behandeling. Aan die diagnose levert het jonge bedrijf PathoFinder uit Maastricht een belangrijke bijdrage. Zoals met veel ziektes het geval is: je hebt er vast nog nooit van gehoord. Totdat iemand in je omgeving het krijgt of als je het zelf oploopt. Dan gaan we surfen over het internet, verzamelen bij dokter en apotheek folders en bijsluiters en weten er snel evenveel van als een huisarts die ervoor heeft doorgeleerd. Tenminste, dat denkt de ‘mondige patiënt’. Hoe dan ook, ik hoop dat jij nog nooit van Bordetella pertussis gehoord hebt. De bacterie Bordetella pertussis is de veroorzaker van kinkhoest, een luchtweginfectie. Acute luchtweginfecties vormen wereldwijd het meest wijdverspreide type acute infectieziekten bij volwassenen en kinderen. Het is een belangrijke doodsoorzaak van patiënten met een verminderde weerstand. Denk bijvoorbeeld aan (verschillende vormen van) griep, longontsteking, veteranenziekte (legionella) en kinkhoest. Bij een infectieziekte als kinkhoest is een snelle en juiste diagnose belangrijk, waarna gericht een behandeling met antibiotica kan worden toegediend. En bij die diagnose komt het bedrijf PathoFinder in beeld. ‘DNA-toren’ PathoFinder werd in 2004 opgericht door Guus Simons. In de gebouwen van de Universiteit Maastricht op de Maastricht Health Campus was het bedrijf uit z’n jasje gegroeid. Begin juni 2013 opende het daarom officieel een eigen pand. Dit gebouw, heel toepasselijk de ‘DNA-toren’ genoemd, staat pal tegenover het Gouvernement, het Limburgse provinciehuis in Maastricht. Met deze recente verhuizing is PathoFinder het eerste bedrijf op Maastricht Health Campus dat ‘op zichzelf is gaan wonen’.
  • PathoFinder legt zich toe op het ontwikkelen en op de markt brengen van diagnostische testen voor infectieziekten en heeft daarvoor een eigen technologieplatform ontwikkeld. Met die testen is het mogelijk om 22 virale en bacteriële ziekteverwekkers afzonderlijk in één enkel monster (bijvoorbeeld in speeksel) te kunnen aantonen. DNA-techniek PathoFinder slaagt erin om diverse technieken en wetenschappelijke inzichten te combineren. Zo maakt het bedrijf gebruik van de zgn. PCR-technologie (PCR is Engels voor ‘Polymerase Chain Reaction’). Dit is een techniek voor het analyseren van DNA, in dit geval dat van ziekteverwekkers. Op die manier kunnen die ziekteverwekkers haarfijn van elkaar worden onderscheiden en op basis daarvan kan het juiste antibioticum worden voorgeschreven (in plaats van een cocktail). PathoFinder slaagt er ook in om zo’n analyse razendsnel (binnen vier uur) uit te voeren. Dit is belangrijk om snel met de behandeling van de infectie te kunnen starten. Bovendien slaagt PathoFinder erin om gebruik te maken van gangbare analyse-apparatuur. En dit is relevant, want daardoor kunnen de analyses in vrijwel alle ziekenhuislaboratoria worden uitgevoerd. Niet door PathoFinder zelf, maar door ziekenhuizen wereldwijd. PathoFinder gaat door met het ontwikkelen van nieuwe analyses voor verschillende luchtweginfecties, maag-darmontstekingen, human papillomavirus (in deze categorie valt de veroorzaker van baarmoederhalskanker), hersenvliesontsteking en sexueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s). Ik wens hen daarbij veel succes. Mijn vraag: welk bedrijf wens jij veel succes? En waarom? Het op de markt brengen van medische producten is aan veel regels gebonden, en terecht. Daarom hecht ik eraan te onderstrepen dat het bovenstaande mijn interpretatie is van de activiteiten van PathoFinder. En om dezelfde reden verwijs ik voor meer informatie over het bedrijf naar www.pathofinder.com.
  • DODE ZEEROLLEN Gedachten bij eeuwenoude manuscripten 26 augustus 2013 In het onlangs gerenoveerde Drents Museum te Assen is momenteel de Dode Zeerollen-tentoonstelling te zien (tot 5 januari 2014). Een verduisterde ruimte, een drukknopje voor wat licht en ik zie eeuwenoude manuscripten, acht fragmenten. Was ik de taal machtig, dan las ik ze in korte tijd. Mijn gedachten over de context en de inhoud ervan en over verspreiding van ideeën. Ik vind het intrigerend om documenten onder ogen te krijgen die stammen uit ‘de tijd van Jezus’. Een vergelijkbaar gevoel had ik in Arezzo, waar in kerk San Domenico een houten kruisbeeld hangt, dat in de dertiende eeuw door de Italiaanse kunstenaar Cimabue werd beschilderd. Wat oud! Maar die stukjes boekrol zijn zoveel ouder en delicater. De bijna duizend manuscripten uit de 3e eeuw vóór tot en met de 1e eeuw na Christus werden tussen 1947 en 1956 ontdekt in de elf grotten van Qumran, ten noordoosten van de Dode Zee. Context De Dode Zeerollen confronteren ons met een dramatische fase in de joodse geschiedenis. Die geschiedenis voert terug naar 965-926 v. Chr., toen koning Salomo de eerste tempel in Jeruzalem bouwde. Dit heiligdom werd in 586 v. Chr door de Babylonische koning Nebukadnezar verwoest. Nadat de Judese ballingen onder de Perzische koning Cyrus naar Jeruzalem konden terugkeren, werd in 515 v. Chr. de tweede tempel ingewijd. In 63 v. Chr veroverde de Romeinse generaal Pompeius de Grote Jeruzalem en in 6 n.Chr. kwam Judea onder direct Romeins bestuur. In 66 n. Chr. kwamen de Joden tegen de Romeinen in opstand – de Dode Zeerollen werden waarschijnlijk toen verstopt. In 68 n. Chr. verwoestten de Romeinen Qumran, in 70 n. Chr. veroverde
  • Titus Jeruzalem en verwoestte de tweede tempel. In 73/74 n. Chr. werd het laatste Joodse bolwerk, Masada door de Romeinen ingenomen. De uitkomst van de Joodse opstand betekende in de praktijk de ondergang van een cultuur die diepzinnige teksten had voorgebracht. “Alles van waarde is weerloos,” schreef de Nederlandse dichter Lucebert in 1974, maar gelukkig hebben de Dode Zeerollen de tand des tijds doorstaan. Inhoud De Dode Zeerollen wierpen nieuw licht op de vorming van de Bijbel en leverden een schat aan nieuwe teksten op. Het bleek dat de joodse religie en cultuur veel dynamischer en pluriformer was dan aanvankelijk werd gedacht. Zo vinden we er bijvoorbeeld de Joodse wortels van de eerste christenen. De tentoonstelling helpt de bezoeker met vertalingen, zoals een passage uit “4QGenesis”, inclusief schrijffouten en ontbrekende passages […]: 1. In het begin schiep God de hemel en de aarde [ 2. [ov]er [de oervloe]d, en Gods geest zweefde over het water [ 3. God [z]ag dat het licht goed was, en Go[d] scheidde [ 4. God noemde het licht dag, en de duisternis noem[de hij 5. De eerste dag. ONBESCHREVEN 6. God zei: ‘Er moet midden in de wateren een gewelf komen dat sch[eidt van elkaar 7. God het gewelf en scheidde het water ond[er 8. boven het gewelf. En zo gebeurde het. God noemde het gewelf he[mel 9. De tweede dag. ONBESCHREVEN 10. En God zei: ‘Het water onder de hemel moet zich verzamelen [ 11. En zo gebeurde het. God noemde het droge a[arde 12. het goed was. En Hij ze[i Het vervolg laat ik aan de filologen. Ik beken dat ik hiermee op een gevoelig punt in mijn blogschrijverij ben gekomen. Zonder schroom schotel ik je mijn indrukken voor van seculiere schrijvers, zoals onlangs Simon Sinek (8 juli 2013). Ik ben nu op zoek naar de vrijmoedigheid en de juiste toon om ook mijn gedachten inzake godsdienst met mijn lezers te delen. Geduld.
  • TOEGANG TOT UITEENLOPENDE GEDACHTEN, IDEEËN EN STANDPUNTEN VOOR IEDEREEN. DAT IS VOORUITGANG, DAT IS VRIJHEID! Verspreiding van ideeën De ideeën die op de Dode Zeerollen werden opgetekend, waren volgens de auteurs of kopiisten de moeite waard om zorgvuldig te worden vastgelegd, gekopieerd en te worden bewaard. Dat was een tijdrovend en moeizaam, soms zelfs gevaarlijk karwei. Dat laatste ondervonden de bewoners van Qumran en Masada. De introductie van de boekdrukkunst aan het einde van de Middeleeuwen luidde een revolutie in: steeds bredere lagen van de bevolking kregen toegang tot gedachtengoed dat tot dan toe aan een kleine, overwegend monastieke kring was voorbehouden. De paperback, die vanaf het midden van de vorige eeuw op de markt kwam, markeert een mijlpaal in de brede verspreiding van ideeën. We leven nu in een tijdperk waarin informatie (ook) langs elektronische weg wordt gedeeld – mijn blog is daarvan een voorbeeld. Vrijwel iedereen heeft tegenwoordig ruimschoots en gratis toegang tot uiteenlopende gedachten, ideeën en standpunten. Dat is vooruitgang, dat is vrijheid! In dit kader wil ik aandacht vragen voor de TED Talks, die via internet te volgen zijn (www.ted.com). Vrijwel dagelijks wordt een nieuwe video gepubliceerd met een lezing van 5-20 minuten, die ergens op de wereld is gehouden. De lezingen gaan over “Ideas worth spreading”. Binnenkort (op 4 september 2013) is in Maastricht ook een dag met zulke lezingen, tijdens TEDx Maastricht (www.tedxmaastricht.nl). Mijn vraag: wat is de relevantie van eeuwenoude teksten in onze tijd?
  • TEDx M A A S T R I C H T Energy for Nine Billion People 2 september 2013 According to current United Nations estimates, the world population will reach between 8.3 and 10.9 billion people by 2050 (2011: 7 billion). This development will put pressure on the environment, global food supplies, and energy resources. Let’s have a closer look at the latter. In 1972, the report “The Limits to Growth” was published by the Club of Rome, which presented scenarios for global sustainability. These scenarios were based on a simulation model of the interactions of five global economic subsystems: population, food production, industrial production, pollution, and consumption of non-renewable natural resources. The analysis showed that a business-as-usual scenario would result in a collapse of the global system by the midst of the 21st century. The results indicated the particular importance of understanding and controlling global pollution. At the time of publication, the report caused quite some panic, because many people concluded that nonrenewable natural resources, especially oil, would soon be depleted. In particular in the Netherlands, this sentiment was enhanced by the 1973 oil crisis, even though this crisis was caused by the political situation at the time, instead of the supply-demand situation on the oil market. The Dutch government discouraged the use of cars on Sundays (‘autoloze zondag’) and new houses were built with smaller windows to save energy. Over the years, the feeling of panic passed and the report was virtually forgotten.
  • World Energy I’ve had a closer look at world energy statistics over the period 1965/1980-2012, which I summarize in the following graphs.
  • In addition to these graphs, the statistics show that over the whole period, annual oil and gas production practically equaled consumption. Since 1986, every year the proved oil reserves were enough for approximately 40 to 50 years of (unchanged) consumption (for gas, it’s 50 to 60 years). The conclusion: indeed the world population grew, but the energy production (and consumption) did amply match this development. So, why worry?
  • Some concerns about world energy I share with you my major concerns about the world energy situation. First, the supply side. The proved oil reserves of historically the largest oil-producing country Saudi Arabia haven’t increased since 1989. Since then, the country’s share in the world’s proved oil reserves has declined from 25% to 16%. For me, this is a sign of depletion. In 2010, Venezuela became the country with the largest proved oil reserves. See also the graph below.
  • PEOPLE SHOULD BECOME MORE AWARE New fossil energy resources are more and more found at places where exploitation is technically extremely difficult and/or where the environment is particularly vulnerable, e.g., CONSUMPTION AND/OR TO CHANGE TO in deep seas. For me, having to search in these sensitive places is another sign of depletion. RENEWABLE RESOURCES. Until now, renewable energy resources represent only a small fraction of the world energy consumption. Major steps are required to change this situation in the foreseeable future. And there’s the simple fact that non-renewable natural resources are non-renewable. Perhaps they can be replaced, but only to a certain extend. ABOUT HOW TO REDUCE ENERGY Now let’s turn to the demand side: the growing world population. I’m not so much concerned about the numbers, but rather about the energy consumption per capita. For example, in China the overall level of wealth has increased since 1981. I won’t deny people’s prosperity, but it’s obvious that this development will dramatically increase the world energy demand, perhaps beyond the level of production. Regionally this could easily lead to political instability. Finally, I’m concerned about the worldwide lack in the sense of urgency. It seems that efforts to reduce energy consumption are the exclusive domain of an elite segment of the world population. People should be made more aware of the energy situation and about measures they can take to reduce energy consumption and/or to change to renewable resources. I’m open for suggestions. TEDx Maastricht I expect that the speakers at the September 4 TEDx Maastricht will address the current situation regarding non-renewable natural resources. And I hope they offer perspectives that take away my concerns. My question: what are your major concerns regarding non-renewable natural resources? This article was written at the occasion of TEDx Maastricht, September 4, 2013 (www.tedxmaastricht.nl). World energy statistics can be found on the British Petroleum website (www.bp.com/statisticalreview). World population statistics can be found on the United Nations website (www.un.org). Some data on the income development in China can be found on Wikipedia (http://en.wikipedia.org/wiki/International_inequality).
  • TEDx M A A S T R I C H T Get it done! 9 september 2013 Inspired by the theme “Nine Billion and You”, speakers from all over the world shared their passions during TEDx Maastricht. In four sessions. RESET – to rewind and reflect. REINVENT – to start the change. REBUILD – to empower people for a new start. REACT – to see what you can do. Let’s hear what those speakers had to say; I focus my digest on three of them. One of the speakers at TEDx Maastricht, who promotes mushrooms grown from coffee waste, cited Mandela: ”It always seems impossible until it’s done.” The next speaker showed that by manipulating the environment, you can stimulate interaction and communication between people. One speaker knows how to produce biofuels from bio-waste, another how to serve insects in an edible way. One speaker asked “Do you Kyoto?” – a Japanese initiative to counter consumerism. The next one asked if we would eat meat that was grown in an incubator (‘cultured beef’). One speaker dealt with her blindness by pursuing a legal and a sports career. Another overcame his shyness as a child by becoming one of the world’s few swords swallowers. One speaker explained that we’re not living in an era of change, but in a period of changing eras. The next one told us to focus on our strengths for turning our ideas into realization, while delegating our weaknesses to other people. The visionaries - the analysts - the practitioners. These are just a few observations at TEDx Maastricht. With reference to the previous article, I elaborate a little on the speeches of Jørgen Randers, Graeme Maxton, and Joakim Hauge. We Will Never Be Nine Billion Jørgen Randers (1945) is a professor of climate strategy at the BI Norwegian Business School, who coauthored the report “The Limits to Growth” (again, see the previous article). He’s certain: “We will never be nine billion, maximum eight billion in 2040.” The reason is quite simple: women all over the world will have less children. The demographic data is compelling. Currently, women have 2.5 children on average, while the replacement rate (to keep the population stable) is 2.1. It is expected that by 2050, the average number of children per female is about 1.75.
  • USE YOUR DEMOCRATIC RIGHTS TO VOTE THE RIGHT PEOPLE INTO POWER; PEOPLE WHO CAN DEAL WITH GLOBAL CHALLENGES. This is a positive development, because it eases the global situation in several aspects. More people will be able to have a decent standard of living, we will safe natural resources, and there will be more room for nature. Social Discontent Graeme Maxton (1960) is a Scottish-born author and economist. He stressed that we need new, young politicians with a long-term perspective. The current (world) governments have no answers to the global challenges, like depleting resources, scarcity of water (and food), metals and minerals, and climate change. The Gini coefficient is a measure of the income distribution of a nation's residents. A Gini coefficient of zero expresses perfect equality (everyone has an exactly equal income). A Gini coefficient of one expresses maximal inequality (only one person has all the income). The Gini coefficient for the whole world was 0.57 in 1962, and 0.50 in 2000. The scores are relatively low in Europe, high in Africa, and increasing in China. According to Maxton, a high Gini coefficient will lead to social discontent, possibly to riots – people get angry with the government. Fortunately, in democratic countries people can vote the right people into power. Sahara Forest Project Joakim Hauge is the CEO of the Norwegian Sahara Forest Project. He is involved in initiatives to use sea water to green the desert. For example, in Qatar the foundation helped to create an oasis of green technologies, including: 1. Concentrated solar power 2. Saltwater greenhouses 3. Outside vegetation and evaporative hedges 4. Photovoltaic solar power 5. Salt production 6. Halophytes (salt-loving plant species) 7. Algae production. The work done at the Qatar pilot facility will lay sound scientific foundations for bringing restorative growth to Qatar and to deserts around the world.
  • My Concerns In the previous article, I expressed my concerns about the world energy situation. During TEDx Maastricht, I learned that many people share my concerns. A few of them came up with solutions, both tackling the supply and the demand sides – some more compelling than the other. I also saw a lot of enthusiasm and belief that impossible things can be done. This doesn’t take away my concerns straight off, but it is hopeful! While it’s quite simple: we have to get it done, even though it seems impossible! My question: what are your suggestions for improving the future world energy situation? This article was written at the occasion of TEDx Maastricht, September 4, 2013 (www.tedxmaastricht.nl). Information about the total fertility rate can be found on Wikipedia (http://en.wikipedia.org/wiki/Total_fertility_rate). Information about the Gini coefficient can also be found on Wikipedia (http://en.wikipedia.org/wiki/Gini_coefficient). For information about the Sahara Forest Project I refer to www.saharaforestproject.com.
  • VINGERKOOTJE Afblijven! 16 september 2013 “Hals- und Beinbruch” – veel succes, luidt het gezegde. Maar wat als we die (bot)breuk nou eens heel letterlijk nemen? Viermaal overkwam mij dat en het eerste ongeval voert terug naar mijn kleutertijd. ONGEVAL 1 (ventilator) De toedracht Als kleuter, opgroeiend op een boerderij, deed ik al onderzoek naar de werking van tractormotoren. In dit geval van een Bolinder-Munktell, een Zweeds merk sinds 1932, dat naderhand, tussen 1973 tot 1985, onder de naam Volvo BM werd verkocht. Ik stak mijn hand uit naar de ventilator achter de radiateur, die destijds nog niet zo zorgvuldig werd afgeschermd als tegenwoordig. De motor liep… De schade …en het ventilatorblad scheerde het topje van mijn linker ringvinger weg. Vraag me mijn vingers op te steken als je me in de offline wereld tegenkomt en je kunt het nog steeds zien. Latijnse benaming: distale falanx digitus annularis (botbreuk 1). Het herstel Ik heb geen bijzondere herinneringen aan het herstel. De nasleep Aan het voorval heb ik geen gebrouilleerde relatie met motoren overgehouden. Die relatie ontwikkelde ik pas later, tijdens mijn hbo-opleiding, de Rijks Hogere Landbouwschool in Groningen. Onderdeel van het vak Landbouwtechniek was een practicum dat in tweetallen moest worden uitgevoerd. De opdracht luidde: (1) demonteer de motor, (2) monteer de motor en (3) start de motor om te bewijzen dat de montage correct is uitgevoerd. Eitje! Echter, tweemaal moest de motor onderhanden worden genomen, want de eerste keer vergaten we een onderdeel. De tweede keer startten wij de motor met het startkoord. Dat koord lag per abuis verkeerd-om
  • op de kabelschijf en sloeg vast toen de motor aansloeg. Het handvat tolde rond en liet de pasgerestaureerde motorkap vol butsen achter. De leerkracht met de bijnaam ‘Tandwielen’-Bakker, omdat er ook ene ’Bio’-Bakker les gaf, kwam handenwringend aangerend. Hij was ‘not amused’ - wij wel, want de motor liep! “Je mag nog van geluk spreken, want...” ...Want ik had nog wel veel meer vingerkootjes kunnen verliezen. Vraag: Wat zijn jouw vroegste herinneringen? Verderop een artikel over een later ongeval.
  • CYBERCRIMINALITEIT Computer gegijzeld 23 september 2013 De Amerikaanse National Security Agency (NSA) blinkt uit in het plegen van inbreuk op ieders privacy. Maar: houd rekening met meer gevaren in het digitale domein! Zo werd enige tijd geleden mijn computer geïnfecteerd met ransomware, waarmee die pc werd gegijzeld. Deze venijnige software kwam binnen via een ogenschijnlijk onschuldige e-mail, die ik – achteraf gezien – meteen had moeten verwijderen. Het besturingssysteem werd geblokkeerd en bij het opstarten kreeg ik telkens een politielogo te zien. De malware eiste betaling om de geblokkeerde functionaliteit te herstellen. Ik moest daarvoor gebruikmaken van virtueel digitaal geld, waarvoor ik naar een tankstation werd verwezen. Heel bijzonder! Gelukkig vond ik op een andere pc online een manier om de malware te omzeilen en onschadelijk te maken. National Cyber Security Centrum De term ‘ransomware’ vond ik bij het National Cyber Security Centrum (NCSC). Ransomware is namelijk een vorm van ‘malware’ en dit is volgens deze instelling een aanduiding voor kwaadaardige software, zoals virussen, wormen en Trojaanse paarden, inclusief mobiele malware. Het NCSC is een Nederlandse expertisecentrum dat bijdraagt aan het vergroten van de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving in het digitale domein, en daarmee aan een veilige, open en stabiele informatiesamenleving. De toenemende afhankelijkheid van ICT-technologie maakt onze samenleving en economie immers kwetsbaar voor verstoringen en maakt dat digitale veiligheid van levensbelang is.
  • BURGERS ZIJN BIJNA EVEN VAAK SLACHTOFFER VAN 'HACKEN' ALS VAN FIETSENDIEFSTAL. Ontwikkelingen Jaarlijks publiceert het NCSC het leerzame “Cybersecuritybeeld Nederland” (CSBN). Hierin worden enkele ontwikkelingen beschreven, die de dreiging en de impact van cyberaanvallen vergroten, zoals: - De toename van het gebruik van mobiele apparaten en toepassingen voor nieuwe functionaliteiten en om (persoons)gegevens op te slaan. - Het omvangrijk gebruik van sociale media, die evenzoveel onbedoelde bronnen van informatie vormen. - De toename van het gebruik van clouddiensten, interessant uit oogpunt van flexibiliteit, kosten en gebruiksgemak, bijvoorbeeld online filesharing (WeTransfer, Google Drive en Dropbox). - Big data gets bigger: grote databestanden van grote organisaties vertegenwoordigen grote waarde voor kwaadwillenden, die de data kunnen gebruiken voor aanvallen tegen derden, zoals identiteitsfraude. - Burgers vinden steeds meer het onlinekanaal (onlinewinkelen). Daarbij moeten we bedenken dat efficiëntie en klantvriendelijkheid de privacy onder druk zetten. - De toename van de ICT-afhankelijkheid van de elektriciteitsvoorziening, bijvoorbeeld door de introductie van smart grid en smart meters. - Hyperconnectiviteit: steeds meer apparatuur is online verbonden met internet, niet alleen computers en telefoons, maar ook bijvoorbeeld auto’s, televisies, thermostaten, weegschalen en printers. Dreigingen De dreigingen komen vooral van staten (bijvoorbeeld de NSA), terroristen, (beroeps)criminelen, cybervandalen, scriptkiddies en hacktivisten. ‘Scriptkiddies’ zijn hackers met beperkte kennis, die gebruikmaken van technieken en hulpmiddelen die door anderen zijn bedacht en ontwikkeld. ‘Hacktivisten’ zijn personen of groepen die ideologisch gemotiveerd cyberaanvallen uitvoeren. Burgers zijn bijna even vaak slachtoffer van ‘hacken’ als van fietsendiefstal. Criminelen hebben het gemunt op bank- en identiteitsgegevens van burgers (fraude met internetbankieren). Of ze kunnen proberen om ICT van burgers over te nemen, zodat die deel gaat uitmaken van een botnet. Een ‘botnet’ is een verzameling van geïnfecteerde computers die centraal, met kwade bedoelingen, op afstand bestuurd kunnen worden; zo’n botnet is veelal gericht op manipulatie van (financiële) transacties. Burgers kunnen ook te maken krijgen met een aanval op voor hen belangrijke dienstverlening, met name Distributed Denial of Service (DDoS).
  • Er zijn de laatste tijd genoeg voorbeelden in het nieuws gekomen, die aantonen dat dergelijke dreigingen geen theorie, maar alledaagse realiteit zijn. Voorbeelden zijn verstoringen in basisvoorzieningen als iDeal en DigiD. Weerbaarheid Om de weerbaarheid tegen cyberaanvallen te vergroten ligt er een grote verantwoordelijkheid bij jou en mij, de eindgebruikers van apparatuur. Lastig, als je wordt geconfronteerd met kwetsbaarheden in apparatuur en diensten waar je maar beperkte invloed op hebt. Toch zijn er op z’n minst een paar dingen waaraan je kunt denken: - Installeer een anti-virusprogramma – ik gebruik avast! Bedenk: dit type software biedt nooit 100% bescherming, want malware muteert bijzonder snel. - Zwakke wachtwoorden vormen een kwetsbaarheid. Voor het definiëren van een nieuw wachtwoord gebruik ik altijd de <Strong Password Generator: www.strongpasswordgenerator.com. En: wijzig regelmatig je wachtwoorden. - Neem kennis van bewustwordingscampagnes, zoals ‘Alert Online’ (www.alertonline.nl), ’Bankgegevens en inlogcodes. Hou ze geheim’ (www.veiligbankieren.nl) en ‘Bescherm je bedrijf’ (www.beschermjebedrijf.nl). - En tenslotte: realiseer je dat Microsoft op 8 april 2014 stopt met de ondersteuning van Windows-XP. Daarna worden er geen beveiligingsupdates meer uitgebracht. Vraag: Wat zijn jouw aanbevelingen op het gebied van cyber security? Noot: ik ben niet zo naïef te denken dat het NCSC veel roomser is dan ‘paus NSA’. Voor meer informatie over het National Cyber Security Centrum verwijs ik (niettemin) naar www.ncsc.nl. Je vindt daar ook het “Cybersecuritybeeld Nederland” (CSBN-3, juni 2013). Google+-opmerking: Beluister ook de TED Talk "Everyday cybercrime -- and what you can do about it" door James Lyne: http://t.co/mrwLY4k5d9. Dit artikel werd op 11 november 2013 in het Engels gepubliceerd.
  • AP DIJKSTERHUIS Duik in het onbewuste 7 oktober 2013 “Twee zielen, één gedachte,” luidt het gezegde als twee mensen tot elkaars verrassing dezelfde mening hebben. Maar ook geldt: “Eén ziel, twee gedachten.” In het menselijk brein huizen namelijk het bewuste én het onbewuste. Hebben die ook dezelfde mening? De sterke kanten van het onbewuste vormen het aardige onderwerp van het boek “Het slimme onbewuste: Denken met gevoel” door Ap Dijksterhuis, hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Die kwaliteiten liggen volgens hem op het vlak van het waarnemen, het hebben van een mening, het beslissen, de creativiteit en het gedrag. Onbewust waarnemen In het boek komt het bewuste er maar bekaaid van af. Want dat kan maar één ding tegelijk. De bewuste aandacht is namelijk eenzijdig gericht. Onbewust zien, horen en voelen we veel meer dan we ons bewust zijn. Zo verwerken we onbewust meer reclameboodschappen dan we ons bewust zijn. Die gevoeligheid in onze onbewuste waarneming wordt door Dijksterhuis subliminale waarneming genoemd. Dit helpt ons om bedreigende situaties sneller te doorzien, het laat ons wennen aan nieuwe dingen en het helpt ons bij het bepalen van wat goed of slecht voor ons is. Dit hangt samen met drie verschijnselen rond subliminale waarneming: 1. Mere exposure-effect: mensen vinden een object positiever naarmate ze er vaker mee in aanraking komen. 2. Negativiteitseffect: mensen merken over het algemeen negatieve en bedreigende dingen sneller op dan positieve en niet-bedreigende dingen. 3. Evaluatief conditioneren: een min of meer neutrale stimulus die wordt gekoppeld aan heel positieve of juist heel negatieve stimuli wordt vervolgens ook positiever resp. negatiever.
  • Bij deze opmerkelijke kwaliteiten van het onbewuste steekt onze bewuste waarneming maar schril af. Twee opmerkelijke missers in de waarneming illustreren dit: - Inattentional blindness: wanneer we heel geconcentreerd aandacht aan iets besteden, zien we andere dingen volledig over het hoofd. - Change blindness: grote veranderingen in onze omgeving merken we vaak niet op. Onbewust gedrag Het boek gaat in op twee facetten van gedrag: het onbewuste (interpersoonlijke) gedrag, waarbij imitatie een rol speelt. En het bewuste gedrag, waarbij de vrije wil aan de orde is. Om met het eerste aspect te beginnen: mensen imiteren elkaar, onbewust en onbedoeld. Er is een relatie tussen de sterkte van de sociale band en de mate van imitatie. Hierdoor pas je je onbewust aan je sociale omgeving aan. Bewust gedrag Bewust gedrag veronderstelt een zekere mate van vrije wil. Volgens het boek is bewust gedrag altijd het resultaat van onbewuste processen. Gedrag begint echter onbewust, en bewust genomen beslissingen zijn volgens Dijksterhuis maar schijn. Dit trekt het hele idee van een vrije wil in twijfel. Dat neemt niet weg dat we ons wel van ons gedrag bewust zijn. Maar zowel de gedachte als het gedrag komt voort uit een onbewuste 'beslissing' om het gedrag uit te voeren. Het bewustzijn doet niets, maar heeft op een passieve manier wel invloed. Informatie die in het bewustzijn binnenkomt, mobiliseert onbewuste processen, die vervolgens aan de slag gaan. Ik adviseer je om zelf te lezen hoe onze onbewuste mening volgens Dijksterhuis vaak belangrijker is bij de beïnvloeding van ons gedrag dan onze bewuste mening. En hoe het bewuste en het onbewuste (intuïtie) als het ware strijden om een rol bij de menselijke besluitvorming. En tenslotte over de creatieve capaciteiten van het onbewuste (inspiratie). Het schlemiele bewuste? Dijksterhuis laat de lezer achter met de gedachte dat het bewuste en het onbewuste op rigide wijze van elkaar gescheiden zijn. Gedachten uit het lucide, overactieve, teugelloze onbewuste worden als onder osmotische druk mondjesmaat in het verduisterde, lamlendige, willoze bewuste geperst. Of om een andere metafoor te gebruiken, het theater: op het toneel staat de slecht voorbereide en vergeetachtige acteur (het bewuste), duidelijk zichtbaar voor het publiek. Uit het zicht wordt hij ingefluisterd door een alwetende souffleur met het script op schoot (het onbewuste).
  • M ETAFOOR VOOR DE MENSELIJKE GEEST: DE DIEPZEE. NAARMATE MEN AFDAALT IN DE TROGGEN KRIJGT HET ONBEWUSTE DE OVERHAND. De menselijke geest als diepzee Ik zet daar een andere metafoor tegenover: de diepzee. De menselijke geest is als de diepzee, waarin de meeste onderzeeërs maar tot een beperkte diepte kunnen afdalen. Vlak onder het wateroppervlak, net buiten de kust ziet de duiker de mooiste vissen, koraalriffen en scheepswrakken (het bewuste). Naarmate de vissen dieper zwemmen, worden ze voor hem minder goed zichtbaar – het onbewuste krijgt steeds meer de overhand. Het laagste niveau van bewustzijn bevindt zich in de troggen van de diepzee. Slechts weinig onderzeeërs kunnen daarin afdalen – mogelijk op zoek naar een gezonken Titanic. Er is naar mijn oordeel dus een graduele overgang van het bewuste naar het onbewuste. Volgens Dijksterhuis is het belangrijkste ‘nut’ van het bewuste, dat je daarmee het leven kunt ervaren. Zonder deze ervaring is het leven als een droomloze slaap. Ik geloof dat het genuanceerder ligt. Vraag: wie is zich bewust van de kwaliteiten van het eigen onbewuste?
  • STAKING IN BELGIË Martens 14 oktober 2013 Eenmaal liep ik mee in een protestmars. Het was in 1982, in het buitenland, voor een zaak die niet de mijne was. Herinneringen bij het overlijden van Wilfried Martens, ex-premier van België. Afgelopen week overleed Wilfried Martens op 77-jarige leeftijd. Van 1979 tot 1992 was hij premier van België. Dit nieuws deed mij terugdenken aan een werkweek naar België in 1982, met mijn klas van de Rijks Hogere Landbouwschool in Groningen. Staking We zouden de eerste dag na aankomst in Antwerpen een bezoek brengen aan de Opel-assemblagefabriek. De avond tevoren kregen we echter bericht dat deze excursie niet door kon gaan, want er zou die dag gestaakt worden. Wij waren verontwaardigd: komen we helemaal uit Groningen, en dan dit…! Er werd contact gezocht met de vakbond die de staking organiseerde. Tot onze verrassing had men daar begrip voor onze verstoordheid. We mochten die ochtend zelfs voor uitleg naar het vakbondsgebouw komen. Vakbond Die morgen bruiste het vakbondsgebouw in het centrum van Antwerpen van activiteit. Op de begane grond was een enorme zaal, waar de stakers werden geregistreerd. Het was er een drukte van belang. Wij werden meteen meegenomen naar een nette, maar sobere vergaderzaal op de eerste verdieping, waar een vrijgestelde er meer dan een uur voor uittrok om ons bij te praten over de sociale geschiedenis van Vlaanderen. Die sociale geschiedenis werd verbonden met de geschiedenis van heel België, inclusief de taalstrijd. In de 19e eeuw hadden de Waalse industriëlen het in Vlaanderen voor het zeggen, wat gepaard ging met een onderdrukkend regime voor de Vlaamse werkende klasse. Wat in die eeuw werd aangericht, bepaalt tot op heden de sentimenten in het tweetalige land.
  • Het werd er door de vakbondsman dik bovenop gelegd: de sociale geschiedenis van België culmineerde in de staking van die dag. En wij waren erbij! Protestmars En zo liepen wij die middag mee in een protestmars van Vlaamse fabrieksarbeiders. Als studenten waren wij solidair, ook al hadden we nog nooit een auto in elkaar gezet (en dat was maar beter ook, lees mijn artikel van 16 september 2013. We hieven luidkeels een spreekkoor aan op de melodie van het kinderliedje ‘Schipper mag ik overvaren’ met de onvergetelijke tekst: “Martens ken gaan zakkies plakken hi ha ho.” De herkomst van deze pakkende strofe doe ik af in een voetnoot. Sommige stakers zongen met ons mee. En daarmee was de protestmars voor ons geslaagd. De excursie naar de Opel-fabriek hadden we inmiddels uit ons hoofd gezet. Ik heb een vraag voor de veerman bij Berg aan de Maas: “Moet ik straks ook tol betalen, ja of nee?” Noot: De tekst “Martens ken gaan zakkies plakken” was onze gelegenheidsvariant op “Ajax ken gaan zakkies plakken,” waarop het Ajax-elftal tijdens uitwedstrijden in de Kuip door Feyenoord-supporters werd getrakteerd, met een onvervalste Rotterdamse tongval. Zakjes plakken is het aanleggen van een verzameling suikerzakjes, die in plakboeken werden ingeplakt. Het is een aardig instap-thema voor beginnende verzamelaars met een beperkt budget. Rond deze truttige hobby hangt echter een penetrante spruitjeslucht: wie zakjes plakt zal het op het voetbalveld nooit ver schoppen. Ik vermoed trouwens dat het verzamelen van die suikerzakjes met de opdruk van het koffieschenkend etablissement in onbruik is geraakt, want het is lang geleden dat ik zulke rechthoekige zakjes heb gezien (tegenwoordig verstrekt men immers suiker in anonieme papieren staafjes).
  • CHEMELOT CAMPUS Center Court 21 oktober 2013 Voor het realiseren van het Center Court op Chemelot Campus is gekozen voor Ector Hoogstad Architecten. Lees dit artikel over het nieuwe ‘kloppend hart’ van de campus in Sittard-Geleen. Ector Hoogstad Architecten Ector Hoogstad Architecten is bekend van een aantal opmerkelijke gebouwen, zoals Metaforum van Technische Universiteit Eindhoven en Orion van Universiteit Wageningen. De architect werd geselecteerd na een formele aanbestedingsprocedure. Center Court Het Center Court is cruciaal voor de toekomstige ontwikkelingen van Chemelot Campus. Dit wordt het ‘kloppend hart’ van de campus voor de groeiende campuscommunity en de vele bezoekers die er worden verwacht. Het wordt een plaats waar men elkaar werkelijk kan ontmoeten – in plaats van er ‘alleen maar’ formele bijeenkomsten te houden. Er komen uitgebreide conferentiemogelijkheden en faciliteiten op het gebied van eten en drinken. Hier ontstaat de community die Chemelot Campus wil worden. Het gebouw zal ook beschikken over faciliteiten om in groepen sportief te bewegen in het kader van het zgn. ‘Chemelot on the Move’-programma. Tenslotte wordt Center Court de ‘landmark’ van Chemelot Campus. Het wordt – om zo te zeggen – de ‘bougie’ in de motor die Chemelot Campus is voor de economie van de hele regio. Lees mijn artikel van 6 mei 2013 voor een andere metafoor van Chemelot Campus. Artist impression exterieur Center Court (bron: Ector Hoogstad Architecten)
  • Studenten en onderzoekers Center Court wordt de plaats waar studenten en onderzoekers volop aan hun trekken komen, waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Zo wordt Center Court de huisvesting voor Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), het expertisecentrum chemie, waarin Leeuwenborgh Opleidingen, Arcus College, Zuyd Hogeschool, Universiteit Maastricht, SABIC en DSM samenwerken. CHILL is momenteel gevestigd in een bestaand gebouw op de campus. Universiteit Maastricht zal Center Court gebruiken voor kantoren en laboratoria van het bachelor Maastricht Science Programme en voor de nieuwe master en onderzoeksgroep Biobased Materials. Deze activiteiten zijn momenteel gevestigd in bestaande gebouwen op de campus. De nauwe samenwerking met kennisinstituten en bedrijven, alsmede de nabijheid van geavanceerde apparatuur vormen belangrijke argumenten voor de aanwezigheid van Universiteit Maastricht op Chemelot Campus. Verder zal Center Court een belangrijke rol gaan spelen bij de innovaties van DSM, aangezien een groot aantal medewerkers van het DSM Innovation Center daar naartoe zullen verhuizen. Financiering Center Court wordt gefinancierd door Chemelot Campus Vastgoed c.v., een samenwerkingsverband van de provincie Limburg, DSM Nederland B.V. en Universiteit Maastricht. Deels voor Center Court heeft de provincie eerder dit jaar besloten het eigen vermogen van deze combinatie met 43,5 miljoen euro extra te versterken. Het gebouw is ook mogelijk door een gecombineerde subsidie van de provincie Limburg en de omliggende gemeenten SittardGeleen, Stein, Beek en Schinnen. Artist impression interieur Center Court (bron: Ector Hoogstad Architecten)
  • CHEMELOT CAMPUS IS DE MOTOR VAN DE LIMBURGSE ECONOMIE – CENTER COURT WORDT DE NIEUWE BOUGIE VAN DIE MOTOR. Dit is opnieuw een voorbeeld van de kracht van de Triple Helix: samenwerking tussen overheden, kennis- en onderwijsinstellingen en bedrijven. Center Court vergt een investering van circa 45 miljoen euro (lees mijn artikelen van 17 juni 2013 en 24 juni 2013 voor enkele gedachten over het belang van een dergelijke investering). Tijdelijke voorziening De beoogde locatie voor Center Court is het bestaande campusrestaurant, wat betekent dat dit gebouw gesloopt wordt. Met dit gebouw is het niet mogelijk om de ambities voor Chemelot Campus te verwezenlijken. Een bestaand gebouw op de campus wordt ingericht als tijdelijke voorziening, als plaats om te lunchen en voor bijeenkomsten. Deze voorziening is vanaf januari 2014 beschikbaar. De inrichting ervan geeft zoveel mogelijk een voorproefje van de sfeer in Center Court. Vraag (om bij mijn metafoor te blijven): wat is de belangrijkste ‘vonk’ die vanuit het Center Court zal overspringen? Deze blogpost is gebaseerd op een persbericht van 7 oktober 2013 van Chemelot Campus B.V. Voor meer informatie over Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL) verwijs ik naar www.chillabs.nl. Voor meer informatie over het Maastricht Science Programme ga naar http://www.maastrichtuniversity.nl/web/Schools/MaastrichtScienceProgramme.htm. Voor meer informatie over het DSM Innovation Center zie: http://www.dsm.com/countrysites/dsmnl/nl_NL/over-dsm/innovatie/dsm-innovation-center.html. Dit artikel werd op 30 december 2013 in het Engels gepubliceerd.
  • HANNAH ARENDT Wegkijken 28 oktober 2013 Wegkijken voor discriminatie, racisme, straatgeweld en erger. Het lijkt voor menigeen een natuurlijke reflex. De afgelopen dagen hoorde, zag en las ik dingen die hiermee verband houden en die ik via deze blog aan je voorleg. Zwarte Piet Het is menens. Na anderhalve eeuw lijkt het gedaan met de knecht van de goedheiligman. Het lijkt erop dat de kleur van de schmink voortaan op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties wordt vastgesteld. Kennelijk heeft de Nederlandse bevolking al die jaren massaal weggekeken van het discriminerend karakter van Zwarte Piet. Ook ik schoot hier tekort, ik had het zo nooit bekeken. Ik zag in Zwarte Piet altijd een zwartgeschminkte blanke, niet zelden een vrouw. Ik keek niet veel verder. (*) Echter, zonder badinerend te doen over de bezwaren waarmee kennelijk weldenkenden ‘ons Nederlanders’ op het gebied van racisme (al dan niet terecht) op de vingers tikken, zou ik dit wegkijken als een milde vorm willen beschouwen. Of andere vormen van wegkijken erger zijn, is een kwestie van morele afweging in het licht van oorzaken en gevolgen. Hieronder enkele voorbeelden om die afweging te kunnen maken. Ik ben geen onderdaan Onlangs was ik met mijn dochter naar de open dag van Universiteit Leiden, waar wij een voorlichting over de opleiding Geschiedenis bijwoonden. De sessie werd geopend door Bart van der Boom, die de relevantie van geschiedenis omschreef als het identificeren en doorvertellen van verhalen die deel uitmaken van ons collectieve geheugen. Op 30 april 2013 werd Willem-Alexander in Amsterdam tot koning gekroond, terwijl op de Dam een jonge vrouw wegens ordeverstoring door de politie werd gearresteerd met een groot karton, waarop stond: “Ik ben geen onderdaan.” Van der Boom wees erop dat geen van de omstanders bezwaar maakte tegen deze arrestatie en het fnuiken van de vrijheid van meningsuiting in deze onschuldige vorm. Volgens de historicus herinnerde dit wegkijken aan een ander vorm van wegkijken die in ons collectieve geheugen is gegrift, namelijk het wegkijken bij de deportatie van de Joden tijdens de Tweede
  • Wereldoorlog. Hij nuanceerde dit door er onder verwijzing naar zijn boek “Wij weten niets van hun lot. Gewone Nederlanders en de Holocaust” op te wijzen dat veel Nederlanders niet goed wisten wat het lot van de Joden was en dat zij wel degelijk enorm boos waren over die deportaties. Mensenrechten in Nederland Daags na ons bezoek aan Leiden zei de nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer op tv dat het Nederlandse politieke tij racistisch en discriminatoir is. Hij verwees naar een kritisch rapport van de Raad van Europa over het Nederlandse beleid (en het gebrek daaraan) inzake racisme en onverdraagzaamheid. Zo is er vaak discriminatie bij de werving van personeel door bedrijven en bij uitzendbureaus. De tolerantie is over het algemeen afgenomen. Zulke kritiek wordt in ons land meestal weggewuifd en politici zijn terughoudend. Wegkijken, dus. Banaliteit van het kwaad Een dag later zag ik de film “Hannah Arendt” van Margaretha van Trotta met Barbara Sukowa in de hoofdrol. Deze film vertelt hoe de filosofe Hannah Arendt (1906-1975) verslag deed van het Eichmannproces in Israël (1961). Eichmann was een Duitse oorlogsmisdadiger, die na de oorlog naar Brazilië was gevlucht, daar ontvoerd door de Mossad, naar Israël gebracht, berecht en in 1962 opgehangen. Arendt publiceerde hierover het boek “Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil”. De film laat zien dat dit boek enorm veel kritiek losmaakte, die uiteenvalt in drie controverses. Aan de eerste controverse – of Eichmann überhaupt in Israël berecht had mogen worden – ga ik hier voorbij. Het meest controversieel was het oordeel dat Arendt over Eichmann velde: hij was een middelmatige figuur, een bureaucraat die zich gebonden achtte aan de eed die hij aan Hitler had gezworen. Iemand die had opgehouden te denken en klakkeloos orders uitvoerde, zonder morele bedenkingen. Eichmann was verre van een kwaadaardige duivel, het kwaad dat hij aanrichtte ging gepaard met een soort sulligheid. Vandaar dat Arendt spreekt over de ‘banaliteit van het kwaad’. Dit oordeel viel slecht bij velen die Arendt’s verslag lazen, eerst als artikelen in The New Yorker. Eichmann is het voorbeeld van iemand die niet alleen wegkijkt van het kwaad dat zich om hem heen voltrekt, maar er zelf van harte mede uitvoering aan geeft. Bij hem wordt een grens overschreden, namelijk tussen wegkijken van het kwaad en het uitvoeren ervan. Bij eerste overdenking komt dit over als een wereld van verschil: tussen passief en actief, zonder een grijs middengebied. Laten we dan maar eens kijken naar de derde controverse die Arendt’s verslag opriep.
  • Joodse Raden De Duitse bezetters stelden tijdens de Tweede Wereldoorlog in verschillende landen zogenaamde Joodse Raden in. Dit waren een soort contactorganen tussen de bezettende macht en de Joodse bevolkingsgroepen. Tijdens het Eichmann-proces kwam naar voren dat deze organen een dubieuze rol hadden gespeeld in de samenwerking met de Duitsers. Deze collaboratie heeft uiteindelijk vele Joden het leven gekost. Arendt deed hier verslag van en Joden wereldwijd vielen vervolgens vol kritiek over haar heen. Het zou alles gelogen zijn. In de film wordt getoond hoe Arendt hier tijdens een drukbezocht college op ingaat. Zij verwerpt de beschuldiging dat zij de slachtoffers als daders neerzet, maar wel zegt zij: “Verzet [van de Joodse Raden tegen de Duitse bezetters] was inderdaad niet mogelijk. Toch is er nog een wereld van verschil tussen verzet en samenwerking.” Vraag De vraag is hoe elk van ons zou acteren als wij voor de keuze komen te staan tussen verzet (mogelijk ten koste van ons leven) en samenwerking. Wie kan dit van tevoren zeggen en heeft moed als het er echt op aankomt? (*) Het is niet verbazingwekkend dat de Nederlandse bevolking op de Zwarte Piet-discussie reageert als door een wesp gestoken. Dit valt letterlijk te nemen: een wespensteek kan dodelijk zijn. De cultuur kan worden gezien als een immuunsysteem, waarin nu een afweerreactie opkomt tegen een bedreiging van buitenaf. De ‘Pietitie‘ als auto-immuunreactie. Een aanval vanuit het Ungeheuertes (Nietzsche), die het moderne gevoel van Heimatsverlust (Heidegger) bij de Nederlandse bevolking versterkt. Voila, mijn toepassing van de sferentheorie van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk.
  • METEOROLOGIE Storm 4 november 2013 Vorige week maandag trok de zwaarste storm sinds 1990 over Nederland. Geen storm is echter zwaar genoeg om mijn herinneringen aan de storm van 13 november 1972 weg te blazen. Pathologie van een storm. De storm van 28 oktober 2013 Het KNMI gaf vanwege de aankomende storm voor grote delen van Nederland die ochtend code rood af (zie de Buienradar-schermafdruk hiernaast). Code rood is een officieel weeralarm en houdt in dat er een verkeerschaos kan ontstaan, die volgens de weerman van dienst kan leiden tot “maatschappij-ontwrichtende omstandigheden.” De treinen reden uit voorzorg volgens een aangepaste dienstregeling en KLM annuleerde een aantal vluchten naar Europese bestemmingen. Inmiddels zaten in Groot-Brittannië 580.000 huishoudens zonder stroom en kwamen er vijf mensen om het leven. Aan de kust van Normandië en Bretagne bereikten de golven een hoogte van 17 meter. In Duitsland, waar de storm de naam Christian kreeg, kwamen drie mensen om. Boven Vlieland groeide de storm uit tot een orkaan: het stormde er 20 minuten met windkracht 12, de zwaarste storm in Nederland sinds 1990. In Amsterdam kwam een vrouw om het leven toen ze werd getroffen door een omvallende boom en in Veenendaal overleed een fietser die door een tak werd getroffen. Enkele dagen later overleed in Harderwijk een derde slachtoffer. In het hele land raakten zeker 25 mensen gewond.
  • Verder reden er geen treinen meer van en naar Amsterdam Centraal en ook elders waren er stremmingen, omdat er omgewaaide bomen of takken op de rails lagen. Het tramverkeer in de hoofdstad werd stilgelegd. Een veerboot met 1050 passagiers aan boord probeerde tevergeefs om de haven van IJmuiden binnen te varen en voer terug naar open zee om daar de storm af te wachten. Dit was in 25 jaar maar twee of drie keer eerder gebeurd. In het hele land werden bomen ontworteld. Verschillende scholen werden ontruimd vanwege de dreiging van omvallende bomen. Ook waaiden op veel plaatsen dakpannen van de daken en sneuvelden zonnepanelen. De schade bij particulieren bedroeg zeker 95 miljoen euro. Omstreeks drie uur was de storm voorbij. De storm van 13 november 1972 Bij veel mensen, vooral in het noorden van Nederland, staat de storm van 13 november 1972 nog in het geheugen gegrift. Ook bij mij. Die storm begon rond een uur of drie 's nachts in het westen van het land en breidde zich verder landinwaarts uit. Daarbij nam de wind in het noorden van het land toe tot windkracht 11. Binnen korte tijd werd een groot deel van de bossen in Overijssel en Drenthe met de grond gelijk gemaakt, meer dan 2500 hectare. Ook de materiële schade aan gebouwen was enorm. Nog diezelfde ochtend verdween de storm net zo snel als hij kwam. Ik en mijn twee jongere broers werden die ochtend in alle vroegte door mijn vader gewekt. Mijn ouders waren ongerust en wilden ons dichtbij zich hebben. Wij woonden in een oude boerderij, waarachter verschillende gebouwen stonden: een opslagloods, een werktuigenstalling, enkele stallen. Het was eigenlijk nogal een ratjetoe, maar voor mij – ik was toen bijna 13 – een waar speelparadijs. Toen de storm voorbij was, waren een aantal van die gebouwen volledig verwoest. Ik zie nog het golfplatendak van een die schuurtjes voor me; die was bij ons in het gazon beland, vlak voor onze woonkamer.
  • Ik herinner mij die storm als een angstwekkend voorval. Voor het boerenbedrijf van mijn vader was het natuurgeweld van die morgen achteraf bezien een zegen, want het gaf de (wind)stoot tot een ingrijpende modernisering van de gebouwen –bepaald geen luxe. Vraag: welk natuurgeweld staat in jouw geheugen gegrift? Voor een volledig meteorologisch verslag van de storm van 13 november 1972 verwijs ik naar http://archief.weer.nl/?menu=view&cat=herfst&item=novemberstorm04112004.wn.
  • AUTOMATISERING Mien waar is mijn A:-schijf 18 november 2013 Toon Hermans zong in 1968: “Mien waar is mijn feestneus”. Heb jij haar al eens gevraagd: “Mien waar is mijn A:-schijf”. Ik zal je – namens haar – het antwoord geven. Mijn eerste computer Tijdens mijn hbo-opleiding aan de Rijks Hogere Landbouwschool in Groningen maakte ik voor het eerst kennis met de computer; dat moet omstreeks 1980 zijn geweest. De school beschikte namelijk over een terminalaansluiting op een DEC VAX 1/1. DEC staat voor Digital Equipment Corporation, in die tijd een vooraanstaande computerfabriek, die in 1988 via een overname door Compaq in Hewlett-Packard is opgegaan. Die DEC was de mainframe-computer van de Universiteit Wageningen. Een mainframe is een computer van grote afmetingen, met een rekenkracht die toen fenomenaal was, maar die tegenwoordig zo ongeveer op een USB-stick past. Een terminal is een beeldscherm plus toetsenbord, waarmee die computer op afstand werd aangestuurd. Voor het goede begrip: alleen díe computer en niet ook andere computers, zoals tegenwoordig via internet gebruikelijk is. BASIC Wij gebruikten die terminal voor twee dingen. Allereerst om zelf te programmeren in BASIC. We moesten daarvoor die programmeertaal met behulp van de terminal omzetten in een ponsband. Dit is een strook papier met gaatjes, ongeveer zoals je tegenwoordig ziet bij oude draaiorgels. Die ponsband werd vervolgens op diezelfde terminal ingelezen. Dat moest voorzichtig gebeuren, want zo’n ponsbandje kon afscheuren. Daarna volgde de verwerking in Wageningen. Wat wij terugkregen waren meestal grafieken, opgebouwd uit basale leestekens, die door een printer op breed papier werden afgedrukt. Die grafieken verdienden – zeker als ik er nu aan terugdenk –maar één kwalificatie: houterig. Maar wij, studenten, waren toen allang blij als er überhaupt een grafiek tevoorschijn kwam. Ik heb na mijn opleiding nooit meer in BASIC geprogrammeerd.
  • SPSS De tweede toepassing was voor statistische analyses met het programma SPSS, Statistical Package for the Social Sciences. Onze Informatica-leraar De Vries was daar zeer enthousiast over. Als hij naar een onbewoond eiland moest gaan met slechts één boek, dan was dat, zo beweerde hij, met de SPSS-manual. Mijn klasgenoten hadden allen andere boektitels in gedachten. Naderhand heb ik vaker dan eens dankbaar van SPSS gebruik gemaakt. PC In 1983 ging ik aan de slag met een van de eerste personal computers. Een ware revolutie in automatisering, want de gebruiker was niet langer gebonden aan zo’n groot,duur mainframe. In plaats daarvan had ik een vrijstaande computer, die simpelweg op een bureau geplaatst kon worden. Dé fabrikant was toen IBM, maar de meesten kochten een zgn. IBM-kloon, want die waren goedkoper; in mijn geval een Commodore. A:- en B:-schijven Zo’n personal computer was voorzien van twee diskettestations, de A:-schijf en de B:-schijf. Het formaat van zo’n diskette – ook floppy(disk) genoemd – was toen 5 3/4 inch en de opslagcapaciteit maar liefst 360 kilobyte. Op de diskette in het A:-station stond het programma, bijvoorbeeld het tekstverwerkingsprogramma Microsoft Word (zie mijn artikel van 29 juli 2013, ook voor een afbeelding van zo’n floppy). De bestanden die je daarmee maakte, werden weggeschreven op een diskette in het B:-station. Met zo’n pc kon je in eerste instantie redelijk uit de voeten, vooral omdat het gebruik van digitale afbeeldingen toen totaal nog niet aan de orde was. Pas enkele jaren later werd de pc voorzien van een harde schijf, in het begin met een capaciteit van 10 megabyte. Dat werd toen de C:-schijf en die is tot op de dag van heden nog op pc’s terug te vinden, zij het met veel meer opslagcapaciteit (200 gigabyte op mijn laptop).
  • Diskettes, ook de kleinere van 3,5 inch van latere datum, zijn inmiddels geheel van het toneel verdwenen en daarmee verdwenen ook de A:- en B:-schijven van de computer. De feestneus van Toon Hermans is nog steeds onmisbaar als je naar een “feesie” gaat, maar de A:-schijf dient geen enkel doel meer (evenmin als de B:-schijf). Vraag: welk (computer)boek neem jij mee naar een onbewoond eiland?
  • NAAR JE LICHAAM LUISTEREN Ficus 25 november 2013 Op mijn kantoor staat een ficus, die mij leerde om naar mijn lichaam te luisteren. Ik geef die les graag door. Sinds kort staat op mijn kantoor een ficus, een jong plantje, geënt op een onderstammetje, in een pot ‘opde-groei’ – een bonsai-lookalike. De plant is in de vensterbank gezet zonder dat mij ernaar gevraagd is. Maar ik deel mijn kamer met een collega en bovendien schijnt een plant goed te zijn voor de atmosfeer in de ruimte, dus: ”Laat gaan!” Temeer, omdat ik er qua verzorging geen omkijken naar heb. Ik vind het een beetje decadent, maar mijn – eigenlijk moet ik zeggen: onze plant wordt verzorgd door een speciale indoor-hovenier, ingehuurd door mijn werkgever. Op gezette tijden komt hij langs met een gieter en een snoeischaar. Naar je lichaam luisteren! Enkele weken geleden, de wintertijd was allang begonnen, kwam onze tuinman weer langs met de gieter. Ik vroeg hem, eerder om een gesprekje aan te knopen dan uit werkelijke belangstelling: “Hoe ver groeit die plant nog door?” - De komende weken gaat het alleen maar minder met die plant. Dat is de tijd van het jaar. Dan komt-ie tot rust. Pas in het voorjaar bot-ie weer uit. En hij vervolgde: “Bij de plant is het niet anders dan bij mens en dier. Die moeten ’s winters ook rustig aan doen. Of althans: dat zouden ze moeten doen. Want wie dat niet doet, luistert niet goed naar zijn lichaam. En dan zie je de gevolgen.” - Wat zijn dan die gevolgen? - Nou, burn-out, hè. Mensen zouden beter naar hun lichaam moeten luisteren en vaker rust moeten nemen. - Ik zal eraan denken, elke keer als ik die plant zie. En dat is dus gewoonlijk tijdens kantoordagen. Maar luister je wel? Ik begrijp die tuinman wel, want ik heb al teveel mensen een burn-out zien krijgen. Volgens mij zijn er twee manieren om rust te nemen: geestelijk en lichamelijk. Soms hebben lichaam en geest beide tegelijk rust
  • nodig. Maar ik ervaar dat geestelijke inspanning prima is te combineren met lichamelijke rust en omgekeerd, dat beide in de juiste mate moeten worden afgewisseld. Het probleem zit voor velen in dat ‘in juiste mate’, het vinden van de balans tussen inspanning en rust. Naar buiten Ik vraag me af in hoeverre dat rust nemen aan een jaargetijde gebonden is. Als beoefenaar van een buitensport (wielrennen) stel ik wél vast, dat je door koud en slecht weer ’s winters minder aan lichamelijke inspanning toekomt dan ’s zomers. En dat je de neiging hebt om het ’s winters maar wat rustiger aan te doen. En dat je moet oppassen dat er tijdens die donkere dagen niet teveel kilootjes bijkomen. Dat alles bevordert de lichamelijke conditie niet echt. Wat me doet denken aan het lied “Built For Comfort” (1959) van Willie Dixon (1915-1992) en bekendgemaakt door Chester ‘Howlin’ Wolf’ Burnett (1910-1976; http://youtu.be/M-qtmZHofMc). Toch dwing ik mezelf om aan het huiselijk comfort niet al teveel toe te geven en ook hartje winter naar buiten te gaan. Voor lichamelijke inspanning, zodat ik er vervolgens ook geestelijk weer tegen kan. Ik hoop dat ik zo de les van de ficus opvolg. Dit keer geen vraag, maar een oproep: luister naar je lichaam en vind de juiste balans tussen inspanning en rust, zowel geestelijk als lichamelijk! Maar reageren mag natuurlijk via het invulveld hieronder (nadat je de voetnoot op de volgende pagina hebt gelezen).
  • Nu we het toch over de tuinman hebben, hieronder een gedicht waaruit blijkt dat het niet altijd volstaat om goed naar je lichaam te luisteren. De tuinman en de dood (1926) Een Perzisch Edelman: Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik! Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood. Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand. Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" – Vanmiddag – lang reeds was hij heengespoed – Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet. "Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, "Hebt gij vanmorgen vroeg mijn knecht gedreigd?" Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't, Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast, Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan, Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan." Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954)
  • PETER SLOTERDIJK Je moet je leven veranderen 2 december 2013 Een fitnesscentrum gaf recentelijk een krantje uit met de titel: "Het beste uit jezelf halen." Anders gezegd: wie iets van zijn leven wil maken, moet oefenen. En niet alleen om lichamelijk fit te blijven. Je moet je leven veranderen In 2009 verscheen "Du muβt dein Leben ändern: Über Anthropotechnik" van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk (“Je moet je leven veranderen: over antropotechniek”). De titel is afkomstig uit een gedicht van Rainer Maria Rilke met de slotregel: "Du muβt dein Leben ändern" (zie hieronder). Het boek gaat over de mens in training, de mens voor wie het verschil tussen volkomen en onvolkomen niet om het even is, die toont dat hij gemotiveerd is tot nieuwe inspanningen en die daarbij zijn aanhankelijkheid aan een comfortabele manier van leven opgeeft. De oefenende mens voert naar een expeditie in de wereld van verticale spanningen, waarbij het opklimmen op de jakobsladder van de volkomenheid wordt gekenmerkt door woorden als heiligheid, voornaamheid, dapperheid, macht, excellentie, overvloed, kennis en verlichting. Om dit te bereiken zijn verschillende oefeningen mogelijk: yoga, atletiek, filosofie, muziek en daden van zelfvermaning, zelfbeproeving en zelfevaluatie. Oefenen vergt ascese. Klassieke voorbeelden van ascese zijn vasten, zware lichamelijke oefeningen en seksuele onthouding. Topsport vergt een specifieke vorm van ascese. Het is opmerkelijk dat na 1900 de atleet opdook in de vorm van een alomvattende sportcultuur, met name in de moderne Olympische Spelen. Voor oprichter De Coubertin vormden die spelen een nieuwe religie: sport splitst de realiteit in gewone en buitengewone situaties. Al oefenend bereiden atleten – de nieuwe clerus – ‘buitengewone situaties’ voor. Het publiek kan – vanuit zijn ‘gewone situatie’ – slecht bewonderend opkijken. Zo schreef columnist Wilfried de Jong in NRC Handelsblad over Epke Zonderland, die op 6 oktober 2013 wereldkampioen werd: “Tijdens zijn oefening aan de rekstok is [hij] onbereikbaar. Epke vliegt in een wolk magnesium, suist vrij door de lucht en wij, dagelijks op de aarde gehouden door de zwaartekracht, zijn hem bijna uit het oog verloren.”
  • RAINER MARIA RILKE: ER IS IMMERS NIETS DAT JOU NIET ZIET. JE MOET ANDERS GAAN LEVEN! Oefening brengt het onmogelijke in beeld. Kafka trekt het oefenen door tot in het absurde met verhalen als “Een verslag voor een academie” en “Een hongerkunstenaar”. Cultuur Toch moet ook de ‘gewone man’ zijn leven veranderen, simpelweg om te kunnen overleven. Uitsterven is immers het meest waarschijnlijke resultaat van de evolutie, overleven is onwaarschijnlijk. Daarom moet het bestaan van de mensen van morgen geheel op oefening zijn gebaseerd – en dat gebeurt in een cultureel bepaalde omgeving. Cultuur is als een basiskamp met een trainer (bijvoorbeeld een goeroe, apostel, filosoof, vakman of professor) en een set voorschriften (ordeningsregels). Je moet je leven veranderen om een goede levensvorm te vinden. Hierbij geldt de ethische norm dat je je om je fouten bekommert en deze, als je je er eenmaal bewust van bent, naar beste weten corrigeert. Mensen die oefenen wordt een 'zegepraal' in het vooruitzicht gesteld, een nastrevenswaardig doel. Dit doel wordt niet van ene op de andere dag (revolutionair) bereikt. Zo heeft het streven naar perfectie zich slechts gaandeweg van monniken (kloosters) uitgebreid naar de hele kerk en – via de Verlichting – naar de hele mensheid. Van eenlingen naar eenieder. Daarbij staat de cultuur – het dressuur-systeem voor het overdragen van regionaal levensbelangrijke cognitieve en morele kenmerken op volgende generaties – er garant voor dat variatie slechts in beperkt mate wordt geaccepteerd. In een cultuur wordt eerst het onwaarschijnlijke in het waarschijnlijke omgezet, het onherhaalbare in het herhaalbare en uitzonderlijke inspanningen in conventies, zodat ze school kunnen maken en tot cultuurverschijnsel worden. De eerste trainers zijn de uitzonderingsmensen (bijvoorbeeld stichters van religies), zelden is sprake van revolutie, meestal slechts van een verandering van gezindheid (‘metanoia’). Of in de terminologie van Sloterdijk: doorgaans een trainerswisseling, zelden een ander oefensysteem. De moderne mens De moderne mens leeft niet simpelweg, maar heeft een leven te leiden. Hij wordt allerwegen opgeroepen om uit zijn eigen ik een project en uit dat project een onderneming te maken. Hij staat voor de opgave om het script van zijn eigen bestaan in een uitvoering, een soort show op het podium om te zetten en daarbij
  • te aanschouwen hoe anderen hem aanschouwen. De moderne mens is de virtuoos, de succeskunstenaar, de ondernemer (de "ik-BV”), in feite elk mens met verreikende voornemens. De moderne mens heeft het oefenende leven een plaats gegeven in de moderne trainings-, onderwijs- en arbeidsmaatschappij. Het sleutelbegrip is 'enhancement', wat zich uit in praktijken als plastische chirurgie, fitness-management, wellness-service en systematische doping. Daarbij wordt gebruik gemaakt van antropotechnieken: het beheersen van apparaten wat in discrete, expliciete en gecontroleerde stappen het gewenste resultaat moet opleveren. Als voorbeeld de school: de moralistische destilleerkolf van de moderne samenleving, oftewel een systeem voor mensenverbetering. Naast het schoolsysteem zijn er hulpmiddelen voor de mens die het leven op deelgebieden veranderen (antropotechnische werking), meestal dingen, zoals de bril, het papier, de reclame en het bankkrediet. Eerst als innovaties die op beperkte schaal worden begroet, daarna breed ingezet en soms misbruikt. Wereldwijde catastrofe Alles wat we tegenwoordig zien, horen en lezen heeft als boodschap: "je moet je leven veranderen,” want het is immers duidelijk dat het zo niet door kan gaan. De enige autoriteit die nu zoiets mag zeggen is ‘de globale crisis’. Zij beroept zich op iets onvoorstelbaars: de wereldwijde catastrofe. De Grote Catastrofe is de godin van deze eeuw. Zij blijft verhuld, maar geeft zich al in tekenen te kennen. De vermaning luidt: verander je leven. Anders zal vroeg of laat de volledige onthulling jullie tonen wat jullie gedurende de tijd van de voortekenen verzuimd hebben. De acteurs op het politieke toneel lijken de tekenen der tijd niet te verstaan: partijen en volkeren beconcurreren elkaar. Maar nu de problemen wereldomvattend zijn, valt het onderscheid tussen vriend en vijand weg. Een cultuur van welbegrepen eigenbelang is noodzakelijk. De ordeningsregels van die cultuur coderen de antropotechnieken met als einddoel: in dagelijkse oefeningen de gewoonten van het gezamenlijk overleven aan te nemen. Vraag: welke ‘oefeningen’ zijn volgens jou nodig om aan de ‘wereldwijde catastrofe’ te ontkomen?
  • Rainer Maria Rilke: “Archaischer Torso Apollos” (1908) Wir kannten nicht sein unerhörtes Haupt, darin die Augenäpfel reiften. Aber sein Torso glüht noch wie ein Kandelaber, in dem sein Schauen, nur zurückgeschraubt, sich hält und glänzt. Sonst könnte nicht der Bug der Brust dich blenden, und im leisen Drehen der Lenden könnte nicht ein Lächeln gehen zu jener Mitte, die die Zeugung trug. Sonst stünde dieser Stein entstellt und kurz unter der Schultern durchsichtigem Sturz und flimmerte nicht so wie Raubtierfelle und bräche nicht aus allen seinen Rändern aus wie ein Stern: denn da ist keine Stelle, die dich nicht sieht. Du muβt dein Leben ändern. Het verhaal “Ein Bericht für eine Akademie” (1917) is online te vinden: http://www.digbib.org/Franz_Kafka_1883/Erzaehlungen (zoek op ‘akademie’ om naar het begin van het verhaal te gaan). Ook het verhaal “Ein Hungerkünstler” (1923) is online beschikbaar: http://web.archive.org/web/20090727113345/http://de.geocities.com/mrhirsch/html/hungerkuenstler/hu 01.htm.
  • AMIBM Vriend van de plant 9 december 2013 ‘Ami’ is Frans voor vriend en ‘BM’ is de afkorting van biobased materialen. AMIBM – vriend van de plant – is daarom een passend acroniem voor het Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM). Dit instituut ging onlangs op Chemelot Campus aan de slag. AMIBM is een initiatief van Universiteit Maastricht (UM) en RWTH Aachen (onder meer via het Institut für Textiltechnik, ITA). Deze universiteiten hebben er drie hoogleraren aangesteld: Rainer Fischer (Molecular Biotechnology), Stefan Jockenhövel (Tissue Engineering & Textile Implants) en Sanjay Rastogi (Polymer Physics). AMIBM doet onderzoek naar de teelt, winning, veredeling en toepassing van hoogwaardige grondstoffen uit de natuur: uit planten of bacteriën worden materialen gewonnen, verwerkt en opgewaardeerd tot biomaterialen met nieuwe of verbeterde eigenschappen voor medische en technische toepassingen. Eigen benadering Doorgaans vormt plantaardig restmateriaal de grondstof voor de (chemische) conversie naar biobased bouwstenen. Uit deze bouwstenen worden vervolgens kunststoffen (van monomeren naar polymeren) of brandstoffen vervaardigd. De eigen benadering van AMIBM zit in de wijze waarop die biobased bouwstenen worden gewonnen. Als het aan AMIBM ligt, worden die namelijk niet (chemisch) geconverteerd, maar gemaakt door de plant zelf! Kortom, in vivo-productie met behulp van energie die door fotosynthese wordt geleverd. Het is zelfs mogelijk niet alleen monomeren, maar ook polymeren te produceren door het veredelen van planten of bacteriën. Hierbij doet AMIBM een beroep op de expertise van het gerenommeerde Fraunhofer Institute for Molecular Biology and Applied Ecology (IME). AMIBM heeft nog wel wat problemen op te lossen. Zo zijn er al bacteriën die biopolymeren, met name zgn. polyhydroxyalkanoaten (PHA’s) produceren; goedkoop te maken én biologisch afbreekbaar. Maar: het is lastig om het kristallisatieproces te controleren, met als eindresultaat polymeren van slechte kwaliteit, die moeilijk zijn te verwerken. AMIBM staat voor de opgave om biobased hulpstoffen te ontwikkelen die dat
  • kristallisatieproces te verbeteren, waardoor die PHA’s gemakkelijker zijn te verwerken en voor bredere toepassingen beschikbaar komen. AMIBM-projecten Veelbelovende projecten van AMIBM zijn: - De verbetering van de kwaliteit en de oogst van paardenbloemen, zodat daaruit op commerciële schaal rubber van hoge kwaliteit kan worden gewonnen. De eerste autobanden uit paardenbloemen zijn er al! - De veredeling van aardappelen, zodat ze zetmeel produceren met hoge gehalten aan amylose, amylopectine en fosfaten. - De veredeling van planten, zodat ze hoogwaardige producten, zoals farmaceutische proteïnen, industriële enzymen, brandstoffen of kleine chemische bouwstenen produceren. - De ontwikkeling van systemen voor verticale landbouw, waarmee landbouw veel efficiënter wordt in verhouding tot het grondgebruik. Denk daarbij aan de overdekte teelt van planten zonder gebruik van teeltaarde in verschillende verdiepingen. - De productie van de biobased brandstof hexanol uit cellulose in restproducten van de reguliere landbouw (zoals stro) door middel van anaerobe fermentatie. Voor die fermentatie moeten micro-organismen worden veredeld. - De productie van vliegtuigbrandstof uit afgassen van de industrie, die kooldioxide, koolmonoxide en waterstof bevatten, eveneens door middel van anaerobe fermentatie. Biomaterialen zijn geschikt voor technische toepassingen, zoals transportmiddelen (denk aan dashboards, transportbanden, airbags en interieurs), gebouwen (bv. gevelpanelen en tapijten) en energie (bv. isolatie). Daarnaast zijn er legio medische toepassingen, zoals voor tissue engineering, medisch textiel, hygiëne en gezondheidsmonitoring. Overigens is niet alleen de paardenbloem een geschikte bron van biomaterialen, er wordt ook gekeken naar tabak en hennep.
  • DE ‘BIOBASED ECONOMY’ ONTWIKKELT ZICH. DE EERSTE AUTOBANDEN UIT PAARDENBLOEMEN ZIJN ER AL! Unieke onderzoeksapparatuur AMIBM bouwt een installatie die biopolymeren tot vezels kan ‘verspinnen’. Daartoe worden polymeren in oplossing gebracht en niet zoals gebruikelijk gesmolten. De hoge temperaturen die met smelten gepaard gaan zijn namelijk schadelijk voor biopolymeren. De machine kan ook vezels uit twee componenten maken (coëxtrusie), waarmee in één vezel de eigenschappen van twee materialen worden gecombineerd. De installatie kan de geproduceerde vezels desgewenst voorzien van een coating die weer nieuwe eigenschappen kan toevoegen. De vezels worden onder ‘GMP condities’ (General Medical Practice) gesponnen, zodat ze geschikt zijn voor klinische toepassingen, zoals implantaten. Kennis-As Limburg AMIBM is een project in de Kennis-As Limburg, waar landbouw, chemie & materialen en medische toepassingen ´omheen draaien´ (zie mijn artikel van 6 mei 2013). De onderzoekinfrastructuur en de samenwerking met het bedrijfsleven – oftewel de combinatie van wetenschappelijke en commerciële oriëntatie – bindt afgestudeerden aan de regio en zorgt voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. De biobased producten en processen die AMIBM ontwikkelt zullen hun toepassing vinden in de medische, technische en consumentensector en zijn daarmee van grote maatschappelijke waarde. Tenslotte draagt AMIBM bij aan de regionale werkgelegenheid: het is de ambitie om in 2021 66 arbeidsplaatsen voor kenniswerkers te bieden. Vraag: wat zijn jouw verwachtingen van de ‘biobased economy’? Volg AMIBM verder via www.amibm.org.
  • SCHEENBEEN Spring maar 16 december 2013 Vier keer in mijn leven kreeg ik een ongeluk. De tweede keer bracht mij dat de liefde voor atlassen bij. ONGEVAL 2 (val van landbouwwagen) De toedracht Ik was vier jaar en ik speelde met buurtkinderen bij de plaatselijke smid – die had je nog in die tijd. We klauterden over allerhande landbouwwerktuigen. Ik wilde van een grote wagen springen en een meisje, hooguit een jaar ouder dan ik, zou me wel even opvangen. Zij maakte dappere vangbewegingen, maar ik pletterde pardoes op de dissel van die wagen. De schade Krijsend van schrik, boosheid (op die trut) en de pijn werd ik naar het ziekenhuis in Assen gebracht. Hier werd mijn been keurig in het gips gezet, want ik had mijn linker scheenbeen gebroken. Latijnse benaming: tibia (botbreuk 2). Het herstel Zes weken lang moest ik binnen zitten. Een timmerman, met wie mijn ouders bevriend waren, maakte voor mij uit blank vurenhout een bureautje-op-maat, waaraan ik kon lezen, knutselen en puzzelen. Na de gestelde tijd ging ik naar het ziekenhuis om het gips te laten verwijderen. Ik schrok mij wezenloos van de enorme schaar waarmee dat moest gaan gebeuren. Ik krijste even hard als toen ik vlak na mijn ongeluk het ziekenhuis werd binnengebracht. Maar de arts drong aan en ik werd van het gips ontdaan. Voordat het zover was, moest ik met mijn moeder in de wachtkamer op mijn beurt wachten. Ik keek om mij heen en zag een oudere meneer zitten. Daarop schalde mijn schrille kinderstem door de doodstille ruimte: "Kijk mam, wat heeft die man 'n dikke kop!"
  • De nasleep Ik ontwikkelde tijdens het herstel een ongelooflijke vaardigheid in het leggen van puzzels. Eentje daarvan was een topografische kaart van Drenthe. Toen is ongetwijfeld de kiem gelegd voor mijn latere liefde voor atlassen, zie het artikel van 27 mei 2013. Ik kan me niet herinneren dat ik dat meisje ooit heb teruggezien. “Je mag nog van geluk spreken, want...” ...Want ik was nog jong en herstelde snel. Vraag: welke ongelukken kun jij je nog van je kinderjaren herinneren? Lees het artikel van 16 september 2013 voor de herinneringen bij mijn eerste botbreuk. Naschrift: Blogposts over twee andere ongelukken worden in 2014 gepubliceerd.
  • THERMENMUSEUM Eigen 'hypocaustum' is goud waard 23 december 2013 Tweeduizend jaar geleden veroverden de Romeinen het tegenwoordige Zuid-Limburg, dat vervolgens ruim vier eeuwen deel uitmaakte van het Romeinse rijk. Tijdens een bezoek aan het Thermenmuseum in Heerlen zag ik hoe het leven van de toenmalige bewoners daardoor ingrijpend veranderde. Veroverd De Romeinen veroverden het gebied tussen Maas en Rijn op de Eburonen. Julius Ceasar (100-44 v. Chr.) maakte korte metten met deze Gallische stam, toen die tegen de Romeinen in opstand kwam onder leiding van hun leider Ambiorix (zijn beeld staat in Tongeren). Aan enkele eeuwen van relatieve rust, de ‘pax romana’, maakten Germaanse stammen in de derde eeuw na Chr. drastisch een einde. Dat ging gepaard met grootschalige plunderingen. Uiteindelijk trokken de Romeinen zich terug en bleef er een ontwrichte samenleving achter. De verovering door de Romeinen bracht veel veranderingen met zich mee, bijvoorbeeld in de landbouwproductie. De Germaanse bevolking was tot de komst van de Romeinen zelfvoorzienend. Aan de noordelijke grens van het Romeinse rijk, langs de Rijn, werden evenwel Romeinse legioenen gestationeerd, zo’n 20.000 soldaten op minder dan 100 kilometer afstand van Zuid-Limburg. Om al die monden te voeden, moest de lokale bevolking veel meer gaan produceren. Dankzij de vruchtbare lössbodem slaagden de boeren van Zuid-Limburg daar wonderwel in.
  • Deze ontwikkeling brengt mij op de filosofie van de Engelse filosoof John Locke (1632-1704). In zijn tijd werden de ‘gemene gronden’, de gemeenschappelijke landbouwgronden van de dorpsgemeenschappen, onteigend door de Engelse landadel. Locke voert als rechtvaardiging daarvan aan dat de wolproductie daardoor toenam (enigszins zoals de landbouwproductie in Zuid-Limburg toenam onder de Romeinse overheersing). Het in bezit nemen van land van wie het braak laat liggen is volgens die gedachtegang rechtvaardig. De landadel bewerkte immers het land en had daarom het recht om dat in bezit te nemen. Hans Achterhuis beschrijft deze filosofie in “De utopie van de vrije markt” (2010) als een soort prelude op het hedendaagse neoliberalisme. In de Romeinse tijd was verovering tijdens een oorlog dé manier om aan bezit te komen – in vergelijking daarmee stond de commercie minder in aanzien. Ik kom hier in een latere blogpost wellicht nog op terug. De vicus (ruraal centrum) Coriovallum (Heerlen) ontstond op het kruispunt van twee hoofdwegen, de Via Belgica (Keulen-Bavay) en de heerweg tussen Trier en de legerplaats Xanten (Aken-Xanten). In het NoordFranse Bavay vertakte de Via Belgica zich, noordwestelijk naar Boulogne en zuidelijk naar Soissons en Reims. Hypocaustum Zuid-Limburg was een aantrekkelijke regio voor de Romeinen, vanwege de vruchtbare lössbodem, het overvloedig aanwezige water en het voorkomen van allerlei soorten natuursteen. Dankzij de ‘pax romana’ komt de regio tot bloei. Landbouw en handel floreren, de bevolking groeit en er ontstaan dorpen en steden, met name Heerlen en Maastricht. In Coriovallum vestigden zich opmerkelijk veel pottenbakkers, die gebruikmaakten van de klei die vlakbij te vinden was. Zij produceerden aardewerk voor de hele regio. De inheemse bevolking neemt typisch Romeinse gebruiken over, wat zich met name uit in de huizenbouw. De Romeinse bouwstijl was compleet anders dan de inheemse stijl die gekenmerkt werd door huizen van vergankelijk materiaal, zoals hout, wilgentenen, leem en riet. De Romeinen hebben een voorkeur voor onvergankelijke materialen: natuursteen, gebakken klei (dakpannen) en beton, dat door de Romeinen werd uitgevonden. In plaats van boerderijen met één grote binnenruimte beschikten Romeinse huizen over verschillende vertrekken, soms voorzien van decoratieve elementen, zoals fresco’s of mozaïekvloeren (de typisch Romeinse ‘villa’). Dit alles in de beste tradities van de Romeinse architect Vitruvius (ca. 85-20 v. Chr.).
  • In Coriovallum ontstond een badhuis, de thermen. Het Thermenmuseum is als een conserverende stolp over de restanten daarvan heen gebouwd. Dit badhuis van 50 bij 50 meter, dat ook een ontmoetingsplek was voor de plaatselijke bevolking, werd uitgerust met een ingenieus systeem voor vloer- en wandverwarming. Dit is het hypocaustum-systeem (zie afbeelding hiernaast). Een verwarmd vertrek heeft twee vloeren. De onderste bestaat uit grote tegels met daarop stapels kleinere tegels. Daarop worden grote tegels gelegd. Zo ontstaat een tweede, zwevende vloer, die met een laag beton wordt afgewerkt. In de muur worden holle pijpen van gebakken klei gemetseld, met daarin gaten. Zo ontstaan kanalen waar warme lucht door stroomt. Het enige dat nog nodig was voor warme voeten (en badwater) was een goed houtskoolvuur. Verandering van spijs doet eten De veranderingen blijven niet beperkt tot de huizenbouw. Ze hebben ook betrekking op religie, rituelen rond de dood, de kleding en het eten. Zo kwamen bij de Germanen vooral peulvruchten, granen, kool en knolgewassen op tafel; rundvlees was populair en wat graan betreft ging de voorkeur uit naar gerst en gierst. De Romeinen introduceerden walnoten, tamme kastanjes, pruimen, eieren, kippenvlees en een heel assortiment kruiden, zoals dille en koriander. Andere etenswaren werden geïmporteerd, zoals olijven, wijn en vijgen. De Romeinen waren dol op varkensvlees en wat granen aangaat hadden ze liever spelt.
  • Recept voor flamingo Ik sluit af – waarschijnlijk net te laat met het oog op Kerst – met een recept uit een Romeins kookboek, dat werd geschreven voor Apicius (wat zoiets betekent als ‘luxe lekkerbek’): Pluk en was de flamingo, bind hem op en leg hem daarna in een ketel. Doe er water, dille en azijn bij. Zodra de flamingo halfgaar is, komt er prei en koriander bij. Doe in een wrijfschaal peper, komijn, koriander, laserwortel, munt en wijnruit. Goed mengen. Voeg azijn en een dadel toe, samen met de flamingobouillon. Giet het kruidenmengsel over de flamingo in de ketel en dien op. Op dezelfde manier kook je een papagaai. Vraag: wie weet een goede poelier? De website van het Thermenmuseum in Heerlen: www.thermenmuseum.nl.
  • Klaas Bos Manager Communications Chemelot Campus B.V. Cycling, Hiking Blues, Jazz, Americana Blogger www.klaasbos.blogspot.com Het staat eenieder vrij om uit deze uitgave te citeren, bronvermelding wordt evenwel op prijs gesteld. Deze uitgave laat zich het beste lezen op een Apple iPad. 2014.