Zondag 22 Maart 2009 Ochtenddienst
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
674
On Slideshare
674
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. “ Wanneer Jezus ons aanziet, gaan onze ogen open” Voorganger: Ds. Van Harten Organist: Dhr. Meinema
  • 2. Lied voor de dienst: Gezang 182 vers 1 en 2 Jezus, leven van ons leven
  • 3.
    • 1
    • Jezus, leven van ons leven,
    • Jezus, dood van onze dood,
    • Gij hebt U voor ons gegeven,
    • Gij neemt op U angst en nood,
  • 4.
    • Gij moet sterven aan uw lijden
    • om ons leven te bevrijden.
    • Duizend, duizendmaal, o Heer,
    • zij U daarvoor dank en eer.
  • 5.
    • 2
    • Gij die alles hebt gedragen,
    • al de haat en al de hoon,
    • die beschimpt wordt en geslagen,
    • Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon,
  • 6.
    • als de minste mens gebonden,
    • aangeklaagd om onze zonde.
    • Duizend, duizendmaal, o Heer,
    • zij U daarvoor dank en eer.
  • 7. “ Wanneer Jezus ons aanziet, gaan onze ogen open” Voorganger: Ds. Van Harten Organist: Johannes de Vries
  • 8. Psalm 42:1,2 Evenals een moede hinde
  • 9.
    • 1
    • Evenals een moede hinde
    • naar het klare water smacht,
    • schreeuwt mijn ziel om God te vinden,
    • die ik ademloos verwacht.
  • 10.
    • Ja, ik zoek zijn aangezicht,
    • God van leven, God van licht.
    • Wanneer zal ik Hem weer loven,
    • juichend staan in zijn voorhoven?
  • 11.
    • 2
    • Tranen heb ik onder 't klagen
    • tot mijn spijze dag en nacht
    • als mijn haters honend vragen:
    • `Waar is God dien gij verwacht?'
  • 12.
    • Ik gedenk hoe ik vooraan
    • in de reien op mocht gaan,
    • om mijn dank Hem op te dragen
    • in zijn Huis op hoogtijdagen.
  • 13. Stil gebed
  • 14. Votum en Groet
  • 15. Verootmoedigingsgebed
  • 16. Gezang 463:1 O Heer die onze Vader zijt
  • 17.
    • 1
    • O Heer die onze Vader zijt,
    • vergeef ons onze schuld.
    • Wijs ons de weg der zaligheid,
    • en laat ons hart, door U geleid,
    • met liefde zijn vervuld.
  • 18. Genadeverkondiging
  • 19. Gezang 463:4 Leg Heer uw stille dauw van rust
  • 20.
    • 4
    • Leg Heer uw stille dauw van rust
    • op onze duisternis.
    • Neem van ons hart de vrees, de lust,
    • en maak ons innerlijk bewust
    • hoe schoon uw vrede is.
  • 21. Wetslezing
  • 22. Gezang 463:5 Dat ons geen drift en pijn verblindt
  • 23.
    • 5
    • Dat ons geen drift en pijn verblindt,
    • geen hartstocht ons verwart.
    • Maak Gij ons rein en welgezind,
    • en spreek tot ons in vuur en wind,
    • o stille stem in 't hart.
  • 24. Gebed
  • 25. Kinderlied Je hoeft niet bang te zijn
  • 26.
    • Je hoeft niet bang te zijn,
    • al gaat de storm tekeer.
    • Leg maar gewoon je hand,
    • in die van onze Heer.
  • 27.
    • Je hoeft niet bang te zijn,
    • als oorlog komt of pijn.
    • De Heer zal als een muur
    • rondom je leven zijn.
  • 28.
    • Je hoeft niet bang te zijn,
    • al gaan de lichten uit.
    • God is er en Hij blijft,
    • als jij je ogen sluit.
  • 29. Psalm 51:1-15
  • 30.
    • 1 Voor de koorleider. Een psalm van David, 2 toen de profeet Natan bij hem gekomen was, nadat hij tot Batseba was gekomen. 3 Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid,
    • delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid;
    • 4 was mij geheel van mijn ongerechtigheid,
    • reinig mij van mijn zonde.
    • 5 Want ik ken mijn overtredingen,
    • mijn zonde staat bestendig vóór mij.
  • 31.
    • 6 Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd,
    • en gedaan wat kwaad is in uw ogen,
    • opdat Gij rechtvaardig blijkt in uw uitspraak,
    • zuiver in uw gericht.
    • 7 Zie, in ongerechtigheid ben ik geboren,
    • in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.
    • 8 Zie, Gij wilt waarheid in het verborgene,
    • in het geheim maakt Gij mij wijsheid bekend.
    • 9 Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein,
    • was mij, dan ben ik witter dan sneeuw;
    • 10 doe mij blijdschap en vreugde horen,
    • laat het gebeente dat Gij verbrijzeld hebt, weer jubelen.
  • 32.
    • 11 Verberg uw aangezicht voor mijn zonden,
    • delg al mijn ongerechtigheden uit.
    • 12 Schep mij een rein hart, o God,
    • en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest;
    • 13 verwerp mij niet van uw aangezicht,
    • en neem uw heilige Geest niet van mij;
    • 14 hergeef mij de blijdschap over uw heil,
    • en laat een gewillige geest mij schragen.
    • 15 Dan zal ik overtreders uw wegen leren,
    • opdat zondaars zich tot U bekeren.
  • 33. Psalm 51:1 Ontferm U God, ontferm U, hoor mijn klacht
  • 34.
    • 1
    • Ontferm U God, ontferm U, hoor mijn klacht,
    • ik roep tot U, vergeef, vergeef mijn zonden.
    • Herstel mijn hart, zie, hoe het is geschonden.
    • Door eigen schuld verzink ik in de nacht.
  • 35.
    • Wees mij nabij naar uw barmhartigheid,
    • reinig mij door uw diepe mededogen.
    • Om al mijn kwaad kwelt zich mijn hart en schreit,
    • mijn zonden staan mij dagelijks voor ogen.
  • 36. Lucas 22:54-62
  • 37.
    • 54 Toen zij Hem gevangengenomen hadden, voerden zij Hem weg en leidden Hem naar het huis van de hogepriester. En Petrus volgde van verre. 55 Toen zij een vuur hadden aangelegd, midden in de hof, en bij elkander zaten, ging Petrus tussen hen in zitten. 56 En bij het licht van het vuur zag een slavin hem zitten en zij keek hem scherp aan en zeide: Ook die was bij Hem! 57 Maar hij loochende het en zeide: Vrouw, ik ken Hem niet!
  • 38.
    • 58 En even daarna zag een ander hem en zeide: Ook gij behoort tot hen! Maar Petrus zeide: Mens, ik niet! 59 En ongeveer een uur later verzekerde een ander en zeide: Inderdaad, ook die man was bij Hem, want hij is een Galileeër! 60 Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt! En terstond, terwijl hij nog sprak, kraaide een haan. 61 En de Here keerde Zich om en zag Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord des Heren, hoe Hij tot hem gezegd had: Eer de haan heden kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen. 62 En hij ging naar buiten en weende bitter.
  • 39. Psalm 51:2 Want tegen U, want tegen U alleen
  • 40.
    • 2
    • Want tegen U, want tegen U alleen
    • heb ik gezondigd. Red mij van het kwade.
    • In diep berouw belijd ik U mijn daden,
    • hoor naar de donkre stem van mijn geween.
  • 41.
    • Ik heb gedaan wat kwaad was in uw oog,
    • ja, ik erken, ik ben uw gunst niet waardig.
    • Gij zetelt in gerechtigheid omhoog,
    • uw woord is waar, uw vonnis is rechtvaardig.
  • 42. Verkondiging “ Wanneer Jezus ons aanziet, gaan onze ogen open”
  • 43. Gezang 183:2,3,4 O hoofd vol bloed en wonden
  • 44.
    • 2
    • O hoofd zo hoog verheven,
    • o goddelijk gelaat,
    • waar werelden voor beven,
    • hoe bitter is uw smaad!
  • 45.
    • Gij, eens in 't licht gedragen,
    • door engelen omstuwd,
    • wie heeft U zo geslagen,
    • gelasterd en gespuwd?
  • 46.
    • 3
    • O Heer uw smaad en wonden,
    • ja alles wat Gij duldt,
    • om mij is het, mijn zonden,
    • mijn schuld, mijn grote schuld.
  • 47.
    • O God ik ga verloren
    • om wat ik heb gedaan,
    • als Gij mij niet wilt horen.
    • Zie mij in liefde aan.
  • 48.
    • 4
    • Houd Gij mij in uw hoede,
    • Gij die uw schapen telt,
    • o bron van al het goede,
    • waaruit mijn leven welt.
  • 49.
    • Gij die mijn ziel wilt laven
    • met liefelijke spijs,
    • Gij overstelpt met gaven
    • tot in het paradijs.
  • 50. Gebeden
  • 51. Collecte
  • 52. Gezang 436:1,5,6 Jezus neemt de zondaars aan
  • 53.
    • 1
    • Jezus neemt de zondaars aan.
    • Roept dit troostwoord toe aan allen
    • die verdwaald, van Hem vandaan,
    • in het donker struiklen, vallen.
    • Hij leert hun zijn wegen gaan:
    • Jezus neemt de zondaars aan.
  • 54.
    • 5
    • Dit vertroost mij, geeft mij moed:
    • Zijn mijn zonden als scharlaken,
    • Hij zal door zijn kostbaar bloed
    • wit als sneeuw mijn leven maken.
    • Hij zal mij terzijde staan:
    • Jezus neemt de zondaars aan.
  • 55.
    • 6
    • Hoe 't geweten spreekt in mij,
    • hoe de wet mij aan wil klagen,
    • Die mij oordeelt, spreekt mij vrij,
    • Hij heeft zelf mijn schuld gedragen,
    • en mijn zonden weggedaan:
    • Jezus neemt de zondaars aan.
  • 56. Zegen Gezang 456:3
  • 57.
    • Amen, amen, amen!
    • Dat wij niet beschamen
    • Jezus Christus onze Heer,
    • amen, God, uw naam ter eer!
  • 58.