• Like
Worstelen om een zegen
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

Worstelen om een zegen

  • 81 views
Published

Voorganger dhr Kamphuis …

Voorganger dhr Kamphuis
organist mevr Dieve

Published in Spiritual
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
81
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Welkom Voorganger dhr Kamphuis organiste mevr DieverThema: “Worstelen om een zegen”.
  • 2. Opw 334Heer Uw licht en Uw liefde schijnen.
  • 3. Heer, uw licht en uw liefde schijnen,waar U bent zal de nacht verdwijnen.Jezus, licht van de wereld, vernieuwons. Levend Woord, ja uw waarheid bevrijdt ons. Schijn in mij, schijn door mij.
  • 4. Refrein Kom, Jezus kom, vul dit land met uw heerlijkheid.Kom Heilge Geest stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.
  • 5. Heer, k wil komen in uw nabijheid. Uit de schaduwen in uw heerlijkheid.Door het bloed mag ik U toebehoren. Leer mij, toets mij, uw stem wil ik horen. Schijn in mij, schijn door mij.
  • 6. Refrein Kom, Jezus kom, vul dit land met uw heerlijkheid.Kom Heilge Geest stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.
  • 7. Staan wij oog in oog met U Heer. Daalt uw stralende licht op ons neer. Zichtbaar, tastbaar wordt U in ons leven. U volmaakt wie volkomen zich geven. Schijn in mij, schijn door mij.
  • 8. Refrein Kom, Jezus kom, vul dit land met uw heerlijkheid.Kom Heilge Geest stort op ons uw vuur. Zend uw rivier, laat uw heil heel de aard vervullen. Spreek, Heer uw woord dat het licht overwint.
  • 9. Welkom Voorganger dhr Kamphuis organiste mevr DieverThema: “Worstelen om een zegen”.
  • 10. Opw 320Er zij aan God de Vader
  • 11. Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 12. Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 13. Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 14. Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 15. Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 16. Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 17. Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 18. Ere zij aan God de Vader (LvdK 255) t. W. Barnard; m. H. Smart
  • 19. Votum en groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer,En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  • 20. Opw 420Geen andere naam dan de naam van Jezus.
  • 21. Refrein: Geen andere naam dan de naam van Jezus,geen andere naam dan de naam van de Heer. Geen andere naam dan de naam van Jezus is waard te ontvangen de glorie en ere, de kracht en de lof in eeuwigheid.
  • 22. Zijn naam is verheven boven heel de aard.Zijn naam is hoger dan de hemel. Zijn naam is verheven boven heel de aard. Geef glorie en eer Hem en prijs nu zijn naam.
  • 23. Refrein: Geen andere naam dan de naam van Jezus,geen andere naam dan de naam van de Heer. Geen andere naam dan de naam van Jezus is waard te ontvangen de glorie en ere, de kracht en de lof in eeuwigheid.
  • 24. Gebed
  • 25. Opw 148Gods volk wordt uitgeleid
  • 26. Gods volk wordt uitgeleid (EL 195) t. & m. S. Dauerman, G.S. Rubin
  • 27. Gods volk wordt uitgeleid (EL 195) t. & m. S. Dauerman, G.S. Rubin
  • 28. Gods volk wordt uitgeleid (EL 195) t. & m. S. Dauerman, G.S. Rubin
  • 29. Gods volk wordt uitgeleid (EL 195) t. & m. S. Dauerman, G.S. Rubin
  • 30. Lezen Gen. 32 (HSV)
  • 31. 1 Ook Jakob ging zijns weegs en engelen van God ontmoetten hem. 2 Toen hij hen zag, zei Jakob: Dit is eenleger van God! Daarom gaf hij die plaats de naam Mahanaïm. 3 En Jakob stuurde boden voor zich uit naar zijn broer Ezau, naar het land Seïr, het gebied van Edom.
  • 32. 4 Hij gebood hun: Dit moet u zeggentegen mijn heer, tegen Ezau: Dit zegt uw dienaar Jakob: Ik heb als vreemdeling bij Laban gewoond en heb mij daar tot nu toe opgehouden. 5 Ik heb runderen, ezels, kleinvee, slaven en slavinnen, en ik heb iemand gestuurd om dit aan mijnheer te vertellen, opdat ik genade in uw ogen vind.
  • 33. 6 De boden kwamen terug bij Jakob en zeiden: Wij zijn bij uw broer, bij Ezau, aangekomen, en nu komt hij u tegemoet, met vierhonderd man bij zich.7 Toen werd Jakob erg bevreesd en het benauwde hem. Hij verdeelde de mensen die bij hem waren, hetkleinvee, de runderen en de kamelen in twee kampen,
  • 34. 8 want hij zei: Als Ezau bij het ene kamp aankomt en het verslaat, dan kan het overgebleven kamp ontkomen.9 Verder zei Jakob: God van mijn vader Abraham, en God van mijn vader Izak,HEERE, Die tegen mij gezegd hebt: Keerterug naar uw land en uw familiekring, en Ik zal u weldoen –
  • 35. 10 ik ben te onbeduidend voor al de blijken van goedertierenheid en al de trouw die U Uw dienaar bewezen hebt. Immers,slechts met mijn staf ben ik de Jordaan hier overgestoken en nu ben ik tot twee kampen uitgegroeid!11 Red mij toch uit de hand van mijn broer,uit de hand van Ezau; want ik ben bevreesdvoor hem; anders zal hij komen en mij en de moeders samen met hun kinderen neerslaan!
  • 36. 12 U hebt immers gezegd: Ik zal u zékerweldoen en Ik zal uw nageslacht makenals het zand van de zee, dat vanwege de menigte niet geteld kan worden!13 Hij overnachtte daar die nacht; en hij nam een deel van wat in zijn bezit gekomen was als geschenk voor zijn broer Ezau:
  • 37. 14 tweehonderd geiten en twintig bokken, tweehonderd ooien en twintig rammen,15 dertig zogende kamelen met hun veulens, veertig koeien en tien stieren, twintig ezelinnen en tien ezels. 16 Vervolgens gaf hij ze in de hand van zijn dienaren, elke kudde apart; en hij zei tegen zijn dienaren: Steek de beek over, voor mij uit, en houd afstand tussen de kudden.
  • 38. 17 En hij gebood de eerste: Als mijn broer Ezau u tegenkomt en u vraagt: Van wie bent u? En waar gaat u heen? En van wie is deze kudde die u voor u uit drijft? 18 dan moet u zeggen: Dat is een geschenk van uw dienaar Jakob,gestuurd aan mijn heer Ezau; zie, hijzelf komt ook achter ons aan!
  • 39. 19 En hij gebood ook de tweede, de derde en allen die achter de kuddenliepen: U moet op dezelfde manier tot Ezau spreken zodra u hem aantreft. 20 En u moet ook zeggen: Zie, uw dienaar Jakob komt achter ons aan! Want hij zei: Ik zal hem gunstig stemmen met dit geschenk, dat vóór mij uit gaat;
  • 40. daarna zal ik hem onder ogen komen. Misschien zal hij mij ter wille zijn. 21 Zo stak het geschenk de beek over,voor hem uit; hijzelf echter overnachtte die nacht in het kamp. 22 Diezelfde nacht stond hij op,
  • 41. nam zijn twee vrouwen, zijn twee slavinnen en zijn elf kinderen, en stakde doorwaadbare plaats van de Jabbok over.23 Hij nam hen mee en liet hen de beek oversteken. Alles wat hij had, liet hij oversteken.
  • 42. Pniël 24 Maar Jakob bleef alleen achter, eneen Man worstelde met hem, totdat de dageraad aanbrak.25 En toen de Man zag dat Hij hem niet kon overwinnen, raakte Hij zijn heupgewricht aan, zodat het heupgewricht van Jakob ontwricht raakte toen Hij met hem worstelde.
  • 43. 26 En Hij zei: Laat Mij gaan, want dedageraad is aangebroken. Maar hij zei: Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent. 27 En Hij zei tegen hem: Wat is uw naam? En hij antwoordde: Jakob.28 Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël,
  • 44. want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.29 Jakob vroeg daarop: Vertel mij tochUw Naam. En Hij zei: Waarom vraagt unaar Mijn Naam? En Hij zegende hem daar. 30 En Jakob gaf die plaats de naam Pniël.
  • 45. Want, zei hij, ik heb God gezien vanaangezicht tot aangezicht, en mijn leven is gered.31 En de zon ging over hem op, toen hij door Pniël gegaan was; hij ging echter mank aan zijn heup.
  • 46. Daarom eten de Israëlieten tot op deze dag de heupspier niet, die zich boven het heupgewricht bevindt, omdat Hij het heupgewricht van Jakob bij de heupspier had aangeraakt.
  • 47. Opw 124Ik bouw op U
  • 48. Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 49. Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 50. Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 51. Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 52. Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 53. Ik bouw op U (EL 246) t, anoniem; m. J. Sibelius
  • 54. Worstelen om een zegen.
  • 55. Opw 377Wat de toekomst ….
  • 56. Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand; moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land.Leer mij volgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed!Leer mij slechts het heden dragen met een rustig kalme moed!.
  • 57. Heer, ik wil uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet. Zalig hij, die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet.Schijnen mij uw wegen duister, zie, ik vraag U niet: waarom?Eenmaal zie ik al uw luister als ik in de hemel kom.
  • 58. Laat mij niet mijn lot beslissen: zo ik mocht, ik durfde niet.Ach, hoe zou ik mij vergissen, als Gij mij de keuze liet! Wil mij als een kind behandlen, dat alleen de weg niet vindt: neem mijn hand in uwe handen en geleid mij als een kind.
  • 59. Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand,loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land.
  • 60. Dankgebed
  • 61. Collecte1ste st Mensenkinderen 2 de eigen gemeente
  • 62. Opw 602Vrede van God
  • 63. Vrede van God (Opw 602) t. & m. J. Bronsveld
  • 64. Vrede van God (Opw 602) t. & m. J. Bronsveld
  • 65. Vrede van God (Opw 602) t. & m. J. Bronsveld
  • 66. Zegen3 x amen