Oude jaarsdienst

248 views

Published on

Voorganger dhr Kamphuis
organist dhr Pesman
luister mee via www.kerknoordwolde.nl

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
248
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Oude jaarsdienst

  1. 1. Welkom Voorganger dhr Kamphuis organist dhr Pesman Thema: “Oudejaarsdienst”
  2. 2. VDD JdH 569 Heer, wees mijn Gids op heel mijn levenspad
  3. 3. Heer, wees mijn Gids op heel mijn levenspad, Wees Gij mijn Gids Wijs mij de weg naar Sions gouden stad, Wees Gij mijn Gids Blijf dicht mij bij, ga stap voor stap mij voor, Dan ben 'k gerust en veilig volg 'k Uw spoor.
  4. 4. 'k Was vroeger blind en dwaalde van het pad, want 'k had geen Gids Verdwaalde ik af, totdat ik ernstig bad: 'Wees Gij mijn Gids.' Hij heeft 't verhoord, 'k ben nu verheugd en blij, Want Jezus kwam en nu is 't Licht voor mij.
  5. 5. Nu aan Zijn hand, dwaal 'k nimmer van de weg, Hij is mijn Gids 't Zij door moeras of wel langs struik en heg, leidt mij mijn Gids Licht, vriend'lijk licht stroomt van Zijn aangezicht, 'k houd daarom steeds mijn oog op Hem gericht.
  6. 6. Welkom Voorganger dhr Kamphuis organist dhr Pesman Thema: “Oudejaarsdienst”
  7. 7. JdH 140 Ik zie een poort wijd open staan
  8. 8. Ik zie een poort wijd open staan (JdH 140) t. M.S. Bromet; m. S.J. Vail
  9. 9. Ik zie een poort wijd open staan (JdH 140) t. M.S. Bromet; m. S.J. Vail
  10. 10. Ik zie een poort wijd open staan (JdH 140) t. M.S. Bromet; m. S.J. Vail
  11. 11. Ik zie een poort wijd open staan (JdH 140) t. M.S. Bromet; m. S.J. Vail
  12. 12. Ik zie een poort wijd open staan (JdH 140) t. M.S. Bromet; m. S.J. Vail
  13. 13. Ik zie een poort wijd open staan (JdH 140) t. M.S. Bromet; m. S.J. Vail
  14. 14. Ik zie een poort wijd open staan (JdH 140) t. M.S. Bromet; m. S.J. Vail
  15. 15. Ik zie een poort wijd open staan (JdH 140) t. M.S. Bromet; m. S.J. Vail
  16. 16. Stil gebed Votum en groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  17. 17. JdH 231 O denk aan het huis bij de Heer
  18. 18. O denk aan het huis bij de Heer (JdH 231) t. C.S. Adama van Scheltema; m. T.C. O’Kane
  19. 19. O denk aan het huis bij de Heer (JdH 231) t. C.S. Adama van Scheltema; m. T.C. O’Kane
  20. 20. O denk aan het huis bij de Heer (JdH 231) t. C.S. Adama van Scheltema; m. T.C. O’Kane
  21. 21. O denk aan het huis bij de Heer (JdH 231) t. C.S. Adama van Scheltema; m. T.C. O’Kane
  22. 22. O denk aan het huis bij de Heer (JdH 231) t. C.S. Adama van Scheltema; m. T.C. O’Kane
  23. 23. O denk aan het huis bij de Heer (JdH 231) t. C.S. Adama van Scheltema; m. T.C. O’Kane
  24. 24. O denk aan het huis bij de Heer (JdH 231) t. C.S. Adama van Scheltema; m. T.C. O’Kane
  25. 25. O denk aan het huis bij de Heer (JdH 231) t. C.S. Adama van Scheltema; m. T.C. O’Kane
  26. 26. Gebed
  27. 27. JdH 60 ‘k ben een koninklijk kind,
  28. 28. 1. 'k Ben een koninklijk kind, door de Vader bemind, En 'k zal wonen in 's Konings paleis. In die stad nooit aanschouwd, met straten van goud; Glorievol als een schoon paradijs.
  29. 29. Refr. 'k Ben een koninklijk kind, door de Vader bemind, En zijn oog rust zo teder op mij! Als de daag'raad straks gloort, de bazuin wordt gehoord, Roept Hij mij om te staan aan zijn zij!
  30. 30. 2. 'k Ben een koninklijk kind, niet slechts dienstknecht of vrind, 'k Ben gekocht met het bloed van mijn Heer! En dat bloed geeft mij recht, meer te zijn dan een knecht, 'k Ben Gods kind, dat verblijdt mij zo zeer.
  31. 31. Refr. 'k Ben een koninklijk kind, door de Vader bemind, En zijn oog rust zo teder op mij! Als de daag'raad straks gloort, de bazuin wordt gehoord, Roept Hij mij om te staan aan zijn zij!
  32. 32. 3. 'k Ben een koninklijk kind, dat zijn vreugd daar in vindt, God te loven met juub'lende stem; Tot ik sta voor de poort, van het hemelse oord, Waar ik zijn zal voor eeuwig met Hem!
  33. 33. Refr. 'k Ben een koninklijk kind, door de Vader bemind, En zijn oog rust zo teder op mij! Als de daag'raad straks gloort, de bazuin wordt gehoord, Roept Hij mij om te staan aan zijn zij!
  34. 34. Lezen 2 Sam. 9 : 1 t/m 13 HSV Edelmoedigheid van David tegenover Mefiboseth
  35. 35. 1 David zei: Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, zodat ik hem goedertierenheid kan bewijzen omwille van Jonathan? 2 Het huis van Saul nu had een dienaar van wie de naam Ziba was. Zij riepen hem bij David. En de koning zei tegen hem: Bent u Ziba? Hij zei: Uw dienaar.
  36. 36. 3 De koning zei: Is er soms nog iemand van het huis van Saul, zodat ik de goedertierenheid van God aan hem kan bewijzen? Toen zei Ziba tegen de koning: Er is nog een zoon van Jonathan, die aan beide voeten verlamd is. 4 De koning zei tegen hem: Waar is hij? En Ziba zei tegen de koning: Zie, hij is in het huis van Machir, de zoon van Ammiël, in Lodebar.
  37. 37. 5 Toen stuurde koning David boden en liet hem uit het huis van Machir halen, de zoon van Ammiël, uit Lodebar. 6 Toen Mefiboseth, de zoon van Jonathan, de zoon van Saul, bij David binnenkwam, wierp hij zich met zijn gezicht ter aardeen boog zich neer. David zei: Mefiboseth! En hij zei: Zie, hier is uw dienaar.
  38. 38. 7 David zei tegen hem: Wees niet bevreesd, want ik zal u zeker goedertierenheid bewijzen omwille van uw vader Jonathan. Ik zal u alle akkers van uw vader Saul teruggeven, en ú zult voortdurend aan mijn tafel de maaltijd gebruiken. 8 Toen boog hij zich en zei: Wat is uw dienaar dat u aandacht schenkt aan een dode hond als ik ben?
  39. 39. 9 Toen riep de koning Ziba, de knecht van Saul, en zei tegen hem: Al wat van Saul en heel zijn huis was, heb ik aan de zoon van uw heer gegeven. 10 Daarom moet u voor hem het land bewerken, u, uw zonen en uw slaven, en u moet hem de opbrengst brengen, zodat de zoon van uw heer voedsel heeft om te eten.
  40. 40. Mefiboseth, de zoon van uw heer, zal voortdurend aan mijn tafel de maaltijd gebruiken. Nu had Ziba vijftien zonen en twintig slaven. 11 En Ziba zei tegen de koning: Overeenkomstig alles wat mijn heer de koning zijn dienaar gebiedt, zo zal uw dienaar doen; Mefiboseth zal aan mijn tafel eten als een van de zonen van de koning.
  41. 41. 12 Mefiboseth had een jonge zoon van wie de naam Micha was. Allen die in het huis van Ziba woonden, waren dienaren van Mefiboseth. 13 Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem, omdat hij voortdurend aan de tafel van de koning at. Hij was kreupel aan zijn beide voeten.
  42. 42. JdH 523 Veilig in Jezus armen
  43. 43. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  44. 44. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  45. 45. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  46. 46. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  47. 47. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  48. 48. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  49. 49. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  50. 50. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  51. 51. Veilig in Jezus’armen (EL 191) t. F. Crosby; m. W.H. Doane; v. Joh. de Heer
  52. 52. “Oudejaarsdienst”
  53. 53. JdH 890 Ieder uur
  54. 54. Ieder uur, ied’re stap brengt ons nader, bij de grens van leven en dood Heeft de Heiland uw paspoort getekend? Met Zijn bloed, dat Hij reddend vergoot
  55. 55. Refr. Nog is het tijd, de Heer geeft gena De toegang is vrij door Golgotha Jezus ging voor, Hij wacht aan de grens Is uw paspoort getekend? O, mens
  56. 56. Gij kunt zelf de tol niet betalen Goud en zilver verliest daar zijn macht Slechts het kruis in uw paspoort geeft toegang tot het land waar de Heiland u wacht
  57. 57. Refr. Nog is het tijd, de Heer geeft gena De toegang is vrij door Golgotha Jezus ging voor, Hij wacht aan de grens Is uw paspoort getekend? O, mens
  58. 58. Het is nu het uur der beslissing Bij de grens reeds begint het gericht O, geloof in de Heiland, uw Redder en Hij voert u naar ’t eeuwige licht
  59. 59. Refr. Nog is het tijd, de Heer geeft gena De toegang is vrij door Golgotha Jezus ging voor, Hij wacht aan de grens Is uw paspoort getekend? O, mens
  60. 60. Gebed
  61. 61. Collecte 1ste jeugdwerk 2de eigen gemeente
  62. 62. JdH 880 – 1, 2 Wat de toekomst brengen
  63. 63. Wat de toekomst brengen moge (LB 913) t. J. van der Waals; m. J. Zundel
  64. 64. Wat de toekomst brengen moge (LB 913) t. J. van der Waals; m. J. Zundel
  65. 65. Wat de toekomst brengen moge (LB 913) t. J. van der Waals; m. J. Zundel
  66. 66. Wat de toekomst brengen moge (LB 913) t. J. van der Waals; m. J. Zundel
  67. 67. Zegening JdH 880 – 3, 4
  68. 68. Wat de toekomst brengen moge (LB 913) t. J. van der Waals; m. J. Zundel
  69. 69. Wat de toekomst brengen moge (LB 913) t. J. van der Waals; m. J. Zundel
  70. 70. Wat de toekomst brengen moge (LB 913) t. J. van der Waals; m. J. Zundel

×