De wijngaard van Nabot

250 views
99 views

Published on

voorganger ds Huitema
organist dhr van der Meulen
luister mee via www.kerknoordwolde

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
250
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

De wijngaard van Nabot

  1. 1. Welkom Voorganger ds Huitema organist dhr van der Meulen Thema: “De Jizreëliet Nabot had een wijngaard…..” Viering Heilig Avondmaal
  2. 2. VDD Opw 392 – 1, 3, 4 Mijn Jezus, ik hou van U
  3. 3. Mijn Jezus, ik hou van U (Opw 392) t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
  4. 4. Mijn Jezus, ik hou van U (Opw 392) t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
  5. 5. Mijn Jezus, ik hou van U (Opw 392) t. & m. A. Gordon; v. E. Zuiderveld-Nieman
  6. 6. Welkom Voorganger ds Huitema organist dhr van der Meulen Thema: “De Jizreëliet Nabot had een wijngaard…..” Viering Heilig Avondmaal
  7. 7. G 13b - 1, 2, 3 De Almachtige is mijn Heer,
  8. 8. D’Almachtige is mijn Herder (LvdK 13b) t. J. van den Vondel; m. A.C. Schuurman
  9. 9. D’Almachtige is mijn Herder (LvdK 13b) t. J. van den Vondel; m. A.C. Schuurman
  10. 10. D’Almachtige is mijn Herder (LvdK 13b) t. J. van den Vondel; m. A.C. Schuurman
  11. 11. D’Almachtige is mijn Herder (LvdK 13b) t. J. van den Vondel; m. A.C. Schuurman
  12. 12. D’Almachtige is mijn Herder (LvdK 13b) t. J. van den Vondel; m. A.C. Schuurman
  13. 13. D’Almachtige is mijn Herder (LvdK 13b) t. J. van den Vondel; m. A.C. Schuurman
  14. 14. Stil gebed Votum en groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  15. 15. Lezen: iets over de betekenis van het avondmaal.
  16. 16. Gemeente van Christus, hoort wat de apostel Paulus heeft geschreven over de instelling van het avondmaal. “In de nacht waarin de Here Jezus werd overgeleverd, nam Hij een brood, sprak de dankzegging uit, brak het en zei:
  17. 17. dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zei: deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed; doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis.
  18. 18. Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.” Daarom willen wij, broeders en zusters ( lieve kinderen), het brood eten en de wijn drinken uit dankbaarheid jegens Hem die voor ons gestorven is.
  19. 19. Wij geloven dat we door de Heilige Geest echte gemeenschap met Hem hebben en nu al het kindschap en het eeuwige leven hebben ontvangen. Wij zijn met God verzoend en hebben vrede. Laten wij dan in waarachtig broederlijke liefde met elkaar verbonden zijn. Dat onze hemelse Vader ons mag bijstaan, leiden en verblijden. Amen.
  20. 20. Gebed
  21. 21. Nodiging: “Laten wij onze harten openen voor het werk van Christus en geloven dat Hij ons voedt en onze dorst lest, wanneer wij brood en wijn tot ons nemen. Het is de Heilige Geest die dit bewerkstelligt. Komt nu, want alle dingen zijn gereed.”
  22. 22. De viering van de maaltijd.
  23. 23. G 358 – 4, 5 Wie geeft het brood, dat …
  24. 24. Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet (LvdK 358) t. P.D. Kuiper; m. W.H. Monk
  25. 25. Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet (LvdK 358) t. P.D. Kuiper; m. W.H. Monk
  26. 26. Gebed
  27. 27. Lezen 1 Koningen 21 : 1 t/m 16 en 2 Petrus 1 : 1 t/m 11
  28. 28. 1 Hierna gebeurde het volgende. De Jizreëliet Nabot had een wijngaard, te Jizreël gelegen naast het paleis van Achab, de koning van Samaria. 2 En Achab sprak tot Nabot: Geef mij toch uw wijngaard, opdat hij mij tot moestuin zij, want hij ligt vlak naast mijn huis; dan zal ik u een betere wijngaard daarvoor in de plaats geven, of, indien gij dit liever hebt,
  29. 29. wil ik u het geld van de koopprijs geven. 3 Doch Nabot zeide tot Achab: Daarvoor beware mij de HERE, dat ik de erfenis van mijn vaderen aan u zou geven. 4 Toen kwam Achab in zijn huis, gemelijk en toornig over het woord dat de Jizreëliet Nabot tot hem had gesproken,
  30. 30. namelijk dat hij gezegd had: Ik zal u de erfenis van mijn vaderen niet geven. En hij legde zich neer op zijn bed, keerde zijn gezicht om en wilde niets eten. 5 Daarop kwam zijn vrouw Izebel bij hem en sprak tot hem:
  31. 31. Waarom zijt gij zo gemelijk gestemd, dat gij niets eten wilt?6 Toen sprak hij tot haar: Ik heb met de Jizreëliet Nabot gesproken en tot hem gezegd: geef mij toch uw wijngaard voor geld, of, indien gij dat liever hebt, wil ik u er een wijngaard voor in de plaats geven. Maar hij zeide: ik geef u mijn wijngaard niet.
  32. 32. 7 Daarop zeide zijn vrouw Izebel tot hem: Gij oefent nu eens koninklijke macht uit over Israël! Sta op en eet, laat uw hart vrolijk zijn; ik zal u de wijngaard van de Jizreëliet Nabot geven. 8 Toen schreef zij brieven in naam van Achab, verzegelde die met zijn zegel en zond de brieven aan de oudsten en de edelen, die bij Nabot in zijn stad woonden.
  33. 33. 9 In die brieven had zij aldus geschreven: Roept een vasten uit en zet Nabot op de eerste plaats van het volk. 10 Zet voorts twee mannen tegenover hem, nietswaardige lieden, die aldus van hem moeten getuigen: gij hebt God en de koning vaarwel gezegd; voert hem dan naar buiten en stenigt hem, zodat hij sterft.
  34. 34. 11 Toen deden de mannen van zijn stad, de oudsten en de edelen, die in zijn stad woonden, zoals Izebel hun had opgedragen, zoals geschreven stond in de brieven die zij hun gezonden had. 12 Zij riepen een vasten uit en zij zetten Nabot op de eerste plaats van het volk.
  35. 35. 13 Daarop kwamen de twee mannen, nietswaardige lieden, gingen tegenover hem zitten, en deze nietswaardige lieden getuigden van Nabot ten overstaan van het volk aldus: Nabot heeft God en de koning vaarwel gezegd. Toen voerden zij hem buiten de stad en wierpen stenen op hem, zodat hij stierf.
  36. 36. 14 Vervolgens zonden zij aan Izebel bericht: Nabot is gestenigd, hij is dood. 15 Zodra Izebel hoorde, dat Nabot gestenigd en dood was, zeide Izebel tot Achab: Sta op, neem de wijngaard van de Jizreëliet Nabot in bezit, die hij weigerde u voor geld te geven, want Nabot is niet meer in leven, maar hij is dood.
  37. 37. 2 Petrus 1 : 1 t/m 11 1 Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen, die een even kostbaar geloof als wij hebben verkregen door de gerechtigheid van onze God en Heiland, Jezus Christus: 2 genade en vrede worde u vermenigvuldigd door de kennis van God en van Jezus, onze Here.
  38. 38. 3 Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; 4 door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
  39. 39. 5 Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door de deugd de kennis,6 door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, 7 door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde (jegens allen).
  40. 40. 8 Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Here Jezus Christus. 9 Want bij wie zij niet zijn, die is verblind in zijn bijziendheid, daar hij de reiniging van zijn vroegere zonden heeft vergeten.
  41. 41. 10 Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.11 Want zó zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus.
  42. 42. Opw 333 Heer, U bent El Elohim. 2x
  43. 43. Heer, U bent El Elohim. Daarom kom ik tot U. Heer, U bent El Elohim, ik aanbid U. Toon mij uw glorie, toon mij wie U bent. Toon mij uw glorie. 'k Wil U kennen, Heer.
  44. 44. “De Jizreëliet Nabot had een wijngaard…..”
  45. 45. P 68 – 2, 3 Draag op een lied, aan Hem gewijd
  46. 46. Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  47. 47. Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  48. 48. Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  49. 49. Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  50. 50. Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  51. 51. Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  52. 52. Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  53. 53. Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  54. 54. Gebeden
  55. 55. Collecte 1ste diaconie 2de eigen gemeente
  56. 56. Opw 428 / ELB 203 Genade zo oneindig groot
  57. 57. Genade, zo oneindig groot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
  58. 58. Genade, zo oneindig groot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
  59. 59. Genade, zo oneindig groot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
  60. 60. Genade, zo oneindig groot (EL 203) v. E.Zuiderveld-Nieman, m. J.Newton
  61. 61. Zegen 3 x amen

×