2013 01 12 19.30 uur

246 views
109 views

Published on

Ds. Wiekeraad Uelsen

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
246
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

2013 01 12 19.30 uur

  1. 1. Lied voor de dienst ELB 212: 1 en 2
  2. 2. Heer wat een voorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  3. 3. Heer wat een voorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  4. 4. Heer wat een voorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  5. 5. Heer wat een voorrecht (EL 212) t. & m. W.J. en B. Gaither; v. H. Lieberton
  6. 6. Voorganger: Ds. Wiekeraad Organist: Klaas Pesman
  7. 7. Zingen Ps. 24: 1
  8. 8. Psalm 24 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  9. 9. Psalm 24 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  10. 10. Votum en groet Zingen Ps. 24: 4,5
  11. 11. Psalm 24 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  12. 12. Psalm 24 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  13. 13. Psalm 24 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  14. 14. Psalm 24 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1542/1543
  15. 15. Lezen: Gen. 37: 12 t/m 18
  16. 16. Eens waren zijn broeders heengegaan om de schapen van hun vader bij Sichem te weiden. 13 Toen zeide Israël tot Jozef: Uw broeders weiden immers bij Sichem? Kom, ik wil u tot hen zenden. En hij zeide tot hem: Hier ben ik.
  17. 17. 14 Verder zeide hij tot hem: Ga toch en doe onderzoek naar de welstand van uw broeders en naar de welstand van de schapen en breng mij bescheid. En hij liet hem gaan uit het dal van Hebron en hij kwam te Sichem.
  18. 18. 15 Toen hij nu in het veld omdoolde, trof hem een man aan, die hem vroeg: Wat zoekt gij? 16 En hij zeide: Ik zoek mijn broeders; vertel mij toch, waar zij weiden.
  19. 19. 17 Daarop zeide die man: Zij zijn van hier opgebroken, want ik heb hen horen zeggen: Laten wij naar Dotan gaan. Toen ging Jozef zijn broeders achterna en hij trof hen aan te Dotan.
  20. 20. 18 En zij zagen hem van verre. Maar voordat hij bij hen gekomen was, smeedden zij een aanslag tegen hem om hem te doden.
  21. 21. Lezen: 2 Koningen 6: 8-17
  22. 22. Elisa’s optreden in de oorlog tegen Aram 8 De koning van Aram was in oorlog met Israël. Hij beraadslaagde met zijn dienaren: Op die en die plaats zal mijn legerkamp zijn.
  23. 23. 9 Maar de man Gods zond aan de koning van Israël de boodschap: Neem u in acht niet langs die plaats te trekken, want de Arameeërs zijn daarheen afgedaald.
  24. 24. 10 De koning van Israël zond dan mannen naar de plaats die de man Gods hem genoemd en waarvoor hij hem gewaarschuwd had, zodat hij zich daar in acht kon nemen, en dat niet slechts een- of tweemaal.
  25. 25. 11 En het hart van de koning van Aram werd hierover verontrust; hij ontbood zijn dienaren en zeide tot hen: Kunt gij mij niet meedelen, wie van de onzen op de hand van de koning van Israël is?
  26. 26. 12 Doch een van zijn dienaren zeide: Neen, mijn heer de koning, maar Elisa, de profeet in Israël, deelt aan de koning van Israël de woorden mee, die gij in uw slaapkamer spreekt.
  27. 27. 13 Toen zeide hij: Gaat en ziet, waar hij is; dan zal ik hem laten gevangennemen. Nadat hem gemeld was; Zie, hij is te Dotan, 14 zond hij daarheen paarden en wagens, een sterk leger; zij kwamen des nachts en omsingelden de stad.
  28. 28. 15 Toen de dienaar van de man Gods des morgens vroeg opstond en naar buiten trad, zie, een leger omringde de stad, zowel paarden als wagens. En zijn knecht zeide tot hem: Ach, mijn heer! wat moeten wij doen?
  29. 29. 16 Maar hij zeide: Vrees niet, want zij, die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn. 17 Toen bad Elisa: HERE, open toch zijn ogen, opdat hij zie.
  30. 30. En de HERE opende de ogen van de knecht en hij zag en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elisa.
  31. 31. Lezen: Joh. 10:14-16
  32. 32. 14 Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.
  33. 33. 15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
  34. 34. 16 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn,
  35. 35. Zingen: Gez.119: 1,2,4
  36. 36. Richt op uw macht (LvdK 119) t. T. Naastepad; m. Genève 1551
  37. 37. Richt op uw macht (LvdK 119) t. T. Naastepad; m. Genève 1551
  38. 38. Richt op uw macht (LvdK 119) t. T. Naastepad; m. Genève 1551
  39. 39. Verkondiging
  40. 40. Zingen: Gez. 117: 1,5
  41. 41. Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  42. 42. Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  43. 43. Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  44. 44. Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  45. 45. Geloofsbelijdenis
  46. 46. Zingen: Gez.291: 1,2
  47. 47. Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten (LvdK 291) t. H. van Alphen; m. Genève 1562
  48. 48. Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten (LvdK 291) t. H. van Alphen; m. Genève 1562
  49. 49. Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten (LvdK 291) t. H. van Alphen; m. Genève 1562
  50. 50. Nooit kan ‘t geloof te veel verwachten (LvdK 291) t. H. van Alphen; m. Genève 1562
  51. 51. Gebeden
  52. 52. Collecte: 1: Stichting Mensenkinderen 2: Kerk
  53. 53. Slotzang: Gez. 296: 1-2
  54. 54. Ik kom met haast (LvdK 296) t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
  55. 55. Ik kom met haast (LvdK 296) t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
  56. 56. Ik kom met haast (LvdK 296) t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
  57. 57. Ik kom met haast (LvdK 296) t. Chr. Blumhardt; v. E.L. Smelik; m. S. Gastorius (?)
  58. 58. Zegen Amen, amen, amen Dat wij niet beschamen Jezus Christus, onze Heer Amen, God Uw naam ter eer.
  59. 59. Gezegende week toegewenst

×