Ppt welbevinden & betrokkenheid

2,202 views
2,278 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,202
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
28
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Ppt welbevinden & betrokkenheid

  1. 1. ERVARINGSGERICHT WERKEN WELBEVINDEN & BETROKKENHEID
  2. 2. FOCUS OP WELBEVINDEN EN BETROKKENHEID
  3. 3. WELBEVINDEN • een toestand waarin iemand zich bevindt • er wordt aan de basisbehoeftes voldaan • zich goed voelen
  4. 4. WELBEVINDEN OPDRACHT • bekijk volgend filmpje • detecteer de momenten van betrokkenheid • lijst de kenmerken van betrokkenheid op
  5. 5. BASISBEHOEFTES 1. lichamelijke behoefte 2. behoefte aan affectie 3. behoefte aan veiligheid, duidelijkheid, continuïteit 4. behoefte aan erkenning 5. behoefte om zich als kundig te ervaren 6. behoefte aan zingeving
  6. 6. SIGNALEN VAN WELBEVINDEN Genieten en Plezier beleven  kinderen glunderen  kinderen babbelen spontaan  kinderen lachen  kinderen doen gek  kinderen zingen … Marie zit samen met Lore in een boekje te kijken. Ze zitten dicht naast elkaar, gezellig op de kussens. Marie draait de bladzijden om, om beurten duiden ze iets aan op de prenten en benoemen ze het. Af en toe zijn ze stilletjes aan het giechelen. Ze genieten.
  7. 7. SIGNALEN VAN WELBEVINDEN Ontspanning en innerlijke rust  kinderen lijken ontspannen (niet verkramp of gespannen)  kinderen voelen zich op hun gemak  kinderen stralen iets vredig uit … Guust komt met opgewekte pas de opvang binnen. Hij geeft zijn mama nog een kusje, zet zijn tas neer, en haalt er een auto uit om aan de begeleidster te tonen. In zijn enthousiasme rijdt hij er per ongeluk mee tegen de deur. Hij kijkt even op, lacht een beetje, ziet dat de begeleidster niet boos is, en speelt verder.
  8. 8. SIGNALEN VAN WELBEVINDEN Vitaliteit  kinderen hebben een levendige blik  kinderen stralen  kinderen hebben een expressief gezicht  kinderen hebben een trotse houding (neemt ruimte in)  kinderen maakt een fitte indruk (intiatiefrijk) … De sint is langsgekomen in de opvang, en Floor kan haar ogen niet geloven. Ze kijkt met grote ogen naar de tafel waarop de nieuwe verkleedkleren liggen. Ze vraagt aan de begeleider of ze dat van Sneeuwwitje eens mag aandoen. Ze is helemaal in de wolken, draait ermee in het rond, huppelt naar de spiegel, en bekijkt zichzelf met stralende ogen van top tot teen.
  9. 9. SIGNALEN VAN WELBEVINDEN Openheid  kinderen zijn nieuwsgierig  kinderen nemen initiatief om contact te maken met anderen  kinderen staan open voor nieuwe dingen (situaties, speelgoed, begeleiders,…)  kinderen gaan in op uitnodiging ( zich afsluiten, wegtrekken)  kinderen voelen zich veilig … De onthaalmoeder vertelt dat er vandaag een nieuwe baby naar de opvang komt. Lies is dadelijk kandidaat om voor het kindje te ‘zorgen’. Wanneer de mama met het kindje binnen komt, loopt ze erop af, zegt ze hoe lief ze hem vindt, vraagt ze hoe hij heet, en duwt ze een rammelaar in zijn handjes.
  10. 10. SIGNALEN VAN WELBEVINDEN Spontaniteit, zichzelf zijn  kinderen durven ruimte innemen  kinderen durven zichzelf zijn  kinderen durven zich te tonen  kinderen stellen vragen  kinderen kiezen voor wat ze leuk vinden  kinderen durven ‘neen’ zeggen … Wanneer de moeder van Irene de opvang binnen komt, springt Irene recht van de stoel waarop ze zat rond te kijken, loopt naar de automat, begint al van ver te roepen dat ze met de auto’s heeft gespeeld, loopt achter een ander kind rondjes rond de tafel, en gooit zich dan in de armen van haar mama. De begeleidster staat vol verwondering te kijken naar het schouwspel... zo hebben ze de stille Irene nog nooit gezien.
  11. 11. SIGNALEN VAN WELBEVINDEN Spontaniteit, zichzelf zijn  kinderen durven ruimte innemen  kinderen durven zichzelf zijn  kinderen durven zich te tonen  kinderen stellen vragen  kinderen kiezen voor wat ze leuk vinden  kinderen durven ‘neen’ zeggen … Wanneer de moeder van Irene de opvang binnen komt, springt Irene recht van de stoel waarop ze zat rond te kijken, loopt naar de automat, begint al van ver te roepen dat ze met de auto’s heeft gespeeld, loopt achter een ander kind rondjes rond de tafel, en gooit zich dan in de armen van haar mama. De begeleidster staat vol verwondering te kijken naar het schouwspel... zo hebben ze de stille Irene nog nooit gezien.
  12. 12. VOORWAARDEN VOOR WELBEVINDEN Zelfvertrouwen, een positief zelfbeeld -het kind is weerbaar -het kind is assertief een baby huilt als een ander kind iets afpakt een peuter maakt zich boos als een ander kind met zijn speelgoed speelt en pakt het terug In voeling zijn met zichzelf -voortdurend in contact met eigen ervaringsstroom -emoties vinden onmiddellijk een uitweg -vol functioneren (vrij van opgekropte spanning en emoties) Boris is een stil, teruggetrokken kind. Hij zit vaak in de groep, zonder deel te nemen aan het gebeuren. Wanneer hij op het kussen wil gaan zitten voor het verhaal, duwt Lowie hem weg. Boris gaat wat verderop zitten. Tijdens het eten probeert Maxime voortdurend de stukjes vlees uit Boris zijn bord te halen. Boris laat het gebeuren. Buiten pakt Lander snel de loopfiets die Boris net wou nemen. Boris gaat aan de kant zitten. Wanneer zijn papa Boris komt ophalen, gooit Boris zich op de grond, begint teroepen dat hij zijn jas niet wil aandoen, stampt naar vader, die hem uiteindelijk stevig oppakt, en mee naar huis sleurt.
  13. 13. EEN STELLING In het streven naar welbevinden moeten we oppassen voor verwennerij. We mogen niet aan alles toegeven. Het is zoeken naar een gulden middenweg. We vermijden natuurlijk teveel frustratie maar confronteren kinderen beter al onmiddellijk met het feit dat het leven geen „kermis‟ is.
  14. 14. EEN STELLING Deze stelling klopt niet. -werken aan welbevinden ≠ verwennen ≠ alles geven wat ze vragen -kinderen hebben zelf een taak in werken aan welbevinden basisbehoefte ‘zichzelf als kundig ervaren’ kan een kind alleen zelf tot stand brengen. Complimenten helpen maar het ‘ervaren van je kunde’ is een persoonlijk proces. Kinderen moeten hier zelf EXPLOREREN, INITIATIEF nemen en hun competenties actief inzetten.
  15. 15. BELANG VAN WELBEVINDEN WB maakt een persoon sterker een kind met een hoog welbevinden vond een manier van omgaan met wereld, die de basisbehoeften bevredigt een voortdurend laag WB leidt tot psychische problemen • gevoelens verdringen, vervreemden van zichzelf • aantasting van zelfvertrouwen • onaangepast gedrag (hangerig, angstig, agressief, huilerig,…) • terugval in ontwikkeling • … PAS OP : niet elke frustratie leidt tot een emotioneel probleem !
  16. 16. BETROKKENHEID Clara (19 md) speelt met de Duplo. Ze neemt het bedje en zoekt de pop om erin te leggen. ‘Baby? Baby?’, roept ze. Ze merkt dat ze zelf op de pop zit: ‘Oei!’. Ze moet zich dus verplaatsen om eraan te kunnen. Een hele operatie. Ze voorziet dat ze daarvoor te weinig plaats heeft en op het bedje terecht gaat komen. Daarom duwt ze dat eerst al een beetje verderop. Daarna kijkt ze waar ze haar handen kan neerzetten om van daar recht op haar benen te kunnen staan om de pop te nemen. Gelukt! Ze gaat voorzichtig weer zitten, kijkt even achter zich of daar alles in orde is, en legt de pop in het bed. ‘Oei!’, de beentjes van het mannetje steken nog omhoog. Ze neemt de pop terug uit het bed en probeert de beentjes omlaag te plooien. Dat lukt niet dadelijk. Maar ze geeft niet op, haar tong komt uit haar mondje piepen, er verschijnt een frons in haar voorhoofd, ze zet wat extra kracht, en... gelukt! Pop wordt opnieuw in het bed gelegd. Nu nog een deken. Ze speurt rond in haar omgeving. Gevonden! Verderop, aan de andere kant van de Duplo-blokkendoos: ‘Oei!’. Ze staat voorzichtig recht, kijkt waar ze haar voeten kan zetten, buigt zich over de doos, neemt het dekentje, kijkt achterom om te kijken waar ze kan gaan zitten, en ploft weer op haar billen neer. Net naast het bedje. Ze legt heel nauwkeurig de deken op de baby, en… glimlacht.
  17. 17. BETROKKENHEID Wat zien we in deze casus gebeuren ? Clara spreekt heel wat competenties aan • • • • • • grote motoriek kleine motoriek ruimtelijk voorstellingsvermogen sociale ontwikkeling (omgang met baby’s) zelfsturing … Clara gaat helemaal op in de activiteit • • • • geconcentreerd geboeid gemotiveerd ze overwint obstakels • …
  18. 18. BETROKKENHEID • een psychische toestand waarin iemand zich bevindt • staat garant voor de ontwikkeling van competenties • een hoge intensiteit
  19. 19. STATE OF FLOW Csikszentmihalyi een toestand van hoge betrokkenheid en energie tijd en ruimte vergeten „meegevoerd worden door de stroom‟ motiveert en zet aan tot nieuwe uitdagingen
  20. 20. VOORWAARDEN VOOR EEN FLOW-ERVARING 1. Duidelijke doelstellingen en regels 2. Onmiddellijke, eenduidige feedback 3. Evenwicht uitdaging en vaardigheden 4. Pos. bewustzijnstoestand (zorgeloos) OPDRACHT • • bekijk de voorwaarden om tot een flowervaring te kunnen komen bedenk en omschrijf een activiteit –en de voorwaarden- die hieraan tegemoet kom neem je eigen doelgroep als doelpubliek
  21. 21. BETROKKENHEID OPDRACHT • bekijk volgend filmpje • detecteer de momenten van betrokkenheid • lijst de kenmerken van betrokkenheid op
  22. 22. KENMERKEN VAN BETROKKENHEID • hoge concentratie tijdvergeten bezig zijn • sterke intrinsieke motivatie grote gedrevenheid • openheid voor de omgeving • intense (mentale) activiteit • grote voldoening door bevrediging exploratiedrang • aan de grens van de eigen mogelijkheden
  23. 23. HOGE CONCENTRATIE • • • • duidelijk en opvallend kenmerk gerichte aandacht op de bezigheid afgesloten voor andere prikkels reeds in de eerste levensweken mogelijk
  24. 24. MOTIVATIE • persistentie (= lang in stand blijven) buitenkant : gefocuste houding binnenkant : drijvende kracht  komt voort uit INTRINSIEKE MOTIVATIE echte interesse en fascinatie, oprecht geboeid
  25. 25. INTENSE MENTALE ACTIVITEIT • BT heeft invloed op het waarnemen, het denken en het voorstellingsvermogen - gretig opnemen van prikkels - intense verwerking van die prikkels - hiermee nieuwe ‘betekenis’ construeren • betekenissen worden intens ervaren zintuigelijke ervaringen, redeneringen, woorden, begrippen, … • de hersenen draaien op volle kracht • hele cognitief vermogen wordt ingezet
  26. 26. VOLDOENING • geeft energie en brengt je in vervoering • gevoel van “ik ben met iets cool bezig” (onbewust) • bevredigend • zet aan tot nieuwe initiatieven (herhaling of nieuwe uitdaging)  gebrek aan BT levert tegenovergestelde op : leegte en verveling
  27. 27. EXPLORATIEDRANG • exploratiedrang is een verzamelnaam voor intrinsieke beweegredenen : -activiteitsdrang -bewegingsdrang -drang om zintuigelijk te ervaren -drang op ‘greep’ te krijgen op de wereld of weetdrang
  28. 28. AAN DE GRENS VAN DE EIGEN MOGELIJKHEDEN • Csikszentmihailyi (Flowtheorie) • evenwicht tussen gemakkelijk en moeilijk = smalle zone van UITDAGING • Vygotsky : zone van naaste ontwikkeling • los van ontwikkeling, talent en intelligentie • toepasbaar op elke menselijke activiteit
  29. 29. SOORTEN BETROKKENHEID 1. Emotionele betrokkenheid is het resultaat van een intrinsiek motief vb soep proberen te eten met lepel 2. Functionele betrokkenheid is het resultaat van een extrinsiek motief vb soep eten uit hongergevoel Emotionele betrokkenheid is enige vorm die IMPACT heeft op de ontwikkeling -intense mentale activiteit -vanuit exploratiedrang  noodzakelijk te detecteren bij observatie LET OP : beide vormen kunnen verweven zijn
  30. 30. EMOTIONELE BETROKKENHEID EN GROEI NASTREVEN IN EEN ACTIVITEIT Vier principes volgens Csikszentmihailyi 1.The Hook : aandacht trekken, nieuwsgierig maken door stimuli die interesse opwekken 2. Activeren : kind actief aan de slag brengen adhv opdrachten (volgens eigen leerstijl) 3. Flow: uitdaging bieden die tot flowervaring kan leiden 4. Complexere opdrachten : kind wil flowervaring verlengen en is daarom op zoek naar nieuwe uitdagingen
  31. 31. METEN VAN WELBEVINDEN EN BETROKKENHEID
  32. 32. WB EN BT KAN JE METEN • • • • • scanning van twee minuten observatie : zich verplaatsen in het kind score toekennen adhv vijpuntenschaal lijst van signalen als indicatoren (om ons gevoeliger te maken bij het observeren) holistische benadering (één omvattende impressie na observatie) Vraag bij welbevinden : zit het kind op dit moment goed in zijn vel en is het gelukkig in deze leef –en leeromgeving ? Vraag bij betrokkenheid : was deze activiteit een intrinsiek gemotiveerde, intense ervaring ?
  33. 33. VIJFPUNTENSCHAAL VOOR WELBEVINDEN
  34. 34. SIGNALEN VOOR BETROKKENHEID
  35. 35. VIJFPUNTENSCHAAL VOOR BETROKKENHEID

×