Natuur
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Natuur

on

  • 280 views

 

Statistics

Views

Total Views
280
Views on SlideShare
280
Embed Views
0

Actions

Likes
1
Downloads
3
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Natuur Presentation Transcript

  • 1. NATUUR AVONTUURLIJK BUITENSPELEN NATUURBELEVING
  • 2. BINNEN HET KADER VAN ERVARINGSGERICHT WERKEN
  • 3. BINNEN HET KADER VAN ERVARINGSGERICHT WERKEN (avontuurlijk) buitenspel en natuurbeleving speelnatuur
  • 4. VT AANBOD
  • 5. EEN ACTIVITEITENAANBOD Welke activiteiten kunnen we kinderen aanbieden in hun Vrije Tijd? sporten, zwemmen, schaatsen, dansen, musiceren, koken, skaten, fietsen, schilderen, toneel, spelen, onderzoeken, bouwen, gezelschapspelen, (voor)lezen, geheime plannen smeden …  Sport en Spel  Muzische vorming  Natuurbeleving  Cultuurparticipatie  Techniek
  • 6. EEN GEORGANISEERD VS EEN NIET GEORGANISEERD AANBOD Georganiseerd : -spel is gestructureerd in tijd en ruimte -spel is bedacht en georganiseerd door iemand anders dan het kind Niet georganiseerd : -spel is niet bepaald in tijd en ruimte -spel ontstaat spontaan vanuit het kind zelf
  • 7. GEORGANISEERD SPEL • Veel verschillende vormen : jeugdbeweging, speelpleinwerking, vakantiekampen, buitenschoolse opvang, theaterclub,… • Er wordt gespeeld in een kader dat anderen creëerden. • De momenten zijn afgelijnd in tijd en ruimte. Wat is de meerwaarde van georganiseerd spel ? • De kinderen krijgen specifieke (speel)kansen: andere kinderen ontmoeten, samen spelen en heel wat sociale vaardigheden oefenen, zoals leren van elkaar, de kracht van een groep ervaren, zichzelf en de rol in de groep ontdekken. • Unieke ervaringen. • Soms doelgericht (waarden en normen bijbrengen, iets ervaren/leren, …). • Er zijn begeleiders aanwezig extra speelkansen kunnen bieden
  • 8. ONGEORGANISEERD SPEL • Spelen in een kader dat kinderen zelf bedacht hebben. • Ze organiseren zelf hun spel, leggen doelstellingen vast en bepalen het verloop. • Vaak niet vooraf gepland. • Kan op elk moment en op elke plaats. Als ze er maar zin in en tijd voor hebben. Wat is de meerwaarde van ongeorganiseerd spel? • Kinderen leren initiatief te nemen, plannen maken en uitvoeren. • Ze leren creatieve oplossingen voor problemen te zoeken. • Ze leren overleggen en onderling afspraken maken. • Begeleiders zijn niet nodig.
  • 9. BUITEN SPELEN
  • 10. BUITENSPEL Hoe zag jouw kindertijd eruit? • speelde je vaak buiten? welk percentage zou je erop plakken? • op welke plekken speelde je? • welke dingen deed je?
  • 11. BUITENSPEL Hoe wordt er nu gespeeld? • hoeveel zou een gemiddeld kind buiten spelen? welk percentage zou je erop plakken? • op welke plekken spelen ze? • welke dingen doen ze?
  • 12. ENKELE BEGRIPPEN BUITENSPEL = containerbegrip voor spel en/of ervaringen die in een buitenomgeving plaats vinden natuurbeleving (epel en/of ervaringen IN en MET de natuur waar „beleving‟ centraal staat en sterk aanwezig is) avontuurlijk spel (wijst op voortdurende uitdaging op diverse vlakken. de onregelmatigheid en onvoorspelbaarheid van de natuur draagt hier sterk toe bij) natuureducatie (ook wel : milieu educatie)(leren over de natuur als hoofddoel) natuurspel (spel dat plaats vindt in een natuurlijke (al dan niet ingerichte en onderhouden) omgeving) …
  • 13. BUITENSPEL Hoe kijk jij naar deze uitspraak van een jonge vader ? "Ik durf mijn kinderen niet alleen de straat op te sturen. Dat zou onverantwoord zijn. Het verkeer is moordend geworden. Ze spelen meestal binnen. Als we de tijd vinden gaan we samen naar het park " (Alex)
  • 14. BUITENSPEL Hoe kijk jij naar deze uitspraak van een jonge moeder? "Een accident is snel gebeurd. Ik laat ze liever thuis spelen. In de tuin kunnen ze ook buiten." (Miet)
  • 15. BUITENSPEL Hoe kijk jij naar deze uitspraak van een jonge vader ? "In dit digitale tijdperk zijn de speelmogelijkheden eindeloos. Veel rijker dan in onze tijd. Ze spelen misschien minder buiten maar ze beleven ook avonturen en fantaseren er op los als ze met hun spelcomputer bezig zijn." (Joos)
  • 16. SCHARRELKINDEREN
  • 17. BUITENSPEL Algemene tendens : Kinderen verdwijnen uit het straatbeeld. Een sterke daling van het buitenspel. Kinderen vervreemden van de natuur. Toch enkele verrassende onderzoeksresultaten : (onderzoek KU Leuven en Kind & Samenleving, 2009) • Toename binnenspeelmogelijkheden heeft geen invloed op de hoeveelheid buitenspel. • Veel kinderen spelen liever buiten dan binnen. • In een stedelijke omgeving wordt er meer buiten gespeeld in de publieke ruimte dan in suburbane wijken. • Er is een sterke afname in het buitenspel in de publieke ruimte. • Buitenspel in de eigen tuin wint aan populariteit. • Er wordt meer buiten gespeeld in georganiseerd verband (jeugdbeweging, speelplein, buitenschoolse opvang,…)
  • 18. BUITENSPEL Enkele mogelijke bedreigingen :
  • 19. BUITENSPEL Enkele mogelijke bedreigingen : • kinderen leven in een complexere wereld en moeten meer keuzes maken (nieuw samengestelde gezinnen, overaanbod) • institutionalisering VT (georganiseerde recreatieve en educatieve activiteiten) • speelbare publieke ruimte wordt schaars (verkeer, huizen, geparkeerde wagens) • er zijn minder leeftijdsgenoten in het straatbeeld • afname van de sociale cohesie (ook bij volwassenen) • enz.
  • 20. BUITENSPEELDAG Buitenspeeldag
  • 21. BUITENSPEELDAG
  • 22. SPEEL NATUUR
  • 23. SPEELNATUUR, WAARAAN DENK JIJ ?
  • 24. SPEELNATUUR
  • 25. SPEELNATUUR = meer dan een groen omgeving = ruimte voor avontuurlijk spel in een natuurrijke omgeving = natuurlijk groen waarmee kinderen kunnen spelen en die zij kunnen veranderen en beïnvloeden Wat is de meerwaarde van speelnatuur ?  uitdaging bieden  mogelijkheden bieden tot verschillende soorten spel (fantasiespel, constructiespel, motorisch spel (bouwen, klimmen, balanceren,…)  uitnodigen tot samenwerking, overleg, onderhandelen, afstemmen,…  ruimte voor persoonlijke invulling van spel ruimte en materialen
  • 26. SPEELNATUUR Het natuurlijk groen is hét speelelement bij uitstek! Wanneer een speelplek voornamelijk is ingericht met speeltoestellen, spreekt men niet langer over speelnatuur, maar over een speelplek in een natuurlijke omgeving.
  • 27. SPEELNATUUR Kenmerken • ruige ruimte, ruw terrein • natuurlijk groen als spelelement (natuurelementen die veranderd kunnen en mogen worden) • ingrediënten : heuvels, uitdagende hellingen, forse struiken, spontaan groen, verschillende bodemmaterialen (aarde, zand, keien, kiezel), boomstammen, takken,... . • basisspeeltoestellen : een waterpomp, een glijbaan, nestschommel, een klim en klautertoren ….
  • 28. TROEVEN VOOR ELKE LEEFTIJD Jonge kinderen -kunnen verwonderd zijn -worden uitgedaagd voor experiment -leren al doende hun lichaam gebruiken Oudere kinderen -kunnen (ver)dwalen -kunnen zich onttrekken aan kunnen grenzen verleggen
  • 29. VERSCHILLENDE TYPES SPEELNATUUR Speelbos • Boszones (juridische term: ‘speelzones in bossen of natuurreservaten’) waarbinnen gespeeld kan worden. • Speelbossen worden liefst natuurrijk en avontuurlijk ingericht • behoud van bestaande bomen en planten (en zorg voor optimale groeiomstandigheden) Bouwspeelplaats • een avontuurlijke, natuurrijke speelruimte • constructiemateriaal en gereedschap voorhanden • afsluitbaar en onder begeleiding Kinderboerderij • meestal een oude boerderij waar kinderen en jongeren in contact komen met boerderijdieren en waar ze de dieren leren verzorgen. • ook bijzondere aandacht voor oude gebruiken op boerderijen. Natuurspeelplaats • een natuurlijke (al dan onderhouden) omgeving • terrein wordt vaak extra ingericht om de speelwaarde te verhogen • natuurlijke materialen afkomstig uit deze omgeving is ter beschikking staan van de spelers • natuurspelen is niet ‘spelen in’ natuurlijk groen, maar ‘spelen met’ natuurlijk groen (= de mogelijkheid zelf in de omgeving in te grijpen en deze te veranderen) • los speel –en bouwmateriaal bieden een meerwaarde • speeltoestellen zijn niet of beperkt aanwezig
  • 30. NATUUR BELEVING
  • 31. NATUURBELEVING, WAARAAN DENK JIJ ?
  • 32. NATUUR
  • 33. NATUUR een pasgeboren kalfje een huisdier dat leeft en sterft een uitgesleten bospad een hut tussen prikkelende brandnetels een vochtig en verborgen plekje op braakgrond de meeuwen voeren met oud brood dikkopjes vissen in een poel golven onder een rubberen bootje … “kinderen anno 2013 hebben een NATUURTEKORTSTOORNIS” (Richard Louv)
  • 34. NATUURBELEVING
  • 35. HET BELANG VAN NATUURBELEVING 1. afname buitenspel 2. vervreemding van de natuur  moeten we in actie treden ?  moet hier iets mee gebeuren ?  biedt natuurbeleving een meerwaarde in de ontwikkeling van kinderen ?
  • 36. GROEN HELPT GROEIEN  een groene omgeving daagt sterker uit dan een binnenruimte  een groene omgeving maakt veel meer mogelijk gevolg : veel experiment stevige exploratie nieuwe, unieke ervaringen • Zintuigelijk : natuurrijke buitenruimte zorgt voor diverse indrukken. ECHTE en ANDERE zintuigelijke prikkels. Bijvoorbeeld een briesje, motregen, vogelzang , zacht geritsel van bladeren, de geur en smaak van aarde…) • Fysiek : hindernissen dagen uit tot groei grove en fijne motoriek, evenwicht,… • Cognitief : kennis groeit, ruimtelijke oriëntatie verbetert, probleemoplossend denken verhoogt,… • Emotioneel : doorzettingsvermogen nodig, zelfvertrouwen groeit,…
  • 37. GROEN STIMULEERT INTERACTIE • Een uitdagende groene buitenruimte zet aan tot exploreren en contact zoeken met de omgeving. • Ontdekkingen worden gedeeld met anderen. • Groeien in verbondenheid met de anderen (sociale cohesie) en met de natuur. • Sociale vaardigheden worden aangescherpt (leren overleggen, onderhandelen, beslissen, relativeren,…)
  • 38. GROEN HELPT JEZELF ORGANISEREN Avontuurlijk spelen in een groene omgeving biedt kinderen veel autonomie : • Zin voor initiatief wordt aangewakkerd. • Groeien in zelfstandigheid. • Groeien in zelforganisatie (van een spel, bijvoorbeeld). • Groeien in tijdbeheer. • …
  • 39. GROEN MAAKT JE CREATIEF Kinderen ontdekken de schoonheid van de natuur. Tijdens avontuurlijk spelen wordt het creatief denkvermogen aangesproken : • om problemen op te lossen • om nieuw spelen te verzinnen • om constructies te maken • om te creëren
  • 40. GROEN STIMULEERT DE MORELE ONTWIKKELING Kinderen ontwikkelen liefde voor de natuur en elkaar. Ze ontwikkelen waarde voor bepaalde zaken en maken kennis met bepaalde normen. • Respect voor planten. • Respect voor dieren. • Respect voor de omgeving • Respect voor elkaar. • …
  • 41. GROEN IS GEZOND Een groene omgeving : • • • • • • nodigt uit tot beweging biedt rust (bij elk individu en in de groep) zorgt voor ontspanning haalt stress weg (ook bij jonge kinderen!) bevordert het concentratievermogen bouwt weerstand op tegen ziekte
  • 42. HEEFT GROEN EEN HEILZAME WERKING VOOR ADHD ? ATTENTION-RESTAURATION THEORY (aandacht-hersteltheorie) (Stephen en Rachel Kaplan) 1. GERICHTE AANDACHT (directed attention) 2. SPONTANE AANDACHT (involuntary attention)  teveel gerichte aandacht (televisie kijken, computerwerk, huiswerk, studeren) leidt tot ’gerichteaandacht-vermoeidheid‘ symptomen : impulsief gedrag, opwinding, prikkelbaarheid, concentratiestoornissen  Restorative Environment (de herstellende omgeving) nodig. De natuur is de beste ’herstellende omgeving’. RICHARD LOUV  Recent onderzoek, gepubliceerd toont een direct verband aan tussen activiteiten in de natuur en concentratie, en meer specifiek vermindering van ADHD-symptomen.  Natuur zou wel eens een goedkope therapie tegen stress en ADHD kunnen worden.
  • 43. SAMENGEVAT Natuurbeleving : -biedt unieke ervaringen -biedt mogelijkheden tot verrijkend spel -is onmisbaar voor een evenwichtige ontwikkeling OP NAAR KWALITEITSVOLLE NATUURBELEVING !
  • 44. WAT ZIE JE OP VLAK VAN BELEVING ?
  • 45. GROENE OPVANG
  • 46. JOUW WERKPLEK Geef je eigen werk- of stageplek een score op 10 op vlak van natuurbeleving. Beargumenteer je score. Welke eenvoudige ingrepen kan je bedenken om die score op te krikken of te bestendigen? Welke lange termijn ingrepen zie je hiertoe mogelijk?
  • 47. VIER CRUCIALE ASPECTEN om kwaliteitsvolle natuurbeleving te garanderen kan je inzetten op : 1. een gepaste begeleidershouding en –rol 2. inbedding in het beleidsplan 3. ouderparticipatie 4. een geschikte binnen- en buitenruimte Laat je niet afschrikken door -de leeftijd van de kinderen -praktische bezwaren
  • 48. DE ROL VAN EEN BEGELEIDER  geen natuurspecialist (is geen educatie)  vanuit pedagogische bril : AANBOD doen en VOORWAARDEN creëren  enkele GROENE VINGERS zijn welkom • Toezicht houden • Observeren • Prikkelen (materiaal aanbieden, handeling voordoen, uitleg geven, ideeën geven,…) • Actief participeren • Loslaten (autonomie verlenen en risico’s afwegen) • Uitdagingen creëren en inspireren • Grenzen bepalen • Keuze mogelijk maken • Praktisch ondersteunen (laarzen, regenkledij,…)
  • 49. INBEDDEN IN HET BELEID • een duidelijke plaats geven in het beleidsplan vb aantal uren per dag bepalen vb inrichting binnen en buiten omschrijven vb materiaalgebruik specifiëren vb vast natuuractiviteiten bepalen • tijd, ruimte en middelen beschikbaar stellen • vorming voor begeleiders voorzien • regelmatige terugkoppeling met team • afstemmen op de verschillende leeftijden • blik naar buiten richten ifv samenwerking en oriëntatie omgeving vb partners : boswachter, kinderboerderij, vissers, asiel,… vb plekjes : dierentuin, park, bos, natuurgebied, kreekje,…
  • 50. EEN GESCHIKTE OMGEVING Natuurbeleving speelt zich voornamelijk buiten af. MAAR : breng ‘buiten’ ook af en toe ‘binnen’. DUS • geen klinische omgeving (niet enkel richten op praktische zaken en hygiëne) • speelomgeving met natuurlijke materialen (boomstammen als krukje, bloem op tafel,…) • muzisch werken met natuurmaterialen • tentoonstellingshoek (verzameld materiaal uitstallen) • geschikt materiaal (loepjes, verrekijker, netjes, laarzen,…)
  • 51. OUDERPARTICIPATIE • ouders voldoende informeren • afspraken maken in overleg met ouders • ouders betrekken in de samenstelling van een aanbod • ouders inschakelen bij het vormgeven van de omgeving • ouders als extra begeleider optrommelen voor een uitstap
  • 52. EEN GESCHIKTE OMGEVING BUITEN : • verschillende PLEKJES voor verschillende LEEFTIJDEN • baby’s : genietplekjes, veilig afgeschermd • peuters en kleuters : afstanden om te lopen, reliëfplekjes, ontdekplekjes, zand, water, stapelmateriaal, wiebeldingen, luikjes om te openen en te sluiten,… • lagere schoolkinderen : wildere plekken met uitdagingen en problemen die ze zelf kunnen oplossen, autonomie (zonder veel toezicht)
  • 53. EEN GESCHIKTE OMGEVING BUITEN : • VARIATIE in ruimte, reliëf, beplanting en sfeer • DOE en ONTDEKPLEKKEN die uitnodigen tot onderzoek en experiment • mogelijkheid tot ERVAREN van de natuur (tuintje, nestkastje, thermometer, regenmeter, windmolen,…) • ZICHTBARE NATUURPROCESSEN (paddestoelen rottend hout, herfstbladeren,…)
  • 54. EEN GESCHIKTE OMGEVING BUITEN : • BUITEN is verlengde van BINNEN (kinderen kunnen gemakkelijk zelf naar binnen en buiten) • uitbreiden naar GROENE OASES (parken, bos, strand,… in de buurt opzoeken. Transport op alternatieve manier) • ECHTE natuurelementen (bomen, planten, zand dieren, water,…) (Tegels en plastic gras leveren niet dezelfde ervaringen op. Plastic speeltuigen laten weinig aan de verbeelding over).