3. de baby PBLO-V

2,146 views
1,711 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,146
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
137
Actions
Shares
0
Downloads
39
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Laatfoto’seerstgewoonzien en vraagaanstudentenwat het verschil is! Watveranderter op lichamelijkvlakallemaal?Iemandeenidee hoe die babytjesgroeien? (groeienallelichaamsdelen even snel?)Antwoorden:Eerste 6 maanden: grotegewichts- en lengtetoenameAsynchronegroei: nietallelichaamsdelengroeien even snel en groeispurtenvindenplaats op verschillendetijdstippen(vb. Voorgeboorte: groeihoofd, ernalichaamgroeit harder)30cm : lengte7kg gewicht
  • Eerste tanden zijn de twee onderste snijtanden Weetje: Rond leeftijd van 1 jaar ontwikkeling meeste voorste snijtanden. Van melk naar vaste voeding: Tot één jaar blijft melk de voornaamste voeding voor de baby. Vanaf vier maanden kan gestart worden met een fruitpapje, vanaf vijf maanden met een groentepapje en vanaf zes maanden kan hieraan vis of vlees worden toegevoegd. Dit alles moet zeer fijn gepureerd worden, aangezien de baby nog niet zelf kan kauwen. Eens de baby één jaar is kan hij over het algemeen een variëteit aan vaste voeding eten terwijl hij de eigen lepel vast neemt en met beide handen uit een beker kan drinken. De baby kan stilaan ‘van tafel’ mee-eten; kruiden en stukjes zijn niet langer uit den boze.Weetje: baby krijgt dan melkkiezen waardoor hij kan kauwen => kan wel eens zorgen voor tandpijnenDe eerste weken maakt de baby geen onderscheid tussen dag en nacht. Tussen de eerste en de vierde maand komt het slaappatroon tot stand, waarbij de baby ’s nachts doorslaapt. Overdag slaapt de baby op meerdere tijdstippen, verdeeld over de ochtend, de vroege en de late namiddag.Weetje: baby op rug leggen als preventiemaatregel voor wiegendoodWeetje: belang van slaappatroon te respecteren want baby evolueert zowel lichamelijk als op intellectueel vlak!
  • Wat is de tanggreep?Voordoen5 fases of stadia waarinmotorischeontwikkelingkanonderverdeeldworden: In het begin enkelobserveren (vb. Gaatwereldverkennen, gaatmeekijken en meedraaien)DMV lichamelijkeontwikkeling in staat tot draaien van hoofd en oprichten van romp2. cfr. Baby (‘wathadden we gezienbij de baby?’ => rond 2 maandenwordtgrijpreflexlosser, verdwijnt op 3a4 maanden => doelgerichtgrijpen)6 maanden: kan object vastgrijpen (daarvoorerenkelnaarreiken) => minimaleoog- handcoördinatie1 jaar: verschillendevingers van de hand nemeneengepastepositieaanrond het voorwerp (=tanggreep)Weetje: baby leertookrollen op buik en rug en vervolgensterug!
  • Zitstadium: vanuit willekeurige positie in zit (afh. Van aanleg en omgeving + ook zelfbepaling van kind). Vele kindjes zitten al veel vroeger, rond 7 maanden.Belangrijk is om kindjes niet te forceren maar ze te ondersteunen; ze tussen je benen zetten, …Kruipstadium: veel verschillende stappen nodig (hoofd en bovenlichaam optillen, stevig in arm rug en bovenlichaam, stevige spieren, evenwicht)Loopstadium: eerdere stappen: overeind leren trekken, zonder steun staan, …Mag ik eens iets vragen? Is dit dan normaal? Gertjan liep op 9 maandenIkzelf op 13 maanden (kruipen op 11 maanden)Hoe leer je baby’s sneller lopen, zitten of kruipen? Grote individuele verschillen tussen kinderen. Soms ook enkel achteruit kruipenWat speelt nu weer mee in de ontwikkeling van een kind (cfr. Inleiding): nurture (omgeving) en nature (aanleg) alsook zelfbepaling
  • Enkel baby’s die nog geen diepteperspectief ontwikkeld hebben, kruipen over de glasplaat. Anderen aarzelen, wenen,… maar steken de kloof niet over, als roept moeder hen. Vb. op trapje thuis: baby’s zonder diepeperspectief gaan verder kruipen (opgepast!)Rond 3a4 maanden: baby’s hebben zelfde visuele functies als volwassenen.
  • Baby kan horen en stemmen onderscheiden; voorkeursmethode:Baby’s luisteren het liefst naar mensen, vrouwen, moeder, moedertaal en hoge geluidenOnderzoek: moedertaal: Frans of Russisch: reageerden harder op Frans en baby’s die niet Frans spraken reageerden hetzelfde op beide talenMoeder: ook als ze uit baarmoeder waren (twee uur erna, zonder dat ze stem van moeder al eens buiten baarmoeder gehoord hadden)Moeilijk om te onderscheiden of geluid voor hen bestemd is of achtergrondgeluid is (mama die praat of tv op achtergrond) => Is ook bij jongere kinderen zo! Belangrijk om tv dan uit te schakelen want zo missen kinderen stimulerende responsen
  • Door babymassage worden kinderen zich meer bewust van hun lichaam. Voorbeeld: na Keizersnede wordt aan de man gevraagd de baby op de huid te houden tot moeder er is. Op die manier blijft de zuigreflex werken en geniet de baby van de warmte, leert geur vader kennen,…Voorbeeld: kinderen in de couveuse worden af en toe in kangoeroedoek meegedragenKind vindt het leuk dat het wordt aangeraakt, ouders die dit doen werken dan ook een gezonde ontwikkeling in de hand. Baby bevindt zich op pregenitale niveau (= genitalieën zijn minder belangrijk voor baby) => orale fase (mond) = via mond leert baby de wereld kennen!Baby leert wat hij leuk vindt en gaat wenen als hij honger heeft of gestreeld wilt worden (weet dat ouders dan komen)Huidcontact is voor alle kinderen belangrijk, is vorm van koesteren en geeft gevoel van veiligheid (basisgevoel)Door eigen lichaam te leren kennen, leren ze het aanvaarden en ze voelen ook dat het gewaardeerd wordt door anderen = belangrijk!Hangt samen met andere ontw. Domeinen (perceptueel, sociaal-emotioneel, persoonlijkheidsont.)
  • Wereldwordt op zintuiglijke (sensori) en handelende (motorische) wijzebegrepen => nogeen interne denkactiviteiten (handelen = denken)Aanpassen van gedrag => zuigennietenkelmeeraanmoederborst, maar ookfopspeen, knuffel, … gaatookdingenvastgrijpen (fleswegduwen, …)2. Geef voorbeeld bij het herhalen van handelingen: Bvb. eerst toevallig zuigen op vingers (babyreflex) – dit geeft leuk gevoel – vanaf 1 m. gaat kind deze handeling die hem een aangenaam gevoel geeft herhalen (plezier van de handeling zelf).3. Geef een voorbeeld van feit dat baby zich bewust wordt van de relatie tussen eigen handelingen en de effecten daarvan op de omgeving: Bvb. baby merkt dat omklemmen van rammelaar een geluid teweegbrengt – baby herhaalt handeling omwille van het effect en niet meer omwille van het leuke aan de handeling zelf.4. Geef een voorbeeld bij intentioneel handelen, bvb. Het kind kan iets aantrekkelijks op tafel zien liggen en een gekende handeling mobiliseren om het beoogde doel te bereiken: het pakt de tip van het tafellaken vast en probeert aldus het begeerde object naar zich toe te trekken. Het kind kan dus een hindernis verplaatsen om een object te nemen of een middel gebruiken om een object te bemachtigen.5. Geef een voorbeeld bij actief experimenteren, bvb. Dit blijkt onder meer ook in zijn spel. Door te kloppen op verschillende soorten materialen kun je heel vreemde geluiden te voorschijn toveren. Hij ligt op zijn rug en grijpt achtereenvolgens een zwaantje, een doos… strekt zijn arm uit en laat de voorwerpen vallen. Hij varieert zeer duidelijk de plaats van de val: soms trekt hij zijn arm verticaal, dan schuin tegenover zich, of naast zijn ogen… Als het object op een nieuwe plaats valt (bijvoorbeeld op zijn hoofdkussen), laat hij het twee tot drie keer op dezelfde plaats vallen, …, en gaat over naar een andere situatie.6. Geef een voorbeeld bij echte denken, bvb. Een bal rolt onder de zetel of een tafel. De peuter kan door beredeneren weten waar die aan de andere kant tevoorschijn zal komen.
  • Weetje: hoe baby’s kalmeren? Fopspeen, zoemen, …
  • 3. de baby PBLO-V

    1. 1. De baby (0 - 1,5 jaar) Hoofdstuk 3
    2. 2. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    3. 3. 1. De lichamelijke ontwikkeling Snelle groei in de eerste maanden 8 weken later:
    4. 4. 1. Lichamelijke ontwikkeling Asynchrone ontwikkeling
    5. 5. 1. Lichamelijke ontwikkeling Eerste tandjes (op ongeveer 6 maand) Voeding • < 1j: Melk (fruitpap vanaf 4 maand) • > 1j: Vaste voeding (aangevuld met melk) Bepaald slaappatroon (tussen 1 maand en 4 maand)
    6. 6. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    7. 7. 2. Motorische ontwikkeling Het kijkstadium (0 – 3 m) • Observeren en volgen • Hoofd en romp oprichten Het grijpstadium (3 – 6 m) • Grijpreflex -> doelgericht grijpen • Reiken -> vast nemen • Handgreep -> tanggreep
    8. 8. 2. Motorische ontwikkeling Het zitstadium (6 - 9 m) • 9m: zelfstandig zitten Het kruipstadium (9 – 12m) • 10m, maar heel wat stapjes vooraf Het loopstadium (12 – 15m) • Staan met en zonder steun
    9. 9. • Van boven naar beneden Grove motoriek • Van binnen naar buiten Fijne motoriek 2. Motorische ontwikkeling
    10. 10. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    11. 11. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    12. 12. 4. Perceptuele ontwikkeling • Lichtgevoelig • Voorkeur: gezichten, beweging, contrast • Ziet onscherp • Perceptuele constantie reeds aanwezig. ZIEN
    13. 13. 4. Perceptuele ontwikkeling ‘Visual Cliff’ – proef: Kruipen baby’s naar hun moeder? http://www.youtube.com/watch?v=MaOCaEelh68
    14. 14. 4. Perceptuele ontwikkeling • Voorkeuren • Moeilijk onderscheidHOREN OPDRACHT Waar luistert een baby het liefst naar? Vul aan met > of < Mensen Instrumenten Mannen Vrouwen Moeder Andere vrouwen Andere talen Moedertaal Laag Hoog
    15. 15. 4. Perceptuele ontwikkeling • Voorkeur voor zoet • Geurvermogen noodzakelijk om moederborst te vinden. Ruiken en proeven • Gevoelig voor aanrakingen • PijnVoelen • Defensieve en oriënterende respons • Prikkelrijke ruimte Stimulerende omgeving
    16. 16. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    17. 17. 5. Seksuele ontwikkeling • Kinderseksualteit? = ontdekken van eigen lichaam en de gevoelens daarbij • Huidcontact = basisgevoel van veiligheid = kinderen leren hun eigen lichaam kennen
    18. 18. Freud – Psychoseksuele ontwikkelingstheorie – 5 stadia ~ lichaamsdeel dat lust verschaft • Orale fase – mond (baby) • Anale fase – anus (peuter) • Fallische fase – geslachtsdelen (kleuter) • Latentiefase – verstand (lagereschoolkind) • Genitale fase – geslachtscontact (adolescent) – Geen/teveel bevrediging in een stadium fixatie 5. Seksuele ontwikkeling
    19. 19. 5. Seksuele ontwikkeling Baby = orale fase (Freud) • Mond centraal • Zuigen lustbevrediging • Anderen: ook de wereld verkennen via de mond Auto-erotisch gedrag • Vanaf 1 jaar • = bewust herhalen van gedrag ‘dat goed doet’
    20. 20. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    21. 21. 6.Sociaal – emotionele ontwikkeling Pasgeborene ‘lacht / praat’ tegen iedereen Moeder – kind interactie • Neemt toe • Vooral geleid door moeder • Moeder > vader Noodzaak van contact • Onderzoek Ferdinand de Tweede (13de eeuw) • Onderzoek Harlow: experiment met aapjes
    22. 22. 6. Sociaal – emotionele ontwikkeling Gehechtheidsgedrag Hechting Gehechtheidswerkmodel
    23. 23. 6. Sociaal – emotionele ontwikkeling Hoe ontwikkelt zich dit interne werkmodel? Is opvoeder beschikbaar en responsief? Sensitief responsief Niet sensitief responsief? Belangrijk: Invloed van gehechtheidswerkmodel op persoonlijkheid, latere vriendschappen, eigen ouderschap, …
    24. 24. • Gehechtheidspatronen (Ainsworth M.) – Veilige gehechtheid – Vermijdende gehechtheid – Afwerende gehechtheid – Gedesoriënteerde gehechtheid Onveilige hechting 6. Sociaal – emotionele ontwikkeling http://www.youtube.com/watch?v=QTsewNrHUHU http://www.youtube.com/watch?v=DH1m_ZMO7GU
    25. 25. 6. Sociaal – emotionele ontwikkeling • 8 maanden • Gehechtheidsfiguur centraal • Wendt zich af bij vreemden, begint te huilen Vreemdenangst • Scheiding van de gehechtheidsfiguur wordt betekenisvol • Oplossing: knuffel in vreemde omgeving, enz. Separatieangst • = het doelbewust zoeken naar informatie over de gevoelens van anderen om onduidelijke omstandigheden te kunnen plaatsen. Social referencing
    26. 26. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    27. 27. Piaget – Denkontwikkeling = Zelfsturend proces: “Kind construeert kennis.” Denken = handelen 7. Cognitieve ontwikkeling
    28. 28. 7. Cognitieve ontwikkeling sensori- motorisch stadium (baby) Pre- operationele stadium (peuter/ kleuter) concreet operationele stadium (LSkind) formeel operationeel stadium (adolescent)
    29. 29. 7. Cognitieve ontwikkeling 1. Adaptatie = Aanpassen aan omgeving • Assimilatie: realiteit inpassen in denken • Accommodatie: denken aanpassen aan realiteit 2. Equilibratie = Nieuw evenwicht
    30. 30. Adaptatie via babyreflexen Herhaling (1mnd) Bij plezier van handeling Relatie handeling- effect (4-8 mnd) Herhaling bij plezier van effect Intentioneel handelen (8-12 mnd) 1st doel dan handeling Actief experimenteren (12-18 mnd) Echte denken (18- 24 mnd: peuter) • Wereld ‘verkennen’ via zintuigen door te ‘bewegen’ • Handelen = denken 7. Cognitieve ontwikkeling: sensori-motorisch stadium
    31. 31. 5. Seksuele ontwikkeling Baby = orale fase (Freud) • Mond centraal • Zuigen lustbevrediging • Anderen: ook de wereld verkennen via de mond Auto-erotisch gedrag • Vanaf 1 jaar • = bewust herhalen van gedrag ‘dat goed doet’
    32. 32. 7. Cognitieve ontwikkeling: sensori-motorisch stadium • Jonge baby = egocentrisch – Geen onderscheid tussen zichzelf en omgeving – Geen objectpermanentie http://www.youtube.com/watch?v=NjBh9ld_yIo • Vanaf 1 j: – Beginnend ontstaan van zelfbesef: besef van het zelf als eenheid EN los van de omgeving – Beginnende objectpermanentie • Vanaf 1,5 j (peuter): – Echte denken – Voorstellingen maken
    33. 33. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    34. 34. 8. Taalontwikkeling Huilen Eerste weken Vocaliseren 6 weken tot 7 maand Brabbelen 8 maand tot 1 jaar Vroeglinguale periode 1 jaar tot 2.5 jaar
    35. 35. • Geboortekreet • Huilen – Eerste fase in taalontwikkeling – Belangrijk communicatiemiddel • Ouders ervaren verschil in gehuil Bvb. honger, pijn, … 8. Taalontwikkeling
    36. 36. • Prelinguale periode (0-1 j) – Niet verstaanbaar – 3 fasen: • Huilen bij onlust (0-6 w) • Vocaliseren (6w - 7m): geluidjes bij welbehagen – Bvb. a-a-a, eu-eu-eu, … • Brabbelen (8m - 12m): herhaling lettergrepen  sociale functie – Bvb. ba-ba-ba, wa-wa, ti-ti-ti, djoe-djoe, … 8. Taalontwikkeling
    37. 37. • Vroeglinguale periode (> 1 j) – Betekenisvol taalgebruik – Eerste woordjes > korte zinnetjes • Imitatie taalgebruik volwassenen • Taal = communicatiemiddel Opmerking: grote verschillen tussen kinderen 8. Taalontwikkeling
    38. 38. 8. Taalontwikkeling
    39. 39. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    40. 40. 9. Spelontwikkeling • = Activiteiten waarin kinderen met materialen en met elkaar bezig zijn. • = NOODZAKELIJK voor de ontwikkeling van het kind Spel? • Verandering in spelactiviteiten • Complexiteit stijgt Spelontwikkeling? • Bewegingsspelletjes: bewegen is fun! • 4 m: interesse in het resultaat van de dingen • 1j: voorwerpen benoemen Spel bij de baby?
    41. 41. 1. Lichamelijke ontwikkeling 2. Motorische ontwikkeling 3. Tekenontwikkeling 4. Perceptuele ontwikkeling 5. Seksuele ontwikkeling 6. Sociaal emotionele ontwikkeling 7. Cognitieve ontwikkeling 8. Taalontwikkeling 9. Spelontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Overzicht
    42. 42. • Persoonlijkheid: eigenschappen die ene individu van andere onderscheiden Erikson – Theorie van de psychosociale ontwikkeling 10. Persoonlijkheidsontwikkeling
    43. 43. 8 stadia ~ oplossen van conflict/crisis 1. Vertrouwen versus wantrouwen (baby) 2. Autonomie versus schaamte/twijfel (peuter) 3. Initiatief versus schuld (kleuter) 4. Vlijt versus minderwaardigheid (lagereschoolkind) 5. Identiteit versus identiteitsverwarring (adolescent) 6. Intimiteit versus isolement (jongvolwassene) 7. Generativiteit versus stagnatie (volwassene) 8. Integriteit versus wanhoop (rijpheid) 10. Persoonlijkheidsontwikkeling
    44. 44. 10. Persoonlijkheidsontwikkeling Baby: Wortels persoonlijkheid • Door ervaringen? (Erikson) • Vertrouwen vs wantrouwen • Door aanleg? • Temperament, geslacht Genderverschillen • Verschil j/m is klein • Maar: differentiële behandeling

    ×