2. ongeboren baby, geboorte en pasgeborene PBLO-V
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

2. ongeboren baby, geboorte en pasgeborene PBLO-V

on

  • 1,337 views

 

Statistics

Views

Total Views
1,337
Views on SlideShare
1,337
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
14
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment
  • Vanaf de puberteit kennen vrouwen ongeveer om de vier weken een eisprong. De eicel gaat dan via de eileider naar de baarmoeder en kan tijdens dit proces bevrucht worden door een zaadcel. Deze bevruchting wordt de conceptie genoemd.
  • Eisprong normaal gezien twee weken na laatste menstruatie (vandaar 40 weken)
  • De bevruchte eicel of zygote gaat zich vervolgens herhaaldelijk delen waardoor uiteindelijk een trosje cellen ontstaat dat zich verder door de eileider beweegt om zich na een vijftal dagen in de baarmoeder te nestelen .
  • Germinaal komt van Latijnse woord germen, wat zaad of kiem betekent. Het gaat dus om prille vrucht (zoals bij plant) Geef de functie aan van de moederkoek, de navelstreng en de vruchtzak. In de moederkoek of placenta worden voedingsstoffen uit het bloed van de moeder opgenomen en hierin komen de afvalproducten van de ongeborene terecht. De navelstreng zorgt voor de verbinding tussen enerzijds de ongeboren baby en anderzijds het lichaam van de moeder, meer in het bijzonder de moederkoek. Langs aders worden voedingsstoffen aangevoerd naar de ongeboren baby en worden afvalstoffen van de ongeborene weggevoerd naar de moederkoek. De vruchtzak tenslotte omgeeft het kind en is volledig gevuld met vruchtwater. Deze zorgt ervoor dat het kind veilig geborgen zit, beschermd voor de buitenwereld, tot aan de geboorte.
  • http://www.youtube.com/watch?v=UgT5rUQ9EmQ&feature=related Bevruchte eicel begin menselijke vormen aan te nemen => miniatuurmensje Lichaamsdelen ontwikkelen zich in vaste volgorde: Met uiteindelijk de ontwikkeling van de interne organen. Vanaf week 5 al uitstulpingen, week 6 al grotere bulten met handjes (vingers, …) Hersenen ontwikkelen zich en groot deel van aangezicht krijgt vorm (oogleden, neus, middenoor, …) Iets later worden boven- en onderkaak toegevoegd. De mond heeft al lippen en er ook een begin van tong en tanden aanwezig. Proces duurt 10 weken. Baby is nog maar 3 cm, maar ziet er al uit als mensje Kind maakt ook al bewegingen met armen, benen, hoofd Ontwikkeling van cruciale organen dus meest gevaar voor schadelijke omgevingsinvloeden. Ook milieus kan in deze fase al grote invloed uitoefenen tov ‘ aanleg ’ (gaan we verder op in)
  • http://www.ehd.org/resources_bpd_illustrated.php?page=3&language=23 Start foetale periode: als vrucht menselijke vorm heeft aangenomen en alle organen in de kiem aanwezig zijn Interne organen: longen, hart, lever, nieren, darmen, … Beweging: maakt klim en kruipbewegin, kruist benen, draait hoofd, open en sluit mond, zuigt op vingers, … (spieren worden geoefend). Op 20 weken is beweging voelbaar voor moeder en iets later ook voor andere (door hand op buik te leggen) Babyreflexen: 11 weken: bij aanrakning van handpalm vingers sluiten op 14 weken zonder aanraking Levensvatbaarheid: vanaf 26 tot 28 weken na coneptie zijn alle organen aanwezig bij kind en kunnen ze functioneren In principe zouden ze dus buiten het moederlichaam moeten kunnen overleven, maar dat is in praktijk niet waar (op 23 weken: 0%) 24 weken: 19%, 30 weken 90%
  • Ongeveer vier weken voor het einde van de zwangerschap heeft 97% van alle baby ’s de definitieve geboortepositie ingenomen en ligt met het hoofdje naar beneden.
  • Vanaf 26-28 weken: functioneren zintuigen van foetus zoals deze van voldragen baby Voorbeelden van gewaarworden en reageren: Bvb. foetus reageert op geluidsprikkels van buitenaf met o.a. verhoogde hartslagfrequentie; boorlingen houden van deuntjes die ze gedurende lange tijd regelmatig gehoord hebben in de moederschoot. Of de vrucht in de baarmoeder kan zien, weten we niet, maar de ogen zijn in elk geval gevoelig voor het licht. Dat leiden we af uit reacties van de foetus. “Wanneer een arts bij een zogenaamde foetoscopie, waarbij licht wordt gebruikt, tijdens de zwangerschap naar de vrucht kijkt, probeert de vrucht met zijn handen zijn ogen tegen het licht te beschermen.” Over de psychische ontwikkeling ‘als het kunnen gewaarworden en reageren’ bij de zygote en het embryo is zeer weinig tot niets geweten. Indien echter gewaarwordingen en reacties moeten gepaard gaan met bewustzijn , is het onduidelijk of er sprake is van psychische ontwikkeling omdat men eigenlijk (nog) niet weet of een ongeboren baby wel bewustzijn heeft. Is de ongeboren baby zich bewust van zijn gewaarwordingen en zijn reacties? Reageert hij doelgericht? Op deze vraag blijft het antwoord ongekend.
  • Ziektes of infecties van de moeder: toxoplasmose (geen rood vlees eten, geen uitwerpselen katten aanraken, sla goed wassen), Cytomegalievirus (niet in aanraking kinderopvang en kleuterleidsters), zwangerschapsvergiftiging Gebruik van alcohol, drugs, sigaretten: schadelijk is duidelijk, maar hoeveelheid onduidelijk, vermijden is de boodschap Stralingen: Hiroshima en Nagasaki (atoombom en miskramen, misvormingen daarna en ook kregen deze kinderen meer kanker, idem) Foto ’ s bij de tandarts met een loden pak aan laten nemen Verkeerde voeding: gezond en evenwichtig Bepaalde natuurlijke stoffen van moederlichaam: resus + of – (antilichamen tegen eigen baby) Bvb. Rhesusincompatibiliteit van bloed: Rh + vader en Rh - moeder = gevaarlijk Leeftijd van de moeder: syndroom van down bekend dat meer voortkomt bij ouders moeders, MAAR ook weer uitzonderingen mogelijk. Te jong: organen ontwikkelen niet volledig Stress van moeder: verlaagd geboortegewicht (kinderen die geboren worden in oorlogsgebieden, denk aan Congo…)
  • Miskraam: 1/4 e van de zwangerschappen eindigt al in de eerste 12 weken (spontane abortus, tot 16 weken) In vele gevallen: onopgemerkt: via bloedingen die ervaren worden als (verlate) menstruatie Oorzaken: infectiezieken, chromosoomafwijking, … (is niet steeds simpel te achterhalen) => Miskraam +/- ‘natuurlijke selectie’ Miskraam vastgesteld via echografie => zuigcurettage uitgevoerd door gynaecoloog (daghospitalisatie) Late miskraam(16-24 weken) Oorzaken: infecties, misvorming baarmoeder Buitenbaarmoerdelijke zwangerschap: Veelal: positieve zwangerschapstest, maar via echografie geen embryo/foetus te herkennen Laparoscopie is in de heelkunde de inspectie van de buikholte op een minimaal-invasieve methode, ook wel minimaal-invasieve chirurgie genoemd.
  • INiemand heeft perfecte genen; we zijn allemaal dragers van genetische eigenaardigheden (maakt ons uniek) > blauwe ogen, wipneus, kaalheid, … kunnen ook drager zijn van genetische ziekten die overgedragen zijn door moeder of vader: vb. diabetes Mucovisciodose: taaislijkziekte (ideale voedingsbodem voor stof) => bij ons voert het stofdeeltjes af, daar neemt het ze op (ademhalingsproblemen) Ook spijsverteringsproblemen Informatie bij chromosoomafwijkingen: Ieder mens heeft 46 chromosomen in 23 paren opgedeeld. Van elk paar krijg je één chromosoom van je vader en één van je moeder, dus in de zaadcel en in de eicel zijn telkens 23 chromosomen aanwezig. Soms gebeurt het dat bepaalde chromosomen overbodig zijn. Een vaak voorkomende chromosomale afwijking is Trisomie 21, waarbij de foetus 3 keer chromosoom 21 heeft i.p.v. 2 keer. Dit zijn kindjes met het ‘syndroom van Down’ (of – de beter gekende – mongooltjes).   Kenmerken: vaak kleiner gestalte, hartafwijking Hoe ouder moeder, hoe meer kans. Niet invasieve methode: (niet via de huid binnendringend) om afwijkingen na te gaan: nekplooimeting: dikker dan 3 mm verhoogde kans Triple test: bloedonderzoek, nagaan van 2 hormonen en 1 eiwit) Gespecialiseerd echoscopisch onderzoek: structuur van hart, hersenen, … Om zeker te zijn moet er invasieve methoden (punctie) worden uitgevoerd. vlokkentest: week 11 (weefsel van placenta of moederkoek) Vruchtwaterpunctie week 15-16 (cellen van vruchtwater) 1% kans op miskraam bij vlokkentest, 3% bij vruchtwaterpunctie Best in vroeg stadium want dan voelt embryo nog niets (vanaf week 13 wel)
  • Wordt vergroot!
  • Embryo = zeer gevoelig Ook foetus: hersenen, ogen, uiterlijke geslachtsorganen Infecties: Toxoplasmose: infectieziekte, wordt overgedragen via parasiet in vlees of uitwerpselen van jonge katten (vb aantasting zenuwstelsel, zicht) (ongevaarlijk voor moeder) Cytomegalievirus (CMV): kan zorgen voor hersenbeschadiging, gehoorstoornissen (ongevaarlijk voor moeder) (kinderen kunnen geen afwijkingen hebben maar virus toch verspreiden via speeksel/urine) Diabetes: verhoogde kans op miskraam, overgewicht baby, fysieke/neurologische problemen, doodgeboorte 10/meer sigaretten per dag: kinderen wegen gemiddeld 200 gr minder dan normaal Roken zorgt voor vaatvernauwing in moederkoek: verminderde bloed- en zuurstoftoevoer naar vrucht Na geboorte verhoogt roken kans op wiegendood, astma Alcholol: negatieve invloed op groei, ontwikkeling foetus: ook hart, ogen kunnen aangetast worden, overmatig alcoholgebruik: schade aan nieren, zenuwen, spieren, hersenen Medicijnen: kunnen allemaal nadelig zijn voor ontwikkeling van vrucht. Enkel toedienen onder medische controle en indien echt nodig! Straling: atoombommen Hiroshima, Nagasaki: veel miskramen, doodgeboren kinderen, hersen- en schedelafwijkingen, kanker, leukemie Tsjernobil (Oekraïne) en Fukushima (Japan) Daarom ook geen röntgenfoto ’ s Toon enkel het eerste punt over schadelijke omgevingsinvloeden. Vraag vervolgens aan de studenten of ze voorbeelden kunnen geven van schadelijke omgevingsinvloeden. Overloop tenslotte de andere puntjes op deze en volgende slide en geef extra uitleg (zie hieronder) indien dit nog niet door de studenten werd aangereikt. Geef voorbeelden van ziekten/infecties, bvb.: Een voorbeeld van een chronische ziekte die bedreigend is, is bvb. diabetes (suikerziekte) bij de moeder. Er is een verhoogde kans op een miskraam, overgewicht van de baby, fysieke en neurologische problemen of zelfs doodgeboorte. De mogelijke gevolgen voor de ongeboren baby van de infectieziekte Rode Hond of Rubella in de eerste drie maanden van de zwangerschap zijn: doofheid, hartafwijkingen en zware mentale deficiënties. Vandaag worden de meeste meisjes gevaccineerd tegen deze ziekte aan het begin van de puberteit. Besmettingen worden ook veelal door jonge kinderen overgedragen . Toxoplasmose is een infectie die wordt overgedragen via een parasiet in vlees of via uitwerpselen van jonge katten. De infectie is ongevaarlijk voor de moeder, maar kan ernstige gevolgen hebben indien de moeder het virus via de placenta doorgeeft. Tijdens de eerste helft van de zwangerschap is het besmettingsgevaar gering, maar zijn de gevolgen zijn ernstig. Het zenuwstelsel en het zicht van het kind worden aangetast. Aan het einde van de zwangerschap is het besmettingsgevaar van de foetus toegenomen, maar zijn de gevolgen minder ernstig. Om deze infectie te vermijden wordt aangeraden geen rauw of onvoldoende doorbakken vlees te eten. Ook groenten- en fruitsoorten die in de grond groeien, moeten steeds zorgvuldig gereinigd worden. Gekookte groenten vormen geen probleem. Het cytomegalievirus (CMV) is een virus dat bij gezonde personen geen ziektesymptomen verwekt   , maar dat tijdens een zwangerschap schadelijk is voor de foetus. Letsels zoals hersenbeschadiging en gehoorstoornissen zijn voorkomend. Verschillende kinderen hebben geen afwijkingen, maar kunnen nog jaren het virus verspreiden via speeksel en urine. Geef voorbeelden van de effecten van het gebruik van drugs/medicijnen, bvb.: Sigaretten hebben een nadelige invloed op de prenatale ontwikkeling van de ongeboren baby: “Moeders die 10 of meer sigaretten per dag roken brengen kinderen ter wereld die gemiddeld zo’n 200 gram minder wegen dan normaal; wanneer zij meer dan 25 sigaretten roken zakt het geboortegewicht tot 250 gram beneden het normale gemiddelde. De verklaring is dat roken een vaatvernauwing teweegbrengt in de moederkoek, wat een verminderde zuurstoftoevoer naar de vrucht tot gevolg heeft”. “Roken heeft invloed op de bloedtoevoer van de placenta. Groeivertraging en bloedingen in de placenta kunnen het gevolg zijn. (Na de geboorte verhoogt roken in het bijzijn van de zuigeling de kans op wiegendood en astma.)” Ook overmatig alcoholgebruik heeft veelal ongewenste effecten: “ Alcoholgebruik heeft een negatieve invloed op de groei en ontwikkeling van de foetus; ook andere organen als het hart en de ogen kunnen aangedaan worden ” . Bovendien kunnen hoge concentraties alcohol schade teweegbrengen aan de nieren, de zenuwen, de spieren en de hersenen van het ongeboren kind. Bovendien is er ook sprake van onrechtstreekse risico ’s . Bij druggebruik is er namelijk een verhoogde kans op ongevallen en/ of ongezonde voeding; wat uiteraard nadelig is voor de ongeboren vrucht. In principe moeten alle geneesmiddelen (ook aspirine) a priori verdacht worden van mogelijke nevenwerkingen voor de vrucht. Medicijnen mogen dus enkel in geval van nood én onder streng medisch toezicht gebruikt worden. Geef een voorbeeld bij stralingen, bvb.: Na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki is de nefaste invloed van radioactieve stralingen gebleken. “De gevolgen waren onder meer een bijzonder hoog percentage miskramen en doodgeboren kinderen, en bij de overlevenden kwamen heel veel aangeboren hersen- en schedelafwijkingen voor. Veel gevolgen werden pas jaren later zichtbaar in een verhoogde kanker- en leukemiefrequentie” . Ook het nemen van röntgenfoto’s bij (of in het bijzijn) van zwangere vrouwen wordt omwille van nadelige effecten vermeden.
  • * Verkeerde voeding: vb tekort vitamine A: kans open rug, teveel vitamine A: gespleten verhemelte, hartafwijkingen * Resus-incompatibiliteit: enkel wanneer moeder resusNEG. Is en VADER (en ook baby) resusPOSITIEF: tijdens zwangerschap vormen antilichamen in bloed van moeder tegen bloed van baby: heeft slecht effect bij volgende zwangerschappen en kan aanleiding geven tot miskraam, doodgeboorte, overlijden kort na geboorte Kan ook leiden tot verlammingen, mentale vertraging Na de eerste geboorte wordt moeder daarom ingespoten met antiresusgammaglobuline: breekt antilichamen van moeder af * Leeftijd: beste leeftijd 23-29 jaar ouder: kans op afwijkingen neemt toe (kans op syndroom van Down: 45 1/35, onder 25 1/2000), ook te jong kan schadelijk zijn (door onvoltooide lichaamsbouw, stress) Stress: stresshormonen kunnen via placenta bloed van foetus bereiken en kind in verhoogde opwindingstoestand brengen, veelvuldige stress kan leiden tot lager geboortegewicht Negatieve houding tov kind kan schadelijk effect hebben op ontwikkeling maar tijdelijke negatieve stemmingen hebben geen nadelige invloed (90% van afwijzende zwangere vrouwen ontwikkelt naderhand toch een positieve instelling) Bij blijvend negatieve ingesteldheid: permanente stresstoestand Ongewenst zwanger: wellicht moeilijker om gezond te eten, niet te roken,… Belang van sociale steun (partner, ouders, …)
  • Wat valt je op? De eerste 2 maanden van de zwangerschap zijn zeer belangrijk; Probleem: vaak weet je nog niet of je zwanger bent. Embryo = meest gevoelig (week 4 tot 10 of 2 tot 8 afhankelijk van hoe je het bekijkt) Vb. tekort aan vitamine A = verhoogde kans op open rug ..
  • Filmpje over de geboorte: Wat zijn symptomen van zwangerschap? Baarmoedercontracties: weeën Breken van vruchtwatervliezen (plas) - Is dit een traumatische ervaring voor het kind? Zo ja, waarom?
  • Symptomen: baarmoedercontracties (weeën), breken van vruchtwatervliezen of beide 1. Ontsluiting: kan 15-20u duren 2. uitdrijving: enkele minuten tot een uur (is erg actieve fase) 3. Nageboorte: 5-10 min na bevalling: doel: placenta van baarmoederwand losmaken en uit de baarmoeder drijven (placenta is er meestal binnen halfuur na de bevalling) (fases staan duidelijk in jullie boek p. 47) Geef kort uitleg bij een traumatische ervaring en toon vervolgens het videofragment dat deze traumatische ervaring illustreert (Het derde oog, chapter 1 en begin chapter 2 (+/- 5 min.). De geboorte kan voor de baby gewelddadig zijn: hij kan met snelle en ruwe bewegingen vastgepakt en onderzocht worden, aan felle lichten blootgesteld worden, door harde stemmen worden opgeschrikt en vervolgens in een plastic box min of meer afgesneden van menselijk contact op een babykamer gezet worden. Meest traumatische ervaring menselijke levensloop!
  • Vraag aan studenten of ze een ‘zachte’ geboorte kunnen beschrijven, maw wat is er volgens hen nodig om van een zachte geboorte te kunnen spreken? Geef vervolgens aan hoe Leboyer de zachte geboorte heeft omschreven: “Leboyer heeft waargenomen dat wanneer de omgeving waarin de bevalling plaatsvindt en vooral ook de instelling van de betrokkenen verandert en het kind met meer begrip en zachtheid behandeld wordt, dit het kind op zich al rustig maakt. Om dit te bereiken moet de omgeving rustig worden, zonder harde geluiden en felle lichten en moeten de verzorgers niet overhaast te werk gaan, maar voorzichtig en met liefde. Dan is er sprake van een zachte geboorte”. Bij een zachte geboorte of de methode van Leboyer wordt bovendien het kindje zo snel mogelijk op het lichaam van de moeder gelegd die tegen hem praat, de baby voelt de bekende hartslag en herkent mama’s stem. Er wordt een tijdje gewacht vooraleer de navelstreng wordt afgebonden en men laat de baby rustig zelf zoeken naar de tepel van de moederborst. Kort na de geboorte krijgt de baby tevens een warm badje. De baby geniet hier meestal van, met warm water was hij reeds vóór de geboorte vertrouwd. Vraag aan studenten redenen waarom sommige vrouwen er voor kiezen om thuis te bevallen, bvb. “ Bij een thuisbevalling zijn de vrouw en haar partner in hun eigen vertrouwde omgeving. Tijdens de ontsluitingsfase kan ze wat rondlopen en eventueel een warme douche nemen. Een rustgevende omgeving bevordert het voorspoedige verloop van het baringsproces; pijnstilling met medicamenten is zelden nodig ” . Geef uitleg bij epidurale verdoving: De ontsluitingsfase en uitdrijvingsfase zijn de pijnlijkste. De ruggenprik of epidurale verdoving is een plaatselijke verdoving waardoor het onderste deel van het lichaam gevoelloos wordt. Zo kan de bevalling bewust ervaren worden, zonder pijn ervan te ondervinden. Een belangrijk nadeel is dat een echte persdrang ontbreekt, waardoor vaker een ‘ kunstverlossing ’ moet worden toegepast (d.w.z. met de hulp van een verlostang of vacuümpomp). 20% van vrouwen voelt niets, 30% beetje en 50% vindt pijn ondraaglijk Beschrijf de keizersnede: Deze techniek “ wordt onder meer toegepast wanneer het kind te groot is om een nauw bekken te passeren of als de placenta voor de vrucht ligt. Na een rugverdoving (epidurale verdoving) die alle pijnsensaties in de onderhelft van het lichaam opheft, wordt een snee in de buikwand gemaakt en de baarmoeder geopend. Het vruchtwater spuit naar buiten, het kind wordt eruit getild en meteen na het afbinden van de navelstreng bij de moeder gelegd. Bij een keizersnede duurt het maar een paar minuten voor het kind geboren is. De vader mag tegenwoordig ook bij de operatie zijn. Het te opereren gebied is afgeschermd, waardoor hij, noch de moeder de ingreep zelf hoeven te zien. Op die manier hebben beide ouders ook bij een keizersnede tegelijkertijd een eerste contact met hun kind ” . Geef enkele voordelen van zittend bevallen, bvb. Door velen wordt zittend bevallen als een meer natuurlijke houding aanzien. Bovendien ervaar je in die houding de bevalling bewuster en zie je de geboorte van het kind veel beter. Vraag aan studenten voordelen van een onderwaterbevalling, bvb. Het warme water werkt ontspannend en de weeën zijn minder pijnlijk. De bevalling verloopt meestal ook gemakkelijker, niet alleen omdat je meer ontspannen bent, maar ook doordat het weefsel van het perineum (= huid rond de vagina) zacht en soepel wordt door het warme water (waardoor een ‘knip’ veelal vermeden kan worden). Een onderwatergeboorte zou ook voor de baby minder traumatiserend zijn. De overgang van in de buik naar water van ongeveer dezelfde temperatuur, waar het licht en geluid nog even gedempt blijven, is minder bruusk. Men hoeft ook geen schrik te hebben dat het kleintje zal verdrinken. Doordat het bloed nog steeds door de navelstreng stroomt, hoeft de baby nog niet te ademen om voldoende zuurstof te krijgen.
  • Slechts 4% van baby ’ s wordt op uitgerekende dag geboren. Onrijpe ademshalingsstelsel: tot 34 weken is ademhalingsstelsel nog niet volledig ontwikkeld => Te weinig surfactant wordt aangemaakt : dit is een stof die ervoor zorgt dat longen zich kunnen vullen met lucht en zuurstof aan bloed afstaan Geef verdere uitleg bij de oplossing: De meeste premature baby ’s gaan naar de neonatale afdeling, waar de baby in een couveuse ligt. Daarin wordt de baby voorzien van een constante temperatuur en vochtigheidsgraad en de best mogelijke hygiënische omstandigheden, en ligt hij/zij eventueel aan toestellen die helpen bij de ademhaling en voeding. Het is immers belangrijk dat het lichaam en de hersenen voldoende zuurstof krijgen en dat de baby gevoed wordt, desnoods met een infuus. Indien het goed gaat met de baby, maar hij/zij alleen nog moet ‘groeien’ om naar huis te kunnen, zal de baby verblijven in een verwarmd bedje (dat zorgt voor een constante temperatuur). In de regel moeten de baby’s gezond zijn, vlot eten, 2.5kg wegen en 36 zwangerschapsweken oud zijn om de neonatale zorgafdeling te kunnen verlaten.
  • Placenta-insufficiëntie en –degeneratie = placenta is niet meer in staat om voldoende voedsel en zuurstof aan de baby te geven, wat schadelijke effecten kan hebben op de hersenen en de organen
  • Spontane ademhaling: binnen de 5 minuten zijn het ademhalingsstelsel en de bloedsomloop aangepast aan leven in vrije lucht Apgar-score: 1à2 minuten na geboorte: wordt herhaald na 5à10 minuten: evolueert van 8 eerste meting naar 10 tweede meting Wordt gecontroleerd als baby bij moeder ligt: rozige lippen en huid, rustige ademhaling, grimassen, bewegen met armen en benen, tilt hoofdje op, hartfrequentie voelen aan kloppende navelstreng Later uitvoeriger onderzoek Vernix: functie niet duidelijk, wellicht ter berscherming: wordt niet onmiddellijk weggewassen, wordt opgenomen in huid Fontanellen: bovenaan, achterkant van schedel: kraakbeenachtige vliezen: verbinden schedelbeenderen die bij geboorte nog niet volgroeid zijn: kunnen over elkaar schuiven bij bevalling (kleine fontanel achterkant: sluit enkele weken na geboorte), grote fontanel: boven: 2cm: verbeent rond 18mnd (je kan die zien kloppen als baby gespannen is/strekken als baby huilt) Ook controle van gehoorgangen, verhemelte, huid gesloten, babyreflexen, geen misvormingen
  • Eerste voeding: Voeding is allebei aangepast aan de behoeften van de pasgeborene (borstvoeding: baby drinkt, flesvoeding obv gewicht) Wat zijn voordelen/nadelen van borstvoeding? - Moedermelk is rijk aan afweerstoffen die de baby beschermen tegen ziekten en allergieën. - Borstvoeding zorgt voor een nauwe band tussen moeder en kind. - Borstvoeding bevordert het inkrimpen van de baarmoeder en maakt dat de resterende zwangerschapskilo ’s sneller verdwijnen. - Borstvoeding is praktisch: altijd op temperatuur en altijd beschikbaar als de baby erom vraagt. - Moedermelk is gratis. - Borstvoeding geven heeft ook positieve effecten op de moeder en vermindert bvb. de kansen op borstkanker. Toch zijn er ook nadelen aan borstvoeding verbonden, met name: alleen de moeder is verantwoordelijk voor de voeding van de baby. Zij kan hooguit af en toe afkolven. Hetzelfde geldt voor de nachtrust: een moeder die borstvoeding geeft, moet iedere keer opstaan. Bovendien let de moeder best op wat ze eet en drinkt (bvb. alcohol, maar ook uien en kool zijn uit den boze aangezien deze laatsten krampen bij de baby kunnen veroorzaken). Slapende baby: Iemand zin in een baby? Vraag studenten naar de voordelen en nadelen van borstvoeding. Bvb. - Moedermelk bevat voedingsstoffen in een samenstelling die perfect op de behoeften van uw kind is afgestemd (deze samenstelling evolueert mee met de baby – deze evolueert van colostrum naar overgangsmelk naar rijpe moedermelk, ongeveer 2 weken na de geboorte). - Moedermelk is rijk aan afweerstoffen die de baby beschermen tegen ziekten en allergieën. - Borstvoeding zorgt voor een nauwe band tussen moeder en kind. - Borstvoeding bevordert het inkrimpen van de baarmoeder en maakt dat de resterende zwangerschapskilo ’s sneller verdwijnen. - Borstvoeding is praktisch: altijd op temperatuur en altijd beschikbaar als de baby erom vraagt. - Moedermelk is gratis. - Borstvoeding geven heeft ook positieve effecten op de moeder en vermindert bvb. de kansen op borstkanker. Toch zijn er ook nadelen aan borstvoeding verbonden, met name: alleen de moeder is verantwoordelijk voor de voeding van de baby. Zij kan hooguit af en toe afkolven. Hetzelfde geldt voor de nachtrust: een moeder die borstvoeding geeft, moet iedere keer opstaan. Bovendien let de moeder best op wat ze eet en drinkt (bvb. alcohol, maar ook uien en kool zijn uit den boze aangezien deze laatsten krampen bij de baby kunnen veroorzaken).
  • Meconium: eerste stoelgang: donker/zwart, kleverig, taai: bestaat uit producten die tijdens zwangerschap in darmen van baby zijn terechtgekomen Geelzucht: ¾ van baby ’ s krijgen enkele dagen na geboorte lichte vorm van geelzucht: lever: afbraakproducten zoals bilirubine afvoeren: lever werkt nog traag: bilirubine gaat naar huid en ogen, zorgt voor gele verkleuring Een week na geboorte: lever is klaar voor functies: scheidt dan bloedkleurstof uit: gele kleur verdwijnt Wanneer baby opvallend geel, bilirubinegehalte in bloed hoog: baby onder lamp (fototherapie): oogjes beschermd met bril: helderblauwe licht lost bilirubine op: via nieren met urine uitgescheiden Meestal na 24u verbetering, soms 2à3 dagen Huiduitslag: reactie op nieuwe omgeving, aanraking met beddengoed, keertjes, water, wasmiddel Ook talgpuistjes/babyacne op neus, wangen: door geslachtshormonen die nog in bloed circuleren vanuit zwangerschap Gaat weg Babyborstjes: dr hormonen: ½ kinderen: gezwollen (borst)klieren op 10 de dag na geboorte, zelfs vochtverlies uit borstklieren: heksenmelk, ook zwellen van genitaliën normaal Gaat allemaal vanzelf weg
  • Hersenen zijn nog niet volgroeid => dus baby kan motorieke nog niet controleren VRAAG: Wat is een reflex? = een reactie op een prikkel van buitenaf Geef voorbeelden van spontaan gedrag, bvb. draaien, intrekken van de buik, samentrekkingen van het lichaam, sidderingen of het bewegen van armpjes en beentjes bij ruglig. Reflexen bij volwassenen? Geeuwen, knipperen met de ogen, enz. Sommige reflexen behoud je (knipperen, …) andere gaan over in ons gedrag: vb. zuigreflex in ons voedingsgedrag.

2. ongeboren baby, geboorte en pasgeborene PBLO-V 2. ongeboren baby, geboorte en pasgeborene PBLO-V Presentation Transcript

  • De ongeboren baby, de geboorte en de pasgeborene Hoofdstuk 2Hoofdstuk 2
  • Hoofdstuk 2: Ongeboren babyHoofdstuk 2: Ongeboren baby
  • 2.1 De ongeboren baby2.1 De ongeboren baby ConceptieConceptie
  • 2.1 De ongeboren baby2.1 De ongeboren baby Zwangerschap (prenatale ontwikkeling) 38 weken vanaf de conceptie 40 weken vanaf laatste menstruatie Prenatale ontwikkeling 1. Germinale periode (week 2-4) 2. Embryonale periode (week 4-10) 3. Foetale periode (week 10-40) Lichamelijke ontwikkelingLichamelijke ontwikkeling
  • Germinale periode (week 2-4)Germinale periode (week 2-4)
  • • ‘Germen’ = zaad of kiem • Vanaf versmelting eicel en zaadcel • Bevruchte eicel = zygote • Ontwikkeling van: – Moederkoek of placenta – Navelstreng – Vruchtzak Germinale periode (week 2-4)Germinale periode (week 2-4)
  • Embryonale periode (week 4-10)Embryonale periode (week 4-10)
  • • Embryo = miniatuurmensje • Lichaamsdelen ontwikkelen • Vaste volgorde:. hoofdje, ogen, romp, armen, benen, geslachtsdelen • Organen ontwikkelen • Let op!! Schadelijke omgevingsinvloeden Embryonale periode (week 4-10)Embryonale periode (week 4-10)
  • Foetale periode (week 10-40)Foetale periode (week 10-40)
  • • Organen ontwikkelen zich verder • Functieontwikkeling – Bvb. slikbeweging, adembewegingen • Toenemende activiteit – Bvb. bewegen met armen en benen, handjes openen en sluiten • Ontwikkeling van babyreacties – Bvb. zuigreflex, grijpreflex • Levensvatbaarheid – Vanaf 24 w., maar vaak pas vanaf 30 w. Foetale periode (week 10-40)Foetale periode (week 10-40)
  • Foetale periode (week 10-40)Foetale periode (week 10-40)
  • 2.1 De ongeboren baby2.1 De ongeboren baby Kan een baby denken, voelen, willen? Bewust handelen? • Ja als gewaarworden en reageren voldoende is • Onduidelijk als het gaat over bewustzijn Ken je daar voorbeelden van? Psychische ontwikkelingPsychische ontwikkeling
  • 2.1 De ongeboren baby2.1 De ongeboren baby 1. Miskraam en buitenbaarmoederlijke zwangerschap 2. Genetische risico’s 3. Schadelijke omgevingsinvloeden Zwanger met hindernissenZwanger met hindernissen
  • 1. Miskraam en buitenbaarmoederlijke zwangerschap 1. Miskraam en buitenbaarmoederlijke zwangerschap
  • 2. Genetische risico’s2. Genetische risico’s
  • Wat niet te doen als je zwanger bent? Duid aan.
  • 3. Schadelijke omgevingsinvloeden3. Schadelijke omgevingsinvloeden
  • Moeder Rh – Kind Rh + 3. Schadelijke omgevingsinvloeden3. Schadelijke omgevingsinvloeden
  • Embryo = meest gevoelig Embryo = meest gevoelig
  • Hoofdstuk 2: Ongeboren babyHoofdstuk 2: Ongeboren baby
  • • 3 fasen bij bevalling – Ontsluitingsfase (=langste fase) • Weeën en breken van vruchtwatervliezen • Opening baarmoedermond, hoofd omlaag – Uitdrijvingsfase • Kind komt ter wereld – Fase van de nageboorte • Placenta uit lichaam moeder • Een traumatische ervaring? 2.2 De geboorte2.2 De geboorte De bevallingDe bevalling
  • • ‘Zachte’ geboorte (methode Leboyer) • Ziekenhuis of thuis? • Epidurale verdoving • Keizersnede • Zittend bevallen • Onderwaterbevalling 2.2 De geboorte2.2 De geboorte Soorten bevallingenSoorten bevallingen
  • • Op tijd: 38-42 w • Vroeggeboorte / prematuriteit: 24-37 w – 6% van alle zwangerschappen – Risicogroep: meerlingen, jonge/oudere moeders, stress, roken, infectie, … – Probleem: Onrijpe ademhalingsstelsel – Oplossing: Couveuse 2.2 De geboorte2.2 De geboorte Op tijd, vroeggeboorte en overdragen zwangerschap Op tijd, vroeggeboorte en overdragen zwangerschap
  • • Overdragen / postmaturiteit: > 42 w – 40% van alle zwangerschappen > 10-14 d: Ingeleide bevalling owv placenta-insufficiëntie en -degeneratie 2.2 De geboorte2.2 De geboorte Op tijd, vroeggeboorte en overdragen zwangerschap Op tijd, vroeggeboorte en overdragen zwangerschap
  • Hoofdstuk 2: Ongeboren babyHoofdstuk 2: Ongeboren baby
  • VernixVernix 2.3 De pasgeborene2.3 De pasgeborene
  • 2.3 De pasgeborene2.3 De pasgeborene
  • 2.3 Na de geboorte2.3 Na de geboorte Eerste voedingEerste voeding – Borstvoeding ! • Op vraag, naargelang behoefte baby – Flessenvoeding • Hoeveelheid wordt berekend obv gewicht Slapen (16u) – waken (5u) – huilen (3u) De slapende babyDe slapende baby
  • 2.3 Na de geboorte2.3 Na de geboorte Abnormaal? Nee, heel gewoonAbnormaal? Nee, heel gewoon
  • 2.3 Na de geboorte2.3 Na de geboorte Babyreflexen of babyreactiesBabyreflexen of babyreacties Reflex ≠ reflexen bij volwassenen • Babyreflexen verdwijnen na tijdje, of worden opgenomen in gedrag • Treden niet altijd op – baby moet alert zijn ≠ ‘spontaan gedrag’ van baby • Babyreflexen zijn reactie op prikkel van buitenaf
  • 2.3 Na de geboorte2.3 Na de geboorte – Zoekreflex – Zuigreflex – Primaire lopen – Reflex van Babinski – Grijpreflex – Reactie van Moro – Schrikreflex Illustraties van de reflexen op blz. 57 Handige kader blz. 58 Babyreflexen of babyreactiesBabyreflexen of babyreacties