• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Stormmoord 1
 

Stormmoord 1

on

  • 385 views

 

Statistics

Views

Total Views
385
Views on SlideShare
262
Embed Views
123

Actions

Likes
0
Downloads
1
Comments
0

2 Embeds 123

http://lj-toys.com 118
http://l.lj-toys.com 5

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Stormmoord 1 Stormmoord 1 Presentation Transcript

    • Het was een donkere trieste avond. De regen kletterde hard tegen de vooruit van een auto die nog laat over de weg heen reed. De bestuurder vloekte een keer. De passagier naast hem verroerde zich niet en tuurde in het duister.
      “Wat een kutweer,” mompelde Bryan Ferwood, meer tegen zichzelf dan tegen zijn vrienden.
    • Niemand reageerde. Ze waren allemaal nog in gedachten van het verschrikkelijke feest dat ze een uur geleden hadden verlaten. Lucy Matthews zuchtte. Het was een ramp, een regelrechte hel waar ze in waren gelopen. Iedereen was het met haar eens geweest dat ze onmiddellijk moesten vertrekken.
    • Ze zakte iets onderuit in de passagiersstoel en sloot haar ogen. Het feest was één groot fiasco geweest. Dat had ze al van te voren geweten, maar toch had ze zichzelf over laten halen door Bryan en zijn vrienden; Wendy Larson en Jason Quinn.
    • Toen ze aan het tweetal dacht draaide Lucy zich om en keek recht in de dreigende ogen van Jason. Hij was kwaad, woedend op degene die het feest had verkloot. Zijn donkere ogen keken vervolgens naar buiten, alsof er elke moment een of ander monster hun auto zou bespringen en hen stuk voor stuk uiteen zou rijten. Lucy rilde en keek weer naar de weg voor haar.
    • Bryan had het in de gaten en pakte haar klamme, zweterige handen vast.
      “Het komt goed. We zijn bijna thuis.” Lucy wilde het geloven, maar ze kon het op de een of andere manier niet. Vanaf het begin van de avond toen ze het huis binnen waren gestapt, had ze een onbehagelijk gevoel gehad, en het was nog steeds niet weg.
    • “Verdorie!” hoorde ze ineens naast zich vloeken. Bryan rukte aan het stuur naar de rechterkant, waardoor Lucy met haar hoofd tegen het raam aanstootte. Ze had geen tijd om zich te herstellen, want door het schudden van de auto, werd ze heen en weer gezwierd. Na een paar seconden kwam de auto tot stilstand.
      “Wat was dat?” vroeg Wendy. De roodharige vrouw pakte snel Jason’s hand beet.
    • Bryan kreunde en controleerde of hij ergens iets gebroken had.
      “Een of ander beest dat de weg op rende. Achterlijk beest,” mompelde hij. Lucy wreef over de pijnlijke bult op haar hoofd. Gelukkig constateerde ze dat ze verder niets ernstigs had.
      “Iedereen oké?” vroeg ze aan de rest.
    • “Prima. Ik ga buiten even kijken of we iets geraakt hebben.” Voordat Lucy kon protesteren, stapte Bryan al de auto uit, gevolgd door Jason.
      “Ze kunnen ons toch niet alleen laten? Wat nou als het beest honger heeft? Of kwaad is omdat we het bijna hadden aangereden?” piepte Wendy.
    • Lucy keek bedenkelijk. Toen ze naar buiten had gekeken had ze niks gezien wat op een beest had geleken en al zeker niet op de weg. Maar Bryan was niet iemand die geintjes zou uithalen na een verschrikkelijke avond. En al helemaal niet als het om zijn auto ging.
    • “Ze zijn vast zo terug. Dan kunnen we weer verder naar huis,” stelde Lucy Wendy gerust. Niet dat het iets hielp.
      “Ik ga naar buiten. Liever bij hen dan bij jou.” Het stak. Wendy klauterde de auto uit en verdween onmiddellijk in de duisternis. Wat een rotmeid was het toch. Ze was het er nooit mee eens geweest dat Wendy vanavond mee was gegaan. Ze wist zeker dat de avond dan een stuk soepeler was verlopen.
    • Lucy zuchtte. De regen maakte dat ze niks meer door de voorruit zag, evenals door de zijramen. Wat nou als Wendy de jongens niet kon vinden? Ondanks dat Wendy een trut was, wenste ze haar niet toe dat ze zou verdwalen. Het was gekkenwerk om in het donker naar de jongens te zoeken. Bovendien, Wendy was in haar eentje. En ik ook, dacht Lucy erachteraan.
    • Misschien kon ze Bryan bellen. Om hem op de hoogte te stellen dat Wendy naar hen op zoek was gegaan. Uiteraard zou Bryan woedend zijn om het feit dat Lucy haar had laten gaan. Maar ze had verder geen keus. Dit was de enige mogelijkheid om nog enige verbinding met de jongens te krijgen. Dus zocht ze naar haar telefoon in haar tas.
      “Waar was dat ding toch?”
    • Lucy bleef maar zoeken naar haar telefoon en had niet door dat er een schaduw over haar heen trok, langs de zijkant van de auto. Zelfs niet toen de schaduw met zijn adem over het raam streek, en langzaam het handvat wilde pakken om het portier te openen. Plotseling werd de portier aan de bestuurderskant opengerukt. Lucy schreeuwde zo hard als ze kon, maar meteen werd haar de mond gesnoerd door een sterke hand. De schaduw was verdwenen.
    • “Niet zo hard! Straks hoort ie ons nog en dan zijn we de lul!” Verschrikt keek Lucy van Bryan naar Jason. Ze waren snel terug en allebei helemaal doornat van de regen. Hun gezichtsuitdrukkingen voorspelden niet veel goeds.
      “Waar is Wendy? Ze zou toch hier blijven?!” Kwaad keek Jason haar aan.
      “Ze was op zoek gegaan naar jullie. Ik kon haar niet tegen houden. Ze –”
      “Bullshit! Je had haar wel tegen moeten houden!”
    • Jason stond al paraat om het portier te openen, toen Bryan hem tegenhield.
      “We kunnen haar niet gaan zoeken. Het is veel te gevaarlijk!”
      “En haar daar in die storm dood laten gaan? Over mijn lijk!” Jason was te snel de auto uit, voor Bryan nog iets kon zeggen. Lucy pakte snel zijn hand.
      “Jij blijft hier toch?”
    • Bryan knikte en inhaleerde diep de zure avondlucht in.
      “Wat is er aan de hand? Hebben jullie iets gezien?” De stilte duurde iets te lang voordat Bryan reageerde.
      “Nee,” was het enige wat hij zei. Lucy zag aan zijn gezicht dat hij glashard zat te liegen. Zo even had hij gezegd dat ze niet mocht schreeuwen omdat iets of iemand haar anders kon horen. Toch kon ze het niet opbrengen om hem te waarheid te ontfutselen. Iets zei haar dat de waarheid hard aan zou komen.
    • “Maak je maar geen zorgen. Jason en Wendy zijn zo terug.” Ze zag aan hem dat hij het eerder voor zichzelf zei dan voor haar.
      “Misschien moeten wij haar ook gaan zoeken?” opperde ze.
      “Geen denken aan! Wat als ze terugkomen en wij niet in de auto zitten? Dan kunnen ze ons gaan zoeken.” Daar had Lucy nog niet aan gedacht. Maar stilzitten wilde ze ook niet.
    • Daarom nestelde ze zich dicht tegen hem aan. Bryan sloeg meteen een arm om haar heen.
      “Wat een avond! Het kan niet slechter worden, geloof ik.” Bryan snoof.
      “Misschien kan ik de auto alvast starten. Dan kunnen we meteen weg als ze terugkomen.” Lucy miste meteen zijn warmte, toen Bryan zijn arm weghaalde.
      “Goed idee,” zei ze.
    • Bryan greep naar de contactsleutel en draaide die om. De motor sputterde even, om vervolgens weer stil te vallen.
      “Verdomme!” vloekte Bryan. Hij probeerde het nog een keer. Weer niks.
      “Ik kijk even onder de motorkap. Misschien kan ik iets vinden.” Voordat Bryan de auto uit kan stappen, greep Lucy zijn arm vast.
      “Doe je wel voorzichtig?”
    • Bryan knikte kort en stapte uit de auto, voor de tweede maal deze avond. Lucy liet haar hoofd tegen het hoofdeinde vallen en sloot haar ogen. Ze was uitgeput. Opeens hoorde ze een klik. Lucy opende haar ogen en zag nog steeds geen steek door de vooruit. Ze vermoedde dat Bryan niks kon vinden. Opeens werd de bestuurdersportier weer opengetrokken. Bryan liet zich weer zakken op de stoel.
      “Niks te zien.”
    • Een paar minuten blijven ze stil zitten, ieder met hun eigen gedachten. Plotseling werd er weer een portier opengetrokken. Lucy voelde voor de zoveelste keer die avond haar hart naar haar keel stijgen. Ze was het zat. Voordat ze iets kon uitbrengen, zag ze Jason’s gezicht achter haar opdoemen.
      “We moeten hier echt weg! Wendy is nergens te bekennen! Ik hoop dat ze ergens veilig is!”
    • Zonder te protesteren startte Bryan meteen de auto. Gelukkig sloeg de motor niet meteen af.
      “We gaan zodra het licht is naar haar zoeken, Jason. Dat beloof ik!” Lucy probeerde de hoop erin te houden, maar aan zijn ogen te zien was het al te laat. Na een tijdje rijden, zagen ze een motel opdoemen.
      “Misschien moeten we hier overnachten. Dan kunnen we morgenochtend meteen gaan zoeken,” stelde Bryan voor.
    • Niemand zei iets, wat Bryan aannam als toestemming. Hij draaide de auto de parkeerplaats op en zocht een plek. Toen hij de auto had geparkeerd, stapten ze de auto uit. De receptie was niet ver, waardoor ze niet al te lang door de regen hoefden te lopen. Lucy stapte de ruimte binnen en meteen viel het haar op hoe oud het gebouw was. Overal in de houten muren zag ze gaten; waarschijnlijk de schuld van houtwormen.
    • De jongens liepen meteen naar de man achter het bureautje.
      “Jullie willen zeker overnachten? Omdat het weekend is, betekent dat het dubbele.”De man keek het groepje grijnzend aan. Waarschijnlijk kon hij het geld goed gebruiken. De man kreeg vast niet veel gasten.
      “Mijn naam is trouwens Max. Mochten jullie iets nodig hebben dan kun je altijd naar de receptie bellen.” Zonder dat iemand het zag, knipoogde hij naar Lucy.
    • Meteen voelde ze de rillingen over haar rug lopen. Ze hoopte niet dat ze die Max ooit in het donker tegen zou komen.
      “Kom. We hebben een kamer.” Bryan hield de sleutel omhoog en gaf het aan haar.
      “Er zijn twee sleutels. Eén voor jou en één voor ons.” Lucy nam de sleutel aan. Ze stak het in haar broekzak.
    • Na een paar minuten kwam het drietal aan bij de toegewezen motelkamer. Bryan opende de deur en ging de rest voor naar binnen. Snel knipte hij het licht aan zodat ze konden zien in wat voor ruimte ze stonden. Het eerste wat Lucy op viel was het tweepersoonsbed. Het tweede was dat dat het enige bed was.
      “Geen bed voor jou?” vroeg Lucy aan Jason.
    • “Nee, blijkbaar niet. Het geeft niet, ik kan toch niet slapen.” Lucy voelde met hem mee en legde een hand op zijn arm.
      “Maak je geen zorgen. We vinden haar echt wel!” Jason zei niets maar liep langs haar heen naar de tweede deur in de kamer.
      “Dit moet de badkamer zijn,” stelde hij vast. Lucy keek toe hoe Jason de deur opende en naar binnen stapte. Lucy rook een vreemde geur die ze niet kon vaststellen.
    • “Gadverdamme! Het stinkt hier!” was zijn eerste commentaar. Toen Lucy wat dichterbij kwam, zag ze de kalk op de muren. Daar kwam ze voorlopig even niet binnen.
      Bryan trok zijn shirt uit en legde het op het stoeltje. Lucy kon haar ogen niet van hem afhouden.
      “Zullen we meteen gaan slapen? Ik ben doodop.” Daar had Lucy wel oren naar. Omdat Jason weer in de kamer stond, durfde ze zich niet uit te kleden.
    • “Jason, draai je eens even om. We willen gaan slapen.” Zonder een spottende opmerking, draaide Jason zich gehoorzaam om en keek door het raam naar buiten. Lucy kleedde zich snel om en sloeg het dekbed om. Bryan lag al klaar om haar in zijn armen te nemen. Als ze hem niet had gehad, wist ze zich geen raad. Alle drie waren ze in gedachten, en hadden dezelfde vraag; waar was Wendy?