• Like
Levensbeschouwing   de klassieke oudheid 4 - plato
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

Levensbeschouwing de klassieke oudheid 4 - plato

  • 2,732 views
Published

 

Published in Travel , Entertainment & Humor
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
2,732
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
8
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Klassieke Oudheid en levensbeschouwing door www.jurgenmarechal.nl Plato
  • 2. (± 427 - 347 v.Chr.)
  • 3. Plato´s bijnaam is ´de brede´
      • Vanwege zijn atletische gestalte.
      • Vanwege zijn breedsprakerigheid (hij sprak veel).
      • Vanwege zijn brede voorhoofd.
  • 4. De ontmoeting tussen Plato en Socrates
    • De ontmoeting vond plaats in 407 v. Chr. en is in
    • het leven van Plato een zeer belangrijke
    • gebeurtenis die voor hem een bekering betekende
    • tot de filosofie .
  • 5. Hoofddoel van Plato ’ s werk
    • Poging de filosofie een grotere invloed
    • te geven in de samenleving.
  • 6. Volgens Plato is kennis herinnering.
    • Al onze kennis is afkomstig uit een
    • vroeger bestaan, sluimerend als
    • herinnering in onze ziel en wordt
    • wakker geroepen door concrete
    • waarneming. Echte kennis zit in de
    • mens zelf: die moet je naar boven
    • halen.
  • 7. Kennis is Herinnering
  • 8.
    • De ideeën vormen de ware
    • werkelijkheid. De zintuiglijke
    • wereld niet: is een zwakke
    • afschaduwing van de echte
    • werkelijkheid: de wereld van
    • de ideeën.
  • 9.  
  • 10.
    • Alle dingen die wij zien zijn slechts
    • afspiegelingen van de ideeën, die de
    • echte werkelijkheid vormen. Deze
    • ideeën bevinden zich in Plato ’s hemel
    • of Ideeënrijk: een transcendente
    • werkelijkheid waar geen ruimte
    • of tijd bestaat.
  • 11. Rol van de ziel in de idee ë nleer
    • De tijdelijke woonplaats van de ziel is
    • het lichaam. Het lichaam is de
    • gevangenis van de ziel. Na de dood
    • vergaat het lichaam, maar blijft de ziel
    • bestaan.
  • 12. Plato is een dualist
    • Dualisme: scheiding van lichaam en
    • ziel/geest.
  • 13.  
  • 14.  
  • 15. Doel van de mens volgens Plato
    • Doel van de mens is in contact komen
    • met het Idee van “Het Goede” door zich
    • boven het direct zintuiglijke en
    • materiële te verheffen.
  • 16. Plato ’s mensbeeld
    • De mens zit enerzijds vast aan zijn
    • lichamelijkheid en is daarmee
    • verankerd aan de zintuiglijke wereld.
    • Anderzijds heeft de mens deel aan de
    • wereld der ideeën in zijn begeerte naar
    • kennis.
  • 17.
    • Lichaam en ziel komen bij Plato tegenover
    • elkaar te staan, waarbij de EROS het
    • streven van de ziel is om op te stijgen van
    • het zinnelijke naar het geestelijke. Zij is bij
    • Plato een drang om tot onsterfelijkheid op
    • te stijgen, maar ook een drang om
    • datzelfde verlangen in anderen wakker te
    • roepen.
  • 18.
    • De ziel heeft in deze zichtbare wereld de
    • zorg voor alles wat onbezield is, maar zij
    • kan deze zorg slechts vervullen indien het
    • contact met het hogere, met de wereld der
    • eeuwige ideeën behouden blijft. De
    • Herinnering is het vermogen van de
    • menselijke ziel om dit contact in stand te
    • houden. Dit vermogen moet van tijd tot tijd
    • worden opgeschud via de methode van
    • verloskunde, de Maieutikè .
  • 19. Drie delen van de ziel:
    • - Begeerde deel (dierlijke);
    • - Het vurige deel (de bron van daden)
    • en
    • - Het redelijke deel.
  • 20.
    • Plato is het met Socrates eens dat
    • deugd gebaseerd is op inzicht, maar hij
    • gaat ook verder. Plato ontleedt het
    • begrip ‘deugd’ in vier hoofddeugden:
    • Wijsheid,
    • Moed,
    • Matigheid en
    • Rechtvaardigheid.
  • 21.
    • Als de drie delen van de ziel en de
    • daarmee samenhangende deugden
    • met elkaar in evenwicht zijn dan is er
    • volgens Plato sprake van
    • rechtvaardigheid
  • 22. De ware werkelijkheid
    • De ideeënwereld vormt de ware
    • werkelijkheid. De zintuiglijke wereld niet
  • 23.
    • De mens verkrijgt kennis door in
    • zichzelf te keren en goed na te denken
  • 24. Het filosofische project van Plato
    • Plato hield zich bezig met de relatie
    • tussen het eeuwige en onveranderlijke
    • aan de ene kant en dat wat stroomt aan
    • de andere kant.
  • 25.
    • Plato ’s visie op de werkelijkheid brengt
    • hem ertoe onderscheid te maken
    • tussen epistèmè en doxa.
    • Doxa: mening/opinie: betreft de
    • zintuiglijke waarneembare wereld.
    • Epistèmè: kennis: kunnen we slechts
    • hebben van iets wat bestaat en
    • onveranderlijk is: Ideeën.
  • 26. Plato en de Staat
    • Volgens Plato kom je aan goede
    • bestuurders door een zorgvuldige
    • selectie.
  • 27. Plato en de Staat
    • Bestuurders/wachters mogen geen
    • privé eigendom hebben en geen eigen
    • gezin. Ze moeten een uiterst sober
    • leven leiden. Op die manier probeert
    • Plato te voorkomen dat de bestuurders
    • (en ‘Wachters’) op den duur corrupt
    • worden.
  • 28. Plato en de Staat
    • De Staat moet volgens Plato door
    • filosofen geregeerd worden omdat zij
    • kennis hebben van de ideeën
    • (ideeënwereld).
    • www.jurgenmarechal.nl