Levensbeschouwing   de klassieke oudheid 3 - socratische methode
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Levensbeschouwing de klassieke oudheid 3 - socratische methode

on

  • 729 views

 

Statistics

Views

Total Views
729
Views on SlideShare
652
Embed Views
77

Actions

Likes
0
Downloads
5
Comments
0

1 Embed 77

http://jurgenmarechal.nl 77

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Levensbeschouwing de klassieke oudheid 3 - socratische methode Presentation Transcript

  • 1. De Oudheid en levensbeschouwing door www.jurgenmarechal.nl De Socratische methode
  • 2. Maieutikè-techniek
    • Volgens Socrates is ieder mens
    • zwanger van kennis. Met een
    • speciale vroedvrouw-methode
    • probeerde hij de weeën op te roepen
    • opdat de kennis geboren kon
    • worden.
  • 3. De lessen van Socrates bestaan geheel uit gesprekken. Het is een spel van vraag en antwoord. Hij spreekt niet alleen zijn leerlingen aan maar ook willekeurige voorbijgangers.
  • 4. Het uitgangspunt van Socrates is eenvoudig: hij beweert dat hij maar één ding weet, namelijk dat hij niets weet (Socratische ironie). Met die stelling keert hij zich tegen alle leraren die beweren heel veel te weten.
  • 5. Stel je nu eens voor dat hij jou vragen gaat stellen. Eerst stelt hij je een onschuldige vraag en daarna vraagt hij steeds verder. Want elk antwoord dat hij krijgt, is voor hem een aanleiding om nieuwe vragen te stellen.
  • 6. Socrates stelt jou vragen, net zo lang tot hij een filosofische vraag kan stellen, zoals: 'wat is deugd?' of: 'wat is de waarheid?' of: 'wat is de beste staatsvorm?'
  • 7. Eerst wekt Socrates bij jou nog de indruk dat jij boven hem staat qua kennis. Maar hoe meer vragen hij op je afvuurt, hoe ingewikkelder het schijnt te worden.
  • 8. Je moet steeds beter en dieper nadenken. Dat is juist wat Socrates met zijn vragen wil bereiken. Dat gevoel van jezelf tegenkomen is zoiets als de waarheid van jezelf bij jezelf ontdekken.
  • 9.  
  • 10. Op het moment dat je niets meer weet te zeggen houdt de kennis op die je van buitenaf hebt ontvangen en begint het inzicht van binnenuit.
  • 11.  
  • 12. Helaas is het zo dat de meeste mensen kennis van iets hebben, zonder te weten hoe ze aan die kennis komen of hoe die kennis is opgebouwd.
  • 13.  
  • 14. Een voordeel van weten dat je (nog) niet weet is dat je altijd blijft speuren, blijft zoeken naar waarheid, naar Zin.
  • 15. Als je beweert het allemaal wel te weten, dan hoef je immers niet meer te speuren, niet meer te zoeken.
  • 16. Socrates heeft zijn methode van vragen stellen vergeleken met het werk van zijn moeder die vroedvrouw was. Hij noemt zijn filosofische methode van vragenstellen vroedvrouwmethode ( maieutikè technè ).
  • 17.  
  • 18. Volgens Socrates is ieder mens zwanger van kennis. Met een speciale vroedvrouwmethode probeerde hij de weeën op te roepen opdat de kennis geboren kon worden.
  • 19. Dankzij de vroedvrouwmethode, krijgt de leerling te weten dat de kennis die hij meent te bezitten, meestal bestaat uit vooroordelen, idealen of geloof.
  • 20. De leerling wordt zich bewust van de waarde van zijn kennis. Nadat de schijnkennis is weggezuiverd, moet de leerling de ware kennis opgraven.
  • 21.  
  • 22. Het is of 'weten' verandert in 'herinneren'. Als je goed kijkt naar het woord 'her-inneren' dan zie je daar het woord innerlijk en het woordje 'her' (opnieuw) in.
  • 23. Her-inneren = Dat de kennis die al binnen in zit voor een tweede keer ( her -) naar boven gehaald moet worden om echt te 'weten'.
  • 24. Socrates zegt: 'Mijn werk lijkt op datgene dat vroedvrouwen doen… Alleen zij behandelen vrouwen en ik mannen, zij behandelen het lichaam en ik de geest.'
  • 25. Socrates ziet zichzelf niet als vertegenwoordiger van een eigen waarheid. Hij zegt tegen de anderen dat ze de waarheid in zichzelf moeten zoeken.
  • 26. Socrates stelt 'weten' gelijk aan 'deugd'. Slechts als een leerling kan inzien wat de ware deugd is, kan en zal hij ook deugdzaam handelen.
  • 27. Met zijn vragen wil Socrates zijn leerlingen brengen tot zelfonderzoek. Dat zelfonderzoek bereikt nooit een eindpunt.
  • 28. 'Ken uzelf!', lijkt hij iedereen toe te willen roepen.
  • 29. Volgens de kern van de leer van Socrates moet de mens zich steeds afvragen: “Welke handelingen goed en rechtvaardig zijn?”
    • Goed en
    • Kwaad
  • 30. Socrates had als filosofisch project het vinden van heel duidelijke en algemeen geldende definities van wat goed en fout is.
  • 31. Socrates heeft geen letter op papier gezet. Socrates is uiteindelijk toch bekend geworden door de werken van zijn leerling Plato. www.jurgenmarechal.nl