Your SlideShare is downloading. ×
De opkomst van de beeldcultuur zorgt           ervoor dat mensen zich minder                   cultureel ontwikkelen.Josép...
InhoudInleiding .............................................................................................................
InleidingDe stelling ‘de opkomst van de beeldcultuur zorgt ervoor dat mensen zich minder cultureelontwikkelen’ lijkt zichz...
1. Cultuurklassen1.2 Elitaire cultuurKunst en al haar uitingen is al heel vroeg in de geschiedenis ontstaan. In de loop de...
1.3 Onderscheid hoge en lage populaire cultuurTegenwoordig beginnen de hoge en de lage populaire cultuur samen te smelten....
2. Beeldcultuur2.1 Huidige beeldcultuurMet beeldcultuur wordt dus de cultuur waarin beeld een centrale rol speelt, bedoeld...
7. Ik hou van Holland    8. De reünieAan de hand van deze statistieken kunnen we constateren dat de Nederlandse bevolking ...
op kennis. Namelijk kennis van spreekwoorden, kennis van topografie en algemene kennis overNederland.De elitaire cultuur i...
3. Televisie (programma’s)De televisie is een machtig medium en ook een zeer doeltreffend medium om een doelgroep tebereik...
Een element wat de televisie zo’n enorm succesvol beeldend medium maakt is het feit dat het onsuitnodigt om mee te gaan in...
4. ConclusieIk denk dat de opkomst van beeldmedia er juist voor zorgt (of heeft gezorgd) dat alle lagen van debevolking de...
BronnenBroek, J. v. d. (2010). Beeldtaal: perspectieven voor makers en gebruikers. Amsterdam: Boomonderwijs.Extend limits....
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

B&c essay

422

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
422
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "B&c essay"

  1. 1. De opkomst van de beeldcultuur zorgt ervoor dat mensen zich minder cultureel ontwikkelen.Joséphine Figee09086927Beeld & Communicatie 2011-20125 maart 2012 1
  2. 2. InhoudInleiding ................................................................................................................................................... 31. Cultuurklassen ..................................................................................................................................... 4 1.2 Elitaire cultuur ............................................................................................................................... 4 1.2 Lage populaire cultuur................................................................................................................... 4 1.3 Onderscheid hoge en lage populaire cultuur ................................................................................ 52. Beeldcultuur ........................................................................................................................................ 6 2.1 Huidige beeldcultuur ..................................................................................................................... 6 1.2 Onderwijzende amusementprogramma’s .................................................................................... 73. Televisie (programma’s) ...................................................................................................................... 94. Conclusie ........................................................................................................................................... 11Bronnen ................................................................................................................................................. 12 2
  3. 3. InleidingDe stelling ‘de opkomst van de beeldcultuur zorgt ervoor dat mensen zich minder cultureelontwikkelen’ lijkt zichzelf tegen te spreken, want hoe kan juist de opkomst van een nieuw soortcultuur ervoor zorgen dat men zich juist minder cultureel ontwikkelen? Vandaar dat de stellingonderbouwd dient te worden. Dit doe ik aan de hand van kort de gedachtegang van voorstandersvan de stelling weer te geven en kort de gedachtegang van de tegenstanders.Ten eerste: wat is beeldcultuur precies? Om beeldcultuur te kunnen definiëren vereist er eerst eendefinitie van cultuur zelf. Zoals ik samen met mijn groepsleden Susan, Simone en Liselotte hebgedefinieerd houdt cultuur het geheel van materiële en immateriële verworvenheden van een groepin. Hieronder nog een bredere betekenis van het begrip ‘cultuur’:“Een ruime betekenis van cultuur is: alles wat mensen maken en doen. In een meer sociologischebetekenis is cultuur de leefstijl van een samenleving, samengesteld uit een mix van subculturen methun geloven, gewoonten en gebruiken. Aan de leefstijl van een groep of gemeenschap ontlenenmensen hun identiteit. Voor inzicht in de leefstijlen van het verleden kunnen we teruggrijpen optradities, overleveringen en het materiële cultureel erfgoed. In de klassieke definitie omvat cultuur dekunsten, cultureel erfgoed en de media.” BRONCultuur kan tevens onderscheiden worden in elitecultuur en populaire cultuur. Tot de elitecultuurworden kunstuitingen als (klassieke) muziek, literatuur, beeldende kunst, architectuur, theatergerekend. Tot de populaire cultuur worden kunstuitingen als populaire muziekgenres (R&B, Pop, Rap,etc.), film, televisie gerekend. In de onderbouwing van mijn mening ten opzichte van de stelling zalvaak naar de duidelijke verschillen, de positie en insteek van deze twee verschillende vormen vancultuur verwezen worden. Vanwege de verschillende insteken, gedachtegang en meningen van deelitecultuur en de populaire cultuur kunnen er twee kanten van de stelling belicht worden. Namelijkde kant van de voorstander (elitecultuur) en de kant van de tegenstander (populaire cultuur). In dekern van het essay zal ik hier verder op ingaan.Ten slotte nog een definitie van beeldcultuur: Met beeldcultuur wordt hier bedoeld: Beeldcultuur iseen cultuur binnen de samenleving waarin men door middel van beelden bepaalde ideeën wiloverbrengen op de rest van de maatschappij. Het is een samenvattende term voor de visueleuitingen waarmee men in de maatschappij geconfronteerd wordt. Deze visuele uitingen bestaan uitarchitectuur, film, foto, games, graffiti, mode, pictogrammen, reclame, strips, tijdschriften,verpakkingen, videoclips, televisieprogramma’s 3
  4. 4. 1. Cultuurklassen1.2 Elitaire cultuurKunst en al haar uitingen is al heel vroeg in de geschiedenis ontstaan. In de loop der jaren wordtkunst vaak in 1 adem met cultuur genoemd: kunst maakt onderdeel uit van cultuur. Ook zijn er in deloop der jaren steeds meer verschillende soorten kunstuitingen ontstaan.Zij denkt dat door vertoon van bepaalde beelden mensen ‘cultureel onwenselijk gedrag’ gaanvertonen. Volgens hen komen mensen door de opkomst van bepaalde beeldmedia, meer inaanraking met lage, populaire cultuur. Hierbij worden bijvoorbeeld ‘soaps’ als voorbeeld genoemd.Volgens de culturele elitair hebben zulk soort beelden gebrek aan diepgang en belemmeren ze deontwikkeling van de bevolking. Wij zijn het niet met deze argumentatie eens. Het klopt dat de hogereklasse van de samenleving (hoger opgeleide mensen) qua beeld en diepgang weinig leert van hetgrotere percentage van de huidige beeldcultuur. De soapbeelden kunnen de lagere klassen echterwel op vermakelijke wijze nieuwe Nederlandse woorden leren. Bovendien zien televisiekijkersverschillende soorten conflicten en de manier waarop hiermee wordt omgegaan. In sommigegevallen kan dit een cultureel educatieve werking hebben.1.2 Lage populaire cultuurNaast de elitaire cultuur heeft ook de lage cultuur zich onderscheiden als een klasse. Met depopulaire (lage) cultuur wordt hier de lageropgeleiden en de gemiddeld opgeleide Nederlanderbedoeld. De populaire cultuur is de cultuur van de videoclips, de meest diverse videoclips op Youtubevariërend van spelende kittens tot monologen van fans van Britney Spears. Maar ook strips inkranten, de afbeeldingen in sommige tijdschriften. Want ook in daarin is een verschil in kwaliteit tevinden. Een afbeelding van de laatste modeontwerpen van Chanel in de Glamour (tijdschrift) wordtgerekend tot de populaire cultuur. Maar wordt een afbeelding in het wetenschappelijk tijdschriftAdformatie ook tot de populaire cultuur gerekend? Zoals in het wetenschappelijke artikel Dediepgang van het alledaagse is beschreven, is de populaire oftewel lage cultuur iets van de massa inde maatschappij. Het begrijpen en deelnemen aan die lage cultuur zou niet veel inspanning vereisen,ook is het niet nodig om over veel kennis en onderscheidingsvermogen te bezitten. Lage cultuur iscultuur waar je je als bevolking aan kunt overgeven en die alleen maar als vermaakt dient. Lagecultuur is dus eigenlijk iets voor degenen die minder intelligent zijn en voor degenen die mindertalentvol en succesvol zijn. (Speling 61, 2009) 4
  5. 5. 1.3 Onderscheid hoge en lage populaire cultuurTegenwoordig beginnen de hoge en de lage populaire cultuur samen te smelten. De academici houdtzich tegenwoordig ook bezig met popmuziek, strips en thrillers. Zo worden ook klassiekemuziekstukken een gemeenschappelijk goed van de massa. Kijk naar André Rieu, die fans heeft dietot de zo gezegde “Flodderfamilie” behoren. Cd’s van Bach, Mozart, Andrea Bocelli liggen in deschappen van winkelketens als het Kruidvat, de HEMA en de V&D. Op deze manier wordt de elitairecultuur en haar kwalitatief uitermate hoge producten toegankelijk voor de massa, het plebs. Ook welde lage populaire cultuur genoemd.Naast het feit dat de lage populaire cultuur en de hoge cultuur samensmelten, is er ook eenwisselwerking ontstaan. De twee cultuurvormen gebruiken elkaars expertise, ontlenen informatievan elkaar, verwijzen naar en beïnvloeden elkaar zelfs. Luister maar eens naar het nummer If I getyou alone van Robin Thick. Deze muzikant die tot de lage populaire cultuur wordt gerekend, heefteen zeer bekend klassiek stuk van Beethoven in het nummer verwerkt. Hij is niet de enige artiest dietot de lage populaire cultuur wordt gerekend die klassieke muziekstukken in hun nummers mixen. Zozie je maar dat de grenzen tussen de twee verschillende vormen van de cultuur in onze maatschappijminder strikt en minder scherp geworden zijn. (Speling 61, 2009) 5
  6. 6. 2. Beeldcultuur2.1 Huidige beeldcultuurMet beeldcultuur wordt dus de cultuur waarin beeld een centrale rol speelt, bedoeld. Het begrip´beeld´ is een zeer breed begrip. Vandaar een korte toelichting aan dit begrip. T. Bosma, diemeerdere artikelen schrijft over beeldcultuur en de ontwikkeling ervan, beschrijft beeldcultuur in zijnartikel Trend: Bloei van de beeldcultuur precies zoals in dit essay bedoeld wordt.“De beeldcultuur wordt officieel omschreven als een maatschappelijke ontwikkeling waarbij visuelebeelden een indringende rol spelen in communicatieve situaties.”Met ‘beeld’ wordt dus ‘visueel beeld’ bedoeld. T. Bosma schrijft in het artikel Ontwikkelingen In DeBeeldcultuur (Nieuwe Media) over de belangrijkste beeldende media namelijk: foto- en videosearch(Youtube, Riya, Dumpert, etc.), foto’s en video’s gemaakt met de mobiele telefoon en (video)camera,geotagging, Pinterest, TV.Met betrekking tot deze stelling bedoel ik met het begrip ‘beeld’: prenten, platen, schilderijen,beeldhouwwerken, films, foto’s, Youtube-filmpjes en televisie.De laatst genoemde media, TV, is een heel populair medium in de samenleving. Volgens de StichtingKijkonderzoek (SKO) van Nederland keek in 2011 de Nederlander gemiddeld 191 minuten naar detelevisie, dit is drie uur en elf minuten per dag. Uit hetzelfde onderzoek is naar voren gekomen dat deNederlandse bevolking het meeste kijkt naar opeenvolgend de Publieke Omroep, RTL Nederland (vandeze zenders wordt het meeste gekeken naar RTL 4), SBS en Net 5.Nu we weten naar welke zenders de Nederlandse bevolking kijkt, weten we ook naar welkeprogramma’s zij kijkt. Op deze manier kunnen we achterhalen wat de meest bekeken programma’szijn op televisie en dus ook met welke beeldende cultuur de Nederlandse bevolking zich meebezighoudt. In de statistieken van het onderzoek van de SKO komt naar voren dat er in 2011 hetmeest gekeken is naar de volgende programma’s: 1. Boer zoekt vrouw 2. Journaal 20.00 uur 3. The Voice of Holland (+ de uitslag) 4. TV Show 5. Studio Sport Eredivisie 6. TV Kantine 6
  7. 7. 7. Ik hou van Holland 8. De reünieAan de hand van deze statistieken kunnen we constateren dat de Nederlandse bevolking het meestekijkt naar recreatieve programma’s (Boer zoekt vrouw, The Voice, Ik hou van Holland, de reünie). Hetzijn programma’s die de Televizier categoriseert als een amusementprogramma. Dat zijnprogramma’s die mensen plezier brengen in hun vrije tijd. (Televizier, 2012) Het gaat er bij dezeprogramma’s dus niet zo zeer om, om de kijkers iets bij te brengen. Het hoofddoel is om de kijkers tevermaken met de inhoud van het programma.1.2 Onderwijzende amusementprogramma’sIn paragraaf 1 heb ik aan de hand van de statistieken van de SKO van het jaar 2011 ondervonden datde Nederlandse bevolking het meest en dus ook waarschijnlijk het liefst kijkt naaramusementprogramma’s. Amusementprogramma’s zijn programma’s die als hoofddoel hebben omde kijker te vermaken, te ontzorgen en het hebben als doel om plezier te creëren bij de kijker. Je zoudaarom kunnen stellen dat deze programma’s niets bijdragen aan de culturele ontwikkeling van debevolking, omdat het louter vermakelijke programma’s zijn. De elitecultuur is het met deze stellingeens, omdat zoals eerdergenoemd zij van mening zijn dat laagdrempelige beeldcultuur (hier deamusementprogramma’s) kwalitatief niet voldoende zijn om de bevolking op cultureel niveau iets bijte brengen.Toch zijn er voldoende aspecten van de amusementprogramma’s die wel degelijk bijdragen aan deculturele ontwikkeling van de bevolking. Het programma Ik hou van Holland, is een programma datmeerdere elementen bevat. In het programma worden verschillende spellen gespeeld met elk eenHollands tintje. Zo is er een spel waarin de teamcaptains samen met hun team een afbeelding te zienkrijgen met daarin vijf afgebeelde spreekwoorden. Aan hen de taak om die vijf spreekwoorden teontdekken. Ook moeten de beide teams woorden spellen. Dat zijn ook niet de gemakkelijkstewoorden, maar woorden die over het algemeen niet veel gebruikt worden en ook moeilijk te spellenzijn. Er is ook een spel waarin de teams getest worden over hun Nederlandse kennis. Tijdens dit spelworden vragen aan de teams gesteld over Nederland. Een soortgelijk spel is het spel waarin Linda deMol, de presentatrice, een dorp of stad gelegen in Nederland noemt en waarop het team dat aan debeurt is die plek moet aangeven op een grote afgebeelde kaart van Nederland. Dit zijn enkele van develen spellen die tijdens het programma gespeeld worden, maar deze spellen zijn al alle drie gericht 7
  8. 8. op kennis. Namelijk kennis van spreekwoorden, kennis van topografie en algemene kennis overNederland.De elitaire cultuur is van mening dat dit soort programma’s, amusementsprogramma’s, nietbijdragen aan de culturele ontwikkeling van de bevolking, omdat zij geen kwaliteit bevat. Maar Ik houvan Holland is een amusementprogramma waarin dus wel degelijk kennis aan bod komt. Het feit datdit op een zodanig laagdrempelige manier wordt aangeboden, biedt de mogelijkheid aan delageropgeleiden en gemiddeld opgeleide Nederlander om kennis op te doen tijdens het kijken vanhet programma. En het feit dat de lageropgeleiden en de gemiddeld opgeleide Nederlander er ietsvan opsteken, betekent indirect dat zij cultureel ontwikkeld raken. 8
  9. 9. 3. Televisie (programma’s)De televisie is een machtig medium en ook een zeer doeltreffend medium om een doelgroep tebereiken. Tegenwoordig heeft elk huishouden minstens één televisietoestel in huis en dus kijkt bijnaheel Nederland naar de beelden die op de televisie voorbij komen. De beelden die op de televisievoorbij komen zijn divers en dus ook divers in de mate van kwaliteit.Zoals al eerder besproken zijn sommige televisieprogramma’s die tot de lage populaire cultuurbehoren programma’s die wel bijdragen aan de culturele ontwikkeling. Juist vanwege hetlaagdrempelige niveau van deze programma’s kunnen meerdere doelgroepen iets opsteken van deinhoud. De stelling dat de beeldcultuur er voor zorgt dat de bevolking minder cultureel ontwikkeldraakt, is hier dus niet aan de orde. Niet iedereen zal zich cultureel ontwikkelen als zij naar Ik hou vanHolland kijken, maar het grote deel van Nederland wel. Het is dus niet een kwestie van geenculturele ontwikkeling, maar een kwestie van de culturele ontwikkeling van verschillendedoelgroepen.Waarom dragen televisieseries en programma’s nog meer bij aan de culturele ontwikkeling van hetgrote deel van de bevolking? Naast het feit dat er dus wel degelijk programma’s zijn die er voorzorgen dat de kijker iets opsteekt van de inhoud van het programma, zoals Ik hou van Holland, zijn erook programma’s die ook echt bedoeld zijn om de kijker iets bij te brengen. Het Journaal 20.00 uurdie als tweede op de lijst staat van de meest bekeken programma’s in het onderzoek van de SKO, iseen programma die als doel heeft om de kijker van informatie te verschaffen. Het journaal is eenprogramma dat elke avond op de televisie is. Een zeer grote groep kijkers kijkt dagelijks naar hetjournaal. Het feit dat het om 20.00 uur begint, betekent dat werkende mensen die rond dat tijdstipklaar zijn met werken en net hun avondmaal hebben gegeten, voor de televisie kunnen gaan zittenom het journaal te kijken. Het is een dus een tijdstip waarop de meeste mensen in staat zijn om hetprogramma ook daadwerkelijk te zien.Ook de manier waarop het nieuws dat in het journaal wordt aangeboden is van een laagdrempeligniveau. De kijker kan namelijk ook de krant pakken en al het nieuws dat er is die dag lezen. Hetjournaal haalt de belangrijkste nieuwsfeiten van die dag eruit en behandelt die tijdens de uitzending.Maar het feit dat het aan je voorgelezen wordt, is wat het zo laagdrempelig maakt voor de kijker.(Vos, C. 2007) De kijker hoeft niet zelf het nieuws te scannen, maar het wordt gewoon aan hem/haarvoorgelezen. 9
  10. 10. Een element wat de televisie zo’n enorm succesvol beeldend medium maakt is het feit dat het onsuitnodigt om mee te gaan in een illusie van realisme. Het aanvaarden van die uitnodiging levert onsuiteindelijk veel kijkplezier op en ook nog eens op een makkelijke manier. Het lezen van een krant,artikel in een tijdschrift, studieboeken, etc. is een stuk langdradiger en velen malen minder leuk. Ookde manier waarop het ons aangeboden wordt, maakt het voor ons makkelijker om te begrijpen. Zoalsin het boek Inleiding televisiestudies van Hermes en Reesink wordt beschreven, zegt Fiske dat hetrealisme op de televisie ons mogelijkheden aanbiedt om de werkelijkheid te kunnen interpreteren. Inhet geval van het Journaal 20.00 uur moet er wel een mate van werkelijkheid zijn die hoger ligt danbij soaps, sitcoms en amusementprogramma’s. Want wat we tijdens het journaal zien, moetherkenbaar zijn, maar ook echt de waarheid zijn.Het realisme in andere programma’s bieden verschillende manieren om die werkelijkheid teinterpreteren. Hermes en Reesink hebben het perfect verwoord in hun boek als het gaat over demacht van de televisie als medium:“In relatie tot de macht van het medium gaat het dan niet zozeer om onderwerping aan een wijdverbreid en algemeen regime van ‘begrijpen wie je bent, maar (vaak gedetailleerder) om bijvoorbeeldonze rol in de maatschappij, als lid van een collectief met een individuele verantwoordelijkheid. Die rolkan zijn wortels vinden in realisme.” Hermes, J. & Reesink. (2003)Door de het aanbod van realisme op de televisie kan de kijker zich vergelijken met en verplaatsen inhet aanbod op de televisie. Het wordt voor de kijker versimpeld en op die manier wordt dewerkelijkheid een stuk begrijpelijker. Dat zorgt het voor dat het individu zijn rol kan vinden in demaatschappij. 10
  11. 11. 4. ConclusieIk denk dat de opkomst van beeldmedia er juist voor zorgt (of heeft gezorgd) dat alle lagen van debevolking de kans krijgen zich cultureel te ontwikkelen. Het aanbod aan beeldmedia bestaat namelijkniet alleen uit producten van lagere kwaliteit, zoals ‘OHOH CHERSO’, reclame en videoclips. Dankzijhet medium televisie kunnen lageropgeleiden, bijvoorbeeld het belangrijkste nieuws oplaagdrempelige wijze volgen door bijvoorbeeld naar het Journaal 20.00 uur te kijken. Ookprogramma’s die in het bovenstaande besproken zijn, zijn programma’s die wel degelijk bijdragenaan de culturele ontwikkeling van bepaalde culturele doelgroepen.De opkomst van de beeldcultuur hoeft dus niet te betekenen dat mensen zich ‘minder cultureelontwikkelen’. Wel zou je kunnen zeggen dat verschillende doelgroepen door de opkomst van debeeldcultuur zich cultureel ontwikkelen, maar dat niet alle doelgroepen baad hebben bij debeeldcultuur.Het biedt nieuwe mogelijkheden voor de verruiming van ons culturele blikveld. In vele gevallenspreken beelden meer aan dan woorden. Wel moet men rekening houden met het feit dat velebeelden onrealistisch zijn. Men moet fictie, zoals zwaar bewerkte beelden in reclame, lerenherkennen. Een mediatraining toevoegen aan het lessenpakket op scholen, zou daarom zeker nietoverbodig zijn. Indien men bang is dat mensen minder in aanraking zullen komen met ‘hoge cultuur’,zal men kwaliteitsmedia nog meer toegankelijk moeten maken en nog meer mensen moetenstimuleren om hiervan gebruik te maken. 11
  12. 12. BronnenBroek, J. v. d. (2010). Beeldtaal: perspectieven voor makers en gebruikers. Amsterdam: Boomonderwijs.Extend limits. (2010). Belangrijke ontwikkelingen in de beeldcultuur van 2007. Geraadpleegd op 21maart 2012 via:http://www.extendlimits.nl/nieuws/artikel/belangrijke_ontwikkelingen_in_de_beeldcultuur_van_2007/Extend limits. (2010). Trends: Bloei van de beeldcultuur. Geraadpleegd op 21 maart 2012 via:http://www.extendlimits.nl/trends/trend/bloei_van_de_beeldcultuur/Hermes, J., & Reesink, M. (2003). Inleiding televisiestudies. Amsterdam: Boom.Peternissen. (2009). De diepgang van het alledaagse. Geraadpleegd op 3 maart 2012 via:http://www.peternissen.nl/artikelen/wetenschappelijke-artikelen/101-de-diepgang-van-het-alledaagse.htmlSKO. (2011). Kijkonderzoek. Geraadpleegd op 1 maart 2012 via:http://www.kijkonderzoek.nl/images/stories/Persberichten/120107_Jaarpersbericht_SKO_2011.pdfTelevizier. (2012). Populaire programma’s. Geraadpleegd op 1 maart 2012 via:http://www.televizier.nl/populaire-programmasVos, C. (2007). Bewegend verleden: inleiding in de analyse van films en televisieprogrammas.Amsterdam: Boom. 12

×