De bibliotheek uit de kast! Een open collectie van betekenis en waarde

748 views
636 views

Published on

Het concept ‘De bibliotheek uit de kast’ wil de bibliotheek als verbindende factor in haar gemeenschap plaatsen. De bibliothecaris stelt maatschappelijk en culturele thema’s aan de orde en laat de deelnemers nadenken door hen niet het makkelijke antwoord te geven, maar hen juist stimuleert verder te reiken dan het voor de hand liggende. Hij laat deelnemers niet met een kant-en-klaar antwoord weggaan, maar hij zorgt voor diepgang en nuancering. Sommigen vinden antwoorden, anderen juist meer vragen.

‘De bibliotheek uit de kast’ verrijkt en inspireert het leven van mensen door haar collecties op een andere of liever gezegd vele manieren toegankelijk te maken; het geeft de bibliothecaris opnieuw een kans een volwaardige en aantrekkelijke samenwerkingspartner te worden voor andere maatschappelijke, culturele en educatieve instellingen zoals het onderwijs en musea. Doordat wij een levende collectie kunnen aanbieden waar zij vrij mee kunnen ‘spelen’, die de eigen collecties verrijkt, nieuwe verbindingen legt met collecties daarbuiten en met meningen en ervaringen van deelnemers. Via de bibliotheek, fysiek of digitaal, kunnen deelnemers en instellingen aandacht vragen voor de thema’s die ze verder willen exploreren of naar buiten willen brengen.

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
748
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
6
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

De bibliotheek uit de kast! Een open collectie van betekenis en waarde

  1. 1. De bibliotheek uit de kast! Een open collectie van betekenis en waarde Jose Remijn Openbare Bibliotheek Amsterdam Meesterproef Library School 26 augustus 2012
  2. 2. 2 ‘Op internet wordt de informatie alleen maar oud en nooit historisch. Dat komt omdat de context ontbreekt. Het historische veronderstelt samenhang, waarin de feiten hun plaats vinden - zodat ze eindelijk kunnen plaatsvinden. In cyberspace blijft alles, ondanks alle links en hyperlinks, geïsoleerd.’ P.F. Thomése
  3. 3. 3 Inleiding De technologische ontwikkelingen en mogelijkheden die in de afgelopen jaren op het gebied van informatie en communicatie vrij gekomen zijn, wij bevinden ons nu in de vierde golf van de informatierevolutie, betekenen voor de bibliotheek dat haar relatie met de deelnemer ingrijpend verandert en dat zij zich van een centrum van informatie naar een centrum voor communicatie en co-creatie moet ontwikkelen, waarin een groot aantal ICT toepassingen moeten worden gerealiseerd om aantrekkelijk te blijven voor de deelnemer. De bibliotheek van morgen is niet langer een (virtuele) plek waar informatie gevonden en aangeboden wordt, maar het is vooral een plek waar deelnemers individueel of in groepsverband informatie en kennis kunnen brengen, vinden en delen en gelijkgestemden rond thema’s kunnen ontmoeten; met elkaar tijdelijk nieuwe collecties opbouwen en vormgeven, waardoor de bibliotheek niet alleen vóór maar ook ván de mensen is! Door de relatie met de leden interactiever te maken, kan de bibliotheek meer van haar deelnemers te weten komen en kan zij daardoor meer en beter maatwerk leveren. De bibliotheek zal in de toekomst veel meer gebruik moeten maken van social media met het doel om van mediamonologen sociale dialogen te maken. Het faciliteren van virtuele en fysieke ontmoetingsplekken rond informatieve thema’s, belangstellingssferen en vakgebieden zou onderdeel uit moeten maken van de rol die de bibliotheek vervult. De bibliothecaris kan door zelf ook in deze groepen te participeren en in dialoog met de deelnemers te gaan in de informatiebehoefte van de groep voorzien en hen helpen zich verder te ontwikkelen. Het concept ‘De bibliotheek uit de kast!’ verandert de huidige ‘consumptiebibliotheek’ in een ‘participatiebibliotheek’; een culturele plaats waar de bibliothecaris haar deelnemers zoals het onderwijs, experts binnen diverse vakgebieden en andere - culturele en educatieve -instellingen de mogelijkheid biedt thema’s uit te diepen in een bepaalde context. Zij mogen daarbij gebruik maken, van het culturele bezit van de bibliotheek en deze combineren met eigen kennis, ervaringen en collecties; samen nieuwe verbindingen, combinaties, selecties en opstellingen maken, waardoor collectie en content blijven prikkelen en inspireren. ‘De bibliotheek uit de kast’ geeft de bibliothecaris de mogelijkheid ‘haar schatten’ te tonen, te combineren in een bepaalde context en te verbinden met kennis van anderen, zodat ze een nieuwe betekenis en waarde krijgen en mensen geprikkeld worden om ze te lezen, te bekijken of te beluisteren. Het maakt van de bibliotheek een open systeem waar deelnemers naar eigen inzicht, voorkeur of leerstijl gebruik van kunnen maken. Het concept ‘De bibliotheek uit de kast’ wil de bibliotheek als verbindende factor in haar gemeenschap plaatsen. De bibliothecaris stelt maatschappelijk thema’s aan de orde en laat de deelnemers nadenken door hen niet het makkelijke antwoord te geven, maar hen juist stimuleert verder te reiken dan het voor de hand liggende. Hij laat deelnemers niet met een kant-en-klaar antwoord weggaan, maar hij zorgt voor diepgang en nuancering. Sommigen vinden antwoorden, anderen juist meer vragen. ‘De bibliotheek uit de kast’ verrijkt en inspireert het leven van mensen door haar collecties op een andere of liever gezegd vele manieren toegankelijk te maken; het geeft de bibliothecaris opnieuw een kans een volwaardige en aantrekkelijke samenwerkingspartner te worden voor andere maatschappelijke, culturele en educatieve instellingen zoals het onderwijs en musea. Doordat wij
  4. 4. 4 een levende collectie kunnen aanbieden waar zij vrij mee kunnen ‘spelen’, die de eigen collecties verrijkt, nieuwe verbindingen legt met collecties daarbuiten en met meningen en ervaringen van deelnemers. Via de bibliotheek, fysiek of digitaal, kunnen deelnemers en instellingen aandacht vragen voor de thema’s die ze verder willen exploreren of naar buiten willen brengen. In deze notitie ga ik in op de noodzaak om tot verandering te komen binnen de openbare bibliotheek. Hierna leg ik u een concept voor dat vorm geeft aan hoe ik denk dat het bibliotheekwerk er in de toekomst uit kan zien. Daarna vertaal ik dit in een ontwerp, waarbij ik de verbinding leg tussen de fysieke en de digitale bibliotheek. Vervolgens licht ik de nieuwe competenties van de bibliothecaris en de veranderingen die de bibliotheek moet doormaken om dit nieuwe concept tot leven te brengen, toe.
  5. 5. 5 Noodzaak tot verandering Over the last twenty years, audiences for museums, galleries, and performing arts institutions have decreased, and the audiences that remain are older than the overall population. Cultural institutions argue that their programs provide unique cultural and civic value, but increasingly people have turned to other sources for entertainment, learning and dialogue. They share their artwork, music and stories with each other on the Web. They participate in politics and volunteer in record numbers. They even read more. But they don’t attend museum exhibits and performances like they used to. How can cultural institutions reconnect with the public and demonstrate their value and relevance in contemporary life?1 Bovenstaande tekst komt van Nina Simon uit haar boek ‘The participatory museum’, waarin zij pleit voor een drastische mentaliteitsverandering binnen de museumwereld willen zij van waarde blijven in de huidige samenleving. Simon is een exponent van de nieuwe traditie ‘participerende musea’ waarbij de bezoeker en zijn/haar beleving centraal staat versus ‘statische musea’ waarin de collectie centraal staat. Simon is een exponent van de nieuwe traditie ‘participerende musea’ waarbij de bezoeker en zijn/haar beleving centraal staat versus ‘statische musea’ waarin de collectie centraal staat. Deze tekst kan mijns inziens direct vertaald worden naar de bibliotheek. Wat Simon beweert voor de museumwereld, geldt volgens mij ook voor de bibliotheekwereld; het publiek centraal stellen en laten participeren. Mensen kunnen hun informatiebehoefte op andere manieren bevredigen, met name via de digitale mogelijkheden. In deze tijd gaat het er niet langer om wie de eigenaar is van informatie, maar uitsluitend om het verbinden van informatie op inhoud en is iedereen een informatieprofessional. Instituties zijn niet langer leidend; netwerken nemen hun rol over en interactie, kennis delen en verbinden op inhoud vormen de verbindende factoren. Het zoekgedrag van deelnemers is fundamenteel veranderd; de deelnemer bepaalt nu zélf de waarde van informatie. In gesprek gaan met deelnemers is daarom wezenlijk voor het bepalen van onze rol in deze samenleving. Netwerkmaatschappij Mensen leven tegenwoordig in een netwerksamenleving. Door internet en de ontwikkeling van smartphones en tablets is informatie de hele dag en voor iedereen beschikbaar. Hierdoor leggen mensen makkelijk contact, gaan over de hele wereld banden aan met elkaar en wisselen informatie en kennis uit. En een deel van hen is ook producent geworden door zelf informatie te publiceren in de vorm van filmpjes, verhalen, gedichten, muziek of kunstwerken. Ze manifesteren zich, ook al op jonge leeftijd, als muzikant, als dichter of als kunstenaar. Maar ze zijn allemaal deelnemers die uitmaken wat en wie succesvol worden én welke websites, platforms en social media betekenis en waarde hebben2 . Bovendien heeft het internet ervoor gezorgd dat ze zelf hun informatie en kennis kunnen organiseren. Als ze ziek zijn, hebben ze na een uur surfen niet alleen informatie over de aandoening gevonden, maar ook de ervaringen van anderen met dezelfde ziekte. Ze zijn dus niet langer leken, afhankelijk van deskundigen of professionals op een bepaald gebied3. In het boek ‘Het disruptieve museum’ (2011) van Odding zegt Meta Knol van de Lakenhal (p. 83-84) hierover: 1 Nina Simon, The Participatory Museum (Santa Cruz: Museum 2.0, 2010), te raadplegen als webeditie op http://www.participatorymuseum.org/read/ 2 Rob Bruijnzeels ed., De bibliotheek anders bekeken 2 (z.p. 2007) 6. 3 Rob Bruijnzeels ed., De bibliotheek anders bekeken 2 (z.p. 2007) 6.
  6. 6. 6 ‘Het museum is geen meneer meer, het museum communiceert ook niet meer op basis van autoriteit, of althans, wordt als zodanig veel minder erkend en moet zich dus op een andere manier verhouden tot haar publiek […] In een autoritaire verhouding wordt het antwoord op de vraag wat kwaliteit is for granted genomen en dat is niet meer zo. Kwaliteit wordt dus bevraagd, wordt ter discussie gesteld en moet beargumenteerd worden, meer dan vroeger het geval was […] Maar ook in die werkelijkheid moet je pal staan voor kwaliteit, want dat is je professionele opdracht, daar ligt je passie. Maar je moet het wel verbinden met de belevingswereld van de mensen die je tot je publiek rekent. En dat vraagt om een ander soort uitleg, of een ander soort benadering.4 ’ Wat Knol hier zegt, is rechtstreeks te vertalen naar de bibliotheekwereld. Ook de bibliotheek is niet langer die autoriteit die voor haar publiek bepaalt wat kwaliteit heeft. Kwaliteit heeft niet meer dezelfde betekenis als twintig jaar geleden. Dit geeft Odding ook aan: ‘Kwaliteit is niet meer een aanspraak op de ultieme waarheid maar een aanspraak op een relatieve waarde. Het is niet meer ‘Rembrandt ís de beste’ maar ‘ik vínd Rembrandt de beste’. Het is de waarde of de betekenis die wij er aan hechten.5 ’ Door deze ontwikkelingen zal de bibliotheek, om te overleven, dus moeten veranderen van een ‘consumptiebibliotheek’ naar een ‘participatiebibliotheek’, waarin zij haar bezoekers een actieve rol geeft; haar als deskundige durft te laten optreden. Mensen willen namelijk niet alleen geïnformeerd en gevoed worden in hun nieuwsgierigheid. Ze willen ook discussiëren, kennis delen en nieuwe verbindingen leggen en betekenis geven aan wat zij doen en verzamelen. De bibliotheek zal deze mensen aan zich moeten binden, hun activiteiten en kennis onderdeel laten zijn van de collectie van de bibliotheek. Door met hen in dialoog te gaan over onze collectie en dit te delen met iedereen, kan de collectie ook buiten de muren van de bibliotheek een rol gaan spelen en krijgt het voor verschillende mensen werkelijk betekenis en waarde. Verleidingsindustrie Behalve in een netwerkmaatschappij leven we tegenwoordig ook in een maatschappij waarin de verleidingsindustrie alom tegenwoordig is6 . De hele dag door komen prikkels van buiten op ons af. Vooral jonge mensen zijn gevoelig voor die prikkels; ze zijn snel verveeld en laten zich graag afleiden. Het is zoals Odding zegt, zich beroepend op ‘I Barbari’ van Alessandro Baricco7 : ‘Eruditie is een woord dat nieuwe generaties weinig zegt. Baricco ziet de cultus van de diepgang verdwijnen. Mensen halen de betekenis niet meer uit de jarenlange studie van een steeds kleiner vakgebied. Nee, mensen gaan minder de diepte in; we laten ons sneller afleiden door nieuwe ervaringen en nieuwe impulsen; we blijven meer aan de oppervlakte. Maar daarmee zijn we ook wendbaarder. Het gaat ons om de beweging, om de opeenvolgende reeks van gebeurtenissen.8 ’ Meer en meer mensen vertonen een zappend gedrag en wisselen voortdurend van voorkeuren. Waar we vroeger de verdieping zochten binnen een vakgebied om zo tot kennis en voorruitgang te 4 Arnoud Odding, Het disruptieve museum (Den Haag 2011) 83-84. 5 Arnoud Odding, Het disruptieve museum (Den Haag 2011) 90. 6 Rob Bruijnzeels ed., De bibliotheek anders bekeken 2 (z.p. 2007) 4-5. 7 Alessandro Baricco, I barbari ( De barbaren; Amsterdam 2010). 8 Arnoud Odding, Het disruptieve museum (Den Haag 2011) 72.
  7. 7. 7 komen, blijven we nu juist aan de oppervlakte en maken we uitstapjes links en rechts naar andere disciplines. We zappen dus, maar toch gaat het niet slechter met ons land dan vijftig jaar geleden. Dat komt omdat we verbindingen leggen tussen de verschillende disciplines die we opzoeken, want dat geeft ons nieuwe inzichten en nieuwe ideeën en leidt tot voorruitgang. Ons zappend gedrag heeft ook te maken met onze korte spanningsboog om informatie op te nemen. Als we al behoefte hebben aan diepgang en kwaliteit dan wordt deze overschreeuwd door de overal aanwezige verleidingsindustrie. Maar ook de overvloed aan informatie speelt hierin een rol. Hoe kunnen mensen uit het enorme aanbod nog een selectie maken van betekenisvolle informatie; informatie die hun leven verrijkt en ondersteunt?9 Volgens mij niet in de huidige verschijningsvorm van de bibliotheek, want ook daar tref je die grote overvloed aan informatie aan. Wandel een bibliotheek in en je ziet kasten vol met media, maar zonder enige toegevoegde betekenis en waarde. Het materiaal is geordend volgens een vaststaand systeem, dat het zoeken en vinden makkelijker maakt en dat orde geeft. Maar toegankelijkheid, zoekgemak, vindbaarheid en onmiddellijke beschikbaarheid zijn passieve waarden en op grond van die waarden alleen kan de bibliotheek niet overleven. Ze passen, naar mijn idee, niet meer bij de belevingswereld van de jonge generatie. Bovenstaande geeft aan dat we als bibliotheek ons zullen moeten aanpassen aan de veranderde belevingswereld van de jonge generatie. Ik denk dat we onze collectie op een andere manier moeten ontsluiten en presenteren; dat we rond thema’s nieuwe verbindingen moeten leggen tussen de verschillende collectie-items en daarbij de link moeten leggen naar collecties buiten de bibliotheek, zoals zij bijvoorbeeld te vinden zijn op youtube, muzieksites en geschiedenissites. Wanneer wij de deelnemers betrekken bij dit proces zal de collectie voor hen waarde en betekenis krijgen. Actief en individueel leren Behalve dat die passieve waarden van verzamelen, ontsluiten en beschikbaar stellen niet aansluiten op de belevingswereld van de nieuwe generatie, past zij ook niet meer bij de wijze waarop mensen leren, informatie opnemen en verwerken tot kennis. Eeuwen lang is leren gebaseerd geweest op het principe van boekenkennis, uit je hoofd leren en proefwerken maken (passief en afhankelijk van een deskundige). Leren van kennis, theorieën en modellen stond veelal voorop. Sinds de vorige eeuw is er echter een groeiende aandacht voor de juist verschillende manieren waarop mensen individueel met informatie omgaan. Een belangrijk werk in dit kader is de theorie van David Kolb over experiential learning uit 198410 . Kolb is een van de eerste wetenschappers die ervaringsleren en de verschillende persoonlijke stijlen daarbinnen onderzocht heeft. Floor Krooi, geeft in haar bijdrage ‘de Contextbibliotheek’ in het boek ‘Het Kan’ een korte samenvatting van de theorie van Kolb: ‘Kolb geeft een diepgaande analyse over alle aspecten die met kennis en het leerproces te maken hebben Het uitgangspunt van deze analyse is dat leren een voortdurend proces is, dat zijn bron heeft in allerhande ervaringen, waardoor mensen gevoelig zijn voor verschillende typen informatie en deze op uiteenlopende manieren verwerken […] Zo zijn er 4 typen leerstijlen uit de theorie van Kolb af te leiden: de Doener, de Dromer, de Beslisser en de Denker. Waar de een zich bijvoorbeeld oriënteert door middel van verbeelding en gevoel (de 9 Rob Bruijnzeels ed., De bibliotheek anders bekeken 2 (z.p. 2007) 4-5. 10 David Kolb, Experiential learning. Experience as the source of learning and development (New Jersey 1984).
  8. 8. 8 Dromer) is de ander veel meer gericht op het zoeken van kansen, het nemen van risico’s en actie (de Doener).11 ’ Deze theorie van Kolb is invloedrijk geweest in ons onderwijssysteem. Een groot deel van het onderwijs heeft zich jaren geleden aangepast aan deze nieuwe inzichten in het leervermogen. Niet langer staat er een docent als deskundige voor de klas, maar een docent die optreedt als deskundige én begeleider/coach. Op de meeste scholen worden de leerlingen tegenwoordig aangesproken op hun vaardigheden, competenties en ervaringen; het gaat in het onderwijs meer en meer om het leerproces. Het zelf ontdekken staat centraal, waarbij de docent naast deskundige vooral optreedt als begeleider van het leerproces. Dit ervaringsleren is behalve in het basis- en voortgezet onderwijs ook breed geaccepteerd in het volwassenen onderwijs. Naar mijn mening betekent deze theorie voor de bibliotheek dat we niet langer moeten optreden als de informatiespecialist die haar bezoeker wel even uitlegt waar wat te vinden is en waarom dat voor hem het juiste collectie-item is. Mensen willen advies, maar binnen dat advies willen ze zelf op hun eigen manier kunnen ontdekken en ervaren wat zij belangrijk vinden. Zo ontwikkelt zich een “persoonlijk profiel”. Waar de één zoveel mogelijk informatie wil hebben om op basis daarvan een weloverwogen beslissing te nemen, zal de ander juist voldoende hebben aan korte samenvattingen om maar zo snel mogelijk tot actie over te kunnen gaan. Samenvattend Voorgaande geeft aan dat de afgelopen twintig jaar technologische ontwikkelingen en veranderingen van inzicht in ons leerproces onze samenleving drastisch veranderd hebben en dat deze veranderingen van belang zijn voor de duurzame bibliotheek van de toekomst. De netwerksamenleving heeft ervoor gezorgd dat mensen niet langer passief en afhankelijk van deskundigen zijn. Door de komst van internet en de social media zijn mensen behalve gebruikers ook actieve deelnemers geworden. De verleidingsindustrie heeft gezorgd voor een andere manier van omgaan met informatie. We blijven meer aan de oppervlakte en maken snel uitstapjes naar andere disciplines. We leggen verbindingen tussen die verschillende disciplines wat ons nieuwe inzichten geeft. Hierin speelt ook de overvloed aan informatie een belangrijke rol. Als laatste zijn ook de verschillende persoonlijke leerstijlen (David Kolb, experiential learning) bepalend voor de duurzaamheid van de bibliotheek. Niet langer kunnen we optreden als dé informatiespecialist die haar bezoeker wel even uitlegt waar wat te vinden is en waarom dat voor haar/hem het juiste collectie-item is. Mensen willen persoonlijk advies, maar binnen dat advies willen ze op hun eigen manier kunnen ontdekken, ervaren en bepalen wat waarom voor hen belangrijk is. Musea en bibliotheken hebben bovenstaande veranderingen in de samenleving langs zich heen laten gaan en moeten zich nu buigen over hun bestaansrecht, precies zoals Simon voor de museumwereld dat aangeeft in haar boek ‘The participatory museum’: How can cultural institutions reconnect with the public and demonstrate their value and relevance in contemporary life?12 11 Floor Krooi, ‘De contextbibliotheek’ in: Rob Bruijnzeels ed., Het Kan = It can be done (Leidschendam 2010) 72-77, aldaar 74. 12 Nina Simon, The Participatory Museum (Santa Cruz: Museum 2.0, 2010), te raadplegen als webeditie op http://www.participatorymuseum.org/read/
  9. 9. 9 De bibliotheek uit de kast! We leven in een ‘snelle’ samenleving, we denken alles te snappen en begrijpen op basis van een nieuwsbericht van vijf regels en een korte uitleg door een deskundige in het journaal. Maar is dat mogelijk? Kun je zonder verdieping, zonder nuancering van een onderwerp een standpunt innemen en dat ook meteen verwoorden? Toch lijkt dat heel gewoon in onze huidige ‘snelle’ gemedialiseerde samenleving. Hoe vaak hoor je nog mensen zeggen ‘dat weet ik niet’ of ‘wat je nu zegt.. daar had ik nog niet bij stil gestaan’. De alom aanwezige media hebben daarin een grote invloed, steeds op zoek naar nieuwe spannende items en ervaringen. Via de computer, smartphone of tablet heeft iedereen op elk moment en op elke locatie toegang tot het internet en daarmee tot de bibliotheek. Informatie is er in overvloed. Het gaat niet langer om het beschikbaar stellen, maar om het verwerven van kennis en inzicht. Daar kan de bibliotheek zich in profileren. Door op thema collectieonderdelen te verbinden, te duiden en te contextualiseren kan de bibliothecaris deelnemers prikkelen en verwonderen, tot nadenken aanzetten en in gesprek brengen met zichzelf en elkaar. Want hoewel internet iedereen een stem geeft en daarmee een prachtig democratisch instrument is, geeft het ons tevens een overload aan informatie waardoor waarde en betekenisgeving kunnen verdwijnen. Dit heeft, volgens mij, te maken met het feit dat de meeste mensen losse informatie, denk aan filmpjes, foto’s, losse artikelen, produceren zonder deze in een context te plaatsen. De schrijver P.F. Thomése geeft dit ook aan in een artikel in NRC Handelsblad: ‘De ultieme gelijkheid. One size fits all. Hoe stel je dan nog waarde en betekenis vast? Torrents, streams. Het is er, je hoeft er maar in te stappen, en het beweegt. Het staat stil- en het beweegt, maakt niet uit. Belangrijkheid en onbelangrijkheid worden inwisselbare begrippen’[…] ‘Op internet wordt de informatie alleen maar oud en nooit historisch. Dat komt omdat de context ontbreekt. Het historische veronderstelt samenhang, waarin de feiten hun plaats vinden - zodat ze eindelijk kunnen plaatsvinden. In cyberspace blijft alles, ondanks alle links en hyperlinks, geïsoleerd.’13 Aan de verwerking en verrijking van informatie naar begrijpbare kennis en ervaringen is dus nog altijd behoefte. En daarin kan de bibliotheek een hoofdrol spelen. Zij kan haar bibliothecarissen als content curators laten optreden. Met content curators bedoel ik bibliothecarissen die zelf creëren, die in staat zijn in de overvloed aan informatie die onderdelen bij elkaar te brengen waardoor een zinvol verhaal ontstaat dat betekenisvol is voor mensen en dat door de gekozen selecties en combinaties ook uitdagend en verrassend is. Thema’s of onderwerpen plaatsen in een historische, geografische, politieke of culturele context om zo begrip en betekenis te geven. De bibliothecaris kan dit door de enorme diversiteit van cultureel bezit in de vorm van zijn collectie. Welke andere culturele of maatschappelijke instelling heeft alle materialen bijeen waarin cultuur is neergelegd? De meeste instellingen zijn monomediaal; rijk in één domein, inhoudelijk of qua vorm. De bibliotheek heeft materiaal uit alle vakgebieden, omdat iemand het in een boek, een film, een muziekstuk, een gedicht of een artikel heeft vastgelegd. De bibliothecaris kan deelnemers een culturele, maatschappelijke of politieke reflectie geven die alleen in de bibliotheek mogelijk is. 13 P.F. Thomése, ‘Mijn reizen door cyberspace – over moderne vergetelheid’, NRC Handelsblad 8 oktober 2011
  10. 10. 10 In mijn concept zie ik voor de bibliotheek een functie weggelegd om mensen bij elkaar te brengen en bewustwordingsprocessen te creëren rondom maatschappelijke, culturele of politieke thema’s. Ik denk dat bibliothecarissen moeten integreren en participeren in de maatschappelijke en culturele communities (zowel digitaal als fysiek) die in hun directe omgeving actief zijn. Door deel te nemen en nieuwsgierig te zijn, ontdekken zij wat er speelt en welke vragen en discussies er leven. Een mooi voorbeeld is het Sinterklaasfeest van afgelopen jaar. Tijdens dit feest laaide de discussie rondom ‘Zwarte Piet’ weer op. Bij veel Surinaamse, Antilliaanse en Afrikaanse mensen in Nederland doet dit zeer, voor hen is het een directe verwijzing naar de slavernij; een vorm van onverhuld racisme. Op dat moment had de bibliotheek naar buiten kunnen treden, zeker in een stad als Amsterdam waar alle culturen naast elkaar leven. Het was duidelijk dat de verschillende culturen elkaar niet begrepen. De bibliotheek had en heeft de achtergrondinformatie om de verschillende meningen te duiden en begrijpelijk te maken en had kunnen zorgen voor verdieping en nuancering en vervolgens de mensen met elkaar in gesprek kunnen brengen. Juist bij beladen thema’s waar veel stakeholders bij betrokken zijn, is de bibliotheek als publieke, openbare ruimte een neutrale plaats waar dergelijke thema’s veilig behandeld kunnen worden. Misschien vereist het lef om ons zo op te stellen, maar het geeft de bibliotheek wel een rol in de samenleving en de lokale gemeenschap. En natuurlijk zijn er in de steden al plaatsen waar maatschappelijke, politieke of culturele thema’s aan de orde komen, zoals De rode Hoed en De Balie in Amsterdam. Maar ik denk dat de bibliotheek een aanvulling is op deze instellingen. Zij zorgen ook voor diepgang en nuancering, maar slechts op een manier: het debat. Die vorm van diepgang werkt niet voor iedereen. Mensen zijn verschillend in hun manier waarop ze informatie tot zich nemen, kennis verwerven en leren. De bibliotheek kan door haar culturele rijkdom een thema uitdiepen en in een context plaatsen en zij kan door selectie en combinaties van content verschillende invalshoeken laten zien. Deelnemers kunnen vervolgens zelfstandig de informatie opnemen en kunnen ook zelf bepalen waar ze meer of minder aandacht aan willen besteden. Als bibliotheek kunnen we hen helpen in hun reflectieproces en in het maken van keuzes. Voor sommigen misschien wel een mooie opstap om daarna met anderen in debat te gaan. In deze tijd waarin iedereen zich als producent kan manifesteren kunnen we echter niet meer uitgaan van onze ‘eigen’ collectie. Onze collectie maakt namelijk deel uit van een netwerk aan collecties dat zich voortdurend vernieuwd. Voor een deel worden die nieuwe collecties geproduceerd door professionals, maar voor een steeds groter deel door ‘professionele amateurs’. Deze producenten van informatie en cultuur kunnen we niet negeren. Ik denk dat we hen aan ons moeten verbinden door gebruik te maken van hun ervaringen en kennis. Dit kan door als bibliotheek verbindingen te leggen naar door hen geproduceerde content op het web, maar ook door professionals en professionele amateurs uit te nodigen om thema’s uit te lichten, hun kennis en content (tijdelijk) verbindend met die van ons. En hopelijk leidt dat er toe dat instellingen en mensen in de samenleving ook naar ons komen om hen te ondersteunen bij het uitlichten van thema’s, omdat ze weten dat de bibliothecaris daarin een professional is; binnen de beschikbare informatie selecties en combinaties kunnen maken van losse informatiebrokken, waardoor een begrijpelijk verhaal ontstaat, geplaatst in een bepaalde context. Afhankelijk van het thema en het doel kan de bibliothecaris mensen verwonderd, geïnspireerd, met meer begrip voor of juist met nieuwe vragen laten vertrekken Ik denk dat de bibliotheek zo echt het middelpunt in de samenleving kan zijn; een bibliotheek waar mensen bijeen komen rondom gezamenlijke interesses, omdat zij voor kwaliteit, diepgang en
  11. 11. 11 nuancering zorgt en waar deelnemers met elkaar en met de bibliotheek produceren, delen, inspireren, creëren en leren. Een bibliotheek vóór en ván de mensen. Laurie L. Putnam formuleerde dit in 2005 al op de volgende wijze: ‘Today we need people who can help us understand complexities. We need critical thinkers, people who can see alternatives and appreciate different viewpoints. We need people who will validate their sources and ask about relevance. We need well-posed questions more than simple answers, because the answers aren’t simple anymore.’ […] ‘Every day we collect, assess, organize, and present information. But our work is really about nurturing knowledge, old and new. Wherever we work, we create places where people can tap into existing knowledge and find facts. But more importantly, we create environments where people are encouraged to ask questions and to question answers, places where people are invited to explore alternatives and find understanding, to seek answers that may lead to new questions and fresh ideas. That is what the pursuit of knowledge is all about. In a complex world, we need people and places that preserve our ability to seek and find both questions and answers. We need people and places that can teach and inspire. Our world needs libraries and librarians, now more than ever.’14 Fysiek en Digitaal Ik denk dat de bibliotheek in de toekomst ook nog een fysieke ruimte zal zijn. Want ondanks de technologische vooruitgang, is het verlangen bij mensen elkaar fysiek te ontmoeten niet verminderd. Ondanks de “home cinema’s” willen we nog steeds live aanwezig zijn bij concerten en sportevenementen en gaan we nog steeds naar bioscoop en theater. De mogelijkheid nu thuis via online tools zelfstandig te leren, jezelf verder te ontwikkelen en via de diverse social media erover communiceren met andere deelnemers heeft niet het verlangen bij mensen weggenomen elkaar ook fysiek te kunnen treffen om samen te leren, verdieping te zoeken en face to face de discussie met elkaar aan te gaan. De digitale revolutie heeft in feite gezorgd dat we meer plekken nodig hebben waar we elkaar fysiek kunnen ontmoeten rondom gezamenlijke interesses. Onze Library School is hiervan een mooi voorbeeld, hoewel er een online community is opgezet waar we als studenten en docenten een ruimte hadden om met elkaar in gesprek te gaan, elkaar tips en vragen te stellen, werd dit niet zo gewaardeerd als de fysieke driedaagse bijeenkomsten die elk kwartaal plaatsvonden. Wij vonden het als groep erg prettig vooral live met elkaar in discussie te gaan en nieuwe kennis te creëren en dat gold zowel voor de jongeren als de ouderen in de groep. Voor mij een reden om de bibliotheek van de toekomst ook als een fysieke ruimte te blijven zien. In mijn concept zie ik de bibliotheek in de virtuele wereld integreren en participeren in de reeds bestaande communities rondom diverse culturele, maatschappelijke en politieke thema’s. De bibliothecaris kan als een onafhankelijk persoon deelnemen aan de gesprekken en discussies die er spelen en door actief te luisteren achterhalen wat de behoefte van de groep is en hoe hij daar aan kan bijdragen met zijn expertise; duiden van thema’s en onderwerpen, zorgen voor verschillende invalshoeken en voor diepgang, kritisch zijn en deelnemers verrijken of ze inspireren en prikkelen. Binnen een community is hij de verbindende factor die de kennis, ervaringen en content van de deelnemers met elkaar verbindt, duidelijkheid schept in alle informatie die er rond gaat en zorgt voor kwaliteit en meer diepgang en nuancering in het gesprek. 14 Laurie L. Putnam, ‘Making the world safe for questions: Why libraries and librarians are needed now more than ever’ in: Public Libraries maart/april 2005. Raadpleegbaar via http://www.linkedin.com/in/laurieputnam
  12. 12. 12 Daarnaast kan de bibliotheek, als de behoefte er is, ook zelf virtuele ontmoetingsplekken faciliteren rond informatieve thema’s, belangstellingssferen en vakgebieden. Een voorbeeld van zo’n virtuele ontmoetingsplaats is Goudanet (http://www.goudanet.nl): de virtuele toegangspoort tot cultuurhistorisch Gouda. De bibliotheek heeft dit echter niet alleen opgezet, maar in samenwerking met het Streekarchief Midden-Holland en MuseumgoudA. Een virtueel netwerk waar mensen zijn uitgenodigd zelf content, kennis en ervaringen bij te dragen. De bibliotheek geeft de deelnemers de rol van de professional, maar houdt wel de coördinatie van de ontmoetingsplek in handen, om het levend te houden en de kwaliteit te waarborgen. Een ander voorbeeld van een virtuele ontmoetingsplaats, waar mensen ook zelf content kunnen bijdragen en gezien worden als een professional is het geheugen van oost. Geen bibliotheek is betrokken bij dit project, maar het is een voorbeeld van een interactief netwerk waarbij een aantal geschoolde vrijwilligers de coördinatie in handen hebben, om net als bij Goudanet het netwerk levend te houden en de kwaliteit te waarborgen. (www.geheugenvanoost.nl) In mijn concept ‘De bibliotheek uit de kast’ is de bibliotheek niet langer een (virtuele) plek waar informatie gevonden en aangeboden wordt, maar is het vooral een plek waar deelnemers individueel of in groepsverband verdieping en nuancering rondom thema’s kunnen vinden. Ze kunnen kennis delen en brengen en gelijkgestemden ontmoeten. Met haar deelnemers zal de bibliotheek tijdelijke collecties opbouwen en vormgeven om onderwerpen die spelen in de samenleving in een bepaalde context te plaatsen, met als doel mensen te verwonderen, te inspireren of met verschillende invalshoeken te laten kennismaken. Door gebruik te maken van de social media kan de bibliotheek meer van haar deelnemers te weten komen en kan zij daardoor meer en beter maatwerk leveren. Zij zal haar huidige mediamonologen moeten veranderen in sociale dialogen. Het faciliteren van virtuele en fysieke ontmoetingsplekken rond informatieve thema’s, belangstellingssferen en vakgebieden zou onderdeel uit moeten maken van de rol die de bibliotheek vervult. De bibliothecaris kan door zelf ook in deze groepen te participeren en in dialoog met de deelnemers te gaan in de informatiebehoefte van de groep voorzien en hen helpen zich verder te ontwikkelen.
  13. 13. 13 Criteria waaraan een ontwerp moet voldoen Het concept ‘De bibliotheek uit de kast’ is in verschillende ontwerpen uit te werken, zolang ze maar voldoen aan een aantal ontwerpcriteria die uit het concept naar voren komen: Participatief en verbindend Zoals eerder aangegeven zullen we moeten veranderen van een ‘consumptiebibliotheek’ naar een ‘participatiebibliotheek’. De bibliotheek moet haar deelnemers aan zich binden, hun activiteiten, ervaringen, inzichten en kennis onderdeel laten uitmaken van de content van de bibliotheek. Daarvoor zullen we eerst moeten luisteren naar wat er speelt in de gemeenschap en daarin participeren. Zo ontstaat een dialoog en kan de bibliotheek met haar collectie, content en kennis helpen om thema’s die spelen te duiden en te nuanceren. Zij verbindt de meningen en ervaringen van de deelnemers met haar eigen collectie en kennis en zorgt voor meer diepgang in het gesprek. De bibliotheek als een deelnemer die de mensen en de content met elkaar verbindt en hen helpt in het maken van keuzes en in hun reflectieproces. (Co)-creatie Door de veranderende waarde van autoriteit kunnen we niet langer blijven optreden als dé informatiespecialist. Mensen zijn niet langer leken, door internet kunnen ze zelf hun informatie en kennis organiseren, verspreiden en creëren. We moeten hen serieus nemen, hen laten optreden als ervaringsdeskundigen en samen met hen nieuwe content en nieuwe kennis creëren. Contextualiseren We moeten uit de grote hoeveelheid informatie een selectie maken van betekenisvolle informatie; informatie die het leven van mensen kan verrijken en ondersteunen. In deze tijd van culturele overdaad, te veel informatie, te veel media, te veel boeken, te veel trends, te veel prikkels en afleiding, zullen we de collectie op een andere manier moeten ontsluiten en presenteren. De bibliotheek moet uit de kast! Door culturele of maatschappelijke thema’s in een bepaalde context uit te lichten, kan zij haar collectie betekenis en waarde geven. Daarbij moet zij haar ‘eigen’ collectie koppelen aan de beschikbare kennis en content van de (amateur) professionals op internet. Actief en individueel leren (verschillende leerstijlen) De bibliotheek zal rekening moeten houden met de verschillende leerstijlen van mensen. Waar de een zich het best oriënteert met teksten, kan de ander juist beter overweg met beeldmateriaal en waar de een zoveel mogelijk informatie nodig heeft om op basis daarvan een goede keuze te kunnen maken, zal de ander juist op gevoel en verbeelding een keuze maken. In de bibliotheek van de toekomst kunnen we wel de verleidende of prikkelende schakel zijn en kunnen we mensen persoonlijk advies geven, maar binnen dat advies moeten we hen zelf laten ontdekken en ervaren wat waarom voor hen belangrijk is. Toekomstbestendig De duurzame bibliotheek moet zo flexibel zijn dat zij de steeds sneller opvolgende ontwikkelingen in de samenleving kan opvangen. Door ons nu open te stellen, de deelnemers serieus te nemen, de
  14. 14. 14 dialoog met hen aan te gaan en hen een rol als ‘deskundige’ te geven, zullen we de toekomstige veranderingen makkelijker kunnen opnemen. De noodzakelijke veranderingen en ontwerpcriteria voor mijn ontwerp, komen ook overeen met de visie van de VOB commissie Digitale Bibliotheek. Zij geven aan dat er op een nieuwe manier naar de samenleving gekeken moet worden en de dialoog met de deelnemers gezocht moet worden. Met nieuwe uitgangspunten en met nieuwe vormen van waardecreatie in het achterhoofd gaat het er om dat de bibliotheek voortdurend blijft onderzoeken en experimenteren: ‘Het betekent dat de Bibliotheek moet bouwen aan waardenetwerken: netwerken van bibliotheekmedewerkers, externe experts en gebruikers. Mensen die hun persoonsgebonden kennis toevoegen, permanent of incidenteel, en daarbij gebruik maken van de bronnen van de openbare bibliotheek, beschikbare kennis op internet, hun eigen kennis en hun sociale netwerken. Zo kan de bibliotheek van de toekomst zich ontwikkelen tot een kenniswerkplaats, een plek waar gebruikers geprikkeld worden om nieuwe kennis te creëren, waar zij kunnen reflecteren op bestaande kennis en kennis met anderen kunnen delen. Het gaat in de toekomstige bibliotheek niet alleen meer om lenen, maar ook om delen: bronnen, kennis, wijsheid, ervaringen, samenhang, verhalen, leesplezier’15 . 15 Interface: de bibliotheek in het digitale tijdperk. Visienotitie Commissie Digitale bibliotheek. VOB-commissie Digitale Bibliotheek (z.p. oktober 2011), te raadplegen als pdf op http://www.debibliotheken.nl/fileadmin/documenten/pdf_digitaal/Interface- Visiedocument_digitale_bibliotheek.pdf
  15. 15. 15 Ontwerpen: de praktijk Op grond van bovengenoemde ontwerpcriteria werk ik mijn concept ‘De bibliotheek uit de kast’ gedetailleerd uit in een aantal voorbeeldontwerpen. Ik me daarbij gefocust op de fysieke bibliotheek. Mijn ontwerp gaat uit van themaroutes/wandelingen door de bibliotheek waarbij de mensen, afhankelijk van het doel, kennismaken met de brede collectie van de bibliotheek, geïnspireerd worden of diepgang en nuancering vinden. De wandelingen waarbij een onderwerp in een bepaalde context wordt gezet, halen collectieonderdelen uit de kast en geven er betekenis en waarde aan. Tijdens de route ontvouwt zich een verhaal dat mensen laat nadenken over het thema, hen antwoorden geeft en nieuwe kennis, maar hen ook voor nieuwe dilemma’s en nieuwe vragen plaatst. Aan sommige wandelingen kan de bibliotheek lezingen, debatten of workshops vastknopen, zodat deelnemers er met elkaar over in gesprek kunnen gaan en nieuwe ervaringen en inzichten kunnen delen. De bibliotheek als de verbindende factor in haar gemeenschap. Moderne technologie in de vorm van tablets en smartphones maakt het mogelijk de routes kriskras door de bibliotheek te laten lopen, los van enig ordeningsysteem. En door te werken met QR-codes kunnen we onze collectie verbinden met informatie uit collecties te vinden op het internet. Hieronder volgen een aantal voorbeelden themaroutes voor het onderwijs en voor de individuele volwassenen. Voortgezet onderwijs Ik heb gekozen voor het onderwijs, omdat in Amsterdam van daaruit een concrete vraag ligt: ‘Hoe kunnen leerlingen actief en op een inspirerende manier zelfstandig de fysieke bibliotheek én haar content ontdekken?’. Tot op dit moment biedt de bibliotheek leerlingen (12 – 16 jaar) alleen rondleidingen aan, waarbij zij achter een bibliothecaris aanlopen door het gebouw: eenrichtingsverkeer en gericht op zenden. In de praktijk is gebleken dat deze manier niet langer werkt. Allereerst is de rondleiding passief, waardoor leerlingen zich gaan vervelen; ze nemen de informatie niet op en laten zich makkelijk en snel afleiden. Daarnaast komt de collectie nauwelijks tot niet aan bod. Tijdens de rondleiding blijft het bij wegwijs maken in brede zin; op welke afdeling vind je wat. En als laatste sluit het niet aan bij de belevingswereld van de jongeren van nu en de manier waarop het huidige onderwijssysteem is vormgegeven. Docenten hebben laten weten dat hun leerlingen niet geïnspireerd worden door deze vorm van kennismaking; dat de bibliotheek zo geen betekenis of waarde voor hen heeft. Om jongeren enthousiast te maken voor de bibliotheek én haar collectie zal ik in mijn ontwerp een combinatie van interactiviteit, spel, creatie en participatie opnemen. De ontwerpcriteria zullen daarbij leidend zijn. Aansluitend op de netwerkmaatschappij waar de jongeren zijn opgegroeid, zal ik hen een actieve rol geven en laten participeren als deskundigen. Het mag dus niet alleen bij inspireren blijven. Daarnaast moet het een ervaring voor hen zijn. Ze zijn opgegroeid in een wereld waar de verleiding alom tegenwoordig is en hebben maar een korte spanningsboog. In mijn ontwerp zal ik dat meenemen door te zorgen voor veel afwisseling en een combinatie van interactiviteit, spel en creatie. Daarnaast moet het ontwerp passen bij elke leerling, onafhankelijk welke leerstijl hij of zij heeft. Ik zal het ontwerp zo vormgeven dat de leerling zelfstandig op een actieve manier de collectie leert ontdekken én verrijken; hij krijgt de kans zelf de collectie in een context te plaatsen door een zelf gekozen thema uit te diepen, daarbij nieuwe verbindingen leggend tussen collectieonderdelen
  16. 16. 16 gebruik makend van zijn eigen ervaringen en kennis. Het is zoals Krooi aangeeft in ‘De Contextbibliotheek’ in ‘Het Kan’: ‘Het creëren van interactieve gebeurtenissen en ervaringen zijn belangrijke vereisten om een jongere doelgroep enthousiast te maken voor de bibliotheek. De contextbibliotheek staat behalve voor het aanbieden van verwant materiaal ook voor de combinatie van interactiviteit, ervaring, spel en gebeurtenissen. De gebruiker creëert aan de hand van deze pijlers zelf, maar met de hulp van de bibliotheek, de context. De bibliotheekgebruiker van de toekomst is niet alleen consument, maar ook deskundige partner of informatiespecialist.16 ’ In het ontwerp leg ik de nadruk op het lopen van de routes in de fysieke bibliotheek, omdat de vraag vanuit het onderwijs aangeeft dat naast het ontdekken van collectie en content ook het ontdekken van de bibliotheek als gebouw en haar mogelijkheden van belang is. Hieronder volgen nu twee voorbeeldontwerpen. Thematours als ontdekkingstochten Bij binnenkomst in de bibliotheek krijgen de leerlingen per tweetal een tablet. Zij scannen een QR- code en krijgen de keus uit een aantal routes die ze door de bibliotheek kunnen lopen, bijvoorbeeld een romantische wandeling, een griezelwandeling, een literatuurinspiratie wandeling, een sportieve wandeling of een kunstwandeling. Ze kiezen een route en via opdrachten leidt de tablet hen naar het eerste item of plek in de bibliotheek die past in die route. Bij dit item scannen ze opnieuw een QR-code en opent zich een pagina met informatie en aanraders rondom het item. De informatie kan op verschillende manieren aangeboden worden: in de vorm van geluidsfragmenten, videofragmenten, tekstfragmenten, foto’s of een game. Ook krijgen de leerlingen bij sommige items en plekken in de bibliotheek een opdracht iets te doen of onderzoeken. De routes lopen niet lineair, maar juist kriskras door het gebouw en de collectie. De SISO-indeling en de indeling in rubrieken is geheel losgelaten. Omdat de routes niet lineair lopen, kruisen ze elkaar op zogenaamde ‘knooppunten’. Daar bevinden zich items die op de verschillende routes passen. Op zo’n knooppunt kan de leerling besluiten over te stappen, de route ligt dus niet vast bij het moment van kiezen bij de start. Er kan tijdens de wandeling geswitcht worden. Denk bijvoorbeeld aan de spannende route, waar Harry Potter en de steen der Wijzen als item is opgenomen. Daar wordt het spel zwerkbal uitgelicht, een belangrijk onderdeel in de Potter boeken. Dit item ligt echter ook in de sportieve route. Hier kunnen de leerlingen dus switchen. De jongeren beslissen dus zelf hun ontdekkingsroute door het gebouw en de collectie, waardoor een individuele ervaring tot stand komt die een extra betekenis aan het bibliotheekbezoek toevoegt. Tussendoor kunnen de jongeren bij de verschillende items ook zelf iets toevoegen als zij dat willen. Dit kan een eigen ervaring zijn, een aanrader voor een boek, een tijdschrift artikel, een filmtrailer of muziekstuk dat verband houdt met het item. Na afloop van de ontdekkingstocht komen de leerlingen samen met een aantal bibliothecarissen en wordt hen om hun feedback gevraagd; wat hebben zij tijdens het lopen aan de verschillende items toegevoegd? Wat hebben zij aan items gemist in de routes? Welke items zouden zij er uit willen halen? De bibliothecarissen verzamelen deze feedback en passen de routes op basis daarvan aan. Dit betekent dat de routes blijven veranderen, blijven prikkelen en inspireren. Deze ontdekkingstochten geven de leerlingen de mogelijkheid op een actieve en inspirerende manier zelfstandig de bibliotheek te ontdekken. Met een tablet in de hand worden ze door het gebouw geleid rondom een thema waarbij ze op spelende wijze onze collectie en het gebouw leren 16 Floor Krooi, ‘De contextbibliotheek’ in: Rob Bruijnzeels ed., Het Kan = It can be done (Leidschendam 2010) 72-77, aldaar 75-76.
  17. 17. 17 kennen. De knooppunten zorgen ervoor dat ze zelf hun route bepalen en de vragen en opdrachten tussendoor betrekt hen actief in het spel. Maar na hun ontdekkingstocht wil ik een stap verder gaan in het proces; ik plaats hen in de rol van de professional, de bibliothecaris. Ik wil hen laten ervaren wat bibliotheekwerk inhoudt door hen zelf een wandeling door de collectie en het gebouw te laten vormgeven onder begeleiding van bibliothecarissen. Ze beginnen met een redactievergadering: hoe willen zij de bibliotheek aan anderen laten zien en rondom welk thema? Komen ze er niet uit, dan zullen de bibliothecarissen een aantal thema’s naar voren brengen, denk hierbij aan op jongeren gerichte onderwerpen als, Filmsterren, Muziek, Beroemd zijn, Dromen en Toekomst. Vervolgens laten we de leerlingen nadenken in welke context ze het thema willen uitdiepen. Het is afhankelijk van het niveau van de leerlingen hoe diep je kan gaan. Zo zal ‘de geschiedenis van de hiphop in Amsterdam’ moeilijker vorm te geven zijn dan ‘hiphop in Amsterdam’. Daarna kijken de jongeren welke items uit onze collectie daarbij passen en in de route als highlights opgenomen kunnen worden. Bij elk collectieonderdeel mogen ze dan zelf extra informatie zoeken in collecties buiten de bibliotheek, zoals youtube. Ze verbinden onze collectie naar hun eigen wereld. Ze mogen daarbij gebruik maken van geluid-, film-, en tekstfragmenten, van afbeeldingen, games en ook mogen ze er vragen of opdrachten omheen bedenken. De leerlingen werken in duo’s bij het uitwerken van een item of plek in de bibliotheek die als highlight dient. Aan het eind van de les ligt er een groot moodboard met daarop collectie-items voorzien van extra informatie, aanraders en opdrachten rondom het door de klas gekozen thema. Vervolgens zullen de bibliothecarissen deze route ook echt in de fysieke bibliotheek uitzetten, zodat de leerlingen terug kunnen komen en hun route ook door vrienden en familie kunnen laten lopen. Maar ook individuele deelnemers kunnen, als ze willen, de route gemaakt door een klas lopen. Door leerlingen in de rol van bibliothecaris te plaatsen, hen te laten ‘spelen’ met de collectie binnen een thema, verbindingen te laten maken naar voor hen betekenisvolle informatie op internet, krijgt ook onze collectie waarde en betekenis voor hen. Thematours rondom leesboeken Naast bovenstaande algemene ontdekkingstochten door de bibliotheek en haar collectie, wil ik scholen ook specifieke routes aanbieden rondom leesboeken. Docenten geven aan dat ze moeite hebben leerlingen enthousiast te krijgen voor het lezen van boeken. In Amsterdam vragen met name scholen voor VMBO de bibliotheek om projecten waarbij leerlingen van het eerste en tweede leerjaar op een actieve manier in contact gebracht worden met voor hen geschikte boeken en geprikkeld worden om ze ook echt te gaan lezen. Ik denk dat een reis door de bibliotheek langs diverse leesboeken, waarbij de leerlingen zelfstandig en op een speelse, interactieve manier kunnen kennismaken met geschikte boeken een manier is om hen te prikkelen en enthousiast te maken. In samenwerking met de scholen kunnen we een lijst maken van boeken die we in de route willen opnemen. Bibliothecarissen zullen elk boek van extra informatie voorzien zoals een kort luisterfragment uit het boek, een interview met de schrijver, een trailer van de film, een mening of ervaring van een lezer, een boekverslag of recensie. Waar de jongeren willen, mogen ze ook zelf een reactie achterlaten. Het zal voorkomen dat een leerling een boek gelezen heeft, hij kan zijn eigen ervaring erbij plaatsen. Naast een algemene wandeling kunnen we ook aantal thema wandelingen
  18. 18. 18 uitzetten. Bij deze tours draait het echter om de leesboeken; jongeren op een interactieve manier in de bibliotheek laten kennismaken met leesboeken en hen te prikkelen ze ook te lezen. Voorwaarde bij deze wandelingen is dat de leerlingen na het lopen van een route de mogelijkheid krijgt de boeken te lenen of dat de groep een collectie van de boeken meekrijgt naar school. Ervaring heeft geleerd dat je gebruik moet maken van het moment dat het enthousiasme is aangewakkerd. Of we hiermee ook bereiken dat de leerlingen daadwerkelijk meer gaan lezen, kan pas achteraf bekeken worden. Voordeel van deze wandelingen is wel dat ze ook te lopen zijn na schooltijd. Als jongeren willen kunnen ze zo alle routes met leesboeken ontdekken. Individuele deelnemers Ook voor volwassen individuele deelnemers wil ontdekkingstochten door de bibliotheek uitzetten. Ik denk dat velen van hen nog niet weten wat de bibliotheek aan culturele rijkdom in huis heeft. Een groot deel van onze bezoekers komt voor het lenen van bepaalde materialen, kent de indeling van de bibliotheek en gaan recht op hun doel af. Zijn er mogelijkheden om hen te prikkelen en verleiden eens verder te kijken? En mensen die voor de eerste keer een bibliotheek binnenkomen, zien vooral veel kasten en presentatietafels vol met boeken. Waar moeten zij beginnen? Kan ik hen zelfstandig de bibliotheek en haar content laten ontdekken? Een andere reden is dat de bibliotheek haar deelnemers serieus moet nemen en hen de mogelijkheid moet geven te kunnen reageren. Ze willen niet alleen geïnformeerd en gevoed worden in hun nieuwsgierigheid. Ze willen ook hun mening geven, discussiëren, delen en betekenis geven aan datgene wat ze (online) doen en verzamelen. Hoe kan ik hen een actieve rol geven, betrekken bij het bibliotheekwerk? Als laatste wil ik voor hen een plaats zijn waar diepgang en nuancering te vinden is rondom maatschappelijk thema’s die spelen in de samenleving. In de huidige ‘snelle’ gemedialiseerde samenleving zijn er niet veel plaatsen waar je dit nog kan vinden en ik denk dat de bibliotheek bij uitstek de plaats is waar je kwaliteit, verdieping en nuancering kan vinden. Themaroutes als ontdekkingstocht Ook voor individuele volwassenen kunnen we een interactieve route uitzetten rondom diverse culturele thema’s om zo de diversiteit van ons cultureel bezit te laten zien. Ook voor deze groep geldt dat we hen een actieve rol moeten geven. Want via internet en social media is het ook voor deze groep mensen steeds gewoner geworden om niet slechts als bezoeker op te treden, maar ook als actieve deelnemer. Je ziet dat ook de museumwereld daar meer en meer op inspeelt door de deelnemers op een interactieve manier te laten kennismaken met hun collectie. Een voorbeeld van een uit te werken onderwerp is bijvoorbeeld het thema ‘spiritualiteit’. Veel mensen zijn hierin geïnteresseerd wat onder andere duidelijk gemaakt wordt door de groei in verkoopcijfers van spirituele boeken en tijdschriften als ‘Flow’ en ‘Happinez’17 . In samenwerking met een vooraanstaand en bekend persoon binnen het vakgebied van de spiritualiteit kunnen bibliothecarissen een route uitzetten, waarbij de deelnemers langs verschillende secties in de bibliotheek komen; spiritualiteit in een boek over een kunstenaar, in gedichten, in een beleidsstuk, in de natuurwetenschappen, in de sport, in film en muziek. De deelnemer krijgt zo een indruk van onze brede en rijke collectie en sommigen zullen de bibliotheek in verwondering verlaten met een heel ander beeld van het begrip spiritualiteit. Bij de verschillende items die de mensen tijdens hun spirituele reis door de bibliotheek tegenkomen zijn verbindingen gemaakt met extra informatie vanuit andere collecties op internet en worden aanraders gegeven naar verwant werk. Dit geeft de deelnemer de kans zich wat verder te verdiepen in iets wat hem interesseert. Daarnaast krijgt hij de 17 http://nos.nl/op3/artikel/259889-spiriboeken-flink-in-de-lift.html [bezocht april 2012]
  19. 19. 19 mogelijkheid informatie toe te voegen in de vorm van zijn eigen mening of ervaring en dit te delen met andere mensen die de reis maken. Spiritualiteit is één voorbeeld, maar de bibliothecarissen, zelf ook consument en producent, kunnen ook binnen hun eigen interessesfeer een wandeling uitzetten waarbij deelnemers zelfstandig en op een actieve manier kennis maken met diverse secties van de bibliotheek en waarbij soms ook voor verwondering of diepgang en nuancering gezorgd kan worden. Maatschappelijke thematours De bibliotheek is als openbare, publieke ruimte een neutrale speler in haar gemeenschap. Met haar uitgebreide collectie die zo goed als alle vakgebieden beslaat, kan zij maatschappelijke en/of politieke thema’s uitlichten en voor diepgang en nuancering in de samenleving zorgen. De bibliothecaris kan deelnemers een culturele, maatschappelijke of politieke reflectie geven die alleen in de bibliotheek mogelijk is. Een voorbeeld voor een uit te werken thema is ‘De Wallen in Amsterdam’. Al vele jaren is dit een beladen onderwerp waarover de meningen in Amsterdam erg verschillen. Het gemeentebestuur is van mening dat de Wallenbuurt een crimineel gebied is en hebben veel prostitutie en coffeeshops gesloten en daarvoor in de plaats horeca en mode een plek te geven. De tegenstanders vinden de Wallen echter een toeristische trekpleister en zien geen criminaliteit. Zij zijn bang dat de Wallen zijn charme zal verliezen. In de bibliotheek kunnen we door onze grote collectie een route over de Wallen in historische context uitzetten, waarbij we de wandeling eindigen met de verschillende meningen en opvattingen die er vandaag zijn. Door de historische context kunnen we deelnemers helpen in hun reflectieproces en in het maken van een keuze. Binnen dit voorbeeld kan de bibliotheek nog een stap verder gaan. Zij kan op de Wallen bij huizen en panden die belangrijk zijn geweest in haar geschiedenis of die in de afgelopen jaren van functie zijn veranderd door toedoen van acties van de gemeente, ook QR-codes plaatsen. Je krijgt daar in het kort nog wat extra informatie, informatie die betekenis heeft als je op de hoogte bent van de historische context van het gebied. Behalve de Wallen zijn er meer maatschappelijke thema’s die in spelen en die we als bibliotheek kunnen aanpakken om uit te diepen en van verschillende kanten te belichten. Sommigen zullen in verwarring gebracht worden en met vragen weg gaan, anderen zullen geholpen zijn in hun reflectie en in het kiezen van een standpunt. In ieder geval verlaten de mensen ons niet met een leeg hoofd. Op personen geïnspireerde tours Met dit laatste voorbeeld wil ik mensen inspireren met onze collectie door bekende Amsterdammers uit te nodigen en hen te vragen hun persoonlijke route door de bibliotheek uit te zetten: welke media zijn van belang geweest in hun leven en waarom? De Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) kan als eerste Felix Rottenberg uitnodigen. Hij heeft de eerste paal in de grond geslagen van de Centrale Bibliotheek Amsterdam. Hij heeft de directeur toen gevraagd een plaats vrij te houden voor zijn fysieke collectie. Na zijn pensioen wil hij elke week in de OBA zitten om mensen te vertellen over zijn collectie. Voordat het zover is, wil hij misschien mensen wel laten kennismaken met werken die voor hem belangrijk zijn geweest in zijn leven, die hem geïnspireerd hebben en tot bepaalde keuzes hebben gebracht; een levensverhaal vertelt met behulp van onze collectie, waarbij voor de extra informatie weer verbindingen naar andere collecties gelegd kunnen worden.
  20. 20. 20 Na een maand kan de OBA een andere bekende Amsterdammer uitnodigen, bekend uit bijvoorbeeld de muziekwereld, de kunstwereld of de sportwereld. Ik denk dat mensen geïnteresseerd zijn in wat mensen heeft gemaakt tot wat ze zijn en zich daardoor graag willen laten inspireren. Deze persoonlijke tours zijn een vorm waarin dat mogelijk is. Mijn ontwerpen gebaseerd op het concept ‘De bibliotheek uit de kast’ zijn gericht op een bibliotheek met een open systeem, waarbij bezoekers en experts uit andere vakgebieden uitgenodigd worden zelfstandig of in samenwerking met bibliothecarissen collectieonderdelen met elkaar en met collecties buiten de bibliotheek te verbinden om thema’s zo in een bepaalde context uit te lichten. De mensen die de route lopen in de bibliotheek kunnen een reactie achterlaten in de vorm van mening of ervaring rondom het werk of in de vorm van een tip voor een aanrader of extra informatie. Ook kunnen ze de verschillende uitgelichte items met de extra informatie doorsturen naar zichzelf, via social media buttons. Afhankelijk van het thema en de behoefte, kunnen er lezingen, workshops of debatten aan een wandeling gekoppeld worden vanuit de bibliotheek.
  21. 21. 21 Techniek In onderstaande tekst behandel ik de techniek die ik gebruik om de ontwerpen mogelijk te maken. Tablet In mijn concept maak ik voor het lopen van de routes in de fysieke bibliotheek gebruik van een tablet waarmee de bezoekers zelfstandig de bibliotheek en haar collectie ontdekken. Deze technologie is nodig, omdat het daardoor mogelijk is de bezoeker een op maat gemaakte ervaring te geven. In plaats van tijdens het lopen van een route alleen items uit de bibliotheekcollectie tegen te komen zonder extra informatie, maakt een tablet het mogelijk content van buiten in allerlei vormen (beeld, geluid en tekst) aan het collectie-item toe te voegen. Door collectieonderdelen rond een thema in een bepaalde context uit de kast te halen en hieraan extra informatie te verbinden, krijgt de collectie meer betekenis en waarde. Een andere reden waarom deze technologie een onderdeel van mijn concept is, is omdat het de bezoeker mogelijk maakt direct feedback te geven bij de items die op een route liggen. Zij kunnen, als ze willen, hun eigen mening of ervaring erbij plaatsen, maar mogen ook tips geven voor extra informatie bij het item (trailers, muziekstukken, foto’s) of tips voor aanraders. Door gebruik te maken van tablets kan op een makkelijke manier een dialoog met de bezoeker (interactie) aangegaan worden. De laatste reden voor de keuze van een tablet heeft te maken met het concept van individueel leren. Door gebruik te maken van een tablet kan de extra informatie op verschillende manieren aangeboden worden: in de vorm van film-, geluid-, of tekstfragmenten, in de vorm van een mini- game, foto’s, afbeeldingen of vragen en opdrachten. De deelnemer kan de extra informatie verwerken op de manier die het best bij hem past. Wat betreft de doelgroep jongeren, sluit het gebruik van deze technologie ook aan op hun belevingswereld; hun wereld van communiceren, informatie opzoeken en verwerken. Via computer en smartphone zijn ze gewend de hele dag te kunnen communiceren en informatie te kunnen zoeken. Uit onderzoek van Stichting Mijn Kind Online18 blijkt dat het omslagpunt van ‘gewone’ mobiele telefoon naar een smartphone bij 12 jaar ligt. Veel jongeren zijn dus de hele dag online via computer en smartphone. Zij begrijpen hoe een tablet werkt en kennen de mogelijkheden ervan. 18 Stichting Mijn Kind Online, Hey, what’s app?: 8 – 18 jarigen en mobiele telefoons (z.p. maart 2012), te raadplegen als pdf op http://www.mijnkindonline.nl/uploads/Rapport%20Mobiel%20Hey-whats-app.pdf
  22. 22. 22 Met behulp van een dergelijk device zelfstandig en op een interactieve manier door de collectie van de bibliotheek wandelen, informatie op verschillende manieren tot zich kunnen nemen en zelf informatie toevoegen aan items, zal hen, zo is mijn aanname, meer aanspreken dan met behulp van een pen en een werkboek de bibliotheek en haar collectie ontdekken. Ik kies voor een tablet in tegenstelling tot een smartphone, omdat het een groter oppervlak heeft en het dus makkelijker is om er informatie op te lezen of bekijken en de routes geven bij de verschillende collectieonderdelen veel extra informatie in diverse vormen. Wanneer een route een vervolg krijgt buiten de bibliotheek, zoals mogelijk is bij de wandeling van ‘De Wallen in Amsterdam’, dan zullen mensen alleen van hun eigen device gebruik kunnen maken wat nu vaker een smartphone dan een tablet zal zijn. De informatie die daar opgeroepen kan worden is echter beknopt en niet zo veelomvattend als binnen de tour in de bibliotheek. Voor de plaatsbepaling van de items op de verschillende routes is het gebruik van een tablet geen vereiste. De items die op een route horen, kunnen bijvoorbeeld ook aangegeven worden met behulp van gekleurde linten aan de kasten of door het gebruik van gekleurde pijlen op de grond. Om het volgende item op de route te vinden kunnen ze de pijlen op de grond volgen of de linten in de kasten zoeken. Voor een groot aantal kinderen zal het volgen van de pijlen of het zoeken naar de linten een leuk spelelement zijn binnen het volgen van de tours, maar geldt dit ook voor jongeren en volwassenen? Hoewel niet noodzakelijk, is een tablet wel een meerwaarde in de plaatsbepaling. Het geeft je de mogelijkheid op diverse manieren bij een ander item in de collectie te belanden. Zo kan je een plattegrond van het gebouw, een foto of afbeelding van de specifieke plaats uploaden of een opdracht geven waarvan het antwoord je naar de volgende plek brengt. QR-code Het concept ‘De bibliotheek uit de kast’ wordt mogelijk door naast het gebruik van een tablet, gebruik te maken van QR-codes. QR staat voor Quick Response en is ooit, in 1994, ontwikkeld in Japan. Een QR-code bestaat uit een vierkant blok met zwarte en witte blokjes erin, te vergelijken met barcodes op winkelproducten. Maar in tegenstelling tot die barcodes, welke producten linken naar een voorraaddatabase, linkt een QR-code naar een webpagina met online content. Met behulp van QR-codes is het mogelijk digitale media (foto’s, tekst, video’s of geluid) aan fysieke objecten te koppelen; de objecten dus van context te voorzien. De codes worden gelezen door een camera en QR-code scanner (app) op een mobiel device, waardoor de link achter de QR-code geopend wordt. Mijn inspiratie om te werken met QR komt uit de museumwereld. Musea zijn al een aantal jaren aan het experimenteren met moderne technologieën om hun collectie op een andere manier te
  23. 23. 23 ontsluiten en te presenteren. Ook zij experimenteren met het geven van context in diverse vormen bij bestaande objecten. De ervaringen die zij hierbij hebben opgedaan zijn zeer relevant voor de bibliotheek, omdat de bibliotheek net als musea met hetzelfde vraagstuk te maken heeft: hoe kan ik van waarde blijven in de huidige samenleving? Wanneer het gaat om objecten binnen het museum, wordt veel geëxperimenteerd met mobile devices en QR-codes19 . Het grote voordeel van QR heeft vooral te maken met de plaatsbepaling. Binnen gebouwen is de indoor positionering nog niet zo sterk ontwikkeld, waardoor je geen gebruik kan maken van een app die op bepaalde GPS-coördinaten informatie weergeeft. Met het plaatsen van QR-codes kan je binnen de bibliotheek wel een zekere positiebepaling verzekeren. Voor de bibliotheek zit er nog een ander voordeel aan het gebruik van QR, zij zitten niet vast aan collectie-items, maar staan of hangen nabij de betreffende items. Mochten collectie onderdelen, opgenomen in een of meerdere routes, uitgeleend zijn, heeft dit geen nadelig effect op het lopen van de route. Het item kan via het mobile device alsnog bekeken worden met alle extra informatie eromheen. Daarbij worden bij de items ook aanraders gegeven, welke bezoekers, die de route lopen in de fysieke bibliotheek, kunnen lezen, bekijken of beluisteren. Dit is ook het grote voordeel boven het gebruik van RFID (Radio Frequency Identification) waarmee alle media in de bibliotheek zijn voorzien. Als die technologie gebruikt zou worden voor plaatsbepaling en het oproepen van de extra informatie bij de items op de route, vallen er gaten zodra de items zijn uitgeleend. Een nadeel van het gebruik van QR om collectieonderdelen in een bepaalde context te presenteren, is het feit dat de codes via bordjes zichtbaar gemaakt moeten worden. Wanneer er veel routes ontwikkeld en actief zijn, zullen er veel QR-codes in de bibliotheek te zien zijn. Aangeven welke QR- code bij welke route ligt, kan op basis van kleurcodes. Er zal echter gewaakt moeten worden voor een overdaad aan codes, wat betekent dat er altijd maar een beperkt aantal routes actief kunnen zijn. Een belangrijke voorwaarde voor het kunnen inzetten van QR is een dekkende WIFI verbinding. Voor het concept ‘De bibliotheek uit de kast’ moet van de hele collectie gebruik gemaakt kunnen worden. 19 http://www.linkedin.com/groups/Het-Brooklyn-Museum-heeft-interessaste-1160637.S.87851803?qid=ac658eba-374a-4de5-81cc- d436f3361308&trk=group_items_see_more-0-b-ttl, http://www.museumnext.org/2010/blog/qr-codes-and-museums [bezocht april 2012]; http://www.prospective.nl/2011/05/09/museum-apps/ [bezocht april 2012]; http://www.childrensmuseum.org/blog/wikipedian- in-residence/qr-codes-wikipedia-qrpedia [bezocht april 2012]; http://www.themobilists.com/2011/08/30/qr-codes-in-museums/ [bezocht april 2012].
  24. 24. 24 Bij het inzetten van QR zal dan in het hele gebouw een goed dekkende WIFI verbinding noodzakelijk zijn. Dit is echter mogelijk met het aanleggen van voldoende WIFI punten. Een laatste punt van aandacht bij het gebruik van QR is de bekendheid ervan. Sinds een jaar zie je QR codes echter op steeds meer plaatsen opduiken: in tijdschriften, in kranten, op reclameposters en abri’s, op producten et cetera. Overal waar het mogelijk is, lijken meer en meer bedrijven en instellingen gebruik te maken van QR om het publiek naar een bepaalde website te lokken. Ook zijn steeds meer tablets en smartphones uitgerust met een QR code scanner. Of mensen ook bereid zijn om de QR code te scannen, hangt af van de informatie die vooraf wordt gegeven over het hoe en waarom ervan en of de extra informatie inderdaad een meerwaarde biedt. Op basis van bovenstaande wil ik voor mijn concept een applicatie laten ontwikkelen waarbij via een tablet gebruik wordt gemaakt van extra content die gekoppeld is aan een QR-code. De applicatie wordt aangevuld met een plattegrond die de bezoeker kan helpen om op interactieve wijze zijn route door de bibliotheek en haar collectie te lopen. Om gebruik te kunnen maken van de QR-codes moet het device voorzien zijn van camera, scansoftware en een internetverbinding en moet er in de bibliotheek een dekkende Wifi verbinding zijn. Sociale netwerken en social media Bibliotheken maken al gebruik van deze online tools, maar benutten niet alle mogelijkheden ervan. Zo vind je op de website van bijvoorbeeld de OBA een aantal blogs van medewerkers waar bezoekers wellicht op willen reageren. De enige manier waarop dit nu mogelijk is, is door een mail naar de schrijver te sturen. Dat is niet de manier om kennis te delen en een dialoog op gang te brengen. Je zou direct op de pagina moeten kunnen reageren, te lezen voor iedereen, zodat de blog gaat leven en betekenis krijgt. Hetzelfde zie je terug op facebook en twitter. Het wordt gebruikt om informatie te zenden, als een extensie van de website, niet om een dialoog op gang te brengen. Sinds kort heeft de bibliotheek ook digitale etalages rondom bepaalde thema’s. Ook hier draait het nog steeds om informatie geven in plaats van de dialoog met de deelnemer aangaan. Er zijn op de etalage geen mogelijkheden om reacties, tips, of ervaringen achter te laten, laat staan dat deelnemers eigen content of collecties kunnen delen. Wel maken een aantal etalages al gebruik van social media als facebook en twitter, waarnaar verwezen wordt. Dat is een begin, maar het staat nog in de kinderschoenen. Er is nog geen sprake van levendige dialogen of discussies en opnieuw wordt er vanuit de bibliothecaris die erachter zit vooral informatie gezonden. In tegenstelling tot Goudanet en het geheugen van oost, waarnaar ik eerder heb verwezen, worden mensen niet uitgenodigd om hun ervaringen en kennis te delen. Of er behoefte is geweest aan de etalages rondom de thema’s die er nu zijn, vraag ik me af. Ik denk dat het allereerst belangrijk is dat bibliothecarissen zich mengen in de reeds bestaande digitale netwerken in hun gemeenschap en van daaruit laten zien wat zij kunnen bijdragen met hun collectie en kennis. Dit betekent wel dat bibliothecarissen binnen hun werk de ruimte moeten krijgen actief te zijn op verschillende netwerken. Alleen fysiek netwerken is niet langer voldoende. Door in die netwerken te participeren komen ze ook achter de behoefte van de deelnemers en kan de bibliotheek beter anticiperen.
  25. 25. 25 Competenties bibliothecaris Als je kijkt naar de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar zullen organisaties in de toekomst niet meer leidend zijn, maar participerend en faciliterend. In zelfstandigheid of belang nemen zij steeds meer af ten gunste van netwerkverbanden. Zowel deelnemers als bibliothecarissen zullen zich de participatie in onze dienstverlening toe-eigenen en zijn beurtelings producent en consument. Gegroepeerd in sociale netwerken produceren deelnemers en medewerkers nu al zelf producten en diensten met elkaar. Denk aan de bekende voorbeelden als Spotify en Librarything. Voorbeelden die aangeven dat de bibliotheek niet langer ‘in charge’ is op het gebied van informatie bemiddeling. Een deel van onze jonge medewerkers (digital natives) maakt privé gebruik van sociale netwerken en social media, delen er informatie en ontmoeten er elkaar. Op het werk komen ze echter in een heel andere omgeving dan zij verwachten. Een top-down gerichte organisatie waar informatie beperkt is en afhankelijk van de positie in het bedrijf. Het draait om het vergaren en behouden van kennis in plaats van om het delen van kennis. De bibliotheek zal moeten transformeren van een hiërarchische naar binnen gekeerde en aanbodgerichte organisatie naar een transparante, open omgeving waar bibliothecarissen en deelnemers continu in verbinding staan met elkaar. Met elkaar kennis delen is niet langer een optie, maar een vereiste om te kunnen overleven. Jonge professionals vanuit andere disciplines zouden de bibliotheek hierin kunnen helpen. Opgegroeid in de netwerkmaatschappij zijn zij gewend om samen te werken, kennis te delen, te leren en elkaar te verrijken. Wil de bibliotheek nog een rol van betekenis blijven spelen in de samenleving dan zal zij zich moeten openstellen en de dialoog met de deelnemers durven aangaan. Zij zal haar collectie moeten openstellen rond thema’s die in de lokale gemeenschap spelen, zodat zij instellingen en individuele deelnemers kan ondersteunen en samen met hen voor diepgang en nuancering kan zorgen. Dit betekent voor de huidige bibliothecarissen een heel andere manier van werken en vraagt om andere competenties en vaardigheden. Voor het concept ‘De bibliotheek uit de kast’ zijn de volgende competenties noodzakelijk: HBO denkniveau Bibliothecarissen moeten naar buiten treden en volwaardig participeren in verschillende sociale netwerken (in de wijk). Daarvoor is het een vereiste dat zij minimaal gelijkwaardig zijn aan de andere deelnemers in die netwerken. Afhankelijk van het soort netwerk zullen dat ook professionals zoals beleidsmakers, docenten en academisch geschoolde experts binnen hun eigen vakgebied zijn. Willen we daar op strategisch of tactisch niveau contact mee leggen of mee samenwerken, hebben we goed geschoolde mensen nodig. Netwerker De bibliotheek heeft mensen nodig die offline én online hun weg weten te vinden in de bestaande communities in hun gemeenschap. Hierbij is nieuwsgierigheid een belangrijke eigenschap; actief luisteren naar wat er speelt in de gemeenschap en daarin participeren. Zo ontstaat een dialoog tussen bibliotheek en deelnemers. De bibliothecaris verbindt de meningen en ervaringen van de deelnemers met haar eigen collectie en kennis en zorgt voor meer diepgang in het gesprek. De bibliotheek als een deelnemer die de mensen en de content met elkaar verbindt en hen helpt in het maken van keuzes en in hun reflectieproces.
  26. 26. 26 Kenniswerker De bibliothecaris moet de kennis, de nieuwsgierigheid en de ervaring hebben om informatie te selecteren, te duiden en er zinvolle verbanden in aan te brengen, zodat het begrijpelijk en hanteerbaar wordt voor onze deelnemers. Zij moeten thema’s kunnen duiden door ze in een bepaalde context te plaatsen, soms om mensen te laten kennismaken met de culturele rijkdom van de bibliotheek, soms om voor verdieping en nuancering te zorgen. Onze collectie, zowel digitaal als fysiek, dient daarbij als de basis. Daarnaast moet de bibliothecaris kritisch zijn en beschikken over onderscheidingsvermogen. Hij moet die informatie naar voren kunnen halen die deelnemers nodig hebben om inzicht te krijgen in bepaalde onderwerpen of om tot kennis te komen. Hiervoor moet hij vragen blijven stellen om de deelnemers scherp te houden. Inzicht en ervaring met social media De bibliotheek zal in de toekomst veel meer gebruik moeten maken van social media met het doel van mediamonologen sociale dialogen te maken. Sociale netwerken en social media zijn een onderdeel van het leven van mensen geworden, dit geldt vooral voor de jongeren in de samenleving. Om de verbindende factor in de gemeenschap te blijven, moeten we ook online actief zijn in de bestaande communities. Het is daarom van belang dat bibliothecarissen vaardig zijn in het gebruik van deze tools. Didactische vaardigheden De bibliothecarissen die binnen het concept met educatieve instellingen aan het werk gaan, moeten beschikken over de grondbeginselen van didactiek en moeten deze kunnen toepassen. Zij moeten diverse groepen kunnen motiveren en uitdagen het beste uit zich zelf te halen; hen stimuleren verder te zoeken, vragen te stellen en antwoorden ter discussie te stellen. ‘De bibliotheek uit de kast’ heeft dus mensen nodig met een HBO denkniveau en uitstekende zoekvaardigheden die creatief met onze collectie kunnen omgaan en deze buiten onze ‘muren’ kunnen verbinden met de daar aanwezige kennis en content. Niet elke bibliothecaris zal alle bovengenoemde competenties en vaardigheden in zich hebben, maar dat is ook niet noodzakelijk. De bibliotheek kan medewerkers met verschillende vaardigheden aan elkaar koppelen, zodat ze elkaar aanvullen en versterken. De kennis van de collectie, de (levens)ervaring en inzichten van de één combineren met de didactische of social media vaardigheden van de ander. Hierdoor vullen bibliothecarissen elkaar niet alleen aan, maar leren ze ook van elkaar.
  27. 27. 27 Veranderingen organisatiecultuur OBA Omdat de digitale ontwikkelingen een sneltreinvaart hebben genomen op het gebied van communicatie en informatie (ons product) en wij onze monopoliepositie echt verloren zijn, zijn we gedwongen opnieuw te kijken naar onze organisatiestructuur en na te denken over onze cultuur. Het is nu noodzakelijk dat de subculturen binnen de bibliotheek elkaar gaan vinden, zodat we als één OBA gaan nadenken over de toekomst en de veranderingen en innovaties die nodig zijn om onze maatschappelijke waarde te bewijzen en te kunnen overleven. Om op een open manier met onze collectie en kennis om te gaan, om deze te durven delen met deelnemers, om deze in te zetten voor de gemeenschap en deelnemers hierin te laten participeren, zullen we eerst van binnenuit moeten veranderen. Dit is eveneens noodzakelijk willen we jonge professionals aan ons binden. Als bibliotheek zouden we een sociaal intern interactief netwerk moeten hebben. Als je iets niet weet, niet begrijpt (dit geldt voor medewerkers op elk niveau in de organisatie) dan vraag je het netwerk om raad. Via het netwerk komt kennis van medewerkers beschikbaar en neemt de productiviteit toe. Zo komt kennis los te staan van de positie die iemand inneemt in de organisatie en kunnen mensen makkelijker laten zien waar hun interesse ligt en waar ze goed in zijn. Onze hiërarchische structuren moeten vervangen worden door een netwerkstructuur, waarbinnen zoveel mogelijk informatie van het bedrijf voor iedereen vrij beschikbaar is en waarin je bekend raakt met elkaars werkzaamheden, expertise en interesses. Deze transparantie geeft collega’s de kans mee te denken en mee te groeien; je weet wat er speelt in je organisatie, waaraan gewerkt wordt, waarover nagedacht wordt en je kan meedenken en je eigen kennis delen en verder tot ontwikkeling brengen. Op dit moment zijn we nog een hiërarchische, top-down gerichte organisatie (iets dat heel goed heeft gewerkt in het industriële tijdperk); informatie en kennis in de top, hoe hoger je positie hoe meer je te weten komt. We weten niet van mensen buiten onze eigen afdeling waar ze mee bezig zijn. Het communicatiekanaal is de ‘functionele’ lijn: de afdelingshoofdenvergaderingen en de werkoverleggen waar door de leidinggevende gefilterd informatie wordt gegeven. Daarnaast een intranet en een intern personeelsblad, die beide niet interactief zijn. Om medewerkers zich verbonden te laten voelen met de bibliotheek is meer openheid en interactie nodig. De bibliotheek heeft zelf de omslag van informatie naar dialoog, kenmerkend voor de informatierevolutie, nog niet gemaakt. Er wordt nog steeds veel energie besteed aan ‘zenden’ en ‘top-down-informatie’: de oorspronkelijke functie van het aanschaffen, ontsluiten en aanbieden van informatie. Het beleid met betrekking tot het inzetten van social media gebeurt in de OBA nog steeds vanuit de idee dat informatiestromen beheersbaar zijn. Laat iedereen in het bedrijf meedenken over het beleid, over te behalen doelstellingen, over nieuwe producten en diensten. Maak van het intranet een sociaal interactief netwerk, waarbij medewerkers aangeven wie ze zijn, wat ze doen in de bibliotheek, waar hun interesses en krachten liggen (ook buiten het werk vanuit de gedachte dat medewerkers ook consumenten en producenten zijn) en waar ze op dit moment aan werken. Stel er dilemma’s aan de orde, stel er vragen en nodig mensen uit als je ergens niet uitkomt. Zo krijgen de medewerkers de kans mee te denken en mee te werken aan de doelstellingen van de bibliotheek en zich werkelijk met de bibliotheek te verbinden. Ook komen de verschillende talenten van medewerkers naar boven, welke in de toekomst daarop gericht aangesproken kunnen worden. Kortom een intranet waarin kennis gedeeld wordt, waar we blijven leren en elkaar verrijken en wat naar mijn mening het bedrijf krachtiger en efficiënter zal maken.
  28. 28. 28 Om het concept ‘De bibliotheek uit de kast’ in de OBA tot leven te roepen kan de OBA met projectteams rondom de verschillende themaroutes werken. Projectmatig creëren bevordert namelijk niet alleen de efficiency in een organisatie en de persoonlijke groei van medewerkers, het legt ook dwarsverbindingen tussen functionarissen en afdelingen en vergroot het blikveld en de betrokkenheid van medewerkers. Bovendien is het een manier om schotten tussen afdelingen weg te nemen. Het maakt de organisatie horizontaler. Er moet dan wel gezorgd worden voor een brede samenstelling van de projectgroepen en er moet gebruik gemaakt worden van een intranet waar het verloop van het proces te volgen is, maar waar ook, wanneer nodig, input gevraagd wordt aan anderen. Zo versterkt zij het ‘wij’-gevoel binnen een organisatie en daarmee ook de betrokkenheid op het totaal. Daardoor zullen de themaroutes beter functioneren en gedragen worden door de gehele organisatie. Projectmatig werken (creëren) kan dus bijdragen aan het tot stand komen van ‘De bibliotheek uit de kast’. De OBA heeft al een begin gemaakt met het werken in projectteams en probeert deze werkvorm in de organisatie te implementeren. Tot nu toe verloopt dit echter met wisselend succes. Deze werkvorm kan als veranderingsmechanisme ingezet worden om een cultuurverandering tot stand te brengen. Voorwaarde is dan wel dat de directie meer vertrouwen aan medewerkers geeft, bevoegdheden delegeert en innovatie borgt in het beleid, zodat innovatieve thema’s, veranderingen en vernieuwingen structureel via projectteams aangepakt kunnen worden en ook door de medewerkers geadapteerd kunnen worden. Voorwaarde is ook oude patronen durven loslaten. De vorm van leidinggeven veranderd: niet langer directief en sturend, maar procesbegeleidend en coachend. De directie bevordert individueel initiatief en vrijheid van handelen door vertrouwen te geven aan medewerkers. Vrijheid van handelen op basis van vertrouwen is nodig om invulling te kunnen geven aan het concept ‘De bibliotheek uit de kast’. Uit een onderzoek dat ik heb gedaan onder 34 medewerkers van de OBA is naar voren gekomen dat de wil tot verandering aanwezig is. Dit onderzoek heb ik uitgevoerd met gebruikmaking van het Organizational Cultural Assessment Instrument (OCAI). Zowel de leidinggevenden, de medewerkers Innovatie & Informatie als de bibliothecarissen geven aan dat willen we de toekomst overleven onze cultuur moet opschuiven van een sterk hiërarchische cultuur naar een adhocratiecultuur; een cultuur die gericht is op externe positionering, gekoppeld aan een grote mate van flexibiliteit en individualiteit. Zij willen dus wel vernieuwen, maar in de praktijk komt het er in onvoldoende mate uit. Zij spreken teveel dezelfde taal en er zijn teveel vastgeroeste codes onderling ontstaan. Ik denk dat nieuwe input (jonge professionals) van buiten noodzakelijk is om de gewenste veranderingen te bewerkstelligen, oude patronen los te laten en vanzelfsprekendheden bespreekbaar maken. Door onze dominante cultuur zal het niet eenvoudig zijn deze nieuwe mensen binnen te halen en te houden. Toch is noodzakelijk, want alleen zo kunnen we nieuwe ‘voorbeeldfiguren’ krijgen. Dit alles geldt dus ook voor het management en de leidinggevenden, die samen al heel lang op dezelfde positie zitten. Kunnen die nog voldoende opschuiven zonder nieuwe mensen van buitenaf? Jonge professionals in het management kunnen de voordelen van het nieuwe werken laten zien en wellicht de andere leidinggevenden prikkelen om hun leiderschapsstijl aan de nieuwe tijd aan te passen. Wil de OBA erin slagen op te schuiven naar een innovatieve en op samenwerking, interactie en participatie gerichte cultuur, dan zal zij nu actie moeten ondernemen. Bovenstaande geeft een schatting van de veranderingsmogelijkheden van de OBA cultuur en de veranderingsmechanismen die naar mijn idee bruikbaar zijn in deze fase. Door een aantal van deze mechanismen in te zetten
  29. 29. 29 kan de OBA haar sterke hiërarchische cultuur verschuiven naar een meer op adhocratie gerichte cultuur.
  30. 30. 30 Inspiratie voor concept Veel inspiratie heb ik gehaald uit de voorbeelden van activiteiten die het Denver Art Museum de afgelopen jaren ontwikkeld hebben voor jong volwassenen20 . Al deze activiteiten, gebaseerd op participatie en co-creatie, hebben tot doel om deze jong volwassenen (19 – 35 jaar) aan zich te binden; een relatie op te bouwen met deze mensen. Een van de activiteiten die zij daar hebben ontwikkeld, zijn de Detours; experts uit andere vakgebieden, zoals musici, filosofen, koks et cetera geven een tour in het museum langs zelf gekozen collectiestukken, waarbij ze de bezoekers vertellen wat de stukken voor hen betekenen en waarom. Dit levert onverwachte verbindingen binnen de collectie en verrassende context op, waardoor weer gesprekken ontstaan tussen de bezoekers en makers van de tours. De inspiratie voor mijn concept komt ook van ‘The Great Bear’: een lithograph gemaakt door Simon Patterson in 1992. Op het eerste gezicht lijkt het werk op de plattegrond van de ondergrondse van London, maar Patterson heeft de namen van de lijnen en stations veranderd. Elke lijn representeert een groep mensen, zoals voetballers, filosofen, acteurs en wetenschappers21 . Simon Patterson 'The Great Bear' (detail) lithograph (edition of 50) 1109x135cm 1992 Een aantal jaren geleden hebben de mensen van The Guardian’s Culture Vulture deze plattegrond gebruikt om de verschillende muziekstromingen en verbanden tussen die stromingen (via muzikanten) van de afgelopen 100 jaar in kaart te brengen22 . Wat mij geïnspireerd heeft voor het ontwikkelen van mijn concept, is dat op de knooppunten, daar waar verschillende lijnen elkaar kruisen, muzikanten genoemd staan die passen binnen de muziekstromingen die elkaar kruisen. Ik zie dit als een manier om mensen te inspireren en te stimuleren eens een andere kant op te kijken of een andere wending te nemen. 20 Creativity, community, and a dash of the unexpected: adventures in engaging young adult audiences. Denver Art Museum (Denver 2011), te raadplegen als pdf op http://denverartmuseum.org/files/File/final%20report%20to%20the%20field%201.16.2012_final.pdf 21 http://en.wikipedia.org/wiki/The_Great_Bear_(lithograph) [bezocht april 2012] 22 http://blogs.guardian.co.uk/culturevulture/archives/2006/02/03/going_underground.html [bezocht april 2012]
  31. 31. 31 Dorian Lynskey (The Guardian) the tube map of music 2006 Een ander inspiratiebron is het fietsknooppunten netwerk in Nederland. Dit netwerk geeft mensen de mogelijkheid om vooraf zelf hun fietsroutes uit te stippelen, zonder daar aan vast te zitten. Eenmaal op de fiets, kan je eenvoudig je route aanpassen. De scriptie ‘Bibliotheek in context: een interdisciplinair onderzoek naar de ontwikkelingen in het bibliotheekwezen23 ’ is belangrijk geweest bij het uitwerken van de ontwerpen. In de scriptie wordt aangegeven hoe nieuwe technologieën het mogelijk maken de collectie op een heel andere manier te doorzoeken en van context te voorzien. Binnen thema-arrangementen worden verschillende collectie-items aan elkaar verbonden, waarbij elk item van context wordt voorzien. Dit is mogelijk door gebruik te maken van een Personal Digital Assistant (PDA’s). Door het gebruik van de PDA’s kan 23 Floor Krooi, De bibliotheek in context: een interdisciplinair onderzoek in het bibliotheekwezen (Scriptie Cultuurwetenschappen, Maastricht 2005).
  32. 32. 32 de extra informatie in verschillende vormen aan het kind overgebracht worden waardoor ook rekening gehouden wordt met de verschillende leerstijlen die kinderen hebben. Naast bovenstaande inspiratiebronnen, zijn alle artikelen en boeken die ik heb gelezen en zijn opgenomen in de literatuurlijst een grote inspiratiebron geweest om het concept uit te denken en vorm te geven. Daarnaast zijn er nog een aantal werken die ik niet aangehaald heb ik dit stuk, maar die mij wel geïnspireerd hebben, zoals artikelen van http://delicious.com/LibraryFutures Maar naast sites, artikelen en boeken, zijn het de collega’s en vrienden geweest die voor de inspiratie hebben gezorgd. Door hun kritische houding, vragen, ervaringen en inzichten werd ik scherp gehouden.
  33. 33. 33 Afsluiting De bibliotheek is niet langer een autoriteit op het gebied van informatiebemiddeling. Niet langer is de bibliothecaris de specialist. Tegenwoordig kan iedereen een kenniswerker zijn. Via internet en social media is het voor mensen steeds gewoner geworden om niet slechts als bezoeker op te treden, maar ook als actieve deelnemer. De juiste verbindingen leggen, context creëren rondom de losse informatiebrokken, het duiden van de informatie in samenwerking met deelnemers, daar ligt onze nieuwe kracht en professie. In de gemeenschap online en offline aanwezig zijn, nieuwsgierig zijn, wat speelt er, wat zijn de vragen, hoe kan ik daaraan meer waarde toevoegen. Een kritische houding om mensen te prikkelen, na te laten denken en zich verder te laten ontwikkelen. In online sociale netwerken hebben mensen de mogelijkheid een nieuwe betekenis te geven aan informatie, kennis en creativiteit. Nu informatie, kennis en creativiteit vrij beschikbaar zijn, leidt dat tot een kanteling van de klassieke, hiërarchische machtspiramide. De informatie die nodig is voor het ontwikkelen van kennis komt binnen handbereik van iedereen die er gebruik van wil maken. Aan de verwerking en verrijking van informatie naar begrijpbare kennis en ervaringen blijft echter altijd een behoefte bestaan. Voorwaarde voor een nieuwe toekomst van de bibliotheek is het laten vallen van oude patronen, anders kunnen we geen start maken met het verder tot ontwikkeling brengen van het nieuwe bibliotheekproces. Het gaat al lang niet meer om schaarste, consumptie, producten en voorschrijven, maar om overvloed, co – creatie, participatie, delen en verrijken, processen en toerusten (organiseren van interactie en verbindingen leggen): van informatiemakelaar naar netwerkspeler. Bezit zal verdwijnen, steeds meer mensen werken in the cloud. Kennisdelen en elkaar verrijken zal belangrijker worden, het zal niet meer gaan om het individuele proces, maar om het groepsproces. Willen we daarin een rol spelen, zullen we ons niet als een autoriteit moeten opstellen, maar als kenniswerkers met onderscheidingsvermogen, een kritische en nieuwsgierige blik, vragen stellend, helpend bij het duiden en contextualiseren van losse informatie. Samen met individuen en groepen van individuen informatie omzetten naar kennis en wie weet wijsheid? Kijken naar onze visie, welke vaardigheden hebben bibliothecarissen nodig, welke prikkels zijn er om hen te stimuleren, welke (technologische) middelen om hen te ondersteunen en hoe gaan we het in de praktijk vormgeven/aanpakken. Met een open opstelling, waarbij we deelnemers en medewerkers serieus nemen, de dialoog met hen aan gaan en hen een rol als ervaringsdeskundige geven, zullen we in staat zijn weer een rol van betekenis te gaan spelen in de samenleving. We moeten ophouden met zenden en een start maken met actief luisteren, interactief communiceren en kennis delen. Niet alleen online, maar ook offline! Juist de digitale revolutie, waardoor we zo makkelijk met elkaar in contact kunnen komen en informatie kunnen delen, heeft ervoor gezorgd dat we meer plekken nodig hebben waar we elkaar fysiek kunnen ontmoeten rondom gezamenlijke interesses.
  34. 34. 34 Lijst van geraadpleegde literatuur Baricco, Alessandro, I barbari ( De barbaren; Amsterdam 2010). Bruijnzeels, Rob, ed., De bibliotheek anders bekeken 2 (z.p. 2007). Creativity, community, and a dash of the unexpected: adventures in engaging young adult audiences. Denver Art Museum (Denver 2011), te raadplegen als pdf op http://denverartmuseum.org/files/File/final%20report%20to%20the%20field%201.16.2012_final.pd f Kolb, David, Experiential learning. Experience as the source of learning and development (New Jersey 1984). Krooi, Floor, De bibliotheek in context: een interdisciplinair onderzoek in het bibliotheekwezen (Scriptie Cultuurwetenschappen, Maastricht 2005). Krooi, Floor, ‘De contextbibliotheek’ in: Rob Bruijnzeels ed., Het Kan = It can be done (Leidschendam 2010) 72-77. Odding, Arnoud, Het disruptieve museum (Den Haag 2011). Putnam Laurie L., ‘Making the world safe for questions: Why libraries and librarians are needed now more than ever’ in: Public Libraries maart/april 2005. Raadpleegbaar via http://www.linkedin.com/in/laurieputnam Simon, Nina, The Participatory Museum (Santa Cruz: Museum 2.0, 2010), te raadplegen als webeditie op http://www.participatorymuseum.org/read/ Stichting Mijn Kind Online, Hey, what’s app?: 8 – 18 jarigen en mobiele telefoons (z.p. maart 2012), te raadplegen als pdf op http://www.mijnkindonline.nl/uploads/Rapport%20Mobiel%20Hey-whats- app.pdf Thomése, P.F., ‘Mijn reizen door cyberspace – over moderne vergetelheid’ in: NRC Handelsblad 8 oktober 2011 VOB-commissie Digitale Bibliotheek, Interface: de bibliotheek in het digitale tijdperk. Visienotitie Commissie Digitale bibliotheek (z.p. oktober 2011), te raadplegen als pdf op http://www.debibliotheken.nl/nc/actueel/items/article/visiedocument-digitale-bibliotheek.html
  35. 35. 35 Lijst van geraadpleegde websites http://blogs.guardian.co.uk/culturevulture/archives/2006/02/03/going_underground.html [bezocht april 2012] http://en.wikipedia.org/wiki/The_Great_Bear_(lithograph) [bezocht april 2012] http://nos.nl/op3/artikel/259889-spiriboeken-flink-in-de-lift.html [bezocht april 2012] http://www.childrensmuseum.org/blog/wikipedian-in-residence/qr-codes-wikipedia-qrpedia [bezocht april 2012] http://www.linkedin.com/groups/Het-Brooklyn-Museum-heeft-interessaste- 1160637.S.87851803?qid=ac658eba-374a-4de5-81cc-d436f3361308&trk=group_items_see_more-0- b-ttl, http://www.museumnext.org/2010/blog/qr-codes-and-museums [bezocht april 2012] http://www.prospective.nl/2011/05/09/museum-apps/ [bezocht april 2012] http://www.themobilists.com/2011/08/30/qr-codes-in-museums/ [bezocht april 2012]

×