Ontwikkelingen Brede School Boxtel

1,836 views
1,729 views

Published on

Dit is een tekst omtrent de werking en organisatie van de Brede School in Boxtel.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,836
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Ontwikkelingen Brede School Boxtel

  1. 1. Ontwikkelingen Brede School Boxtel De Brede School: iets voor Boxtel?? In 1998 komt in Boxtel de Brede School in de belangstelling te staan. Deze voor Boxtel nieuwe ontwikkeling is gericht op samenwerking tussen organisaties en instellingen op het terrein van onderwijs en welzijn, die voortkomt uit een maatschappelijk gedragen verlangen te komen tot het verbeteren van de ontwikkelingskansen van kinderen. Op 20 oktober 1998 organiseerde de gemeente een miniconferentie ‘De Brede School: iets voor Boxtel?’ Deze conferentie was bedoeld voor alle betrokkenen bij het onderwijs- en jeugdbeleid, zoals het onderwijs (management, bestuur, medezeggenschap waaronder ouders), organisaties als het welzijnswerk, de hulpverlening, sport, cultuur en recreatie, en vertegenwoordigers van de lokale politiek en van de ambtelijke organisatie. Bij de organisatie waren het GOAC en een directeur uit het primair onderwijs betrokken. Ter voorbereiding op de conferentie was materiaal beschikbaar gesteld van het Vensterschoolproject (Groningen), de Wijkschool ('s-Hertogenbosch), over de Brede School en de Verlengde Schooldag (NIZW) en artikelen van Rein Zunderdorp en het Procesmanagement Primair Onderwijs. Tijdens deze bijeenkomst hielden deskundigen inleidingen rond het conferentiethema met als doel de gedachten te bepalen voor de mogelijkheden om het concept Brede School in de lokale situatie toe te passen. Uit de verslagen van de workshops en de forumdiscussie bleek groot enthousiasme voor de invoering van een Boxtels concept en ongeduld om ermee te beginnen. Er kwamen vele praktische tips op tafel, maar ook vragen die beantwoord moeten worden voordat tot invoering kon worden overgegaan. Startnota Op deze bijeenkomst zijn de elementen geformuleerd voor een op te stellen startnota. KPC Groep stelde een concept-nota samen en deze werd voorgelegd aan een klankbordgroep, bestaande uit: * Wim Ketelaars, voorzitter * Wilma Weren, gemeente Boxtel, secretaris * Albert Habraken, sport en peuterspeelzalen * Felix Razenberg, primair onderwijs * René de Renet, vervangen door Riet Schouten, welzijnswerk * Laurens Felix, cultuur * Jos Geerts, voortgezet onderwijs. In juni 1999 werd deze startnota onder de titel ‘Een kwestie van kiezen’ gepubliceerd. KPC Groep was verantwoordelijk voor de inhoud van de nota. De nota werd voorgelegd aan een groep sleutelfiguren uit de Boxtelse gemeenschap. Doel hiervan was te peilen of er voldoende draagvlak voor de inhoud van de startnota is. Deze bijeenkomst vond plaats op 16 juni 1999. Op 29 juni is de startnota gepresenteerd aan het Bondgenotenoverleg Brede School. In beide bijeenkomsten viel de grote betrokkenheid van de deelnemers op. Men besefte dat het echte werk pas na de vaststelling van de startnota gaat beginnen. Maar er was bij alle participanten en geledingen, inclusief de vertegenwoordigers van de lokale politiek, enthousiasme en bereidheid om aan de slag te gaan. Het concept Brede School Boxtel Op basis van de verschillende bijeenkomsten werden de kenmerken van de Brede School Boxtel geformuleerd: - een vorm van hechte samenwerking tussen enerzijds scholen en anderzijds instellingen en organisaties die bijdragen leveren aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren tussen 0 en de 25 jaar; - een samenwerking die tot doel heeft door afstemming van schoolse en niet-schoolse activiteiten een beter antwoord te geven op de problemen die kinderen/jongeren en hun ouders/opvoeders hebben bij het opgroeien en ontwikkelen van kinderen en jongeren; - een vorm van samenwerken die kinderen en jongeren beter toerust met vaardigheden die nodig zijn om als volwaardig burger in onze maatschappij te participeren (sociale competentie);
  2. 2. - een samenwerking die ook tot doel heeft om tot een efficiëntere en effectievere, ontkokerde aanpak te komen van sociale en economische problemen in wijken en buurten; - een vorm van samenwerken waarbij het onderwijs en de betrokken instellingen en organisaties komen tot een samenhangende aanpak en waar mogelijk en wenselijk werken binnen en vanuit een accommodatie; - een vorm van samenwerken waarin de eindverantwoordelijkheid voor de wijze van samenwerken en de keuze van activiteiten bij de scholen en de schoolbesturen ligt. De rol van de gemeente De rol van de gemeente werd in de startnota als volgt omschreven: De gemeente Boxtel profileert zich nadrukkelijk als regisseur van het lokaal onderwijs- en jeugdbeleid. De regierol heeft betrekking op het onderwijsachterstandenbeleid en het lokaal jeugdbeleid. De gemeente legt daarbij een relatie met het beleid gericht op Weer Samen Naar School. De regie laat zich omschrijven als: - kaderstellend, d.w.z. de gemeente formuleert in overleg met de betrokken instellingen de begrenzing van de Brede School Boxtel, wat betreft inhoud en middelen; - faciliterend, d.w.z. de gemeente ondersteunt de voorbereidende werkzaamheden, c.q. voert die uit en stelt middelen beschikbaar bij de uitvoering van activiteiten; dat kan in de vorm van ambtelijke ondersteuning en bekostiging van activiteiten; - coördinerend, d.w.z. de gemeente rekent het tot haar taak om in- en extern verbanden te leggen tussen beleidsdoelstellingen, beschikbare middelen en betrokken organisaties. Project Dagindeling Selissenwal In het najaar 1999 heeft de gemeenteraad het besluit genomen bij het rijk een projectaanvraag in te dienen voor de wijk Selissenwal. In het voorjaar 2000 is gestart met een innovatief Brede Schoolproject in het kader van de dagindeling. De looptijd van dit project is drie jaar (2000-2002). Voor de verdere ontwikkeling van de Brede School Boxtel (exclusief Selissenwal) is een projectgroep samengesteld en is een projectcoördinator gevraagd een inventarisatie uit te voeren in de Boxtelse wijken. In februari 2000 hebben het gemeentebestuur en de besturen van scholen voor primair en voortgezet onderwijs in Boxtel een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin onder andere werd overeengekomen dat: - de Stuurgroep Lokaal Onderwijsbeleid een projectgroep samenstelt met als taak de invulling van de Brede School per school, respectievelijk schoolbestuur, op te stellen; - haalbare organisatorische en financiële voorwaarden worden geformuleerd om uitvoering te geven aan de Brede Scholen in Boxtelse wijken; - de inspanningen van de scholen en van de instellingen en organisaties waarmee zij samenwerken moeten leiden tot een verbreding van het aanbod voor kinderen, gericht op het stimuleren van hun ontwikkelingsmogelijkheden (sociale competentie); - een wijze van monitoren wordt ontwikkeld die het mogelijk maakt resultaten van de Brede School (-aanpak) in beeld te brengen. De Wijk Selissenwal De wijk Selissenwal onderscheidt zich van ander Boxtelse wijken in zijn populatie, voorzieningenniveau, ruimtelijke inrichting en zijn geschiedenis. Kenmerkend voor de huidige situatie is dat de wijk volop in beweging is. De wijk Selissenwal is een naoorlogse woonwijk. Gedurende de afgelopen jaren heeft de wijk te maken gehad met leefbaarheidsproblemen: het wonen aldaar kreeg een lage status en er ontstonden problemen met de verhuurbaarheid van woningen. De fysieke omgeving was aan slijtage onderhevig. Kortom, de ontwikkeling in de wijk vertoonde een neerwaartse spiraal. In de wijk zijn relatief vele inwoners gehuisvest met welzijnstekorten. Hiermee worden mensen bedoeld die leven van een minimum inkomen, kampen met een handicap of nog maar kort in Nederland zijn (nieuwkomers). De diversiteit en de veelkleurigheid van de bevolking vormen het visitekaartje van de wijk Selissenwal.
  3. 3. In 1996 is besloten aan deze ontwikkeling een einde te maken en een revitaliseringsproces in gang te zetten. Woningen en flats worden gesloopt of gerenoveerd, er komt nieuwe bestrating en verlichting en verkeerssituaties en groenvoorzieningen worden gewijzigd en verbeterd. Er wordt gestreefd naar verdere integratie van sociale en economische functies (school, gemeenschapshuis, jongerenontmoetingsplaats,, milieu-educatie, speeltuin, sportvoorziening), tezamen ondergebracht in een klein gebied waarbij de diverse functies elkaar versterken. Bij de start van de revitalisering was het voorzieningenniveau smal. Er is geen bibliotheek en er zijn nauwelijks mogelijkheden om in de wijk sportieve activiteiten te beoefenen. Het winkelbestand brokkelt af en het zelfstandig voortbestaan van de kerk staat ter discussie. Het betekent dat ontmoetingsmogelijkheden voor de bewoners van de wijk afnemen. Onderwijs in de wijk In de wijk zijn drie basisscholen en een school voor voortgezet onderwijs. Basisschool de Walpoort telde in 1999 119 leerlingen. Veel leerlingen zijn van allochtone afkomst. De school heeft veel expertise opgebouwd op het gebied van de opvang van niet (in het Nederlands) aanspreekbare kinderen. De oecumenische jenaplanschool Molenwijk telde in 1999 225 leerlingen. Daarvan zijn 41 leerlingen van allochtone afkomst. Een deel van de leerlingen is afkomstig van buiten de wijk, omdat de ouders bewust voor de school kiezen. De St. Willibrordusschool is een school voor speciaal basisonderwijs met een zmlk- afdeling. Scholengemeenschap Den Tijber biedt VMBO en voortgezet speciaal onderwijs. Welzijn in de wijk Het gemeenschapshuis De Walnoot ligt op geringe afstand van basisschool De Walpoort. Het gebouw beschikt over een vijftal ruimtes. Het is een ruimtebiedende accommodatie met een buurtfunctie. Er worden activiteiten georganiseerd voor kinderen en tieners: tiener-disco, knutselmiddagen, zeskamp, droppings, speeltuinfeesten, soundmix en playbackshow. De activiteiten draaien vooral op de inzet van vrijwilligers. De verscheidenheid is groot, maar een samenhangend beleid ontbreekt, evenals een beleidsmatige inbedding van bijvoorbeeld vormen van opvang, ondersteuning en begeleiding van kinderen en vrijwilligers. Het gemeenschapshuis biedt meer mogelijkheden om aan tal van activiteiten onderdak te bieden. Het zou een centrum kunnen worden van waaruit de diverse organisaties werken en waarin meer dan nu het geval is, activiteiten plaats vinden gericht op alle bevolkingsgroepen en leeftijdsgroepen uit de wijk. Door de brede welzijnsinstelling Delta, die elders in Boxtel is gehuisvest, wordt onder meer ondersteuning geboden op het gebied van opbouwwerk, algemeen maatschappelijk werk, inburgering van nieuwkomers en jongerenwerk. Onlangs is een gezondheidsinformatiepunt van start gegaan dat samen met de GGD de gezondheidsvoorlichtingsfunctie in de wijk wil gaan ontwikkelen. Organisaties en verbanden in de wijk De wijk kent een actief verenigingsleven en de maatschappelijke binding en betrokkenheid is er van oudsher groot te noemen. Voorts kent de wijk een keur aan functies die ieder hun eigen belang kennen. Zo kent de wijk een wijkplatform: een organisatie die een klankbordfunctie heeft en waarin vertegenwoordigers van organisaties uit de wijk zitting hebben. In het wijkbeheerteam zitten de professionele werkers die binnen de wijk actief zijn. Doelstellingen Project Dagindeling Selissenwal Het project kent een drietal doelstellingen: 1. Visie-ontwikkeling
  4. 4. 2. Methodiekontwikkeling 3. Pilot Dagindeling Selissenwal. Visie-ontwikkeling De initiatiefnemers benadrukken het belang van een duidelijke visie die aan het project ten grondslag ligt. Alleen dan is er een kans van slagen nu en in de toekomst. “Vanuit het geïntegreerd onderwijs- en jeugdbeleid, waarin het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid de spil vormt, wordt het kansenbeleid voor kinderen en jeugd ingegeven met daarbij het stimuleren van ouderbetrokkenheid als een van de speerpunten. Om de slaagkans van dit beleid groter te maken zal de focus moeten worden verlegd naar de omgevingsfactoren die van invloed zijn op het functioneren van individuen, leefvormen en organisaties. Zolang er beperkingen zijn in de leefomstandigheden van mensen en in de maatschappelijke mogelijkheden kan dit beleid niet goed uit de verf komen.”(Projectplan Dagindeling Selissenwal). Het projectplan signaleert de volgende belemmeringen in de omgevingsfactoren: - ontplooiingskansen van de ouders zijn beperkt omdat er geen sprake is van een voldoende mate van integratie; - taken in de thuissituatie leggen een onevenredig hoge druk op de allochtone moeders. Er zijn problemen in de psychosomatische sfeer, die mogelijk het gevolg zijn van de eenzame positie waarin de vrouwen verkeren; - openings- en sluitingstijden van voorzieningen zijn niet afgestemd op het leefpatroon van ouders die substantieel willen investeren in de eigen ontplooiing; - economische gezinsomstandigheden zijn niet optimaal; - door kennisachterstand is er vaak sprake van een ongezonde leefwijze; - de thuissituatie is vaak weinig aantrekkelijk door het ontbreken van een spel- en speelcultuur; - ouders komen bij organisaties pas in beeld als er problemen zijn. In een plan om te komen tot een verbetering van de leefomstandigheden staan de volgende uitgangspunten centraal: 1. versterken van de positie van de ouders. Door het scheppen van voorwaarden die een positief effect kunnen hebben op hun leefsituatie wordt aangegeven dat zij de onmisbare schakel zijn in het sociaal beleid van de wijk; 2. verbeteren van kansen voor kinderen. Door het verruimen van het georganiseerd aanbod voor kinderen worden hun kansen vergroot en wordt preventief gewerkt aan het voorkomen en tegengaan van achterstandssituaties; 3. afstemming van openingstijden, zoveel mogelijk voorzieningen onder een dak brengen in combinatie met verruiming van het aanbod. Er dient meer rekening te worden gehouden met de omstandigheden van ouders om hun taken op het terrein van opvoeden en het verwerven van het gezinsinkomen verantwoord te kunnen uitoefenen. Methodiekontwikkeling Voor een effectieve uitvoering van een project als Dagindeling Selissenwal is het noodzakelijk te beschikken over demografische en statistische gegevens. Deze zijn nodig om een gericht en samenhangend aanbod te realiseren. Vervolgens zijn twee lijnen van belang: een vraaggerichte werkwijze met open oor en oog voor de behoeften die leven, zodat die vraag kan worden gekoppeld aan bestaand en nieuw op te zetten aanbod. Aan de andere kant moet er een gericht aanbodstimulerend beleid worden gevoerd dat innovatief is en aanzet tot participatie. In praktische zin is er gekozen voor twee insteken: 1. Het project ‘Allochtone ouders over de drempel’. Door praktijken te ontwikkelen waarbij allochtone ouders in staat gesteld worden om het contact met de school en de daaraan verbonden leerkrachten te intensiveren wordt een basis gelegd voor participatie aan betekenisvolle verbanden. Centraal staan daarbij een pedagogische praktijk die oog heeft voor de diversiteit in culturele achtergronden en een inhoudsvol lesprogramma. 2. Het inschakelen van getrainde buurtmoeders. Zij treden op als intermediair tussen de school/organisatie en het thuismilieu.
  5. 5. Pilot Dagindeling Selissenwal Het centrale doel is werken aan een betere dagindeling die bijdraagt aan een betere afstemming van zorg en arbeid, door: - de participatie en emancipatie van volwassenen (ouders, in het bijzonder moeders) te bevorderen en - de sociale competenties van kinderen te versterken. Om dit te concretiseren zijn de volgende subdoelen gesteld: - ontwikkelen van nieuwe vormen van scholing en begeleiding die leiden tot betere vooruitzichten op een plaats op de arbeidsmarkt voor ouders. Met name een cursus Algemene Vaardigheden dient ontwikkeld te worden; - opleiden van moeders tot buurtmoeders c.q. intermediair tussen de verschillende culturen; - verbeteren van de bereikbaarheid van voorzieningen die bijdragen tot de participatie en emancipatie van ouders 0 tot 12 jarigen in de wijk Selissenwal. Te denken valt aan kinderopvang en buitenschoolse opvang en aan cursussen voor deze volwassenen; - verbetering van de afstemming van het aanbod van bovengenoemde voorzieningen voor 0- tot 12-jarigen en hun oudersl - verdere ontplooiing van kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar door het bereikbaar maken van mogelijkheden tot ontspanning en educatie. Beoogde resultaten: - een cursusaanbod: het versterken van de rol als opvoeder, bevorderen van ouderbetrokkenheid bij de schoolloopbaan van kinderen, training van de buurtmoeders, verwerven van algemene vaardigheden (zoals automatisering), klussen in en om het huis, agogisch werken als vrijwilliger; - een platform dat dienst doet als overlegorgaan en waarin alle bondgenoten zitting hebben; - ouders zijn beter toegerust voor een positie op de arbeidsmarkt; - kinderdagopvang en buitenschoolse opvang is in voldoende mate aanwezig; - de openingstijden van de school zijn verruimd; - buitenschools aanbod voor kinderen is verbreed en verruimd; - contacten tussen schoolmilieu en thuismilieu zijn verruimd. De bondgenoten De initiatiefnemers van het project zijn: - schoolbestuur Stichting St. Christoffel - brede welzijnsinstelling Delta Stichting Welzijn Boxtel - het Regionaal Centrum voor de kunsteducatie - gemeente Boxtel. Er wordt samenwerking gezocht met: - de scholen in Selissenwal - het bestuur van het gemeenschapshuis - de Stichting Peuterspeelzalen Boxtel - het Koning Willem I College Boxtel (volwasseneneducatie) - de migrantenorganisaties - het Bureau Nieuwkomers - de Sportraad (als overkoepelend orgaan van de lokale sportorganisaties) - de openbare bibliotheek - organisaties voor kinderopvang en buitenschoolse opvang - de bouwvereniging. Organisatie Het project kon van start dankzij een subsidie van het Projectbureau Dagindeling van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ruud Spronk werd als projectcoördinator aangesteld. Zijn taak was managen, leiding geven, enthousiast maken. Daarnaast zijn er een viertal subcoördinatoren aangesteld, respectievelijk verantwoordelijk voor: - vrouwenwerk, de training van buurtmoeders; - educatieve ontwikkelingen, scholing ouders; - bso-activiteiten ontwikkelen, jeugd- en kinderwerk; - netwerken en public relations.
  6. 6. Evaluatie Anderhalf jaar na de start van het project kreeg een extern bureau de opdracht onderzoek te verrichten naar de stand van zaken. Het navolgende is gebaseerd op de rapportage van Rob Ziekman, senior adviseur van Giralis, partners in onderwijs. Zeer opvallend in de ontwikkelingen ronde de Brede School in Boxtel is “een verschuiving van een schoolgeoriënteerde benadering naar een benadering waarbij de focus veel meer gericht werd op de omgeving, op de wijk. Binnen de taakstelling van het project kwam een groot accent te liggen op de sociale activering en verbetering van de dagindeling.” Het project heeft vooral gewerkt vanuit de basis, het primaire proces en daarvoor is in de evaluatie dan ook alle waardering. Er is veel bereikt als het gaat om de positie van de kinderen en de ouders. “Uitdrukkelijk wordt niet gekozen voor een topdown- benadering, maar expliciet voor een betrokkenheid vanaf het eerste moment. Laagdrempeligheid en respect voor de doelgroep komen daarmee tot hun recht.” “Een bewuste gerichtheid en een bewust accent op het primaire proces lijst een uitstekende keuze. Werken aan verbetering immers is per definitie een kwestie van implementatie.” Daarnaast kan aan papierwerk, overlegstructuren en het creëren van draagvlak niet worden ontkomen. De expliciete keuze voor het primaire proces heeft er wellicht toe geleid dat de formele kant van het project wat minder uit de verf is gekomen. “Niet altijd is in het projectplan ‘Samen tegelijk’ sprake van eenduidigheid.” “Het projectplan ‘Samen tegelijk’ is zeer ambitieus. Zeer veel concrete acties worden voorgesteld en de vraag kan worden gesteld of die binnen het relatief korte tijdsbestek van een pilotperiode wel kunnen worden bereikt. Zeker bij complexe maatschappelijke zaken als het brede-school-concept is haalbaarheid van en realisme met betrekking tot gewenste doelen een cruciale overweging. Succeservaringen bij betrokkenen zijn van het grootste belang voor beklijving op de (lange) termijn! Te veel hooi op de vork nemen kan een gevaar betekenen voor het bereiken van die succeservaringen.” Op basis van een behoeftenpeiling zijn de volgende activiteiten georganiseerd: - een lentefeest op wijkniveau waar een presentatie van het project ‘Samen Tegelijk’ heeft plaatsgevonden; - het drempelproject. Dit project kent twee onderdelen, te weten de bevordering van ouderparticipatie- en -emancipatie en interculturele communicatie. Uit het drempelproject zijn weer nieuwe activiteiten voortgevloeid; - activiteiten met als doel zorg en arbeid op elkaar af te stemmen: voorbeelden zijn de contactouderopleiding en vrijwilligerswerk; - naschoolse opvang en een aanbod in dit kader: voorbeelden zijn de kinderknutselclub, de fotoclub en de computerclub; - activiteiten op het terrein van kunst en cultuur, voorbeelden zijn een toneelvoorstellingen en ‘muziek op schoot; - activiteiten in het kader van sociale activering, zoals het uitvoering geven aan specifieke regelingen als de WIW; - activiteiten die moeten leiden tot een ‘digitaal trapveld’ in de wijk met als doel het vergroten van de sociale competentie van kinderen/jongeren; - activiteiten die moeten leiden tot de ontwikkeling van het gemeenschapsgebouw De Walnoot tot een brede wijkvoorziening; - activiteiten op het gebied van voorlichting en public relations, zoals het uitgeven van een nieuwsbrief. Knelpunten Op een aantal onderdelen zijn er ook knelpunten gesignaleerd. De onderzoeksverslag vermeldt daarover: “Het nu anderhalf jaar lopende pilot-project ‘Samen Tegelijk’ heeft een niet optimale start gekend, hetgeen met name gevolgen had voor de methodiekontwikkeling en de communicatie. Ook bij de projectorganisatie en bij de rol, de verantwoordelijkheden en inzet van de diverse partners zijn kanttekeningen te plaatsen. Duidelijkheid over en weer wordt gemist c.q. niet opgepakt. In communicatieve zin lopen veel zaken mis. Dit leidt tot irritatie, misverstanden en een vervlakking van het noodzakelijke draagvlak. Oorspronkelijk enthousiasme neemt af. Op het primaire niveau zijn vele activiteiten in
  7. 7. gang gezet, waarbij een toename van de belangstelling vanuit de doelgroep kan worden geconstateerd. Meetbaar rendement is echter nog moeilijk te bepalen voor wat betreft de doelstellingen van het project, behoudens datgene wat de overzichten van kengetallen laten zien. De feitelijke inzet van de instellingen laat te wensen over. Dit heeft in elk geval ook te maken met factoren die hierboven zijn genoemd. Waar het de inzet van de scholen betreft wordt het ontbreken van afstemming van projectactiviteiten op het jaarplan van de school als een belangrijk probleem ervaren.”
  8. 8. Marlies Hobbelen: Er zijn altijd vrijwilligers beschikbaar voor nieuwe initiatieven Marlies Hobbelen is als sociaal-cultureel werkster verantwoordelijk voor het kinderwerk in de wijk Selissenwal, een wijk die zij goed kent. “Ik woon er zelf al 15 jaar. Het is een wijk met veel actieve mensen, die veel willen doen en ook gedaan hebben. Dat gebeurde veelal ad hoc. Er ontstond een plan en er werd subsidie aangevraagd. In de meeste gevallen werd zo’n aanvraag ook gehonoreerd. Met de revitalisering wilde de gemeente alles wat er in de wijk speelde in beeld brengen en op papier zetten. Een zwak punt was namelijk altijd de continuïteit. Als de initiatiefnemers verdwijnen, dan stopt ook vaak de activiteit. De oude organisaties vonden het moeilijk om in een groter organisatorisch geheel hun plek te vinden en zich er ook in te herkennen. Dat veroorzaakte nogal wat spanningen tussen de gemeente en de bewoners. Zo is er twee jaar strijd gevoerd over een winkel die er niet meer was. Blijkbaar was dat voor de bewoners belangrijk, want die winkel functioneerde ook als sociale ontmoetingsplaats. Men reageerde op de initiatieven van de gemeente met de houding ‘als jullie ons erbij willen betrekken, dan hebben wij ook nog wel een paar wensen.” Hobbelen vindt dat er van de kant van de gemeente best eens wat meer mag blijken, dat er ook waardering is voor de betrokkenheid van mensen. Daarnaast is het van groot belang hoe je in een wijk als Selissenwal opereert. Hobbelen: “Bepaalde activiteiten vanuit het project ‘Dagindeling’ werden met argwaan bekeken. We organiseerden een interculturele tentoonstelling en daarmee zaten we meteen in een bepaalde hoek. De autochtone bewoners voelden zich daardoor achtergesteld.” Veranderingen bewerkstelligen is volgens Hobbelen een kwestie van volhouden met een goed oog wat voor de bewoners van belang is. Sociaal-cultureel werk Marlies Hobbelen begon met het opzetten van een wekelijkse knutselclub. In eerste instantie wilde ik samenwerken met een organisatie die hier een keer per maand een knutselclub organisaseerde. Die wilde echter niets van integratie weten. Ik doe de club nu dus drie keer per maand.” Hobbelen zou graag gericht kinderen werven, maar in verband met de bescherming van privacy is dat moeilijk. “De werving doen we via de scholen en we hangen posters in winkels op. Het is iedere woensdag weer spannend hoeveel kinderen er op komen dagen. Toch is er een redelijke constante kerngroep die je steeds weer terug ziet en laatst waren er dertig kinderen.” Het initiatief slaat aan, maar dat zorgt ook weer voor nieuwe, organisatorische problemen. “Voor een grotere groep heb je meer materialen nodig en die moet je wel ergens opbergen. Ik heb de beschikking over een kast en een doos en dat is soms erg lastig. De computer- en de fotoclub kampen met dezelfde problemen.” De andere clubs zijn vanuit de knutselclub ontstaan. “Als het een loopt dan ontstaan er vanzelf nieuwe initiatieven en vrijwilligers zijn altijd wel beschikbaar. Dat verbaasd me soms, maar ik heb blijkbaar een groter netwerk dan ik zelf had gedacht.” Dat er een groeiende waardering is voor de activiteiten die vanuit het project worden ondernomen, staat volgens Hobbelen als een paal boven water. “Je krijgt dat terug ik hele kleine reacties. Of laatst een kaartje met de tekst ‘bedankt dat het zo leuk was’. Ik merk ook dat het vertrouwen over en weer groeit. Dat merk je vooral aan de onderwerpen waarover de kinderen een praatje willen maken. Soms is dat heel persoonlijk.”
  9. 9. Wilma Weren: Nieuwbouw maakt belangen zichtbaar In 1998 vroeg de stuurgroep lokaal onderwijsbeleid in Boxtel zich af of de brede school ook iets voor Boxtel was. Op een conferentie in oktober 1998 kwam die vraag expliciet aan de orde onder het motto ‘De Brede School: iets voor Boxtel?!’ “Het was een leuke dag met ook landelijke en regionale coryfeeën”, herinnert Wilma Weren zich. Zij is als beleidsmedewerker onderwijs en welzijn nauw bij de ontwikkeling van de brede school betrokken. Bovendien is zij secretaris van de stuurgroep. Nieuw leven Het college van Burgemeester en Wethouders besloot in 1999 om in Selissenwal te beginnen met de brede school. Weren: “De wijk wordt gerevitaliseerd, dus dat bood de kans om een aantal ontwikkelingen gelijk op te laten lopen. Met de besturen van de basisscholen, de welzijnsorganisatie en het Regionaal Centrum voor de Kunsten hebben we een subsidieaanvraag ingediend en die werd gehonoreerd. We hebben ervoor gekozen - naast het accent op kinderen - ons ook sterk te richten op de ouders en in het bijzonder de allochtone ouders. Daardoor werd de aanvraag door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toegekend.” Bijzonder is dat de activiteiten in het kader van de brede school worden ondernomen vanuit het gemeenschapshuis. Weren: “Vroeger was dat een facilitair gebouw dat werd verhuurd aan allerlei clubs en verenigingen. Het initiatief ‘Dagindeling Selissenwal’ heeft het gemeenschapshuis nieuw leven ingeblazen. Er is nu ook sprake van een eigen aanbod. Voor het bestuur van het gemeenschapshuis was dat wel even wennen, want er is veel nieuw (jong) volk over de vloer.” Maatschappelijke ontwikkelingen Over Boxtel en de wijk Selissenwal vertelt Weren: “Boxtel heeft zo’n 30.000 inwoners en heeft vanaf de jaren zeventig te maken gehad met de instroom van veel allochtonen. De bevolkingsopbouw van de wijk veranderde in snel tempo en het voorzieningenniveau was niet ingesteld op de toename van jonge gezinnen met veel kinderen. De sociale cohesie in de wijk was aan het verdwijnen en die willen we weer herstellen. Vanuit dat gegeven groeide het idee van een multifunctioneel gebouw.” Een goed idee, maar als het aankomt op het realiseren ervan worden er allerlei belangen zichtbaar. Belangen die soms strijdig zijn met elkaar. Weren: “Er zijn twee basisscholen, een rooms katholieke met veel allochtone leerlingen en een oecumenische jenaplanschool. Deze laatste school trekt veel kinderen van buiten de wijk. Vanuit de gemeente willen we beide scholen in een multifunctioneel gebouw onderbrengen. Met name ouders van de jenaplanschool hebben daar bezwaren tegen.” Voor Weren toch min of meer een verrassing. “Ik dacht dat juist deze ouders erg geporteerd zouden zijn van een school met in hetzelfde gebouw allerlei andere voorzieningen. Voor ouders lijkt me dat met het oog op hun eigen dagindeling een plezierige bijkomstigheid. Het is met zulke voorzieningen makkelijker om werk en zorg te combineren. Het tegendeel lijkt het geval. Misschien heeft het ook met communicatie te maken en kwam de informatie op een te laat tijdstip. Daardoor is veel discussie ontstaan. Dat is jammer, want de brede school speelt duidelijk in op een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. Zo hoeven werkende ouders hun kinderen niet meer van hot naar her te slepen.” Lange termijn Politiek gezien ligt de brede school erg goed in Boxtel. Weren: “De ontwikkelingen zijn voor de korte termijn aangegeven. De politiek wil echter ook weten hoe een en ander op de lang termijn zal functioneren. Zo kan er nu nog geen uitspraak worden gedaan over een structurele vorm van financiering. Volgend jaar komt er een nieuwe onderwijsachterstandenplan en dan zal een en ander inhoudelijk zeker duidelijker worden. Een voordeel is dat de huidige wethouder, die onderwijs, welzijn en jeugd in zijn portefeuille heeft, deze ontwikkeling toejuicht en van harte steunt. Door de samenstelling van zijn portefeuille is het ook beter mogelijk om de ontwikkelingen in samenhang aan te pakken.
  10. 10. In het voorjaar gaan we ons buigen over het beheer en de exploitatie van de multifunctionele gebouwen. We willen daarvoor een studietraject uitzetten met de besturen van de participerende organisaties. Een dergelijke zaak kun je natuurlijk niet overlaten aan het vrije spel der krachten. Als men zich bovendien gezamenlijk daarover buigt, zal wellicht ook het draagvlak voor deze ontwikkeling in positieve zin beïnvloed worden.”
  11. 11. Marlies Hobbelen: Ouders over de drempel “Ik houd me vooral bezig met inhoudelijke zaken binnen het project, zoals ‘Ouders over de drempel’. Daarbinnen zijn drie hoofdactiviteiten: interculturele kookavonden en tentoonstellingen, een project gericht op de basisscholen om huisbezoeken te stimuleren en als derde de training van contactouders.” Aan het woord is Han Vlamings, assistent-coördinator van het project ‘Dagindeling Selissenwal’. Ze heeft een ruime ervaring in het onderwijs en het peuterspeelzaalwerk. Daarnaast volgde ze een studie interculturele communicatie met als specialisatie Nederlands als tweede taal. Over de training van de contactouders zegt ze: “Het is een incompany opleiding, ontwikkeld door het project “Samen Tegelijk”. Het is een combinatie van leren en werken en krijgen daarvoor ook betaald. Er zijn nu zeven moeders in opleiding. Bijzonder is dat één van de mensen altijd heeft gewerkt als religieus vrijwilligster in Afrika. Zij is een waardevolle aanvulling voor de groep, omdat ze weet wat het is om samen met mensen uit andere culturen te werken. De contactouders moeten gaan fungeren als schakel tussen school en thuis. Het is ook nodig dat ze veel informatie hebben over de wijk en daarom organiseren we ook veel excursies naar de verschillende instellingen. Als contactouders zullen zij de bewoners in de wijk goed en breed moeten kunnen informeren.” Contact bij het fornuis De kookavonden waren één van de eerste activiteiten in het kader van ‘Ouders over de drempel’. Waarom kookavonden? Vlamings: “Je moet mensen aanspreken op wat ze goed kunnen. In allochtone gezinnen besteden de vrouwen altijd heel veel aandacht aan de maaltijden. De eerste keren was iedereen bezig met z’n eigen gerecht. Het nadeel daarvan is dat de deelnemers van elkaar niet zien waar ze mee bezig zijn. In de toekomst willen we op de volgende manier gaan koken: twee ouders koken en de anderen volgen dit. Het blijkt een uitstekende manier om mensen met elkaar in contact te brengen. Er wordt gezamenlijk gepland, gekookt, gegeten en weer opgeruimd. Bij dat laatste ontstaan vaak de beste contacten. Sommige moeders brachten ook hun oudere dochters mee. In het begin bleven die nog wat schuchter toekijken. We willen nu proberen of we ook voor deze groep bepaalde activiteiten op kunnen starten.” Het feit dat een aantal deelneemsters van de kookavonden nu meedoet aan de opleiding voor contactouders, vindt Vlamings een belangrijk succes van deze activiteit. Huisbezoeken Tenslotte is Vlamings verantwoordelijk voor het stimuleren van de huisbezoeken door leerkrachten van de basisscholen. In elke school heeft één van de leerkrachten de rol van sub-coördinator. Samen met Vlamings bespreken zij hoe ze het afleggen van huisbezoeken kunnen stimuleren. Vlamings: “De huisbezoeken zijn belangrijk om een goed contact tussen school en ouders te bevorderen. We stellen daar vanuit het project dan ook faciliteiten tegenover, bijvoorbeeld door geld voor vervanging beschikbaar te stellen of door extra uren te vergoeden. Soms is er sprake van enige koudwatervrees, omdat leerkrachten niet weten hoe ze dergelijke huisbezoeken moeten aanpakken. Vanuit het project is het onze taak leerkrachten daarover te informeren en ze enthousiast te maken. Bij een dergelijk proces moet je er vooral niet te veel bovenop gaan zitten.”
  12. 12. Felix Razenberg: Brede school betekent voor iedereen winst “We moeten nu wel spijkers met koppen gaan slaan op het gebied van de huisvesting. Er zijn nog enkele ouders die erg veel moeite hebben met een verplaatsing van hun school naar het centrum van de wijk. Dat zijn op dit moment onze zorgen, maar toch zijn we blij dat we in dit traject zijn gestapt. Soms was er tussen verschillende partijen te weinig openheid, maar het project leeft. Het is gestart vanuit een droom, een gedeelde droom. Dat leeft niet alleen bij het onderwijs, maar bij iedereen die erbij betrokken is.” Aan het woord is Felix Razenberg, algemeen directeur van het schoolbestuur stichting St-Christoffel. Het schoolbestuur was mede initiatiefnemer van de brede school in Boxtel. De twee basisscholen in de wijk, de Walpoort en de Molenwijk vallen onder dit bestuur. Gaande het traject bleek dat de verschillen tussen de scholen een belangrijke rol speelden, met name in de discussies over de nieuwbouw. Razenberg: “De Molenwijk is een oecumenische jenaplanschool en de Walpoort is een roomskatholieke school met een multiculturele populatie en een sterke inzet op taalverwerving. In eerste instantie vonden we als bestuur dat beide scholen moesten gaan samenwerken vanuit een onderwijskundige optiek. De gemeente had nog een ander doel, namelijk de revitalisering van de wijk Selissenwal. Daarbij wilde men het liefst dat beide scholen zouden fuseren en gehuisvest zouden worden in een gebouw. Daar wilden we niet in mee. De Molenwijk is de laatste jenaplanschool in Boxtel en vervult daarmee onderwijskundig een eigen rol. Bovendien heeft de school vanwege haar oecumenische karakter een belangrijke functie voor de hervormde gemeenschap in Boxtel. Als bestuur zien we de brede school als een project en niet als een product. In zo’n proces kunnen beide scholen naast elkaar bestaan. Het doel hoeft niet in eerste instantie een grote school met 500 leerlingen te zijn. En een zelfde locatie is ook geen absolute must.” In Boxtel hebben door Sardes (een zelfstandig landelijk onderwijsadviesbueau) beschreven profielen van brede scholen een rol gespeeld. Razenberg: “Die profielen wekte de indruk dat de brede school vooral bedoeld is voor wijken met problemen, dus het achterstandsmodel. Ouders van de Molenwijk herkenden zich helemaal niet in dat model. Als er voor een school als de Molenwijk winst te behalen is, dan moet je veel meer denken in termen van verrijking. Op langere termijn kan dat ouders ook voordelen bieden, bijvoorbeeld door veranderingen die de 24-uurseconomie met zich meebrengt. Ook het team van de Molenwijk ziet het nut van afstemming met bondgenoten, bijvoorbeeld bij de voor- en naschoolse activiteiten. De onderwijskundige uitgangspunten staan daarbij echter voorop.” Kijkend naar wat er in de projectperiode tot stand is gebracht, is Razenberg positief gestemd. “Er is veel in gang gezet. Kinderen van de beide scholen maken veel gebruik van de naschoolse activiteiten. Positief is dat men elkaar op uitvoerend niveau zo snel weet te vinden.” Te spreken is Razenberg ook dat er dankzij het voortvarend optreden van de gemeente een subsidie kon worden binnengehaald. “Dat was zeker nodig, want de scholen waren eigenlijk al bezig om hun eigen brede school te creëren. Zo werden er op een van de scholen opvoedingscursussen gegeven. Het is de vraag of je dat van leerkrachten mag verwachten. Zonder de subsidie zou de taakverzwaring aanzienlijk zijn geweest. We hebben met de subsidie een projectcoördinatie aan kunnen stellen en dat heeft de ontwikkelingen een enorme impuls gegeven.” Volgens Razenberg valt er voor iedereen alleen maar winst te behalen. “De scholen kunnen zich concentreren op hun eigenlijke taak, namelijk onderwijs geven. Op het gebied van kunst en creativiteit was Selissenwal een wit gebied in de gemeente. Door het project is er een begin gemaakt met een aanbod op dat gebied. Ook welzijn is in Boxtel lange tijd een ondergeschoven kindje geweest. Tenslotte kan ook de gemeente hier als winnaar uitkomen, want beleid op papier klinkt mooi, maar er moet wel draagvlak zijn. In de wijk Selissenwal is dat draagvlak er in toenemende mate.”
  13. 13. Ruud Spronk: Continuïteit Brede School Selissenwal waarborgen Per 1 februari 2002 zet Ruud Spronk een punt achter zijn werk als coördinator van het project ‘Dagindeling Selissenwal’. Hij heeft het werk anderhalf jaar met veel plezier gedaan. “Het was een leuke job, maar ook heel erg zwaar, vooral omdat het projectplan te ambitieus was. Dat is ook mijn voornaamste kritiek op het project. Over de visie is veel en uitvoerig gediscussieerd en de insteek was duidelijk die van de achterstandsproblematiek. Het ging om het realiseren van een brede school en dus moest er een school worden aangehaakt. De school met maar een gering aantal allochtone kinderen werkte vanuit een gehele ander onderwijsconcept. Dat heeft geleid tot discussies die veel tijd en energie hebben gekost. Tenslotte denk ik dat we in de startfase duidelijke productafspraken hadden moeten maken. Dat is nu niet gebeurd en dat gaf op allerlei momenten onduidelijkheden.” Succesvol project Er kunnen dus verschillende lessen worden getrokken uit de ervaringen van de afgelopen anderhalf jaar. Toch is Spronk ervan overtuigd dat ‘Dagindeling Selissenwal’ een succesvol project is. “Er is in de wijk met betrekking tot het primaire proces heel veel in beweging gezet: scholen, ouders, kinderen en organisaties. In de loop van het project heeft ook de visie zich nadrukkelijk in een bepaalde richting ontwikkeld. Landelijk gezien vormt de school de spin in het web van alle activiteiten. In dit project is de aandacht in eerste instantie gericht op de sociale omgeving van de school. De school is de vindplaats geworden, voor activiteiten die in de wijk plaats vinden. Het is een methodiek die van onderaf werkt. Je begeeft je tussen de mensen, maakt contacten, enthousiasmeert en zorgt dat er dingen op gang komen. Het projectcentrum is nu echt een sociaal inloopcentrum geworden en dat tekent de ontwikkeling zoals die de afgelopen anderhalf jaar heeft plaats gevonden.” Continuïteit Het project is op tweederde van z’n looptijd. Wat er volgens Spronk nu moet gebeuren is het ontwikkelen van een organisatie die de continuïteit van het project kan garanderen. Zo is de ‘Stichting Brede School Selissenwal’ opgericht, waarin alle participerende organisaties zitting hebben. Deze stichting is er verantwoordelijk voor om alle activiteiten onder te brengen bij de verschillende welzijnsinstellingen. Spronk: “De stichting moet je dus zien als een soort samenwerkingsverband. Ik denk overigens dat de gemeente in het geheel een actieve rol zal moeten spelen.” De brede school staat er volgens Spronk. “We zitten alleen niet in een gebouw. Als je kijkt naar de activiteiten die van start zijn gegaan, dan is er veel bereikt. Het voordeel was dat we als een pilot zijn gestart. Dat biedt je de kans om door bestaande gewoonten en regels heen te breken. Mensen gebruiken regelgeving nogal eens om hun eigen belangen te beschermen. De keuze voor het opgang brengen van processen tussen en voor de mensen heeft gewerkt. Je kunt nog zulke mooie nota’s schrijven, maar het zijn uiteindelijk de mensen waar het om gaat.”
  14. 14. Betsie van der Sloot-Van der Heijden: Partijen bij elkaar houden is de kern van mijn werk Betsie van der Sloot-Van der Heijden is sinds maart 2001 voorzitter van de Stichting Brede School Selissenwal. Zij was gedurende 11 jaar leerkracht in het basisonderwijs, bekleedde tal van bestuurlijke functies in en buiten Boxtel en doet veel vrijwilligerswerk. “Ik had juist mijn zittingstermijn van 8 jaar als landelijk voorzitter van de plattelandsvrouwen afgesloten, toen ik voor dit bestuur werd gevraagd. Ik wil graag een bijdrage leveren aan de Boxtelse samenleving en de mogelijkheid om actief betrokken te zijn bij het onderwijs vond ik erg aantrekkelijk. Je hebt altijd vrijwilligers nodig om de kar te gaan trekken. Vanuit mijn politieke activiteiten ken ik de wijk Selissenwal erg goed. In de jaren vijftig en zestig werd er gebouwd en het was altijd een wijk met een grote doorstroming. Mensen met lagere inkomens begonnen er vanwege de aantrekkelijke huurprijzen. Dat tekent zo’n wijk en het is ook logisch dat de kwaliteit van de huizen in de loop der jaren achteruit ging. Het was dus een wijk die wel een oppepper kon gebruiken. Ik denk dat we daar goed mee bezig zijn. In ieder geval scoort de wijk steeds beter. Het is belangrijk om sociale problematiek niet op een plek in de stad te concentreren, maar om te zorgen voor een goed leefklimaat in alle wijken. Je ziet nu dat mensen uit andere wijken terugkomen naar Selissenwal.” Het bij elkaar houden van de verschillende partijen ziet Van der Sloot als de kern van haar voorzitterswerk. “We moeten zorgen dat die brede school met al z’n voorzieningen er komt. Ik kan dat als voorzitter niet in m’n eentje realiseren, maar ik ben natuurlijk wel een eerste aanspreekpunt. De kern is echter wel dat je de zaken met elkaar moet aanpakken. Zo worden er nu bouwplannen gemaakt voor de nieuwe school. Ik zeg daarin niet wat er moet gebeuren en hoe, maar neem daarin een adviserende en coördinerende rol. Het zijn namelijk de instanties in de wijk die in het gebouw moeten werken.” Dat er in zo’n proces pijnpunten naar boven komen, vindt Van der Sloot niet meer dan logisch. “Die zijn er om opgelost te worden en dat kan als je maar een gezamenlijk doel voor ogen hebt. Samen een gebouw delen levert voordelen op, maar je moet ook bereid zijn om in te leveren. Soms zijn er wel eens punten waar ik zelf niet wakker van zou liggen, maar die voor anderen belangrijk zijn. Dat moet je ook kunnen respecteren. Het is een langzaam rijpingsproces van naar elkaar toegroeien. Als je vanuit het nu naar de toekomst kijkt, denk je soms dat bepaalde dingen helemaal niet mogelijk zijn. Maar als je er langzaam naar toe werkt, dan blijkt dat er altijd meer kan dan je had gedacht. Dat rijpingsproces zitten we middenin. We zitten met zes partijen rond de tafel, in een sfeer van vrienden, maar wel ieder met z’n eigen achtergrond.” Wanneer moet het gebouw er staan? Bij het realiseren van de nieuwbouw is het volgens Van der Sloot belangrijk om omzichtig te werk te gaan. “We bouwen voor de toekomst en de participerende partijen weten nog niet wat ze krijgen. In zo’n proces mag je best proberen het onderste uit de kan proberen te krijgen, maar dat kost wel tijd. De uitkomst moet voor iedereen acceptabel zijn. Dat vergt energie en je moet denkbeelden de tijd geven om goed uit te kristalliseren. Als men achteraf niet tevreden is, gaat men elkaar voor de voeten lopen. De muziekschool heeft bijvoorbeeld geen eigen ruimte en zal straks lokalen moeten delen met de school of de peuterspeelzaal. Dat betekent voor een deel ook ‘water bij de wijn doen’ en dat kan alleen als je doordrongen bent van het gezamenlijke doel. In 2004 moet het gebouw er zijn, dus ik hoop dat we in de loop van 2002 met alle partijen tot overeenstemming komen. Het creëren van zo’n multifunctioneel gebouw is een uitdagend en creatief proces.”
  15. 15. Han Vlamings Ouders over de drempel “Ik houd me vooral bezig met inhoudelijke zaken binnen het project, zoals ‘Ouders over de drempel’. Daarbinnen zijn drie hoofdactiviteiten: interculturele kookavonden en tentoonstellingen, een project gericht op de basisscholen om huisbezoeken te stimuleren en als derde de training van contactouders.” Aan het woord is Han Vlamings, assistent-coördinator van het project ‘Dagindeling Selissenwal’. Ze heeft een ruime ervaring in het onderwijs en het peuterspeelzaalwerk. Daarnaast volgde ze een studie interculturele communicatie met als specialisatie Nederlands als tweede taal. Over de training van de contactouders zegt ze: “Het is een incompany opleiding, ontwikkeld door het project “Samen Tegelijk”. Het is een combinatie van leren en werken en krijgen daarvoor ook betaald. Er zijn nu zeven moeders in opleiding. Bijzonder is dat één van de mensen altijd heeft gewerkt als religieus vrijwilligster in Afrika. Zij is een waardevolle aanvulling voor de groep, omdat ze weet wat het is om samen met mensen uit andere culturen te werken. De contactouders moeten gaan fungeren als schakel tussen school en thuis. Het is ook nodig dat ze veel informatie hebben over de wijk en daarom organiseren we ook veel excursies naar de verschillende instellingen. Als contactouders zullen zij de bewoners in de wijk goed en breed moeten kunnen informeren.” Contact bij het fornuis De kookavonden waren één van de eerste activiteiten in het kader van ‘Ouders over de drempel’. Waarom kookavonden? Vlamings: “Je moet mensen aanspreken op wat ze goed kunnen. In allochtone gezinnen besteden de vrouwen altijd heel veel aandacht aan de maaltijden. De eerste keren was iedereen bezig met z’n eigen gerecht. Het nadeel daarvan is dat de deelnemers van elkaar niet zien waar ze mee bezig zijn. In de toekomst willen we op de volgende manier gaan koken: twee ouders koken en de anderen volgen dit. Het blijkt een uitstekende manier om mensen met elkaar in contact te brengen. Er wordt gezamenlijk gepland, gekookt, gegeten en weer opgeruimd. Bij dat laatste ontstaan vaak de beste contacten. Sommige moeders brachten ook hun oudere dochters mee. In het begin bleven die nog wat schuchter toekijken. We willen nu proberen of we ook voor deze groep bepaalde activiteiten op kunnen starten.” Het feit dat een aantal deelneemsters van de kookavonden nu meedoet aan de opleiding voor contactouders, vindt Vlamings een belangrijk succes van deze activiteit. Huisbezoeken Tenslotte is Vlamings verantwoordelijk voor het stimuleren van de huisbezoeken door leerkrachten van de basisscholen. In elke school heeft één van de leerkrachten de rol van sub-coördinator. Samen met Vlamings bespreken zij hoe ze het afleggen van huisbezoeken kunnen stimuleren. Vlamings: “De huisbezoeken zijn belangrijk om een goed contact tussen school en ouders te bevorderen. We stellen daar vanuit het project dan ook faciliteiten tegenover, bijvoorbeeld door geld voor vervanging beschikbaar te stellen of door extra uren te vergoeden. Soms is er sprake van enige koudwatervrees, omdat leerkrachten niet weten hoe ze dergelijke huisbezoeken moeten aanpakken. Vanuit het project is het onze taak leerkrachten daarover te informeren en ze enthousiast te maken. Bij een dergelijk proces moet je er vooral niet te veel bovenop gaan zitten.quot; Frans Weeber

×