Zoom in, zoom out Redesigning the learning landscape

  • 1,645 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,645
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
24
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Zoom in, zoom out Redesigning the learning landscape IIP Create Randoe Verandermanagement Maart 2010
  • 2. Inhoudsopgave 1   Inleiding..................................................................................................................3   2   Werkwijze...............................................................................................................6   3   Tien jaar CMD opleidingen ....................................................................................7   4   De heuristiek van CMD projecten ........................................................................10   5   Dilemma’s van de innovators in het onderwijs .....................................................11   5.1   Samenwerking in het nieuwe leerlandschap .................................................11   5.2   Hoe bevorder je een ‘culture of exchange’ of hoe doorbreken we de kennisparadox? ......................................................................................................12   5.3   Hoe doorbreek je de silo’s in de kennisinfrastructuur?..................................12   5.4   Hoe geef je toegepast onderzoek vorm? ......................................................12   6   Conclusies uit de metaworkshop .........................................................................14   6.1   Eerste gedachten ..........................................................................................14   6.2   Reflectie op de dilemma’s van de innovators ................................................15   6.3   Welke vragen heb je voor jezelf geformuleerd na dit gesprek? ....................17   7   Korte beschrijving van alle gepresenteerde projecten en hun kwaliteiten ...........18   7.1   Dance Venture ..............................................................................................18   7.2   Go-Go-Car.....................................................................................................18   7.3   C-Mine ...........................................................................................................19   7.4   Samenwerking Graphic Design Museum Breda / CMD aMUX Avans Breda20   7.5   MJUKS ..........................................................................................................21   7.6   Buro302 .........................................................................................................22   7.7   Gameship ......................................................................................................23   7.8   Beeldhorloge .................................................................................................24   7.9   Samenwerking ICA-Logica en Nationaal Historisch Museum .......................24   8   Deelnemers..........................................................................................................26   8.1   Workshop Zuid ..............................................................................................26   8.2   Workshop Noord ...........................................................................................26   8.3   Reflexieve Workshop 26 maart .....................................................................26   2
  • 3. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape 1 Inleiding De afgelopen tien jaar heeft zich een stille revolutie voltrokken in het hoger beroepsonderwijs. Dankzij de invoering van het competentiegerichte onderwijs, de instelling van lectoraten en het uitwerken van het gedachtengoed van het praktijkgerichte onderzoek, is in het moderne hoger onderwijs een belangrijke rol weggelegd voor het werken aan concrete projecten met partners uit het bedrijfsleven of instellingen. Volgens direct betrokkenen heeft deze manier van werken als voordeel dat studenten intrinsiek gemotiveerd raken, dat onderwijsinstellingen verbonden raken met maatschappelijke vraagstukken in de regio en de inhoud van het onderwijs geënt is op actuele ontwikkelingen in de beroepspraktijk. Voor mensen die niet als docent, projectpartner of ouder van een studerende jongere betrokken zijn bij het hoger onderwijs, is deze ontwikkeling nog maar nauwelijks zichtbaar. En als die ontwikkeling al zichtbaar is, dan is het meestal in negatieve zin: het eindniveau van opleidingen sluit niet aan bij de beroepspraktijk, studenten worden onvoldoende uitgedaagd, de kwaliteit van docenten is onvoldoende. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat het merendeel van de Nederlandse HBO- opleidingen het visitatie traject met goed gevolg aflegt en dat de meeste projectpartners die intensief samenwerken met HBO-opleidingen behoorlijk enthousiast zijn over deze nieuwe vormen van co-creatie. In dit onderzoek komen de ontwikkelaars van die nieuwe leerlandschappen in het HBO aan het woord. Zij kijken terug op tien jaar projectonderwijs, de resultaten van lectoraten en kenniskringen en de invoering van het competentiegerichte onderwijs. Zo brengen de ‘lessons learnt’ in kaart, en maken de dilemma’s en kansen voor de toekomst expliciet. De focus van dit onderzoek ligt bij de opleidingen Communication & Multimedia Design (CMD). Dat is niet helemaal toevallig. Deze opleidingen liggen in het hart van het werkingsgebied van de opdrachtgever IIP Create. Een tweede reden om te kijken hoe de opleiding ervoor staat is dat de opleiders bij de start niet anders konden dan de beroepspraktijk intensief bij de opleiding te betrekken. Dat was nodig omdat er geen ervaren docenten en weinig bruikbare lesboeken beschikbaar waren. Projecten met bedrijven en instellingen waren noodzakelijk om de leerinhouden aan te leveren. Dit document is het verslag van gesprekken en workshops waarin docenten, studenten en enkele projectpartners uit het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen hun ervaringen met het nieuwe leerlandschap op tafel legden. De bedoeling van de werkwijze is inventariseren waar we nu staan en wat de volgende stappen zijn en bovenal om deze informatie te delen. De opdrachtgever van dit onderzoek is IIP Create, één van de zes ICT Innovatie Platforms onder auspiciën van ICT Regie 1. Bij het samenstellen van de Strategische Onderzoeksagenda voor dit platform, werd al vrij snel vastgesteld dat er van alles mis was met de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Maar na enig doorvragen bleek men weinig zicht te hebben op de ontwikkelingen in het hoger onderwijs en op de wijze waarop instellingen in het hoger onderwijs al jaren bezig zijn om bijvoorbeeld de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt te verbeteren, Ook was men onbekend met de CMD opleidingen. De doelstellingen van dit onderzoek kunnen als volgt geformuleerd worden: • De niet-onderwijsinstellingen en organisaties in het netwerk van IIP Create informeren over de stand van zaken in het HBO waar het gaat om de 3
  • 4. creatieve nieuwe media en ICT opleidingen met als speerpunt de opleidingen Communication & Multimedia Design. Deze opleidingen vormen een interessante casus, omdat ze rond het jaar 2000 en op het hoogtepunt van de onderwijsvernieuwing in het HBO, ‘from scratch’ zijn ontwikkeld met een nadrukkelijk multidisciplinair perspectief. • In kaart brengen wat de opleidingen doen om talentvolle studenten te behouden (en te voorkomen dat zij uitvallen). • In verband met het voorgaande te kijken welke lessen er geleerd kunnen worden uit tien jaar projectonderwijs en praktijkgericht onderzoek bij deze opleidingen Om de antwoorden op deze vragen te verzamelen, zijn workshops georganiseerd waarin verschillende opleidingen samen met projectpartners zich bogen over drie vraagstukken. • Veel opleidingen zochten naar manieren om de kwaliteit van het afstudeerniveau te verhogen, onder andere door studenten in de gelegenheid te stellen zich te bekwamen in onderzoek • Veel creatieve opleidingen kampen met het probleem dat studenten die echt out-of-the-box kunnen denken en daarmee beantwoorden aan behoeften van de arbeidsmarkt, een hoog risico hebben om uit te vallen omdat ze de opleiding of onvoldoende uitdagend vinden of te weinig ruimte krijgen om hun eigen weg te gaan • Opleidingen proberen talent te behouden door hen alternatieven aan te bieden en het o.a. mogelijk te maken om onderzoek te verrichten Toen de vragen getoetst werden bij de deelnemende opleidingen, werd er nog een vierde aan toegevoegd, namelijk • Op welke wijze dragen HBO instellingen bij aan de ontwikkeling van de regionale arbeidsmarkt. Deze vraag bleek niet zo relevant voor de instellingen in de Randstad, maar wel voor de opleidingen in het zuiden, oosten en noorden van het land. Op basis van deze vier vragen selecteerden de deelnemers aan de workshops een aantal ‘voorbeeldige’ projecten die betrekking hadden op deze onderwerpen. De minor MJUKS bijvoorbeeld, waarin studenten zich gedurende een half jaar onderdompelen in het verzinnen en produceren van cross-media oplossingen. Of Gameship, een publieke-private samenwerking waarin de Noordelijke Hogeschool, de Provincie Friesland en de stad Leeuwarden samen met bedrijven de creatieve sector in de regio tot ontwikkeling proberen te brengen door het inrichten van een top of the bill 3D studio. Interessant is ook Buro302, opgericht door studenten van HAN omdat zij tijdens hun studie liever hun geld verdienen met een passend bijbaantje en willen ontdekken hoe dat in zijn werk gaat, dat nieuwe werken. Er werden maar liefst twee projecten uit de Euregio geselecteerd, waardoor we konden kennis maken met de werkwijzen van de Fach Hochschule Aachen en van de Koninklijke Hogeschool Limburg. Zij presenteerden hun bijdrage aan de ontwikkeling van een nieuw mobiliteitsconcept voor de stad Aaken met behulp van elektrische auto’s en inzicht in de ontwikkeling van C-Mine, waar culturele instellingen, nieuwe media onderzoekers, docenten, studenten en bedrijven een oude mijn in Genk tot leven proberen te brengen. We keken naar Dance Venture en zagen hoe CMD studenten verslavingsonderzoekers via een serious game aan een goed onderzoeksinstrument hielpen, en we leerden van de verbinding tussen HAN studenten en het Working Tomorrow onderzoek van Logica 4
  • 5. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape Ik wil de deelnemers aan de drie workshops bedanken voor hun bereidheid om ervaringen met elkaar te delen, de gastheren van de workshops bedanken voor het ter beschikking stellen van ruimtes en de verzorging van de inwendige mens en Anne Nigten en Jo van der Spek bedanken voor hun kritische reflectie op de tekst in verschillende stadia. 5
  • 6. 2 Werkwijze In de workshops is volgens een bepaalde methodiek gewerkt, geïnspireerd op het gedachtengoed van Appreciative Enquiry en het onderzoeksmodel van de Vlaamse consultant en docent aan diverse instellingen Luc Hoebeke. Appreciative Enquiry (Cooperrider en Srivastava, 1980) stelt dat degene die problemen binnen organisaties wil oplossen, zich eigenlijk het beste kan focussen op de vraag wat er eigenlijk goed gaat en hoe je daar meer van krijgt. Dit heeft alles te maken met een cybernetische wet die stelt dat wie zich concentreert op datgene wat hij of zij wil vermijden, toch onherroepelijk in deze afgrond stort. Bij de opzet van deze workshops hebben we de opleidingen daarom gevraagd om naar aanleiding van de vragen ‘voorbeeldige projecten’ te presenteren, en vervolgens in kleine groepjes vanuit meerdere perspectieven een analyse te maken van de kwaliteiten van deze projecten. In het plenaire gesprek bij de afsluiting van de workshop hebben we telkens de vraag gesteld hoe we meer van deze voorbeeldige projecten zouden kunnen krijgen, c.q. hoe je deze voorbeeldige projecten een stapje verder kunt brengen. Dat stimuleerde de deelnemers om ook hun dilemma’s op tafel te leggen. Het was natuurlijk bijzonder inspirerend om ten tijde van deze workshops te horen dat het beeldhorloge voor mensen met een verstandelijke handicap – waarvan het concept ontwikkeld was door studenten van CMD Avans gedurende hun opleiding – nu echt in productie is genomen en binnenkort in de handel ligt. In het eerste gedeelte van de workshop werden de opleidingen en hun projectpartners uitgenodigd om interessante cases met elkaar te delen. Een compacte beschrijving van de cases staat in hoofdstuk 7 op pagina 14 en verder. Vervolgens gingen de deelnemers aan de workshops in kleine groepjes uiteen om de kwaliteiten van deze projecten te benoemen. De groepjes waren zodanig samengesteld, dat mensen van verschillende opleidingen en projecten elkaar troffen. Dit was met opzet zo georganiseerd, want als je al jaren lang met iets bezig bent, zie je niet meer zo scherp wat de kwaliteiten ervan zijn. Vreemde ogen kunnen ook veel gemakkelijker dan de maker zien waar de zwakke plekken zitten, waar belemmeringen voor de volgende stap zich bevinden en hoe je die kunt overwinnen. De samenstelling van de groepen en de wijze waarop zij de presentaties bespraken, is geïnspireerd op het onderzoeksmodel van Luc Hoebeke. Hoebeke is een aanhanger van het Viable Sytems Model en presenteert zijn studenten altijd het volgende model om verschillende soorten onderzoek te classificeren. 6
  • 7. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape In het kwadrant rechtsonder leven we als persoon en professional ons dagelijks leven. Linksonder reflecteren we op die ervaringen. We zijn dan nog steeds bezig met onze concrete en specifieke wereld. Door de ervaringen te analyseren, kunnen we de beweging maken naar het abstraheren van onze concrete ervaringen. In deze fase worden de resultaten beter als je mensen vanuit verschillende disciplines of perspectieven samenbrengt. Als de verhalen zijn uitgesproken, kun je de karakteristieken of generieke kenmerken benoemen. In het kwadrant linksboven formuleren de deelnemers aannames, de zogenaamde ‘local theories’. Local theories kun je gebruiken om je aannames te toetsen of handelingsalternatieven te ontwikkelen. Tijdens de workshops hebben we hoofdzakelijk aan de linkerkant van dit model gewerkt. De groepjes spraken na elke presentatie ongeveer een half uur en benoemden de kwaliteiten van elk gepresenteerd project. Vervolgens deed elk groepje verslag van de bevindingen aan de plenaire tafel. De genoemde kwaliteiten werden genoteerd op grote post it’s. Deze cyclus werd voor elk project doorlopen. Terwijl de deelnemers in groepjes de kwaliteiten van de projecten bespraken, ordenden de faciltators de post it’s op thema’s. De deelnemers werd gevraagd om een selectie van zes thema’s die hen echt bezighielden, naar het centrale eindgesprek te brengen. In dit gesprek was ruimte om de generieke karakteristieken te benoemen op basis waarvan de werkhypothesen voor de toekomst werden geformuleerd. Er is in de workshops dus vooral gekeken naar de praktijken zoals ze zijn ontstaan, de kwaliteiten die deze praktijken bezitten, op basis waarvan voor de hand liggende vervolgstappen geïnventariseerd zijn. Deze lijst van mogelijke interventies is gebaseerd op de ervaringen van de betrokkenen en dat maakt de kans dat ze ook daadwerkelijk zullen geschieden, vrij groot is. In de derde workshop is een groep denkers en doeners op een ander niveau in het nieuwe media veld bijeen gebracht. Zij hebben de resultaten van de eerste twee workshops bekeken en op basis daarvan, het hele speelveld overziend, in kaart gebracht welke interventies nuttig zijn, en welke minder. Daarmee brengen zij een advies uit aan IIP Create. Het is nu aan alle deelnemers zelf, en ook aan IIP Create om te bepalen op welke wijze zij verder willen. 3 Tien jaar CMD opleidingen De eerste opleiding Communication & Multimedia Design startte in 1999 bij Hogeschool Zuyd, gevolgd door de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden (2000) en de Hogeschool van Amsterdam (2001). In 2010 bieden in totaal zeven hogescholen verdeeld over het hele land, de CMD opleiding aan. Ze werken sinds 2003 samen in het landelijk platform CMD, dat onder andere het landelijk gedeeld beroepsprofiel ontwikkelt en beheert2. De opleidingen trekken samen jaarlijks zo’n 1200 nieuwe eerstejaars. In 2008 reikten alle aanbieders gezamenlijk 680 diploma’s uit, bij alle opleidingen in het HBO studeerden ruim 66.000 studenten af. De ontwikkelaars van de CMD curricula kozen voor een onderwijsprogramma waarin de cross-over tussen de kennisdomeinen design, ict en marketing communicatie centraal staat. Omdat er eind jaren ’90 nog weinig kennis voorhanden is via lesboeken en methoden die geschikt zijn voor het hoger beroepsonderwijs, en het body of knowledge nog volop in ontwikkeling is, kiezen de opleidingen ervoor om een belangrijk deel van het leerlandschap in te vullen met projectwerk. Op sommige 7
  • 8. hogescholen wordt gewerkt met simulatie-achtige projecten, waarin de docenten zelf de rol van de opdrachtgever vervullen. Andere hogescholen kiezen ervoor om meteen in het eerste jaar te werken met projectopdrachten en projectpartners van buiten de opleiding. In de loop der jaren wordt dit projectwerk verder ontwikkeld. Een aantal van deze projecten wordt in deze rapportage besproken in hoofdstuk zeven. Het competentiegerichte leren is het antwoord van de hogescholen op de aanhoudende klacht van maatschappelijke partners dat het onderwijs niet aansluit op de vraag van de arbeidsmarkt. Het competentiegerichte leren en toetsen houdt in dat studenten niet uitsluitend afgerekend werden op kennis, maar ook op het vermogen om te kunnen handelen in door beroepbeoefenaren belangrijk geachte situaties. Denk bijvoorbeeld aan de presentatie van een concept aan een opdrachtgever of het voeren van een bespreking waarbij mensen uit verschillende disciplines aanwezig zijn. De invoering van het competentiegerichte onderwijs zet aan het eind van de 20ste eeuw twee ontwikkelingen in gang. Binnen de curricula van alle opleidingen in het hoger onderwijs komt veel meer ruimte voor projecten en leren van en in de praktijk ruim voor het moment dat de studenten op stage gaan. Daarnaast worden vanaf 2001 lectoraten ingericht, die tot doel hebben om op maatschappelijk relevante terreinen de verbinding te leggen tussen het onderwijs, de praktijk en toegepast onderzoek. De introductie van onderzoek en de ruimte voor het opdoen en leren van praktijkervaringen, leiden ertoe dat de hogescholen zich niet langer alleen bezighouden met het eerste orde leren (waarin alle parameters bekend zijn en de student alleen hoeft na te doen wat hem voorgedaan worden) maar ook het tweede orde leren: hoe kunnen studenten de kennis en vaardigheden vergaren om een aangetroffen situatie te kunnen vernieuwen. Bij tweede orde leren stellen mensen zichzelf de vraag voor welke opgave zij eigenlijk staan en kijken zij naar hoe zij zelf en de anderen deze opgave oppakken. Dit is een belangrijke vaardigheid om tot innovaties te komen. Naast eerste en tweede orde leren, bestaat er ook derde orde leren. Wie bezig is met derde orde leren, besteedt aandacht aan de vraag hoe je eigenlijk te werk gaat wanneer je bezig bent met processen die horen bij het eerste orde en tweede orde leren. Vragen die aan bod kunnen komen zijn: Hoe leg je iemand iets uit? Hoe toets je hoe iemand jouw uitleg interpreteert? Hoe ga je om met iemand die jou een andere zienswijze aanbiedt? Welke handelings alternatieven heb je wanneer je er achter komt dat je oorspronkelijke aanpak niet leidt tot het beoogde resultaat? Bij het derde orde leren gaat om het effectiever en efficiënter erkennen en corrigeren van fouten en daardoor met meer succes reflectieprocessen toe te passen op de gebruikte concepten en benaderingen. Van cruciaal belang is het telkens inzien dat elk mens vanuit zijn eigen leefwereld een eigen perspectief op de onderhanden vraagstukken creëert. Concluderend kun je stellen dat de CMD opleidingen de afgelopen tien jaar in de frontline hebben gewerkt aan de ontwikkeling van een volledig nieuw leerlandschap, waarin studenten tijdens hun opleiding veel tijd besteden aan projecten in de beroepspraktijk. De projecten bieden een context voor het eerste, tweede en derde orde leren. Wie kijkt op het niveau van de individuele opleidingen, valt op dat de werkveld commissies – de commissies waarin vertegenwoordigers uit het werkveld periodiek van gedachten wisselen met het opleidingsmanagement – eigenlijk zonder uitzondering positief oordelen over het eindniveau van de CMD studenten. Dat geldt ook voor het oordeel van de visiterende en beoordelende instanties (vbi’s). Het is met de kwaliteit van de nieuwe media opleidingen in Nederland en met de aansluiting op de arbeidsmarkt dus eigenlijk helemaal niet zo somber gesteld. 8
  • 9. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape Tijdens de workshops bleek bovendien dat uit de analyse van alle projecten, de contouren zichtbaar werden van een gedeelde methodiek. Deze wordt beschreven in hoofdstuk 4, de heuristiek van het projectwerk bij de CMD opleidingen. 9
  • 10. 4 De heuristiek van CMD projecten Tijdens de workshops zijn een aantal projecten die de opleidingen zelf als goed geslaagd kwalificeerden, geanalyseerd op hun kwaliteiten. Op basis van de kwaliteiten, werd gekeken of we generieke karakteristieken van ‘goede projecten’ konden vaststellen. Daarvan afgeleid kunnen ook de spelregels geformuleerd worden waaraan het werken aan projecten binnen de nieuwe media opleidingen in het hoger onderwijs moet voldoen. De beschrijving van de projecten en hun kwaliteiten staan in hoofdstuk 7. De spelregels zijn: • Pak geen problemen aan, maar formuleer de uitdagingen • Uitdagingen maak je zichtbaar door : • meervoudig kijken (niet alleen multidisciplinair maar ook op verschillende niveau’s bijv door de combinatie van studenten in wetenschappelijk en in het hoger beroepsonderwijs) • via uitzoomen of juist inzoomen andere perspectieven op je vraagstuk te creëren • de systeemgrenzen goed te verkennen en daarbuiten treden • projectpartners zijn voor (CMD) projecten noodzakelijk om de kwaliteitstandaarden van de inhoud te bepalen en te waarborgen (Bijv. onderzoekers met kennis van verslavingszorg, of mensen die verstand hebben van de ideale stadsauto) • Alle deelnemers aan het project dienen werkelijk vanuit de positie van de toekomstige gebruikers denken. Deze focus aanbrengen is de plicht van de CMD student en hij/zij dient alle projectpartners hiertoe te verplichten. Dit is de basis van alle succesvolle innovaties en dat is niet eenvoudig. • Onderscheid de verschillende fasen van concept – demo – prototype – pilot – product en erken dat elke fase zijn eigen kenmerken en dynamieken heeft. Bij elk van de varianten horen andere geldstromen en partnerships. De kennis die je nodig hebt om deze typen projecten en vormen van toegepast onderzoek, goed te kunnen organiseren, kun je als opleidingen gezamenlijk ontwikkelen. 10
  • 11. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape 5 Dilemma’s van de innovators in het onderwijs Na de presentatie van de voorbeeldige projecten en het benoemen van de kwaliteiten van deze projecten, werden in het plenaire gesprek de vervolgvragen en de dilemma’s benoemd. In dit verslag zijn ze in vier categorieën beschreven. 5.1 Samenwerking in het nieuwe leerlandschap Ongeveer een kwart tot de helft van een HBO opleiding vindt plaats buiten de schoolmuren. Dit geldt voor vrijwel het halve derde en vierde jaar, waarin de studenten een lange stage doen en bezig zijn met hun afstudeeronderzoek. Dit is een kwart van de studietijd. Daarnaast werken alle nieuwe media opleidingen intensief met projecten. De schatting is dat studenten per jaar minimaal 25% van de studiepunten binnenhalen door te werken aan projecten, waaraan deelgenomen wordt door bedrijven of instellingen. Dit betekent dat zich een stille, maar grote wijziging in het leerlandschap heeft voltrokken. Studenten besteden bijna net zoveel tijd aan het opdoen van werkelijke ervaringen in de beroepspraktijk als aan het volgen van vakken op school. Voor de opleidingen is dit ook lastig, omdat een steeds groter deel van de opleiding zich buiten het fysieke bereik van de opleiding bevindt. Hoe kun je in deze omgeving bij het gezamenlijk opleiden van studenten, werken op basis van vertrouwen? De druk op het HBO om alles te verantwoorden is de laatste jaren erg groot geworden. Het competentiegestuurde onderwijs heeft op veel scholen een enorme bureaucratie in gang gezet en een vinkjescultuur gestimuleerd. Er braken affaires los over spookstudenten, spookvakken en een wel erg laag aantal contacturen. De instellingen die meededen aan deze workshop, onderschreven volledig dat taakorganisaties die belastinggeld uitgeven, deze uitgaven ook moeten verantwoorden. Maar het heeft er ook toe geleid dat de ruimte voor studenten om het nu eens lekker zelf uit te zoeken, of voor docenten om een project met ongewisse uitkomsten op te starten, wel heel erg klein is geworden. Op sommige hogescholen is ook de route naar de laatste vrijhaven (‘dan maken we er een project van’) afgesloten, omdat projecten zonder betalende projectpartners niet meer mogelijk zijn. Docenten die op deze hogescholen interessante dingen met studenten willen doen in het werkveld, nemen dan hun toevlucht tot ‘illegale’ projecten: dit zijn projecten die geen geld opbrengen en/of de studenten geen studiepunten opleveren. Ook de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven betreuren deze ontwikkeling. Als je je bedrijf openstelt voor studenten, kost je dat als begeleider veel tijd. Natuurlijk krijg je daarvoor terug dat je als eerste de talenten ziet, maar zaaiprojecten worden lastig als hogescholen voor alles geld gaan vragen. De opleiders en de projectpartners signaleerden tijdens de workshops de volgende dilemma’s: • Hoe creëren we voor studenten een interessant leerlandschap, met voldoende vrije ruimte in het leerlandschap, toegang tot wetenschappelijke kennis, interactie met de beroepspraktijk en interactie met andere kennispartners, zoals beroeps- en brancheverenigingen, musea, platforms e.d.? • Hoe kunnen studenten, docenten en onderwijsmanagers weer wat vrije ruimte in het curriculum creëren? Hoe kunnen bedrijven en instellingen die als projectpartner fungeren daarbij helpen? 11
  • 12. 5.2 Hoe bevorder je een ‘culture of exchange’ of hoe doorbreken we de kennisparadox? Kenniscirculatie is nog steeds een hot issue, binnen en buiten het hoger onderwijs. Behoorlijk wat docenten zijn in hun vrije tijd lid van een beroeps- of docentenvereniging, of steken tijd in het organiseren van studiedagen vanuit hun discipline. Het blijkt steeds bijzonder lastig om daarvoor collega’s en mensen van buiten te interesseren. De deelnemers aan deze IIP Create workshops ervoeren tijdens deze dagen dat het aantal interessante waarnemingen groot was simpelweg omdat er mensen uit verschillende disciplines en sectoren (docenten, projectbegeleiders, studenten, bedrijfsdeelnemers) rond de tafel zaten. Belangrijke vragen voor het vervolg zijn: • Wat kunnen we bedenken om het proces van kenniscirculatie te stimuleren? Kunnen we daarvoor nieuwe middelen bedenken? • Ziet IIP Create voor zichzelf een rol om kenniscirculatie te bevorderen? 5.3 Hoe doorbreek je de silo’s in de kennisinfrastructuur? Vrijwel alle hogescholen in Nederland zijn bezig met een schaalvergrotingsproces onder de noemer domeinvorming. Opleidingen of schools worden gebundeld tot grote domeinen. De structuur gaat lijken op die van universiteiten met zeven tot acht faculteiten. De colleges van bestuur kunnen hiermee het beheervraagstuk voor zichzelf vereenvoudigen, maar voor de docenten en studenten blijft de hamvraag fier overeind staan: innovatie vindt altijd plaats op de schuurvlakken aan de buitenrand, het is dus erg belangrijk om studenten en docenten te stimuleren om over de grenzen van het eigen kennis- en vakdomein heen te kijken. Tegelijkertijd is dit erg ingewikkeld, omdat het hele curriculum toch binnen de silo’s wordt geconstrueerd. Op dit punt werden tijdens de workshop geen vervolgvragen geformuleerd. 5.4 Hoe geef je toegepast onderzoek vorm? De vormgeving van het onderzoek is een hot issue bij elke hogeschool. De grote aandacht van de zogenaamde visiterende en bezoekende instellingen voor de ‘borging van de onderzoekslijn’ in het accreditatietraject speelt hierbij ongetwijfeld een grote rol. Universiteiten bezien deze ontwikkeling met argusogen en claimen dat zij alleen over de kennis en kunde beschikken om onderzoek te doen. Tijdens de worskhops hebben we het model van Luc Hoebeke ingezet, omdat het handvaten biedt om mensen uit de beroepspraktijk ervaringen te laten uitwisselen met als doel om ‘local theories’ te formuleren, die via onderzoek getoetst kunnen worden. Het kunnen opstellen van ‘local theories’ (aannames), en deze kunnen toetsen aan de praktijk om vervolgens handelingsalternatieven te kunnen bedenken, vertoont een grote verwantschap met het derde orde leren. De vragen voor het vervolg zijn: • Biedt het gedachtengoed van het tweede en derde orde leren een voldoende interessante basis om een deel van het toegepaste onderzoek aan het HBO in te vullen? Zijn er nog andere inspirerende voorbeelden? • Hoe kunnen bedrijven en instellingen aan de ene kant, en hogescholen aan de andere kant, met behulp van de inzet van studenten, het toegepast onderzoek in Nederland goed vormgeven? In de workshop in Noord Oost Nederland trokken de deelnemers als conclusie dat projecten grofweg in vier typen verdeeld kunnen worden: demodesign, prototype ontwikkeling, pilot en 12
  • 13. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape product. In elk van die fases gebeurt er iets anders en heb je andere coalities nodig. Bij elk van de varianten horen andere geldstromen en partnerships. De kennis die je nodig hebt om dit goed te doen, kun je als opleidingen gezamenlijk organiseren. 13
  • 14. 6 Conclusies uit de metaworkshop Vijf personen (zie voor de namen pagina 19) met veel ervaring in innoveren zijn uitgenodigd om te reflecteren op de resultaten uit de eerste twee workshops. Zij kregen het document opgestuurd en een drietal vragen voorgelegd: • Wat waren de eerste gedachten die in je opkwamen toen je de tekst las? • Herken je de dilemma’s van de innovatoren? Heb je een oplossing? • Waar zie je een nuttige rol voor IIP Create? 6.1 Eerste gedachten ‘Het is erg interessant om te zien dat het nu breed gebruik is om projecten te doen met partijen in het veld. Er zit heel veel toekomst in het zinvol toepassen van ontwerp en technologie in omgevingen als de zorg of cultuur. In de zorg schreeuwen de klanten en de professionals om innovaties, daar kan het HBO een hele goede rol in spelen Je krijgt er ook echt beter hoger onderwijs van als je studenten loslaat op praktijkvraagstukken. Het is natuurlijk wel belangrijk om dit methodisch correct te doen.’ ‘Ik zie dat er nu allerlei interessante toepassingen ontstaan van bijvoorbeeld gaming in cure en care maar ook in educatie en ik vond het erg leuk om te lezen hoe het HBO dit nu borgt. Ook vond ik het interessant om te zien dat de belangstelling vanuit het HBO om samen te werken met bedrijven in het MKB zo groot is. Uit mijn eigen praktijk weet ik dat het MKB bij het HBO eigenlijk alleen aan stagiairs denkt. Maar ik zie nu dat er veel meer te halen is. Aan de andere kant is het ook wel weer zo dat het voor bedrijven met een innovatievoucher soms best lastig is om contact te maken met een opleiding of een lectoraat. Tegelijk zien we het enorme succes van SIA- RAAK en SIA PRO3. ‘Ik vind dat we nog wat preciezer moeten vaststellen over welk MKB we het hebben , en over wat we bedoelen met aansluiten? Dat zijn nog wel hele werelden van betekenis hoor. Ik was getroffen door de constatering dat iedereen elkaar napraat over het vraagstuk van de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt, terwijl ik uit eigen ondervinding weet dat afgestudeerden echt niet op de juiste wijze bevraagd worden over dit onderwerp. Het is ook een kwestie van cultuur. In Nederland, met alle aandacht in het onderwijs voor studeerbaarheid en onderwijsrendement, worden studenten ook erg aan het handje genomen door de studieloopbaan begeleiders. Logisch dat ze dan na het afstuderen in een zwart gat vallen en zich afvragen waar de begeleiding nou eigenlijk blijft. Britse studenten vinden het normaal dat er niemand op ze zit te wachten en daarmee kweken de opleidingen een ondernemende houding.’ ‘Het tweede dat mij opviel was dat het onderwijs nog steeds zo’n ongelofelijke last van de silo’s heeft. Hoe je interdisciplinaire ruimte creëert is nog steeds een onopgelost vraagstuk. Het is nog steeds een enorme drempel om productief samen te werken met mensen uit een andere discipline.’ ‘Ik vind het inderdaad ook erg belangrijk om de samenwerking tussen disciplines te bewerkstellingen. We kijken vaak nog teveel naar wat scheidt in plaats van dat we kijken naar wat bindt. En vraagarticulatie is een punt waar nog veel werk verzet moet worden bij de opdrachtgevers en klanten van de creatieve industrie. En daar hoort ook bij dat je moet kunnen makelen. Syntens doet veel goed werk maar de culturele sector moet de weg echt nog vinden op dit gebied. Ze hebben bijvoorbeeld geen 14
  • 15. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape idee dat die CMD opleidingen bestaan en dat daar interessante studenten vanaf komen. ‘Ik vind dat we als we het over dit soort opleidingen hebben, ook moeten nadenken over de rol van de amateurs. Aan de ene kant beheersen veel vijftienjarigen de software met twee vingers in hun neus. Zij halen de kwaliteit van de het werk enorm naar beneden en er zijn maar weinig mensen die het zien en er een punt van maken. Aan de andere kant worden zelfs de meest creatieve breinen ernstig beperkt door wat je met Adobe software wel en niet kan. Het wordt tijd dat we lekker kunnen rondstampen in Photoshop en het naar onze hand kunnen zetten.’ ‘Ja precies, je kijkt niet meer naar de eindproducten, maar naar de regelsystemen waarmee de producten worden gemaakt. Die regelsystemen hebben een onderliggende grammatica. Als je dit goed snapt, kun je unieke producten maken. Maar het roept ook de vraag op wat dan ontwerp kwaliteit maakt. ‘Dit is precies waar een groot deel van de gamewereld zich mee bezig houdt. 6.2 Reflectie op de dilemma’s van de innovators Samenwerken in het nieuwe leerlandschap. De deelnemers aan de metaworkshop vinden het samenwerken in het nieuwe leerlandschap een zeer positieve ontwikkeling. Wel vinden ze dat het hoger onderwijs er voor moet waken dat de instellingen projecten niet alleen belangrijk vinden vanwege de geldstromen die ze op gang brengen. Zij delen de zorg dat er steeds minder vrije ruimte beschikbaar is. Ook vinden de deelnemers dat de opleidingen zich de vraag moeten stellen op welke wijze zij omgaan met het risico dat de opleidingen vanwege het betaalde maar toch nog steeds goedkope projectwerk, de markt verpesten voor hun eigen afgestudeerden. Positief zijn de deelnemers over de opleidingen die projectpartners koppelen aan bedrijven van afgestudeerden, die dan ook gevraagd worden om een aantal studenten op te nemen. Een andere manier van niet concurrerend projectwerk is je uitsluitend bezig te houden met de vroege vragen, waar nog niemand geld voor over heeft. Is hier nog een rol weggelegd voor IIP Create? Het is goed dat via een onderzoek als dit de stand van zaken eens wordt opgemaakt en gepubliceerd. Maar er zijn genoeg partijen (hogescholen, lectoraten) en instrumenten (SIA RAAK, vouchers) die voor voldoende dynamiek zorgen om het dilemma gezamenlijk uit te werken en op te pakken. Hoe kunnen we een ‘culture of exchange’ bevorderen? Welke andere middelen zijn er nog om de kennisparadox te doorbreken en speelt IIP Create een rol bij het bevorderen van kenniscirculatie? ‘Ik zie dat er binnen de culturele sector nog heel veel werk verricht moet worden op dit gebied, en ook daarbuiten. Wij worden als sector instituut nog zo vaak gebeld met de vraag of wij een webbouwer kennen. Opdrachtgevers hebben geen idee wat studenten van bijvoorbeeld die CMD opleidingen allemaal kunnen. Als iemand verpleegkunde of bouwkunde heeft gestudeerd, dan weet je wat je krijgt.’ ‘Omgekeerd geldt dit voor studenten ook, die vinden het ook lastig om zich een beeld te vormen van hun toekomstige beroep. Je bent als beroepsbeoefenaar maar ook als bedrijf in de creatieve sector nog behoorlijk onzichtbaar in de systemen. De nieuwe SBI codes zijn wel een vooruitgang. Het IAB heeft onderzoek gedaan naar de beroepen in de nieuwe media sector.’ 15
  • 16. Wat is hier een goede rol voor IIP Create? Hierover verschillen de meningen. Een aantal deelnemers stelt dat IPP Create zich zichtbaarder moeten maken in het MKB en meer rekening moet houden met de focus op de korte termijn van het MKB. Ook is men van mening dat het taalgebruik van IIP Create niet aansluit bij het MKB. Gerelativeerd wordt er ook: ‘Zodra duidelijk is wat er op welke manier te halen valt, zal je zien dat het MKB zich aansluit’. Eén deelnemer aan de metaworkshop maakt zich hard voor een rol van IIP Create als brancheorganisatie en voor een register met erkende beroepsbeoefenaren. ‘Een goede brancheorganisatie zorgt ervoor dat je gestructureerd aanwezig bent bij al die koepeloverleggen in het poldermodel. Voor de creatieve sector speelt de Federatie deels deze rol, maar de belangen van de (software) ontwikkelaars zijn binnen de Federatie onvoldoende geborgd.’ Dit standpunt krijgt de sympathie van sommige deelnemers aan het eindgesprek. Het is zeker één van de gebreken is van de creatieve industrie dat ze haar vertegenwoordiging niet organiseert. Daardoor is de aansluiting met de lobby en de subsidie infrastructuur veel minder sterk dan voor andere beroepsgroepen. IIP Create zou daarin sterker naar voren kunnen treden dan zij nu doet en de rol van branche organisatie naar zich toe kunnen trekken. Andere deelnemers vinden juist deze drang naar het organiseren van vertegenwoordigers problematisch. ‘We moeten erkennen dat we in deze sector werken met kleine bedrijven in makkelijk herconfigureerbare netwerken. Beleidsmakers zijn veel te eenzijdig gefocust op het opkweken van een nieuwe Philips. Dat soort bedrijven zullen niet meer ontstaan. De vraag is dus eerder hoe vertegenwoordig je al die creatieve bedrijven die nu interessant werk aan het doen zijn in de zorg? Hoe kunnen opdrachtgevers in die netwerken filteren op kwaliteit en weten met wie je wel goed zaken kunt doen en met wie niet.’ ‘Nieuwe media ontwerpers moeten gewoon zelf de vraagkant opzoeken, de creatieve industrie ligt aan het subsidie infuus en dan wordt het nooit wat.’ ‘Ik weet het niet, er is een radicalere stap nodig. Tegenwoordig wordt in elke organisatie ontworpen en technologie ontwikkeld. Het geld moet niet meer gaan naar het stimuleren van de sector, maar naar het stimuleren van de marktvraag.’ Hoe bevorder je een culture of exchange tussen de silo’s? ‘Ik ken een paar hogescholen die de muren tussen faculteiten of afdelingen slechten door een prijs uit te loven voor het beste samenwerkingsproject of door aan het begin van het studiejaar een boot camp te organiseren voor studenten van verschillende afdelingen gezamenlijk. Dat is een goed moment, want mensen leggen tijdens hun studie de basis voor hun professionele netwerk.’ ‘Een goed voorbeeld zijn ook de projecten waarin wetenschappelijk onderzoekers en nieuwe media studenten samenwerken. Zo kwam een virtuele koe tot stand waarmee studenten diergeneeskunde koeien kunnen leren onderzoeken zonder dat de echte beesten daar last van hoeven te hebben. Het voorbeeld van Dance Venture uit dit onderzoek is ook interessant. Het is voor HBO studenten ook een interessante manier om met de bedrijvers van wetenschap en hun wijzes van onderzoeken in contact te komen Is hier een rol voor IIP Create weggelegd? Voor IIP Create zelf zou het goed zijn om de muur met de silo MKB te slechten. Als ik op bijeenkomsten ben, dan gaat er iets mis met de taal die gesproken wordt, die spreekt ondernemers in het MKB niet aan. Aansluiting met het MKB is noodzakelijk als het de ambitie heeft om zich te ontwikkelen tot brancheorganisatie. 16
  • 17. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape Hoe geef je toepast onderzoek vorm? Hier is het motto doorgaan op de ingeslagen weg. Er wordt momenteel op allerlei plekken onderzoek gedaan naar hoe creatieve processen werken en wat de onderliggende grammatica’s zijn. Hier liggen geen specifieke actiepunten voor IIP Create. Buiten het gesprek over de dilemma’s die de opleiders en de projectpartners hadden geformuleerd, werd ook nog een specifiek actiepunt benoemd voor IIP Create. Het zou nuttig zijn om bij de NVAO nog eens aan te zwengelen of dit systeem van accrediteren nu werkelijk leidt tot beter opgeleide beroepsbeoefenaren. Het visitatie systeem bijvoorbeeld hecht waarde aan uniformiteit in de beoordeling. In de workshops constateerden docenten (en studenten!) dat het juist heel leerzaam is om vanuit verschillende invalshoeken verschillende feedback te ontvangen. 6.3 Welke vragen heb je voor jezelf geformuleerd na dit gesprek? ‘Ik ben aan het stoeien met de vraag hoe we cross-sectoraal kunnen werken, en ik heb aan dit gesprek overgehouden dat ik moet focussen op thema’s: een vraagstuk neerzetten en daar dan allemaal mensen bijhalen.’ ‘Ik ga de deur uit met het besef dat een vraagstuk dat relatief eenvoudig lijkt, namelijk hoe richten we het nieuwe media onderwijs goed in, toch weer ingewikkeld is omdat het samenhangt met grote maatschappelijke vraagstukken, zoals het verantwoorden van de grote hoeveelheid publieke middelen die we aan onderwijs besteden, het probleem dat ZZP’ers hebben met functioneren in een wereld die gefixeerd is op werknemers etc. Je beweegt je al snel buiten je eigen invloedssfeer. Ik zou het goed vinden als IIP Create deze vraagstukken gaat benoemen en er mee aan de slag gaat. Voor de opleidingen hoop ik dat er mensen actief blijven die inzetten op het doorbreken van de silo’s. ‘Bij mij is nog prominenter geworden dat zinvolle nieuwe media oplossingen een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Het is wel nodig om de methodieken die we gebruiken steeds te toetsen en verder te ontwikkelen. Hoe krijg je de kennis te pakken, hoe draag je hem over naar het werkveld. Ik zie dat als een dynamisch model, waarin de mensen die hier aan tafel zitten eigenlijk functioneren als hubjes. ‘Hoe langer ik in dit veld werk, hoe meer ik geïnteresseerd raak in een praktische aanpak. Maak het allemaal niet te groot en zet zaken in gang. Je hebt niet voor alles grote namen nodig. De buurtbewoonsters uit Almere kunnen ook hele goede zaken bedenken met een architect uit Diemen. Het is juist de verbreding en de massa die nu belangrijk zijn. 17
  • 18. 7 Korte beschrijving van alle gepresenteerde projecten en hun kwaliteiten 7.1 Dance Venture Dance Venture is gemaakt door studenten C-MD Zuyd in opdracht van de Universiteit van Maastricht en in samenwerking met een student psychologie. Het is een online point and click serious game in opdracht van wetenschappelijk onderzoekers op het gebied van verslaving. Zij zochten naar een manier om jonge mensen te stimuleren tot verantwoord gebruik van partydrugs en tegelijkertijd gebruikersonderzoek te doen. Jonge mensen spelen het spel en verkrijgen informatie. Maar ze verschaffen door het spel te spelen ook informatie die door onderzoekers snel kan worden wordt verwerkt door bijvoorbeeld de dialogen aan te passen. Zo ontdekten onderzoekers dat veel gebruikers bier en XTC combineerden. Het resultaat: een op informatieniveau betrouwbaar en werkend prototype dat door onderzoekers kan worden uitgewerkt en toegepast op andere risicogroepen. Het spel komt tegemoet aan de verschillende behoeften van mannen en vrouwen: vrouwen willen in een spel veel zaken kunnen aanpassen, en mannen willen snel beloond worden na een gevecht. Daarom zijn er ook veel minigames ingebouwd Kwaliteiten: • intensieve samenwerking tussen de disciplines wetenschappelijk onderzoekers, software ontwikkelaars en ontwerpers • onderzoekers kunnen snel reageren op onderzoeksuitkomsten of nieuwe weetjes uit ander onderzoek door nieuwe dialogen voor het spel te schrijven • De studenten hebben vanuit hun expertise op het gebied van games de voor de onderzoekers een nieuwe methode ontwikkeld voor hun werk • Kwaliteit wordt nu gewaarborgd door de kennis van de betrokken onderzoekers over het onderwerp (partydrugs). Dilemma’s: • Hoe waarborg je de kwaliteit bij transfer naar andere verslavingen (bijv shoppen of alcohol) • Hoe kun je in projecten de rollen tussen de opleiding en de projectpartners goed op elkaar afstemmen Suggesties: • Dit is een mooi voorbeeld van het oplossen van de kennis paradox, via Dance Venture daalt wetenschappelijke kennis in bij de doelgroepen en omgekeerd. Interessant is dat het spel ook een functie heeft in de onderzoekspraktijk van de onderzoekers. • Biedt dit model een mogelijkheid om het dilemma van kwaliteitsbewaking van projecten op te lossen. Kun je een vierde partij plaatsen tussen de studenten, de opleiding en de opdrachtgever plaatsen, bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoekers of maatschappelijke stakeholders, die zich focust op het mogelijk maken van tweede en derde orde leren? 7.2 Go-Go-Car Ontwikkeling van nieuwe mobiliteitsconcepten voor auto’s in de stad door het Mobile Media & Communications Lab aan de Fachhochschule Aachen. Ingenieurs, CMD- en ICT-studenten en autobedrijven integreren user-centered applicaties in kleine 18
  • 19. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape elektrische stadsauto's voor abonnementshouders. Cross-referencing vanuit een holistische aanpak en gebruikersonderzoek in het test laboratorium. Het resultaat: functionele prototypes en een budget van 3 miljoen Euro voor implementatie en marketing. Kwaliteiten: • het meervoudig kijken vanuit verschillende disciplines en invalshoeken, zoals nieuwe concepten voor mobiliteit zoals Greenwheels, het stimuleren van het gebruik van elektrische auto’s, het ontwikkelen gepersonaliseerde instellingen voor huurauto’s, het ontwikkelen van toepassingen voor internet in auto’s • problemen oplossen door ze te vertalen naar uitdagingen • combineren van uitdagingen: hoe geef je mensen instructies over het rijden in een elektrische auto, hoe ga je om met zaken als opladen bij deelauto’s? • de beschikking over een testlab • via demodesign de financiële middelen en het netwerk veroveren voor de vervolg stappen Dilemma’s: • kunnen we een Ecodrive App voor Iphone ontwikkelen die al je persoonlijke instellingen bevat, zodat de App automotisch de spiegels en stoel goed instelt? Hiervoor heb ook studenten nodig met een meer technische inslag! • Hoe geef je een project zodanig vorm dat het de kenniscirculatie tussen MKB, onderzoekers en het grootbedrijf organiseert? • Hoe kun je muren tussen de silo’s in de onderwijs en onderzoeksinstellingen beslechten? Suggesties • Je kunt de CMD opleidingen profileren door uit te leggen dat deze studenten echt geleerd hebben om de gebruiker en zijn omgeving centraal te stellen. Een CMD’er functioneert als ‘hub’ tussen alle andere disciplines 7.3 C-Mine De nieuwe Communication & Multimediadesign opleiding van de Katholieke Hogeschool Limburg te Genk is gevestigd in een oude kolenmijn. Deze “Space for Creation” brengt creatieve industrie samen met partners uit onderwijs, toerisme en cultuur. Het is opgezet met de stad Genk. C-Mine herbergt een school, een design innovation lab, een game incubator, een bioscoop en huisvesting voor bedrijven. Onderwijs en bedrijfsleven gaan hier synergie aan met elkaar en met de stad Genk. De school fungeert als een hub tussen industrie, research en een ontwerpers opleidingen waarin user centered design centraal staat. http://www.c-mine.be/nl/schoonheid/index.php Kwaliteiten: • De oude mijn is geweldige locatie • nauwe samenwerking met cultuurcentrum voegt veel waarde toe • de opleiding heeft de beschikking over een mooie werkplaats • combinatie van wetenschappelijk en ambachtelijk onderzoekers is interessant • co-locatie van onderwijs en bedrijfsleven kan zorgen voor onderlinge inspiratie 19
  • 20. Dilemma’s: • Wat voor soort projecten zijn geschikt om in C-Mine tot ontwikkeling te brengen? • Wat moet je doen als het tot daadwerkelijke producten komt? • Welke prikkels zijn er nodig om een ‘culture of exchange’ tot stand te brengen tussen het bedrijfsleven en het onderwijs, die in hetzelfde gebouw zijn gevestigd • Research is not for free, waar kun je fondsen vinden? Suggesties: • Benoem je sterke punten, je biedt methodieken aan om tot ontwerpen voor vraagstukken te komen • Zoom daarna uit door met de bedrijven en instellingen die in C-Mine deelnemen, te onderzoeken welke thema’s er spelen, wat je daarmee binnen C-Mine verband mee zou kunnen doen en of je door samen te werken financiële middelen kunt vinden of een aantrekkelijke partner wordt voor opdrachtgevers. • Door op deze manier uit te zoomen kun je kijken of je via co-creatie een win- win situatie kunt ontwikkelen 7.4 Samenwerking Graphic Design Museum Breda / CMD aMUX Avans Breda Het Graphic Design Museum is in 15 jaar ontwikkeld. De drie pijlers zijn de vaste expositie, verzamelen en educatie. middels convenanten met scholen in leerlijnen. GDM neemt initiatieven en stelt vragen aan nieuwe technologieën, GDM is nu een bepalend deel van “Breda stad van beeldcultuur”, met ook de game opleiding in het Blushuis en de CMD opleiding van Hogeschool Avans. http://www.graphicdesignmuseum.nl/ Kwaliteiten: • GDM is onderdeel van zich ontwikkelend netwerk dat zich profileert op Breda beeldcultuurstad, binnen het museum is er veel aandacht voor educatie, veel aandacht voor onderzoek binnen platform functie • GDM is een erg mooi gebouw om dingen te laten zien. Dilemma’s: • Wat zal op de lange termijn beter werken voor de ontwikkeling van de regionale arbeidsmarkt: een ontwerpaanpak zoals Gameship of C-mine of een ontwikkelaanpak zoals Breda Cultuurstad Suggesties: • Het is interessant om te kijken of de CMD-opleidingen samen met het Graphic Design Museum een platform kunnen ontwikkelen voor de presentatie van het werk van afstudeerders, gekoppeld aan een jaarlijkse conferentie voor opleiders in het vakgebied van interactieve media vormgeving. Op die conferentie zouden de ‘ways of working’ (de methodieken) en ook de vraag hoe je vrije ruimte creëert centraal kunnen staan. Diverse projectpresentaties Avans De CMD opleiding van Avans vond aansluiting op de visie op nieuwe media van het Grafisch Design Museum. Studenten maakten interactieve installaties om kinderen 20
  • 21. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape inzicht te geven in grafisch ontwerpen via ‘natural interaction’. In het Museum werden de ontwerpen getoond en getest met kinderen. Kwaliteiten: • Het resultaat van het studentenproject wordt echt gebruikt in het museum • Het is een project voor echte opdrachtgevers met echte oplossingen gefocused op onderzoek naar en ontwikkeling van natural interfaces • ontluikende samenwerking met Graphic Design Museum als platform en ontwikkel omgeving voor studenten (kindermuseum), • Er gaat geen geld om in de projecten, maar er wordt wel ‘gebarterd’: de opleiding krijgt zichtbaarheid, het museum een interessante expositie. Dilemma’s: • Hoe bewaak je de balans tussen onderzoek en onderwijs? • Waar vind je de vrije ruimte, curricula zitten volledig dichtgetimmerd • Hoe richt je als museum je onderzoeksfunctie op zo’n manier in dat het publiek, beroepsbeoefenaren en kenners erbij betrokken raken? Suggestie: • Wees je bewust van drie lagen als je een project vormgeeft. De eerste laag is inspiratie, met welke vraagstukken ga je je bezighouden. De tweede laag is je manier van werken, de wijze waarop je de oplossingen kunt vinden, je methodiek. De derde laag is je feitelijke product of oplossing. In de tweede laag kun je de vrije ruimte scheppen (of jezelf enorme beperkingen (laten) opleggen. 7.5 MJUKS MJUKS is in 2006 opgericht als een omroep van studenten van de minor Crossmedia van de afdeling CMD van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden. Doel is een omgeving te scheppen waarin studenten ervaring kunnen opdoen met Crossmedia. De inspiratiebron was Club Veronica. Het productiebedrijf wordt geleid door derdejaars studenten. Zij vormen het MT van vijf afdelingen en zijn verantwoordelijk voor ongeveer honderd producties per jaar. De docenten zijn aan MJUKS verbonden als Raad van Commissarissen. Zij stellen de kaders. Producties worden uitgezonden door verschillende omroepen en digitale kanalen. De content slaat erg aan en hierdoor krijgen studenten veel feedback van andere studenten en professionals. Dat werkt erg stimulerend. http://www.mjuks.nl/ Kwaliteiten: • studenten zitten zelf aan het stuur bij het bepalen wat ze wel en wat ze niet doen • vanwege publicatie eindproducten op echte media platforms zodanig stimulerend dat studenten niet uitvallen en doorwerken tijdens vakanties. • studenten beschikken via dit project over allerlei distributiekanalen • evaluaties over inhoud en werkwijze vinden plaats via peer reviews Dilemma’s: • Waar ligt de vernieuwing? Spelen studenten omroepje of nemen deze ruimte om interessante cross mediale mixen uit te proberen? • Hoe zorg je voor ruimte voor experimenteren en leren bij hoge productiedruk? 21
  • 22. • Hoe kom je aan inhoudelijk goede opdrachtgevers, dat wil zeggen voldoende cross media gericht • Hoe ga je om met het gegeven dat je opdrachtgevers geen inhoudelijke kwaliteit kunt garanderen? • Hoe ga je om met voor de opleiding en studenten interessante vraagstukken, waarvoor je (nog) geen opdrachtgevers kunt vinden omdat de beroepspraktijk er nog niet mee bezig is. Nu zijn dit illegale projecten, omdat ze geen geld opbrengen • Hoe creëer je genoeg vrije experimenteer ruimte in opleiding die sterk gestuurd wordt door de praktijk via projectpartners Suggesties: • Minor onderbrengen bij bijvoorbeeld Omroep Friesland of BNN om te kijken of je daarmee de derde geldstroom op gang kunt brengen • In de begeleiding ruimte maken voor methodieken voor tweede en derde orde leren, zodat je ruimte schept voor leren en experimenteren in combinatie met hoge productiedruk 7.6 Buro302 Buro302 is een uitzendbureau voor 15 tot 20 CMD studenten. Alle medewerkers hebben een contract als onderwijsassistent. Het is opgericht door studenten die de voorkeur geven aan een bijbaantje in hun toekomstige vakgebied. Buro320 verzorgde onder andere de streaming faciliteiten voor een conferentie van de HAN in RoemeniëZe werven zelfstandig opdrachten en worden benaderd door opdrachtgevers. In toenemende mate weten docenten de weg naar Bureau 302 te vinden zodat lastige onderwijsprojecten in een andere setting toch goed kunnen worden afgerond. Doelstelling van Buro302 is niet alleen voor opdrachtgevers te werken, maar ook bezig te zijn met ideeën te ontwikkelen over de vormgeving van het bedrijf van de toekomst. Dat maakt Bureau302 ook interessant voor opdrachtgevers . De uitstraling van het bedrijf is jong, flexibel en goedkoop. http://buro302.nl/ Kwaliteiten: • De studenten creëren de vrije ruimte om als studenten zelf een nieuw bedrijf in de markt te zetten • studenten denken zelf na over (het nieuwe media) bedrijf van de toekomst • voor het onderwijs lastige projecten kunnen via bureau 302 toch nog afgemaakt worden • studenten leren al doende ondernemen Dilemma’s: • Hoe kun je voorkomen dat studenten elkaar in de teams naar beneden trekken inplaats van elkaar stimuleren? • Hoe bind je freelancers aan een kantoor? • hoe zorg je voor continuïteit en kwaliteit in je bedrijf wanneer personeel na een jaar weer doorstroomt? • hoe zorg je voor goed beheer van door medewerkers van het bureau ontwikkelde oplossingen? • Hoe verover je als Bureau302een goede positie tussen het management van de opleiding en het kenniscentrum • hoe zorg je voor een goede balans tussen onderwijs en (externe) opdrachten? 22
  • 23. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape Suggesties • Ga met de opleiding in gesprek over een officiële rol binnen de opleiding, zodat studenten ook studiepunten kunnen verdienen • Doe dit juist niet, het feit dat je geen officieel onderdeel bent van de opleiding maakt je sterk • Kijk nog eens goed naar visie, missie en strategie in relatie tot de opleiding en het kenniscentrum en onderzoek hoe je je medewerkers daar aan kunt verbinden. Maak het exclusief, dat maakt het interessant voor studenten. • Zorg voor een goede documentatie van projecten, dus maak bij vergaderingen besluitenlijstjes, maar maak ook factsheets per project. • Zorg in de organisatie voor een taakverdeling tussen junior en senior medewerkers en zorg voor een goede overdracht • Maak afspraken met de medewerkers over vaste kantoor momenten en organiseer dan wat, zoals een werklunch of het bespreken van projecten. 7.7 Gameship Gameship is een goed uitgeruste 3D- studio in Leeuwarden, opgericht door de CMD opleiding van de Noordelijke Hogeschool in samenwerking met de gemeente en de provincie. Het doel is het ontwikkelen en versterken van de regionale arbeidsmarkt en het doen van toegepast onderzoek in samenwerking met universiteiten, ook in Duitsland. Gameship biedt faciliteiten voor de productie van games, animaties, video en multimedia. Door het aanbieden van deze faciliteiten, heeft Gameship een magneetfunctie voor studenten en afgestudeerden om een eigen bedrijf op te zetten. Daarnaast kunnen bestaande bedrijven en hun opdrachtgevers gebruik maken van de faciliteiten. 75% van de activiteiten van de BV dient gericht te zijn op onderwijs in de hele keten dus MBO, HBO en WO. Zorgtechnologie, educatie en cultureel erfgoed zijn de focusgebieden. http://www.gameship.nl/ Kwaliteiten: • goed geëquipeerde studio voor 3D video, simulatie en geluid • mogelijkheid voor studenten om te werken aan spannende, riskante projecten • opdrachtgevers wordt een aanpak aangeboden waarin werken en leren worden geïntegreerd • doordat er goede faciliteiten gehuurd kunnen worden, is de investeringslast voor starters overkomelijk. Dilemma’s: • Hoe geef je toegepast onderzoek goed vorm? • Hoe kan je als opleiding de creatieve sector in de regio organiseren? • Wat doe je binnen een publiek private samenwerking met het geld dat je verdient? • Hoe druk je de waarde uit van kennisontwikkeling voor bedrijven door te participeren in studentprojecten en hoe verantwoord je dit in de geldstromen? • Hoe voorkom je dat leren en onderzoeken sneuvelen in de exploitatiedruk? • Hoe organiseer je als hogeschool de verhouding tot een kenniscentrum (intern) en een deelname in een extern bedrijf (Gameship)? • Hoe kom je aan opdrachten waarmee zowel de bedrijven als de studenten zich kunnen ontwikkelen? Suggesties: 23
  • 24. • Je kunt in de acquisitie van de opdrachten bewust sturen op een mix van innovatieve opdrachten van derden, zelf onderzoekslijnen uitzetten door naar de markt te kijken en toekomstprojecties te maken. Meld je bij het uitgeversoverleg en presenteer je op beurzen. Bedrijven in het MKB kijken niet zo erg ver vooruit. • Maak transparant door wie je op wat kunt worden afgerekend. En zet met de financiële opbrengsten weer een ander vliegwiel in gang, bijv een incubator of een fonds voor starters • Laat je inspireren door Food Valley in de Gelderse Vallei. Daar zit de hele voedsel keten aan tafel rond 2 vraagstukken: wat is er nu nodig en strategisch op lange termijn? In de creatieve sector is het een chaos aan clubjes, die bezig zijn met elkaar uit te sluiten 7.8 Beeldhorloge Prototype van twee studenten van CMD Avans. Het Beeldhorloge is een horloge dat werkt met afbeeldingen voor mensen die slecht kunnen klok kijken. Op van te voren in te stellen momenten vertoont het Beeldhorloge een pictogram of foto van de activiteit die op dat moment aan de orde is. Het resultaat: een gebruikerstest is gaande en er is serieuze kans op commerciële uitvoering. http://www.beeldhorloge.nl/ Kwaliteiten: • Studenten werken een concept uit tot een uitvoerbaar ontwerp zodanig dat de belangstelling van de markt om het in productie te nemen, ook daadwerkelijk ontstaat Dilemma’s: • hoe organiseer je als opleiding de documentatie over dit soort interessante projecten? • Wat is je aandeel als opleiding op het moment dat een studentenproject succesvol wordt in de markt? 7.9 Samenwerking ICA-Logica en Nationaal Historisch Museum Opleidingsmanager Pim Boer kijkt met enige jaloezie naar de grote stroom opdrachten die de Noordelijke Hogeschool binnenhaalt. De HAN moet veel tijd besteden om opdrachten binnen te halen. Partners zijn het Watermuseum, het Nationaal Historisch Museum en de werkplaats Working Tomorrow van Logica. Voor Working Tomorrow ontwikkelde een student een multi touch tafel met behulp van kartonnen dozen, een camera en een beamer en de juiste software. Daarmee kon een reisbureau onderzoeken wat er voor nodig is om goed te kunnen werken met zo’n tafel. Voor het Nationaal Historisch Museum kwamen studenten met ideeën voor een interactieve coffee corner waar je met historische figureren kunt praten terwijl je koffie drinkt, en met een audio youtube, waar bezoekers hun eigen verhaal inspreken in een microfoon die verstopt is in een bloem. Die bloemen groeien digitaal in een community. Het museum kan die bloemen overal in Nederland neerzetten en zo op allerlei plekken aanwezig zijn. Kwaliteiten multi touch tafel: 24
  • 25. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape • student had zich goed verdiept in de informaticakant, waardoor het ding werkte Dilemma’s - multi touch tafel • Er zat veel onderzoek aan vast, waar de student in vast liep. De opleiding kon hem moeilijk helpen, omdat hij buiten het thema van dat semester was geraakt. We hadden ook de tools voor zijn onderzoek niet in huis. Hoe ga je daar als opleiding mee om? • Hoe leren we studenten goed af te ronden en op te leveren? De focus ligt bij demodesign en prototypes Kwaliteiten projecten NHM • Opdrachtgever heeft een bijzondere drive om innovatief bezig te zijn, vragen om spannende concepten en ideeën • De opdrachtgever reflecteert via blog op het proces, dat was ook leerzaam voor de begeleidende docenten • Leerde de opleiding voorbij de thematische grenzen van de semesters te denken, we hebben ervan geleerd dat opdrachtgevers zich niet houden aan de kokertjes die de opleiding gedefinieerd heeft. • De informatica kant ervan was goed uitgewerkt, het werkte echt. Dat is een USP van onze opleiding Dilemma’s NHM • Sommige ideeën vond de opdrachtgever heel goed terwijl de opleiding vond dat er nog een ontwerpslag overheen moest en omgekeerd. • Hoe zorg je er voor dat studenten doorgaan met het project, dat ze er ook op afstuderen? • Hoe help je studenten die juist wel op deze projecten willen afstuderen en er een bedrijf omheen willen opstarten? • Wij wilden met het bloemenproject naar buiten, de opdrachtgever wilde het geheim houden Dilemma’s algemeen: • Welke opdrachtgevers kunnen we aan? • Welke vaardigheden moeten we ontwikkelen om projectopdrachten te kunnen aannemen? • Hoe komen we in de onderwijsprojecten voorbij de prototypes? Suggesties • Voor projectpartners zijn de concrete oplossingen belangrijk, maar ook het opdoen van ideeën hoe het onderwijs en medialandschap er over tien jaar uitziet van groot belang. Werken we dan ook ook in het VO met augmented reality, Facebook en Twitter en hun opvolgers? Daarnaast is het vroeg scouten van talent. Er is dus verschil tussen de korte en langere termijn belangen. • Wie in het begin het doel stelt en de context creëert, bepaalt op welke kwaliteiten wordt gestuurd. Het maakt in principe niet uit of dit docenten, projectpartners of opdrachtgevers zijn. Afwisseling is belangrijk. 25
  • 26. 8 Deelnemers 8.1 Workshop Zuid Deelnemers: Ria van Ooijen, docent en coördinator (CMD Avans Hogescholen, Breda Nederland Luc Goderie, curator jeugd bij het Graphic Design Museum, Breda Nederland Ann Laenen, directeur C-MD Koninklijke Hogeschool Limburg, Genk België Mathy Vanbuel, docent C-MD Koninklijke Hogeschool Limburg, Genk België Nathalie Vaes, docent C-MD Koninklijke Hogeschool Limburg, Genk België Thomas Ritz, professor C-MD Fach Hochschule Aachen, Aken Duitsland Britta Fuchs, docent C-MD Fach Hochschule Aachen, Aken Duitsland Sjoerd Held, Held &Huisman, Heerlen (alumni van de C-MD opleiding) Rob Delsing, senior docent C-MD Zuyd, Maastricht Jos de Serière, hoofddocent C-MD Zuyd, Maastricht Francois Engelen, onderwijsmanager faculteit ICT/ docent C-MD Zuyd, Maastricht Facilitators: Emilie Randoe & Jo van der Spek 8.2 Workshop Noord Harry Zengerink, Directeur Communication and Multimediadesign Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Jan Ferweda, coördinator Kennis Centrum Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Remko de Ligt, coördinator stages/praktijkperiodes extern, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Derek Kuipers,minor educatie Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Eric Voigt, Organisator van de minor MJUKS Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Albert Sikkema, Directeur Gameship, Leeuwarden Eric Holtman, Directeur Informatica Communicatie Academie, Hogeschool Arnhem Nijmegen Pim Boer, opleidingsmanager Communication and Multimediadesign Hogeschool Arnhem Nijmegen Robert Holwerda, docent Communication and Multimediadesign Hogeschool Arnhem Nijmegen Anne Coppens Alumnus Communication and Multimediadesign Hogeschool Arnhem Nijmegen en projectleider Buro 302, Jan Westenbroek, directeur Edu'Actief, Daphne Ariaens, Thieme Meulenhoff 8.3 Reflexieve Workshop 26 maart Deelnemers Mieke Gerritzen, directeur Graphic Design Museum Erwin Bos, adviseur bij Syntens Amsterdam en lid van de Raad van Advies van IIP Create Jeroen van Mastrigt, lector Artistiek Onderzoek, HKU Lucie Huiskens, programma managers Kunstenaars & Co, zelfstandig adviseur Floor van Spaendonck, directeur Virtueel Platform 26
  • 27. Zoom in, Zoom out: Redesigning the learning landscape 1 ICT Regie is een onafhankelijk en nationaal opererend regie orgaan dat zich sterk maakt voor de ontwikkeling van een sterk ICT Ecosysteem door middel van onderzoek en innovatie (www.ictregie.nl) 2 te vinden op www.xs4all.nl/~erandoe/CMD/CMD_landelijkgedeeldberoepsprofiel.pdf 3 SIA RAAK en SIA PRO zijn projecten van de Stichting Innovatie Alliantie. RAAK staat voor: Regionale Aandacht en Actie voor Kenniscirculatie. De stichting beheert een regeling die als initiële doelstelling heeft om de kennisuitwisseling tussen hogescholen en het midden- en kleinbedrijf in regionale innovatieprogramma's te verbeteren. Daarbij gaat het vooral om het versterken van de kennisbrugfunctie die deze instellingen kunnen hebben in de relatie tussen mkb-bedrijven en het totaal van de kennisinfrastructuur. Inmiddels heeft het Ministerie van OCW de Stichting Innovatie Alliantie (SIA) verzocht om een zelfde regeling uit te voeren voor de publieke sector. 27