Ethiek en terreur
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Ethiek en terreur

on

  • 2,832 views

Ethiek en terreur. Het spook van Hegel in de filosofie

Ethiek en terreur. Het spook van Hegel in de filosofie

Statistics

Views

Total Views
2,832
Views on SlideShare
902
Embed Views
1,930

Actions

Likes
0
Downloads
1
Comments
0

4 Embeds 1,930

http://www.huubmous.nl 1924
http://207.46.192.232 4
http://feedly.com 1
http://prlog.ru 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Ethiek en terreur Ethiek en terreur Presentation Transcript

  • Ethiek en terreur het spook van Hegel in de filosofie 'Het is van het allerhoogste belang om te weten of de mens zelfstandig, zonder te vertrouwen op de eeuwigheid of het rationalistische denken, eigen waarden kan scheppen.‘ Albert Camus
  • Terugkeer van schoonheid en esthetiek Einde van Hegeliaanse vooruitgang in kunst
    • Olafur Eliason,
    • Tate Gallery, Londen
    • 2003
    • Artikel Rutger Pontzen
    • (Volkskrant, 8.12.2005)
  • Het verlangen naar realisme
    • K. Dreier,
    • Odysseus
    • en de Sirenen
    • ,1905
  • Het verlangen naar ‘echte’ schilders
    • Francis Bacon Lucien Freud
  • Het einde van de vooruitgang Doorman (1994), Greenhalgh (2005)
  • Einde van de kunst?
    • Donald Kuspit, The and of Art, 2004
    • Einde modern avant-garde (Hegel).
    • Herwaardering van schoonheid
    • en kwaliteit oude ‘meesters’
    • Eerder: Arthur Danto, After the end of art, 1995
  • Het spook van Hegel De geschiedenis als strijd en vooruitgang
  • Hegel en terreur (in 1807)
    • Terreur is uitvinding van de westerse Verlichting
    • Schrikbewind Robespierre
    • (1793-1794)
    • 40.000 mensen in één jaar onder guillotine
    • Eerste filosofisch tekst over terreur van Hegel (1807)
    • Verklaring van terreur als noodzakelijke fase in de vooruitgang
    • Deze westerse bron van terreur vaak over het hoofd gezien
    • Westen exporteerde democratie en revolutie, maar ook teterreur
  • Terreur , fase Franse Revolutie (1793-1794) Robesbierre, Saint-Just
    • Human relations must be founded on passion or else on terror”
    • Saint-Just (1767 - 1794)
  • Hegel en zijn tijd (1770-1831)
    • Keerpunt van de Verlichting
    • Hegel ‘historiseert’ Kant
    • Tijdgenoot van Revolutie en Napoleon
    • Theorie over alles
    • Zag zijn theorie in zijn eigen tijd bevestigd
    • Denken over vrijheid, staat geschiedenis en revolutie
    • Probleem met geweld en terreur
    • Eenheidsdenken staat haaks op ‘verschil’
  • Hegel monisme en dialectek Menselijk weten is voltooiing van Gods werkelijkheid‘ Het ware is het geheel. Het geheel echter is het wezen dat zich door de ontwikkeling voltooit’ Wat werkelijk is dat is redelijk en wat redelijk is dat is werkelijk Dialectiek van het weten Subject>object>synthese
  • Hegel: geschiedenis is strijd met eindpunt De dialectiek van meester en knecht
    • Geschiedenis is manifestatie van de Geest
    • Geschiedenis is dialectisch (=noodzakelijk) proces met een richting (>einde)
    • Vootdurend gevecht van meester knecht
    • Knecht geeft zich over of komt in opstand.
    • Geen transcendente moraal.
    • Geschiedenis is wording en bepaalt achteraf wat goed en fout is.
    • Einde van geschiedenis is zichzelf kennende Geest
    • Einde: geen tegenstelling meer tussen meestter en knecht
  • Hegel dialectiek van de geschiedenis
    • Strijd tussen meester en slaaf
    • ‘ The winner takes it all’
    • ‘ List van de rede’ corrigeert grote leiders
    • Vrijbrief voor geweld en terreur in dienst van revolutie en bevrijding
  • Hegel Esthetische theorie
    • Kunst in dienst van Geschiedenis (manifestatie van de zich zelf kennende Geest)
    • Drie grote fasen
      • Symbolisch
      • Klassiek
      • Romantisch
    • Iedere fase: eigen verhouding tussen vorm en inhoud
    • Kunst zal uiteindelijk opgaan in filosofie ( = einde van kunst)
  • Het spook van Hegel bij Karl Marx (1818-1893) dialectisch materialisme (Hegel upside down)
  • Het spook van Hegel in de Franse filosofie
    • Invloed op twee generaties Franse filosofen:
    • (doceert in Parijs 1993-1939)
    • Kojeve I ( tot 1948) optimistisch Hegeliaans, marxist)
    • Kojève II (‘48-’58) pessimistisch, posthistorisch)
    • Kojève III (na ‘58) optimistisch posthistorisch
    Kojève introduceert Hegel in Frankrijk
  • Politieke filosofie van links
    • Luuk van Middelaar
    • Politicide
    • Doctoraalscriptie, 1999
    • ‘ wonderkind van Nederlandse filosofie’
    • Felle afrekening met naaoorlogse politieke filosofie van ‘links’
    • Begrip terreur (.>Hegel )
    • centraal
  • Franse filosofie na 1945 Tot 1975 binnen stramien van Hegel
    • 1945-1960
      • Paul Sarte,
      • Albert Camus
      • Merleau-Ponty
    • 1960-1975
      • Michel Foucault
      • Gilles Deleuze
    • Na 1975
      • breuk met Hegel
      • Terugkeer van ethiek op basis van Kant
      • Nieuwe filosofen
      • Jan Francois Lyotard
    Hegel Nietzsche Kant
  • Breukvlakken in Franse politieke filosofie 20 ste eeuw
    • 1948: Terreur Stalin‘
    • ‘ Mei 1968’
    • 1975 Solzjenitsyn
    • (Goelag Archipel)
    • 1989 val van Berlijnse muur
  • Het dilemma van Kojève herhaald door Fukuyama
    • Geschiedenis is strijd ( >Hegel)
    • Mens gelukkig door (prestige,klasse)strijd
    • Hegel: ‘Geschiedenis is begeren van andermans begeerten’’
    • Einde van geschiedenis: dilemma :
      • Mens ‘tevreden’ (toeristisch universum van spel en kunst), maar niet gelukkig
      • Mens gelukkig, maar dan geen einde maar eeuwige strijd (geschiedenis kent geen einde)
    • 1945 : ‘American way of life’ is einde geschiedenis. Kojève wordt technocraat.
    • 1989: Fukuyama ‘Einde van geschiedenis’ (>probleem ontleend aan Kojève)
  • Einde van de geschiedenis na val van communisme 1992 (1989)
    • Hegemonie van liberale democratieën, einde van marxisme, bevestiging van Hegel’s opvatting van geschiedenis
    • “ In de posthistorische periode zal er sprake zijn van kunst noch filosofie en resteert nog slechts de eeuwige zorg voor het museum van de menselijke geschiedenis”
    • >politiek zonder ideologie
    • (paars, Clinton’s economie) >> musealisering van de cultuur
  • historie en post-historie volgens Kojève Rechts Nietzcheanen Kojève II (USA) (1948-1958) Links Nietzcheanen Frankrijk 1960-1975 Foucault Deleuze Pessimistisch ‘ Mens wordt dier’ Kojève III (na ‘58) Japan Kojève I (tot ‘48) Hegel/Marx,USSR Sartre ( Merlau-Ponty, Camus) Optimistisch ‘ Mens blijft mens’ Na Einde geschiedenis Vóór Einde geschiedenis
  • De eerste generatie (1945-1960)
    • Sartre
    • Merleau-Ponty
    • Camus
  • Jan Paul Sartre (1905-1980)
    • Na 1945 :
    • Existentialistisch marxisme
    • ( Hegel/Marx <> Heidegger )
    • Existentie gaat aan de essentie vooraf
    • Mens is veroordeeeld vrij te zijn
    • Grote moeite met ethiek
    • Voorkeur voor terroristische politiek
    • en absolute verantwoordelijkheid
  • Sartre extreem engagement
    • Megalomane getuigenispolitiek
    • Angst om verkeerde keuzes
    • te maken
    • Gratuite standpunten
    • Middelaar: ‘
    • Engagement schaamlap
    • voor gebrek aan politieke filosofie’
  • Probleem : Staatsterreur van Stalin (1878-1953) ca 20 miljoen doden
    • &quot;A single death is a tragedy, a million deaths is a statistic.&quot;
  • Sartre over revolutionaire terreur i (in 1973)
    • ‘ Elke revolutionair regime moet zich ontdoen van een aantal individuen die het bedreigen en ik zie daartoe geen ander middel dan de dood.
    • Uit de gevangenis kun je altijd ontsnappen.
    • De revolutionairen van 1793 hebben waarschijnlijk niet genoeg gedood’
  • Maurice Merleau-Ponty (1908-1961)
    • Humanisme et terrorisme (1947)
    • Essay over het communistisch probleem
    • (staatsterreur Stalin)
    • Antwoord op
    • Arthur Koestler,
    • Darkness at Noon (1941)
  • Merleau-Ponty (1947) Humanisme et terrorisme materiële basis voor ethiek terrorist
    • Staatsterrorisme verdedigd op basis van ‘humanisme’.
    • Gedrag van terrorist niet beoordelen vanuit perspectief terrorist (eigen intenties en eigen ethische theorie),
    • Gedrag terrorist beoordelen met oog op
    • materiële levensomstandigheden en
    • materiële krachten van geschiedenis
    • Individuele psychologie en maatschappelijke verandering zijn naadloos met elkaar verbonden
    • Subjectieve motieven - ogenschijnlijk afkomstig vanuit het bewustzijn zelf of van buiten de materiële wereld, - zijn vals
  • Albert Camus (1913-1960) ethisch filosoof aanvaarding van het absurde
    • Geboren in Algerije
    • Getekend door verzet in WO II
    • L’étranger (1942)
    • Le Mythe de Sisyphe (1942)
    • La Peste (1947)
    • ‘’ Etre un saint sans Dieu”
    • Existentialisme zonder politiek
  • Albert Camus De mens in opstand
    • Filosofisch hoofdwerk (1951)
    • ‘ Ik verzet mij dus ik besta’
    • ‘ Waardescheppende opstand’
    • Hoe neemt mens in naam van de opstand de terreur voor lief?
      • Metafysische opstand
      • (God)
      • Historische opstand ( Koning, Meester/ slaaf, klassen strijd)
        • Op zoek naar ethiek voorbij het nihilisme
        • Fundament ethiek in het individuele leven
  • Individueel terrorisme ontstaan in Rusland (1878): > nihilisme, anarchisme, marxisme 1878-1905 golf van terreur in Europa
    • Vera Zasulitsj (1851-1919)
    • 1878 schiet generaal Petrow neer,
    • (hoofd van de Petersburgse politie)
    • Samen met Plekhanov oprichter van de eerste Marxistische beweging in Rusland.
    • Ontstaan terreur verbonden met strijd tegen sociaal onrecht en armoede
    • 1878: Krawtjinski schrijft eerste terroristisch pamflet, Dood om dood
    • 1892 topjaar :
    • 1000 dynamietaanslagen in
    • Europa, 500 in Amerika
  • De rechtvaardigen toneelstuk Camus, 1951 ethische dilemma’s van terrorist
    • ‘ deugdzame rebellie’ Geen duidelijk antwoord op probleem terreur Afwijzing op individueel humane gronden, maar hoe te rijmen met ‘mens in opstand’ Dus: ‘ revolutie zonder politiek’ Zwijgen over Algerijns probleem (FLN) Als ik moest kiezen tussen de gerechtigheid en mijn moeder dan koos ik voor mijn moeder.'
    Camus en de ethiek van de terrorist
  • Camus afkeer van Hegel
    • ‘ Het cynisme, de vergoddelijking van de geschiedenis en de stof, de individuele terreur of de staatsmisdaad, al deze mateloze consequenties duiken nu op, allen voorzien van een dubbelzinnige wereldbeschouwing, waarin de geschiedenis de taak krijgt toegewezen, nieuwe waarden te scheppen en de laatste waarheid bloot te leggen.
    • Als er onder de verlaten hemel van de eerst morgen op de wereld alleen één meester is en één slaaf, als er zelfs tussen de transcendente god en de mens alleen een verhouding van meester en knecht is, dan kan er op de wereld geen andere wet zijn dan de wet van het geweld’
    • Opstand Berlijn 1953
  • Conflict Camus - Sartre 1952: definitieve breuk
    • Verwijten Sartre:
    • hypocriete houding “schöne Seele’
    • Consequent maar machteloos
    • Moralisme getooid in gewaad rebellie”
    • Geschiedenis hoort ook bij condition humaine” Politiek wordt natuurramp (vgl. La Peste)
    • ‘ Rode Kruis moraal’ ( Dr. Rieux in La Peste)
    • Camus zoekt ‘nieuwe God’ binnen de mens
      • (‘Geluksgevoel als je zwemt in zee, geen basis voor ethiek)
  • De actualiteit van Camus door ethisch probleem van terreur
    • Postmoderne dilemma: de tegenstelling tussen het onvermogen om de wereld te begrijpen en de noodzaak om menselijk handelen te rechtvaardigen.
    • 'De authentieke geest van opstandigheid stemt er slechts in toe om de wapens op te nemen voor instellingen die het geweld inperken, niet voor instellingen die het geweld tot beginsel verheffen.'
  • Camus over verzet en kunst (in tijden van terreur)
    • De moderne veroveraars kunnen doden, maar schijnen niet te kunnen scheppen. De kunstenaars kunnen scheppen, maar niet werkelijk doden. Op den duur zou dus de kunst in een revolutionaire maatschappij moeten sterven, maar dan zal ook de revolutie te gronde gaan. Iedere keer, dat de revolutionair in een man, de kunstenaar doodt die hij had kunnen zijn, put zij zich een weinig meer uit
    • Door de schoonheid te beschermen bereiden we de renaissance voor, waardoor de beschaving alle aandacht zal kunnen concentreren op de levende deugd, waarop de waarheid van de wereld en mens berust en waaraan we nu onze aandacht moeten geven tegenover een wereld die haar misprijst en beledigt
  • 1960-1975: neo-nietzcheanisme Nietzsche (Freud) vervangt Hegel interpretatie i.p.v. bewustzijn (afscheid dialectiek)
    • Michel Foucault
    • Gilles Deleuze
    • Alles is interpretatie
    • Niets is waar, alles is geoorloofd
    • Seksuele
    • drift bepalend
  • wil tot macht meester-knecht open veelheid dialectisch systeem ja nee eeuwige wederkeer einde geschiedenis spel werk vreugde lijden wanorde orde NIETZSCHE HEGEL
  • Neo- nietzscheanen en de inflatie van het begrip ‘terreur’’
    • Begrippen geweld en terreur onderhevig aan inflatie
    • Structuren bepalen alles, mens is niets
    • Na ’68: ‘ radertje in systeem’ > ‘genoegzaam individu’
    • Omslag naar individualisme en hedonisme
    • ‘ Filosofie van het ‘verlangen’
    • Recht op ‘verschil’ tegenover Hegeliaans monisme
    • Structuur, taal, macht oefenen ‘terreur’ uit op microniveau.
    • Verborgen ‘terreur’ van een gelijkmakend systeem
  • Foucault en het panopticum ‘ verdwijnen van de mens’
    • Panopticum opvolger van ‘alziend oog’ van monotheistische God
    • >gevangenis
    • >gesticht
    • >burgelijke seksuele moraal
    • Foucault zoekt nieuwe manier om aan subjectdenken te ontsnappen
    • Begin van postmodernisme
    • Onderzoek naar ontstaansgeschiedenis van moderne subject als culturele en historsiche entiteit
    • Verdwijnen van deze subject-constructie: Verdwijnen van de mens
  • Gilles Deleuze (1925-1995)
    • werkte samen met
    • Felix Guattari (L’anti-Oidipe, 1972)
    • >gemeenschappelijke wortels van
    • psychoanalyse en kapitalisme
    • verzet tegen totaliserend en hiërarchisch denken
    • belangrijkste studies
      • Rhizome (1976)
      • Mille Plateaux (1980)
      • Le Plis ( 1988)
    • Rizoom (>knollen) centrale metafoor
    • > netwerken, zwervers, nomaden
    • multpliciteit (veelvuldigheid)
  • Gilles Deleuze Sleutelwoorden
            • rizoom
            • gras <> boom
            • nomade/steppe
            • deterritorialisatie
            • verglijden
            • vloeibaar
            • orgaanloos lichaam
            • vluchtlijn
            • vervlechten/verknopen
            • ontsnappen aan filosofie
            • anti-representatie
            • besmetten
            • heterogene koppelingen
            • de vouw
            • wording/tijd
            • continuum (panta rei)
            • Flux
            • virtueel veld (cinematografisch bewustzijn)
            • schizo-analyse
  • Geen politieke filosofie geen antwoord op probleem terreur
    • Foucault
      • Hoe verhouden zich macht en verlangen, structuur en individu
      • Macht zit op microniveau
      • Verzet is mogelijk, maar geen grond daarvoor
      • ‘ rebel without a cause’
    • Deleuze
      • Onderzoek naar het ongebreidelde verlangen
      • Autonomie is onverantwoordelijkheid
      • Mens wil onderdrukt worden.
      • Iedereen moet tiran worden
      • ‘ Vijf miljioen Robenson crusoë’s op eiland
  • 1975: De ontgoocheling van de Goelag terugkeer naar ethiek
    • Definitieve einde van Hegel in Franse filosofie
    • Opkomst nieuwe filosofen
    • Lefort, Glucksmann, Finkelfraut, Levy, Ferry , Renaut
    • Afkeer comunisme
    • Tergkeer naar ethiek
    • Jean Francis Lyotard centrale rol
  • Jean Francois Lyotard (1924-1998) ethisch postmodernisme terug naar Kant
    • Le differend ( 1983) Politiek filosofisch hoofdwerk
    • Schone symbool voor goede
    • Esthetisch oordeel lijkt op politiek (ethisch) oordeel.
    • Ontvankelijkheid voor niet representeerbare (sublieme)
    • Onrecht dat nog niet in woorden te vangen is
    • Utopie leidt tot terreur
    • ( Marx> Goelag archipel)
    • Kritiek :
    • Elk individu wordt absoluut verantwoordelijk ( vergelijk Sartre)
  • Immanuel Kant (1724-1804)
    • Nieuwe definitie van esthetische ervaring
    • “ Interesselosen Wohlgefallen”
    • “ Zweckmäsichkeit ohne zweck”
    • Esthetisch en ethisch oordeelvermogen apriori aanwezig (transcendent)
    • brug tussen rationele en affectieve vermogens
  • Het sublieme bij Kant (1724-1804) ‘ pijn dat verbeelding nier harmonieert met rede’
    • ‘ Voortbouwend op Burke,
    • Sublieme ingepast in esthetica (kunst)
    • Onderscheid tussen
    • schone <> sublieme
    • Schone gaat gepaard met lust,
    • omdat vrije harmonie van verbeelding en verstand wordt waargenomen
    • Sublieme lust gepaard met onlust, omdat verbeelding naar rede wordt verwezen, maar daar geen overeenstemming mee kan vinden
  • Jean Francois Lyotard (1924-1998) fundering van ethiek in esthetiek
    • beroept zich op sublieme bij Kant
    • Ziet sublieme bij moderne avant- garde
    • Onmacht van representatievermogen (mimesis)
    • Oproepen van onrepresenteerbare inhoud (sublieme)
    • Sublieme wordt ontdaan van buitenwerkelijke
    • Niet wat (quid), maar dát (quod) (vgl Heidegger)
    • Dit sublieme kan geen verzoening bieden (itt. Kant)
  • Ethiek bij Lyotard weg van Hegel terug naar Kant
    • “ We moeten geen werkelijkheid leveren, maar toespelingen verzinnen op het denkbare, dat niet kan worden gerepresenteerd.
    • En van deze taak moeten we zeker geen overeenstemming verwachten tussen
      • de ‘taalspelen’, waarvan Kant, die ze faculteiten noemde, wist dat ze gescheiden waren door een kloof
      • en dat alleen de transcendente illusie van Hegel kan hopen ze in een werkelijke eenheid samen te voegen.
  • Afscheid van het totaliteitsdenken getuigen van het onrepresenteerbare
    • We hebben in de negentiende en twintigste eeuw onze portie terreur wel gehad. We hebben een behoorlijke prijs betaald voor de nostalgie van het al en het ene, ven de verzoening van het concept en het zintuiglijke, van de transcendentie en de communicabele ervaring.
    • Het antwoord is : oorlog aan het al, laten we van het onrepresenteerbare getuigen, laten we de geschillen opzwepen. Laten we de eer van de naam redden..
  • De terugkeer van de politieke filosofie
    • In jaren negentig zoektocht naar juridische basis voor politiek filosofie
    • De universele rechten van de mens
    • Staat sterft af in economische netwerken
    • Ruimte voor politiek handelen kalft af
    • Herwaardering voor Popper, Rawls
    • Politiek kan niet worden uitbesteed aan economen en rechters
    • Schipperen tussen machteloosheid en terreur
    • Strijd tussen tirannie en anarchie
    • Terugkeer van politieke filosofie
    • ‘ Lege plaats van de macht’ (Lefort) die verdedigd moet worden
    • ‘ Totalitaire staat is januskop van democratie’
  • Claude Lefort: Het democratisch tekort ‘ De lege plaats van de macht’
    • Jaren 50: Lid van ‘Socialisme ou Barbarie’
    • 1959: afscheid van marxisme
    • Democratie een voortdurende strijd en aanvaarding van onzekerheid en ambiguïteit
    • Geen enkele samenleving zal ooit de perfectie bereiken.
    • Geen enkele ideologie ooit de eindoverwinning behalen
    • Democratische verdeeldheid en voortdurende strijd om ‘ de lege plaats van de macht’.
    • Niemand mag die toe-eigenenen
  • Voorbij ethiek en esthetiek (1997)
    • Manifestatie in 1995 / Publicatie n 1997
    • Context voor doscours over ethiek en esthetiek
    • Terugkeer van ethiek en engagement in jaren negentig
    • Gevangen binnen filosofische en kunsttheoretische context.
    Jeanne van Heeswijk e.a., The Paper House, 2004
  • Minerva Cuevas nieuw engagement
    • 2003 Caffeïne in New York Metro
  • Thomas Hirschorn Swiss Democracy (2005)
  • Debat over kunst in tijden van terreur (2005) Anna Tilroe Jeroen Boomgaard Kunstenaar moet strijd met terreur niet aangaan. Individuele vrijheid van kunst is juist het best wapen Kunstenaar moet het populisme niet schuwen en strijd met terrorist aangaan Terreur-aanslag wordt symbolisch voor dodelijke omhelzing met media waarin terreur gevangen zit Politiek kan geen symbolen aandragen ( allen softheid en zoetsappigheid) Daad van kunstenaar kan voorbeeld zij omdat hij zich niet stoort aan wetten van media Na ‘Submisson I’ is vrijheid van kunst probleem geworden. Kunst krijgt nieuwe verantwoordelijkheid Kunst toont juist complexiteit van de wereld in beelden die zich moeilijk prijsgeven Fascisme en communisme hadden vermogen om gemeenschap te binden Symbolen zijn favoriete en leugenachtige voortuigen van dictaturen en multinationals Samenleving heeft behoefte aan duurzame authentieke en betekenisvolle symbolen
  • Hegel en terreur Franse Revolutie en Islam
    • Wat voor als ‘ ’liberté de la terreur’ gold, geld voor mohammedanen al ‘ religion de la terreur’
    • Religieuze vervoering door Koran van jihadisten vergelijkbaar met revolutionaire vervoering bij Franse revolutie door revolutionairen
    • Aangehaald door Afshin Ellian ,
    • in debat over terreur van moslimfundamentalisme na moord op Theo van Gogh
  • Tot slot
    • Terreur van islamfundamentalisme stelt ethische problematiek van terreur opnieuw aan de orde
    • Hoe relevant zijn de universele rechten van de mens
    • Dit debat wordt overschaduwd door ‘war on terrorism’
    • Debat over terreur in jaren ’50 bij marxistische existentialisten komt opnieuw in beeld ( Albert Camus )
    • Beweging van nieuw ‘engagement in kunst’ staat ver af van debat over ethiek in politieke filosofie.
    • Er bestaat een grote kloof tussen kunsttheorie en politieke filosofie
    • Denken over kunst in tijden van terreur moet feitelijk nog beginnen.