Your SlideShare is downloading. ×
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Afstudeerverslag Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan

1,444

Published on

A report written in Dutch for my bachelordegree about Long Term Athlete Development

A report written in Dutch for my bachelordegree about Long Term Athlete Development

Published in: Business, Economy & Finance
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,444
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
11
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Fan alleskinner oant PC winnerLange Termijn Kaatser OntwikkelingsplanHille SaakstraSAMENVATTINGEen toegepast onderzoek naar het opleiden van jonge kaatsers
  • 2. Hille SaakstraHanze Hogeschool Groningen, Instituut voor SportstudiesKoninklijke Nederlandse Kaats Bond25 april 2011Fan alleskinner oant PC winner 2
  • 3. InhoudsopgaveVoorwoord ........................................................................................................................................... 4
Inleiding................................................................................................................................................ 5
Doel van het onderzoek.........................................................................................................................................5
Achtergrond van het onderzoek...........................................................................................................................5
Belang van het onderzoek.....................................................................................................................................5
Afbakening ..............................................................................................................................................................6
Onderzoeksvraag....................................................................................................................................................6
Structuur van het verslag........................................................................................................................................6
Onderzoeksopzet en methoden........................................................................................................ 7
Onderzoeksmethoden............................................................................................................................................7
Interviewmethode ...................................................................................................................................................7
Selectie gesprekspartners.......................................................................................................................................8
Interviews..................................................................................................................................................................9
Literatuurstudie................................................................................................................................... 10
Literatuurverkenning van talentopleidingen uit Nederland.............................................................................10
Literatuurverkenning van talentopleidingen uit het buitenland......................................................................12
Verkenning van LTAD modellen uit Nederland .................................................................................................14
Verkenning van LTAD modellen uit het buitenland ..........................................................................................15
Conclusie ........................................................................................................................................... 17
Interviews................................................................................................................................................................17
Literatuur.................................................................................................................................................................18
Resultaten........................................................................................................................................... 19
Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan ..........................................................................................................19
Thematraining behendigheid ..............................................................................................................................20
Aanbevelingen .................................................................................................................................. 21
Opleidingsstructuur ...............................................................................................................................................21
Wedstrijdstructuur ..................................................................................................................................................21
Kwaliteit trainer/coaches .....................................................................................................................................21
Werkgroep LTKO ....................................................................................................................................................21
Samenvatting..................................................................................................................................... 22
Nederlands.............................................................................................................................................................22
Abstract in English..................................................................................................................................................23
Dankwoord......................................................................................................................................... 24
Literatuurlijst........................................................................................................................................ 25
Bijlage 1 .............................................................................................................................................. 26
Verslagen interviews .............................................................................................................................................26
 Interview Technisch Coördinator KNKB ..........................................................................................................26
 Interview Verenigingconsulenten ...................................................................................................................26
 Interview Hoofd Bondscoach..........................................................................................................................28
 Interview Bondscoach Jeugd .........................................................................................................................29
 Interview voormalig Bondscoach ...................................................................................................................30
 Interview “kaats” fysiotherapeut.....................................................................................................................31
 Interview docent trainersopleiding & trainer/coach Hoofdklasse parturen..............................................32
Bijlage 2 .............................................................................................................................................. 33
Presentatie Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan......................................................................................33
Uitwerking Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan .......................................................................................42
Bijlage 3 .............................................................................................................................................. 60
Draaiboek thematraining behendigheid ...........................................................................................................60
Beelden thematraining.........................................................................................................................................66
Fan alleskinner oant PC winner 3
  • 4. VoorwoordHet zal januari 2008 zijn geweest toen ik voor het eerst kennis maakte met het “Long Term AthleteDevelopment” model van dr. Istvan Balyi. In een college over de visie op sportonderwijs kwamenopleidingsmodellen uit heel de wereld ter sprake. Uit dit college is het LTAD model mij het meestbijgebleven. Al tijdens het college ontstonden bij mij ideeën over hoe dit eventueel in Nederland tegebruiken.Later als hoofdtrainer van een grote sportvereniging ben ik mij verder in het LTAD model gaanverdiepen, met als doel het te gaan gebruiken om de opleidingsstructuur binnen de vereniging betervorm te geven. Al snel werd mij duidelijk dat ik op dat moment te weinig tijd had om dit goed tekunnen ontwikkelen en te kunnen implementeren. Echter het idee om wat met dit model te gaan doenbinnen het kaatsen was er nog steeds. Dus besloot ik aantekeningen van mijn ideeën te maken endeze te bewaren voor later.De kans om daadwerkelijk wat met dit model te doen kwam toen ik een keuze voor mijnafstudeeronderzoek moest gaan maken. Van mijn vader, destijds bij de Koninklijke Nederlandse KaatsBond verantwoordelijk voor het technische beleid, had ik begrepen dat men binnen de bond naarstigopzoek was naar vernieuwing op dit gebied. De talentontwikkelingsplannen waren niet meer van dezetijd en ook de uitvoering van deze plannen liet steeds meer te wensen over. Voor mij was dit eenuitgelezen kans om het LTAD model gericht op het kaatsen uit te werken en te introduceren.In dit verslag kunt u terug lezen hoe ik het originele model heb vertaald naar het kaatsen.Hille SaakstraFan alleskinner oant PC winner 4
  • 5. InleidingIn dit hoofdstuk zullen de contouren van mijn afstudeeronderzoek zichtbaar worden, ik beschrijf wat hetprobleem is en wat ik wil gaan onderzoeken.Doel van het onderzoekHet doel van dit onderzoek is inzicht te krijgen in hoe de opleiding van kaatstalenten op de langetermijn het beste georganiseerd kan worden. Ik zal proberen inzicht in de manier van organiseren tekrijgen door reeds bestaande talentopleidingen te bestuderen en ervaringen van mensen uit het “veld”te peilen. Deze bevindingen moeten dan leiden tot een opleidingsmodel gebaseerd op het CanadeseLong Term Athlete Development model.Achtergrond van het onderzoekHet onderzoek vindt plaats in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond. Deze bond, metruim 13.500 leden, moet na het wegvallen van de Breedtesport Impuls op diverse terreinen bezuinigen.Een van de gebieden waarop bezuinigd moet worden is die van de talenttrainingen. De afgelopenjaren is veel geld afkomstig uit de Breedtesport Impuls besteed aan het organiseren en verbeteren vande talenttrainingen zoals die door de KNKB werden aangeboden. Om uitvoering te geven aan dezetalenttrainingen heeft de toenmalige bondscoach een talentontwikkelingsplan geschreven. Een vande speerpunten uit dit plan was dat ieder jeugdlid van een kaatsvereniging de mogelijkheid moesthebben om te trainen. Een gevolg van dit streven was dat jeugdleden van verenigingen waar geentrainingen worden georganiseerd een plaats kregen bij de talenttrainingen van de KNKB. Wat er onderandere toe heeft geleid dat er in bijna alle jeugdcategorieën 4 talentengroepen trainen onder deverantwoordelijkheid van de KNKB. Hoewel de KNKB erkent een verantwoordelijkheid te hebben in hetopleiden van jonge kaatsers, is deze situatie niet langer houdbaar. Ook in vergelijking met anderesportbonden valt de KNKB uit de toon, geen enkele bond heeft zoveel talentgroepen onder haarhoede.Naast de noodzaak om op financieel gebied de talentopleidingen te hervormen is er ook een grootsporttechnische reden om dit te doen. Op dit moment ontstaan er in navolging van de voetbalwereldop verschillende plaatsen in Friesland initiatieven tot het oprichten van de zogenoemde kaatsscholen.Deze kaatsscholen zijn vaak onafhankelijk van verenigingen en proberen het gat op te vullen dat eraan het ontstaan is nu de KNKB gaat snijden in haar talentgroepen. De verwachting is dat deze trendzal doorzetten en dat verenigingen samen met kaatsscholen een belangrijke rol gaan spelen in deopleiding van jonge kaatsers. Voor de sport kaatsen is het van groot dat de kwaliteit van dezeopleidingen gewaarborgd is. In dat kader vindt de KNKB dat het verantwoordelijk is voor het opleidenen bijscholen van trainer/coaches en verenigingen.Belang van het onderzoekDe verantwoordelijkheid voor het opleiden van jonge kaatsers is in de loop van de tijd voor een deelnaar de KNKB verschoven. Door de herstructurering binnen de KNKB zal de verantwoordelijk voor hetopleiden van jonge kaatsers weer bij de verenigingen komen te liggen. Om te voorkomen datverenigingen hierdoor in de verlegenheid worden gebracht is het belangrijk om de kennis die er is overhet opleiden van jonge kaatsers met de verenigingen te delen.Kennis op dit gebied staat voor een deel omschreven in de cursusboeken en is beschikbaar voortrainer/coaches die de trainerscursus van de KNKB volgen. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijnworden de cursusboeken aangepast en worden alleen de trainer/coaches in dienst van de KNKBbijgeschoold. Om verenigingen in staat te stellen kwalitatief goede kaatsopleidingen aan te bieden ishet van belang deze kennis en informatie ook beschikbaar te stellen aan trainer/coaches in dienst vanverenigingen. Deze informatie moet niet alleen gericht zijn op de trainer/coach, de informatie moetook geschikt zijn voor verenigingbestuurders. Samen met de trainer/coach zijn zij verantwoordelijk voorde opleiding binnen de eigen vereniging en ook zij moeten weten hoe dit op een effectieve manier teorganiseren.Fan alleskinner oant PC winner 5
  • 6. AfbakeningIk heb ervoor gekozen dit onderzoek op twee punten af te bakenen. In mijn onderzoek heb ik mijallereerst gericht op hoe de structuur van het Canadese Long Term Athlete Development model aan tepassen aan de situatie binnen de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond. Deze keuze heb ik gemaaktomdat het Canadese sportsysteem behoorlijk verschilt in vergelijking met de Nederlandse. Naast deaanpassing aan het Nederlandse systeem moet het model ook aangepast worden aan de kaatssport.Het originele Canadese model is vooral een algemeen model en geschikt voor iedere sport. Dus naastde aanpassing aan het Nederlandse sportsysteem moet het model ook worden aangepast aan destructuur van de KNKB. Er moet dan gedacht worden aan de categorie indeling enwedstrijdorganisatie.De tweede afbakening is de keuze om mij te richten op de inhoud van de opleiding van jongekaatsers. Welke vaardigheden moeten er wanneer worden aangeboden en welke richtlijnen kunnenbijdragen aan een effectieve opleiding. In mijn ogen is deze informatie van groot belang om decontinuïteit in het opleiden van jonge kaatsers te waarborgen. Wanneer de KNKB alleen aangeeft datze het aantal talentgroepen gaat terug brengen en dat deze kaatsers weer bij de eigen verenigingmoeten gaan trainen ontstaan er problemen. Het is belangrijk verenigingen handvaten te geven hoeze deze trainingen kunnen organiseren. Deze informatie is niet alleen van belang voor de vereniging,ook trainer/coaches kunnen er hun voordeel mee doen. Zij zullen te maken krijgen met betere kaatsers,wat zal betekenen dat dit ook meer van hen zal vragen.Hoewel de twee punten hierboven de speerpunten van mijn onderzoek zullen zijn, zal ik hier en daarook aanbevelingen doen op gebieden die raakvlakken hebben met het onderzoek en daar niet directonder vallen. Deze aanbevelingen kunnen in de toekomst een aanleiding zijn om verder teonderzoeken, met het doel de opleidingsstructuur en inhoud beter tot zijn recht te laten komen.OnderzoeksvraagOp basis van de hierboven genoemde probleemomschrijving en afbakening ben ik gekomen tot devolgende onderzoeksvraag: Hoe kunnen de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond, federaties, verenigingen en kaatsscholen het opleiden van kaatsers in een leeftijd van 7 t/m 21 jaar binnen het LTAD model de komende 4 jaar organiseren?De hierboven gestelde onderzoeksvraag is de hoofdonderzoeksvraag die leidend is voor het door mijuitgevoerde onderzoek. Naast deze hoofdonderzoeksvraag zijn er nog twee deelvragen: 1. Hoe moet het LTAD model Kaatsen worden vormgegeven? 2. Welke fysieke, mentale, technische en tactische vaardigheden moeten worden aangeboden tijdens het opleiden van kaatsers in de leeftijd van 7 t/m 21 jaar?Deze twee deelvragen zijn nodig om te kunnen komen tot een handzame uitwerking die verenigingen,trainer/coaches en ander bij het opleiden van jonge kaatser betrokken belangstellenden voorzien vandie informatie die hen handvaten geeft om een effectieve opleiding te ontwikkelen.Structuur van het verslagDit onderzoeksverslag is opgedeeld in 3 delen. Het eerste deel van dit verslag bestaat uit hetintroduceren van mijn onderzoeksonderwerp (zie hoofdstuk inleiding) en het uitleggen van hoe ik vanplan ben het onderzoek uit te voeren (zie hoofdstuk onderzoeksmethoden). Deze twee hoofdstukkenworden gevolgd door het weergeven van mijn bevindingen (zie hoofdstukken literatuurstudie enconclusie). Op basis van de door mij verzamelde gegevens presenteer ik vervolgens het resultaat enkom ik met een aantal aanbevelingen (zie hoofdstukken resultaat en aanbevelingen). Verder zijn in debijlagen de documenten te vinden waarna ik verwijs in de verschillende hoofdstukken van ditonderzoeksverslag.Fan alleskinner oant PC winner 6
  • 7. Onderzoeksopzet en methodenIn het vorige hoofdstuk heb ik uiteengezet wat het probleem is dat ten grondslag ligt aan mijnonderzoek en wat ik wil gaan onderzoeken. In dit hoofdstuk omschrijf ik hoe ik een antwoord wil vindenop de vragen die ik heb geformuleerd naar aanleiding van het probleem.OnderzoeksmethodenVoor het beantwoorden van mijn onderzoeksvragen heb ik twee strategieën gebruikt. Als eerste heb ikmet behulp van een literatuurstudie in beeld proberen te brengen welke kennis er al voor handen is alshet gaat om talentopleidingen. Ik heb daarbij gekeken naar talentopleidingen uit binnen- enbuitenland, hoe men deze opleidingen organiseert en wie daarin een rol spelen. Later tijdens deliteratuurstudie ben ik mij meer gaan richten op de inhoud van een aantal van deze talentopleidingen.In hoofdstuk 3 zijn de resultaten van mijn literatuurstudie te vinden.Wat vooraf te verwachten viel en ook logisch is (het kaatsen is immers een kleine sport), was dat iktijdens mijn literatuurstudie weinig tot geen informatie over het kaatsen zou aantreffen. Gedurende mijnliteratuurstudie bleek dit ook uit te komen, buiten de door de KNKB ontwikkelde en gepubliceerdecursusboeken is er geen informatie beschikbaar over het opleiden van jonge kaatsers. Ook deinformatie uit de cursusboeken viel tegen, deze gingen veelal over methodieken in plaats vanopleidingsstructuren. Voor de resultaten van mijn onderzoek en het te ontwikkelen LTAD model Kaatsenis informatie over de specifieke situatie binnen de kaatswereld van belang. Alleen met deze informatieis een goede vertaling van het Canadese Long Term Athlete Development model mogelijk. Ditbetekend dat ik zelf informatie uit de kaatswereld moet gaan verzamelen die betrekking heeft op hetopleiden van jonge kaatsers. Bij het verzamelen van deze informatie heb ik gebruik gemaakt vanongestructureerde interviews. De onderbouwing van deze keuze en hoe ik deze interviews hebtoegepast komen in de volgende paragraaf aanbod.InterviewmethodeBij diverse verenigingen en de KNKB is veel kennis aanwezig over het opleiden en begeleiden van jongekaatsers. Het kaatsen heeft de beschikking over vele vrijwilligers die zich al jaren inzetten voor de jongekaatsers. De kennis en ervaring die deze mensen bezitten zijn van grote waarde voor het kaatsen enkunnen een belangrijke rol spelen in het organiseren van de talentopleidingen. Omdat veel van dezekennis niet terug is te vinden in de cursusboeken heb ik besloten een aantal deze mensen op te zoekenen hen te vragen hun kennis met mij te delen.De gesprekken met deze door mij gekozen mensen hebben op een ongestructureerde manier plaatsgevonden, ook wel ongestructureerde interviews genoemd. Het grote voordeel van deze manier vaninterviewen is dat de gesprekspartners alle ruimte krijgen om te antwoorden op mijn vragen vanuit huneigen opvattingen en meningen. Op deze manier komen er ook onderwerpen ter tafel die in eengestructureerd interview niet ter tafel waren gekomen. In dit voordeel schuilt tevens een nadeel,namelijk dat er geen duidelijke lijn zit in het interview. Voor mij betekende dit dat ik tijdens het interviewgoed moest notuleren wat er ter tafel kwam en alert moest zijn op zaken die voor mij van belangzouden kunnen zijn. Naast dat deze manier van interviewen een alertere houding van mij vraagt heefthet interviewen van mensen in zijn algemeenheid nog een ander nadeel. Het resultaat van hetinterview kan vertekend raken door de houding van de interviewer. Onbewust geef je vaak verbale ennon-verbale reacties wanneer je met iemand in gesprek bent. Bijvoorbeeld door te knikken bij deantwoorden die er worden gegeven. De gesprekspartner kan hierdoor denken dat hij het juisteantwoord geeft en vergeten te antwoorden vanuit zijn eigen mening en opvatting. De kwaliteit van debeoogde informatie daalt hierdoor.Ondanks deze nadelen heb ik bewust gekozen voor deze manier van interviewen. De informatie waarik naar opzoek ben, tips en handvaten op de talentopleidingen vorm te geven, is niet uniform eniedereen heeft zijn keuzes gemaakt vanuit zijn eigen opvatting en mening. Juist die informatie isbelangrijk en komt naar mijn idee te weinig naar voren in gestructureerd interview.Fan alleskinner oant PC winner 7
  • 8. Selectie gesprekspartnersIn de vorige paragrafen heb ik al aangegeven dat ik opzoek ben naar informatie over hoe detalentopleidingen te organiseren binnen de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond. Een deel van dezeinformatie heb ik kunnen vinden in literatuur over talentopleidingen van andere sporten. Het gaat danvooral om algemene informatie over talentopleidingen en de ontwikkeling van kinderen. Literatuur diespecifiek gaat over het opleiden van talenten binnen het kaatsen is er nauwelijks. Toch is er binnen hetkaatsen veel kennis en ervaring aanwezig over het opleiden van talentvolle jongeren. Dit blijkt uit hetsimpele feit dat er jaarlijks nog altijd jeugdige kaatsers doorstromen en mee kunnen komen op hethoogste niveau. Om deze informatie toch in beeld te krijgen is het nodig onderzoek te doen en mensendie betrokken zijn bij het opleiden van jonge kaatsers te vragen hun kennis en ervaring te delen.Maar om welke kennis en ervaring gaat het dan en welke mensen bezitten deze kennis en ervaringdan? Deze vragen kwamen in mij op toen ik dit onderzoek aan het voorbereiden was. Om te zorgendat de informatie naar waar ik op zoek was ook zinvolle informatie zou worden heb ik eerst aan dehand van de literatuur in kaart gebracht welke informatie er nog ontbrak. Hier kwamen de volgendepunten uit naar voren: • Een visie gericht op het opleiden van jonge kaatsers • Welke organisatie is waar verantwoordelijk voor het opleiden van jonge kaatsers • Welke mentale, fysieke, technische en tactische vaardigheden moeten wanneer worden aangeboden per categorieDeze 3 punten, die in mijn ogen een belangrijke rol spelen in het opleiden van jonge kaatsers,ontbreken in de literatuur die ik heb onderzocht. Met name een visie op het opleiden en wie welkeverantwoordelijkheid heeft zijn in mijn ogen van groot belang, zij bepalen namelijk het grootste deelvan de talentopleiding. De visie moet een helder beeld scheppen over met welke gedachte eropgeleid moet worden. Welke organisatie waar verantwoordelijk is moet aangeven wie wat moetdoen in het opleidingsproces van jonge kaatsers. Doet iedereen alles of heeft iedereen zijn eigenverantwoordelijkheden zijn vragen die helder moeten worden gesteld. Over de mentale, fysieke,technische en tactische vaardigheden heb ik in de literatuur wel voldoende informatie kunnen vinden.Echter ontbreekt in deze literatuur welke vaardigheden op welk moment belangrijk zijn in deontwikkeling van de jonge kaatser.Nadat ik had bepaalt naar welke informatie ik zoek, ben ik gaan kijken naar waar ik deze informatieeventueel zou kunnen vinden. Al snel kwam ik tot de conclusie dat het voor veel mensen niet moeilijk ishun mening onder woorden te brengen aangaande de eerste twee punten. Echter niet iedere meningis even waardevol, met name de groep mensen die het oneens zijn met de herstructureringsplannenvan de KNKB zullen blijven volharden in de eigen visie. Toch zal ik mij niet helemaal afsluiten voor hunargumenten. Het grote deel van de groep mensen met wie ik heb gesproken zijn mensen die de keuzevan de KNKB om de talentopleiding te herstructureren respecteren en hierin kansen zien voor hetkaatsen. Daarnaast heb ik bij het selecteren van mijn gesprekspartners gekeken naar de ervaring diede persoon heeft, hoe meer aantoonbare ervaring deze persoon heeft hoe waardevoller hij alsgesprekspartner voor mij is.Het maken van een keuze voor een gesprekspartner aangaande het derde punt was eenvoudig temaken. De kaatswereld is een zeer conservatieve wereld en de ontwikkelingen op het gebied van dementale, fysieke, technische en tactische vaardigheden zijn dan ook enorm gestagneerd. De kennisover deze vaardigheden komt voor het allergrootste deel bij de twee ontwikkelaars van detrainersopleiding vandaan en wordt door de huidige trainers en coaches veelvuldig gereproduceerd.In het volgende hoofdstuk ga ik in op welke personen ik heb geselecteerd als gesprekspartner en welkeachtergrond ze hebben.Fan alleskinner oant PC winner 8
  • 9. InterviewsEr zijn mensen die al jaren actief betrokken zijn bij het opleiden van jonge kaatsers. Een aantal van dezemensen heb ik geïnterviewd. Mijn gesprekspartners bestonden vooral uit personen die op dit moment ofin het korte verleden actief betrokken waren bij het opleiden van jonge kaatsers. Dit kan opverschillende manieren zijn, de een als beleidsbepaler, de ander als trainer/coach, maar ook mensendie besturen of andere ondersteunende taken vervullen hebben hun kennis en ervaring met mijgedeeld. Het eerste gesprek dat ik heb gevoerd over deze onderwerpen was het gesprek met detechnisch coördinator van de KNKB. Deze vrouw die in vaste dienst is bij de bond was in eerste instantieook de opdrachtgeefsters uit naam van de bond wegens het ontbreken van een bondscoach. Detechnisch coördinator heeft in dat gesprek uit de boeken gedaan welke koers de bond wil gaan varenop speltechnisch vlak en heeft aangegeven dat de nog te benoemen bondscoach binnen dezekaders moet handelen. Aansluitend aan het verhelderen van deze opdracht heb ik met haar eengesprek gevoerd over hoe het beleid er de afgelopen jaren uit heeft gezien, wat de kracht van ditbeleid was en waar dit beleid tekort schoot. Dit gesprek gaf mij waardevolle informatie in de meestbrede zin van het woord. Niet alleen gaf dit richting aan het zoeken naar informatie met betrekking totde drie eerder genoemde onderzoeksvragen. Ook gaf het mij een referentie kader met betrekking tothet nieuw te ontwikkelen beleid.De vervolg gesprekken ben ik begonnen met de twee verenigingsondersteuners van de KNKB, dezetwee heren hebben vanuit de bond de taak verenigingen bij te staan met raad en daad. Zij komen bijveel verenigingen over de vloer en hebben in dat opzicht veel kijk op de situatie bij verenigingen. Ikheb met deze twee heren gesproken om te horen wat hun inzicht en visie is met betrekking tot hetherstructureren van de talentopleiding. Waar liggen de mogelijkheden en wat zijn de valkuilen oporganisatorisch gebied. Mijn interview ronde ben ik bewust met deze mannen begonnen om eenduidelijk beeld te krijgen van hoe het er op verenigingsgebied voor staat. Na deze eerste tweegesprekken heeft het onderzoek tijdelijk stilgelegen vanwege het ontbreken van een bondscoach.Begin mei 2010 werd er uiteindelijk een bondscoach benoemd en was het voor mij mogelijk hetonderzoek te hervatten door het gesprek met hem aan te gaan. Voor mij was het van groot belang zijnvisie op het opleiden van jonge kaatsers te kennen, hij is immers verantwoordelijk voor het beleid op ditgebied. In een anderhalf uur durend gesprek heeft hij mij zijn visie met betrekking tot talentopleidingenweergegeven. De informatie die hij met mij deelde was voor mij van grote waarde omdat deze manzijn sporen ruimschoots heeft verdiend in de internationale sportwereld. Als voormalig bondscoach vande KNGU en Mastercoach NOC-NSF was zijn visie en expertise meer dan welkom. Binnen de KNKB is erook nog een bondscoach jeugd actief, deze is voornamelijk verantwoordelijk voor de uitvoering vande talenttrainingen en het scouten van talentvolle kaatsers. Met haar heb ik gesproken over deorganisatie van de talentopleidingen. Voor haar benoeming tot bondscoach jeugd is zij bij veleverenigingen trainer/coach geweest en onder haar leiding hebben kaatsers van allerlei leeftijdenaansprekende resultaten weten te boeken op Nederlandse Kampioenschappen. Haar kennis en zichtover hoe een talentopleiding te organiseren bleken een waardevolle input voor het onderzoek. Deinterviews met huidige twee bondscoaches hebben veel input gegeven over de richting die zij opwillen in de nieuwe opleidingsstructuur. De KNKB moest echter twee nieuwe bondscoaches benoemenomdat hun voorganger zich niet kon vinden in de nieuwe koers van de bond. Hij was van mening datzijn visie op het opleiden van talenten daarin te weinig tot zijn recht kwam. Zijn kijk op het opleiden vanjonge kaatsers en het feit dat hij docent/ontwikkelaar van de trainersopleiding is maakten hem eeninteressante gesprekspartner voor mijn onderzoek. Het gesprek met deze voormalig bondscoachleverde veel interessante informatie op, ook geen wonder wanneer je al 25 jaar alstrainer/bondscoach/ontwikkelaar en docent actief bent in het kaatsen. Ook met zijn collega opleiderheb ik gesproken. Samen met de voormalig bondscoach is hij verantwoordelijk voor de inhoud enontwikkeling op kaatstechnisch en tactisch vlak binnen het kaatsen. Dit maakt hem voor mij eenwaardevolle gesprekspartner, te meer ook omdat hij in het dagelijks leven opleider is aan het CentraalInstituut Opleidingen Sportleiders. Naast deze mensen die een duidelijk connectie hebben met de KNKBben ik ook opzoek gegaan naar mensen die in mindere mate verbonden zijn aan de KNKB.Bijvoorbeeld een verenigingsbestuurder en mensen die trainingen bij de kaatsscholen verzorgen. Helaaswaren de mensen van de kaatsscholen niet bereid hun kennis en ervaring met mij te delen, wat ikteleurstellend vindt.Last but not least heb ik nog gesprekken gevoerd met een fysiotherapeut die veel geblesseerdekaatsers behandeld, samen met hem ben ik gaan kijken naar hoe het nieuw te ontwikkelenopleidingsmodel een bijdrage kan leveren aan het terug dringen van overbelastingsblessures.De samenvattingen van de interviews zijn te vinden in de bijlage van dit onderzoeksverslag.Fan alleskinner oant PC winner 9
  • 10. LiteratuurstudieDit hoofdstuk gaat over het literatuuronderzoek. In dit hoofdstuk worden resultaten uit eerdereonderzoeken en bronnen weergegeven die van waarde zijn voor mijn onderzoek.In de inleiding heb ik al aangegeven dat naast het bezuinigen er ook een sporttechnische reden is omde talentopleiding van de KNKB te hervormen. In de kaatswereld ontstaan er hier en daar initiatieventot de oprichting van particuliere talentopleidingen. Willen deze initiatieven en de hervormdetalentenopleiding van de KNKB een toe gevoegde waarde hebben voor de sport kaatsen, dan is hetbelangrijk dat de inhoud van deze opleidingen aangepast is aan de huidige tijd en de daarbijbehorende eisen.Eerder heb ik al aangegeven dat er in het verleden weinig onderzoek is gedaan naar het opleiden vanjonge kaatsers en dat de huidige documentatie is gebaseerd op de visie van de voormaligbondscoach. In de literatuurstudie heb ik mij in eerste instantie gericht op welke visies er zijn metbetrekking tot talentontwikkeling, talentherkenning en talentopleidingen waarna ik vervolgens hebgekeken naar de daadwerkelijke inhoud van de talentopleidingen. Uit de door mij gevondenonderzoeken en artikelen heb ik elementen gehaald waarvan ik denk dat ze relevant kunnen zijn voormijn onderzoek. In de volgende paragrafen presenteer ik mijn bevindingen.Literatuurverkenning van talentopleidingen uit NederlandEen van de leidende documenten over talentopleidingen in Nederland is het MasterplanTalentontwikkeling 2006-2010 van het Nederlands Olympisch Comité (NOC-NSF). Aanleiding om dit plante schrijven is om ondersteuning te bieden aan de ambitie van Nederland om structureel een plaats teveroveren in de top 10 van verschillende sport wereldranglijsten. Het plan is samengesteld doordeskundigen van Nederlandse sportbonden na de Olympische Spelen van Athene in 2004.Bij het opstellen van dit plan zijn deze deskundigen begonnen met het maken van een analyse van dehuidige situatie in Nederland. Uit deze analyse viel te concluderen dat wij het als klein land opbepaalde terreinen erg goed doen en hier successen mee boeken. Naast deze sterke punten kwammen ook tot de conclusie dat er op een aantal terreinen nog winst te boeken is. Zo viel het op dat er bijveel sportbonden geen opleidingsprogramma’s of selectiesystemen aanwezig waren die rekeninghielden met de leeftijd en de ontwikkeling van jonge kinderen. Men kwam tot de ontdekking dat in deopleidingsprogramma’s vaak gebruik wordt gemaakt van schema’s en structuren die ontwikkeld zijnvoor volwassenen. De deskundigen schrijven dat dit verbeterd moet worden en geven de sportbondende opdracht mee om opleidingsprogramma’s te schrijven voor de lange termijn. Om te zorgen datdeze opleidingsprogramma ook daadwerkelijk tot vernieuwing en verbetering leiden worden er tevensenkele richtlijnen voor de programma’s gegeven. Een van de eerste punten die men aandraagt is datde inhoud, omvang en kwaliteit van het programma moet aansluiten bij de opleidingsfase van het kinden een reëel uitzicht moet bieden op een internationale toppositie. Men bedoelt hiermee te zeggendat het opleidingstraject in verschillende fases moet worden opgedeeld van beginner tot expert.Waarbij de inhoud, omvang en kwaliteit van iedere fase logisch in elkaar over moet lopen en eenbijdrage moet leveren om uiteindelijk als expert de internationale top te halen. Om de inhoud enkwaliteit van het programma te kunnen waarborgen stellen de deskundigen dat er gebruik moetworden gemaakt van wetenschappelijk onderzoek. Als voorbeeld hiervan geven ze het onderzoek vanEricsson en Charness uit 1994 naar het aantal trainingsuren dat nodig is om in iets te kunnen uitblinken.Een tweede punt wat de deskundigen naar voren brengen naar aanleiding van hun analyse zijn derandvoorwaarden die horen bij de talentopleidingen. Men stelt dat talenten over dezelfde faciliteitenmoeten kunnen beschikken als topsporters. Het gaat daarbij niet alleen om het gebruik van modernematerialen en accommodaties. Het gaat veel meer om zaken als mentale en medische begeleiding.Als voorbeelden noemt men sportpsychologen, sportartsen, fysiotherapeuten en voedingsdeskundigen.Deze experts moeten samenwerken in een team rond de talenten dat onder leiding staat van eentalentcoach. Daar waar topsporters vaak getraind worden door de bondscoach moet deze functieook gecreëerd worden voor talentvolle sporters. Deze talentcoach is gespecialiseerd in hetbegeleiden, coachen en trainen van talentvolle kinderen en moet de intentie hebben dit voor eenlangere tijd te doen. Het trainen en coachen van talentvolle kinderen wordt op deze manier eenspecialiteit en draagt er aan bij dat de continuïteit en kwaliteit van de talentopleiding verbeteren.Fan alleskinner oant PC winner 10
  • 11. Een ander punt dat uit de analyse naar voren kwam en in mijn ogen relevant is voor mijn onderzoek isde invloed die sportbonden hebben op initiatieven in de regio. Met name als het gaat om de kwaliteitdie deze initiatieven bieden maken de deskundigen zich zorgen. Veel van deze initiatieven vinden datze los staan van de sportbonden en dulden dan ook geen bemoeienis van hen. Het gevolg hiervan isdat er weinig tot geen controle is op de inhoud, omvang en kwaliteit van de aangebodenprogramma’s. De angst van de deskundigen is dat dit ten koste gaat van de stabiliteit en continuïteitvan de talentopleidingen in de regio. Om de inhoud, omvang en kwaliteit van regionaletalentopleidingen te kunnen waarborgen pleiten de deskundigen voor regionale talentcoaches dieverantwoordelijk zijn voor opleidingsprogramma in de regio en hierbij steun van de sportbonden krijgen.Om de hierboven genoemde punten zoveel mogelijk kans van slagen te geven stellen de deskundigenvoor te gaan werken met het Long Term Athlete Development model van Istvan Balyi uit Canada.Volgens hen is dit raamwerk uitermate geschikt is om de sterke punten in de Nederlandse situatieverder te versterken en de zwakke punten aan te pakken, bovendien is het gebaseerd opwetenschappelijk onderzoek. Iedere sportbond moet in staat worden gesteld dit model te vertalennaar de sportspecifieke eisen en situatie.Een verdere verkenning naar onderzoek op het gebied van talentopleidingen in Nederland leverdeweinig recent en/of relevant materiaal op. Het verleggen van mijn verkenning naar talentontwikkelingleverde mij meer resultaten op. Zoekende naar Nederlandse literatuur over talentontwikkeling kwam ikveelvuldig de naam van dr. Jacques H.A. van Rossum tegen. Dr. van Rossum is bewegings-wetenschapper en doet al ruim 20 jaar onderzoek naar talentontwikkeling. Vele publicaties overtalentontwikkeling in binnen- en buitenland zijn door hem geschreven. Zo ook het artikel “Op zoek naarhet LTAD model”, dat het blad Sportgericht in 2007 publiceerde. Dit artikel trok mijn speciale aandachtomdat het gaat over het Long Term Athlete Development (LTAD) model van Istvan Balyi. Het model datde deskundigen van de verschillende sportbonden in Nederland aanbevelen en ik wil gaan gebruikenvoor het hervormen van de talentopleiding bij de KNKB. In dit artikel gaat Van Rossum opzoek naar deachtergrond van dit model. Al eerder gaf ik aan dat van Rossum veelvuldig onderzoek heeft gedaannaar de ontwikkeling van talentvolle sporters. In dat kader had hij nog nooit eerder gehoord van hetLTAD model van Istvan Balyi, iets dat vragen bij hem oproept. Deze kritische kijk op het model wordtsterker wanneer hij tijdens zijn zoektocht geen enkele wetenschappelijke publicatie kan vinden bijdiverse gerenomeerde wetenschappelijke bronnen. Omdat het model wel veel aandacht krijgt indiverse tijdschriften en op congressen besluit van Rossum om het model zelf aan een onderzoek teonderwerpen. Een van de eerste punten die hem opvalt en die relevant is voor mijn onderzoek is dathet model onderscheid maakt in de ontwikkeling tussen jongens en meisjes. Het model, dat isopgebouwd uit verschillende elkaar opvolgende ontwikkelingsfases, maakt op basis van leeftijdonderscheid in de ontwikkeling van jongens en meisjes. De FUNdamentals fase, bijvoorbeeld, duurt voorjongens van hun 6de tot hun 9de levensjaar (3 jaar), terwijl deze fase voor meisjes van hun 6de tot hun 8delevensjaar (2 jaar) loopt. Voor van Rossum roept dit vraagtekens op, waarom heeft een jongen meertijd nodig om de vaardigheden onder de knie te krijgen dan een meisje? Nergens in het model wordthier een antwoord op gegeven en ook de bibliografie beantwoord deze vraag niet, stelt van Rossum.Het volgende punt dat van Rossum op valt, is de verschillen in uitwerking die hij tegenkomt van deverschillende sporten. Volgens van Rossum worden de ontwikkelingsfases uit het oorspronkelijke modelvan Istvan Balyi niet klakkeloos overgenomen. De conclusie die van Rossum hier uit trekt is dat hetontwikkelingstraject dat het LTAD model weergeeft gezien moet worden als een schets. Waarbij desportbonden deze schets kunnen invullen en aanpassen met de ontwikkelingstaken die horen bij despecifieke sport. Naast deze kritische noten van van Rossum constateert hij ook dat het model, waar inzijn ogen het fysiek-biologische aspect de overhand heeft ook enkele pluspunten kent. Het model geeftaan dat specialisatie in een sport zo laat mogelijk moet plaatsvinden om kinderen eerst een zo breedmogelijke motorische basis mee te geven door de grondvormen van bewegen te ontwikkelen. Volgensvan Rossum, ondanks het ontbreken van de wetenschappelijke onderbouwing, niet iets waar webezwaar tegen hoeven te hebben.Fan alleskinner oant PC winner 11
  • 12. Literatuurverkenning van talentopleidingen uit het buitenlandIn de inleiding heb ik al aangegeven dat het mijn plan is om de talentopleiding van de KNKB tehervormen aan de hand van het LTAD model geschreven door de Canadees Istvan Balyi. In dezeparagraaf presenteer ik de informatie die relevant is voor mijn onderzoek over dit model.Balyi, tegenwoordig beleidsmedewerker bij het National Coaching Institute British Colombia in Canada,heeft in de begin van de jaren ’90 de basis voor het huidige LTAD model gelegd. Balyi ontwikkeldedestijds voor zijn werkgever, de Canadese Ski Bond, een periodiseringsmodel van 8 jaar. Door de jarenheen heeft Balyi dit periodiseringsmodel verder ontwikkeld en in 2004 heeft dit geleid tot de introductievan het Long Term Athlete Development model zoals wij dat nu kennen. Om ervoor te zorgen datiedere sportorganisatie een mogelijkheid heeft om zelf een LTAD model te ontwikkelen heeft Balyisamen met het Canadian Sport Centres een resource paper uitgegeven dat daar handvaten voorgeeft.Balyi heeft in het LTAD model de ontwikkeling van kinderen en jong volwassen opgedeeld in 7 faseswaarin de fysieke, mentale, emotionele en cognitieve ontwikkeling centraal staat. De 7 fases van hetmodel zijn gebaseerd op de ontwikkelingsleeftijd van het kind en niet op de kalenderleeftijd. Doorontwikkelingstaken, die zijn afgestemd op de ontwikkeling van het kind, aan deze fases te koppelensluit het model veel beter aan bij de ontwikkeling van kinderen en jong volwassenen. Het beter kunnenaansluiten bij de ontwikkelingsleeftijd van kinderen en jong volwassenen is volgens Balyi van grootbelang. Het huidige systeem kent volgens Balyi veel tekortkomingen die er de oorzaak van zijn dat hetpotentieel van talenten onvolledig wordt ontwikkeld. Een van de tekortkomingen die hier een grote rolin speelt is de te vroege specialisatie van onze kinderen. In een poging om kinderen enthousiast temaken en te behouden voor onze sport brengen we ze op een te vroege leeftijd al sportspecifiekevaardigheden bij. Het gevolg, volgens Balyi, is dat trainers minder tijd besteden aan de grondvormenvan bewegen en daardoor minder vaardig worden in deze grondvormen. In de ogen van Balyi zijn degrondvormen van bewegen van groot belang voor het met plezier deelnemen aan sport op latereleeftijd. Ze vormen de basis van waaruit kinderen en jong volwassenen de sportspecifiekevaardigheden moeten aanleren. Balyi geeft dus aan dat kinderen en jong volwassenen die trainenvolgens het huidige systeem dus ondertraint zijn. Een andere belangrijke tekortkoming die Balyiaanhaalt is dat het huidige systeem zich teveel richt op de korte termijn resultaten en geen oog heeftvoor de ontwikkeling op de lange termijn. Gevolg is dat in trainingen en wedstrijden alles gericht is ophet winnen en scoren. Volgens Balyi staat deze manier van denken en werken het ontwikkelen op delange termijn in de weg.Om ervoor te zorgen dat de hierboven genoemde punten worden verbeterd en zo te komen tot eeneffectievere talentopleiding komt Balyi met 10 aandachtspunten. Wanneer sportorganisaties rekeninghouden met deze 10 aandachtspunten in hun vertaling van het LTAD model moeten ook dezetalentopleidingen op termijn meer rendement op kunnen leveren. Het eerste punt wat Balyi aanvoert isde zogenoemde “10 jaar regel”. Wetenschappelijk onderzoek1 heeft aangetoond dat er minimaal 10jaar van trainen en 10.000 trainingsuren nodig zijn om het potentieel van een kind volledig teontwikkelen. Voor een sporter betekend dit dat hij 10 jaar lang dagelijks 3 uren moet trainen om zijnpotentieel volledig tot wasdom te laten komen. Een ander punt uit deze lijst zijn de grondvormen vanbewegen. Eerder gaf ik al aan dat Balyi het beheersen van de grondvormen van bewegen ziet als debasis voor de sportspecifieke vaardigheden. De gedachte die hier achter zit is: wanneer een kind oplatere leeftijd met plezier wil deelnemen aan sporten als basketbal, korfbal, handbal, rugby of softbalzal het eerst de vaardigheid vangen moeten beheersen. Wordt het vangen niet of onvoldoendebeheerst dan zal het kind veel moeite hebben deze sporten goed te kunnen spelen. Volgens Balyi is hetbelangrijk dat de grondvormen van bewegen met plezier en via spel de kinderen worden aangeleerd.Het aandachtspunt ontwikkelingsleeftijd vormt een van de belangrijkste aandachtspunten binnen hetLTAD model van Balyi. Balyi stelt dat het afgaan op de kalender leeftijd van kinderen en jongvolwassenen een slechte keuze is. Het is beter af te gaan op de ontwikkelingsleeftijd van kinderen enjong volwassenen. De reden die Balyi hiervoor geeft is dat de ontwikkeling van kinderen en jongvolwassen nooit gelijk loopt. Volgens Balyi heeft wetenschappelijk onderzoek2 aangetoond datkinderen en jong volwassenen qua ontwikkeling in 3 groepen te verdelen zijn. De eerste groep zijn dekinderen die gezien hun leeftijd verder in de ontwikkeling zijn dan hun gemiddelde leeftijdsgenoten. Detweede groep zijn de kinderen waar de ontwikkeling gelijk loopt aan die van hun gemiddeldeleeftijdsgenoten. En de derde groep zijn de kinderen waarvan de ontwikkeling trager verloopt dan dievan hun leeftijdsgenoten. Wanneer zoals in het huidige systeem er van ontwikkeling op basis van1 Ericsson en Charness, 19942 J.M. Tanner, 1973Fan alleskinner oant PC winner 12
  • 13. gemiddelden wordt uitgegaan zijn de eerste en derde groep altijd in het nadeel. Aan de eerste groepsporters zal structureel minder tijd worden besteed omdat ze de vaardigheden al beter beheersen.Hetzelfde geldt min of meer voor de derde groep ook deze groep is in het huidige systeem kwetsbaardoor de mindere beheersing van vaardigheden. Met andere woorden de eerste groep traintstructureel op een te laag niveau en de derde groep traint structureel op een te hoog niveau. Het isvolgens Balyi dan ook beter om uit te gaan van de ontwikkelingsleeftijd en de daaraan gekoppeldeontwikkelingstaken. Pas wanneer een kind de ontwikkelingstaak beheerst kan hij de volgende stap inzijn ontwikkeling zetten. Op deze manier krijgen alle kinderen en jong volwassenen de juiste basis meeen zal ongeacht de ontwikkelingssnelheid het algemene niveau stijgen. Een aantal maal is in de teksthierboven de term ontwikkelingstaak naar voren gekomen. In het LTAD model zijn dezeontwikkelingstaken gekoppeld aan de zogenoemde “Windows of Trainability” en de “physical, mental,cognitive and emotional development”. Over de “physical, mental, cognitive and emotionaldevelopment” is Bayli kort in zijn toelichting. Ze horen thuis binnen de ontwikkeling van kinderen en jongvolwassenen, zeker wanneer je wilt komen tot een unifiorm opleidingstraject. Om dit kracht bij te zettenlevert Balyi 3 A4-tjes met kant-en-klare instructies voor trainers, coaches en begeleiders aan, die zoovergenomen kunnen worden. Waar Balyi wel meer aandacht aan besteed zijn de “Windows ofTrainability”. “Windows of Trainability” zijn periodes in de ontwikkeling van kinderen en jong volwassenenwaarin het effect van bepaalde training groter is dan normaal. Het gaat dan om trainingen gericht ophet verbeteren van het uithoudingsvermogen, de kracht, de snelheid, de coördinatie en de lenigheid.In Nederland wel bekend als de motorische grondeigenschappen. In het overzicht wat aangeeft welkeeigenschap op welk moment het beste kan worden getraind maakt Balyi onderscheid in deontwikkeling van een jongen en een meisje. Zo hebben jongens volgens Balyi meer tijd nodig om decoördinatieve onderdelen (vaardigheden) onder de knie te krijgen dan de meisjes. En blijkbaar geldtdit niet alleen voor de coördinatie, volgens het overzicht hebben jongens bij bijna alle onderdelenmeer tijd nodig of is het beter er later mee te starten dan bij meisjes. Balyi adviseert dan ook om hetopleidingstraject van jongens en meisjes te scheiden. Het laatste aandachtpunt wat ik nog wilbenoemen, is dat wat Balyi “Continuous Improvement” noemt. Balyi benadrukt dat het van grootbelang is dat het LTAD model zich moet blijven ontwikkelen, hij haalt daarbij de Japanse filosofie Kaizen aan. Balyi geeft aan dat het LTAD doorlopend tegen de lamp moet worden gehouden en getoetstmoet worden aan de hand van nieuwe wetenschappelijke onderzoeken en innovaties zonder datdaarbij “de klanten” uit het oog worden verloren.Naast de resource paper die Balyi samen met het Canadian Sport Centres heeft uitgegeven, heeft ookIan Stafford samen met Sports Coach UK een handleiding over het LTAD model uitgegeven. Staffords“Coaching for Long Term Athlete Development” is bedoelt voor trainer/coaches en sportverenigingenin het Verenigd Koninkrijk. Met dit boekje, waarin hij het LTAD model heeft vertaald naar het Britsesportsysteem, wil hij een bijdrage leveren aan het verbeteren van de deelname en prestaties van deBritten. In grote lijnen komt de uitwerking van Stafford overeen met het originele model, zo heeftStafford het opleidingstraject net als dat van Balyi verdeeld in fases. En ook de 10 aandachtspunten zijngelijk gebleven. Het grote verschil in de uitwerking van Stafford zit hem in de gerichtheid. Stafford richtzich nadrukkelijk op de trainer/coaches die met het model moeten werken en spreekt deze mensendan ook aan in zijn uitwerking. Een mooi voorbeeld daarvan is de paragraaf “Happy accidents?” in deinleiding. Stafford haalt hier een 16 jarige jongen aan die via een soort sportkeuzetest op zijn school pertoeval in aanraking kwam met het roeien. Een jaar na zijn eerste kennismaking met het roeien werddeze jongen tweede op de Nationale Kampioenschappen en op zijn 18de (2 jaar na de kennismaking)herhaalde hij dit alleen toen op de Wereld Kampioenschappen. Met het zojuist genoemde voorbeeldin het achterhoofd stelt Stafford de volgende vraag. Moeten trainer/coaches blijven wachten tot ertoevallig een talentje voorbij komt of is het verstandig om meer systematisch te werk te gaan bij hetherkennen en ontwikkelen van jonge kinderen. Hoewel Stafford weet dat toevalligheden nooit uit tesluiten zijn geeft hij aan dat een meer systematische aanpak op den duur meer talentvolle sporters zalopleveren. Stafford verlegt hiermee min of meer ook het uitgangspunt van het LTAD model. In hetoriginele LTAD model van Istvan Balyi is het uitgangspunt een bijdrage te leveren aan een gezonde enactieve levensstijl van de bevolking. Dat de gekozen aanpak ook voor een goede basisopleiding bijtalentvolle sporters zorgt is een mooie bijkomstigheid maar niet direct het doel. In zijn vertaling geeftStafford juist aan dat dit wel het doel moet zijn3, hij geeft aan dat deze basisopleiding juist tengrondslag moet liggen aan het op latere leeftijd vaardig worden in sportspecifieke vaardigheden. Dezebasisopleiding wordt door zowel Balyi4 als Stafford5 “Physical Literacy” genoemd. Vrij vertaald in hetNederlands betekend dit fysieke competentie, anders gezegd deze basisopleiding moet3 Zie Coaching for Long-Term Athlete Development, p. 74 Zie Canadian Sport for Life, p. 55 Zie Coaching for Long-Term Athlete Development, p 17Fan alleskinner oant PC winner 13
  • 14. kinderen fysiek vaardig maken. De basisopleiding bestaat uit het ontwikkelen van de grondvormen vanbewegen en het ontwikkelen van de eerste sportspecifieke vaardigheden. Daar waar Balyi dezebasisopleiding inzet om bij te dragen aan een actieve en gezonde leefstijl op latere leeftijd. Ziet Stafforddeze basisopleiding meer als kans om het niveau in de breedtesport omhoog te brengen. Om hiervervolgens weer de talenten voor de topsport uit te halen.Een ander belangrijk verschil tussen de handleiding van Balyi en Stafford is de aandacht die er wordtgeschonken aan wat er van de trainer/coaches mag worden verwacht. Eerder al gaf ik aan dat dehandleiding van Stafford meer op de trainer/coach is gericht dan die van Balyi. Samen met eenandere kijk op het toepassen van de basisopleiding heeft Stafford gemeend een apart hoofdstuk aande opleiding en de vaardigheden van de trainer/coaches te moeten wijden. In zijn handleidingbenoemt Balyi wel een aantal maal dat het belangrijk is dat ook de jeugd wordt getraind doorzogenoemde “high performance coaches” maar daar blijft het dan ook bij. Stafford daarentegenhaalt het “dual development model” van Harrison en Crouch6 naar voren om aan te geven welkekwaliteiten en vaardigheden er van een trainer/coach mogen worden verwacht. Dit model geeft aandat in tegenstelling tot dat wat nu soms wordt aangenomen de trainer/coach wel degelijk een zeerbelangrijke rol speelt in de ontwikkeling van jonge kinderen. Met name in de eerste jaren is de rol vande trainer/coach cruciaal. In deze jaren moeten de kinderen zo breed mogelijk worden opgeleid enmoet de trainer/coach kennis hebben van de grondvormen van bewegen en hoe deze op eenuitdagende en plezierige manier aan te bieden. Pas nadat de kinderen dit goed onder de kniehebben kan er begonnen worden met het aanleren van sportspecifieke vaardigheden. Naastsportspecifieke kennis moet de trainer/coach in deze fase ook beschikken over kennis hoe kinderen enjong volwassenen leren, te samen moet dit zorgen voor een effectieve ontwikkeling van devaardigheden. Pas dan komen we terecht op het punt waarvan wij op dit moment denken dat onzebeste trainer/coaches moeten werken, namelijk bij de wat oudere talentvolle jeugd. Volgens het “dualdevelopment model” is het werken met deze talenten makkelijker dan met de kinderen en jongvolwassenen uit de eerdere fases. Uiteraard moet de trainer/coach wel beschikken over de nodigekennis om te komen tot een evenwichtig trainingsprogramma. Echter omdat presteren in deze fasesteeds belangrijker wordt is het van groot belang dat alle verschillende trainingsonderdelen goed opelkaar zijn afgestemd. Veel trainer/coaches zullen hierbij gebruik maken van experts omdat het voorhen zelf simpelweg niet te doen is om van alle trainingsonderdelen alle ins en outs te kennen. Hoewel erwel degelijk verschil zit in de rol die de trainer/coach heeft in de verschillende fases van deontwikkeling, vinden Harrison en Crouch het onterecht dat de oudere jeugd de betere coachesmoeten hebben en dat de jonge kinderen het wel kunnen doen met de goed willende vrijwilligers. Zijpleiten er dan ook voor om de opleiding en ontwikkeling van trainer/coaches aan te passen. En ervoorte zorgen dat de trainer/coaches geschoold worden op basis van de fase waarin ze werkzaam zijn.Verkenning van LTAD modellen uit NederlandNaar aanleiding van het Masterplan Talentontwikkeling en het daaruit voortgevloeide formatMeerjaren Opleidingsplan zijn verschillende sportbonden in Nederland begonnen met het ontwikkelenvan een eigen Meerjaren Opleidingsplan. Een van de Nederlandse sportbonden die hier veel tijd enenergie in heeft gestoken is de Koninklijke Nederlandse Zwem Bond (KNZB), voor zowel het zwemmenals het waterpolo hebben zij een compleet opleidingsplan ontwikkeld volgens het format MeerjarenOpleidingsplan. Opvallend aan dit Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen (MOZ) is dat het een volledigeschematisch uitwerking is. Bij bijna alle fases, alleen van de TrainTrainen fase is een toelichtinggepubliceerd, ontbreekt een toelichting op de informatie uit de schema’s. Deze schematischeuitwerking zorgt er echter wel voor dat het een overzichtelijk geheel is en het geeft op een korte enbondige manier informatie over hoe er getraind kan worden. Het gaat daarbij veel verder dan alleensportspecifieke vaardigheden. Naast het sportspecifieke is er veel aandacht voor derandvoorwaarden, als (para)medische begeleiding, materiaal en faciliteiten. Een sterk punt uit dezeuitwerking is dan ook de informatie die het geeft over met welk materiaal de trainer/coach het bestekan werken per fase. Hierbij wordt niet alleen “traditioneel” oefenmateriaal genoemd, men noemt ookhet gebruik van audiovisueel materiaal om feedback mee te geven. Het MOZ geeft de trainer/coacheen goed overzicht over wat in welke fase goed is om te doen en kan in dat opzicht trainer/coachesveel ondersteuning bieden bij het opleiden van jonge zwemmers.Een ander Nederlandse sportbond die als leidend mag worden beschouwt op het gebied van deMeerjaren Opleidingsplannen is de Nederlandse Triatlon Bond (NTB). Ook deze sportbond is in 20066 Harrison en Crouch, 2002Fan alleskinner oant PC winner 14
  • 15. begonnen met het ontwikkelen van een eigen Meerjaren Opleidingsplan Triatlon voor de OlympischeAfstand. In grote lijnen lijkt deze uitwerking van het Meerjaren Opleidingsplan (MJOP) veel op die vande KNZB, wat niet verwonderlijk is omdat het MOZ volgens de literatuurlijst is gebruikt bij de tot standkomen van het MJOP. Deze vergelijking komt het meest tot zijn uiting in de schematische uitwerking diebeide sportbonden gebruiken om het opleidingsplan weer te geven. Daarnaast heeft de NTB integenstelling tot de KNZB er wel voor gekozen om een toelichting te schrijven bij het schematischeoverzicht. Zij doen dat in twee delen, het eerste deel geeft vooral algemene informatie en gaat in ophoe men tot het MJOP is gekomen. Het tweede deel van de toelichting is volledig gericht op detrainingstechnische achtergrond van het MJOP. Dit document geeft veel informatie over hoe men devaardigheden en kwaliteiten die genoemd worden in de schema’s kan ontwikkelen in de trainingen.Het geeft richtlijnen hoe te komen tot oefenvormen, tips om een hoog rendement te boeken envoorbeelden van testen om de opbrengst van deze trainingen te meten. Dit doet de toelichting nietalleen op het gebied van de fysieke en sporttechnische vaardigheden. Ook de mentale en tactischevaardigheden komen aanbod. Deze door de NTB ontwikkelde en gepubliceerde toelichting kan doortrainer/coaches gebruikt worden als een ware bron om te komen tot effectieve trainingen met eenhoog rendement.Verkenning van LTAD modellen uit het buitenlandWaar er in Nederland momenteel veel sportbonden bezig zijn met het ontwikkelen van een MeerjarenOpleidingsplan zijn er in Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk al veel sportspecifiekeLTAD modellen in gebruik genomen. Een van de sportbonden uit Canada dat al een aantal jaren meteen eigen sportspecifiek LTAD model werkt is Tennis Canada. Tennis Canada heeft voor het tot standkomen van het LTAD model een regiegroep in het leven geroepen die als taak hebben het LTAD totstand te brengen en verder te ontwikkelen. Deze regiegroep is gekomen tot een zeer compleet LTADmodel waarin niet alleen aandacht is voor de valide sporters, ook de minder valide sporters (hetrolstoeltennis) zijn in dit LTAD model meegenomen. Voor de uitwerking begint met het presenteren vanhet daadwerkelijke LTAD model geeft het eerst informatie over wat het LTAD model inhoud en wat dezwakke punten zijn in het huidige opleidingsmodel. Vervolgens begint men met het uiteenzetten vanwelke zaken van invloed zijn geweest voor het tot stand komen van het LTAD model tennis. De zakendie hier worden genoemd zijn vrijwel gelijk aan de 10 aandachtspunten die Balyi in zijn handleiding voorhet LTAD model noemt, met dit verschil dat Tennis Canada op enkele punten een toevoeging heeft. Zomaakt Tennis Canada bijvoorbeeld de opmerking bij het periodiseren dat de focus op korte termijnresultaten schadelijk kunnen zijn voor een succesvolle sportbeoefening op latere leeftijd. Men voegtdaar aan toe dat trainer/coaches en ouders hier over geschoold moeten worden en moeten inzien datsucces motivatie voor een langere tijd vraagt. Deze toevoegingen worden niet alleen gegeven voorde valide sporters, daar waar nodig worden er bij deze 10 aandachtspunten ook toevoegingengegeven voor het rolstoeltennis.Na deze uitleg komt men bij het daadwerkelijke LTAD model tennis. Met behulp van een afbeeldinggeeft men in een opslag een overzicht van hoe het LTAD model is opgebouwd. Er wordt hierbijonderscheid gemaakt tussen een recreatieve stroom en een prestatieve stroom. Echter de basis voorieder kind dat begint met tennis is hetzelfde, zo begint ieder kind van een jaar of 6 in de“FUNdamentals” fase en stroomt het vervolgens door naar de “Developing” fase. Vanaf deze fase is ereen verschil met het originele LTAD model van Balyi. In het originele model groeien kinderen in principedoor in de volgende fases en kunnen ze naar de “Active for Life” fase overstappen wanneer ze nietmeer competitief willen sporten. In het model van Tennis Canada kunnen kinderen na de “Developing”fase al bewust kiezen (of gedwongen worden) om over te stappen naar de “Active for Life” fase. Vanafhier wordt dus het onderscheid gemaakt in een recreatieve stroom en een prestatieve stroom. Derecreatieve stroom heeft als doel om kinderen en jong volwassenen actief te houden en probeert opdeze manier een bijdrage te leveren in het voorkomen van gezondheidsklachten. Voor de prestatievestroom geldt dat er geprobeerd gaat worden om er uit te halen wat er in zit. Uiteraard is het altijdmogelijk om van de prestatieve stroom over te stappen naar de recreatieve stroom (al dan nietgedwongen). Andersom zal moeilijker zijn maar lijkt niet onmogelijk. Na het geven van een schematischoverzicht van de fases gaat de uitwerking verder met het beschrijven van de verschillende fases diedoor Tennis Canada zijn aangebracht. Hier wijkt Tennis Canada enigszins af van het originele model.Het model van Tennis Canada telt in totaal 8 fase, 1 fase meer dan het originele model. Men heeftervoor gekozen om na de “Training to Win” fase, die Tennis Canada de naam “Learning to be a Pro”geeft, een extra fase toe te voegen. Deze fase heeft de naam van “Living as a Pro” gekregen en richtzich op tennissers van 22 jaar en ouder. Door deze toevoeging zijn er ook wat veranderingen qualeeftijd in de onderliggende fases. In het originele model van Balyi kan het zijn dat de fases “Learning toCompete” en “Learning to Win” parallel aan elkaar lopen. In het model van Tennis Canada is dit nietFan alleskinner oant PC winner 15
  • 16. aan de orde, tennissers gaan pas naar de volgende fase wanneer dit volgens de structuur van hetmodel aan de orde is.Het beschrijven van de verschillende fases gebeurt in het LTAD model van Tennis Canada op eenduidelijke en volledige manier. Per fase wordt eerst aangegeven waar het in die specifieke fase omhoort te draaien. Dit doet men niet alleen voor het tennis zelf, ook worden school, thuis en eventueleandere sporten meegenomen. Vervolgens worden de doelstellingen van de specifieke fase benoemd,gevolgd door richtlijnen voor trainer/coaches en ouders. Deze doelstellingen en richtlijnen zijn vooralbedoelt om trainer/coaches een duidelijke richting te geven over hoe men de trainingen kanorganiseren om een zo optimaal mogelijk resultaat te kunnen boeken. Deze informatie wordtaangevuld met een tabel waarin op mentaal, fysiek, tactisch en technisch gebied wordt aangegevenwat de kinderen zouden moeten kunnen en waarop getraind moet worden per fase. De informatie perfase wordt vervolgens gecompleteerd met een overzicht van het aanbevolen aantal wedstrijden dater gespeeld zou moeten worden. Op de hierboven geschetste manier wordt iedere fase van het LTADmodel tennis besproken en ook nu geldt weer er is niet alleen aandacht aan de valide sportersgeschonken ook het rolstoeltennis komt aanbod.Fan alleskinner oant PC winner 16
  • 17. ConclusieIn dit hoofdstuk vat ik de uitkomst van de interviews en het literatuur onderzoek samen. De punten die ikin dit hoofdstuk benoem zijn mijn uitgangspunten geweest voor het ontwikkelen van het LTAD modelkaatsen.InterviewsAan het begin van mijn onderzoeksverslag heb ik al even kort benoemd met welke mensen ik allemaaleen onderhoud heb gehad over hoe de vernieuwde talentopleiding van het kaatsen mogelijk vormzou kunnen worden gegeven. Ik heb geprobeerd met mensen te spreken die op allerlei verschillendemanieren betrokken zijn bij het opleiden van kaatsers, persoonlijk vind ik het nog altijd erg jammer datde mensen die verantwoordelijk zijn voor het opleiden bij de diverse kaatsscholen niet open stondenvoor een gesprek. De resultaten van de overige gesprekken hebben mij een helder beeld gegevenover waar men graag aanpassingen wil zien en hoe mijn gesprekspartners deze aanpassingen voorogen hebben. Als paal boven water staat dat het niet meer van deze tijd is dat de KNKB per categorie4 selectiegroepen heeft en dat de taak van het opleiden van kaatsers voor het grootste deel bij deverenigingen komt te liggen. Bij het voeren van de gesprekken komt naar voren dat bij het verschuivenvan de verantwoordelijkheid er twee gevaren op de loer liggen, namelijk de kwaliteit van opleiden ende mogelijkheid tot deelname. Belangrijk is dat de verenigingen worden ondersteunt bij hetontwikkelen van een eigen opleidingsplan en dat ieder jeugd lid van een vereniging de mogelijkheidheeft tot deelname aan trainingen.Uit de door mij gevoerde gesprekken over hoe trainingen te organiseren werd mij duidelijk dat het tijdnodig heeft voor de kaatswereld anders begint te denken. Volgens mijn gesprekspartners heeft hetverleden inmiddels uitgewezen dat de KNKB daar een centralere rol in moet spelen en deze taak nietmeer moet neerleggen bij de huidige federaties. Men zou graag zien dat de KNKB het initiatief neemtvoor het opzetten van trainingsregio’s met steunverenigingen. In deze opzet kunnen verenigingen enjonge kaatsers aankloppen bij de KNKB, die vervolgens in overleg kijkt of er een mogelijkheid is om dezejonge kaatsers bij een buurt vereniging te laten mee trainen.Ook de gesprekken over de inhoud van het opleiden leverde waardevolle informatie. Het werd mijduidelijk dat de trainingen op dit moment te eenzijdig ingericht zijn. Alles is gericht op het zo snelmogelijk onder de knie krijgen van de kaatsvaardigheden om maar prijzen in de wacht te kunnenslepen. Een gevaarlijke en achterhaalde gedachte volgens mijn gesprekspartners, men constateert datkaatsende kinderen die op deze manier opgeleid worden op den duur stil komen te staan in hunontwikkeling. Mijn gesprekspartners pleiten voor een meer geleidelijkere opbouw, die als voordeel heeftdat er meer tijd aan de vaardigheden kan worden besteed. Ook geeft het ruimte om aandacht tebesteden aan vaardigheden die bijdragen aan het makkelijker en efficiënter bewegen. Als laatstekomt uit de gesprekken naar voren dat de KNKB er voor moet waken dat het de verenigingen laat“zwemmen” bij het opleiden van de jonge kaatsers. De KNKB moet het initiatief nemen in het willendelen van kennis en proberen verenigingen te betrekken bij het verder ontwikkelen van dejeugdopleidingen.Fan alleskinner oant PC winner 17
  • 18. LiteratuurIn een eerder hoofdstuk heb ik een beschrijving gegeven van de literatuur die ik heb gevonden en hebgelezen in mijn zoektocht naar informatie over talentopleidingen en talentontwikkeling. Het magduidelijk zijn dat ik lang niet alle literatuur die ik heb gevonden tijdens mijn verkenning heb beschreven.Ik heb er bewust voor gekozen om alleen die literatuur te beschrijven die in mijn ogen relevant is voorde situatie waarin mijn onderzoek plaatsvindt.De literatuur samenvattend kunnen we stellen dat het LTAD model in Nederland nog niet onomstredenis. Nederlandse (en enkele buitenlandse) wetenschappers hebben veel moeite met dewetenschappelijke onderbouwing van het originele LTAD model. Zij stellen dat de wetenschappelijkebewijzen die aangevoerd worden voor dit model veroudert zijn, onvoldoende bewezen in sportsituatiesof nooit gepubliceerd zijn. Ondanks deze bezwaren heeft NOC-NSF toch gekozen om het opleiden vantalenten een impuls te geven door te gaan werken volgens dit model. Dit voorbeeld is gevolgd dooreen aantal sportbonden in Nederland, zij hebben met behulp van een format een eigen sportspecifiekLTAD model ontwikkeld. In het buitenland is er over het algemeen minder weerstand tegen het LTADmodel. Voor een groot deel heeft dit te maken met de meer optimistischere kijk op zaken van metname wetenschappers uit de Verenigde Staten, Canada en Verenigd Koninkrijk. Waar men in Europavaak nog aanvullend onderzoek wil doen om beter beslagen ten ijs te komen. Daar kiest men er indeze landen eerder voor om over te gaan tot publicatie en het toepassen op basis van deze eersteonderzoeksresultaten. Dit blijkt ook wel uit het grote aantal sportspecifieke LTAD modellen dat al in deVerenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk is ontwikkeld en wordt toegepast.Fan alleskinner oant PC winner 18
  • 19. ResultatenIn dit hoofdstuk omschrijf ik wat de resultaten van mijn onderzoek zijn en hoe ik basis van die resultatentot het LTAD model Kaatsen ben gekomen.In de hoofdstukken hierboven omschrijf ik al veel over het Canadese LTAD model en enkele vertalingendaarvan. Naast deze informatie die ik uit de literatuur heb kunnen halen heb ik voor de vertaling vanhet LTAD model naar het kaatsen ook gebruik gemaakt van de kennis en expertise van mensen uit dekaatswereld. Met behulp van het interviewen van deze mensen ben ik uiteindelijk tot het Lange TermijnKaatser Ontwikkelingsplan gekomen.Lange Termijn Kaatser OntwikkelingsplanHet Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan (LTKO) is een door mij gemaakte vertaling van hetCanadese LTAD model voor de KNKB. De eerste stap die ik heb gezet na het bestuderen van hetoriginele model en de diverse vertalingen daarvan is het neerzetten van een structuur die vergelijkbaaris met het origineel. Het originele model en de verschillende vertalingen hebben het volledigeontwikkelingstraject van jonge sporters tot topsporters allemaal opgedeeld in ontwikkelingsfases. Voorhet LTKO heb ik dit ook gedaan en om duidelijkheid te creëren heb ik aan deze fases decompetitiecategorieën zoals het kaatsen die kent gekoppeld. De hiermee ontstane structuur isdaarmee gelijk aan die van de meeste Nederlandse vertalingen van het LTAD model, ook dezesportbonden hebben er voor gekozen iedere fase aan een competitiecategorie te koppelen.Vervolgens ben ik gaan kijken naar welke informatie er per fase terug te vinden moet zijn, hiervoor hebik veel gebruik gemaakt van de beschikbare literatuur en de informatie uit de door mij gehoudeninterviews. Het artikel geschreven door dr. van Rossum heeft hierin een belangrijke rol gespeeld, aan dehand van zijn artikel heb ik er bewust voor gekozen een aantal zaken weg te laten in het LTKO. Hetgaat hierbij met name om zaken uit het originele model waar weinig tot geen wetenschappelijkeonderbouwing voor is te vinden. De belangrijkste daarvan is het verschil in ontwikkeling tussen eenjongen en een meisje. Zoals dr. van Rossum al aangeeft bestaat er tot op heden geen enkelwetenschappelijk bewijs voor het feit dat de ontwikkeling van een meisje vlotter verloopt dan die vaneen jongen. Ik heb er in het LTKO dan ook voor gekozen om de ontwikkeling van jongens en meisjesgelijk te laten verlopen. Om die reden ook heb ik besloten om een ander belangrijk punt uit hetoriginele LTAD model weg te laten, de “Windows of Trainability”. De “Windows of Trainability” makennamelijk ook onderscheidt in de ontwikkeling van jongens en meisjes. In een poging van mij om deze“Windows” eventueel toch in aangepaste vorm te kunnen gebruiken heb ik gezocht naar dewetenschappelijke bron er van. Al snel tijdens deze zoektocht kwam ik tot dezelfde conclusie als dr. vanRossum, ook ik kan het onderzoek dat tot de “Windows of Trainability heeft geleid niet vinden.In navolging van het LTAD model van Tennis Canada heb ik er in het LTKO ook voor gekozen om perfase de mentale, fysieke, technische en tactische vaardigheden weer te geven. Aangevuld metrichtlijnen en tips voor de gebruikers van het LTKO vormen zij de kern. Alle relevante informatie per faseis op deze manier op 1 ½ A4tje terug te vinden. Ik ben tot deze manier van uitwerken gekomen na hetvoeren van een tweetal feedback gesprekken. Het eerste feedback gesprek was met Tjalling v/d Bergnadat ik een eerste opzet had gemaakt. Tjalling gaf aan dit deze eerste versie er al heel behoorlijk uitzag en was zeer te spreken over de door mij neergezette structuur. Als grootste punt van kritiek gafTjalling de hoeveelheid tekst die ik gebruikte, in zijn ogen moest dit korter en bondiger. Om dit te kunnenrealiseren heeft hij mij geïntroduceerd bij Ruben Bakema, co-auteur van het boek Vinden-Binden-Scoren en bewegingswetenschapper. Volgens Tjalling is Ruben een meester in het redigeren vanteksten en heeft hij veel kennis van opleidingsmodellen. Samen met Ruben heb ik mijn eerste versieeens kritisch tegen het ligt gehouden. Een van de punten waar Ruben mee kwam was het weergevenvan de structuur in een afbeelding. Mensen zien dan in 1 oogopslag waar het omgaat zonder langeteksten te hoeven lezen. Een ander punt dat Ruben aangaf was het nadrukkelijker benoemen van deontwikkelingsleeftijd. In mijn eerste uitwerking benadrukte ik te veel de kalenderleeftijd zoals diegemiddeld genomen zou kunnen verlopen. Ruben pleitte ervoor om beter te benadrukken dat deontwikkeling uit gaat van hoe ver het kind in zijn of haar ontwikkeling is en kan voldoen aan devaardigheden behorend bij de fase, in plaats van het benoemen van de leeftijd passend bij eengemiddelde ontwikkeling. Daarnaast moesten mijn teksten korter en bondiger worden en meeruitnodigen tot lezen. De tip die ik hiervoor van Ruben kreeg was, benoem alleen het noodzakelijke enprobeer iedere alinea qua zinnen en woorden anders op te bouwen. De tekst wordt hier “verrassend”van en daardoor beter leesbaar.Fan alleskinner oant PC winner 19
  • 20. Op basis van deze feedback heb ik toen het LTKO aangepast en uitgewerkt. Nadat dit voltooid wasstelde Tjalling voor om de inhoud uit het LTKO te gaan presenteren om zo de laatste plooien glad testrijken. Dit gehele proces heeft uiteindelijk geleid tot de uitwerking van het Lange Termijn KaatserOntwikkelingsplan dat terug te vinden is in de bijlage van dit verslag.Thematraining behendigheidNaast het ontwikkelen van het Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan heb ik een thematrainingontwikkeld gericht op de behendigheid. Deze thematraining is ontwikkeld in de lijn van het LTKO en isuitgevoerd op zondag 28 november 2010. Doel van deze thematraining was om aan de hand van debehendigheid van een kind te testen hoe ver deze is in zijn ontwikkeling. De thematrainingbehendigheid maakt deel uit van een serie van 3 thematrainingen die de scouts van de KNKB inzichtmoeten geven in welke kinderen eventueel uitgenodigd zouden kunnen worden voor deelname aande talentopleidingen.Voor het ontwikkelen van de oefenvormen voor de thematrainingen heb ik gekeken naar de inhoudvan de “FUNdament” fase van het LTKO en naar het werkboek “An introduction to the FUNdamentalsof movement”. Dit werkboek geeft een goede onderbouwing van hoe trainingen en oefenvormenkunnen worden georganiseerd en bijdragen aan het ontwikkelen van jonge sporters. De oefenvormenuit dit boek zijn allemaal gebaseerd op het ontwikkelen van de grondvormen van bewegen. Naastdeze grondvormen van bewegen gaat het werkboek ook in op de basiseigenschappen voorsportvaardigheden, balans, coördinatie, behendigheid en snelheid. Het werkboek geeft aan dat hettesten van jonge sporters op deze vaardigheden een goed beeld moet geven van hoe ver ze zijn inhun ontwikkeling.Voor het ontwikkelen van de oefenvormen voor de thematraining behendigheid heb ik mij dan ookgericht op het inzichtelijk maken van de balans, coördinatie, behendigheid en snelheid. Ik heb dezeoefenvormen zo ik proberen te maken dat ze een duidelijke relatie met het kaatsen hebben en eenmeetbaar resultaat opleveren. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in een viertal oefenvormen waarinjonge kaatsers een kans krijgen om te laten zien wat ze kunnen.Het draaiboek en de evaluatie van de thematraining is terug te vinden in de bijlage van ditonderzoeksverslag.Fan alleskinner oant PC winner 20
  • 21. AanbevelingenIn dit hoofdstuk doe ik een aantal aanbevelingen die de vernieuwing en de herstructurering van detalentopleidingen ten goede kunnen komen. Een deel van deze aanbevelingen zijn terug te vinden inhet LTKO, de andere aanbevelingen geef ik mee als mogelijke denk richtingen voor de toekomst.OpleidingsstructuurOm de kracht van het LTKO optimaal te kunnen benutten is het van belang de opleidingsstructuur vanjonge kaatsers enigszins aan te passen. In de eerste 3 fases richt het LTKO zich op het ontwikkelen vaneen aantal basisvaardigheden die een grote rol spelen in de mogelijkheid te kunnen presteren oplatere leeftijd. Op dit moment is men erg gericht op het willen winnen en heerst het idee dat hoe meerik win, hoe hoger mijn niveau is en hoe hoger ik moet trainen. Waarbij men het deelnemen aan deKNKB trainingen als het hoogst haalbare ziet. Deze manier van denken moet worden veranderd in degedachte dat jonge kaatsers eerst een goede beheersing moet krijgen van de basisvaardigheden voorer over winnen gesproken kan worden. Het aanleren en ontwikkelen van deze basisvaardigheden kanprima bij de lokale vereniging gebeuren of een vereniging uit een naast gelegen plaats. Het trainenmet de eigen vriendjes op fiets afstand van het ouderlijk huis geeft kinderen meer plezier dan wekelijkseen halfuur reizen om met relatief onbekenden te kunnen trainen.WedstrijdstructuurWat voor de opleidingsstructuur geldt, geldt in grote lijnen ook voor de wedstrijdstructuur. Bij deopleidingsstructuur gaf ik al aan dat alles gericht is op het willen winnen om maar het hoogste niveau tekunnen halen. De wedstrijden op het hoogste niveau worden wekelijks door de KNKB georganiseerd envinden plaats door de hele provincie. Vergelijkbaar met de trainingen is het verstandiger ook dewedstrijden lokaler te organiseren. Ook hier geldt dat het met vriendjes spelen van wedstrijden op fietsafstand van het ouderlijk huis meer plezier zal opleveren dan het wekelijks een eind van huis spelen metrelatief onbekenden. Ook de frequentie van de wedstrijden mag minder, nu kunnen jonge kaatserswekelijks van begin mei tot eind augustus deelnemen aan een wedstrijd. Voor kaatsers uit de tweedeen derde fase van het LTKO mag dit best twee wekelijks zijn. Trainingen kunnen op deze manier watmeer in het teken van de ontwikkeling staan en de nadruk op het winnen zal afnemen.Kwaliteit trainer/coachesDe vernieuwde manier van het opleiden van jonge kaatsers vraagt ook een andere manier vanbegeleiden door de trainer/coaches. Nu is het nog zo dat hoe hoger het spelniveau hoe beter detrainer/coach geschoold. Met de intrede van het LTKO wordt het belangrijk dat ook de jongste jeugdde beschikking krijgt over goed geschoolde trainer/coaches. Naast de speltechnische kennis moetentrainer/coaches nu ook kennis hebben van zaken als motorisch leren, cognitieve ontwikkeling en degrondvormen van bewegen. Dit betekend dat de opleiding tot trainer/coach hierop aangepast moetworden en dat de huidige trainer/coaches bijgeschoold moeten worden. Deze bijscholingen zoudeneigenlijk gekoppeld moeten worden aan een licentiesysteem waarin trainer/coaches verplicht wordenom zich jaarlijks te laten bijscholen. Op deze manier blijven de trainer/coaches op de hoogte van denieuwste ontwikkelingen en is de kwaliteit beter gegarandeerd.Werkgroep LTKOOm in de toekomst te voorkomen dat de talentopleidingen weer verouderd raken is het van belangdat het huidige LTKO doorlopend ontwikkeld wordt. Ik pleit dan ook voor de oprichting van eenwerkgroep LTKO. Deze werkgroep moet worden belast met het doorlopend vernieuwen en bijstellenvan de talentopleidingen. Zij moeten deze vernieuwingen uitwerken, invoeren en voor de bijscholingvan trainer/coaches zorgen. Met de oprichting van deze werkgroep moet niet te lang wordengewacht, iedere dag doe zich er weer nieuwe ontwikkelingen voor.Fan alleskinner oant PC winner 21
  • 22. SamenvattingHier geef ik samengevat weer wat ik heb onderzoek, hoe ik dit heb gedaan, wat het resultaat is en heteventuele vervolg op mijn onderzoek. Ik doe dit zowel in het Nederlands als in het Engels.In this chapter I will give an abstract of my research. I will explain to you what I studied, how I did this,what the results are and witch consequents this has for the near future.NederlandsDit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond (KNKB) en heeft alsdoel het vernieuwen en herstructureren van de talentopleidingen. Dit is noodzakelijk in verband met deverslechterde financiële en veranderende sportieve positie van de KNKB. Financieel bekeken is hetbelangrijk dat de organisatie gaat inkrimpen, er moeten dus trainingsgroepen verdwijnen. Sportiefgezien moet er worden vernieuwd, er wordt momenteel getraind volgens een achterhaalde visie. Doorhet schrijven van een nieuw talentenopleidingsplan kan zowel de vernieuwing als de herstructureringdoorgevoerd worden. Het vernieuwde talentenopleidingsplan wordt een vertaling van het CanadeseLong Term Athlete Development model (LTAD). Dit model wordt momenteel wereldwijd door alle grotesportorganisaties vertaald naar de eigen sport om het opleiden van talentvolle sporters een impuls tegeven.Om het originele LTAD model op een goede manier naar het kaatsen te vertalen ben ik gaan kijkennaar wat de inhoud van het Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan (LTKO) zou moeten zijn. Dit heb ikop twee verschillende manieren gedaan, allereerst heb ik gekeken naar de beschikbare literatuur. Ikben daarbij gestuit op verschillende artikelen die ingingen op de manier waarop Istvan Balyi, degeestelijk vader van het LTAD model, tot dit ontwikkelingsmodel is gekomen. In de door mijaangetroffen artikelen waren enkele opmerkelijke verschillen te ontdekken, het ene artikel pleite voorhet gebruiken van het model. Terwijl het andere artikel juist grote kanttekeningen plaatste bij hetgebruiken van het model. Voorstanders van het model gaven aan dat het grote kansen bied omkinderen in het beginsel goed te leren bewegen, wat hen op latere leeftijd zal helpen om gezond enactief te blijven. Critici daarentegen twijfelen nogal aan de gestelde beweringen van het model. Zijhebben grote twijfels bij de wetenschappelijke onderbouwing van het model, met name hetonderscheid dat er wordt gemaakt in de ontwikkeling tussen jongens en meisjes stuit op grotebezwaren. De wetenschappelijke onderbouwing voor dit verschil is te dun, stellen zei. Onderzoeken dieals basis voor deze keuze hebben gediend zijn niet terug te vinden op gerenommeerde plaatsen of zijndusdanig oud dat het maar de vraag is of dit op de huidige tijd van toepassing kan zijn. Naast dezeartikelen heb ik ook gekeken naar de door verschillende sportbonden al ontwikkelde LTAD modellen. Ikheb daarbij vooral gekeken naar wat de structuur van deze modellen is en welke informatie er wordtgegeven. Bij het bekijken van deze vertalingen viel op dat over het algemeen de structuur dezelfde isen dat er verschillen te ontdekken vielen in de informatie die er wordt gegeven. De ene vertaling geefteen keurige onderbouwing van de vaardigheden die men wil ontwikkelen waar andere vertalingenalleen kort de vaardigheden per fase weergeven.Na de literatuur te hebben bestudeerd en een eerste schets van het LTKO te hebben gemaakt ben ikmij gaan richten op de inhoud die het model moet gaan geven. Om ervoor te zorgen dat deinformatie ook daadwerkelijke van betekenis is voor de trainer/coaches en verenigingen heb ikinterviews gehouden met mensen uit de kaatswereld. Ik heb hen gevraagd naar hun kijk op hetopleiden van talentvolle kaatsers en wat zij in deze opleiding terug zouden willen zien. Een veelgehoorde mening tijdens de interviews was dat de breedtesport niet vergeten mag worden. Niet alleende echte talenten moeten goede mogelijkheden hebben om te trainen, ook de groep kaatsersdaaronder moet de mogelijkheid hebben om te trainen. Een ander punt waar men zich zorgen ommaakte was de inhoud van de trainingen, naar de mening van de experts ligt het accent in trainingennu te vaak op het scoren en gaat dit ten koste van de ontwikkeling van de kaatsvaardigheden.De informatie opgedaan uit de literatuur en uit de interviews hebben uiteindelijk geleid tot het ontstaanvan het Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan. Het Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan isbedoeld als visie stuk en handvat voor trainer/coaches en verenigingen om te komen tot eeneffectieve talentenopleiding. Het LTKO is ten opzichte van het originele model wel op een aantalplaatsen aangepast. Met name de onderdelen waarbij een degelijke wetenschappelijkeonderbouwing ontbrak zijn weg gelaten of sterk aangepast. Daarnaast geeft het LTKO op een bepaaldaantal plaatsen ook meer informatie dan andere modellen, bijvoorbeeld over de opleidingsstructuurFan alleskinner oant PC winner 22
  • 23. en de trainer/coach opleiding. Ook heeft het LTKO geleid tot de ontwikkeling van thematrainingen diegezien kunnen worden als een soort van test om talenten mee te scouten.Abstract in EnglishThis research is performed on behalf of the Royal Dutch Kaats Federation (KNKB) and aims to renew andrestructure the training course for talented kaats players. This is necessary because of the recentchanges in a sportive point of view and the deteriorating financial position of the KNKB. Financially it isimportant that the organization will downsize, this will mean that the number of training groups underthe auspices of the KNKB must be reduced. From a sport technically point of view there must berenewed, players are currently trainend according to an outdated vision. By writing a new playerdevelopment model, both the renewal and restructuring can be implemented. The new playerdevelopment model is based on the Canadian Long Term Athlete Development model. Currently thismodel is worldwide translated by several major sports organizations to their own specific sport in order togive the development of their players a boost.To translate the original LTAD model in a good way to the kaats game I took a close look to what thecontent of the player development model should be. This I have done in two different ways, first Ilooked at the available literature. I have encountered several articles who discus the way Istvan Balyi,the father of the LTAD model, has come to his development model. In the articles I found where somenotable differences to discover, some articles strongly support the use of the model. While other articlespoint out great reservations about using the model. Proponents of this model indicate that this modelgives children major opportunities to learn the fundamentals of movement, which gives them greatbenefits to stay active and healthy in subsequent life. Opponents on the other hand doubting on theclaims made by the model, in particular the distinction that is made in the development between boysand girls encounters serious objections. The opponents indicate that the scientific basis for thisdifference is too delicate. Studies who have served as a basis for this claim can not be found on leadingsites or are so old that it can be questioned if they can be applicable nowadays. Besides these articles Ialso looked at different LTAD models who already have been developed by various sport organizations.I specifically studied on the structure and what kind of information is given by these models. I noticedthat these developed models generally have the same structure and that the difference can bediscovered in the given content. Some models give a decent justification of the skills they want todevelop, while others only give a summary of the skills per phase.After studying the literature and to have made a first draft of the player development model, I startedto focus on the content that the model has to give. To ensure that the given information will bemeaningful for the trainer/coaches and clubs I interviewed people who have experience in trainingkaats players. I have asked them about their vision on the training of kaats players and what contentthey would like to see in the training course. A opinion frequently heard during the interviews was thatthe recreational sport should not be forgotten. Not only the talented kaats players should have goodopportunities to train, the less talented players also should have the opportunity to train. Another pointwhere the experts are worried about is the content of the training. The emphasis in training now is toomuch on winning and scoring. Something which is detrimental to the development of kaats skils, in theeyes of the experts.The information gained from literature and from interviews finally resulted in the formation of the LongTerm Kaats Player Development model (LTKO). The LTKO is designed as a vision document and areference for trainer/coaches and clubs to achieve an effective long term player training course.Compared to the original LTAD model the LTKO is changed on an number of places.Especially the parts without a sound scientific basis are left out or are significantly modified. The LTKOalso gives even more information on a number of places compared to other models, for example onthe trainings course structure and the trainings course of the trainer/coaches. The development of theLTKO has also led to the development of themed training type that could be seen as a kind of test toscout talented kaats players.Fan alleskinner oant PC winner 23
  • 24. DankwoordVoor het uitvoeren van dit onderzoek en het tot stand komen van het Lange Termijn KaatserOntwikkelingsplan ben ik vele mensen een woord van dank verschuldigd. Sommigen hebben eenactieve bijdrage geleverd, anderen hebben kritisch meegedacht en suggesties aangedragen.Zonder iedereen te kort te doen die gezorgd heeft dat ik dit onderzoek heb kunnen uitvoeren, wil ik devolgende mensen in het bijzonder bedanken. • Tjalling van den Berg, voor het fungeren als inspiratiebron, het beschikbaar stellen van zijn netwerk en het geven van een podium om mijn passie voor de sport te kunnen uitdragen. • Sierd Wijnalda, voor het geven van vertrouwen en de broodnodige sturing vanuit de opleiding om te kunnen komen tot een resultaat dat trots maakt.Fan alleskinner oant PC winner 24
  • 25. LiteratuurlijstAthletics Canada (niet gedateerd) Athletics Canada Long Term Athlete Development. Beschikbaar op:http://www.athletics.ca/files//Development/LTAD_EN.PDFAtletiekunie (2009) Meerjaren Opleidingsplan Sprint. Beschikbaar op:http://www.atletiekunie.nl/upload/File/Dutch%20Athletics%20Team/meerjarenplan%20sprint%202009.pdfBalyi, I., Cardinal, C., Higgs, C., Norris, S. & Way, R. (2005) Long Term Athlete Development – CanadianSport for Life. Vancouver: Canadian Sport Centres ISBN: 0-9738274-0-8Berg, T. van den & Bakema, R. (2010) Red de Nederlandse sport vanuit de school. LichamelijkeOpvoeding april 2010, jaargang 98. Beschikbaar op: http://www.eco-coach.nl/files/red%20de%20Nederlandse%20sport%20vanuit%20school.pdfBerg, T van den & Bakema, R. (2009) Coachen: Vinden, Binden, Scoren. Baarn: Tirion Sport ISBN: 978-90-4391-263-1Berg, T. van den, Groothoff, C. & Wallenburg, S. (2009) Op zoek naar de X-factor bijmotorische vaardigheden. Lichamelijke Opvoeding juli 2009, jaargang 97. Beschikbaar op:http://www.eco-coach.nl/files/artikel%20X-factor%20bij%20motorische%20vaardigheden.pdfBompa, T.O. (2006) Ruff Guide to Talent Development. Website Sport Development(http://www.sportdevelopment.org.uk). Beschikbaar op: http://www.sportdevelopment.org.uk/index.php?option=com_content&view=article&id=48:rgltad&catid=47:ruffguidesEricsson, K.A. & Charness, N. (1994) Expert Performance: It’s structure and acquisition. AmericanPsychologist.Huijbers, J. & Murphy, P. (2006) Totaalcoachen, begeleiden met Action Type. Nieuwegein: Arko SportsMedia ISBN: 978-90-5472-029-4Koninklijke Nederlandse Zwem Bond. (2007) Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen. Beschikbaar op:http://www.knzb.nl/StippWebDLL/Resources/Handlers/DownloadBestand.ashx?ID=1000002577Loo, H van der. (2007) Talent Centraal. Sportgericht nr 3./2007, jaargang 61. Beschikbaar op:http://www.sportgeneeskunde.com/uploads/490/3022/VSG2624.pdfNederlands Olympisch Comité. (2006) Publieksversie Masterplan Talentontwikkeling 2006-2010, TalentCentraal. Arnhem: NOC-NSF. Beschikbaar op:http://www.nocnsf.nl/xu/document/cms/streambin.asp?requestid=6D4D351E-0556-4195-A473-50C28BA82124Nederlandse Triatlon Bond. (2008) Meerjaren Opleidingsplan, de weg naar de internationale top.Beschikbaar op:http://www.nedtriathlonbond.org/LinkClick.aspx?fileticket=UhrHJGoIn60%3d&tabid=163&mid=687Rossum, J.H.A. van. (2007) Op zoek naar het LTAD-model. Sportgericht nr. 3/2007, jaargang 61.Beschikbaar op: http://www.eco-coach.nl/files/LTAD%20Sportgericht.pdfStafford, I. (2005) Coaching for Long Term Athlete Development.Leeds: Sports Coach UK ISBN: 978-1-902523-70-9Tennis Canada (niet gedateerd) Long Term Athlete Development Plan for the Sport of Tennis inCanada. Beschikbaar op: http://www.lovemeansnothing.ca/misc/LTADallenglish.pdfFan alleskinner oant PC winner 25
  • 26. Bijlage 1Verslagen interviewsInterview Technisch Coördinator KNKBDatum: 6 april 2010Aanwezig: Ymkje Broersma (Technisch Coördinator KNKB)Onderwerp: Welke koers wil de KNKB de komende jaren gaan varen als het gaat om het opleiden van jonge kaatsers?Toen ik begin maart bij het Hoofdbestuurslid Technische Zaken informeerde naar wat de mogelijkhedenwaren om een afstudeeronderzoek te doen naar het opleiden van talenten gaf deze aan dat ikdaarvoor eens contact moest leggen met de Technisch Coördinator die op het bondsbureau van deKNKB werkzaam was. In het beleidsplan dat een aantal jaren geleden was geschreven stond namelijkook dat er een nieuw talentontwikkelingsplan ontwikkeld moest worden en volgens moest dat begin2011 klaar liggen.Ymkje Broersma is al ruim 10 jaar als coördinator Technische Zaken werkzaam op het bondsbureau vande KNKB. Ymkje is van oorsprong sportleraar en heeft daarvoor gestudeerd aan de ChristelijkeAcademie voor Lichamelijke Opvoeding in Zwolle. Naast haar functie bij de KNKB is Ymkje ook noghoofdtrainer voor de dames bij de Waterpolo Opleiding Noord Nederland (RTC WaterpoloHeerenveen). Op het moment dat ik dit gesprek met Ymkje heb is zij verantwoordelijk voor het invullenvan het technisch beleid van de KNKB. Deze taak hoort normaal bij de bondscoach, echter in januari ishet contract met de vorige bondscoach beëindigd en men is er niet in geslaagd tijdig een nieuwebondscoach te vinden. Het vervelende hieraan is dat het idee wat Ymkje heeft nog niet is afgestemdmet de eventueel nieuw te benoemen bondscoach. We lopen dus het gevaar dat wat nu besprokenwordt niet volledig door hem/haar gedragen wordt en we een deel van het werk over kunnen doen.We beginnen het gesprek met het uiteenzetten van de plannen zoals de KNKB die heeft geformuleerdin haar beleidsplannen. Daarin staat vermeld dat de KNKB zich de komende tijd gaat richten op hetvernieuwen en herstructureren van de talentopleidingen. Ymkje verteld dat beide noodzaak zijn, deherstructurering van de talentopleidingen is vooral van groot belang i.v.m. het moeten bezuinigen.Ymkje geeft aan dat de vorige bondscoach werkte vanuit de visie dat de KNKB een groteverantwoordelijkheid had in het opleiden en trainen van kaatsers. Een gevolg hiervan was dat de KNKBin iedere categorie bijna 4 trainingsgroepen had. Financieel was dat tot ruim een jaar geleden geenprobleem, de KNKB had hier geld van de Breedtesport Impuls voor gereserveerd. Echter die is nuverdwenen waardoor het financieel niet langer haalbaar is 4 trainingsgroepen per categorie in stand tehouden. Los van de financiën plaats Ymkje ook vraagtekens bij het feit of het wenselijk is om in iederecategorie 4 trainingsgroepen te handhaven. En hiermee komen we ook direct op het vernieuwen vande talentopleiding. Op dit moment werkt de KNKB met een Talent Opleidingsplan dat op 6 A4-tjes issamengevat, volgens Ymkje bevat het weinig concrete informatie en is het vooral gestoeld opervaringen van trainers. Ymkje geeft aan dat deze manier van werken niet langer kan, de KNKB zit ineen kwaliteitsverbeteringproces van NOC-NSF. Een van de eisen om van een 1 sterren bond een 2sterren bond te worden is dat plannen op speltechnisch gebied beter verankert worden. Ondanks haardrukke bezigheden is Ymkje alvast begonnen met het op hoofdlijnen opzetten van een plan. Ymkjeverteld dat ze dit heeft gedaan aan de hand van Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen/Waterpolo.Hoe langer en meer Ymkje over dit MOZ, iets waar ze bijscholingen voor het gevolgd in het kader vanhaar werk bij het RTC, hoe enthousiaster ze wordt. Ymkje is ervan overtuigd dat hier veel kansen enmogelijkheden liggen voor de KNKB. Voor voelt de eerste opzet die Ymkje heeft gemaakt als een soortvan cadeautje, zonder het van elkaar te weten wilde ik haar ook het voorstel doen om te gaan werkenvolgens de LTAD model (ook de basis van het MOZ). Ik laat Ymkje dan ook mijn eerste opzetje zien datik heb uitgedacht na het lezen van het originele LTAD model. Ymkje is blij verrast dit te zien en vindt heteen goed uitgangspunt om vanuit te beginnen. We spreken dat het LTAD/MOZ het uitgangspunt gaatworden voor de nieuwe talentopleidingen en dat ik daar volledig verantwoordelijk voor de ontwikkelingdaarvan wordt.Zo aan het einde van het gesprek deelt Ymkje nog veel voor mij waardevolle informatie waarover zijbeschikt vanuit haar functie bij het RTC in Heerenveen.Interview VerenigingconsulentenFan alleskinner oant PC winner 26
  • 27. Datum: 21 april 2010Aanwezig: Jan Metselaar en Siebe Groothoff (verenigingsconsulenten KNKB)Onderwerp: Welke rol kunnen de KNKB, federaties en verenigingen spelen in het opleiden van kaatsers?Na een korte introductie over het doel van het Meerjaren Opleidingsplan Kaatsen en de bedoeling vandeze ochtend zijn we gestart met het interview. De centrale vraag waar het om draait deze ochtend isde verantwoordelijkheid voor het opleiden van kaatsers. Jan en Siebe geven duidelijk aan dat dezeverantwoordelijkheid in het beginsel bij de verenigingen ligt. Zij zullen actief aan ledenwerving moetendoen door bijvoorbeeld het organiseren van de scholenprojecten en kaboutertrainingen. Toch makenJan en Siebe een kanttekening bij de verantwoordelijkheid van de verenigingen, zij geven namelijk aandat lang niet alle bij de KNKB aangesloten verenigingen in staat zijn om dit op een goede manier teorganiseren. De oorzaak hiervan is divers, zo heeft de ene vereniging simpel weg te weinig leden in eencategorie om goede trainingen aan te bieden. Weer andere verenigingen hebben geen(gediplomeerde) trainers of ontbreekt het aan een trainerscoördinator, ook geeft het vinden van eengeschikte accommodatie vaak problemen. Om toch alle jeugdleden van de verenigingen de kans tegeven om te kunnen trainen zien Jan en Siebe een oplossing in het clusteren van verenigingen inregio’s. Zij pleiten ervoor om “kaatsend” Friesland op te delen in 4 á 5 regio’s en om de federaties af teschaffen. Zij zien geen heil meer in de huidige federatiestructuur. Als reden hiervoor geven zij de tegrote diversiteit bij de federaties, veel federaties vinden zich autonoom en stellen dat ze niks met deKNKB van doen hebben. Bij veel federaties ontbreekt een duidelijke visie en wilskracht om vantoegevoegde waarde te zijn voor het opleiden van jeugdkaatsers, een sprekend voorbeeld hiervan ishet organiseren van de welpen trainingen in de regio. Wel geven Jan en Siebe als dringend advies meedat er duidelijk gemaakt moet worden dat het dan om KNKB regio’s gaat en dat de regie van dezeregio’s ook bij de KNKB ligt. Op deze manier verdwijnt iedere link met de federaties en daarmee hetnegatieve imago wat deze hebben. Door “kaatsend” Friesland in regio’s op te delen creëer je volgensJan en Siebe een beter organiseerbaar geheel. Zij geven aan dat deze regio’s een belangrijke rolkunnen gaan spelen in het organiseren van wedstrijden en trainingen onder coördinatie van de KNKB.Jan en Siebe geven duidelijk aan dat de regie bij de KNKB moet blijven, daar moet de “knowhow”gebundeld worden en overgedragen worden richting de regio’s. Als voorbeeld geven zij de TC, percategorie zijn er vanuit de KNKB 2 TC leden en in iedere regio zijn er 2 scouts. Zij vormen hetscoutingsteam voor die categorie en zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het indelen van deregiotrainingsgroepen en de bondstrainingsgroepen. Een verder voordeel van deze structuur is volgensJan en Siebe dat de jeugdleden dichter bij huis kunnen trainen. Waar sommige ouders nu nog uit hetoosten van Friesland naar Franeker rijden om te kunnen trainen kunnen ze dan bijvoorbeeld in Dokkumtrainen en zijn ze i.p.v. 60 minuten maar 15 minuten onderweg.Verder zien Jan en Siebe als groot voordeel van deze structuur dat de KNKB haar diensten beter in deregio kan aanbieden, je kunt hierbij denken aan bijvoorbeeld de trainersopleidingen ofregiobijeenkomsten voor de trainers. Met name de regiobijeenkomsten kunnen voor een toegevoegdewaarde zorgen als het gaat om het overbrengen van ervaringen of nieuwe trainingsmethodes en ditzal het algehele niveau van de trainers alleen maar ten goede komen volgens deze mannen.Wat voor de trainingen geldt, geldt volgens Jan en Siebe ook voor wedstrijden. Ook deze kunnen primain de regio worden georganiseerd, jeugdleden hoeven dan niet meer heel Friesland door om aanwedstrijden mee te doen. Ook kan deze manier van organiseren van wedstrijden gebruikt worden alsopstap naar het “kaatsen in teams” op latere leeftijd. Bijvoorbeeld door het organiseren van eenafdelingscompetitie. De opzet van zo’n competitie kan dan zijn dat er in de regio’s voorrondes wordengehouden met als doel plaatsing voor een landelijke finale dag. Uit iedere regio komen dan de 4 besteteams naar de finale dag met als inzet de nationale titel. Wel stellen beide mannen dat het voor iederjeugdlid mogelijk moet zijn om hieraan deel te kunnen nemen. Dus belemmeringen als 1 team perafdeling of het alleen maar mogen uitkomen voor de vereniging behorend bij jouw woonadres moetenworden weggenomen.Fan alleskinner oant PC winner 27
  • 28. Interview Hoofd BondscoachDatum: 20 mei 2010Aanwezig: Tjalling v/d Berg (Bondscoach Kaatsen, Master Coach NOC-NSF)Onderwerp: Hoe ziet de bondscoach het opleiden van jeugd kaatsers de komende jaren voor zich?Na een even kort met elkaar te hebben gesproken over de benoeming van Tjalling als BondscoachKaatsen en de reacties die dit teweeg heeft gebracht gaan we van start.De centrale vraag van dit gesprek is, welke visie heeft Tjalling op het opleiden van kaatsers in de leeftijdvan 7 t/m 21 jaar. Ik geef bij Tjalling aan dat de kijk die hij hier op heeft voor mij de basis gaat vormenvoor het te ontwikkelen LTAD model kaatsen.Tjalling geeft aan dat we met het kaatsen terug moeten naar de basis, het kaatsen begint bij deverenigingen. Zij moeten (en dat kan m.b.v. het schoolkaatsproject van de KNKB en CIOS) de jeugdweer enthousiast maken voor het kaatsen. Met een goede begeleiding en een goed plan kunnen dezekinderen dan een vervolg krijgen bij de verenigingen. In het opleiden en bijscholen van de trainersmoet hier ook aandacht aan worden besteed en daarbij moet er niet alleen gekeken worden naar dekaatstechniek. We moeten ook gaan kijken naar bijvoorbeeld de grondvormen van bewegen. Welkevan deze grondvormen kunnen een toegevoegde waarde vormen voor de sport kaatsen en daardoorbijdragen aan de algemene motorische ontwikkeling van de jeugd. Tjalling geeft aan dat we danmisschien wat minder kaatsspecifiek bezig zijn, maar dat we daar later veel profijt van kunnen hebben.Volgens Tjalling leren we de kinderen op deze manier niet alleen het “kunstje” kaatsen maar dragen weook wezenlijk bij aan het ontwikkelen van atleten.Als ik begin over het onderwerp regie (wie moet de regie hebben in het opleiden van de kaatsers)komt Tjalling helemaal los. Hij geeft aan groot voorstander te zijn van de ontwikkeling die zich op ditogenblik voordoen in de kaatswereld. Hij ziet graag meer initiatieven ontstaan als de kaatsscholen ende kaatsteams zoals die er nu al zijn. Hij vindt dat de KNKB dit ook geheel vrij moeten laten. Misschienhier en daar wat voorwaarden stellen in de zin van verplicht een gediplomeerde hoofdtrainer maarverder er niet teveel mee bemoeien. Ditzelfde ziet hij voor eventuele regio’s laat die alles maar zelfregelen, niet teveel mee bemoeien. Wel vindt Tjalling dat er scherp gekeken moet worden naar hetopleiden en bijscholen van de trainers, hij vindt dat wel een belangrijk onderwerp. Hoe men zaken wilorganiseren moet men zelf weten, maar er moet wel uniformiteit blijven in het opleiden van kaatsers.Met als doel de kwaliteit hoog te houden.Kijken we naar de rol de KNKB in dit geheel dan zal die in de toekomst steeds meer faciliterend wordenverwacht Tjalling. Waar de KNKB nu in iedere categorie nog 2 of meer selectiegroepen heeft, zal dat inde toekomst beperkt worden tot de twee oudste categorieën. De overige categorieën trainen bij deeigen vereniging of wanneer dit problemen geeft in de regio. De taak van de KNKB zal meer komen teliggen op het scholen van kader en het ondersteunen van de regio’s en verenigingen daar waar menhier om vraagt.Fan alleskinner oant PC winner 28
  • 29. Interview Bondscoach JeugdDatum: 9 juni 2010Aanwezig: Siemke Andela (Bondscoach Jeugd)Onderwerp: Hoe ziet de bondscoach het opleiden van jeugd kaatsers de komende jaren voor zich?Net als Tjalling is Siemke midden mei benoemd tot Bondscoach, Siemke en Tjalling zullen veelsamenwerken. Tjalling geeft hierbij de grote lijnen aan en zal zich vooral richten op de junioren ensenioren, Siemke zal zich wat meer gaan richten op de jongere categorieën.Na een korte introductie van het LTAD model komen we al snel uit bij de trainingen. Siemke verteld datze blij was met het feit dat er onlangs uit onderzoeken is gebleken dat kinderen minder goed bewegendan ± 20 jaar geleden. Siemke is al vele jaren actief als trainster bij de KNKB en heeft in diehoedanigheid ook veel testdagen georganiseerd. Ze legt dan ook direct het verband met dezetestdagen, het is Siemke opgevallen dat er de laatste jaren minder “talenten” te ontdekken waren opdeze dagen. Het was Siemke opgevallen dat kinderen van tegenwoordig steeds minder soepelbewegen dan een aantal jaren terug. Ze vindt dan ook dat we hier iets mee moeten doen.Als ik begin over wie waar verantwoordelijk is met opleiden van de jeugd dan geeft Siemke aan datdaarin wat moet veranderen. Dat de KNKB in alle categorieën nu 2 of meer selectiegroepen heeft isniet meer van deze tijd. Bovendien zit de KNKB financieel in zwaar weer en moet er flink bezuinigdworden. Siemke geeft dan ook aan dat de verenigingen weer een grotere rol moeten gaan spelen inhet opleiden van de jeugd. De laatste 10 jaar is het aantal trainingsgroepen bij de KNKB steeds verdergegroeid, wat heeft geleid dat er in sommige categorieën wel 3 of 4 trainingsgroepen waren. Deoorzaak hiervan was dat de KNKB zich steeds meer verantwoordelijk is gaan voelen voor het opleidenvan de jeugd, met name voor de jeugd die bij hun eigen vereniging beperkte mogelijkheden tottrainen hadden. Siemke geeft aan dat dit zeer zeker niet de taak moet zijn van de KNKB en geeft aandat hier verandering in moet komen. Siemke geeft wel aan dat dit op een goede geplande maniermoet gebeuren, we moeten niet van de een op andere dag willen overstappen op andere structuur!Haar grootste angst is dan ook dat dit ten koste van de jeugd gaat, we moeten ervoor zorgen datiedereen ook in de nieuwe structuur een goede plaats krijgt! Om ervoor te zorgen dat iedereen eengoede plek krijgt in de nieuwe structuur ziet Siemke heil in het creëren van regio’s metsteunverenigingen. Aan de KNKB dan de taak om hier een coördinerende rol in te gaan spelen, doorbijvoorbeeld spelers en trainers op de goede plaats onder te brengen. Waarbij kwaliteit bewaking nietvergeten mag worden!Fan alleskinner oant PC winner 29
  • 30. Interview voormalig BondscoachDatum: 24 juni 2010Aanwezig: Jan de Groot (voormalig Bondscoach, docent trainersopleiding KNKB)Onderwerp: Hoe moet het opleiden van jeugd kaatsers er de komende jaren uit komen te zien en welke accenten moeten in welke fase worden gelegd?Jan de Groot is tot januari 2010 24 jaar bondscoach van de KNKB geweest. Jan is medeverantwoordelijk voor de trainingsstructuur zoals die er nu staat, samen met andere mensen hebben zijnzij ruim 20 jaar geleden met niks begonnen. Wegens een verschil van inzicht over het te voeren beleidop technisch gebied hebben Jan de KNKB in januari er voor gekozen om ieder een eigen weg te gaan.Naast zijn functie als bondscoach is Jan samen met Dirk v/d Leest ook verantwoordelijk voor hetopleiden van nieuwe kaatstrainers. In het dagelijks leven is Jan docent Lichamelijke Opvoeding op eenschool in het VO. Na een korte introductie van het LTAD model en mijn voorlopige vertaling daarvanrichting het kaatsen begint Jan direct met het geven van adviezen over het model. Zo geeft Jan aandat de categorieën welpen en pupillen ontzettend belangrijk zijn, in die categorieën moet hetgebeuren. Wat Jan daarmee wil zeggen is dat hier de basis moet worden gelegd. Belangrijk daarbij isvolgens Jan dat er veel aandacht aan de hand-oog coördinatie moet worden besteedt en later aande oog-voet coördinatie. Volgens Jan kan er in deze fase het beste volgens een stappenplan wordengewerkt, (Jan schuift mij een door hem ontwikkeld voorbeeld toe). Op die manier is het volgens Janmakkelijker om grote verschillen uit het opleiden van jeugd kaatsers te halen. Als voorbeeld haalt Janenkele praktijkervaringen aan van de KNKB testdagen, hij verteld dat hij daar kaatsers van dezelfdeleeftijd van verschillende clubs in actie heeft gezien met grote onderlinge verschillen! De ene maakteeen perfecte 3-pas maar raakt geen bal en de ander kan heel goed een bal raken alleen maakt noggeen 3-pas! Om talentvolle kaatsers beter te kunnen scouten en begeleiden ziet Jan een oplossing inhet gebruik van het eerder genoemde stappenplan. Ook geeft Jan aan dat er iets moet gebeuren aande fysieke voorwaarden van de kinderen, hij vindt dat kinderen over het algemeen steeds minderbewegelijk zijn. Hij denkt dat hierdoor ook een stuk plezier in sporten verloren gaat, immers de kinderenhebben moeite om de bewegingen uit te voeren en het is algemeen bekend dat kinderen eennegatieve gedachten hebben over dingen die moeilijk voor hen zijn. Jan pleit er dan ook voor om iniedere training ± 15 minuten te besteden aan algemene bewegingsvaardigheden die voordelig voorhet kaatsen zijn. Al pratende over het kaatsen komen we ook op de verantwoordelijkheden van deKNKB ten aanzien van het opleiden van de jeugd. Jan vindt dat de KNKB daar toch een belangrijketaak in heeft en hij denkt daarbij niet alleen aan het opleiden van trainers of het bijscholen daarvan.Jan geeft aan zich zorgen te maken over de grote groep kaatsers die (nog) niet bij de absolute tophoort, de groep die net onder de top zit. Deze zijn voor een kleine sport als het kaatsen erg belangrijkvolgens Jan, deze groep mag dan in het nieuwe systeem ook niet buiten de boot vallen. Dit kan dedoodsteek voor het kaatsen worden aldus Jan. Jan reageert wat argwanend op mijn idee om dezekaatsers wat meer in de regio op te vangen. Hij geeft aan zich sterk af te vragen of dit gaat lukken, deafgelopen 10 jaar zijn er verschillende initiatieven geweest om de huidige federaties enthousiast temaken om mee te werken aan een trainingsstructuur waarin iedereen dichtbij huis onder goedebegeleiding kan trainen. Jan geeft aan dat de gedachte hierachter niet het probleem is, het probleemis veel meer de organisatie op de een of andere manier zijn de organisaties niet sterk genoeg. Jangeeft aan meer te zien in steunverenigingen, dit zijn grote sterke verenigingen die op het gebied vantrainingen dan steun kunnen bieden aan kleinere buurtverenigingen. Ik geef Jan aan dat ik mijn goedkan vinden in zijn gedachten gang en dat ik zijn adviezen ter harte neem.Fan alleskinner oant PC winner 30
  • 31. Interview “kaats” fysiotherapeutDatum: 29 juni 2010Aanwezig: Jelle Eijzenga (sportfysiotherapeut)Onderwerp: Wat kan helpen het aantal overbelastingsblessures in het kaatsen te verminderen?Jelle Eijzenga is een gerenommeerde sportfysiotherapeut die in Berlikum een eigen praktijk heeft metruime oefenruimte. Al sinds de start van zijn praktijk behandeld Jelle met enige regelmaat kaatsers diemet blessures kampen.Ik heb Jelle benaderd om te achterhalen welke soorten blessures hij zoal behandeld bij kaatsers, hoe hijdenkt dat deze zijn ontstaan en wat er moet gebeuren om deze blessures te voorkomen. Jelle vertelddat hij jaarlijks vele kaatsers behandeld van jong tot oud, van recreatieve kaatser tot “professional”.Jelle geeft aan dat er naast het niveau ook op het gebied van de blessures een onderscheid te makenis tussen de recreatieve kaatsers en de “professionele” kaatsers. Wanneer we naar de recreatievekaatsers kijken dan valt op dat daar veelal de acute blessures voorkomen. Dit zijn spierscheuringenen/of breuken die ontstaan doordat er van buitenaf grote kracht op wordt uitgeoefend die het despier of het gewricht niet kan opvangen. Gevolg is dat de spier/bot scheurt, oprekt of breekt. Vaakontstaan deze blessures “later” op de dag wanneer de kaatser al wat vermoeider is en de timing vande bewegingen te wensen overlaat. Oorzaak van deze blessures moet volgens Jelle gezocht worden inde getraindheid van de kaatsers. Deze kaatsers kaatsen vaak onvoorbereid wedstrijden en zien danwel waar het schip strand. Jelle geeft aan dat wanneer deze kaatsers zich structureel voorbereiden opwedstrijden dat het aantal acute blessures zal dalen. Te meer ook omdat er geen lichamelijk contact isbij het kaatsen.Bij de “professionele” kaatsers komt Jelle vaak een heel ander type blessure tegen, deoverbelastingsblessures. Bij deze blessure raken bepaalde spieren overbelast door een te eenzijdigebelasting van deze spier. Met andere woorden deze spier wordt dusdanig vaak en zwaar belast dat hijgaat zwellen. Volgens Jelle zijn hier twee oorzaken voor mogelijk, de eerste zit ‘m in de trainingsarbeiddie wordt verricht. Wanneer de kaatser veelvuldig oefenvormen doet die constant dezelfde spierenbelast dan is het natuurlijk een kwestie van tijd voor hier iets mis gaat, geeft Jelle aan. De andereoorzaak van een overbelastingsblessure kan het herhaaldelijk verkeerd uitvoeren van een bewegingzijn. Door het verkeerd of onvolledig uitvoeren van een beweging kan de belasting op andere spierente groot worden en dus overbelasting ontstaan. In beide gevallen is de rol van de trainer/coachcruciaal. In de ogen van Jelle moet hij ervoor zorgen dat er het hele jaar door op een gevarieerdemanier getraind wordt, zodat de belasting op de spieren goed verdeeld is. Ook de kwaliteit van detrainer/coach is volgens Jelle van groot belang. Hij moet weten niet alleen weten hoekaatsbewegingen moeten worden uitgevoerd en moeten worden gecorrigeerd. Hij moet volgens Jelleook verstand hebben van hoe er in het algemeen bewogen moet worden. Jelle stelt namelijk dat hoebeter de kaatser in algemene zin beweegt hoe kleiner de kans op blessures is.Helemaal mooi zou het volgens Jelle zijn wanneer er in de kaatstrainingen bij jonge kinderen structureelaandacht wordt besteed aan zaken als balans, coördinatie en snelheid. In eerste instantie algemeen,dus gericht op meerdere sporten en later meer kaatsspecifiek. Jelle is van mening dat dit een grotebijdragen kan leveren aan het tegen gaan van blessures.Fan alleskinner oant PC winner 31
  • 32. Interview docent trainersopleiding & trainer/coach Hoofdklasse parturenDatum: 2 juli 2010Aanwezig: Dirk v/d Leest (docent trainersopleiding & trainer/coach Hoofdklasse parturen)Onderwerp: Hoe kunnen de sportspecifieke vaardigheden het beste worden opgebouwd?Dirk v/ Leest is samen met Jan de Groot verantwoordelijk voor het opleiden van nieuwe trainers binnenhet kaatsen. Daarnaast heeft Dirk jarenlange ervaring als trainer/coach van allerlei verschillendekaatsers en parturen. Ook vandaag de dag is Dirk nog actief als trainer/coach van parturen dieuitkomen op de Hoofdklasse. In het dagelijks leven is Dirk actief als opleider van het CIOS inHeerenveen.Ik heb Dirk vooral benadert om mij te kunnen helpen bij het indelen van kaatsvaardigheden gekoppeldaan de fase van het LTAD model kaatsen. Na het uitleggen en het laten zien van een eerste opzet vanhet LTAD model kaatsen begint Dirk direct met het stellen van vragen aan mij over het model. Dirk is ergop zoek naar het hoe en waarom van het model. Op hoofdlijnen probeer ik Dirk de achtergrond vanhet model uit te leggen en hoe ik denk dat dit het kaatsen kan helpen. Dirk geeft aan mij op een grootdeel van de punten te kunnen volgen en zegt ook dingen te herkennen vanuit de praktijk waarin hetmodel kan ondersteunen. Een belangrijke tip die Dirk mij mee geeft is dat de uitwerking van het modelmoet uitnodigen tot gebruik.Wanneer we over de inhoud van de kaatsvaardigheden gaan praten dan geeft Dirk aan dat dit eveneen andere manier van denken van hem vraagt. Hij geeft aan dat hij altijd gewend is geweest tedenken in de methodieken en niet zo zeer in fases. Na Dirk wat op weg te hebben geholpen krijgt hij desmaak te pakken en komen we vrij vlot tot een indeling van wat er van een jonge kaatser in welke faseverwacht mag worden. Nadat we een eerste indeling hebben gemaakt en daar nog eens verder overspreken komen we beide tot inzicht dat het overzicht nog niet helemaal compleet is. Al sprekend en deoude methodische lijn erbij pakkend voegen we hier en daar wat vaardigheden toe die in onze ogenhet overzicht wat completer maken. Hetzelfde doen we ook voor de tactiek en het fysieke, in eersteinstantie niet helemaal de bedoeling maar Dirk heeft de smaak te pakken en wordt steedsenthousiaster. Ik besluit zijn enthousiasme niet te temperen en maak dankbaar gebruik van de kennis enervaring die Dirk met mij wil delen.Aan het einde van de middag zijn Dirk en ik tevreden over de resultaten die we hebben geboekt. Optechnisch, tactisch en fysiek gebied hebben we veel vaardigheden in de fases van het LTAD modelkunnen passen. Al met al een waardevolle middag.Fan alleskinner oant PC winner 32
  • 33. Bijlage 2Presentatie Lange Termijn Kaatser OntwikkelingsplanFan alleskinner oant PC winner 33
  • 34. Fan alleskinner oant PC winner 34
  • 35. Fan alleskinner oant PC winner 35
  • 36. Fan alleskinner oant PC winner 36
  • 37. Fan alleskinner oant PC winner 37
  • 38. Fan alleskinner oant PC winner 38
  • 39. Fan alleskinner oant PC winner 39
  • 40. Fan alleskinner oant PC winner 40
  • 41. Fan alleskinner oant PC winner 41
  • 42. Uitwerking Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan Fan alleskinner oant PC winner! Friesland Bank Kaatsacademie InhoudsopgaveFan alleskinner oant PC winner 42
  • 43. VoorwoordInleidingStructuur LTKOHoofdlijnenActieve StartFUNdamentLeren TrainenTrain TrainenLeren StrijdenLeren WinnenActief voor het LevenAanvullingenMuurkaatsenCoachingOpleidingsstructuurBijlagenOverzicht vaardigheden per faseFan alleskinner oant PC winner 43
  • 44. Voorwoord“Coaching is maatwerk in begeleiding, met oog voor details”Ik begin hierboven bewust met een quote uit het boek “Coachen, vinden-binden-scoren” van Tjallingvan den Berg en Ruben Bakema. Deze quote doet mij namelijk sterk denken aan de situatie zoals ik dievaak terug zie op de kaatsvelden. Dikwijls zie ik dan trainer/coaches, bestuurders, ouders en anderebelangstellenden kinderen behandelen als mini volwassenen. We trainen jonge kinderen in structurenvan volwassenen, we spreken over kaatscarrières en gebruiken kinderen om de eigen ambitie na testreven.Het gevolg van deze aanpak kan zijn dat kinderen opgebrand raken of blessures oplopen. Vaak gaathet dan om de kinderen die in eerste instantie veel plezier en voldoening uit het kaatsen halen. Door zete behandelen als mini volwassenen halen deze kinderen steeds minder voldoening en plezier uit hetkaatsen en uiteindelijk keren ze het kaatsen de rug toe. Hier ligt een grote uitdaging voor ons alsbestuurders, trainer/coaches, ouders en andere belangstellenden. Willen we kinderen plezier aan hetkaatsen laten beleven zullen we ons meer moeten richten op het kind zelf en stoppen het als een minivolwassenen te behandelen.Met het Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan (LTKO) hoop ik een waardevolle bijdrage te leverenaan de ontwikkeling van kinderen, pubers en jong volwassenen binnen het kaatsen. Ik heb geprobeerdom op een overzichtelijke en toegankelijke manier informatie met jullie te delen, die handvaten geeftom kinderen met plezier het kaatsen te laten beleven en te behouden voor de sport waar wij zoveelpassie voor hebben.Hille SaakstraFan alleskinner oant PC winner 44
  • 45. InleidingHet Lange Termijn Kaatser Ontwikkelingsplan (LTKO) heeft als doel het potentieel aan kaatstalent dat inFriesland rondloopt zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Het LTKO wil dit bereiken door een helderestructuur neer te zetten waarin is terug te vinden wat op welk moment belangrijk is in de ontwikkelingvan de jonge kaatser.Steeds meer sportbonden, trainer/coaches en verenigingen maken gebruik van een meerjarenontwikkelingsplan. De structuur die men hier veelal voor gebruikt is het Canadese Long Term AthleteDevelopment model (LTAD). In dit model dat is ontwikkeld onder leiding van Dr. Istvan Balyi wordt deontwikkeling van jonge sporters in 7 fases opgedeeld. Centraal in dit model staat de jonge sporter enzijn ontwikkelingsleeftijd. Het model wil dat trainer/coaches hun programma afstemmen op deze leeftijden de sporters die vaardigheden aanbiedt die zorgen voor groei en ontwikkeling in hun sport.Het Canadese LTAD model vormt ook de basis voor het LTKO. Ook het LTKO kent 7 fases en door aan tesluiten bij de ontwikkelingsleeftijd wil het LTKO jonge kaatsers de kans bieden te groeien in het kaatsen.Er wordt daarbij gebruik gemaakt van fysieke, mentale, cognitieve en emotionele kenmerken in deontwikkeling van kinderen, pubers en jong volwassenen. Door vaardigheden stapsgewijs aan te biedenin de 7 fases denken wij het beste resultaat te behalen. Het overslaan van stappen of fases om tijdwinstte boeken wordt afgeraden, wetenschappelijk onderzoek1 heeft aangetoond dat het 8 tot 12 jaarduurt voor een getalenteerde kaatser tot wasdom komt. Daarbij moeten we niet vergeten dat in hetverleden behaalde resultaten geen garanties bieden voor de toekomst.StructuurStructuur LTKO1 Ericsson en Charness (1994), Expert performance: its structure and acquisitionFan alleskinner oant PC winner 45
  • 46. In de afbeelding op de vorige bladzijde is de structuur van het LTKO schematisch weergegeven en tezien dat er binnen het LTKO ruimte is voor zowel de prestatiekaatser als de recreatiekaatser. De eerste 3fases (Actieve Start, FUNdament en Leren Trainen) van het LTKO moeten zorgen voor een basis aanvaardigheden bij jonge kaatsers. Het hebben van plezier en op een uitdagende manier kaatsen zijn indeze fases de speerpunten.De fases Train Trainen, Leren Strijden en Leren Winnen zijn het vervolg op de eerste 3 fases en zijn veelmeer competitie gericht. Vaardigheden die in deze fases aanbod komen leveren een bijdrage omdoor te kunnen groeien naar de Hoofdklasse. Hoewel het plezier in het kaatsen belangrijk blijft, komt denadruk meer op het presteren te liggen.Blijft er nog een fase onbesproken, de Actief voor het Leven fase. Dit is de breedtesport fase, kaatsersdie het kaatsen als ontspanning zien naast hun dagelijkse bezigheden en niet voor het hoogst haalbaregaan kunnen in deze fase worden geplaatst. Deze kaatsers willen in hun vrije tijd graag op eenlaagdrempelige manier kaatsen en zo fit blijven. Of deze kaatser nu 8 of 80 is maakt niet uit, de nadrukin deze fase ligt op het ontspannen en met plezier kaatsen.Binnen het LTKO wordt de jonge kaatser centraal gesteld en moet er gekeken worden naar deontwikkelingsleeftijd van de kaatser. Een kaatser kan dan ook pas naar de volgende fase van het LTKOwanneer hij/zij de vaardigheden uit de vorige fase voldoende onder de knie heeft. Door op dezemanier te werken is er voor iedere kaatser ruimte binnen het LTKO. Kaatsers die zich snel ontwikkelenkunnen hierdoor eerder naar de volgende fase en de kaatsers die zich wat langzamer ontwikkelenkrijgen de ruimte om zich alle vaardigheden eigen te maken.Onderstaande afbeelding geeft aan de hand van de biologische leeftijd een beeld van degemiddelde ontwikkeling van een kaatser.Fases gekoppeld aan de categorieënFan alleskinner oant PC winner 46
  • 47. HoofdlijnenIn dit deel van het LTKO worden de verschillende fases besproken. Iedere fase is opgebouwd uit eenaantal speerpunten, richtlijnen en tips die de trainer/coaches, bestuurders, ouders en andere vrijwilligerskunnen ondersteunen in de uitvoering.Samen met de vaardigheden uit de bijlage geven de speerpunten informatie over wat er het beste perfase kan worden aangeboden. Bij de richtlijnen staan punten die op organisatorisch gebied helpen bijhet aanbieden van de speerpunten, handig voor trainer/coaches en bestuurders. De tips zijn vooriedereen bedoelt die betrokken is bij het kaatsende kind. Het doel van de tips is om ondersteuning tebieden aan de ontwikkeling van het kaatsende kind. Actieve Start Kabouters, 6-8 jaarBeschrijving Ieder kind de kans bieden om te beginnen met kaatsenVeel kinderen maken in deze fase voor het eerst kennis met het kaatsen. Deze kennismaking moetvooral plezierig zijn en kinderen moeten enthousiast worden gemaakt voor het kaatsen. Leg intrainingen de nadruk op balans, coördinatie en behendigheid, waarbij het voor ieder kind mogelijk issucces te boeken. Op deze manier kan de eerste stap worden gezet om later met plezier te blijvenkaatsen. Speerpunten - Introduceer het kaatsen in een eenvoudige vorm - Geef kinderen de ruimte om het kaatsen te ontdekken - Kies voor oefenvormen waarbij de nadruk ligt op de balans, coördinatie, behendigheid en snelheid - Laat kinderen succes ervaren en werk op deze manier aan hun zelfvertrouwen Richtlijnen - Bied een programma aan waarin kinderen van begin mei tot eind augustus wekelijks 1-2 maal kunnen kaatsen - Ontwikkel een gevarieerd programma waarin de ontwikkeling van de balans, coördinatie en behendigheid centraal staan - Maak in trainingen gebruik van aangepast materiaal om succes en plezier te garanderen - Zorg voor een veilige en stimulerende omgeving waar kinderen met plezier naar toekomen Tips - Bied kinderen de mogelijkheid om 4-5 maal per week 60 minuten actief te bewegen - Laat kinderen naast het kaatsen ook deelnemen aan andere sporten, bijvoorbeeld zwemmen, gymnastiek, judo of atletiek - Leg de nadruk op plezier en deelnemenFan alleskinner oant PC winner 47
  • 48. FUNdament Welpen, 8-10 jaarBeschrijving Op een plezierige en uitdagende manier leren kaatsenHet hebben van plezier in het kaatsen staat in deze fase voorop. Al spelend de kinderen latenontdekken hoe het kaatsen werkt. Gebruik hierbij oefenstof die eenvoudig en toch uitdagend is. Maakgebruik van materiaal wat past bij de leeftijd van de kinderen om ze de basisvaardigheden van hetkaatsen bij te brengen. Winnen en het halen van resultaat is in deze fase onbelangrijk.Speerpunten - Begin met het aanleren van de basisvaardigheden kaatsen - Betrek bij de ontwikkeling van de balans, coördinatie, behendigheid en snelheid nu zowel de linker als de rechter lichaamshelft - Leer kinderen spelenderwijs de spelregels van het kaatsen en laat ze deze onder begeleiding zelf toepassen - Benadruk dat iedereen zijn best doet en moedig kinderen aan elkaar positief te benaderenRichtlijnen - Bied kinderen een programma aan waarin ze van begin april tot eind augustus wekelijks 1-2 maal kunnen kaatsen - Zorg dat er in het programma naast de ontwikkeling van de basisvaardigheden kaatsen regelmatig ruimte is voor de ontwikkeling van de balans, coördinatie, behendigheid en snelheid - Maak daar waar dit voor meer succes en beleving zorgt gebruik van aangepast materiaal - Stel groepen samen die overzichtelijk zijn en waarin ruimte is voor individuele aandacht - Plezier moet centraal staan tijdens de trainingen en wedstrijden, iedereen moet met een glimlach naar de training komenTips - Geef kinderen de mogelijkheid om naast het kaatsen nog 2-3 sporten te beoefenen - Stimuleer Fair-Play - Leer kinderen dingen samen met andere kinderen doenFan alleskinner oant PC winner 48
  • 49. Leren Trainen Pupillen, 10-12 jaarBeschrijving Op een uitdagende manier steeds verder ontwikkelen in het kaatsenKinderen leren in deze fase steeds beter kaatsen en de nadruk moet dan ook liggen op het beheersenvan de basisvaardigheden. Aan het einde van deze fase hebben de kinderen een goed basisniveauvan de kaats- en bewegingsvaardigheden. Vanuit dit basisniveau kunnen de kinderen in de volgendefases doorgroeien naar de absolute top of kiezen om op recreatief niveau te blijven kaatsen.Speerpunten - Aan het einde van deze fase moeten de kinderen de basisvaardigheden kaatsen beheersen - Gebruik oefenvormen met lichte weerstand (eigen lichaamsgewicht) om de balans, coördinatie en behendigheid te ontwikkelen - Leer kinderen zich voorbereiden op een training of wedstrijd met behulp van een warming-up - Laat kinderen al kaatsend ontdekken op welke manier je, je kunt opstellen in het veld - Start met het ontwikkelen van het vermogen om te focussen en door te zettenRichtlijnen - Bied een programma aan waarin kinderen vanaf begin maart tot eind augustus wekelijks 2 maal 60 minuten kunnen trainen - Ontwikkel een programma dat werkt aan een solide basis door trainingen op elkaar af te stemmen en dat wekelijks aandacht besteed aan de balans, coördinatie, behendigheid en snelheid - Laat kinderen 2 wekelijks deelnemen aan wedstrijden in de eigen regio en 1 maal per 3-4 weken aan KNKB wedstrijden - Stel trainingsgroepen samen op basis van de ontwikkelingsleeftijd en zorg voor mogelijkheden om kinderen individueel te begeleidenTips - Het is aan te raden om kinderen naast de kaatstrainingen ook 2-3 maal per week deel te laten nemen aan een andere sport - Benadruk dat het leveren van prestaties mogelijks is wanneer het kind moeite (trainen) wil doen om wat te bereiken - Geef kinderen kleine verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld het klaar zoeken van de sporttas of het smeren van de boterhammenFan alleskinner oant PC winner 49
  • 50. Train Trainen Schooljeugd, 12-14 jaarBeschrijving Ontwikkelen van een basis voor toekomstige prestatiesDeze fase kan worden gezien als de eerste stap richting de Hoofdklasse. Aan het einde van deze faseheeft de kaatser kennisgemaakt met alle vaardigheden die nodig zijn om de Hoofdklasse te halen enweet hij wat zijn sterke en zwakkere punten zijn. Hoewel de resultaten voor de kaatser steedsbelangrijker worden mag niet worden vergeten dat de nadruk op de lange termijn moet blijven liggen.Speerpunten - Leg de nadruk op de lange termijn prestaties, deze gaan voor resultaten op de korte termijn - Verfijn de basisvaardigheden en ontwikkel de beheersing van de kaatsvaardigheden - Ontwikkel een fysieke basis voor toekomstige prestaties door de rompstabiliteit te vergroten - Start met het leren kaatsen vanuit verschillende tactieken en het observeren van tegenstanders - Bereid het voorbereiden op een wedstrijd uit met het nemen van voldoende rust en het eten van goede voeding - Leer kaatsers het stellen van prestatiedoelen op de korte en middenlange termijnRichtlijnen - Ontwikkel een jaarplan waarin de kaatser van begin januari tot eind augustus wekelijks 2 maal 75 minuten traint - Laat kaatsers 1 maal per 2 weken deelnemen aan wedstrijden op KNKB niveau en daar waar mogelijk nog in de eigen regio - Bied de kaatser een compleet programma aan waarin mentale begeleiding is opgenomen, 1-2 fysieke testen staan gepland en het muurkaatsen wordt aangeboden - Schakel daar waar nodig experts in voor blessures, voeding, mentale- en fysieke training - Maak structureel gebruik van een logboek die zowel door trainers als kaatsers worden ingevuldTips - Kaatsen is nu de hoofdsport van de kaatser, laat deelname aan andere activiteiten in het teken staan van het kaatsen - Geef de kaatser de mogelijkheid om deel te nemen aan sporten die aanvullend op het kaatsen zijn, bijvoorkeur het muurkaatsen (andere sporten die aanvullend zijn: tennis of badminton) - Maak kaatsers zelf verantwoordelijk voor hun uitrusting en voorbereiding - Betrek de kaatser bij het team van mensen om hem heen, leer hem daarmee dingen afstemmenFan alleskinner oant PC winner 50
  • 51. Leren Strijden Jeugd, 14-17 jaarBeschrijving Bereid en gemotiveerd om vaardigheden te ontwikkelen om te kunnen presterenHet kaatsen op de Hoofdklasse komt nu steeds dichterbij en de kaatser moet zich daar steeds bewustervan worden. Vanaf deze fase horen de trainingen en wedstrijden in het teken te staan van het leverenvan kwaliteit. Er moet worden toegewerkt naar een hoog basis niveau dat wekelijks kan wordengehaald en houvast bied om verder te kunnen groeien.Speerpunten - Met het steeds belangrijker worden van de korte termijn resultaten mogen de prestaties op de lange termijn niet worden vergeten - Ontwikkel een eigen stijl en train de kaatsvaardigheden regelmatig op wedstrijdintensiteit - Ontwerp een trainingsprogramma dat is afgestemd op de individuele kaatser en zijn positie - Begin met het benoemen van prestatiemomenten en leer kaatsers zich aanpassen aan ontstane situaties - Leer de kaatsers dat vanaf nu bij het voorbereiden ook de verwachte omstandigheden horen en welke gevolgen dit voor de uitrusting en voeding heeft - Ga met kaatsers prestatiedoelen stellen op de lange termijnRichtlijnen - Ontwerp een jaarplan vanaf begin december tot eind augustus waarin wekelijks 2 maal 90-120 minuten kan worden getraind - Het is belangrijk dat de kaatser zich nu wekelijks kan meten met de besten uit zijn categorie - Stel een individueel trainingsprogramma op waarbij de ontwikkelingsleeftijd en positie het uitgangspunt vormen, er gewerkt wordt aan de stabiliteit van de spiergroepen en via meting de vooruitgang wordt bijgehouden - Onderhoud regelmatig contact met experts op het gebied van voeding, blessurepreventie, mentale- en fysieke training - Zorg voor een logboek waarin de bevindingen van spelers, trainers en experts worden opgenomenTips - Kaatsen heeft vanaf deze fase een grote invloed op het dagelijks leven van de kaatser, om optimaal te kunnen presteren is het belangrijk om andere activiteiten en verplichtingen in dienst van de kaatsprestaties te plannen - Laat kaatsers richting het einde van deze fase steeds vaker zelf beslissingen nemen en evalueer deze beslissingen met hem/haar - Stimuleer een positieve leefstijl met weinig alcohol, geen tabak, voldoende rust en regelmaat - Kaatsen is een buitensport en het weer kan van invloed zijn op de omstandigheden, laat ze het weer in de gaten houden om zich zo goed te kunnen voorbereidenFan alleskinner oant PC winner 51
  • 52. Leren Winnen Junioren, 17-21 jaarBeschrijving Willen winnen en vaardigheden ontwikkelen om topprestaties te leverenIn deze fase moet alles wat de kaatser de afgelopen jaren heeft mee gekregen op z’n plaats vallen enresulteren in prestaties. Wekelijks een constant hoog niveau halen en tonen mee te kunnen komen opde Eerste Klas moet het doel zijn. Alles zal dan ook in het teken moeten staan om optimaal te kunnenpresteren.Speerpunten - Leg in wedstrijden de nadruk op presteren - Het verfijnen van de eigen stijl en de kaatsvaardigheden moet zoveel mogelijk gebeuren op wedstrijdintensiteit - Spreek voor het seizoen prestatiemomenten af en stem de jaarplanning voor de individuele kaatser daar op af - Leer spelen vanuit de eigen kracht en afgestemd op de omstandigheden en zwakke punten van de tegenstander - Individualiseer de voorbereiding op een wedstrijd en geef de kaatser daar zelf de verantwoordelijkheid overRichtlijnen - Schrijf een jaarplan op basis van de prestatiemomenten met wekelijks 2-3 trainingen van 90-120 minuten beginnend in november en eindigend in september - Stel een programma samen dat de kaatser in staat stelt optimaal te presteren en geef experts ruimte om innovaties aan te brengenTips - Zorg voor een goede balans tussen het kaatsen en de maatschappelijke carrière - Geef kaatsers af en toe vrij af om op te kunnen ladenFan alleskinner oant PC winner 52
  • 53. Actief voor het Leven Alle categorieënBeschrijving Kaatsen als ontspanning en onderdeel van een actieve leefstijlKaatsen om te ontspannen van de dagelijkse bezigheden en om fit te blijven zijn de belangrijkstemotieven van mensen in deze fase. In een ongedwongen sfeer wekelijks een balletje slaan en veelplezier beleven moeten kenmerkend zijn voor de activiteiten georganiseerd in deze fase.Speerpunten - Met plezier wekelijks de mogelijkheid hebben om een balletje te slaan - Fit blijven door op eigen niveau wekelijks actief deel te nemen - Kaatsen om te kunnen ontspannen van de dagelijkse bezigheden - Ontwikkelen en onderhouden van de basisvaardigheden kaatsenRichtlijnen - Bied een programma aan waarin leden van begin mei tot eind augustus wekelijks 1-2 maal 75 minuten kunnen deelnemen aan kaatsactiviteiten - Geef leden de mogelijkheid om 1 maal in de 2-3 weken deel te nemen aan activiteiten binnen de eigen vereniging of in de regio - Creëer een sfeer die mensen bind en uitnodigt terug te komenTips - Bied mensen de mogelijkheid als vrijwilliger onderdeel van de organisatie uit te makenFan alleskinner oant PC winner 53
  • 54. AanvullingenMuurkaatsenBinnen het LTKO wordt een aantal maal over het muurkaatsen gesproken als aanvulling op het Friesekaatsen. Vooral buiten het kaatsseizoen geeft het muurkaatsen mogelijkheden je als kaatser door tekunnen ontwikkelen. Nu is het vaak zo dat kaatsers begin februari starten met trainen en eind augustusals er nog 2/3 wedstrijden te verkaatsen zijn stoppen met trainen. Grof gerekend betekend dit dat dekaatsers 5 maanden niks doen tussen de seizoenen in. Deze periode kan prima worden ingevuld methet muurkaatsen dat begint in oktober en eindigt in maart. Het grote voordeel van muurkaatsen ten opzichte van andere sporten die in de winterperiode kunnen worden beoefend is dat beide kaatsvormen veel overeenkomsten hebben. Beide sporten hebben een explosief karakter en vragen een hoge reactie- en handelingssnelheid. Met dit verschil dat het muurkaatsen vaak net even wat meer op dit gebied vraagt dan het Friese kaatsen. Hierdoor kan het muurkaatsen dan ook ideaal gebruikt worden als voorbereiding op het kaatsseizoen.CoachingTrainer/coaches hebben een centrale rol binnen het LTKO. Het is hun taak de speerpunten uit de fasestoe te passen in de trainingen. Het werken volgens deze speerpunten vraagt een andere aanpak dandat de trainer/coaches tot nu toe gewend waren. Om dit succesvol te laten verlopen is het verstandigom de vaardigheden van de trainer/coach te koppelen aan de ontwikkeling van de kaatsers. Leren Winnen Leren Strijden Train Trainen Leren Trainen FUNdament Actieve Start Ontwikkeling Kaatser Ontwikkeling trainer/coachIn bovenstaande afbeelding is goed te zien wat er van een trainer/coah wordt verwacht om te kunnenaansluiten bij de ontwikkeling van de kaatser. Het is belangrijk dat trainer/coaches over deze kennis envaardigheden beschikken en de opleidingsprogramma’s hier op aan te passen en deze voor iedereenbeschikbaar te maken.Fan alleskinner oant PC winner 54
  • 55. Naast de kennis en vaardigheden die een trainer/coach op vaktechnisch gebied moet bezitten is hetook van groot belang dat hij/zij beschikt over sterke vaardigheden op het gebied van communicatieen samenwerking. Overleggen en afstemmen met de kaatser en experts is een ‘must have’ alleen opdeze manier kan de trainer/coach het beste in de kaatser naar boven halen. Om dit te realiseren is hetbelangrijk dat de er vertrouwen in elkaar is en er op een eerlijke en open manier kan wordengecommuniceerd. Het overleggen en afstemmen kan prima via het SOSO-principe: • Sluit aan, volg de kaatser door vragen te stellen en in eigen woorden terug te koppelen wat hij heeft gezegd. • Open staan, laat de kaatser ongegeneerd weten wat voor vlees hij met jouw in de kuip heeft. • Structuur aanbrengen, nodig de kaatser uit en leid hem vervolgens in de gewenste richting. • Open kaart spelen, blijf terug koppelen hoe de kaatser er voor staat (positief).OpleidingsstructuurDoor de introductie van het LTKO veranderd er ook wat in de opleidingsstructuur binnen het kaatsen.Nu is het nog vanzelfsprekend dat de KNKB in iedere leeftijdscategorie 2 selectiegroepen heeft die 1maal per week trainen onder leiding van een selectietrainer. Met de komst van het LTKO moet ditworden aangepast, de opleidende rol moet worden neerlegt bij de verenigingen die wordenondersteund door de KNKB.Dit betekend dat de KNKB opleidingen moet organiseren die trainer/coaches en bestuurders helpenom zelf volgens het LTKO trainingen en activiteiten te organiseren die de kaatsers in staat stellen omzich te ontwikkelen. Een andere vorm van ondersteuning die de KNKB kan bieden is door alstussenpersoon op te treden en verenigingen met elkaar in contact te brengen om ieder jeugdlid eenkans te bieden om te kunnen trainen.Pas in de Train Trainen fase krijgt de KNKB weer een opleidende rol. Vanaf deze fase heeft de KNKB inde schooljeugd en de jeugd categorie een zogenaamde TOPgroep. De kaatsers in deze groep zijngescout in de Leren Trainen fase en moeten het potentieel hebben om uit te groeien tot eenHoofdklasser. In deze TOPgroepen worden ze dan begeleidt door twee hoog gekwalificeerde trainersdie de regie voeren over het ontwikkelingsprogramma van de kaatser.Aan het einde van de jongens/meisjes categorie moet er duidelijk zijn welke kaatsers het echte talentbezitten om door te kunnen stromen naar de Jong Talenten selectie. De kaatser komt hier in een teammet specialisten te terecht en het doel is om wekelijks te presteren. Leren
 Professionele Teams Winnen
 Jong Talenten (KNKB) Leren
 TOPgroep (KNKB) Strijden
 TOPgroep (KNKB) Train
Trainen
 Verenigingen Leren
Trainen
 Steunpunten Kaatsscholen FUNdament
 Actieve
Start
Fan alleskinner oant PC winner 55
  • 56. Bijlagen Actieve Start Kabouters, 6-8 jaarMentaal Fysiek Tactisch Technisch- Plezier hebben in de Ontwikkelen balans, - Leren score bij te houden Opslag: kaatstrainingen en coördinatie, behendigheid - Leren wat een zitbal, voor, - Opgooi, armzwaai, 1-pas activiteiten en snelheid door: buiten, kwaad, boven en- Controle over eigen - rennen een kaats is Uitslag: emoties - wenden/keren - Spelen van het - Instappen, armzwaai- Kan samenwerken met - springen beginnerspel andere kaatsers - werpen/vangen Tussenspel:- Staat met een positieve - slaan - Lichaam achter de bal, 2 houding op het veld - stuiten handen keren FUNdament Welpen, 8-10 jaarMentaal Fysiek Tactisch Technisch- Plezier hebben in de Ontwikkelen van de linker - Spelen van aangepaste, Opslag: kaatstrainingen en en rechter lichaamshelft kortere wedstrijden - Opgooi, armzwaai, 3-pas wedstrijden op het gebied van balans, - Leren waar te staan in het- Respect tonen voor coördinatie, behendigheid veld (perk, opslag) Uitslag: trainers, scheidsrechters, en snelheid door: - 3-pas instappen, vingers tegenstanders en - rennen vrijwilligers - wenden/keren Tussenspel:- Leren op een positieve - springen - Keren van een manier om te gaan met - werpen/vangen opstuitende bal fouten - slaan - stuitenFan alleskinner oant PC winner 56
  • 57. Leren Trainen Pupillen, 10-12 jaarMentaal Fysiek Tactisch Technisch- Leren dat trainen helpt je Introduceren van Leren hoe op te stellen, 2 Opslag: te ontwikkelen weerstand bij het man voor de kaats, 1 - Aanloop, 3-pas, zuiver (toewijden) ontwikkelen van de achter/1 voor opslaan (65-70%)- Ontwikkelen kalm en balans, coördinatie, positief te blijven behendigheid en snelheid. Uitslag:- Leren focussen op een - Schikken, raakpunt opdracht Tussenspel: - Retourneren van een opstuitende bal Train Trainen Schooljeugd, 12-14 jaarMentaal Fysiek Tactisch Technisch- Ga werken met Leggen van een basis voor - Kaatsen vanuit Opslag: prestatiedoelen op korte toekomstige prestaties verschillende tactieken: - Plaatsen, buig/strek, en middenlange termijn - Coördinatie: links/rechts, directe winst, kaatsen zuiver opslaan (70%)- Leer kaatsers complexe situatie leggen ontspannen en focussen - Snelheid: snel kunnen - Leren tegenstanders Uitslag: in “opwindende” bewegen en reageren in observeren - Pols, plaatsen situaties verschillende richtingen- Ontwikkelen “geen - Kracht: rompstabiliteit Tussenspel excuus” stijl en altijd klaar - Dropkick, plaatsen zijn om te strijdenFan alleskinner oant PC winner 57
  • 58. Leren Strijden Jeugd, 14-17 jaarMentaal Fysiek Tactisch Technisch- Leer kaatsers hun eigen Individueel programma - Voorbereiden op basis - Ontwikkel de gedachten controleren gericht op van positie en vaardigheden tot- Start met het aanleren ontwikkelingsleeftijd en tegenstander volledige beheersing van routines ter positie - Kunnen aanpassen aan - Werk met de kaatser aan voorbereiding op - Optimale voorbereiding: de omstandigheden een “eigen stijl” wedstrijden taperen en pieken - Al kaatsend de - Train regelmatig in- Geef kaatsers - Kracht: explosiviteit, tegenstander wedstrijdsituaties verantwoordelijkheden rompstabiliteit observeren - Speel af en toe en laat ze meedenken - Snelheid: snel kunnen oefenwedstrijden- Stel prestatiedoelen voor reageren in specifieke de lange termijn situaties - Coördinatie: profiteren van fysieke kwaliteiten Leren Winnen Junioren, 17-21 jaarMentaal Fysiek Tactisch Technisch- Leer zich herpakken bij Individueel programma - Ontwikkel een - Blijf vaardigheden achterstand en om de fysieke effectieve verfijnen tot volledig tegenslagen vaardigheden te wedstrijdtactiek beheersing en ter- De drive hebben om te onderhouden en te - Kaatsen vanuit eigen verbetering van de willen presteren ontwikkelen voor kracht en proberen te “eigen stijl”- Volledig focussen om te maximale prestaties profiteren van de - Train vaardigheden presteren - Kracht: explosieve zwakke punten van de veelvuldig in- Verantwoordelijkheid krachtuithoudingsvermog tegenstander wedstrijdsituaties dragen voor eigen en - Speel regelmatig daden en beslissingen - Snelheid: snel kunnen oefenwedstrijden- Kunnen omgaan met accelereren, decelereren kritiek en van richting veranderen - Coördinatie: vaardigheden toepassen in snelle, complexe situatiesFan alleskinner oant PC winner 58
  • 59. Actief voor het Leven Alle categorieënMentaal Fysiek Tactisch Technisch- Kaatsen om te - Fit blijven door actief te - Op eigen niveau - Onderhouden van de ontspannen kaatsen kunnen strijden tegen basisvaardigheden- Genieten van het andere kaatsers - Naar behoefte kaatsen - Basistactiek vaardigheden ontwikkelenFan alleskinner oant PC winner 59
  • 60. Bijlage 3Draaiboek thematraining behendigheidDatum: 27 februari 2011Locatie: Sporthal “De Trije” te FranekerTijdstip: 12:30 t/m 15:30Aantal deelnemers: 40 (4 groepen van 10 personen)Aantal begeleiders: 12 (2 per onderdeel, 1 groepsbegeleider)Aantal onderdelen: 6 (na het 2de onderdeel 15 minuten pauze)Tijd per onderdeel: 20 minuten (2 minuten wisseltijd)Doel: Aan het einde van de activiteiten hebben de deelnemers, trainer/coaches, scouts en ouders eeninzicht gekregen in hoeverre de deelnemers de algemene bewegingsvaardigheden voor sport (balans,coördinatie en behendigheid) beheersen.Tijdsschema:12:30 – 12:50 Ontvangst deelnemers12:50 – 12:55 Welkoms woord13:00 – 13:20 Ronde 113:22 – 13:42 Ronde 213:42 – 14:57 Pauze14:00 – 14:20 Ronde 314:22 – 14:42 Ronde 414:50 - 15:00 AfsluitingFan alleskinner oant PC winner 60
  • 61. Onderdeel 1 Balans en coördinatieBij deze oefenvorm wordt er gewerkt met een evenwichtsbalk (of een Zweedse bank metevenwichtslat). Op dit smalle vlak moeten de deelnemers hun evenwicht zien te bewaren entegelijkertijd een bal vangen en gooien. • 1 van de deelnemers staat op de evenwichtsbalk en moet op 1 been en met 1 hand 10 toegeworpen ballen proberen te vangen.Om een goed beeld van de deelnemer te krijgen is het verstandig om hem eerst 2/3 “proefballen” toete gooien.Niveau 1: Vangt de meeste ballen gebruikmakend van 2 benen en 2 handen.Niveau 2: Vangt de meeste ballen gebruikmakend van 1 been en met 2 handen.Niveau 3: Vangt 7 van de 10 ballen gebruikmakend van 1 been en 1 hand.Niveau 4: Vangt 7 van de 10 ballen gebruikmakend van het rechterbeen en de linkerhand of andersom.Fan alleskinner oant PC winner 61
  • 62. Onderdeel 2 Behendigheid en coördinatieBij deze oefenvorm wordt er gewerkt in een mini parcours waarin meerdere handelingen moetenworden verricht. • De deelnemer start met zijn rug naar de muur en gaat al zijwaarts zigzaggend van dopje naar dopje. Aangekomen bij het laatste dopje draait hij zich om en probeert met een 3-pas het gemarkeerde deel op de muur te raken (bovenhands gooiend)Om een goed beeld van de deelnemer te krijgen is het verstandig hem eerst 2/3 oefen pogingen tegeven.Niveau 1: Voert de zigzag haperend uit, laat een geen/gebrekkige 3-pas zien en mist geregeld het gemarkeerde vlak.Niveau 2: Voert de zigzag en de 3-pas voldoende uit maar mist het gemarkeerde vlak geregeld (5 of minder van de 10 ballen raak).Niveau 3: Voert de zigzag voldoende uit, laat een vloeiende 3-pas zien en raakt met 7 van de 10 ballen het gemarkeerde vlak.Niveau 4: Voert de zigzag en de 3-pas vloeiend uit en raakt met 7 van de 10 ballen het gemarkeerde vlak.Oefening 3 BehendigheidFan alleskinner oant PC winner 62
  • 63. Bij deze oefenvorm wordt er gewerkt in een mini parcours waarin in meerdere handelingen moetenworden verricht. • De deelnemer moet over de hordes springen en vervolgens een via de muur aangegooide bal met 1 hand vangen.Om een goed beeld van de deelnemers te krijgen is het belangrijk om ze het parcours eerst 2 maal telaten oefenen.Niveau 1: Voert het parcours haperend uit en vangt de meeste ballen met 2 handen.Niveau 2: Voert het parcours voldoende uit en vangt de meeste ballen met 2 handen.Niveau 3: Voert het parcours voldoende uit en vangt 7 van de 10 ballen met 1 hand.Niveau 4: Voert het parcours vloeiend uit en vangt 7 van de 10 ballen met 1 hand.Fan alleskinner oant PC winner 63
  • 64. Oefening 4 Reactie snelheidBij deze oefenvorm wordt er gewerkt in een vierkant waarin de deelnemer vrij kan bewegen. • De deelnemer staat in een vierkant van 8 m2. Onverwacht valt er een bal die hij na de stuit moet pakken.Om een goed beeld van de deelnemer te krijgen is het verstandig hem 2/3 ballen te laten oefenen.Niveau 1: Reageert traag op de vallende bal en vangt met 2 handen minder dan 5 van de 10 ballen.Niveau 2: Reageert goed op de vallende bal en vangt met 2 handen 6 van de 10 ballen (of hoger).Niveau 3: Reageert goed op de vallende bal en vangt met 1 hand 7 van de 10 ballen.Niveau 4: Reageert vlot op de vallende bal en pakt ‘m geregeld met 1 hand voor de stuit.Fan alleskinner oant PC winner 64
  • 65. Score formulierNaam: ....................................................................Datum: .................................... Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4Onderdeel 1Onderdeel 2Onderdeel 3Onderdeel 4TotaalFan alleskinner oant PC winner 65
  • 66. Beelden thematrainingFan alleskinner oant PC winner 66

×