Your SlideShare is downloading. ×
Word Oef3 Hanne D 1 Ba Mv Interview
Word Oef3 Hanne D 1 Ba Mv Interview
Word Oef3 Hanne D 1 Ba Mv Interview
Word Oef3 Hanne D 1 Ba Mv Interview
Word Oef3 Hanne D 1 Ba Mv Interview
Word Oef3 Hanne D 1 Ba Mv Interview
Word Oef3 Hanne D 1 Ba Mv Interview
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Word Oef3 Hanne D 1 Ba Mv Interview

900

Published on

Published in: Travel
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
900
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. SchrijftrainingHet interview:Herinnering i.v.m het zestig jarig bestaan van IPSOCHOLVOET Korneel 2009-2010Naam Voornaam 2009--2010DEMUYNCK Hanne1 BaMVDe Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen (KATHO Associatie K.U. Leuven) in Kortrijk bestaat reeds uit vier verschillende departementen, nl. Handelswetenschappen & bedrijfskunde – HANTAL, Technologie & informatica – VHTI, Verpleegkunde & vroedkunde – HIVV en Sociaal-agogisch werk – IPSOC. Het departement IPSOC staat voor Instituut voor Psycho-Sociale Opleiding met richtingen als Bachelor Sociaal Werk, Bachelor Orthopedagogie, Bachelor Toegepaste Psychologie en Bachelor Maatschappelijke Veiligheid.
    Dit jaar (2009) bestaat het departement IPSOC 60 jaar en dat moet natuurlijk gevierd worden. En hoe kunnen we dat beter doen dan a.d.h.v. een interview. We kregen de opdracht in schrijftraining om iemand te interviewen die sinds jaar en dag zijn leven toewijdt aan het departement IPSOC.
    Bij deze had ik de eer om mevrouw Eveline Le Roy te interviewen. Ze is coördinator internationalisering sociale wetenschappen (Co-ordinator international office social sciences).
    Het interview
    Wat betekent u voor IPSOC, wat is uw functie op de school? Mijn naam is Eveline Leroy en ik werk op IPSOC sinds 1982, dus dat is toch wel al een hele tijd, nu is dat 27 jaar in november. Mijn taken binnen mijn functie zijn eigenlijk in de loop van de jaren al wel wat geëvolueerd. Op dit moment zou je eigenlijk drie grote luiken kunnen inzien. Eerst en vooral ben ik momenteel departementaal coördinator internationalisering, ik coördineer het team internationalisering over de vier opleidingen heen. Dan ben ik ook als stafleraar verbonden als docent binnen de opleiding Bachelor Toegepaste Psychologie en voor en heel klein gedeelte binnen de opleiding Bachelor Orthopedagogie. Een derde poot in mijn totale functie is departementaal preventie adviseur.
    Heeft u hier ook les gevolgd?Neen, ikzelf ben geen afgestudeerde van Katho IPSOC. Ik heb mijn diploma Orthopedagogiek behaald aan de Katholieke Universiteit Leuven.
    Was het gemakkelijk om werk te vinden?Ja, toen ik hier solliciteerde voor de job ben ik terechtgekomen als docent binnen de opleiding Orthopedagogie. Dat noemde toen nog niet Bachelor Orthopedagogie, maar wel gegradueerde in de Orthopedagogie. Het was redelijk makkelijk om werk te vinden, want ik was eigenlijk al aan het werk in een toenmalig PMS centrum in Deinze, wat nu het CLB is. Vanuit mijn functie daar was ik ooit eens gevraagd geweest om een of meerdere eindwerken te beoordelen en bij die gelegenheid heb ik mijn Curriculum Vitae, mijn sollicitatiebrief, ingediend. Het daaropvolgende academiejaar ben ik uitgenodigd geweest voor een sollicitatiegesprek en dus heb ik vlot de overgang kunnen maken van de ene job naar de andere. Maar ik moet wel zeggen de vakken die ik toen ik doceerde, als ik hier gestart ben, zijn helemaal niet meer de vakken die ik nu doceer. Het is wel eigen aan Katho en aan het departement IPSOC, dat doorheen de jaren de personeelsleden hier kunnen evolueren en groeien naar andere taken en functies en dat verandert geleidelijk aan. Maar als je op een bepaald moment terugblikt en kijkt wat doe ik nu en wat heb ik in het begin gedaan dan kan het inderdaad zelfs totaal verschillend zijn.
    Internationalisering bestond zelfs nog niet op het moment dat ik hier begon, dat is in Katho IPSOC gegroeid vanuit de opleiding Bachelor Orthopedagogie, onder het impuls van onze huidige departementsdirecteur Luc De Mey. Dat was eind de jaren 80 en is heel klein begonnen, maar is geleidelijk aan gegroeid en geëvolueerd tot we vandaag nu eigenlijk zijn. Van preventie adviseur was er op dit moment ook nog geen sprake van, dat was toen nog een veiligheidsadviseur en dat werd opgenomen door een technische persoon. Dit was zeer onregelmatig en de toenmalige arbeidsinspectie heeft toen gevraagd aan de directeur toen Valère Cools om toch een preventie adviseur, een veiligheidscoördinator aan te stellen. Ik had toen al de cursussen eerste hulp binnen de opleiding Bachelor Orthopedagogie en onze directeur zag onmiddellijk een link en hij heeft mij toen gevraagd om dat op te nemen. Dat heb ik ook aanvaard onder de voorwaarden dat ik hier ook opleiding kon volgen. Door mijn vroegere job, vier jaar bij het CLB, was ik ondertussen begonnen met het vak studie- en beroepsoriëntering te geven in opleiding Psychologie en de cursus psychomotoriek. Zo is gaandeweg mijn lesopdracht verschoven van Orthopedagogie naar hoofdaccent in de opleiding Psychologie, een manusje van alles van ik het zo mag noemen (Hanne). Men noemt dat hier breed inzetbaar en dat zou ik eigenlijk wel beamen. Op dit moment heb ik zeker een boeiende job, een gevarieerde job, met heel wat afwisseling. Een nadeel daaraan is dat er piekmomenten zijn, maar dat is voor iedereen zo. Het kan heel druk zijn en op één dag doen we veel verschillende dingen.

    Hoe ziet u de toekomst in Katho, zou u willen veranderen van functie?
    Ik ben tevreden met de job die ik nu doe, we hebben eigenlijk al heel wat kunnen realiseren vooral binnen de opleiding Psychologie, in de curriculumhervormingen, nieuwe ontwikkelingen, internationalisering gebracht, cursussen sociale vaardigheden die er 15, 20 jaar geleden niet waren. Dus daar hebben we zeker kunnen toe bijdragen en dat is een opleiding die ons nog nauw aan het hart ligt en die ik van nabij volg in haar ontwikkeling. Daarnaast is internationalisering zeker mijn ding. Persoonlijk zou ik er wel wat meer in willen doorgroeien; in die zin van nog wat meer omkadering daarvoor te krijgen, want er staan eigenlijk nog heel veel projecten op stapel die zouden kunnen gerealiseerd worden om een toegevoegde waarde te geven aan het departement, maar nu is de soms de tijd daartoe beperkt. Dus indien ik in die richting wat meer zou kunnen evolueren, zou ik dat wel toejuichen.
    Wat is internationalisering?
    De werking team internationalisering hier richt zich eigenlijk vooral op een aantal zaken. Eerst en vooral naar de studenten toe, de mogelijkheden voor studentenmobiliteit binnen de opleiding Bachelor sociaal werk om een leerervaring op te doen in het buitenland. Nu streven we ernaar 30 studiepunten van het totaal programma te krijgen, meestal in het laatste semester van de opleiding. Wij coördineren de Erasmusmobiliteit van studenten, maar ook intercontinentale projecten, ontwikkelingssamenwerking binnen de opleiding. Daarnaast stimuleren we ook de docentenmobiliteit in en uit. Gastdocenten van het buitland die hier lessen komen geven of onze docenten die bij partnerhogescholen een kleinere onderwijsopdracht vervullen, inderdaad uitwisseling. Daar groeit ook een toetsing uit voort van het eigen curriculum van de opleiding aan de curricula met de partnerhogescholen, een soort kennismaking met het oog om het eigen curriculum te optimaliseren en misschien in de toekomst ook programma’s samen uit te werken.
    Zo hebben we bijvoorbeeld, ik ga nu voor Psychologie spreken, in het tweede jaar een internationale week voor de tweedejaarsstudenten en daar nemen 3 Nederlandse hogescholen, 3 Vlaamse hogescholen een universiteit van UK en een universiteit van Litouwen Kloipeda aan deel en er lopen 4 initiatieven ter gelijkertijd. Dat betekent dat er een gedeelte van de studenten hier blijven om deel te nemen aan ons programma diversities, maar dat de andere helft van de studenten uitzwermt over de 3 andere initiatieven. Aan de andere kant krijgen we van op de partnerhogescholen studenten hier in die week, dat is een internationale week die op hetzelfde moment loopt in alle betrokken partnerhogescholen en waarbij studentengroepen gemixt zijn. Dat is eigenlijk al samen een opstap naar het samen uitwerken van gezamenlijke opleidingsonderdelen en in de toekomst misschien gezamenlijke curricula. Onze internationaliseringactiviteiten concentreren zich vooral op de mogelijkheden van de opleidingen zelf binnen het studietraject van de studenten hier, maar daarnaast willen we de studenten ook niet in de kou laten staan. Als ze afstuderen proberen we hen wel op weg te zetten naar de organisaties, de websites en de beurzen die er zijn voor de mogelijkheden om te werken in het buitenland of vrijwilligerswerk te doen in het buitenland of studeren na het afstuderen. Maar wij gaan dat niet meer allemaal voor hen regelen, maar wel gaan hen de informatie geven. Zo hebben we vorige week nog een promotie gevoerd (waarschijnlijk heb je ook een mail gekregen rond die beurs), Go Strange. Dat is eigenlijk een beurs die opgezet was door JINT, jongeren internationaal, met al hun partners om aan studenten en jonge mensen te informeren over wat je allemaal kunt doen in het buitenland met een kleinere of een grotere sponsoring, gaande van oper zijn, vrijwilligerswerk, studeren in het buitenland en waar vind je die informatie. Die informatie willen we wel aan de studenten geven, maar dat dan echt uitvoeren zijn de studenten zelf in overleg met de andere organisaties. We kunnen niet alles doen. Wij concentreren ons op internationalisering binnen de opleiding, dat is onze cours. We helpen ze een stuk op weg maar we gaan wel niet alles regelen opvolgen en evalueren.
    Wat we ook doen, we krijgen ook de vraag naar, toch al van een paar studenten, om diploma’s die ze hier hebben bepaald om die te vertalen voor hun. Zodanig dat ze kunnen bewijzen in het buitenland en werkgevers of bij een opleidingsinstelling wat ze hier precies hebben gevolgd, om op die manier in het buitenland toegelaten te worden tot een bepaald opleidingsprogramma of werksituatie. Dat nemen we dan wel op voorlopig met ons team om dat aan te maken en dat aan de afgestudeerden te bezorgen.
    Wat zou u nog zeker willen meemaken op de school en omgeving van de school?
    In de brede kijk proberen we van elk academiejaar iets te maken, want in elk academiejaar zijn er altijd uitdagingen. Vooruitkijken wat er binnen vijf jaar of zeven jaar zal zijn, hebben we daar misschien een algemene kijk wel op. Dat is moeilijk te zeggen omdat tegenwoordig de ontwikkelingen zo snel gaan dat we het niet allemaal kunnen voorzien.
    Wat ik in elk geval hoop is dat we deze activiteiten zeker nog verder kunnen uitbouwen en zeker maken dat de kwaliteit geborgd blijft en dat ze ook kunnen verder gezet worden nadien, daarvoor zal ook heel wat overdracht voor nodig zijn.
    Ik denk ook dat het departement met studiereis en met zijn gastdeelnemers nog zeker verder kan blijven bestaan en zelfs nog meer kwaliteit kan krijgen met de inbreng van kunst en cultuur waar het departement een voortrekker in is en die dan ook in de studiereis kan ingebracht worden. De Katho-studiereizen algemeen in het departementaal moeten we ook wel mee helpen te organiseren in het Paasverlof, dat is ook wel een meerwaarde. Daar hoop ik dat Katho verder blijft continueren. Vooral op vlak van internationalisering en evolutie daarvan wil ik nog meemaken.
    Zijn er al veel veranderingen doorgevoerd sinds dat u hier op school bent?
    Er zijn al van de start toen ik hier werkte tot nu heel veel veranderingen geweest, maar ik zie de veranderingen vooral in de laatste vijftien jaar. De eerste tien jaar zal ik zeggen, was de werksituatie zowel de materiële omgeving als de inhoud van de job veel stabieler. Ook naar personeelsbestand was het echt een vast korps van mensen. Maar mensen gaan op pensioen te komen, er komen andere mensen, we hebben een groter departement, er komen veel meer nieuwe collega’s. Ieder jaar zijn er wel wat veranderingen, voortdurend op vlak van personeelsbestand. Dat was vroeger eigenlijk ook niet, dat was veel stabieler. Nu zien we veel meer kwantiteit, veel meer flexibiliteit en veel meer veranderingen en dat heeft zijn positieve kanten en er zijn ook minder goede kanten. De positieve kanten zijn, is dat er heel veel dynamiek is, dat we heel veel kunnen leren van elkaar. Wij leren niet alleen van de studenten, maar wij leren ook van de hele gemeenschap, van de collega’s en de inbreng van de studenten via stageplaatsen. Dat is eigenlijk wel heel leerrijk, een leerrijke omgeving, er is heel veel dynamiek dat vraagt ook wel heel veel tijd, inspanning en flexibiliteit.
    Ook het afbakenen ten opzichte van je privé leven was vroeger helemaal niet moeilijk, dat was meer eigenlijk een 9 to 5 job. Maar nu, zeker met afstandsleer dat erbij gekomen is, binnen Maatschappelijke Veiligheid is dat het derde of het vierde jaar, maar voor Psychologie is dat het tweede jaar en voor sociaal werk en Orthopedagogie is het nu het eerste jaar, een goeie start. Het moment waar opleidingen het curriculum aangeboden hebben in afstandsonderwijs is pas eerst binnen de 3 à 4 jaar, daar moeten we nog allemaal door. Dat moet allemaal op punt komen en is zeker een grote uitdaging voor alle collega’s en het departement in zijn geheel.
    Hoe ervaart u uw eerste herinnering op de eerste schooldag?
    Mijn eerste indruk was van in het begin al eigenlijk wel goed, want vooraleer ik een herinnering had, had ik er ook al een beeld van. Het was zo dat ik zelf studeerde aan de universiteit en ik had zo voor mij zelf voorgenomen; stel, dat zou kunnen gebeuren, dat ik het niet haal op de universiteit, dat het toch iets te hoog gegrepen is, dan had ik eigenlijk al mijn plan uitgestippeld, ik kende IPSOC al van toen, toch qua naam en beeldvorming als ik niet slaag, zelfs na een herhaalde poging, ga ik de stap zetten en ga ik toch verder studeren aan IPSOC. Dat was toen mijn plan geweest, dat is niet nodig geweest, gelukkig maar. Dat betekent toch dat het beeld dat ik toen had, dat dit er een was zo van gedegen opleidingsinstelling, maar goeie programma’s die praktijkgericht zijn. Dat is eigenlijk later ook wel gebleken.
    Op het moment dat ik hier kwam werken was in het begin, als nieuwe collega moet je het allemaal een beetje bekijken van op afstand, maar voelde ik toch wel dat bij de collega’s een vrij informele sfeer heerste die positief maar was, wat als nieuweling toch je plaats moet in verwerven. Dat is niet altijd zo gemakkelijk van in het begin, dat heeft toch wel een jaar of twee jaar geduurd vooraleer dat u toch wel duidelijk uw plaats daarin hebt verworven. Maar uiteindelijk komt dat dan wel terecht.
    De grootste verandering, en dat zal wel voor iedereen van IPSOC zo geweest zijn, was met de fusie. IPSOC was vroeger een autonome hogeschool, maar 15 jaar geleden zijn de overkoepelende hogescholen opgericht en heeft Katho zijn ontstaan gekend Het is één hogeschool nu, maar alle departementen die hier nu op de campus zijn, die waren er vroeger ook al, maar nu zijn we allemaal één geheel, zelfs nog met Roeselare, Torhout en Tielt erbij. Dat betekent dat er ook heel wat zaken aangestuurd worden, niet alleen vanuit het departement, maar ook vanuit centraal en nu zelfs ook vanuit de associatie K.U.Leuven. Dus de import die van daaruit komt en ook het samenwerken van zijn werkgroepen met collega’s van andere departementen was aanvankelijk de grootste verandering. Maar tegelijk was het ook onzeker, wat gaat het eigenlijk allemaal zijn? IPSOC wou zijn traditie behouden, maar toch met de nieuwe input en dat evenwicht, het was een uitdaging. Persoonlijke vond ik het een goeie zaak, ik ben zelf ook betrokken in twee van die werkgroepen die interdepartementaal zijn en voor mezelf dan was het eigenlijk een hele verrijking. Ook om collega’s van andere departementen te kennen en interdisciplinair en multidisciplinair te kunnen samenwerken.
    Kunt u een top 3 geven van herinneringen van vroeger tot nu?
    Dat is een heel moeilijke vraag om nu zo onmiddellijk op te antwoorden, daar zou ik precies liever even over nadenken, en dat dan zeggen want als ik nu zomaar onmiddellijk mijn top 3 zeg, zou ik rap zeggen, oei dat klopt eigenlijk niet helemaal en een paar herinneringen zijn ook op informeel, in het kader van dit interview.
    We vertrokken met studenten Psychologie op studiereis naar New York in 1998 met gastdeelnemers een totale groep van 70 met een vlucht van Airlines bus over Ierland en dan daar overstappen pre - immigreren in Amerika, maar daar niet wegraken en drie dagen in Ierland van Dublin naar Belfast naar Sennon gestuurd worden vooraleer we uiteindelijk in New York zijn. Dat is eigenlijk wel een evenement die we toen samen met de toenmalige prinscoördinator meneer van Rossem gedeeld hebben en dat zullen we uiteraard nooit vergeten. Het heeft zich niet afgespeeld hier binnen het gebouw, maar het was wel een evenement met het IPSOC.
    Wat ik mij ook nog goed herinner, dat zal dan wel met internationalisering en studiereis te maken hebben, was in de opleiding Orthopedagogie. De eerste jaren dat ik hier werkte in september begon het academiejaar altijd heel wat later. Tussen deliberatie en start volgend academiejaar was er redelijk wat tijd. Het was dan de traditie om met de stafdocenten Psychologie op een studiereis te gaan en dat hebben we toch regelmatig gedaan. We hebben de docentenstudiereis meegemaakt naar Luxemburg, Straatsburg, München, Polen. Het was ook heel tof eigenlijk omdat er dan gelegenheid was voor docenten om onderling contact te maken en elkaar te bereiken, dat was eigenlijk een beetje internationalisering avant la lettre. Dat is zeker een dankbare herinnering die blijft bestaan.
    En wat ik natuurlijk ook altijd zal blijven onthouden zijn de cursussen eerst hulpverlening, al 20 jaar, die we samen met het Rode Kruis in Kortrijk inrichtten. We leiden studenten op, maar nu geef ik de lessen niet meer allemaal zelf, ik neem wel nog examens af. De allereerste keer herinner ik mij nog dat we een lichting klaar hadden en nog een academische zitting hadden afgerond. Een ludiek element, we hadden de studenten iets te drinken gegeven, een soort kleine receptie, maar onze toenmalige directeur Valère Cools - we nemen het hem niet kwalijk - maar we hadden er toen geen budget voor in die tijd en dan heeft onze huidige departementsdirecteur die toen opleidingscoördinator was Luc De Mey gezegd: “dan doen we het zelf”. We zijn dan zelf plastieken bekers gaan kopen en drank in de supermarkt, toen hadden de studenten zelf een drankje en waren ze toch niet teleurgesteld. Onze gasten, we hadden de hoge directie van het Rode Kruis ook uitgenodigd, die waren ook vertegenwoordigd, waren ook niet teleurgesteld. Toen kon dat nog, maar nu zou dat niet meer kunnen, als we het niet krijgen van de directie dan doen we het eigenlijk wel zelf met de eigen middelen. Nu verloopt alles veel formeler en als je jouw weg kent, kun je heel wat realiseren, maar het kan zo veel minder geïmproviseerd en ik vond dat dit toch wel zijn charmes had.
    Aan welke momenten zou u liever niet herinnerd worden?
    Er zijn wel dingen die misschien minder leuk waren, maar ik heb ze allemaal een plaats kunnen geven. Het is geen probleem wat het werk betreft hier op IPSOC of. Ik mag aan alles herinnerd worden, dat is geen probleem.
    Na uw avontuur op IPSOC, welke momenten zal u het meest koesteren?
    De leer- en ontwikkelingsmogelijkheden die je hier als persoon krijgt op Katho en binnen IPSOC, dat is dan het positieve. Natuurlijk zou ik willen dat het overleg met het management soms wel wat beter en vlotter kan verlopen. Vooral ook dat er wat meer afstemming is op vlak van leidinggeven en beslissingen nemen tussen wat Katho centraal voorstelt en het departement, dat zit nog niet op een lijn. Wij, als werknemers of coördinatoren van bepaalde opleidingsgebieden, voelen dat eigenlijk wel het meeste en dat is soms een spanningsveld. Ik wil daar eigenlijk wel aan herinnerd worden. Maar het positieve overweegt op de knelpunten, dus vooral in de persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden en het samenwerken met de collega’s en met de studenten.

×