Werkstuk Architectuurgeschiedenis

1,371 views
1,234 views

Published on

Werkstuk gemaakt voor het bachelorvak ’Architectuurgeschiedenis’ aan de Technische Universiteit van Eindhoven.

21.06.2011

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,371
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Werkstuk Architectuurgeschiedenis

  1. 1. Christian van der Krift0674891Architectuurgeschiedenis7X20021 Juni 2011
  2. 2. InhoudsopgaveInleiding ............................................................................................................................................4Immeuble-Villa ..................................................................................................................................5 Le Corbusier .............................................................................................................................................. 5 Ville contemporaine .................................................................................................................................. 6 Dom-ino-seriehuis en de Immeuble-Villa ................................................................................................. 7Hufeisensiedlung Berlin......................................................................................................................9 Bruno Taut en Martin Wagner .................................................................................................................. 9 Martin Wagner ...................................................................................................................................... 9 Bruno Taut ............................................................................................................................................ 9 Hufeisensiedlung..................................................................................................................................... 10Vergelijking......................................................................................................................................13Bronnen ..........................................................................................................................................15 Boeken .................................................................................................................................................... 15 Sites ......................................................................................................................................................... 15 3
  3. 3. InleidingZoals waarschijnlijk al wel duidelijk is, bevat dit verslag de vergelijking tussen de Immeuble-Villa van leCorbusier en de Hufeisensiedlung in Berlijn van de architecten Bruno Taut en Martin Wagner. Dezevergelijking wordt gemaakt voor het vak Architectuurgeschiedenis.Deze twee projecten zijn gekozen omdat ze, naar mijn idee, leuke overeenkomsten en tegelijkertijdverschillen met elkaar hebben. Ze zijn in dezelfde tijd ontworpen al dan niet gebouwd en zijn daaromook goed ten opzichte van elkaar te beoordelen.Beide projecten bevatten een ideologie die naar mijn idee, elkaar overlappen. Één van de tweeprojecten is ook daadwerkelijk gebouwd, dat is de Hufeisensiedlung, en de ander kan meer alsideaalbeeld en referentie voor andere projecten (van le Corbusier) worden gezien.Voordat er direct wordt begonnen aan het project zelf, is het handig om eerst wat over de architect teweten om zo het idee achter het ontwerp beter te kunnen begrijpen. Daarom zal bij behandeling vanbeide projecten eerst worden ingegaan op de architect en min of meer de achtergrond van het ontwerp.De uiteindelijke vergelijking van de twee projecten/architecten wordt gedaan op het gebied van devorm. Dat wil zeggen dat, na de ideologie bekeken te hebben, de twee worden vergeleken naarbijvoorbeeld ruimtevorm, beeldtaal, stijl, betekenis en symboliek. 4
  4. 4. Immeuble-VillaLe CorbusierAls men het over invloedrijke architecten heeft dan kan men niet om leCorbusier heen. Le Corbusier is in 1887 geboren als Charles-Édouard Jeanneret-Gris in la Chaux-de-Fonds in Zwitserland, tegen de Franse grens.Op zijn 14e, in 1901, begon hij met zijn opleiding voor graveerder aan de Schoolvoor Decoratieve kunsten. Al in 1906 werd zijn eerste werk gebouwd, wat hij insamenwerking met René Chappalaz heeft ontworpen.Le Corbusier heeft vele reizen gemaakt door Europa en heeft daarbij veelbelangrijke personen ontmoet die grote invloed hebben gehad op zijn denken.Hieronder vallen Charles l’Eplattenier, zijn mentor op de School voor Decoratieve kunsten, JosephHoffman en Adolf Loos, twee Oostenrijkse architecten waar hij mee heeft samengewerkt en AugustePerret, een ingenieur die een voorstander was van het gewapend beton als het toekomstmateriaal. Bijhem heeft le Corbusier gewerkt voor een tijd en aan de werken van Corbusier te zien, heeft AugustePerret hem danig beïnvloedt. Ook heeft hij bij het bureau gewerkt van Peter Behrens, waar hij heeftmoeten samenwerken met Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe.Le Corbusier wilde altijd vernieuwing, hij was daarom ook bekend in de kring van de kubisten en defuturisten. In 1919 richtte hij samen met de dichter Paul Dermée het culturele tijdschrift L’EspritNouveau op en in 1926 stelde hij de ‘Cinq points de l’architecture moderne’ op, dit zijn: Les pilotis Dit betekent dat het gebouw van de grond verheven moet worden. Het gebouw wordt verheven in de vrije ruimte en de donkere, vochtige ruimte wordt onderdrukt. De tuin loopt onder het gebouw door. Le toit-terrasse Met dit punt keert le Corbusier zich af van het traditionele hellende dak naar het terrasdak wat kan dienen als solarium, sportplaats, zwembad of daktuin. Le plan libre Le Corbusier wil af van de dragende (binnen)muren. De structuur moet uit palen in staal of gewapend beton bestaan, zodat de ruimte vrij is en onafhankelijk van de structuur. La fenêtre en longueur Dit sluit ook aan bij het vorige punt. Door constructie en plattegrond los te koppelen zijn glazen gevels mogelijk en worden deze niet gedwongen zich aan te passen aan de structuur. 5
  5. 5.  La façade libre Doordat de constructie terugligt van de gevels, vloer en uitkragingen, wordt de gevel een dunne huid van lichte muren en gevelopeningen die onafhankelijk zijn van de structuur.In veel van le Corbusier’s ontwerpen zijn deze vijf punten terug te zien. Hierbij kan gedacht worden aanonder andere Pavillion d’Exposition ZHLC in Zürich (Zwitserland) en Villa Savoye in Poissy in Frankrijk. Villa Savoye Pavillion d’Exposition ZHLC Poissy Zürich Frankrijk Zwitserland 1928 1963Ville contemporaineDit is een plan van le Corbusier uit het jaar 1922. Het is een stedebouwkundig plan en is niet ontworpenvoor een bepaalde stad. Het is ontworpen voor 3.000.000 inwoners.Op een dag in juli 1922 benaderde Marcel Temporal, van de afdeling stedebouw van de ‘Salond’Automne’, le Corbusier om iets te maken voor de tentoonstelling van het jaar erna. Het moest alskunst zijn in de stedebouw. Zoals een fontein, of als de gevelbeelden, een uithangbord of iets dergelijks:alles wat onze ogen op de weg zien.Men ging echter een hele andere weg. Hij deed een studie naar het maken van een hedendaagse stadvoor driemiljoen inwoners. Op een grote stand van 27 meter lang met onder andere een kijkkast van100 vierkante meter werd het gepresenteerd. Dit alles gebeurde met de steun van Francis Jourdain, deoprichter en president van de ‘Salon d’Automne’.Deze studie en analyses leidden tot nieuwe dimensies en schalen en de aftasting van een stedelijkweefsel, dat totaal verschillend was van dat wat bestond en wat de geest zelfs kon verbeelden.Een onderdeel van deze studie is een gesloten bouwblok opgebouwd uit Immeuble-Villa-eenheden. Ditwas een aanpassing van het Maison Citrohan wat le Corbusier in 1922 had ontworpen. Deze eenhedenwaren op zes dubbele verdiepingen op elkaar gestapeld en hadden tuinterrassen. 6
  6. 6. De wooneenheid Immeuble-Villa is later in detail uitgewerkt en als prototype gebouwd op de in 1925 inParijs gehouden Exposition des Arts Décoratifs in de vorm van het Pavillion de l’Esprit Nouveau. Het opde markt brengen van deze eenheden is gefaald. Het Pavillion de l’Esprit Nouveau is eenmodelvoorbeeld van de puristische sensibiliteit.Opvallend aan de ville contemporaine is de overheersende ordelijke, rationalistische en hiërarchischeopbouw op een orthogonaal raster. Twee grote snelwegen kruisen elkaar in het centrum, waar eenverkeersknooppunt ontstaat met verschillende verdiepingen. Rondom dit kruispunt zijn glazenwolkenkrabbers met een kruisvormige plattegrond gegroepeerd waarin de handels- en administratievefuncties gevestigd zijn. Hieromheen woont de elite van het volk, 60.000 burgers: de industriëlen,wetenschappers, intellectuelen en artiesten. Voor hen ontwerpt le Corbusier twee woonvormen. Dichtbij het centrum bevinden zich de ‘blocs à redents’, dit zijn appartementsgebouwen die zich als een soortmeanders door het groen slingeren. Verderop bevinden zich de immeuble-villa’s, rond binnentuinen.Beide types bevat luxueuze appartementen met duplexruimten en individuele terrassen en bovendieneen aantal gemeenschappelijke voorzieningen, die geïnspireerd zijn op de room-service in luxehotels.Het centrum is omgeven door een groene gordel met recreatiegebieden (sport heeft altijd eenbelangrijke plaats ingenomen in de ontwerpen van le Corbusier). In het oosten strekt zich dan hetindustriegebied uit. De arbeiders wonen in een soort tuinsteden, in kleinere appartementen, die ookvoorzien zijn van duplexruimten en terrassen. Ville Contemporaine 1922Dom-ino-seriehuis en de Immeuble-VillaHet principe van de skeletbouw legde Le Corbusier neer in 1914 in het ontwerp van het dom-ino-seriehuis. Dit ontwerp kan gezien worden als een perfect model van zijn denken, dat altijd zoekt naareen logische en schematische formulering. Het zoeken naar het principe, het type, dat van de ene kantde grootst mogelijke vrijheid biedt voor individuele toepassingen en van de andere kant de basis is voorvele varianten. Het dom-inohuis is een voorbeeld van de denkwijze van le Corbusier met haar eis vanheldere ideeën en type-vormen.Vanuit dit ontwerp kan een heel architectonisch systeem worden ontwikkeld met al zijn varianten enevolutie. De ene wooncel wordt op de andere betrokken op een even nieuwe en toch vanzelfsprekende 7
  7. 7. wijze als de verschillende elementen van het type-huis. Aangezien elke wooncel gelijkwaardig is, kanmen ze samenvoegen tot een systeem. Le Corbusier noemt dit ‘Immeuble-Villa’. Het is een antwoord opde tuinstad, die en de stad en de natuur opheft. Het wil de stad én de natuur bewaren.De immeuble-villa is uiteindelijk nooit gebouwd. Na de oorlog leidde ze tot de ‘unités dhabitation’, hetsymbool voor het wonen van de moderne grootstadsmens. Het toonbeeld van de stad met zijn hogebevolkingsdichtheid en toch uit alle oogpunten volwaardige huisvesting door de ‘gezinscel’. Het is deexpressie van een democratische gemeenschap die niet naar onderen genivelleerd wordt, maarveredeld tot een machtig symbool door de krachtige, heldere vorm, de menselijke schaal, het kleurrijkeen ruimtelijke bestaan. Het is niets anders dan een spontane en logische uitbreiding van het dom-inohuis, met al de gemeenschappelijke voorzieningen die door deze uitbreiding nodig worden. L’Esprit Nouveau Immeubles Villa’s Pavilion 1922 Bologna Italië 1977 (reconstructie) 8
  8. 8. Hufeisensiedlung BerlinBruno Taut en Martin WagnerDe Hufeisensiedlung is gebouwd door twee stedebouwkundigen. Deze twee zijn Bruno Taut en MartinWagner. Als achtergrondinformatie zal over beiden het een en ander besproken worden. Allereerst overMartin Wagner, de minst bekende van de twee architecten.Martin WagnerMartin Wagner is geboren in 1985. Hij was een architect en stedebouwkundige.Hij heeft gestudeerd aan de Technische Universiteit van Berlijn en begon zijncarrière bij Hermann Muthesius. Na enige tijd werd hij lid van deStedebouwkunde commissie van Schöneberg (tegenwoordig een wijk van Berlijn)en hier groeide hij door tot hoofd Stedebouw van Berlijn in 1925. Hier heeft hijveel bouwprojecten mogen leiden.In 1924 richtte hij de woningbouwvereniging GEHAG op, die verantwoordelijk was voor 70 procent vande gebouwde huizen in Berlijn van 1924 tot 1933. In 1924 werd Bruno Taut als hoofdarchitect van deGEHAG aangesteld.Bruno TautBruno Taut is een bekende architect, stedebouwkundige en ook schrijver. Hij isgeboren op 4 mei 1880 in Königsberg in Duitsland. Bruno Taut is onder meerbekend van zijn theoretische werk, speculerende publicaties en een aantal vanzijn gebouwen, zoals het Glaspaviljoen uit 1914.Uit zijn schetsen voor de publicatie ‘Alpine Architecture’ uit 1917 is hij te zien alseen utopische voorspeller, modernist en ook expressionist.Nadat Bruno Taut een tijd bij het bureau van Theodor Fischer in Stuttgart heeft gewerkt start hij zijneigen bureau op in Berlijn in 1910. Door de architect Hermann Muthesius heeft hij zich verdiept in defilosofie van de tuinstad. Van 1921 tot 1923 heeft Bruno Taut de functie van stadsarchitect gehad voorde stad Magdeburg.Taut is uniek wat betreft zijn liefde voor kleuren. Dit blijkt onder andere uit de projecten: FalkenbergHousing Estate in Berlijn (1912), het Glaspaviljoen in Keulen (1914) en de Weißenhofsiedlung in Suttgart(1927). Met deze projecten zet hij zich recht tegenover de puur wit toepassing van Mies van der Rohe, leCorbusier en Walter Gropius.In 1924 werd Bruno Taut, zoals al gezegd bij vorige paragraaf, aangesteld als hoofdarchitect van GEHAG.Hier was hij de hoofdontwerper van een aantal succesvolle grote woonprojecten in Berlijn, waaronderde Hufeisensiedlung (1925), waar het in dit werkstuk over gaat. Bruno Taut heeft gewerkt voor Martin 9
  9. 9. Wagner, die destijds de stadsarchitect van Berlijn was. De ontwerpen die zijn gemaakt zijn ergvooruitstrevend, zo is er voor alle bewoners toegang tot zon, lucht en tuinen en bevinden zich gas,elektrisch licht en badkamers in de woningen.Kenmerk van Bruno Tauts architectuur is de hiërarchie, om niet te zeggen autoritaire maatschappelijkstructuur, als structuur voor leefgemeenschappen. Dit is bijvoorbeeld goed te zien is in zijn model vaneen cirkelvormige, radiaal ingedeelde agrarische nederzetting. Weißenhofsiedlung Glaspaviljoen Stuttgart Keulen Duitsland Duitsland 1927 1914HufeisensiedlungDe Hufeisensiedlung is ontworpen door Bruno Taut in samenwerking met Martin Wagner en is gebouwdtussen 1925 en 1933. Het is één van de eerste sociale woningbouwprojecten en een deel van deGroßsiedlung, grote wooncomplexen die destijds veel gebouwd zijn.Na de eerste wereldoorlog was er een enorme toestroom van burgers naar Berlijn door de heersendewerkloosheid. Door deze enorme toestroom was er een enorm tekort aan woningen in de Duitsehoofdstad. Mensen leefden opeen in kleine eenkamerwoningen. In het begin van de jaren ’20 was ereen tekort van meer dan 100.000 woningen in de stad.Ten gevolge van dit tekort ontstonden er van 1921 tot 1928 een aantal niet-commerciëlewoningbouwverenigingen. Door woningcomplexen konden er tegelijkertijd veel woningen gebouwdworden en bleef er een goede verkeersstructuur mogelijk. Er ontstonden veel uitdagingen voorstadsplanners, stedebouwkundigen en architecten.Na de vernieuwde bouwnormen van 1925 zijn er nog 17 wooncomplexen ontstaan met grotewoondichtheid, maar ook met betere condities en standaarden.Er was een opdracht voor de woningbouwvereniging GEHAG om een complex met 2.000 woningen inBritz, een wijk in Berlijn, te bouwen. Het gebied werd gesplist door een groene ring in noord-zuid-richting. Bruno Taut was de verantwoordelijke architect hiervoor en samen met Martin Wagnerontwikkelde hij het concept van het ‘hoefijzercomplex’ in combinatie met rijen huizen die in dezelfderichting liepen als de groene ring. Ze waren beiden aanhangers van ‘het nieuwe bouwen’, en ze wilden 10
  10. 10. dan ook van industriële productiemethoden en massaproductie gebruik maken. Ze wilden met ditproject de realiseerbaarheid en superioriteit van typische bouwstijlen laten zien door het gebruik vanmassaproductie. Martin Wagner gebruikte de bouw van dit complex ook voor een studie overeconomisch en zuinig bouwen.Bruno Taut gebruikte zijn ervaring met de tuinstad Falkenberg bij de planning van dit complex. Doorhoge woondichtheid kan men accent leggen op de openbare ruimte en zo ontstonden grotere groen- envrijetijdsgebieden. Voor de inrichting van de binnenruimte werd de landschapsarchitect LeberechtMigge gevraagd. Hufeisensiedlung Berlijn Duitsland 1925In zeven bouwfasen ontstonden van 1925 tot 1933 in de stijl van ‘het nieuwe bouwen’ en de ‘nieuwezakelijkheid’ 1.072 woningen. De simpele en functionele architectuur gaf hij vorm met een paareenvoudige maar effectieve middelen. Zo gebruikte hij klapramen, verblinding van klinkers op dehoeken van het gebouw, en ook maakte hij onderscheid tussen glad en ruw pleisterwerk. Maar vooralhet kleurgebruik zorgt voor de identiteit.Bij de rij huizen op de foto linksboven zijn de kleuren tactisch gebruikt. De huizen zijn in het Berliner Rotgeschilderd, de gevel wordt onderbroken door naar voren springende trappenhuizen en de ingangenvan de huizen zetten hun toon door een sterk aanwezig blauw. Destijds riep dit kleurgebruik veel kritiekop. 11
  11. 11. Het tuinstadidee is in dit project duidelijk afleesbaar in de rijtjeshuizen met tuinen, huurtuinen en degedifferentieerde ruimteovergangen. Bruno Taut maakte zich alleen los van de traditionelevormenspraak van de romantische idylle van de andere tuinsteden. De toepassing van de nieuwezakelijkheid in combinatie met de tuinstad is hier te zien. 12
  12. 12. VergelijkingBeide projecten hebben als achtergrond het oplossen van een groot woningtekort. Voor het ene projectligt een grote toestroom van burgers na de eerste wereldoorlog ten gronde, bij het andere project gaathet om een studie naar de oplossing van woontekorten in bijvoorbeeld de hoofdstad van Frankrijk,Parijs, die destijds met een enorm woningtekort te kampen had.Zoals ook al behandeld is bij de beide architecten afzonderlijk, is dat ze allebei bekend staan om hettoepassen van hiërarchie in hun stedebouwkundige plannen en het zoeken naar het toepassen vanstructuur voor leefgemeenschappen. Bruno Taut wordt met zijn ideeën zelfs gezien als een voorloper ophet fascisme wat niet lang daarna opkwam.Beide projecten maken vanwege hun achtergrond gebruik van hoogbouw, het bouwblok enmassaproductie of prefabricatie. Deze twee projecten zijn duidelijk in dezelfde tijd gebouwd, en dat hetéén in Frankrijk was en de ander in Duitsland heeft hun overeenkomsten niet beperkt. Het ‘nieuwebouwen’ is bij beide projecten overheersend.Beide architecten hebben geprobeerd hun project ook zo efficiënt mogelijk te krijgen, maar daarnaastmocht dat geen afbreuk doen aan de leefbaarheid, sterker nog: de standaard moest worden verhoogdvergeleken met voorgaande jaren. Ook refereren ze allebei aan de tuinstad.Le Corbusier heeft, vanwege de efficiëntie, het bouwblok laten bestaan uit allerlei afzonderlijkprefabriceerbare elementen die gestapeld werden. Zo kon gauw en efficiënt een heel complexopgebouwd worden. Elk element had bovendien een tuinterras. Het element was een modelvoorbeeldvan puristische sensibiliteit. Door het stapelen van de eenheden ontstaat een uniform gevelbeeld en elkelement is, zoals le Corbusier dat kan, simplistisch en puur gehouden.Bruno Taut daarentegen heeft de efficiëntie voornamelijk opgelost door de materialen, die gebruiktworden voor de woningen, prefabriceerbaar te houden. Er is dan ook veelvuldig gebruik gemaakt vangeprefabriceerd beton. In tegenstelling tot le Corbusier heeft Bruno Taut, op zijn manier, het gevelbeeldmet simpele stijlmiddelen geprobeerd niet eentonig te laten zijn. Zoals al beschreven in de tekst over deHufeisensiedlung heeft hij met behulp van een bepaald type raam, kleuren en eruit springendetrappenhuizen het gevelbeeld gedifferentieerd. Destijds was hier veel kritiek op, vooral op de kleuren,maar tegenwoordig wordt het gezien als monumentaal en wordt het betiteld als richtingaangevend voorde architectuur. Het staat niet voor niets op de werelderfgoedlijst.Beide architecten hebben de tuinstad in hun ontwerp terug laten komen, puur op het gebied vanopenbare ruimte. Tuinstad en hoge woondichtheid gaan over het algemeen niet samen, maar bij leCorbusier en Bruno Taut kan dat wel. Volgens hen draait het idee achter de tuinstad niet om hetidyllische. Het gaat veel dieper. Door veel hoogbouw toe te passen ontstaat er openbare ruimte, en datis waar het om gaat bij de tuinstad. 13
  13. 13. Le Corbusier en Bruno Taut hebben beiden nog hun eigen draai daaraan weten te geven. Le Corbusierdoor elk element wat gestapeld wordt te voorzien van een tuinterras, en Bruno Taut door de huurtuin inte voeren.De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat beide architecten zijn uitgegaan van dezelfdeprincipes en dezelfde ideologie, maar dat beiden toch verschillen in de details. Beide architecten hebbenzich laten inspireren door de tuinstad en het nieuwe bouwen en dat is te zien in de ontwerpen. 14
  14. 14. BronnenBoekenModerne Architectuur, Een kritische geschiedenis, Kenneth Frampton Blz. 148-149, 191-193Siteshttp://www.fondationlecorbusier.fr/corbuweb/morpheus.aspx?sysId=13&IrisObjectId=6426&sysLanguage=fr-fr&itemPos=214&itemSort=fr-fr_sort_string1 &itemCount=216&sysParentName=&sysParentId=65http://www.dbnl.org/tekst/beka003verz01_01/beka003verz01_01_0063.phphttp://users.compaqnet.be/cn117945/lecorb/index.htmhttp://www.fondationlecorbusier.fr/corbuweb/morpheus.aspx?sysId=13&IrisObjectId=6159&sysLanguage=fr-fr&itemPos=151&itemSort=fr-fr_sort_string1 &itemCount=216&sysParentName=&sysParentId=65http://www.danadijkgraaf.nl/archief/lecorbusier.htmlhttp://fr.wikipedia.org/wiki/Le_Corbusierhttp://en.wikipedia.org/wiki/Martin_Wagner_(architect)http://en.wikipedia.org/wiki/Bruno_Tauthttp://de.wikipedia.org/wiki/Hufeisensiedlunghttp://www.neubritz.de/archiv/geschichte/hufeisensiedlung.htm 15

×