Bijlmermeer, kritiek en analyse

814 views

Published on

Werkstuk gemaakt voor het Bachelorvak 'Filosofie' aan de Technische Universiteit van Eindhoven in samenwerking met twee medestudenten. 27.06.2012

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
814
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
9
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Bijlmermeer, kritiek en analyse

  1. 1. Vak7X300 – FilosofieProfessorDr. J.C.T. VoorthuisNamenM.A.J. Klerks 0639788H.J.C. van der Krift 0674891J.P. van Rossum 0658583Datum27.06.20121
  2. 2. InhoudsopgaveInleiding Pagina 4Mindmap Pagina 6Perspectief Pagina 8Ontwerplogica Pagina 10 De functionele stad De Bijlmer AnarchismeKwaliteiten Pagina 14 Stedebouwkundig en bouwkundig plan Problemen Sociale problemen en verloedering AnarchismeFuncties Pagina 18 Gebruik AnarchismeSamenvatting en conclusies Pagina 20Woordenlijst Pagina 22Bibliografie Pagina 24Bijlagen Pagina 26 Mindmap 2
  3. 3. 3
  4. 4. InleidingDe Bijlmermeer is een bekende wijk in Amsterdam, ontwikkeld in de jaren ‘60en ’70, dat model staat voor wijken met een maatschappelijke achterstand endaaraan gekoppelde achterstand in bouwkwaliteit. De wijk diende alsmodelwijk voor de moderne mens. Naar filosofie van Le Corbusier ontwikkeldede Amsterdamse Dienst Stadsontwikkeling met stedenbouwkundige SiegfriedNassuth de ‘functionele stad’. Er was een strikte scheiding tussen wonen,werken en recreëren nodig omdat de moderne mens behoefte zou hebbenaan een rustige, groene omgeving. Om die rustige omgeving te creërenwerden ook verkeersstromen van elkaar gescheiden, het auto- fiets- envoetgangersverkeer kwam los van elkaar te staan.In de werkelijkheid ontwikkelde de wijk zich niet zoals gedacht. Doordat hetvoorzieningenniveau achterbleef bij de verwachtingen en er te weinigdiversiteit in het woningaanbod was, bleef de gewenste doelgroep massaalweg uit de Bijlmer en vestigden grote groepen kansarmen zich in de wijk. Enmet de scheiding van wonen en werken ontstonden er ’s avonds verlatengebieden in de wijk waar veel last was van criminaliteit, verloedering endrugshandel. Het idee van de moderne stad was te geforceerd gebleken,mensen waren helemaal niet toe aan een verandering in hun leefomgeving.De maatschappelijke achterstand zorgde ook gelijk voor een achterstand inbouwkwaliteit en zodoende kwam de wijk in een neerwaartse spiraal terecht.De wijk, die een vernieuwing heeft doorgemaakt sinds midden jaren negentig,staat model voor de zogenaamde ‘Vogelaar-wijken’: wijken met een sociale enmaatschappelijke achterstand, die door vernieuwing nieuw leven ingeblazenwordt en dat moet leiden tot meer differentiatie in de wijk. Een groot deel vande hoogbouw is gesloopt en vervangen door kleinschaliger wonen, met vooralveel woningen in de koopsector. Veel gebouwen die zijn blijven staan hebbeneen opknapbeurt gekregen en de verkeersstromen zijn weer met elkaargemengd, wat een levendiger straatbeeld moet bewerkstelligen. 4
  5. 5. 5
  6. 6. MindmapIn de mindmap is een verbeelding te zien van de concepten die in hoofdstuk1, 5 en 6 naar voren komen.De mens staat met zijn context in het midden, waarbij de vraag is of er eengrens is tussen die twee. De mens is niets zonder zijn context en andersom,ze zijn een onderdeel van elkaar.De mens heeft zijn activiteiten en heeft bestaansrecht. De mens ontwerptook en maakt daarmee de gebouwde omgeving. De mens wil metoverleving & succes de sterkere zijn en zo evolueren ten opzichte van decontext. De context kan opgevat worden als de gebouwde omgeving, maarook als de samenleving.Tussen de mens en de samenleving is er een voortdurende wisselwerkingen wordt er geportretteerd, met kleine weergaves van de mens tracht men desamenleving in beeld te krijgen. Het voortdurende in- en uitzoomen van mensop maatschappij.De term esthetiek is weer verbonden aan de activiteiten van de mens, dievaak om esthetiek draaien, en aan ontwerp en gebouwde omgeving,waarvan wordt verwacht dat ze aan een bepaalde esthetische waardevoldoen. Tevens wordt verwacht van ontwerp en de gebouwde omgeving datze authenticiteit hebben. 6
  7. 7. 7
  8. 8. PerspectiefHet perspectief wat voor de rest van het werkstuk zal dienen als het kader,waar vanuit naar het project gekeken zal worden is het anarchisme. Hieronderzal verder uitgeweid worden wat het anarchisme nu precies inhoudt.Anarchisme komt vanuit het Grieks en bestaat uit de woorden αν en αρχοςdie ‘geen’ en ‘heerser’ betekenen. Waar het in principe dus bij het anarchismeom draait is dat er geen macht of autoriteit aanwezig is. Met dit alsbasisprincipe komen er uiteraard nog meer dingen bij kijken, zo leidt gezag totonderdrukking en dus zal er in een anarchistische maatschappij geenonderdrukking zijn en geen ondergeschiktheid, iedereen is gelijk.Bij het anarchisme staat tevens het woord samenleving erg centraal. Debevolking is een samenleving van gelijke mensen, waarin geen geweldvoorkomt. De mensen hebben zelf de keuze zich met andere mensen tegroeperen en gemeenschappen te vormen en hebben zelf de keuze tot vrijeassociatie. 8
  9. 9. 9
  10. 10. OntwerplogicaHet ontwerp van de architect, Siegfried Nassuth, is hoofdzakelijk gebaseerdop de ideeën van de functionele stad, die terugleiden tot de CIAM (CongrèsInternationaux d’Architecture Moderne) en de architect Le Corbusier.CIAM is een congres dat in van 1928 tot 1959 erg invloedrijk was in de wereldvan de architectuur. Één van hun belangrijkste ideeën was die van ‘defunctionele stad’, een geplande stad waar wonen, werken en recreërengescheiden was. In 1928 tekenden vierentwintig architecten een verklaring, deverklaring van La Sarraz, waarin gesteld werd dat architectuur en stedenbouwgerelateerd moesten worden aan de politieke en economische realiteit, deindustrialisatie en de daarbij gepaard gaande maatschappelijkstructuurveranderingen. (Woud, 1983)Er zijn twee fasen van CIAM, waarin het zich ontwikkelde. De eerste fase wasvan 1928 tot 1933, hierin waren voornamelijk rationaliteit en efficiëntie,optimale omvang en hoogte van woonwijken, en woningen voor de laagsteklasse belangrijk. De tweede fase, die van 1933 tot 1947 was, werdvoornamelijk gedirigeerd door Le Corbusier en ging over ‘de functionele stad’.De functionele stadOp CIAM IV, de vierde bijeenkomst van het CIAM, die plaats vond in 1933 hadhet thema ‘de functionele stad’. Echter bestond het ook grotendeels uitanalyses van bestaande steden. De Nederlander Van Eesteren leidde dezebijeenkomst. De analyses van bestaande steden werden geformuleerd onderde titel Constateringen, en werden in vier categorieën ingedeeld: het wonen,de recreatie, het werken en het verkeer.Over het wonen werd gesteld dat wijken veelal overbevolkt zijn, er ongezondetoestanden heersten en dat de dichtste bebouwing op ongunstige plekkengesitueerd is. Wat betreft recreatie was er te weinig groen op de meesteplekken, en als het er wel was, was het slecht verdeeld en moeilijk tebereiken. De werkgelegenheid was niet goed geplaatst ten opzichte van dewoonplekken, wat resulteerde in lange reistijden. Tenslotte betreffend verkeerconstateerden ze dat de wegen ouderwets en gevaarlijk waren. 10
  11. 11. Vervolgens werden hier eisen aan verbonden. Ten aanzien van het wonen:woonwijken moeten op klimatologisch en geografisch gunstige plaatsenkomen te liggen en woningbouw langs verkeerswegen mag niet meer.Hoogbouw kon er voor zorgen dat er meer ruimte is voor recreatie en groen.Het groen moet beter over de stad verdeeld worden voor recreatie. Wat betreftwerk, moeten de afstanden tussen woon en werkgebieden kleiner worden ende industriegebieden moeten geïsoleerd worden door een groenzone. Hetverkeer moet gescheiden worden in verschillende banen voor verschillendeverkeerssoorten.Deze ideeën hebben veel teweeg gebracht, maar eigenlijk veelal pas veellater in de wederopbouw na de W.O. II. (Woud, 1983) En zo ook in de Bijlmer.Een citaat uit de CIAM zelf typeert de gedachtegang en de ideeën van ‘defunctionele stad’: “De huidige toestand van haast alle onderzochte steden is chaotisch en voor het grootste deel in tegenspraak met de werkelijke behoeften van het merendeel der bewoners. De functionele stad moet op geestelijke en materiële basis het individuele en het gemeenschappelijk leven in harmonisch verband brengen. Alle maatregelen en de planning die aan de functionele stad ten grondslag liggen moeten uitgaan van de menselijke schaal en de menselijke behoeften.”De BijlmerIn de Bijlmer isoverduidelijk het idee van‘de functionele stad’toegepast. De functies zijngescheiden en mogenelkaar niet overlappen.Zelfs de vorm heeft ietsweg van schetsen vanPlan B van Le Corbusiervoor de Expo van 1937 inParijs, die hiernaast te zienzijn.Één van de voordelen diede scheiding van de Afbeelding 1 Plan B voor Expo 1937 van Le Corbusierfuncties met zich11
  12. 12. meebrengt in de Bijlmer is dat de beperkte en georganiseerdeverkeersstromen op het maaiveld er toe leiden dat het groen om de gebouwenheen zeer kindvriendelijk is. (Dienst Volkshuisvesting, Amsterdam, 1968)Citerend uit het plan voor de bouw van Zuid-Bijlmer, (Dienst Volkshuisvesting,Amsterdam, 1968): “In de directe omgeving van zijn huis zal de stadsbewoner ruimte nodig hebben voor de activiteiten die hij in zijn vrije tijd zal ontwikkelen: open en gesloten ruimten voor al die vormen van vrijetijdsbesteding waarvoor binnen de woning nooit de ruimte zal kunnen worden geschapen: plekken waar de mensen elkaar op basis van vrijwilligheid kunnen ontmoeten in spontane of georganiseerde groepen.”De relatie is direct te zien met het citaat uit de paragraaf ‘de functionele stad’.De scheiding van wonen, werken, recreatie en verkeer zorgt er echter welvoor dat er wel hoogbouw aanwezig moet zijn, wil het plan nog efficiënt zijn.Zoals in het plan voor Zuid-Bijlmer zelf ook staat beschreven: “Het voldoen aan al deze eisen, met andere woorden het scheppen van een dergelijk hoogwaardig en gedifferentieerd stedelijk milieu stelt als dwingende eis: maximale dichtheid. Bij de huidige stand van de bouwtechniek en de daarbij behorende verkavelingsvormen betekent dat zonder enige twijfel: hoogbouw”Als gevolg van deze dichtheid worden ook functies als winkels, bedrijven,scholen en kerken enorm geconcentreerd.AnarchismeVanuit anarchistisch oogpunt zijn de plannen voor de Bijlmermeer meer dangoed. Wat in de Bijlmer duidelijk is te zien, is de eenheid en eenvoud van dewoningen. Er is weinig tot geen onderscheid (in luxe) tussen de woningen. Ditlaat iedereen gelijk zijn. Verder is eigenlijk het grootste deel van het terreingemeenschappelijk goed, dit maakt de bewoners samen eigenaar, samenverantwoordelijk, samen levend: een eenheid. De Bijlmer zou werken als eenwijk waar mensen bij elkaar komen om elkaar te ontmoeten.Uit de citaten bij zowel ‘de functionele stad’ als ‘de Bijlmer’ valt te lezen datmen door middel van deze manier van bouwen, mensen bij elkaar wil 12
  13. 13. brengen. De ‘ontmoeting op basis van vrijwilligheid in spontane ofgeorganiseerde groepen’, is ook terug te vinden in het anarchisme, en ook het‘in harmonisch verband brengen van het individueel en gemeenschappelijkleven’ sluit aan bij het anarchisme.13
  14. 14. KwaliteitenNergens in de wereld is tot nu toe een mooiere en modernere stad van eendergelijke omvang tot uitvoering gekomen. De kans ligt er: het projekt voor hetprettigste woonoord dat zich laat denken. (burgemeester Van Hall, 1964) “Waarom wordt er zoveel gesproken over de Bijlmermeer? Omdat het hierniet zomaar gaat over een uitbreiding van de stad Amsterdam. DeBijlmermeer wordt een bijzondere stad. Het is de vrucht van jarenlangestudies, die ten doel hebben gehad een moderne stad te creëren, waarin de‘mens-van-nu’ het leefklimaat van morgen kan vinden.” (Wassenberg, 1990)De Bijlmer is gebouwd aan de hand van ideologische denkbeelden. Idealendie gestoeld zijn op ideeën en opvattingen over de functionele stad. Wekunnen nu stellen dat deze utopische gedachten voor de Bijlmer niet dekwaliteiten hebben gebracht waar vooraf op gemikt werd. Waar vonden dezeideeën hun oorsprong? Hoe kon het dat deze denkbeelden zoveel ruimtekregen? En waarom zoveel ontevredenheid bij de bewoners? In dit hoofdstukwordt aan de hand van kwaliteiten die het plan, de stedebouw en degebouwen te bieden hadden een antwoord gezocht op deze vragen.Stedebouwkundig en bouwkundig planGebaseerd op de idealen van de CIAM en het plan ‘“De Stralende Stad” vanLe Corbusier, werden in hoog tempo flats neergezet.Hoofdkenmerken voor de ontwerpen volgens deze idealen waren: satellietsteden met woningen voor enkele tienduizenden inwoners, een hoog percentage hoogbouw. Door nieuwe bouwsystemen konden snel en effectief veel woningen worden gerealiseerd, verbindingen met het centrum door middel van snelwegen en nieuw openbaar vervoer. De verkeersstructuur wordt hiermee heel belangrijk in de wijken, een strikte scheiding tussen wonen, werken, recreëren en verkeer, licht, lucht en ruimte.(Gemeente Amsterdam, 2007)De hoogbouw in honingraatvorm maakte het mogelijk om te bouwen in hogedichtheid en tegelijkertijd grote groene hoven te creëren die moesten 14
  15. 15. bijdragen aan het vergroten van de collectiviteit. De wijk werd opgebouwd uitriante maar uniforme woningen met tal van collectieve voorzieningen perflatgebouw, autos keurig uit het zicht opgeborgen in parkeergarages engemotoriseerd verkeer gescheiden van fietsers en wandelaars.De woningen waren voor die tijd, en ook nu nog, grote woningen met ruimebergingen, centrale verwarming, handige vuilstortkokers en luxe sanitair. Eenwoningtype als de galerijflat is een mijlpaal van de volkshuisvesting, waarinlicht, lucht en ruimte binnen het bereik van de massa kwamen. (GemeenteAmsterdam; Stadsdeel Zuidoost, 2006)Afbeelding 2 en 3 Plattegrond en interieurbeeld van een woning in de Bijlmer met 4 kamersUit een voorlichtingsfolder:“Het zijn ruime woningen. Was een vierkamerflat in de Westelijke Tuinstedenvoorheen 80 vierkante meter groot, in de Bijlmermeer krijgen zij 100 vierkantemeter. Op de plattegronden is duidelijk te zien hoe getracht is naast dewoonkamer extra leeftuimte te krijgen, die bijvoorbeeld als speelruimte kandienen. Ook is er aandacht besteed aan de privacy van gezinnen met ouderekinderen. Deze kinderen vinden in hun slaapkamer het comfort van eenzitkamer. Alle kamers zijn uiteraard centraal verwarmd. Keuken en badkamerzijn aangesloten op de centrale warmwatervoorziening. Vele ramen zijn vandubbelglas. In ieder huis is plaats voor koelkast en wasmachine. Devuilnisbak-narigheid heeft plaatsgemaakt voor de vuilstortkoker. Modernewoningen dus!”Ter vergelijking: een woning in de oude wijken van Amsterdam is gemiddeld55 vierkante meter groot, verdeeld over drie of vier kamers. Kleine keukens,15
  16. 16. vaak ontbreekt een badkamer en wordt de woning verwarmd met éénkolenkachel. De woningen zijn wel aan de dure kant, want er zijn volgens detoenmalige wethouder van volkshuisvesting genoeg goedkope huurwoningenin Amsterdam. De Bijlmer is bedoeld voor gezinnen met kinderen en eenmidden-inkomen. (Bijlmer Museum, 2009)De individuele woningen worden ontsloten door binnenstraten. Te midden vande grote groene ruimtes tussen de flats is een netwerk van fiets- enwandelpaden aangelegd. Voor het gemotoriseerde verkeer werden verhoogdwegen aangelegd. De parkeergarages bij de flats zijn op deze verhoogdewegen aangesloten. Boven de wegen werd de metro aangelegd voor deverbinding met het stadscentrum. In de wijk liggen enkele winkelcentra,voornamelijk onder de viaducten. (Star & Bax, 2011)ProblemenIn theorie was het plan veelbelovend, maar in de praktijk bleek het toch tefalen. Wat waren de oorzaken?De eerste flat in de Bijlmer werd in 1968 betrokken. De eerste bewonerswaren enthousiast. Maar nog voor de voltooiing van de Bijlmer barstte dekritiek los op de massaliteit en de monotonie van de architectuur. De Bijlmerwerd niet volgens het oorspronkelijke plan afgebouwd. Tijdens de bouw alrezen er problemen in de Bijlmermeer. Om de kosten te drukken werd erbezuinigd op het aantal liften. Ook werden andere voorzieningen in decomplexen en in de woonomgeving veel later aangelegd dan gepland.De geplande binnenstraten kwamen niet op de begane grond maar op deeerste verdieping. Op de begane grond werden bergingen gerealiseerd. Ditzorgde voor een anonieme en gesloten gevel op het maaiveld. Daarnaastwerden aan de binnenstraten extra woningen gebouwd. Dit verminderde deopenheid van de binnenstraten (stadsdeel zuidoost, 1994). Mede dooraanpassingen en bezuinigingen in het oorspronkelijke plan werd deBijlmermeer extra gevoelig voor sociale problematiek. (Gemeente Amsterdam,2010)Sociale problemen en verloederingIn onderzoek dat naar de Bijlmer gedaan is naar voren gekomen dat deproblemen van de Bijlmer samen te vatten zijn in vier elementen: 16
  17. 17. De stedenbouwkundige structuur (functiescheiding, grootschaligheid en gebrek aan differentiatie; Het ontbreken van een hechte stabiele samenleving, gekoppeld aan een sterke concentratie van kansarme groepen bewoners die evenmin van harte in de Bijlmer wonen; Het, met de stedenbouwkundige structuur en de beperkte maatschappelijke controle samenhangende, gebrek aan leefbaarheid en gevoel van veiligheid in de wijk; De onderhoudsgevoeligheid en daardoor steeds weer oplopende onderhoudsachterstanden van de gebouwen.Het onderzoek was dus duidelijk van mening dat veel problemensamenhangen met de ruimtelijke structuur van de Bijlmer, al is het niet deenige factor die problemen veroorzaakt. Ook de bewoners is toen gevraagdwat volgens hun de voornaamste problemen waren. Zij noemen destedenbouwkundige opzet pas als vierde na criminaliteit, vandalisme enwerkloosheid onder de bevolking. De woningen zelf en het autovrije maaiveldworden door de bewoners juist als pluspunten aangemerkt. Natuurlijk is hetwel zo dat problemen vaak met elkaar samenhangen of elkaar zelfsveroorzaken of versterken. (Star & Bax, 2011)AnarchismeDe woningbouw politiek in Amsterdam was sterk ideologisch gekleurd. DeAmsterdamse politiek werd sinds de jaren dertig sterk gedomineerd door hetsocialistisch gedachtegoed. In de jaren vijftig en zestig hadden de socialistenen communisten het in de gemeenteraad voor het zeggen. Voor destadsontwikkeling had dit de nodige consequenties. Het uitgangspunt was datalle inwoners van Amsterdam recht hadden op een kwalitatief goede woning.Stadsontwikkeling moest in deze behoefte voorzien. Het streven naarwoonkwaliteit was een belangrijk onderdeel van het nieuwe bouwen. Het ideevan de maakbare mens speelde hierin ene belangrijke rol. Het geloof heerstedat ‘ongewenst gedrag’ werd voorkomen door het bieden van een kwalitatievewoonomgeving. Daarnaast hadden de ontwerpers van de Bijlmermeer eenrotsvast geloof in de collectieve samenleving. Een samenleving die burgerssamen zouden vormgeven. Zo ontstond de droom van de moderne veiligestad, met privacy in de woning en een levendige sociale structuur in deopenbare ruimte. (Minnema, 2008)Aangezien het communisme en anarchisme veel opvattingen delen, ligt hetvoor de hand dat in een tijd dat het communisme het voor het zeggen heeft,ook anarchistische belangen worden behartigd.17
  18. 18. FunctiesDe woningbouw in de Bijlmermeer bestaat uit 80% hoogbouw en 20%laagbouw. De gebouwen bestaan voor 20% uit kleinere woningen voorvrijgezellen, oudere mensen en kinderloze echtparen en voor 80% uitwoningen met 4 of meer kamers.In de onderbouw van de flats ligt een geklimatiseerde binnenstraat die degemeenschappelijke toegang tot de flat is en de verbinding verzorgt met deparkeervoorzieningen en het padenstelsel op maaiveldniveau. In dezegemeenschappelijke ruimten bevinden zich ook ruimtes voorvrijetijdsbesteding, zoals knutselen, musiceren en sport en spel.Door de scheiding van de verkeerstromen zijn er ruime mogelijkheden voorgroenvoorzieningen rond de woningen. De verschillende leeftijdsgroepenvinden er allemaal hun eigen voorzieningen. Kleine beschutte speelplaatsenmet zand en water voor peuters en kleuters, trapveldjes voor debasisschooljeugd, sportvelden voor de oudere jeugd, parken voor devolwassenen en beschutte plekjes in de zon voor ouderen.De voorzieningen voor de dagelijkse levensbehoeften zijn geconcentreerd inbuurtcentra, zodat de voorzieningen voor alle bewoners op loopafstand zijngelegen. In deze buurtcentra zijn winkels, bedrijven, horeca en kerkengesitueerd. Grenzend aan de buurtcentra is ruimte ingericht voor scholen enbejaardencentra. (Dienst Volkshuisvesting, Amsterdam, 1968)GebruikIn de Bijlmermeer zijn wonen, werken en recreëren gescheiden van elkaar, dewoningen staan in een groene omgeving waar men kan verblijven enrecreëren en het werk is op gepaste afstand, bereikbaar met de auto of via hetopenbaar vervoer.Door concurrentie uit voorsteden van Amsterdam, waar veeleengezinswoningen werden gebouwd, bleef de oorspronkelijke doelgroepmassaal weg uit de Bijlmer. In plaats van gezinnen uit alle klassen van desamenleving kwamen vooral kansarme alleenstaanden of gezinnen in deBijlmer wonen. Mede door de kolonisatie van Suriname kwamen er grotehoeveelheden Surinamers en Antillianen in de wijk wonen, veel meer dangemiddeld in Amsterdam of de rest van Nederland. 18
  19. 19. De bewoners van de wijk maken op verschillende manieren gebruik enmisbruik van voorzieningen in de Bijlmer. De functies die aanwezig zijn, zoalsscholen, winkels en openbaar vervoer, worden natuurlijk gebruikt door alleverschillende categorieën inwoners van de Bijlmer. Door de grote socialeachterstand in de wijk en de daaraan gekoppelde verpaupering encriminaliteit, wordt er ook misbruik gemaakt van de functies.Groenvoorzieningen raken in verval en de speelplaatsen worden ’s avondsmisbruikt door drugshandel en criminaliteit. Winkelcentra zijn in de avondenuitgestorven, terwijl de horeca juist vooral in de avonden draait. (GemeenteAmsterdam; Stadsdeel Zuidoost, 2006)AnarchismeDe Bijmermeer is vanuit anarchistisch oogpunt een goed georganiseerde wijkmet veel voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn en voor iedereenhetzelfde. De woningen die bijna allemaal gelijk zijn zorgen voor veel dezelfdegroepen bewoners.Door het gebrek aan sociale differentiatie is de wijk echter in verval geraakt enwerd het overspoeld door criminaliteit. Door het scheiden van wonen enwerken veranderden sommige gebieden ’s avonds in spooksteden en kregenwerkeloze, alleenstaande jongeren in de vrije, rustige omgeving degelegenheid om criminele activiteiten te ontplooien. Waar de organisatie vande wijk vanuit het anarchisme dus goed geregeld is wat betreft vrijheid engelijkheid, blijkt de uitwerking op sociaal vlak dus niet te voldoen.De vrijheid die de bewoners van de Bijlmer kregen zorgde juist voor misbruikvan de wijk en de daaraan gekoppelde sociale achteruitgang.19
  20. 20. Samenvatting en ConclusiesOp vele vlakken blijken de ideeën van de Bijlmer erg overeen te komen methet gedachtegoed van het anarchisme. Met name uit het gebruik en uit deproblemen die beschreven zijn, blijkt dat goede ideeën niet altijd een goedeuitwerking hebben. De plannen sloten goed aan bij het anarchisme, maar hoede wijk groeide tot een ‘probleemwijk’ sloot allesbehalve bij het anarchismeaan.Vanuit ontwerplogica van CIAM is een wijk ontworpen die zou moeten werkenals samenleving met veel gemeenschappelijke ruimte. Toen dezegemeenschappelijke ruimtes in verval raakten was de hele kracht achter dewijk verloren, en ontstond er een probleemwijk.Zoals ook al is beschreven bij kwaliteiten, veranderden de plannen tijdens debouw, toen de stedebouwkundigen hoorden van de problemen dieontstonden. Ook ging men bezuinigen en dit alles maakte het niet tot de wijkdie bedoeld was.De wijk was te vooruitstrevend, en hoewel vrijheid paste bij het gedachtegoed,voelden de bewoners zich niet zo. De vrije associatie die destedebouwkundigen in het hoofd hadden, werd gedwongen associatie met deeentonige architectuur en massaproductie.Terugkoppeling naar de mindmapDe stedebouwkundigen speelden met de relatie tussen de mens, zijn contexten de samenleving. De openbare ruimte zou functioneren als de context vande mens waar ruimte was om andere mensen te ontmoeten. De context isonderdeel van het zijn van de mens en de context zou geen context zijn, alsde mens er niet was. In de Bijlmer is dit direct terug te zien in de plek dieopenbare ruimte in het ontwerp heeft. De Nederlandse samenleving hadgeprojecteerd moeten worden in de Bijlmer, op kleinere schaal dus. Het hadeen wijk moeten zijn die op zichzelf stond en zou functioneren als eensamenleving.Wat ook in de mindmap is te zien, is dat de mens door overleving en succesde sterkere is, evolueert en zo kan overleven ten opzichte van zijn context. Ditidee staat de anarchisten echter niet aan en er is dan ook bewust voor 20
  21. 21. gekozen de wijk te ontwerpen met gelijkwaardige woningen. De mens blijktzich toch te willen onderscheiden en uniek te zijn, en dit is de oorzaakgeweest van een bepaald aspect van de problemen die ontstonden, al tijdensde bouw.21
  22. 22. WoordenlijstSamenlevingEen plek waar individuen samen een eenheid vormen, met verwantschap enonderlinge relaties en emoties. Ieder individu heeft zijn eigen plek, maardaarnaast de ruimte tot omgang met andere individuen.Vrije associatieHet mogen en kunnen kiezen, uit vrije wil, van een individu tot omgang engroepsvorming met andere individuen. Logischerwijs hoor hierbij het mogenen kunnen kiezen, uit vrije wil, van een individu tot het niet (meer) omgaan enniet (meer) groepen vormen met andere individuen.Sociale differentiatieIn een goed functionerende samenleving leven mensen uit verschillendeklassen en van verschillende afkomst samen. Wanneer er te weinigdifferentiatie zit in de samenstelling, ontstaat er een eenzijdige samenlevingdie niet optimaal kan functioneren.TuinstadDe tuinstad is oorspronkelijk een, in 1898, door Ebenezer Howard ontwikkeldrevolutionair model voor stedelijke ontwikkeling. Hiermee wilde hij dearbeidersbevolking bevrijden uit de toenmalige misère van de industriëlemetropool. Het model behelsde de oprichting van een reeks zelfvoorzienenden autonome steden, met elk maximaal 32.000 inwoners, midden op hetplatteland. Het tuinstadmodel was een complete samenleving op lokaalschaalniveau, die een intensieve participatie van de bevolking in het bestuuren in het culturele leven moest gaan kennen, belichaamd in een besloten,intieme en geborgen vormgeving. De Westelijke Tuinsteden en de Bijlmer inAmsterdam zijn exponenten van dit gedachtegoed.Het Nieuwe BouwenHet Nieuwe Bouwen is een internationale verzamelnaam voor verschillendebouwstijlen en radicale stedenbouwkundige vernieuwingen uit de periode1915 tot circa 1960. Deze stijlen zijn als voorloper te beschouwen vande Internationale Stijl. 22
  23. 23. De term "Nieuwe Bouwen" is ontstaan in de jaren twintig en wordt gebruiktvoor de moderne architectuur die zich in deze periodein Duitsland, Nederland en Frankrijk tot een belangrijke stroming ontwikkelde.Als begin van het Nieuwe Bouwen wordt vaak de Fagusfabriek van WalterGropius en Adolf Meyer genoemd. De internationale doorbraak van hetNieuwe Bouwen vond plaats na de Tweede Wereldoorlog, met het hoogtepuntin 1960.De architecten van het Nieuwe Bouwen verwierpen nationale en regionaletradities en pronken en de schijn ophouden. Ze streefden naar een nieuwe,zuivere, vormentaal gebaseerd op eenvoudige, onversierde, volumes.Zuivere stereometrische vormen vrij in de ruimte geplaatst.23
  24. 24. BibliografieBijlmer Museum. (2009). Opgehaald van http://www.bijlmermuseum.nl/bijlmer-geschiedenis-/het-ontwerp.htmlDienst Volkshuisvesting, Amsterdam. (1968). Basisprogramma voor dehoogbouw in negen woonlagen in Zuid-Bijlmer. Amsterdam: Dienst derPublieke Werken, Amsterdam.Gemeente Amsterdam. (2007, mei 15). Opgehaald vanwww.zuidoost.amsterdam.nl:http://ftp1.prod.dro.amsterdam.asp4all.nl/SDAmsterdamZuidoost/B83F28C0-BBAD-4B58-9793-0F12E865D7D0/t_NL.IMRO.03630000T1008BPSTD0001-.pdfGemeente Amsterdam. (2010, november 23). Opgehaald vanwww.amsterdam.nl: http://www.amsterdam.nl/@8034/pagina/Gemeente Amsterdam; Stadsdeel Zuidoost. (2006, December). Opgehaaldvan www.kei-centrum.nl: http://www.kei-centrum.nl/websites/kei2011/files/KEI2003/documentatie/GemAmsterdam_40jaar_Bijlmer_dec2006.pdfMinnema, P. (2008, februari 23). Opgehaald vanhttp://www.peterminnema.nl/pdf/essay_stedenbouwgeschiedenis.pdfStar, J. v., & Bax, J. (2011, December). Opgehaald vanhttp://home.deds.nl/~stormenzand/stedenbouw/vitadam/vitaliteitadam.pdfWoud, A. v. (1983). Het Nieuwe Bouwen. Delft: Delft University Press. 24
  25. 25. 25
  26. 26. Bijlagen1. Mindmap 26

×