Kunst H7 En H8
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Kunst H7 En H8

on

  • 5,791 views

Kunst Algemeen VWO 5

Kunst Algemeen VWO 5
De Bespiegeling hoofdstuk 7 en 8

Statistics

Views

Total Views
5,791
Views on SlideShare
5,758
Embed Views
33

Actions

Likes
1
Downloads
81
Comments
0

1 Embed 33

http://gehblog.wordpress.com 33

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Kunst H7 En H8 Kunst H7 En H8 Document Transcript

  • KUNST VOOR DE BURGER Gouden Eeuw in de Nederlanden Maatschappelijke situatie: In de 16e eeuw is er een verdeeldheid tussen de Katholieken(Zuidelijke Nederlanden) en de Protestanten(Noordelijke Nederlanden). 1588: Onafhankelijke republiek (Der Nederlanden)) Belangrijkste religie: Protestants calvinisme. Grote groepen vluchtelingen trokken van de zuidelijke Nederlanden naar de noordelijke Nederlanden(o.a. Amsterdam); onder hen veel handelaren. (Er waren verschillende kringen om je in te bevinden in Amsterdam, de handelaren hadden geen status maar wel geld en dus gingen ze vaak op zoek naar een geschikte partij om mee te trouwen; een regentes.) Geld trouwt met macht. Amsterdam groeit uit tot het economische centrum van de wereld! In dit hoofdstuk staat de 17e eeuwse Republiek centraal. De positie van de burger is in de Nederlanden anders dan in het buitenland. In de Nederlanden is er in die tijd weinig adel, maar zijn er wel veel vermogende burgers. • Ze bouwen stadspaleizen en grote buitenhuizen. (Denk o.a. aan de mooie grachtenpanden in Amsterdam) • Ze stimuleren de kunstproductie. (Niet heldhaftig, maar realistisch) • Hebben grote invloed op het bestuur, bijna een democratie. (Er is in de Nederlanden geen absoluut vorst) Holland beleeft haar Gouden Eeuw!
  • Frans Hals, ‘Huwelijksportret van Isaac Massa en Beatrix van de Laen (1622) Regenten en kooplui: Familie Hals vlucht ook van Antwerpen naar het noorden (Haarlem) Frans Hals (hun zoon) wordt later een beroemde schilder. Hij schildert voornamelijk portretten. Hij krijgt veel opdrachten van rijke inwoners, b.v. voor huwelijksportretten. (De 2 belangrijkste bevolkingsgroepen v d republiek; regentes en koopman.) Koopman: rijk en aanzienlijk. Regentes: gesloten ‘clan’ bestuurlijke elite van de stad. Symboliek in dit werk: Speerdistel: ‘mannentrouw’ Klimop: de vrouw vergroeid met haar man. Pronken met je status en positie was heel erg gewoon in die tijd. (Rijkdom en welvaart zijn duidelijk te zien in de kunst van die tijd!)
  • Vermeer, ‘Liefdesbrief’ Symboliek in de ‘Liefdesbrief’: -Luit: de vrouw wacht op haar ‘tegenspeler’(erotiek) -Bezem: samenwonen zonder boterbriefje -Rondslingerende oude sloffen: zedeloze vrouwen.
  • Johannes Vermeer, ‘De schilderconst’(ca. 1670) De schilder en zijn model: Johannes Vermeer is een bekende Delftse schilder. Aan de voorwerpen in de ruimte kan je veel aflezen: • Grote landkaart op de achterwand. (Ongedeelde Nederlanden, geeft hij hiermee aan dat hij het niet eens is met de opsplitsing van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden?) • Meubelstukken en de tegelvloer zijn in het juiste perspectief afgebeeld. (Het perspectivisch goed afbeelden van een ruimte is ontstaan in de renaissance….) • Model draagt 16e eeuwse kleding en heeft attributen van de muze van de geschiedenis. (De muze van de geschiedenis heeft een boek (of rol) in haar handen – geschiedschrijving- en ze heeft een bazuin in haar handen – van het heldendicht-) Vermeer is een veelzijdige man; hij is niet alleen schilder, maar ook herbergier, kunsthandelaar en zijdewever. Hij heeft dan ook waarschijnlijk maar 40 schilderijen gemaakt. Een vriend van Vermeer heeft 21 schilderijen gekocht en de bakker 2.
  • Een nieuw geloof: Johannes Calvijn (Franse godsdiensthervormer) verspreid in 1541 zijn ideeën over het geloof en God vanuit Geneve. - Geen overdadige weelde in de kerk… - Tegen het afkopen van het lot door de burger…. - Teksten van kerkliederen moeten rechtstreeks uit de bijbel komen…. Pieter Saenredam, ‘Interieur van de Sint-Odulphus te Assendelft’ (1649) Architectuur die voorkomt uit de overtuigingen van Calvijn. Bijvoorbeeld: Sint Odulphus van Assendelft. - Leeg en wit interieur. - Hoge en lichte ruimte. - Opvallend meubelstuk: de kansel (waar vandaan gepredikt wordt) Het schilderij is gemaakt door de architectuurschilder Pieter Saenredam. Hij heeft zich gespecialiseerd in het schilderen van kerkinterieurs. Hij pakt het maken van zijn schilderij wetenschappelijk aan; opmeten, schetsen maken, rekenen, bestuderen van het perspectief. Saenredam schildert zowel voor Katholieke opdrachtgevers als voor Protestante opdrachtgevers kerkinterieurs.
  • Kunstverzamelingen: In het protestantisme gaat men uit van 3 goddelijke deugden: geloof, hoop en liefde. Maar ook van de ‘kardinale deugden’: rechtvaardigheid, kracht, voorzichtigheid en matigheid. Matigheid is bijzonder moeilijk voor de burger van de welvarende burgers. Door de welvaart in de bredere lagen van de bevolking is er een grote vraag naar (toegepaste)kunst. Je kunt door de grote hoeveelheden aan kunstwerken wel spreken van ‘kunstverzamelingen’. De spullen staan door het huis heen, maar ook in een speciale ‘kunstkamer’. Door de rijke burger worden er ook andere voorwerpen verzamelt; b.v. schelpen, tulpenbollen, albums met prenten, kostbare atlassen, kostuums, muziekinstrumenten, wapens, enz. (Dit dient natuurlijk om te pronken, maar is gelijk een belegging voor later.) Er werd verzameld door twee groepen: - De liefhebbers: voor hun plezier en het aanzien. - Professionals: botanici en artsen. Vooral voor onderzoek en onderwijs. De ontdekking van de microscoop hangt hier mee samen. Verder ook de ontdekking van de bloedsomloop en de ademhaling, het anatomisch onderzoek. Er werden kruiden verzameld voor medicijnen en verder ook preparaten. Er zijn een aantal typen verzamelingen te onderscheiden o.a.: - Nadruk op munten en antiquiteiten - Kunstverzamelingen - Naturaliënverzamelingen.
  • KUNST VOOR DE BURGER Gouden Eeuw in de Nederlanden Emanuel de Witte, ‘portret van een familie in een interieur’(1678) Emanuel deWitte: Rijke inrichting van het interieur: schouderhoog goudleerbehang, koperen kroonluchter, Chinees porselein en een tafel met een oosters tafeltapijt. Symboliek: - Het meisje presenteert druiven: huwelijkse trouw en echtelijke kuisheid. - Aanwezigheid hondje: eeuwige trouw (aan baasje) - Handschoenen in de hand van de vrouw: huwelijkse band. - Roos op de grond: vergankelijkheid (van eerdere huwelijk…) De aard van de kunst in de Nederlanden is anders dan die van de buurlanden. De afmetingen zijn geringer en de onderwerpen alledaagser. (De rijke burgerij verstrekt opdrachten en de lagere klassen kopen kant-en- klare kunst)
  • Burgerlijke kunst, raadsels en bedrog. Verboden liefde: Schilderijen hebben in deze tijd een belangrijke functie op het gebied van plezier, maar ook op het gebied van het geldenden moraal…. Overdag worden ze tegen het zonlicht beschermd door een gordijntje. De manier van schilderen is erg precies, het lijkt alsof alles realistisch weergegeven is. In de 17e eeuw houdt men van raadseltjes, dubbelzinnige tafereeltjes. Alledaagse zaken hebben een andere (dubbele) betekenis dan je in 1e instantie zou denken. Een bekende schilder uit de 17e eeuw (op dat gebied) is Jan Steen. In het boek staat het bovenstaande schilderij ‘Het toneel van de wereld’(1665- 1667) - Oude man en jong meisje: geen goed voorbeeld. - Oesters: lust opwekkend. - Zeepbellen blazen(+schedel): vergankelijke mens. (Homo bulla; de mens is een zeepbel: lichtvoetig vermaakt eis op den duur zijn tol en de mens is vergankelijk….) Jacob Cats schreef emblemataboeken waarin hij de verwijzingen toelichtte. (Officieel bestaan emblemata uit een drieledige voorstelling; een afbeelding, een spreuk en een onder- of bijschrift.)
  • Jan Steen 'Zoals de Ouden zongen'. • schelpen van oesters en mosselen (aphrodisia) • een vogelkooitje met het deurtje open (de man heeft een afspraakje buitenshuis) • een jongen die pijp leert roken (symbool voor gemeenschap) • overmatige hoeveelheden wijn (roesmiddel) • druiven (kiemkracht) • een papegaai (koppig dier - rood staat voor onzedelijkheid). Een vogel in het algemeen was symbool van het verlangen om in hoger sferen te komen of had een seksuele bijbetekenis. • De kat en de hond (kooikershondje) golden in die tijd meestal als symbool van wellust en onkuisheid. In die tijd was men goed op de hoogte van de symbolische waarde van details. De meeste mensen konden immers niet lezen en schrijven en verhalen werden verteld aan de hand van afbeeldingen. Voor hen lieten deze symbolen geen twijfel bestaan.
  • Jan Steen, 'Het ochtend toilet' (1663). De halfgeklede vrouw en de locatie (slaapkamer) wijzen erop dat het schilderij over koopbare liefde gaat: - De luit is achteloos in de hoek geworpen, wat erop duidt dat er seks heeft plaatsgevonden. - Ook de schoenen, normaal gesproken een symbool van huiselijke harmonie, zijn achteloos aan de kant gegooid. - De vrouw trekt een kous aan. Kous was in die tijd slang voor vagina. Schertsend, minachtend, werden vrouwen in de zeventiende eeuw wel ‘piskousen’ genoemd. (Wie een kous te snel aantrekt, kan deze gemakkelijk vernielen door er gaten in te trekken. Evenzo kan onbesuisd gedrag, zoals zwichten voor erotisch genot, een mens gemakkelijk te schande maken.) - De gedoofde kaars verwijst normaal gesproken naar kortstondigheid, maar hier staat deze naast een open juwelenkistje. Zij verwijzen naar een populair gezegde: 'Men koopt geen parels in het donker, noch zoekt men liefde in de nacht.
  • Kunst productie in genres: In de 17e eeuw specialiseren de schilders zich in genres. (Genre: type schilderij. Er zijn een aantal verschillende genres; genrestuk, portret, stilleven, landschap en historiestuk.) Het belangrijkste is het historiestuk. (Historiestuk: een schilderij waarop een verhaal of gebeurtenis uit de klassieke oudheid, de bijbel of de geschiedenis is afgebeeld.) Onder de schilders is het portret het minst populaire genre. De klanten zijn veeleisen, maar zitten nooit stil…. Het genrestuk is ook een apart genre. (Genrestuk: een schilderij met een al dan niet gefantaseerd tafereel uit het dagelijkse leven. Drank en feesten of huiselijke bezigheden vormen het onderwerp. De afgebeelde personen zijn meestal niet-bestaand. In het genrestuk bevindt zich vaak een verborgen boodschap met betrekking tot de moraal.) Pieter de Hoogh, ‘genrestuk’.
  • Johannes van der Beeck, ‘Drinkgerei met breitel’(1614) Dit werk is een allegorie op de matigheid. 'Wat buten maat bestaat, int onmaats q[w]aat vergaat'. In het leven moet je net al bij het musiceren maat houden: Wijn=roesmiddel. Breidel=verlangens in toom houden. Bladmuziek=maat houden. (Allegorie; abstracte begrippen worden zichtbaar gemaakt door ze te verpakken in een voorstelling -als personen of als voorwerpen-. De direct herkenbare voorstelling -in een schilderij of op het toneel- is symbolisch voor een niet direct zichtbare inhoud.) In de 17e eeuw vond men het interessant om een andere (=chiquere) naam aan te nemen. Jan Simonsz van de Beeck noemde zich ook wel Johannes Torrentius.
  • (Vanitasstilleven: een stilleven met een symbolische boodschap die betrekking heeft op het leven en de dood.) Pieter Claesz, ‘Vanitasstilleven met kandelaar, schrijfgerei, brief, zakhorloge en anemoon’ 1625 Vanitas: vergankelijkheid / ijdelheid. - Schedels, zandlopers, uitgeblazen kaarsen en dergelijke verwijzen naar de vluchtigheid van het bestaan. - Het horloge en het uitdovende olielampje op de tafel wijzen op de tijd die verstrijkt. - De muziekinstrumenten duiden op de vluchtigheid van muziek. Floris van Dijck, ‘gedekte tafel met kazen’, 1615 Exotisch stilleven: Stillevens waren de manier om je kunde in het schilderen van stofuitdrukking te laten zien. Er zijn verschillende voorwerpen van verschillende materialen uitgestald. Ondanks dat het stilleven er erg Hollands uitziet, heeft het toch een duidelijk exotisch tintje: De exotische producten zijn: de druiven, het fijn geweven damast, het Chinese schaaltje met de mooie rand.
  • Schelfhout van Ruisdael Meindert Hobbema Bijzonder in deze tijd is het genre: landschap. Voorheen werden landschappen altijd als achtergrond voor een gebeurtenis gebruikt, maar nu ontwikkelt het zich tot een zelfstandig onderwerp/thema. De Nederlandse wolkenformaties zijn wereldberoemd geworden en men is over de hele wereld geïntrigeerd in ons ‘Hollandse licht’. Imitatie-Chinees porseliein uit Delft: Onder de luxe voorwerpen die men verzamelt zijn grote hoeveelheden geïmporteerd Chinees porselein. Niet iedereen kan dat betalen, het alternatief is imitatieporselein uit Holland: het Delfts aardewerk. In het begin maakt men het Chinese porselein alleen nauwkeurig na, later worden er ook typisch Hollandse taferelen geschilderd. Adriaen Kocks is een Delftse meesterpottenbakker. In opdracht van de Nederlandse stadhouder- Engelse koning Willem 3e ontwerpt Kocks een tulpenvaas. (Tulpenvaas: kenmerkend voor deze vaas zijn de kleine tuitjes waarin de tulpen per stuk kunnen worden geplaatst…)
  • Hans Boulenger, ‘Tulpen in een vaas’, 1639 Tulpomanie: In de 16e eeuw is de tulp van Turkije naar Nederland gekomen. In de loop van de 17e eeuw werd deze bloem razend populair. Er ontstond een echte tulpengekte, een ‘tulpomanie’. In 1636 op het hoogtepunt van de gekte kon een exclusieve bol evenveel opbrengen als een luxe huis (grachtenpand in Amsterdam of een buitenverblijf aan de vecht.) Men rook geld en ging beleggen in de tulpenhandel. Maar net als bij de huidige creditcrisis…. op het hoogtepunt stortte de handel in en werden veel kopers en verkopers bankroet.
  • KUNST VOOR DE BURGER Gouden Eeuw in de Nederlanden Saenredam, oude stadhuis Amsterdam (tekening 1641/schilderij 1657) De snelle groei van de stad Amsterdam zorgt ervoor dat er behoefte is aan een nieuw stadhuis. Het oude stadhuis stamt uit de middeleeuwen en is te klein geworden. Een nieuw stadhuis
  • Paleis van de vrede: Voor het nieuwe stadhuis hebben ze een passende locatie gekozen: Politieke, economische en religieuze hart van de stad. (Raadhuis, Waag en Vismarkt, Beurs, Nieuwe kerk….) Jacob v Campen(schilder en architect) maakt het ontwerp. In 1648 is de oorlog met de Spanjaarden geëindigd(Vrede van Münster) en is er geld ‘over’ voor andere dingen dan oorlogvoeren. Het stadhuis is tevens een vredesmoment. (de vredestichtende invloed van de burgemeesters wordt in de eerste steen geroemd; Pancras, De Graeff, Valckenier en Schaep) Detail van de voorgevel; strakke symmetrie. Duurzaamheid, nuttigheid en schoonheid: De klassieke invloed heeft zijn wortels in de ‘grote tour door Italië’ die Van Campen maakte na zijn meesterproef. De `meesterproef` was een werkstuk dat door een ambachtsman werd vervaardigd met het doel lid te kunnen worden van een gilde. Voor het eerst is sprake van de meesterproef in de 16e eeuw bij de goudsmeden, zilversmeden en tingieters. De klassieke symmetrie en harmonie sluiten volgens hem goed aan bij het strenge calvinisme. Vitruvius (die over de architectuur uit de oudheid schreef) was een inspiratie- bron voor Van Campen. De basis van architectuur is harmonie. (die ontstaat als een gebouw duurzaam, nuttig en mooi is….) Duurzaam: stevigheid van het fundament en keuze van materialen. (13.000 houten heipalen / blokken harde natuursteen.) Nut: ontwerp in relatie tot de functie. Schoonheid: wordt bepaald door symmetrie en harmonie.
  • Stadhuis of Paleis: In 1768 wordt het gebouw voor het eerste enkele dagen als paleis gebruikt. Stadhouder Willem 5e wordt feestelijk ontvangen in de hoofdstad. De broer van de Franse keizer Napoleon, Lodewijk Napoleon, wordt in 1806 Koning van Holland. In 1807 besluit hij zijn residentie van Den Haag naar Amsterdam (economische centrum) te verplaatsen. Het stadhuis op de Dam wordt in 1808 in gebruik genomen als Koninklijk Paleis. Koningin Beatrix opent gerenoveerde paleis (juni 2009) Het stadhuis, een burgerlijk paleis: Het stadhuis is een Classicistisch gebouw. (Classicisme: algemene stijlaanduiding voor kunst- en cultuuruitingen die geënt zijn op voorbeelden uit de klassieke kunst na de renaissance.) Het gebouw symboliseert de macht van de stad en de bestuurders. Kenmerken van het gebouw: - Eenvoudig qua vormgeving. (sober qua versiering, helder van opzet.) - Symmetrie (middenpartij met fronton komt iets naar voren, net als de hoekpaviljoens) - Middengedeelte valt op door timpaan met beeldhouwwerk. - Horizontale banden langs de verdiepingen. (Het gebouw bestaat uit 2 verdiepingen van pilasters, per pilaster zijn een hoog en een laag venster geplaatst.) - Er is geen monumentale ingangspartij (De zeven onversierde boven op straatniveau zorgen voor laagdrempeligheid.) - Ronde toren met beiaard (klokkenspel / carillon)
  • Kenmerkende beelden van het exterieur: Beeld boven op fronton: De Vrede, verwijst naar vredesjaar 1648 en bouwjaar van het stadhuis. (Vredessymbolen: Olijftak en staf van Mercurius.) Op de hoeken van het fronton: De Voorzichtigheid(Prudentia) en de Gerechtigheid(Justitia) Op het timpaan: Zeegoden betuigen hulde aan de Amsterdamse stedenmaagd, met keizerskroon op het hoofd. (Het verwijst naar de wereldzeeen die bevaren worden door schepen uit de republiek, vooral uit Amsterdam, het grote centrum van de scheepvaart en handel.) Toren met beiaard. Vanuit deze toren met koepel kon men de schepen aan zien komen op het IJ.
  • Burgerzaal, Stadhuis Amsterdam. Kenmerken van de burgerzaal: - De centrale zaal in het gebouw is de burgerzaal. - Hij is vrij toegankelijk en fungeert als een overdekt stadsplein. - 1e verdieping; pilasters met Ionische en Corinthische kapitelen. - 2e verdieping; Corinthische pilasters (staat ‘symbool’ voor macht) - Slingers van bloemen en vruchten tussen de ramen (festoenen) Staat symbool voor: De vrijheid van de burgers onder het wakende oog van hun bestuurders. In de decoratie van de zaal zie je de stad, haar welvaart en haar bestuurders terug. Deze decoraties zijn door verschillende kunstenaars ontworpen. Beelden op de galerij: Onder de beelden die je terug kunt vinden in de burgerzaal bevinden zich de 7 Romeinse Goden of planeten. Apollo:Zonnegod,harmonie/ Jupiter:Oppergod/ Diana:jacht/ Mercurius:handel/ Saturnus:landbouw,tijd/ Venus:liefde/ Mars:oorlog. De 8e figuur is Cybele (de Godin van de aarde en de moeder van de Goden) Ze hebben de gedaante van de klassieke goden en verbinden de stad met het universum.
  • Het gebouw is een rechthoek bestaande uit twee kleinere rechthoeken met elk een binnenplaats. In het midden van het gebouw ligt een gigantische ruimte, de Burgerzaal (1), precies in de spiegelas van het gebouw. De Burgerzaal ligt tussen de vooruitspringende middenpartijen van de voor- en achtergevel. De indeling is functioneel. Rondom de binnenplaatsen liggen de galerijen (2), waarop de deuren naar de vertrekken uitkomen. Alle belangrijke vertrekken zijn op de eerste verdieping (de hoofdverdieping): de Burgemeesterskamer (3), de Oud-Raadzaal (4), de Vroedschapszaal (5) en de Schepenzaal (6). De Vierschaar (7), waar doodvonnissen werden uitgesproken, ligt echter op de begane grond. Daar zijn ook de stadsboeien (de gevangenis). Ria van Eyk: Het vloerkleed van de burgerzaal is in 1998 ontworpen de kunstenares Ria van Eyk (in opdracht van Rijksgebouwendienst) Het tapijt heeft een oppervlakte van ongeveer 600m2 en past perfect in het strakke symmetrische ontwerp van Van Campen. Ze verwijst in haar ontwerp naar de plaats van de mens in het universum (het ontwerp sluit daarin aan bij de architectuur en beeldhouwkunst) Ze heeft in haar industrieel vervaardigde tapijt een digitale foto van het melkwegstelsel en een foto van de komeet Hale-Bopp verwerkt. Het is een ‘hemels’ tapijt geworden. Het tapijt heeft verschillende functies: de toevoeging van de symboliek, het beschermen van de marmeren vloer(met de kaarten van hemel en aarde) en het creëren van een warme, huiselijke sfeer….
  • Een stenen boodschap: Vrede, macht en handel: Bij de vrede in 1648(einde 80 jarige oorlog met Spanje) refereert men aan de bevrijding van de Batavieren van de Romeinen in 69 na Chr. De zelfstandigheid van de Republiek krijgt hierdoor meer status (verzet tegen bezetting…) De bevrijding wordt op diverse plaatsen in de stad gevierd met tableaus. De grootsheid en macht van de handelsstad staan hierin centraal) (Tableau: levend schilderij, bestaande uit één of meerdere stilstaande personen.) In de timpanen van het stadhuis zie je hier delen van terug; De Amsterdamse stedenmaagd staat centraal, ze wordt omringd door mythologische en symbolische figuren; ze verbeelden de politieke en economische macht van Amsterdam. Vroeger werd aan kinderen verteld dat als Atlas zijn bol zou laten vallen, Amsterdam ten onder zou gaan! ‘Klassieke’ kunst: De bouw van zo’n groot stadhuis heeft grote invloed op de kunstopdrachten. Het thema van de meeste versieringen; de klassieke mythologie of de Bataafse opstand. Van Campen het stadsbestuur bepalen wie er opdrachten krijgen. Van Campen bepaald en de gekozen kunstenaar voeren uit. Het gevolg: een totaalkunstwerk waarin alle kunstvormen op harmonieuze wijze samenkomen. De Antwerpse beeldhouwer Artus Quellinus(1609-1668) maakt beelden voor het stadhuis. Ook Quellinus heeft in Italië gestudeerd en het beweeglijke werk van Bernini heeft grote invloed op hem. Rembrandt van Rijn(1606-1669) mocht ook een werk maken, maar de grove penseelvoering paste niet bij het karakter(strakke klassieke stijl) van het gebouw. Dus heeft het er maar kort gehangen.
  • Rembrandt van Rijn, ‘Samenzwering van Claudius Civilis’ 1661. ! "#!$%%$!&'()*+,-.!/,01-2#+.!32#!/)4#!(,.!+5,6!7820,#9:,-)#;!32#! <*2=+)=&!<)3)*)&>!5?!7@,.!,,+3,-15#+!+,-!A2.23),-,#>!@,.!;22.!50! ,,#!;-5.,!:2#+3,-&),-)#;!355-!(,.!&.2+(=)&!)#!B0&.,-+20C! @,.!:,-6!(,,?.!,-!32#!$%%$!.5.!$%%D!;,(2#;,#C! @,.!+5,6!)&!;-5.,-!+2#!(,.!?-2;0,#.!+2.!5E!+,9,!2?1,,*+)#;!.,!9),#!)&C! @,.!.5.2*,!:,-6!(2+!,,#!5EE,-3*26!32#!5#;,3,,-!D%0DC!!F#!:2&!,,#! 32#!+,!;-55.&.,!:,-6,#!G()&.5-),&.=66,#H!+55-!(,0!;,0226.C! I2.!(,.!:,-6!022-!95!65-.!5E!+,!1,+5,*+,!E*,6!(,,?.!;,(2#;,#!:5-+.! ;,:,)+!22#!+,!#5#'(2*2#.,!&'()*+,-&.)4*!+),!#),.!1)4!(,.!62-26.,-!32#! (,.!;,15=:!95=!E2&&,#C! GJ22-!,-!9)4#!556!2#+,-,!3,-6*2-)#;,#!05;,*)46K!;=#+,!0,#!(,0!9)4#! 5E+-2'(.!#),.LM!6:20!(,.!+55-!(,.!,,=:);,!=).&.,**,#!32#!+,!+,2+*)#,&LM! (2+!(,.!&.2+1,&.==-!,,#!2#+,-,!&.)4*!)#!;,+2'(.,#LH! <*2=+)=&!<)3)*)&!9).!*)#6&!2'(.,-!,,#!.2?,*!+),!0,.!,,#!:).!6*,,+!;,+,6.!)&C! @)4!+-22;.!,,#!(5;,!1*2=:!0,.!9)*3,-,#!0=.&!,#!(,,?.!022-!NN#!55;C! I,!6-)4;&(,,-!32#!+,!A2.23,#!(,,?.!,,#!65-.!9:22-+!)#!9)4#!(2#+C!O,!9),.! (,.!050,#.!:22-5E!9)4#!22#(2#;,-&!(,0!.-5=:!9:,-,#!)#!+,! 5E&.2#+!.,;,#!+,!/50,)#,#C! !"#$%&$'()*+&,$-.$+&/0(12(134&$#.)&0(56$/'$2&$6*,,&,$7&&0%&,$0(&2$ 8&#7+/,%2$134(99&+1$&,$7.&+&,$#.%&0$12//,$(,$-(5,$/2&0(&+:;$ I,!&E,')?),6,!G;,(,)09)##);,!P!&20,#9:,,-+,-);,H!&?,,-!)#!(,.!.2?,-,,*! :5-+.!355-#20,*)46!5E;,-5,E,#!+55-!(,.!*)'(.;,1-=)6C!I,!G?,**,H! *)'(.1-5#!1,3)#+.!9)'(G1=).,#!5#&!9)'(.H!5E!+,!.2?,*M!2'(.,-!+,!?);=-,#!5E! +,!355-;-5#+C!@,.!;,35*;!(),-32#!)&!+2.!+,!;,9)'(.,#!:5-+,#!3,-*)'(.!,#! +,!50;,3)#;!+5#6,-!G5#+=)+,*)46H!)&C!I,!02#),-!32#!*)'(.;,1-=)6!#5,0,#! :,!<*2)-Q51&'=-C!
  • Govert Flinck, ‘Marcus Curius Dentatus’ (1656) Govert Flinck(1615-1660) ging vroeg dood en heeft dus niet veel voor het stadhuis kunnen maken. Op dit werk worden de Amsterdamse bestuurders vergeleken met historische helden (b.v. met de Romeinse consul Marcus Curius Dentatus) Deze laat zich niet omkopen….(door kostbare geschenken) Burgerzaal en de Vierschaar: Het Amsterdamse stadhuis heeft veel verschillende functies: - Kantoor voor stedelijke ambtenaren. - Ontmoetingsplaats voor plaatselijke burgerij. - Bankgebouw. - Gevangenis. - Rechtbank. Kenmerken van de burgerzaal: - Voor iedereen toegankelijk (soort stadsplein) - Galerijen met kantoren. - Beelden met mythologische figuren. - Een wereldkaart en een hemelkaart op de vloer(ingelegd in marmer)
  • (Niet alleen het hart van Amsterdam, maar ook het hart van het universum) De vierschaar is een rechtzaal in het stadhuis waar de doodstraf wordt uitgesproken. De reliëfs aan de muren tonen voorbeelden van goede rechtspraak. (Bas-reliëf: een tamelijk vlak beeldhouwwerk waarbij de figuren slechts gedeeltelijk van een achtergrond loskomen. Bas/ demi / haut) Eén van deze reliëfs verbeeldt: ‘Het Salomonsoordeel’. Deze koning uit het oude testament vindt via een list uit wie de echte moeder van het kind is. Als hij dreigt het kind met een zwaard te doden, dan doet de echte moeder afstand om het kind te redden….
  • KUNST VOOR DE BURGER Gouden Eeuw in de Nederlanden Toneel van de wereld Heren met rappe tong: De rederijkers bepalen in de 15e eeuw het Nederlandse toneel. Ze hadden tot taak het organiseren van opvoeringen op pleinen en markten. (Rederijkers: beoefenaars van de toneelspeelkunst. Ze verenigen zich in een rederijkerskamer. Meestal gegoede burgers met een klassieke opleiding.) Optredens vonden plaats in het eigen lokaal of bij processie-, mirakel- en heiligenspelen. Oorspronkelijk waren dit religieuze broederschappen, maar in de loop van de 16e eeuw verdwijnt het religieuze karakter. Ze gaan zich steeds meer richten op de dichtkunst en de retorica (de leer der welbespraaktheid) De stukken krijgen wereldse onderwerpen en hebben een kritische visie op de maatschappij. Ontvangst belangrijk persoon: - Optochten, spektakelstukken en grote feesten. - Klassieke triomfbogen; hierin bevindt zich een podium met een tableaux vivant. (Deze worden gespeelt door de rederijkers en begeleid met een speciaal geschreven tekst.) In de Gouden Eeuw was toneel zeer toegankelijk; de toegangsprijzen waren laag en er was maar een aantal plaatsten gereserveerd voor het betere publiek. (Het betere publiek wilde zich graag onderscheiden van het ‘grauw’= gewone volk) De onderwerpen waren voor iedereen aantrekkelijk; wonderlijke avonturen van de godenwereld of gruwelen en heldendaden van de Romeinse veldheren…. Deze stukken werden naast de schouwburg ook in de rederijkerskamers opgevoerd en door reizende gezelschappen. Enkele reacties uit die tijd: Omdat de stukken steeds wereldser van karakter werden en een kritische visie op de maatschappelijke situatie lieten zien ontstond er kritiek van diverse groepen. Stedelijke overheid: bang dat de politieke toespelingen het volk zouden
  • opruien (ondanks dat deze werden verpakt in mythologische verhalen) Predikanten: protesteerden tegen de religieuze dwalingen, losbandigheid en mythologie (die als afgoderij gezien werd) Als deze protesten gegrond werden verklaard kon dit o.a. resulteren in: - Stedelijke verordeningen. - Gedwongen theatersluiting. - Satirische of woedende pamfletten (gericht aan de tegenpartij…) De vraag is wel of bovenstaande uitgangspunten ook bij het gewone volk duidelijk werden. Een van de belangrijkste en opvallendste bezoeken van die tijd was dat van Maria de Medici aan de Republiek (Amsterdam) 1638. (Eigenlijk was het opvoeren van een tableaux vivant in een erepoort - theaterpoort- in die tijd al een beetje ouderwets; in de zuidelijke Nederlanden schilderde men toen meters hoge doeken die boven in de poorten werden gehangen.) Bekende schrijvers zoals Vondel en Hooft moesten in korte tijd (soms maar een dag of 10) teksten bij de tableaux schrijven. De regisseur van dit soort gebeurtenissen was in die tijd Samuel Coster.
  • Verloop van zo’n bezoek: In de stad werden op verschillende plekken langs de route theaterpoorten neergezet; dit waren podia, hoog boven de drukte van de straat en dus voor iedereen zichtbaar, waarop tableaux vivants werden opgevoerd. Maria de Medici legde de route per koets af. Enkele van de voorstellingen die voor haar opgevoerd werden: -Het voltrekken van haar eigen huwelijk, in aanwezigheid van diverse goden. -Een verwijzing naar Maria’s voorspoedige moederschap. Ze werd verbeeld als godenmoeder en zat op een triomfwagentje. Haar koninklijke kinderen zaten om haar heen en de Amsterdamse stedenmaagd sprak haar toe. Samuel Coster. Schouwburg: De rederijker Samuel Coster richt in 1617 ‘De Nerderduytsche Academie’ op. Doel: het Nederlands ontwikkelen en bevorderen. College- en toneelzaal; Nederlandstalige wetenschappelijke colleges / toneel. Na 20 jaar wordt het speciaal voor deze academie neergezette gebouw gesloopt en bouwt Jacob v Campen de eerste Amsterdamse Schouwburg op die plek. Kenmerken van de eerste Amsterdamse Schouwburg: -Classicistisch amfitheater. (Amfitheater: theater of stadion met een ronde of ovaalvormige plattegrond. Rond een speelveld, de arena, zijn de zitplaatsen trapsgewijs aangebracht, zoals bij een tribune.) -Langs de randen zijn loges en tribunes. (Hoge heren hebben loges, welgestelden hebben tribuneplaatsen en het gewone volk heeft de staanplaatsen) -Voorstellingen beginnen al om 16uur en dus kan het toneel goed verlicht worden door het grote raam in de achterwand. -Er is een wand voor wisselende decorplaten en takels en valluiken voor spektakel.
  • De eerste Amsterdamse Schouwburg gaat in vlammen op, 1772. Speciaal voor de opening van de schouwburg (dit woord is bedacht door Joost van den Vondel) schrijft hij het drama, ‘Gysbreght van Aemstel’. - Het middeleeuwse Amsterdam wordt op Trojaanse wijze veroverd. - Op de kerstnacht wordt de vijandige belegering opgeheven. - De Amsterdammers slepen een achtergebleven schip binnen (i.p.v. een paard) - Amsterdam wordt vernietigd. - Maar de engel Rafaël voorspelt de stad een machtige en roemrijke toekomst…. De klucht: Het aanbod van toneel wordt regelmatiger door de bouw van de schouwburg, drie keer per week kan men naar een voorstelling. Normale voorstelling: start met een treurspel en daarna een klucht. Maar er zijn ook stukken met klassieke of bijbelse vertellingen en blijspelen. (Treurspel: toneelspel met ernstige inhoud ontstaan in het midden van de 6e eeuw v Chr in Athene. De inhoud is mythologisch.) (Klucht: komisch toneelstuk over ‘het dagelijkse leven’. Het verhaal en de gesproken taal zijn vaak grof en volks.) (Blijspel: laat andere kijk op de mens en de wereld zien dan de tragedie, roept een glimlacht op. Kenmerken; een lichtere intrige, een oppervlakkige karaktertekening en een goede afloop.) Ondanks deze regelmatige opvoeringen en opdrachten van de Amsterdamse schouwburg konden schrijvers slecht rondkomen. Men had dan ook meestal een ander beroep om brood op de plank te krijgen (Vondel had een zijde- en kousenhandel, Hooft was bestuursambtenaar)
  • Vertier en muziek: Wandelmuziek: Het verschil in visie tussen de katholieke en de protestantse kerk kwam ook naar voren in het gebruik van het orgel in de kerk. Protestantisme: Terug naar het woord van God. Kerkorgels zijn verderfelijke instrumenten en leiden af van waar het om gaat. Doormiddel van éénstemmige samenzang van psalmen; bleef de tekst verstaanbaar, werd de juiste sfeer gecreëerd. Op veel plaatsen zijn de orgels gebleven. Na de reformatie; werden kerkorgels en kerktorens met beiaards bezit van de stadsbesturen. Ook verandert de functie van het kerkgebouw; - Het gebouw wordt een verlengstuk van de straat. - Er worden organisten in dienst genomen, die elke dag op vaste tijden een concert geven. (De regenten hopen dat het volk naar een concert gaat i.p.v. naar de kroeg…) Saenredam, Sint-Bavokerk te Haarlem, 1636.
  • Dansende vingers: Jan Pieterszoon Sweelinck wordt in 1578 organist in de Oude Kerk in Amsterdam. Sweelinck heeft een groot repertoire; vrije improvisaties, psalmen, dansmuziek, bewerkingen van Italiaanse madrigalen, enz. Hij is niet geschoold als organist, maar wel als zangmeester. Zijn inspiratie ligt o.a. bij de Engelse en Italiaanse muziek, hij wordt beroemd door zijn orgelvariaties op psalmen. -Hij publiceert vocale composities. -Voor zichzelf schrijft hij instrumentale werken. (Zijn composities voor orgel of klavecimbel worden later door zijn leerlingen over Europa verspreidt.) CD1.18 Toccata in C. Een uitdagend stuk om te spelen, door de snelle passages over de hele breedte van het klavier. (Toccata; een virtuoos werk zonder een vast omschreven vorm. Kenmerkend zijn brede akkoorden en scherp tegengestelde passages. Werk voor toetsinstrument (klavier of orgel) of luit.) Klavier. (Toetsenbord van o.a. een piano, orgel en synthesizer. ) Meezingers: Muziek en gezang nemen in de burgerlijke Nederlanden een belangrijke plaats in. - Avonden worden gevuld met samenzang. - Bekende melodieën met nieuwe teksten. - Gegoede burgers en beroepsmusici bespelen instrumenten. - Er zijn liedboeken met toonzettingen (geschikt voor zang of instrument) Musici in dienst van de stad zijn verplicht om aan het collegium musicum lessen te geven. (Collegium musicum: een gezelschap van burgers dien in besloten kring bijeenkwamen om voor hun eigen genoegen te zingen en te spelen. Vaak onder leiding van een meester. De luit was het meest gebruikte begeleidingsinstrument.)
  • Utrecht: Jacob van Eyck is blind maar heeft een bijzonder goed gehoor. Hij is stadsbeiaardier van Utrecht en hij laat klankzuivere klokken gieten. Hij componeert stukken en voert die op vaste tijden op. CD1.19 (stuk voor het carillon van de Domtoren) Naast deze stukken publiceert hij ook ‘Der Fluyten Lusthof’, 150 melodieën en variaties voor de fluit (met Nederlandse teksten) Het onderwerp is meestal de romantiek / liefde.
  • Rembrand van Rijn. Rembrandt van Rijn, ‘Samenzwering van Claudius Civilis’ 1661. Veranderende tijden: Rembrandt krijgt in 1662 ‘De eed van Claudius Civilis’ weer terug. Reden: Het werk sloot niet aan bij de andere stukken in het stadhuis. Kenmerken van het werk van Rembrandt uit die periode: - Zijn kwaststreken waren grof. - Het licht-donkercontrast erg groot. - Het zijn momenten niet heldhaftig, maar intiem. Rembrandt heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt. Dit zie je duidelijk als je beide werken van Claudius Civilis vergelijkt. Het werk uit 1626 valt op door de stofuitdrukking en de houterige figuren. De onderwerpen waar Rembrandt later in zijn leven voor kiest, religieuze thema’s, zijn niet geschikt voor de kunstmarkt en hij gaat dan ook failliet. (Rembrandt ontwikkelde zich al jong tot graficus. Zijn directe tekenstijl was perfect voor de etstechniek. (Etstechniek: diepdruktechniek waarbij een voorstelling in lijn of structuur door middel van zuur gebeten wordt in een metalen plaat (koper of zink). De etstechniek kan in combinatie gebruikt worden met de droge-naaldtechniek.)
  • Huis van Rembrandt na de verbouwing door Jacob van Campen in 1627
  • GEVOEL OF VERSTAND Barok en Classicisme in de 18e eeuw Inleiding: Er zijn in deze eeuw 2 tegenstrijdige opvatting: Hang naar emotie en sentiment Benadering vanuit het verstand (Late Italiaanse Barokstijl) (Verlichting; Classicisme) (In de beeldende kunst is dit verschil onoverbrugbaar) Muziek: er zijn klassieke regels, maar die staan het uitdrukken van het gevoel niet in de weg. Dans en instrumentale muziek: ontwikkelen zich tot een zelfstandige kunstvorm.
  • Matthauspassion: Pasen is een van de belangrijkste feestdagen van de katholieke jaarkalender. De katholieken herdenken dat Christus is opgestaan uit de dood, 3 dagen na zijn kruisiging.) Naar aanleiding van dit feest werden Matthauspassions geschreven. De bekendste is die van Johann Sebastiaan Bach (1729) Je hoort het lijdensverhaal van Christus zoals dat beschreven is in het evangelie van Mattheus. Bach schreef als cantor 5 jaargangen muziek voor zondagen en feestdagen. (Cantor: de leider van het koor en de muziekdocent van de kerk) Doordat het stuk in verschillende rollen is verdeeld wordt het een soort toneelstuk op muziek. Rollen zijn: Christus, Judas, Pilatus en een verteller. (Er wordt geen toneel gespeeld zoals in een Opera; geen Christus met een lendendoek, gewoon een zanger.) De teksten uit het evangelie van Mattheus worden afgewisseld met aria’s en liederen, dit maakt dat het aantrekkelijk is om naar te luisteren. (Aria: een uitgebreide compositie voor een solostem met muziekbegeleiding, vaak als onderdeel van een oratorium. De nadruk ligt op de melodie en de virtuositeit van de zanger(es))
  • Concerten: Naast kerkelijke muziek schrijft Bach ook instrumentale orkest- en kamermuziek. (Hij is van 1717-1722 in dienst bij Leopold von Anhalt-kothen. Dit hof is calvinistisch; er is dus geen vraag naar kerkmuziek!) In een concert (als compositievorm) speelt naast het orkest een solo-instrument een belangrijke rol. (Concert: een grote meerdelige compositie voor één of meer solisten met een orkest.) Meerkorig concert: twee groepen tegenover elkaar, gelijke geluidssterkte. Concerto grosso: solisten tegenover een grote groep. Solo-concert: een solist wordt begeleid door een orkestraal ensemble. De concerten van Bach hebben een vaste structuur: Het begin met een expositie; het hele orkest laat 2 thema’s horen. (Expositie: twee contrasterende thema’s worden in contrasterende toonsoorten ten gehore gebracht.) De solist en het orkest herhalen deze thema’s in allerlei verschillende varianten. Bach heeft in de ‘Brandenburgse concerten’ de solo- en orkestgedeelten met elkaar verweven. CD1.22 De muziekinstrumenten worden in deze periode sterk verbeterd als gevolg van het feit dat de solo’s belangrijker worden. Kenmerken van de concertstukken zijn: - Beweeglijkheid - Tempoverschillen - Contrasten tussen hard en zacht. Deze muziek rekenen we tot de Barok.
  • Rococo en classicisme “Apres nous le deluge” (na ons de zondvloed): Beeldende kunst: 1e helft van de 18e eeuw wordt niet meer tot de Barok gerekend. In de 17e eeuw was de Barokkunst 2 kanten op gegaan: -Italiaanse barok; stijl van de contrareformatie (uitbundiger en dynamischer) (Doet een beroep op de zintuigen en het gevoel) -Franse Barok; periode van Lodewijk 14e (soberder en klassieker) (Verstandelijk, volgens de regels van academie) Deze 2 benaderingen spelen ook in de 18e eeuw nog een grote rol. Het leven van de adel verandert als Lodewijk de 15e aan de macht komt; ze hoeven niet meer naar zijn pijpen te dansen, leven onbeschaamd in luxe en besteden veel tijd aan het uiterlijke vertoon. De nieuwe stijl die ontstaat wordt Slyle Louis Quinze genoemd. De meer bekende naam is rococo. (Rocaille is een samenklontering van schelpen…) Elegantie en Luxe: De critici vonden deze oppervlakkige modestijl maar niets en gaven het zijn spotnaam. In de decoraties van deze stijl vind je veel schelpvormen terug! ‘De salon de la Princessse’(1732) in Paleis Sourbise (Parijs) Kenmerken van de rococo:
  • - Stucwerk; de muren en het plafond lopen in elkaar over, constructie en verhoudingen zijn moeilijk te zien. - Grote vensters. - Veel spiegels en kristal. - Pastelkleuren. De schilder Jean Antoine Watteau laat in zijn schilderijen de onbezorgde levenstijl van de adel in Frankrijk zien. Onderwerp: verwijst naar de klassieke mythologie. (Standbeeld van Venus, Godin van de liefde, rechts op het doek) Stijl: vlekkerig (net als Rubens….) Kleuren: vrolijk. De stijl en het onderwerp van het werk past totaal niet binnen de regels van de academie…. maar Lodewijk de 14e is dood en de regels worden losser toegepast. De verlichting: Dit is een levenshouding die uitgaat van het verstand (i.p.v. het gevoel) Door het vergroten van kennis zullen alle misstanden in de wereld verdwijnen… In de 2 helft van de 18e eeuw ging men zich weer meer interesseren voor de kunst van de klassieken. Gevolgen hiervan: Opgravingen van Pompeii (1738) Nieuwe metingen van de Acropolis (Athene) Encyclopedie van Diderot (1751) Door publicaties raakt men meer geïnteresseerd. Deze heroriëntatie van de klassieke oudheid noemt men Classicisme. (Men doet het op een preciezere manier dan in de tijd van de renaissance.)
  • Deze stijl is streng en sober. Voornamelijk in de architectuur, beeldende kunst en de theaterwereld volgt men de strikte klassieke regels. Klassieke muziek De symfonie: De instrumentale muziek wordt een zelfstandig genre. Het wordt een streven om de mensen betekenis te laten geven aan de klanken, een verhaal zonder woorden. Je kunt hierbij denken aan: Antonio Vivaldi. Hij componeert: ‘De vier jaargetijden’. De jaargetijden worden door middel van de klanken uitgebeeld; voorjaar, zomer, herfst en winter. Ook in de werken van Bach en Mozart is de instrumentale muziek een belangrijk onderdeel.
  • Vivaldi. Bach Mozart De bezetting wordt groter; meer instrumenten en spelers in een orkest. Als gevolg hiervan ontstaat de symfonie. (Symfonie: groot werk voor een symfonieorkest meestal in 4 delen; snel, langzaam, (matig)snel en snel.) Deze opbouw past goed bij de tijdsgeest, volgens vaste regels. Maar men kon het toch niet helemaal laten om ook emoties in de muziek toe te laten en gaat dus (weer) meer variëren. Een voorbeeld hiervan: ‘35e symfonie’ van Mozart. CD1.23 (deel 3; het menuet) (menuet: van oorsprong een Franse koordans, met een driedelige maatsoort, vaak het 3e deel van een symfonie.) Figaro: Na 6 jaar wachten(op goedkeuring van de academie en de koning) gaat in 1784 de komedie ‘Le mariage de Figaro’ in première. Een knecht (Figaro) gaat de strijd aan met zijn meester; de inzet van deze strijd is gelijke berechting. Omdat Lodewijk de 16e problemen verwacht laat hij het stuk allen in besloten kring opvoeren. Mozart schrijft met als uitgangspunt dit toneelstuk de opera ‘Le Nozze di Figaro’
  • Keizer Jozef 2e staat de opera wel toe. De krant schrijft: “wat in deze tijd niet gezegd kan worden, wordt gezongen”. Dansen op eigen benen: Mozart schrijft Figaro als een opera buffa, de toneelscènes ontbreken en alle tekst wordt gezongen. Een kenmerk van het werk van Mozart is dat hij diverse muziekstijlen samen laat komen. In Frankrijk was het in de 17e eeuw nog populair om diverse disciplines zoals theater, dans en muziek met elkaar te verbinden. In de 18e eeuw worden dit zelfstandige disciplines. Bij de ballet-komedie en ballet-opera had de dans een decoratieve functie, nu wordt er door middel van dans (zonder gesproken woord en met muzikale begeleiding) een verhaal verteld. Dit noemt men het handelingsballet. (handelingsballet; verhalend balletgenre, opvolger van de ballet-opera en voorloper van het romantische ballet, dat opkomt in de 18e eeuw.) De dans wordt ondersteund door pantomime (gebaren soms ontleend aan de commedia dell’arte) In ‘Lettres sur la danse’ van Jean Georges Noverre laat hij: - Dansers een natuurlijke expressie tonen - Afrekenen met de belemmerende maskers en kostuums. Revolutie